Uitspraak 202407867/1/R3
- Datum uitspraak
- 7 oktober 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Rijswijk hogere geluidgrenswaarden vastgesteld voor het bestemmingsplan "De Havenmeester". Het bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van een gedeelte van het Havenkwartier in Rijswijk, waar voorheen een gemengd bedrijventerrein aanwezig was, naar een gemengd gebied met een mix van werken en wonen. Het plan maakt een gebouw met maximaal 199 woningen mogelijk op het perceel Burgemeester Elsenlaan 325. Daarnaast voorziet het plan in 350 m2 niet-woonfuncties in de plint van het gebouw, waaronder bedrijven, dienstverlening en horeca. Het parkeren is voorzien in de nabijgelegen bestaande parkeergarage op het perceel Steenplaetsstraat 6. Het voormalige kantoorgebouw zal worden gesloopt. ZER en Atsa Infra zijn het niet eens met het bestemmingsplan. Zij zijn eigenaar en gebruiker van verschillende bedrijfspanden op korte afstand van het plangebied aan de Koopmansstraat en de Steenplaetsstraat en vrezen nadelige gevolgen voor de bedrijfsvoering.
- Eerste aanleg - meervoudig
- RO - Geluid
- RO - Zuid-Holland
Toon inhoud
Woningbouw in Rijswijk
Uitspraak over het bestemmingsplan ‘De Havenmeester’ dat de gemeenteraad van Rijswijk heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 199 appartementen mogelijk in een woongebouw in het Havenkwartier in Rijswijk waar vroeger een bedrijventerrein was. Het voormalige kantoorgebouw dat er nog staat, wordt gesloopt. Naast de woningen komen er bedrijven en horeca op de begane grond van het woongebouw. Twee bedrijven zijn het niet eens met het bestemmingsplan en zijn daartegen in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij zitten in bedrijfspanden op korte afstand van de locatie waar het woongebouw komt en vrezen nadelige gevolgen voor hun bedrijfsvoering met de komst van veel woningen in de buurt. Ze zijn bang dat de toekomstige bewoners last hebben van het geluid van hun bedrijfsactiviteiten en van (vracht)verkeer. Ook zal volgens hen de parkeerdruk in de omgeving groter worden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 3 juli 2026 op zitting behandeld.