Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 127.207
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202105614/1/R2

Bij besluit van 12 oktober 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal aan [appellanten] opgedragen het tuinhuis op het achtererf van het perceel [locatie] in Veenendaal binnen 8 weken te verwijderen en verwijderd te houden, dan wel terug te brengen naar een staat zodat het voldoet aan de regels van vergunningvrij bouwen. [appellanten] wonen aan de [locatie] in Veenendaal. Zij hebben in hun tuin een tuinhuis gebouwd. Bij een controle heeft het college geconstateerd dat dit tuinhuis ten onrechte zonder omgevingsvergunning is gebouwd. De goothoogte, nokhoogte en de totale oppervlakte van de bijgebouwen op het perceel voldoen namelijk niet aan de vereisten van vergunningvrij bouwen. Het college heeft daarom een zogenoemde ‘last onder dwangsom’ opgelegd. Deze houdt in dat [appellanten] de overtreding binnen acht weken ongedaan moeten maken. Bij een volgende controle heeft het college geconstateerd dat zij niet aan de last hebben voldaan en heeft het college de verbeurde dwangsom ingevorderd. De Afdeling heeft eerder al een tussenuitspraak en een einduitspraak gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2586
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105614/1/R2

202105643/1/R2

Bij besluit van 4 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Meerssen aan [bedrijf] een last onder dwangsom opgelegd vanwege geurhinder en geluidhinder. [appellant] exploiteert het bedrijf [bedrijf] aan de [locatie] in Meerssen. [bedrijf] produceert hondenvoer. Om dit vers te houden staat op het perceel een koel-/vriescel die geluid produceert. [partij A] en [partij B] zijn omwonenden van het bedrijf en ervaren geur- en geluidsoverlast van het bedrijf en hebben het college verzocht handhavend tegen [bedrijf] op te treden. Het college is naar aanleiding van de verzoeken overgegaan tot handhaving en heeft met een last onder dwangsom [bedrijf] de gelegenheid geboden de overtreding van de geur- en geluidhinder binnen zes weken te beëindigen en beëindigd te houden. In het besluit op het bezwaar heeft het college het bezwaar van [bedrijf] ongegrond verklaard. [bedrijf] heeft hiertegen beroep ingesteld. De invorderingsbeschikkingen van 24 januari 2020 en 16 juni 2020 zijn op grond van artikel 5:39 van de Algemene wet bestuursrecht ook door de rechtbank behandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2594
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105643/1/R2

202106918/1/R4

Bij besluit van 22 januari 2021 heeft het college aan Stichting Talis een omgevingsvergunning verleend voor bouwen en gebruik in strijd met het bestemmingsplan voor de bouw van 218 woningen in de wijk Jerusalem in Nijmegen. [appellant] woont aan de [locatie] in Nijmegen in de wijk Jerusalem. Stichting Talis is de verhuurder van zijn woning en van verschillende andere woningen in de wijk. Met het oog op renovatie wil zij 218 woningen in de wijk slopen en vervolgens nieuwe woningen bouwen op de bestaande funderingen. Dit wordt het project "Blokje om Heseveld" genoemd. Bij besluit van 22 januari 2021 heeft het college hiervoor een omgevingsvergunning verleend. Deze vergunning ziet op de activiteiten bouwen en gebruik in strijd met het bestemmingsplan (artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wabo). De afwijkingen van het bestemmingsplan betreffen overschrijding van het bouwvlak door een zuil en isolerende maatregelen. Daarnaast zijn de goot-/bouwhoogte hoger dan in het bestemmingsplan toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2610
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202106918/1/R4

202108138/1/A3

Bij besluit van 1 juli 2019 heeft de burgemeester van Dordrecht het verzoek van [appellant] om verwijdering van zijn persoonsgegevens afgewezen. [appellant] heeft de burgemeester bij brief van 21 mei 2019 verzocht om verwijdering van de persoonsgegevens die van hem zijn verwerkt in het kader van het samenwerkingsverband van de Regionale Informatie- en Expertise Centra. Dit verzoek heeft hij gedaan op grond van artikel 17 van de Verordening 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (de AVG). De burgemeester heeft de persoonsgegevens aangetroffen in twee dossiers van het RIEC, genaamd "[naam A]" en "[naam B]". De persoonsgegevens worden in het kader van de RIEC-samenwerking niet meer uitgewisseld, maar volgens de burgemeester rust op voor de dossiers wel nog een bewaarplicht van vijf jaar. Op grond van de Archiefwet 1995 mogen de dossiers pas in april 2021 onderscheidenlijk juni 2024 worden vernietigd.

Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202108138/1/A3

202201440/1/A3

Bij mondeling besluit van 21 april 2020 heeft de burgemeester van Zaanstad het pand van [appellant] aan de [locatie] in Zaandam voor de duur van twaalf maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant] is eigenaar van een pand aan de [locatie] in Zaandam. Het pand bestaat uit een loods en een bedrijfswoning die door [appellant] worden verhuurd. Op 21 april 2020 heeft de politie, in het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar een bende die zich bezig houdt met de invoer van cocaïne in georganiseerd verband, onderzoek verricht bij het pand. De aanleiding hiervoor was informatie van het Team Criminele Inlichtingen (TCI) waaruit bleek dat er een partij cocaïne onderweg was naar het pand vanuit Colombia. Het ging om een bestelling die was gedaan door de ondernemingen die in het pand waren gevestigd en waarvan de huurder eigenaar is. De politie heeft de zending van in totaal zestien dozen bij het sorteercentrum van de bezorgdienst in beslag genomen en vervolgens zelf afgeleverd bij het pand in het kader van een pseudodienstverlening op basis van artikel 126i van het Wetboek van Strafvordering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2605
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202201440/1/A3

202201587/1/A2

Bij besluit van 25 mei 2020 heeft de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling van het voertuig met kenteken [A] vervallen verklaard, waardoor het kentekenbewijs zijn geldigheid heeft verloren. Motorrijtuigen en aanhangwagens moeten, gelet op artikel 36, vijfde lid, van de Wegenverkeerswet 1994, overeenkomen met de gegevens die daarover zijn opgenomen in het kentekenregister. Ter bevestiging van de inschrijving in het kentekenregister en de tenaamstelling wordt door de RDW een kentekenbewijs afgegeven. Een kentekenbewijs verliest onder andere zijn geldigheid door het verval van de tenaamstelling in het kentekenregister. Voor de afgifte van het kentekenbewijs en de tenaamstelling is het voertuigidentificatienummer van belang. Bij de productie van een voertuig kent de voertuigfabrikant aan het voertuig als geheel een VIN toe en slaat hij het nummer in onderdelen van het voertuig. Een VIN dient niet ter identificatie van de verschillende onderdelen, maar van het voertuig als geheel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2596
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202201587/1/A2

202202543/1/V3

Bij besluit van 7 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het door de vreemdeling gemaakte bezwaar tegen de weigering hem een sticker ‘verblijfsaantekeningen gemeenschapsonderdanen’ te verstrekken, ongegrond verklaard. De vreemdeling heeft de Marokkaanse nationaliteit en heeft sinds januari 2019 een relatie met zijn echtgenote die de Nederlandse nationaliteit heeft. Zij wonen vanaf juli 2019 samen met een minderjarige zoon van de echtgenote. Op 6 november 2020 heeft de vreemdeling met zijn echtgenote een zoon gekregen. Zowel het stiefkind als het biologische kind hebben de Nederlandse nationaliteit. De vreemdeling heeft twee verschillende aanvragen ingediend voor afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt. Met beide aanvragen beoogt de vreemdeling rechtmatig verblijf te verkrijgen als stiefvader bij zijn stiefzoon op grond van artikel 20 van het VWEU in combinatie met het arrest van het Hof van Justitie van 10 mei 2017, Chavez-Vilchez, ECLI:EU:C:2017:354.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2617
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202543/1/V3

202202718/1/A3

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om inzage in de hem betreffende verwerkte politiegegevens deels afgewezen. [appellant] heeft de korpschef op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens verzocht om inzage in over hem verwerkte politiegegevens. In het bijzonder heeft [appellant] verzocht om inzage in de gegevens waaruit blijkt dat hij een verward persoon is of gedragsproblemen heeft. [appellant] heeft daarbij verwezen naar een zorgmelding van 15 januari 2021, meldingen uit 2015 en 2016, een melding uit 2014 en meldingen uit 2010 en 2011. Bij besluit van 15 juni 2021 heeft de korpschef het verzoek van [appellant] deels afgewezen, omdat in het politiesysteem geen registraties zijn aangetroffen die gaan over zorgmeldingen die zijn gedaan in de jaren 2010, 2011, 2014, 2015 en 2016. Voor het overige heeft de korpschef het verzoek ingewilligd. De korpschef heeft de rechtbank verzocht dat alleen de rechtbank met toepassing van artikel 8:29 van de Awb kennis mag nemen van de stukken die deel uitmaken van het inzagedossier.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2478
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202202718/1/A3

202203811/1/A3

Bij besluit van 10 december 2021 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om wijziging of vernietiging van politiegegevens afgewezen. [appellant] heeft de korpschef verzocht het beleid dat door de politiemedewerker is uitgezet te verbeteren en/of te wijzigen op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens. [appellant] heeft daarbij naar voren gebracht dat hij geen contactpersoon bij de politie nodig heeft en dat hij door dit beleid ten onrechte wordt belemmerd in het doen van aangifte van tegen hem gepleegde strafbare feiten. Naar aanleiding van een telefoongesprek tussen een politiemedewerker en [appellant] is op 19 november 2021 in het politiesysteem Basisvoorziening Handhaving een aandachtsvestiging over [appellant] opgenomen. De aandachtsvestiging houdt in dat al het contact van [appellant] met de politie via één contactpersoon moet verlopen. Ook is in de aandachtsvestiging opgenomen dat [appellant] alleen aangifte kan doen via deze contactpersoon. [appellant] heeft de korpschef verzocht het beleid dat door de politiemedewerker is uitgezet te verbeteren en/of te wijzigen op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2601
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202203811/1/A3

202203826/1/A2

Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [appellante] verleende toevoeging met kenmerk 3KG1917 met terugwerkende kracht ingetrokken. [appellante] is bij haar echtscheiding bijgestaan door [partij]. De raad heeft daarvoor verschillende toevoegingen verleend. Voor de echtscheidingsprocedure inclusief afwikkeling huwelijkse voorwaarden heeft de raad een toevoeging verleend met het kenmerk 3JG8578. Daarnaast heeft de raad een toevoeging verleend voor de rechtsbijstand in het kort geding dat de ex-echtgenoot van [appellante] tegen haar heeft aangespannen over de verkoop van de gezamenlijke echtelijke woning. Dit betreft de toevoeging met het kenmerk 3KF2961. In dit kort geding heeft heeft de voorzieningenrechter op 6 december 2018 vonnis gewezen, en geoordeeld dat [appellante] medewerking dient te verlenen aan de verkoop en levering van de voormalig gezamenlijke echtelijke woning, op straffe van een dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2584
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202203826/1/A2

202204162/1/R1

Bij besluit van 14 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dijk en Waard geweigerd aan [appellant] omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van twee appartementen in een bestaand gebouw op de locatie Kerklaan 14 tot en met 54 te Noord-Scharwoude. Aan [bedrijf van appellant] is bij besluit van 28 maart 1995, gewijzigd bij het besluit van 9 januari 1996, vergunning verleend voor de bouw van 21 appartementen met twee algemene ruimtes waar eigenaren gezamenlijk gebruik van kunnen maken aan de Kerklaan 14 tot en met 54 in Noord-Scharwoude. Op 27 november 1995 heeft de gemeente Langedijk, rechtsvoorganger van de gemeente Dijk en Waard, met [bedrijf van appellant] een overeenkomst gesloten, waarin het gebruik van de algemene ruimtes is vastgelegd. Het bouwplan ziet op het realiseren van twee appartementen in de twee gemeenschappelijke ruimtes van het appartementencomplex de Laanakker. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Noord- en Zuid-Scharwoude", omdat daarmee het aantal toegestane aantal woningen, wordt overschreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2580
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204162/1/R1

202204494/1/A3

Bij besluit van 15 november 2021 heeft de korpschef van politie twee verzoeken van [appellant] om wijziging van politiegegevens afgewezen. Met twee afzonderlijke verzoeken heeft [appellant] de korpschef verzocht om op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens hem betreffende onjuiste politiegegevens te rectificeren. Bij het eerste verzoek van 12 oktober 2021 heeft [appellant] de korpschef verzocht om verbetering van het adviesrapport van de voormalige klachtencommissie van de politie Hollands Midden, district Gouwe IJssel, van 11 oktober 2010. Bij het tweede verzoek van 26 oktober 2021 heeft [appellant] de korpschef verzocht om verbetering van het onderzoeksrapport Ypenburg van 19 april 2000. Met het besluit van 15 november 2021 heeft de korpschef beide verzoeken afgewezen, omdat [appellant] in 2019 een soortgelijk verzoek heeft gedaan. Destijds heeft de korpschef daarop een besluit genomen en zich daarbij op het standpunt gesteld dat hij de betreffende gegevens niet meer verwerkt. [appellant] heeft tegen dat besluit beroep ingesteld bij de rechtbank en tegen de uitspraak van de rechtbank hoger beroep bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2603
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202204494/1/A3

202204688/1/A3

Bij besluit van 10 september 2021 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om wijziging van politiegegevens afgewezen. [appellant] heeft op 26 augustus 2021 een verzoek ingediend bij de korpschef om wijziging van politiegegevens in het mutatierapport met kenmerk PL0900-2020318879-1 op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens. In dit mutatierapport is weergegeven dat op 30 september 2020 politieambtenaren naar de woning van [appellant] zijn gegaan in verband met een melding van bedreiging. Volgens [appellant] is de registratie onjuist en onvolledig. De korpschef heeft met het besluit van 10 september 2021 het verzoek van [appellant] afgewezen. Volgens [appellant] hebben de politieambtenaren hun bevindingen gemuteerd. Zij hebben meerdere mensen op straat gesproken en deze hadden niet gezien wat er in de woning was gebeurd. De registratie is volgens de korpschef niet onjuist. Dat de politieambtenaren meer hadden moeten doen en sneller hadden moeten optreden volgens [appellant], valt buiten de reikwijdte van een verzoek om toepassing van artikel 28 van de Wpg, aldus de korpschef.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2602
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202204688/1/A3

202204766/1/A3

Bij besluit van 28 december 2021 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om wijziging van politiegegevens afgewezen. [appellant] heeft de korpschef op 7 december 2021 verzocht om de registraties PL0900-2016283180 en PL0900-2015045349 te wijzigen. De korpschef heeft dit verzoek afgewezen, onder verwijzing naar artikel 27, eerste lid, aanhef en onder f, van de Wet politiegegevens. De korpschef is niet tot wijziging van registratie PL0900-2015045349 overgegaan, omdat hij de registratie niet onjuist acht. Volgens de korpschef heeft een politiemedewerker haar indruk van een telefoongesprek in de registratie verwoord. Ook heeft de korpschef geen reden gezien om in de registratie op te nemen dat [appellant] door zijn ex-partner is mishandeld, omdat uit niets blijkt dat er toen over mishandeling is gesproken. De korpschef is ook niet tot wijziging van registratie PL0900-2016283180 overgegaan, omdat het feit dat [appellant] het niet eens is met de toenmalige afspraak tussen de politie en het OM geen reden is om de registratie te wijzigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2608
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202204766/1/A3

202205060/1/R4

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Oude IJsselstreek het bestemmingsplan "Buitengebied, locatie Kleine Beer en Grote Beer Westendorp" vastgesteld. Het plangebied bevindt zich tussen de Kersendijk en Toldijk in Westendorp en bestaat uit percelen ten noorden en ten zuiden van de Beukendijk. In de bestaande situatie wordt het plangebied grotendeels gebruikt voor het verbouwen van gewassen. Het plan voorziet in de realisatie van twee landgoederen op de gronden ten zuiden van de Beukendijk. Eén landgoed is voorzien op het zuidwestelijk deel (Grote Beer) en het andere op het oostelijk deel (Kleine Beer). Het plan voorziet ook in de ontwikkeling van natuur. Aan de gronden ten noorden van de Beukendijk is de bestemming "Natuur" toegekend. Ook aan de gronden ten zuiden is de bestemming "Natuur" toegekend, met dien verstande dat per deelgebied/landgoed is voorzien in een plandeel met de bestemming "Wonen". Op deze gronden worden woonclusters gerealiseerd, met per landgoed drie woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2597
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202205060/1/R4

202205092/1/A3

Bij besluit van 25 februari 2021 heeft de algemene raad van de Nederlandse Orde van Advocaten een verzoek van [appellant] om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) afgewezen. [appellant] heeft de algemene raad op 28 januari 2021 op grond van de Wob om informatie verzocht over de "gestelde uitbreiding "bevoegdheid" Dekens op tuchtklacht". De algemene raad heeft [appellant] diezelfde dag verzocht zijn verzoek te specificeren. [appellant] heeft in reactie hierop, ook op diezelfde dag, de volgende toelichting gegeven: "Resteert de vraag naar "bevoegdheid = document(en)" in verzoek Wet openbaarheid van bestuur; uitsluitend mondeling en telefonisch -niét schriftelijk- heeft de Deken Oost-Brabant hiertoe "in overleg met tuchtrechter" gesteld, laatstelijk (26 januari 2021) onder aankondiging vordering zijnerzijds "veroordeling in proceskosten". Daarmee: openbaarmaking "document(en)", daar "in overleg tuchtrechter" schriftelijk vastgelegd moet zijn."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2618
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202205092/1/A3

202205402/1/R2

Bij besluit van 19 december 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming verleend aan [appellante sub 2] voor het vastleggen van haar activiteiten op het terrein aan de [locatie] in [plaats]. [appellante sub 2] heeft de natuurvergunning aangevraagd vanwege de mogelijke negatieve effecten van haar activiteiten op de omliggende Natura 2000-gebieden "Canisvliet" en "Westerschelde & Saeftinghe". Het college heeft deze vergunning verleend bij het besluit van 19 december 2018, met toepassing van het Programma Aanpak Stikstof. Het besluit is voorbereid met toepassing van de uniforme voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Op 30 maart 2020 heeft MOB tegen dit besluit beroep ingesteld. Bij de uitspraak van 27 juli 2022 heeft de rechtbank het beroep van MOB tegen het besluit van 19 december 2018 gegrond verklaard en dat besluit vernietigd, omdat de natuurvergunning is verleend onder verwijzing naar de passende beoordeling die voor het PAS is gemaakt, en dat niet kon gelet op de uitspraak van de Afdeling van 29 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1603 (de PAS-uitspraak).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2595
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202205402/1/R2

202205673/1/A3

Bij besluit van 2 november 2020 heeft de burgemeester van Den Haag de woning aan de [locatie] in Den Haag voor zes maanden gesloten. [appellant] woonde aan de [locatie] in Den Haag. Bij de politie is hij ambtshalve bekend in verband met zijn verslaving aan harddrugs. Over een periode van vijf jaar zijn er 123 registraties over [appellant] en 23 registraties over de [locatie] in de politieregisters opgenomen die gaan over het bezit van harddrugs en het veroorzaken van overlast in relatie tot harddrugs. Uit meldingen van omwonenden en observaties van de politie is bij de politie bekend dat het op elk moment van de dag een komen en gaan is van drugsgebruikers bij de woning en dat dit voor overlast zorgt. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 18 juli 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2400, heeft de rechtbank geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. Ondanks dat er geen handelshoeveelheid drugs in de woning is aangetroffen, maken politiewaarnemingen, verklaringen van omwonenden, bezoekers van de woning en [appellant] zelf het aannemelijk dat er sprake is van het verstrekken van drugs in en vanuit de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2593
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202205673/1/A3

202205709/1/A3

Bij besluit van 18 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dongen het verzoek van [appellante] voor het verstrekken van persoonsgegevens over de biologische vader van de zoon van [appellante], afgewezen. [appellante] is de moeder van [kind]. [appellante] heeft bij het college de persoonsgegevens, waaronder de verblijfplaats, opgevraagd van [persoon], de biologische vader van [kind]. In een tweede verzoek heeft [appellante] namens [kind] de persoonsgegevens van [persoon] opgevraagd. Het college heeft de verzoeken afgewezen, omdat [persoon] geen schriftelijke toestemming heeft gegeven voor de verstrekking van de gegevens. De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De bepalingen in de Wet basisregistratie personen die hier aan de orde zijn geven het college geen mogelijkheid om een belangenafweging te maken en de persoonsgegevens aan [appellante] te verstrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2585
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202205709/1/A3

202205958/1/A2

Bij uitspraak van 5 september 2022 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het door [appellante] ingestelde beroep wegens het uitblijven van een beslissing op haar verzoek om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag gegrond verklaard, de door de Belastingdienst/Toeslagen te betalen dwangsom op € 1.442,00 vastgesteld en de Belastingdienst/Toeslagen opgedragen om binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen op het verzoek. Aan het verzoek om schadevergoeding heeft [appellante] ten grondslag gelegd dat de rechtbank vijftien weken te laat uitspraak heeft gedaan, gelet op de in artikel 8:55b van de Algemene wet bestuursrecht daarvoor gestelde termijn. Als de rechtbank tijdig uitspraak zou hebben gedaan, zou de Belastingdienst/Toeslagen meer dwangsommen hebben verbeurd. Hoewel het handelen van de rechtbank niet onder artikel 8:88, eerste lid, aanhef en onder c, van de Awb valt, vindt [appellante] dat de Afdeling aan haar op grond of met analoge toepassing van die bepaling schadevergoeding kan toekennen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2600
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202205958/1/A2

202205960/1/A3

Bij besluit van 11 november 2021 heeft de korpschef een verzoek van [appellant] om wijziging van politiegegevens afgewezen. [appellant] heeft op 19 augustus 2021 inzage gehad in politiegegevens die over hem verwerkt worden, als bedoeld in artikel 25 van de Wet politiegegevens. Naar aanleiding van deze inzage heeft [appellant] op grond van artikel 28, eerste lid, van de Wpg twee verzoeken ingediend tot wijziging van politiegegevens. Het eerste verzoek heeft [appellant] gedaan op 18 oktober 2021 en het tweede verzoek op 18 november 2021. De korpschef heeft beide verzoeken afgewezen met de besluiten van 11 november 2021 en 8 december 2021. Nadat [appellant] tegen het voornoemde besluit bij de rechtbank beroep had ingesteld, heeft de korpschef de rechtbank verzocht om met toepassing van artikel 8:29 van de Awb de op de zaak betrekking hebbende politieregistraties niet aan [appellant] te verstrekken. De rechtbank heeft [appellant] verzocht toestemming te verlenen, zodat zij kennis zou kunnen nemen van deze gegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2477
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202205960/1/A3

202206613/1/A3

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft de korpschef van politie een aantal verzoeken van [appellant] om inzage in de hem betreffende verwerkte politiegegevens afgewezen en een verzoek buiten behandeling gesteld. Ook heeft de korpschef meerdere verzoeken tot wijziging van politiegegevens afgewezen en een verzoek toegewezen. Op 11 februari 2022 heeft [appellant] inzage gehad in persoonsgegevens die de politie over hem heeft verwerkt. Op 25 februari 2022 heeft [appellant] verzocht om op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens nogmaals inzage te krijgen in die gegevens. Ook heeft hij op grond van artikel 25 van de Wpg verzocht om inzage in de gegevens waaruit blijkt dat hij politiemedewerkers heeft uitgescholden, de e-mails van het OM in Limburg waaruit blijkt dat hij veelvuldig contact daarmee zoekt en de gegevens waaruit blijkt dat hulpverleners en de gemeente Amersfoort zijn benaderd. Verder heeft [appellant] op dezelfde datum verzocht om wijziging van een aantal politieregistraties op grond van artikel 28 van de Wpg. De registraties die [appellant] gewijzigd wil zien, waren onderdeel van de inzage op 11 februari 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2479
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202206613/1/A3

202206907/1/A2.

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2613
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202206907/1/A2.

202206921/1/R4

Bij besluit van 24 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere aan Hunkemöller B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een distributiecentrum met kantoorruimte op het perceel Sterkenburg 7 in Almere. Dit perceel ligt op het bedrijvenpark Stichtsekant, dat grenst aan de Flevolandse kant van het Gooimeer. [appellant A] en anderen hebben bezwaar gemaakt tegen de omgevingsvergunning. Zij wonen aan de Noord-Hollandse kant van het Gooimeer, op ongeveer 3 km afstand van het voorziene distributiecentrum. Hiervan bestaat 2,5 km uit open water. Zij vrezen dat het distributiecentrum hun uitzicht aantast en leidt tot lichthinder, overlast door toename van verkeer op de A27 en toename van stikstofdepositie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Het college heeft het bezwaar van [appellant A] en anderen niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat zij geen belanghebbenden zijn bij de omgevingsvergunning. Volgens het college is de afstand tussen hun woningen en het te bouwen distributiecentrum zo groot dat zij daarvan geen gevolgen van enige betekenis kunnen ondervinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2589
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206921/1/R4

202300392/1/V6

Bij besluit van 14 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [verzoeker] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat [verzoeker] haar identiteit niet heeft aangetoond. De staatssecretaris heeft aan dit standpunt een verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 7 januari 2019 ten grondslag gelegd. BD heeft hierin geconcludeerd dat het uittreksel met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid frauduleus is verkregen en niet kan worden vastgesteld of het document inhoudelijk juist is. Over het door [verzoeker] overgelegde paspoort heeft BD geconcludeerd dat het echt is, maar dat niet kan worden vastgesteld of het document bevoegd is opgemaakt en afgegeven en of het document inhoudelijk juist is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2581
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202300392/1/V6

202300427/1/V6

Bij besluit van 23 oktober 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 56.000,00 wegens zeven overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen. [appellant] is een uitzendbureau waarvan [gemachtigde] enig aandeelhouder en bestuurder is. Op 18 februari 2019 heeft bij [appellant] een controle plaatsgevonden door arbeidsinspecteurs van de Inspectie SZW. In het op ambtsbelofte opgemaakte boeterapport van 22 oktober 2019, kenmerk 1816169/04 staat dat bij die controle is geconstateerd dat [appellant] in de onderzoeksperiode van 1 mei 2018 tot en met 18 februari 2019 zeven vreemdelingen met de Braziliaanse nationaliteit heeft uitgeleend aan [bedrijf A] en dat deze vreemdelingen vervolgens zijn doorgeleend aan [bedrijf B], [bedrijf C] en [bedrijf D], voor wie zij arbeid hebben verricht. In het boeterapport staat dat [appellant] deze vreemdelingen heeft ingeleend van het Portugese bedrijf [bedrijf E]. [appellant] had voor deze vreemdelingen geen tewerkstellingsvergunning en deze vreemdelingen beschikten ook niet over een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2583
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202300427/1/V6

202301480/1/R1

Bij besluit van 24 november 2022 heeft de raad van de gemeente Sluis het bestemmingsplan "[locatie 1]" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op ’t Killetje te Breskens. Dat is een strook grond van ongeveer 310 m bij 50 m met een woonbestemming. Binnen deze strook zijn zes of zeven woningen aanwezig. Dat aantal is in geschil. Het plan maakt een nieuwe woning mogelijk aan [locatie 1], ter compensatie van gronden die [partij] heeft afgestaan om het eerdere provinciaal inpassingsplan (hierna: PIP) "Waterdunen" mogelijk te maken. Voor de rest van ’t Killetje voorziet het bestemmingsplan op gronden met de bestemming "Wonen" in zes wooneenheden. De exacte locatie van deze wooneenheden is niet op de verbeelding aangegeven. Deze zaak gaat allereerst over de (procedurele) vraag of de raad bevoegd was om het bestemmingsplan vast te stellen. Op grond van artikel 3.26, vijfde lid, van de Wro is de raad tien jaar na vaststelling van een PIP niet bevoegd om voor de desbetreffende gronden een bestemmingsplan vast te stellen, tenzij in het PIP een kortere termijn is opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2599
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202301480/1/R1

202302458/1/V6

Bij besluit van 28 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Guinee en geboren te zijn op [geboortedatum] 1983. Hij is sinds 1999 in Nederland. De staatssecretaris heeft hem met ingang van 15 juni 2007 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. [appellant] heeft voor het eerst op 11 april 2017 een naturalisatieverzoek ingediend. Bij besluit van 24 januari 2019 heeft de staatssecretaris dit verzoek afgewezen. [appellant] heeft op 18 mei 2020 opnieuw een verzoek ingediend. Deze procedure gaat over dit verzoek. Op het moment van het indienen van het verzoek beschikte [appellant] over een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2588
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202302458/1/V6

202302726/1/R1

Bij besluit van 21 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk Zandgigant een last onder dwangsom opgelegd. Zandgigant verkoopt grond en aarde via een webshop en is gevestigd op Voorweg 13 te Heemskerk. Zandgigant slaat deze aarde op voor distributie naar klanten op verschillende locaties in Nederland, waaronder op Voorweg 10 te Heemskerk. Op dit adres liggen meerdere percelen, waaronder perceel 1627. Waar het hierna gaat over Voorweg 10 wordt dit perceel bedoeld. Het perceel heeft, voor zover hier van belang, op grond van het bestemmingsplan "Bestemmingsplan Heemskerk Buitengebied 2015" de bestemming "Agrarisch - Tuindersgebied". Die gronden mogen ingevolge de planregels onder meer worden gebruikt voor glastuinbouwbedrijven en tuin- en akkerbouwbedrijven. Naar aanleiding van meldingen van geluidsoverlast en overlast door zakken met zand is een controle uitgevoerd, waarbij is geconstateerd dat op dit perceel meerdere zakken grond en zand zijn opgeslagen in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2614
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302726/1/R1

202302828/1/R4

Bij besluit van 15 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere aan LU NL I S.à.r.l. (hierna: LU) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een distributiecentrum op het bedrijvenpark Stichtsekant in Almere. De omgevingsvergunningen maken het mogelijk om in afwijking van de ter plaatse geldende bestemmingsplannen een distributiecentrum van 14 m hoog (LU) en een distributiecentrum van 15,5 m hoog (Hunkemöller) te realiseren. De voorziene distributiecentra liggen aan de Flevolandse kant van het Gooimeer. [appellant A] en anderen hebben een zienswijze naar voren gebracht over de ontwerp-omgevingsvergunningen. Zij wonen aan de Noord-Hollandse kant van het Gooimeer, op ongeveer 2,6 km afstand van de voorziene distributiecentra. Hiervan bestaat ongeveer 2,5 km uit open water. [appellant A] en anderen voeren daartoe aan dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast door de komst van de distributiecentra. Het vrije uitzicht op het Gooimeer vanuit hun panoramawoningen zal namelijk worden aangetast door de distributiecentra en de verlichting daarvan zal tot hinder leiden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2592
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202302828/1/R4

202303430/1/V2

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De vreemdeling heeft de Algerijnse nationaliteit. Hij is in november 2021 naar Nederland gereisd. Op 31 mei 2022 heeft de vreemdeling zijn asielaanvraag ingediend. Na het aanmeldgehoor heeft de staatssecretaris de vreemdeling uitgenodigd voor een nader gehoor. In de uitnodiging heeft de staatssecretaris de vreemdeling erop gewezen dat, als hij niet verschijnt en hij niet vooraf een reden geeft voor het niet verschijnen, de staatssecretaris ervan uitgaat dat hij veilig terug kan keren naar zijn land van herkomst. De vreemdeling heeft getekend voor de ontvangst van de uitnodiging. De staatssecretaris heeft een kopie van de uitnodiging naar de gemachtigde van de vreemdeling gestuurd. Vervolgens is de vreemdeling zonder vooraf een reden te geven niet verschenen bij het nader gehoor. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of de staatssecretaris een aanvraag mag afwijzen als ongegrond of kennelijk ongegrond als een vreemdeling zonder geldige reden niet bij het nader gehoor is verschenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2604
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303430/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202303430/1/V2

202303484/1/V1

Bij besluit van 6 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdeling om hem een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen of een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd te verlenen, afgewezen. De staatssecretaris heeft de vreemdeling daarnaast opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling heeft vanaf zijn geboorte op [geboortedatum] 1997 in Amsterdam de Nederlandse en Marokkaanse nationaliteit gehad. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap ingetrokken, omdat hij onherroepelijk veroordeeld is voor het voorbereiden en bevorderen van het plegen van terroristische misdrijven en poging tot deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van terroristische misdrijven. De staatssecretaris heeft hiervoor verwezen naar het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 19 juli 2017. Het gerechtshof heeft de vreemdeling veroordeeld tot een gevangenisstraf van vijftien maanden, waarvan tien maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar wegens het plegen van meerdere terroristische misdrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2591
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202303484/1/V1

202303747/1/V6

Bij besluit van 6 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat zijn beroep op het ne-bis-in-idembeginsel niet slaagt. Hij voert aan dat de staatssecretaris de handelingen die ten grondslag hebben gelegen aan zijn strafrechtelijke veroordeling, nu ook ten grondslag heeft gelegd aan de intrekking van het Nederlanderschap. Dat maakt volgens hem dat sprake is van een dubbele bestraffing. Volgens [appellant] had de rechtbank niet mogen volstaan met een verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 30 december 2020, ECLI:NL:RVS:2020:3045, omdat het door de Afdeling gehanteerde toetsingskader in die uitspraak onvolledig is. De rechtbank had volgens hem zelf moeten toetsen aan de criteria uit het arrest van het EHRM van 8 juni 1976, Engel en anderen tegen Nederland, ECLI:CE:EHCR:1976:0608JUD000510071. Volgens [appellant] is sprake van een punitieve sanctie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2458
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303747/1/V6

202303753/1/V6

Bij besluit van 13 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellant] ingetrokken. [appellant] is op [geboortedatum] 1996 geboren in Helmond en volgens de staatssecretaris heeft hij bij geboorte van rechtswege de Nederlandse en Turkse nationaliteit verkregen. De staatssecretaris heeft zijn Nederlanderschap ingetrokken op grond van artikel 14, tweede lid, aanhef en onder b, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. [appellant] is namelijk bij vonnis van de meervoudige strafkamer van de rechtbank Rotterdam veroordeeld tot een gevangenisstraf van 30 maanden, waarvan twaalf maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar, wegens het voorbereiden van een terroristisch misdrijf. Ook heeft de strafrechter bijzondere voorwaarden gesteld, waaronder reclasseringstoezicht, een contactverbod met enkele in het vonnis genoemde personen en een verbod op het gebruik van Facebook en Telegram. Het vonnis is op 29 januari 2019 onherroepelijk geworden. De strafrechter heeft bewezen verklaard dat [appellant] de strafbare feiten in de periode van 1 januari 2017 tot en met 25 december 2017 heeft gepleegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2518
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303753/1/V6

202304012/1/V6

Bij besluit van 17 juni 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid bepaald dat [wederpartij] vanaf 1 december 2022 moet beginnen met het terugbetalen van een lening voor het volgen van een inburgeringscursus. De schuld bedraagt € 1.166,99 en zij moet maandelijks € 15,00 betalen. Bij brief van 1 november 2013 heeft de minister [wederpartij] meegedeeld dat zij inburgeringsplichtig is. Haar inburgeringstermijn is op 31 mei 2013 gestart en zij had, met verlenging in verband met onder andere medische omstandigheden en corona-maatregelen, tot en met 27 mei 2022 om te voldoen aan haar inburgeringsplicht. Bij besluit van 23 mei 2022 heeft de minister [wederpartij] ontheven van de inburgeringsplicht, omdat het door een samenloop van bijzondere individuele omstandigheden, waaronder psychische problemen, voor haar onmogelijk is om in te burgeren. Bij besluit van 17 juni 2022 met het opschrift "terugbetalen lening" heeft de minister haar vervolgens meegedeeld dat haar schuld € 1.166,99 bedraagt en dat zij maandelijks € 15,00 moet betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2598
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304012/1/V6

202307434/1/A2

Bij besluit van 11 januari 2020 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand van [appellante] de eerder door de raad betaalde kosten gevorderd voor de bijstand van [partij] in een echtscheidingsprocedure. Dit betreft een bedrag van € 12.514,14. [appellante] is in haar echtscheiding bijgestaan door [partij]. De raad heeft daarvoor verschillende toevoegingen verleend. Voor de echtscheidingsprocedure inclusief afwikkeling huwelijkse voorwaarden heeft de raad een toevoeging verleend met het kenmerk 3JG8578. Deze toevoeging is door de raad op 7 november 2019 ingetrokken in verband met behaald resultaat, zoals bedoeld in artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand. [appellante] heeft daartegen geen bezwaar gemaakt. Dit betekent dat de intrekking van dit besluit in rechte vaststaat en er moet worden uitgegaan van de juistheid van dit besluit. De raad heeft de aan [partij] betaalde vergoeding voor rechtsbijstand onder de toevoeging met kenmerk 3JG8578 van [appellante] gevorderd bij besluit van 11 januari 2020. Het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar is door de raad bij besluit van 14 september 2020 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2582
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202307434/1/A2

202400342/1/A2

Bij beslissing van 30 augustus 2023 heeft de Dean van het Instituut voor Rechtenstudies aan [appellant] een negatief bindend studieadvies uitgebracht. Bij beslissing van 22 september 2023 heeft de Examencommissie van het Instituut voor Rechtenstudies negatief besloten op het verzoek van [appellant] tot een herbeoordeling van het onderdeel Verweerschrift van het vak Recht en Overheid. Op 27 november 2023 heeft het college van beroep voor de examens van de Hanzehogeschool Groningen het ingestelde administratief beroep tegen de beslissing van 30 augustus 2023 ongegrond verklaard en overwogen dat het niet bevoegd is te oordelen over de afwijzing van het verzoek om een herbeoordeling. [appellant] heeft in het propedeusejaar deelgenomen aan de ‘Basismodule’ en de opleidingsmodule ‘Recht en Overheid’. Omdat [appellant] daarmee niet voor alle onderdelen een voldoende heeft gehaald, heeft hij geen studiepunten ontvangen voor de ‘casus Meerstad’. Op 19 juli 2023 heeft de Dean [appellant] op de hoogte gesteld van het voornemen om een negatief BSA uit te brengen. De Dean heeft op 30 augustus 2023 een negatief BSA uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2611
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400342/1/A2

202401469/1/A2

Bij beslissing van 19 december 2023 heeft het Centre of International Affairs namens het CvB medegedeeld dat [appellante] zal worden afgemeld bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst vanwege het niet voldoen aan de studiepuntennorm in het kader van de verblijfsvergunning met verblijfsdoel studie. [appellante] is een Chinese studente die sinds studiejaar 2015-2016 de opleiding International Business & Management Studies volgt aan de Hogeschool Rotterdam. Omdat zij een verblijfsvergunning heeft met als verblijfsdoel ‘studie’ moet zij ieder studiejaar voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid. Deze norm bedraagt 50% van de nominale studielast per studiejaar. Voor [appellante] geldt daarom een norm van 30 ECTS. In het studiejaar 2022-2023 heeft [appellante] geen studiepunten behaald. Omdat haar studievoortgang onvoldoende was, heeft het CoIA [appellante] op 19 december 2023 bericht dat zij zal worden afgemeld bij de IND. Tegen deze beslissing heeft [appellante] bezwaar gemaakt en, nadat haar bezwaar ongegrond was verklaard, beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2612
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401469/1/A2

202401695/1/A2

Bij beslissing van 2 februari 2023 heeft het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft [appellant] van 1 februari 2023 tot en met woensdag 26 april 2023 een gebouwverbod opgelegd. [appellant] volgde in studiejaar 2022-2023 de Master Elektrotechniek aan de TU Delft. Aan hem is voor de periode van 1 februari 2023 tot en met 26 april 2023 vanwege ongepast gedrag op de faculteit een gebouwverbod opgelegd voor het gebouw aan de Van Mourik Broekmanweg 6 en het gebouw aan de Mekelweg 4 te Delft. Het verbod is later opgelegd voor de periode van 1 februari 2023 tot en met 19 juli 2023. Aan de beslissing, waarbij het bezwaar onder overneming van het advies van de commissie bezwaarschriften voor studenten van 31 januari 2024 niet-ontvankelijk is verklaard, heeft het CvB ten grondslag gelegd dat [appellant] het bezwaar buiten de wettelijke termijn van zes weken heeft ingediend. Volgens het CvB is [appellant] voldoende in de gelegenheid gesteld om tijdig bezwaar te maken, maar heeft hij daarvan afgezien. [appellant] heeft daarbij geen omstandigheden aangevoerd op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat hij in verzuim is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2607
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401695/1/A2

202402672/1/A2

Bij beslissing van 5 november 2023 heeft de examencommissie van de faculteit Religie, Cultuur en Maatschappij geconcludeerd dat [appellante] bij het inleveren van de herkansing van de bachelorscriptie voor de bacheloropleiding Religiewetenschappen, plagiaat heeft gepleegd. De examencommissie heeft daarom de bachelorscriptie ongeldig verklaard en [appellante] uitgesloten van het inleveren van de bachelorscriptie voor het studiejaar 2023-2024. [appellante] heeft in juni 2023 voor de bacheloropleiding Religiewetenschappen een eindwerkstuk, de bachelorscriptie, ingeleverd. Nadat zij voor de eerste kans een onvoldoende had gehaald, heeft zij in augustus 2023 als herkansing opnieuw de bachelorscriptie ingeleverd. Tijdens de beoordeling heeft de examinator geconstateerd dat [appellante] het vertalen van de door haar gebruikte bronnen, dan wel het gebruik ervan niet volgens de academische standaarden heeft gedaan. De examinator heeft daarvan melding gedaan bij de examencommissie. De examencommissie heeft naar aanleiding hiervan onderzoek verricht en op 12 oktober 2023 is [appellante] over de melding gehoord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2551
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402672/1/A2

202403201/1/A2

Bij beslissing van 11 januari 2024 is [appellant] uitgesloten van deelname aan de decentrale selectie van de bacheloropleiding geneeskunde voor het collegejaar 2024-2025. [appellant] heeft voor het collegejaar 2023-2024 deelgenomen aan de decentrale selectie voor de studie geneeskunde aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Aan haar is toen rangnummer 627 toegekend en geen opleidingsplek aangeboden. Voor de decentrale selectie van dat jaar en de jaren daarvoor gold de voorwaarde dat een kandidaat slechts één keer aan de selectie mocht deelnemen. Daarom is [appellant] uitgesloten van deelname aan de decentrale selectie voor het daaropvolgende collegejaar 2024-2025. Het CvB heeft in de beslissing op bezwaar van 3 mei 2024, op basis van het overgenomen advies van de Geschillenadviescommissie Studenten, geconcludeerd dat [appellant] ten onrechte is uitgesloten van de decentrale selectie geneeskunde voor het collegejaar 2024-2025. Aan deze beslissing heeft het CvB ten grondslag gelegd dat de voorwaarde van één deelname aan de decentrale selectie niet langer geldt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2615
Datum uitspraak
26 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403201/1/A2

202306414/2/R3

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân geweigerd om aan [verzoeker A] een omgevingsvergunning voor het legaliseren van de bedrijfswoning op het perceel [locatie A] en [locatie B] te Oosternijkerk te verlenen. Het perceel ligt op het bedrijventerrein 't Oogh. [verzoeker A] is eigenaar van het perceel. Hij verhuurt dit aan [verzoeker B]. Zij exploiteert daar een wolspinnerij en woont daar. [partij] en anderen zijn ondernemers op het bedrijventerrein 't Oogh. Zij hebben het college in maart 2022 verzocht handhavend op te treden tegen de volgens hen illegale woonsituatie op het perceel. Volgens hen leidt de bewoning van de woning tot belemmeringen van hun bedrijfsvoering. [verzoeker A] heeft in april 2022 een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend om de bedrijfswoning te legaliseren. Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Het heeft daarnaast handhavend opgetreden tegen het zonder de benodigde omgevingsvergunning bouwen en gebruiken van een bedrijfswoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2557
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306414/2/R3

202306609/1/R3 en 202306609/2/R3

Bij besluit van 14 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan de gemeente Rotterdam een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een kunstwerk in een watergang nabij de Raadhuisstraat 47 te Rotterdam. De gemeente heeft een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend voor het oprichten van een kunstwerk. Het gaat om het kunstwerk 'Water' van de inmiddels overleden kunstenaar Leo van Oudheusden. Het kunstwerk, een tegeltableau, is gemaakt voor het zwembad 'de Zeehond' in de voormalige gemeente Rozenburg. Dat zwembad is gesloopt in oktober 2016. Er is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om het kunstwerk te behouden in de openbare ruimte of op een binnenlocatie. Er is voor gekozen om het kunstwerk buiten in een watergang te plaatsen. [verzoeker], de broer van de kunstenaar, is het niet eens met de vergunningverlening. Hij vindt de gekozen locatie in de openbare ruimte niet geschikt. Hij heeft gewezen op de kwetsbaarheid van het materiaal. Het kunstwerk moet volgens hem niet in de buitenlucht worden geplaatst, omdat het daardoor onherstelbaar zal worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2556
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306609/1/R3 en 202306609/2/R3

202402904/3/V1

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft gewijzigde identiteitsgegevens van de vreemdelingen opgenomen in kennisgevingen van 28 september 2023, 28 juli 2023 en 5 januari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2564
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402904/3/V1

202403124/1/V2 en 202403124/2/V2

Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2554
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403124/1/V2 en 202403124/2/V2

202403462/1/R4 en 202403462/2/R4

Bij besluit van 4 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [verzoeker] een last onder bestuursdwang opgelegd wegens verschillende overtredingen van de Woningwet en het Bouwbesluit 2012 in de woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Utrecht. De last houdt, kort weergegeven, in dat de woningen schoon en brandveilig moeten worden gemaakt door de grote hoeveelheid spullen en papier te verwijderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2753
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403462/1/R4 en 202403462/2/R4

202403600/1/V3 en 202403600/2/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2552
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403600/1/V3 en 202403600/2/V3

202303701/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 1 juni 2023, waarbij het door [appellante] tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 17 mei 2022 ingestelde beroep ongegrond is verklaard. [appellante] heeft aan de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om een persoonlijke betalingsregeling van € 300,00 per maand. Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek toegewezen en de persoonlijke betalingsregeling vastgesteld op € 506,00 per maand. Bij besluit van 23 februari 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 17 mei 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het besluit van 23 februari 2022 herzien en bepaald dat [appellante] € 497,00 per maand moet betalen. [appellante] betoogt in hoger beroep dat zij het bedrag van € 497,00 per maand niet kan betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2578
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202303701/1/A2

202400920/1/R4

[verzoekers] hebben de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht om haar uitspraken van 6 november 2013, ECLI:NL:RVS:2013:1832, en 31 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1334, te herzien. Bij de uitspraak van 31 mei 2017 is een eerder verzoek om herziening van de uitspraak van 6 november 2013 afgewezen. Het verzoek wordt daarom opgevat als verzoek om herziening van enkel de oorspronkelijke uitspraak van 6 november 2013. In die uitspraak is het hoger beroep van [verzoeker A] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 21 januari 2013 in zaak nr. 12/2239 ongegrond verklaard. De rechtbank had het beroep van [verzoeker A] tegen het besluit van 15 mei 2012, waarbij aan hem een omgevingsvergunning was verleend, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2758
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Herziening
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400920/1/R4

202401694/4/A3

Ten aanzien van zaak nr. 202401694/3/A3, die op 25 juni 2024 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen, die als lid van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 24 juni 2024 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. Deze zaak betreft een wrakingsverzoek in zaak nr. 202401694/1/A3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2558
Datum uitspraak
25 juni 2024
  • Verschoning
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401694/4/A3

202204621/1/V2

Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen en haar opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2541
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204621/1/V2

202302884/1/V2

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2542
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302884/1/V2

202304855/1/V2

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2544
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304855/1/V2

202403092/1/V3

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2545
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403092/1/V3

202403215/2/V2

Bij besluit van 17 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2546
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403215/2/V2

202403332/1/V3

Bij besluiten van 16 en 17 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2532
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403332/1/V3

202403416/1/V1

Bij besluit van 5 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2547
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403416/1/V1

202403497/1/V2 en 202403497/2/V2

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2548
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403497/1/V2 en 202403497/2/V2

202403537/2/V1

Bij besluit van 20 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2549
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403537/2/V1

202403712/2/V2

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2562
Datum uitspraak
24 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403712/2/V2

202207244/1/V3

De vreemdeling heeft zijn hoger beroep in reactie op de schriftelijke uiteenzetting van de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de staatssecretaris in de proceskosten te veroordelen (artikel 8:75 van de Awb). Daarvoor kan aanleiding bestaan als de staatssecretaris aan de vreemdeling tegemoet is gekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door zijn toedoen is vervallen (uitspraak van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2536
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207244/1/V3

202307191/1/V2

Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2534
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307191/1/V2

202401225/2/R2

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de raad van de gemeente Bergen op Zoom het bestemmingsplan "Poortgebied Bergsche heide 2022" vastgesteld. Het plan maakt de ontwikkeling van het Poortgebied van het Landschapspark Bergsche Heide mogelijk. Het Poortgebied wordt ontwikkeld aan de oostelijke rand van Bergen op Zoom direct aan de A4. Het plan maakt onder meer de ontwikkeling mogelijk van een hotel, twee fastfoodrestaurant en een energyhub, waar onder meer LNG wordt aangeboden. Bovendien wordt er voorzien in de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg naar het achterliggende landschapspark met parkeervoorziening. Verder wordt er geïnvesteerd in natuur- en landschapsontwikkeling. Bovendien wordt het voormalige campingterrein getransformeerd tot een camping met 150 recreatiewoningen en 65 chalets/stacaravans. [verzoeker sub 2] woont op korte afstand van het plangebied aan de [locatie] in Bergen op Zoom. [verzoeker sub 1] heeft een agrarisch teeltbedrijf. Een deel van zijn agrarische percelen grenst aan het plangebied, namelijk aan de Vredenburg, en een ander deel van de gronden liggen op korte afstand van het Natura 2000-gebied Brabantse Wal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2529
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202401225/2/R2

202402306/1/V3

Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2535
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402306/1/V3

202402979/2/R4

Bij besluit van 1 juni 2022 heeft de staatssecretaris aan ONE-Dyas B.V. een vergunning verleend op grond van artikel 94 in samenhang bezien met artikel 105 van het Mijnbouwbesluit voor het aanleggen en in stand houden van een pijpleiding tussen het nog op te richten platform N05-A en de bestaande verzamelleiding NGT van Noordgastransport B.V., een 33kV elektriciteitskabel met 20 Mw vermogen tot aan de mediaanlijn met Duitsland en deze elektriciteitskabel aangewezen als bedoeld in artikel 92 van het Mbb. Bij besluit van 1 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat aan ONE-Dyas een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten het oprichten en in gebruik nemen van een mijnbouwinrichting, het aanleggen van boorgaten, handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Bij uitspraak van 4 juni 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2289 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de voorlopige voorziening getroffen dat het herstelbesluit wordt geschorst. Deze uitspraak gaat over de vraag of deze schorsing moet worden opgeheven of worden voortgezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2533
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • Milieu - Overige
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202402979/2/R4
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402979/2/R4

202403766/1/V3 en 202403766/2/V3

Bij besluit van 29 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2543
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403766/1/V3 en 202403766/2/V3

BRS.24.000017

Bij besluit van 29 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2476
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000017

BRS.24.000168

Bij besluit van 10 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2491
Datum uitspraak
21 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000168

202202412/1/V1

Bij besluit van 27 september 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd om hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2488
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202412/1/V1

202207199/1/V3

Bij besluiten van 12 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2524
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202207199/1/V3

202300478/3/R4

Het verzoek richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Apeldoorn van 1 december 2022, waarbij het bestemmingsplan "Laan van Osseveld - hoek Deventerstraat" is vastgesteld. Het plan maakt mogelijk dat een 32 m hoog woongebouw wordt gerealiseerd met daarin 63 sociale huurappartementen voor één- en tweepersoonshuishoudens. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, om te voorkomen dat een omgevingsvergunning kan worden verleend voor de bouw van het woongebouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2755
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202300478/3/R4

202302825/1/V3

Bij besluit van 11 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2526
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302825/1/V3

202304742/1/V1

De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de staatssecretaris aan de vreemdeling tegemoet is gekomen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2525
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304742/1/V1

202400112/1/V1

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2527
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400112/1/V1

202401819/2/R4

Het verzoek richt zich tegen het besluit van de raad van de gemeente Maasdriel van 8 februari 2024, waarbij het bestemmingsplan "Hedel bedrijventerrein De Kampen herziening 2022, Baronieweg 15" is vastgesteld. De aanleiding voor dit plan was een concreet bouwplan van de bakkerij aan de Baronieweg 15 voor het uitbreiden van haar bedrijfsbebouwing. Het bestemmingsplan maakt dit bouwplan planologisch mogelijk. Kartonnage Hedel heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen, om te voorkomen dat een omgevingsvergunning kan worden verleend voor het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2754
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202401819/2/R4

202401975/1/V3

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2487
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401975/1/V3

202402316/1/V3 en 202402316/2/V3

Bij besluit van 21 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000, waaruit zijn duurzaam verblijfsrecht blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2523
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402316/1/V3 en 202402316/2/V3

202402502/3/V2

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2522
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402502/3/V2

202402699/1/V2

Bij besluit van 13 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2521
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402699/1/V2

202403418/1/V2 en 202403418/2/V2

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2520
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403418/1/V2 en 202403418/2/V2

202403578/2/R2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 16 mei 2024 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland-­West­-Brabant (hierna: de rechtbank). Bij die uitspraak heeft de rechtbank voor zover hier van belang het door Milieuvereniging De Groene Koepel en andere ingestelde beroep tegen het besluit van 8 december 2023 ongegrond verklaard. Bij dit besluit heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda aan [partij A] omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning en bijbehorend bijgebouw in afwijking van het bestemmingsplan en het ophogen en vergraven van de bodem en het aanbrengen van oppervlakteverhardingen op het perceel [locatie] in Bavel. Vergunninghouder heeft toegelicht dat de werkzaamheden met betrekking tot de bouw van het hoofdgebouw en de kelder zijn begonnen en dat in de tweede helft van oktober 2024 de werkzaamheden met betrekking tot de bouwwerken die zijn voorzien in de nog in te richten ecologische verbindingszone zullen plaatsvinden. Dit betekent dat met het verzoek een spoedeisend belang is gemoeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2553
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403578/2/R2

202400522/2/A3

[appellant] heeft de minister van Justitie en Veiligheid verzocht om openbaarmaking van documenten over de vuurwerkrampen in Enschede en Culemborg op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Er vallen veel documenten onder dit verzoek. In de uitspraak van 13 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1984, heeft de Afdeling het besluit op bezwaar van 26 augustus 2020 vernietigd en de minister opgedragen een nieuw besluit te nemen. Dat besluit moet niet meer op grond van de Wob, maar op grond van de Wet open overheid worden genomen. [appellant] heeft, omdat de minister geen gevolg heeft gegeven aan de uitspraak van de Afdeling van 13 juli 2022, eerder beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een nieuw besluit op zijn bezwaar. In de uitspraak van 19 juli 2023 heeft de Afdeling dat beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen om uiterlijk op 16 augustus 2023 een nieuw besluit te nemen. De Afdeling heeft bepaald dat de minister een dwangsom van € 100,00 moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2530
Datum uitspraak
20 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400522/2/A3

202306293/3/R4

Bij besluit van 21 september 2023 heeft de raad van de gemeente Ede het bestemmingsplan "Lunteren, uitbreiding bedrijventerrein De Stroet" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van De Stroet aan de oostzijde mogelijk, waardoor het bedrijventerrein bij de kern van Lunteren zal aansluiten. Hiervoor worden de gronden van twee voormalige agrarische bedrijven benut. Verder is een extra verkeersontsluiting van het bedrijventerrein voorzien op de Postweg en Westzoom. Het plangebied heeft een totale oppervlakte van ongeveer 19,13 hectare. Ongeveer 10,4 hectare bestaat uit gronden die als bedrijventerrein zullen worden bestemd. Ongeveer 1,95 hectare is bestemd voor verkeersdoeleinden en ongeveer 6,78 hectare is bestemd voor openbaar groen en water. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] willen met hun verzoeken bereiken dat de bouwvoorbereidingen worden opgeschort totdat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. Zij willen hiermee bewerkstelligen dat de natuurwaarden van het gebied, waaronder dassen en andere beschermde diersoorten, worden beschermd en dat de grond geschikt wordt gehouden voor duurzame of biologische landbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2480
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202306293/3/R4

202401611/1/V2

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Ook heeft hij een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2485
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401611/1/V2

202401647/1/V3

Bij besluit van 2 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2484
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401647/1/V3

202402406/1/V3

Bij besluit van 31 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2486
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402406/1/V3

202403703/1/V3 en 202403703/2/V3

Bij besluit van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2531
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403703/1/V3 en 202403703/2/V3

BRS.24.000156

Bij besluit van 12 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2456
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000156

202105296/1/R4

Bij besluit van 7 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijkerk [appellant] gelast, onder oplegging van een dwangsom, om een paardenbedrijf te beëindigen en beëindigd te houden, en om twee verhardingen, een romneyloods, twee werktuigloodsen en een stal te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] exploiteert een runder- en paardenbedrijf aan de [locatie 1] in Nijkerk (hierna: het perceel). Op het perceel staan verschillende bouwwerken. [partij] woont op het aangrenzende perceel [locatie 2] in Nijkerk en heeft een verzoek om handhaving ingediend. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de begunstigingstermijn voor het verwijderen van de gebouwen niet onredelijk kort is. [partij] betoogt dat het besluit van 20 januari 2022 onvoldoende is gemotiveerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2514
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202105296/1/R4

202106714/1/R2

Bij besluit van 9 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roerdalen € 30.000,00 aan verbeurde dwangsommen bij [appellant sub 2] ingevorderd. Het college heeft in een eerder besluit van 20 september 2018 geconstateerd dat [appellant sub 2] in strijd met het bestemmingsplan haar hoofdverblijf had in een recreatiewoning op [kampeercentrum]. Daarom heeft het college [appellant sub 2] opgedragen haar permanente bewoning van een recreatiewoning op het kampeercentrum te staken en gestaakt te houden. Als zij dat niet doet, dan moet ze een dwangsom van € 30.000,00 betalen. Dit besluit is in rechte onaantastbaar. [appellant sub 2] heeft aan deze last onder dwangsom voldaan door te verhuizen en zich in te schrijven op een ander adres. Daarna heeft zij zich opnieuw ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres van het kampeercentrum. Bij controle van 9 april 2020 heeft het college geconstateerd dat [appellant sub 2] haar hoofdverblijf opnieuw op het kampeercentrum had. [appellant sub 2] heeft bij deze controle verklaard zes maanden op het kampeercentrum te verblijven en de overige zes maanden op een vakantiepark in IJsselstein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2501
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106714/1/R2

202107261/2/R3

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het bestemmingsplan "Noordzijde ten oosten van [locatie], Bodegraven" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een woning mogelijk op het perceel ten oosten van het perceel [locatie 1] in Bodegraven. Het plan kent aan het perceel de bestemming "Wonen" toe. Er mag op grond van het plan één woning worden gebouwd. Initiatiefnemer van het plan is [partij]. [appellant] woont aan [locatie 2], op een afstand van ongeveer 60 m van het plangebied. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak naar aanleiding van het beroep van [appellant] een gebrek geconstateerd in artikel 3.1, lid b, onder 3 en onder 4, van de planregels. [appellant] betoogt dat de raad de door de Afdeling in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken niet heeft hersteld en wijst erop dat de raad het herstelbesluit ook niet heeft gemotiveerd. Hij voert aan dat de raad artikel 3.1, lid b, onder 3, van de planregels heeft gehandhaafd, waarmee de door Afdeling geconstateerde rechtsonzekerheid in deze bepaling is blijven bestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2504
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202107261/2/R3

202108096/1/R2

Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Sittard-Geleen het bestemmingsplan "Bie de Roo Baek 2021" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een planologische regeling voor de herinrichting van het woonwagencentrum aan de Tudderenderweg in Sittard. Het plan biedt een planologisch-juridische basis voor 24 standplaatsen, de vervanging van de gemeenschapsaccommodatie en de aanleg van vier bezigheidsterreinen. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] wonen op het woonwagencentrum aan de [locatie]. Zij en Woonwagenbelangen kunnen zich niet met het plan verenigen. Volgens hen had de raad 30 standplaatsen, die tot midden 2018 op het woonwagenkamp hebben bestaan en sindsdien ontruimd zijn, opnieuw moeten opnemen in het plan. Deze gronden krijgen volgens hen ten onrechte de bestemming "Natuur". [appellant] en anderen betogen dat de raad bij de vaststelling van het plan de belangen van de woonwagengemeenschap ter plaatse en de daartoe behorende cultuur onvoldoende heeft meegewogen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2507
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202108096/1/R2

202200451/1/A2

Bij besluit van 9 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 18.000,- voor het zonder vergunning omzetten van de woning aan de [locatie A] in Amsterdam van zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten. [appellant] was ten tijde van belang eigenaar van de woning aan de [locatie A] in Amsterdam. De woning bestaat uit twee bouwlagen en heeft een vloeroppervlak van 210 m2. De woning heeft zes kamers, een kantoor, een woonkeuken, twee badkamers en twee toiletten. Op 29 januari 2019 hebben twee toezichthouders van de gemeente Amsterdam in het kader van het project Landelijke Aanpak Adreskwaliteit de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat van dit bezoek is opgemaakt blijkt dat op het adres acht personen staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen, onder wie [appellant]. Het college heeft [appellant] een boete opgelegd van € 18.000,-. Volgens het college blijkt uit het onderzoek van de toezichthouders dat [appellant] artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 heeft overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2510
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200451/1/A2

202200591/1/R2

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de raad van de gemeente Oss het bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer - 2021" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer" voorzag in een juridisch planologisch kader voor de realisatie van het windpark. Het voorzag voor zover van belang bij recht in vier windturbines met een maximale tiphoogte van 210 m en in twee windturbines door middel van een wijzigingsbevoegheid. Ter uitvoering van het plan waren bij besluiten van 1 augustus 2019 tijdelijke omgevingsvergunningen voor een periode van 25 jaar verleend. Bij uitspraak van 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1681, heeft de Afdeling onder meer hun beroep gegrond verklaard en het bestemmingsplan "Windmolenpark Elzenburg-De Geer" vernietigd, kort gezegd omdat de raad: - niet had gemotiveerd waarom de geluidbronnen afkomstig van het vaarverkeer, landbouwverkeer en vliegverkeer ten gevolge van het laagvlieggebied niet waren betrokken in het onderzoek naar de cumulatieve effecten van het geluid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2496
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200591/1/R2

202201347/1/R2

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg het verzoek van [appellanten] om handhavend op te treden afgewezen. Strabeko exploiteert een straalbedrijf aan de Albionstraat 24 in Tilburg. Het bedrijf is gelegen op de kadastrale percelen AE315, AE316 en AE317. Strabeko voert oppervlaktebehandelingen van metalen uit, zoals cabinestralen, metalliseren, poedercoaten, natlakken, glasparelstralen en thermisch reinigen. [appellanten] wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Tilburg nabij het straalbedrijf. Op grond van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Vossenberg 2008" heeft het terrein van Strabeko de bestemming "bedrijventerrein" met de functieaanduidingen "bedrijf van categorie 3.2" voor de percelen AE315 en AE317 en "bedrijf van categorie 4.1" voor perceel AE316. Volgens de in bijlage 1 bij het bestemmingsplan opgenomen Staat van Bedrijfsactiviteiten vallen straalactiviteiten onder milieucategorie 4.1. Strabeko heeft op perceel AE317 twee straalcabines. Eén is daar sinds 2003 aanwezig (hierna: straalcabine 2003) en één is sinds 2011 aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2423
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201347/1/R2

202201348/1/R2

Bij besluit van 16 maart 2020 heeft het college aan B.V. Staalstraal en Metalliseerbedrijf Strabeko, Strabeko Beheer B.V. en [partij] (hierna: Strabeko) een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een straalcabine op het perceel Albionstraat 24 in Tilburg. Strabeko exploiteert een straalbedrijf aan de Albionstraat 24 in Tilburg. Het bedrijf is gelegen op de kadastrale percelen AE315, AE316 en AE317. Strabeko voert oppervlaktebehandelingen van metalen uit, zoals cabinestralen, metalliseren, poedercoaten, natlakken, glasparelstralen en thermisch reinigen. [appellanten sub 1] wonen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Tilburg nabij het straalbedrijf. [appellant sub 2] is eigenaar van het nabij gelegen perceel [locatie 3]-[locatie 4]. Hij woonde daar in een woonwagen. Op 5 februari 2020 heeft het college hem, onder oplegging van een dwangsom, gelast om dit gebruik te beëindigen en beëindigd te houden en de woonwagen te verwijderen en verwijderd te houden. Het door [appellant sub 2] daartegen gemaakte bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling heeft in de uitspraak van 7 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1440, geoordeeld dat de termijnoverschrijding verschoonbaar was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2424
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202201348/1/R2

202201986/1/R2

Bij besluit van 2 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert aan Stichting Eduquaat een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van "KindcentrumAltweerterheide" aan de Herenvennenweg 2 in Weert. Op 16 oktober 2020 heeft het college van Stichting Eduquaat een aanvraag voor een omgevingsvergunning ontvangen voor de bouw. Het college heeft bij de vergunningverlening overwogen dat het bouwplan op een aantal punten afwijkt van het bestemmingsplan "Altweerterheide, Laar, Stramproy, Swartbroek en Tungelroy". Zo is de goothoogte van het bouwplan hoger dan de maximaal toegestane goothoogte van 6 meter, wordt buiten de grenzen van het bouwvlak gebouwd en wordt de voorgevel niet opgericht in of achter de naar de weg gekeerde bouwgrens. Deze afwijkingen vallen volgens het college onder artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Bor, omdat het gaat om uitbreidingen van het hoofdgebouw en daarmee om bijbehorende bouwwerken, die (ook overigens) aan de vereisten van dat artikel voldoen. [appellant] woont naast de gronden waarop het bouwplan is voorzien, aan de [locatie], en is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2511
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201986/1/R2

202202024/1/A3

Bij besluit van 12 november 2019 heeft de burgemeester van Rotterdam het bedrijfspand van [buurtwinkel], gevestigd aan de [locatie], in Rotterdam, gesloten voor onbepaalde tijd. Op 30 oktober 2019 is het bedrijfspand van [buurtwinkel] beschoten. Hierop heeft de burgemeester op dezelfde dag het bedrijfspand met spoed gesloten voor een periode van maximaal twee weken. Op 6 november 2019 heeft de burgemeester een aanvullende rapportage van de politie ontvangen. De burgemeester heeft de bevindingen uit die rapportage, de bijbehorende ambtsberichten en een zienswijzengesprek van 8 november 2019 ten grondslag gelegd aan het besluit van 12 november 2019. Met dat besluit heeft de burgemeester het bedrijfspand gesloten voor onbepaalde tijd op grond van artikel 2:35, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2012. Daarbij heeft de burgemeester van belang geacht dat de openbare orde en het woon- en leefklimaat in de omgeving van het bedrijfspand op onaanvaardbare wijze zijn aangetast, terwijl het gaat om een kwetsbaar gebied dat is aangewezen als veiligheidsrisicogebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2494
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202024/1/A3

202202310/1/R3

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Assen het bestemmingsplan "Binnenstad Noordoost" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het noordoostelijke deel van de binnenstad van Assen. In de plantoelichting staat hierover dat het noordelijke deel van de binnenstad rommelig is geworden en dat de inrichting van de openbare ruimte onsamenhangend is. Er heeft een wildgroei van uitstallingen, reclame-uitingen en luifels plaatsgevonden. Al met al oogt dit deel van de binnenstad wat sleets. Omdat "kopen" minder belangrijk wordt en consumentenvoorkeuren verschuiven naar sfeer en beleving, vraagt dat om kwaliteit, identiteit en eigenheid die in het noordelijke deel van de binnenstad momenteel niet meer herkenbaar is, zo staat in de plantoelichting. Om deze redenen heeft de raad ervoor gekozen een nieuw bestemmingsplan vast te stellen voor het noordoostelijke gedeelte van de binnenstad van Assen, waarbij de Binnenstadvisie Assen leidend is voor de keuzes die in het bestemmingsplan zijn gemaakt. Adelaarspoot B.V. is eigenaar van een aantal percelen gelegen binnen het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2506
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202202310/1/R3

202203741/1/R2

Bij besluit van 21 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda geweigerd handhavend op te treden tegen de aanwezigheid en het gebruik van een acculaadstation voor elektrische auto’s op het terrein van Hotel Princeville. Princeville exploiteert een hotel aan de Princenhagelaan 5 in Breda. Op het terrein stonden aanvankelijk 12 laadpalen, 1 transformator en 6 omvormers voor elektrische auto’s van het merk Tesla. Eind 2020 is dat aantal uitgebreid tot 16 laadpalen en 8 omvormers: het acculaadstation. Het acculaadstation is gebouwd op het terrein van Princeville, maar is eigendom van Tesla. Vanaf 2022 kunnen ook elektrische auto’s van andere merken gebruik maken van de laadpalen. [appellant sub 3] woont aan de [locatie] in Breda, in de directe nabijheid van het acculaadstation. Op 15 juni 2018 heeft [appellant sub 3] het college verzocht handhavend op te treden tegen het acculaadstation, omdat daarvoor geen omgevings- of milieuvergunning is verleend en hij vreest voor geluidsoverlast van het acculaadstation. Het college heeft dit verzoek tot handhaving afgewezen, omdat volgens het college het acculaadstation vergunningvrij is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2505
Datum uitspraak
19 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203741/1/R2
vorige pagina1...132133134...1.273volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon