Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202303701/1/A2

Uitspraak 202303701/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2578
Datum uitspraak
25 juni 2024
Inhoudsindicatie
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 1 juni 2023, waarbij het door [appellante] tegen het besluit van de Belastingdienst/Toeslagen van 17 mei 2022 ingestelde beroep ongegrond is verklaard. [appellante] heeft aan de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om een persoonlijke betalingsregeling van € 300,00 per maand. Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek toegewezen en de persoonlijke betalingsregeling vastgesteld op € 506,00 per maand. Bij besluit van 23 februari 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 17 mei 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het besluit van 23 februari 2022 herzien en bepaald dat [appellante] € 497,00 per maand moet betalen. [appellante] betoogt in hoger beroep dat zij het bedrag van € 497,00 per maand niet kan betalen.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202303701/1/A2.
Datum uitspraak: 25 juni 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellante], wonend te [woonplaats]

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Holland van 1 juni 2023 in zaak nr. 22/3449 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Belastingdienst/Toeslagen (thans: de Dienst Toeslagen).

Openbare zitting gehouden op 17 juni 2024 om 13:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. W. den Ouden, lid van de enkelvoudige kamer;

griffier: mr. R.J.R. Hazen.

Verschenen:

Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden].

De Afdeling

I.        verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;

II.       gelast dat de Dienst Toeslagen aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 136,00 vergoedt.

Gronden

De Belastingdienst/Toeslagen heeft huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget over de jaren 2012, 2013 en 2014 van [appellante] teruggevorderd. Het totale bedrag van de terugvordering is € 12.120,00.

[appellante] heeft aan de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om een persoonlijke betalingsregeling van € 300,00 per maand.

Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek toegewezen en de persoonlijke betalingsregeling vastgesteld op € 506,00 per maand. Bij besluit van 23 februari 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 17 mei 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het besluit van 23 februari 2022 herzien en bepaald dat [appellante] € 497,00 per maand moet betalen.

De rechtbank heeft geoordeeld dat de berekende betalingscapaciteit voldoende is voor de betalingsregeling van € 497,00 per maand, zodat de totale toeslagschuld binnen de standaardbetalingsregeling van 24 maanden kan worden voldaan.

[appellante] betoogt in hoger beroep dat zij het bedrag van € 497,00 per maand niet kan betalen.

Op de zitting in hoger beroep heeft de Dienst Toeslagen toegezegd dat de terugvordering van de huurtoeslag, de zorgtoeslag en het kindgebonden budget over de jaren 2012, 2013 en 2014 buiten invordering is gesteld en dat [appellante] hiervoor dus geen betalingsverplichting meer heeft. Daarmee is het belang van [appellante] bij de behandeling van het hoger beroep komen te vervallen. Dit betekent dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is.

De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Den Ouden
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hazen
griffier

452-1033


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon