Uitspraak 202401694/4/A3


Volledige tekst

202401694/4/A3
Datum beslissing: 25 juni 2024

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op het verzoek om verschoning (ex artikel 8:19 van de Algemene wet bestuursrecht: hierna: Awb) van:

mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen.

Procesverloop

Ten aanzien van zaak nr. 202401694/3/A3, die op 25 juni 2024 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. J.A.W. Scholten-Hinloopen (hierna: de staatsraad), die als lid van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 24 juni 2024 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. Deze zaak betreft een wrakingsverzoek in zaak nr. 202401694/1/A3.

Overwegingen

1.       Ingevolge artikel 8:19, eerste lid, van de Awb kan op grond van feiten en omstandigheden als bedoeld in artikel 8:15 elk van de rechters die een zaak behandelen, verzoeken zich te mogen verschonen.

In artikel 8:15 is bepaald dat op verzoek van een partij elk van de rechters die een zaak behandelen, kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.

2.       Bij de voorbereiding van de zaak is het de staatsraad gebleken dat verzoeker in zaak nr. 202401694/3/A3 ter onderbouwing van zijn vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen leiden onder meer een verband heeft gelegd tussen de functie die de Nationale ombudsman eerder heeft vervuld als president van het College van beroep voor het bedrijfsleven en de betrokkenheid van de gewraakte staatsraad bij dat College in diezelfde periode. In de periode waarin de Nationale ombudsman president was van het College heeft de staatsraad als plaatsvervangend lid van het College gefungeerd. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van het wrakingsverzoek te voorkomen, heeft zij verzocht zich te mogen verschonen.

3.       De Afdeling acht, gezien deze motivering, inwilliging van het verzoek gerechtvaardigd.

4.       Gelet op het vorenstaande, wordt het verzoek toegewezen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek toe.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. A. ten Veen en mr. J.H. van Breda, leden, in tegenwoordigheid van mr. N.D.T. Pieters, griffier.

w.g. Minderhoud
voorzitter

w.g. Pieters
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 juni 2024