Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.543
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202303533/1/V2

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 30 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. T. Bruinsma, advocaat in Lemmer, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6209
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303533/1/V2

202400791/1/V2

Bij besluiten van 25 augustus 2023 en 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat betrokkenen genieten op grond van Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn tijdelijke bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. Bij uitspraak van 4 januari 2024 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris nieuwe besluiten neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6236
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400791/1/V2

202407358/1/V2

Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 2 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6235
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407358/1/V2

202407511/1/V3

Bij besluit van 20 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij uitspraak van 12 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M.M. Volwerk, advocaat in Leiden, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6234
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407511/1/V3

202505670/1/A3 en 202505670/2/A3

Bij besluit van 19 juni 2025 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie de aanvraag van [verzoeker] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [verzoeker] heeft zich, nadat hij zijn transportonderneming heeft gestaakt, gespecialiseerd in chauffeursdiensten. Hij wil als taxichauffeur aan de slag en heeft daarom een VOG aangevraagd. Hij is een lening aangegaan en heeft een taxibus aangeschaft. De staatssecretaris heeft de VOG op grond van artikel 35, eerste lid, van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens geweigerd. De staatssecretaris heeft over [verzoeker] binnen de terugkijktermijn van vijf jaar registraties in het Justitieel Documentatie Systeem aangetroffen. Het gaat om snelheidsovertredingen en bumperkleven. Buiten de terugkijktermijn zijn nog strafbare feiten van 2018 t/m 2020 voor een geweldsdelict en verkeersdelicten aangetroffen. In de omstandigheden van het geval heeft de staatssecretaris geen aanleiding gezien om de gevaagde VOG alsnog te verlenen. De vraag in deze zaak is of de staatssecretaris op grond van het subjectieve criterium als bedoeld in de Beleidsregels VOG-NP-RP 2025 aan [verzoeker] een VOG had moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6269
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202505670/1/A3 en 202505670/2/A3

202505816/2/R1

Bij besluit van 30 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn onder meer de locatie BH43R ter hoogte van Achter de Vest 56 in Hoorn aangewezen voor de plaatsing van ondergrondse restafval containers en bovengrondse "GFE-cocons". De aangewezen locatie ligt recht respectievelijk schuin tegenover de onderscheidene woningen van [verzoeker] en anderen. Het college heeft aangegeven dat het van plan is om de afvalcontainers in week 5 van 2026 feitelijk te plaatsen. [verzoeker] en anderen kunnen zich niet met de aangewezen locatie verenigen. Zij hebben daarom beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om het plaatsingsplan in afwachting van een uitspraak in de bodemzaak voor locatie BH43R te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6228
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505816/2/R1

BRS.25.001509

Bij besluit van 23 september 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 6 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6198
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001509

BRS.25.001811

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 13 november 2024 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 10 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6115
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001811

BRS.25.001994

Bij besluit van 11 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6201
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001994

BRS.25.002094

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6203
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002094

BRS.25.002176

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6205
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002176

BRS.25.002337 en BRS.25.002340

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6199
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002337 en BRS.25.002340

BRS.25.002401

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de minister vsn Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6151
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002401

BRS.25.002469 en BRS.25.002470

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6219
Datum uitspraak
19 december 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002469 en BRS.25.002470

202405156/1/V3

Op 8 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een eerder genomen terugkeerbesluit aangevuld. Bij mondelinge uitspraak van 17 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M. Görsültürk, advocaat in Oss, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop de gemachtigde van appellant op verzoek van de Afdeling heeft gereageerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6206
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405156/1/V3

202407428/1/V3

Bij besluit van 14 november 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 5 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. H. Hassan, advocaat in Almere, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6208
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407428/1/V3

202500731/1/V3

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (hierna: terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd. Bij datzelfde besluit is vermeld dat zij inzake terugkeer en met het oog op weigering van toegang en verblijf in het Schengeninformatiesysteem (hierna: SIS) gesignaleerd wordt. Bij uitspraak van 8 januari 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M.O. Wattilete, advocaat in Arnhem, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6114
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202500731/1/V3

202501643/5/R4

[verzoeker] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een loods op het perceel. Hij heeft kenbaar gemaakt dat hij de loods uitsluitend gaat gebruiken voor zijn grondgebonden agrarisch bedrijf. Dat gebruik is toegestaan op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Lochem 2010". Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college van burgemeester en wethouders van Lochem zich onder verwijzing naar een rapport van 9 december 2025, waarin de bevindingen zijn weergegeven van een onderzoek dat op 4 december 2025 op het perceel heeft plaatsgevonden, terecht op het standpunt gesteld dat redelijkerwijs niet valt aan te nemen dat de loods uitsluitend of ook zal worden gebruikt voor andere doeleinden dan de op het perceel geldende bestemming toestaat. Het college heeft toegezegd dat ingeval [verzoeker] de loods in de toekomst toch gaat gebruiken voor andere doeleinden dan het bestemmingsplan toelaat, hiertegen handhavend zal worden opgetreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6309
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501643/5/R4

202505315/1/V3

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 11 september 2025, gerectificeerd op 23 september 2025, heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. Š. Petković, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6207
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202505315/1/V3

202505643/2/A3

Het geding gaat over een ontheffing van het college van gedeputeerde staten van Fryslân van 2 december 2022 op grond van artikel 3.8, vijfde lid, van de Wet natuurbescherming. De ontheffing staat de Faunabeheereenheid toe om maximaal 429 steenmarters per jaar, in de periode van 1 december tot en met 30 juni, opzettelijk te vangen en te doden. De ontheffing geldt tot en met 30 juni 2026. Het college heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht de door de rechtbank getroffen voorlopige voorziening op te heffen of een andere voorziening te treffen die het gebruik maken van de ontheffing toestaat. Ook verzoekt het college om schorsing van de uitspraak, zodat het hangende de bodemprocedure geen nieuw besluit op bezwaar hoeft te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6213
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202505643/2/A3

202505739/1/R1 en 202505739/2/R1

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Diemen aan de gemeente Diemen een omgevingsvergunning verleend voor de omgevingsplanactiviteit kappen van twee bomen in een buurtmoestuin tussen de Prinses Margrietstraat en de Prinses Marijkestraat in Diemen. De omgevingsvergunning bevat het voorschrift van een herplantplicht van twee fruitbomen twee jaar na het rooien. In buurtmoestuin "De Prinses op de erwt", die ligt tussen de Prinses Margrietstraat en Prinses Marijkestraat, staan twee fijnsparren. De gemeentelijke verordening is de Bomenverordening Diemen 2010, zoals die geldt vanaf 1 januari 2024. [verzoeker] is als lid en beheerder betrokken bij de buurtmoestuin. Zij vindt dat er geen noodzaak is voor het kappen van de bomen. Volgens [verzoeker] hebben de bomen een belangrijke ecologische waarde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6210
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202505739/1/R1 en 202505739/2/R1

BRS.25.001131

Bij besluit van 20 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 8 november 2024 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 juli 2025, gerectificeerd bij uitspraak van 4 september 2025, heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6094
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001131

BRS.25.001699

Bij besluit van 22 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, voor zover de minister een terugkeerbesluit heeft genomen en inreisverbod heeft uitgevaardigd, en bepaald dat het besluit voor het overige in stand blijft. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E. Ceylan, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6099
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001699

BRS.25.001843

Bij besluit van 13 oktober 2025 heeft de minister de termijn van de aan appellant opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden. Bij uitspraak van 30 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D. van Elp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6089
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001843

BRS.25.001865

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 31 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.M. Suurmeijer, advocaat in Stadskanaal, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6090
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001865

BRS.25.002091

Bij besluit van 29 april 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 17 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.E. Groenenberg, advocaat in Nieuw-Vennep, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6227
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002091

BRS.25.002173

Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 29 juli 2025, heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. Bij uitspraak van 24 november 2025 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 21 februari 2024 door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard en het tegen het besluit van 29 juli 2025 door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6093
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002173

BRS.25.002194

Bij besluit van 23 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6097
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002194

BRS.25.002197

Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 28 juli 2025, heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. Bij uitspraak van 24 november 2025 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 21 februari 2024 door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard en het tegen het besluit van 28 juli 2025 door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6092
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002197

BRS.25.002271

Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 29 juli 2025, heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten. Bij uitspraak van 24 november 2025 heeft de rechtbank het tegen het besluit van 21 februari 2024 door appellant ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard en het tegen het besluit van 29 juli 2025 door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6091
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002271

BRS.25.002363

Bij besluit van 10 februari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 23 mei 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6218
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002363

BRS.25.002496

Bij besluit van 3 november 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 16 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6226
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002496

202505346/3/A2

Bij brief, ingekomen op 2 december 2025, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. J.M. Willems (hierna: de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer en voorzieningenrechter belast met de behandeling van de zaken nrs. 202505346/1/A2en 202505346/2/A2. [verzoeker] heeft aan het wrakingsverzoek ten grondslag gelegd dat de staatsraad bij de behandeling van zijn zaak op de zitting van 27 november 2025 bij hem de indruk heeft gewekt vooringenomen en partijdig te zijn. Hierover heeft [verzoeker] aangevoerd dat hem uit de bespreking en de vraagstelling van de staatsraad bleek dat al duidelijk was dat zijn beroep niet gegrond zou worden verklaard, en dat de staatsraad op de zitting naar de bekende weg vroeg, omdat alles al duidelijk blijkt uit zijn schriftelijke verklaringen in het dossier.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6231
Datum uitspraak
18 december 2025
  • Wraking
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505346/3/A2

202402043/1/V1

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 8 maart 2024 in zaak nr. NL24.4811. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6113
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202402043/1/V1

202500976/2/A3

Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei besloten tot openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid. Het FD heeft op grond van de Woo verzocht om gegevens over alle verschillende openstellingsrondes van de SDE, SDE+ en SDE++. Dit zijn subsidieregelingen die tot doel hebben om ondernemers en non-profit organisaties te stimuleren om grootschalig hernieuwbare energie op te wekken en de uitstoot van CO2 te verminderen. Het FD verzocht onder andere om een kopie van één of meerdere datasets van de minister die betrekking hebben op deze aangelegenheid. Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft de minister op dat verzoek beslist. Hierin is aangegeven dat er twee datasets onder het verzoek vallen. Eén dataset bevat de aantallen van projecten in het kader van de SDE, SDE+ en SDE++ die eerst waren beschikt en zijn ingetrokken. De minister heeft besloten deze dataset openbaar te maken. De andere aangetroffen dataset betrof projecten in beheer, en was reeds openbaar gemaakt. De minister heeft hoger beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat hij nog geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6106
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500976/2/A3

202501054/1/V1

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. F. Zeven, advocaat in Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 28 januari 2025 in zaak nr. NL24.27252. De minister van Asiel en Migratie heeft een nader stuk ingediend. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten. De minister heeft een verweerschrift ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6110
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501054/1/V1

202502079/1/V3

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 3 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.H. van Wingerden, advocaat in Zoetermeer, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6107
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502079/1/V3

202505588/1/A3 en 202505588/2/A3

Bij besluit van 13 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Teylingen een verzoek van [derde-belanghebbenden] om handhaving bij [verzoekster] afgewezen. [verzoekster] woont in Warmond. Daar houdt zij in haar achtertuin op hobbymatige wijze verschillende pluimveesoorten, waaronder meerdere Wyandotte-hanen. De woningen van [derde-belanghebbenden] bevinden zich in de nabije omgeving. Zij hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de door hen ervaren geluidsoverlast van de hanen. In augustus 2024 heeft [verzoekster] reeds afstand gedaan van zeven hanen. Het aantal gehouden hanen was daarmee nog vier. [verzoekster] heeft voorts toegezegd de eieren te rapen, zodat er geen nieuwe hanen meer bij komen. [derde-belanghebbenden] hebben hun bezwaar evenwel aangehouden, omdat zij nog steeds onaanvaardbare geluidsoverlast ervaren. Naar het oordeel van de rechtbank weegt de sterke emotionele waarde die de hanen voor [verzoekster] hebben niet op tegen de geluidshinder die de nabije omgeving al geruime tijd ondervindt. Hoewel [verzoekster] al maatregelen heeft getroffen om de geluidshinder te beperken, hebben deze de hinder niet naar een aanvaardbaar niveau kunnen brengen. Het college heeft zich daarom in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat het opleggen van deze last onder dwangsom in dit geval het aangewezen besluit is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6211
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505588/1/A3 en 202505588/2/A3

BRS.25.000420

Bij besluit van 24 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6045
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000420

BRS.25.001833

Bij besluit van 5 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6061
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001833

BRS.25.001968 en BRS.25.002145

Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6069
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001968 en BRS.25.002145

BRS.25.002005

Bij besluit van 22 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6064
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002005

BRS.25.002073

Bij besluit van 30 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6076
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002073

BRS.25.002089

Bij besluit van 5 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij uitspraak van 18 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. D. van Elp, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6067
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002089

BRS.25.002118

Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 20 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6086
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002118

BRS.25.002193

Bij besluit van 3 september 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6078
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002193

BRS.25.002248

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat verzoeker geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6071
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002248

BRS.25.002313

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6073
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002313

202201298/2/R3

Bij tussenuitspraak van 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3399, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 22 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stepelerveld, fase 1, partiële herziening Uitbreiding Uzin Utz" te herstellen. Bij besluit van 20 december 2023 heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 5.4 overwogen dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke gevolgen van het plan met betrekking tot de aspecten geluid en externe veiligheid. Zonder nadere motivering is niet op voorhand aannemelijk dat een poedertoren met een maximale bouwhoogte van 42 m en een maximaal oppervlak van 1.000 m2, zoals in het op 22 december 2021 vastgestelde bestemmingsplan was mogelijk gemaakt, geen invloed heeft op de aspecten geluid en externe veiligheid ten opzichte van de voorheen bestemde situatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6190
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202201298/2/R3

202201944/1/R4

Bij besluit van 14 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum een verzoek van VVG om handhavend op te treden met betrekking tot het volleybalveld op het recreatiestrand in het natuurgebied Voorland aan de Stichtseweg 3a in Blaricum toegewezen en met betrekking tot de strandverbreding, de paden en de verharding afgewezen. Het Voorland bij de Stichtse Brug is een natuurgebied met recreatiestrand en is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Begin 2019 is in opdracht van de gemeente Blaricum op de locatie het strand deels afgegraven en met zand opgehoogd. Ook zijn op de locatie een volleybalveld en een pad aangelegd. Op 7 juni 2019 heeft VVG het college verzocht om handhavend op te treden tegen de strandverbreding, het volleybalveld, de paden en de verharding. Het college heeft dit verzoek bij besluit van 14 november 2019 ten aanzien van het volleybalveld toegewezen en ten aanzien van de strandverbreding, de paden en de verharding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6182
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201944/1/R4

202202384/1/R4

Bij besluit van 21 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw besloten om door [wederpartij A] verbeurde dwangsommen van € 16.000,00 in te vorderen. Bij besluit van 22 oktober 2019 heeft het college besloten om door [wederpartij B] verbeurde dwangsommen van € 16.000,00 in te vorderen. [wederpartijen] zijn echtgenoten en waren samen eigenaar van een recreatiewoning, die zij samen bewoonden. Bij besluiten van 14 februari 2018 heeft het college [wederpartijen] allebei afzonderlijk een last onder dwangsom opgelegd, omdat zij de recreatiewoning in strijd met het ter plaatste geldende bestemmingsplan "Heel-Panheel" gebruikten voor permanente bewoning. Het college heeft [wederpartijen] gelast om binnen één jaar het hoofdverblijf in de recreatiewoning te beëindigen en beëindigd te houden. Als [wederpartijen] geen gehoor geven aan de last, verbeuren zij ieder een dwangsom van € 4.000,00 per maand, met een maximum van € 48.000,00. [wederpartijen] hebben geen bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 14 februari 2018. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college bevoegd was om de dwangsommen in te vorderen. Maar volgens de rechtbank heeft het college onvoldoende gemotiveerd waarom het de verbeurde dwangsommen volledig en niet gedeeltelijk heeft ingevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6165
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202384/1/R4

202204345/1/R4

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de minister het verzoek van de stichting om handhavend op te treden tegen de waterinjectie in Twente door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. afgewezen. In Twente wordt door de NAM productiewater, dat vrijkomt bij de oliewinning in Schoonebeek, geïnjecteerd in bestaande putten in het leeggeproduceerde gasreservoir Rossum-Weerselo (ROW). Op 4 maart 2010 zijn hiervoor drie vergunningen krachtens de Wet milieubeheer, thans omgevingsvergunningen, verleend voor de verschillende putten. Bij de oliewinning in Schoonebeek wordt stoom gebruikt om de taaie en stroperige olie warm en vloeibaar te maken, zodat de olie kan worden opgepompt. Bij dit proces condenseert de stoom en vermengt zich met water dat van nature in de diepe ondergrond aanwezig is. Nadat het mengsel van olie en water omhoog is geproduceerd, wordt het water van de olie gescheiden en via een ondergrondse pijpleiding naar een aantal lege gasreservoirs in Twente afgevoerd, waaronder het gasreservoir Rossum-Weerselo dat zich op ongeveer 1.200 tot 1.800 m diepte bevindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6129
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204345/1/R4

202204718/1/A3

Bij besluit van 26 maart 2021, gewijzigd bij besluit van 18 mei 2021, heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan ESD met toepassing van artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet eisen gesteld aan de wijze waarop artikel 4.6, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit moet worden nageleefd. ESD heeft een bedrijf dat siliciumcarbide (SiC) produceert. SiC is een hard materiaal dat onder andere toegepast wordt in schuurpapier en dieselroetfilters. SiC wordt gemaakt door zand en petroleumcokes te mengen. Uit het mengsel wordt een grote hoop opgebouwd (de "oven"). De oven wordt verhit tot een temperatuur van ongeveer 2500 graden. Door een chemische reactie ontstaat SiC. De productielocatie in Farmsum heeft zeven productietransformatoren en 24 ovenplaatsen. Er kunnen zeven ovens gelijktijdig in productie zijn. De andere ovens zijn op dat moment in opbouw-, afkoel-, uitbouw- of reparatiefase. De totale reactietijd voor een oven is ongeveer 10 dagen. Het hoger beroep van de staatssecretaris is alleen gericht tegen de uitspraak van de rechtbank voor zover die ziet op eis 1 en 2 die bij besluit van 18 mei 2021 aan ESD zijn opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6181
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202204718/1/A3

202205901/1/R4

Bij besluit van 29 december 2020 heeft de minister de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat het gebied waarvoor de winningsvergunning Papekop geldt, verkleind. Vermilion is de houder van de winningsvergunning voor het gebied Papekop. Deze vergunning is verleend op 7 juni 2006 en biedt Vermilion het alleenrecht om in dat gebied koolwaterstoffen te winnen. Vermilion betaalt als houder van de winningsvergunning mijnbouwheffingen, waaronder oppervlakterecht. In het vergunningsgebied ligt het gasveld Papekop, waaruit nog geen gas wordt gewonnen. In de rest van het gebied is geen gas, terwijl Vermilion ook voor dat deel heffingen betaalt. Daarom heeft Vermilion een aanvraag ingediend om verkleining van het gebied waarvoor de vergunning geldt. Met het besluit van 29 december 2020 heeft de minister het vergunningsgebied verkleind van 68,83 km2 naar 35,28 km2. De minister heeft het bezwaar van de stichting tegen het besluit van 29 december 2020 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de stichting geen belanghebbende zou zijn. Maar de rechtbank heeft het beroep van de stichting gegrond verklaard en geoordeeld dat de stichting wel belanghebbende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6152
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202205901/1/R4

202206197/1/A3

Bij besluit van 4 december 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub 1] een bestuurlijke boete van in totaal € 4.800,00 opgelegd wegens overtreding van twee artikelen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante sub 1] is een asbestverwijderingsbedrijf. [appellante sub 1] heeft in april en mei 2020 asbestsaneringswerkzaamheden uitgevoerd aan de [locatie A] in [plaats]. Op 13 mei 2020 heeft op die locatie een inspectie plaatsgevonden door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW. Tijdens die inspectie zijn twee overtredingen van het Arbobesluit geconstateerd. De minister heeft hiervoor aan [appellante sub 1] een bestuurlijke boete van in totaal € 4.800,00 opgelegd. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat niet met het protocol RIR gesaneerd mocht worden. [appellante sub 1] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van de twee overtredingen. Hiertoe voert zij aan dat Sanitas wel gebruik heeft gemaakt van een methode die een gelijkwaardig en zeker resultaat oplevert als protocol SCi-547, dan wel dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd waarom de gehanteerde methode zou leiden tot een ongelijkwaardig en minder zeker resultaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6166
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202206197/1/A3

202206510/1/A3

Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers het verzoek van [appellant] tot herstel in de zin van artikel 7t van de Kadasterwet afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] in Rottum. [partij] woont op het adres [locatie 2]. Op verzoek van [partij] is in 2020 een grensreconstructie uitgevoerd van de ligging van de kadastrale grens tussen de percelen kadastraal bekend als gemeente Sint Johannesga, sectie F, nummers 1497 en 1682. Nadien blijkt dat [appellant] het niet eens is met de ligging van de kadastrale grens zoals die in de Basisregistratie Kadaster staat. Hij heeft daarom bij de bewaarder een verzoek tot herstel zoals bedoeld in artikel 7t van de Kadasterwet ingediend. Hij vraagt om correctie, zodat de grens wordt gevormd door water en walkant en in een rechte lijn loopt, zoals volgens hem blijkt uit veldwerk 21. Ook verwijst hij onder meer naar een koopovereenkomst en een situatietekening behorende bij een bouwvergunning. De bewaarder heeft het verzoek tot herstel afgewezen, omdat de grens op de kadastrale kaart overeenkomt met de grens op het brondocument veldwerk 12.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6130
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202206510/1/A3

202207454/1/A3

Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft de burgemeester van Haarlemmermeer besloten om de woning aan [locatie A] in Hoofddorp voor drie maanden te sluiten. [appellante] woont met haar minderjarige zoon in de woning aan [locatie A] in Hoofddorp. Na een anonieme melding over de aanwezigheid van twee pakketten cocaïne van 28 kg heeft op 7 juli 2020 een doorzoeking van de woning plaatsgevonden. De politie heeft daarbij in de woning 24,3 kg hasj en ruim € 160.000,00 contant geld aangetroffen. De bevindingen zijn vastgelegd in de ‘Bestuurlijke rapportage [locatie A] te Hoofddorp en [locatie B] te Nieuw-Vennep’ van 9 juli 2020. Naar aanleiding van de bevindingen van de politie heeft de burgemeester besloten om de woning op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet voor drie maanden te sluiten met ingang van uiterlijk 15 oktober 2020. De woning is feitelijk drie maanden gesloten geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6052
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202207454/1/A3

202207456/1/A3

Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft de burgemeester van Haarlemmermeer besloten om de woning aan de [locatie 1] in Nieuw-Vennep voor drie maanden te sluiten. [appellant A] woont samen met zijn partner en hun twee minderjarige kinderen in de woning aan de [locatie 1] in Nieuw-Vennep. [appellante B] is zijn moeder en zij is eigenaar van de woning. Na een anonieme melding over de aanwezigheid van twee pakketten cocaïne van 28 kg heeft op 7 juli 2020 een doorzoeking van de woning plaatsgevonden. De politie heeft daarbij in de woning 1.060 gr henneptoppen en een voor het verwerken van softdrugs in kleinere hoeveelheden geschikte werkbank met daarop plastic zakken, een weegschaal en een sealmachine aangetroffen. Daarnaast trof de politie een man aan die op visite was en die € 4.000,00 aan contant geld bij zich had. De bevindingen zijn vastgelegd in de ‘Bestuurlijke rapportage [locatie 2] te Hoofddorp en [locatie 1] te Nieuw-Vennep’ van 9 juli 2020. Naar aanleiding van de bevindingen van de politie heeft de burgemeester besloten om de woning op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet voor drie maanden te sluiten met ingang van uiterlijk 15 oktober 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6183
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202207456/1/A3

202300033/1/A3

Bij besluit van 3 juni 2021 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning van [appellant] voor zes maanden gesloten. [appellant] huurde een woning aan de [locatie A] in Rotterdam van Stichting Havensteder. Het Team Criminele Inlichtingen van de politie heeft op 8 maart 2021 informatie ontvangen dat op dezelfde dag op de Peppelweg, een paar honderd meter van de woning van [appellant], een groot geldbedrag zou worden overgedragen. De politieambtenaren zagen ook dat twee personen die bij de overdracht betrokken waren de woning van [appellant] binnentraden. Naar aanleiding hiervan heeft de politie op dezelfde dag de woning van [appellant] doorzocht. Tijdens de doorzoeking zijn meer dan 67 kilo cocaïne verdeeld over 67 blokken, een vuurwapen, een patroonhouder met 15 kogels, een geldtelmachine en € 1.477.270,00 contant geld aangetroffen. De geldtelmachine en een deel van het geld zijn in de woonkamer aangetroffen en de overige goederen in de slaapkamer. In de kelderbox van de woning is een ton met bruin poeder met het opschrift 'paracetamol' aangetroffen. Bij de doorzoeking zijn ook twee mobiele telefoons, een tablet en een iPad aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6159
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202300033/1/A3

202300602/1/A3

Bij besluit van 12 januari 2022 heeft de burgemeester de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. In een bestuurlijke rapportage van 9 november 2021 staat dat de politie naar aanleiding van een anonieme melding over drugshandel vanuit de woning twee observaties heeft gedaan. Bij deze observaties zijn mogelijke drugstransacties gezien. De politie heeft vervolgens de woning doorzocht en hard- en softdrugs en attributen voor het verwerken en verkopen van drugs gevonden. Verder zijn ook een boksbeugel, een stroomstootwapen en een alarmpistool gevonden. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester de woning voor drie maanden gesloten. De rechtbank heeft de sluiting van de woning in stand gelaten. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het sluiten van de woning noodzakelijk is. Hij stelt dat onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangedragen, op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat in of vanuit de woning drugs werden verhandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6158
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202300602/1/A3

202301515/1/A3

Bij besluit van 29 april 2020 heeft de burgemeester van Oss het perceel aan de [locatie] in Oss voor zes maanden gesloten. [appellant A] en [appellante B] woonden met hun twee kinderen aan de [locatie] in Oss. Dit perceel is een woonwagenstandplaats waarop een woonwagen en schuur staan, die door hen werd gehuurd van de gemeente Oss. Achter dit perceel ligt een ander perceel met een stuk bos, dat eigendom van de gemeente is en niet werd verhuurd. Op 13 november 2019 heeft op en rond beide percelen een politieonderzoek plaatsgevonden. De bevindingen heeft de politie vastgelegd in de bestuurlijke rapportage van 9 december 2019. De rechtbank heeft - kort samengevat - geoordeeld dat er sprake is van een ruimtelijke en functionele samenhang tussen het bosperceel, de schuur en de woning en dat de burgemeester daarom bevoegd was om de woning te sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6184
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202301515/1/A3

202301695/1/R3

Bij besluit van 24 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Wolden aan maatschap [maatschap] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een vleeskalverenhouderij en het bouwen van een vleeskalverenstal. [maatschap] exploiteert een vleeskalverenhouderij aan de [locatie 1] in Drogteropslagen. Op 17 december 2020 heeft zij een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor een nieuwe stal en het uitbreiden van het aantal vleeskalveren tot 1.458 dieren. Het college heeft de omgevingsvergunning bij besluit van 24 maart 2022 verleend. De omgevingsvergunning heeft betrekking op het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van bouwwerken en gronden in strijd met de beheersverordening en het oprichten en in werking hebben van een inrichting. [appellant] woont en heeft zijn bedrijf naast het perceel waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, op het perceel [locatie 2] en [locatie 3]. Hij vreest onder meer voor bodemverontreiniging en geluidsoverlast als gevolg van de activiteiten die de inrichting verricht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6131
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301695/1/R3

202301961/1/R2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad van de gemeente Zundert het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan horecabestemming buitengebied" gewijzigd vastgesteld. Met het paraplubestemmingsplan wil de raad de rechtstreekse mogelijkheid van permanente of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten op gronden met de bestemming "Horeca" in het buitengebied juridisch-planologisch uitsluiten. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert" is volgens de raad een omissie ontstaan, waardoor het gebruik van een tijdelijke opvang of huisvesting van arbeidsmigranten rechtstreeks is toegestaan binnen de bestemming "Horeca". Deze omissie wordt volgens de raad met het parapluplan hersteld door de huisvesting van arbeidsmigranten op die gronden uit te sluiten en slechts onder strikte voorwaarden, door toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, mogelijk te maken op horecalocaties. Wernhoutsburg is eigenaar van de locatie Wernhoutseweg 181-183 in Wernhout, waar het plan mede betrekking op heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6134
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301961/1/R2

202302122/1/R1

Bij besluit van 14 februari 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Vitaal Centrum IKC Remigius" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Vitaal Centrum, IKC Remigius" voorziet in nieuwbouw van het IKC Remigius. Het plangebied omvat de gronden direct rondom het gemeentehuis van Duiven. Het gebouw zal bestaan uit twee bouwlagen met daar bovenop geplaatst enkele installaties. Het gebouw zal huisvesting bieden voor verschillende onderwijs- en aanverwante functies voor kinderen van 0 tot 13 jaar. Het gaat dan om basisonderwijs, kinderopvang, buitenschoolse opvang en orthopedagogische behandeling dat gezamenlijk onder één dak wordt gehuisvest. De bestaande parkeer- en ontsluitingsvoorzieningen hebben de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" gekregen. De resterende gronden rondom het gemeentehuis zijn voorzien van de bestemming "Woongebied -Uit te werken". [appellant] en anderen voeren aan dat de raad in strijd met artikel 3.8 van de Wro twee bestemmingsplannen heeft vastgesteld voor het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan "Vitaal Centrum IKC Remigius".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6157
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202302122/1/R1

202302287/1/R3

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland aan de provincie Zuid-Holland een omgevingsvergunning verleend voor het reconstrueren van de provinciale weg N211 (Wippolderlaan) op het perceel Zwetkade Noord nabij 1 te Wateringen. De omgevingsvergunning is onder meer verleend voor de activiteit het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan. Het projectgebied loopt vanaf de A4 tot voorbij de kruising N211 - N222/Wateringveldseweg. De aanpassingen omvatten het verbreden van de N211 van 2x2 naar 2x3 rijstroken en het realiseren van twee ongelijkvloerse kruisingen. Een ongelijkvloerse kruising betreft de kruising van de N211 - N222/Wateringveldseweg. Deze kruising wordt mede als gevolg van een participatietraject met omwonenden verdiept aangelegd. De andere ongelijkvloerse kruising betreft de kruising N211 - Laan van Wateringse Veld. Deze kruising wordt niet verdiept aangelegd, maar betreft een verhoogde kruising in de vorm van een fly-over. Het college heeft in de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning toegelicht waarom de reconstructie volgens de gemeente en de provincie nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6185
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302287/1/R3

202302806/1/R1

Bij besluit van 28 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant sub 2] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een dakopbouw op de woning op het perceel [locatie 1] in Vleuten. [appellant sub 2] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor een dakopbouw op zijn woning op het perceel. Volgens het college is het bouwplan in overeenstemming met het voor het perceel geldende uitwerkingsplan "Vleuterweide, Centrum, fase 2", zodat het college de omgevingsvergunning heeft verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ook is het bouwplan volgens het college niet in strijd met de redelijke eisen van welstand. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2] in Utrecht en is het niet eens met de vergunningverlening. [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat [appellant sub 1] geen gevolgen van enige betekenis ondervindt van het bouwplan. Volgens [appellant sub 2] is [appellant sub 1] dan ook geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij de aan hem verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6156
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302806/1/R1

202302924/1/A3

Bij besluiten van 28 januari 2022 heeft de minister van Justitie en Veiligheid de verzoeken van [appellant] om als vertaler en tolk te worden ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers afgewezen. [appellant] stond lange tijd in het Rbtv als vertaler en tolk Nederlands - Arabisch (standaard) en Arabisch (standaard) - Nederlands ingeschreven. Deze inschrijvingen zijn verlopen en daarom doorgehaald. Op 17 augustus 2021 heeft [appellant] nieuwe verzoeken tot inschrijving gedaan als vertaler en tolk voor dezelfde talen. De minister heeft de verzoeken afgewezen, omdat [appellant] volgens hem daarbij niet heeft aangetoond te voldoen aan de volgende wettelijke voorwaarden voor inschrijving: taalvaardigheid van de brontaal op ten minste C1-niveau van het Europees Referentiekader voor de Talen, taalvaardigheid van de doeltaal op ten minste C1-niveau van het ERK, ten minste 420 uur scholing om vertaalvaardigheid en -attitude te ontwikkelen en ten minste vijf jaar werkervaring als beroepsvertaler in de betreffende vertaalrichting direct voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving in het Rbtv, waarvan ten minste één jaar na afronding van de scholing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6174
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202302924/1/A3

202303108/1/R4

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal een verzoek van onder meer [appellant] om handhavend op te treden tegen overlast van de Bed & Breakfast op het perceel aan de [locatie A] in Dreumel, afgewezen. Het college heeft op 6 juni 2018 een omgevingsvergunning verleend aan [partij A] en [partij B] voor de realisatie van een Bed & Breakfast van drie kamers op het perceel. Deze omgevingsvergunning is onherroepelijk. [partij A] en [partij B] wonen zelf op dit perceel. [appellant] woont op [locatie B] in Dreumel. Zijn perceel grenst aan het perceel van de Bed & Breakfast. [appellant] heeft het college gevraagd om handhaving, omdat [partij A] en [partij B] zich volgens hem niet houden aan de voorwaarden waaronder het college de omgevingsvergunning heeft verleend. [appellant] zegt dat hij veel geluidshinder ervaart van de gasten en kinderen die gebruik maken van de tuin en de daarin aanwezige voorzieningen zoals een kippenren en een zwembad. Hij klaagt ook dat de verwarmingspomp van het zwembad veel geluid maakt. Hij meent dat de Bed & Breakfast niet in overeenstemming is met het woonkarakter en de rust in de wijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6180
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303108/1/R4

202303371/1/A3

Bij besluit van 17 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bewonersvergunning parkeren van [appellante] per 1 mei 2023 ingetrokken. Op 24 april 2020 heeft [appellante] een aanvraag gedaan voor een bewonersvergunning parkeren. Zij heeft hierbij te kennen gegeven aangegeven dat zij beschikt over een eigen stallingsplaats, maar dat zij deze niet gebruikt omdat zij angst ervaart om alleen in garages te zijn. [appellante] heeft hiertoe een verklaring van haar huisarts overgelegd. Op 24 juni 2020 heeft het college aan [appellante] de parkeervergunning verleend. Deze vergunning werd door het college steeds stilzwijgend met zes maanden verlengd. Na een controle heeft het college op 17 mei 2022 besloten om de vergunning per 1 mei 2023 in te trekken. [appellante] betoogt dat dat de parkeervergunning ten onrechte is ingetrokken. Zij betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het vertrouwensbeginsel wel is geschonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6178
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303371/1/A3

202303475/1/A3

Bij besluit van 12 november 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om als tolk te worden ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers afgewezen. Op 20 juni 2021 heeft [appellante] een verzoek tot inschrijving in het Rbtv als tolk op B2-niveau van het Europees Referentiekader voor de Talen ingediend voor onder meer de talencombinaties Nederlands - Swahili en Nederlands - Kinyarwanda. De minister heeft het verzoek voor deze talencombinaties afgewezen, omdat [appellante] niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor inschrijving. [appellante] heeft geen getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat zij in deze talen met succes een examen ter afsluiting van een opleiding tot tolk heeft afgelegd. Zij heeft ook niet op een andere manier aannemelijk gemaakt dat zij wel voldoet aan de wettelijke voorwaarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6175
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303475/1/A3

202303593/1/R2

Bij besluit van 22 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand besloten over te gaan tot invordering van de door [appellant] verbeurde dwangsommen van € 150.000,00. Bij besluit van 28 september 2017 heeft het college [appellant] onder oplegging van dwangsommen gelast om binnen 12 weken na verzending van het besluit op het perceel aan de [locatie] in Loon op Zand, voor zover nog van belang, bouwwerken 1, 3 tot en met 11, 13 tot en met 15, 18, 20 en 22 te verwijderen en verwijderd te houden, bouwwerken 12 en 16 in overeenstemming met de verleende vergunning te brengen en te houden en het meerdere te verwijderen en verwijderd te houden en de hoogte van bouwwerk 24 naar 2 m terug te brengen en te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per week per bouwwerk, met een maximum van € 25.000,00 per bouwwerk. Tijdens de controles op 9, 16, 23 en 30 juni en 15, 22 en 29 juli 2021 is geconstateerd dat bouwwerk 14 nog aanwezig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6177
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303593/1/R2

202304720/1/A3

Bij vijf besluiten van 12 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aanvragen van Amsterdam Canal Boats om exploitatievergunningen voor de passagiersvaart afgewezen. Amsterdam Canal Boats heeft het college op 7 november 2016 verzocht voor vijf vaartuigen een exploitatievergunning te verlenen voor het vervoeren van passagiers. De aanvragen waren ingeloot, wat betekende dat in beginsel tot vergunningverlening kon worden overgegaan. Het college heeft deze aanvragen echter afgewezen. Volgens het college kon geen vergunning worden verleend op basis van een vergunningstop. Bij uitspraak van 12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2958, heeft de Afdeling geoordeeld dat een vergunningstop voor onbepaalde tijd niet is toegestaan. De rechtbank heeft naar aanleiding van die uitspraak op 13 december 2018 in zaaknummers 18/4757 en 18/4760 het beroep van Amsterdam Canal Boats gegrond verklaard, het besluit op bezwaar van 13 juni 2018 vernietigd en het college opgedragen om binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6135
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304720/1/A3

202304793/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2021 heeft de burgemeester aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. In een bestuurlijke rapportage van de politie van 5 juli 2021 staat dat [appellant] op 30 juni 2021 als bijrijder in een auto op de Sportweg in Doetinchem iets aan een persoon heeft overhandigd. De politie heeft die persoon daarna gecontroleerd. Die verklaarde 3-MMC gekocht te hebben van [appellant] en dit al drie of vier keer eerder gedaan te hebben. De ondervraagde persoon overhandigde daarbij een sealbag met wit poeder aan de politie. [appellant] en de bestuurder van de auto zijn vervolgens aangehouden. Tijdens de insluiting werden bij de bestuurder dertig wikkels cocaïne aangetroffen en 26 sealbags met 3-MMC. De uiterlijke kenmerken van de sealbags kwamen overeen met die van de sealbag die de politie aantrof bij de ondervraagde persoon. Bij [appellant] zijn twee telefoons en € 385,00 aan contant geld aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6155
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304793/1/A3

202304809/1/R3

Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Rijssen-Holten geweigerd om het bestemmingsplan "Buitengebied Holten, rood voor rood, Oude Deventerweg ong. en [locatie 1]" vast te stellen. Aan de [locatie 1], in het buitengebied ten westen van de kern Holten, is een agrarisch bedrijf gevestigd bestaande uit een intensieve varkenshouderij en een extensieve zoogkoeientak. De eigenaar, [eigenaar], was voornemens om de intensieve varkenshouderij te beëindigen en alleen het houden van zoogkoeien voort te zetten. Daartoe zou hij opstallen slopen. Met toepassing van de rood-voor-roodregeling zou [appellant A] de sloopmeters van [eigenaar] inzetten voor de realisatie van een compensatiewoning op een perceel aan de Oude Deventerweg in Holten, ten westen van [huisnummer]. [appellant B] is de eigenaar van dat perceel en zou dat verkopen aan [appellant A]. Het plangebied zou dus bestaan uit twee deelgebieden; een slooplocatie en een compensatielocatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6172
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202304809/1/R3

202305419/2/R1

Bij tussenuitspraak van 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:200, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Veere opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omgeschreven gebreken in het besluit van 5 juli 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Duinpark Boulevard ong. Zoutelande" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 5.6 geoordeeld dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 2.10, vijfde lid, van de Omgevingsverordening Zeeland 2018. Daaraan heeft de Afdeling ten grondslag gelegd dat het maximaal toegestane bebouwingspercentage van 13%, als bedoeld in uitgangspunt A, onder 1 van bijlage D, van de Omgevingsverordening, reeds in de bestaande situatie wordt overschreden én dat de voorziene recreatiewoning niet wordt ontwikkeld op basis van een businessplan als bedoeld in uitgangspunt B, onder 1 van bijlage D van de Omgevingsverordening, terwijl niet door de raad is onderbouwd dat sprake is van een maatwerkoplossing als bedoeld in de Omgevingsverordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6173
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202305419/2/R1

202305594/3/R1

Bij tussenuitspraak van 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2925, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 29 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 — Reparatie partiële herziening 2021" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling twee gebreken geconstateerd naar aanleiding van het beroep van de Stichtingen. In de eerste plaats had de raad onvoldoende inzichtelijk gemaakt op welke wijze de instandhouding van situaties waarin wordt voldaan aan de zogeheten harde randvoorwaarden in het document "Beemster erven is WereldERFgoed, Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf" van 24 december 2010, is gewaarborgd in de planregels of hoe de planregels bevorderen dat aan die harde randvoorwaarden zal worden voldaan. In de tweede plaats waren artikelen 27.2 en 27.3, onder c, van de planregels voor de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie" onvoldoende duidelijk en handhaafbaar, omdat in het plan niet was uitgewerkt wat onder aanwezige cultuurhistorische waarden wordt verstaan en onder welke omstandigheden in overeenstemming hiermee wordt gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6122
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305594/3/R1

202305645/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk een aanvraag van [appellant sub 2] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Bij brief van 31 december 2014 heeft [appellant sub 2] het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij in de vorm van waardevermindering van het perceel heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 18 april 2013 vastgestelde bestemmingsplan Groot Sypel. Onder het bestemmingsplan 2013 zijn de planologische mogelijkheden van het perceel beperkt. Zo is de verkoop van LPG niet meer toegestaan en is een uitbreiding van het te bebouwen oppervlak niet meer mogelijk. [appellant sub 2] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Harderwijk. Sinds het overlijden van zijn vader op [datum] 2005 was hij voor twee vijftiende deel eigenaar van het perceel. Na verdeling van de nalatenschap is hij op 17 april 2007 voor nog eens een vijftiende deel eigenaar geworden. Sinds 2 januari 2012 is hij volledig eigenaar van het perceel, nadat hij zijn vier zussen had uitgekocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6123
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305645/1/A2

202306458/1/R2

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Boxtel het bestemmingsplan "Achter den Eijngel 2022" vastgesteld. Bij besluit van 5 september 2023 heeft het college een omgevingsvergunning voor de bouw van 65 woningen verleend. Het plan heeft betrekking op onbebouwd gebied aan de zuidzijde van de kern Lennisheuvel. In aansluiting op al bestaande bebouwing maakt het plan woningbouw mogelijk. Het gaat om de ontwikkeling van 87 grondgebonden woningen in de vorm van vrijstaande, twee-aaneen gebouwde, geschakelde en aaneengebouwde woningen, en eventueel boven-/benedenwoningen. De bedoeling is dat de zuidelijke bebouwingsrand van Lennisheuvel op een geleidelijke wijze wordt afgerond in aansluiting op het oevergebied van de Heerenbeekloop. Het gebied waar de nieuwe woningen zijn voorzien grenst aan de Heerenbeekloop. Een gedeelte van de Heerenbeekloop is onderdeel van het plangebied. Het Groene Hart betoogt dat de buitenstedelijke kernuitbreiding van woningen waarin het plan voorziet niet nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6171
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306458/1/R2

202306705/1/R1

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere onder meer zijn beslissing om op 5 juli 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen door het strandpaviljoen [naam] in Koudekerke te sluiten en te verzegelen, op schrift gesteld. In dat besluit heeft het college tevens gelast om de geconstateerde overtreding ongedaan te (laten) maken. Na een melding van de exploitant van het strandpaviljoen over het doorzakken van een constructiebalk van het strandpaviljoen heeft een toezichthouder van de gemeente op donderdag 30 juni 2022 een controle uitgevoerd. De toezichthouder heeft geconstateerd dat de constructie van het strandpaviljoen in slechte staat verkeert. De exploitant van het strandpaviljoen heeft vanaf het voorval het strandpaviljoen vrijwillig dicht gehouden voor bezoekers. Hij heeft echter op 4 juli 2022 verklaard voornemens te zijn het strandpaviljoen weer te openen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6124
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306705/1/R1

202307055/1/A3

Bij besluit van 25 januari 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de aanvraag van [vader] en [moeder] namens [appellant] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 2004 in Amsterdam. Hij is de zoon van [vader] en [moeder]. Op 8 september 2021 hebben de ouders van [appellant] bij de Nederlandse ambassade in Teheran een aanvraag gedaan voor een Nederlands paspoort voor [appellant] die destijds minderjarig was. De minister heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat de ouders ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap het Nederlanderschap van rechtswege hebben verloren en daarom [appellant] op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN ook. De vader van [appellant] heeft op 15 oktober 2019 het Nederlanderschap verloren omdat hij van 15 oktober 2009 tot en met 15 oktober 2019 onafgebroken hoofdverblijf heeft gehad in Iran. Gedurende deze periode was hij naast de Nederlandse nationaliteit tevens in het bezit van de Iraanse nationaliteit. De moeder heeft op 12 augustus 2020 het Nederlanderschap verloren omdat zij van 12 augustus 2010 tot en met 12 augustus 2020 onafgebroken hoofdverblijf heeft gehad in Iran. Gedurende deze periode was zij naast de Nederlandse nationaliteit ook in het bezit van de Iraanse nationaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6154
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202307055/1/A3

202307397/1/R3

Bij besluit van 10 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van een kantoorgebouw aan de Burgemeester Marijnenlaan 123 en 125 in Den Haag, naar twaalf short stay-appartementen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet toereikend heeft gemotiveerd dat de short stay-appartementen een hotelfunctie hebben. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het college geen toereikende motivering heeft gegeven over de fietsparkeerbehoefte van het bouwplan. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, waarna [partij] en anderen voorwaardelijk incidenteel hoger beroep hebben ingesteld. [partij] en anderen zijn omwonenden van de locatie waar het bouwplan zal worden gerealiseerd. Zij zijn het niet eens met het bouwplan, want zij vrezen een verslechtering van het woon- en leefklimaat, waaronder een toename van de parkeerdruk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6170
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307397/1/R3

202308000/1/A2

Bij besluit van 4 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2021 vastgesteld op nihil. Wijlen [appellant] ontving gezamenlijk met zijn echtgenote wijlen [echtgenote] zorgtoeslag. [echtgenote] is overleden op 15 september 2021. [appellant] is overleden op 15 oktober 2021. [appellant] heeft op 8 oktober 2021 de Dienst Toeslagen verzocht om de alleenstaande-ouderenkorting te handhaven. De Dienst Toeslagen heeft ten onrechte aangenomen dat [appellant] hiermee verzocht om het doorbreken van het toeslagpartnerschap met [echtgenote] vanaf 1 januari 2021. Als gevolg heeft de Dienst Toeslagen beoordeeld of [appellant] en Hogenkamp als alleenstaanden recht hebben op zorgtoeslag over heel 2021. [appellant] kreeg hierdoor geen zorgtoeslag en [echtgenote] had recht op zorgtoeslag van € 965,00. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat de gezamenlijke zorgtoeslag over 2021 terecht is berekend op een bedrag van € 1.346,00. De erven van [appellant] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de zorgtoeslag moet worden toegekend aan de aanvrager.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6160
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202308000/1/A2

202400036/1/A2

Bij besluit van 19 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de subsidieaanvraag van Haaglanden Beweegt in het kader van de Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport Den Haag 2021, categorie B, afgewezen. Haaglanden Beweegt is een organisatie die zich inzet voor een gezonde en actieve leefomgeving in verschillende gemeenten binnen de regio Haaglanden. Zij heeft in het kader van de Subsidieregeling een aanvraag ingediend voor subsidie Categorie B. Het doel van de subsidie is het bevorderen dat organisaties combinatiefunctionarissen aanstellen en begeleiden die sportverenigingen en -stichtingen versterken die in staat zijn sportaanbod te bieden dat aansluit op de sportbehoefte van inwoners van Den Haag. Het subsidieplafond daarvoor bedraagt € 1.440.000,00. Als het bedrag van het subsidieplafond zou worden overschreden als alle subsidiabele aanvragen zouden worden gehonoreerd, dan wordt de subsidie verdeeld volgens een zogenoemde tenderprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6136
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202400036/1/A2

202400037/1/A2

Bij besluit van 19 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de subsidieaanvraag van Haaglanden Beweegt in het kader van de Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport Den Haag 2021, categorie C, afgewezen. Haaglanden Beweegt is een organisatie die zich inzet voor een gezonde en actieve leefomgeving in verschillende gemeenten binnen de regio Haaglanden. Zij heeft in het kader van de Subsidieregeling een subsidieaanvraag ingediend voor de subsidie categorie C. Het doel van de subsidie is het bevorderen dat organisaties combinatiefunctionarissen aanstellen en begeleiden, die kinderen in de leeftijd 6 tot 18 jaar na schooltijd kennis laten maken met sporten en bewegen. Het subsidieplafond daarvoor bedraagt € 1.585.00,00. Als het bedrag van het subsidieplafond zou worden overschreden als alle subsidiabele aanvragen zouden worden gehonoreerd, dan wordt de subsidie verdeeld volgens een zogenoemde tenderprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6176
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202400037/1/A2

202400218/1/R3

Bij besluit van 26 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse een door [appellant] verbeurde dwangsom van € 50.000,- ingevorderd. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] in Lisse. In het pand is een hotel gevestigd. Bij besluit van 16 september 2020 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, omdat uit controles door toezichthouders van de gemeente is gebleken dat het pand niet als hotel wordt gebruikt, maar dat daarin arbeidsmigranten zijn gehuisvest. Dit is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan. [appellant] is gelast om de overtreding vóór 15 oktober 2020 te beëindigen en beëindigd te houden. Voldoet hij niet aan de last, dan verbeurt hij een dwangsom van € 150.000,- ineens. Op 7 december 2020 hebben toezichthouders van de gemeente het pand nogmaals bezocht. Uit hun bevindingen blijkt volgens het college dat het pand nog steeds voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt gebruikt en dat de overtreding dus op dat moment niet was beëindigd. Bij besluit van 26 juli 2021 heeft het college [appellant] laten weten dat de dwangsom van € 50.000,- is verbeurd en heeft het college deze dwangsom ingevorderd. Dit besluit heeft het college in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6163
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400218/1/R3

202400228/1/A3

Bij besluit van 18 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarn het verzoek van Fietsvrienden Pijnenburg om handhavend op te treden tegen de fysieke afsluiting van twee fietspaden op het Landgoed Pijnenburg in Baarn, afgewezen. [appellant sub 2] is eigenaar van Landgoed Pijnenburg, waarop zich een aantal paden bevindt. In 2019 heeft [appellant sub 2] twee paden afgesloten door middel van hekwerken. Het gaat om de Emilialaan/Buurtlaan en de Stulpselaan/Puinweg. Bij brief van 2 november 2020 heeft Fietsvrienden Pijnenburg het college verzocht om handhavend op te treden tegen de afsluiting van die paden. Het college heeft dat verzoek afgewezen omdat de paden geen openbare wegen zijn in de zin van de Wegenwet. Het hoger beroep van Fietsvrienden Pijnenburg richt zich op het oordeel van de rechtbank dat het pad Emilialaan geen openbare weg is in de zin van de Wegenwet. De rechtbank heeft overwogen dat het pad slechts openbaar kan zijn als het gedurende dertig jaar voor een ieder toegankelijk is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6137
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202400228/1/A3

202400729/1/R1

Bij besluit van 12 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest de locatie aan de Burgemeester Grothestraat (locatie: XT 32) in Soest aangewezen voor het plaatsen van drie ondergrondse containers. Bij het besluit heeft het college de locatie op de Burgemeester Grothestraat, ter hoogte van de huisnummers 56 en 58, aangewezen voor de plaatsing van drie ondergrondse containers. Het gaat om containers voor restafval, PMD en GFT. Deze containers zijn bestemd voor bewoners van de appartementen aan de Oranjehof en bewoners van de appartementen aan de Dokter Rupertlaan 2 tot en met 22. Ook een aantal andere bewoners van appartementen in de omgeving zal gebruik gaan maken van deze ondergrondse containers. [appellant A] en [appellant B] wonen op de Burgemeester [locatie]. De afstand tussen de aangewezen locatie en de gevel van de woning van [appellant A] en [appellant B] is ongeveer 18 meter. Tussen hun woning en de aangewezen locatie ligt, naast de tuin van de woning, een pad, een groenstrook, een stoep en een fietspad. De aangewezen locatie bevindt zich ten zuiden van het fietspad in een strook met parkeerplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6138
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202400729/1/R1

202400777/1/R3

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn aan [appellant A] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en onder c en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant A] en [appellante B] zijn eigenaar van het perceel gelegen aan de [locatie 1] in Aarlanderveen. Op het perceel staan verschillende opstallen, waaronder een woonboerderij. Direct naast het perceel, op de percelen gelegen aan de [locatie 2] respectievelijk [locatie 3], exploiteert [bedrijf C] een (glas)tuinbouwbedrijf. [bedrijf C] heeft het college op 19 juli 2022 verzocht om handhavend op te treden, omdat op het perceel vier illegale burgerwoningen zouden zijn gerealiseerd. Bij de inspectie die heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het handhavingsverzoek van [bedrijf C] is geconstateerd dat er in de woonboerderij op het perceel vier wooneenheden zijn gerealiseerd, terwijl slechts één burgerwoning is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6169
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400777/1/R3

202400979/1/R3

Bij besluit van 19 september 2022 heeft het college aan [partij], een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakopbouw op de woning aan de [locatie 1] in Zoetermeer. [partij] wil een dakopbouw plaatsen op haar woning aan de [locatie 1] in Zoetermeer. Zij heeft daarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Ter plaatse van haar woning en in de directe omgeving daarvan gelden de regels van het bestemmingsplan "Dorp IV". Het bouwplan van [partij] om een dakopbouw te plaatsen op haar woning is niet in overeenstemming met een aantal regels in dit bestemmingsplan. [appellant] woont naast [partij] aan de [locatie 2] in Zoetermeer. De woningen grenzen direct aan elkaar met een tussenmuur die mandelig is. [appellant] is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Hij vreest dat de constructieve veiligheid in het geding is, onder andere omdat de draagkracht van de vloer van de dakopbouw (hierna ook wel zoldervloer genoemd) volgens hem niet toereikend is. Ook voert hij aan dat het bouwplan nadelige gevolgen heeft voor zijn woon- en leefklimaat en dat hij in de gebruiksmogelijkheden van zijn woning wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6192
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400979/1/R3

202401207/1/A3

Bij besluit van 12 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal de verandering van de uitweg op het perceel Atoomweg 22 te Roosendaal toegestaan. Op 27 september 2022 is door Daiwa House Modular Europe B.V. een melding ingediend voor het veranderen van een bestaande uitweg op het perceel Atoomweg 22 te Roosendaal. Het college heeft bij het besluit van 12 oktober 2022 de verandering toegestaan. [appellante A] en anderen hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij het besluit van 11 april 2023 heeft het college het bezwaar voor zover ingediend door SMS Pompen Service B.V., SMS Metaal Service B.V., V.O.G. Beheer B.V. en [appellant D] niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft het bezwaar voor zover ingediend door [appellante A], [appellant B], Sucom Nederland B.V. en [appellante C] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat SMS Pompen Service B.V., SMS Metaal Service B.V., V.O.G. Beheer B.V. en [appellant D] door het college terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Hun percelen ontsluiten niet op de Atoomweg en de eigenaars van de panden ondervinden geen gevolgen van enige betekenis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6139
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401207/1/A3

202401371/1/A3

Bij besluit van 5 april 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Landal Sluftervallei een ontheffing verleend voor het vangen en doden van konijnen op vakantiepark Landal Sluftervallei op Texel. Landal exploiteert een vakantiepark op Texel. Landal heeft een ontheffing aangevraagd om de populatie wilde konijnen op het vakantiepark beheersbaar te houden. Het college heeft de aangevraagde ontheffing. In de bezwaarprocedure heeft de Hoor- en adviescommissie op 7 september 2023 het college geadviseerd om nader ecologisch onderzoek te laten uitvoeren. Naar aanleiding van dit advies heeft ecologisch adviesbureau EcoTex op verzoek van Landal ecologisch onderzoek verricht en een advies uitgebracht. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de nu ter beoordeling voorliggende ontheffing nodig is ter voorkoming van schade die zal ontstaan bij een snelle vermeerdering van de nu op het park aanwezige konijnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6161
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202401371/1/A3

202401854/1/A2

Bij besluit van 9 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [appellante] over 2020 vastgesteld op € 1.163,00 en € 87,00 teruggevorderd. Bij besluit van 27 december 2019 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een voorschot zorgtoeslag over 2020 verleend van € 1.250,00, uitgaande van een geschat inkomen van € 12.313,00. Op 26 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen een melding gekregen van de Basisregistratie Inkomensgegevens dat het inkomen van [appellante] in 2020 € 22.070,00 bedraagt. De Dienst Toeslagen heeft op basis hiervan de zorgtoeslag over 2020 definitief berekend en het teveel betaalde voorschot van € 87,00 teruggevorderd. Volgens de Dienst Toeslagen valt een kennelijke nabetaling die [appellante] heeft ontvangen in 2020 van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet onder het toetsingsinkomen voor haar recht op zorgtoeslag. In de Wet op de zorgtoeslag is geen bepaling opgenomen op grond waarvan een dergelijke nabetaling buiten beschouwing kan worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6164
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401854/1/A2

202402195/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Someren een aanvraag van [wederpartij] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [wederpartij] is sinds 17 oktober 1985 eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Lierop en exploitant van een opfok- en vermeerderingsbedrijf in pluimvee op dit perceel. De agrarische activiteiten op het pluimveebedrijf bestonden tot voor kort uit het grootbrengen van kuikens tot kippen. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het in de rede om in deze specifieke situatie een toerekening naar redelijkheid toe te passen, waarbij het antwoord op de vraag aan welke gebeurtenis of gebeurtenissen de schade wordt toegerekend, afhangt van diverse factoren en de omstandigheden van het geval. Het college is het niet eens met het oordeel van de rechtbank. Het college voert aan dat het alleszins aannemelijk is dat er een verband bestaat tussen de komst van het vogelasiel en de opzegging van contracten vanwege de vrees voor verspreiding van dierziektes, maar dat het daarbij slechts om een indirect of afgeleid gevolg gaat en niet om een rechtstreeks en ruimtelijk relevant gevolg van de planologische wijziging

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6179
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202402195/1/A2

202403062/1/A2

Bij besluit van 2 september 2022 heeft het college an burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. In april 2020 is [appellante] met haar dochter verhuisd van Amsterdam naar Almere om te gaan samenwonen met haar toenmalige partner. Tijdens deze relatie is er sprake geweest van verbaal en fysiek geweld. Na het beëindigen van de relatie is [appellante] in december 2020 met haar dochter terugverhuisd naar Amsterdam. Zij heeft op 4 juli 2022 een urgentieverklaring aangevraagd. Op dat moment had zij een briefadres en verbleef zij samen met haar toen tweejarige dochter afwisselend bij kennissen. [appellante] geeft aan dat zij met haar dochter op straat komt te staan en dat zij daarom met spoed een woning nodig heeft. Zij kan dan ook haar trauma’s verwerken en haar dochter de mogelijkheid geven om zich goed te ontwikkelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6162
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403062/1/A2

202403590/1/R4

Bij besluit van 17 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanbouwen van een bijbehorend bouwwerk met twee bouwlagen aan de zijgevel van een woning op het perceel [locatie] te Maartensdijk. [appellante] is eigenaar van de woning. In maart 2022 is zij begonnen met bouwwerkzaamheden aan de woning, bestaande uit het aanbouwen van een bijbehorend bouwwerk met twee bouwlagen aan de zijgevel van de woning. Een toezichthouder van de gemeente De Bilt heeft in maart 2022 geconstateerd dat de bouwwerkzaamheden niet vergunningvrij zijn. Daarop heeft [appellante] de aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend waarover het in deze zaak gaat. Het college heeft aan de weigering ten grondslag gelegd dat de aanbouw in strijd is met het op het perceel geldende bestemmingsplan "Maartensdijk 2009".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6153
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403590/1/R4

202403799/1/R3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Achtkarspelen het bestemmingsplan "De Singel 35 e.o. te Harkema" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een woning op het perceel De Singel 35 mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6109
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403799/1/R3

202404039/1/A2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond een bij besluit van 13 april 2023 aan [appellant] verleende urgentieverklaring ingetrokken. Het Centrum voor Dienstverlening in Rotterdam heeft namens [appellant] een aanvraag om een urgentieverklaring ingediend. Bij besluit van 13 april 2023 heeft de SUWR aan [appellant] directe bemiddeling verleend op basis van de urgentiegrond ‘Doorstroom vanuit een hulpverleningstraject’ als bedoeld in artikel 5.7 van Bijlage I van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 (hierna: de Verordening). De SUWR heeft bij besluit van 6 juni 2023 de urgentieverklaring ingetrokken, omdat [appellant] in strijd met het besluit van 13 april 2023 een aangeboden woning heeft afgewezen. [appellant] betoogt dat de rechtbank met haar opsomming van alle vindplaatsen waaruit hij had kunnen afleiden dat hij niet het recht had om een aangeboden woning éénmaal af te wijzen, voorbij is gegaan aan zijn verstandelijke beperking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6150
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404039/1/A2

202404086/1/R4

Bij besluit van 23 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Woerden het bestemmingsplan "Woningbouwlocatie Wittlaan 12" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt 29 grondgebonden woningen met bijbehorende infrastructurele voorzieningen op het perceel Wittlaan 12 in Woerden mogelijk. De bestaande bedrijfsactiviteiten op deze locatie zullen hiervoor plaatsmaken. Het bestemmingsplan maakt ook het doortrekken van een fietsroute over het Adriaan Duyckpad, ten westen van het plangebied, naar de ten oosten van het plangebied gelegen woonwijk, waarin de woning van [appellant] aan de [locatie] is gelegen, mogelijk. Aan die oostzijde van het plangebied zal hiervoor een fietsbrug worden gebouwd. De locatie waar de brug is beoogd, ligt buiten het plangebied. [appellant] vreest door de fietsroute voor een verkeersonveilige situatie in zijn wijk. Tegen de woningbouw op zich heeft hij geen bezwaren. The International Trade B.V. is de initiatiefnemer van de planontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6117
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404086/1/R4

202404196/1/A3

Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft de minister aan [bedrijf] onder meer een bestuurlijke boete opgelegd van € 57.000,00. De minister heeft bij het besluit van 8 augustus 2022 aan [bedrijf] de bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van bepalingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Uit een door de Inspectie Leefomgeving en Transport opgesteld boeterapport van 25 maart 2021 en een aanvullend boeterapport van 24 januari 2022 volgt, dat naar aanleiding van een melding is vastgesteld dat [bedrijf] op 2 november 2020 bij renovatiewerkzaamheden van een school niet-gecertificeerd en op onjuiste wijze asbestwerkzaamheden heeft verricht. Daarbij zijn twee werknemers blootgesteld aan asbestvezels en vielen brokstukken van een asbesthoudende dakdoorvoer in onder meer een lokaal waar les werd gegeven. [bedrijf] heeft van de asbestwerkzaamheden geen melding gemaakt. De minister verwijt [bedrijf] te hebben nagelaten het asbeststof zo laag mogelijk te houden, de asbestwerkzaamheden te melden, doeltreffende maatregelen te nemen en te voldoen aan de certificaatverplichtingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6149
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202404196/1/A3

202404973/1/A2

Bij besluit van 2 januari 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van private schulden afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. In hoofdstuk 4 van de Wht is geregeld onder welke voorwaarden gedupeerden in aanmerking komen voor het overnemen en betalen van private schulden. De voor dit geschil relevante bepalingen van die wet zijn opgenomen in de bijlage. [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om overname van een private schuld van € 252.033,37. De geldschuld bestaat uit drie delen. De minister heeft zich voor leningdeel I op het standpunt gesteld dat het gaat om een hypothecaire lening en dat er geen restschuld bestaat na verkoop van of verhaal op de verhypothekeerde zaak. Dit sluit overname van die schuld uit. Daarnaast staat niet vast dat de schuld vóór 1 juni 2021 opeisbaar was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6140
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404973/1/A2
vorige pagina12345...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon