Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202403402/1/R2

Uitspraak 202403402/1/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2156
Datum uitspraak
14 april 2026
Inhoudsindicatie
Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 1 mei 2024 van de rechtbank Oost­Brabant. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning van [partij] voor een aanbouw aan zijn woning. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van het college van 19 december 2022 waarin deze vergunning in stand is gelaten, omdat het college in de vergunning volgens hem voor het bepalen van het peil ten onrechte is aangesloten bij de bovenkant van de afgewerkte vloer van het hoofdgebouw.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202403402/1/R2.
Datum uitspraak: 14 april 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Vught,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-­Brabant van 1 mei 2024 in zaak nr. 23/241 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Vught.

Openbare zitting gehouden op 14 april 2026 om 10:45 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter;
griffier: mr. M. Scheele;
jurist: mr. R. Hellinga.

Verschenen:
-[appellant], bijgestaan door mr. M.J. Smaling, rechtsbijstandverlener in Utrecht;
-het college, vertegenwoordigd door ir. I.A.G.J. Reijnders;
-[partij].

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 1 mei 2024 van de rechtbank Oost­Brabant. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning van [partij] voor een aanbouw aan zijn woning. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van het college van 19 december 2022 waarin deze vergunning in stand is gelaten, omdat het college in de vergunning volgens hem voor het bepalen van het peil ten onrechte is aangesloten bij de bovenkant van de afgewerkte vloer van het hoofdgebouw.

De rechtbank heeft dit beroep ongegrond verklaard.

De Afdeling
I.        verklaart het hoger beroep gegrond;
II.       vernietigt de uitspraak van de rechtbank Oost-­Brabant van 1 mei 2024 in zaak nr. 23/241;
III.      vernietigt het besluit van 19 december 2022;
IV.      veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Vught tot vergoeding van bij [appellant] in verband met de behandeling van het beroep en hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 3.597,00, waarvan € 3.542,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;
V.       gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Vught aan [appellant] het door hem voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrag van € 463,00 vergoedt.

Redenen voor dit oordeel:

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het hoger beroep blijft het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.

2.       Naar het oordeel van de Afdeling kan artikel 1.56, onder b van de planregels van het bestemmingsplan "Villapark Loonsebaan" bij de bepaling van het peil worden toegepast. Dit artikel bepaalt dat het peil voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst gelijk is aan de gemiddelde hoogte van het terrein bij voltooiing van de bouw. Zoals de rechtbank ook heeft overwogen is toepassing van dit artikel, anders dan [appellant] betoogt, in het voorliggende geval niet evident onrechtmatig. Dat dit als gevolg heeft dat gronden van het perceel kunnen worden opgehoogd, waardoor het peil hoger kan uitvallen geeft geen aanleiding voor een ander oordeel.

3.       De Afdeling is voorts van oordeel dat de hoofdtoegang van de aanbouw dezelfde is als die van het hoofdgebouw. Anders dan [appellant] betoogt, staat het ontbreken van een hoofdtoegang in de aanbouw dus ook niet in de weg aan toepassing van artikel 1.56, onder b van de planregels.

4.       Dat betekent dat voor het bepalen van het peil gekeken moet worden naar de gemiddelde hoogte van het terrein, en dus in dit geval het hele perceel, bij voltooiing van de bouw. Het college heeft naar het oordeel van de Afdeling onvoldoende inzichtelijk gemaakt dat de gemiddelde hoogte van het terrein bij voltooiing van de bouw dezelfde is als die van de afgewerkte vloer van het hoofdgebouw, waarvan het in het bestreden besluit is uitgegaan. In dat verband oordeelt de Afdeling dat niet gebleken is dat de meetrapportage van Spectgroep van 6 juni 2025, die het college in hoger beroep heeft aangeleverd, een juiste weergave van het peil als bedoeld in artikel 1.56, onder b van de planregels geeft. De gemiddelde hoogte van het hele terrein is hier namelijk niet in opgenomen.

In dit opzicht is de uitspraak van de rechtbank dus onjuist.

5.       Het beroep van [appellant] is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant en vernietigt het besluit op bezwaar van het college 19 december 2022, waarin het heeft besloten op de bezwaren van [appellant] tegen de omgevingsvergunning voor een aanbouw. Het college moet de proceskosten van [appellant] vergoeden.

6.       Het college zal nu opnieuw een besluit over de bezwaren van [appellant] moeten nemen binnen de daarvoor geldende termijn.

w.g. Minderhoud
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Scheele
griffier

723-1192


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon