Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.991
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.002483

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3247
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002483

BRS.26.002566

Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3242
Datum uitspraak
8 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002566

202601177/2/A3

Bij uitspraak van 13 mei 2026 in zaak nr. 202601177/3/A3 heeft de voorzieningenrechter bij wijze van ordemaatregel de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 6 maart 2026 in zaak nr. 25/1419 geschorst en bepaald dat de minister van Financiën geen nieuw besluit hoeft te nemen op het bezwaar van [wederpartij], totdat de voorzieningenrechter heeft beslist over de opheffing of wijziging van deze voorlopige voorziening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3148
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601177/2/A3

BRS.25.000854

Bij besluit van 25 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3145
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000854

BRS.25.001284

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3220
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001284

BRS.25.001559

Bij besluit van 5 maart 2025, aangevuld bij besluit van 10 juni 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3223
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001559

BRS.25.002117

Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3219
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002117

BRS.26.000705

Bij besluit van 19 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3190
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000705

BRS.26.001214

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3224
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001214

BRS.26.001227

Bij besluit van 4 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3213
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001227

BRS.26.002108

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3225
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002108

BRS.26.002111

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3227
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002111

BRS.26.002541

Bij besluit van 28 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3221
Datum uitspraak
5 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002541

202302313/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3237
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302313/1/V1

202504774/2/A3

Bij besluiten van 16 en 18 juli 2022 hebben de burgemeester en de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Velsen. aan de Harddraverij-Vereniging Santpoort en omstreken (de vereniging) en Stichting Verenigde Horeca(bedrijven) Santpoort (de stichting) vergunningen en ontheffingen verleend voor het Dorpsfeest in Santpoort-Noord voor de periode van 30 juli tot en met 6 augustus 2022. [verzoeker] woont aan de [locatie] in Santpoort-Noord. In Santpoort-Noord wordt jaarlijks in de zomer het Dorpsfeest georganiseerd. Tijdens het Dorpsfeest staat er een podium op de Terrasweg, waar ’s avonds muziek te horen is. Ook worden in de Terrasweg luidsprekers opgehangen, waarmee muziek wordt afgespeeld, mededelingen worden gedaan en commentaar wordt geleverd bij onder meer het ringsteken. Op grond van het bestemmingsplan "Santpoort-Noord" geldt ter hoogte van de Terrasweg de enkelbestemming "verkeer", de dubbelbestemming "waarde-archeologie" en de gebiedsaanduiding "overige zone - evenemententerrein".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3147
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202504774/2/A3

202600015/1/R1 en 202600015/2/R1

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heiloo geweigerd een vergunning te verlenen voor het bouwen van een garage op het perceel [locatie] te Heiloo. [wederpartijen] zijn eigenaar van de hoekwoning op het perceel [locatie] te Heiloo. Zij wensen een 5 m brede en 3 m hoge garage annex schuur aan te bouwen naast de woning. Daar waar de garage beoogd is, is op dit moment een betegelde oprit aanwezig. Om de garage te kunnen realiseren hebben [wederpartijen] de helft van een naast hun perceel liggende strook grond gekocht van de gemeente. Op de overgebleven helft van de gemeente staan struiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3228
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600015/1/R1 en 202600015/2/R1

202601094/2/R2

Bij besluit van 2 december 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout aan [partij A] een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen verleend voor het verbouwen van een woning en het bouwen van een nieuwe garage op het achtererf van het perceel aan de [locatie 1] in Den Hout. [partij A] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor het afbreken van een bestaande schuur, het aanleggen van verharding en het bouwen van een nieuwe garage op het achtererf aan de [locatie 1] in Den Hout. Op het perceel is het omgevingsplan van de gemeente Oosterhout van toepassing. Het bestemmingsplan "Kerkdorp Den Hout 2018" maakt deel uit van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Oosterhout.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3230
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202601094/2/R2

202601274/2/A2

Bij besluit van 31 december 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen een verzoek van [wederpartij] om herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag over 2017 afgewezen. Op 26 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de Catshuisregeling aan [wederpartij] een forfaitaire vergoeding van € 30.000,00 toegekend. Naar aanleiding van de daaropvolgende integrale beoordeling heeft de Dienst Toeslagen zich echter bij besluit van 31 december 2021 op het standpunt gesteld dat hij geen fouten heeft gemaakt tijdens de beoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag over het jaar 2017. Bij besluit op bezwaar van 18 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen dit standpunt gehandhaafd. Tegen dit besluit heeft [wederpartij] beroep ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat [wederpartij] niet voldoet aan de wettelijke vereisten voor het recht op compensatie op grond van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3146
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601274/2/A2

202601380/2/A2

Bij besluit van 5 maart 2025 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om een herbeoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag vanaf het jaar 2013 afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag van [wederpartij] om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag in het kader van de hersteloperatie toeslagen niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de aanvraag op 2 januari 2024, na afloop van de wettelijke termijn, is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)). Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen ongegrond verklaard. Tegen dit besluit heeft [wederpartij] beroep ingesteld. De rechtbank heeft geoordeeld dat [wederpartij] aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van bijzondere omstandigheden waardoor hij niet in staat was de aanvraag tijdig in te dienen en dat hij de aanvraag gegeven de omstandigheden niet onredelijk laat heeft ingediend. De termijnoverschrijding is dus verschoonbaar, waardoor de Dienst Toeslagen de aanvraag alsnog inhoudelijk in behandeling moet nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3144
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601380/2/A2

BRS.25.001488

Bij besluit van 22 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3115
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001488

BRS.26.001587 en BRS.26.001603

Bij brief van 5 mei 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers betrokkenen geïnformeerd over een inhouding van verstrekkingen krachtens de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 (Rva-verstrekkingen) in de periode van mei 2024 tot augustus 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3130
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001587 en BRS.26.001603

BRS.26.001792

Bij brief van 29 oktober 2019 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers appellant meegedeeld dat het de gemeente Borger-Odoorn bereid heeft gevonden om bij voorrang woonruimte voor haar beschikbaar te stellen (koppelingsbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3131
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001792

BRS.26.001795

Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3137
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001795

BRS.26.002180

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in vreemdelingenbewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3128
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002180

BRS.26.002308 en BRS.26.002309

Bij besluit van 14 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3132
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002308 en BRS.26.002309

BRS.26.002361

Bij besluit van 17 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3118
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002361

BRS.26.002394

Bij besluit van 15 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3138
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002394

BRS.26.002408 en BRS.26.002629

Bij besluit van 20 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3226
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002408 en BRS.26.002629

BRS.26.002593 en BRS.26.002594

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3134
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002593 en BRS.26.002594

BRS.26.002736

Bij besluit van 24 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3239
Datum uitspraak
4 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002736

202406275/1/V2

Bij besluit van 21 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3155
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406275/1/V2

202503866/1/V3

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3124
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503866/1/V3

202505197/1/V2

Bij besluit van 1 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3150
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505197/1/V2

202600705/1/R3 en 202600705/2/R3

Bij besluit van 9 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eemsdelta aan SynVest Dutch RealEstate I B.V. (SynVest) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een sportschool op de eerste verdieping van het pand aan de Farmsumerweg 126b in Appingedam. Op 27 mei 2021 heeft SynVest een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor het realiseren van een sportschool op de eerste verdieping van het pand. Bij besluit van 9 juli 2021 heeft het college deze vergunning verleend. Bij besluit van 16 juli 2024 heef het college dit besluit in stand gelaten onder aanvulling van de motivering. Volgens het college rust op het perceel waar het pand is gevestigd op grond van het bestemmingsplan "Stad Appingedam" de bestemming "Detailhandel - 2". Volgens het college is, gelet op de door SynVest gegeven onderbouwing van de aangevraagde activiteit, sprake van een fitnesscentrum en is ook overigens aan de voorwaarden uit artikel 19.5 van de planregels voldaan. [appellante] is gevestigd op de begane grond van het pand. Zij vreest overlast als gevolg van de sportschool en is daarom opgekomen tegen de verlening van de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3110
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600705/1/R3 en 202600705/2/R3

BRS.25.002425

Bij brief van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant meegedeeld dat de rechten van de Richtlijn tijdelijke bescherming voor hem op 4 september 2025 stoppen omdat de bevriezingsmaatregel eindigt, en dat hij vanaf die datum vier weken de tijd heeft om te vertrekken uit Nederland als hij op dat moment geen andere verblijfsvergunning of een openstaande aanvraag daarvoor heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3091
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002425

BRS.26.002191 en BRS.26.002192

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3121
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002191 en BRS.26.002192

BRS.26.002247

Bij besluit van 25 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3114
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002247

BRS.26.002386 en BRS.26.002387

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3095
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002386 en BRS.26.002387

BRS.26.002420

Bij besluit van 8 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3116
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002420

BRS.26.002596

Bij besluit van 9 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3141
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002596

BRS.26.002695

Bij besluiten van 3 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3217
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002695

202204900/1/R4

Bij besluit van 19 april 2022 heeft de raad van de gemeente Aalten het bestemmingsplan "Kern Aalten, uitbreiding bedrijventerrein 't Broek 2022" vastgesteld. De gecoördineerde besluiten voorzien in een aantal ontwikkelingen, waaronder het slopen van 2 woningen en het kappen van een aantal bomen. Het beroep van SNMA is gericht tegen het plan dat de bouw mogelijk maakt van een opslaghal voor ISG Lettink aan de Dinxperlosestraatweg 70 in Aalten en een opslag- en expeditiehal voor Kaemingk aan de Vierde Broekdijk 51 in Aalten en tegen de verleende omgevingsvergunning aan Kaemingk. SNMA betoogt dat een maximale bouwhoogte van 16,5 m die het plan mogelijk maakt voor de bedrijfshal van Kaemingk uit ruimtelijk oogpunt niet aanvaardbaar is. Een dergelijke bouwhoogte is een te grote aantasting van het landschap, ondanks de voorziene landschappelijke inpassing. Ook is volgens SNMA de toegestane bouwhoogte veel groter dan de hoogte van de andere gebouwen op het bestaande industrieterrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3186
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204900/1/R4

202207347/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2020, aangevuld bij besluit van 20 juli 2020, heeft de burgemeester de woning van [appellant] voor drie maanden gesloten. Bij het besluit van 8 november 2022 heeft de burgemeester opnieuw op het bezwaar van [appellant] beslist. Volgens de burgemeester is de sluiting van de woning voor de duur van drie maanden geschikt, noodzakelijk en evenwichtig. Het doel van de sluiting is het creëren van een veilige woonomgeving en het herstellen van de openbare orde. Met de sluiting worden eventuele toekomstige overtredingen voorkomen en komt een eind aan de veroorzaakte illegale situatie. De burgemeester neemt verder in aanmerking dat [appellant] in 2011 is veroordeeld voor hennepteelt. Om recidive te voorkomen acht de burgemeester sluiting van de woning noodzakelijk. Ook blijkt uit de bestuurlijke rapportage en een aanvullende rapportage van Liander, de netbeheerder, dat sprake was van brandgevaar en dat dit gevaar in rechtstreeks verband stond met de aangetroffen hennepkwekerij. De burgemeester heeft de aanvullende rapportage van Liander ten grondslag gelegd aan het nieuwe besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3187
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202207347/1/A3

202301063/1/R3

Bij besluit van 7 december 2022 hebben provinciale staten van Overijssel het inpassingsplan "Bergvennen en Brecklenkampse Veld" gewijzigd vastgesteld. Het inpassingsplan maakt een aantal interne en externe maatregelen voor het beheer en herstel van het Natura 2000-gebied juridisch mogelijk. In het Natura 2000 beheerplan "Bergvennen & Brecklenkampse Veld" zijn verschillende maatregelen beschreven die nodig zijn om de instandhoudingsdoelstellingen voor dat Natura 2000-gebied te behalen. Het inpassingsplan maakt een deel van die maatregelen mogelijk. Daarbij gaat het met name om maatregelen die tot vernatting van percelen in en nabij het Natura 2000-gebied leiden. Deze maatregelen zijn opgenomen in een bij de regels van het inpassingsplan behorend inrichtingsplan. Landschap Overijssel is eigenaar van het overgrote deel van de gronden in het plangebied. Appellanten zijn grondeigenaren en omwonenden met gronden in de (directe) omgeving van het plangebied. Zij zijn het niet eens met het plan, met name omdat zij vrezen voor vernatting van hun gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3168
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202301063/1/R3

202302921/1/R1

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een woning aan de [locatie 1] in Breukeleveen. [partij] is eigenaar van het perceel aan de [locatie 1] in Breukeleveen. Hij heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning op het westelijke deel van het perceel. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Plassengebied Loosdrecht 2013". Op het perceel rusten, voor zover hier van belang, de bestemming "Wonen" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2". Verder is de gebiedsaanduiding "milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied 1" aan het perceel toegekend. Het college is ervan uitgegaan dat de woning in overeenstemming is met het bestemmingsplan. [appellant] woont op het aangrenzende perceel aan de [locatie 2] en is het om verschillende redenen niet eens met de verleende omgevingsvergunning voor de bouw van de woning. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld omdat hij een verdergaande vernietiging van het besluit op bezwaar wil bereiken. Volgens hem is de rechtbank er ten onrechte aan voorbij gegaan dat de woning op meer punten in strijd is met het bestemmingsplan dan waarvan de rechtbank is uitgegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3181
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302921/1/R1

202304853/1/R1

Bij besluit van 22 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan Bouwadviesbureau C&G Partners B.V. vergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van recreatieve appartementen naar permanente bewoning op het perceel Burgerweg 9, appartementen 1 tot en met 20, in Burgerbrug. Op het perceel zijn aanwezig restaurant De Brugwachter en appartementencomplex Residenz Polderblick met 20 appartementen en 21 bergingen. In het verleden is de eigendom gesplitst in een gedeelte met restaurant met berging en een privégedeelte met appartementen en bergingen. Ten behoeve van deze hoofdsplitsing is de Vereniging van Eigenaars Polderblick opgericht. Het privégedeelte met appartementen en bergingen is vervolgens verder opgesplitst in 20 recreatieve appartementen en 21 bergingen. Ten behoeve van deze ondersplitsing is de Vereniging opgericht. Het college heeft bij besluit op bezwaar van 23 december 2021 de verleende omgevingsvergunning herroepen. Het college heeft daaraan ten grondslag gelegd dat de Vereniging geen belanghebbende is bij haar verzoek om omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3182
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304853/1/R1

202305238/1/A3

Bij besluit van 8 november 2021 heeft de burgemeester van Bergen besloten tot het sluiten van de woning van [appellant sub 2] voor zes maanden. [appellant sub 2] huurt de woning aan de [locatie] in Nieuw-Bergen. Bij een doorzoeking in haar woning zijn 23,8 gram hennep, 27,75 gram amfetamine, negen XTC-pillen, lege gripzakjes, een keukenweegschaal met daarop een residu van vermoedelijk verdovende middelen en vier BB-guns met munitie aangetroffen. De politie heeft van de doorzoeking een proces-verbaal van bevindingen opgesteld. De burgemeester heeft bij het besluit van 8 november 2021 besloten tot het sluiten van de woning voor de duur van zes maanden. De burgemeester heeft de sluiting bij het besluit van 7 maart 2022, gewijzigd bij het besluit van 10 maart 2022, gehandhaafd. Doordat de voorzieningenrechter zowel hangende bezwaar als hangende beroep de besluiten heeft geschorst, is de woning feitelijk gesloten geweest van 20 april 2022 tot 6 mei 2022. [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de sluiting van de woning niet noodzakelijk is. De aangetroffen drugs zijn van de voormalig partner van [appellant sub 2]. Er is niet vanuit de woning gehandeld, er zijn geen potentiële kopers van drugs naar de woning gekomen en er is geen overlast gemeld door buurtbewoners.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3160
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202305238/1/A3

202306412/1/R2

Bij besluit van 16 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen en het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan ten behoeve van een dakopbouw op een bestaande garage met carport aan de [locatie] in Hilvarenbeek. [partij] woont aan de [locatie] in Hilvarenbeek. Hij wil een dakopbouw op zijn garage en carport bouwen. Het college heeft hiervoor aan hem een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het handelen in strijd met het bestemmingsplan "Woongebieden en bedrijventerreinen, Hilvarenbeek". Met de omgevingsvergunning is afgeweken van het bestemmingsplan, omdat het bouwplan een goothoogte van 5,5 meter heeft, terwijl op grond van het bestemmingsplan op een deel van de gronden slechts een maximale goothoogte van 3 meter is toegestaan. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de rechtbank ten onrechte enkel de vergunning voor de activiteit ‘bouwen’ heeft vernietigd. De rechtbank had volgens hen de hele vergunning, dus ook de vergunning voor de activiteit ‘het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’ moeten vernietigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3178
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306412/1/R2

202307109/1/R1 en 202503531/1/R1

Deze uitspraak gaat over de hoger beroepen in zaken nr. 202307109/1 en nr. 202503531/1. Zaak nr. 202307109/1/R1 gaat over de uitspraak van de rechtbank over een bij het besluit van 7 juni 2022 aan [partij] verleende omgevingsvergunning voor de uitbreiding van zijn woning op het perceel [locatie 1] in Middelburg. Zaak nr. 202503531/1/R1 gaat over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Middelburg om handhavend op te treden tegen een gerealiseerde afwijking van het vergunde bouwplan en over een door [partij] aangevraagde wijziging van dat bouwplan. Hangende het hoger beroep in zaak nr. 202307109/1/R1 heeft het college bij besluit van 11 april 2024 ingestemd met die wijziging van het bouwplan. [partij] woont op het perceel en heeft de omgevingsvergunning aangevraagd om zijn woning uit te breiden en te veranderen. De bestaande woning wordt aanzienlijk vergroot. De kapverdieping van de woning wordt gesloopt. Het bouwplan voorziet in een nieuwe verdieping met een plat dak. Daarin komen vier slaapkamers, een badkamer en een berging. Op de begane grond komt een slaapkamer. Aan de voorzijde en zijkant van de bestaande woning komt een aanbouw met daarin onder meer een hal, badkamer, deel van die slaapkamer, garage en berging. Aan de achterzijde en zijkant van de bestaande woning komt ook een aanbouw met daarin een woonkamer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3163
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307109/1/R1 en 202503531/1/R1

202307464/1/R3

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de raad van de gemeente Krimpenerwaard het bestemmingsplan "Gemeentehuis Provincialeweg 5a, Bergambacht" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van een nieuw gemeentehuis met bijbehorende parkeergelegenheid voor de gemeente Krimpenerwaard aan de Provincialeweg 5a in Bergambacht, ten westen van de Veerweg. Daarnaast voorziet het plan in de aanleg van een nieuw natuurgebied, ten zuiden van het voorziene gemeentehuis. Op grond van het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 2011" hadden de gronden van het plangebied een bedrijfsbestemming. In het voorliggende plan hebben de gronden deels de bestemming "Maatschappelijk" en deels de bestemming "Natuur". [appellante] woont en heeft haar boerderij ten noorden van het plangebied tegenover het voorziene gemeentehuis. [appellante] kan zich niet met het plan verenigen, onder meer omdat zij de locatie niet geschikt vindt voor een gemeentehuis met de geplande omvang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3188
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202307464/1/R3

202307566/1/R1

Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad van de gemeente Beekdaelen het bestemmingsplan "Groevepark Silt" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het groevegebied gelegen ten zuidwesten van Nagelbeek en Schinnen, de zogenoemde Groeve Schinnen. Dit groevegebied is jarenlang gebruikt voor de winning van zand en grind. Als gevolg van de intensivering van landgebruik is de plateaurand van het groevegebied niet meer herkenbaar. Hierdoor is de verbinding tussen het groevegebied en de beekdalen verdwenen. Verder is het terrein ten oosten van het groevegebied jarenlang gebruikt als vuilstort. [bedrijf] is als initiatiefnemer volgens de plantoelichting voornemens om het groevegebied en de afgewerkte vuilstort te transformeren naar een plek waar de natuur en het (recreatieve) gebruik van de mens hand-in-hand samen komen. Het plan voorziet in een juridisch planologisch kader voor deze transformatie. Het plan voorziet in de aanleg van een recreatieplas en de bouw van maximaal 60 verblijfseenheden, met daaraan ondersteunend onder andere horeca, ondergeschikte detailhandel en een wellnessgebouw. Op de voormalige vuilstortplaats komt een zonneweide in de vorm van twee clusters zonnepanelen met daartussen een parkeerplaats voor de bezoekers van het recreatiepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3193
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202307566/1/R1

202307828/1/A2

Bij besluit van 19 oktober 2020 heeft het college van Gedeputeerde Staten van de provincie Gelderland. de subsidie voor het project ‘COILED’ vastgesteld op € 1.071.229,64, de subsidie voor Pivot vastgesteld op nihil en een bedrag van € 72.899,10 teruggevorderd. Pivot is een bedrijf dat zich toelegt op "extensive cellular and biochemical in-vitro screening experiments and High Throughput Screening services". De Stichting Katholieke Universiteit - Radboud Universiteit heeft als penvoerder een subsidieaanvraag ingediend voor het R&D-project ‘Center for Open Innovation in LEad Discovery’ (COILED), een systeeminnovatieproject in de productie van farmaceutische halffabricaten (het project). Het betreft een subsidie voor activiteiten gericht op experimentele ontwikkeling of het verrichten van industrieel onderzoek in combinatie met experimentele ontwikkeling. Naast voornoemde Stichting waren als subsidieontvangers bij het project betrokken: Stichting Katholieke Universiteit - Radboud universitair medisch centrum, Pivot, Inntrest Consultancy B.V., BioAxis Research B.V. en Pansynt B.V..

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3170
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202307828/1/A2

202400603/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2021 heeft de raad voor rechtsbijstand een aanvraag van [appellant] om gefinancierde rechtsbijstand afgewezen. Op 25 mei 2020 heeft [appellant] bij de raad een aanvraag om gesubsidieerde rechtsbijstand ingediend. Bij besluit van 27 mei 2020 heeft de raad deze aanvraag afgewezen. Bij besluit van 24 september 2020 heeft de raad het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 12 maart 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep bij de Afdeling ingesteld in zaak nr. 202501647/1/A2. Op 21 december 2020 heeft [appellant] beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om heroverweging van het besluit van 27 mei 2020. Volgens [appellant] heeft hij dit verzoek op 4 juni 2020 ingediend. Bij uitspraak van 20 januari 2021 heeft de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] de verzending van het verzoek om heroverweging niet aannemelijk heeft gemaakt, zodat de raad niet in gebreke is om daarop een beslissing te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3200
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202400603/1/A2

202401811/1/A2

Bij e-mailbericht van 3 juli 2023 heeft de deken van de Amsterdamse Orde van Advocaten [appellant] medegedeeld dat geen aanleiding bestond om in dit geval een minnelijke regeling te beproeven. [appellant] heeft op grond van artikel 46c van de Advocatenwet zowel in 2010 als op 5 december 2022 een klacht ingediend tegen een advocaat. De klacht is door de deken in behandeling genomen en behandeld. Op 21 december 2022 en op 16 mei 2023 heeft [appellant] de deken verzocht om bemiddeling. Bij e-mail van 23 mei 2023 heeft de deken [appellant], onder verwijzing naar eerdere berichten, laten weten dat er geen aanleiding bestaat om te bemiddelen in het kader van de afhandeling van de klacht van [appellant]. De deken heeft [appellant] erop gewezen dat hij, indien hij het niet eens is met de visie van de deken, om doorzending van de klacht naar de Raad van Discipline kan vragen. De klacht is ook voorgelegd aan de Raad van Discipline. Op 19 september 2023 heeft de voorzitter van de Raad van Discipline uitspraak gedaan en de klacht niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3199
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202401811/1/A2

202401934/1/R3

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Leiden het bestemmingsplan "Plesmanlaan 100" vastgesteld. Bij besluit van 15 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en het uitbreiden van een voormalig kantoorgebouw naar een woongebouw met 420 woningen en ondersteunend commercieel en maatschappelijk programma op de locatie Plesmanlaan 100. Het bestemmingsplan biedt ruimte voor 420 huurappartementen met een woonoppervlakte tot 75 m2, waarvan 103 voor de sociale huur. Verder voorziet het plan in 750 m2 aan ondersteunende, commerciële voorzieningen in de plint van het gebouw. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Plesmanlaan, aan de westzijde aan de Haagse Schouwweg, aan de zuidzijde aan de Van Ravelingenstraat en aan de oostzijde aan de Verbeekstraat. De belangenvereniging stelt zich ten doel de leefbaarheid van de wijk Bockhorst te verhogen en de collectieve belangen van haar leden te behartigen, voor zover deze betrekking hebben op de algemene wijkvoorzieningen en woonhuizen en aanhorigheden. De wijk Bockhorst ligt ten zuiden van het plangebied. De belangenvereniging vindt de bebouwing te hoog en vreest dat het plan een negatieve impact heeft op de woonomgeving van de wijk. Zo leidt het plan volgens de belangenvereniging tot parkeerhinder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3171
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401934/1/R3

202402374/1/R1

Bij besluit van 26 september 2023 heeft de raad van de gemeente Maastricht een verzoek om herziening van het bestemmingsplan "Maastricht-West" voor het perceel [locatie], kadastraal bekend Maastricht D, […], […] en […], afgewezen. Aan het besluit om het bestemmingsplan "Maastricht-West" niet te herzien heeft de raad ten grondslag gelegd dat het detailhandelsbeleid van de gemeente en dat van de provincie zich verzetten tegen vormen van brancheverruiming of nieuwvestiging van detailhandel buiten de detailhandelshoofdstructuur. [appellante] betoogt dat de huidige planregeling voor haar locatie in strijd is met de Dienstenrichtlijn. Hiertoe voert zij aan dat de beperking tot detailhandel in volumineuze goederen, te weten meubels, een eis is in de zin van artikel 15, tweede lid, van de Dienstenrichtlijn. Tussen partijen is niet in geschil dat de bestaande planregeling niet in strijd is met het discriminatieverbod. Thans betwist [appellante] wel de noodzakelijkheid van de branchering in de planregeling. Ook is in geschil of de planregeling evenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3197
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202402374/1/R1

202403307/1/R4

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel besloten tot invordering van de door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 9.000,00. Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college besloten tot invordering van de dwangsommen die volgens het college zijn verbeurd. [appellant] is het hier niet mee eens omdat hij van mening is dat hij de lasten wel heeft nageleefd. Hij heeft de invordering daarom aangevochten. Het besluit om tot invordering over te gaan is zowel in bezwaar als in beroep in stand gebleven. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geconcludeerd dat niet aan de lasten is voldaan. Ten aanzien van last 1 voert [appellant] aan dat de flessen niet werden opgeslagen, maar buiten stonden voor transport. Ten aanzien van last 2 voert [appellant] aan dat de apparatuur alleen voor onderhoud ter plaatse was, wat volgens [appellant] blijkt uit een leenovereenkomst en een gesprek met een productiemanager. Daarnaast heeft [appellant] aangevoerd dat de compressor en aanverwante pompen afgekoppeld waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3162
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403307/1/R4

202404784/1/R2 en 202404786/1/R2

Bij besluit van 20 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder (Wgh) vastgesteld voor de nieuwe woningen in het plangebied van het bestemmingsplan "CPO-project en sportpark Den Hout". Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 28 woningen in Collectief Particulier Opdrachtgeverschap (CPO) ter plaatse van het hoofdveld van voetbalvereniging Irene ‘58 aan het Ruiterspoor in de kern Den Hout. De beroepen richten zich niet daartegen. Doordat het hoofdveld van de voetbalvereniging komt te vervallen, voorziet het plan ook in de aanleg van een nieuw hoofdveld (sportpark) aan het Ruiterspoor aan de zuidrand van Den Hout, naast het bestaande oefenveld. Milieuvereniging Oosterhout kan zich daar niet in vinden. Zij vindt onder meer dat er geen noodzaak bestaat voor de aanleg van een nieuw veld en dat dit leidt tot een aantasting van natuurwaarden. [appellant sub 3], [appellant sub 2] en [appellant sub 4] wonen aan het [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Zij verwachten overlast te zullen ondervinden van het geluid van het parkeerterrein bij het sportpark, de extra voertuigbewegingen en het sportpark zelf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3172
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404784/1/R2 en 202404786/1/R2

202404982/1/R2

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan "De Hoofong." vastgesteld. Het plan maakt de realisatie van twee ruimte-voor-ruimte woningen aan De Hoof in Someren mogelijk. [appellant] woont tegenover het plangebied aan [locatie] en vreest met name voor aantasting van zijn woon- en leefklimaat. [appellant] betoogt dat het plan in strijd is met de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant (de IOV). Hij voert daarover aan dat het plan niet voldoet aan de verplichtingen voor ruimte-voor-ruimte woningen zoals genoemd in artikel 3.77 en 3.79 van de IOV. Volgens [appellant] gaat het bestemmingsplan onvoldoende in op de vraag of de woningen passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Ook voldoet de ontwikkelingsrichting niet aan de eisen zoals genoemd in artikel 3.77, eerste lid, van de IOV. Ook houdt het plan volgens [appellant] geen rekening met een goede omgevingskwaliteit zoals genoemd in artikel 3.5, tweede lid, van de IOV.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3189
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404982/1/R2

202406186/1/A3

Bij besluit van 20 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders een verzoek van [appellant] om hem in te schreven in de basisregistratie personen afgewezen, omdat [appellant] geen rechtmatig verblijf geniet. Bij besluit van 13 september 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 augustus 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld. De Afdeling is van oordeel dat het college wel aan zijn vergewisplicht heeft voldaan. Het college heeft immers meermaals aan de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) gevraagd of [appellant] rechtmatig verblijf heeft. Volgens de IND was daarvan steeds geen sprake. De vergewisplicht gaat niet zo ver dat het college naar iedere mogelijke grond voor rechtmatig verblijf moet vragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3307
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202406186/1/A3

202407735/1/A2

Bij e-mailbericht van 21 april 2023 heeft de deken van de orde van advocaten Overijssel [appellant] medegedeeld dat geen aanleiding bestond om in dit geval een minnelijke regeling te beproeven. Op 17 september 2022 heeft [appellant] bij de deken een klacht ingediend tegen mr. G. Kornet, advocaat te Zwolle. De deken heeft deze klacht in behandeling genomen. De deken heeft een onderzoek ingesteld naar de ingediende klacht en heeft op 6 april 2023 geconcludeerd dat de klacht ongegrond is. De deken heeft [appellant] erop gewezen dat hij, indien hij het niet eens is met de visie van de deken, om doorzending van de klacht naar de Raad van Discipline kan vragen. Ook heeft de deken [appellant] erop gewezen dat voor de behandeling van de klacht door de Raad van Discipline binnen vier weken € 50 griffierecht diende te worden betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3103
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202407735/1/A2

202500016/1/A2

Bij e-mail van 3 januari 2023 heeft de deken van de orde van advocaten Amsterdam het verzoek van [appellant] om een advocaat aan te wijzen afgewezen. Op 16 december 2022 heeft [appellant] op grond van artikel 13 van de Advocatenwet verzocht tot aanwijzing van een advocaat in verband met een financiële vordering op Atlantic Realty. De deken heeft [appellant] in de op dat verzoek volgende afwijzing van 3 januari 2023 erop gewezen dat hij binnen zes weken na bekendmaking van de beschikking beklag kan doen bij het Hof van Discipline. Bij e-mail van 2 februari 2023 heeft de griffier van het Hof van Discipline [appellant] bericht dat zijn beklag niet in behandeling zal worden genomen door het Hof van Discipline wegens misbruik van klachtrecht. [appellant] heeft vervolgens bezwaar gemaakt tegen de e-mail van de deken van 3 januari 2023. De deken heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3104
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202500016/1/A2

202500063/1/A2

Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen een verzoek van [appellante] om compensatie over het jaar 2013 afgewezen. [appellante] heeft op 22 november 2019 een verzoek gedaan om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag voor de jaren 2010 tot en met 2014. De Dienst Toeslagen heeft voor de jaren 2010, 2011 en 2014 aan [appellante] een compensatie toegekend van € 69.521,00. Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft de Dienst Toeslagen [appellante] voor het jaar 2013 niet aangemerkt als gedupeerde ouder en het verzoek om compensatie afgewezen, omdat de neerwaartse correctie in dat toeslagjaar een reguliere wijziging was overeenkomstig de informatie van de kinderopvanginstelling. In het besluit van 8 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen daaraan toegevoegd dat [appellante] destijds geen bezwaar heeft gemaakt tegen de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag voor het jaar 2013 van 15 mei 2015. Zij heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat de correctie in die definitieve vaststelling niet juist is en dat zij over december 2013 geregistreerde opvang heeft afgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3175
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500063/1/A2

202500374/1/A3

[appellant] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] in Dirkshorn. Hij wil naar zijn woning een directe drinkwateraansluiting van Puur Water en Natuur (PWN), het drinkwaterbedrijf van de provincie Noord-Holland. Omdat PWN hem de gewenste drinkwateraansluiting niet wil geven, heeft [appellant] de minister verzocht om handhavend op te treden tegen Lecc wegens het illegaal doorleveren van drinkwater. Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de minister het verzoek van [appellant] afgewezen. Bij besluit van 7 december 2022 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 december 2024, ECLI:NL:RBNHO:2024:13931, heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3312
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500374/1/A3

202500409/1/R2

Bij besluit van 26 november 2024 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "Oirschotsedijk-A. Fokkerweg (Groene Corridor)" vastgesteld. Het plan maakt één van de zes deelgebieden van de doorfietsroute "Groene Corridor" in Eindhoven mogelijk. Het plangebied omvat een gedeelte van de weg Oirschotsedijk. Het maakt een fietsbrug mogelijk ter plaatse van de kruising van de Oirschotsedijk met de Anthony Fokkerweg en voorziet in een nieuwe ontsluiting voor de wijk Tegenbosch en het crematorium aan de Anthony Fokkerweg. Als gevolg van het plan kan gemotoriseerd verkeer niet langer via de Anthony Fokkerweg de Oirschotsedijk op rijden. De Mispelhoef B.V. en anderen exploiteren de horecagelegenheid "De Mispelhoef" aan de Oirschotsedijk 9 in Eindhoven. Zij vrezen dat door het plan de bereikbaarheid van de horecagelegenheid aanzienlijk zal verslechteren en de parkeermogelijkheden zullen afnemen. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de vaststelling van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3174
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202500409/1/R2

202501190/1/A2

Bij uitspraak van 19 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1520, heeft de Afdeling het verzet van [verzoeker] en anderen tegen de uitspraak van de Afdeling van 20 december 2022 (ECLI:NL:RVS:2022:3932) ongegrond verklaard. De Afdeling stelt voorop dat het bijzondere rechtsmiddel van herziening niet kan worden gebruikt om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. Ook is dit rechtsmiddel niet bedoeld om een partij de gelegenheid te bieden om argumenten, die in een eerdere procedure naar voren zijn gebracht of hadden kunnen worden gebracht, opnieuw of alsnog naar voren te brengen en daarmee het debat te heropenen, nadat is gebleken dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot het gewenste resultaat hebben geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3159
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Herziening
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202501190/1/A2

202501659/1/R2

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan Lawn Tennis Club Gorssel (tennisvereniging) een omgevingsvergunning voor een flora- en fauna-activiteit verleend voor het opzettelijk vernielen, beschadigen of wegnemen van een nest van een ooievaar door het verwijderen van een ooievaarspaal. De omgevingsvergunning is verleend voor het wegnemen van een nest van een ooievaar door het verwijderen van een ooievaarspaal op het terrein van de tennisvereniging. De omgevingsvergunning is verleend onder het voorschrift dat de ooievaarspaal op 35 meter van de oude locatie wordt geplaatst. [appellant] en anderen zijn omwonenden van het terrein van de tennisvereniging. Zij vinden dat hun woon- en leefomgeving wordt aangetast door het wegnemen van het nest van de ooievaar door de verwijdering en verplaatsing van de ooievaarspaal. De ooievaar is hierdoor uit hun woonomgeving verdreven en niet teruggekeerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3185
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202501659/1/R2

202502217/1/A2

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond een aanvraag van [partij] om een urgentieverklaring voor een huurwoning ingewilligd. [partij] woont samen met zijn partner en dochter in een flatwoning op de vierde verdieping van een gebouw zonder lift in Rotterdam. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd op medische gronden in verband met fysieke problemen met traplopen. Naar aanleiding hiervan heeft de SUWR advies gevraagd aan het team Sociaal Medische Advisering (SMA). In het advies van het SMA is vermeld dat [partij] maximaal één trap kan lopen en vanwege hoogtevrees niet hoog kan wonen. De problematiek is van dien aard, ernst en beloop, dat sprake is van een levensontwrichtende woonsituatie op medische gronden. Verder is sprake van een medisch urgente situatie, waardoor [partij] op zeer korte termijn, binnen drie maanden, een passende woning moet hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3161
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502217/1/A2

202502567/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de minister van Financiën geweigerd om, voor zover hier van belang, drie schulden van [appellant] over te nemen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). De minister heeft, voor zover van belang voor deze procedure, geweigerd om drie door [appellant] opgegeven schulden over te nemen. Dit betreft een schuld bij Mercedes-Benz Financial Services en twee informele schulden bij zijn broer en neef. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Hiertoe heeft de rechtbank overwogen dat de door [appellant] opgevoerde schuld bij Mercedes-Benz, geen schuld is die op grond van de Wht voor overname in aanmerking komt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3158
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502567/1/A2

202503461/1/A2

Bij besluiten van 18 augustus 2022 heeft de Dienst Toeslagen geen compensatie toegekend aan [appellante] voor de toeslagjaren 2006 en 2009 tot en met 2011. Deze uitspraak gaat over compensatie in de zin van artikel 2.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Op 20 januari 2021 heeft [appellante] een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag verzocht. Naar aanleiding daarvan heeft de Dienst Toeslagen, onder verwijzing naar het advies van de Commissie van Wijzen, bij de besluiten van 18 augustus 2022 geen compensatie toegekend voor de toeslagjaren 2006 en 2009 tot en met 2011, omdat er geen sprake is geweest van vooringenomen handelen of onbillijkheden van overwegende aard die voortkomen uit de hardheid van het stelstel. In bezwaar heeft de Dienst Toeslagen deze besluiten gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen niet vooringenomen heeft gehandeld over het toeslagjaar 2006. De kinderopvangtoeslag is in dat jaar mogelijk niet binnen de wettelijke beslistermijn toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3198
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503461/1/A2

202503658/1/A2

Bij besluit van 8 mei 2024 heeft het CBR [appellante] verplicht mee te werken aan een onderzoek naar haar rijvaardigheid. Het CBR heeft van de politie Eenheid Den Haag een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ontvangen. In de mededeling staat dat [appellante] op 29 februari 2024 een voetganger heeft aangereden op een voetgangersoversteekplaats en dat zij heeft verklaard dat zij de voetganger niet heeft gezien en niet precies wist wat er is gebeurd. Verder staat in de mededeling dat [appellante] blijk heeft gegeven van een verkeerde kijktechniek en een slecht kijkgedrag. Naar aanleiding hiervan heeft het CBR bij besluit van 8 mei 2024 aan [appellante] een onderzoek naar de rijvaardigheid opgelegd. Het CBR heeft aan dit besluit, gehandhaafd bij besluit van 2 oktober 2024, ten grondslag gelegd dat het vermoeden bestaat dat [appellante] niet (langer) over de vereiste rijvaardigheid beschikt. [appellante] is door de politierechter op 18 februari 2025 vrijgesproken. Aan haar was ten laste gelegd dat zij op of omstreeks 29 februari 2024 te ’s Gravenhage als bestuurder van een personenauto […] op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, […], een voetganger […], die op een voetgangersoversteekplaats overstak of die kennelijk op het punt stond over te steken, niet heeft laten voorgaan, waarbij (enig) letsel aan (een) persoon/personen is ontstaan en/of schade aan (een) goed(eren) is toegebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3184
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503658/1/A2

202503660/1/A2

Bij besluit van 14 mei 2021 (het verkeersbesluit) heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen besloten dat gemotoriseerd verkeer uitsluitend via de Volsellastraat naar de Griftdijk kan rijden. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met het verkeersbesluit. De bewoners van de Volsellastraat willen niet dat het verkeer van en naar park Waaijenstein via de Volsellastraat ontsluit. De bewoners van park Waaijenstein en Landgoed Oosterhout willen geen omweg maken via de Volsellastraat om de Griftdijk te bereiken. Volgens [appellant] en anderen is het besluit onzorgvuldig tot stand gekomen, omdat het college geen rekening heeft gehouden met het rapport van Veilig Verkeer Nederland waarin staat dat de huidige ontsluiting via de Van Boetzelaerstraat veiliger is dan de omweg via de Volsellastraat. Ook is het besluit in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel, omdat het college de overeenkomst met baron Van Boetzelaer naast zich neer heeft gelegd. Bovendien is geen rekening gehouden met de wensen van de bewoners die hun bezwaren hebben geuit en is er onvoldoende draagvlak voor de beoogde ontsluiting via de Volsellastraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3195
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503660/1/A2

202503709/3/A2

Bij uitspraak van 8 oktober 2025, in zaak nr. 202503709/2/A2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling zich onbevoegd verklaard om van het hoger beroep van [opposant] tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 25 juni 2025 kennis te nemen. Bij uitspraak van 21 februari 2025 heeft de rechtbank, na vereenvoudigde behandeling, zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van een door [opposant] ingesteld beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn verzoek om te interveniëren in de door de Duitse overheid gebrekkige nakoming van Richtlijn 2002/8/EG. [opposant] heeft verzet gedaan tegen deze uitspraak. Bij uitspraak van 25 juni 2025 heeft de rechtbank geoordeeld dat het verzet geen aanleiding geeft om te twijfelen over de onbevoegdverklaring van de rechtbank. In de uitspraak van 8 oktober 2025, waarvan verzet, heeft de Afdeling zich onbevoegd verklaard om van het door [opposant] tegen de uitspraak van 25 juni 2025 ingestelde hoger beroep kennis te nemen, omdat tegen een uitspraak van de rechtbank als bedoeld in artikel 8:55, zevende lid, van de Awb, gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, geen hoger beroep kan worden ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3201
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503709/3/A2

202503838/1/A2

Bij besluit van 1 april 2022 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd de geldschuld van [appellante] over te nemen. [appellante] is erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft een aanvraag voor overname van haar private schulden ingediend. Dit gaat over een schuld van € 22.215,68 bij Interbank. Bij besluit van 1 april 2022 heeft de minister besloten de schuld niet over te nemen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het bezwaar van [appellante] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat zij te laat bezwaar heeft gemaakt. De minister had [appellante] wel in de gelegenheid moeten stellen om toe te lichten waarom zij te laat bezwaar heeft gemaakt. Dat is een gebrek in het besluit van 6 mei 2024. In beroep heeft [appellante] toegelicht dat de termijnoverschrijding volgens haar verschoonbaar was, vanwege persoonlijke omstandigheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3169
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503838/1/A2

202503899/1/A2

Bij beschikking van 8 december 2023 heeft de deken van de orde van advocaten van Den Haag het verzoek om aanwijzing van een advocaat afgewezen. Op 2 maart 2023 heeft [appellant] op grond van artikel 13 van de Advocatenwet de deken verzocht om aanwijzing van een advocaat voor diverse kwesties, waaronder een aansprakelijkstelling van de Staat wegens rechterlijke uitspraken die volgens [appellant] onjuist zijn en een aansprakelijkstelling van zijn voormalige advocaat. Op 12 mei 2023 heeft [appellant] aangegeven dat hij zijn verzoek opschort. Op 21 september 2023 heeft [appellant] de deken verzocht om de behandeling van het verzoek te hervatten. De deken heeft het verzoek op 8 december 2023 afgewezen. Bij die afwijzing heeft de deken [appellant] erop gewezen dat hij binnen zes weken beklag kan doen bij het Hof van Discipline. Het door [appellant] tegen de beschikking van 8 december 2023 gemaakte bezwaar is door de deken niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij daartegen geen bezwaar kon maken, maar beklag moest doen bij het Hof van Discipline.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3105
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202503899/1/A2

202503918/1/A2

Bij besluiten van 8 september 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie na de herbeoordeling van zijn kinderopvangtoeslag over de jaren 2017, 2018 en 2019. [appellant] heeft over de jaren 2017, 2018 en 2019 kinderopvangtoeslag ontvangen. Op 12 januari 2021 heeft hij verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag over deze jaren. De Dienst Toeslagen heeft [appellant] op basis van de lichte toets als gedupeerde van de toeslagenaffaire aangemerkt en aan hem het forfaitaire bedrag van € 30.000,00 uit de Catshuisregeling uitbetaald. De Dienst Toeslagen heeft zich in de besluiten van 8 september 2022 op het standpunt gesteld dat in de jaren 2017, 2018 en 2019 bij de vaststelling van het recht op kinderopvangtoeslag geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid. Bij besluit van dezelfde datum heeft de Dienst Toeslagen geconcludeerd dat over deze jaren ook geen sprake is geweest van hardheid van het stelsel. [appellant] komt dus niet in aanmerking voor compensatie. Deze besluiten zijn genomen na advies van de Commissie van Wijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3167
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503918/1/A2

202504054/1/A2

Bij besluiten van 2 juli 2021 en 22 september 2022 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd om [appellante] een aanvullende schadevergoeding toe te kennen. [appellante] heeft zich op 15 januari 2021 gemeld voor herstel als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Naar aanleiding daarvan is haar op grond van de zogenoemde Catshuisregeling een bedrag van € 30.000,00 toegekend. Vervolgens heeft een zogenoemde integrale beoordeling plaatsgevonden. In dat kader heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld dat in verband met de kinderopvangtoeslag over 2011 en 2012 geen fouten zijn gemaakt en dat voor deze jaren daarom geen compensatie wordt toegekend. Voor 2013 heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld dat aan [appellante] een persoonlijke betalingsregeling voor de terugvordering van kinderbijslag is geweigerd wegens de onterechte kwalificatie van opzet of grove schuld (O/GS-kwalificatie) ten aanzien van het ontstaan van de terugvordering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3166
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504054/1/A2

202504055/1/A2

Bij besluit van 2 mei 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van een private schuld afgewezen. [appellante] is erkend als gedupeerde van de toeslagenaffaire. In verband daarmee heeft zij een schuldenlijst ingediend waarop, onder meer, een private schuld aan Qander Consumer Finance (Qander) van € 664,88 is vermeld. [appellante] heeft verzocht om overname van deze schuld. [appellante] betoogt dat de rechtbank het vertrouwensbeginsel onjuist heeft toegepast door het kenbaarheidsvereiste in de belangenafweging te betrekken. Ook heeft de rechtbank niet in de belangenafweging meegewogen dat zij schade van niet-kwantitatieve aard heeft geleden door de onverwachte beslissing van de minister om de schuld niet over te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3173
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504055/1/A2

202504056/1/A2

Bij besluit van 17 maart 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van een private schuld afgewezen. [appellante] is erkend als gedupeerde van de toeslagenaffaire. In verband daarmee heeft zij een schuldenlijst ingediend waarop, onder meer, een schuld aan haar ouders in verband met een lening is vermeld. [appellante] heeft om overname van deze schuld verzocht. De minister heeft aan het besluit van 18 april 2024 ten grondslag gelegd dat de schuld niet voor 1 juni 2021 opeisbaar is geworden, als bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, van de Wht. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat niet aan het vereiste van opeisbaarheid is voldaan. Het belang van opeisbaarheid ziet op het risico dat de gedupeerde verder in de schulden raakt door incassomaatregelen voor een opeisbare schuld. Gezien dit doel en de onbepaalde aard van het door haar ouders aan haar verleende uitstel, ligt het in de rede om de schuld als opeisbaar aan te merken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3165
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504056/1/A2

202504470/1/A2

Deze uitspraak gaat over de nadere beslistermijn waarbinnen de Dienst Toeslagen bij een gegrond beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit alsnog een besluit bekend moet maken en de dwangsom die daarbij van toepassing is. Het gaat daarbij om een besluit op aanvraag om compensatie voor de werkelijke schade in het kader van de hersteloperatie toeslagen. [appellant sub 2] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft de Dienst Toeslagen verzocht om aanvullende compensatie voor de werkelijke schade, zoals bedoeld in artikel 2.1, derde lid, van de Wht. [appellant sub 2] heeft beroep ingesteld gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit, omdat een besluit op haar aanvraag aanvullende compensatie voor de werkelijke schade uitbleef.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3192
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504470/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202504470/1/A2

202504519/1/R1

De gemeenteraad van Amsterdam mocht het exploitatieplan voor de nieuwe woonwijk in de Bloemendalerpolder niet intrekken. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het wijzigingsbesluit ‘Omgevingsplan gemeente Amsterdam: intrekken 1e herziening exploitatieplan Bloemendalerpolder’ vernietigd. Dat betekent dat het exploitatieplan weer deel uitmaakt van het omgevingsplan. Het landbouwgebied tussen Weesp en Muiden in de Bloemendalerpolder wordt ontwikkeld tot een nieuwe woonwijk met 2.750 woningen. Voordat de Omgevingswet in werking trad, stelde de gemeenteraad een exploitatieplan vast. Daarin staan onder meer regels over fasering van de bouw van woningen en voorzieningen. Op 1 januari 2024 trad de Omgevingswet in werking, waarmee het exploitatieplan onderdeel werd van het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Op 10 juli 2025 wijzigde de gemeenteraad dit omgevingsplan waardoor het exploitatieplan niet langer deel uitmaakte van het omgevingsplan. Volgens de gemeente is het plan overbodig omdat alle gronden inmiddels in bezit zijn van de ontwikkelaar van het gebied. In een private overeenkomst met de ontwikkelaar staan volgens de gemeente afspraken over de voorzieningen. Ook zouden de regels in het exploitatieplan volledig uitgevoerd zijn en is het gebied bijna af, aldus de gemeenteraad. Stichting Bewonersbelangen Leeuw en Sluis, Stichting Park Muiderslotlaan en Stichting Flora & Faunabescherming zijn het hier niet mee eens. Zij vrezen onder meer dat door het wegvallen van het exploitatieplan woningen gebouwd worden zonder voldoende recreatief groen of speelvoorzieningen voor jongeren. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft de stichtingen gelijk. De regels in het exploitatieplan over de voorzieningen in het gebied zijn nodig vanuit een oogpunt van ‘een evenwichtige toedeling van functies aan locaties’. De regels zijn van belang bij het verlenen of weigeren van omgevingsvergunningen en handhavingsverzoeken. Voor de rechtszekerheid is het daarom onvoldoende dat de regels alleen in een private overeenkomst staan. Daarnaast zijn nog niet alle functies in het gebied gerealiseerd en is niet aan alle eisen uit het exploitatieplan voldaan. Zo heeft de gemeenteraad op de zitting erkend dat de Korte Muiderweg nog niet is heringericht. Verder zijn nog niet alle omgevingsvergunningen voor het woningbouwproject verleend. Het standpunt van de gemeenteraad dat ‘het exploitatieplan is uitgewerkt’ houdt daarom naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak ook geen stand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3180
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202504519/1/R1

202504690/1/A2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door de minister van Justitie en Veiligheid op zijn bezwaar tegen de brief van de minister van 12 juli 2024. Bij brief van 4 juli 2024 heeft [appellant] de minister gevraagd om, kort gezegd, hem te helpen bij het krijgen van ‘rechtstoegankelijkheid’. [appellant] wil graag ‘fungerende rechtsbijstandverlening’ en hij vraagt de minister om daarbij te helpen. Bij brief van 12 juli 2024 heeft de minister op [appellant]s brief van 4 juli 2024 geantwoord. Volgens de minister blijkt uit de brief dat [appellant] terugkomt op een zaak die hij eerder aan de orde gesteld heeft. Daarop heeft hij uitgebreid antwoord gekregen. In de brief van 12 juli 2024 heeft de minister aan [appellant] medegedeeld dat hij toekomstige brieven over dit onderwerp voor kennisgeving zal aannemen en dus niet meer zal beantwoorden. Hiertegen heeft [appellant] per brief van 19 augustus 2024 bezwaar gemaakt. Op 6 oktober 2024 heeft [appellant] de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar. Vervolgens heeft hij op 11 november 2024 het beroep wegens het niet tijdig beslissen op zijn bezwaar ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3203
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202504690/1/A2

202504691/1/A2

Bij besluit van 19 juni 2024 heeft de burgemeester van Breda de aan [wederpartij] verleende Alcoholwetvergunning per direct ingetrokken. [wederpartij] was de exploitant van het [horecabedrijf] , gelegen aan [adres]. Zij heeft het café inmiddels verkocht. Op 16 augustus 2016 heeft zij een vergunning aangevraagd voor het schenken van alcoholhoudende dranken. De burgemeester heeft deze vergunning op 10 november 2016 verleend op grond van de destijds geldende Drank- en Horecawet (DHw). De vergunning geldt met ingang van 1 juli 2021 volgens artikel 48b eerste lid van de Alcoholwet als een vergunning op grond van de Alcoholwet. De voormalige exploitant van het café heeft op 12 november 2015 de burgemeester verzocht om de echtgenoot van [wederpartij], als leidinggevende bij te schrijven. Bij besluit van 31 december 2015 heeft de burgemeester dit verzoek afgewezen, omdat de echtgenoot in enig opzicht van slecht levensgedrag was in de zin van artikel 30a, vijfde lid, aanhef en onder a, van de DHW. Daarna is door [wederpartij] hetzelfde verzoek ingediend op 26 juni 2018, 8 november 2018 en 15 augustus 2023. Ook deze verzoeken zijn door de burgemeester afgewezen, waardoor het [wederpartij] niet toegestaan is om haar echtgenoot te laten optreden als leidinggevende van het café.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3177
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202504691/1/A2

202505047/1/A2

Bij besluit van 22 januari 2024 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de door de stichting in het kader van de Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden ingediende subsidieaanvraag, afgewezen. De stichting helpt ICT-organisaties en organisaties met ICT-functies bij subsidieaanvragen en subsidietrajecten voor opleidingen door haar expertise en door voorfinanciering van opleidingskosten. Daarnaast stimuleert en sponsort de stichting initiatieven die leiden tot meer werkgelegenheid en plaatsingen van werknemers in ICT-functies. Om een activiteitenplan met de projectnaam ‘Leven Lang Ontwikkelen op de arbeidsmarkt ICT’ te financieren, heeft de stichting een subsidie van € 1.286.250,00 aangevraagd als bedoeld in artikel 3, tweede lid, onder c, van de Tijdelijke maatwerkregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden (MDIEU). De subsidieaanvraag van de stichting komt (alleen) in aanmerking voor het verlenen van de subsidie als de minister van oordeel is dat wordt voldaan aan de vereisten uit de MDIEU. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht de subsidieaanvraag heeft geweigerd zoals volgt uit artikel 18, aanhef en onder a, van de MDIEU, omdat de aanvraag van de stichting niet voldoet aan de doelstelling van artikel 3, eerste lid, van de MDIEU. Hieraan heeft zij het volgende aan haar uitspraak ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3183
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202505047/1/A2

202505711/1/A2

Bij beslissing van 10 juli 2025 heeft de examinator voor de cursus Communicatie, Organisatie en Crisis (de cursus) [appellante] het eindcijfer 5,2 voor die cursus toegekend. Bij beslissing van 6 oktober 2025 heeft het CBE het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep gegrond verklaard, de beslissing van 10 juli 2025 vernietigd, de examinator opgedragen om [appellante] binnen vier weken een extra reparatietoets aan te bieden in de vorm van een aanvullende of vervangende toets en de examinator opgedragen om het eindresultaat van de cursus binnen de reguliere nakijktermijn van tien dagen opnieuw vast te stellen. [appellante] heeft de premaster Communicatie en Organisatie gevolgd aan de Universiteit Utrecht, met het doel door te stromen naar de daaropvolgende masteropleiding. Het eindresultaat van de cursus wordt in eerste instantie bepaald door de weging van twee toetsen. Voor de eerste toets heeft [appellante] een 6,1 behaald. Dit resultaat telt voor 30% mee. Voor de tweede toets, een tentamen dat gemaakt werd op 17 juni 2025, heeft zij een 4,0 behaald. Dit resultaat telt voor 70% mee. [appellante] heeft tevens een reparatietoets gemaakt op 26 juni 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3179
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505711/1/A2

202505948/1/A2

Bij uitspraak van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5597, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 2 januari 2024 in zaak nr. 22/7388 ongegrond verklaard. De uitspraak van 19 november 2025 gaat over de toekenning aan [verzoekster] van een aanvullende werkelijke schadevergoeding op de voet van de Wet hersteloperatie toeslagen. [verzoekster] was het niet eens met de hoogte van die vergoeding. De rechtbank heeft haar beroep ongegrond verklaard. De Afdeling heeft ook het hoger beroep van [verzoekster] ongegrond verklaard. [verzoekster] voert aan dat er in de uitspraak van 19 november 2025 geen aandacht is besteed aan haar medische situatie en dat haar gezondheid door de aandoening fybromyalgie sinds de uitspraakdatum is verslechterd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3196
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Herziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202505948/1/A2

202506061/1/R4

Bij besluit van 12 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9 lid 1 Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 2 juli 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop haar naam en adresgegevens. [appellante] betoogt dat de gemeente haar op 28 juli 2025 per e-mail heeft gevraagd of zij gebruik wilde maken van de mogelijkheid om telefonisch gehoord te worden. Zij stelt dat zij diezelfde dag op die e-mail heeft gereageerd en daarbij haar beschikbaarheid en haar telefoonnummer heeft doorgegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3202
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202506061/1/R4

202600061/1/R1

Bij besluit van 29 december 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de groenstrook aan de Daan Hoeksemastraat ter hoogte van de Flipjestraat in Almere, aangewezen voor het plaatsen van vier ondergrondse inzamelcontainers. In de gemeente Almere worden de aanwezige gezamenlijke inpandige afvalcontainers in hoogbouw-complexen vervangen door ondergrondse inzamelcontainers. Het college heeft in dat verband bij besluit van 29 december 2025 de locatie aan de Daan Hoeksemastraat aangewezen als locatie voor vier ondergrondse containers ten behoeve van de bewoners van het daar nabijgelegen appartementencomplex. Twee containers zijn bestemd voor restafval en plastic verpakkingen, metalen verpakkingen en drinkpakken (pmd), één is bestemd voor groente-, fruit- en tuinafval (gft) en de resterende is bestemd voor papier en karton. [appellant sub 1] en anderen wonen aan [locatie 1] en [locatie 2] en [appellant sub 2] woont aan [locatie 3]. Zij vinden de aangewezen locatie om verschillende redenen ongeschikt. Volgens [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] is de alternatieve, initieel door het college beoogde locatie aan de Jochem Jofelstraat geschikter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3164
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600061/1/R1

202600357/1/A2

Bij beslissing van 29 augustus 2025 heeft het college van bestuur van Hogeschool Rotterdam een verzoek van [appellant] om inschrijving voor de opleiding International Business voor het studiejaar 2025-2026 afgewezen. [appellant] is afkomstig uit Iran. Hij heeft op 24 juni 2025 bij de Hogeschool Rotterdam een verzoek om inschrijving ingediend voor het studiejaar 2025-2026. Daarvoor was hij ingeschreven bij de Hogeschool Wittenborg in Apeldoorn. De Hogeschool Wittenborg is in een verblijfsrechtelijke procedure als referent voor [appellant] opgetreden, op grond waarvan hij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder een beperking, verband houdend met studie, heeft gekregen. Het college heeft aan de beslissing van 17 december 2025 ten grondslag gelegd dat [appellant] niet voldoet aan de inschrijfvoorwaarden. Hij heeft, ondanks dat hij meermaals is gewezen op het ontbreken van de benodigde informatie voor overname van het referentschap, deze informatie niet overgelegd. Omdat Hogeschool Wittenborg [appellant] heeft moeten afmelden bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), kan [appellant] niet langer over rechtmatig verblijf beschikken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3191
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600357/1/A2

202600664/1/A2, 202600666/1/A2 en 202600836/1/A2

Bij besluit van 26 februari 2026 heeft het centraal stembureau van Harderwijk het verzoek van ORDA om de aanduiding ‘ORDA / Oranje Republikeinse Piraten’ te registreren in het register van politieke groeperingen voor de gemeenteraadsverkiezing van Harderwijk niet in behandeling genomen. ORDA heeft bij de Afdeling beroep ingesteld tegen de uitslag van de gemeenteraadsverkiezing van Winterswijk van 18 maart 2026. ORDA is een politieke groepering die onder andere heeft willen deelnemen aan de verkiezing voor de leden van de Tweede Kamer in 2025 en de leden van de gemeenteraad in meerdere gemeenten in 2026. [appellant sub 2] is de voorzitter en gemachtigde van ORDA. Naast de kandidatenlijst van ORDA, heeft [appellant sub 2] tijdens de verkiezingen van 2025 en 2026 ook met zogeheten ‘blanco’ kandidatenlijsten beoogd deel te nemen aan deze verkiezingen. Het voornemen van ORDA en [appellant sub 2] om deel te nemen aan de verkiezingen heeft het afgelopen jaar geresulteerd in een groot aantal procedures bij de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3194
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600664/1/A2, 202600666/1/A2 en 202600836/1/A2

202601263/1/A2

Bij een besluit van 13 april 2026 heeft de Kiesraad op verzoek van de Partij van de Arbeid de aanduiding ‘Partij van de Arbeid (PvdA)’ in het register voor de verkiezing van de leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal gewijzigd in ‘Progressief Nederland (PRO)’. Bij besluit van 13 april 2026 heeft de Kiesraad op verzoek van de Partij van de Arbeid de aanduiding ‘Partij van de Arbeid (PvdA)’ in het register voor de verkiezing van de leden van het Europees Parlement gewijzigd in ‘Progressief Nederland (PRO)’. ProVeenendaal en anderen zijn lokale politieke partijen die met het woord ‘pro’, ‘PRO’ of ‘Progressief’ in hun naam al geruime tijd deelnemen aan de gemeentelijke politiek en onder die naam op lokaal niveau ook bekendheid genieten. Zij vrezen dat de nieuwe fusiepartij van de Partij van de Arbeid en GroenLinks - Progressief Nederland - zich met de nieuwe naam op zowel landelijk als lokaal niveau gaat positioneren onder de afkorting ‘PRO’ en zij zijn bang dat zij daardoor hun herkenbare lokale politieke identiteit zullen verliezen. Daarom hebben zij beroep ingesteld tegen de registratie van de aanduiding ‘Progressief Nederland (PRO)’ voor de Partij van de Arbeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3176
Datum uitspraak
3 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202601263/1/A2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202601263/1/A2

202305181/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3157
Datum uitspraak
2 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305181/1/V1

202305389/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3156
Datum uitspraak
2 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305389/1/V1

202406368/1/V1

Bij besluit van 26 juli 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers een verzoek van appellant om hem terug te plaatsen naar een minderjarigenopvang, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3154
Datum uitspraak
2 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202406368/1/V1

202407961/4/V1

Bij besluit van 8 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om verzoeker een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3151
Datum uitspraak
2 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407961/4/V1

BRS.26.001144

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3101
Datum uitspraak
2 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001144

BRS.26.002383

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3090
Datum uitspraak
2 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002383

BRS.26.002614

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3107
Datum uitspraak
2 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002614

BRS.26.002677

Bij besluit van 9 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3135
Datum uitspraak
2 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002677

BRS.26.002692

Bij besluit van 1 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3140
Datum uitspraak
2 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002692
vorige pagina1234...1.250volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon