Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.427
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202407142/1/R4

Bij besluit van 23 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "Smidsplein I" vastgesteld. Het plan voorziet in twee nieuwe appartementsgebouwen met in totaal tien appartementen op het achterterrein van het perceel Smidsplein 9-11 in het centrum van Voorthuizen. Ook legaliseert het plan één bestaand appartement op de verdieping van het gebouw aan Smidsplein 9. [appellant] woont op het aangrenzende perceel aan de [locatie] en vreest voor nadelige gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat. [appellant] betoogt dat het plan in strijd met de Omgevingsverordening Gelderland is vastgesteld. [appellant] wijst daarbij op de artikelen 2.1 en 2.2 van de Omgevingsverordening. Uit die artikelen blijkt dat over deze ruimtelijke ontwikkeling regionale afstemming had moeten plaatsvinden en dat het college van gedeputeerde staten van Gelderland had moeten instemmen met de ontwikkeling. [appellant] wijst ook op de Woondeal 2023-2030 Regio Foodvalley. In deze woonagenda is geen expliciete woningbouwopgave voor Voorthuizen opgenomen. [appellant] betoogt dat de raad had moeten motiveren dat de door het plan mogelijk gemaakte ruimtelijke ontwikkeling past in de voor de regio Foodvalley vastgestelde woonagenda.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1244
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202407142/1/R4

202407449/1/A2

Bij besluit van 17 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 6.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellant] was toen veertien jaar oud. De Dienst Toeslagen heeft aan hem daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wht een tegemoetkoming van € 6.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1196
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407449/1/A2

202407719/1/A2

Bij besluit van 18 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1197
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407719/1/A2

202407776/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 8.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1200
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407776/1/A2

202500124/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1198
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500124/1/A2

202500211/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1204
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500211/1/A2

202500219/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1209
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500219/1/A2

202500220/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1206
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500220/1/A2

202500544/1/R4

Bij besluit van 18 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest besloten over te gaan tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen. Bij besluit van 13 maart 2018 heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan "Soestdijkse Grachten" strijdige gebruik van een autohandelsbedrijf op het perceel [locatie] in Soest te beëindigen en beëindigd te houden. Ook is in dat besluit bepaald dat [appellant] na afloop van de begunstigingstermijn een dwangsom van € 5.000,00 verbeurt per maand of deel van een maand dat niet aan de last is voldaan, met een maximum van € 50.000,00. In haar uitspraak van 9 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4055, heeft de Afdeling onder 9.2 overwogen dat [appellant] op basis van een e-mail van een gemeentelijke ambtenaar van 6 januari 2020 de gerechtvaardigde verwachting mocht hebben dat het college pas over zou gaan tot invordering van dwangsommen als er vijf dwangsommen waren verbeurd. In het besluit op bezwaar van 15 oktober 2020 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat er slechts twee dwangsommen zijn verbeurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1189
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202500544/1/R4

202500743/2/R1

Bij tussenuitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3997, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Nederweert opgedragen om binnen 18 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 19 november 2024 (het oorspronkelijke besluit) tot vaststelling van het bestemmingsplan "Gutjesweg" te herstellen. Bij besluit van 9 december 2025 (herstelbesluit) heeft de raad het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de planregeling voor woonwagenstandplaatsen gebrekkig was en dat het oorspronkelijke besluit op dit punt niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid was. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad in het herstelbesluit de planregeling voor woonwagenstandplaatsen aangepast. In artikel 5.2.2, aanhef en onder a en 3, van de planregels is nu opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding "woonwagenstandplaats" woonwagens en vaste chalets zijn toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1188
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202500743/2/R1

202500905/1/A2

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de CSG een aanvraag van [appellant] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellant] heeft op 28 januari 2024 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds. In de aanvraag heeft [appellant] kenbaar gemaakt dat haar zus op [datum] 2013 in het ziekenhuis is overleden wegens medische nalatigheid. De CSG heeft bij besluit van 5 maart 2024, gehandhaafd bij besluit van 5 juli 2024, de aanvraag van [appellant] afgewezen, omdat deze niet binnen de termijn van tien jaar is ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1218
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500905/1/A2

202500943/1/A2

Bij besluit van 30 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant sub I] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellant sub I] en [appellant sub II] waren toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan hen daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft deze besluiten in bezwaar gehandhaafd. [appellant sub I] en [appellant sub II] betogen dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht - waaruit de hoogte van de tegemoetkoming volgt - en artikel 9.1, eerste lid, van de Wht - waarin een hardheidsclausule is opgenomen - wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in hun geval buiten toepassing zouden moeten worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1210
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500943/1/A2

202500946/1/R1 en 202500948/1/R1

Met de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak is het bestemmingsplan ‘De Scheg Midden’ van de gemeente Amstelveen definitief geworden. Dat betekent dat de gemeente door kan met de plannen voor 457 nieuwe woningen. De Scheg wordt een nieuwe woonwijk met ongeveer 1.400 woningen. De Scheg Midden is een deelgebied daarvan. Het plan maakt in dit deelgebied 457 nieuwe woningen mogelijk. Ook wordt er een nieuwe ontsluitingsweg aangelegd, de Verlengde Hammarskjöldsingel. Enkele omwonenden waren tegen het plan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij zijn bang voor geluidsoverlast omdat de nieuwe ontsluitingsweg dicht achter hun woningen komt te liggen. Volgens hen heeft de gemeenteraad de geluidsbelasting van de ontsluitingsweg niet goed onderzocht en moest de gemeenteraad in het onderzoek ook de al bestaande geluidhinder van luchtverkeer meenemen. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft de omwonenden op dit punt gelijk. De gemeenteraad heeft nagelaten onderzoek te doen naar de cumulatie van geluidshinder van zowel weg- als vliegverkeer. Maar tijdens de procedure heeft de gemeenteraad dit onderzoek alsnog gedaan. Daarbij is gekeken naar de geluidbelasting van de ontsluitingsweg waarbij ook het geluid van het vliegverkeer is meegenomen. Hieruit blijkt een toename van de geluidsbelasting, maar die leidt volgens de gemeenteraad niet tot een sterke verslechtering van het akoestisch woon- en leefklimaat. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de gemeenteraad hiermee het geconstateerde gebrek in het bestemmingsplan hersteld. Gelet hierop laat de Afdeling bestuursrechtspraak 'de rechtsgevolgen van het besluit in stand', zoals dat heet. Dat betekent dat het bestemmingsplan met deze uitspraak definitief is en dat de gemeente Amstelveen verder kan met het woningbouwproject.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1233
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202500946/1/R1 en 202500948/1/R1

202501725/1/R3

Bij besluit van 23 januari 2025 heeft de raad van de gemeente Hillegom het bestemmingsplan "Molenstraat 22-24 Hillegom" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van dertien nieuwbouwappartementen. Volgens de plantoelichting worden dit vier sociale huurwoningen, vijf middel dure woningen en vier vrije-sector-huurwoningen. [appellant] en anderen wonen in de buurt van het plangebied aan de Molenstraat. Zij vrezen dat de komst van de appartementen zal leiden tot parkeerproblemen. [appellant] en anderen betogen in de kern dat voor dit aantal parkeerplaatsen onvoldoende plek is. Daarvoor voeren zij aan dat het aan het bestemmingsplan ten grondslag liggende parkeeronderzoek hiervoor niet representatief is. Zo zijn parkeerplaatsen in een nabijgelegen parkeergarage ten onrechte meegeteld, omdat die ’s nachts deels gesloten is en daarbij de tweede verdieping van deze parkeergarage helemaal zou zijn afgesloten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1241
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202501725/1/R3

202501892/1/V6

Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om haar het Nederlanderschap te verlenen (het verzoek), afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Sierra Leone en geboren te zijn op [geboortedatum] 1985. Zij verblijft meer dan twintig jaar in Nederland en heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. De staatssecretaris heeft het verzoek afwezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De staatssecretaris baseert dit op een door Bureau Land en Taal (nu: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT)) opgesteld rapport taalanalyse van 2 augustus 2006 (de taalanalyse). Uit de taalanalyse volgt dat [appellant] eenduidig niet herleidbaar is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Sierra Leone.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1215
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202501892/1/V6

202501906/1/A2

Bij besluit van 14 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft [partij] een woningvormingsvergunning voor het pand aan de [locatie 1] in Delft verleend. Het college heeft aan [partij] - eigenaar van het pand - een woningvormingsvergunning verleend om het pand om te vormen van twee naar vier appartementen. [appellant], die aan de [locatie 2] woont, is het niet eens met de opdeling van het pand in appartementen en heeft daarom bezwaar gemaakt tegen het verlenen van de vergunning. Aan het besluit van 18 december 2023 heeft het college ten grondslag gelegd dat [appellant] geen belanghebbende bij het besluit van 14 juli 2023 is, omdat hij op een afstand van meer dan 150 m van het pand woont.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1217
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501906/1/A2

202502084/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellant] was toen ouder dan achttien jaar. De Dienst Toeslagen heeft aan hem daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht een tegemoetkoming van € 10.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd. [appellant] betoogt dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wht - waaruit de hoogte van de tegemoetkoming volgt - en artikel 9.1, eerste lid, van de Wht - waarin een hardheidsclausule is opgenomen - wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in zijn geval buiten toepassing zouden moeten worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1208
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502084/1/A2

202502261/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [kind] een tegemoetkoming van € 4.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1205
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502261/1/A2

202502262/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [kind] een tegemoetkoming van € 4.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [kind] was toen negen jaar oud. De Dienst Toeslagen heeft aan haar daarom op grond van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wht een tegemoetkoming van € 4.000,00 toegekend. De Dienst Toeslagen heeft dit besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1207
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502262/1/A2

202502264/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [kind] een tegemoetkoming van € 2.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1201
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502264/1/A2

202502321/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [kind] een tegemoetkoming van € 4.000,00 toegekend. In de Wet hersteloperatie toeslagen is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders van de toeslagenaffaire (de kindregeling). Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [appellante] betoogt dat artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wht - waaruit de hoogte van de tegemoetkoming volgt - en artikel 9.1, eerste lid, van de Wht - waarin een hardheidsclausule is opgenomen - wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en gelijkheidsbeginsel in het geval van [kind] buiten toepassing zouden moeten worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1203
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502321/1/A2

202502876/1/R1

Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat op grond van artikel 5.44, eerste lid, van de Omgevingswet in samenhang bezien met artikel 5.46, eerste lid, onder f, van de Ow het projectbesluit "Kaderrichtlijn Water (KRW) Maas, maatregelen Bokhovense waard, oever Casterens Hoeve en oever Benedenwaarden" (projectbesluit), vastgesteld. Het projectbesluit voorziet in de uitvoering van drie maatregelen die voortkomen uit de Europese Kaderrichtlijn Water langs de Benedenmaas: het deel van de Maas tussen Lith en Heusden. Het doel van de KRW is om de kwaliteit van het oppervlaktewater in Europa te verbeteren en te beschermen. Dit betekent onder meer dat rivieren geschikt moeten zijn voor waterplanten en -dieren om in te leven. Voor elk type water (landoppervlaktewater, overgangswater, kustwateren en grondwater) zijn KRW-doelen bepaald. Zo ook voor de Maas. De KRW-doelen voor de Benedenmaas zijn nog niet bereikt of kunnen verder worden verbeterd. Om invulling te geven aan de doelstelling voor de Benedenmaas, is met dit projectbesluit besloten om voor de oevers Benedenwaarden en Casterens Hoeve een natuurvriendelijke oever te realiseren over een lengte van 380 m respectievelijk 920 m. Tot slot wordt in de Bokhovense Uiterwaard een nieuwe meestromende nevengeul van 1,60 km lengte tussen rivierkilometer (rkm) 222,8 en rkm 224,6 gerealiseerd. De VOF is gevestigd aan de [locatie] in Hedel en exploiteert een melkveehouderij. Ter ondersteuning van de melkveehouderij verbouwt zij gewassen (met name mais) op de kadastrale percelen met nummers 1612, 1613 en 1614. De VOF is eigenaar van de twee laatstgenoemde percelen. Het perceel met nummer 1612 pacht zij. De VOF kan zich niet met het projectbesluit verenigen voor zover dit ziet op de maatregel in de Bokhovense Uiterwaard, ook wel de maatregel Geul Bokhoven genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1202
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Grondwaterwet
  • Oppervlaktewateren
  • uitspraakin de zaak202502876/1/R1

202504929/1/A2

Bij brief van 5 maart 2025 heeft [appellant] beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig aanbieden van een woning door het college van burgemeester en wethouders van Hattem. [appellant] heeft asiel aangevraagd in Nederland. Zijn aanvraag is goedgekeurd en hij beschikt sinds 11 november 2024 over een tijdelijke verblijfsvergunning. Op grond van artikel 28 van de Huisvestingswet dragen burgemeester en wethouders zorg voor de voorziening in de huisvesting van vergunninghouders in de gemeente overeenkomstig de voor de gemeente geldende taakstelling. Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) heeft [appellant] gekoppeld aan de gemeente Hattem. Op 5 maart 2025 heeft [appellant] beroep ingesteld omdat het college heeft nagelaten om hem tijdig een woning toe te wijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:982
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504929/1/A2

202504929/2/A2

[verzoeker] heeft bij brief van 5 maart 2025 beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig aanbieden van een woning door het college van burgemeester en wethouders van Hattem. Bij uitspraak van 22 augustus 2025 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen. Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:994
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504929/2/A2

202505691/1/A2

Bij beslissing van 27 mei 2025 heeft de Examencommissie van de Faculteit der Gedrags- en bewegingswetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam het door [appellante] voor het vak Jeugddelinquentie en Antisociale Ontwikkeling gemaakte hertentamen wegens fraude ongeldig verklaard en haar verplicht aan te tonen dat zij op de hoogte is van de regels inzake plagiaat door middel van het aanleveren van een digitaal certificaat. [appellante] betoogt dat zij ten onrechte is beschuldigd van fraude. Volgens haar is niet buiten redelijke twijfel komen vast te staan dat zij heeft gefraudeerd. Het CBE heeft in navolging van de examencommissie gesteld dat zij niet-bestaande bronnen en bronnen met onjuist gegevens heeft vermeld. Het is niet duidelijk om hoeveel en om welke bronnen het gaat. Ook is niet duidelijk wat in de nummering niet zou kloppen. Het CBE heeft ten onrechte niet onderkend dat de examencommissie niet in haar bewijslast is geslaagd. [appellante] betoogt verder dat onduidelijk is wat haar wordt verweten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1187
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505691/1/A2

202505957/1/A2

Bij e-mailbericht van 23 mei 2025 heeft het college aan [appellant] medegedeeld dat zijn uMail-account voor alumni wordt afgesloten. Bij de beslissing van 9 september 2025 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar, onder overneming van het advies van de commissie voor de beroep- en bezwaarschriften van 29 juli 2025, kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Aan de beslissing is ten grondslag gelegd dat [appellant] als alumnus bij of krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) geen recht heeft op het gebruik van het uMail-netwerk van de universiteit. Met het e-mailbericht van 23 mei 2025 heeft het college aan hem medegedeeld dat zijn uMail-account wordt afgesloten. Bij de beslissing van 9 september 2025 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar, onder overneming van het advies van de commissie voor de beroep- en bezwaarschriften van 29 juli 2025, kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Aan de beslissing is ten grondslag gelegd dat [appellant] als alumnus bij of krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) geen recht heeft op het gebruik van het uMail-netwerk van de universiteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1190
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505957/1/A2

202401985/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1161
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401985/1/V1

202403902/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1162
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403902/1/V1

BRS.26.000608 BRS.26.000609

Bij besluit van 17 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1132
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000608 BRS.26.000609

BRS.26.000651 en BRS.26.000655

Bij besluit van 18 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1135
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000651 en BRS.26.000655

BRS.26.000652

Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1138
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000652

202600206/1/A2

[verzoeker] heeft de Afdeling bestuursrechtspraak verzocht om herziening van haar uitspraak van 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6215. In die uitspraak heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen de beslissing van het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Eindhoven (CBE) van 8 september 2025 ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1293
Datum uitspraak
3 maart 2026
  • Herziening
  • Mondelinge uitspraak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600206/1/A2

202406523/1/V3

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1127
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406523/1/V3

202501333/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1125
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501333/1/V1

202506086/2/R4

Bij besluit van 11 november 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veenendaal het "Wijzigingsbesluit 3e wijziging Omgevingsplan, deel I" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Veenendaal vastgesteld (het besluit tot wijziging). [verzoeker] woont op de [locatie A] in Veenendaal. Zijn perceel grenst aan een perceel met bomen, het zogenoemde ‘bosje Kerkewijk’, waarvan [belanghebbende] de eigenaar is. [verzoeker] wil dat het bosje beschermd wordt in het omgevingsplan, zodat daarbinnen geen bomen gekapt kunnen worden zonder omgevingsvergunning. Hij vindt dat het college dit had moeten regelen in het besluit tot wijziging. Nu dat niet is gebeurd, is het besluit tot wijziging volgens [verzoeker] onzorgvuldig tot stand gekomen. Zijn verzoek strekt ertoe dat de voorzieningenrechter bepaalt dat zonder omgevingsvergunning geen bomen mogen worden gekapt of houtopstanden mogen worden geveld in het bosje.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1141
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202506086/2/R4

BRS.26.000579

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1153
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000579

BRS.26.000637

Bij besluit van 28 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1114
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000637

BRS.26.000644 en BRS.26.000645

Bij besluit van 23 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1121
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000644 en BRS.26.000645

BRS.26.000715

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1117
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000715

BRS.26.000750 en BRS.26.000751

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1119
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000750 en BRS.26.000751

BRS.26.000791

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1148
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000791

202502419/1/A3

De rechtbank heeft uitgebreid gemotiveerd of het inzageverzoek deels mocht worden afgewezen en heeft, net als de Afdeling, met toestemming van [appellante] kennisgenomen van de door de korpschef van politie onder geheimhouding overgelegde motivering. De Afdeling neemt over wat de rechtbank daarover heeft overwogen in overwegingen 8 en 8.1. van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1350
Datum uitspraak
2 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502419/1/A3

202407423/1/V1

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van appellant om opheffing van het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1126
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407423/1/V1

BRS.25.000122

Bij besluit van 28 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:973
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000122

BRS.25.001091

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1026
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001091

BRS.26.000507

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1017
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000507

BRS.26.000549

Bij besluit van 1 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1024
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000549

BRS.26.000551

Bij besluit van 1 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1023
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000551

BRS.26.000561

Bij besluit van 8 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:988
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000561

BRS.26.000594

Bij besluit van 18 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1116
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000594

BRS.26.000782 en BRS.26.000784

Bij besluiten van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1105
Datum uitspraak
27 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000782 en BRS.26.000784

202502946/1/V1

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. M. Pals, advocaat in Arnhem, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Zwolle, van 29 april 2025 in zaak nr. NL25.9074.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1100
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502946/1/V1

202504933/1/V2

Bij besluit van 9 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1103
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504933/1/V2

BRS.25.001289

Bij besluit van 25 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1005
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001289

BRS.26.000573

Bij besluit van 11 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:996
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000573

BRS.26.000697

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1007
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000697

BRS.26.000704

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1008
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000704

BRS.26.000810 en BRS.26.000811

Bij besluit van 22 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:997
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000810 en BRS.26.000811

BRS.26.000926

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1113
Datum uitspraak
26 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000926

202203489/1/V1

Bij besluit van 25 augustus 2021 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1098
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203489/1/V1

202204144/1/V1

Bij besluit van 6 augustus 2021 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1021
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204144/1/V1

202204169/1/V1

Bij besluit van 30 december 2020, nader gemotiveerd bij brieven van 23 februari 2021 en 5 april 2022, heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 3.441,90.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1020
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204169/1/V1

202300677/1/V1

Bij besluit van 11 april 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1019
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300677/1/V1

202302217/1/V1

Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 2.415,16.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1018
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302217/1/V1

202303489/1/V1

Bij besluit van 11 april 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 1.606,67.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1016
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303489/1/V1

202303692/1/V1

Bij besluit van 14 november 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 1.606,67.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1015
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303692/1/V1

202305603/1/V1

Bij besluit van 16 januari 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1014
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305603/1/V1

202306390/1/V1

Bij besluit van 19 april 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1013
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306390/1/V1

202504861/1/V2

Bij besluit van 4 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1012
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504861/1/V2

202505109/1/R2 en 202505109/2/R2

Bij besluit van 27 januari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eersel [verzoeker] gelast om diverse overtredingen op het perceel [locatie] kadastraal bekend als perceel H807, in Duizel, te beëindigen en beëindigd te houden, onder oplegging van een dwangsom. [verzoeker] is eigenaar van het kadastrale perceel H807, de [locatie] in Duizel, dat deel uitmaakt van een groter bedrijfsperceel. Dat bedrijfsperceel is in april 2022 eigendomsrechtelijk kadastraal gesplitst in de percelen H807, H1311 en H1312, waarbij perceel H807 aan [verzoeker] is verkocht. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek heeft het college op 13 november 2024 op het perceel van [verzoeker] een controle uitgevoerd, waarbij is gebleken dat er overtredingen zijn van het bestemmingsplan "Kom Duizel". Dit bestemmingsplan maakt op grond van artikel 4.6, eerste lid, van de Invoeringswet Omgevingswet onderdeel uit van het tijdelijke deel van het Omgevingsplan van de gemeente Eersel. In het vervolg van deze uitspraak zal nog worden gesproken van het bestemmingsplan. Bij het besluit van 27 januari 2025 heeft het college aan [verzoeker] 6 lasten onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:978
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505109/1/R2 en 202505109/2/R2

202506025/2/R2

Bij besluit van 13 september 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland het verzoek om handhavend optreden van 19 juli 2019 van de stichting tegen verschillende handelingen die volgens haar in strijd met verleende ontheffingen en de Wet natuurbescherming zijn, afgewezen. In deze procedure gaat het om een verzoek van de stichting om handhavend op te treden tegen GEM, omdat zij volgens de stichting in strijd handelt met verleende Wnb-ontheffingen en de Wnb. Voor de voorgeschiedenis, de beschrijving van de verleende ontheffingen en de weergave van de handhavingsprocedure verwijst de voorzieningenrechter kortheidshalve naar de hiervoor genoemde uitspraak van de Afdeling van 9 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1573). In deze uitspraak heeft de Afdeling gebreken geconstateerd in het besluit van 3 april 2020 op de onderdelen "omvang en draagkracht compensatiegebied", "opzettelijk doden van rugstreeppadden in de woonwijk" en "beheerwerkzaamheden".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1011
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202506025/2/R2

BRS.25.000360

Bij besluiten van 18 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:984
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000360

BRS.25.001390

Bij besluit van 16 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:993
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001390

BRS.25.002673

Bij besluit van 3 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:968
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002673

BRS.25.002688

Bij besluit van 10 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:971
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002688

BRS.26.000329

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:985
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000329

BRS.26.000421

Bij besluit van 22 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:987
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000421

BRS.26.000482

Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 7 augustus 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:981
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000482

BRS.26.000712

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:989
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000712

202202778/1/R3

Bij besluit van 10 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Noardeast-Fryslân het bestemmingsplan "Fietspad Súd Ie" vastgesteld. De gemeente Noardeast-Fryslân werkt sinds 2013 samen met de provincie Fryslân en het Wetterskip Fryslân aan het uitvoeringsprogramma "Súd Ie en Wetterfront Dokkum". In de plantoelichting staat dat het doel van dit uitvoeringsprogramma is om de recreatieve verbindingen in het stroomgebied van de oude zeeslenk Súd Ie op te waarderen om recreatie en toerisme te bevorderen en ecologische en landschappelijke waarden te versterken. Het programma bestaat uit drie verschillende uitvoeringsfases. De eerste en tweede fasen zijn inmiddels afgerond en bestonden uit het op diepte brengen van het vaarwater van de Súd Ie, het op hoogte brengen van de bruggen over de Súd Ie ten behoeve van de bevaarbaarheid van de Súd Ie, de aanleg van vispassages en het ecologisch verrijken van de oevers. De derde en laatste fase bestaat uit het realiseren van een fietspad langs de vaarroute Súd Ie tussen Dokkum en Oostmahorn (Lauwersmeer). Het bestemmingsplan maakt de realisatie van dit fietspad mogelijk, inclusief twee recreatieve overstappunten en twee waterbelevingsstekjes, zijnde toeristisch-recreatieve rustpunten aan het water.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1050
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202202778/1/R3

202204300/1/R3

Bij besluit van 6 januari 2021 heeft het college geweigerd om handhavend op te treden tegen activiteiten op het perceel [locatie] in Berkenwoude. Op het perceel was in het verleden een melkrundvee- en varkenshouderij gevestigd. In 1995 is het bedrijf beëindigd en is de boerderij in gebruik genomen als burgerwoning. [partij] is sinds 2015 eigenaar en woont daar. [appellant] woont aan de Groene Zoom, ten noordoosten van het perceel van [partij]. Tussen zijn perceel en dat van [partij] ligt een watergang. [appellant] is het niet eens met de ontwikkelingen op het perceel van [partij]. In deze procedure gaat het over een verzoek om handhaving in verband met de hoeveelheid bebouwing op het perceel en het gebruik daarvan. Het college heeft geweigerd om handhavend op te treden. [appellant] is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1044
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204300/1/R3

202204301/1/R3

Bij besluit van 18 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard geweigerd om handhavend op te treden tegen een moestuin, beplanting, beschoeiing en oppervlakteverharding op het perceel [locatie] in Berkenwoude. Op het perceel was in het verleden een melkrundvee- en varkenshouderij gevestigd. In 1995 is het bedrijf beëindigd en is de boerderij in gebruik genomen als burgerwoning. [appellant B] is sinds 2015 eigenaar en woont daar. [appellant A] woont aan de Groene Zoom, ten noordoosten van het perceel van [appellant B]. Tussen zijn perceel en dat van [appellant B] ligt een watergang. [appellant A] is het niet eens met de ontwikkelingen op het perceel van [appellant B]. In deze procedure gaat het over een verzoek om handhaving in verband met een moestuin, beplanting, beschoeiing en oppervlakteverharding op het perceel. Het college heeft geweigerd om handhavend op te treden. [appellant A] is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1046
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204301/1/R3

202204302/1/R3

Bij besluit van 27 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpenerwaard aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van natuurvriendelijke oevers en het planten van 14 knotwilgen op het perceel [locatie] in Berkenwoude. Op het perceel was in het verleden een melkrundvee- en varkenshouderij gevestigd. In 1995 is het bedrijf beëindigd en is de boerderij in gebruik genomen als burgerwoning. [partij] is sinds 2015 eigenaar en woont daar. Op 31 december 2017 heeft hij een aanvraag ingediend om verlening van een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een natuurvriendelijke oever en het planten van 14 knotwilgen aan de rand van zijn perceel. [appellanten] wonen aan de Groene Zoom, ten noordoosten van het perceel van [partij]. De knotwilgen zullen worden geplant langs een watergang aan de rand van het perceel van [partij]. Daar zal ook de natuurvriendelijke oever worden aangelegd. De watergang vormt de grens tussen de percelen van [appellanten] enerzijds en het perceel van [partij] anderzijds. [appellanten] zijn het niet eens met de verlening van de vergunning. Zij vrezen voor een aantasting van het kenmerkende veenweidelandschap en in het bijzonder de openheid daarvan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1045
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202204302/1/R3

202204519/1/R3

Bij besluit van 25 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. Daarin wordt [appellante] gelast om de nachtopvang bij een zorgboerderij op het perceel [locatie] in Enschede (het perceel) te beëindigen en beëindigd te houden. [appellante] exploiteert op het perceel een zorgboerderij. De zorgboerderij biedt onder meer dagbesteding aan. Het college heeft geconstateerd dat er nachtopvang wordt geboden aan maximaal vijf cliënten van de zorgboerderij. Deze nachtopvang is volgens het college in strijd met het geldende bestemmingsplan "Overmaat - Fokkerweg" (het bestemmingsplan). De op 14 mei 2014 aan [appellante] verleende omgevingsvergunning (de omgevingsvergunning 2014) staat volgens het college ook geen nachtopvang toe. Het college heeft de last onder dwangsom opgelegd, omdat [appellante] met het bieden van nachtopvang in de zorgboerderij artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo overtreedt. [appellante] is gelast om de overtreding te beëindigen en beëindigd te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1048
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204519/1/R3

202204567/2/R2

Bij tussenuitspraak van 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3003 heeft de Afdeling de raad van de gemeente Breda opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 15 juni 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12" en het besluit van 22 december 2022 tot vaststelling van het paraplubestemmingsplan " Hospita en parkeren 2022" te herstellen. Bij besluit van 6 november 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12", opnieuw, zij het gewijzigd. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat het besluit van 15 juni 2022, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12" geheel en het besluit van 22 december 2022 tot vaststelling van het paraplubestemmingsplan "Hospita en parkeren 2022" voor zover dat parapluplan een regeling voor parkeren bevat voor het plangebied van het bestemmingsplan "Princenhage, Tuinzigtlaan 12", in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb zijn vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1089
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202204567/2/R2

202207378/1/R3

Bij besluit van 30 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Katwijk aan Dunea een omgevingsvergunning verleend voor onder andere het slopen van veertien barakken die als gemeentelijk monument zijn aangewezen. Dunea is van plan om de komende jaren de capaciteit van de drinkwaterproductie te verhogen vanwege de te verwachten toename van het aantal inwoners in het leveringsgebied. Voor die verhoging heeft Dunea het zogenoemde "programma Berkheide" opgesteld. Onderdeel van het programma is het project Mientkant, dat bestaat uit een waterwinning in de vorm van een drain in het waterwingebied Berkheide, waarmee Dunea verwacht te kunnen voorzien in de drinkwatervraag van 15.000 mensen. Voor dit project heeft Dunea een omgevingsvergunning aangevraagd voor onder andere het slopen van veertien barakken aan de westzijde van de Wassenaarseweg die als gemeentelijk monument zijn aangewezen. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend. In dat plan blijven vier barakken aan de westzijde van de Wassenaarseweg bestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1032
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202207378/1/R3

202300729/1/R2

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verklaart de bezwaren van omwonenden tegen het bestemmingsplan ‘Burgemeester Damenpark en Glanerbrook’ van de gemeente Sittard-Geleen vandaag (25 februari 2026) gedeeltelijk gegrond. Hiermee vervalt de evenementenregeling in het plan. De vernieuwing van het sportcomplex in Geleen mag wel doorgaan. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk om het sportcomplex opnieuw in te richten door een deel van de bestaande gebouwen te slopen of te renoveren en een nieuwe (top)sportaccommodatie met breedtesportfaciliteiten te bouwen. Enkele omwonenden waren tegen het bestemmingsplan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vrezen voor hun woongenot door onder meer de evenementen die het bestemmingplan mogelijkheid maakt en de verwachte toename van de parkeerdruk in de omgeving. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft de omwonenden gedeeltelijk gelijk. Op basis van het bestemmingsplan zijn evenementen toegestaan met een maximaal aantal bezoekers van 6.000 per dag. Maar de gemeenteraad heeft niet onderbouwd dat dit maximum aantal bezoekers voor evenementen "geen onevenredige parkeeroverlast" veroorzaakt, zeker gezien het feit dat het plan 48 evenementdagen per jaar mogelijk maakt. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren van de omwonenden op dit onderdeel dan ook gegrond. Zij vernietigt het deel van plan dat evenementen mogelijk maakt. Hiermee is de evenementenregeling uit het plan van de baan, maar kan de gemeente Sittard-Geleen wel door met de plannen voor het vernieuwen van het sportcomplex Glanerbrook.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1083
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202300729/1/R2

202302002/1/A3

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de minister van Financiën opnieuw op het door [appellant] gemaakte bezwaar beslist en meer persoonsgegevens verstrekt. [appellant] heeft op grond van de artikelen 12 en 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) de minister verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens, omdat hij vermoedt dat de Belastingdienst onrechtmatig zijn gegevens heeft verstrekt aan derden. Het verzoek heeft betrekking op documenten waaruit zou blijken dat [appellant] door de Belastingdienst als fraudeur is aangemerkt en verslagen van een tripartiet overleg (TPO) waarin zijn gezondheidstoestand is besproken. In het besluit van 15 juli 2020 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat [appellant] geen recht heeft op inzage in gehele stukken. In het besluit van 26 mei 2021 heeft de minister een overzicht verstrekt van de persoonsgegevens in TPO-verslagen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1033
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202302002/1/A3

202302585/1/R2

Bij besluit van 16 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Best de aanvraag van Fair Stay Best OG B.V. om een omgevingsvergunning voor het bouwen van logieseenheden met servicegebouw en voor het aanleggen of veranderen van een inrit/uitweg op het perceel De Maas 6 in Best (het perceel) buiten behandeling gesteld. Het project bestaat volgens de aanvraag uit het bouwen van logieseenheden met een servicegebouw op het perceel. Verder zullen volgens het aanvraagformulier de bestaande inritten aan de straten De Maas en De Rijn ten behoeve van het project worden verplaatst. Volgens de bij de aanvraag behorende situatietekening voorziet de aanvraag in 2 inritten aan de straat De Rijn ten behoeve van het project. Fair Stay betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de aanvraag niet alleen ten onrechte buiten behandeling is gesteld wegens strijd met artikel 3:4, tweede lid, van de Awb. De rechtbank heeft volgens haar ten onrechte geoordeeld dat zij niet heeft voldaan aan waar het college haar in de brief van 2 november 2021 om had verzocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1081
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302585/1/R2

202303477/1/R1

Bij besluit van 11 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uithoorn de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van het pand van [hotel] en het realiseren van een bedrijfswoning op het perceel [locatie] in Uithoorn, buiten behandeling gesteld. Het perceel en het pand, waarin [hotel] werd geëxploiteerd, waren eigendom van [eigenaar]. [appellant] was huurder van het pand en exploitante van [hotel]. Op 11 november 2020 heeft [appellant] een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend voor het vergroten van het pand en het realiseren van een bijbehorende bedrijfswoning op het perceel. Bij brief van 9 december 2020 heeft het college [appellant] in de gelegenheid gesteld om binnen een termijn van vier weken de op dat moment ontbrekende gegevens te verstrekken voor de behandeling van de aanvraag. Het ging daarbij om een door [eigenaar] ingevuld Bibob-vragenformulier in de zin van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) en financieringsgegevens van de bouwwerkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1070
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303477/1/R1

202304172/1/R1

Bij besluit van 21 december 2020 heeft het college van van burgemeester en wethouders van Rozendaal geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het maken van een uitweg van zijn perceel [locatie] in [woonplaats] op de Ringallee. Het perceel van [appellant] had een uitweg aan de achterzijde, die aansloot op de Bosweg. [appellant] heeft de woning verbouwd en daarbij deze uitweg verwijderd en een nieuwe uitweg aan de voorzijde van zijn perceel gemaakt, waarmee ook de aan de voorzijde nieuw gebouwde garage op zijn perceel kan worden bereikt. Die nieuwe uitweg sluit aan op de Ringallee. Hij heeft hiervoor een aanvraag om omgevingsvergunning ingediend. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het toetsingskader van de Apv hier niet van toepassing is. Hij voert aan dat, gelet op artikel 2:12, derde lid, van de Apv, het toetsingskader van artikel 5.3 van de Omgevingsverordening van toepassing is. Het college van b&w had zijn aanvraag dus moeten toetsen aan dat artikel. [appellant] betoogt verder dat de aanvraag voldoet aan de voorwaarden van de Omgevingsverordening

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1041
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304172/1/R1

202304610/1/A3

Bij besluit van 19 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het verzoek van [appellant] van 8 juni 2018 om openbaarmaking van gegevens op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) deels toegewezen. [appellant] heeft het college verzocht om openbaarmaking van alle documenten die verband houden met de contacten tussen de gemeente Den Haag en Madurodam in het kader van de besluitvorming over de uitbreiding van Madurodam. Ook heeft hij verzocht om openbaarmaking van de in het Coalitieakkoord 2018-2022 genoemde "juridisch bindende afspraken over de uitbreiding van Madurodam", en alle documenten die daarmee verband houden. De rechtbank acht het niet ongeloofwaardig dat het college bij een nieuwe zoekslag niet meer stukken heeft aangetroffen dan in de verzamelbestanden zijn opgenomen. Vervolgens heeft de rechtbank geoordeeld dat het college voldoende heeft gemotiveerd waarom er geen documenten met andere juridisch bindende afspraken zijn gevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1079
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202304610/1/A3

202305461/1/A3

Bij vier afzonderlijke besluiten van 17 september 2021 heeft de minister voor Klimaat en Energie de vier verzoeken van een derde om openbaarmaking van gegevens op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) gedeeltelijk toegewezen. [wederpartij] is een gespecialiseerd bedrijf in industriële en medische gassen en de daaraan gekoppelde services. Zij produceert onder meer zogenoemde ‘koolstofarme’ of ‘blauwe’ waterstof. Bij het produceren van waterstof komt CO2 vrij. Een deel van de vrijgekomen CO2 vangt en slaat [wederpartij] op met de Cryocap™ CO2-afvangoplossing. Dit is beter voor het milieu. [wederpartij] neemt samen met drie andere particuliere bedrijven deel aan het Porthos-project. De rechtbank heeft eerst geoordeeld dat de minister niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij een publicatieplicht heeft op grond waarvan de besluiten openbaar moeten worden gemaakt. Uit de door de minister aangehaalde Richtsnoeren staatssteun ten behoeve van klimaat, milieubescherming en energie 2022, punt 58, aanhef en onder a, volgt immers dat kan worden volstaan met bekendmaking van de tekst van de goedgekeurde steunregeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1075
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202305461/1/A3

202306082/4/R1

Bij besluit van 5 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het definitief plaatsingsplan "ondergrondse restafvalcontainers Bloemenbuurt-Oost (buurt 51), Segbroek, Den Haag" vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie 51-22A aangewezen voor de plaatsing van drie ondergrondse restafvalcontainers.De locatie ligt vlakbij de kruising van de Asterstraat met de Wingerdstraat, ter hoogte van Wingerdstraat 101-103. [appellante] woont aan de [locatie]. Volgens haar leiden de ORAC’s tot onaanvaardbare geuroverlast. De ORAC’s zijn al geplaatst. [appellante] betoogt dat de ORAC’s leiden tot onaanvaardbare geuroverlast gedurende warme maanden, met name de zomermaanden. Volgens haar bieden maatregelen tegen geuroverlast onvoldoende soelaas. Ter ondersteuning van haar betoog heeft zij gewezen op ongeveer 60 meldingen over geuroverlast die zij en andere omwonenden hebben ingediend bij het gemeentebestuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1084
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306082/4/R1

202306932/1/R2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalwijk hogere waarden vastgesteld ten behoeve van de realisering van appartementencomplexen tussen Mr. van Coothstraat 6-8 in Waalwijk. Het plan maakt de bouw van 28 appartementen in drie woongebouwen mogelijk. Het plangebied ligt in het centrum van Waalwijk, in het gebied tussen de Mr. van Coothstraat (oosten), de Grotestraat (noorden) het wandelpark aan de Burgemeester Moonenlaan (zuiden) en een begraafplaats en jeu-de-boulesbanen (westen). [appellant sub 2] is eigenaar van het perceel [locatie] in Waalwijk ten noordwesten van het plangebied. Zijn woning op dit perceel is een rijksmonument. [appellant sub 1] en anderen wonen ten oosten van het plangebied in het appartementencomplex De Elspoort en ten westen van het appartementencomplex aan de [locatie 2] en de [locatie 3].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1078
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306932/1/R2

202400231/1/R1

Bij besluit van 20 december 2023 heeft het college aan CBD opnieuw een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een steiger en het innemen van twee ligplaatsen voor twee passagiersvaartuigen op de locatie ter hoogte van het pand [locatie] in Amsterdam. CBD heeft op 6 augustus 2018 een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning en die aanvraag gewijzigd op 21 juni 2019. De aanvraag betreft het oprichten van een L-vormige steiger en het gebruiken van gronden als ligplaats voor twee passagiersvaartuigen op de locatie ter hoogte van het pand [locatie]. De boten komen aan weerszijden van de steiger en parallel aan de kade te liggen. Bij besluit van 8 april 2020 heeft het college aan CBD de gevraagde omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en gebruiken in strijd met het bestemmingsplan als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo verleend. De rechtbank Amsterdam heeft bij uitspraak van 29 juli 2021 in zaak nr. 20/2880 het door [appellant sub 1] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van het college gedeeltelijk vernietigd en zelf in de zaak voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1074
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202400231/1/R1

202400285/1/R3 en 202407432/1/R3

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie Afrikaanderwijk" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Parapluherziening Cultuurhistorie Afrikaanderwijk" gaat over de Afrikaanderwijk in Rotterdam. Het plan kent aan een aantal panden de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie 2" toe. Voor de panden met deze dubbelbestemming geldt dat het in beginsel verboden is om deze zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning geheel of gedeeltelijk te slopen en een omgevingsvergunning daarvoor slechts onder bepaalde voorwaarden kan worden verleend. De Bewonersvereniging en anderen zijn het niet eens met het plan, omdat daarin aan de oude rooilijn aan de Hilledijk, aan het bestaande dijkprofiel van de Hilledijk met de hoge bomen en aan de maaiveldinrichting van de Hilledijk, niet deze dubbelbestemming is toegekend. Het bestemmingsplan "Tweebosbuurt Oost" gaat over de herontwikkeling van de Tweebosbuurt in de Afrikaanderwijk. Deze ontwikkeling is volgens de plantoelichting deels mogelijk binnen de ruimte die het bestemmingsplan "Afrikaanderwijk" biedt, maar voor een aantal delen is aanpassing van dat bestemmingsplan noodzakelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1055
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202400285/1/R3 en 202407432/1/R3

202400559/1/R3

Bij besluit van 19 december 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van de voormalige gemeente De Marne een aanvraag van [partij] om wijziging van een omgevingsvergunning voor de bouw van een liftombouw op het perceel [locatie] in Zoutkamp afgewezen. [wederpartij] is eigenaar van het perceel [locatie] in Zoutkamp. Op 19 april 2013 is aan de vorige bewoner van het perceel een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een dakopbouw als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. Naar aanleiding van een handhavingsprocedure heeft [wederpartij] op 25 september 2017 een aanvraag ingediend voor de wijziging van deze omgevingsvergunning, zodat de in afwijking van de omgevingsvergunning geplaatste liftombouw aan de dakopbouw zou kunnen worden gelegaliseerd. Het college heeft deze aanvraag op basis van een negatief advies van Libau (de welstandscommissie) afgewezen. Volgens de welstandscommissie is de liftombouw te groot en daarom in strijd met redelijke eisen van welstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1073
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400559/1/R3

202400606/1/A3

Bij besluiten van 8 januari 2019 en 28 juli 2020 heeft de minister aan [appellant] medegedeeld dat zijn aanvragen voor een Nederlands paspoort voor zijn vijf kinderen niet in behandeling zijn genomen. Op 4 januari 2019 heeft [appellant] met zijn echtgenote [echtgenoot] aanvragen ingediend bij de Nederlandse ambassade in Ethiopië voor Nederlandse paspoorten voor hun kinderen [kind 1], [kind 2], [kind 3], [kind 4] en [kind 5], geboren in Burao, Somaliland, tussen 2002 en 2016. [appellant] is in 2002 naar Nederland gekomen en heeft in 2009 het Nederlanderschap verkregen. De minister heeft de aanvragen geweigerd. Volgens de minister kan de identiteit van de kinderen niet worden vastgesteld. Dit volgt uit artikel 2.1 van het Paspoortbesluit 2000 en artikel 36 van de Paspoortuitvoeringsregeling buitenland 2001. De minister heeft aan zijn besluit de Verklaring van Onderzoek van Bureau Documenten van de Immigratie- en Naturalisatiedienst van 3 december 2019 ten grondslag gelegd. Uit deze verklaring volgt dat de geboorteaktes van [kind 1], [kind 2], [kind 3] en [kind 4] zeer wel mogelijk niet bevoegd zijn opgemaakt en afgegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1082
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202400606/1/A3

202400654/1/R3

Bij besluit van 1 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de door [appellant C] aangevraagde omgevingsvergunning voor het gebruiken van een bijgebouw in strijd met het bestemmingsplan op het perceel [locatie A] in Den Haag geweigerd. Op het perceel [locatie A] in Den Haag heeft [appellant C], zonder te beschikken over een daarvoor vereiste omgevingsvergunning, een loods met een oppervlakte van ongeveer 240 m2 en een hoogte van 5,11 m gebouwd die wordt gebruikt als hondentrimsalon en voor het stallen van auto’s. Naar aanleiding van een handhavingsverzoek heeft hij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het handelen in strijd met het bestemmingsplan. Het college heeft die aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo afgewezen. Het college acht de loods ongewenst, omdat die vanwege de forse omvang afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit op deze locatie. [partij A] en anderen wonen ten westen en zuiden van het perceel en vinden de loods om dezelfde redenen als het college ongewenst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1085
Datum uitspraak
25 februari 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202400654/1/R3
vorige pagina1234...1.235volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon