Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.543
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202305997/1/R3

Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het legaliseren van het hekwerk op het perceel [locatie] in Rotterdam. [appellant] is eigenaar van het perceel waarop het hekwerk staat. Dit hekwerk is ongeveer 37 m breed en 1,6 m hoog. Na plaatsing van het hekwerk heeft [appellant] hiervoor een omgevingsvergunning gevraagd. Het college heeft geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Volgens het college is het hekwerk niet toegestaan binnen de bestemming "Groen" die in het bestemmingsplan "Schiezone" aan deze gronden is toegekend. Het college is niet bereid om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wabo en artikel 4, onderdeel 3, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht, van het bestemmingsplan af te wijken. Volgens het college is het hekwerk namelijk vanuit stedenbouwkundig oogpunt niet aanvaardbaar en niet in overeenstemming met de redelijke eisen van welstand, zodat de vergunning op grond van artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Wabo moet worden geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6361
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305997/1/R3

202306734/1/R4

Bij besluit van 5 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd aan [bedrijf] een omgevingsvergunning te verlenen voor de aanleg van 56 parkeerplaatsen door middel van het aanbrengen van klinkerverharding en grasbetonstenen op het perceel [locatie] in Haarzuilens. [bedrijf] exploiteert op het perceel een geitenhouderij met horecafunctie. Het perceel ligt ten zuiden van de Thematerweg. Het perceel grenst aan de westzijde aan de Joostenlaan en aan de oostzijde aan een parkeerterrein van Vereniging Natuurmonumenten, waar ook de bezoekers van [bedrijf] kunnen parkeren. Natuurmonumenten heeft daar betaald parkeren ingevoerd. Dat heeft volgens [bedrijf] een drempelverhogend effect op een bezoek aan haar geitenhouderij. Daarom heeft [bedrijf] een omgevingsvergunning aangevraagd om op het zuidelijke gedeelte van het perceel klinkers en grasbetontegels te mogen aanbrengen ten behoeve van 56 autoparkeerplaatsen. Dat is een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6335
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306734/1/R4

202306769/1/A3

Bij besluit van 5 april 2022 en bij besluiten van 29 april 2022 heeft de minister aan [appellant] lasten onder bestuursdwang opgelegd wegens onrechtmatige overname en bezit van een aantal dieren. Dier- en plantsoorten in het wild die door handel worden bedreigd met uitsterven, hebben een beschermde status gekregen in de Convention on International Trade in Endangered Species of wild fauna and flora (CITES). Dit verdrag heeft de Raad van de Europese Unie uitgewerkt in Verordening (EG) nr. 338/97 (hierna: de Basisverordening) en heeft de Commissie van de Europese Unie uitgewerkt in Verordening (EG) nr. 865/2006 (hierna: de Uitvoeringsverordening). In bijlagen A tot en met D van de Basisverordening zijn de dier- en plantsoorten aangewezen die Europees zijn beschermd, waarbij de in Bijlage A aangewezen soorten het strengst zijn beschermd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6392
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306769/1/A3

202307156/1/R4

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Tiel West - Herontwikkeling locatie Kwadrant" vastgesteld. Op de hoek van de Nieuwe Tielseweg en de Waardenburglaan in Tiel bevond zich het winkelcentrum Kwadrant. Nadat tussen de Nieuwe Tielseweg, Teisterbantlaan, Wadenoijenlaan en Trichtstraat het nieuwe winkelcentrum Westlede was gebouwd, is het voormalige winkelcentrum Kwadrant gesloten en gesloopt. Winkelcentrum Westlede vormt een nieuw onderkomen voor de voorzieningen van het voormalige winkelcentrum Kwadrant, waaronder een supermarkt. In het voorliggende bestemmingsplan is de planologische mogelijkheid om een supermarkt in het plangebied te bouwen wegbestemd. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk dat in het plangebied, na vaststelling van een uitwerkingsplan, minimaal 50 en maximaal 55 woningen worden gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6372
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307156/1/R4

202400094/1/R3

Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Opslagloods Hoofdstraat te Nieuwolda" vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. Het plangebied bevindt zich tussen de percelen Hoofdstraat 15 en [locatie 1] in Nieuwolda. Het plan kent aan het gebied de bestemming "Bedrijf", een bouwvlak en de functieaanduidingen "opslag" en "parkeerterrein" toe. Dit maakt de bouw van een opslagloods ten behoeve van detailhandel mogelijk op het terrein. [appellant] woont op het perceel [locatie 1] en vreest overlast daarvan. [partij] is eigenaar van [bedrijf] Woninginrichting en Textiel, een bedrijf dat is gevestigd tegenover het plangebied op het perceel [locatie 2] en waarvoor de opslagloods is bedoeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6389
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202400094/1/R3

202400251/1/R1

Bij besluit van 27 maart 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Noorderzijlvest zijn beslissing van 11 maart 2020 om zeer spoedeisende bestuursdwang toe te passen naar aanleiding van de brand aan de [locatie] in Marum op 9 maart 2020 op schrift gesteld. Daarbij heeft het dagelijks bestuur vermeld dat de kosten van de bestuursdwang voor rekening van [vennootschap] komen. [vennootschap] is een bedrijf dat zich richt op de verkoop en reiniging van kunststof pallets. Op 9 maart 2020 brak brand uit op haar terrein op het adres [locatie] in Marum. Als gevolg van die brand zijn plastic van gesmolten kunststof pallets en bluswater van de brandweer terechtgekomen in de zwetsloot die grenst aan het terrein van [vennootschap]. De rechtbank heeft het beroep van [vennootschap] gegrond verklaard en het besluit van 21 november 2022 vernietigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het dagelijks bestuur [vennootschap] ten onrechte als overtreder van artikel 6.2 van de Waterwet heeft aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6374
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202400251/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202400251/1/R1

202400289/1/R3

Bij besluit van 4 december 2020 heeft het college geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een berging met overkapping van ongeveer 6 m breed, ongeveer 2,4 m diep en ongeveer 2,2 m hoog op 0,5 m afstand van de erfgrens, op het perceel [locatie] in Rotterdam. [appellante] woont op het perceel. Op 6 juli 2020 heeft zij een omgevingsvergunning aangevraagd voor het legaliseren van een grijze berging met overkapping van 6,3 m breed, 3,36 m diep en 2,4 m hoog op 0,3 meter afstand van de erfgrens. Op 19 augustus 2020 heeft de commissie voor welstand en monumenten Rotterdam negatief geadviseerd over de aanvraag. Naar aanleiding daarvan heeft [appellante] haar aanvraag gewijzigd, waarbij onder andere de afstand tot de erfgrens is gewijzigd naar 0,5 m. Op 19 november 2020 heeft de commissie wederom negatief geadviseerd over de aanvraag. Bij besluit van 4 december 2020 heeft het college de omgevingsvergunning geweigerd. In bezwaar heeft de commissie op 28 april 2021 alsnog positief geadviseerd over de gewijzigde aanvraag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6386
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400289/1/R3

202400369/1/R3

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college geweigerd aan [appellant] en anderen een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een aanlegsteiger nabij Johan de Wittlaan 44 in Rotterdam. [appellant] en anderen wonen in appartementen aan de Johan de Wittlaan in Rotterdam, op het perceel met kadastraal nummer 2392. Op een aangrenzend perceel in de Bergse Achterplas met kadastraal nummer 2390 bevindt zich een aanlegsteiger. Op 4 juni 2022 hebben [appellant] en anderen een omgevingsvergunning aangevraagd voor het aanleggen van een aanlegsteiger naast het perceel Johan de Wittlaan 44, op het perceel in de Bergse Achterplas met kadastraal nummer 2391. De te bouwen steiger bestaat uit een deel van 15 m en twee delen van elk 5 m die haaks op het deel van 15 m worden geplaatst. Het deel van 15 m is gepland evenwijdig aan de oever van het perceel. Voor de locatie waarop de aanvraag betrekking heeft gold ten tijde van de besluitvorming op grond van het bestemmingsplan "Kern en Plassen 2009" de bestemming "Water - 2". Het college heeft geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. De aangevraagde aanlegsteiger is volgens het college in strijd met artikel 25.4, aanhef en onder a, ten tweede en onder 2.3, van de planregels, waarin voor aanlegsteigers een maximale breedte van 1,5 m is opgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6337
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400369/1/R3

202400527/1/A3

Bij besluit van 5 oktober 2020 heeft de burgemeester aan [appellante] een exploitatievergunning verleend voor een raamprostitutiebedrijf en aan die vergunning voorschriften verbonden. [appellante] heeft voor het eerst in 2014 een exploitatievergunning verleend gekregen voor een raamprostitutiebedrijf. Aan die vergunning zijn door de burgemeester voorschriften verbonden. [appellante] heeft tegen een deel van deze voorschriften bezwaar ingediend en beroep en hoger beroep ingesteld. Dat heeft geleid tot een uitspraak van de Afdeling van 29 augustus 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2856. Ook tegen een latere vergunningverlening heeft [appellante] bezwaar ingediend en beroep en hoger beroep ingesteld. Dit heeft geleid tot de uitspraak van de Afdeling van 3 april 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:1402). [appellante] is het niet eens met het voorschrift waarin is bepaald dat de exploitant en de leidinggevende verplicht zijn het bedrijfsplan na te leven op het onderdeel intake en dat geen tot de persoon herleidbare gegevens worden geadministreerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6339
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400527/1/A3

202401005/1/A2

Bij besluit van 30 juni 2022 heeft de minister aan de gemeente een uitkering toegekend op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport ter hoogte van € 973.345,17. De minister heeft een lager bedrag toegekend dan door de gemeente was aangevraagd. De kosten voor bewegingsonderwijs heeft de minister op het aangevraagde bedrag in mindering gebracht, omdat deze kosten niet in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de SPUK-regeling. Daarnaast is in aanvraagjaar 2022 het subsidieplafond bereikt. Het beschikbare bedrag is naar rato verdeeld over alle aanvragers. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister in het besluit van 20 december 2022 voldoende heeft gemotiveerd dat de kosten voor bewegingsonderwijs niet onder de SPUK-regeling vallen. Deze regeling is een op zichzelf staande regeling met een eigen reikwijdte en eigen regels, waarbij de uitdrukkelijke keuze is gemaakt om bewegingsonderwijs niet onder de SPUK te laten vallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6346
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202401005/1/A2

202401066/1/R1

Bij besluit van 25 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad VOF Gouwpark onder oplegging van een (preventieve) dwangsom van € 435.960,00 gelast om het handelen in strijd met de verleende omgevingsvergunningen wat betreft het parkeren te voorkomen of te beëindigen. Het college heeft aan VOF Gouwpark drie omgevingsvergunningen verleend voor het realiseren van het stedenbouwkundig plan "Gouwpark". Dat plan voorziet in 248 woningen en parkeervoorzieningen. Er zijn in het gebied 253 parkeerplaatsen aangelegd. Volgens het college zijn de gerealiseerde parkeerplekken onjuist verdeeld, waardoor een tekort van 30 openbaar toegankelijke parkeerplaatsen bij de sociale huurwoningen is ontstaan. VOF Gouwpark handelt daarmee volgens het college in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdelen a en c, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6349
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401066/1/R1

202401331/1/A3

Bij besluit van 8 februari 2022 hebben het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam en de burgemeester het Horecagebiedsplan Kralingen-Crooswijk 2022-2024 vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] wonen op de [locatie 1] in Rotterdam. Op de [locatie 2] bevond zich een apotheek. Op de [locatie 3], het adres om de hoek van de [locatie 2], bevond zich een bank. Op 21 september 2021 heeft [vennootschap] bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit ‘bouwen’ op het adres [locatie 3]. De ontvangst van deze aanvraag heeft het college op 14 oktober 2021 bekend gemaakt in het Gemeenteblad. Volgens de bekendmaking ziet de aanvraag op wijziging van de indeling en transformatie van apotheek en bank naar viswinkel. Op 8 februari 2022 hebben het college en de burgemeester het HGP vastgesteld. Hierin is de koers voor de horeca-ontwikkeling van het gebied Kralingen-Crooswijk vastgelegd voor de periode 2022-2024. Paragraaf 3.6.4 van het HGP gaat over de Oudedijk, vanaf de Vlietlaan tot en met de kruising Voorschoterlaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6385
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401331/1/A3

202401367/1/A3

Bij uitspraak van 27 februari 2024 heeft de rechtbank het door GeenStijl ingestelde beroep wegens het opnieuw uitblijven van een besluit gegrond verklaard en de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport opgedragen om uiterlijk 31 maart 2024 alsnog een besluit bekend te maken op de aanvraag van GeenStijl, op straffe van een dwangsom van € 1,00 bij overschrijding van die termijn. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak. Alleen de eventueel principiële betekenis van een uitspraak is geen reden om toch inhoudelijk uitspraak te doen. Naar het oordeel van de Afdeling heeft GeenStijl geen belang meer bij een inhoudelijke beoordeling van haar hoger beroep. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is een middel om ervoor te zorgen dat de minister een besluit neemt, in dit geval op de aanvraag van GeenStijl. De vaststelling van de termijn en de dwangsom door de rechtbank, waartegen het hoger beroep zich richt, dient datzelfde doel. Doordat de minister bij besluit van 29 maart 2024 op de aanvraag van GeenStijl heeft beslist, is dat doel inmiddels bereikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6446
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401367/1/A3

202401411/1/R2

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau geweigerd handhavend op te treden tegen de plaatselijke Albert Heijn. [appellanten] zijn eigenaar van [locatie] in Baarle-Nassau. Zij wonen daar niet, maar hebben daar een winkel. Het pand is naar de huidige stand van zaken alleen een winkelpand. De winkel van de Albert Heijn is op Kerkstraat 8, ook in Baarle-Nassau. Deze zaak draait om het pad naast het pand van [appellanten]. Albert Heijn maakt van dit pad gebruik om te laden en lossen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6382
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401411/1/R2

202401494/1/A3

Bij besluit van 17 oktober 2022 heeft de burgemeester van Vlissingen [appellant] een gebiedsontzegging opgelegd voor de binnenstad van Vlissingen voor de periode van 21 oktober 2022 tot en met 12 januari 2023. De burgemeester heeft op grond van een bestuurlijke rapportage van 6 september 2022 aan [appellant] een gebiedsontzegging voor het uitgaansgebied van Vlissingen opgelegd voor de duur van twaalf weken. Dezelfde maatregel is niet alleen aan [appellant], maar tegelijkertijd ook aan een aantal anderen opgelegd. In het besluit van 10 februari 2023 staat dat [appellant] al langere tijd betrokken was bij groepsvorming en groepshandelen tegen onder meer personen met een publieke taak waardoor sterke gevoelens van onrust en onveiligheid ontstonden bij onder meer het uitgaanspubliek en de uitbaters in het centrum van Vlissingen. Over [appellant] staat in de bestuurlijke rapportage onder meer beschreven dat hij meermalen in bekeuringssituaties uitdagend en intimiderend gedrag jegens politieagenten heeft getoond en dat hij zich op 28 augustus 2022 heeft verzet tegen zijn aanhouding. Daarbij heeft hij fysiek geweld tegen één van de politieagenten gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6383
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401494/1/A3

202401527/1/A2

Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellante] een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer opgelegd. Op 6 oktober 2022 heeft de politie, eenheid Amsterdam, een melding gekregen omdat er een auto slingerend over de openbare weg reed, meerdere keren stopte en de bestuurder wankelend naast haar auto stond. De verbalisanten hebben [appellante] staande gehouden en onderworpen aan een voorlopige ademanalyse. De uitslag was G/F (geweld/fail; alcoholpercentage hoger dan 650 µg/l). Hierop hebben de verbalisanten [appellante] naar het politiebureau gebracht en haar bevolen mee te werken aan een ademanalyse als bedoeld in artikel 8, tweede en derde lid, van de Wegenverkeerswet 1994. Uit het op ambtseed opgemaakte proces-verbaal van 7 oktober 2022 volgt dat [appellante] geen gevolg heeft gegeven aan dit bevel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6378
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202401527/1/A2

202402809/1/A2

Bij besluit van 17 november 2021 heeft de Dienst Toeslagen [appellante] een compensatiebedrag van € 51.571,00 toegekend. [appellante] is een erkend slachtoffer van de toeslagenaffaire. De Dienst Toeslagen heeft vastgesteld dat [appellante] recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2010 tot en met 2012. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 17 november 2021 in het kader van de integrale beoordeling aan [appellante] daarom een compensatiebedrag van € 51.571,00 toegekend. Op dit compensatiebedrag heeft de Dienst Toeslagen op grond van artikel 2.3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet hersteloperatie toeslagen € 6.191,00 in mindering gebracht, wegens een nog niet volledig terugbetaalde vordering kinderopvangtoeslag over het toeslagjaar 2012. Bij besluit op bezwaar van 30 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen het compensatiebedrag herzien en dit bedrag verhoogd naar € 54.728,00, maar de mindering wegens de nog niet terugbetaalde vordering gehandhaafd. De rechtbank heeft het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. In hoger beroep betoogt [appellante] dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen terecht € 6.191,00 heeft ingehouden op het compensatiebedrag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6332
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202402809/1/A2

202403166/1/A2

Bij besluit van 29 juni 2021 heeft de minister besloten een rapport van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over de stichting openbaar te maken. Bij besluit van 22 december 2021 heeft de minister het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De stichting heeft een zelfstandig dagbehandelcentrum met als aandachtsgebied poliklinische cardiologische zorg en onderzoek en behandeling van patiënten met dysautonomie en ME/CVS. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: de inspectie) heeft op 4 maart 2021 bezoek gebracht aan de kliniek. Aanleiding voor het bezoek waren mede de opmerkingen over de telefonische bereikbaarheid van de kliniek voor andere zorgaanbieders en over de geboden zorg aan patiënten met ME/CVS. De inspectie heeft rapport opgemaakt van het bezoek en daarin tekortkomingen bij de stichting vastgesteld. Verder heeft de inspectie geconcludeerd dat de stichting maatregelen moet nemen om de tekortkomingen te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6384
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202403166/1/A2

202403255/1/R1

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd de door King Store gevraagde omgevingsvergunning te verlenen voor het aanbrengen van reclame-uitingen aan de gevel van het gebouw aan de Kalverstraat 32 in Amsterdam. King Store exploiteert een souvenir- en kadowinkel aan de Kalverstraat 32 in Amsterdam. Tijdens een controle van de Ondermijningsbrigade op 8 maart 2022 van de winkel aan de Kalverstraat 32 heeft het college geconstateerd dat op en aan de voorgevel twee reclame-uitingen zijn aangebracht. Bij brief van 28 maart 2022 heeft het college King Store bericht dat voor deze reclame-uitingen een omgevingsvergunning is vereist. King Store heeft op 30 april 2022 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor onder meer de activiteit ‘bouwen’ voor twee reclame-uitingen. Het college heeft de aanvraag bij besluit van 25 augustus 2022 afgewezen, omdat volgens hem een ernstig gevaar bestaat dat de omgevingsvergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen, te weten de verkoop van namaakartikelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6338
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403255/1/R1

202403291/1/R3

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad van de gemeente Borne het bestemmingsplan "Algemene herziening Borne, Hertme, Zenderen, herziening Oude Hengeloseweg 36" vastgesteld. Het plan maakt de vergroting mogelijk van de supermarkt aan de Oude Hengeloseweg 36 in Borne en het parkeerterrein dat daarbij hoort. Voor die ontwikkeling moeten enkele woningen worden gesloopt. [appellant] woont aan de [locatie], iets ten zuiden van het plangebied. Hij maakt zich zorgen over de impact van het plan op zijn woon- en leefomgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6365
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202403291/1/R3

202403303/1/A3

Bij besluit van 27 december 2022 heeft de burgemeester van Tilburg de door [appellant] geëxploiteerde horecaonderneming Simit Plaza aan de Heuvel 27 in Tilburg met onmiddellijke ingang voor drie maanden gesloten. Op 27 december 2022 omstreeks 01:59 uur heeft er een explosie plaatsgevonden bij de horecaonderneming van [appellant]. De burgemeester heeft dezelfde dag een onmiddellijke sluiting bevolen voor drie maanden tot 28 maart 2023 om 00:00 uur. De burgemeester heeft dit besluit gebaseerd op artikel 174, tweede lid, van de Gemeentewet. Volgens de burgemeester was er sprake van een acute bedreiging van de veiligheid en de gezondheid. Volgens een bestuurlijke rapportage van de politie gaat het vermoedelijk om een dreigingsactie van een familie die in financieel conflict is met de broer van [appellant]. De burgemeester heeft het bezwaar tegen het sluitingsbevel ongegrond verklaard, omdat de termijn van drie maanden volgens hem nodig is om de veiligheid ter plaatse te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6393
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403303/1/A3

202403386/1/A2

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aanvraag van de ME Vereniging Nederland om een instellingssubsidie voor het jaar 2023 afgewezen. Instellingssubsidies voor patiënten- en gehandicaptenorganisaties worden verstrekt op grond van de Kaderregeling OCW, SZW en VWS. De instellingssubsidie is bedoeld voor activiteiten op het gebied van lotgenotencontact, informatievoorziening dan wel (aandoeningsspecifieke) belangenbehartiging. Het subsidiebeleid ten tijde van belang is uitgewerkt in het Beleidskader inzake subsidiëring van patiënten- en gehandicaptenorganisaties 2019-2023. Hierin is onder andere bepaald dat subsidies worden verleend aan één pg-organisatie per aandoening. De relevante regelgeving is opgenomen in de bijlage van deze uitspraak. De vereniging is een organisatie voor mensen met myalgische encefalomyelitis (ME). De vereniging houdt zich onder andere bezig met belangenbehartiging, voorlichting en lotgenotencontact.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6323
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202403386/1/A2

202403387/1/R1

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft het college van Moerdijk aan TenneT TSO B.V. een omgevingsvergunning verleend voor onder meer de bouw van hoogspanningsmasten en de aanleg van tijdelijke werkwegen, werkterreinen en uitwegen ten behoeve van de realisering van de 380 kV-verbinding tussen Rilland en Tilburg. Bij besluit van 15 mei 2024 heeft het college van Halderberge aan TenneT een omgevingsvergunning hiervoor verleend. Bij besluit van 21 mei 2024 heeft het college van Loon op Zand aan TenneT een omgevingsvergunning hiervoor verleend. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt als bedoeld in artikel 3.35, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet ruimtelijke ordening. Op 12 juli 2022 hebben de toenmalige ministers voor Klimaat en Energie en voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het inpassingsplan "Zuid-West 380 kV Oost" vastgesteld. Het inpassingsplan is daarna bij besluit van 4 april 2024 gewijzigd. Het inpassingsplan maakt de aanleg van een nieuwe 380 kV-verbinding tussen Rilland en Tilburg mogelijk. De nieuwe hoogspanningsverbinding zal worden geëxploiteerd door TenneT.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6355
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403387/1/R1

202403673/1/R1

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Bloemhof 2023" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben de huurdersvereniging en [appellant A] en [appellant B] beroep ingesteld. Het bestemmingsplan voorziet op de noordelijke delen van de Asterstraat, Begoniastraat, Goudsbloemstraat en Violenstraat van de Bloemenbuurt in de ontwikkeling van een woningbouwplan met 96 sociale huurwoningen ter vervanging van 74 sociale huurwoningen (fase 2, 3 en 4). De woningen zijn verouderd en de bewoners ondervinden wateroverlast. [appellant A] en [appellant B] wonen in een van de te slopen woningen. De huurdersvereniging behartigt de belangen van huurders in de Bloemenbuurt. Op de zitting is verduidelijkt dat, voor zover in het beroepschrift van de huurdersvereniging ook de namen van twee natuurlijke personen zijn vermeld, dezen alleen hebben ondertekend als bestuursleden van de vereniging. WDE is de eigenaar van de gronden en ontwikkelaar van de woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6371
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403673/1/R1

202403689/1/A2

Bij besluit van 26 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau het verzoek van de V.O.F. om schadevergoeding afgewezen. De rechtbank heeft het beroep van de V.O.F. tegen het besluit van 3 mei 2023 ongegrond verklaard, omdat op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb en artikel 8:4, eerste lid, onder f, van die wet, geen bezwaar noch beroep openstaat tegen een besluit op een verzoek om schadevergoeding. Het college heeft dus terecht het bezwaar van de V.O.F. niet-ontvankelijk verklaard. Verder heeft de rechtbank overwogen dat het bezwaar van de V.O.F. terecht niet is opgevat als een zelfstandig verzoek om schadevergoeding als bedoeld in artikel 8:88 van de Awb, in samenhang gelezen met artikel 8:90, van die wet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6353
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403689/1/A2

202403942/1/R1

Bij besluit van 1 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst aan TenneT een last onder dwangsom opgelegd in verband met een overtreding van artikel 13 van de Wet bodembescherming. TenneT beheert een hoogspanningsstation aan de Rouwenoordseweg 12 in Hummelo, gemeente Bronkhorst, met kadastrale aanduiding C 1496. De locatie en het naastgelegen perceel aan de Rouwenoordseweg 10 in Hummelo, gemeente Bronkhorst, met kadastrale aanduiding C 1333 zijn in eigendom van Saranne B.V., waarvan TenneT enig aandeelhoudster is. Op 17 december 2019 is in een van de velden van het hoogspanningsstation als gevolg van een onvoorziene situatie kortsluiting ontstaan als gevolg waarvan er brand heeft gewoed. Diverse brandweerkorpsen uit de veiligheidsregio hebben de brand geblust. Gebleken is dat een of meer van deze bij de brand betrokken brandweerkorpsen de brand met poly- en perfluoralkylstoffen verontreinigd blusschuim hebben geblust. Verder is er bij de brand transformatorolie uit het hoogspanningsstation vrijgekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6370
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403942/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202403942/1/R1

202404179/1/A2

Bij besluit van 15 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout aan SIPO huisvesting beschikbaar gesteld voor de nieuw te starten islamitische basisschool Aboe Ayoub Al Ansari en een bedrag van € 128.536,00 toegekend voor de eerste inrichting. SIPO is het bevoegd gezag van meerdere islamitische basisscholen in Zuid-West-Nederland. Omdat de basisschool in Breda bijna 100 leerlingen uit Oosterhout ontving en deze jonge kinderen en hun ouders de - door de gemeente Oosterhout verzorgde en bekostigde - reis van 6,6 kilometer met de bus van Oosterhout naar de basisschool in Breda belastend vonden, heeft SIPO aanleiding gezien om een nieuwe basisschool in Oosterhout op te richten. De minister heeft de basisschool, met de naam Aboe Ayoeb Al Ansari, met ingang van 1 augustus 2023 voor bekostiging in aanmerking gebracht. SIPO was voornemens met ingang van die datum ook feitelijk te starten, maar dat is uitgesteld naar 1 augustus 2024. SIPO heeft het college verzocht om een tijdelijke voorziening in de huisvesting voor de basisschool. Daarbij heeft zij haar voorkeur uitgesproken voor een locatie in het postcodegebied 4904.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6366
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202404179/1/A2

202404454/1/R2

Bij besluit van 6 mei 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan De Kromme Nol B.V. (hierna: De Kromme Nol) voor de tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten op het perceel aan de Kromme Nol 5 in Wijk en Aalburg. De oorspronkelijke aanvraag had betrekking op 52 (tweepersoons) appartementen voor arbeidsmigranten. Het bouwplan is nadien aangepast. Het definitieve bouwplan voorziet in het realiseren van 66 (tweepersoons) appartementen. In voorwaarde 1 bij de omgevingsvergunning is bepaald dat de tijdelijke vergunning een geldigheidsduur van 10 jaar heeft en in voorwaarde 2 dat in de te realiseren huisvestingsvoorziening maximaal 132 arbeidsmigranten mogen worden gehuisvest, met maximaal 2 per appartement. Middenweg Agro kan zich niet verenigen met de verlening van de omgevingsvergunning aan De Kromme Nol voor het realiseren van tijdelijke huisvesting voor arbeidsmigranten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6381
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202404454/1/R2

202404724/2/R1

Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2568, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen twintig weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 27 juni 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Woningbouw Vlakwater II" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat naleving van het beeldkwaliteitsplan niet voldoende in de planregels was gewaarborgd. Daardoor was in het bestemmingsplan niet voldoende verzekerd dat de beoogde ontwikkelingen waarin het plan voorziet, worden ingepast met behoud en waar mogelijk versterking van de omgevingskwaliteiten van het beekdal. Het bestemmingsplan was daarom in strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel vastgesteld. In herstelbesluit heeft de raad de planregels gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6352
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202404724/2/R1

202404735/1/R3

Bij besluit van 1 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gouda aan de gemeente Gouda (hierna: de gemeente) een omgevingsvergunning verleend voor het vellen van 14 bomen aan de Nieuwehaven in Gouda. Op 7 april 2022 heeft de gemeente een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vellen van 14 bomen. Het gaat om 14 platanen die staan in de Nieuwehaven in Gouda. De omgevingsvergunning is aangevraagd vanwege wortel- en groeiproblematiek van de bomen en voorgenomen werkzaamheden aan kabels, leidingen, riolering en bestrating. Het college heeft de aangevraagde omgevingsvergunning verleend en onder meer daaraan het voorschrift 2.2 verbonden dat door of namens de vergunninghoud(st)er of zakelijk gerechtigde binnen zes maanden na het (doen) vellen, 14 bomen van passende grootte worden herplant, waarbij zorggedragen wordt voor een optimale groeiplaats.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6369
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202404735/1/R3

202405050/1/A2

Bij besluit van 4 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van € 18.000,00 voor het zonder vergunning verbouwen van de woonruimte aan [locatie] in Amsterdam tot twee zelfstandige woonruimten of deze woning in verbouwde staat te houden. [appellant] is sinds 4 juni 2010 eigenaar van de woning. Het college is naar aanleiding van eerdere overtredingen op dit adres van de Woningwet, het Bouwbesluit en de Huisvestingswet 2014 een onderzoek gestart naar het feitelijk gebruik van de woning. In de basisregistratie persoonsgegevens stonden ten tijde van het onderzoek drie personen ingeschreven op het adres van de woning. Op 14 oktober 2019 heeft een huisbezoek door toezichthouders van de gemeente Amsterdam plaatsgevonden waarbij zij drie bewoners aantroffen. Naar aanleiding van het huisbezoek hebben de toezichthouders op 15 oktober 2019 een rapport van bevindingen opgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6324
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405050/1/A2

202405065/1/A2

Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant sub II] een bestuurlijke boete opgelegd van € 13.500,00 vanwege zeven overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Ook heeft de minister besloten om een aantal inspectiegegevens openbaar te maken op de website van Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid en via een persbericht. [appellant sub II] is eigenaar van de [eenmanszaak]. In opdracht van CEBE Vastgoed B.V. heeft hij in de periode van 23 augustus 2021 tot 23 september 2021 samen met een via een uitzendbureau ingeleende werknemer renovatiewerkzaamheden in de appartementen aan de Parallelweg 4 en 46 in Wolfheze verricht. Bij deze werkzaamheden zijn asbesthoudende plafonds, ontluchtingsbuizen en beglazingskit verwijderd. Naar aanleiding van een melding heeft een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW op 23 september 2021 een inspectie uitgevoerd en aanvullend onderzoek verricht. Daarvan heeft de arbeidsinspecteur op 20 december 2021 een boeterapport opgemaakt. De minister betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat een overtreding van artikel 4.48a, eerste lid, van het Arbobesluit niet is vast komen te staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6394
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202405065/1/A2

202405312/1/R4

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft het college [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om binnen acht weken na verzending van het besluit de bootoverkapping op het perceel [locatie] in Breukelen (hierna: het perceel) te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel. Bij besluit van 1 februari 2021 heeft het college aan hem een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een haven en steiger op het perceel. Tijdens een controle op 7 februari 2023 heeft een toezichthouder van de gemeente geconstateerd dat op het perceel ter hoogte van de aangelegde steiger een bootoverkapping is gebouwd op hydraulische palen. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant] de overkapping zonder de vereiste omgevingsvergunning heeft gebouwd en in stand heeft gelaten. Volgens het college heeft [appellant] daarmee de artikelen 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en 2.3a, eerste lid, van de Wabo overtreden. Volgens [appellant] had het college de last onder dwangsom niet mogen opleggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6331
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405312/1/R4

202405575/1/A3

Bij besluit van 24 maart 2023 heeft de burgemeester van Eemsdelta de woning en de schuur aan de [locatie] in Oosterwijtwerd voor drie maanden gesloten. [appellante] woont aan de [locatie] in Oosterwijtwerd. In een aan de burgemeester gerichte bestuurlijke rapportage van 24 maart 2023 staat dat de woning naar aanleiding van een melding van netbeheerder Enexis op 23 maart 2023 is binnengetreden en dat daarbij in de schuur, die vanuit de woning met een tussendeur te betreden was, een hennepkwekerij is aangetroffen met ongeveer 1177 hennepplanten. Ook was in de meterkast van de woning een illegale aftakking voor stroomvoorziening aangebracht. De kweekruimtes waren voorzien van computergestuurde watervoorziening, aan- en afzuiginstallatie, klimaatregelaars, assimilatielampen en een toevoer van CO². Ook waren aan de achterzijde van de woning camera’s bevestigd, gericht op de toegangen naar de woning en de schuur. In een aanvullende rapportage van 3 april 2023 staat dat er aanwijzingen zijn voor in ieder geval één eerdere kweek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6357
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202405575/1/A3

202405950/1/R1

Bij besluit van 14 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de locatie Ugchelseweg ter hoogte van nummers 203 in Ugchelen aangewezen voor het plaatsen van een bovengrondse container voor groente- en fruitafval. Het college wil op de aangewezen locatie een bovengrondse GF-container plaatsen. De GF-container is voor de bewoners van de patiowoningen aan de Ugchelseweg 203A t/m 203H en 203J. Keivast en anderen zijn het om verschillende redenen niet eens met de plaatsing van de GF-container op de aangewezen locatie. Keivast en anderen betogen dat het aanwijzingsbesluit is gebaseerd op een onjuiste wettelijke grondslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6360
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202405950/1/R1

202406111/1/A2

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport aan de gemeente een uitkering toegekend op grond van de Regeling specifieke uitkering stimulering sport ter hoogte van € 339.272,55. De minister heeft een lager bedrag toegekend dan door de gemeente was aangevraagd. De kosten voor bewegingsonderwijs heeft de minister op het aangevraagde bedrag in mindering gebracht, omdat deze kosten niet in aanmerking komen voor een uitkering op grond van de SPUK-regeling. Daarnaast is in aanvraagjaar 2020 het subsidieplafond bereikt. Het beschikbare bedrag is daarom naar rato verdeeld over alle aanvragers. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister ten onrechte geen uitkering aan de gemeente heeft toegekend voor de kosten in verband met het ter beschikking stellen van haar binnensportaccommodaties aan het primair en voortgezet onderwijs voor het geven van bewegingsonderwijs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6356
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202406111/1/A2

202406147/1/A3

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. [appellant] woonde aan de [locatie] in Rotterdam. In een aan de burgemeester gerichte bestuurlijke rapportage van 25 mei 2023 staat dat de woning op 11 mei 2023 is doorzocht nadat op 2 maart 2023 in een Franse personenauto op de A16 een grote hoeveelheid versnijdingsmiddelen was aangetroffen die vermoedelijk uit die woning afkomstig waren. Bij het doorzoeken van de woning en de bijbehorende kelderbox werden in de kelderbox vier boodschappentassen aangetroffen met daarin in totaal 70 kilogram bruin poeder en bruine brokken, bevattende paracetamol, en diverse goederen, kennelijk bedoeld voor het mixen van de poeders. Verder zijn in de berging van de woning 17 kartonnen dozen aangetroffen met 41 vuilniszakken en 141 transparante zakken gevuld met in totaal ongeveer 348 kilogram bruin poeder en bruine brokken, bevattende paracetamol. Daarnaast is een steekwagen en een weegschaal aangetroffen, allebei vervuild met bruin poeder, en een tot opvangbak voor gemixt poeder omgebouwde vrieskist. De woning zelf was ook bedekt met een laag bruinkleurig stof.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6359
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202406147/1/A3

202406302/1/A2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag een boete van € 10.000,00 opgelegd aan [appellant] voor het in gebruik geven van een woning aan personen die niet over een huisvestingsvergunning beschikken. [appellant] is eigenaar van de woning aan [locatie]. Vanaf 2021 heeft [appellant] de woning ter beschikking gesteld aan een samengesteld gezin uit Litouwen dat dakloos was. Het ging destijds om mevrouw [persoon A], haar toenmalige echtgenoot de heer [persoon B] en een kind. [persoon A] heeft daarna nog een kind gekregen. Op 8 augustus 2022 heeft een inspecteur van de Haagse Pandbrigade de woning onderzocht. De inspecteur heeft vastgesteld dat het gezin niet beschikte over een verplichte huisvestingsvergunning. Uit het sanctierapport blijkt dat de woning 180 huurpunten heeft en voor de verhuur van een woonruimte met minder dan 185 huurpunten een huisvestingsvergunning vereist is. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het aandeel van het CJG en het college in de ontstane situatie onvoldoende is onderzocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6336
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406302/1/A2

202407004/1/A2

Bij besluit van 14 december 2022 heeft de RDW de tenaamstelling van het voertuig van [appellante] vervallen verklaard. [appellante] heeft in 2018 een Mercedes Benz 300 GD uit 1981 met kenteken [..-…-.] gekocht. Niet in geschil is dat op het kentekenbewijs het voertuigidentificatienummer (hierna: VIN) [VIN 1449] vermeld staat. In oktober 2022 heeft de politie de auto onderzocht en in beslag genomen. In het door het Landelijk Informatiecentrum Voertuigcriminaliteit opgestelde rapport van 13 december 2022 is vermeld dat het chassis de nodige bewerkingen heeft gehad, waardoor niet met zekerheid is vast te stellen of dit afkomstig is van een auto uit 1981. De overige onderdelen van de auto zijn afkomstig van een Mercedes G320 CDI uit 2009 met kenteken [.-…-..] en [VIN 0504]. De RDW heeft aan het besluit van 20 oktober 2023 ten grondslag gelegd dat uit het rapport van het identiteitsonderzoek van de auto is gebleken dat het aangetroffen VIN 0504 niet overeenkomt met het VIN 1449 dat hoort bij het kenteken [..-...-.].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6358
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407004/1/A2

202407195/1/A2

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de staatssecretaris een aanvraag van [appellant] om rangschikking van de onroerende zaak "Oud Kraggenburg" onder de Natuurschoonwet 1928 afgewezen. Oud Kraggenburg was een schiereiland in de Zuiderzee, met daarop een op een terp gebouwde lichtwachterswoning. Het diende als baken voor de scheepvaart naar Zwolle en bood schepen een veilige vluchthaven tijdens mist en storm. Sinds de drooglegging van de Noordoostpolder ligt Oud Kraggenbrug te midden van en verheven boven de omliggende akkers. Op 26 mei 1969 is Oud Kraggenburg als rijksmonument geregistreerd. Volgens de registratie bestaat het monument uit: een lichtwachterswoning met lichttoren, liggende op een met basaltblokken versterkte heuvel, een schuur, een strekdam met op de punt een vroeger dienstdoende lichtopstand, een kleine voormalige vluchthaven en een loopbrug. [appellant] is op 16 maart 2022 eigenaar geworden van Oud Kraggenburg en heeft op 13 september 2022 de eigendom overgedragen aan de door hem opgerichte Stichting Oud Kraggenburg. Op 11 maart 2022 heeft het Rentmeesterskantoor Eelerwoude B.V. namens [appellant] een aanvraag ingediend om Oud Kraggenbrug als buitenplaats te rangschikken onder de Nsw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6380
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407195/1/A2

202407282/1/R4

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk De Konijnenberg onder oplegging van een dwangsom gelast het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel kadastraal bekend gemeente Harderwijk, sectie D, nummer 11491, aan de Korhoenlaan 2 te Harderwijk, bestaande uit het (laten) gebruiken van het perceel en de daarop aanwezige opstallen voor huisvesting van personen die daarvandaan naar hun werk gaan en/of gebruiken als centrum van hun sociaal maatschappelijk leven, te beëindigen en beëindigd te houden. De Konijnenberg kan zich niet vinden in het oordeel van de rechtbank dat sprake is van een overtreding en dat zij als overtreder kan worden aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6368
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407282/1/R4

202407332/1/A3

Bij besluit van 27 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Laren naar aanleiding van een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaargemaakt. De rechtbank heeft ten aanzien van de door [appellant] gewenste uitleg en verklaringen over de gang van zaken in dit dossier opgemerkt dat het doel van de Wob (inmiddels de Woo) de openbaarmaking van bestaande documenten is. De Wob/Woo verplicht bestuursorganen niet om documenten alsnog op te stellen of verklaringen af te leggen over de gang van zaken rondom bepaalde zaken of over de afwezigheid van documenten. [appellant] ziet dat anders en heeft daar veel over aangevoerd, maar omdat dat buiten de omvang van het geding valt, is de rechtbank daar niet op ingegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6445
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407332/1/A3

202407366/1/A2

Bij besluit van 2 augustus 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om compensatie voor afgeloste private schulden afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft op 11 april 2023 bij de minister een aanvraag ingediend voor compensatie van de door haar betaalde private geldschulden bij Tinka B.V. en Kedin. Bij Wehkamp gaat het om een schuld van € 1.579,00. De schuld bij Kedin bedraagt € 12.328,00. De minister heeft de afwijzing van de aanvraag in bezwaar gehandhaafd, omdat niet aan de vereisten voor overname van schulden uit artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: Wht) is voldaan. Volgens de minister kan niet worden beoordeeld of de schulden zijn ontstaan na 31 december 2005. Ook is niet gebleken van betalingsachterstanden bij het terugbetalen van de doorlopende kredieten. Daarmee is evenmin komen vast te staan dat de hoofdsommen opeisbaar zijn geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6312
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407366/1/A2

202407412/1/R4

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente De Bilt het bestemmingsplan "Ambachtsgilden te Westbroek" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van 21 woningen achter de percelen aan de Kerkdijk 35 en 37 in Westbroek mogelijk. Het gaat om zes rijwoningen, zeven vrijstaande woningen en acht twee-onder-één-kapwoningen. Deze gronden hadden een agrarische bestemming. [partij] is voornemens de nieuwe woningen te realiseren. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] wonen aan de Wolkammerweg in Westbroek, tegenover het plangebied. Zij verzetten zich om uiteenlopende redenen tegen het plan. [appellant A] en [appellant C] betogen dat het bestemmingsplan in strijd is met het gemeentelijke beleid in de Woonvisie De Bilt 2030. [appellant B] betoogt dat het plan in strijd is met de Structuurvisie Gemeente De Bilt 2030. In de Woonvisie staat dat er behoefte is aan starterswoningen, betaalbare huur- en koopwoningen en seniorenwoningen, en niet in de dure koopwoningen die het plan mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6329
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202407412/1/R4

202407591/1/A2

Bij besluit van 31 mei 2023 en bij besluit van 7 juni 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellant] om compensatie voor afgeloste private schulden afgewezen. [appellant] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft bij de minister een aanvraag ingediend voor compensatie van door hem betaalde private geldschulden. Het gaat om schulden bij Interbank, ING, [persoon A] en [persoon B]. De minister heeft geweigerd de schulden te compenseren, omdat niet (vastgesteld kan worden of) aan de vereisten uit artikel 4.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen is voldaan. Daarbij geldt dat voor de schuld bij Interbank zich in de periode van 1 januari 2006 tot 1 juni 2021 geen opeisbare betalingsachterstanden hebben voorgedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6313
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407591/1/A2

202407717/1/A2

Bij besluit van 4 november 2022 heeft de minister de aanvraag van [appellante] om haar private schulden over te nemen gedeeltelijk toegewezen en gedeeltelijk afgewezen. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft bij de minister een aanvraag voor overname van haar private schulden ingediend. Het gaat om een schuld van € 24.000,00 bij Interbank, schulden van € 23.458,82, € 2.500,00 en € 1.490,49 bij de Rabobank en een schuld van € 1.200,00 bij de Stichting Studiefinanciering Curaçao. Het resterende bedrag van de hoofdsom van de schuld bij Interbank en de schulden bij Rabobank heeft de minister geweigerd over te nemen, omdat de hoofdsommen niet opeisbaar zijn geweest en er geen betalingsachterstanden waren. De schuld bij de Stichting Studiefinanciering Curaçao is ontstaan en opgeëist voor 31 december 2005.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6320
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407717/1/A2

202407750/1/A2

Bij besluit van 12 april 2022 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd om [appellante] te compenseren voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2010. Bij besluit van 12 april 2022 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een tegemoetkoming van € 7.855,00 toegekend voor de onterechte kwalificatie opzet of grove schuld. [appellante] is gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft op 8 oktober 2020 een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag aangevraagd. Op 1 april 2021 heeft zij op grond van de zogenoemde Catshuisregeling een bedrag van € 30.000,00 toegekend gekregen, omdat in het verleden niet is meegewerkt aan een betalingsregeling of schuldsanering. Zij werd over de toeslagjaren 2007 tot en met 2010 ten onrechte beticht van opzet en/of grove schuld. De Dienst Toeslagen heeft vervolgens onder verwijzing naar het advies van de Commissie van Wijzen op 12 april 2022 geweigerd compensatie toe te kennen voor de toeslagjaren 2006 tot en met 2010, omdat bij de beoordeling van haar situatie in het verleden geen fouten zijn gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6319
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407750/1/A2

202407826/1/A2

Bij besluit van 5 juni 2023 heeft de stichting VAM aan [appellant] de beoordeling toegekend van een onvoldoende in het kader van zijn bijscholingsverplichting. [appellant] had als rijinstructeur een certificaat voor het geven van rijonderricht, dat is verlopen in juni 2023. Het certificaat kan worden verlengd als is voldaan aan de bijscholingsverplichting als bedoeld in artikel 12b van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 en artikel 13 van die wet. [appellant] heeft hiervoor op 5 juni 2023 een (tweede) praktisch examen ‘Instructie geven en Coachen’ afgelegd. De examinator van de stichting VAM heeft hem beoordeeld met een onvoldoende. [appellant] heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6351
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407826/1/A2

202500060/1/A2

Bij besluit van 9 februari 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] om een private schuld over te nemen afgewezen. Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft bij de minister een aanvraag voor overname van haar private schuld bij ABN AMRO ingediend. Daarbij gaat het om een rekening-courantkrediet ter hoogte van € 44.708,00 voor haar eenmanszaak. Op 18 januari 2023 heeft de minister [appellante] laten weten dat Sociale Banken Nederland die deze regeling uitvoert, de schuld zal afbetalen, maar dat sommige schulden niet of voor een deel worden afbetaald. Vervolgens heeft de minister op 9 februari 2023 aan [appellante] laten weten dat door een administratieve fout een onjuist besluit aan haar is verzonden. Hij heeft daarom een nieuwe beschikking genomen. Daarin heeft hij de aanvraag van [appellante] afgewezen, omdat de schuld niet opeisbaar was wegens betalingsachterstanden. Dit besluit heeft de minister in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6318
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500060/1/A2

202500221/1/R1

Bij besluit van 17 september 2024 heeft het college onder meer locatie N-GG02 ter hoogte van Achterbinnenhaven 109 aangewezen voor twee bovengrondse containers voor de inzameling van restafval en plastic, metalen en drinkpakken. [appellant] woont op de [locatie] en vreest dat de aangewezen locatie zijn woongenot zal aantasten. Hij heeft daarom beroep ingesteld. [appellant] betoogt dat het college ten onrechte niet het systeem met rolcontainers handhaaft. Hij vreest dat de verzameling door middel van bovengrondse containers zal leiden tot meer overlast door stank, geluid, zwerfafval en ongedierte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6317
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202500221/1/R1

202500229/1/R2

Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Alphen-Chaam het bestemmingsplan "Korte Bedde, Alphen" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 24 woningen mogelijk op gronden tussen de Baarleseweg en de Korte Bedde in Alphen. Onderdeel van het bestemmingsplan is een verkeersbestemming die de Korte Bedde met de Baarleseweg verbindt. Voorheen hadden de gronden in het plangebied de bestemmingen "Bedrijf" en "Tuin-2". De bedrijfsactiviteiten worden beëindigd en de bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt om de woningbouw mogelijk te maken. Appellanten wonen allen aan de Korte Bedde in Alphen. Zij verzetten zich met name tegen de verkeersbestemming die de mogelijkheid biedt om de nu nog doodlopende weg Korte Bedde aan te sluiten op de Baarleseweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6328
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202500229/1/R2

202500362/1/R1

Bij besluit van 16 juli 2024 heeft het college de locatie Zoutneringstraat naast [locatie] in Arnemuiden (hierna: de aangewezen locatie) aangewezen voor de inzameling van glas en plastic- en metalen verpakkingen en drankenkartons. Het college wil op de aangewezen locatie twee ondergrondse afvalcontainers plaatsen voor de inzameling van glas en PMD. [appellanten] woont aan de [locatie]. De oorspronkelijk aangewezen locatie lag direct naast de zijgevel van zijn woning. Naar aanleiding van het bezwaar van [appellanten] heeft het college de locatie gewijzigd. De aangewezen locatie ligt nu recht tegenover de elektriciteitskast aan de Zoutneringstraat, naast het perceel van [appellanten] op een afstand van ongeveer 20 m van zijn woning. [appellanten] is het niet eens met het plaatsen van afvalcontainers op de aangewezen locatie, omdat hij vreest voor een aantasting van zijn woongenot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6377
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202500362/1/R1

202500599/1/V6

Bij besluit van 5 december 2022 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen (hierna: het verzoek) afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Soedan en op dertienjarige leeftijd te zijn verhuisd naar Eritrea. Vanuit Eritrea is hij naar Nederland gevlucht. Hij heeft een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Niet in geschil is dat [appellant] bij de indiening van het verzoek een Eritrese identiteitskaart, maar niet een gelegaliseerde geboorteakte heeft overgelegd. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat de identiteit van [appellant] niet met zekerheid is vast te stellen. [appellant] had volgens de staatssecretaris een gelegaliseerde geboorteakte uit Soedan moeten overleggen, maar heeft dat niet gedaan. Hij heeft bovendien volgens de staatssecretaris niet aangetoond dat hij in bewijsnood verkeert. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de staatssecretaris ten onrechte van hem verlangt dat hij een geboorteakte overlegt en dat de staatssecretaris zich daarbij ten onrechte onverkort beroept op paragraaf 3.5.2 van het beleid voor artikel 7 van de RWN zoals hiervoor onder 2 weergegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6315
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202500599/1/V6

202500924/1/R1

Bij ongedateerd besluit, bekendgemaakt op 8 januari 2025, heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere onder meer de locatie op de [locatie] ter hoogte van huisnummer […] aangewezen als opstelplaats voor huiscontainers. Bij het bestreden besluit heeft het college meerdere opstelplaatsen voor containers aangewezen in de wijk Nobelhorst, waaronder een opstelplaats ter hoogte van de [locatie] op de parkeerplaats. [appellant] woont op dit adres en is het om verschillende redenen niet eens met het besluit. [appellant] betoogt dat het college hem ten onrechte geen mogelijkheid heeft geboden om zijn zienswijze in te dienen over de opstellocatie. De bestreden locatie is gewijzigd vastgesteld ten opzichte van het ontwerpbesluit van 23 september 2024. Het college heeft ten onrechte geen gelegenheid geboden om op de nieuwe definitieve locatie te reageren, aldus [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6316
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202500924/1/R1

202501479/1/A2

Bij besluit van 13 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [appellant] onder oplegging van een dwangsom van maximaal € 5.000,00 gelast om vóór 6 oktober 2023 de onvergunde onzelfstandige bewoning van het pand aan de [locatie] door meer dan twee bewoners te beëindigen en beëindigd te houden. Naar aanleiding van een melding heeft de Haagse pandbrigade de woning geïnspecteerd. Na de inspectie van 17 mei 2023 heeft de rapporterende inspecteur een op ambtseed opgemaakt inspectierapport woningonttrekking opgesteld, waarin het volgende staat. De inspecteur trof drie personen aan in de woning die verklaarden met vier personen op het adres te wonen. De vierde bewoner was op vakantie tijdens de inspectie. De inspecteur trof vier slaapkamers aan in de woning. In de Basis Registratie Personen stonden ten tijde van de inspectie vier personen gelijktijdig ingeschreven op het adres. In het rapport is daarom vastgesteld dat sprake is van het omzetten van een zelfstandige in een onzelfstandige woonruimte aan vier of meer personen zonder de benodigde vergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6314
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501479/1/A2

202503298/1/A2 en 202504458/1/A2

Bij brief van 17 januari 2025 heeft de examinator van het vak ‘Pedagogische Praktijk 4’ aan [appellante] medegedeeld dat zij niet heeft voldaan aan het vak en bekrachtigd dat haar stage voortijdig is beëindigd en als niet voldaan wordt beschouwd.De examinator heeft op 10 juni 2025 de aantekening ‘Niet Voldaan’ van [appellante] van het vak ‘Pedagogische Praktijk 4’ (opnieuw) geregistreerd in het registratiesysteem van de Hogeschool. [appellante] heeft, als onderdeel van het vak ‘Pedagogische Praktijk 4’ van de opleiding Ecologische Pedagogiek, stage gelopen bij de Stichting voor Kennis en sociale Cohesie. De stageperiode was van 15 juni 2024 tot 1 februari 2025 met een omvang van 24 uur per week. [appellante] is feitelijk gestart met de stage in september 2024. [appellante] kreeg op 7 januari 2025 van haar begeleider bij SKC een positieve adviesbeoordeling van de stage. De begeleider bij SKC heeft de adviesbeoordeling herzien op 17 januari 2025, waarin zij de beoordeling heeft gewijzigd in ‘Niet Voldaan’. Daarnaast heeft de SKC de stage voortijdig beëindigd per 14 januari 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6340
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503298/1/A2 en 202504458/1/A2

202503366/2/R1

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft het college de locatie Orkaden tegenover nrs. 34 t/m 48 in Amersfoort (hierna: de aangewezen locatie) aangewezen voor het plaatsen van ondergrondse afvalcontainers voor de inzameling van plastic- en metalen verpakkingen en drankenkartons (PMD) en voor oud papier en karton (OPK). Het college wil op de aangewezen locatie twee afvalcontainers plaatsen voor de inzameling van PMD en OPK. [appellant] woont aan de [locatie]. De aangewezen locatie ligt op een afstand van ongeveer 20 m van haar woning, aan de overzijde van het voetpad dat langs haar woning loopt, schuin achter haar perceel. [appellant] is het niet eens met het plaatsen van de afvalcontainers op de aangewezen locatie, omdat zij vreest dat de kwaliteit van de omgeving hierdoor wordt aangetast en de afvalcontainers geluidhinder zullen veroorzaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6376
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202503366/2/R1

202503384/1/A2

Bij uitspraak van 19 februari 2025, in zaak nr. 202406070/3/A2, heeft de Afdeling het verzet van [verzoeker] tegen de uitspraak van de Afdeling van 24 oktober 2024, in zaak nr. 202406070/2/A2, ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. In de uitspraak waarvan [verzoeker] herziening verzoekt is zijn verzet ongegrond verklaard tegen de uitspraak van de Afdeling van 24 oktober 2024. In deze laatste uitspraak heeft de Afdeling zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het hoger beroep dat [verzoeker] bij haar had ingesteld tegen de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 17 juli 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6325
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503384/1/A2

202503574/1/A2

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft het CBR [appellant] een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid opgelegd en zijn rijbewijs geschorst. Bij besluit van 15 april 2025 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op 29 januari 2025 heeft het CBR een mededeling ontvangen als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wvw 1994. In de mededeling staat dat het vermoeden bestaat dat [appellant] op 16 januari 2025 onder invloed van drugs een motorrijtuig heeft bestuurd. Naar aanleiding van de mededeling heeft het CBR bij besluit van 6 februari 2025 aan [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid, meer in het bijzonder naar zijn drugsgebruik, opgelegd en zijn rijbewijs geschorst op grond van artikel 131, eerste lid en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, gelezen in samenhang met de artikelen 18, aanhef en onder c, en 23, eerste lid en onder f en g, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 en de daarbij behorende Bijlage I, onder B, onderdeel III, onder ‘Andere drogerende stoffen of een combinatie van drogerende stoffen’. Op 16 januari 2025 heeft de officier van justitie de beslissing genomen om [appellant] een strafbeschikking op te gaan leggen voor het weigeren van een bloedproef.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6354
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503574/1/A2

202504159/1/R4

Bij besluit van 5 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden zijn beslissing om op 27 februari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening van de gemeente Leeuwarden aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Bij besluit van 17 juli 2025 heeft het college het door [appellante] hiertegen gemaakte bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] betoogt dat het college haar bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij voert aan dat zij haar bezwaarschrift weliswaar na het eindigen van de bezwaartermijn heeft ingediend, maar dat deze overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar is op grond van artikel 6:11 van de Awb. Zij stelt dat zij van 14 maart 2025 tot en met 13 mei 2025 in Italië verbleef voor een geplande medische controle. Daardoor heeft zij pas op 14 mei 2025 van het besluit van het college kennisgenomen en had zij niet eerder een bezwaarschrift kunnen indienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6350
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504159/1/R4

202504969/1/A2

Op 15 juli 2025 heeft [verzoeker] zijn hoger beroep met zaaknummer 202402031/A2 ingetrokken, nadat hij met het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een schikking had bereikt. Bij die intrekking heeft hij de Afdeling verzocht om schadevergoeding toe te kennen, wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6348
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504969/1/A2

202505275/1/A2

Bij beslissing van 14 augustus 2025 heeft de examencommissie, namens het bestuur van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden, [appellante] een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Notarieel Recht. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de opleiding Notarieel Recht. Zij is in januari 2025 zwanger geworden en 19 oktober 2025 was de uitgerekende datum van de bevalling. [appellante] heeft na een gesprek met de studentendecaan in juli 2025 op 17 juli 2025 een hinderverklaring gekregen van de teamleider studentendecanen, afdeling Studenten- en Onderwijs Zaken, waarin staat dat zij van 15 januari 2025 tot en met 15 april 2025 door persoonlijke omstandigheden is gehinderd bij het verrichten van studieprestaties. [appellante] heeft vóór januari 2025 geen studiepunten behaald. In de periode waarop de hinderverklaring ziet heeft zij 20 studiepunten behaald en in mei en begin juni 2025 nog 15 studiepunten. In totaal heeft zij dus 35 studiepunten behaald, waarmee zij niet heeft voldaan aan de vereiste norm van 45 studiepunten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6196
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505275/1/A2

202505346/1/A2

Bij beslissing van 28 november 2023 heeft de dienst Education and Student Affairs van de Technische Universiteit Eindhoven het verzoek van [appellant] tot inschrijving voor de masteropleiding Chemical Engineering aan de Technische Universiteit Eindhoven, afgewezen. Bij beslissing van 8 september 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Eindhoven het daartegen door [appellant] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] wil de masteropleiding volgen en volgens hem voldoet hij aan de eisen om toegelaten te worden. Hij heeft verschillende eerdere aanvragen daartoe gedaan, die niet in behandeling zijn genomen omdat [appellant] op grond van de verstrekte gegevens volgens de ESA niet aan de inschrijvingsvoorwaarden voldoet en daarover geen nieuwe feiten en omstandigheden meldt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6215
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505346/1/A2

202505346/2/A2

[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen hangende het beroep tegen de beslissing van het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Eindhoven van 8 september 2025.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6229
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505346/2/A2

202505371/1/A2

Bij beslissing van 30 juni 2025 heeft het College van Bestuur van STC Mbo [appellant] van de instelling verwijderd. [appellant] volgt sinds het studiejaar 2022-2023 de vierjarige opleiding Manager Havenlogistiek niveau 4 BOL aan het STC Mbo. In het derde en vierde jaar van de opleiding vindt de beroepspraktijkvorming. Studenten volgen dan stages, waarvoor een portfolio-opdracht moet worden gemaakt. [appellant] is op 26 augustus 2024 begonnen aan de BPV. Hij heeft bij twee bedrijven stage gelopen. Beide stages zijn voortijdig beëindigd. Het CvB stelt dat [appellant] bij beide stages is weggestuurd omdat hij, zonder zich af te melden, niet kwam opdagen en de afspraken niet nakwam. Naar aanleiding van een gesprek op 12 november 2024 is aan [appellant] een waarschuwing gegeven. Volgens de onderwijsmanager heeft [appellant] frauduleus gehandeld door een portfolio-opdracht in te leveren die hij niet zelf heeft gemaakt. Ook heeft hij onvoldoende inspanning geleverd om de opleiding binnen de gestelde termijn met succes af te ronden. [appellant] is verder in dat gesprek medegedeeld dat hij de opleidingsactiviteiten moet volgen volgens het geldende rooster.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6327
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505371/1/A2

202505471/1/A2

Bij beslissing van 17 maart 2025 heeft de selectiecommissie SUMMA van de faculteit Geneeskunde aan [appellante] meegedeeld dat zij niet wordt toegelaten tot de tweede selectieronde voor de Selective Utrecht Medical Master (SUMMA). [appellante] heeft deelgenomen aan de selectieprocedure. SUMMA is een vierjarige masteropleiding die opleidt tot arts en klinisch onderzoeker en kent een selectieve toelatingsprocedure. De eerste ronde bestaat uit een kennistoets en een beoordeling van de studievoortgang. De selectiecommissie heeft aan [appellante] meegedeeld dat haar resultaat van de eerste selectieronde onvoldoende is om haar uit te nodigen voor de tweede selectieronde. Voor [appellante] is het onduidelijk waarom zij de kennistoets niet goed genoeg heeft gemaakt. Zij had zich goed voorbereid en had dit resultaat niet verwacht. Zij heeft daarom verzocht om inzage in de door haar gemaakte kennistoets. De selectiecommissie heeft dit geweigerd, omdat aan [appellante], wanneer zij gebruik zou willen maken van de mogelijkheid om voor een tweede keer aan de selectie deel te nemen, op geen enkele wijze een voordeel mag worden gegeven ten opzichte van de andere kandidaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6375
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505471/1/A2

202505490/1/A2

Bij beslissing van 4 juni 2025 heeft de Commissie Bijzondere Toelating Geneeskunde van de Radboud Universiteit het verzoek van [appellant] tot toelating tot de pre-master Geneeskunde afgewezen. [appellant] heeft na het afronden van de bacheloropleiding Biomedische Wetenschappen aan de Universiteit Maastricht zich aangemeld voor de pre-master Geneeskunde aan de Radboud Universiteit. Bij e-mail van 28 januari 2025 heeft de Admissions Office van de faculteit der Medische Wetenschappen aan [appellant] meegedeeld dat hij is toegelaten tot de plaatsingsprocedure. Vervolgens is het dossier van [appellant] beoordeeld door de toelatingscommissie. De toelatingscommissie heeft besloten om het verzoek van [appellant] tot toelating tot de pre-master Geneeskunde af te wijzen, omdat slechts 25 studenten tot de pre-master kunnen worden toegelaten en er zich veel andere studenten hebben aangemeld van wie de (voor)opleiding beter aansluit op de masteropleiding Geneeskunde aan de Radboud Universiteit dan de door [appellant] gevolgde (voor)opleiding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6344
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505490/1/A2

202505507/1/A2

Bij beslissing van 25 juni 2025 heeft de examencommissie Ondernemerschap en Retail Management van Avans Hogeschool het onderzoeksrapport van [appellant] ongeldig verklaard wegens fraude. Bij beslissing van 22 september 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens van Avans Hogeschool het daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld. [appellant] volgt de opleiding Ondernemerschap en Retailmanagement aan de Avans Hogeschool in ‘s-Hertogenbosch. In het kader van zijn afstudeerscriptie heeft hij een onderzoeksrapport opgesteld. De scriptiebegeleider heeft geconstateerd dat in het onderzoeksrapport een respondent is opgenomen die niet blijkt te bestaan. De scriptiebeoordelaar heeft daarom op 16 juni 2025 melding van een vermoeden van fraude bij de examencommissie gedaan. Voorafgaand aan het hoorgesprek bij de examencommissie heeft de scriptiebegeleider via Teams contact opgenomen met [appellant]. [appellant] heeft aangegeven dat hij zich bewust is van zijn handelen en het ongelofelijk stom van zichzelf vindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6341
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505507/1/A2

202505554/1/A2

Bij beslissing van 17 juli 2025 heeft de directeur van het domein Gezondheid, Sport en Welzijn (hierna: de directeur) [appellant] een negatief bindend studieadvies gegeven. [appellant] volgt vanaf het studiejaar 2022/2023 de opleiding Mondzorgkunde van de Hogeschool Inholland. [appellant] heeft stemmingsstoornissen waardoor hij last heeft van concentratieproblemen. In zowel het studiejaar 2022/2023 als 2023/2024 is het bindend studieadvies op grond van deze persoonlijke omstandigheden uitgesteld. Bij het laatste uitstel is hem te kennen gegeven dat hij uiterlijk op 31 juli 2025 het gehele propedeutische programma van 60 studiepunten behaald moet hebben. Met het behalen van 49 studiepunten heeft [appellant] niet voldaan aan de uitgestelde norm. De directeur heeft voor het nemen van de beslissing van 17 juli 2025 advies gevraagd aan de studentendecaan over de persoonlijke omstandigheden van [appellant] in relatie tot het niet behalen van de uitgestelde BSA-norm.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6347
Datum uitspraak
24 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505554/1/A2

202504375/2/R2

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven [verzoeker] gelast de kamergewijze verhuur op het bedrijfsperceel van [verzoeker] aan [locatie] te Veldhoven te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoeker] heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6410
Datum uitspraak
23 december 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202504375/2/R2

BRS.25.000026

Bij besluit van 27 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6247
Datum uitspraak
23 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000026

BRS.25.000691

Bij besluit van 23 februari 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 2 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister betrokkene opnieuw hoort, in de Comorese taal, en een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6243
Datum uitspraak
23 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000691

BRS.25.000910

Bij besluiten van 28 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6244
Datum uitspraak
23 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000910

BRS.25.001648

Bij uitspraak van 11 september 2025 heeft de Afdeling het hoger beroep van opposant tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 juli 2025 in zaak nr. NL24.50414 met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6257
Datum uitspraak
23 december 2025
  • Verzet
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001648

BRS.25.002088

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6249
Datum uitspraak
23 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002088

BRS.25.002246

Bij besluit van 18 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6289
Datum uitspraak
23 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002246

BRS.25.002277

Bij besluit van 4 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6248
Datum uitspraak
23 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002277

BRS.25.002325

Bij besluit van 15 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6292
Datum uitspraak
23 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002325

BRS.25.002343

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6290
Datum uitspraak
23 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002343

202405217/1/V1

Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6268
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405217/1/V1

202407191/4/R3

Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Park OverdeSchie" vastgesteld. Het plangebied betreft het terrein van het huidige tennispark OverdeSchie. Met het plan wordt beoogd een ontwikkeling naar woningen mogelijk te maken. Het plan staat maximaal 48 woningen toe. Het voornemen is om zestien appartementen en 32 woningen te realiseren. [appellant] woont op de [locatie] in Rotterdam. Haar woning ligt tegenover het plangebied op een afstand van ongeveer 41 m. De afstand tussen haar woning en het beoogde appartementencomplex is ongeveer 90 m. [appellant] vreest voor aantasting van haar woon- en leefklimaat als gevolg van de realisatie van de woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6260
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202407191/4/R3

202501379/1/V3

Bij besluit van 7 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie. appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6279
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501379/1/V3

202504353/1/V3

Bij besluit van 4 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6278
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504353/1/V3

202504373/1/V2

Bij besluit van 6 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 23 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. W. Spijkstra, advocaat in Leeuwarden, hoger beroep ingesteld. De minister heeft een nader stuk ingediend, waarop appellant heeft gereageerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6237
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504373/1/V2

202504481/1/V3. Datum uitspraak:

Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6277
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504481/1/V3. Datum uitspraak:

202504527/1/V3

Het betrft een verzoek om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, in zaak nr. 202503120/1/V3, ECLI:NL:RVS:2025:3367.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6270
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202504527/1/V3

202504528/1/V3.

Het betreft een verzoek om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, in zaak nr. 202503122/1/V3, ECLI:NL:RVS:2025:3360.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6266
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202504528/1/V3.

202504529/1/V3

Het betrfeft een verzoek om om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna van de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, in zaak nr. 202503124/1/V3, ECLI:NL:RVS:2025:3368.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6265
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202504529/1/V3

202504530/1/V3

Het betreft een verzoek om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025, in zaak nr. 202503126/1/V3, ECLI:NL:RVS:2025:3369.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6262
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202504530/1/V3

202504937/1/V3

Bij besluit van 18 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6261
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504937/1/V3

202505095/1/R3 en 202505095/2/R3

Sonac heeft een aanvraag gedaan om gefaseerd een omgevingsvergunning te verlenen voor het oprichten van een groengasinstallatie, een Denox-installatie en voor het stoken van de stookketels op vet in plaats van aardgas. Het college van gedeputeerde staten van Fryslân heeft daarop de gemeenteraad van Tytsjerksteradiel gevraagd om een besluit te nemen over een verklaring van geen bedenkingen, op basis van artikel 2.27 van de Wabo. De raad heeft vervolgens een ontwerpverklaring van geen bedenkingen geweigerd. Daarop heeft Sonac de aanvraag gewijzigd. [persoon A] en anderen vrezen dat de aangevraagde activiteiten zullen leiden tot meer overlast. Zij willen dat het college op de aanvragen beslist om zekerheid te krijgen over of de aangevraagde activiteiten mogen worden uitgevoerd. Dit tegen de achtergrond van de geweigerde ontwerpverklaring van geen bedenkingen. Nu het college nog steeds niet op de aanvragen heeft beslist en de termijn voor het nemen van een besluit op de aanvraag ruim is verstreken, hebben zij bij de rechtbank beroep ingesteld wegens het niet-tijdig beslissen door het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6258
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202505095/1/R3 en 202505095/2/R3

20504524/1/V3

Het betreft een verzoek om herziening (artikel 8:119 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) van de uitspraak van de Afdeling van 23 juli 2025 in zaak nr. 202503108/1/V3, ECLI:NL:RVS:2025:3375.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6273
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Herziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak20504524/1/V3

BRS.25.002142

Bij besluit van 10 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 20 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6221
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002142

BRS.25.002202

Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 26 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. J.A. Pieters, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6220
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002202

BRS.25.002308 en BRS.25.002311

Bij e-mail van 27 juli 2023 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bevestigd dat het een verzoek van betrokkene om eenmalige ontheffing van de op hem rustende meldplicht, mondeling heeft afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6250
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002308 en BRS.25.002311

BRS.25.002318

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6254
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002318

BRS.25.002410

Bij besluit van 4 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard, haar opgedragen om Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd. Bij uitspraak van 4 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, voor zover de minister een vertrektermijn heeft onthouden en een inreisverbod heeft uitgevaardigd en zelf in de zaak voorzien door een vertrektermijn op te leggen van vier weken. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6214
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002410

BRS.25.002507

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6283
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002507

BRS.25.002587

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6294
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002587

202502319/1/A2

Openbare zitting gehouden op 22 december 2025 om 11:30 uur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6310
Datum uitspraak
22 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202502319/1/A2
vorige pagina1234...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon