Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202401622/2/A3

Uitspraak 202401622/2/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2200
Datum uitspraak
20 april 2026
Inhoudsindicatie
de Autoriteit Persoonsgegevens heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken. De AP heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de in het procesverloop onder A t/m F genoemde ongeschoonde stukken kennis zal nemen. De stukken bevatten informatie die de AP heeft opgevraagd in het kader van een door haar ingesteld onderzoek naar de wijze waarop het college op verschillende plaatsen in de binnenstad van Enschede bezoekerstellingen heeft gedaan. Die tellingen vonden plaats in de periode van 25 mei 2018 tot en met 30 april 2020. Volgens de AP bevatten de stukken in de eerste plaats bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan haar zijn vertrekt, waarvan bovendien een deel intellectueel eigendom is van PFM Netherlands B.V. Ook heeft de AP toegelicht dat kennisneming van de ongeschoonde stukken kan leiden tot aantasting van de belangen die zijn gediend met het effectief houden van toezicht.
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202401622/2/A3.
Datum beslissing: 20 april 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op grond van artikel 8:29, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het hoger beroep van:

de Autoriteit Persoonsgegevens (de AP),

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 2 februari 2024 in zaak nr. 22/775 in het geding tussen:

de AP

en

het college van burgemeester en wethouders van Enschede.

Procesverloop

De AP heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 2 februari 2024 in zaak nr. 22/775.

De AP heeft de vertrouwelijke versies van een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

Het betreft de volgende stukken:

A. 3 juni 2019: MAC Hashing Analysis, PFM

B. 20 juni 2019 door PFM aangeleverde documenten

C. 15 juli 2019: E-mail met vragen aangeleverde documenten

D. 29 juli 2019: Tussentijdse resultaten pseudonimisering

E. 3 maart 2020: Globale analyse van broncode

F. 8 juli 2021: Onderzoek externe deskundige naar werking techniek

Het college heeft gereageerd op het verzoek.

Overwegingen

1.       De hoofdzaak gaat over de oplegging van een bestuurlijke boete wegens overtreding van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG).

Het verzoek

2.       De AP heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de in het procesverloop onder A t/m F genoemde ongeschoonde stukken kennis zal nemen. De stukken bevatten informatie die de AP heeft opgevraagd in het kader van een door haar ingesteld onderzoek naar de wijze waarop het college op verschillende plaatsen in de binnenstad van Enschede bezoekerstellingen heeft gedaan. Die tellingen vonden plaats in de periode van 25 mei 2018 tot en met 30 april 2020. Volgens de AP bevatten de stukken in de eerste plaats bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan haar zijn vertrekt, waarvan bovendien een deel intellectueel eigendom is van PFM Netherlands B.V. Ook heeft de AP toegelicht dat kennisneming van de ongeschoonde stukken kan leiden tot aantasting van de belangen die zijn gediend met het effectief houden van toezicht.

Beoordeling

3.       Bij een verzoek als bedoeld in artikel 8;29, eerste lid, van de Awb gaat het niet om de vraag of stukken openbaar moeten worden gemaakt. Gelet op artikel 8:29, derde lid, van de Awb beslist de Afdeling of de weigering dan wel beperking van de kennisneming van een stuk gerechtvaardigd is. Deze beslissing vergt een afweging van belangen. Enerzijds speelt hierbij het belang dat partijen gelijkelijk beschikken over de voor het hoger beroep relevante informatie en het belang dat de bestuursrechter beschikt over alle informatie die nodig is om de zaak op een juiste en zorgvuldige wijze af te doen. Daartegenover staat dat de kennisneming door partijen van bepaalde gegevens het algemeen belang, het belang van één of meer partijen en/of het belang van derden onevenredig kan schaden.

4.       Naar het oordeel van de Afdeling wegen de belangen bij geheimhouding van de ongeschoonde stukken zwaarder dan de belangen van partijen bij kennisneming van deze stukken.

De Afdeling heeft vastgesteld dat de ongeschoonde stukken bedrijfs- en fabricagegegevens bevatten die vertrouwelijk aan de AP zijn verstrekt door Bureau RMC en PFM Netherlands B.V. Hierin staat informatie over de broncode en de technische werking van de systemen die zijn gebruikt om MAC-adressen te verzamelen en te pseudonimiseren. De Afdeling deelt het standpunt van de AP dat dit bedrijfsgevoelige informatie is, en acht het aannemelijk dat kennisname van deze informatie door derden de belangen van Bureau RMC en PFM Netherlands B.V. onevenredig kan schaden.

De Afdeling acht het verder aannemelijk dat het bekend worden van de informatie uit de ongeschoonde stukken, in dit specifieke geval waar het gaat om bedrijfsvertrouwelijke informatie berustend bij een derde partij, kan leiden tot aantasting van het belang van inspectie, controle en toezicht door de AP (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 5 oktober 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:2200)). De Afdeling volgt het standpunt van de AP dat dit kan betekenen dat organisaties terughoudender worden in het verstrekken van informatie, wat een volledig en efficiënt onderzoek bemoeilijkt.

5.       De Afdeling acht het verzoek tot beperkte kennisneming daarom gerechtvaardigd.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek toe.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Kemerink op Schiphorst-Hofman, griffier.

w.g. Daalder
lid van de enkelvoudige geheimhoudingskamer

w.g. Kemerink op Schiphorst-Hofman
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2026

933


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon