Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.759
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202301469/2/V3

Bij besluiten van 7 november 2022 en 4 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1775
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301469/2/V3

202302091/1/V3

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1713
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302091/1/V3

202302320/2/V3

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1763
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302320/2/V3

202302338/1/V3 en 202302338/2/V3

Bij besluit van 15 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1769
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302338/1/V3 en 202302338/2/V3

202302381/2/V2

Bij besluit van 10 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1773
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302381/2/V2

202302476/1/V1 en 202302476/2/V1

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1771
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302476/1/V1 en 202302476/2/V1

202302499/1/V2 en 202302499/2/V2

Bij besluit van 8 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1768
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302499/1/V2 en 202302499/2/V2

202302514/1/V1 en 202302514/2/V1

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1776
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302514/1/V1 en 202302514/2/V1

202302583/1/V1 en 202302583/2/V1

Bij besluit van 2 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1786
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302583/1/V1 en 202302583/2/V1

202302674/1/V3

Bij besluit van 9 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1765
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302674/1/V3

202105403/2/R3

Ten aanzien van zaak nr. 202105403/1/R3, die op 12 mei 2023 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. W. den Ouden (hierna: de staatsraad), die als lid van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 4 mei 2023 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1778
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Verschoning
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202105403/2/R3

202107242/2/A2

Bij brief, ingekomen op 22 april 2023, heeft [verzoeker] in zaak nr. 202107242/1/A2 verzocht om wraking van alle staatsraden in de Afdeling bestuursrechtspraak en van de Afdeling als geheel. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek ten grondslag gelegd dat de Afdeling eerder uitspraak heeft gedaan (uitspraak van 7 november 2018, ECLI:NL:RVS:2018:3633) in een geschil tussen hem en het bestuur van de Raad voor Rechtsbijstand over een aantal intrekkingen van vergoedingen voor rechtsbijstand. Een overweging in deze uitspraak is volgens hem mede de oorzaak geweest dat een tuchtrechtelijke procedure voor hem ongunstig is afgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1755
Datum uitspraak
8 mei 2023
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202107242/2/A2

202202020/3/A3

De verzoeken richten zich tegen de besluiten van 21 maart 2023, waarbij het college van gedeputeerde staten van Utrecht de bezwaren van De Faunabescherming en Animal Rights en Fauna4Life deels gegrond heeft verklaard en de verleende ontheffing van 31 augustus 2020 aan de Faunabeheereenheid voor het 's nachts afschieten van vossen met een geweer heeft gewijzigd. Deze besluiten heeft het college hangende de hoger beroepen in zaak nr. 202202020/1/A3 genomen ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank Midden-­Nederland van 16 februari 2022 in zaken nrs. 21/1854 en 21/2143.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1792
Datum uitspraak
4 mei 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202202020/3/A3

202203241/1/V1

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsbeperkende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1752
Datum uitspraak
4 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203241/1/V1

202205489/1/V3

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van de vreemdeling om de aan hem opgelegde verplichting de Europese Unie onmiddellijk te verlaten in te trekken en het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod op te heffen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1714
Datum uitspraak
4 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202205489/1/V3

202300283/1/A3 en 202300283/2/A3

Bij besluit van 6 juli 2022 heeft de minister de aanvraag van [verzoeker] voor een verklaring omtrent het gedrag voor de functie van rijinstructeur afgewezen. [verzoeker] exploiteert een autorijschool. Hij heeft op 25 mei 2022 bij de minister verzocht om een VOG, omdat hij zijn certificaat voor het geven van rijonderricht, bedoeld in artikel 7 van de Wet rijonderricht motorrijtuigen 1993 wil verlengen. [verzoeker] exploiteert een autorijschool. Hij heeft op 25 mei 2022 bij de minister verzocht om een VOG. De politierechter heeft [verzoeker] op 25 juni 2020 wegens feitelijke aanranding van de eerbaarheid (artikel 246 van het Wetboek van Strafrecht) veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken met een proeftijd van 2 jaren. De uitspraak van de politierechter is op 10 juli 2020 onherroepelijk geworden. De minister is van mening dat aan het objectieve criterium is voldaan, omdat dit feit, indien herhaald, een risico inhoudt voor de veiligheid en het welzijn van de (minderjarige) leerlingen van [verzoeker].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1749
Datum uitspraak
4 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202300283/1/A3 en 202300283/2/A3

202300697/2/R2

De verzoeken richten zich tegen het besluit van 6 december 2022, waarbij de raad het bestemmingsplan "Ruimte voor Ruimte Vervul 18a" heeft vastgesteld. Bij dit bestemmingsplan is realisering van een zogenoemde ruimte-voor-ruimte-woning op het perceel Vervul 18a te Rijsbergen mogelijk gemaakt.[verzoeker sub 1], [verzoeker sub 2] en de Stichting Mooi Geweest hebben beroep ingesteld tegen dit besluit. Zij hebben tevens de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen in die zin dat het besluit van 6 december 2022 wordt geschorst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1898
Datum uitspraak
4 mei 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300697/2/R2

202300819/2/R2

Het verzoek richt zich tegen het besluit van 19 december 2022, waarbij de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Buitengebied De Uiterste Stuiver 2010, 4e herziening (Vierbundersweg 64)" heeft vastgesteld. Bij dit bestemmingsplan is het bestemmingsvlak "Agrarisch - Agrarisch bedrijf" vergroot om de uitbreiding van het agrarisch bedrijf ter plaatse mogelijk te maken. Ook is hiermee de bestaande situatie met betrekking tot de bebouwing van het bedrijf in overeenstemming met het bestemmingsplan gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1796
Datum uitspraak
4 mei 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300819/2/R2

202302393/2/V1

Bij besluit van 9 maart 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1748
Datum uitspraak
4 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302393/2/V1

202302536/2/V1

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1754
Datum uitspraak
4 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302536/2/V1

202302792/2/V3

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1759
Datum uitspraak
4 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302792/2/V3

202202207/3/A2

Bij brief, ingekomen op 25 april 2023, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. C.J. Borman (hierna: de staatsraad) als lid van de Afdeling belast met de behandeling van de zaak nr. 202202207/1/A2. [verzoeker] heeft aan zijn verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat de zitting in de hoofdzaak ten onrechte zonder hem heeft plaatsgevonden. De staatsraad heeft ten onrechte zijn verzoek om de zitting uit te stellen afgewezen en hiermee bij hem de vrees gewekt dat de staatsraad partijdig en vooringenomen is, waardoor geen sprake is van een eerlijk proces. De schriftelijke reactie van de staatsraad op zijn wrakingsverzoek is volgens [verzoeker] een schending van de Gedragscode rechterlijke macht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1756
Datum uitspraak
4 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202202207/3/A2

202002090/3/V3

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 19 maart 2020 in zaak nr. NL20.3756.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1673
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202002090/3/V3

202105774/1/V2

Bij besluit van 24 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1708
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105774/1/V2

202200284/1/V2

Bij besluit van 9 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1705
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202200284/1/V2

202202766/1/V2

Bij besluit van 28 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1709
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202766/1/V2

202205749/1/V3

Bij besluit van 23 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ingetrokken en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd voor de duur van tien jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1697
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202205749/1/V3

202300772/1/V1

Bij besluit van 21 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1701
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300772/1/V1

202301059/1/V1

Bij brief van 28 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling laten weten dat hij het in beroep bestreden besluit van 11 januari 2023 heeft ingetrokken en dat hij de asielaanvraag van de vreemdeling in de nationale asielprocedure zal behandelen, omdat de overdrachtstermijn bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) is verstreken. In reactie daarop heeft de vreemdeling laten weten dat hij het hoger beroep intrekt en heeft hij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1704
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301059/1/V1

202301086/1/V3

Bij besluiten van 6 mei 2022 en 26 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1963
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301086/1/V3

202301098/1/V3

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1712
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301098/1/V3

202301521/1/V1

Bij brief van 11 april 2023 heeft de vreemdeling aan de Afdeling laten weten dat de overdrachtstermijn bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Dublinverordening (PB 2013, L 180) is verstreken en dat hij daarom zijn hoger beroep intrekt. Daarnaast heeft hij de Afdeling verzocht de staatssecretaris te veroordelen in de proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1700
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301521/1/V1

202301949/1/V3

Bij besluit van 21 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1702
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301949/1/V3

202302090/1/V3

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1703
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302090/1/V3

202302140/1/V1 en 202302140/2/V1

Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1707
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302140/1/V1 en 202302140/2/V1

202302204/1/V3

Bij besluit van 27 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1695
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302204/1/V3

202302318/2/V1

Bij besluit van 27 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1710
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302318/2/V1

202302770/2/V2

Bij besluit van 17 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1753
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302770/2/V2

202001994/1/A2

Bij besluiten van 20 september 2018 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de vergoedingen op de toevoegingen met nummers 4MV6253, 4MV4296, 4MV4319 en 4KS8266 ingetrokken. [appellant] is advocaat en neemt deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat de vraag of een zaak toevoegingswaardig is niet langer door de raad naar aanleiding van een toevoegingsaanvraag, maar door de rechtsbijstandverlener voorafgaand aan het indienen van de aanvraag wordt beoordeeld. Afgegeven toevoegingen en vastgestelde vergoedingen worden vervolgens achteraf steekproefsgewijs gecontroleerd door de raad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1727
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202001994/1/A2

202003424/1/A2

Bij uitspraak van 27 december 2018, ECLI:NL:RVS:2018:4291, heeft de Afdeling het door Stichting Rijswijk Wonen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 18 januari 2018 in zaak nr. 17/1428 vernietigd. Doende wat de rechtbank had behoren te doen, heeft de Afdeling het beroep van Stichting Rijswijk Wonen tegen het besluit van de minister voor Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening van 13 januari 2017, waarbij de intrekking van de aan de Stichting verleende subsidie op grond van de Stimuleringsregeling energieprestatie huursector is gehandhaafd, gegrond verklaard. Stichting Rijswijk Wonen heeft op 12 november 2014 voor twee appartementencomplexen aan de Martin Campslaan te Rijswijk, in totaal bestaande uit 274 huurwoningen, op grond van de STEP, subsidie aangevraagd. De Stichting wilde daarmee de energieprestatie van die woningen verbeteren. Bij besluit van 19 januari 2015 heeft de minister de aanvraag ingewilligd en aan de Stichting een subsidie verleend van € 729.200,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1733
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202003424/1/A2

202101295/1/A2

Bij brief van 15 november 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de zorgtoeslag en de huurtoeslag van [appelante] over het berekeningsjaar 2015 definitief berekend en vastgesteld op nihil. [appelante] heeft op grond van een vaststellingsovereenkomst met Achmea Schadeverzekeringen N.V. van 12 juli 2013 een schadevergoeding van € 320.000,00 ontvangen wegens een haar in 2001 overkomen gasexplosie waarbij zij ernstig letsel heeft opgelopen. Voor de inkomstenbelasting behoort dit bedrag tot het vermogen van [appelante]. Het vermogen (in de vorm van de grondslag sparen en beleggen en het voordeel uit sparen en beleggen) is ook van belang voor het bepalen van de aanspraak van [appelante] op zorg- en huurtoeslag. [appelante] heeft over 2015 en 2016 voorschotten zorg- en huurtoeslag ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1730
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202101295/1/A2

202101758/1/R2

Bij besluit van 1 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Oisterwijk het bestemmingsplan "Zandstraat 16a" vastgesteld. Het plan voorziet in de omschakeling van een agrarisch bedrijf met een recreatieve nevenfunctie naar een volwaardig verblijfsrecreatiebedrijf aan de Zandstraat 16a en de Zandstraat 3a in Moergestel. Aan de Zandstraat 16a voorziet het plan in 10 vrijstaande verblijfsrecreatieve eenheden, een bedrijfswoning met bijgebouwen en 10 inpandige verblijfsrecreatieve eenheden met bijbehorende voorzieningen in de bestaande groepsaccommodatie. Daarin zijn ook aan verblijfsrecreatie ondergeschikte voorzieningen voorzien, zoals wellness (maximaal 100 m2), therapieruimten en vergaderruimten. De maximale bebouwde oppervlakte, inclusief aan- en uitbouwen en overkappingen, bedraagt 2.455 m2. Aan de Zandstraat 3a voorziet het plan in een vrijstaande verblijfsrecreatieve eenheid met een maximale oppervlakte van 128 m2. De Vereniging en anderen vrezen onder andere dat de natuurwaarden in en rondom het plangebied worden aangetast door het plan, voor zover dat ziet op de Zandstraat 16a.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1743
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202101758/1/R2

202103006/1/A3

Bij besluit van 3 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas een verzoek van [appellant] om zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (hierna: brp) te wijzigen, afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [naam 1], geboren op [geboortedatum 1] 1985 in Bagdad, Irak. Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem afgelegde verklaring onder ede op 22 mei 2008. Die verklaring komt overeen met zijn eerdere verklaring tegenover de Immigratie- en Naturalisatiedienst (hierna: IND) van 18 september 2007 in het kader van zijn asielprocedure. Als bijlage bij die verklaring zijn een Iraakse nationaliteitsverklaring en identiteitskaart gevoegd. [appellant] heeft het college verzocht om zijn gegevens te wijzigen in [naam 2], geboren op [geboortedatum 2] 1985 in Bagdad, Irak. De geslachtsnaam van zijn moeder zou [naam moeder] zijn en de geslachtsnaam van zijn vader zou [naam vader] zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1716
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202103006/1/A3

202103904/1/A3

Bij besluit van 29 mei 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland het verzoek van de stichting om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaar te maken gedeeltelijk toegewezen. Het college heeft bij besluit van 29 mei 2019 aan de stichting meegedeeld dat 129 documenten zijn aangetroffen die onder de reikwijdte van het Wob-verzoek vallen. Een deel van de documenten heeft het college openbaar gemaakt en een deel heeft het geweigerd. Daarnaast heeft het college meegedeeld dat een deel van de documenten al openbaar is. In het besluit op bezwaar heeft het college het besluit van 29 mei 2019 in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1718
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202103904/1/A3

202104208/1/A3

Bij besluit van 28 augustus 2019 heeft de korpschef van politie het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens in politiedossiers gedeeltelijk afgewezen. [appellant] heeft de korpschef op grond van artikel 25, eerste lid, van de Wet politiegegevens verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens in politiedossiers uit de periode vanaf de laatste keer dat hij inzage heeft gekregen. [appellant] doet ongeveer ieder halfjaar een verzoek om inzage. De korpschef heeft inzage geweigerd in een deel van de verzochte politiegegevens, omdat de weigeringsgrond uit artikel 27, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wpg zich tegen inzage verzet. Volgens de korpschef is de weigering een noodzakelijke en evenredige maatregel om nadelige gevolgen voor opsporingsonderzoek te vermijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1735
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202104208/1/A3

202105766/1/R2

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen veehouderij [appellante sub 2], gevestigd aan de [locatie A] in [plaats], afgewezen. [appellante sub 2] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie A] in [plaats]. Aan het bedrijf is op 13 februari 2017 een natuurvergunning verleend voor het houden van vee in stallen. Deze vergunning is door de rechtbank op 7 augustus 2019 vernietigd. Het bedrijf beschikte ten tijde van de besluiten van 29 april 2021 en 23 september 2021 niet over een vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en/of mest wordt uitgereden zonder natuurvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1687
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202105766/1/R2

202106377/1/R3

Bij besluit van 14 juli 2021 heeft de raad van de gemeente Krimpenerwaard het bestemmingsplan "Bestemmingsplan met verbrede reikwijdte Binnenstad Schoonhoven" vastgesteld. Het plan is een zogenoemd "bestemmingsplan met verbrede reikwijdte". Dit betekent dat de raad gebruik heeft kunnen maken van extra mogelijkheden voor de inrichting van het plan op basis van artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet in verbinding met artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen wonen allen in de binnenstad van Schoonhoven, gelegen binnen het plangebied. Zij kunnen zich niet met het plan verenigen. [appellant sub 1] komt op tegen het loslaten van de maximaal toegestane bouwhoogtes binnen het beschermd stadsgezicht. [appellant sub 2] en anderen stellen dat het plan leidt tot rechtsonzekerheid. Verder vrezen zij dat het verruimen van de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden op het perceel Dam 9 tot een aantasting van de ter plaatse aanwezige cultuurhistorische waarden leidt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1726
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202106377/1/R3

202106498/1/R3

In negen afzonderlijke besluiten van 4 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Enschede aan [appellant A] en anderen lasten onder dwangsom opgelegd met betrekking tot het gebruiken van (bedrijfs)panden voor (on)zelfstandige bewoning op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] (hierna: [pand 1]), [locatie 3] (hierna: pand 2]) en [locatie 4] (hierna: [pand 3]) te Enschede. [appellant A] en [appellant C] hebben op 17 mei 2016 [pand 1], [pand 2] en [pand 3] in eigendom verkregen. [appellant A] en [appellant C] hebben de panden nadien verhuurd aan [appellant B], die de panden heeft verbouwd tot appartementen dan wel kamers en verhuurd aan derden. [appellant B] bewoont zelf een appartement dan wel een kamer in het [pand 1[ en [pand 2]. Op 25 september 2019 is door de afdeling Handhaven Bouwen en Milieu van de gemeente Enschede een controle uitgevoerd op de percelen [pand 1], [pand 2] en [pand 3]. De inspecteurs zijn te woord gestaan door [appellant C] en dat [appellant C] heeft verklaard dat de [pand 2] en [pand 3] worden bewoond. Tevens volgt uit het rapport dat de inspecteurs hebben geconstateerd dat ook de [pand 1] in gebruik is voor bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1746
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106498/1/R3

202106570/1/A3

Bij besluit van 19 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend een vergunning verleend voor het vormen van vier zelfstandige woonruimten op het adres [locatie] in Purmerend. [appellant] is eigenaar van het pand op het adres [locatie] in Purmerend. Hij heeft op 7 oktober 2020 een vergunning aangevraagd voor het verbouwen van een zelfstandige woonruimte tot vier zelfstandige woonruimten (een woningvormingsvergunning). Hij heeft daarbij vermeld dat een deel van het pand op dat moment in gebruik was als kantoor en een deel leeg stond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1720
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202106570/1/A3

202106625/1/R2

Bij besluit van 28 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van het gebruik van het winkelpand met bovenwoning op het perceel [locatie A] te Raamsdonksveer ten behoeve van de realisatie van zes starterswoningen. Op grond van deze vergunning mag het winkelpand met bedrijfswoning worden verbouwd tot zes appartementen en mag het pand geheel voor bewoning worden gebruikt. [appellant] exploiteert het [horecabedrijf] aan de [locatie B] in Raamsdonkveer. [appellant] vreest voor belemmeringen in haar bedrijfsvoering als gevolg van het gewijzigde gebruik van het pand en heeft daarom bezwaar gemaakt tegen de vergunningen. Het college heeft deze bezwaren bij besluiten op bezwaar van 15 april en 16 juni 2021 ongegrond verklaard omdat naar de mening van het college geen nieuwe belemmeringen ontstaan als gevolg van de vergunningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1742
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202106625/1/R2

202107321/1/A3

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venlo een verzoek van [appellante] om haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen te wijzigen, afgewezen. [appellante] staat in de brp ingeschreven als [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1985 in [plaats], China. Deze gegevens zijn ontleend aan een door haar op 27 augustus 2001 afgelegde verklaring onder ede. [appellante] heeft het college verzocht haar gegevens te wijzigen in [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1983 in [plaats], China.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1721
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202107321/1/A3

202107621/1/R1

Bij besluit van 7 oktober 2021 heeft de raad van de gemeente Sittard-Geleen het bestemmingsplan "Heistraat Einighausen" (hierna: het plan) vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van 15 woningen op de voormalige school- en sporthallocatie op de hoek van de Heistraat en Pastoor Bastinstraat in Einighausen. Deze school en sporthal zijn inmiddels gesloopt. Verder is het voornemen om tussen de kerk en de nieuwe woningen, op de plek van de voormalige sporthal, een dorpsplein te creëren. Aan het plangebied was in het voorheen geldende bestemmingsplan "Guttecoven en Einighausen" de bestemming "Maatschappelijke voorzieningen" toegekend. [appellante] woont schuin tegenover het plangebied aan de [locatie] en vreest voor aantasting van haar woongenot en waardedaling van haar woning door het plan. Zij vreest dat met de komst van de woningen een meer stedelijke omgeving zal ontstaan. Ook is er volgens haar op de langere termijn geen behoefte aan de nieuwe woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1740
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202107621/1/R1

202107714/1/A2

Bij besluit van 17 februari 2020 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding van € 4.331,46, inclusief wettelijke rente en bijkomende kosten, toegekend. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie], te Borgercompagnie. Op 5 juni 2019 heeft [appellant] een aanvraag tot vergoeding van schade veroorzaakt door mijnbouwactiviteiten ingediend bij de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen. Bij besluit van 8 maart 2021 heeft het Instituut een schadevergoeding van € 7.239,01, inclusief wettelijke rente en bijkomende kosten, toegekend. De rechtbank heeft een aanvullende schadevergoeding van € 3.683,30, inclusief wettelijke rente, toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1728
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202107714/1/A2

202107793/1/R3

Bij besluit van 28 september 2021 heeft de raad van de gemeente Schiedam het bestemmingsplan "Schieveste 2021" vastgesteld. Het plan is een zogenoemd "bestemmingsplan met verbrede reikwijdte". Dit betekent dat de raad gebruik heeft gemaakt van extra mogelijkheden voor de inrichting van het bestemmingsplan op basis van artikel 2.4 van de Crisis- en herstelwet in verbinding met artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet. De raad wil hiermee anticiperen op de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Tussen de A20 bij Schiedam en de spoorlijn Rotterdam - Delft, Den Haag en Hoek van Holland is het plangebied gelegen. Het plangebied ligt nu grotendeels braak. Met het bestemmingsplan "Schieveste 2021" wil de raad ten minste 3.000 zelfstandige wooneenheden realiseren, die passen bij de gewenste verdichting rondom het station Schiedam Centrum. OCS, een consortium dat bestaat uit Van Omme & De Groot, Dura Vermeer, VolkerWessels Vastgoed en Synchroon, is de initiatiefnemer van het project.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1688
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202107793/1/R3

202200271/1/R4

Bij besluit van 23 november 2021 heeft de raad van de gemeente Rheden het bestemmingsplan "Rheden-Haveland 2019" vastgesteld. Het bestemmingsplan is een actualiserend plan en omvat het geluidgezoneerde bedrijventerrein Haveland in Rheden en enkele percelen in de directe omgeving daarvan. [appellant sub 1] woont aan de [locatie] te Rheden. Vivare is een woningbouwcorporatie en eigenaar van twintig sociale huurwoningen aan de Havelandseweg 28 tot en met 50bis te Rheden. Zowel de woning van [appellant sub 1] als de woningen van Vivare hebben op grond van het bestemmingsplan de enkelbestemming "Bedrijventerrein" met onder meer de functieaanduiding "wonen" gekregen. Onderdeel van de planregeling voor deze woningen is een uitsterfregeling. Dit houdt onder andere in dat de woningen met niet meer dan 5% mogen worden vergroot en niet mogen worden herbouwd als ze, anders dan door een calamiteit, worden gesloopt. De reden dat de raad voor deze uitsterfregeling heeft gekozen, is omdat hij daarmee bestaande woningen op het bedrijventerrein Haveland die onder het overgangsrecht vielen van het voorheen geldende bestemmingsplan, een passende bestemming wilde geven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1731
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202200271/1/R4

202200489/1/R4

Bij besluit van 22 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een bedrijfsverzamelgebouw op het perceel [locatie] te Soest. [vergunninghouder] wil een bedrijfsverzamelgebouw met tien units bouwen op het perceel [locatie] te Soest. Het college heeft hem hiervoor een omgevingsvergunning verleend. [appellant] en anderen wonen allen in de directe omgeving van het perceel. Zij zijn tegen de bouw van het bedrijfsverzamelgebouw, want zij vrezen voor parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1729
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200489/1/R4

202200700/1/R4

Bij uitspraak van 1 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2692, heeft de Afdeling het verzoek van [verzoekster] om de uitspraak van de Afdeling van 15 juli 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1634, te herzien, afgewezen. Bij uitspraak van 23 oktober 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3577, heeft de Afdeling het beroep van [verzoekster] tegen het besluit van 29 juni 2015 niet-ontvankelijk verklaard en het beroep tegen het besluit van 19 november 2018 ongegrond verklaard. Die besluiten zien op de bestemmingsplannen "Buitengebied Zederik" (zaak nr. 201901164/1/R2) en "Reparatieplan Buitengebied" (zaak nr. 201900576/1/R2). [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht om deze uitspraak te herzien. Zij heeft daartoe twee afzonderlijke verzoeken om herziening ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1744
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Herziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202200700/1/R4

202200728/1/A2

Bij besluit van 21 november 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de voorschotten zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag voor [appellante] over het jaar 2019 opnieuw berekend en vastgesteld op respectievelijk nihil, nihil en € 7.944,00. Met ingang van 12 juni 1996 staan [appellante] en haar moeder in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres [locatie] in Hoofddorp. Omdat op 26 oktober 2018 de dochter van [appellante] is geboren en met ingang van haar geboortedatum ook in de brp is ingeschreven op hetzelfde adres, heeft de Belastingdienst/Toeslagen de moeder over de jaren 2018, 2019 en 2020 aangemerkt als toeslagpartner van [appellante]. Daaraan heeft de Belastingdienst/Toeslagen ten grondslag gelegd dat [appellante] niet valt onder de uitzondering die is opgenomen in artikel 3, tweede lid, aanhef en onder e, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, met de tekst van vóór 1 januari 2021, omdat toen de besluiten werden genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1725
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202200728/1/A2

202200757/1/R3

Bij besluit van 15 december 2021 heeft de raad van de gemeente Waddinxveen het bestemmingsplan "'T Suyt II" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van maximaal 160 woningen, een groenvoorziening en een ontsluitingsweg mogelijk. Het plangebied is gelegen tussen het terrein van voetbalvereniging "Be Fair" aan de Toernooiweg in het zuiden en de Onderweg in het noorden. Het ligt aan de westkant van Waddinxveen. [appellant] betoogt dat het participatieproces onvoldoende is geweest. Tijdens de bewonersavond van 29 januari 2019 is volgens [appellant] door de wethouder verzekerd dat op de groenstrook aan de Onderweg niet gebouwd zou worden. Tijdens de bijeenkomst van de klankbordgroep op 25 september 2019 is alsnog besloten om te gaan bouwen op de groenstrook. In latere klankbordgroepbijeenkomsten werd niet de mogelijkheid geboden om op die beslissing terug te komen. Op de zitting heeft [appellant] toegelicht dat door de verzekering van de wethouder hij en andere bewoners van de Onderweg hebben besloten om geen deel uit te maken van de klankbordgroep. De klankbordgroep heeft hierdoor een onevenwichtige samenstelling gekregen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1724
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202200757/1/R3

202200794/1/A3

Bij besluiten van 22 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] uitgeschreven uit de basisregistratie personen (hierna: brp) en een ieder van hen een boete van € 325,00 opgelegd. Naar aanleiding van een melding van buurtbewoners heeft het college de bewoning op het adres [locatie] onderzocht. Na raadpleging van meerdere bronnen en contact met de familie [appellanten] heeft het college op 26 november 2019 de familie gevorderd binnen 14 dagen nader genoemde stukken te leveren om te controleren of de familie nog op het adres woont. Het college heeft een rappel gestuurd op 28 januari 2020 omdat een reactie uitbleef. Daarnaast heeft het college brieven gestuurd met het verzoek een adreswijziging door te geven of het formulier ‘verklaring woonadres’ in te vullen. Het college heeft in de periode van 24 oktober 2019 tot en met 27 februari 2020 in totaal 12 huisbezoeken afgelegd zonder iemand op het adres aan te treffen. Ook heeft het college op grond van informatie over het water- en energieverbruik geconstateerd dat het verbruik onder het landelijke gemiddelde lag. De familie [appellanten] heeft eind december 2019 een ‘Woont Aldaar Nog’ verklaring naar het college gestuurd, met de mededeling dat zij nog op het betreffende adres wonen. Het college heeft [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] uitgeschreven uit de brp omdat zij geen aangifte van adreswijziging hebben doorgegeven en na onderzoek geen feitelijke verblijfplaats bekend was. Het college heeft dit standpunt in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1715
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202200794/1/A3

202200802/1/A3

Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft de korpschef van politie het door [appellant] aangevraagde wapenverlof geweigerd. [appellant] heeft tegen dit besluit administratief beroep ingesteld. Op 28 maart 2020 is tegen hem aangifte gedaan van poging tot zware mishandeling (artikel 302, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 45 van het Wetboek van Strafrecht) gepleegd op 21 maart 2020. [appellant] is sinds september 2017 lid van de Amsterdamse Schietvereniging SV357. De aangifte is gedaan door een medewerker van het Shell tankstation in De Rijp. De medewerker verklaarde dat er bij de balie van dit tankstation schermen zijn geplaatst ter bescherming van zowel het personeel als de klanten tegen een eventuele besmetting met het Coronavirus. Het scherm bevat een gat om wisselgeld terug te geven of producten aan klanten te geven. De medewerker verklaarde dat [appellant] zich bij de balie naar het gat toe boog om vervolgens luidt in het gat te kuchen. De medewerker is vanachter het scherm heel boos geworden op [appellant]. Van de aangifte is een proces-verbaal opgemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1719
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202200802/1/A3

202201277/1/R4

Bij besluit van 16 december 2021 heeft de raad van de gemeente IJsselstein het bestemmingsplan "Hoge Dijk IJsselstein" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van vier woningen op een braakliggend terrein op de hoek van de Hoge Dijk en de Maria Montessoristraat in IJsselstein. Naast het plangebied wonen [appellant A] en [appellant B]. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan. De voorziene woningen zijn volgens hen te massaal en komen te dicht bij hun perceel te staan. Zij voeren aan dat het plan een onacceptabele aantasting is van hun woon- en leefklimaat. Zij komen daarom op tegen de vaststelling van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1723
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202201277/1/R4

202201368/1/A2

Bij besluit van 6 januari 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] een schadevergoeding vermeerderd met wettelijke rente toegekend van € 20.639,22 voor de waardedaling van zijn woning. [appellant] is sinds [datum] 1976 eigenaar van de woning aan de [locatie] te Uithuizen (postcode […]). Het Instituut heeft op 10 november 2020 de aanvraag van [appellant] om vergoeding van waardedaling ontvangen. Het Instituut heeft een vergoeding toegekend van € 20.639,22 inclusief de wettelijke rente voor de waardedaling van de woning. Kern van het hoger beroep is of het Instituut bij het begroten van de schadevergoeding voor waardedaling het zogenoemde Atlas-model mag gebruiken. [appellant] stelt een andere wijze van schadeberekening voor. Hij neemt de WOZ-waardevermindering van zijn woning in de periode 2011-2016 tot uitgangspunt en kijkt naar het verlies van rendement dat hij uit zijn woning had kunnen halen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1722
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202201368/1/A2

202201459/1/R3

Op 12 juli 2021 hebben [appellant] en anderen beroep bij de rechtbank ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op hun bezwaar tegen het besluit van het college van 9 oktober 2020. Bij dit besluit is aan vergunninghoudster, de gemeente Alphen aan den Rijn, een vergunning verleend voor het realiseren van een multifunctionele accommodatie aan de Spoorlaan 12 in Zwammerdam. Bij het primaire besluit heeft het college aan vergunninghoudster een vergunning verleend voor het realiseren van een multifunctionele accommodatie aan de Spoorlaan 12 in Zwammerdam. [appellant] en anderen hebben daartegen op 10 november 2020 bezwaar ingediend. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met de uitspraak van de rechtbank, voor zover de rechtbank daarbij zelf voorziend hun bezwaar ongegrond heeft verklaard en daarbij geen proceskostenvergoeding in bezwaar heeft toegekend. Zij hebben tegen de uitspraak hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1732
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201459/1/R3

202202063/1/R4

Bij brief van 21 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] medegedeeld dat zijn verzoek van 23 september 2019 om een omgevingsvergunning voor het reconstrueren van een keldermuur tussen de panden [locatie A] en [locatie B] in Utrecht, buiten behandeling is gesteld. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht. Met de brief van 21 oktober 2019 heeft het college [appellant] geïnformeerd dat aannemelijk is dat het bouwplan betreffende het reconstrueren van de keldermuur niet kan worden verwezenlijkt omdat de eigenaar van [locatie B] daarvoor geen toestemming heeft verleend. Dat betekent volgens het college dat [appellant] geen belanghebbende is en dat het verzoek van [appellant] geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht is. De rechtbank heeft overwogen dat ten tijde van de beoordeling door het college aannemelijk was dat het bouwplan niet kon worden verwezenlijkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1592
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202063/1/R4

202202065/1/R4

Bij brief van 21 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] medegedeeld dat zijn verzoek van 23 september 2019 om een omgevingsvergunning voor het reconstrueren van een keldermuur tussen de panden [locatie A] en [locatie B] in Utrecht, buiten behandeling is gesteld. Het college heeft in het besluit van 22 juli 2020 het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard omdat de brief van 8 januari 2020 volgens het college geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is. Volgens [appellant] is de brief van 8 januari 2020 wel een besluit. Volgens [appellant] heeft hij namelijk de brief van 21 oktober 2019, waarin het college aan [appellant] heeft medegedeeld dat zijn verzoek om een omgevingsvergunning buiten behandeling is gesteld, niet ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1734
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202065/1/R4

202202111/1/R1

Bij besluit van 2 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Hilversum het bestemmingsplan "Utrechtseweg, perceel naast 63-65" vastgesteld. Het plangebied omvat een afgesplitst deel van het perceel Utrechtseweg 63 en 65, waarop het monumentale landhuis ‘t Zuidereind staat. De afgesplitste gronden dienden als tuin of erf bij het landhuis. Om de bouw van een woning op die gronden mogelijk te maken is een aanbouw van het landhuis gesloopt. Keivast is eigenaar van de gronden binnen het plangebied. [appellante] woont op het adres [locatie A], direct ten zuiden van het plangebied. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een woning tussen het perceel Utrechtseweg 63 en 65 en haar perceel. Zij vreest dat daardoor de monumentale en cultuurhistorische waarden van haar woning en haar woon- en leefklimaat onevenredig worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1686
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202202111/1/R1

202202727/1/A3

Bij uitspraak van 6 april 2022 in zaak nr. 202103745/3/A3, heeft de Afdeling het verzet van [verzoekster] tegen de uitspraak van de Afdeling van 29 oktober 2021 in zaak nr. 202103745/2/A3, ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 december 2019, in zaak nr. 201902978/2/A3, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 6 maart 2019 in zaak nr. 17/4568 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 juni 2020, in zaak nr. 201902978/3/A3, heeft de Afdeling het verzet van [verzoekster] tegen de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2019 ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 april 2021 in zaak nr. 202003709/1/A3 heeft de Afdeling het verzoek van [verzoekster] om herziening van de uitspraken van 24 december 2019 in zaak nr. 201902978/2/A3 en 17 juni 2020 in zaak nr. 201902978/3/A3 afgewezen. Bij uitspraak van 29 oktober 2021, in zaak nr. 202103745/2/A3, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het verzoek van [verzoekster] om herziening van de uitspraak van 28 april 2021 in zaak nr. 202003709/1/A3 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1745
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202202727/1/A3

202203179/1/A2

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen de aanvraag om vergoeding van waardedaling afgewezen. Op 13 september 2020 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor de vergoeding van de waardedaling van zijn woning door (het risico op) aardbevingen. De woning is door de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) beoordeeld als onveilig. De woning zou aanvankelijk versterkt worden met behoud van de voorgevel. Op 15 mei 2019 is tijdens de verbouwing de voorgevel ingestort. De voorgevel kon niet langer behouden blijven en moest worden gesloopt en opnieuw worden opgemetseld. Hierop is de versterking gestaakt en is de woning opgenomen in de sloop/nieuwbouwregeling van de NCG. De nieuwe woning is op 9 december 2021 in gebruik genomen. Het geschil in hoger beroep spitst zich toe op de vraag of waardevermeerdering van een woning door sloop en nieuwbouw mag worden verrekend met de waardedaling van een woning door (het risico op) aardbevingen als gevolg van gaswinning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1717
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202203179/1/A2

202203559/1/R4

Bij uitspraak van 1 december 2021, ECLI:NL:RVS:2021:2694, heeft de Afdeling het verzoek van [verzoekster] om de uitspraken van de Afdeling van 3 juni 2020 in zaak nr. 202000329/2/R4 en 11 november 2020 in zaak nr. 202000329/3/R4 te herzien, afgewezen. Bij uitspraak van 3 juni 2020 in zaak nr. 202000329/2/R4 heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 18 december 2019 in zaken nrs. 19/3909 en 19/5121 met toepassing van artikel 8:54 van de Awb ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 november 2020 in zaak nr. 202000329/3/R4 heeft de Afdeling het verzet van [verzoekster] tegen de uitspraak van 3 juni 2020 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1685
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Herziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203559/1/R4

202203771/1/R2

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [appellante sub 1], gevestigd aan de [locatie 1] in Zwolle, afgewezen. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, vanwege het houden van vee in de stalgebouwen en het weiden van vee en het uitrijden van mest op de gronden behorende bij de veehouderij, zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. [veehouderij] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie 2] in Rossum. Op 25 april 1994 is aan de veehouderij een milieuvergunning verleend voor de exploitatie van een melkveehouderij. Op 12 mei 2003 is een milieuvergunning verleend voor het houden van vee in stallen (80 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 6 vleesstieren/overig vleesvee tot 2 jaar en 152 melk- en kalfkoeien). Op 14 februari 2017 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van een melkveehouderij met een veebestand van 164 melk- en kalfkoeien, 97 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar en 20 vleesstieren en overig vleesvee. Deze natuurvergunning is vernietigd door de rechtbank in 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1739
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202203771/1/R2

202203773/1/R2

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [appellante sub 1], gevestigd aan de [locatie A] in Mastenbroek, afgewezen. [appellante sub 1] exploiteert een melkveehouderij aan [locatie A] in Mastenbroek. Op 29 november 2016 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van een melkveehouderij met een veebestand van 162 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar en 162 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1689
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202203773/1/R2

202203776/1/R2

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [veehouderij], gevestigd aan de [locatie] in Rossum, afgewezen. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en/of mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. [veehouderij] exploiteert een veehouderij aan de [locatie] in Rossum. Op 17 februari 2017 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van een veehouderij met een veebestand van 25 zoogkoeien ouder dan 2 jaar, 53 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar en 154 vleesvarkens, opfokberen en opfokzeugen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1737
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202203776/1/R2

202203778/1/R2

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [veehouderij], gevestigd aan de [locatie] in Zuidveen, afgewezen. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en/of mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. [Veehouderij] (hierna: de veehouderij) exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie] in Zuidveen. Op 1 april 2019 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van een melkveehouderij met een veebestand van 219 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar, 149 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 4 fokstieren en overig rundvee ouder dan 2 jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1738
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202203778/1/R2

202203780/1/R2

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [appellante sub 1], gevestigd aan de [locatie A] in Heeten, afgewezen. De maatschap exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie A] in Heeten. Op 24 november 2017 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van een melkveehouderij met een veebestand van 86 melk- en kalfkoeien, 72 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar en 1 volwassen paard. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en/of mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1690
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202203780/1/R2

202203782/1/R2

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [veehouderij], gevestigd aan de [locatie A] in [plaats], afgewezen. De [veehouderij) exploiteert een melkrundveehouderij aan de [locatie A] in [plaats]. Op 7 februari 2017 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van een melkveehouderij met een veebestand van 198 melk- en kalfkoeien, 117 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 2 zoogkoeien ouder dan 2 jaar, 3 vleeskalveren tot circa 8 maanden, 1 fokstier, 3 volwassen paarden en 1 volwassen pony. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en/of mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1691
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202203782/1/R2

202203783/1/R2

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen de veehouderij van [vergunninghouder], gevestigd aan de [locatie] in Radewijk, afgewezen. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en/of mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. [vergunninghouder] exploiteert een melkveehouderij en akkerbouwbedrijf aan de [locatie] in Radewijk. Op 13 februari 2017 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van een melkveehouderij met een veebestand van 110 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 90 melk- en kalfkoeien ouder dan 2 jaar en 6 schapen ouder dan 1 jaar, inclusief lammeren tot 45 kg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1736
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202203783/1/R2

202203784/1/R2

Bij besluit van 5 november 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van MOB en Leefmilieu om handhavend op te treden tegen [appellante sub 1], gevestigd aan de [locatie], afgewezen. MOB en Leefmilieu hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de veehouderij, omdat op de bedrijfsgronden die bij de veehouderij horen vee wordt beweid en/of mest wordt uitgereden zonder vergunning krachtens de Wet natuurbescherming. [appellante sub 1] (hierna: de veehouderij) exploiteert een melk- en rundveehouderij aan de [locatie]. Op 18 augustus 2020 is aan de veehouderij een natuurvergunning verleend voor de exploitatie van een melkveehouderij met een veebestand van 135 melk- en kalfkoeien, 70 vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, 4 fokstieren en 14 schapen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1741
Datum uitspraak
3 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202203784/1/R2

202102292/1/V2

Bij besluit van 24 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1683
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102292/1/V2

202200899/1/V2

Bij besluiten van 12 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1684
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202200899/1/V2

202202401/1/V3

Bij besluit van 18 april 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1693
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202401/1/V3

202301607/1/V3

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1694
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301607/1/V3

202301796/1/V2

Bij besluit van 10 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1682
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301796/1/V2

202301865/1/A3 en 202301865/2/A3

Bij besluit van 29 september 2022 heeft de burgemeester van Dordrecht besloten de woning aan [locatie] in Dordrecht voor drie maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [verzoekster] huurt de woning aan [locatie] in Dordrecht van Stichting Trivire. Naar aanleiding van informatie uit de politiesystemen, onder meer meldingen van buurtbewoners over dealen vanuit de woning, is de Politie Eenheid Rotterdam in januari 2022 een onderzoek gestart naar [verzoekster]. De politie heeft op 30 juni 2022 een drugsactie gehouden en heeft de woning van [verzoekster] doorzocht. Bij de doorzoeking heeft de politie in totaal 2,3 gram MDMA (in poedervorm en twee pillen), 0,55 gram cocaïne, twee gripzakjes hennep, 93,3 gram mannitol, een busje pepperspray en vijf mobiele telefoons aangetroffen. Deze bevindingen heeft de politie vastgelegd in de bestuurlijke rapportage van 14 augustus 2022. Naar aanleiding van de bestuurlijke rapportage heeft de burgemeester op 29 september 2022 overeenkomstig zijn beleidsregel "Coffeeshops in Dordrecht, Gedoog- en handhavingsbeleid op grond van artikel 13b Opiumwet" besloten de woning van [verzoekster] voor drie maanden te sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1698
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202301865/1/A3 en 202301865/2/A3

202302279/1/V3

Bij besluit van 20 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1681
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302279/1/V3

202302283/1/V2 en 202302283/2/V2

Bij besluit van 23 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1706
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302283/1/V2 en 202302283/2/V2

202302636/2/V3

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1680
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302636/2/V3

202302671/2/V2

Bij besluit van 21 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1696
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302671/2/V2

202203280/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 mei 2022 van de rechtbank Overijssel. De zaak waarover de rechtbank oordeelde betrof een beslissing op bezwaar tegen de reactie van het CBR op een verzoek dat als volgt is geformuleerd: "herzieningsverzoek tot alsnog gaan komen rijbewijs BE in opvolging van 2x gedaan examen waarvan laatste 08-10-2019 en daarmee in combinatie met aantoonbaar gemaakt goed kunnen rijden van auto met aanhangwagen voldaan is van de vereisten tot het komen van rijbewijs BE".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1777
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202203280/1/A2

202204057/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 20 mei 2022 van de rechtbank Overijssel. Bij die uitspraak heeft de rechtbank het verzoek om herziening van de uitspraak van 19 januari 2021, waarbij het verzet van [appellant] tegen de uitspraak van 27 juli 2020 ongegrond is verklaard, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1783
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202204057/1/A2

202206024/3/R2

Bij uitspraak van 19 januari 2023, in zaak nr. 202206024/2/R2, heeft de Afdeling na vereenvoudigde behandeling het hoger beroep van het college tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant in zaak nr. 21/450 van 2 september 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Een hoger beroep kan alleen zonder zitting niet-ontvankelijk worden verklaard als dat ‘kennelijk’ het geval is. De term niet-ontvankelijk betekent dat er geen inhoudelijke behandeling van het hoger beroep is. De term ‘kennelijk’ betekent dat er geen twijfel mogelijk is over de uitkomst van het hoger beroep. Als tegen zo’n ‘kennelijk’-uitspraak verzet wordt ingesteld, moet de rechter die op dat verzet beslist beoordelen: (a) of terecht is geoordeeld dat het hoger beroep niet-ontvankelijk is en (b) of daar geen twijfel over mogelijk is. Daarbij neemt de rechter alle argumenten van de indiener mee die te maken hebben met die niet-ontvankelijkverklaring. Dat kunnen ook nieuwe feiten of nieuwe argumenten zijn die daar over gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:3920
Datum uitspraak
2 mei 2023
  • Verzet
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202206024/3/R2

202201996/1/V2

Bij besluiten van 17 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1674
Datum uitspraak
1 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201996/1/V2

202301513/2/R1

Bij besluit van 19 december 2022 heeft de raad van de gemeente Gennep het bestemmingsplan "[locatie], Gennep" vastgesteld. Het plan voorziet in het realiseren van een kleinschalige leefomgeving, in de vorm van het toevoegen van vier seniorenwoningen. Het plangebied is gelegen aan de [locatie] te Gennep. Op dit perceel staan momenteel een woning en een voormalige champignonkwekerij die nu in gebruik is als opslagloods. De woning op het perceel valt buiten het plangebied. De erven zijn (nog) eigenaar van de gronden; een aannemer is initiatiefnemer van het plan. [verzoeker] en anderen wonen in de onmiddellijke omgeving van het betrokken plangebied. Met hun verzoek willen zij voorkomen dat een onomkeerbare situatie ontstaat doordat er op basis van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning wordt verleend en bebouwing wordt gerealiseerd voordat de Afdeling uitspraak doet op hun beroep. [verzoeker] en anderen vrezen voor negatieve gevolgen van de met het plan mogelijk gemaakte ontwikkeling voor hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1668
Datum uitspraak
1 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202301513/2/R1

202301737/1/V3

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1675
Datum uitspraak
1 mei 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301737/1/V3

202302217/2/V1

Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de definitieve hoogte van de eigen bijdrage van de vreemdeling in de kosten van de opvang vastgesteld op € 2.415,16.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1676
Datum uitspraak
1 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302217/2/V1

202302248/2/V1

Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1699
Datum uitspraak
1 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302248/2/V1

202302369/1/V3 en 202302369/2/V3

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1677
Datum uitspraak
1 mei 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302369/1/V3 en 202302369/2/V3

202302405/2/V1

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1678
Datum uitspraak
1 mei 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302405/2/V1

202107488/1/V2

Bij besluit van 23 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft en geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1622
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202107488/1/V2

202201943/1/V3

Bij besluit van 26 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:1619
Datum uitspraak
26 april 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202201943/1/V3
vorige pagina1...153154155...1.238volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon