Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.955
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202205075/1/R3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Zwijndrecht het bestemmingsplan "Hofje Prinses Margrietstraat 10 Zwijndrecht" vastgesteld. Het plan voorziet in de herbestemming van het perceel Prinses Margrietstraat 10 in Zwijndrecht, waarop een bestaande woning en een winkelruimte aanwezig zijn, om op die manier de bouw van tien levensloopbestendige twee-aan-een gebouwde woningen mogelijk te maken. Voor een van de nieuwe gebouwen is in het plan een maximale goot- en bouwhoogte van 4 m respectievelijk 8 m mogelijk gemaakt. Voor de andere vier gebouwen is in het plan een maximale goot- en bouwhoogte van 4 m respectievelijk 7 m mogelijk gemaakt. SDO is de initiatiefnemer van deze ontwikkeling. [appellant] woont op het perceel [locatie A] in Zwijndrecht, direct ten zuiden van het plangebied. Op 9 maart 2022 heeft hij een zienswijze naar voren gebracht over het ontwerp van het bestemmingsplan. Als gevolg van het plan vreest [appellant] voor de aantasting van het bestaande groen achter de erfgrens met zijn perceel en voor een inbreuk op zijn privacy. Ook is [appellant] van mening dat het besluit onzorgvuldig tot stand is gekomen en ongemotiveerd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4428
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202205075/1/R3

202205119/1/R2

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Baarle-Nassau het bestemmingsplan ‘Loveren ong. Baarle-Nassau’ vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van een woning en bijgebouw op het onbebouwde perceel tussen het [locatie A] en [locatie B] in Baarle-Nassau mogelijk. In de plantoelichting staat dat het bijgebouw is bedoeld voor het stallen van een bus en shovel van het stratenmakersbedrijf van de toekomstige bewoner van de beoogde woning. Het stratenmakersbedrijf is op een andere locatie in Baarle-Nassau gevestigd. [appellanten] wonen aan het [locatie A] naast het plangebied. Zij klagen dat het bestemmingsplan leidt tot aantasting van het woon- en leefklimaat door geluidsoverlast, trillingen en verminderde privacy door verkeersbewegingen door de in de plantoelichting genoemde bus en shovel. Verder vrezen zij voor problemen bij het opvangen van hemelwater door verharding in het plangebied. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op het woon- en leefklimaat van [appellanten] als het bestemmingsplan wordt uitgevoerd, de vraag of de raad de plantoelichting had moeten aanpassen en de vraag of de raad voldoende heeft gedaan om wateroverlast te voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4425
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202205119/1/R2

202205214/1/R1

Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van de kapverdieping aan de achterzijde en het realiseren van een dakterras op het dak van de derde verdieping van het pand aan de [locatie 1] in Amsterdam. De woning op het perceel de [locatie 1] bestaat uit de tweede en derde verdieping. [appellant sub 1] woont op de [locatie 2]. Haar tuin grenst deels aan de tuin van het genoemde pand en vanaf de achterzijde van haar woning kijkt zij op het gebouw uit. Op 25 oktober 2019 heeft [appellant sub 2] een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het vergroten van de kapverdieping aan de achterzijde en het realiseren van een dakterras met een luik op de derde verdieping van het pand. Op 3 december 2019 is een gewijzigd bouwplan ingediend zonder dakterras. Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college de vergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4409
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205214/1/R1

202205254/1/R1

Bij besluit van 13 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Winkeldiversiteit Centrum 2" vastgesteld. Bij besluit van 22 december 2021 heeft de raad het voorbereidingsbesluit "Winkeldiversiteit Centrum 2" vastgesteld. Met de vaststelling van dit voorbereidingsbesluit is een verbod in werking getreden om op een aantal adressen gestaakt gebruik te hervatten van onder meer horeca, souvenirwinkels, minisupermarkten, eetwinkels, toeristenwinkels en voorzieningen gericht op "entertainment". Daarmee heeft de raad functiemenging en diversiteit in aanbod van winkels en (horeca)voorzieningen in de binnenstad van Amsterdam beoogd. Met het voorliggende paraplubestemmingsplan "Winkeldiversiteit Centrum 2" legt de raad het verbod uit het voorbereidingsbesluit om gestaakte exploitatie van voorgenoemde voorzieningen te hervatten, definitief vast voor specifieke adressen. Op het perceel Leidsestraat 60 is de functie ‘horeca - 4’ niet langer toegelaten en op het perceel Kalverstraat 9 is de functie ‘souvenirwinkel’ niet langer toegelaten. Op het perceel Gravenstraat 26-H is niet langer een eetwinkel toegelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4423
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202205254/1/R1

202205496/1/R2

Bij besluit van 17 september 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goirle aan T-Fit B.V. een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van het vestigen van een sportschool aan het Korenmolenplein 8 te Goirle. Op 13 juni 2018 heeft T-Fit B.V. een omgevingsvergunning aangevraagd voor het vestigen van een sportschool op de begane grond in het pand gelegen op de percelen aan het Korenmolenplein 8 te Goirle, kadastraal bekend gemeente Goirle, sectie B, nrs. 6199 en 6543. Eerder was hier een fietsenwinkel gevestigd. Grenzend aan het perceel wonen [appellant A] aan de [locatie 1] en [appellante B] aan de [locatie 2]. [appellant] vindt dat de omgevingsvergunning leidt tot geluidsoverlast; met regelmaat zijn er doffe dreunen te horen door vallende gewichten in de sportschool. Ook vreest [appellant] voor parkeeroverlast als gevolg van de omgevingsvergunning. Aangevallen uitspraak 3. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de vestiging van een sportschool op het perceel niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. De beroepsgronden van [appellant] dat de omgevingsvergunning als gevolg van geluidhinder, trillinghinder en toename van de parkeerbehoefte in strijd met een goede ruimtelijke ordening is verleend, slagen naar het oordeel van de rechtbank niet. De rechtbank heeft het in beroep bestreden besluit daarom in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4429
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205496/1/R2

202205760/1/R3

Bij besluit van 23 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om het gebruik van het verzamelgebouw aan de [locatie 1]-[locatie 2] en [locatie 3], [locatie 4], [locatie 5], [locatie 6] en [locatie 7] in Rotterdam (hierna: het pand) in strijd met het bestemmingsplan "Waalhaven en Eemshaven" (hierna: het bestemmingsplan) te staken en gestaakt te houden. [appellant] is de eigenaar en gebruiker van het verzamelgebouw. Een controle door een toezichthouder heeft uitgewezen dat het gebouw aan de [locatie 1]-[locatie 2] wordt gebruikt voor een autohandel en garagebedrijf, het gebouw aan de [locatie 3] als woning en het gebouw aan de [locatie 8] als wasstraat. Dit gebruik is niet in overeenstemming met de hier geldende bestemmingen "Bedrijf - 2" en "Waarde-Archeologie - 3" in het bestemmingsplan "Waalhaven en Eemhaven". Hier zijn slechts maritieme dienstverlening en andere havengerelateerde kantoren en activiteiten toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4405
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205760/1/R3

202301311/1/R1

Op 28 januari 2021 heeft [appellant A] bij het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad een aanvraag gedaan om een omgevingsvergunning voor het in afwijking van het geldende bestemmingsplan mogen gebruiken van twee bedrijfswoningen als plattelandswoningen op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Assendelft. [appellanten] zijn eigenaar van de percelen [locatie 1] en [locatie 2] te Assendelft. Op 28 januari 2021 heeft [appellant A] bij het college een aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan. Op het aanvraagformulier staat vermeld dat hij twee bedrijfswoningen wenst te verbouwen tot plattelandswoningen. [appellanten] waren voornemens na renovatie in het pand [locatie 1] te gaan wonen; het pand [locatie 2] wilden zij verkopen. Inmiddels is dat laatste pand gesloopt. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er geen omgevingsvergunning van rechtswege is gegeven. De voor de reguliere voorbereidingsprocedure geldende beslistermijn is verstreken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4417
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202301311/1/R1

202302081/1/A2

Bij besluit van 15 februari 2021 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven van € 5.000,00 uitgekeerd. Bij brief van 27 juli 2020 heeft [appellante] bij de CSG een aanvraag ingediend om een uitkering uit het schadefonds. Zij heeft in die brief gesteld dat zij in de jaren 2011 tot en met 2014 dagelijks is geschopt en geslagen door haar toenmalige partner, dat zij in die periode tevens door haar toenmalige partner is verkracht en dat zij als gevolg van de mishandelingen en verkrachtingen lichamelijk en psychisch letsel heeft opgelopen. Aan het besluit van 15 februari 2021 heeft de CSG ten grondslag gelegd dat [appellante] stelselmatig huiselijk geweld heeft ondervonden, dat daarbij bovendien sprake was van seksueel geweld en dat een uitkering in letselcategorie 3 van de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Letsellijst) daarvoor passend is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4397
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202302081/1/A2

202303122/1/V6

Bij besluit van 23 december 2021 heeft de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen een aanvraag van MPeople om verlening van een tewerkstellingsvergunning voor [wederpartij] afgewezen. Volgens het eerste lid van artikel 15 van de Opvangrichtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat asielzoekers uiterlijk negen maanden na het indienen van een asielverzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. In het tweede lid van artikel 15 staat dat de lidstaten mogen bepalen onder welke voorwaarden asielzoekers toegang tot de arbeidsmarkt krijgen en dat zij ervoor moeten zorgen dat asielzoekers daadwerkelijk toegang hebben. In Nederland is dit zo geregeld dat een asielzoeker zes maanden na het indienen van zijn asielaanvraag onder bepaalde voorwaarden mag werken. De belangrijkste voorwaarde is de zogeheten ’24-weken-eis’. Deze eis houdt in dat een asielzoeker binnen een tijdsbestek van 52 weken maximaal 24 weken mag werken. Voor de overige 28 weken binnen dit tijdsbestek hebben zij geen toegang tot de arbeidsmarkt. In deze uitspraak staat de vraag centraal of de 24-weken-eis verenigbaar is met artikel 15, tweede lid, van de Opvangrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4341
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202303122/1/V6
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202303122/1/V6

202304564/1/A2

Bij besluit van 7 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bloemendaal een aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] te Overveen. Bij brief van 29 oktober 2019 heeft hij het college verzocht om vergoeding van de onevenredige schade die hij in de vorm van een waardevermindering van de woning en een aantasting van het woongenot heeft geleden door de bouw van de wijk Bijduinhof direct achter de woning. Volgens [appellant] bestaat de schade uit een aantasting van de privacy en het uitzicht en uit een verminderde zonlichttoetreding in de tuin en de woning. Verder heeft het ophogen van de gronden van het plangebied tot een peil van 3,42 m boven NAP ertoe geleid dat hij in de tuin het gevoel heeft dat hij in een kuil staat. Ook is een onaangename windcirculatie in de tuin ontstaan. Op 16 juni 2011 heeft de rechtsvoorganger van Mount Koraal met de gemeente Bloemendaal een overeenkomst gesloten, waarbij zij zich heeft verbonden eventuele door het college toe te kennen tegemoetkomingen in planschade als gevolg van de verandering van het planologische regime.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4401
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202304564/1/A2

202304970/1/A2

Bij besluit van 27 mei 2021, met kenmerk UHT-DC I, heeft de Belastingdienst/Toeslagen [appellant] een compensatiebedrag van € 60.000,00 toegekend naar aanleiding van een verzoek om herbeoordeling van kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 en 2009. Bij besluit van dezelfde dag, met kenmerk UHT-DC-I A, heeft de Belastingdienst/Toeslagen een verzoek om compensatie over de jaren 2010 en 2011 afgewezen. Deze uitspraak gaat over de door [appellant] gevraagde compensatie in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag. [appellant] heeft over de jaren 2008, 2009 en 2010 op voorschotbasis kinderopvangtoeslag ontvangen voor zijn dochter. De over deze jaren toegekende kinderopvangtoeslag is naderhand op nihil vastgesteld. Daardoor moest [appellant] de over deze jaren ontvangen kinderopvangtoeslag terugbetalen. Over 2011 is geen kinderopvangtoeslag toegekend of uitbetaald. [appellant] betoogt in hoger beroep dat geen belangenafweging heeft plaatsgevonden en dat de aangeleverde stukken niet op de juiste waarde zijn geschat. Hij is gedupeerde voor alle jaren, dus ook over de jaren 2010 en 2011, en voldoet aan alle voorwaarden voor compensatie over die jaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4426
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304970/1/A2

202305065/1/V6

Bij besluit van 26 juli 2022 heeft de Raad van Bestuur een aanvraag van [bedrijf] van 17 juni 2022 om verlening van een tewerkstellingsvergunning voor [wederpartij] afgewezen. Volgens het eerste lid van artikel 15 van de Opvangrichtlijn moeten de lidstaten ervoor zorgen dat asielzoekers uiterlijk negen maanden na het indienen van een asielverzoek toegang krijgen tot de arbeidsmarkt. In het tweede lid van artikel 15 staat dat de lidstaten mogen bepalen onder welke voorwaarden asielzoekers toegang tot de arbeidsmarkt krijgen en dat zij ervoor moeten zorgen dat asielzoekers daadwerkelijk toegang tot die arbeidsmarkt hebben. In Nederland is dit zo geregeld dat een asielzoeker zes maanden na het indienen van zijn asielaanvraag onder bepaalde voorwaarden mag werken. De belangrijkste voorwaarde is de zogeheten ’24-weken-eis’. Deze eis houdt in dat een asielzoeker binnen een tijdsbestek van 52 weken maximaal 24 weken mag werken. Voor de overige 28 weken binnen dit tijdsbestek hebben zij geen toegang tot de arbeidsmarkt. In deze uitspraak staat de vraag centraal of de 24-weken-eis verenigbaar is met artikel 15, tweede lid, van de Opvangrichtlijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4418
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202305065/1/V6
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202305065/1/V6

202305699/1/A2

Bij beslissing van 27 juli 2023 heeft het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam het door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Deze zaak gaat om de beoordeling van de onderwijseenheid Assessment jaar 2. De kern van het geschil dat partijen verdeeld houdt is of de beslissing van 7 juni 2022 van de Examencommissie Social Work terecht door het college in stand is gelaten. Bij die beslissing is een herbeoordeling uitgevoerd van het portfolio dat [appellante] met het oog op het assessment heeft ingeleverd. Die herbeoordeling was nodig omdat het beroep van [appellante] tegen de eerste beoordeling van het portfolio door het college bij uitspraak van 25 februari 2021 gegrond was verklaard. Reden daarvan was dat bij de beoordeling de regels van de Onderwijs- en Examenregeling (hierna: OER) niet in acht waren genomen en in het bijzonder dat de examinator, overeenkomstig de Handleiding competentie assessment 2019-2020, ten onrechte het niveau waarop de competenties waren behaald in aantal ECTS, in plaats van een cijfer op schaal van 1 tot en met 10 had uitgedrukt. Bij de eerste beoordeling van het portfolio zijn 43 ECTS toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4408
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305699/1/A2

202305921/1/A2

Bij beslissing van 26 mei 2023 heeft het college van bestuur van de Hogeschool van Amsterdam het verzoek van [appellant] om voor het studiejaar 2023-2024 te worden ingeschreven voor de opleiding Aviation voltijd afgewezen. [appellant] heeft op 25 mei 2023 een verzoek tot inschrijving gedaan voor de opleiding Aviation voltijd. Het college heeft dat verzoek afgewezen omdat hij geen toelatingsrecht heeft. Dat komt omdat [appellant] zich niet vóór 1 mei voor de opleiding heeft ingeschreven. In de beslissing van 11 augustus 2023 heeft het college het door [appellant] tegen de beslissing van 25 mei 2023 ingediende bezwaarschrift met overneming van het advies van de Geschillenadviescommissie ongegrond verklaard. [appellant] is het met die beslissing niet eens. Hij wijst er op dat hij op het moment van de inschrijving ingeschreven stond, en een bachelor Aeronautics volgde, aan de Europese vestiging van Embry Riddle in Frankfurt. Gelet op artikel 4.2, eerste lid, van het Studentenstatuut 2022-2023 komt hij daarom wel voor inschrijving in aanmerking. Deze instelling is immers een onderwijsinstelling als bedoeld in dat artikel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4407
Datum uitspraak
29 november 2023
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305921/1/A2

202101043/1/V1

Bij besluit van 15 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4372
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202101043/1/V1

202103994/1/V1

Bij besluiten van 11 mei 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard en aanvragen van vreemdeling 1 en vreemdeling 2 om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4386
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103994/1/V1

202107273/1/V1

Bij besluiten van 20 augustus 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken aanvragen van de vreemdeling en haar minderjarige kinderen om hun visa voor kort verblijf te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4376
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107273/1/V1

202201300/1/V1

Bij besluit van 28 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4387
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201300/1/V1

202201993/1/V2

Bij besluit van 24 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4353
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201993/1/V2

202202573/1/V2 en 202202573/2/V2

Bij besluit van 28 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4355
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202202573/1/V2 en 202202573/2/V2

202204531/1/V2

Bij besluit van 8 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4384
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204531/1/V2

202206679/1/V2

Bij besluit van 18 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4388
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206679/1/V2

202206858/1/V3

Bij besluit van 23 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4383
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206858/1/V3

202300426/1/V1

Bij besluiten van 14 april 2022 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers aanvragen van de vreemdelingen om hun krachtens de Regeling verstrekkingen bepaalde categorieën vreemdelingen voor de periode van 26 januari 2022 tot en met 31 januari 2022 een uitkering toe te kennen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4389
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300426/1/V1

202302656/1/V3

Bij besluit van 30 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4390
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302656/1/V3

202306790/1/V3 en 202306790/2/V3

Bij besluit van 7 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4373
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306790/1/V3 en 202306790/2/V3

202106904/2/R3, 202106906/2/R3, 202106909/2/R3 en 202106910/2/R3

Bij brief van 27 oktober 2023, ingekomen op 31 oktober 2023, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. J. Gundelach als lid van de enkelvoudige kamer van de Afdeling, belast met de behandeling van de zaken nrs. 202106904/1/R3, 202106906/1/R3, 202106909/1/R3 en 202106910/1/R3.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4391
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Wraking
  • Drank en horeca
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106904/2/R3, 202106906/2/R3, 202106909/2/R3 en 202106910/2/R3

202203408/1/R2

Bij uitspraak van 20 april 2022, in de zaken met nrs. 202200222/1/R2 en 202200222/2/R2, ECLI:NL:RVS:2022:1130, heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling (hierna: de Afdeling), met toepassing van artikel 8:86 van de Awb, het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van 16 november 2021 van de raad van de gemeente Zundert tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ruimte voor Ruimte, Vagevuurstraat ong. tussen 2 en 2a te Klein Zundert", gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, voor zover in bijlage 1 bij de planregels een minimale hoogte van het landschapselement "Bossingel" ontbreekt, bepaald dat in de "Algemene eisen ten aanzien van inrichting en beheer", in bijlage 1, na de algemene eis, onder het eerste gedachtestreepje, een nieuwe algemene eis wordt ingevoegd, die als volgt luidt: "Het element heeft aan de oostzijde een hoogte van tenminste 2 m" en bepaald dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit van 16 november 2021 van de raad van de gemeente Zundert. [verzoeker] heeft de Afdeling op 6 juni 2022 verzocht de uitspraak van 20 april 2022 te herzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4579
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Herziening
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202203408/1/R2

202302610/3/A3

Ten aanzien van zaak nr. 202302610/2/A3, die op 30 november 2023 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. E.J. Daalder (hierna: de staatsraad), als voorzieningenrechter belast met de behandeling van deze zaak, op 28 november 2023 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4394
Datum uitspraak
28 november 2023
  • Verschoning
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202302610/3/A3

202301304/1/V3

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4382
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301304/1/V3

202301451/1/V3

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4381
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301451/1/V3

202301454/1/V3

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4380
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301454/1/V3

202301732/1/V3

Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4379
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301732/1/V3

202301912/1/V3

Bij besluit van 6 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4378
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202301912/1/V3

202302060/1/V3

Bij besluit van 15 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 31 maart 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4377
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302060/1/V3

202302152/1/V3

Bij besluit van 19 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4375
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202302152/1/V3

202302892/1/V1

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4374
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302892/1/V1

202304849/1/V3

Bij besluit van 10 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4371
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304849/1/V3

202306170/1/V3

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4357
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306170/1/V3

202306332/1/V1 en 202306332/2/V1

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4359
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306332/1/V1 en 202306332/2/V1

202306677/1/V3 en 202306677/2/V3.

Bij besluit van 25 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4363
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306677/1/V3 en 202306677/2/V3.

202306914/1/V2 en 202306914/2/V2

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4370
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306914/1/V2 en 202306914/2/V2

202306962/1/V3

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 6 november 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4369
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306962/1/V3

202307024/1/V3

Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4366
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307024/1/V3

202307148/1/V2 en 202307148/2/V2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4395
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307148/1/V2 en 202307148/2/V2

202307231/2/V2

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4430
Datum uitspraak
27 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307231/2/V2

202205858/1/V3

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4356
Datum uitspraak
24 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205858/1/V3

202305615/2/R4

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Brummen het bestemmingsplan "Energietransitie servicestation en appartementencomplex" vastgesteld. Besluit van 29 juni 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Energietransitie servicestation en appartementencomplex" vastgesteld. Het plan voorziet in de verplaatsing van het tankstation op de hoek van de Zutphensestraat/G.K. van Hoogendorpstraat in de kern van Brummen, naar een perceel nabij de rotonde van de N348 aan de Kwazenboschweg. Op het perceel dat vrijkomt, zodra het tankstation wordt verplaatst, voorziet het bestemmingsplan in een appartementencomplex. De Stichting heeft in haar beroepschrift aangevoerd dat zij zich niet kan verenigen met het bestemmingsplan en dat zij onder andere vreest dat door het mogelijk maken van een tankstation op het perceel de landschappelijke waarden van het gebied worden aangetast. De Stichting heeft in haar beroep tegen het besluit om het bestemmingsplan vast te stellen onder andere aangevoerd dat een tankstation op dit perceel niet in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4354
Datum uitspraak
24 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202305615/2/R4

202306268/1/V3

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een inreisverbod tegen de vreemdeling uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4358
Datum uitspraak
24 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306268/1/V3

202306387/1/V3

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4361
Datum uitspraak
24 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306387/1/V3

202306530/1/V2 en 202306530/2/V2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4362
Datum uitspraak
24 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306530/1/V2 en 202306530/2/V2

202306565/1/V3 en 202306565/2/V3

Bij besluit van 23 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4367
Datum uitspraak
24 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306565/1/V3 en 202306565/2/V3

202306834/1/V3 en 202306834/2/V3

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4364
Datum uitspraak
24 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306834/1/V3 en 202306834/2/V3

202306878/2/V3

Bij besluit van 8 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4365
Datum uitspraak
24 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306878/2/V3

202306949/2/V3

Bij besluit van 15 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4352
Datum uitspraak
24 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306949/2/V3

202307068/2/V2

Bij besluit van 11 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4368
Datum uitspraak
24 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307068/2/V2

202001928/1/V1

Bij besluit van 31 januari 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4343
Datum uitspraak
23 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202001928/1/V1

202206316/1/V3

Bij besluit van 13 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4344
Datum uitspraak
23 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206316/1/V3

202301557/1/V3

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij besluit van 9 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4346
Datum uitspraak
23 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301557/1/V3

202305515/1/V1

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4345
Datum uitspraak
23 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305515/1/V1

202305829/1/V3 en 202305829/2/V3

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4348
Datum uitspraak
23 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305829/1/V3 en 202305829/2/V3

202306678/1/V3

Bij besluit van 21 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 23 oktober 2023 heeft de rechtbank het door de vreemdeling tegen het voortduren van de bewaring ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4349
Datum uitspraak
23 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306678/1/V3

202306857/1/V1 en 202306857/2/V1

Bij besluit van 9 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4350
Datum uitspraak
23 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306857/1/V1 en 202306857/2/V1

202306871/2/V3

Bij besluit van 17 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4351
Datum uitspraak
23 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306871/2/V3

202106904/3/R3, 202106906/3/R3, 202106909/3/R3 en 202106910/3/R3

Bij brief, ingekomen op 6 november 2023, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van mr. P.H.A. Knol, mr. N. Verheij en mr. H.J.M. Besselink (hierna: de staatsraden), als voorzitter en leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van het verzoek om wraking van staatsraad mr. J. Gundelach in de zaken met nummers 202106904/2/R3, 202106906/2/R3, 202106909/2/R3 en 202106910/2/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4392
Datum uitspraak
23 november 2023
  • Wraking
  • Drank en horeca
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106904/3/R3, 202106906/3/R3, 202106909/3/R3 en 202106910/3/R3

202300292/4/R2

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van voorzieningenrechter van de rechtbank Zeeland­-West­-Brabant van 19 december 2022 in zaak nr. 22/5149, 22/5150, 22/5151, 22/5152. De zaak gaat over handhavend optreden tegen permanente bewoning door [appellant]. Het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van een aantal gedingstukken kennis zal nemen. Het gaat om stukken over een ander geval van permanente bewoning op het recreatiepark waar [appellant] woont. Volgens het college laten die stukken zien dat in dat geval geen sprake is van dezelfde situatie als bij [appellant], maar de dwangsom die in dat geval is verbeurd, ook wordt ingevorderd. De stukken bevatten volgens het college persoonsgegevens, financiële, medische en andere privacygevoelige informatie. Om de persoonlijke levenssfeer van de betrokkene in die zaak te beschermen, heeft het college de stukken onder geheimhouding verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4347
Datum uitspraak
23 november 2023
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300292/4/R2

202103534/1/V1

Bij besluit van 19 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4305
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202103534/1/V1

202300473/1/V3

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4308
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300473/1/V3

202301987/1/V1

Bij besluit van 26 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4309
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202301987/1/V1

202304386/1/V3

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4310
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304386/1/V3

202305295/4/R1

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad het plan "Tarwestraat 2022" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [verzoeker] en anderen beroep ingesteld. Het plan voorziet in de realisatie van maximaal 21 woningen op een perceel aan de Tarwestraat in Purmerend. Daartoe zijn aan de gronden de bestemmingen "Wonen", "Verkeer" en "Groen" toegekend. Het plangebied is momenteel onbebouwd en is gelegen aan de achterzijde van een gymzaal en aan de zijde van de woonbebouwing aan de Tarwestraat en de garageboxen. [verzoeker] en anderen wonen allen aan de Tarwestraat. Zij bestrijden weliswaar niet dat binnen de gemeente behoefte bestaat aan woningbouw, maar kunnen zich niet met het vastgestelde plan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4306
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305295/4/R1

202305931/1/V2

Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4300
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305931/1/V2

202306025/1/V3

Bij besluit van 2 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4312
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306025/1/V3

202306026/1/V3

Bij besluit van 2 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4311
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306026/1/V3

202306716/2/V1

Bij besluit van 10 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4313
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306716/2/V1

202306801/1/V3 en 202306801/2/V3

Bij besluit van 9 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4342
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306801/1/V3 en 202306801/2/V3

202306866/1/V1

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4314
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306866/1/V1

BRS.23.000007

Bij besluit van 13 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4298
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.23.000007

201909296/1/A2

Bij uitspraak van 25 oktober 2017, in zaak ECLI:NL:RVS:2017:2893, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het beroep van [verzoekster] ongegrond verklaard en zich onbevoegd verklaard om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen. De uitspraak ging over de afwijzing van een verzoek van [verzoekster] om een tegemoetkoming in planschade. De Afdeling heeft in die uitspraak geoordeeld dat het college het verzoek van [verzoekster] om een tegemoetkoming in planschade terecht heeft afgewezen, omdat [verzoekster] als gevolg van de gestelde schadeoorzaken geen schade heeft geleden. De Afdeling heeft in die uitspraak verder geoordeeld dat [verzoekster] niet aannemelijk heeft gemaakt dat de deskundige van het college niet onafhankelijk en onpartijdig is en dat zij evenmin aannemelijk heeft gemaakt dat het door die deskundige opgestelde advies op onzorgvuldige wijze tot stand is gekomen. [verzoekster] betoogt dat de afwijzing van haar verzoek om vergoeding van planschade als gevolg van de vrijstelling bij het besluit van het college van 5 februari 2016, voor haar onverwacht was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4322
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Herziening
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak201909296/1/A2

202002024/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen geweigerd aan [wederpartij] een vergunning te verlenen voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] in Nijmegen in maximaal vier onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door maximaal vier personen. Het college heeft de aanvraag geweigerd, omdat het verlenen van de vergunning volgens het college zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het pand. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] gericht tegen dit besluit onder verwijzing naar de uitspraak van de rechtbank van 24 januari 2020 gegrond verklaard. In die uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat artikel 12 van de Huisvestingsverordening Nijmegen 2019 onverbindend is wegens strijd met artikel 2 van de Huisvestingswet 2014, omdat de noodzaak voor het vergunningenstelsel gebrekkig is onderbouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4336
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202002024/1/A2

202006896/1/R2 en 202006896/2/R2

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een zogeheten definitief stalderingsbewijs verleend voor het project "[locatie 1] Riethoven". Bij besluit van 1 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Bergeijk het bestemmingsplan "[locatie] en omgeving" vastgesteld. De bestreden besluiten voorzien in het oprichten van een door [initiatiefnemer] te exploiteren pluimveehouderij voor maximaal 85.000 vleeskuikens en een bedrijfswoning op het perceel van een voormalige rundveehouderij aan de [locatie 1] te Riethoven. De besluiten zijn voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van de coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening. Groen Kempenland en anderen stellen dat de stalderingseisen uit de provinciale verordening niet op de juiste wijze zijn overgenomen in het bestemmingsplan en dat de stalderingsbewijzen die aan de verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van de stallen ten grondslag zijn gelegd niet aan die eisen voldoen. De stalderingseis in de provinciale verordening houdt, kort gezegd, in dat er pas mag worden uitgebreid in oppervlakte dierenverblijf voor een hokdierhouderij als elders in het aangewezen stalderingsgebied 120% (ingeval van sloop) of 200% (ingeval van herbestemming) van die oppervlakte aan dierenverblijf wordt gesaneerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4332
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Noord-Brabant
  • Schadevergoeding
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202006896/1/R2 en 202006896/2/R2

202106551/1/A2

Bij besluit van 6 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 17 juni 2020 een urgentieverklaring aangevraagd. Hij heeft daarbij als redenen opgegeven dat zijn ouders, bij wie hij met zijn partner en dochtertje inwoont, medische problemen hebben en dat zij willen dat hij en zijn gezin een andere woning zoeken. [appellant] stelt dat zij hierdoor dakloos dreigen te worden en dat zij geen financiële middelen hebben voor een woning buiten de sociale huursector. Volgens het college heeft [appellant] geen urgent huisvestingsprobleem omdat hij met zijn partner en minderjarig kind bij zijn ouders inwoont. Ook had hij zijn huisvestingsprobleem kunnen voorkomen omdat hij een gezin heeft gesticht zonder over een passende woonruimte te beschikken. [appellant] voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. De woning van zijn ouders is met 98 m² volgens [appellant] te klein voor bewoning door zes personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4334
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202106551/1/A2

202107060/1/V1

Bij besluit van 8 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Deze uitspraak gaat over de vraag of een door de Afdeling getroffen voorlopige voorziening op verzoek van een vreemdeling de Dublin-overdrachtstermijn van zes maanden kan opschorten. Het antwoord op die vraag is van belang voor de beantwoording van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van een asielaanvraag. En dus voor de vraag of de staatssecretaris de aanvraag van de betrokken vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen terecht niet in behandeling heeft genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4197
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107060/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202107060/1/V1

202200188/1/A3

Bij besluit van 11 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een aanvraag van [wederpartij sub 1] voor een splitsingsvergunning afgewezen. In deze procedure staat het besluit op de aanvraag van [wederpartij sub 1] van 1 mei 2020 om een splitsingsvergunning ter beoordeling. Hij heeft het college verzocht om het appartement [locatie] te Utrecht te mogen splitsen in vier appartementen. Naar aanleiding van die aanvraag heeft het college het Landelijk Bureau Bibob verzocht een advies te geven. In dat advies van 25 september 2020 staat dat [partij] en [wederpartij sub 1] zich vermoedelijk schuldig hebben gemaakt aan het in strijd handelen met artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 in de periode van 2017 tot in ieder geval 13 mei 2019. Het college heeft [wederpartij sub 1] en [partij] daarvoor tweemaal een bestuurlijke boete van € 12.500,- opgelegd. Om die reden heeft het college zich op het standpunt gesteld dat ernstig gevaar bestaat dat de splitsingsvergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4327
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202200188/1/A3

202200246/1/R2

Bij besluit van 23 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen het wijzigingsplan ‘[locatie 1]’ vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. Het plan voorziet in de wijziging van de functie van de bestaande agrarische bedrijfswoning aan de [locatie 1] in Terheijden (hierna: het plangebied) naar een woning met de functieaanduiding "specifieke vorm van wonen - plattelandswoning". De in het plangebied aanwezige voormalige agrarische bedrijfswoning is daarmee bestemd tot plattelandswoning. Het glastuinbouwbedrijf waartoe de voormalige agrarische bedrijfswoning behoorde is in 2003 door [partij B] en [partij A] verkocht aan [appellante]. De agrarische bedrijfswoning maakte geen deel uit van deze verkoop en bleef in eigendom van [partij B] en [partij A]. [appellante] kan zich niet verenigen met de aanduiding "specifieke vorm van wonen - plattelandswoning" die is toegekend aan de woning aan de [locatie 1]. Het perceel waarop deze woning staat grenst aan het perceel waarop haar glastuinbouwbedrijf staat. Zij vreest voor beperkingen in haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4331
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200246/1/R2

202200278/1/A2

Bij besluit van 4 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft op 7 december 2020 een urgentieverklaring aangevraagd. Zij heeft daarbij als redenen opgegeven dat zij en haar gezin tijdelijk zijn opgevangen door haar neef maar dat zij dreigen dakloos te worden en dat zij geen financiële middelen heeft voor een woning buiten de sociale huursector. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat er volgens het college geen sprake is van een urgent huisvestingsprobleem. Volgens het college voldoet [appellante] ook niet aan de andere gronden voor een urgentieverklaring op grond van de Huisvestingsverordening. Het college heeft geen aanleiding gezien om de urgentieverklaring te verlenen met toepassing van de hardheidsclausule. Het college heeft bij het besluit van 18 mei 2021 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4335
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200278/1/A2

202202649/1/R2

Bij besluit van 6 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Boxmeer aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfsgebouw aan [locatie 1] te Beugen. [vergunninghouder] heeft op 24 januari 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een bedrijfsgebouw aan de [locatie 1] te Beugen. Het bedrijfsgebouw is bedoeld voor zijn reparatiebedrijf voor auto’s en motoren en het gaat om een eenmansbedrijf. Voor het perceel geldt het bestemmingsplan "Bedrijven-, Zorg-, en Leerpark Sterckwijck Boxmeer" en het paraplubestemmingsplan "Parkeernormen". Het college heeft aan [vergunninghouder] op 6 april 2020 de omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2°, van de Wabo, in samenhang met artikel 4, van bijlage II van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: het Bor). Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat het bedrijfsgebouw en de kelder gedeeltelijk buiten het bouwvlak worden opgericht en de afstand van het bedrijfsgebouw tot aan de perceelgrens kleiner is dan volgens de planregels is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4330
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202649/1/R2

202202840/1/R3

Bij besluiten van 30 december 2014 en 29 september 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Coevorden de verzoeken van [verzoeker] om handhavend optreden tegen het gebruik van een houtkachel op het [perceel] te Aalden afgewezen. [verzoeker] heeft meerdere malen het college verzocht om handhavend op te treden tegen stankoverlast door het stoken van de houtkachel van [appellant]. Naar aanleiding van de bezwaarprocedure die in het procesverloop is vermeld heeft het college bij besluit van 20 juni 2019 [appellant] een last onder bestuursdwang tot verzegeling van de houtkachel opgelegd. Op 4 november 2019 heeft het college de handhavingsverzoeken alsnog afgewezen. Daarbij het heeft college het besluit van 20 juni 2019 over het verzegelen van de houtkachel, ingetrokken. Nadat de rechtbank de besluiten van 30 maart 2017 en 4 november 2019 had vernietigd heeft het college op 22 december 2020 in een nieuw besluit genomen. Het heeft de bezwaren van [verzoeker] tegen de besluiten van 30 december 2014 en 29 september 2016 gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4319
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202840/1/R3

202202856/1/R3

Bij besluit van 16 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een kapschuur op het perceel [locatie] in Diepenveen (hierna: het perceel). [vergunninghoudster] heeft op 21 oktober 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de bouw van een kapschuur met een oppervlakte van 245 m2 op het perceel. [vergunninghoudster] exploiteert hier een bedrijf genaamd "[bedrijf]". Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanvraag niet in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, 1e herziening". Ook doen zich volgens het college geen andere weigeringsgronden voor, als bedoeld in artikel 2.10, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Daarom heeft het college bij besluit van 16 november 2020 een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo. Volgens [appellant] is de aangevraagde kapschuur in strijd met het bestemmingsplan en is de kapschuur buiten het bouwvlak gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4328
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202856/1/R3

202202878/1/A2

Bij besluit van 12 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woonde ten tijde van de aanvraag in een zogenoemde flexwoning in Eindhoven met een tijdelijk huurcontract tot 14 juni 2021. Daarna is hij bij zijn moeder gaan inwonen en incidenteel bij zijn vader. [appellant] heeft een urgentieverklaring aangevraagd omdat hij een zelfstandige woonruimte nodig heeft om de omgang met zijn dochter te mogen uitbreiden naar co-ouderschap. Ook heeft hij aangeven dat hij mantelzorg aan zijn vader verleent en geen rijbewijs heeft en daarom op een woning in Eindhoven aangewezen is. [appellant] heeft in beroep een door hem en zijn ex-partner op 1 juli 2021 opgesteld ouderschapsplan overgelegd. Het college heeft bij het besluit van 15 juni 2021, onder verwijzing naar het advies van 8 juni 2021 van de commissie voor bezwaarschriften (hierna: het advies), de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van onder meer de algemene weigeringsgrond van artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4316
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202878/1/A2

202202962/1/R1

Bij besluit van 8 maart 2022 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "De Groote Wielen - Broekland - Indigoweg" vastgesteld. Bij besluit van 14 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van zeven woningen aan de Indigoweg te Rosmalen. Het plan en de daarmee gecoördineerd verleende omgevingsvergunning voorzien in het realiseren van maximaal zeven woningen, waarvan één vrijstaande woning en zes twee-onder-een-kapwoningen op een nu onbebouwd terrein aan de Indigoweg in Rosmalen. Op basis van het voorgaande bestemmingsplan. "De Groote Wielen, 1e herziening" had het plangebied de bestemming "Wonen". Dit bestemmingsplan voorzag ter plaatse in vijf aaneengeschakelde woningen. Met het voorliggende plan worden twee woningen aan het plangebied toegevoegd. Het plangebied ligt in de wijk Broekland in het stadsdeel De Groote Wielen. [bedrijf]. is de ontwikkelaar van de voorziene woningen. [appellant sub 1] en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] zijn omwonenden van het plangebied en vrezen dat het plan aantasting van hun woon- en leefklimaat oplevert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4337
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202202962/1/R1

202203547/1/R3

Bij besluit van 6 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam geweigerd om een omgevingsvergunning te verlenen aan [appellante] voor het realiseren van vier parkeerplaatsen op het perceel [locatie 1] in Rotterdam. [appellante] woont op het perceel [locatie 1] in Rotterdam. Op 5 december 2019 heeft hij een aanvraag gedaan voor het realiseren van vier parkeerplaatsen op het perceel. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Kleiwegkwartier" en aan de gronden waar de parkeerplaatsen zijn beoogd, is de bestemming "Tuin" toegekend. Het college heeft geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Parkeren op gronden met de bestemming "Tuin" is volgens de regels van het bestemmingsplan niet toegestaan en het college wil geen omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4326
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203547/1/R3

202204234/1/R3

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft het college het verzoek van [partij] om handhavend op te treden tegen het door [appellant] op haar erf gebouwde gedeelte van een schuur afgewezen. In 2013 is [appellant], op grond van een door het college op 18 januari 2013 verleende omgevingsvergunning, begonnen met de bouw van een schuur op het perceel [locatie 1] in Wierden. De bouw van deze schuur is in 2014 voltooid. In 2019 is [appellant] gestart met de uitbreiding van zijn woning op hetzelfde perceel. Daarvoor is een omgevingsvergunning verleend. De uitbreiding loopt tot aan de perceelsgrens van [locatie 2] in Wierden, het perceel van [partij] . In het kader van deze uitbreiding heeft [appellant] het kadaster gevraagd de perceelsgrens vast te stellen. Uit de gegevens van het kadaster bleek dat de in 2013/2014 gebouwde schuur van [appellant] over de perceelsgrens van [partij] is gebouwd. [appellant] heeft [partij] daarvan op de hoogte gesteld. Vervolgens heeft [partij] op 12 juni 2020 het college verzocht handhavend op te treden tegen de schuur die de perceelsgrens overschrijdt. Het college heeft dit verzoek afgewezen omdat er volgens het college geen sprake was van een publiekrechtelijke overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4321
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204234/1/R3

202204574/1/A2

Bij besluit van 12 oktober 2020 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond namens het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de urgentieverklaring van [appellante] ingetrokken. Bij besluit van 12 juni 2020 heeft de SUWR namens het college een urgentieverklaring aan [appellante] verleend op grond van artikel 5.5 van Bijlage 1 van de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2019 wegens uitstroom uit voorziening voor tijdelijke opvang. De urgentieverklaring is ingetrokken op grond van artikel 2.4, eerste lid, onder a, van Bijlage 1 van de Verordening. Volgens de SUWR heeft [appellante] gedurende de eerste drie maanden na verlening van de urgentieverklaring niet ten minste drie keer gereageerd op aangeboden woonruimten die voldoen aan het zoekprofiel van de urgentieverklaring. [appellante] heeft één keer gereageerd op een woning die niet voldeed aan het zoekprofiel, terwijl er 44 passende woningen zijn aangeboden. Het college heeft geen toepassing gegeven aan de hardheidsclausule, omdat die slechts ziet op gevallen waarin een aanvraag voor een urgentieverklaring wordt geweigerd en niet op het intrekken daarvan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4323
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204574/1/A2

202205321/1/R1

Bij besluit van 23 mei 2018 heeft het dagelijks bestuur van het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht geweigerd aan [appellant A] een watervergunning te verlenen voor het saneren van grond en het ophogen van het maaiveld in boezemgebied op het perceel aan de [locatie] in Abcoude. [appellant A], [appellant B] en [appellant C] zijn mede-eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Abcoude. Op het perceel bevindt zich momenteel één woning met een tuin. Zij willen op een deel van het perceel vier nieuwe woningen bouwen met elk een eigen tuin en een eigen insteekhaven. Met het oog op de bouw van deze vier woningen, heeft [appellant A] een watervergunning aangevraagd. De watervergunning is gevraagd voor het dempen van een indirecte berging en het graven van vier insteekhavens, de aanleg van een groene oeverzone, het saneren en ontgraven van de woningbouwlocatie, het ophogen van het maaiveld in de tuin van de bestaande woning en het aanbrengen van oeverbeschoeiing bij de insteekhavens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4318
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202205321/1/R1

202205854/1/V1

Bij besluit van 5 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Deze uitspraak gaat over de vraag of een door de Afdeling getroffen voorlopige voorziening op verzoek van de staatssecretaris de Dublin-overdrachtstermijn van zes maanden kan opschorten. Het antwoord op die vraag is van belang voor de beantwoording van de vraag welke lidstaat verantwoordelijk is voor de inhoudelijke behandeling van de asielaanvraag. En dus voor de vraag of de staatssecretaris de aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen terecht niet in behandeling heeft genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4198
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205854/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205854/1/V1

202206242/1/A2

Bij besluit van 30 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft eerder in Amsterdam gewoond in een zelfstandige woonruimte met haar ex-partner. Haar ex-partner heeft haar in 1999 in Marokko achtergelaten. In mei 2019 is [appellante] weer naar Nederland teruggekeerd. Vanaf november 2020 woonde zij met haar minderjarige dochter [dochter 1] op verschillende locaties van de gemeentelijke noodvang voor gezinnen. Op 18 maart 2022 heeft [appellante] een aanvraag om een urgentieverklaring gedaan omdat zij en [dochter 1] de opvang zouden moeten verlaten en dus dakloos dreigden te worden. Verder heeft [appellante] de aanvraag gedaan vanwege de mantelzorg die zij aan haar in Amsterdam woonachtige [dochter 2] verleent. Ook heeft zij gewezen op haar psychische problematiek. Inmiddels wonen [appellante] en [dochter 1] in de gemeentelijk opvang Noordkaap Groepswonen in Amsterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4285
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206242/1/A2

202206684/1/A2

Bij besluit van 26 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] heeft geen vaste woon- of verblijfplaats. Nadat zij na haar scheiding uit haar toenmalige woning is gezet, heeft zij tijdelijk op het huis gepast van een oudoom in Amstelveen, onderdak gehad in een tuinhuis van haar ex-werkgever in Amsterdam, wisselend bij kennissen en haar dochter gelogeerd, in de garagebox van haar oudoom geslapen en in de corona periode via een speciale regeling in een hotel. Op de zitting heeft zij verteld dat zij momenteel nergens woont en dakloos is. Zij verblijft voor een groot deel van de week op straat, in een kelderbox of een auto. Het college heeft bij het besluit van 22 juni 2022 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van de algemene weigeringsgrond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellante] geen urgent huisvestingsprobleem heeft omdat haar verblijf op verschillende adressen gelijk wordt gesteld met inwonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4329
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202206684/1/A2

202207280/1/R3

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle het handhavingsverzoek van [appellant] afgewezen. Op 19 augustus 2019 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen de eigenaren van het perceel met nummer ZLK00 N4183. [appellant] heeft een recht van overpad op dat perceel. Volgens [appellant] handelen de eigenaren in strijd met het bestemmingsplan doordat zij daar goederen opslaan die niet voor tuinonderhoud zijn. Het gaat om de opslag van goederen en (afval-) materialen als aanhangwagens, bakstenen, dakpannen, snoeihout, afvalcontainers, een tuintafel en -stoelen, plastic tassen, en dergelijke. [appellant] ondervindt overlast van dit gebruik langs de toegangsrit naar zijn perceel. Ook heeft dit volgens hem gevolgen voor zijn bedrijf. Het college heeft op 22 augustus 2019 en op 24 oktober 2019 controles uitgevoerd. Het college heeft vervolgens het verzoek om handhaving afgewezen. Volgens het college is er geen sprake van handelen in strijd met het bestemmingsplan, omdat de opslag van de goederen binnen de bestemmingsmogelijkheden valt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4320
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207280/1/R3

202300223/1/A2

Bij besluit van 25 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont samen met zijn vijf kinderen in een driekamerappartement van 62 m2. Volgens [appellant] is de situatie van het gezin in de huidige woning onhoudbaar en onverantwoord voor de psychische en fysieke gezondheid van zijn kinderen. Het ruimtegebrek zorgt volgens [appellant] dat zijn kinderen zich niet goed kunnen ontwikkelen en daarom heeft hij een urgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft bij het besluit op bezwaar van 5 oktober 2021 de afwijzing van de aanvraag om een urgentieverklaring gehandhaafd op grond van artikel 2.6.5, eerste lid, aanhef en onder b en c, van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020. Volgens het college is er geen urgent huisvestingsprobleem omdat [appellant] beschikt over een huurovereenkomst voor onbepaalde tijd voor een zelfstandige woning. Dat de woning te klein is wordt niet aangemerkt als een urgent huisvestingsprobleem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2023:4324
Datum uitspraak
22 november 2023
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300223/1/A2
vorige pagina1...129130131...1.240volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon