Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.893
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202405415/1/A2

Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat een tegemoetkoming van € 15.222,- toegekend aan [appellanten] voor zelf aangebrachte voorzieningen. [appellanten] huurden (ruim 30 jaar) de woning aan de [locatie] in Appingedam. Deze huurwoning is gesloopt in het kader van de versterkingsoperatie in Groningen. [appellanten] wonen tijdelijk in een wisselwoning in afwachting van de voltooiing van de bouw en sleuteloverdracht van een nieuwe woning op hetzelfde adres. Op 23 augustus 2022 heeft Smeets Bouwmanagement en Advies (Smeets) in opdracht van de NCG de woning onderzocht. Smeets heeft op 12 oktober 2022 een advies uitgebracht. Na het eerste besluit van 24 oktober 2022 heeft Smeets op 7 februari 2023 en vervolgens - na een tweede onderzoek op 6 april 2023 - op 17 mei 2023 en 3 augustus 2023 herziene adviezen gegeven. Het besluit van 30 augustus 2023 berust op dit laatste advies. In totaal heeft de minister [appellanten] een tegemoetkoming van € 31.109,27 voor zelf aangebrachte voorzieningen toegekend. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellanten] van de verhuurder een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:220 lid 5 BW hebben ontvangen van € 7.500,-.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1552
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405415/1/A2

202405452/1/R3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Beneden Oostdijk 50 Oud-Beijerland" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de herontwikkeling van het perceel Beneden Oostdijk 50 in Oud-Beijerland. Het plangebied omvat het perceel kadastraal bekend Oud-Beijerland, sectie B nr. 1767, heeft een oppervlakte van 6.957 m² en is in eigendom van Trivestor Groep B.V. De monumentale boerderij "Even Buiten" wordt gerestaureerd en krijgt verschillende functies. In het gebouw worden twee pensionkamers gerealiseerd en in de schuur wordt voorzien in dagbesteding, een landwinkel en een theehuis. Ten oosten van de boerderij worden twee woongebouwen gerealiseerd. In het woongebouw direct naast de boerderij zijn veertien zorgappartementen voorzien voor mensen met een verstandelijke beperking. In het tweede woongebouw komen zes levensloopbestendige woningen voor senioren op de begane grond en zes starterswoningen op de verdieping. [appellant sub 1] en anderen, [appellant sub 2] en [appellant sub 3] wonen in de appartementengebouwen aan de Dokter Kroesenring, ten zuiden van het plangebied. Zij hebben bezwaar tegen de voorziene ontsluiting van het plangebied via de Dokter Kroesenring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1568
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405452/1/R3

202405973/1/R4

Bij besluit van 15 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de verspreiding van houtrook afkomstig van het perceel [locatie 1] in Eindhoven, afgewezen. [appellante] woont aan de [locatie 2] in Eindhoven. Zij ervaart overlast door het stoken van een houtkachel in de aangrenzende woning aan de [locatie 1]. [appellante] stelt dat de rook en stank van de houtkachel van haar buurman bij haar tot gezondheidsproblemen leidt. Op 1 maart 2021 heeft [appellante] een verzoek ingediend bij het college om tegen deze situatie handhavend op te treden. Het college heeft dit verzoek bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 15 april 2021 afgewezen, omdat geen sprake is van een overtreding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1446
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405973/1/R4

202406094/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 23 augustus 2024. In die uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van [appellante] tegen de drie besluiten van 25 juli 2023 niet-ontvankelijk verklaard. De minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft aan [appellante] drie boetes opgelegd vanwege het overtreden van de Arbeidstijdenwet, Wet arbeid vreemdelingen en Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Met de drie besluiten van 25 juli 2023 is de minister hierbij gebleven. De rechtbank heeft geoordeeld dat de beroepen niet-ontvankelijk zijn. [appellante] heeft de beroepschriften te laat, op 14 september 2023, ingediend en zij heeft naar het oordeel van de rechtbank geen omstandigheden naar voren gebracht op grond waarvan het te laat indienen van de beroepschriften niet aan haar kan worden toegerekend. Het te laat indienen van de beroepschriften is dan ook niet verschoonbaar, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1672
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406094/1/A3

202407307/1/A3

Bij besluit van 4 april 2023 heeft de burgemeester van Aalten aan de maatschap een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft de maatschap bij besluit van 8 april 2022 een last onder dwangsom opgelegd. De maatschap heeft de daarbij vastgestelde maximale dwangsom van € 50.000,00 verbeurd. Zie daarover de uitspraak van heden in zaak nr. 202407806/1/A3. Vervolgens heeft de burgemeester bij het besluit van 4 april 2023 een gelijkluidende nieuwe last opgelegd. Als de maatschap niet aan de last voldoet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 50.000,00 per geconstateerde overtreding. De maximaal te verbeuren dwangsom is € 150.000,00. Op basis van door toezichthouders van de gemeente opgestelde controlerapporten heeft de burgemeester vastgesteld dat de maatschap de opgelegde nieuwe last op 16 april 2023, 21 mei 2023 en 20 oktober 2023 heeft overtreden en per overtreding een dwangsom van € 50.000,00 heeft verbeurd. In verband hiermee heeft de burgemeester de invorderingsbesluiten genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1557
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407307/1/A3

202407718/1/R4

Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het bouwen van een aanbouw in afwijking van een bouwvergunning op het perceel aan de [locatie A] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand aan de 0 in Utrecht. [partij] en [persoon D] wonen op het naastgelegen perceel aan de [locatie A] in Utrecht. Bij besluit van 29 april 1999 heeft het college aan [partij] een bouwvergunning verleend voor het bouwen van een aanbouw op de eerste verdieping aan de achterzijde van de woning op het perceel aan de [locatie A] in Utrecht. Nadat de toenmalige eigenaar van [locatie B] tegen het besluit van 29 april 1999 bezwaar had gemaakt, zijn, om tegemoet te komen aan dat bezwaar, wijzigingen aangebracht aan het bouwplan. Deze wijzigingen van het oorspronkelijke bouwplan zijn later verwerkt in revisietekeningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1553
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407718/1/R4

202407806/1/A3

Bij besluit van 8 april 2022 heeft de burgemeester van Aalten aan de maatschap een last onder dwangsom opgelegd. De burgemeester heeft aan de maatschap de last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder de vereiste exploitatievergunning en Drank- en Horecawetvergunning (per 1 juli 2021, Alcoholwetvergunning) laten gebruiken van de Tico Tico Bar aan de [locatie] in Aalten voor feesten en partijen. De maatschap wordt gelast de geplande concerten, feesten en partijen die niet onder categorie 1 van de verleende Alcoholwetvergunning vallen geen doorgang te laten vinden en/of direct te beëindigen. Als de maatschap niet aan de last voldoet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 10.000,00 per geconstateerde overtreding. De maximaal te verbeuren dwangsom is € 50.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1550
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407806/1/A3

202407823/1/V6 en 202407892/1/A3

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [wederpartij] een bestuurlijke boete opgelegd van € 12.000,00 wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (de Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens. Tijdens een controlebezoek op 15 mei 2021 hebben arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie geconstateerd dat [persoon A] en [persoon B], met de Egyptische nationaliteit, arbeid hebben verricht in het restaurant van [wederpartij], terwijl het UWV daarvoor geen tewerkstellingsvergunning had afgegeven. Deze personen waren ook niet in het bezit van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. De minister heeft [wederpartij] daarom een boete opgelegd voor twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wav. De minister heeft [wederpartij] daarnaast op grond van artikel 18b, tweede lid, van de Wml beboet, omdat zij voor [partij A] geen bescheiden heeft verstrekt waaruit de in de onderzoeksperiode van november 2020 tot en met april 2021 gewerkte uren blijken en welk loon en welke vakantiebijslag daarvoor zijn voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1579
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wet arbeid vreemdelingen
  • uitspraakin de zaak202407823/1/V6 en 202407892/1/A3

202500049/1/V6

Bij besluiten van 12 januari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellante] een boete opgelegd van € 6.000,00 wegens een overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (de Wav) en besloten tot openbaarmaking van de inspectiegegevens en haar een waarschuwing preventieve stillegging (de waarschuwing) gegeven. In het op ambtsbelofte door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW (nu: de Nederlandse Arbeidsinspectie) opgemaakte boeterapport van 9 juli 2021, kenmerk 2018893/01, en de bijlagen staat het volgende. Op 21 september 2020 hebben ambtenaren van de Politie Eenheid Amsterdam bij [bedrijf]) een onderzoek ingesteld naar aanleiding van een melding dat een persoon daar via [appellante] als uitzendkracht aan het werk was onder andermans identiteit. De politieambtenaren troffen daar [persoon A] aan, een persoon met de Oegandese nationaliteit. [persoon A] heeft in de periode van 17 augustus 2020 tot en met 21 september 2020 arbeid verricht als ‘order picker’ bij [bedrijf] onder de naam [persoon B]. [persoon A] heeft de arbeid verricht via een in- en uitleensituatie. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft in dit kader [appellante] als uitlener en [bedrijf] als inlener aangemerkt. [appellante] had voor de werkzaamheden van [persoon A] geen tewerkstellingsvergunning en [persoon A] beschikte niet over een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1548
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500049/1/V6

202500467/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heerlen het pand aan de [locatie 1 en 2] te Heerlen (het pand) aangewezen als gemeentelijk monument. [appellant] is eigenaar van het pand. Het college heeft hem bij brief van 9 februari 2022 in kennis gesteld van het voornemen om het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument. Ook heeft het college het ontwerpbesluit met de redengevende omschrijving aan hem gestuurd. [appellant] heeft op 15 maart 2022 een zienswijze op het ontwerpbesluit ingediend. Naar aanleiding van deze zienswijze heeft het college een reactie gegeven en de redengevende omschrijving aangepast in die zin dat het interieur van het pand niet meer onder de aanwijzing valt. Met het besluit van 31 januari 2023 heeft het college het pand op grond van artikel 5 van de Erfgoedverordening Heerlen 2021, onder verwijzing naar zijn reactie op de zienswijze en de aangepaste redengevende omschrijving, aangewezen als gemeentelijk monument.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1549
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202500467/1/A2

202500620/1/A2

Bij besluiten van 26 juli 2022 en 27 oktober 2022 heeft de minister van Financiën aanvragen van [appellant] om overneming van private schulden afgewezen. In deze zaak gaat het over besluiten op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). [appellant] is aangemerkt als gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister verzocht om overname van private schulden. Het gaat om een informele schuld aan zijn zus [persoon] van € 18.000,00, een schuld van € 680,01 aan Coderingsvrij, een schuld van € 565,32 aan D&S Vastgoed en twee schulden aan De Friesland van € 792,05 en € 196,00. De minister heeft geweigerd deze schulden over te nemen, omdat er sprake is van een informele schuld aan [persoon] waarvoor geen notariële akte is opgemaakt, de schuld aan Coderingsvrij reeds is voldaan en de schulden aan D&S Vastgoed en De Friesland zijn ontstaan na 31 mei 2021 en dus niet vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1570
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500620/1/A2

202501769/1/R1

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam onder meer de locatie ter hoogte van [locatie] aangewezen voor het plaatsen van één ondergrondse afvalcontainer voor restafval, één voor papier en één voor glas. In het besluit heeft het college de locatie ter hoogte van [locatie] aangewezen voor de plaatsing van de verzamelcontainers. De beoogde locatie ligt schuin voor het appartementsgebouw van de woning van [appellant]. [appellant] betoogt dat hij hinder zal ondervinden door de glascontainer bij de inrit van de in het appartementsgebouw gelegen parkeergarage. Hij vreest voor lekke banden van zijn auto door glasscherven rondom de glascontainer. Ook vreest [appellant] voor verwondingen voor zijn spelende kleinzoon op het nabijgelegen speelveldje door glasscherven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1519
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202501769/1/R1

202501879/1/A3

Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] om een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant] is geboren in Vietnam en heeft een Vietnamese moeder en een Nederlandse vader. Op 28 september 2023 heeft [appellant] een aanvraag gedaan voor een Nederlands paspoort. Bij het besluit van 3 oktober 2023 heeft de minister laten weten de aanvraag niet in behandeling te nemen. Het is de minister namelijk niet bekend of de vader [appellant] heeft erkend, omdat op de geboorteakte alleen zijn moeder als informant is opgenomen. Daarmee heeft [appellant] niet de Nederlandse nationaliteit verkregen en kan hij geen Nederlands paspoort aanvragen. Bij het besluit van 28 maart 2024 is de minister bij zijn beslissing gebleven en heeft de minister het bezwaar kennelijk ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1573
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202501879/1/A3

202501909/1/A2

Bij besluit van 14 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft [partij] een woningvormingsvergunning voor het pand aan de [locatie 1] in Delft (het pand) verleend. Het college heeft aan [partij] - de eigenaar van het pand - een woningvormingsvergunning verleend om het pand om te vormen van twee naar vier appartementen. [appellanten], die in de woningen aan de [locatie 2] en [locatie 3] wonen, zijn het niet eens met de verdere opdeling van het pand in appartementen en hebben daarom bezwaar gemaakt tegen de vergunning. Aan de besluiten van 18 december 2023 heeft het college ten grondslag gelegd dat de woningvormingsvergunning voldoet aan de volkshuisvestelijke toets, zoals neergelegd in artikel 5:26 van de Hvv en nader uitgewerkt in de Beleidsregel omzetting en woningvorming Delft 2019 (de Beleidsregel). Hierin is onder meer bepaald dat het niet is toegestaan om woningen met een gebruiksoppervlakte van minder dan 180 m² te wijzigen. Op basis van een meting op locatie door een toezichthouder van de gemeente op 24 november 2023 heeft het college het standpunt ingenomen dat het pand een gebruiksoppervlakte van 184,26 m² heeft. Omdat, naast deze volkshuisvestelijke toets, ook is voldaan aan de algemene en fysieke leefbaarheidstoets, is de woningvormingsvergunning terecht verleend, aldus het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1523
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501909/1/A2

202502848/1/A2

Bij besluit van 29 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 8.000,00 voor het zonder een onttrekkingsvergunning onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning. Op 18 mei 2022 heeft de Districtsrecherche Rotterdam-Stad van de Politie Eenheid Rotterdam geconstateerd dat een appartement aan de [locatie] in Rotterdam (de woning) werd gebruikt voor illegale gokactiviteiten. Een inspecteur van de politie heeft de bevindingen van de politie opgenomen in een bestuurlijke rapportage van 30 juni 2022. Het college heeft op basis hiervan geconcludeerd dat een deel van de woning niet meer geschikt was voor bewoning en zonder een onttrekkingsvergunning aan de bestemming tot bewoning is onttrokken. Het college heeft [appellant] aangemerkt als gebruiker van de woning en als overtreder van artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 (Hw) en artikel 3.1.1 van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 (Verordening). Bij besluit van 29 september 2022 heeft het college [appellant] daarom een bestuurlijke boete van € 8.000,00 opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1545
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502848/1/A2

202504086/1/R1

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft onder meer de locatie ter hoogte van [locatie] in Delft aangewezen voor het plaatsen van één ondergrondse afvalcontainer voor restafval, één voor papier, één voor groente-, fruit- en tuinafval (gft) en één voor glas. Bij het besluit is de locatie ter hoogte van [locatie] in Delft aangewezen voor de plaatsing van de verzamelcontainers. De beoogde locatie ligt tegenover de woningen van [appellant] en anderen aan de overkant van de straat. Het gaat hierbij om een nieuwe locatie ter vervanging van de oude locatie aan de Annageer. De oude locatie is opgeheven vanwege herinrichting van de straat Annageer, waarbij een fietspad wordt aangelegd. De nieuwe locatie ligt ongeveer 10 m ten zuiden van de oude locatie. [appellant] en anderen zijn het niet eens met het besluit. Zij vrezen voor bijplaatsingen, geluidoverlast, verkeersonveiligheid en aantasting van het groen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1521
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504086/1/R1

202504370/1/A2

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de Dienst Wegverkeer een verzoek van [appellant] om de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot van het voertuig met kenteken [kenteken] te wijzigen, afgewezen. Fabrikanten van voertuigen bestemd voor de Europese markt moeten volgens het Unierecht beschikken over een voor toelating op die markt vereiste Europese typegoedkeuring. Voor de Europese typegoedkeuring moeten zij onder meer de CO2-uitstoot van hun voertuigen vaststellen. Dit gebeurde vóór 1 september 2017 met de zogenoemde NEDC-test (New European Driving Cycle). Vanaf 1 september 2017 geldt voor alle nieuwe voertuigmodellen de WLTP-test (Worldwide harmonised Light-duty vehicle Test Procedure). Voor bestaande modellen geldt deze verplichting vanaf 1 september 2018. De WLTP-test is nauwkeuriger dan de NEDC-test en resulteert in een hogere CO2-uitstoot. Tot 1 januari 2021 is een overgangsmaatregel ingevoerd: de correlatiemethode NEDC2. Dit is een formule om de WLTP-waarde om te zetten naar een lagere waarde die de NEDC-waarde moet benaderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1322
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504370/1/A2

202504549/1/A2 en 202504571/1/A2

Bij besluit van 5 augustus 2024 heeft de Dienst Wegverkeer de keuringsbevoegdheid van [appellant] voor de categorie voertuigen tot en met 3500 kg ingetrokken voor een duur van zes weken. [appellant] is een bevoegd keurmeester voor algemene periodieke keuringen (APK’s) van voertuigen in de categorie tot en met 3.500 kg. Hij is eigenaar van de eenmanszaak [autogarage] met een APK-erkenning. Naar aanleiding van een steekproefcontrole op 17 juli 2024 van een APK heeft de RDW een overtreding door [appellant] geconstateerd als bedoeld in paragraaf 4.5 en Stroomschema kwaliteitstoepassing keuringseisen van de Bijlage APK Keurmeester 2021 van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW 2021. Uit het steekproefcontrolerapport blijkt dat bij een herkeuring van een voertuig er een roestige dorpel was, de CO2-waarde hoger was dan toegestaan, een onderdeel van de stuurinrichting niet geborgd was en de remslang langs enig deel schuurde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1526
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504549/1/A2 en 202504571/1/A2

202504709/1/R1

Bij besluit van 3 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Hulst het bestemmingsplan "Groote Kreek II" vastgesteld. Het plan maakt de uitbreiding van de bestaande woonwijk Groote Kreek met maximaal 133 woningen mogelijk. Het plan voorziet daarnaast in een nieuwe ontsluitingsweg ter beperking van een toename van gemotoriseerde verkeersbewegingen op de bestaande wegen. Deze ontsluitingsweg zal ter plaatse van de huidige Waterstraat komen. De Waterstraat zal worden verbreed en door middel van een rotonde op de Molenstraat worden aangesloten. [appellant] woont op de [locatie] in Hulst. Hij heeft beroep ingesteld tegen het plan omdat hij zich niet kan verenigen met het voorziene tracé van de ontsluitingsweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1574
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202504709/1/R1

202505526/1/A2

Bij beslissing van 16 juli 2025 heeft de teammanager, namens de domeindirecteur van Hogeschool Inholland, aan [appellante] een bindend negatief studieadvies (BNSA) gegeven voor de bacheloropleiding Tourism Management. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 begonnen met de bacheloropleiding Tourism Management aan de Hogeschool Inholland. Bij brief van 4 maart 2025 heeft de domeindirecteur [appellante] erop gewezen dat zij tot op dat moment minder studiepunten had behaald dan zij kon behalen en dat zij aan het einde van het academisch jaar 45 van de 60 studiepunten moest hebben om een positief studieadvies te krijgen. Tot slot is in de brief toegelicht dat zij zo spoedig mogelijk contact moest opnemen met de studentendecaan als er persoonlijke omstandigheden waren die tot studievertraging leiden, om te bespreken hoe verdere vertraging kon worden voorkomen. Niet in geschil is dat [appellante] in het studiejaar 2024-2025 geen studiepunten heeft gehaald. De domeindirecteur heeft aan de beslissing ten grondslag gelegd dat [appellante] tot en met de vierde periode van het studiejaar onvoldoende studiepunten heeft gehaald voor een positief studieadvies en dat zij geen melding heeft gemaakt van persoonlijke omstandigheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1520
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505526/1/A2

202505814/1/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2025 heeft de BSA-commissie, namens de decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen, een negatief bindend studieadvies (NBSA) uitgebracht aan [appellante]. [appellante] is een Marokkaans staatsburger en zij is in het studiejaar 2023-2024 begonnen aan de bacheloropleiding Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij heeft in dat studiejaar 36 ECTS gehaald en heeft daarmee niet voldaan aan de BSA-norm van 48 ECTS. De BSA-commissie heeft haar toen uitstel van het BSA gegeven omdat zij is gediagnosticeerd met ADHD. De BSA-commissie heeft daarbij medegedeeld dat [appellante] in het daaropvolgende studiejaar 2024-2025 de resterende 24 ECTS van het eerste jaar moet halen voor haar BSA. [appellante] heeft in dat studiejaar vervolgens 0 ECTS aan eerstejaarsvakken gehaald. Zij heeft wel 30 ECTS aan tweedejaarsvakken gehaald. De BSA-commissie heeft bij beslissing van 21 augustus 2025 een NBSA uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1539
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505814/1/A2

202505932/1/A2

Bij besluit van 4 september 2025 heeft het College van Bestuur van de Universiteit Leiden het verzoek van [appellante] tot herstel van de aanmelding voor een bacheloropleiding Biologie met Verplichte Matching afgewezen. [appellante] volgde in het studiejaar 2024-2025 de opleiding Biofarmaceutische Wetenschappen. Zij heeft op 12 augustus 2025 voor deze studie een negatief bindend studieadvies (BSA) gekregen. Vervolgens heeft [appellante] zich op 30 augustus 2025 aangemeld voor de bacheloropleiding Biologie. Dit is een opleiding met een verplichte studiekeuzeactiviteit (matching). Het college heeft de inschrijving op 1 september 2025 geannuleerd, omdat zij zich niet op tijd heeft aangemeld. Op 3 september 2025 heeft [appellante] een verzoek tot herstel aanmelding Verplichte Matching ingediend. Op 4 september 2025 heeft het college het verzoek afgewezen, omdat het verzoek om inschrijving voor studenten met een negatief BSA voor een opleiding met verplichte matching voor het studiejaar 2025-2026 uiterlijk op 17 augustus 2025 moest zijn ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1580
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505932/1/A2

202505964/1/A2

Bij beslissing van 27 maart 2025 heeft het college van bestuur van de Radboud Universiteit aan [appellante] de toegang tot het onderwijs en de onderwijsgebouwen van de Radboud Universiteit ontzegd van 27 maart 2025 tot 27 juni 2025. [appellante] volgde de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Radboud Universiteit. Haar bacheloropleiding liep van studiejaar 2022-2023 tot en met studiejaar 2024-2025. Het CvB heeft op 15 februari 2024 een eerste schriftelijke waarschuwing aan [appellante] gegeven, omdat zij op een intimiderende, dwingende en niet-respectvolle wijze heeft gecommuniceerd met medewerkers van de universiteit. Deze communicatie ging onder meer over het toekennen van voorzieningen in het kader van flexibel studeren. Om deze voorzieningen af te dwingen heeft [appellante] gedreigd dat zijzelf of een familielid van haar naar de campus zou komen. Op 9 februari 2024 zijn [appellante] en haar moeder ook naar de campus gekomen. Uiteindelijk heeft de politie de moeder van [appellante] het pand uit begeleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1537
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505964/1/A2

202505993/1/A2

Bij beslissing van 26 augustus 2025 heeft het bestuur van het Amsterdam University College (AUC), namens het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, het verzoek van [appellante] om inschrijving voor de opleiding Liberal Arts and Sciences, afgewezen. [appellante] is een Ierse staatsburger en zij heeft in Ierland het voortgezet onderwijs afgerond. Zij wil de universitaire opleiding Liberal Arts and Sciences, met de major Humanities, volgen aan het AUC in Amsterdam. Het AUC stelt, naast de eis van een diploma vergelijkbaar met het Nederlandse vwo, aanvullende vooropleidingseisen. Voor het studiejaar 2025-2026 stelt zij voor deze opleiding, met major Humanities, onder meer de eis dat de kandidaat wiskunde C heeft behaald met minimaal een 7, of een vergelijkbaar cijfer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1536
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505993/1/A2

202304945/1/V1

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen om Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1494
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304945/1/V1

202405151/1/V2

Bij besluit van 7 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 22 april 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1470
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405151/1/V2

202505900/2/R1

Bij besluit van 20 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond ingestemd met het door Brickrock ingediende deelsaneringsplan voor de locatie aan de Meester Strikstraat 8 in Helmond. Het college heeft aan dat besluit het voorschrift verbonden dat Brickrock financiële zekerheid moet stellen. Brickrock is eigenaar van het perceel aan de Meester Strikstraat 8. Op dat perceel was in het verleden een wasserij gevestigd waarbij verontreiniging met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen in de grond en het grondwater is ontstaan. De verontreiniging bestaat uit de primaire bron op de plaats waar de wasserij gevestigd was, een secundaire bron bij de afwateringssloot die ten westen ligt van dat perceel, en een pluim die is ontstaan als gevolg van deze twee bronnen. Bij besluit van 10 december 2013 heeft het college vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige verontreiniging waarvan spoedige sanering noodzakelijk is. Bij besluit van 22 november 2022 is aan Brickrock een last onder dwangsom opgelegd om binnen 1 jaar na dagtekening van dat besluit te starten met de sanering volgens een saneringsplan waarmee het college overeenkomstig artikel 39 van de Wbb heeft ingestemd. De begunstigingstermijn in dat besluit is vervolgens meerdere keren verlengd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1491
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505900/2/R1

BRS.25.001632

Bij besluit van 19 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1445
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001632

BRS.26.000800

Bij besluit van 8 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1459
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000800

BRS.26.000806

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1479
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000806

BRS.26.001008

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1476
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001008

BRS.26.001037

Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1461
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001037

202501015/1/R4

Bij besluit van 24 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldambt het verzoek van [appellant] om te handhaven op het verwijderen van maaiafval bij het plantsoen van het monument ‘Ongebroken’ op de Hoofdweg in Nieuw Beerta, niet in behandeling genomen. [appellant] woont aan de [locatie] in Nieuw Beerta. Aan de overkant van zijn woning staat het monument ‘Ongebroken’. Op 27 juni 2022 heeft [appellant] zowel een melding gemaakt als een e-mail gestuurd naar de gemeente Oldambt met daarin het verzoek om te handhaven op het verwijderen van maaiafval bij het plantsoen voor het monument, omdat de particuliere vereniging die het plantsoen onderhoudt dit niet opruimt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1547
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501015/1/R4

202501495/1/V3

Bij besluit van 29 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1438
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501495/1/V3

202600520/2/A3

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd. Op 5 oktober 2017 heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst Brabant Noord geconstateerd dat op het perceel van [verzoeker] een houtopstand is gekapt zonder dat daarvoor een melding is gedaan. De Omgevingsdienst heeft vervolgens [verzoeker] per brief erop gewezen dat hij voor 1 november 2020 moet voldoen aan zijn verplichting tot herbeplanting, als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Tijdens een inspectie van de toezichthouder op 13 januari 2023 is geconstateerd dat [verzoeker] de houtopstand niet heeft herplant. Daarom heeft het college [verzoeker] de last opgelegd binnen zes maanden op een bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn perceel voor 20,8 are te herplanten. Als [verzoeker] niet voldoet aan de last, verbeurt hij € 2.500,00 per maand per geconstateerde overtreding, tot een maximum bedrag van € 15.000,00. De rechtbank heeft geoordeeld dat aannemelijk is dat een houtwal van meer dan 10 are aanwezig was voor 2016, zodat [verzoeker] een herbeplantplicht heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1466
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202600520/2/A3

202600559/2/A3

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de politiechef van de landelijke eenheid namens de korpschef het verzoek van [wederpartij] om inzage in en informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens, afgewezen. Bij besluit van 24 april 2023 heeft de korpschef het verzoek alsnog gedeeltelijk toegewezen en het besluit van 26 januari 2023 ingetrokken. [wederpartij] heeft op 12 januari 2023 op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens (Wpg) de korpschef verzocht om inzage in en informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens. Hij stelt hinder en beperkingen te ondervinden bij het reizen naar het buitenland: hij wordt regelmatig ondervraagd bij de douane en de toegang tot Dubai en Singapore is hem geweigerd. Hij wil daarom weten welke gegevens over hem zijn verwerkt. De korpschef heeft voor een deel van de gegevens waarover hij beschikt inzage geweigerd. De rechtbank heeft, voor zover relevant voor deze procedure bij de voorzieningenrechter, het volgende geoordeeld. De korpschef heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij de belangen van [wederpartij] heeft afgewogen tegen de belangen van de korpschef bij toepassing van de weigeringsgronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1467
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202600559/2/A3

BRS.25.000251

Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1431
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000251

BRS.26.000374 en BRS.26.000376

Bij besluit van 5 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1441
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000374 en BRS.26.000376

BRS.26.000656

Bij besluiten van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1427
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000656

BRS.26.000844

Bij besluit van 24 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1444
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000844

BRS.26.000924

Bij besluit van 14 februari 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1440
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000924

BRS.26.000978 en BRS.26.000980

Bij besluit van 3 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1457
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000978 en BRS.26.000980

BRS.26.000991 en BRS.26.000992

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1490
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000991 en BRS.26.000992

BRS.26.001151

Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1465
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001151

BRS.26.001222

Bij besluit van 5 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1483
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001222

202204883/1/V1

Bij besluit van 12 april 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 3.536,67.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1456
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202204883/1/V1

202302751/1/V1

Bij besluit van 23 maart 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1455
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302751/1/V1

202303214/1/V1

Bij besluit van 25 november 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1454
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202303214/1/V1

202407435/1/V2

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1453
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407435/1/V2

202502502/1/V1

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft het COa bepaald dat het betrokkene overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1451
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202502502/1/V1

202506041/2/R2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van de Stichting en [verzoeker A] om handhavend op te treden tegen de door Elfstedenhart Recreatie BV op het kampeerterrein Olde Kottink aan de Kampbrugweg 3 te Beuningen voorgenomen activiteiten, afgewezen. Aan de Kampbrugweg 3 in Beuningen was het kampeerterrein Olde Kottink gevestigd. Dit terrein grenst aan en ligt deels in Natura 2000-gebied Dinkelland. Op 9 februari 2004 is een vergunning op grond van de Wet op de openluchtrecreatie (hierna: de Wor) verleend voor 150 standplaatsen op het kampeerterrein. In 2021 heeft Elfstedenhart Recreatie dit kampeerterrein gekocht om te herontwikkelen. Elfstedenhart Recreatie wil in twee fasen 65 gasloze chalets realiseren en de locatie ombouwen tot het park Landal Olde Kottink. Met deze realisatie is gestart in 2022. Van de chalets zijn er inmiddels 39 opgeleverd en in gebruik.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1449
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202506041/2/R2

202600608/2/A3

Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het inzageverzoek van [wederpartij A] en [wederpartij B] afgewezen. [wederpartij A] en [wederpartij B] hebben de minister op 3 mei 2022 op grond van artikel 67 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 verzocht om informatie te verstrekken uit het register van een professioneel gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft dit verzoek afgewezen, omdat de verzochte informatie volgens de minister niet bij hem berust en daar ook niet behoort te berusten. Hij vraagt informatie uit de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen slechts op voor zover dat voor onderzoek van toegevoegde waarde is en voor zover dat voor de uitoefening van zijn wettelijke taak redelijkerwijs nodig is. De Verordening verplicht hem niet om informatie uit de register van een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen op te vragen als om verstrekking van die informatie wordt verzocht, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1436
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202600608/2/A3

202600609/2/A3

Bij besluit van 27 september 2023 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de aanvraag van de vereniging buiten behandeling gelaten. De vereniging heeft de minister op 27 augustus 2021 op grond van artikel 67 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 verzocht om informatie te verstrekken uit het register van twee professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft dit verzoek buiten behandeling gelaten, omdat de vereniging niet wenst dat het verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) wordt behandeld. De vereniging heeft hiertegen rechtstreeks beroep ingesteld bij de rechtbank. Op de zitting bij de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat hij ten onrechte het verzoek buiten behandeling heeft gelaten, maar dat het verzoek evenwel op grond van de Woo moet worden afgewezen. Volgens de minister berust de informatie die de vereniging wil hebben niet bij de minister en behoort deze informatie daar ook niet te berusten. De Verordening verplicht hem niet om informatie uit de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen op te vragen als om verstrekking van die informatie wordt verzocht, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1434
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202600609/2/A3

BRS.25.001495

Bij besluit van 4 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1311
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001495

BRS.25.002655

Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 28 juni 2025 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1430
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002655

BRS.26.000154

Bij besluiten van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, en om afgifte van een document als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1310
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000154

BRS.26.000615

Bij besluit van 22 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1429
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000615

BRS.26.000816

Bij besluit van 29 augustus 2025, aangevuld bij besluit van 29 september 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1357
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000816

BRS.26.000819

Bij besluit van 29 augustus 2025, aangevuld bij besluit van 29 september 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1358
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000819

BRS.26.000875

Bij besluit van 26 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1428
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000875

BRS.26.001089 en BRS.26.001090

Bij besluit van 30 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1443
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001089 en BRS.26.001090

202401779/3/A3

Het college van gedeputeerde staten van Flevoland alsook Creil Exploitatie B.V., Creil Vastgoed B.V. en [appellant sub 4] (Creil Exploitatie en andere) hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Deze zaak gaat over de weigering van een omgevingsvergunning voor het bouwen en veranderen van een inrichting. Het college heeft de aanvraag voor de omgevingsvergunning afgewezen op grond van artikel 2:20 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gelezen in samenhang met artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Het college heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1450
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401779/3/A3

202405928/1/A3

Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Buitenlandse Zaken krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan haar is tegemoetgekomen. Van tegemoetkomen is sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij dit besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1761
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405928/1/A3

202600417/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot het opleggen van een verplichting aan [bedrijf], afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit van het college van 24 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. MOB en Leefmilieu stellen dat het college nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2025. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder dreiging van een dwangsom voor iedere dag dat het college in gebreke blijft een besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4530
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202600417/1/R2

202600418/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot het opleggen van een verplichting aan [bedrijf] afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit van het college van 24 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. MOB en Leefmilieu stellen dat het college nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2025. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder dreiging van een dwangsom voor iedere dag dat het college in gebreke blijft een besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4547
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202600418/1/R2

202600421/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning, dan wel het opleggen van een verplichting aan [persoon], afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit van het college van 24 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. MOB en Leefmilieu stellen dat het college nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2025. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder dreiging van een dwangsom voor iedere dag dat het college in gebreke blijft een besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4528
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202600421/1/R2

202600422/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning, dan wel het opleggen van een verplichting aan [bedrijf] afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit van het college van 24 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. MOB en Leefmilieu stellen dat het college nog geen besluit heeft genomen en daarmee dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2025. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder dreiging van een dwangsom voor iedere dag dat het college in gebreke blijft een besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4527
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202600422/1/R2

202600424/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning, dan wel het opleggen van een verplichting aan [bedrijf] afgewezen. In de uitspraak van 16 april 2025 heeft de rechtbank het beroep van MOB en Leefmilieu gegrond verklaard. Verder heeft zij bij die uitspraak het besluit van het college van 24 oktober 2023 vernietigd. De rechtbank heeft het college opgedragen met inachtneming van wat in de uitspraak is overwogen, binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit te nemen. MOB en Leefmilieu stellen dat het college nog geen besluit heeft genomen en dus ook nog geen uitvoering heeft gegeven aan de uitspraak van de rechtbank van 16 april 2025. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling om hun beroep gegrond te verklaren en het college op te dragen zo spoedig mogelijk een besluit te nemen, dit onder dreiging van een dwangsom voor iedere dag dat het college in gebreke blijft een besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4525
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202600424/1/R2

202600570/1/A2

Bij besluit van 10 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland de aanvraag van [appellante] als bedoeld in artikel D 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Kieswet om haar registratie te wijzigen en haar alsnog als kiezer te registreren als bedoeld in artikel D 1 van de Kieswet, afgewezen. [appellante] huurde vanaf 2016 een woning op het adres [locatie] in Poeldijk, gemeente Westland, op welk adres zij ook stond ingeschreven in de basisregistratie personen. Toezichthouders van de gemeente hebben geconstateerd dat zij niet op dit adres woonde, waarna het college haar per 25 juli 2025 uit de basisregistratie personen heeft uitgeschreven met ‘bestemming onbekend’ (Gemeenteblad 2025, 407380). Omdat zij haar woning aan derden had onderverhuurd en haar hoofdverblijf niet in de woning had, heeft de verhuurder de huurovereenkomst opgezegd en in kort geding ontruiming geëist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1452
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600570/1/A2

202404322/1/V2

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Iraanse nationaliteit. Aan zijn asielaanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij afvallige is, omdat hij zich heeft afgewend van zijn geloof in de islam en atheïst is geworden. Ook heeft hij in Iran deelgenomen aan demonstraties in 2022. Nadat hij naar Nederland is gegaan, zijn er in Iran twee mannen aan zijn deur geweest die naar hem hebben gevraagd. Appellant vreest daarom in het vizier van de Iraanse autoriteiten te zijn gekomen. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen. Hij acht het geloofwaardig dat appellant afvallige is, dat hij atheïst is en dat hij heeft deelgenomen aan demonstraties. De minister acht het ongeloofwaardig dat de Iraanse autoriteiten het huis van appellant hebben bezocht. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat van appellant terughoudendheid verwacht mag worden bij het uiten van zijn afvalligheid en atheïsme en dat hij daarom bij terugkeer niet heeft te vrezen voor vervolging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1326
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404322/1/V2

202500442/1/V2

Bij besluit van 2 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkene heeft de Iraanse nationaliteit. Aan zijn opvolgende asielaanvraag heeft hij zijn afvalligheid van de islam ten grondslag gelegd en zijn verdere groei in het christelijke geloof. Verder heeft hij aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat hij lid is geworden van een politieke actiegroep en dat hij deelneemt aan demonstraties die gericht zijn tegen de Iraanse autoriteiten. De minister heeft de asielaanvraag van betrokkene afgewezen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat betrokkene de geloofsgroei niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister acht de afvalligheid van de islam en de politieke overtuiging wel geloofwaardig. Ook acht de minister het geloofwaardig dat betrokkene op sociale media wordt bedreigd. De minister volgt betrokkene echter niet in zijn stelling dat hij hiermee in de negatieve aandacht van de Iraanse autoriteiten is komen te staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1439
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500442/1/V2

202505023/2/R2

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel de omgevingsvergunning verleend. Volgens het college is het bouwplan in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie". Dit bestemmingsplan maakt deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel. [verzoeker] woont aan de [locatie 2]. De nieuwe woning wordt gerealiseerd op het perceel dat grenst aan zijn tuin. Het verzoek om een voorlopige voorziening is erop gericht om te voorkomen dat de nieuwe woning wordt gebouwd voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op zijn hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1437
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202505023/2/R2

BRS.25.000745

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1349
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000745

BRS.25.001578

Bij besluit van 11 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1339
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001578

BRS.26.000911 en BRS.26.000912

Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1341
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000911 en BRS.26.000912

BRS.26.000946 en BRS.26.000947

Bij besluit van 5 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1304
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000946 en BRS.26.000947

BRS.26.000965

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1344
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000965

202302938/1/V1

Bij besluit van 12 september 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 2.195,60.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1352
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302938/1/V1

202405555/1/V1

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft het COa bepaald dat het appellant overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1354
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202405555/1/V1

202407015/2/V2

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1355
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407015/2/V2

202407015/3/V2

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1356
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407015/3/V2

202506022/2/R2

Bij besluit van 8 november 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een verzoek van BMF en anderen om een op 4 april 2018 verleende omgevingsvergunning met aangehaakte natuurtoestemming, voor zover betrekking hebbend op een mestvergistingsinstallatie (het project) op het terrein van VIDA Bioenergy Tilburg B.V. (VBT), en een op 10 mei 2016 verleende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het project in te trekken, afgewezen. VBT exploiteert aan de Vloeiveldweg 5-8 in Tilburg (onder andere) een mestvergistingsinstallatie. BMF en anderen hebben op 1 november 2021 verzocht om intrekking van de omgevingsvergunning van 4 april 2018 met aangehaakte natuurtoestemming en een op 10 mei 2016 verleende Wnb-vergunning, voor zover deze ziet op de - toentertijd - niet gerealiseerde mestvergistingsinstallatie. Het college heeft dit verzoek, voor zover in deze procedure van belang, voor de natuurvergunningen bij besluit van 8 november 2022 afgewezen, omdat volgens het college de intrekking van de natuurvergunningen niet nodig is als passende maatregel om verslechtering van de nabijgelegen Natura-2000 gebieden Loonse- en Drunense Duinen & Leemkuilen en Kampina & Oisterwijkse Vennen tegen te gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1351
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202506022/2/R2

BRS.25.002264

Bij besluit van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1324
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002264

BRS.26.000523

Bij brief van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1315
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000523

BRS.26.000628

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1331
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000628

BRS.26.000798

Bij besluit van 4 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1325
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000798

BRS.26.000838

Bij besluit van 1 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1316
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000838

BRS.26.000846

Bij besluit van 11 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1288
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000846

BRS.26.000901

Bij besluit van 15 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1332
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000901

BRS.26.000937

Bij besluit van 29 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1319
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000937

BRS.26.000996

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1327
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000996

BRS.26.000998

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1328
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000998

BRS.26.001011 en BRS.26.001012

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1426
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001011 en BRS.26.001012

202006510/13/R3

Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 30 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1971, heeft de Afdeling de minister van Infrastructuur en Waterstaat opgedragen om binnen 26 weken na verzending van die uitspraak de daarin genoemde gebreken in het op 17 november 2020 vastgestelde tracébesluit "A27/A12 Ring Utrecht 2020" (TB2020) en het op 13 juli 2022 vastgestelde tracébesluit "A27/A12 Ring Utrecht 2022" (TB2022) te herstellen. Deze einduitspraak is een vervolg op de tussenuitspraak van 30 april 2025 over de tracébesluiten TB2020 en TB2022 voor het project A27/A12 Ring Utrecht. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak verschillende gebreken geconstateerd in deze tracébesluiten. De minister heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak het TB2020 en het TB2022 op onderdelen gewijzigd met het TB2025. Ook heeft de minister een nadere motivering en nadere onderzoeksrapporten opgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1379
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Infrastructuur
  • uitspraakin de zaak202006510/13/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006510/13/R3

202103815/1/R2

Bij het besluit van 30 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Venray besloten het bestemmingsplan en het exploitatieplan "De Spurkt" niet vast te stellen. Greenport Venlo is het niet eens met dit besluit, onder meer omdat de raad volgens haar niet heeft gemotiveerd waarom het ruimtelijk ongewenst is om grootschalige bedrijvigheid in het plangebied mogelijk te maken. Het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpexploitatieplan "De Spurkt" voorzien in de realisatie van een nieuw bedrijventerrein van ongeveer 30 ha op de locatie ten noorden van Venray, direct ten noorden van het bestaande bedrijventerrein "Smakterheide". Volgens de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan kent het plangebied een overwegend agrarisch karakter en wordt het gekenmerkt door een grote mate van openheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1411
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202103815/1/R2

202200764/3/R3

Bij tussenuitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4762 (de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Leeuwarden opgedragen om binnen 26 weken de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in het besluit van 1 december 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak het volgende overwogen. Onder 17.4 is gewezen op de Quickscan flora en fauna en toets EHS van Staro van december 2016 (de Quickscan). De Quickscan gaat er voor de beoordeling dat geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur (EHS) plaatsvindt vanuit dat steigers en loopplanken over de oeverzone heen zullen lopen en dat geen, of alleen speciale, buitenverlichting toegepast zal worden. Het bestemmingsplan staat echter toe dat steigers en loopplanken niet over de oeverzone heenlopen, en dat er andere buitenverlichting aangebracht wordt dan waar de Quickscan vanuit gaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1361
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202200764/3/R3

202201905/4/R4

Bij tussenuitspraak van 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2185, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Voorst opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 7 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. Deze beroepsprocedure gaat over het bestemmingsplan "Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello". Het plan maakt mogelijk dat op de gelijknamige gronden in het noorden van Twello maximaal 289 woningen kunnen worden gebouwd. Onder 16.20 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het plan voldoet aan artikel 2.56 van de Omgevingsverordening Gelderland. De raad heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak bij besluit van 22 september 2025 het plan gewijzigd vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1399
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201905/4/R4

202204228/1/A2

Bij besluit, verzonden op 6 april 2021, heeft de raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] toegekende toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand met het kenmerk 3KT1508 ingetrokken. De raad verleent toevoegingen voor rechtsbijstand. De regels voor het al dan niet in aanmerking komen voor een toevoeging zijn neergelegd in de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr). Daarnaast heeft de raad beleid vastgesteld, neergelegd in zogenoemde werkinstructies. [appellant] is advocaat en neemt als rechtsbijstandverlener deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat een rechtsbijstandverlener op basis van vertrouwen een toevoegingsaanvraag indient en de raad deze toevoeging zonder voorafgaande inhoudelijke beoordeling verstrekt. Achteraf worden toevoegingen en vastgestelde vergoedingen steekproefsgewijs door de raad gecontroleerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1383
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202204228/1/A2

202204580/1/R4

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Nunspeet het bestemmingsplan "Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoenarbeiders e.a." vastgesteld. Het parapluplan voorziet in regels over twee verschillende onderwerpen. Ten eerste heeft de raad regels gesteld voor onzelfstandige bewoning binnen woonbestemmingen. Ten tweede heeft de raad regels gesteld voor logies voor arbeidsmigranten en seizoenarbeiders. Tegen dat laatste komt [appellant] op. [appellant] woont aan de [locatie] in Nunspeet, naast Landgoed De Grote Bunte. Op het landgoed worden arbeidsmigranten gehuisvest en [appellant] ondervindt daar overlast van. Hij komt op tegen het parapluplan, omdat het plan volgens hem mogelijk maakt dat zonder meer grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten wordt toegestaan op het landgoed. Volgens [appellant] past de huisvesting niet en kan dat ook niet worden ingepast vanwege de ligging in de bebouwde kom, ingeklemd tussen twee woonwijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1371
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204580/1/R4

202204708/1/A2

Bij veertien afzonderlijke besluiten van verschillende data heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan ieder van de exploitanten een vergunning verleend voor het exploiteren van een Bed & Breakfast (B&B). Tot 1 januari 2020 was het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om zonder een vergunning een B&B te exploiteren in een woonruimte in Amsterdam (B&B-exploitatie). Met de inwerkingtreding van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (de Hv) is het vanaf 1 januari 2020 in beginsel verplicht om hiervoor een vergunning te hebben (de vergunningplicht). De exploitanten betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat sinds de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (de Wtv) op 1 januari 2021, artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 (de Hw) niet langer als wettelijke grondslag voor de verlening van B&B-exploitatievergunningen kan gelden, omdat hiervoor artikel 23c van de Hw is aangewezen. De exploitanten wijzen daarbij onder andere op de totstandkomingsgeschiedenis van de Wtv en het daarbij bepaalde overgangsrecht. Ook voeren zij aan dat B&B-exploitatie geen woningonttrekking in de zin van artikel 21 van de Hw oplevert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1389
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204708/1/A2
vorige pagina1...343536...1.269volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon