Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202505023/2/R2

Uitspraak 202505023/2/R2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1437
Datum uitspraak
12 maart 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel de omgevingsvergunning verleend. Volgens het college is het bouwplan in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie". Dit bestemmingsplan maakt deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel. [verzoeker] woont aan de [locatie 2]. De nieuwe woning wordt gerealiseerd op het perceel dat grenst aan zijn tuin. Het verzoek om een voorlopige voorziening is erop gericht om te voorkomen dat de nieuwe woning wordt gebouwd voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op zijn hoger beroep.
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202505023/2/R2.
Datum uitspraak: 12 maart 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb) hangende het hoger beroep van:

[verzoeker A] en [verzoeker B], beiden wonend in Den Dungen, gemeente Sint-Michielsgestel (hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]),
verzoeker,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Oost­Brabant (hierna: de rechtbank) van 25 juli 2025 in zaken nrs. 25/1201 en 25/1203 in het geding tussen:

[verzoeker]

en

het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel.

Procesverloop

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft het college een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit bouwen verleend, voor de bouw van een vrijstaande woning.

Bij besluit van 14 april 2025 heeft het college het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard wat betreft een ontoereikende motivering over de minimale afstand van de woning tot de waterloop, voor het overige ongegrond verklaard en het besluit van 15 augustus 2024 onder aanvulling van de motivering in stand gelaten.

Bij uitspraak van 25 juli 2025 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld.

Tevens heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

[partij A], vergunninghouder, heeft op het verzoek gereageerd.

[verzoeker] heeft nadere stukken ingediend.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 26 februari 2026, waar [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn verschenen. Namens het college heeft V. van Hees deelgenomen via een digitale verbinding. Verder zijn op de zitting [partij A] en [partij B] als partij gehoord.

Overwegingen

Inleiding

1.       Op 17 juli 2024 heeft [partij A] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een vrijstaande woning op het perceel [locatie 1] in Den Dungen.

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft het college de omgevingsvergunning verleend. Volgens het college is het bouwplan in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie" (hierna: de planregels). Dit bestemmingsplan maakt deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel.

Bij het besluit op bezwaar heeft het college de motivering aangevuld en zich op het standpunt gesteld dat de activiteit in strijd is met artikel 23.2.3, aanhef en onder i, van de planregels omdat niet voldaan wordt aan de vereiste afstand tot aan de waterlopen van minimaal 5 m. De afstand van de woning tot aan de sloot, die zich aan de voorzijde van de nieuwe woning bevindt, bedraagt namelijk 3 m.

De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning mocht verlenen.

Het verzoek om een voorlopige voorziening

2.       [verzoeker] woont aan de [locatie 2]. De nieuwe woning wordt gerealiseerd op het perceel dat grenst aan zijn tuin. Het verzoek om een voorlopige voorziening is erop gericht om te voorkomen dat de nieuwe woning wordt gebouwd voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op zijn hoger beroep.

Beoordeling van het verzoek

3.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

4.       De voorzieningenrechter overweegt dat het belang van [verzoeker] bij het treffen van een voorlopige voorziening eruit bestaat dat hij onomkeerbare nadelige gevolgen voor zijn woon- en leefklimaat wil voorkomen. Dit belang is er, zoals ook op de zitting is besproken, voornamelijk in gelegen dat hij vrij uitzicht behoudt, dat zijn privacy niet wordt aangetast en dat er geen schaduwhinder zal plaatsvinden op zijn moestuin. Het belang van met name [partij A] bij het niet treffen van een voorlopige voorziening bestaat uit het mogen continueren van de reeds gestarte werkzaamheden voor de woning.

5.       De voorzieningenrechter is van oordeel dat het belang bij het niet treffen van een voorlopige voorziening in dit geval zwaarder weegt dan het belang van [verzoeker] bij het treffen daarvan. Daarbij betrekt de voorzieningenrechter dat niet is gebleken dat de nieuwe woning het woon- en leefklimaat van [verzoeker] onaanvaardbaar zal aantasten. De voorzieningenrechter overweegt verder dat [partij A] een relatief groot belang heeft bij het mogen voltooien van de bouw, waarbij geldt dat de woning al bijna gereed is en hij voor eigen risico bouwt. Mocht de omgevingsvergunning in de bodemprocedure geen stand houden, bestaat het risico dat hij de nieuwe woning moet afbreken.

6.       Gelet hierop wijst de voorzieningenrechter het verzoek tot het treffen een voorlopige voorziening af.

Conclusie

7.       Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

8.       Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.

Aldus vastgesteld door mr. A.B. Blomberg, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. F. Nales, griffier.

w.g. Blomberg
voorzieningenrechter

w.g. Nales
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2026

680-1167


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon