Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.454
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500562/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overneming van een private schuld afgewezen. Deze uitspraak gaat over de toepassing van de regeling voor het overnemen van private schulden van gedupeerde ouders van de kinderopvangtoeslagaffaire op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Het overnemen van private schulden wordt namens de minister uitgevoerd door de uitvoeringsorganisatie Sociale Banken Nederland (SBN). [appellante] is aangemerkt als gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft een schuldenlijst aan SBN gestuurd, waarop een openstaande schuld staat aan [bedrijf]. van € 28.050,10. [appellante] heeft verzocht om overname van deze schuld. De minister heeft de aanvraag van [appellante] afgewezen. De minister heeft die afwijzing gebaseerd op artikel 4.1, tweede lid, van de Wht, in samenhang met artikel 4.1, vierde lid, aanhef en onder a en b, van de Wht. De minister heeft geen aanleiding gezien voor toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3974
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500562/1/A2

202501604/1/A3

Bij besluit van 10 augustus 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam (de shishalounge) [bedrijf] met spoed gesloten voor een periode van twee weken. [appellant] handelt onder de naam [bedrijf] en exploiteert de shishalounge [bedrijf] aan de [locatie] in Rotterdam. In de nacht van 10 augustus 2023, omstreeks 03:45 uur, heeft zich voor de gevel van [bedrijf] een explosie voorgedaan. Naar aanleiding van de explosie en het lopende onderzoek is de burgemeester bij besluit van 10 augustus 2023 overgegaan tot een spoedsluiting van [bedrijf] voor de duur van twee weken. De burgemeester heeft zich hierbij gebaseerd op de spoedrapportage van de politie-eenheid Rotterdam van 10 augustus 2023 (spoedrapportage). Daaruit volgt dat het rolluik van [bedrijf] gesloten was en dat daarop volgens de politiemedewerker veegsporen en roetvegen te zien waren. Ook lagen er zeer weinig vuurwerkresten. De politiemedewerker had door het sporenbeeld de indruk dat er een poging was gedaan het rolluik schoon te vegen en de straat op te ruimen. Op camerabeelden van de naastgelegen horecagelegenheid [horecabedrijf] is te zien dat drie verdachten een brandend voorwerp in de richting van [bedrijf] gooien en dat kort daarna een explosie plaatsvindt gevolgd door een grote rookontwikkeling. Uit nader onderzoek is door de recherche vastgesteld dat het explosief een cobra betrof, zo volgt uit de nadere berichten van de politie van 28 december 2023 en 13 januari 2024. De burgemeester is na deze spoedsluiting niet overgegaan tot een vervolgsluiting. Bij besluit van 19 februari 2024 heeft de burgemeester het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3949
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501604/1/A3

202502728/1/R1

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn aan de gemeente Hoorn een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een calamiteitenbrug ter hoogte van de Bobeldijkerweg 64 en 66 en de Zomervaart 12 en 13 in Hoorn. De brug zal een verbinding vormen tussen twee delen van het woonwagenkamp aan de Bobeldijkerweg en de Zomervaart en heeft de functie van calamiteitenroute. Aanleiding hiervoor is dat in het woonwagenkamp aan de kant van de Bobeldijkerweg twee doodlopende wegen zijn die volgens adviezen van de brandweer en de politie niet voldoen aan de Handreiking bluswater en bereikbaarheid van de Veiligheidsregio Noord-Holland Noord 2021. De calamiteitenbrug is uitsluitend bedoeld als ontsluitingsroute voor nood- en hulpdiensten, ten behoeve waarvan een beweegbaar paaltje zal worden geplaatst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3961
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202502728/1/R1

202502900/1/V6

Bij besluit van 9 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt dat hij de Iraakse nationaliteit heeft. Hij had eerst een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Daarna heeft hij een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als familie- of gezinslid gekregen en vervolgens een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen. [appellant] draagt samen met zijn vrouw de zorg voor hun drie kinderen, waarvan er twee meervoudig gehandicapt zijn. In het bijzonder de oudste dochter van [appellant] heeft door haar beperkingen veel intensieve zorg nodig. [appellant] heeft ter onderbouwing van het naturalisatieverzoek een onvertaalde gelegaliseerde geboorteakte overgelegd. Ook heeft hij een Iraakse huwelijksakte, een bevestiging van het huwelijk, een woonverklaring, een ‘Copy of Entry 1957’ van zijn echtgenote en meerdere onvertaalde documenten overgelegd. Het naturalisatieverzoek is afgewezen, omdat [appellant] zijn nationaliteit niet heeft aangetoond. [appellant] heeft namelijk geen geldig paspoort overgelegd. Hierdoor voldoet [appellant] niet aan de documenteis voor de verkrijging van het Nederlanderschap.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3978
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202502900/1/V6

202503091/1/V2

Bij besluiten van 21 december 2023, aangevuld op 10 februari 2025, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. Appellanten vormen een gezin van een moeder met haar twee meerderjarige zonen. Zij hebben allen de Iraanse nationaliteit. De minister heeft aan de moeder en haar destijds minderjarige zoon na een initiële afwijzing van de asielaanvragen met ingang van 21 september 2017 alsnog een verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000, omdat hij de problemen van de moeder als gevolg van haar afvalligheid geloofwaardig achtte. Aan de destijds al meerderjarige zoon heeft de minister een zelfstandige verblijfsvergunning asiel verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000, omdat hij de problemen van zijn moeder geloofwaardig achtte. In het besluit van 21 december 2023, aangevuld op 10 februari 2025, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat de moeder met behulp van de juridisch adviseur valse verklaringen heeft afgelegd. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister de vergunningen mocht intrekken en over de vraag hoe een herbeoordeling in een geval als dit moet plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3970
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503091/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202503091/1/V2

202503481/1/A3

Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college een verzoek van [appellant] om herinschrijving op het adres [locatie] te Rotterdam afgewezen. [appellant] is met ingang van 15 september 2023 uitgeschreven uit de basisregistratie personen (brp) omdat uit onderzoek was gebleken dat hij niet meer op het adres [locatie] in Rotterdam (het adres) woonde waarop hij in het brp stond ingeschreven. [appellant] heeft vervolgens op 8 februari 2024 een verzoek om herinschrijving gedaan op hetzelfde adres. Dit verzoek werd afgewezen omdat ook na nieuw onderzoek van het college niet aannemelijk is geworden dat [appellant] inmiddels wel op het adres woonde. Het college wijst er bijvoorbeeld op dat hij bij verschillende huisbezoeken niet thuis was. [appellant] bestrijdt dit. Hij zegt wel op het adres te wonen. [appellant] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank. Hij betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij op het adres woont.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3972
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202503481/1/A3

202504332/1/R4

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 12 mei 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 12 mei 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de Hengelolaan 1128. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een tot haar herleidbaar poststuk is aangetroffen. Het poststuk is een brief, zonder envelop, van 24 maart 2025 van een apotheek. De brief bevat een kwitantie van de apotheek en is gericht aan de zoon van [appellante]. [appellante] betwist dat de aangetroffen huisvuilzak van haar afkomstig is. Zij stelt dat zij nooit ter hoogte van de Hengelolaan 1128 vuilnis heeft geplaatst, omdat zij woont op een geheel ander adres, namelijk [locatie] in Den Haag. Daarnaast stelt zij dat de brief die in de huisvuilzak is aangetroffen nooit bij haar is aangekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3951
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504332/1/R4

202505069/1/V6

Bij besluit van 22 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Soedan en geboren te zijn op [geboortedatum] 1982. Hij verblijft meer dan twintig jaar in Nederland en heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning op grond van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan de identiteit en nationaliteit van [appellant]. Hij baseert dit op twee rapporten taalanalyse van 9 juni 2004 en 23 juni 2004 (de taalanalyses) van Bureau Land en Taal (nu: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal (TOELT)). Uit de taalanalyse van 9 juni 2004 volgt dat [appellant] eenduidig niet herleidbaar is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Soedan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3945
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202505069/1/V6

202505131/1/A3

Bij besluit van 16 juni 2023 heeft de burgemeester van Gennep een vergunning verleend voor het exploiteren van een kamerbewoningsinrichting voor vier kamers op de locatie [locatie] in Heijen. Bij besluit van 5 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep een herstelbesluit genomen, omdat het besluit van 16 juni 2023 niet bevoegd was genomen. [partij] heeft op 12 april 2023 een exploitatievergunning voor een kamerbewoningsinrichting aangevraagd voor het exploiteren van een kamerbewoningsinrichting voor vier kamers en zeven personen op de locatie [locatie] in Heijen. Op 4 oktober 2023 heeft het college het besluit van de burgemeester van 16 juni 2023 ingetrokken. Bij besluit van 15 december 2023 is het college bij het besluit van 5 juli 2023 gebleven en heeft het de bezwaren ongegrond verklaard. [appellant] is het niet eens met de verlening van deze exploitatievergunning. Volgens de rechtbank valt de vraag of er in dit geval een omgevingsvergunning is vereist, buiten de omvang van dit geding. [appellant] is het hier niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3979
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505131/1/A3

202505244/1/A3

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de burgemeester van Utrecht aan De Stadstuin Events B.V. (de vergunninghouder) een alcoholvergunning verleend. De burgemeester heeft aan de vergunninghouder een alcoholvergunning verleend voor additionele horeca bij Congresgebouw De Vereeniging in proeflokaal de Dom, gevestigd op de Mariaplaats 14 in Utrecht. [appellante] woont vlak naast dit congresgebouw. Zij heeft bezwaar gemaakt tegen de vergunningverlening. Volgens [appellante] zag de aanvraag ook op een exploitatievergunning, en had de burgemeester daarop moeten beslissen. De burgemeester heeft het besluit van 7 februari 2023 gedeeltelijk herroepen, maar voor wat betreft het door [appellante] bestreden onderdeel in stand gelaten. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de aanvraag van de vergunninghouder niet ook zag op een exploitatievergunning. Ter onderbouwing daarvan heeft zij zes bewijsstukken overgelegd, waaruit volgens haar blijkt dat de vergunninghouder een exploitatievergunning heeft aangevraagd. De burgemeester had op grond van artikel 4:13 van de Algemene wet bestuursrecht dan ook moeten beslissen op deze aanvraag en deze moeten afwijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3965
Datum uitspraak
8 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505244/1/A3
vorige pagina1...151617...12.546volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon