Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.734
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202202254/1/A3

Bij besluit van 28 maart 2022 heeft het college de revisievergunningen (milieu) voor de varkensbedrijven aan de [locatie A] in Lieshout en de [locatie B] in Mariahout (beide gemeente Laarbeek) ingetrokken voor de duur van één jaar. [appellant] exploiteert twee varkenshouderijen, één aan de [locatie A] in Lieshout en één aan de [locatie B] in Mariahout. Voor beide bedrijven is een revisievergunning voor de activiteit milieu, als bedoeld in artikel 2.6 in samenhang met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (oud), verleend. Naar aanleiding van een tip van de officier van justitie op 11 december 2019 heeft het college besloten een onderzoek in het kader van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur naar [appellant] te doen. In het kader van het Bibob-onderzoek heeft het college [appellant] meerdere malen verzocht een formulier als bedoeld in artikel 7a, vijfde lid, van de Wet Bibob in te vullen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2333
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Vee e.a. dieren
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202202254/1/A3

202202436/1/R3

Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de raad van de gemeente Zwolle het bestemmingsplan "Stadshagen I, uitbreiding winkelcentrum" vastgesteld. Het plan voorziet in uitbreiding van winkelcentrum Stadshagen. Het biedt het juridisch-planologisch kader voor een multifunctioneel programma van woningen, commerciële functies en maatschappelijke functies. Op dit plan is de Crisis- en herstelwet van toepassing. [appellant] en anderen wonen in een appartementencomplex aan de Belvédèrelaan dat aan de oostzijde grenst aan het plangebied. Dit appartementencomplex wordt ook wel het Ambergebouw genoemd. Zij richten zich tegen het plandeel met de bestemming "Centrum - 3" en de aanduiding "maximum bouwhoogte 10 m" waarmee het zogenoemde Zuidpaviljoen mogelijk wordt gemaakt op een afstand van ongeveer 12 m van het Ambergebouw. Zij zijn van mening dat het voorziene Zuidpaviljoen zal leiden tot een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Verder voeren zij een beroepsgrond aan over de bereikbaarheid van het woon- en winkelgebied aan de Belvédèrelaan voor hulpdiensten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2307
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202202436/1/R3

202203977/1/A2

Bij besluit van 21 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het omzetten op het perceel [locatie A] in Amsterdam van een zelfstandige woonruimte in zes onzelfstandige woonruimten. [vergunninghouder] is de eigenaar van de woning aan de [locatie A] in Amsterdam. De woning heeft zes onzelfstandige woonruimten en een gemeenschappelijke ruimte. [vergunninghouder] verhuurt de zes onzelfstandige woonruimten kamergewijs aan studenten. De aanvraag van 28 februari 2020 ziet op legalisatie van de situatie zoals die sinds 2014 bestaat. In juni 2020 heeft [vergunninghouder] een uitbouw gemaakt op de benedenverdieping. [appellanten] wonen in het pand ernaast, op het adres [locatie B]. Zij stellen overlast door kamerbewoning te ervaren. De enkelsteens muren van de woningen bieden onvoldoende isolatie tegen geluidhinder en door het gebruik van de woning wordt die overlast nu verzesvoudigd. Ook noemen zij parkeerhinder van fietsen en huisvuil.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2315
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203977/1/A2

202205005/1/A2

Bij besluit van 25 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd wegens het in gebruik geven van woonruimte aan een persoon zonder dat deze beschikt over de benodigde huisvestingsvergunning. Inspecteurs van de Haagse Pandbrigade hebben de woning aan de [locatie] onderzocht. Daarvan is een ambtsedig rapport opgemaakt (hierna: het rapport). Daarin staat dat de inspecteurs de woning op 24 juni 2020 hebben bezocht. De bewoner van de woning (hierna: de huurder) was toen aanwezig en heeft een huurovereenkomst voor de woning laten zien, waarvan een van de inspecteurs foto’s heeft maakt. Er was op dat moment geen huisvestingsvergunning voor het adres van de woning aangevraagd of afgegeven. Op basis van de resultaten van het onderzoek heeft het college geconcludeerd dat de woning in strijd met artikel 8, tweede lid, van de Huisvestingwet 2014 zonder de benodigde huisvestingsvergunning bedrijfsmatig is verhuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2314
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205005/1/A2

202205325/1/R1 en 202205326/1/R1

Bij besluit van 7 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam ten behoeve van het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Bij besluit van 13 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Draka Terrein Hamerkwartier" vastgesteld. Het Hamerkwartier ligt in stadsdeel Noord van Amsterdam, aan de noordoostelijke IJ-oever. Aan de oostzijde van het Hamerkwartier ligt het industriële complex van Albemarle. Een van de deelgebieden binnen het Hamerkwartier is het Draka-terrein. Dit is het voormalige terrein van de in 2015 gesloten draad- en kabelfabriek Draka. De raad wenst dit terrein te transformeren tot een hoog stedelijk woon-werkgebied. De herontwikkeling van het Draka-terrein is gericht op het realiseren van een gemengd gebied met ongeveer 1.630 woningen, maakindustrie, kantoren, horeca en maatschappelijke voorzieningen in de vorm van onderwijs. Albemarle exploiteert een chemiebedrijf dat katalysatoren ontwikkelt en produceert. Het bedrijf is op korte afstand ten oosten van het Hamerkwartier gevestigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2324
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202205325/1/R1 en 202205326/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205325/1/R1 en 202205326/1/R1

202205460/1/A2

Bij uitspraak van 16 augustus 2022 heeft de rechtbank, voor zover van belang, het verzoek van [appellante] om het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk te veroordelen in de vergoeding van schade afgewezen. In geschil is of [appellante] recht heeft op een vergoeding van immateriële schade als gevolg van een datalek. Het college heeft in het kader van een andere door [appellante] gevoerde procedure per reguliere post procesdossiers aan leden van de bezwaarschriftencommissie verzonden. De procesdossiers bevatten onder andere besluiten met daarin naam- en adresgegevens, het burgerservicenummer en medische informatie van [appellante]. Eén van de leden van de bezwaarschriftencommissie heeft het opgestuurde procesdossier niet ontvangen. Het procesdossier is bij het postbedrijf vermist geraakt. [appellante] stelt daardoor immateriële schade te hebben geleden, omdat zij de controle over haar persoonsgegevens is verloren. Zij heeft het college op grond van artikel 82 van de Algemene Verordening Gegevensbescherming verzocht om een schadevergoeding van € 2.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2311
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202205460/1/A2

202205650/1/A2

Bij besluit van 16 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 20.000,00 wegens onttrekking van woonruimte aan de bestemming tot bewoning. [appellante] is eigenaar van de woning aan de [locatie A] in Den Haag. Op 10 februari 2020 hebben inspecteurs van de Haagsche Pandbrigade de woning onderzocht. In hun inspectierapport is vermeld dat op dat moment niemand stond ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres van de woning. De inspecteurs hebben twee personen in de woning aangetroffen. Een van hen heeft een verklaring afgegeven waaruit volgt dat hij en zijn collega op 5 januari 2020 in Nederland zijn aangekomen, dat ze voor vijf weken in Nederland zijn voor werk en dat ze zolang in de woning verblijven. Hij heeft verder te kennen gegeven dat de woning is gehuurd via hun werkgever. Het college heeft op basis van het onderzoek geconcludeerd dat de woning is gebruikt voor het bedrijfsmatig verschaffen van logies en dat de woning daarmee zonder de benodigde vergunning is onttrokken aan de bestemming tot bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2317
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205650/1/A2

202205820/1/A2

Bij besluiten van 30 november 2020 en 14 december 2020 heeft de raad voor rechtsbijstand twee aanvragen van [appellant] om een vergoeding voor verleende rechtsbijstand afgewezen. De raad heeft bij besluit van 15 november 2013 een toevoeging verleend met kenmerk 3HY3816 voor door [appellant] te verlenen rechtsbijstand. De rechtsbijstand waarvoor de toevoeging is verleend is geëindigd met de einduitspraak van het hof Arnhem-Leeuwarden van 12 augustus 2014. De raad heeft bij besluit van 18 juni 2014 een toevoeging verleend met kenmerk 3IF2382 voor door [appellant] te verlenen rechtsbijstand. De rechtsbijstand waarvoor deze toevoeging is verleend is geëindigd met de einduitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 juni 2014. [appellant] heeft op 7 november 2020 en op 23 november 2020 twee aanvragen ingediend om een vergoeding van de rechtsbijstand die hij op grond van de toevoegingen met kenmerken 3HY3816 en 3IF2382 heeft verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2326
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202205820/1/A2

202205895/1/R2

Merwehave B.V. heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van de bekendmaking van een volgens haar van rechtswege ontstane omgevingsvergunning voor het realiseren van een winkelgebouw met een supermarkt op het perceel aan de Hortsedijk 104, 106 en 108 in Helmond. Merwehave B.V. is eigenaresse van de projectlocatie met daarop een bedrijfspand. De rechtbank heeft geoordeeld dat op grond van artikel 3.9, derde lid, van de Wabo, gelezen in samenhang met de artikelen 4:20a, eerste lid, en 4:20b, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, van rechtswege een omgevingsvergunning is ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2336
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205895/1/R2

202206642/1/R3 en 202306279/1/R3

Bij besluit van 17 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen ten behoeve van het bestemmingsplan "De Rank, Esdoornlaan 26" hogere geluidgrenswaarden als bedoeld in artikel 110a, eerste lid, van de Wet geluidhinder vastgesteld. Bij besluit van 21 september 2022 heeft de raad van de gemeente Waddinxveen het bestemmingsplan "De Rank, Esdoornlaan 26, Waddinxveen" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 62 woningen mogelijk op een voormalig schoolterrein dat grenst aan de Jan Dorrekenskade-West, de Esdoornlaan en de Ieplaan in Waddinxveen. Het schoolgebouw dat er stond is in 2007 gesloopt en het terrein ligt braak. Legenda Vastgoedontwikkeling V.O.F. is de initiatiefnemer. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen aan de [locatie A] onderscheidenlijk [locatie B] in Waddinxveen. Dit is in de directe omgeving van het plangebied. Zij hebben beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan, omdat zij onder meer nadelige gevolgen voor hun woon- en leefklimaat vrezen, waaronder verkeer- en parkeerproblemen en geluidhinder. [appellant sub 2] vreest ook aantasting van haar privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2322
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202206642/1/R3 en 202306279/1/R3

202300368/1/R1, 202300370/1/R1 en 202300372/1/R1

Op 23 september 2020 hebben onder anderen [appellant sub 1A] en anderen en [appellant sub 2A], [appellant sub 2B] en [appellant sub 2C] het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk verzocht handhavend op te treden op het perceel Hondsbosseweg 7 te Heemskerk. Het perceel Hondsbosseweg 7, kadastraal bekend als sectie E, perceelnummer 544 is eigendom van Duin & Tuin. Op het perceel staat een gebouw, dat het algemene gebouw wordt genoemd. Daarvoor is een omgevingsvergunning verleend. Verder zijn er 22 kleinere bouwwerken in aanbouw. Van 14 bouwwerken is alleen nog de fundering gerealiseerd. Duin & Tuin heeft de bouwwerkzaamheden ten behoeve van deze 22 bouwwerken vooralsnog gestaakt. [appellant sub 1A] en anderen en [appellant sub 2B] en [appellant sub 2C] wonen in de omgeving van het perceel. [appellant sub 2A] woonde ook in de omgeving van het perceel, maar heeft zijn woning begin 2021 verkocht en is toen verhuisd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2323
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300368/1/R1, 202300370/1/R1 en 202300372/1/R1

202301127/1/A2

Bij besluit van 30 augustus 2021 heeft het college een aanvraag van [appellant] om toelating tot de voorrangsregeling voor huurwoningen voor zorg- en onderwijspersoneel afgewezen. In de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 is bepaald dat Amsterdamse zorgverleners gebruik kunnen maken van een voorrangsregeling. [appellant] werkt sinds 1 december 2006 als persoonlijk begeleider bij stichting [naam stichting] in Amsterdam. Hij heeft op 11 juli 2021 bij het college een aanvraag ingediend om toegang tot de voorrangsregeling, omdat hij door een echtscheiding zijn woning had verlaten en voor zichzelf en voor zijn minderjarige dochter een sociale huurwoning in Amsterdam zocht. [appellant] heeft zich in bezwaar op het standpunt gesteld dat hij op grond van artikel 2.3.7, vijfde lid, aanhef en onder c, van de nieuwe verordening wel degelijk voor voorrang in aanmerking komt en dat het college zijn persoonlijke situatie bij de besluitvorming had moeten betrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2327
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301127/1/A2

202301132/1/A2

Bij besluit van 23 november 2020 heeft De Nederlandsche Bank N.V. een aanvraag van [appellant] om omwisseling van beschadigde bankbiljetten afgewezen en de biljetten ingehouden. [appellant] stelt dat hij bankbiljetten ter waarde van € 6.500,00 in zijn oven had verborgen, dat zijn toenmalige vriendin dat niet wist, dat zij de oven heeft aangezet om koekjes te bakken en dat de bankbiljetten daardoor zijn beschadigd. [appellant] heeft een aanvraag gedaan om de beschadigde bankbiljetten om te wisselen. Omdat [appellant] volgens DNB geen juiste verklaring heeft gegeven voor de beschadiging en uit het onderzoek van het NAC blijkt dat de bankbiljetten in direct contact met vuur zijn gekomen, heeft DNB geconcludeerd dat de bankbiljetten vermoedelijk moedwillig zijn beschadigd. Omdat [appellant] ook geen verklaring heeft gegeven voor de door het NAC waargenomen afwijkingen, heeft DNB verder niet voldoende redenen om te vermoeden dat [appellant] te goeder trouw is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2316
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202301132/1/A2

202301133/1/A2

Bij besluit van 21 november 2018 heeft het college de subsidieaanvraag van Digeketen in het kader van paragraaf 3 van de Subsidieregeling MKB innovatiestimulering topsectoren Zuid-Nederland 2015 afgewezen. Op 4 september 2018 heeft Digeketen een aanvraag voor subsidie in het kader van paragraaf 3 van de Subsidieregeling ingediend voor het project "Sociale synergetische keten". Het college heeft de aanvraag voorgelegd aan de Adviescommissie MIT Zuid 2015. Digeketen betoogt in beroep dat het college geen gehoor heeft gegeven aan de opdracht van de Afdeling. Zij kan namelijk nog steeds niet de expertise van de leden van de adviescommissie controleren en evenmin of bij de deskundigen sprake is van belangenverstrengeling. Digeketen voert hiertoe aan dat het college de vijf namen van de leden van de ad hoc-adviescommissie niet bekend heeft gemaakt. Digeketen voert verder aan dat zij online geen informatie kon vinden over de leden van de flexibele schil.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2328
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202301133/1/A2

202301986/1/A2

Bij besluiten van 27 oktober 2020 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aanvragen van [appellant] en anderen om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. Het geschil gaat over de afwijzing van aanvragen van anderen dan het slachtoffer om een uitkering uit het schadefonds wegens zogenoemde affectieschade (immateriële schade bij naasten of nabestaanden van een slachtoffer in de vorm van verdriet en pijn die het overlijden of ernstig gewond raken van het slachtoffer bij die naasten of nabestaanden heeft veroorzaakt). [appellant A] is de partner van [vrouw]. Op 4 november 2019 is [vrouw] slachtoffer geworden van een geweldsmisdrijf, waarbij zij, in het bijzijn van haar minderjarige dochters [drie dochters], door een buurman met een hockeystick op haar hoofd en handen is geslagen. Zij was op dat moment 23 weken zwanger.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2318
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202301986/1/A2

202302403/1/R3

Bij besluit van 30 april 2020 heeft de raad van de gemeente Emmen de aanvraag van [appellant] om het bestemmingsplan "Nieuw-Amsterdam/Veenoord, industrie- en bedrijventerrein De Tweeling" van 28 mei 2009 te herzien door de daarin opgenomen beperkingen voor detailhandel op het perceel [locatie 1]/1a op te heffen en ter plaatse alle vormen van detailhandel toe te staan, afgewezen. [appellant] is samen met [naam] eigenaar van het perceel, kadastraal bekend als Emmen X912. Dit perceel heeft het adres [locatie 1] en [locatie 2]. Op het perceel is de vennootschap onder firma [bedrijf] gevestigd. In het bestemmingsplan zijn aan het perceel de bestemming "Bedrijfsdoeleinden, milieucategorie 3" en de aanduiding "bestaande detailhandel" toegekend. Ingevolge artikel 6, lid 6.1, van de voorschriften van het bestemmingsplan is op het perceel detailhandel in meubelen en stoffering toegestaan. Overige detailhandel is niet toegestaan. [appellant] heeft de raad verzocht om het bestemmingsplan te wijzigen in die zin dat op het perceel alle vormen van detailhandel mogelijk worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2308
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202302403/1/R3

202303817/1/V6

Bij besluit van 6 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Zuid-Soedan en geboren te zijn op [geboortedatum] 1982. Hij is sinds 1998 in Nederland. De staatssecretaris heeft hem met ingang van 15 juni 2007 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning op grond van de Regeling Afwikkeling Nalatenschap Oude Vreemdelingenwet. [appellant] heeft op 20 mei 2019 het verzoek ingediend. Op dat moment beschikte hij over een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking niet-tijdelijke humanitaire gronden, geldig tot 15 juni 2023. Ter staving van zijn identiteit en nationaliteit heeft hij geen documenten overgelegd, omdat hij onder de met ingang van 1 november 2021 geldende Ranov-vrijstelling valt. De staatssecretaris heeft het verzoek afgewezen, omdat twijfel bestaat over de identiteit en nationaliteit van [appellant]. De staatssecretaris heeft aan dit standpunt een rapport taalanalyse van 17 januari 2022 van Team Onderzoek en Expertise Land en Taal ten grondslag gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2330
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303817/1/V6

202304907/1/R1

Bij besluit van 11 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer ten behoeve van het bestemmingsplan "Hoofddorp Stadscentrum 2" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Hoofddorp Stadscentrum 2" vastgesteld. Het plan maakt 280 appartementen, detailhandel en horeca in een multifunctioneel gebouw mogelijk op een perceel in het centrum van Hoofddorp dat bekend staat als het Apriscoterrein. Het perceel is op dit moment in gebruik als parkeerterrein met 250 parkeerplaatsen. De Nieuweweg en de Kruisweg liggen ten noorden van het plangebied en het Raadhuisplein en de Julianalaan ten zuiden van het plangebied. De omgevingsvergunning heeft betrekking op de bouw van het multifunctionele gebouw met 280 appartementen en detailhandel en horecavoorzieningen in de plint van het gebouw. Woningfonds Hoofddorp exploiteert een wooncomplex met 69 appartementen aan de Nieuweweg tegenover het plangebied. Woningfonds Hoofddorp kan zich niet verenigen met de besluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2320
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202304907/1/R1

202304937/1/R1

Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Haarlemmermeer het bestemmingsplan "Hoofddorp Stadscentrum 3" vastgesteld. Het plan maakt een multifunctioneel gebouw mogelijk op het Dik Tromplein in het centrum van Hoofddorp. Dit gebouw heeft een maximale toegestane bouwhoogte van 25 m en hierin worden 136 appartementen, 4.000 m2 commerciële ruimte en 296 bebouwde parkeerplaatsen gerealiseerd. In het plangebied stond een gebouw met drie bouwlagen en ongeveer 5.800 m2 commerciële ruimte en het gebouw "De Deining", dat 2.500 m2 aan kantoorruimten bood. Deze gebouwen zijn inmiddels gesloopt. [appellant sub 2] exploiteert een horecagelegenheid met terras aan het Dik Tromplein ten noordoosten van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan, omdat hij vreest dat het plan de bezonning van het terras aantast met inkomstenverlies als gevolg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2329
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202304937/1/R1

202305019/1/A2

Bij besluit van 18 juli 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten tot invordering van door Stichting Medische Kliniek Velsen verbeurde dwangsommen van € 10.000,00. Bij brief van 2 november 2021 heeft de minister het voornemen geuit om de stichting een last onder dwangsom op te leggen, omdat zij niet volledig aan de verplichting om vóór 1 oktober 2021 de Jaarverantwoording Zorg over het verslagjaar 2020 aan het Centraal Informatiepunt Beroepen Gezondheidszorg aan te leveren. Bij de jaarverantwoording ontbrak namelijk een beoordelingsverklaring van een geregistreerd accountant. Bij besluit van 24 januari 2022 heeft de minister een last onder dwangsom aan de stichting opgelegd om alsnog aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen. Aan de last is een dwangsom van € 1.000,00 per week verbonden met een maximum van € 10.000,00. De stichting is een begunstigingstermijn van vier weken geboden om alsnog aan de last te voldoen zonder de dwangsom te verbeuren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2332
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202305019/1/A2

202306559/1/R4

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 16 juni 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en het Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een vuilniszak met restafval die klemzat in de vulopening van een ondergrondse afvalcontainer aan de Eendrachtsstraat ter hoogte van huisnummer [locatie] te Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de vuilniszak heeft aangeboden, omdat daarin een adreslabel is aangetroffen met zijn naam- en adresgegevens erop. [appellant] betoogt dat het college hem ten onrechte als overtreder heeft aangemerkt. Hij ontkent dat hij de overtreding heeft begaan en voert aan dat hij voor het aanbieden van zijn restafval altijd gebruik maakt van de bovengrondse containers aan de Kortenaerstraat en niet de containers aan de Eendrachtsstraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2310
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306559/1/R4

202400048/1/A2

Bij beslissing van 19 september 2023 heeft de Centrale Studenten Inschrijving, namens het college van bestuur van De Haagse Hogeschool, vastgesteld dat [appellant] niet voldeed aan de voor hem geldende studienorm en hiervoor geen verschoonbare redenen bekend waren, en hem medegedeeld dat de Immigratie- en Naturalisatiedienst hierover zal worden ingelicht. [appellant] volgde sinds 2020 de opleiding Pedagogiek aan De Haagse Hogeschool. Als internationale student moet hij ieder studiejaar in verband met zijn verblijfsvergunning voldoen aan de studienorm die is vastgelegd in de Wet modern migratiebeleid, de zogenoemde Momi-studienorm. Die norm bedraagt 30 studiepunten per studiejaar. Indien een student niet voldoet aan de studienorm, moet het college dit aan de IND melden, tenzij sprake is van persoonlijke omstandigheden als gevolg waarvan onvoldoende studievoortgang kon worden geboekt. [appellant] heeft in het studiejaar 2022-2023 in het totaal 8 studiepunten behaald. Hij heeft verzocht om uitstel van de melding omdat hij drie maanden ziek is geweest als gevolg van een ernstige voetschimmelinfectie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2335
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400048/1/A2

202400161/1/R3 en 202400266/1/R3

Bij uitspraak van 15 november 2023, in zaak nr. 202304635/1/R3 (ECLI:NL:RVS:2023:4242) heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen het besluit van de raad van de gemeente Hardenberg van 7 mei 2019 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Balkbrug woningbouwlocatie Takens" en het besluit van het college van Hardenberg, waarbij omgevingsvergunningen zijn verleend voor de bouw van woningen op percelen aan de Takenshof en Meppelerweg, niet-ontvankelijk verklaard. [verzoeker] betoogt dat de Afdeling in de uitspraken waarvan herziening wordt verzocht, niet heeft onderkend dat administratief beroep als bedoeld in artikel 115 van de Grondwet open staat tegen de hiervoor in het procesverloop genoemde besluiten. [verzoeker] verzoekt de Afdeling de besluiten alsnog te beoordelen, met inachtneming van artikel 115 van de Grondwet en het Beleidskader schorsing en vernietiging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2319
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Herziening
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202400161/1/R3 en 202400266/1/R3

202400503/1/A2

Bij beslissing van 14 augustus 2023 heeft de examencommissie van de faculteit der Geneeskunde van de Vrije Universiteit het verzoek van [appellant] om een extra herkansing voor het onderdeel Klinisch Redeneren (KR) van het vak Stationstoets B3 (STAT) afgewezen. [appellant] is in 2020 begonnen met de bacheloropleiding Geneeskunde aan de Vrije Universiteit in Amsterdam. Aan het eind van het studiejaar 2022-2023 had [appellant] nog twee onderwijseenheden openstaan, namelijk de Landelijke Voortgangstoets en de Stationstoets B3, waardoor hij zijn bacheloropleiding niet kon afronden. De onderwijseenheid VGT is een landelijke toets die op vier vastgestelde momenten door een externe organisatie aan universiteiten wordt aangeboden. [appellant] betoogt dat de beslissing om de extra herkansingsmogelijkheid af te wijzen onjuist is en onvoldoende gemotiveerd. Als gevolg van deze afwijzing moet [appellant] nu het gehele jaar ingeschreven staan, collegegeld betalen en wachten tot hij de onderwijseenheid aan het eind van het studiejaar kan herkansen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2337
Datum uitspraak
5 juni 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202400503/1/A2

202302987/1/V2

Bij besluit van 20 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 3 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2277
Datum uitspraak
4 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302987/1/V2

202401576/2/R3

Bij besluit van 20 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd aan [wederpartij] een omgevingsvergunning te verlenen voor het veranderen van de indeling van een woning aan de [locatie] te Den Haag. Hij wil op het pand twee extra bouwlagen maken voor vier studentenwoningen. Volgens het college voldoet de aanvraag niet aan de parkeernormen als opgenomen in artikel 5.1 van het bestemmingsplan "Parapluherziening (fiets)parkeren". Daarnaast is niet voldoende aannemelijk gemaakt dat het bouwen van het bouwwerk voldoet aan het Bouwbesluit 2012 op het punt van de constructieve veiligheid. Bij uitspraak van 18 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen ingestelde beroep van [wederpartij] gegrond verklaard. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat artikel 5.1 van het bestemmingsplan "Parapluherziening (fiets)parkeren" in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel en onverbindend moet worden geacht. Het college heeft daarom de aanvraag niet kunnen toetsen aan deze planregel, zodat het niet in overeenstemming met deze planregel voorzien in voldoende parkeergelegenheid geen weigeringsgrond kan zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2284
Datum uitspraak
4 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401576/2/R3

202402831/1/V3

Bij besluit van 2 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2278
Datum uitspraak
4 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402831/1/V3

202402832/1/V3

Bij besluit van 5 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2279
Datum uitspraak
4 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402832/1/V3

202402836/1/V3

Bij besluit van 2 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2280
Datum uitspraak
4 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402836/1/V3

202402841/1/V3

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2281
Datum uitspraak
4 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402841/1/V3

202402842/1/V3

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2282
Datum uitspraak
4 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402842/1/V3

202402979/3/R4

Bij besluit van 1 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat aan ONE-Dyas B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten en in gebruik nemen van een mijnbouwinrichting, genaamd platform N05-A. Deze vergunning omvat tevens toestemmingen voor de activiteiten "handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten" en "handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden". Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de staatssecretaris het besluit van 1 juni 2022, zoals gewijzigd bij het besluit van 10 november 2023, gewijzigd voor de activiteiten "handelingen met gevolgen voor beschermde plant- en diersoorten" en "handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden". Dat betekent dat ONE-Dyas meteen gebruik mag maken van de omgevingsvergunning en het boorplatform mag oprichten. Deutsche Umwelthilfe e.V. en anderen hebben de voorzieningenrechter verzocht om het besluit van 29 mei 2024 te schorsen. Zij willen daarmee voorkomen dat ONE-Dyas aanleg- en bouwwerkzaamheden uitvoert voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op hun (hoger) beroepen over de besluiten van de staatssecretaris.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2289
Datum uitspraak
4 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202402979/3/R4

202403114/1/V3 en 202403114/2/V3

Bij besluit van 25 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2283
Datum uitspraak
4 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403114/1/V3 en 202403114/2/V3

202403407/2/V2

Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 7 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven voor zover daarbij de asielaanvraag is afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2294
Datum uitspraak
4 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403407/2/V2

202204649/1/V2

Bij besluit van 16 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd de vreemdeling ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en geweigerd ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft. De staatssecretaris heeft in het besluit vermeld dat het nog niet geldt als terugkeerbesluit, omdat eerst moet worden onderzocht of voor de vreemdeling adequate opvang in het land van terugkeer aanwezig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2267
Datum uitspraak
3 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204649/1/V2

202300396/1/V1

Bij besluit van 25 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2269
Datum uitspraak
3 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202300396/1/V1

202300526/1/V3

Bij besluit van 10 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 27 december 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.A. Welling, advocaat te Wageningen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2270
Datum uitspraak
3 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300526/1/V3

202304648/1/V1

Bij besluit van 30 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 30 december 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 juni 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2266
Datum uitspraak
3 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304648/1/V1

202306145/1/V2

Bij besluit van 25 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 20 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. A. Szirmai, advocaat te Heerenveen, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2271
Datum uitspraak
3 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306145/1/V2

202401272/1/V2

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij uitspraak van 30 januari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan geheel in stand blijven. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. R. Hijma, advocaat te Utrecht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2272
Datum uitspraak
3 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401272/1/V2

202402199/2/V2

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 april 2024 heeft de rechtbank de daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroepen gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvragen neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2293
Datum uitspraak
3 juni 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402199/2/V2

202403100/1/V3 en 202403100/2/V3

Bij besluit van 16 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 14 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.R. Weegenaar, advocaat te Den Haag, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2274
Datum uitspraak
3 juni 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403100/1/V3 en 202403100/2/V3

202403178/1/V2

Bij besluit van 11 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 15 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. T.R. Hüpscher, advocaat te Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2273
Datum uitspraak
3 juni 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403178/1/V2

202401605/2/R4

Bij besluit van 27 november 2023 heeft de raad van de gemeente De Ronde Venen het bestemmingsplan "Dorpskernen" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Dorpskernen" heeft betrekking op een aantal dorpskernen binnen de gemeente De Ronde Venen, waaronder Abcoude. Voor die dorpskernen gelden verschillende planologische regimes. Met het oog op de inwerkingtreding van de Omgevingswet wil de raad voor die kernen een actueel, integraal en digitaal bestemmingsplan. Daarom is het voorliggende plan vastgesteld, dat beleidsneutraal en in hoofdzaak conserverend van aard is, zo staat in de plantoelichting. Dat betekent dat de bestaande (planologische) situatie centraal staat en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen niet in het plan zijn meegenomen. Bright is eigenaar van het perceel Hoogstraat 6-16 in Abcoude. Dat perceel ligt in het plangebied. Voor de gronden geldt het regime van de beheersverordening "Beschermd dorpsgezicht Abcoude en beschermd dorpsgezicht Baambrugge". Bright wil het perceel herontwikkelen door de bestaande bebouwing te slopen en op het perceel 27 zorgstudio’s met gemeenschappelijke ruimten, winkelruimten en drie nieuwe woningen te realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2260
Datum uitspraak
31 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202401605/2/R4

202401612/2/A2, 202401520/2/A2 en 202401199/3/A2

In de uitspraak van de voorzieningenrechter van 11 april 2024 in zaken 202401199/2/A2, 202401520/1/A2 en 202401612/1/A2 is geoordeeld dat bij wijze van voorlopige voorziening de in het besluit van de minister van 5 maart 2024 voorziene inhouding van de bekostiging met ingang van de maand april wordt omgezet in een opschorting. Ook is daarin overwogen dat na 17 mei 2024, eventueel na een nadere zitting, zal worden beoordeeld of er reden bestaat de getroffen voorziening op te heffen, te wijzigen of een nieuwe voorlopige voorziening te treffen. Na de uitspraak van 11 april 2024 heeft het Algemeen bestuur van de Stichting naar aanleiding van een sollicitatieprocedure twee kandidaten, te weten [kandidaat 1] en [kandidaat 2], voor de functie van Dagelijks bestuurder ter instemming aan de minister voorgelegd. Deze twee kandidaten zouden als duo de functie van Dagelijks bestuurder invullen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2268
Datum uitspraak
31 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202401612/2/A2, 202401520/2/A2 en 202401199/3/A2

202402403/1/V3

Bij besluit van 6 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid ambtshalve geweigerd krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van de vreemdeling achterwege blijft. Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 21 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2253
Datum uitspraak
31 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402403/1/V3

202403020/2/V1

Bij besluit van 26 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 15 oktober 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdelingen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2262
Datum uitspraak
31 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202403020/2/V1

202403053/1/V3 en 202403053/2/V3

Bij besluit van 29 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 10 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2261
Datum uitspraak
31 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403053/1/V3 en 202403053/2/V3

BRS.24.000146

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden (hierna: het verlengingsbesluit). Bij uitspraak van 15 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2245
Datum uitspraak
31 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000146

202107918/1/V3

Bij besluit van 29 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en geweigerd haar ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen. Bij tussenuitspraak van 18 juni 2021 heeft de rechtbank de behandeling van het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep geschorst. Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft de staatssecretaris het besluit van 29 maart 2021 aangevuld en de aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2265
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107918/1/V3

202201894/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 11 februari 2022 van de rechtbank Oost­Brabant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2258
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202201894/1/A2

202205455/1/V3

Bij besluit van 7 februari 2020 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 23 april 2021 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2248
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202205455/1/V3

202206049/1/V2

Bij besluit van 7 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen afgewezen en bepaald dat de vreemdeling geen afgeleid verblijfsrecht kan ontlenen aan artikel 20 van het VWEU. Bij besluit van 13 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2249
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202206049/1/V2

202207338/1/V2

Bij besluit van 23 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2250
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202207338/1/V2

202400756/2/R1 en 202400756/1/R1

Het beroep richt zich tegen het besluit van 7 november 2023 waarbij het college van burgemeester en wethouders van Heusden de "Definitieve aanwijzing locaties ondergrondse containers oud papier" heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2302
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202400756/2/R1 en 202400756/1/R1

202401607/2/V2

Bij besluit van 31 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie van Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2252
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202401607/2/V2

202402061/2/R1

Het verzoek richt zich tegen het besluit van 5 maart 2024 waarin het college van burgemeester en wethouders van Den Haag het "Definitief plaatsingsplan gewijzigde locatie restafvalcontainers Zeeheldenkwartier V (buurt 45) centrum, Den Haag" heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2298
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202402061/2/R1

202402285/1/V3

Bij besluit van 16 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2254
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402285/1/V3

202402388/1/A3 en 202402388/2/A3

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden [appellant] onder aanzegging van bestuursdwang gelast om zijn vaartuig uit de passantenhaven te verwijderen en verwijderd te houden van iedere niet aan hem vergunde ligplaats binnen de openbare wateren van Leiden. [appellant] verblijft sinds medio 2022 met zijn vaartuig in de passantenhaven van Leiden. Op 26 juli 2023 hebben opsporingsambtenaren van de gemeente Leiden geconstateerd dat [appellant] in de passantenhaven ter hoogte van het Ankerpark met zijn vaartuig ligplaats inneemt zonder vergunning. Dat is volgens het college in strijd met artikel 3.4.1.1, eerste lid, van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Leiden 2020. Daarin is bepaald dat het niet is toegestaan een ligplaats in openbaar water in te nemen met een vaartuig zonder vergunning van het college. Bij besluit van 26 juli 2023 heeft het college [appellant] daarom gelast om zijn vaartuig te verwijderen en verwijderd te houden van iedere niet aan hem vergunde ligplaats binnen de openbare wateren van Leiden. Indien [appellant] hier geen gevolg aan geeft, zal het college het vaartuig verwijderen en opslaan op kosten van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2251
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402388/1/A3 en 202402388/2/A3

202402804/1/V2

Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2255
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402804/1/V2

BRS.24.000170

Bij besluit van 6 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 2 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2194
Datum uitspraak
30 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000170

202204808/1/V3

Bij besluit van 24 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 4 augustus 2022 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2208
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204808/1/V3

202302275/1/V1

Bij brief van 11 april 2021 heeft de SUG de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid verzocht om twee volgens de SUG illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen ongewenst te verklaren, te bepalen dat zij Nederland onmiddellijk moeten verlaten en hen uit te zetten. Bij brief van 30 april 2021 heeft de staatssecretaris aan de SUG meegedeeld dat de brief van 11 april 2021 geen aanvraag in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Awb is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2207
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302275/1/V1

202302575/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 24 april 2023, hersteld bij uitspraak van 12 mei 2023, heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.A. Krikke, advocaat te Bussum, hoger beroep ingesteld. Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2264
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302575/1/V1

202305197/1/V3

Bij besluit van 19 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 18 januari 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 25 januari 2023 heeft de staatssecretaris de motivering van het besluit van 18 januari 2022 aangevuld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2206
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305197/1/V3

202305674/1/V1

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen. Bij besluit van 30 januari 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2205
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305674/1/V1

202306319/1/V3

Bij besluit van 13 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden. Bij uitspraak van 3 oktober 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2204
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306319/1/V3

202307050/2/R1

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Zuideinde 366" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van 10 woningen mogelijk op het perceel aan het Zuideinde 366 in Amsterdam, waarvan 2 blokken met elk 2 twee-aaneen-woningen en een complex met 6 zogenoemde schuurwoningen De gronden hadden op basis van het vorige bestemmingsplan grotendeels de bestemming "Tuin-1". STL 1 B.V. is de initiatiefnemer van de ontwikkeling. [verzoeker] en anderen wonen in de directe omgeving van het plangebied. Volgens hen zal de komst van de woningen hun woon- en leefomgeving aantasten. Omdat er op 1 maart 2024 een aanvraag voor een omgevingsvergunning is gedaan voor het bouwen van de woningen, hebben [verzoeker] en anderen de voorzieningenrechter verzocht het besluit tot vaststelling van het plan te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2209
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202307050/2/R1

202401247/2/R1

Bij besluit van 11 januari 2024 heeft de raad van de gemeente Borsele het bestemmingsplan "Kern Heinkenszand, gedeelte Clara's pad 6-8, 2023" vastgesteld. In het plangebied aan Clara’s pad 6 en 8 ligt de Barbesteinkerk en de bijbehorende pastorie. Het plan maakt de bouw van drie appartementen in een deel van het kerkgebouw mogelijk. Verder heeft de pastorie ook de bestemming "Wonen". In de voormalige pastorie maakt het plan één reguliere wooneenheid mogelijk. De woning in de pastorie is al gerealiseerd door middel van een omgevingsvergunning. Verder is voor een deel van de kerk al vergunning verleend voor wijziging naar de detailhandelsfunctie ten behoeve van een kledingwinkel van het Leger des Heils. Ook een deel van de bestemming "Gemengd" is dus al gerealiseerd door middel van een omgevingsvergunning. Het voornemen is verder om bij het gedeelte van het Leger des Heils horeca in de vorm van een terras mogelijk te maken. [partij] is de initiatiefnemer van de ontwikkeling. [verzoeker] woont aan [locatie] en is het niet eens met een aantal ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt. Hij vreest voor aantasting van zijn privacy door de komst van de 3 appartementen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2210
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202401247/2/R1

202401338/1/V3

Bij besluit van 1 mei 2023 is de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd. Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 februari 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2203
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401338/1/V3

202401839/1/V3

Bij besluit van 28 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 18 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2202
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401839/1/V3

202401843/1/V3

Bij besluit van 28 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 18 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2201
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401843/1/V3

202402024/2/R1

Bij besluit van 15 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer [verzoeker A] en [verzoekster B] gelast de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht uiterlijk 1 december 2023 te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoeker A] en [verzoekster B] wonen op het perceel [locatie] in Nieuw-Vennep (hierna: het perceel). Op 23 februari 2023 heeft een inspecteur van de gemeente geconstateerd dat in het achtererfgebied van het perceel aangrenzend aan de woning een aanbouw staat met een oppervlakte van 30 m2. Daartegenover staat een schuur met een oppervlakte van 66 m2. Voor zowel de aanbouw als de schuur is een omgevingsvergunning verleend. Verder heeft de inspecteur geconstateerd dat er zes bouwwerken in het achtererfgebied staan zonder omgevingsvergunning. De totale oppervlakte van deze bouwwerken bedraagt 64,8 m2. Daarmee is volgens het college op het perceel in totaal 160,8 m2 en dus een te groot oppervlak aan bijbehorende bouwwerken aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2211
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402024/2/R1

202402220/2/V3

Bij besluiten van 27 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 3 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdelingen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2200
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402220/2/V3

202402612/1/V3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 25 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2198
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402612/1/V3

202402660/1/V2

Bij besluit van 20 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 23 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de staatssecretaris een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2197
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402660/1/V2

202402694/1/V2

Bij besluit van 22 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij uitspraak van 25 april 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2196
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402694/1/V2

202402931/1/V3 en 202402931/2/V3

Bij besluit van 28 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 3 mei 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2263
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402931/1/V3 en 202402931/2/V3

BRS.24.000074

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 11 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2172
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000074

202103486/1/R4

Bij besluit van 23 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ermelo [appellante] onder oplegging van een last onder dwangsom gelast om binnen drie maanden na dagtekening van het besluit een bouwwerk aan de [locatie] in Ermelo te verwijderen en verwijderd te houden of te laten voldoen aan de eisen voor een vergunningsvrij bouwwerk. Op het perceel staat een bijgebouw van 5 m hoog en met een oppervlakte van ongeveer 81 m2. Dit bijgebouw staat op 1 m van de perceelgrens en heeft op dat punt een nokhoogte van 5 m. Het bouwwerk is gebouwd zonder omgevingsvergunning. Niet is in geschil dat het bijgebouw niet omgevingsvergunningsvrij kan worden gebouwd ingevolge de artikelen 2 of 3 van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. Het college heeft [appellante] gelast om het bijgebouw te verwijderen of aan te passen zodanig dat de nokhoogte voldoet aan het Bor. Doet zij dit niet, dan verbeurt zij een dwangsom van € 1.500,00 per maand of deel van de maand dat de strijdige situatie voortduurt, met een maximum van € 15.000,00. Verwijdering of aanpassing van het gebouw heeft niet plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2223
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202103486/1/R4

202103800/1/V1

Bij besluit van 22 augustus 2018 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Referent is in september 2015 op 21-jarige leeftijd Nederland ingereisd. Bij besluit van 14 juli 2017 heeft de staatssecretaris hem met ingang van 22 september 2015 een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend. Op 8 september 2017 heeft hij een aanvraag ingediend om zijn ouders en twee toen 16-jarige broers een mvv te verlenen als zijn familie- of gezinslid. Allen hebben de Iraakse nationaliteit. Referent woonde voor zijn vertrek uit Irak met de vreemdelingen samen. Hij heeft verklaard dat hij getrouwd was vanaf 14 oktober 2013 tot aan het overlijden van zijn vrouw op 15 maart 2015. Referent woonde ook tijdens dat huwelijk met de vreemdelingen samen. Referent heeft verder verklaard dat hij op 14- of 15-jarige leeftijd begon met voltijds werk in een meubelzaak om bij te dragen aan het gezinsinkomen. Hij heeft verklaard dat hij kostwinner was, omdat hij meer geld verdiende dan zijn vader toen zijn vader minder ging werken wegens medische problemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2145
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202103800/1/V1

202107889/1/V2

Bij besluit van 4 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen. De vreemdeling is een etnisch Arabier (Ahwazi) met de Iraanse nationaliteit. Deze procedure gaat over zijn tweede asielaanvraag. Een eerder besluit van 19 december 2018 op deze aanvraag is vernietigd, omdat de staatssecretaris niet deugdelijk had gemotiveerd waarom de vreemdeling door zijn deelname aan pro-Ahwazi demonstraties in Nederland niet in de negatieve belangstelling van de Iraanse autoriteiten is komen te staan. De staatssecretaris heeft op 4 november 2021 een nieuw besluit genomen. Daarin stelt hij zich op het standpunt dat geloofwaardig is dat de vreemdeling in Nederland aan ten minste één demonstratie tegen het Iraanse regime heeft meegedaan. Omdat daardoor bij terugkeer naar Iran een reëel risico op schending van artikel 3 van het EVRM dreigt, zal de staatssecretaris de vreemdeling niet uitzetten naar Iran. Toch heeft de staatssecretaris de asielaanvraag afgewezen, omdat er sprake is van misbruik van recht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2230
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202107889/1/V2

202107942/1/V1

Bij besluit van 10 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is geboren op [geboortedatum] 1994, heeft de Syrische nationaliteit en wil bij zijn vader, referent, verblijven in het kader van nareis. Referent heeft in 2016 voor het eerst een mvv-aanvraag in het kader van nareis ingediend voor zijn vrouw, hun dochter en de vreemdeling. De vreemdeling was toen 22 jaar oud. De staatssecretaris heeft deze aanvraag bij besluit van 27 maart 2017 ingewilligd en meegedeeld dat de mvv’s 90 dagen geldig zijn. Vaststaat dat de gezinsleden de mvv’s niet hebben opgehaald en dat deze dus niet meer geldig zijn. Op 20 mei 2020 heeft referent vervolgens de huidige mvv-aanvraag in het kader van nareis ingediend voor de genoemde gezinsleden. De staatssecretaris heeft alleen de aanvraag voor de vreemdeling afgewezen. De vrouw en dochter van referent verblijven al bij referent in Nederland. Omdat de vreemdeling ten tijde van de huidige mvv-aanvraag 26 jaar oud was, heeft de staatssecretaris opnieuw beoordeeld of hij in aanmerking komt voor nareis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2146
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107942/1/V1

202200852/1/A2

Bij besluit van 31 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 20.500,- wegens het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de [locatie] te Amsterdam aan de woningvoorraad. [appellant] was ten tijde hier van belang eigenaar van de woning aan de [locatie] te Amsterdam. De woning, die een oppervlak heeft van 48 m2, bestaat uit een woonkamer, slaapkamer, keuken en badkamer. Naar aanleiding van een melding woonfraude hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam op 4 april 2019 een administratief onderzoek naar de woning ingesteld en de woning bezocht. Uit het administratief onderzoek bleek dat er op het adres twee personen staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen. Het gaat om [appellant] en [persoon]. Uit het rapport van bevindingen dat van het bezoek van 4 april 2019 is opgemaakt blijkt dat de toezichthouders in de woning twee toeristen aantroffen, een man en een vrouw. De vrouw heeft verklaard dat het contact met Robert via de mail van airbnb is gelopen, dat zij een code heeft gekregen van het sleutelkastje voor de sleutel van de voordeur en dat zij niemand heeft ontmoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2240
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200852/1/A2

202201671/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rheden aan [appellant sub 1] een last onder dwangsom opgelegd die inhoudt dat [appellant sub 1] het door hem geplaatste hek nabij [locatie] in Velp moet weghalen. [appellant sub 1] is eigenaar van het perceel [locatie] in Velp. Hij verhuurt het pand dat op het perceel staat. Het perceel ligt op de hoek van de Hoofdstraat en de Wilhelminastraat. Op die hoek ligt een pleintje, waarvan een groot deel op het perceel van [appellant sub 1] ligt. [appellant sub 1] heeft in 2018 een hek geplaatst om zijn perceel af te scheiden. Het college heeft een last onder dwangsom opgelegd, omdat [appellant sub 1] in strijd zou handelen met artikel 2:10A, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening Rheden. Op grond van dat artikel is het verboden zonder voorafgaande vergunning van het college een openbare plaats anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan. Volgens het college is het pleintje een openbare plaats in de zin van de APV. [appellant sub 1] heeft het hek verwijderd en, in afwachting van de procedure, ook verwijderd gehouden. Hij wil het hek, of een andere afscheiding, weer terugplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2239
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201671/1/A3

202202686/1/A3

Bij besluit van 17 januari 2020 heeft de Stichting Toezicht Certificatie Verticaal Transport Register Administratie namens de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid besloten om eiser niet op te nemen in het Register Kraanmachinisten. [appellant] heeft op 24 december 2019 examen gedaan als machinist autolaadkraan. Bij dit examen zit een praktijkgedeelte, waarbij de kandidaat onder meer drie zogenoemde ‘knock-out’ opdrachten moet uitvoeren. Een onvoldoende voor één van die opdrachten heeft meteen tot gevolg dat de kandidaat niet met een positief advies kan worden voorgedragen voor registratie in het Register Kraanmachinisten. [appellant] heeft één van de knock-out opdrachten, waarbij hij buiten zicht een last moest plaatsen met behulp van een portofoon, niet op de voorgeschreven wijze kunnen uitvoeren omdat hij niet kan horen en spreken. Om die reden is hij volgens de examinator formeel niet geslaagd. Uit het verslag van de examinator en het beoordelingsformulier blijkt echter ook dat de opdracht, toen bleek dat [appellant] geen portofoon kon gebruiken, met gebruik van handsignalen is uitgevoerd. De aangepaste knock-out opdracht heeft [appellant] met goed resultaat volbracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2227
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202202686/1/A3

202203062/2/R1

Deze conclusie van staatsraad advocaat-generaal Nijmeijer gaat over de toepassing van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht bij opvolgende besluiten over ruimtelijke plannen. De zaak waarin deze conclusie wordt gevraagd gaat over één beroep tegen het besluit van 27 januari 2022 van de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland tot vaststelling van het bestemmingsplan ‘Renesse’ en verschillende beroepen tegen het besluit van 23 maart 2023, waarbij de raad het bestemmingsplan ‘Renesse’ op onderdelen gewijzigd heeft vastgesteld. Het vaststellen van opvolgende bestemmingsplannen kan onder de Wet ruimtelijke ordening leiden tot uiteenlopende vragen over de toepassing van artikel 6:19 van de Awb. De toepassing van artikel 6:19 van de Awb komt onder de Omgevingswet in een ander licht te staan. Is er aanleiding om de rechtspraak over de toepassing van artikel 6:19 van de Awb in bestemmingsplanzaken onder de Wro (op onderdelen) aan te passen? Bestaat er aanleiding om de toepassing van artikel 6:19 Awb te veranderen in zaken die gaan over de wijziging van een omgevingsplan?

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2238
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Conclusie
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202203062/2/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203062/2/R1

202203923/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam de aanvraag van het Cuypersgenootschap om de portiekflats aan de Oost-Sidelinge 17-87 te Rotterdam als gemeentelijk monument aan te wijzen afgewezen. Het college kan, op grond van artikel 3, eerste lid, van de Monumentenverordening Rotterdam 2010, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een onroerende zaak, niet zijnde een rijksmonument, aanwijzen als gemeentelijk monument. Bij brief van 7 december 2019 heeft het Cuypersgenootschap het college gevraagd om vier portiekflats aan de Oost-Sidelinge 17-87 te Overschie aan te wijzen als gemeentelijk monument. Deze portiekflats zijn gebouwd in 1948 en eigendom van Woonstad Rotterdam. In de aanvraag staat dat de woonblokken belangrijk zijn in het kader van de wederopbouw van Rotterdam en als een goed en gaaf behouden voorbeeld van naoorlogse systeembouw met een architectuur- en cultuurhistorische waarde voor Rotterdam moeten worden beschouwd. Aangezien bijna alle vergelijkbare woningbouw inmiddels is gesloopt, hebben de blokken een zeldzaamheidswaarde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2231
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202203923/1/A2

202204749/1/R1

Bij uitspraak van 28 juli 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1682, heeft de Afdeling een door de stichting ingesteld hoger beroep gegrond verklaard, het beroep tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Veere van 11 mei 2020 tot het verlenen van een omgevingsvergunning eerste fase gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Het college heeft in februari 2018 aan B’s Onroerend Goed B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zogenoemd vitaliteitshotel op de locatie. De omgevingsvergunning zag op het gedeeltelijk slopen van bestaande opstallen, het handelen in strijd met het bestemmingsplan "Kom Domburg" en het aanleggen of veranderen van een uitweg. De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft die vergunning in haar uitspraak van 20 januari 2020 vernietigd. Het college heeft met inachtneming van de uitspraak van de rechtbank bij besluit van 11 mei 2020 de omgevingsvergunning opnieuw verleend. De Afdeling heeft de omgevingsvergunning vernietigd, omdat uit de overgelegde berekening ten aanzien van de stikstofdepositie als gevolg van het project niet is gebleken dat de vergunde activiteiten niet leiden tot aantasting van het nabijgelegen Natura 2000-gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2225
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204749/1/R1

202204795/1/A2

Bij besluit van 22 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda een aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van de burgerwoning aan de [locatie 1] en de bedrijfswoningen aan de [locatie 2] en de [locatie 3] te Galder. Bij brief van 18 november 2015, aangevuld bij brief van 29 april 2016, heeft hij het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij stelt te hebben geleden als gevolg van de inwerkingtreding van onder andere het bij raadsbesluit van 21 april 2011 vastgestelde bestemmingsplan Hazeldonk (hierna: het nieuwe bestemmingsplan) en een bij besluit van 8 mei 2013 verleende omgevingsvergunning (hierna: de omgevingsvergunning). Deze planologische maatregelen zijn genomen ten behoeve van het realiseren van drie windturbines met een tiphoogte van 149 m op het bedrijventerrein Hazeldonk (hierna: het plangebied). De afstand van de woningen tot de dichtstbijzijnde windturbine is 355 m ([locatie 1]), 400 m ([locatie 2]) en 510 m ([locatie 3]).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2224
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204795/1/A2

202205312/1/A2

Bij besluit van 4 mei 2021 heeft de Dienst Wegverkeer de aanvraag van [appellant] voor de afgifte van een Nederlands kentekenbewijs afgewezen. [appellant] is eigenaar van een Saab 95 met kenteken [...]. Hij heeft voor dit voertuig een Nederlands kentekenbewijs aangevraagd. [appellant] heeft bij de aanschaf van dit voertuig een buitenlands kentekenbewijs gekregen en het chassisplaatje, waarop het VIN [...] is vermeld. Achter de rechtervoorstoel is dit nummer ook ingeslagen. [appellant] heeft op een gegeven moment achter de bestuurdersstoel een ander VIN aangetroffen, [...]. Over dit VIN zat een verflaag. [appellant] heeft dit nummer tevoorschijn gehaald, door te schuren en met gebruik van een staalborstel. Het nummer [...] is volgens [appellant] niet door de fabrikant ingeslagen omdat dit niet op de plek zit waar het VIN zou moeten staan en het plaatje waarop het nummer staat met andere nagels gemonteerd is dan het door de fabrikant aangebrachte plaatje. [appellant] stelt zich op het standpunt dat het nummer [...] het originele VIN is, en heeft verzocht om een Nederlands kentekenbewijs met dit VIN af te geven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2229
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205312/1/A2

202205376/1/R3

Bij besluit van 4 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Wierden de aanvraag van ESF om een bestemmingsplan vast te stellen voor de realisatie van een crossbaan ten behoeve van elektrische crossmotoren afgewezen. ESF en EMC willen een crossbaan ten behoeve van elektrische motoren realiseren op twee percelen, kadastraal bekend gemeente Wierden, sectie Z, nummers 509 en 510, ter hoogte van de Fransendijk en de Rondweg te Enter. Deze percelen zijn door ESF aangekocht en worden aan EMC verhuurd met het oog op de exploitatie van de crossbaan door EMC. Een crossbaan is ter plaatse niet toegestaan, omdat het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2009" aan de percelen de bestemmingen "Agrarisch" en "Verkeer - Onverhard" toekent. Daarom heeft BJZ.nu namens ESF bij de raad een aanvraag ingediend om het bestemmingsplan "Buitengebied 2009, herziening Fransendijk ong." vast te stellen, dat beoogt aan de percelen de bestemming "Sport - Motorcrossterrein" toe te kennen. Een door BJZ.nu opgesteld ontwerpplan heeft ter inzage gelegen. Daartegen zijn door Bewoners Rondweg te Enter zienswijzen ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2237
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202205376/1/R3

202205506/1/V1

Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. De vreemdeling is geboren op [geboortedatum] 1996, heeft de Turkse nationaliteit en wil bij haar vader, referent, verblijven in het kader van nareis. Referent is op 10 juli 2020 in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en heeft op 5 augustus 2020 mvv-aanvragen in het kader van nareis ingediend voor de vreemdeling, haar moeder en haar zusje. De vreemdeling was toen 23 jaar oud. De staatssecretaris heeft alleen de aanvraag van de vreemdeling afgewezen. De moeder en het zusje van de vreemdeling verblijven al bij referent in Nederland. Omdat de vreemdeling ten tijde van de mvv-aanvraag 23 jaar oud was, heeft de staatssecretaris beoordeeld of zij in aanmerking komt voor nareis. De staatssecretaris heeft zich op het standpunt gesteld dat de vreemdeling niet aan het jongvolwassenenbeleid voldoet, omdat zij in 2014 naar een andere stad is verhuisd om te studeren. De vreemdeling voldoet volgens de staatssecretaris daarom niet aan het vereiste ‘met de ouder(s) in gezinsverband samenleven’.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2147
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202205506/1/V1

202205576/1/A3

Bij besluit van 29 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd. Bij besluit van 4 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep de kosten voor het toepassen van bestuursdwang van [appellant] teruggevorderd. Bij besluit van 20 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep het door [appellant] tegen de besluiten van 29 december 2020 en 4 maart 2021 gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Het college heeft aan [appellant] op 29 december 2020 een last onder bestuursdwang opgelegd, omdat [appellant] een oplegger met kenteken [kenteken] langer dan 72 uur had geplaatst op een perceel aan de Randweg, kadastraal bekend gemeente Gennep, sectie D, nummer 2913. Dit is in strijd met artikel 5:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gennep 2020 en artikel 17 van de Wegenverkeerswet 1994. Op 2 februari 2021 hebben verbalisanten geconstateerd dat de oplegger nog niet was verwijderd. Het college heeft daarom bestuursdwang toegepast door de oplegger weg te laten slepen en te bergen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2215
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205576/1/A3

202205579/1/A3

Bij besluit van 5 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 22 april 2020 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 augustus 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het college heeft aan [appellant] op 5 december 2019 een last onder dwangsom opgelegd, omdat [appellant] een aanhangwagen met kenteken […] langer dan 72 uur had geplaatst op het perceel Groene Kruisstraat, kadastraal bekend gemeente Gennep, sectie D, nummer 3430, nabij nummer 52b. Dit is in strijd met artikel 5:6, eerste lid, onder a, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gennep 2020. [appellant] verbeurt een dwangsom van € 1.000,00 per dag met een maximum van € 20.000,00, vanaf de vierde aaneengesloten dag dat de aanhangwagen binnen de bebouwde kom staat. De rechtbank heeft geoordeeld dat de last onder dwangsom niet is aan te merken als een criminal charge als bedoeld in artikel 6 van het EVRM.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2216
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205579/1/A3

202205587/1/A3

Bij besluit van 17 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 23 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Mook en Middelaar het besluit van 17 december 2020 ingetrokken, het bezwaar van [appellant] tegen dat besluit ongegrond verklaard en het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 23 februari 2021 eveneens ongegrond verklaard. Het college heeft aan [appellant] op 17 december 2020 een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] heeft een oplegger met kenteken [kenteken] in strijd met de artikelen artikel 5:8, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2020 van de gemeente Mook en Middelaar in samenhang gelezen met artikel 16, eerste lid, van het Algemeen aanwijzingsbesluit en nadere regels Apv 2020 tussen hectometerpaal 119,9 en hectometerpaal 120,1 (noordzijde) geparkeerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2217
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205587/1/A3

202205591/1/A3

Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd. Het college heeft aan [appellant] op 1 oktober 2019 een last onder bestuursdwang opgelegd, omdat [appellant] een oplegger met kenteken [kenteken] langer dan 72 uur had geplaatst aan de Randweg, kadastraal bekend gemeente Gennep, sectie D, nummer 2913. Dit is in strijd met artikel 5:6, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gennep 2020 en artikel 170 van de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank heeft geoordeeld dat de last onder bestuursdwang niet is aan te merken als een criminal charge als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van overtreding van artikel 5:6 van de Apv, omdat de oplegger niet voor verkeersdoeleinden wordt gebruikt en langer dan drie achtereenvolgende dagen geplaatst is binnen de bebouwde kom van de gemeente Gennep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2218
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205591/1/A3

202205592/1/A3

Bij besluit van 1 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd. Bij besluit van 6 februari 2020 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 augustus 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het college heeft aan [appellant] op 1 oktober 2019 een last onder bestuursdwang opgelegd, omdat [appellant] een trailer met kenteken […] met daarop een uitgebrande camper langer dan 72 uur had geplaatst aan de Boxmeerseweg, ter hoogte van nummer 13, in Heijnen, kadastraal bekend gemeente Gennep, sectie H, nummer 1065. Dit is in strijd met artikel 5:6, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gennep 2020 en artikel 170 van de Wegenverkeerswet 1994. De rechtbank heeft geoordeeld dat de last onder bestuursdwang niet is aan te merken als een criminal charge als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2219
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205592/1/A3

202205593/1/A3

Bij besluit van 3 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gennep aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft aan [appellant] op 3 mei 2021 een last onder dwangsom opgelegd, omdat [appellant] drie aanhangers met kentekens […], […] en […] langer dan 72 uur had geplaatst op het perceel aan de Groene Kruisstraat, nabij nummer 52b, kadastraal bekend gemeente Gennep, sectie D, nummer 3430. Dit is in strijd met artikel 5:6 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gennep 2020. [appellant] verbeurt een dwangsom van € 500,00 per dag met een maximum van € 20.000,00 tot het moment dat de overtreding wordt beëindigd. De rechtbank heeft geoordeeld dat de last onder bestuursdwang niet is aan te merken als een criminal charge als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van overtreding van artikel 5:6 van de Apv, omdat de oplegger niet voor verkeersdoeleinden wordt gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2220
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202205593/1/A3

202206565/1/R2

Bij besluit van 28 september 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van de provincie Noord-Brabant geweigerd om aan [appellante] een vergunning als bedoeld in artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming te verlenen voor het uitbreiden van een pluimveehouderij aan de [locatie] in Deurne vanwege het ontbreken van een vergunningplicht. [appellante] exploiteert een pluimvee- en varkenshouderij met 7 stallen op het perceel. [appellante] heeft een natuurvergunning aangevraagd voor de bouw van twee nieuwe stallen met elk 40.000 vleeskuikens. In één stal (stal 5) wordt gestopt met het houden van vleesvarkens en overgestapt op vleeskuikens. De bestaande stal moet daarvoor worden gesloopt en op deze locatie wordt een nieuwe stal gebouwd. Daarnaast wordt een nieuwe stal (stal 8) gebouwd. Beide stallen worden voorzien van een emissiearm stalsysteem dat in de Regeling ammoniak en veehouderij is opgenomen onder code E5.11. Dit is een emissiearm stalsysteem voor de diercategorie vleeskuikens. Het college heeft geweigerd om de gevraagde vergunning te verlenen, omdat is uitgesloten dat het project significante gevolgen voor de nabijgelegen Natura 2000-gebieden zal hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:2241
Datum uitspraak
29 mei 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202206565/1/R2
vorige pagina1...909192...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon