Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 105.050
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202503739/1/R1

Bij besluit van 18 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas een dwangsom ter hoogte van € 20.000,00 ingevorderd bij [appellant]. [appellant] woont op het perceel aan de [locatie] te Horst. Hij verricht daarop bedrijfsactiviteiten die mede zien op de handel in en reparatie van voertuigen, en de handel in bulkgoederen en materialen. Het college heeft bij besluit van 28 november 2022 [appellant] onder meer gelast het opslaan van materialen en bulkgoederen waar dat niet is toegestaan, vóór 1 februari 2023 te beëindigen en beëindigd te houden onder aanzegging van een dwangsom van € 20.000,00. Tegen het besluit tot oplegging van de last onder dwangsom heeft [appellant] geen bezwaar gemaakt, zodat het besluit in rechte onaantastbaar is geworden. Op verzoek van [appellant] heeft het college bij besluiten van 24 januari 2023 en 3 maart 2023 de begunstigingstermijn verlengd tot 1 mei 2023. Toezichthouders van de gemeente hebben bij controles op 15 mei 2023, 23 mei 2023, 26 mei 2023 en 15 juni 2023 geconstateerd dat er op het perceel van [appellant] opslag van diverse bulkgoederen en materialen, zoals pallets, stenen, metalen en huisraad, plaats vond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4742
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503739/1/R1

202503769/1/A2

Bij besluit van 7 september 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) aan [appellant] een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. [appellant] is geboren in India. Partijen zijn het erover eens dat [appellant] de Nederlandse taal onvoldoende beheerst om een educatieve maatregel gedrag en verkeer (EMG), zoals bedoeld in artikel 14, eerste lid, aanhef en onder b, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (Regeling) in het Nederlands te volgen. [appellant] zou volgens de Regeling in beginsel deze cursus over verantwoord rijgedrag moeten volgen. Omdat hij onvoldoende Nederlands spreekt om die cursus te kunnen volgen, heeft het CBR in plaats daarvan aan hem een rijvaardigheidsonderzoek opgelegd. [appellant] stelt zich op het standpunt dat sprake is van discriminatie omdat het CBR op grond van de Regeling naar aanleiding van dezelfde gedraging een andere maatregel oplegt als betrokkenen de Nederlandse taal onvoldoende beheersen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4717
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503769/1/A2

202504197/1/R2

Bij besluit van 17 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende het verwijderen en verwijderd houden van een stacaravan en de opslag van hout in kratten op het perceel aan de [locatie 1] in Rijsbergen. Aan de [locatie 1] in Rijsbergen is een perceel gelegen dat wordt bewoond door [wederpartij]. Op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert" rust op het perceel de bestemming "Bos". [appellant] is bewoner van het perceel aan de [locatie 2] in Rijsbergen. Hij heeft een handhavingsverzoek gedaan vanwege de volgens hem met het bestemmingsplan strijdige aanwezigheid van een caravan en opslag van hout op het perceel [locatie 1]. Het college heeft op 2 november 2022 geconstateerd dat er een caravan stond op het perceel en dat vrijgekomen hout van de kap van bomen op het perceel werd opgeslagen in kratten en te koop werd aangeboden aan particulieren. Daarom heeft het college [wederpartij] op 17 januari 2023 een last onder dwangsom opgelegd wegens het aanwezig zijn van de caravan en het opslaan van hout in kratten op het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4729
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504197/1/R2

202505044/1/A2

Bij beslissing van 9 juli 2025 heeft de examencommissie een tentamen van [appellante] ongeldig verklaard en haar uitgesloten van deelname aan alle tentamens in de periode van 1 september 2025 tot 25 januari 2026. Bij beslissing van 5 september 2025 heeft de voorzitter van het college van beroep voor de examens van Hogeschool Rotterdam een verzoek van [appellante] om een voorlopige voorziening toegewezen en een verzoek om vergoeding van de proceskosten afgewezen. De hoogste algemene bestuursrechter zag zich in deze zaak voor de vraag gesteld of zij bevoegd is kennis te nemen van een beroep tegen een beslissing van de voorzitter van een CBE op een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen. Het antwoord is: nee. Er staat geen zelfstandig beroep open bij de bestuursrechter tegen een beslissing van de voorzitter van het CBE. Vervolgens is de vraag: wie moet beslissen op een verzoek om vergoeding van de proceskosten in de voorlopige voorzieningenprocedure, is dat de voorzitter van het CBE of het CBE? Antwoord: het CBE. En daarbij geldt dan dat er in beginsel geen grond voor een proceskostenvergoeding bestaat als de voorzitter van het CBE uit coulance een voorziening treft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4628
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505044/1/A2

202505119/1/R2

Bij uitspraak van 25 augustus 2021, ECLI:NL:RVS:2021:1920, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 3 april 2020 in zaak nr. 19/47 ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. In de uitspraak van 25 augustus 2021 heeft de Afdeling geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het college bevoegd is om handhavend op te treden tegen de caravan, de overkapping, het meterhuisje en de containers op het perceel kadastraal bekend gemeente Sint Odiliënberg, [locatie] dat in mede-eigendom is van [verzoekster]. Er is namelijk sprake van een overtreding, omdat de bouwwerken op dat perceel zonder omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen zijn gebouwd dan wel zonder die omgevingsvergunning in stand worden gehouden. Daarnaast heeft de Afdeling overwogen dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat het college geen aanleiding had moeten zien om af te wijken van het handhavend optreden, omdat het beroep op het vertrouwensbeginsel en het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. In het verzoek stelt [verzoekster] dat zij bekend is geworden met het schriftelijk verslag van een klantencontact uit 2017 waarin door de toezichthouder van de gemeente is genoteerd dat de caravan en de stalling op het perceel mogen en dat dit moet leiden tot herziening van de uitspraak van 25 augustus 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4718
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505119/1/R2

202505537/1/A3

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de burgemeester van Maastricht de woning aan [locatie] in Maastricht per 27 september 2023 voor drie maanden gesloten. [appellant] huurde de woning aan de [locatie] in Maastricht. Op 2 augustus 2023 heeft de politie 62 kilogram heroïne in de schuur bij deze woning aangetroffen. De politie heeft ook een ijzeren pers en verschillende mallen aangetroffen die gebruikt worden voor het persen van blokken heroïne. De burgemeester heeft vervolgens op grond van artikel 13b, eerste lid, onder a, van de Opiumwet besloten de woning van [appellant] per 27 september 2023 te zullen sluiten voor de duur van drie maanden. De burgemeester heeft het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank was de burgemeester bevoegd om de woning te sluiten. Zij heeft hiertoe overwogen dat er een handelshoeveelheid harddrugs, te weten 62 kilogram heroïne, is aangetroffen in de schuur bij de woning op het adres [locatie] en dat er een zodanige relatie tussen de woning en de schuur bestaat dat die bouwwerken als één geheel moeten worden beschouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4740
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202505537/1/A3

202505732/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft de examencommissie een bindend negatief studieadvies aan [appellante] gegeven. Tegen deze beslissing heeft [appellante] administratief beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzitter van het college van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [appellante] bevond zich tijdens het studiejaar 2024-2025 in haar eerste studiejaar van de bacheloropleiding Pedagogische Wetenschappen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. De examencommissie heeft aan haar bij de beslissing van 15 augustus 2025 een negatief bindend studieadvies gegeven. Daaraan heeft zij ten grondslag gelegd dat [appellante] niet de vereiste 60 studiepunten heeft gehaald. Naar aanleiding van het door [appellante] ingestelde administratief beroep heeft de examencommissie met haar een schikkingsgesprek gevoerd. In het schikkingsvoorstel van de examencommissie van 29 september 2025 staat dat de door [appellante] voor het eerst in administratief beroep overgelegde informatie ertoe heeft geleid dat de examencommissie een andere afweging heeft gemaakt. Hoewel zij de beslissing van 15 augustus 2025 als zorgvuldig genomen beschouwt, heeft zij besloten om het bindend studieadvies aan te houden. [appellante] heeft het CBE verzocht de examencommissie te veroordelen in de proceskosten van de voorlopige voorzieningsprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4734
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505732/1/A2

202505886/1/A3

Bij besluit van 8 november 2022 heeft de Waarderingskamer het verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk toegewezen. [appellant] heeft de Waarderingskamer verzocht om documenten aan hem te verstrekken over de waardevaststelling van het mandelig gebied behorende bij het project De Stadstuin in Amersfoort. De Waarderingskamer is gedeeltelijk aan het verzoek van [appellant] tegemoetgekomen. De Waarderingskamer heeft op verzoek van [appellant] in augustus 2020 navraag gedaan bij de gemeente Amersfoort over De Stadstuin. Deze correspondentie heeft de Waarderingskamer, na anonimisering op grond van artikel 5.1 van de Woo, verstrekt. In de rapporten van onderzoeken die bij de gemeente Amersfoort hebben plaatsgevonden kwam De Stadstuin niet voor. Die onderzoeken vielen volgens de Waarderingskamer daarom buiten het verzoek van [appellant]. Verder heeft de Waarderingskamer de correspondentie van [appellant] met de Waarderingskamer niet verstrekt omdat [appellant] heeft verzocht om inzage in het toezicht van de Waarderingskamer op de gemeente Amersfoort.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4722
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202505886/1/A3

202600001/1/A2

Bij besluit van 29 december 2023 heeft de Dienst Wegverkeer (de RDW) de aanvraag van [appellant] om wijziging van het kentekenregister afgewezen. Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de RDW het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 29 december 2023 gedeeltelijk herroepen en bepaald dat duplicaatcode "1" wel geregistreerd blijft. [appellant] is eigenaar van een Volkswagen Kever met bouwjaar 1975. [appellant] heeft het voertuig in 1981 van Aruba naar Nederland laten overbrengen. In 1984 heeft het voertuig het kenteken […] gekregen. Het voertuig is sindsdien verschillende periodes geschorst geweest. Het voertuig staat sinds 22 april 2011 onafgebroken op naam van [appellant]. De kentekenplaten zijn voorzien van een duplicaatcode. De kentekenplaten van het voertuig waren op 1 juni 2016 voorzien van duplicaatcode "2"; er was een "2" op de kentekenplaten aangebracht. Sinds het besluit van 17 juni 2024 zijn de kentekenplaten voorzien van duplicaatcode "1". [appellant] stelt zich op het standpunt dat de RDW heeft nagelaten het geschil op een informele wijze op te lossen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4719
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202600001/1/A2

202600186/1/A2

Op 27 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Almelo een beslissing genomen over verschillende verzoeken van Stadstheater om verlening van subsidie. Bij besluit van 18 december 2024 heeft de gemeenteraad het door Stadstheater daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de beslissing niet op rechtsgevolg is gericht. De gemeenteraad heeft zich op het standpunt gesteld dat niet hij, maar het college van B&W bevoegd is om op de aanvragen om subsidie te beslissen. In hoger beroep is in geschil of de beslissing van de raad van 27 februari 2024 een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Stadstheater en haar rechtsvoorgangers hebben sinds 1987 een theater in Almelo geëxploiteerd en daarvoor van het college van burgemeester en wethouders (college) verschillende subsidies ontvangen. In 2022 heeft Stadstheater het college laten weten dat zij zonder nadere ondersteuning niet meer in staat is het theater in stand te houden. Stadstheater heeft het college daarom verzocht om extra gelden beschikbaar te stellen voor de continuering van de programmering, de verbetering van de exploitatie en de daarvoor benodigde verbouwing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4721
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202600186/1/A2
vorige pagina1...525354...10.505volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon