Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.028
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202505732/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft de examencommissie een bindend negatief studieadvies aan [appellante] gegeven. Tegen deze beslissing heeft [appellante] administratief beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzitter van het college van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [appellante] bevond zich tijdens het studiejaar 2024-2025 in haar eerste studiejaar van de bacheloropleiding Pedagogische Wetenschappen aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. De examencommissie heeft aan haar bij de beslissing van 15 augustus 2025 een negatief bindend studieadvies gegeven. Daaraan heeft zij ten grondslag gelegd dat [appellante] niet de vereiste 60 studiepunten heeft gehaald. Naar aanleiding van het door [appellante] ingestelde administratief beroep heeft de examencommissie met haar een schikkingsgesprek gevoerd. In het schikkingsvoorstel van de examencommissie van 29 september 2025 staat dat de door [appellante] voor het eerst in administratief beroep overgelegde informatie ertoe heeft geleid dat de examencommissie een andere afweging heeft gemaakt. Hoewel zij de beslissing van 15 augustus 2025 als zorgvuldig genomen beschouwt, heeft zij besloten om het bindend studieadvies aan te houden. [appellante] heeft het CBE verzocht de examencommissie te veroordelen in de proceskosten van de voorlopige voorzieningsprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4734
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505732/1/A2

202505886/1/A3

Bij besluit van 8 november 2022 heeft de Waarderingskamer het verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid (Woo) gedeeltelijk toegewezen. [appellant] heeft de Waarderingskamer verzocht om documenten aan hem te verstrekken over de waardevaststelling van het mandelig gebied behorende bij het project De Stadstuin in Amersfoort. De Waarderingskamer is gedeeltelijk aan het verzoek van [appellant] tegemoetgekomen. De Waarderingskamer heeft op verzoek van [appellant] in augustus 2020 navraag gedaan bij de gemeente Amersfoort over De Stadstuin. Deze correspondentie heeft de Waarderingskamer, na anonimisering op grond van artikel 5.1 van de Woo, verstrekt. In de rapporten van onderzoeken die bij de gemeente Amersfoort hebben plaatsgevonden kwam De Stadstuin niet voor. Die onderzoeken vielen volgens de Waarderingskamer daarom buiten het verzoek van [appellant]. Verder heeft de Waarderingskamer de correspondentie van [appellant] met de Waarderingskamer niet verstrekt omdat [appellant] heeft verzocht om inzage in het toezicht van de Waarderingskamer op de gemeente Amersfoort.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4722
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202505886/1/A3

202600001/1/A2

Bij besluit van 29 december 2023 heeft de Dienst Wegverkeer (de RDW) de aanvraag van [appellant] om wijziging van het kentekenregister afgewezen. Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de RDW het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 29 december 2023 gedeeltelijk herroepen en bepaald dat duplicaatcode "1" wel geregistreerd blijft. [appellant] is eigenaar van een Volkswagen Kever met bouwjaar 1975. [appellant] heeft het voertuig in 1981 van Aruba naar Nederland laten overbrengen. In 1984 heeft het voertuig het kenteken […] gekregen. Het voertuig is sindsdien verschillende periodes geschorst geweest. Het voertuig staat sinds 22 april 2011 onafgebroken op naam van [appellant]. De kentekenplaten zijn voorzien van een duplicaatcode. De kentekenplaten van het voertuig waren op 1 juni 2016 voorzien van duplicaatcode "2"; er was een "2" op de kentekenplaten aangebracht. Sinds het besluit van 17 juni 2024 zijn de kentekenplaten voorzien van duplicaatcode "1". [appellant] stelt zich op het standpunt dat de RDW heeft nagelaten het geschil op een informele wijze op te lossen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4719
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202600001/1/A2

202600186/1/A2

Op 27 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Almelo een beslissing genomen over verschillende verzoeken van Stadstheater om verlening van subsidie. Bij besluit van 18 december 2024 heeft de gemeenteraad het door Stadstheater daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat de beslissing niet op rechtsgevolg is gericht. De gemeenteraad heeft zich op het standpunt gesteld dat niet hij, maar het college van B&W bevoegd is om op de aanvragen om subsidie te beslissen. In hoger beroep is in geschil of de beslissing van de raad van 27 februari 2024 een besluit is als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Stadstheater en haar rechtsvoorgangers hebben sinds 1987 een theater in Almelo geëxploiteerd en daarvoor van het college van burgemeester en wethouders (college) verschillende subsidies ontvangen. In 2022 heeft Stadstheater het college laten weten dat zij zonder nadere ondersteuning niet meer in staat is het theater in stand te houden. Stadstheater heeft het college daarom verzocht om extra gelden beschikbaar te stellen voor de continuering van de programmering, de verbetering van de exploitatie en de daarvoor benodigde verbouwing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4721
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202600186/1/A2

202601147/1/A2

Bij beslissing van 11 december 2025 heeft de examencommissie zich op het standpunt gesteld dat [appellante] plagiaat heeft gepleegd bij een wekelijkse opdracht voor het vak SLC2002 Skills Development. Bij beslissing van 5 maart 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Maastricht het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld. Het CBE heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] volgt de bacheloropleiding European Law School aan de Universiteit Maastricht. In het kader van het vak "SLC2002 Skills Development" (hierna ook: het vak) moet zij wekelijks opdrachten inleveren. Bij de beoordeling van één van de wekelijkse opdrachten heeft de examinator aanleiding gezien om een vermoeden van fraude te melden bij de examencommissie. Deze wekelijkse opdracht strekte ertoe dat een student zelf bronnen zoekt die passen bij een later te verrichten opdracht, dat de student deze bronnen correct vermeldt conform de aangeleverde juridische leidraad en dat de student een korte samenvatting geeft van de bronnen en duidt hoe deze passen bij de later te maken opdracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4720
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601147/1/A2

202601424/1/A2

Bij beslissing van 25 september 2025 heeft de Examencommissie van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Rijksuniversiteit Groningen wegens fraude al het in het kader van het vak Master’s Thesis Marketing Management gemaakte en/of ingeleverde werk van [appellant] ongeldig verklaard, hem uitgesloten van deelname aan dit vak voor de duur van één jaar en hem te kennen gegeven dat hij hierdoor niet langer in aanmerking komt voor het judicium (summa) cum laude. Bij beslissing van 31 maart 2026 heeft het College van beroep voor de examens van de Rijksuniversiteit Groningen het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] heeft het vak Master’s Thesis Marketing Management gevolgd. Naar aanleiding van de door hem ingeleverde thesis is het vermoeden van fraude ontstaan, aangezien die volgens de examinator een groot aantal niet-bestaande verwijzingen bevat. De examencommissie heeft uiteindelijk geconcludeerd dat [appellant] fraude heeft gepleegd, nadat nadere bestudering van het werk uitwees dat de bronnenlijst, behorend bij de thesis, inderdaad niet-bestaande verwijzingen bevat. De bronnenlijst is onderdeel van de thesis en de verwijzingen worden geacht gebruikt te zijn ter onderbouwing van argumenten in de thesis. Door het presenteren van niet-bestaande bronnen in de bronnenlijst is sprake van handelen waardoor een juist oordeel over zijn kennis, inzicht en vaardigheden geheel of gedeeltelijk onmogelijk wordt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4744
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601424/1/A2

202601619/1/A2

Bij beslissing van 16 december 2025 heeft de Examencommissie van de Erasmus School of History, Culture and Communication wegens fraude de door [appellante] voor het vak Media and Business Transformations (CM4101) ingeleverde Individual Papers 1 en 2 van [appellante] ongeldig verklaard, haar uitgesloten van de deelname aan de herkansing van Individual Paper 1 en haar een berisping gegeven. Bij beslissing van 7 april 2026 heeft het het College van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam het door [appellante] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] volgt sinds het studiejaar 2025-2026 de masteropleiding Media & Business aan de Erasmus School of History Culture and Communication. Hiervoor heeft zij het vak Media and Business Transformations (het vak) gevolgd en twee papers ingeleverd, die als deeltoetsen gelden. De examinator van het vak heeft vervolgens aan de examencommissie gemeld dat er naar aanleiding van die deeltoetsen een vermoeden van fraude is gerezen, aangezien de meeste referenties onjuist zijn. [appellante] heeft hierop verklaard dat de onjuistheden in de bronvermelding pas in het laatste stadium van het schrijfproces zijn ontstaan toen zij ChatGPT een bronnenlijst volgens de APA-richtlijnen heeft laten opstellen. Zij is van de juistheid van de bronnenlijst uitgegaan zonder die te controleren. [appellante] betoogt dat het CBE eraan is voorbijgegaan dat het gebruik van AI in de Course guide uitdrukkelijk was toegestaan binnen het vak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4745
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601619/1/A2

202602009/1/A2

Bij beslissing van 26 april 2026 heeft de examencommissie van de Juridische Hogeschool Avans-Fontys een verzoek van [appellant] om een extra toetskans afgewezen. Bij beslissing van 30 juni 2026 heeft het college van beroep voor de examens Avans-Fontys Kamer JHS het door [appellant] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellant] is in september 2025 begonnen met de hbo-opleiding Rechten. Het eerste studiejaar bestaat uit vier periodes, die elk worden afgerond met een beoordeling van een kennistoets, een zogenoemd beroepsproduct en een PPO-portfolio. In periode 3 heeft [appellant] een ‘niet voldaan’ gekregen voor het beroepsproduct, waarvoor hij zeven deelproducten heeft moeten inleveren en dat zeven studiepunten waard is. Om het beroepsproduct te halen moeten studenten ten minste een voldoende scoren voor elk van de zeven competenties die beschreven zijn in de rubric bij het beroepsproduct. [appellant] heeft een onvoldoende beoordeling gekregen voor de competentie beslissen, omdat hij volgens het docententeam niet in staat is geweest om de verplichte literatuur te gebruiken en hiernaar te verwijzen volgens de Leidraad voor juridische auteurs, zoals de rubric vereist. Deze onvoldoende beoordeling heeft tot de toekenning van de ‘niet voldaan’ geleid. [appellant] komt daardoor zeven studiepunten tekort om zijn propedeuse te halen. Hij heeft de examencommissie daarom verzocht om een extra toetskans voor het beroepsproduct, zodat hij dit alsnog kan halen en in september 2026 kan starten met de bacheloropleiding

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4669
Datum uitspraak
12 augustus 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202602009/1/A2

202406847/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4685
Datum uitspraak
11 augustus 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406847/1/V1

202601891/2/A3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [wederpartij] op grond van de Wet basisregistratie personen om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen afgewezen. [wederpartij] heeft het college verzocht zijn persoonsgegevens te wijzigen in de brp. Het college heeft zijn verzoek afgewezen, omdat het college twijfelt over de geboorteverklaringen van [wederpartij] die zijn gebruikt voor de afgifte van zijn Nigeriaanse paspoort. [wederpartij] is het niet eens met dit besluit. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het paspoort van [wederpartij] ten onrechte niet heeft betrokken bij de beoordeling van zijn verzoek. Volgens de rechtbank komt aan een paspoort grote bewijswaarde toe en moet in beginsel van de juistheid van de gegevens in een door de bevoegde autoriteit afgegeven paspoort uit worden gegaan. Het college verzoekt de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat het geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank en dus hangende het hoger beroep geen nieuw besluit op het bezwaar van [wederpartij] hoeft te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4686
Datum uitspraak
11 augustus 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202601891/2/A3
vorige pagina1...131415...12.603volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon