Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.893
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202106631/1/R2

Bij besluit van 14 april 2020 heeft de raad van de gemeente Beekdaelen het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Rode Beek" vastgesteld. De Afdeling heeft in de uitspraak van 17 maart 2021, ECLI:NL:RVS:2021:578, kort gezegd, overwogen dat het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Rode Beek" zoals vastgesteld op 14 april 2020 in strijd is met artikel 2.6.4, derde en vierde lid, van het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening, voor zover in het plan geen beperkingen zijn gesteld aan de hoogte voor objecten die niet worden "gebouwd" op de gronden met de bestemming "Bedrijventerrein" en voor zover daarin geen beperkingen zijn gesteld aan de hoogte van objecten, niet zijnde gebouwen of bouwwerken geen gebouw zijnde, op de gronden met de bestemming "Groen" en "Verkeer" en de Afdeling heeft het plan in zoverre vernietigd. De Afdeling heeft de raad opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van hetgeen is overwogen in die uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1701
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202106631/1/R2

202106976/1/R4

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 oktober 2021, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 4 augustus 2021 ongegrond is verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Bij de uitspraak van 4 augustus 2021 heeft de rechtbank dit beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] het beroep heeft ingesteld op 21 juni 2021 terwijl het college als gevolg van de eerdere uitspraak van de rechtbank van 25 januari 2021 dwangsommen heeft verbeurd tot en met 16 juli 2021. Daarom kan [appellant] volgens de rechtbank redelijkerwijs niet in een gunstiger positie komen en is het beroep niet-ontvankelijk. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1688
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106976/1/R4

202106978/1/R4

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 oktober 2021, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 16 augustus 2021 ongegrond is verklaard. [appellant] heeft beroep ingesteld wegens het niet-tijdig nemen van een besluit op zijn bezwaar. Bij de uitspraak van 16 augustus 2021 heeft de rechtbank dit beroep met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant] het beroep heeft ingesteld terwijl het college op dat moment als gevolg van de eerdere uitspraak van de rechtbank van 28 januari 2021 nog dwangsommen verbeurde. Daarom kan [appellant] volgens de rechtbank redelijkerwijs niet in een gunstiger positie komen en is het beroep niet-ontvankelijk. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1686
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202106978/1/R4

202106980/1/R4

Bij uitspraak van 27 oktober 2021 heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard van het door [appellant] ingestelde beroep wegens het niet-tijdig nemen van een besluit kennis te nemen. [appellant] heeft het college verzocht om een omgevingsvergunning voor het herbouwen van de aanbouw op de begane grond en eerste verdieping en het verhogen van de aanbouw tot de vierde verdieping aan de achterzijde van zijn pand aan de [locatie] in Utrecht. Bij brief van 17 september 2020 heeft het college meegedeeld dat het verzoek niet behandeld wordt. Het bouwplan heeft vanwege een mandelige muur namelijk deels betrekking op het perceel van de buren en zij geven daarvoor geen toestemming. Dat betekent dat het bouwplan niet kan worden verwezenlijkt, [appellant] geen belanghebbende is bij zijn verzoek om vergunning, en dus geen sprake is van een aanvraag, aldus het college. [appellant] heeft bezwaar gemaakt tegen deze brief. Hij betwist dat het bouwplan zonder toestemming van de buren niet kan worden verwezenlijkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1593
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202106980/1/R4

202106982/1/R4

Bij besluit van 24 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het slopen van een dwarsmuur en een steunpilaar in het pand [locatie] in Utrecht, afgewezen. Deze zaak gaat over het derde beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar tegen het besluit van 24 juli 2019. De rechtbank heeft het eerste beroep bij uitspraak van 1 mei 2020 gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen zes weken na verzending van die uitspraak een besluit op het bezwaar te nemen en bepaald dat het college aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee het deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00. De rechtbank heeft het tweede beroep bij uitspraak van 18 maart 2021 gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1687
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106982/1/R4

202106984/1/R4

Bij besluit van 24 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het openbreken van een keldergewelf in het pand [locatie] in Utrecht, afgewezen. Deze zaak gaat over het derde beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar tegen het besluit van 24 juli 2019. De rechtbank heeft het eerste beroep bij uitspraak van 1 mei 2020 gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen zes weken na verzending van die uitspraak een besluit op het bezwaar te nemen en bepaald dat het college aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee het deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00. De rechtbank heeft het tweede beroep bij uitspraak van 18 maart 2021 gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1684
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106984/1/R4

202106987/1/R4

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht op zijn bezwaar tegen de verlenging van de begunstigingstermijn van een aan een derde opgelegde last onder dwangsom. Deze zaak gaat over het tweede beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar. De rechtbank heeft het eerste beroep bij uitspraak van 21 april 2021 gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen twee weken na verzending van die uitspraak een besluit op het bezwaar te nemen en bepaald dat het college aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee het deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1685
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106987/1/R4

202106988/1/R4

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Utrecht op zijn bezwaar tegen verschillende lasten onder dwangsom die het college hem bij besluit van 11 januari 2018 heeft opgelegd. Deze zaak gaat over het tweede beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een besluit op zijn bezwaar. De rechtbank heeft het eerste beroep bij uitspraak van 18 maart 2021 gegrond verklaard. Daarbij heeft de rechtbank het college opgedragen om binnen twee weken na verzending van die uitspraak een besluit op het bezwaar te nemen en bepaald dat het college aan [appellant] een dwangsom van € 100,00 verbeurt voor elke dag waarmee het deze termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1683
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202106988/1/R4

202200224/1/R4

Bij uitspraak van 6 oktober 2021, in zaak nr. 202102819/1/R4, heeft de Afdeling het beroep van onder meer [verzoekster] tegen onder meer het besluit van de raad van de gemeente Apeldoorn van 11 februari 2021, tot vaststelling van het bestemmingsplan "Molecatenlaan 15 en Ugchelseweg 201 Ugchelen", ongegrond verklaard. [verzoekster] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien dan wel vervallen te verklaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1730
Datum uitspraak
15 juni 2022
  • Herziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202200224/1/R4

202105256/1/V2

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:1672
Datum uitspraak
14 juni 2022
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202105256/1/V2
vorige pagina1...2.2502.2512.252...12.690volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon