Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.703
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202102462/1/A2

Bij besluit van 7 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn de woning van [appellante] aangewezen als gemeentelijk monument. [appellante] en haar echtgenoot zijn eigenaren van de woning aan de [locatie A] in Hoorn (hierna: het pand). Het pand en de woning aan de [locatie B] zijn oorspronkelijk gebouwd als dubbele dienstwoning behorend bij de inmiddels afgebroken watertoren van Hoorn. Om de hoek van het pand ligt het voormalig kantoor van het waterleidingbedrijf. Op 1 november 2017 heeft het college aan [appellante] het voornemen bekend gemaakt om het pand aan te wijzen als gemeentelijk monument. Het college heeft aanvullend gemotiveerd dat het interieur nog moet worden onderzocht en dat daarop na inschrijving van het aanwijzingsbesluit in het erfgoedregister de voorbescherming van toepassing blijft. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het interieur nog onder de voorbescherming valt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2819
Datum uitspraak
28 september 2022
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202102462/1/A2

202102707/1/A3

Bij besluit van 6 november 2017 heeft de raad voor de Kinderbescherming de aanvraag van [appellante] om een verklaring van geen bezwaar om pleegkinderen in haar gezin op te nemen, afgewezen. [appellante] heeft op 21 augustus 2017 een aanvraag ingediend voor een verklaring van geen bezwaar om de pleegkinderen [kind 1] en [kind 2 in haar gezin op te nemen. De raad heeft de aanvraag afgewezen. De staatssecretaris heeft deze afwijzing in bezwaar gehandhaafd. Op basis van de standpunten van geraadpleegde raadmedewerkers en eerder gehouden beschermingsonderzoeken naar de eigen kinderen van [appellante] heeft de staatssecretaris geconcludeerd dat sprake was van zodanige gedragingen, mentaliteit en/of omstandigheden in het gezin van [appellante] dat plaatsing van de pleegkinderen een gevaar kon opleveren voor hun welzijn. De rechtbank heeft bij uitspraak van 8 november 2018 geoordeeld dat de raad het bezwaar van [appellante] wegens het ontbreken van belang niet-ontvankelijk had moeten verklaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2818
Datum uitspraak
28 september 2022
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202102707/1/A3

202103515/1/A2

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft de Belastingdienst/Toeslagen bepaald dat [persoon] van 9 december 2019 tot en met 3 februari 2020 als de toeslagpartner van [appellant] wordt aangemerkt. Bij besluiten van 27 december 2018 en 27 december 2019 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellant] voorschotten kindgebonden budget voor de jaren 2019 en 2020 verleend van onderscheidenlijk € 2.686,00 en € 2.600,00. Bij brief van 27 januari 2020 heeft de dienst aan [appellant] medegedeeld dat is gebleken dat [persoon] vanaf 9 december 2019 bij [appellant] in huis woont. De dienst heeft in die brief vermeld dat als [persoon] onderhuurder is, [appellant] dit aan hem moet doorgeven. [appellant] heeft in reactie op deze brief een overeenkomst, gedateerd op 7 december 2019, overgelegd. In het besluit van 11 mei 2020 heeft de dienst [persoon] in de periode van 9 december 2019 tot en met 3 februari 2020 als de toeslagpartner van [appellant] aangemerkt, omdat uit de overgelegde overeenkomst niet blijkt dat [persoon] onderhuur

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2822
Datum uitspraak
28 september 2022
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202103515/1/A2

202103648/1/A3

Bij brief van 20 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam [appellante] medegedeeld dat zij en haar kinderen zijn opgenomen in de Registratie Niet-ingezetenen. [appellante] en haar drie minderjarige kinderen stonden in de Basisregistratie personen ingeschreven op het adres [locatie] te Rotterdam. Op 22 november 2019 heeft woningcorporatie Stichting Woonbron aan het Centraal Meldpunt Persoonsgegevens gemeld dat [appellante] de zelfbewoningsplicht schaadt. De afdeling Burgerzaken is vervolgens op 2 december 2019 een adresonderzoek gestart. Na onderzoek was het college geen feitelijke verblijfplaats van [appellante] en haar kinderen bekend. [appellante] heeft volgens het college ook geen aangifte van adreswijziging doorgegeven. Bij afzonderlijke besluiten van 23 maart 2020 heeft het college [appellante] daarom per 2 december 2019 en haar kinderen per 10 januari 2020 ambtshalve uitgeschreven uit de Brp.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2809
Datum uitspraak
28 september 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202103648/1/A3

202103779/1/A3

Bij besluit van 21 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet het verzoek van [appellant sub 1] om haar identiteitsgegevens in de basisregistratie personen te wijzigen, afgewezen. [appellant sub 1] is sinds 5 juli 2001 in de brp geregistreerd als [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1985 te Xia Fong, China, nationaliteit onbekend. Deze gegevens zijn ontleend aan een door haar onder ede afgelegde verklaring als bedoeld in artikel 2.8, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet basisregistratie personen. [appellant sub 1] heeft op 25 oktober 2018 het college verzocht om deze gegevens te wijzigen in [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1981 te Zhejiang, China, Chinese nationaliteit. Zij heeft ook verzocht om de gegevens van haar ouders, [vader] en [moeder], in de brp te registreren. [appellant sub 1] heeft in het kader van haar verzoek aangevoerd dat zij een oudere zus heeft, genaamd [zus].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2811
Datum uitspraak
28 september 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202103779/1/A3

202104292/1/R3

Bij besluit van 12 mei 2021 heeft de raad van de gemeente Het Hogeland het bestemmingsplan "Boogplein Winsum" vastgesteld. Het plan voorziet in de mogelijkheid om twee appartementengebouwen, een commerciële ruimte met daarboven een appartement en twee vrijstaande woningen in Winsum te realiseren, ter plaatse van de zogeheten voormalige Sennemalocatie. Deze locatie betreft een nu braakliggend terrein waar in het verleden een bouwmarkt stond. Eco Vastgoed/Tandem Ontwikkeling is de ontwikkelaar van deze locatie. In het plangebied, dat iets ruimer is dan alleen de voormalige Sennemalocatie, bevindt zich ook een aantal bestaande gebouwen. Met het plan wordt onder meer beoogd te voorzien in huisvesting en het voorzieningenniveau van Winsum te versterken. [appellant sub 1] en [appellant sub 4] en anderen betogen dat de raad het plan niet had mogen vaststellen, omdat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de cultuurhistorische waarden van het beschermde dorpsgezicht van Winsum.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2817
Datum uitspraak
28 september 2022
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202104292/1/R3

202104521/1/A3

Bij besluit van 20 maart 2020 heeft de minister voor Rechtsbescherming de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag afgewezen. [appellant] heeft sinds 2015 een koeriersbedrijf genaamd [naam]. Hij heeft een VOG aangevraagd omdat hij die nodig heeft voor het verlengen van de aan hem verleende vergunning voor beroepsgoederenvervoer door de Nationale en Internationale Wegvervoerorganisatie. De minister heeft eerder op 27 februari 2019 een VOG aan [appellant] afgegeven voor het verkrijgen van die NIWO-vergunning. De NIWO heeft deze vergunning op 5 maart 2019 aan [appellant] verleend met een geldigheidsduur van een jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2816
Datum uitspraak
28 september 2022
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202104521/1/A3

202105308/1/A3

Bij besluit van 13 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam [appellant] met ingang van 27 augustus 2018 in de basisregistratie personen geregistreerd als ‘vertrokken onbekend waarheen’ en hem een bestuurlijke boete opgelegd van € 240,00. [appellant] stond ingeschreven in de brp met briefadres [locatie A] in Amsterdam. Uit onderzoek van de Sociale Verzekeringsbank is gebleken dat [appellant] op het adres woont. Naar aanleiding daarvan is het college een adresonderzoek gestart. Het college heeft [appellant] een boete opgelegd, omdat hij niet aan zijn aangifteplicht op grond van artikel 2.39 van de Wet basisregistratie personen heeft voldaan. [appellant] heeft gesteld dat hij vanwege bedreigingen het adres niet als woonadres wilde laten registreren. [appellant] voert aan dat de rechtbank heeft miskend dat hij wel heeft onderbouwd welk gevaar hij loopt als gevolg van de inschrijving met een woonadres op het adres.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2820
Datum uitspraak
28 september 2022
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202105308/1/A3

202106193/1/V6

Bij besluit van 29 januari 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van [appellant] om verlenging van de inburgeringstermijn afgewezen. Bij brief van 4 januari 2016 heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is, dat zijn inburgeringstermijn op 26 november 2015 is gestart en dat hij voor 23 december 2018 aan deze plicht moet hebben voldaan. De minister heeft de inburgeringstermijn tweemaal ambtshalve verlengd, uiteindelijk tot en met 27 oktober 2019. [appellant] stelt dat het voor hem niet mogelijk was om binnen deze termijn aan de inburgeringsplicht te voldoen, omdat hij leed aan symptomatisch galsteenlijden en is geopereerd aan de galblaas. Hij heeft daarom op 25 juni 2019 verzocht om verlenging van de inburgeringstermijn. In het medisch advies van 17 januari 2020 heeft [verzekeringsarts] van Argonaut negatief geadviseerd over het verzoek. De minister heeft het verzoek vervolgens afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2821
Datum uitspraak
28 september 2022
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202106193/1/V6

202106940/1/R1

Bij besluit van 16 februari 2015 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan het Utrechtsch Studenten Corps (hierna: USC) omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een kantoor tot kamerverhuurwoning en het wijzigen van de gevels van het pand Boothstraat 1 te Utrecht. Het bouwplan voorziet in de verbouw van het pand ten behoeve van kamerverhuur aan studenten en in 25 onzelfstandige kamers. [appellant] is eigenaar van het kantoorpand Janskerkhof 15, dat is gelegen naast het pand Boothstraat 1. [appellant] vreest dat na realisering van het bouwplan sprake zal zijn van een brandonveilige situatie in het pand, alsmede in de omgeving. Hij vreest verder onder meer geluidsoverlast van de studenten die in het pand gaan wonen en waardedaling van zijn pand als gevolg van de realisering van het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2022:2815
Datum uitspraak
28 september 2022
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202106940/1/R1
vorige pagina1...2.0192.0202.021...12.571volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon