Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.759
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202204323/1/A3

Bij besluit van 20 oktober 2020 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort afgewezen. Bij besluit van 8 maart 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in [woonplaats], Bulgarije. Zijn Bulgaarse verblijfsvergunning is geldig tot 27 februari 2030. [appellant] heeft een aanvraag gedaan om zijn Nederlandse paspoort te vernieuwen. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] staat vermeld in het Register Paspoortsignaleringen van de Rijksdienst voor Identiteitsgegevens van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Hij is in het Register opgenomen op verzoek van de Dienst Uitvoering Onderwijs (hierna: DUO) omdat hij een betalingsachterstand van zijn studieschuld zou hebben. Volgens [appellant] klopt dat niet, omdat zijn studieschuld inmiddels verjaard is en de DUO dus geen vordering meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1438
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202204323/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202204323/1/A3

202204337/1/R2

Bij besluit van 26 april 2022 heeft de raad van de gemeente Leudal, het bestemmingsplan "Uitbreiding Sportpark 't Maasveld" vastgesteld en besloten om geen exploitatieplan vast te stellen. Het plan voorziet in de uitbreiding van het bestaande sportpark "'t Maasveld" op de hoek van de Maasweg en Waije in Neer. Met het plan wordt de verplaatsing van de wielervereniging planologisch mogelijk gemaakt. Aan het plangebied wordt de bestemming "Sport" toegekend en aan een deel van het plangebied wordt de functieaanduiding "specifieke vorm van sport - paardenbakken" toegekend. Stichting Duurzaam Neer & Omstreken en anderen kunnen zich niet verenigen met het plan. Zij vrezen dat de uitbreiding geluidsoverlast zal veroorzaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1504
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202204337/1/R2

202204502/1/A3

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege het overtreden van artikel 2:44, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Dordrecht . De politie heeft [appellant] in de nacht van 29 juli 2021 aangehouden. [appellant] zat achterop een scooter. De bestuurder van de scooter reed met hoge snelheid en negeerde het stopteken en de optische en geluidssignalen van de politie. [appellant] lag op het moment van de aanhouding samen met een ander persoon in de bosjes. De politie heeft in de buddyseat van de scooter drie schroevendraaiers, een lange vijl en een set handschoenen aangetroffen. Uit de kentekengegevens blijkt dat de scooter op naam staat van een familielid van [appellant]. De politie heeft over de aanhouding op 31 augustus 2021 een bestuurlijke rapportage opgemaakt. Het college heeft [appellant] een last onder dwangsom opgelegd vanwege het overtreden van artikel 2:44, eerste lid, van de APV. Met het bestreden besluit blijft het college bij zijn besluit tot oplegging van de last onder dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1476
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204502/1/A3

202204956/1/A2

Deze zaak gaat over subsidie voor de bouw van een dorpshuis met een jeugdruimte aan [locatie] in Feanwâlden. Dit is een dorp in de gemeente Dantumadiel. De gemeenteraad van Dantumadiel heeft in de raadsvergaderingen van 22 april 2014, 28 november 2017 en 26 maart 2019 daarover besluiten genomen. De Stichting heeft het college bij e-mailbericht van 9 april 2019 met als onderwerp ‘Aanvraag subsidie beschikking’ verzocht om de in de eerdere raadsvergaderingen toegezegde subsidie beschikbaar te stellen. Daarbij is vermeld dat het de subsidie betreft voor de jeugdkelder van € 83.000,00, vastgesteld op 26 maart 2019, en voor de realisatie van een dorpshuis van € 990.000,00, vastgesteld op 28 november 2017. Omdat de gemeenteraad evenwel alleen middelen beschikbaar zou hebben gesteld voor de realisatie van een dorpshuis met jeugdruimte en daarvoor dus nog geen subsidie zou hebben verleend, heeft het college dat e-mailbericht aangemerkt als een aanvraag om subsidie en deze bij besluit van 7 januari 2020 afgewezen. De reden hiervoor, zo licht het college toe, is dat de gemeente niet langer beschikt over de financiële middelen om de gevraagde subsidie te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1514
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202204956/1/A2

202205123/1/R2

Bij besluit van 30 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan Stichting Woonbedrijf SWS een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 23 appartementen en 14 woonhuizen aan de Carolusdreef 92 tot en met 106, Die Haghe 1 tot en met 45 en de St. Antoniusstraat 15 tot en met 21 in Valkenswaard. Op 16 december 2020 heeft Stichting Woonbedrijf SWS een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor het bouwen van 23 appartementen en 14 woonhuizen op de percelen. Het bouwplan is inmiddels gerealiseerd. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Carolusdreef 100". Het bestemmingsplan is vastgesteld om het bouwplan mogelijk te maken en is onherroepelijk geworden door de uitspraak van de Afdeling van 28 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:1052. Op de percelen rust de bestemming "Wonen". [appellant], wonend aan [locatie], kan zich niet verenigen met de verleende vergunning. Hij vreest voor overlast vanwege de toenemende parkeerdruk in de directe omgeving en voor zijn privacy en woongenot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1506
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205123/1/R2

202205398/1/R1

Bij besluit van 30 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag, verweerder. het "Definitief Plaatsingsplan ondergronds afvalsorteerstraatje Valkenboskwartier (buurt 55), Segbroek, Den Haag" vastgesteld. Daarbij is de locatie SE-43B in de Professor Kaiserstraat ter hoogte van [locatie 1] aangewezen voor de plaatsing van een zogenoemde afvalsorteerstraat bestaande uit zes ondergrondse containers. Bij het bestreden besluit heeft het college een nieuwe locatie voor een afvalsorteerstraat aangewezen in de Professor Kaiserstraat ter hoogte van [locatie 1]. Deze afvalsorteerstraat bestaat uit zes ondergrondse containers waarin verschillende soorten afval kunnen worden gesorteerd, waaronder papier, glas, textiel en plastic verpakkingen. De bestreden locatie vervangt een afvalsorteerstraatje op de Valkenboslaan ter hoogte van nummer 173e. Dat afvalsorteerstraatje komt te vervallen, omdat deze locatie volgens de Haagse Milieu Services leidt tot een onveilige verkeerssituatie voor bepaalde verkeersdeelnemers. [appellant A] en anderen wonen in de nabijheid van de bestreden locatie of exploiteren daar een bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1478
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202205398/1/R1

202206023/1/R4

Bij besluit van 29 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barneveld een omgevingsvergunning verleend aan ETB Energie B.V. voor de realisatie van zonnepark Terbroek (hierna: het zonnepark) aan de Stoutenburgerweg ongenummerd in Terschuur. Het perceel wordt aan de noordkant begrensd door de snelweg A1 en de spoorlijn Amersfoort-Apeldoorn en aan de zuidkant door de Esvelderbeek. Het perceel heeft een oppervlakte van 9,4 ha, waarvan 7 ha zal worden bebouwd met zonnepanelen. Op het perceel zijn volgens het bestemmingsplan "Buitengebied 2012" de enkelbestemmingen "Agrarisch" en "Groen" van toepassing. Op grond van het bestemmingsplan zijn het zonnepark en de daarbij behorende gebouwen niet toegestaan op het perceel. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten ‘bouwen van een bouwwerk’, ‘uitvoeren van een werk of van werkzaamheden’ en ‘gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan’. Op grond van de vergunningvoorschriften voorziet de omgevingsvergunning in een tijdelijk zonnepark dat maximaal 25 jaar mag bestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1491
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206023/1/R4

202206926/1/A2

Bij e-mail van 8 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waalre [wederpartij] meegedeeld dat er doseerlichten geplaatst gaan worden bij de fietsersoversteek op de Heikantstraat nabij de Burgemeester Uijenstraat en dat daarvoor geen verkeersbesluit hoeft te worden genomen. [wederpartij] woont aan de [locatie] in Waalre. Het college heeft inmiddels bij de fietsersoversteek op de Heikantstraat, nabij de Burgemeester Uijenstraat, verkeerslichten geplaatst. Het wegdek heeft daar twee rijbanen met een tussenberm voor de overstekende fietsers. Voor beide rijrichtingen zijn verkeerslichten geplaatst met een bijbehorende stopstreep. Daarmee wil het college het doorgaand verkeer ontmoedigen om de Heikantstraat te gebruiken als sluiproute en in plaats daarvan over de nieuwe N69 te rijden. [wederpartij] is het niet eens met de plaatsing van de verkeerslichten. De verkeerslichten staan op een afstand van ongeveer 25 meter tot zijn voordeur. [wederpartij] stelt dat hij en zijn partner door het stoppen en optrekken van de auto’s geluidhinder ervaren, waardoor zij ’s nachts slecht slapen. Ook hebben zij last van een slechte luchtkwaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1486
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202206926/1/A2

202206936/1/A2

Bij besluit van 1 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete van € 20.750,- opgelegd wegens het zonder vergunning onttrekken van de woning aan de [locatie] te Amsterdam aan de woningvoorraad. Bij besluit van 29 april 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning bestaat uit drie bouwlagen en vijf kamers en heeft een oppervlak van 171 m2. Naar aanleiding van een melding woonfraude dat de woning zou worden verhuurd aan toeristen, hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam op 1 september 2020 de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat de toezichthouders van dit bezoek hebben opgemaakt, blijkt dat zij in de woning zes Duitse toeristen hebben aangetroffen. Eén van hen heeft verklaard dat hij de woning via airbnb had geboekt. Uit het boekingsbewijs, dat de toezichthouders hebben gezien, blijkt dat zij de hele woning hadden gehuurd van 28 augustus tot en met 1 september 2020. Zij hebben hiervoor € 2.006,86 betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1482
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202206936/1/A2

202207085/1/A3

Bij uitspraak van 23 november 2022, in zaak nr. 202005899/1/A3, heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 2 november 2020 in zaak nrs. 20/2767, 20/2768 en 20/2786 ongegrond verklaard. De raad van de orde van advocaten in het arrondissement Den Haag heeft goedkeuring onthouden aan [verzoeker]’s verzoek om goedkeuring stage en wijziging patronaat. In het eerste besluit heeft de algemene raad het administratief beroep van [verzoeker] tegen het besluit van de raad van Den Haag niet-ontvankelijk verklaard. De raad van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam heeft aan mr. M.A. Hupkes goedkeuring verleend om [verzoeker]'s stage door opzegging te beëindigen. In het tweede besluit heeft de algemene raad het door [verzoeker] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. De algemene raad heeft [verzoeker] met ingang van 3 juni 2020 van het tableau van de Nederlandse orde van advocaten geschrapt. De algemene raad heeft dit in het derde besluit gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1494
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207085/1/A3

202207379/1/A3

Bij uitspraak van 23 november 2022, in zaak nr. 202107564/1/A3, heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2021 in zaak nr. 20/6326 ongegrond verklaard. De zitting voor zaak 202107564/1/A3 was gepland op 2 november 2022. Voorafgaand aan deze zitting heeft [verzoeker] op 23 oktober 2022 verzocht om uitstel wegens een ernstige aandoening van zijn gemachtigde op 12 mei 2022. De uitspraak van de Afdeling van 23 november 2022 ziet op het oordeel van de rechtbank over de vraag of [verzoeker] tijdig administratief beroep heeft ingesteld tegen het besluit van de raad van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam. In dit besluit is de stage van [verzoeker] ten behoeve van de beroepsopleiding voor de advocatuur voor de duur van zes maanden verlengd. De Afdeling heeft geoordeeld dat de rechtbank terecht tot de conclusie is gekomen dat [verzoeker] niet tijdig administratief beroep heeft ingesteld en de algemene raad het administratief beroep dan ook terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.

Datum uitspraak
10 april 2024
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207379/1/A3

202207382/1/A3

Bij uitspraak van 23 november 2022, in zaak nr. 202107742/1/A3, heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoeker] tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2021 in zaak nr. 20/6715 ongegrond verklaard. De zitting voor zaak 202107742/1/A3 was gepland op 2 november 2022. Voorafgaand aan deze zitting heeft [verzoeker] op 23 oktober 2022 verzocht om uitstel wegens een ernstige aandoening van zijn gemachtigde op 12 mei 2022. Op 26 oktober 2022 heeft de Afdeling [verzoeker] per brief het volgende medegedeeld. [verzoeker] heeft een verzoek om herziening van de uitspraak van de Afdeling van 23 november 2022 ingediend. Hij voert aan dat de Afdeling rekening had moeten houden met het overlijden van de schoonmoeder van zijn al overleden broer waardoor hij niet aanwezig kon zijn bij de behandeling van zijn zaken op de zitting van 2 november 2022. Deze behandeling had uitgesteld moeten worden of later heropend moeten worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1493
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207382/1/A3

202207384/1/A3

Bij uitspraak van 23 november 2022, in zaak nr. 202108197/1/A3, heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak het hoger beroep van de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2021 in zaak nr. 20/6197 gegrond verklaard, deze uitspraak van de rechtbank vernietigd, het door [verzoeker] bij de rechtbank ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van de algemene raad van 25 augustus 2022 vernietigd. De uitspraak van de Afdeling van 23 november 2022 ziet op het oordeel van de rechtbank over een verzoek van [verzoeker] om afgifte van een stageverklaring. De raad van de orde van advocaten in het arrondissement Den Haag heeft per e-mail aan [verzoeker] te kennen gegeven dat zijn verzoek niet in behandeling wordt genomen. De algemene raad heeft het door [verzoeker] tegen de e-mail ingestelde administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft hierover overwogen dat het verzoek van [verzoeker] een aanvraag is en dat de e-mail van de raad van Den Haag aangemerkt moet worden als een weigering om een besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1496
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207384/1/A3

202207385/1/A3

Bij uitspraak van 23 november 2022, in zaak nr. 202108198/1/A3, heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak het hoger beroep van de algemene raad van de Nederlandse orde van advocaten tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland van 18 november 2021 in zaak nr. 20/6198 gegrond verklaard, deze uitspraak van de rechtbank vernietigd, het door [verzoeker] bij de rechtbank ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard en het besluit van de algemene raad van 25 augustus 2022 vernietigd. De uitspraak van de Afdeling van 23 november 2022 ziet op het oordeel van de rechtbank over een verzoek van [verzoeker] om afgifte van een stageverklaring. De raad van de orde van advocaten in het arrondissement Amsterdam heeft per brief aan [verzoeker] te kennen gegeven dat zijn verzoek niet in behandeling wordt genomen. De algemene raad heeft het door [verzoeker] tegen de brief ingestelde administratief beroep niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft hierover overwogen dat het verzoek van [verzoeker] een aanvraag is en dat de brief aangemerkt moet worden als een weigering om een besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1490
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Herziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207385/1/A3

202300615/1/V6

Bij besluit van 1 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verzoek van [de vreemdeling] om haar het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. Bij besluit van 15 november 2021 heeft de staatssecretaris het door [de vreemdeling] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De staatssecretaris heeft het naturalisatieverzoek van [de vreemdeling] afgewezen. Hij heeft daarvoor als reden gegeven dat haar verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘arbeid als kennismigrant’ ten tijde van de beslissing op het verzoek was ingetrokken. Daarom bestaan er bedenkingen tegen haar verblijf voor onbepaalde tijd in Nederland. [de vreemdeling] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van bijzondere omstandigheden als bedoeld in artikel 10 van de RWN. [de vreemdeling] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij meer heeft aangevoerd dan dat zij niet wist dat zij had moeten melden dat zij enig aandeelhouder was geworden van Met Shipping Pte. Ltd. Zij heeft namelijk ook aangevoerd dat er verder feitelijk niets is veranderd en dat de regelgeving en de informatie op de website van de IND hierover onduidelijk zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1488
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202300615/1/V6

202301008/1/A2

Bij besluit van 22 juli 2021 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de brief van 28 april 2021 niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft de minister bij brief van 18 maart 2021 verzocht om het Rijksmonumentregister te wijzigen door Oude Rijksweg 457 en 457a, monumentnummer 34407, eruit te schrappen als rijksmonument. De minister heeft bij brief van 28 april 2021 aangegeven niet op het verzoek in te gaan, omdat de brief van [appellant] geen nieuwe inzichten biedt die kunnen leiden tot het schrappen van het monument uit het register. [appellant] heeft vervolgens bij brief van 6 juni 2021 bezwaar gemaakt tegen de beslissing van de minister in zijn brief van 28 april 2021. De minister heeft het bezwaar bij brief van 22 juli 2021 niet-ontvankelijk verklaard en daarbij aangegeven dat de brief van 28 april 2021 geen besluit is in de zin artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht waartegen bezwaar kan worden gemaakt. Bij brief van 27 augustus 2021 heeft [appellant] vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1508
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202301008/1/A2

202301341/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 4 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [wederpartijen] ieder een boete van € 20.750,00 opgelegd wegens het omzetten of omgezet houden van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimten. Bij besluit van 7 juli 2021 heeft het college het bezwaar van [wederpartij A] tegen de oplegging van de boete aan hem ongegrond verklaard en de boete van € 20.750,00 gehandhaafd. Naar aanleiding van het aantal inschrijvingen op het adres van de woning in de Basisregistratie personen, hebben twee toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning op 1 juli 2020 bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt proces-verbaal. Daarin staat dat toen de toezichthouders bij de woning aankwamen, een vrouw met drie jonge kinderen bij de woning vandaan liep en aan hen te kennen gaf dat er iemand in de woning aanwezig was. De toezichthouders troffen vervolgens [wederpartij A] in de woning aan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1511
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202301341/1/A2

202301566/1/R1

Bij besluit van 1 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht het verzoek van [appellante] om handhaving tegen geluidoverlast, veroorzaakt door de pomp van het zwembad op het perceel van [partij] aan [locatie 1] te Maastricht, afgewezen. Bij besluit van 26 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Het college heeft op 5 augustus 2020 een indicatieve geluidmeting uitgevoerd. Uit de geluidmeting is volgens het college gebleken dat de zwembadpomp op 1 m afstand een geluidsniveau van 55 dB(A) produceert. De Algemene plaatselijke verordening Maastricht 2006 verbiedt het hebben of gebruiken van voorwerpen of werktuigen die geluidoverlast veroorzaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1479
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202301566/1/R1

202302308/1/A2

Bij besluit van 23 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam zijn beslissing op schrift gesteld om op 22 november 2021 bestuursdwang toe te passen door het voertuig van [appellant], met kenteken [kenteken], weg te slepen en in bewaring te stellen. Bij besluit van 1 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] heeft zijn voertuig geparkeerd in een parkeervak in de Dintelstraat te Amsterdam ter hoogte van de woning met nr. 56. Bij dit parkeervak was het verkeersbord E9 met daaronder een onderbord met de tekst ‘Auto - daten’ geplaatst. Volgens het college hield [appellant] daarmee een zogenoemde autodateplaats bezet. Daarom heeft het college het voertuig laten wegslepen. In geschil is of het college bevoegd was om dat te doen. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat een weggebruiker een verkeersteken dat als zodanig herkenbaar is, in het belang van de rechtszekerheid en verkeersveiligheid moet opvolgen, ook als het verkeersteken niet is geplaatst met inachtneming van de wettelijke voorschriften.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1510
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302308/1/A2

202302566/1/A2

Bij besluit van 19 juli 2022 heeft het het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] verplicht om mee te werken aan een onderzoek naar zijn geschiktheid om een motorrijtuig te besturen en de geldigheid van zijn rijbewijs geschorst. Bij besluit van 7 september 2022 heeft het CBR het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In deze zaak is tussen partijen in geschil of het CBR het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Bij brief van 19 augustus 2022 heeft [appellant] bij het CBR op nader aan te voeren gronden bezwaar gemaakt tegen het besluit van 19 juli 2022. In die brief heeft hij verzocht om een termijn te stellen voor het indienen van gronden en heeft hij vermeld dat het rechtsgevolg elke juridische en feitelijke grondslag ontbeert. Bij brief van 23 augustus 2022 heeft het CBR gesteld dat de gronden van het bezwaar ontbreken en [appellant] in de gelegenheid gesteld om het verzuim vóór 6 september 2022 te herstellen. [appellant] heeft bij brief van 5 september 2022 een aanvullend bezwaarschrift ingediend. Het CBR heeft zich op het standpunt gesteld dat deze brief op 7 september 2022 is verstuurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1485
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302566/1/A2

202305260/1/A2

Bij besluit van 2 maart 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen het verzoek tot herziening van de definitieve berekening van het kindgebonden budget over 2014 afgewezen. [appellante] heeft in het jaar 2014 kindgebonden budget ontvangen. Omdat het (gezamenlijke) toetsingsinkomen van [appellante] en haar toeslagpartner zoals opgenomen in de Basisregistratie inkomen is gewijzigd heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget over 2014 opnieuw berekend. Omdat het (gezamenlijke) toetsingsinkomen te hoog was, heeft de Belastingdienst/Toeslagen het kindgebonden budget vastgesteld op nihil. Daarom moest [appellante] € 906,00 aan te veel ontvangen kindgebonden budget over 2014 terugbetalen. [appellante] is van mening dat het (gezamenlijke) toetsingsinkomen in de Bri verkeerd is. Zij heeft daarom verzocht om herziening van de definitieve berekening van het kindgebonden budget over 2014. Dit heeft de Belastingdienst/Toeslagen afgewezen, omdat hij moet uitgaan van het in de Bri opgenomen inkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1480
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202305260/1/A2

202305449/1/V6

Bij e-mail van 15 maart 2022 heeft de minister van Defensie het verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de minister het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar niet‑ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 2 augustus 2023 heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [de vreemdeling], zijn echtgenote, dochter en drie zoons. Volgens [de vreemdeling] lopen zij gevaar in Afghanistan, omdat hij heeft gewerkt als tolk voor het Provincial Reconstruction Team in onder andere Uruzgan. Appellanten hebben daarom op 10 november 2021 een verzoek ingediend om te bereiken dat de minister hun overkomst naar Nederland faciliteert. De minister heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Tolkenregeling. De Tolkenregeling bestaat uit een set werkafspraken uit 2014 tussen de ministeries van Defensie, BZ en J&V. Die werkafspraken geven handvatten voor het omgaan met lokale medewerkers die een substantiële periode hebben gewerkt voor Nederland in het kader van een internationale militaire of politiemissie in Afghanistan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1500
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305449/1/V6

202305453/1/V6

Bij e-mail van 28 april 2022 heeft de minister van Defensie het verzoek van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de minister het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [de vreemdeling], zijn echtgenote, dochter en broer. Volgens [de vreemdeling] lopen zij gevaar in Afghanistan, omdat hij heeft gewerkt als tolk voor het Provincial Reconstruction Team in Uruzgan. Appellanten hebben daarom op 5 april 2022 een verzoek ingediend om te bereiken dat de minister hun overkomst naar Nederland faciliteert. De minister heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de zogeheten Tolkenregeling. De Tolkenregeling bestaat uit een set werkafspraken uit 2014 tussen de ministeries van Defensie, BZ en J&V. Die werkafspraken geven handvatten voor het omgaan met lokale medewerkers die een substantiële periode hebben gewerkt voor Nederland in het kader van een internationale militaire of politiemissie in Afghanistan en daardoor persoonlijk gevaar lopen en bescherming nodig hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1505
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305453/1/V6

202305640/1/V6

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken (hierna: de minister) de aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Bij besluit van 28 december 2022 heeft de minister het daartegen door appellanten gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 juli 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellanten ingestelde beroep ongegrond verklaard. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [de vreemdeling], zijn echtgenote en kinderen. Volgens [de vreemdeling] lopen hij en zijn gezinsleden gevaar in Afghanistan, omdat hij journalist en directeur is van een lokale krant en daarnaast actief is als schrijver, tijdschriftredacteur, kraanvogelbeschermer en vrouwenrechtenactivist. Appellanten hebben daarom op 18 oktober 2021 een aanvraag ingediend om te bereiken dat de minister hun overkomst naar Nederland faciliteert. De minister heeft die aanvraag afgewezen, omdat [de vreemdeling] volgens hem niet in aanmerking komt voor het faciliteren van zijn overkomst naar Nederland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1501
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305640/1/V6

202305862/1/V6

Bij besluit van 11 november 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [de vreemdeling], zijn echtgenote en drie zoons. De stichting ‘Vrienden van Kushk’ heeft appellanten bij de minister aangemeld voor evacuatie uit Afghanistan. [de vreemdeling] heeft namelijk gewerkt als land- en tuinbouwmedewerker voor de Afghaanse ngo ‘Naw Saz’ die aan de stichting gelieerd is. Die Afghaanse ngo heeft een fruitboomproject uitgevoerd. Voor dat project heeft een Nederlandse boomkwekerij de fruitbomen geleverd waarvoor die boomkwekerij in 2008 een subsidie heeft ontvangen in het kader van het ‘private sector programma’. Volgens [de vreemdeling] lopen hij en zijn gezin gevaar door zijn werk voor die Afghaanse ngo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1507
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305862/1/V6

202306544/1/A2

Op 10 juli 2023 heeft de loopbaanbegeleider van [appellant] namens het Summa aan hem laten weten dat hij een negatief bindend studieadvies voor de opleiding software development ontvangt en dat de onderwijsovereenkomst daardoor wordt beëindigd. Bij beslissing van 29 augustus 2023 heeft de commissie van beroep voor de examens van de Stichting ROC Summa College het door [appellant] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellant] bij de Afdeling beroep ingesteld. [appellant] heeft het NBSA op 10 juli 2023 gekregen omdat hij slechts 41 studiepunten heeft behaald. Hij moest aan het einde van onderwijsperiode vier 45 studiepunten halen om de opleiding te kunnen vervolgen. [appellant] is daarom per 31 juli 2023 uitgeschreven voor de opleiding. De CBE heeft in de beslissing van 29 augustus 2023 overwogen dat het NBSA in overeenstemming met artikel 8.1.7a, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs en dus rechtmatig is afgegeven. Daarom kon het Summa de inschrijving voor de opleiding beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1512
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202306544/1/A2

202307135/1/A2

Bij beslissing van juli 2021 heeft de examinator aan [appellant] maatregelen opgelegd naar aanleiding van een beoordeling van een coschap in het tweede jaar van de masteropleiding Geneeskunde. [appellant] volgt de masteropleiding Geneeskunde aan de Rijksuniversiteit Groningen. In M2 heeft [appellant] de beoordeling ‘Not Yet On Track’ ontvangen voor het coschap Interne Geneeskunde, dat onderdeel uitmaakt van het onderwijsonderdeel seniorcoschapblok II. Naar aanleiding van deze beoordeling heeft de examinator bij e-mail van juli 2021 medegedeeld dat [appellant] twee extra coschappen in seniorcoschapblok III moet doorlopen. Daarnaast is door de examinator als aanvullende voorwaarde gesteld dat [appellant] in de twee volgende coschappen van seniorcoschapblok II voldoende verbetering moet laten zien om dit onderwijsonderdeel met de beoordeling ‘goed’ te kunnen afronden. [appellant] was het niet eens met de NYOT-beoordeling. Hij heeft bij e-mail van 5 augustus 2021 aan de examencommissie gevraagd of hij kan opkomen tegen deze beoordeling en hij heeft hiertegen pro forma bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1477
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202307135/1/A2

202307893/1/A2

Bij beslissing van 30 augustus 2023 heeft de decaan van de faculteit Civiele Techniek en Geowetenschappen een verzoek van [appellante] om haar uitstel te verlenen van het bindend studieadvies afgewezen en haar een bindend negatief studieadvies gegeven voor de opleiding Bachelor Civiele Techniek. Op 24 november 2023 heeft het CBE het door [appellante] hiertegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld. [appellante] is in het studiejaar 2021-2022 begonnen met de opleiding. Zij heeft dat jaar 24 van de 60 studiepunten behaald. De decaan heeft, na advies van de BSA-commissie van de faculteit, [appellante] bij beslissing van 24 augustus 2022 uitstel verleend van het BSA, omdat het door haar persoonlijke omstandigheden moeilijk of niet mogelijk was om dat studiejaar aan de BSA-norm te voldoen. [appellante] mocht de opleiding vervolgen, onder de voorwaarde dat zij de rest van de 60 studiepunten uit het eerste jaar in het studiejaar 2022-2023 zou behalen. In geschil is of de decaan [appellante] opnieuw uitstel had moeten verlenen van het BSA op grond van persoonlijke omstandigheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1503
Datum uitspraak
10 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202307893/1/A2

202304323/1/V2

Bij besluit van 2 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 24 januari 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1457
Datum uitspraak
9 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304323/1/V2

202304545/2/R3

Bij uitspraak van 7 juni 2023 heeft de rechtbank Rotterdam het beroep van [partij] gegrond verklaard en onder meer het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Voorne aan Zee van 7 april 2021 vernietigd. Daarbij heeft de rechtbank het college opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Ter uitvoering van deze uitspraak heeft het college bij besluit van 29 februari 2024 een last onder dwangsom opgelegd aan [appellant A] en [appellant B]. De last strekt tot het binnen zes weken ongedaan maken van een overtreding vanwege het in strijd met het omgevingsplan en zonder omgevingsvergunning gebruiken van een mestbak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1560
Datum uitspraak
9 april 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Dwangsom en beroep
  • uitspraakin de zaak202304545/2/R3

202307569/1/V3

Bij besluit van 26 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 6 december 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1455
Datum uitspraak
9 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307569/1/V3

202307575/1/V3

Bij besluit van 19 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1458
Datum uitspraak
9 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307575/1/V3

202401692/1/V2 en 202401692/2/V2

Bij besluit van 23 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 12 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1459
Datum uitspraak
9 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401692/1/V2 en 202401692/2/V2

202201228/1/V3

Bij besluit van 2 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1423
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201228/1/V3

202201360/1/V2

Bij besluit van 5 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1446
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201360/1/V2

202204226/1/V3

Bij besluit van 9 oktober 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1447
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202204226/1/V3

202204579/1/V3

Bij besluit van 19 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1448
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204579/1/V3

202205426/1/V1

Bij besluit van 8 juli 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 27 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1424
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202205426/1/V1

202207167/1/V3

Bij besluit van 7 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om het tegen hem uitgevaardigde inreisverbod op te heffen afgewezen en een aanvullend terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1450
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207167/1/V3

202400326/2/R3

Bij besluit van 18 december 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Larendael Participaties B.V. een ontgrondingenvergunning verleend voor het uitvoeren van ontgrondingswerkzaamheden voor het op diepte brengen van het watergedeelte en voor het ontgraven van de landbodem van het perceel K-4493 gelegen in Amsterdam. Larendael heeft een ontgrondingenvergunning aangevraagd. Op het aanvraagformulier is vermeld dat, om het in- en uitvaren van (super)jachten in het droogdok van hal 3 mogelijk te maken, de voorliggende landbodem dient te worden ontgraven en de waterbodem plaatselijk dient te worden verdiept. De waterbodem zal tot -10,4 NAP worden gebracht. De oppervlakte van het te ontgronden gebied is 15.000 m². In totaal wordt ongeveer 53.660 m³ ontgraven. Een deel van de gronden die zijn gelegen naast het te ontgronden gebied is in erfpacht bij het Havenbedrijf. Zij vreest dat dat de ontgronding nadelige gevolgen heeft voor grond en de daarop aanwezige bebouwing; deze zal namelijk door de ontgronding in het water glijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1439
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202400326/2/R3

202400535/1/V3

Bij besluit van 31 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1451
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202400535/1/V3

202400789/2/R3

Bij besluit van 18 december 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Kerkstraat 1-2, Oude Wetering" vastgesteld. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen op het perceel [locatie 1]. Daar is ook het bedrijf van [verzoeker A] en de praktijk van [verzoeker B] gevestigd. [verzoeker C] en [verzoeker D] wonen op het perceel [locatie 2]. Beide percelen grenzen aan het plangebied. [verzoeker A] en anderen vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat en een beperking van de bedrijfsvoering. Zij hebben de voorzieningenrechter gevraagd het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan te schorsen, totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op het door hen ingestelde beroep. Het plangebied ligt aan de Kerkstraat in Oude Wetering. Ten oosten van het plangebied, aan de overzijde van de Kerkstraat, ligt het kanaal Oude Wetering. Het plangebied grens in het westen aan de Ringsloot, met daarachter de Alkemadelaan. NU Projectontwikkeling wil op de locatie elf koopwoningen bouwen. Eén blok met drie woningen is voorzien in het bebouwingslint aan de Kerkstraat, de andere woningen komen daarachter te liggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1440
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202400789/2/R3

202400985/1/V1

Bij besluit van 9 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1430
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400985/1/V1

202401684/2/V2

Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat de vreemdeling geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft. Bij besluit van 16 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1452
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401684/2/V2

202401781/1/V2 en 202401781/2/V2

Bij besluit van 9 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1453
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401781/1/V2 en 202401781/2/V2

202401850/1/V3

Bij besluit van 28 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 15 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1445
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401850/1/V3

202402117/1/V3 en 202402117/2/V3

Bij besluit van 14 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1475
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402117/1/V3 en 202402117/2/V3

202402117/3/V3

Bij besluit van 14 februari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 29 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1472
Datum uitspraak
8 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402117/3/V3

202207080/1/V3

Bij besluit van 24 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken. Bij besluit van 21 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1425
Datum uitspraak
5 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202207080/1/V3

202207117/1/V3

Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1372
Datum uitspraak
5 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202207117/1/V3

202207118/1/V3

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1427
Datum uitspraak
5 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202207118/1/V3

202207372/2/R4

Bij besluit van 26 november 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan A.V.I. een last onder dwangsom opgelegd wegens het zonder omgevingsvergunning voor de activiteit als bedoeling in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht opslaan van meer dan 1.250 ton bewerkt en onbewerkt schroot. A.V.I. exploiteert sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw op het industrieterrein De Rietvelden, perceel Rietveldenkade 1 in Den Bosch, een schrootverwerkingsbedrijf. Op 9 maart 2021 heeft een zeer grote brand gewoed op het terrein van A.V.I., gevolgd door nog een grote brand op 14 oktober 2021. Het college heeft naar aanleiding daarvan het bedrijf onder verscherpt toezicht gesteld en de vergunning van A.V.I. onderzocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1426
Datum uitspraak
5 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207372/2/R4

202400551/2/R2

Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het door BMF en andere ingediende verzoek van 30 oktober 2021 om handhavend op te treden afgewezen. [bedrijf] heeft op 3 november 2011 een aanvraag ingediend voor een vergunning op grond van de artikelen 16 en 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 (hierna: de Nbw 1998) voor de uitbreiding van de omvang van een pluimveehouderij, van 39.900 naar 82.000 ouderdieren van vleeskuikens in opfok, aan de [locatie 1] in Someren. Het bedrijf is gelegen nabij de Natura 2000-gebieden "Strabrechtse Heide & Beuven", "Groote Peel", "Weerter- en Budelerbergen & Ringselven", "Deurnsche Peel & Mariapeel" en "Leenderbos, Groote Heide & De Plateaux". Op 19 maart 2013 heeft het college op basis van deze aanvraag een vergunning verleend. Na tussenuitspraken van 9 april 2014 (ECLI:NL:RVS:2014:1210) en 1 april 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:1045) heeft de Afdeling de verleende vergunning bij einduitspraak van 14 oktober 2015 (ECLI:NL:RVS:2015:3186) vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1422
Datum uitspraak
5 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400551/2/R2

202401301/2/V3

Bij besluit van 27 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1432
Datum uitspraak
5 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401301/2/V3

202401664/1/R4 en 202401664/2/R4

Bij besluit van 22 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van 107 bomen, het verplanten van 3 amberbomen en het herplanten van 116 bomen aan de Amsterdamsestraatweg in Utrecht. Het college heeft de omgevingsvergunning voor het kappen verleend in verband met de herinrichting van de Amsterdamsestraatweg in Utrecht tussen de Marnixlaan en de Weerdsingel Westzijde. De bomenstichting verzet zich tegen de omgevingsvergunning, omdat volgens haar meer bomen van voldoende kwaliteit zijn om te worden verplant. In hoger beroep stelt de bomenstichting zich op het standpunt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de 45 zilverlindes behouden kunnen blijven door aanpassing van het herinrichtingsplan of het verplanten van de bomen, omdat die van voldoende kwaliteit zijn. Volgens de bomenstichting had de rechtbank hieraan een zwaarder gewicht moeten toekennen in de belangenafweging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1428
Datum uitspraak
5 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202401664/1/R4 en 202401664/2/R4

202307805/2/A2

In de bodemzaak heeft [appellant sub 1] verzocht om schadevergoeding wegens schending van de Algemene Verordening Gegevensbescherming. Volgens [appellant sub 1] heeft de burgemeester van de gemeente Leusden de AVG geschonden door hem te plaatsen in de gemeentelijke Persoonsgerichte Aanpak (PGA). De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat er onvoldoende grondslag of noodzaak was om de persoonsgegevens van [appellant sub 1] in de PGA te verwerken. De rechtbank heeft het verzoek om schadevergoeding echter afgewezen, omdat [appellant sub 1] naar het oordeel van de rechtbank niet heeft bewezen in welke mate de schending van de AVG schade heeft veroorzaakt en niet concreet heeft aangegeven waaruit zijn schade bestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1431
Datum uitspraak
5 april 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202307805/2/A2

202205581/1/V3

Bij besluit van 15 maart 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (hierna: het terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1417
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202205581/1/V3

202207196/1/V3

Bij besluiten van 9 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1988
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202207196/1/V3

202300424/1/V3

Bij besluit van 3 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1418
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202300424/1/V3

202400111/1/V1

De vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. S. Thelosen, advocaat te Amsterdam, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van 20 december 2023. De vreemdeling heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1419
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400111/1/V1

202400198/1/V1

Bij besluit van 19 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling en de kinderen een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 12 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om het oudste kind een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1429
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400198/1/V1

202400634/1/R2 en 202400634/2/R2

[appellante] exploiteert een hondenpension op het perceel aan de [locatie] in Liempde. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving heeft het college een controle op het perceel verricht. Daarbij is onder meer geconstateerd dat in strijd met de ingevolge het bestemmingsplan "Buitengebied 2011" ter plaatse geldende bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur en Landschap" zonder omgevingsvergunning circa 41 m2 aan verharding is aangebracht en dat er vijf buitenruimten voor honden van elk ongeveer 25 m2 zijn gebouwd met hekwerken van 2 m hoog. Bij het besluit van 9 juni 2023 heeft het college [appellante] gelast de buitenruimten en hekwerken en de verharding te verwijderen. De dwangsom bedraagt € 2.500,00 per week tot een maximum van € 15.000,00 voor de buitenruimten en hekwerken en € 1.500,00 per week tot een maximum van € 9.000,00 voor de verharding. [appellante] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij het besluit op bezwaar van 2 oktober 2023 heeft het college het bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft tegen het besluit van 2 oktober 2023 beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1414
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400634/1/R2 en 202400634/2/R2

202400944/1/V1

Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 21 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1420
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400944/1/V1

202401180/2/V1

Bij besluit van 24 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1421
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401180/2/V1

202401821/1/V2 en 202401821/2/V2

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 14 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1444
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401821/1/V2 en 202401821/2/V2

202401826/1/V1 en 202401826/2/V1

Bij besluiten van 18 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1413
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202401826/1/V1 en 202401826/2/V1

202401880/1/V3

Bij besluit van 16 februari 2024 heeft de de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 18 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1435
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401880/1/V3

202401880/2/V3

Bij besluit van 16 februari 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 18 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1443
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401880/2/V3

202401995/2/V1

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 5 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1442
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401995/2/V1

202402085/2/V3

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. Bij uitspraak van 27 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1434
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402085/2/V3

202402093/1/V3, 202402093/2/V3 en 202402098/1/V3

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. Bij uitspraak van 27 maart 2024 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het verzoek van de vreemdeling om een voorlopige voorziening te treffen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1441
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402093/1/V3, 202402093/2/V3 en 202402098/1/V3

202402099/2/V3

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen na 4 maart 2024 te verlaten. Bij uitspraak van 27 maart 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1433
Datum uitspraak
4 april 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402099/2/V3

202202255/1/V3

Bij besluit van 17 december 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken. Bij besluit van 28 mei 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het daartegen door de vreemdeling gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1342
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202202255/1/V3

202206268/1/V3

Bij besluit van 18 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1415
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206268/1/V3

202206918/3/R4

Bij besluit van 13 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Nieuwegein het bestemmingsplan "Politiebureau" gewijzigd vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [verzoekster] beroep ingesteld. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1329
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202206918/3/R4

202307485/2/R4

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de raad van de gemeente Zevenaar het bestemmingsplan "Dorpsstraat 71-85, Angerlo" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] ieder voor zich beroep ingesteld. [verzoeker sub 1] en [verzoeker sub 2] hebben samen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1304
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202307485/2/R4

202400009/2/R4

Bij besluit van 13 december 2023 heeft de raad van de gemeente Barneveld het bestemmingsplan "De Eendracht" vastgesteld. Het plangebied bevindt zich ten noorden van Terschuur. Het plangebied wordt aan de noord- en westzijde begrenst door agrarische gronden en aan de oostzijde door de Eendrachtstraat. Ten zuiden van het plangebied bevinden zich het sportpark "Overbeek" en de woningen aan de Sandersstraat. Het plan voorziet in de ontwikkeling van een woongebied met 160 woningen en een schoolgebouw met kinderopvang. Verder wordt voorzien in de bijbehorende groen-, verkeer- en waterstructuren. Om deze ontwikkeling mogelijk te maken worden de agrarische bedrijven in het plangebied, aan de Eendrachtstraat 29-33 en 35 in Terschuur, beëindigd. De bijbehorende agrarische bebouwing wordt gesloopt. In het plan is ook het bouwvlak van de Maatschap op het perceel [locatie] in Zwartbroek opgenomen. De functieaanduiding "intensieve veehouderij" die op deze gronden rust op grond van het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 2012" is in het plan geschrapt, zodat een intensieve veehouderij niet langer mogelijk is op dit perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1369
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202400009/2/R4

202400717/2/A3

Bij besluit van 13 februari 2019 heeft de minister van Algemene Zaken beslist op het door [wederpartij] ingediende verzoek om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (hierna: Wob) documenten openbaar te maken. [wederpartij] heeft de minister op grond van de Wob verzocht om openbaarmaking van documenten over de benoemingen van mr. J.P.H. Donner en mr. T.C. de Graaf tot vice-president van de Raad van State in februari 2012 onderscheidenlijk oktober 2018. De minister heeft op dit verzoek beslist en daarbij besloten een deel van de documenten, te weten de notulen van de ministerraad, niet openbaar te maken. In het besluit op bezwaar heeft de minister het besluit van 13 februari 2019 gehandhaafd. De minister vraagt de voorzieningenrechter om bij wijze van voorlopige voorziening de uitspraak van de rechtbank te schorsen zolang niet op het hoger beroep is beslist. De minister heeft ter toelichting op het verzoek zich op het standpunt gesteld dat het hoger beroep zinledig wordt indien het gevolg moet geven aan de uitspraak van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1367
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400717/2/A3

202401874/1/V1 en 202401874/2/V1

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1359
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401874/1/V1 en 202401874/2/V1

201908078/1/A3

Bij besluit van 30 november 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond aan [vergunninghouder A] en [vergunninghouder B] (hierna: [vergunninghouder]) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een koffie- en wijnbar aan de [locatie] in Roermond. Het gaat in deze procedure om de verlening van een omgevingsvergunning, exploitatievergunning en een Drank- en horecawetvergunning voor de inrichting aan de [locatie] in Roermond. De exploitatie- en Drank- en horecawetvergunning waren nodig voor de exploitatie van koffie- en wijnbar ‘[naam]’. De omgevingsvergunning is aangevraagd voor een inpandige verbouwing en voor het realiseren van de koffie- en wijnbar, die in strijd is met het bestemmingsplan. [appellanten] zijn het niet eens met de verlening van deze vergunningen. De rechtbank heeft het beroep van [appellant A] tegen de exploitatie- en Drank- en horecawetvergunning ongegrond verklaard. Het beroep tegen de omgevingsvergunning heeft de rechtbank gegrond verklaard wegens twee motiveringsgebreken. De rechtbank heeft de omgevingsvergunning vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1297
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak201908078/1/A3

202005877/1/R2

Bij besluit van 14 augustus 2020 heeft het college van GS van Gelderland aan de gemeente Harderwijk voor de periode tot 31 december 2050 een ontheffing verleend van de verbodsbepalingen in de artikelen 3.1 en 3.5 van de Wnb voor de in het besluit genoemde vogel- en vleermuissoorten. De ontheffing is verleend ten behoeve van de bouw en exploitatie van drie windturbines in de gemeente Harderwijk. Bij besluit van 1 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Harderwijk het bestemmingsplan "Lorentz - Partiële herziening windmolens" vastgesteld. Bij besluit van 15 oktober 2020 heeft het college van B&W aan de gemeente Harderwijk een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend voor de bouw en de ingebruikname van drie windturbines op de percelen Lorentzstraat 5-01 te Harderwijk en Lorentzdijk 5 en 25 te Harderwijk. Het project windpark Lorentz maakt de oprichting en exploitatie mogelijk van een inrichting voor het opwekken van energie door middel van wind.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1401
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • Natuurbescherming
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202005877/1/R2

202006501/1/R2

Bij besluit van 8 oktober 2020 heeft de raad van de gemeente Boekel het bestemmingsplan "Omgevingsplan: Veegplan 6" vastgesteld. Het plan voorziet in een wijziging van de planregels van het "Omgevingsplan Buitengebied 2016" (hierna: het moederplan) met betrekking tot de maximale waarden van geuremissies als gevolg van veehouderijen. Het plan heeft betrekking op veehouderijen binnen het deelgebied "De Elzen". Als gevolg van het plan bedraagt de maximale achtergrondbelasting op geurgevoelige objecten binnen De Elzen 20 ouE/m3 en de maximale voorgrondbelasting 5 ouE/m3. [appellant sub 1] exploiteert een (fok)varkensbedrijf op de gronden aan de [locatie A] in Boekel. Molenbrand exploiteert varkensbedrijven op gronden aan de Molenbrand 5-9, Molenakker 3-5 en Neerbroek 27-29 in Boekel. Zij vrezen door het plan te worden beperkt in de uitbreidingsmogelijkheden voor hun bedrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1409
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202006501/1/R2

202100305/2/R4

Bij uitspraak van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2106, heeft de Afdeling het onderzoek in de zaak heropend ter voorbereiding van een nadere uitspraak omtrent de gevorderde schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling heeft de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) aangemerkt als partij in deze procedure. [verzoeker] heeft de Afdeling in een nader stuk in zaak nr. 202100305/1/R4 verzocht om een schadevergoeding in verband met de overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1411
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202100305/2/R4

202106073/1/R2

Bij besluit van 24 juni 2021 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan "Buitengebied Someren - Deelgebied 3" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de actualisering van het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied Someren (2011)". Het buitengebied van Someren is in zeven deelgebieden verdeeld. Dit bestemmingsplan heeft betrekking op deelgebied 3. De raad heeft voorafgaand aan de vaststelling van het bestemmingsplan alle bedrijven en woningen in deelgebied 3 bezocht en gekeken of de bestaande situatie overeenkomt met het bestemmingsplan. Voor elke strijdigheid die daarbij aan het licht is gekomen, heeft de raad bepaald of legalisatie mogelijk is. Alle herzieningen zijn samengevoegd in dit bestemmingsplan. Een aantal bewoners is het niet eens met het bestemmingsplan. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of de raad het bestemmingsplan in overeenstemming met de goede ruimtelijke ordening heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1386
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202106073/1/R2

202200549/1/A3

Bij besluit van 19 maart 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam een exploitatievergunning van [appellante] voor een raamprostitutiebedrijf ambtshalve gewijzigd. Deze uitspraak gaat over een ambtshalve wijziging van de vergunning van [appellante] voor het exploiteren van een raamprostitutiebedrijf. Aan deze vergunning zijn voorschriften verbonden. De vraag die in deze uitspraak voorligt is of één van deze voorschriften aan de vergunning had mogen worden verbonden. Deze zaak heeft een relevante voorgeschiedenis. Na de opheffing van het bordeelverbod in het jaar 2000 heeft de raad van de gemeente Amsterdam een vergunningsplicht opgelegd aan exploitanten van raamprostitutie. In artikel 151a van de Gemeentewet is opgenomen dat de raad de bevoegdheid heeft om een verordening vast te stellen waarin voorschriften worden gesteld met betrekking tot het bedrijfsmatig geven van gelegenheid tot het verrichten van seksuele handelingen tegen betaling. De raad heeft vervolgens van deze bevoegdheid gebruik gemaakt, een vergunningenstelsel in het leven geroepen en daarbij bepaald dat de burgemeester bevoegd is om dergelijke vergunningen te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1402
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200549/1/A3

202200758/1/A3

Bij besluit van 11 september 2019 heeft de burgemeester van Roermond aan Fitlife Dennenmarken B.V. een vergunning verleend voor de exploitatie van een horecabedrijf. Bij besluit van 24 april 2020 heeft de burgemeester van Roermond het door [appellant A] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De burgemeester heeft op 11 september 2019 voor de exploitatie van [Café] in het pand aan [locatie] te Roermond aan Fitlife Dennenmarken een exploitatievergunning verleend. [appellant A] en [appellant B] hebben tegen de exploitatievergunning bezwaar gemaakt, waarna zij beroep hebben ingesteld bij de rechtbank. Hangende het beroep is Fitlife Dennenmarken failliet verklaard. De burgemeester heeft wegens dit faillissement op 25 september 2020 de exploitatievergunning ingetrokken. Tegen dit besluit hebben [appellant A] en [appellant B] geen bezwaar gemaakt of beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1298
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200758/1/A3

202200761/1/A3

[appellanten] hebben, naar aanleiding van nieuwe bebording en handelsreclame aan het pand aan de [locatie] te Roermond, op 11 maart 2020 bezwaar gemaakt tegen een eventueel nieuw verleende vergunning. Vervolgens hebben zij op 8 en 15 april 2020 de burgemeester van Roermond in gebreke gesteld omdat nog geen besluit was genomen op het bezwaarschrift. Vervolgens hebben zij, wegens het uitblijven van een besluit op het bezwaar, beroep ingesteld bij de rechtbank. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk heeft verklaard. Ook had de rechtbank moeten vaststellen dat de burgemeester een dwangsom aan hen moet betalen. Daarnaast verzoeken zij de Afdeling om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Ook verzoeken zij om vergoeding van andere schade, omdat zij kosten hebben moeten maken voor het voeren van deze procedures.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1299
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202200761/1/A3

202200762/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 9 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roermond de afzonderlijke verzoeken van [appellant A] en [appellant B] om handhavend op te treden tegen de inrichting gevestigd aan [locatie] in Roermond afgewezen. Bij afzonderlijke besluiten van 23 juli 2020 hebben het college en de burgemeester van Roermond, ieder voor zover bevoegd, beslist op de bezwaren van [appellant A] en [appellant B]. De burgemeester heeft de bezwaren ongegrond verklaard. Het college heeft de bezwaren gegrond verklaard, maar is na heroverweging en nadere onderbouwing van de beslissing bij afwijzing van de handhavingsverzoeken gebleven. [appellant A] en [appellant B] hebben in 2018 ieder voor zich het college verzocht om handhavend op te treden tegen de inrichting aan [locatie] in Roermond. Het college heeft die verzoeken afgewezen. [appellant A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. Het college en de burgemeester zijn, ieder voor zover bevoegd, bij de afwijzing van de handhavingsverzoeken gebleven in hun beslissingen op bezwaar. [appellant A] en [appellant B] hebben daartegen beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1300
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200762/1/A3

202200769/1/A3

Bij besluit van 9 november 2018 hebben de burgemeester van Roermond en het college van Roermond een verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen de exploitatie van een horecazaak in het pand van de [locatie] te Roermond afgewezen. Bij brief van 19 juli 2018 heeft [appellante] verzocht om handhaving ten aanzien van het pand [locatie] en [café]. Bij besluit van 9 november 2018 hebben de burgemeester en het college dit verzoek afgewezen omdat geen overtredingen zijn geconstateerd. Het daartegen gemaakte bezwaar hebben de burgemeester en het college bij besluit van 10 augustus 2020 ongegrond verklaard. [appellante] heeft haar standpunt uitgebreid uiteengezet. De Afdeling wijst erop dat uit de artikelen 8:69 en 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) niet volgt dat de Afdeling in haar uitspraak op alle aangevoerde argumenten afzonderlijk moet ingaan. Hoewel de Afdeling alle argumenten heeft bezien, zal zij zich hierna beperken tot de kern van de door [appellante] naar voren gebrachte gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1301
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202200769/1/A3

202200775/1/A3

[appellant A] en [appellant B] hebben de rechtbank Limburg verzocht om herziening van de uitspraak van de rechtbank van 4 september 2020 en vergoeding van de door hen geleden schade. Voor de overzichtelijkheid van deze uitspraak zet de Afdeling eerst in stappen uiteen wat er in deze procedure is gebeurd. Vervolgens zal de Afdeling het hoger beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 september 2021 beoordelen. [appellant A] en [appellant B] hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de inrichting aan [locatie] in Roermond. Het college heeft dat verzoek afgewezen. [appellant A] en [appellant B] hebben daar bezwaar tegen gemaakt. Zij hebben vervolgens bij de rechtbank beroep ingesteld omdat het college volgens hen niet op tijd een besluit op hun bezwaar heeft genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1302
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202200775/1/A3

202200776/1/A3

[appellanten] hebben de rechtbank Limburg verzocht om herziening van de uitspraak van de rechtbank Limburg van 17 juni 2019 en vergoeding van de door hen geleden schade. [appellanten] hebben het college verzocht om handhavend op te treden tegen de inrichting aan de [locatie] in Roermond. Het college heeft dat verzoek afgewezen. [appellanten] hebben daar bezwaar tegen gemaakt en het college verzocht om in te stemmen met rechtstreeks beroep. Het college heeft daarmee ingestemd. [appellanten] betogen dat de rechtbank het verzoek om herziening had moeten toewijzen. Als reden daarvoor hebben zij gewezen op de lange doorlooptijd van de besluitvorming en rechtspraak. Daarnaast hebben zij verzocht om vergoeding van geleden immateriële schade en geleden en nog te lijden materiële schade.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1303
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202200776/1/A3

202201051/2/R1

Bij tussenuitspraak van 13 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3477, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Gemert-Bakel opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak, met inachtneming van wat onder 6.2, 7.1 en 8.1 is overwogen, het besluit van 11 november 2021 te herstellen. Bij besluit van 14 december 2023 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak de bestemmingsplannen "Reparatie Gemert-Bakel Buitengebied 2021" en "Reparatie Gemert-Bakel Buitengebied december 2018" gewijzigd vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1399
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202201051/2/R1

202201976/1/R3

Bij besluit van 3 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leeuwarden [appellant] onder oplegging van dwangsom gelast de uitbreiding van de werktuigenberging, de veestalling en de hooiopslag, zoals deze in het rood zijn aangegeven op de bijlage bij het besluit, voor 1 september 2020 te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] heeft op 26 september 2017 een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning voor het uitbreiden van een werktuigberging en een veestalling en het bouwen van een hooiopslag op zijn perceel ingediend. Het college heeft die aanvraag afgewezen. De afwijzing van de aanvraag is met de uitspraak van de Afdeling van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1114, in stand gebleven. [appellant] is het niet eens met de opgelegde last onder dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1407
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201976/1/R3

202202054/1/R3

Bij besluit van 27 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almelo aan Beter Wonen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 10 woningen op de percelen aan de Bavinkstraat 1a t/m 1a9 en Grotestraat 170 te Almelo. Het college heeft bij besluit van 27 mei 2019 aan Beter Wonen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 10 woningen op het perceel. Deze omgevingsvergunning heeft het college bij besluit van 31 augustus 2020 gewijzigd. De wijzigingen betreffen het smaller maken van twee woningen en wijzigingen in de gevelkozijnen van de vergunde woningen. Op 25 september 2020 heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Op 9 oktober 2020 heeft hij zijn bezwaar aangevuld. Het college heeft bij besluit van 1 maart 2021 zijn bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Daarmee kan [appellant] zich niet verenigen en hij heeft daarom beroep ingesteld. In de uitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het college het bezwaar tegen het besluit van 27 mei 2019 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Volgens de rechtbank kan [appellant] de overschrijding van de bezwaartermijn worden aangerekend. [appellant] kan zich daarmee niet verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1406
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202054/1/R3

202202512/1/A3

Bij besluit van 26 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Echt-Susteren gereageerd op een verzoek van [verzoeker] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Bij brief van 2 februari 2018 heeft [verzoeker] onder verwijzing naar de Wet openbaarheid van bestuur bij het college informatie opgevraagd over integriteit van gemeentelijk personeel, in het bijzonder van [partij]. Onder de documenten die het college heeft aangetroffen bevinden zich documenten die betrekking hebben op de Stichting Reclame Commissie Echter Kermis. De RCEK is in 2009 opgericht en is een maatschappelijk initiatief. Zij bestaat uit onder meer kermisexploitanten en plaatselijke ondernemers ter promotie en sponsoring van de kermis in de gemeente Echt-Susteren. De voorzitter van de RCEK was destijds de wethouder in de gemeente Echt-Susteren die kermisactiviteiten in zijn portefeuille had. [partij] was de penningmeester van de RCEK. Hij was de marktmeester en ambtenaar voor kermiszaken in de gemeente Echt-Susteren. Op 9 juni 2016 is de RCEK in een stichting omgezet, waarbij een controle heeft plaatsgevonden van haar financiën.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1404
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202202512/1/A3

202202739/1/R1

Bij besluit van 21 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de functie van stalling/garage naar creatieve industrie van de loods op de locatie [locatie] in Amsterdam. Het project voorziet in wijziging van het gebruik van een bedrijfsruimte op een binnenterrein aan de [locatie] ten behoeve van creatieve industrie. De bedrijfsruimte was in gebruik als parkeergarage en het is de bedoeling om deze te transformeren naar een bedrijfsverzamelgebouw voor verschillende creatieve bedrijven. De bedrijfsruimte is alleen toegankelijk vanaf de Middenweg. Ter plaatse van het voorste gedeelte van de bedrijfsruimte, aan de zijde Middenweg, geldt de bestemming "Gemengd-1". [partij A] en anderen en [partij B] en anderen wonen in de directe nabijheid van de loods waarvoor de omgevingsvergunning is verleend. De achterkant van hun woningen grenst aan het binnenterrein. Zij verzetten zich tegen de vergunde functiewijziging van het bedrijfspand, omdat zij vrezen dat dit hun woon- en leefklimaat zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1410
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202739/1/R1

202203231/1/R1

Bij besluit van 20 mei 2019 heeft het college aan Stichting Resurrection Power and Living Bread Ministries (hierna: Replib) omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van een kerkgebouw op de locatie Leksmondplein 5 te Amsterdam. [appellant sub 1] en anderen en BVN en anderen zijn omwonenden van de locatie waar het kerkgebouw zal worden gerealiseerd in de wijk Nellestein. Deze grond is in eigendom van de aanvrager Replib. Volgens [appellant sub 1] en anderen is de locatie gelegen in een parkachtige wijk met veel groen die autovrij is en alleen fiets- en voetpaden heeft. [appellant sub 1] en anderen vrezen dat hun woon- en leefklimaat onevenredig zal worden aangetast door het gebruik van het kerkgebouw, dat volgens hen niet past in een rustige woonwijk met alleen fiets- en voetpaden. [appellant sub 1] en anderen betogen dat de rechtbank heeft miskend dat op een drietal punten, te weten het behoud van het open en groene karakter van de omgeving, de hoogte van het bouwplan en de parkeervraag door het college niet is gemotiveerd waarom wordt teruggekomen van het besluit van 20 november 2014, waarbij de aanvraag van Replib voor een kerkgebouw op deze locatie is geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1408
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203231/1/R1

202203360/1/R2

Bij besluit van 14 mei 2019 heeft het college het verzoek van Leefmilieu om handhavend op te treden tegen BECC wegens overtreding van de Wet natuurbescherming afgewezen. De Bio Energie Centrale Cuijk is een energiebedrijf dat in 1999 is begonnen met de productie van groene stroom in een biomassa-energiecentrale. De BECC gebruikt momenteel voornamelijk resten snoeihout uit de omgeving, aangevuld met sloophout en papierslib, die worden verbrand in een verbrandingsketel. Deze ketel produceert ongeveer 20 megawatt elektriciteit (voldoende voor ongeveer 35.000 huishoudens) en levert 20 megawatt stoom en heet water aan bedrijven op het industrieterrein "Haven Cuijk". De warmtelevering is in 2017 mogelijk gemaakt door de aanleg van een stoomnet. Voor de BECC zijn vanaf de oprichting verschillende vergunningen op grond van de Wet milieubeheer en omgevingsvergunningen voor de activiteit milieu op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht verleend. BECC heeft geen natuurvergunning voor de exploitatie van de BECC. In deze zaak is de vraag aan de orde of BECC voor haar bedrijfsvoering een natuurvergunning nodig heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1375
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203360/1/R2

202203436/1/A3

Bij besluit van 19 juni 2020 heeft de burgemeester van Elburg een aanvraag van Vischpoort B.V. voor een Drank- en horecawetvergunning en een exploitatievergunning voor een terras, gedeeltelijk afgewezen. Op 19 juni 2020 heeft de burgemeester een Drank- en horecawetvergunning en een exploitatievergunning voor het uitoefenen van een horecabedrijf met terras ten behoeve van het horecabedrijf Restaurant De Herberg in Elburg, gedeeltelijk geweigerd. Het gedeelte van de weigering dat in geschil is, betreft de exploitatie van een terrastuin aan het Havendijkje 2 in Elburg. Dit perceel is onderdeel van het bestemmingsplan Beschermd Stadsgezicht en heeft de bestemming ‘Tuin’. In de Algemene Plaatselijke Verordening van de gemeente Elburg (hierna: APV) is opgenomen dat een dergelijke vergunning moet worden geweigerd, als de exploitatie in strijd is met het bestemmingsplan. De burgemeester heeft daarom de gevraagde exploitatievergunning geweigerd, onder verwijzing naar die weigeringsgrond. Volgens de burgemeester kan alleen worden afgeweken van het bestemmingsplan met een omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1384
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202203436/1/A3

202203841/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2019 heeft de burgemeester van Brielle (thans: de burgemeester van Voorne aan Zee) het verzoek van Prenovo B.V. om verruiming van de openingstijd van Club The Mix in Brielle afgewezen. Prenovo B.V. exploiteert een openbare inrichting, Club The Mix, als discotheek. De discotheek is gelegen binnen de historische vesting van de gemeente Brielle en mag in de nacht van vrijdag op zaterdag en in de nacht van zaterdag op zondag geopend zijn tot 3:30 uur. Prenovo B.V. heeft de burgemeester verzocht om verruiming van de openingstijd voor de voornoemde nachten naar 4:30 uur, onder nader te bepalen voorwaarden en al dan niet in de vorm van een pilot. Prenovo B.V. heeft de burgemeester vervolgens op 11 maart 2020 verzocht om op grond van artikel 4:6 van de Algemene wet bestuursrecht een nieuw besluit te nemen, omdat volgens Prenovo B.V. sprake zou zijn van nieuwe politiegegevens die een ander licht werpen op het advies van de politie van 25 augustus 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:1403
Datum uitspraak
3 april 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203841/1/A3
vorige pagina1...9899100...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon