Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.531
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202500183/1/R1

Bij besluit van 13 januari 2022 heeft het college [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om de niet-recreatieve bewoning van het recreatieverblijf op het perceel [locatie] in Opmeer te beëindigen en beëindigd te houden. [appellante] is eigenaar van een recreatiewoning op het recreatiepark "West-Friesland". Op grond van de ter plaatse geldende beheersverordening "Recreatieparken Opmeer" mag de recreatiewoning alleen recreatief worden gebruikt. Permanente bewoning is niet toegestaan. Volgens de Basisregistratie Personen staat [appellante] sinds 13 juni 2018 op dit adres ingeschreven. Op basis van controles door toezichthouders van de gemeente heeft het college geconstateerd dat de recreatiewoning permanent wordt bewoond. Bij besluit van 22 november 2022 is het college overgegaan tot invordering van de door [appellante] verbeurde dwangsommen van in totaal € 25.000,00, omdat [appellante] niet binnen de begunstigingstermijn aan de bij het besluit van 13 januari 2022 opgelegde last heeft voldaan. Het college heeft op 6 april 2023 een dwangbevel uitgevaardigd dat door een deurwaarder aan het adres van [appellante] is betekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6143
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500183/1/R1

202500245/1/A2

Bij besluiten van 5 juli en 2 augustus 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] om compensatie van een afgeloste geldschuld afgewezen. Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] is een erkend gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft op grond van artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00 ontvangen, ook bekend als de Catshuisregeling. [appellante] heeft een deel van dit geld gebruikt om een openstaande schuld bij een familielid af te lossen. Zij heeft daarom een aanvraag gedaan om compensatie voor afgeloste schulden, als bedoeld in artikel 4.3 van de Wht. Bij besluiten van 5 juli en 2 augustus 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] afgewezen. De minister heeft bij besluit van 5 maart 2024 het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Hiertoe heeft de minister overwogen dat hij het bezwaarschrift op 6 november 2023 heeft ontvangen. [appellante] heeft dus te laat bezwaar gemaakt. De minister heeft geen reden gezien om aan te nemen dat [appellante] wel tijdig bezwaar heeft gemaakt. Zij heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij op 7 juli 2023 het bezwaar heeft verzonden naar de Kredietbank Amsterdam. Ook heeft de minister de termijnoverschrijding niet verschoonbaar geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6119
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500245/1/A2

202500529/1/A2

Bij separate besluiten van 7 maart 2023 heeft de minister geweigerd om schulden van [appellant] over te nemen. Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een aantal schulden. De minister heeft bij separate besluiten van 7 maart 2023 gedeeltelijk geweigerd om schulden over te nemen. Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de minister, voor zover hier relevant, het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6128
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500529/1/A2

202500654/1/V2

Bij besluit van 7 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Ethiopische nationaliteit en komt uit Aksum, een stad in de regio Tigray in Ethiopië. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vanwege zijn Tigreese etniciteit is mishandeld tijdens zijn werk als taxichauffeur, omdat hij zowel Amhaarse als Tigreese mensen vervoerde. Daarnaast stelt hij dat hij werd gediscrimineerd toen de oorlog uitbrak in Tigray, en dat mensen massaal werden vermoord toen het leger zijn dorp binnenviel. De minister heeft de nationaliteit en herkomst van appellant geloofwaardig geacht, net als de ondervonden discriminatie wegens zijn Tigreese etniciteit. De minister stelt zich echter op het standpunt dat appellant bij terugkeer naar Ethiopië geen reëel risico loopt op ernstige schade. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op het beleid van de minister in paragraaf C7/14.4 van de Vc 2000 over de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Ethiopië en de betekenis daarvan voor de uit [plaats] afkomstige appellant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6187
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500654/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202500654/1/V2

202501346/1/A3

Bij besluit van 12 september 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 11.250,- voor het niet hebben van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden van haar werknemers. [appellante] is een aspergeboerderij aan de [locatie] in [plaats]. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft daar op 7 juni 2022 een controle uitgevoerd op de naleving van de Arbeidstijdenwet. De inspecteurs hebben een boeterapport opgesteld en zij hebben daarin geconstateerd dat [appellante] in de periode van maandag 9 mei 2022 tot en met zondag 5 juni 2022 de arbeids- en rusttijden van haar werknemers niet deugdelijk heeft geregistreerd waardoor toezicht op de naleving van de Atw niet mogelijk was. Volgens de inspecteurs heeft [appellante] daarmee artikel 4:3, eerste lid, van de Atw overtreden. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat uit de toelichting van Bijlage 2 van de Beleidsregel volgt dat de minister met het opleggen van een waarschuwing had mogen volstaan. Zij voert hiertoe aan dat zij een urenregistratie heeft bijgehouden. Volgens haar is er slechts sprake van een kleine tekortkoming ten aanzien van de gemaakte overuren en is deze tekortkoming te wijten aan een calamiteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6142
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501346/1/A3

202501837/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2025 heeft de examencommissie Curio Specials de inschrijving van [appellant] beëindigd. [appellant] heeft een MBO-diploma Medewerker beheer ICT, niveau 3 en wil bij stichting Curio onderwijsgroep West-Brabant het MBO-diploma Persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg, niveau 4 halen. Hiertoe heeft hij zich op 21 april 2024 aangemeld voor een traject op basis van eerder verworven leeruitkomsten dat een duur van een jaar kent. Met dat doel heeft hij vooraf bij EVC Nederland een ervaringscertificaat behaald, waarmee elders verworven competenties zijn erkend. Het EVL-traject van Curio is ondergebracht bij de organisatie-eenheid Curio Specials en ziet alleen op de examinering van de generieke vakken van de opleiding. [appellant] is het niet eens met de beslissing zijn inschrijving voor de opleiding te beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5947
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501837/1/A2

202502653/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2025 heeft de examencommissie Curio Specials de inschrijving van [appellant] beëindigd. [appellant] heeft op 14 december 2015 het MBO-diploma, Helpende Zorg &, Welzijn, niveau 2, gehaald en wil bij stichting Curio onderwijsgroep West-Brabant het MBO-diploma van de middenkaderopleiding Persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg halen. Hiertoe heeft hij zich aangemeld voor een traject op basis van eerder verworven leeruitkomsten, dat een duur van een jaar kent. Met dat doel heeft hij vooraf bij F&P Educatie een ervaringscertificaat behaald, waarmee elders verworven competenties zijn erkend. Het EVL-traject van Curio is ondergebracht bij de organisatie-eenheid Curio Specials en ziet alleen op de examinering van de generieke vakken van de opleiding. [appellant] is het niet eens met de beslissing zijn inschrijving voor de opleiding te beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6121
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502653/1/A2

202502847/1/A3

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert beslist op een verzoek van [partij] om openbaarmaking van documenten. [appellant] is voormalig burgemeester van de gemeente Weert. In De Limburger verscheen op 11 januari 2020 een artikel waarin was geschreven dat [appellant] mogelijk niet integer zou hebben gehandeld bij het verstrekken van subsidies. Voor de gemeenteraad van Weert is dit aanleiding geweest om een integriteitsonderzoek in te stellen. [appellant] heeft op 19 januari 2020 9.133 e-mails uit zijn functionele mailbox verwijderd. Daarna resteerden in die mailbox nog zeven e-mails. Op 29 januari 2020 heeft het college opdracht gegeven om de inhoud van de functionele mailbox van [appellant] met de verwijderde e-mails en zijn werkagenda veilig te stellen. Vervolgens is de kopie van de veilig gestelde e-mails, de andere informatie en de werkagenda (hierna: "de veiliggestelde e-mails") opgeslagen op een externe harde schijf en bewaard in een kluis. [partij] heeft op 7 juli 2020 als journalist bij De Limburger een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingediend waarin hij, samengevat, heeft verzocht om documenten of informatie over het handelen en/of functioneren van [appellant] in zijn hoedanigheid als burgemeester van de gemeente Weert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6191
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502847/1/A3

202503033/1/A2

Bij beslissing van 12 mei 2025 heeft de commissie van beroep voor de examens Scalda het administratief beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft een MBO-diploma Begeleider specifieke doelgroepen, niveau 3, en wil bij Scalda het MBO-diploma van de middenkaderopleiding Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen, niveau 4, halen. Hiertoe heeft hij zich aangemeld voor een traject op basis van eerder verworven leeruitkomsten dat een duur van een jaar kent. Met dat doel heeft hij vooraf bij F&P Educatie een ervaringscertificaat behaald, waarmee elders verworven competenties zijn erkend. Het EVL-traject van Scalda is ondergebracht bij Helix Learning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6118
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503033/1/A2

202503451/1/A2

Bij besluit van 6 maart 2024 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is sinds 2 november 2022 huurder van de woning aan [locatie] in Rotterdam. Zij heeft verzocht om verlening van een urgentieverklaring wegens de hoge woonlasten van de woning. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft de SUWR ten grondslag gelegd dat [appellante] bij het sluiten van de huurovereenkomst wist dat zij de huurprijs niet zou kunnen betalen. Daarmee is het huisvestingsprobleem volgens de SUWR ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van [appellante] en doet zich de algemene weigeringsgrond, in de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 voor. Op grond daarvan kan de SUWR een urgentieverklaring weigeren, als het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van de aanvrager of een lid van het huishouden, voor zover dit verwijtbare doen of nalaten niet langer dan twee jaar voor het indienen van de aanvraag plaatsvond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6141
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503451/1/A2

202504001/1/A2

Bij beslissing van 20 februari 2025 heeft het Hoofd Bestuurlijke en Juridische Zaken, namens het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen, de aanvraag van [appellant] om financiële ondersteuning uit het Profileringsfonds afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op 10 december 2024 heeft zij een aanvraag voor financiële ondersteuning uit het Profileringsfonds ingediend ter compensatie van de door haar opgelopen studievertraging in het studiejaar 2023-2024. Het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen heeft het bezwaar van [appellant] tegen de afwijzing van haar aanvraag ongegrond verklaard en daaraan het advies van de Geschillenadviescommissie van 22 april 2025 ten grondslag gelegd. In dat advies is onder meer het volgende vermeld. Op grond van artikel 5, tweede lid, van de Regeling Profileringsfonds RUG 2023-2024 moet bij de berekening van de studievertraging worden uitgegaan van een studielast van 60 ECTS. Omdat [appellant] in het studiejaar 2023-2024 60 ECTS heeft behaald, is er geen sprake van een studievertraging als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Regeling. Het CvB heeft daarom geen financiële ondersteuning aan [appellant] toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6116
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504001/1/A2

202504677/1/A2

Bij beslissing van 22 april 2025 heeft de examencommissie van de faculteit Economie en Bedrijfskunde het tentamencijfer van [appellant] voor het vak Research Methods for Finance (hierna: het vak) ongeldig verklaard. [appellant] heeft op 29 januari 2025 deelgenomen aan een tentamen voor het vak. Op 3 februari 2025 heeft de examencommissie een melding ontvangen van de examinator van het vak over een onregelmatigheid tijdens het tentamen. De melding houdt in dat [appellant] de instructie van een surveillant om te gaan staan niet heeft opgevolgd. De examencommissie heeft deze melding ten grondslag gelegd aan de beslissing van 22 april 2025. Zij heeft geconcludeerd dat sprake is geweest van een onregelmatigheid in de zin van artikel 9, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 11, eerste lid, van de Regels en Richtlijnen van de Examencommissie van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, academisch jaar 2024-2025 (hierna: de Regels en Richtlijnen) en heeft daarom het tentamen ongeldig verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6188
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504677/1/A2

202505015/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft de BSA-Commissie, namens de decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam, een negatief bindend studieadviesaan [appellant] uitgebracht. [appellant] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de bacheloropleiding Economics and Business Economics aan de UvA. Hij heeft in dit studiejaar 42 studiepunten behaald. Zijn studieresultaten voldoen daarmee niet aan de in artikel 6.3, tweede lid, van de Onderwijs- en Examenregeling 2024-2025 vereiste norm van 48 studiepunten. [appellant] heeft om uitstel van het bindend studieadvies gevraagd op grond van persoonlijke omstandigheden. Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft de commissie dit verzoek afgewezen en een NBSA uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6189
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505015/1/A2

202505408/1/A2

Bij beslissing van 12 augustus 2025 heeft de examencommissie Bio-Farmaceutische Wetenschappen, namens het bestuur van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden, een negatief bindend studieadvies aan [appellante] gegeven voor de bacheloropleiding Bio-Farmaceutische Wetenschappen. Bij beslissing van 24 september 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld. Het CBE heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] is in het studiejaar 2023-2024 begonnen met de bacheloropleiding Biofarmaceutische Wetenschappen. Vanwege haar persoonlijke omstandigheden heeft zij twee hinderverklaringen gekregen van de studentendecaan waaruit volgt dat zij van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2025 in verschillende gradaties gehinderd was bij het verrichten van studieprestaties. [appellante] heeft in haar eerste studiejaar negen studiepunten behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6126
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505408/1/A2

BRS.25.000585

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkene heeft de Ethiopische nationaliteit en komt uit Mek’ele, de hoofdstad van de regio Tigray, in Ethiopië. Zij is in december 2021 naar Nederland gevlucht voor het geweld in Tigray. Zij heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij etnisch Tigreese is en ernstige problemen heeft ondervonden wegens het conflict in Tigray. De Ethiopische autoriteiten zijn het ouderlijk huis binnengevallen en hebben alle waardevolle bezittingen meegenomen. Ook hebben zij de [winkel] van haar vader geplunderd en haar vader bij een huiszoeking meegenomen. Verder hebben de autoriteiten betrokkene, nadat zij was vertrokken naar Addis Abeba, daar opgepakt wegens haar etniciteit, in erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en bedreigd met verkrachting. De minister acht deze elementen van haar asielrelaas geloofwaardig, maar stelt zich op het standpunt dat haar vrees in de huidige omstandigheden ongegrond is. De minister heeft haar afwijzende besluit onder meer gebaseerd op paragraaf C7/14.4 van de Vc 2000, over de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Ethiopië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6058
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000585
  • persberichtbij de uitspraak in de zaakBRS.25.000585

202306787/2/R4

Bij besluit van 26 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten aan [bedrijf C] een omgevingsvergunning verleend voor bouwen en handelen in strijd met een bestemmingsplan op de [locatie] in Putten. Het plan maakt onder andere een kringloopwinkel mogelijk op de locatie en op de zitting heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat er al een kringloopwinkel op de locatie is gevestigd. Onder verwijzing naar de regels van het plan heeft het college zich in de motivering bij het besluit van 13 februari 2024 op het standpunt gesteld dat de parkeervraag van de kringloopwinkel niet hoeft te worden beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6217
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306787/2/R4

202404753/1/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen twaalf weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van die uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6063
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404753/1/V3

202502112/1/V1

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 24 september 2024 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 14 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.H.R. Bruggeman, advocaat in Leiderdorp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6083
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502112/1/V1

BRS.25.000985

Bij besluit van 28 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6050
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000985

BRS.25.002001

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6054
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002001

BRS.25.002228

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6056
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002228

BRS.25.002347 en BRS.25.002348

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A.W. IJland, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6102
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002347 en BRS.25.002348

BRS.25.002439

Bij besluiten van 24 september 2025 heeft de minister aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 1 december 2025 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6096
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002439

202500108/1/A2

De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellant] over 2017 bij besluit van 3 april 2021 definitief vastgesteld op € 0,-. Ook is vastgesteld dat [appellant] te veel voorschot huurtoeslag heeft ontvangen en daarom € 1.017,-. moet terugbetalen. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen bij besluit van 11 mei 2021 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens bij uitspraak van 28 november 2024 het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6301
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500108/1/A2

202500511/1/A2

[appellant] heeft een urgentieaanvraag op sociaal-medische gronden ingediend omdat zijn woning, een tweekamerwoning van 43 vierkante meter, te klein is voor zijn gezin dat in 2023 naar Nederland is gekomen. Verder heeft [appellant] aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat hij rugklachten heeft, waardoor hij moeite heeft met traplopen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft bij besluit van 7 oktober 2023 de urgentieaanvraag van [appellant] afgewezen. Volgens het college is sprake van meerdere algemene weigeringsgronden. Bij besluit van 16 februari 2024 heeft het college het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens bij uitspraak van 12 december 2024 het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6302
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500511/1/A2

202501503/1/A2

[appellante] heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij heeft daarbij gesteld dat zij in 1987/1988 tijdens haar zwangerschap in het ziekenhuis in Haarlem met medicijnen is vergiftigd door haar gynaecoloog. Daardoor heeft zij ernstige, chronische gezondheidsschade opgelopen aan onder andere haar gebit, haar huid en haar schildklier. Ook heeft zij psychisch letsel opgelopen. Deze aanvraag is door de CSG afgewezen bij besluit 29 augustus 2022. Bij besluit van 8 december 2022 heeft de CSG het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens het daartegen ingestelde beroep bij uitspraak van 16 januari 2025 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6303
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501503/1/A2

202408049/1/V1

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6062
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202408049/1/V1

BRS.25.001060

Bij besluit van 17 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft. Bij besluit van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 10 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door K. Agyapong-Ntra, rechtsbijstandsverlener in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6043
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001060

BRS.25.001762 en BRS.25.001763

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6034
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001762 en BRS.25.001763

BRS.25.001786

Bij besluit van 20 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 2 april 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6044
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001786

BRS.25.002049

Bij besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6042
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002049

BRS.25.002056 en BRS.25.002057

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2025 te verlaten. Bij uitspraak van 18 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6033
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002056 en BRS.25.002057

BRS.25.002130

Bij besluit van 4 december 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 30 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6040
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002130

BRS.25.002329

Bij besluit van 16 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6075
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002329

202402502/1/V2

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6037
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402502/1/V2

202505638/2/A3

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de burgemeester van Heerlen besloten het bedrijfspand van Archimede te sluiten op grond van artikel 13b de Opiumwet voor de duur van twaalf maanden. Archimede Holding, waarvan [gemachtigde A] directeur is, is bestuurder en enig aandeelhouder van Archimede Real Estate en Trinacria Trading. Trinacria Trading is gevestigd aan de Uterweg 123 in Heerlen. Daar exploiteert zij een bloemenwinkel en tuincentrum, via de fysieke winkel en online. Ook is er een DHL-pakketpunt bij de bloemenwinkel. Op 14 januari 2025 heeft een controle in het pand aan de Uterweg 123 in Heerlen plaatsgevonden. Toezichthouders van de gemeente hebben ter plaatse een controle uitgevoerd in het kader van de Omgevingswet. Bij deze controle zijn veel goederen aangetroffen die worden gebruikt bij hennepteelt. Daarop is de politie ter plaatse gekomen om onderzoek te verrichten. In het bedrijfspand en de bijbehorende loods zijn diverse aan de hennepteelt gerelateerde goederen aangetroffen. Archimede is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en heeft daarom hoger beroep ingesteld. Ook heeft Archimede de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de sluiting van het pand wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6048
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202505638/2/A3

BRS.25.001832

Bij besluit van 16 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6024
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001832

BRS.25.002068 en BRS.25.2069

Bij besluiten van 23 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6053
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002068 en BRS.25.2069

BRS.25.002162

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6021
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002162

BRS.25.002285

Bij besluit van 23 september 2025 heeft de minister van Asiek en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6051
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002285

202306716/1/V1

Bij besluit van 10 maart 2023, aangevuld op 14 juli 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6036
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306716/1/V1

202505077/2/R2

Bij besluit van 29 september 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een bouwstop opgelegd aan [verzoekster] waarin is gelast om alle bouwwerkzaamheden op het perceel te staken wegens strijd met artikel 2.7 van de Wnb. [verzoekster] exploiteert een varkenshouderij aan de [locatie 1] in Oisterwijk. [verzoekster] wil haar varkenshouderij wijzigen door het bouwen van drie nieuwe stallen, het verlengen van een bestaande stal en het slopen van drie bestaande stallen en bedrijfswoning. Ook wil [verzoekster] luchtwassystemen toepassen in bepaalde stallen en een wijziging van de veebezetting. Naar aanleiding van twee handhavingsverzoeken van MOB en Leefmilieu en van BMF, heeft het college aan [verzoekster] een bouwstop opgelegd, omdat is begonnen met bouwwerkzaamheden zonder vergunning. In datzelfde besluit heeft het college aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd waarin het de varkenshouderij gelast om de bouwwerkzaamheden aan de nieuwe stal op het perceel aan de [locatie 2] in Heukelom te staken en gestaakt te houden, omdat de bouwwerkzaamheden plaatsvinden zonder natuurvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6029
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202505077/2/R2

BRS.24.000374

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5946
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000374

BRS.24.000480

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5945
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000480

BRS.25.000690

Bij besluit van 21 mei 2025 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5943
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000690

BRS.25.000982 en BRS.25.002260

Appellanten hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 16 juli 2025 heeft de rechtbank de beroepen gegrond verklaard, het met besluiten gelijk te stellen niet tijdig nemen van besluiten vernietigd, de minister opgedragen om binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak met de algemene asielprocedure aan te vangen en binnen acht weken na deze aanvang besluiten op de aanvragen bekend te maken, en bepaald dat de minister aan appellanten gezamenlijk een dwangsom van € 100,00 moet betalen, voor elke dag dat zij die termijnen overschrijdt, tot een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6031
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000982 en BRS.25.002260

202403296/1/V1

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6022
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403296/1/V1

202504950/2/A2

[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffende hangende het beroep tegen het niet tijdig beslissen door het college van gedeputeerde staten van Gelderland op zijn verzoek om over te gaan tot indeplaatsstelling van de gemeente Hattem. Bij brief van 16 september 2025 heeft het college [verzoeker] laten weten op dit moment geen aanleiding te zien om maatregelen te treffen ten aanzien van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5921
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504950/2/A2

202505487/2/A2

Bij beslissing van 28 augustus 2025 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat het instellingscollegegeld voor [verzoeker] € 15.800,00 bedraagt voor het studiejaar 2025-2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5919
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505487/2/A2

BRS.25.001887

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft het COa een aanvraag van betrokkenen om vergoeding van buitengewone kosten gedeeltelijk afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5941
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001887

BRS.25.002169

Bij besluit van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij binnen vier weken Nederland moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5925
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002169

202202837/1/A3

Bij besluit van 7 april 2021 heeft de burgemeester van Alkmaar de woning aan de [locatie] in Alkmaar voor één jaar gesloten. [appellant] huurde de woning aan de [locatie] in Alkmaar. Ten tijde van de besluitvorming stond ook zijn zoon ingeschreven op dit adres. Naar aanleiding van een melding van Melding Misdaad Anoniem heeft de politie in het kader van een strafrechtelijk onderzoek de woning doorzocht. In de woning zijn 6,5 gram cocaïne, een bus pepperspray, weegschalen en weed grinders aangetroffen. De politie heeft vervolgens op 19 februari 2021 een bestuurlijke rapportage opgesteld en deze op 27 maart 2021aangevuld. Naar aanleiding van de bevindingen van de politie heeft de burgemeester besloten om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor één jaar te sluiten overeenkomstig de door hem vastgestelde Beleidsregel handhaving Opiumwet bij drugs in woningen en lokalen, zoals deze toentertijd gold (hierna: de Beleidsregel).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5986
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202202837/1/A3

202203401/2/A3

Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over de bestuurlijke boete die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft opgelegd aan een Litouwse transportonderneming. Uit onderzoek van FNV blijkt dat dit bedrijf de regels over de rusttijden niet altijd volgt. De resultaten van dit onderzoek heeft FNV aan de Inspectie Leefomgeving en Transport gegeven. De ILT heeft de resultaten vervolgens meegenomen in haar eigen onderzoek en geconcludeerd dat een Litouwse transportonderneming een boete moet krijgen. FNV wil betrokken zijn bij het tot stand komen van dat besluit en bezwaar kunnen maken tegen de opgelegde boete. Maar volgens de minister is FNV geen belanghebbende in deze procedure. De rechtbank Midden-Nederland is het met de minister eens, maar FNV is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen. In deze rechtszaak heeft de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak in augustus 2025 een zogenoemde conclusie gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal Widdershoven. Zij wil van de staatsraad A-G weten of, en zo ja, wanneer een derde belanghebbende kan zijn bij een besluit tot het opleggen of weigeren van een bestuurlijke boete. Verder wil zij weten of het daarbij verschil maakt of de boete is opgelegd of geweigerd naar aanleiding van een verzoek om handhaving door de derde of de boete uit eigen beweging door het bestuursorgaan is opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5985
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Conclusie
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202203401/2/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203401/2/A3

202204509/1/R2

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Maasgouw het bestemmingsplan "Parkeerterrein Fun Beach Panheel" vastgesteld. Fun Beach Event & Leisurepark, initiatiefneemster, exploiteert een recreatiepark genaamd Fun Beach, dat ligt in recreatiegebied "Leerke Ven", bij Panheel. Het plan voorziet in een nieuw parkeerterrein ten behoeve van Fun Beach, met 1.070 parkeerplaatsen. Verder voorziet het plan in een nieuwe ontsluitingsroute van en naar dit parkeerterrein en in de aanleg van nieuwe natuur. De nieuwe ontsluiting zal plaatsvinden via de Pater Jac. Schreursweg en vervolgens de Rietkamp, die wordt doorgetrokken tot aan het parkeerterrein. Het plan voorziet verder in een nieuwe rotonde bij de kruising Rietkamp en de Pater Jac. Schreursweg, bermversteviging langs de Rietkamp en een opstelstrook voor vrachtauto’s ten behoeve van agrarische activiteiten. De maatschap exploiteert een agrarisch bedrijf aan de [locatie] te Heel en is eigenaar van een perceel dat grenst aan de Rietkamp en de Pater Jac. Schreursweg. De maatschap vreest voor overlast en belemmering van haar bedrijfsvoering, door een verminderde bereikbaarheid van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6004
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202204509/1/R2

202205642/1/R3

Bij besluit van 3 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân aan [maatschap] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een ligboxenstal, het plaatsen van een mestsilo en andere, op bijlagen aangegeven werkzaamheden op het perceel [locatie A] in Holwerd. De aanvraag ziet ook op het legaliseren van de bestaande drooginstallatie inclusief luchtwasser en het aanleggen van een tweede ontsluitingsweg. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er geen aanhaakplicht bestond, omdat op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning een aanvraag op grond van de Wet natuurbescherming, voorheen de Natuurbeschermingswet 1998 was ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6008
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202205642/1/R3

202206400/1/R4

Bij besluit van 9 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug [partij] met een dwangsom gelast om een overtreding op het perceel [locatie 1] in Driebergen-Rijsenburg te beëindigen en beëindigd te houden. [partij] is eigenaar van het perceel. In het achtererfgebied daarvan staan meerdere bijbehorende bouwwerken die al dan niet met een vergunning zijn gebouwd of uitgebreid, waaronder een tuinhuis dat zonder vergunning is uitgebreid en geschikt is gemaakt voor bewoning. Het college heeft aan [partij] op 2 december 2020 een omgevingsvergunning verleend om het tuinhuis te gebruiken als bed & breakfast. Een toezichthouder van de gemeente heeft op 18 juni 2021 een rapport opgesteld van een controle die hij op 16 juni 2021 op het perceel heeft uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5976
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206400/1/R4

202206998/1/R2

Bij besluit van 23 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een omgevingsvergunning verleend aan [partij] voor het verbouwen van de kantoren - spreek- en onderzoekskamers tot 24 zelfstandige woningen aan de [locatie] in Maastricht. Het college heeft hierbij een omgevingsvergunning verleend om 10 woningen te realiseren in het voorste pand en 14 woningen in de bebouwing op het achterterrein van het perceel. Het college heeft dat besluit na bezwaren van omwonenden gedeeltelijk herroepen en met instemming van [partij] alleen een omgevingsvergunning verleend voor 10 woningen in het voorste pand aan de [locatie]. Deze omgevingsvergunning is verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo voor het bouwen van een bouwwerk en handelen in strijd met de regels van het bestemmingsplan "Maastricht Zuidwest". [appellant] en anderen wonen in de nabijheid van de [locatie] en zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5995
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206998/1/R2

202207062/1/R2

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van 23 cabins ten behoeve van een maatschappelijke zorgvoorziening aan de Nieuwe Dijk 3 in ’s-Hertogenbosch voor de duur van 10 jaar. In deze maatschappelijke zorgvoorziening wordt 24 uur per dag zorg en begeleiding verleend aan 22 kwetsbare mensen uit de gemeenten Sint-Michielsgestel, Vught, Haaren, Meierijstad, Boxtel, Zaltbommel, Maasdriel en ’s-Hertogenbosch. De mensen die verblijven in de maatschappelijke zorgvoorziening, hebben problemen op het gebied van verslaving en/of psychiatrie en/of hebben een licht verstandelijke beperking. [appellant] en anderen zijn het niet eens met het plaatsen van de 23 cabins en vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5996
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207062/1/R2

202302272/1/R4

Bij besluit van 21 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wunseradiel aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de inrichting op het perceel [locatie 1] te Oosthem van een melkrundveehouderij naar een geitenhouderij. Voor de omschakeling wordt gebruikgemaakt van de bestaande stallen. De bezetting na de verandering bestaat uit 721 melkgeiten (vanaf 1 jaar oud), 220 opfokgeiten (61 dagen tot 1 jaar oud) en 11 opfokgeiten en afmestlammeren (tot en met 60 dagen oud). Er worden ook 7 schapen en 4 paarden gehouden. Voor het perceel is in het verleden in januari 1992 een melding gedaan in het kader van het Besluit melkrundveehouderijen Hinderwet. In de inrichting mogen 64 koeien en 44 stuks jongvee worden gehouden. [appellant A] woont op het perceel [Locatie 2] en [appellante B] op het perceel [Locatie 3]. [appellante B] exploiteert op dit perceel een kleinschalige kinderopvang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5955
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202302272/1/R4

202302826/1/R2

In het kader van het project Beter Benutten zijn voor het verhogen van de transportcapaciteit van de 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven naar 4,0 kiloampère, verschillende besluiten tot verlening van omgevingsvergunningen aan TenneT TSO B.V. genomen, waaronder: a. het verlenen van een ontheffing voor het roeren van de grond dieper dan drie meter beneden het maaiveld in grondwaterbeschermingsgebied Heel in de provincie Limburg; b. het verlenen van een omgevingsvergunning voor het constructief aanpassen van verschillende hoogspanningsmasten van de hoogspanningsverbinding binnen de gemeenten Nederweert, Helmond, Geldrop-Mierlo en het verlenen van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een tijdelijke kabelverbinding. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellante sub 3] en anderen zijn het oneens met de capaciteitsvergroting van de hoogspanningsverbinding. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] in Mierlo naast hoogspanningsmast nummer 121 en de hoogspanningsverbinding. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2] in Helmond op korte afstand tot hoogspanningsmast nummer 118 en de hoogspanningsverbinding. [appellante sub 3] exploiteert een pluimveehouderij aan de [locatie 3] in Ospel, gemeente Nederweert. Op het perceel bevinden zich een bedrijfswoning, een voormalige bedrijfswoning en meerdere bedrijfsgebouwen. Deze bebouwing is gelegen in de directe nabijheid van de hoogspanningsverbinding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5960
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302826/1/R2

202303020/1/A3

Bij besluit van 23 maart 2021 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellant] om erkenning van zijn beroepskwalificaties voor werkzaamheden als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger afgewezen. [appellant] heeft een bedrijf dat beveiligingstrainingen organiseert en ook bij trainingen bemiddelt. Hij is in het bezit van certificaten van diverse opleidingen voor beveiliging die hij heeft gevolgd in het Verenigd Koninkrijk, dat destijds een EU-lidstaat was, en in Polen. Omdat [appellant] in Nederland als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger wilde werken, heeft hij een aanvraag gedaan om erkenning van zijn beroepskwalificaties zoals bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties. In bezwaar heeft de minister [appellant] opnieuw in de gelegenheid gesteld recent behaalde certificaten aan te leveren. [appellant] heeft van deze gelegenheid gebruikgemaakt en nieuwe certificaten aangeleverd. De SBB heeft hierover op 26 januari 2022 een aanvullend advies uitgebracht. Volgens de SBB konden ook deze gevolgde opleidingen vanwege hun korte duur niet worden vergeleken met een Nederlandse mbo-opleiding. De minister heeft in bezwaar de afwijzing van de erkenning van de beroepskwalificaties en de compenserende maatregel in stand gelaten. [appellant] heeft inmiddels de mbo-opleiding Beveiliger voor het mogen uitoefenen van de werkzaamheden als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger in Nederland afgerond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6006
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202303020/1/A3

202303378/1/R1

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe geweigerd aan Geldermalsen Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van het bedrijfsgebouw en het verhogen van het dak van een bedrijfshal op het perceel Poppenbouwing 23 in Geldermalsen. De aangevraagde omgevingsvergunning heeft betrekking op een gedeelte van de bedrijfshal aan de voorzijde van een bedrijfsverzamelgebouw en ziet op het uitbreiden van de oppervlakte daarvan en het verhogen van het dak. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bedrijventerreinen", omdat met het bouwplan het maximale bebouwingspercentage van 60% in artikel 4.2.3 van de planregels behorende bij de bestemming "Bedrijventerrein" wordt overschreden. Partijen zijn het daarover eens. In artikel 4.3.3 van de planregels is een mogelijkheid opgenomen om af te wijken van het bestemmingsplan. Het college wil van deze mogelijkheid geen gebruik maken, omdat het onder meer vindt dat de uitbreiding leidt tot een onevenredige beperking van de bereikbaarheid van andere bedrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5957
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303378/1/R1

202303441/1/A2 en 202303442/1/A2

Bij besluit van 12 april 2021 heeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal basisonderwijs afgegeven voor [zoon], de zoon van [appellant]. Bij besluit van 12 mei 2021 heeft de stichting besloten om [zoon] onmiddellijk te verwijderen van de Prof. Kohnstammschool in Utrecht en alle medewerking te verlenen om hem een plaats te bieden op de Luc Stevensschool in Utrecht. Het samenwerkingsverband is een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs (hierna: Wpo) en heeft onder meer tot taak om te beoordelen of leerlingen toelaatbaar zijn tot het speciaal basisonderwijs. De stichting is het bevoegd gezag van de Prof. Kohnstammschool in Utrecht (hierna: de school). De stichting is voor de school aangesloten bij het samenwerkingsverband. In geschil is of het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor speciaal basisonderwijs voor [zoon] mocht afgeven en of de stichting mocht besluiten tot het verwijderen van [zoon] van de school.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5984
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202303441/1/A2 en 202303442/1/A2

202303483/1/A2

Bij besluit van 3 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen een aanvraag van [appellanten] om een vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige wooneenheden afgewezen. [appellant] is rechthebbende tot het appartementsrecht aan de [locatie] in Nijmegen. Hij heeft het appartement aangekocht voor de huisvesting van zijn dochter en drie vriendinnen van zijn dochter. Op 29 mei 2020 heeft [appellant] daarom een aanvraag ingediend om de zelfstandige woonruimte in het appartement om te zetten in vier onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door (in totaal) maximaal vier personen. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat bij het appartement geen voorziening aanwezig is voor het parkeren van fietsen. Dit is een grond om de vergunning te weigeren, als bedoeld in artikel 15 van de Huisvestingsverordening. Het college heeft ook een leefbaarheidsonderzoek uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5973
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303483/1/A2

202303830/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de minister van Financiën een verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening toegewezen. Bij brief van 7 mei 2021 heeft de Belastingdienst [appellant] medegedeeld dat zijn persoonsgegevens in de FSV waren opgenomen. Vervolgens heeft [appellant] op 13 juni 2021 een verzoek ingediend om inzage in zijn in de FSV geregistreerde persoonsgegevens. Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de minister dat verzoek ingewilligd en daarbij kenbaar gemaakt dat de persoonsgegevens zijn overgenomen uit het Dagboek Persoonsgericht Intensief Toezicht. In beroep heeft [appellant] de rechtbank verzocht om de minister te veroordelen tot schadevergoeding wegens de onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens in de FSV. [appellant] heeft aangevoerd dat hij daardoor is aangetast in zijn eer en goede naam. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat niet de bestuursrechter, maar de civiele rechter bevoegd is daarover te oordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5890
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202303830/1/A2

202304293/1/R2

Bij besluit van 26 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een omgevingsvergunning verleend voor het verwijderen van acht bomen en het herplanten van bomen aan de Koningsweg. Bij verkeersbesluit van 20 juli 2021 heeft het college ten behoeve van de herinrichting van de Koningsweg onder meer eenrichtingsverkeer op de Alfons Diepenbrockstraat ingesteld. Het college heeft besloten tot gedeeltelijke herinrichting van de Koningsweg (tussen het Julianaplein en de Lekkerbeetjesstraat). Daarvoor is een aantal verkeersmaatregelen genomen, waaronder het instellen van eenrichtingsverkeer op de Alfons Diepenbrockstraat door het plaatsen van de relevante verkeersborden ter hoogte van de Koningsweg en de Van der Does de Willeboissingel. De nieuwe rijrichting op de Alfons Diepenbrockstraat is van oost naar west, wat betekent dat verkeer alleen nog via de Alfons Diepenbrockstraat de Koningsweg op mag rijden en niet meer andersom. Ter uitvoering van de herinrichting van de Koningsweg heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van acht bomen en het herplanten van zeventien bomen. Appellanten wonen aan de Alfons Diepenbrockstraat of om de hoek aan de Koningsweg. Hun hoger beroep beperkt zich tot de verkeersmaatregel over het instellen van eenrichtingsverkeer op de Alfons Diepenbrockstraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6009
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202304293/1/R2

202304512/1/A3

Bij besluit van 2 september 2021 heeft de minister voor Rechtsbescherming de opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar verlengd en de aanvraag van de Stichting (voor de boa) om een vuurwapen afgewezen. De Stichting is eigenaar van het landgoed De Boom. [persoon] werkt sinds 2006 bij de Stichting als boa. Aan de boa is op 22 januari 2016 opsporingsbevoegdheid verleend voor domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur), inclusief de toekenning van de politiebevoegdheden en geweldsmiddelen, te weten handboeien, wapenstok, pepperspray en het vuurwapen. Op 17 februari 2021 heeft de Stichting een aanvraag ingediend voor de verlenging van de opsporingsbevoegdheid van de boa en voor de toekenning van geweldsmiddelen. In het besluit van 2 september 2021 heeft de minister de opsporingsbevoegdheid van de boa verlengd en daarbij alleen de geweldsmiddelen handboeien, korte wapenstok en pepperspray aan hem toegekend. De Stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister op goede gronden tot de conclusie is gekomen dat het niet noodzakelijk is om de boa uit te rusten met een vuurwapen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5968
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202304512/1/A3

202305088/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de voor [appellante] ingediende aanvraag om een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [appellante] is op [geboortedatum] 2005 geboren in [geboorteplaats] (Zwitserland) en verkreeg door geboorte het Nederlanderschap via haar moeder en de Zwitserse nationaliteit via haar vader. Sinds haar geboorte woont ze in Zwitserland. Op 9 september 2010 is voor het laatst een Nederlands paspoort aan haar verstrekt, dat geldig was tot 9 september 2015. Op 12 februari 2021 heeft [appellante] een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat de moeder van [appellante] gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Zwitserland en zowel de Zwitserse als de Nederlandse nationaliteit had. Daardoor is de moeder van [appellante] op 2 september 2019 op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, het Nederlanderschap van rechtswege verloren. [appellante] is op die dag op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, ook haar Nederlanderschap van rechtswege verloren, omdat zij op dat moment minderjarig was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6011
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202305088/1/A3

202305090/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de voor [kind] ingediende aanvraag om een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [kind] is op [geboortedatum] 2006 geboren in [plaats] (Zwitserland) en verkreeg door geboorte het Nederlanderschap via haar moeder en de Zwitserse nationaliteit via haar vader. Sinds haar geboorte woont ze in Zwitserland. Op 27 april 2007 is voor het laatst een Nederlands paspoort aan haar verstrekt, dat geldig was tot 27 april 2012. Op 12 februari 2021 heeft [appellante], de moeder van [kind], een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd voor [kind]. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat [appellante] gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Zwitserland en zowel de Zwitserse als de Nederlandse nationaliteit had. Daardoor is [appellante] op 2 september 2019 op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, het Nederlanderschap van rechtswege verloren. [kind] is op die dag op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN, ook haar Nederlanderschap van rechtswege verloren, omdat zij op dat moment minderjarig was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6012
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202305090/1/A3

202305092/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellante] om een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld.[appellante] is in Nederland geboren. Zij woont sinds 2000 in Zwitserland. [appellante] heeft op 10 juli 2009 voor het laatst een Nederlands paspoort verkregen, dat geldig was tot 10 juli 2014. Op 2 september 2009 heeft zij de Zwitserse nationaliteit aangenomen door naturalisatie. Vanaf dat moment had zij de Nederlandse en de Zwitserse nationaliteit. Op 12 februari 2021 heeft [appellante] een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft deze aanvraag niet in behandeling genomen omdat [appellante] gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Zwitserland en zowel de Zwitserse als de Nederlandse nationaliteit had. Daardoor is zij op 2 september 2019 op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, het Nederlanderschap van rechtswege verloren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6013
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202305092/1/A3

202305304/1/R2

Bij besluit van 22 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Halderberge het bestemmingsplan "Parapluplan Halderberge 2021" gewijzigd vastgesteld. Het plan heeft onder meer tot doel de huisvesting van arbeidsmigranten en seizoenarbeiders te reguleren door een eenduidige begripsbepaling en door het bieden van sturingsmogelijkheden. Met het plan wil de raad voorkomen dat arbeidsmigranten en seizoenarbeiders zich door middel van kamergewijze verhuur vestigen in een woonwijk of hun intrek nemen in recreatieve voorzieningen. In het plan is een verbod opgenomen voor kamergewijze verhuur, maar ook zijn er twee afwijkingsbevoegdheden opgenomen, op grond waarvan onder meer de huisvesting van seizoenarbeiders door middel van kamergewijze verhuur, onder bepaalde voorwaarden, mogelijk is. Vuurin Personeelsdiensten is een uitzend- en/of detacheringsbureau dat zich onder meer richt op arbeidsmigranten binnen de tuinbouw-, food-, logistieke en technische sector. Ook biedt zij sociale begeleiding, service en ondersteuning aan arbeidsmigranten. Zij is voormalig huurster van het pand [locatie] in Oudenbosch, dat in het plangebied ligt. Het pand werd door Vuurin Personeelsdiensten gebruikt voor het huisvesten van voor haar werkzame arbeidsmigranten. [appellant A] en [appellant B] zijn de eigenaren van dat pand en mede-indieners van het beroep. Vuurin Personeelsdiensten en [appellant A] en [appellant B] zijn het niet eens met het plan, omdat de planregeling over kamergewijze verhuur volgens hen discriminatoir is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6007
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305304/1/R2

202305711/1/R4

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een aanbod als bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit geluidhinder gedaan voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan haar woning aan de [locatie] in Stroe. Bij besluit van 8 februari 2022 heeft de minister het saneringsplan Oost-Nederland 3 vastgesteld en de geluidsproductieplafonds op de referentiepunten langs een aantal rijkswegen verlaagd. In bijlage 3 bij dit besluit is de woning van [appellant] als saneringsobject vermeld. Omdat de geluidbelasting bij deze woning na het treffen van de maatregelen in het saneringsplan hoger is dan de streefwaarde van 60 dB, is deze woning in aanmerking genomen voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen en is een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek, als bedoeld in artikel 6.5 van het Besluit geluidhinder, uitgevoerd bij de woning. De resultaten hiervan zijn neergelegd in twee rapporten van Boorsma en C2 Engineers van 2 en 3 november 2022 over fase A en B van het onderzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5994
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202305711/1/R4

202305882/1/A3

Bij besluit van 14 november 2022 heeft de burgemeester van Heeze-Leende besloten om de woning op het adres [locatie] in Leende voor drie maanden te sluiten. [appellant] woonde in de woning op het adres [locatie] in Leende. Op 26 september 2022 heeft de politie een anonieme melding gekregen dat er sinds enige tijd een hennepkwekerij actief is in de woning en dat er in de buurt van de woning een hennepgeur is geroken. De politie heeft naar aanleiding van die melding op 7 oktober 2022 een onderzoek in de woning ingesteld. De rechtbank heeft in de uitspraak van 6 juni 2023 overwogen dat de Beleidsregel voor de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet 2020 niet op de juiste wijze bekend is gemaakt, waardoor deze niet in werking is getreden. In plaats daarvan is de Beleidsregel voor de bestuurlijke handhaving van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid) op het besluit van 6 april 2023 van toepassing. In de Beleidsregel 2017 is opgenomen dat bij een eerste overtreding eerst een bestuurlijke waarschuwing wordt gegeven met voornemen tot sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5974
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202305882/1/A3

202305902/1/R2

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van 23 cabins ten behoeve van een maatschappelijke zorgvoorziening aan de Nieuwe Dijk 3 in ’s-Hertogenbosch voor de duur van 10 jaar. In deze maatschappelijke zorgvoorziening wordt 24 uur per dag zorg en begeleiding verleend aan 22 kwetsbare mensen uit de gemeenten Sint-Michielsgestel, Vught, Haaren, Meierijstad, Boxtel, Zaltbommel, Maasdriel en ’s-Hertogenbosch. De mensen die verblijven in de maatschappelijke zorgvoorziening, hebben problemen op het gebied van verslaving en/of psychiatrie en/of hebben een licht verstandelijke beperking. [appellant A] en [appellante B] zijn het niet eens met het plaatsen van de 23 cabins en vrezen voor onaanvaardbare druk op het woon- en leefklimaat. Verder stellen zij zich op het standpunt dat zij in hun bedrijfsbelangen worden geschaad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6002
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305902/1/R2

202306721/1/A3

Bij besluit van 27 juli 2022 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. Bij besluit van 29 november 2022 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. Uit een bestuurlijke rapportage van 28 mei 2022 blijkt dat bij een politieonderzoek een handelshoeveelheid aan diverse soorten harddrugs is gevonden. Daarnaast zijn ook verschillende attributen gevonden die gebruikt kunnen worden voor onder andere het verwerken en verkopen van drugs. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester de woning voor drie maanden gesloten. De rechtbank heeft de sluiting van de woning in stand gelaten. [appellant] betoogt - kort samengevat - dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het sluiten van de woning noodzakelijk is. Er zijn geen politiewaarnemingen of meldingen waaruit blijkt dat in of vanuit de woning daadwerkelijk is gehandeld, aldus [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5987
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202306721/1/A3

202307173/1/R4

Bij besluit van 27 september 2023 hebben provinciale staten van Gelderland het inpassingsplan "Folding Boxboard Eerbeek en omgeving" gewijzigd vastgesteld. Het inpassingsplan voorziet in een herinrichting en uitbreiding van het bedrijfsterrein en de bedrijfsbebouwing van papier- en kartonfabrikant FBE aan de Coldenhovenseweg 12 in Eerbeek, zodat FBE haar vergunde productiecapaciteit kan benutten. Er worden verder geluidswerende voorzieningen geplaatst en er worden bestaande geluidszones en geurzones opgenomen in het inpassingsplan. Ook voorziet het inpassingsplan in een nieuwe ontsluitingsweg in zuidelijke richting en wordt een deel van de Eerbeekse beek verlegd. [appellant sub 1], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub3] en [appellant sub 4] wonen allen in de directe omgeving van het plangebied en hebben beroep ingesteld tegen het inpassingsplan. Zij vrezen onder andere voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5962
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202307173/1/R4

202307270/1/R3

Bij besluit van 16 september 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van zes recreatiewoningen op het perceel Buorren 31A t/m 31F in Hemelum. Op de locatie geldt het bestemmingsplan "Bestemmingsplan dorpskern Hemelum". De gronden hebben de bestemmingen "Bedrijf" en "Waarde-Archeologie 2" en de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf — watersportbedrijf". Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat op de locatie geen recreatiewoningen zijn toegestaan. Ook voldoet het bouwplan niet aan de bouwregels voor bouwen binnen een bouwvlak. [appellant] woont op [locatie] in Hemelum, dat grenst aan de bouwlocatie. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, omdat de rechtbank volgens hem ten onrechte heeft geoordeeld dat voor de vergunningverlening geen verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad nodig was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5961
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307270/1/R3

202307718/1/R1

Bij besluit van 21 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen aan [partij A] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning met inpandige garage op het perceel [locatie 1] in Oirsbeek. [partij A] is voornemens om in de nieuwe woning te gaan wonen en om de huidige woning op nummer [locatie 2] dan te verkopen. De woning bestaat visueel gezien uit twee delen. Aan de kant van het perceel van [appellante] zal de woning tweelaags zijn. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan omdat het gedeeltelijk is voorzien buiten het bouwvlak en de afstand tot de grens met het perceel [locatie 3] te klein is. [appellante] verzet zich tegen de verleende omgevingsvergunning. Zij vreest voor aantasting van haar woongenot. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de afstand van 1,8 m tussen de hoek van de terrasoverkapping van de woning en de grens van haar perceel in strijd is met het bestemmingsplan en dat op dat punt ook afwijking van het bestemmingsplan nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5959
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307718/1/R1

202400063/1/R1

Bij besluit van 22 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het splitsen van de woning aan de [locatie A] in Maastricht in drie zelfstandige woningen. [partij] is eigenaar van de woning aan de [locatie A]. Zij heeft voor het splitsen van de woning in drie zelfstandige wooneenheden een omgevingsvergunning aangevraagd. [appellant A] woont direct naast de woning. [appellant B] woont op een afstand van ongeveer 100 m van de woning. [appellanten] kunnen zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6010
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202400063/1/R1

202400115/1/R3

Bij brief van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Katwijk [appellant] medegedeeld dat hem van rechtswege een omgevingsvergunning is verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een opslagloods ten behoeve van wonen op het perceel aan de [locatie] te Katwijk. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om het gebouw op het perceel aan de [locatie] te Katwijk te mogen gebruiken voor wonen. Dit gebruik wijkt af van wat het bestemmingsplan mogelijk maakt. Omdat niet tijdig op deze aanvraag is beslist, is deze vergunning van rechtswege verleend. Een buurman heeft daartegen bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft het college de vergunning van rechtswege vervolgens herroepen. Het college wil niet afwijken van het bestemmingplan omdat wonen ter plekke in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Daar is [appellant] het niet mee eens en hij heeft beroep bij de rechtbank ingesteld. Dat beroep heeft de rechtbank ongegrond verklaard. Daartegen is [appellant] in hoger beroep gegaan. Daarover gaat deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5971
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202400115/1/R3

202400256/1/R3

Bij besluit van 5 november 2021 heeft het college [appellant], onder oplegging van een dwangsom van € 10.000,00 per week (of gedeelte van een week) met een maximum bedrag van € 100.000,00, opgedragen om uiterlijk 1 januari 2022 de bewoning door arbeidsmigranten in het conferentiehotel aan de [locatie] in Rockanje te staken en gestaakt te houden. Bij besluit van 22 december 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard onder herstel van de juridische grondslag van het besluit, in die zin dat het bestreden besluit niet een preventieve maar een reguliere last onder dwangsom betreft en met verbetering van de motivering. Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft het college besloten tot invordering over te gaan van de verbeurde dwangsommen tot het gehele verbeurde bedrag van € 100.000,00. [appellant] heeft hier op 16 september 2022 bezwaar tegen gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5990
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400256/1/R3

202400275/1/R3

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Steenwijkerland het bestemmingsplan "Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen" vastgesteld. Het plan maakt de ontwikkeling mogelijk van elf woningen op een onbebouwd perceel in de nieuwbouwwijk Bergstein in de kern Tuk, gelegen in de gemeente Steenwijkerland. Uit de plantoelichting blijkt dat de voorgenomen ontwikkeling bestaat uit de realisatie van elf sociale huurwoningen. Het plangebied grenst aan de noordzijde aan de Wethouder Slootstraat en aan de oostzijde aan De Erfgenamen. [appellant] en anderen wonen aan de Wethouder Slootstraat. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat de in het plan voorziene woningen volgens hen niet stroken met de woningbehoefte in Steenwijk. [appellant] en anderen betogen dat het plan niet aansluit op de woningbehoefte in Steenwijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5963
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202400275/1/R3

202401435/1/A3

Bij besluit van 8 april 2019 heeft het dagelijks bestuur van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden het verzoek van [appellant] op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming gedeeltelijk ingewilligd. Op 12 februari 2019 heeft het Centraal Meldpunt Openbare Geestelijke Gezondheidszorg van de GGD Gelderland-Midden, onderdeel van de VGGM, een versleutelde e-mail van het Meldpunt Bijzondere Zorg van de GGD Gelderland-Zuid ontvangen. De e-mail bevat een melding van het Radboud universitair medisch centrum. Uit deze melding blijkt dat het Radboudumc het wenselijk acht dat er contact wordt gezocht met [appellant] om voor hem zorg in te schakelen . De melding bevat persoonsgegevens van [appellant], zoals zijn woonsituatie, zijn woonadres, zijn telefoonnummer en geboortedatum. De GGD Gelderland-Zuid heeft vervolgens de VGGM gevraagd om de melding verder in behandeling te nemen, omdat [appellant] in het werkgebied van de VGGM woont.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6005
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401435/1/A3

202401766/1/A2

Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert op een aanvraag van [appellant] om brede ondersteuning bij herstel van werk en inkomen aan hem het aanbod gedaan om zich aan te melden voor een traject bij Werk.Kom. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat [appellant] een gedupeerde aanvrager kinderopvangtoeslag is, als bedoeld in artikel 2.21, eerste lid, aanhef en onder a, van het wetsvoorstel Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] betoogt dat de rechtbank hem op de zitting onvoldoende in de gelegenheid heeft gesteld om de schade die hij door de besluiten heeft geleden te onderbouwen. Verder betoogt hij dat de rechtbank er ten onrechte vanuit is gegaan dat hij zijn gestelde schade niet tot op zekere hoogte aannemelijk heeft gemaakt. In hoger beroep onderbouwt [appellant] zijn gestelde schade met correspondentie tussen hem en de gemeente Weert. Hij stelt dat hij ook immateriële schade heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5958
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401766/1/A2

202401974/1/V1

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers appellant meegedeeld dat het hem vanaf 26 maart 2024 niet langer als alleenstaande minderjarige vreemdeling zal opvangen, maar als meerderjarige. Appellant heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen en verklaard dat zijn geboortedatum [geboortedatum] 2007 is. Het COa heeft hem daarom in een opvanglocatie voor minderjarigen geplaatst in Lijnden. De minister heeft onderzoek gedaan in het Eurodac-systeem. Daaruit is haar gebleken dat appellant in Italië geregistreerd staat als meerderjarige. Als gevolg hiervan heeft de minister de geboortedatum van appellant in Nederland op 2 februari 2024 aangepast naar [geboortedatum] 2004.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5833
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401974/1/V1

202402071/1/R3

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Teylingen het bestemmingsplan "Chw bestemmingsplan Nieuw Boekhorst, Voorhout" vastgesteld. De raad wil een nieuwe wijk - Nieuw Boekhorst - met maximaal 1.300 woningen aan de noordwestrand van Voorhout laten bouwen. Het plan is vastgesteld om deze ontwikkeling mogelijk te maken. De gronden in het plangebied bestaan nu grotendeels uit agrarisch gebied. Het plan is een zogenoemd "bestemmingsplan met verbrede reikwijdte". Dit betekent dat de raad gebruik heeft gemaakt van extra mogelijkheden voor de inrichting van het bestemmingsplan op basis van artikel 2.4 van de Crisis- en Herstelwet (hierna: Chw) in verbinding met artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en herstelwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5992
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202402071/1/R3

202403865/1/A2

Bij besluit van 26 april 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (thans en hierna: Dienst Toeslagen) het verzoek van [appellant] om compensatie vanwege institutionele vooringenomenheid ten aanzien van de toeslagjaren 2005 en 2006 afgewezen. Deze uitspraak gaat over compensatie in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De compensatieregeling in de Wet hersteloperatie toeslagen is bedoeld voor gedupeerden van zowel institutionele vooringenomenheid als hardheid van het stelsel. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat hij geen recht heeft op compensatie, omdat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2005 en 2006 kinderopvangtoeslag heeft aangevraagd. Doordat de Dienst Toeslagen in 2012 is overgestapt naar een ander dataverwerkingssysteem, is informatie van sommige ouders die vóór 2012 kinderopvangtoeslag hadden aangevraagd, verloren gegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5970
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403865/1/A2

202403953/1/A3

Bij brief van 29 juli 2023 heeft de minister van Financiën [appellant] medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming wegens een onrechtmatige registratie in de Fraude Signalering Voorziening (hierna: de FSV). Bij besluit van 28 september 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 16 mei 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 september 2023 vernietigd, het verzoek om schadevergoeding afgewezen en bepaald dat deze uitspraak in de plaats komt van het vernietigde besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5891
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403953/1/A3

202404683/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellante] heeft de Marokkaanse nationaliteit en is op [geboortedatum] 2003 geboren in Marokko uit een bigaam huwelijk. Haar vader heeft de Nederlandse nationaliteit en haar moeder de Marokkaanse nationaliteit. Op 16 juni 2022 heeft [appellante] een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Rabat, Marokko. De minister heeft de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat [appellante] meerderjarig was toen zij door haar vader op 20 april 2022 werd erkend en daarom niet door de erkenning de Nederlandse nationaliteit heeft verworven. De minister heeft de aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen, omdat zij niet de Nederlandse nationaliteit bezit wat op grond van artikel 9, eerste lid, van de Paspoortwet is vereist. [appellante] is geboren staande een bigaam huwelijk. Dit bigame huwelijk heeft wegens strijd met de openbare orde naar Nederlands recht geen rechtsgevolgen en biedt dus geen basis voor het bestaan van familierechtelijke betrekkingen tussen [appellante] en haar vader.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5978
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202404683/1/A2

202404876/1/R3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Willem van der Veldenweg 24-24a, Leimuiden" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van de percelen Willem van der Veldenweg 24 en 24a in Leimuiden. Een schoolgebouw wordt getransformeerd tot een appartementengebouw met vier appartementen en er komen zes grondgebonden woningen. Verder voorziet het plan in een nieuw parkeerterrein voor de St. Jan de Doperkerk. [appellant] woont op het perceel [locatie] in Leimuiden, dat grenst aan de gronden van het plangebied. [appellant] kan zich niet verenigen met het plan, voor zover het plan voorziet in een parkeerterrein op de gronden direct achter zijn perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5964
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404876/1/R3

202405103/1/V1

Bij besluit van 7 juni 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers bepaald dat het betrokkene overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen. Betrokkene heeft bij de minister van Asiel en Migratie een aanvraag ingediend om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen en verklaard dat zijn geboortedatum [geboortedatum] 2008 is. Het COa heeft hem daarom in een opvanglocatie voor minderjarigen geplaatst. De minister heeft onderzoek gedaan in het Eurodac-systeem. Daaruit is haar gebleken dat betrokkene in Italië geregistreerd staat als meerderjarige. Als gevolg hiervan heeft de minister de geboortedatum van betrokkene in Nederland aangepast naar [geboortedatum] 2005.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5822
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405103/1/V1

202405394/1/A3

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borne aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd in verband met de organisatie van een evenement op haar perceel. [appellante] is eigenaar van een perceel aan de [locatie] in Zenderen. Het college heeft op donderdag 27 oktober 2022 geconstateerd dat op dit perceel een tent is opgericht en is ingericht met apparatuur, er aggregaten zijn geplaatst en dat er een zendmast staat om geluidsgolven te verzenden. Het college heeft ook geconstateerd dat via sociale media door Brekdeer FM uitnodigingen zijn verstuurd voor een evenement op vrijdag 28, zaterdag 29 en zondag 30 oktober 2022. In de uitnodiging wordt het volgende beschreven: "Kom gezellig langs in de feesttent voor een potje pils, gehaktballetje, een dansje en natuurlijk een hoop gezelligheid". Volgens het college organiseert Brekdeer FM grote evenementen in Twente waar honderden mensen op af komen en zendt zij vaak illegaal uit via de ether. De locaties van de evenementen worden tot het laatste moment geheim gehouden en de uitnodigingen worden via sociale media verspreid. Het college heeft vanwege deze constateringen aan [appellante] dezelfde dag een last onder dwangsom opgelegd voor het organiseren van een evenement zonder een vergunning en het verstrekken van zwak alcoholische dranken zonder een ontheffing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6003
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405394/1/A3

202405425/1/A2

Bij besluit van 8 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hardinxveld-Giessendam een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] is per 12 januari 2022 een tijdelijke huurovereenkomst aangegaan voor de woning aan de [locatie] in Hardinxveld-Giessendam. De huurovereenkomst is per 11 januari 2024 geëindigd. Het college heeft de afwijzing van de aanvraag in het besluit van 9 april 2024 gehandhaafd onder verwijzing naar artikel 3, tweede lid, aanhef en onder d, van de Urgentieverordening Regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden gemeente Hardinxveld-Giessendam, omdat de noodzaak van [appellant] om te verhuizen voorzienbaar was en veroorzaakt door eigen handelen. Toen [appellant] de huurovereenkomst aanging, had zij kunnen weten dat er na twee jaar een woonprobleem zou ontstaan. Het college heeft geen aanleiding gezien om de hardheidsclausule toe te passen, omdat het algemeen belang van een rechtvaardigde woonruimteverdeling zwaarder weegt dan het belang van [appellant] om op de door haar gewenste wijze vorm te geven aan haar woonsituatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5972
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405425/1/A2

202405432/1/R2

Bij besluit van 7 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het verbouwen van de kantoren tot 9 woningen op het achterterrein aan de [locatie] te Maastricht. [vergunninghouder] is initiatiefnemer van het plan om 9 woningen te realiseren in een voormalig kantoorpand op het achterterrein aan de [locatie] in Maastricht. Bij besluit van 23 januari 2020 was door het college eerst een omgevingsvergunning verleend om 10 woningen te realiseren in het voorste pand op dat perceel en 14 woningen in het pand op het achterterrein. Het college heeft dat besluit na bezwaren van omwonenden gedeeltelijk herroepen en op 6 oktober 2020 met instemming van [vergunninghouder] alleen een omgevingsvergunning verleend voor 10 woningen in het voorste pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5991
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405432/1/R2

202405442/1/A3

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de optieverklaring van [appellant] te bevestigen. Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellant] is in Nederland geboren. [appellant] heeft van 1990 tot 1996 in Australië gewoond en van 2008 tot op heden. Op 19 januari 2001 heeft hij de Australische nationaliteit verkregen door naturalisatie. Daardoor verloor hij op dat moment op grond van artikel 15, aanhef en onder a, van de Rijkswet op het Nederlanderschap, van rechtswege het Nederlanderschap. Het Nederlanderschap herkrijgen kan alleen, indien met dat verlies het Unieburgerschap verloren ging en op dat moment redelijkerwijs voorzienbaar was dat dit tot onevenredige gevolgen uit het oogpunt van het Unierecht zou leiden. Daarom heeft de minister in deze zaak beoordeeld of het verlies van het Nederlanderschap van [appellant] op 19 januari 2001 in overeenstemming is met het evenredigheidsbeginsel wat betreft de gevolgen ervan uit het oogpunt van het Unierecht. De Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft op verzoek van de minister op 6 februari 2023 advies uitgebracht in het kader van Unierechtelijke evenredigheidsbeoordeling. De IND concludeert daarin dat het verlies van het Unieburgerschap op de peildatum niet als onevenredig kan worden beschouwd. Op basis van dit advies heeft de minister geweigerd de optieverklaring van [appellant] te bevestigen. [appellant] is het niet eens met de minister en stelt dat het verlies van het Nederlanderschap en Unieburgerschap voor hem onevenredig is, waardoor hij zijn Nederlandse nationaliteit zou moeten herkrijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6000
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202405442/1/A3

202405456/1/R3

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Willem van der Veldenweg 33a, Leimuiden" vastgesteld. Bij besluit van 24 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van tien appartementen en bergingen aan de Willem van der Veldenweg nummers 33d tot en met 33r in Leimuiden. Het plan en de omgevingsvergunning maken een herontwikkeling mogelijk van het perceel Willem van der Veldenweg 33a in Leimuiden. De bestaande bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt om plaats te maken voor een gebouw met tien appartementen. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. [appellant] woont op [locatie] in Leimuiden. Hij kan zich niet verenigen met het plan en de omgevingsvergunning, want hij vindt het appartementengebouw niet passend op deze locatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5965
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405456/1/R3

202405740/1/A2

Bij besluit van 5 augustus 2021 heeft de Dienst Toeslagen, voor zover hier van belang, een aanvraag van [appellante] om compensatie in het kader van de hersteloperatie kinderopvangtoeslag over het toeslagjaar 2014 afgewezen. Aan het besluit heeft de Dienst Toeslagen onder meer ten grondslag gelegd dat uit een onderzoek is gebleken dat bij het beoordelen van het recht op kinderopvangtoeslag over het jaar 2014 geen fouten zijn gemaakt. Volgens de Dienst Toeslagen is bij de besluitvorming over kinderopvangtoeslag over dat jaar geen sprake geweest van institutionele vooringenomenheid en zijn er geen aanknopingspunten voor toepassing van de hardheidsregeling. De rechtbank heeft overwogen dat er geen aanwijzingen zijn dat de vaststelling van de kinderopvangtoeslag over het jaar 2014 het gevolg is van vooringenomenheid of hardheid. Ook is er geen aanleiding om te vermoeden dat de Dienst Toeslagen vanwege vooringenomenheid of hardheid ervan heeft afgezien de vaststelling te corrigeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5983
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405740/1/A2

202406080/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2023 heeft de minister de vaststelling van de subsidie van [appellant] gewijzigd en op nihil gesteld en een bedrag aan ten onrechte uitbetaalde subsidie van € 100.000,- van [appellant] teruggevorderd. appellant] is met ingang van 30 juni 2016 als radioloog in dienst getreden van het ziekenhuis Bernhoven. Daarvoor was hij werkzaam als vrijgevestigd radioloog. Voor de overgang van vrijgevestigd medisch specialist naar specialist in loondienst heeft het ziekenhuis Bernhoven namens [appellant] op 29 februari 2016 subsidie aangevraagd op grond van de Subsidieregeling overgang integrale tarieven medisch specialistische zorg 2016. Bij besluit van 31 augustus 2016 heeft de minister de gevraagde subsidie ten bedrage van € 100.000,- verleend. Met ingang van 1 maart 2019 is [appellant] als radioloog in loondienst getreden bij Medisch Specialistisch Bedrijf Peelland en gaan werken in het Elkerliek ziekenhuis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5975
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202406080/1/A2

202406483/1/A2

Bij besluit van 1 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen [appellant] medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor het compensatiebedrag van € 30.000,00. [appellant] is tot 2011 getrouwd geweest met zijn ex-partner en zij hebben samen een kind. [appellant] heeft zich op 9 juli 2020 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de Dienst Toeslagen verzocht om de toeslagjaren 2008 en 2009 te herbeoordelen. Bij brief van 1 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van [appellant] afgewezen en vastgesteld hij niet in aanmerking komt voor de forfaitaire tegemoetkoming van € 30.000,00 als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen, ook bekend als de Catshuisregeling. Op grond van deze bepaling komt alleen de aanvrager van kinderopvangtoeslag in aanmerking voor deze compensatieregeling. Omdat [appellant] geen aanvraag voor kinderopvangtoeslag heeft gedaan, wordt hij niet als gedupeerde ouder aangemerkt. De Dienst Toeslagen heeft het door [appellant] daartegen ingestelde bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5980
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406483/1/A2

202406835/1/R2

Bij besluit van 26 september 2024 heeft de raad van de gemeente Meierijstad het "Omgevingsplan - Eerste wijzigingsronde 2024" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Meierijstad vastgesteld. Het besluit tot wijziging ziet onder meer op het wijzigen van de toegestane bedrijfsactiviteiten op het perceel [locatie] in Sint-Oedenrode van een slachterij naar een vleeswaren- en vleesconservenfabriek met een productieomvang van minder dan 1.000 m². [appellante] woont op het perceel [locatie] en voert onder meer aan dat het feitelijk gebruik als burgerbewoning ten onrechte niet als zodanig is bestemd en dat ten onrechte geen rekening is gehouden met de concrete plannen die hij heeft voor zijn perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5966
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202406835/1/R2
vorige pagina1...141516...1.236volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon