Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.139
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202307532/1/R2

Bij brief van 20 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena aan [appellante] meegedeeld dat haar verzoek om handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Veen en het op dat perceel bouwen zonder een omgevingsvergunning, niet inhoudelijk wordt behandeld. [appellante] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Veen (perceel) en het op dat perceel bouwen zonder een omgevingsvergunning. Het college heeft dat verzoek niet inhoudelijk behandeld, omdat [appellante] door het college niet wordt aangemerkt als een belanghebbende bij dat verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1824
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307532/1/R2

202307542/1/R1

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem geweigerd aan [appellanten sub 2] een omgevingsvergunning eerste fase te verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van hun woning op het perceel [locatie] te Haarlem. [appellanten sub 2] hebben een omgevingsvergunning eerste fase aangevraagd om met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo van het bestemmingsplan af te wijken om hun woning uit te breiden. Het bouwplan voorziet in een vergroting van de verdieping aan de achterzijde van de woning door de recht opgetrokken achtergevel op die verdieping 2,5 m naar achteren op te schuiven. Aan de achterzijde wordt verder de kap verhoogd en komt er een plat dak, zodat daar een tweede verdieping met stahoogte wordt gerealiseerd. Het bouwplan voorziet verder in een verlenging in hoogte van 1,36 m van het schuine dakvlak aan de voorzijde van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1825
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307542/1/R1

202307728/1/R1

Bij besluit van 30 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Heiloo het bestemmingsplan "[locatie 1]" vastgesteld. [transportbedrijf] is gevestigd op het adres [locatie 2] in Heiloo. Het bedrijf wordt verplaatst om woningbouw mogelijk te maken in het gebied Zuiderloo in de kern Heiloo. Het plan maakt de hervestiging van het transportbedrijf op het perceel [locatie 1] in Heiloo mogelijk. Op dit perceel was een glastuinbouwbedrijf gevestigd. De kassen zijn inmiddels gesloopt. De schuur en de bedrijfswoning zullen blijven staan. Het perceel heeft grotendeels een enkelbestemming "Bedrijf" gekregen met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - transportbedrijf". Het plan voorziet in verspreid liggende bouwvlakken die de oprichting van bedrijfsgebouwen en twee bedrijfswoningen mogelijk maken. Langs de randen van het perceel ligt een enkelbestemming "Groen". De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor de landschappelijke inpassing. De stichting richt zich op het behoud en de verbetering van onder meer de kwaliteit van natuur en milieu in de omgeving van Heiloo. Zij vreest dat het plan daarvoor nadelige gevolgen zal hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1842
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202307728/1/R1

202307934/1/A2

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag en de huurtoeslag voor [appellante] over het jaar 2022 herzien en vastgesteld op € 213,00 respectievelijk € 687,00. Op [datum] 2018 is [appellante] getrouwd met [persoon] (de toeslagpartner). Op 22 november 2021 heeft de toeslagpartner een aanvraag ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (de IND) voor een verblijfsvergunning. Vanaf 26 januari 2022 staan [appellante] en haar toeslagpartner, samen met haar meerderjarige kind, ingeschreven op haar adres. Op 16 februari 2022 heeft de IND de aanvraag van de toeslagpartner voor een verblijfsvergunning afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft aan het besluit van 22 april 2022 ten grondslag gelegd dat [appellante] vanaf 1 maart 2022 geen recht heeft op zorg- en huurtoeslag, omdat de toeslagpartner vanaf 16 februari 2022 niet rechtmatig in Nederland verblijft. Op grond van artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (de Awir) heeft [appellante] geen aanspraak op deze toeslagen als de toeslagpartner een vreemdeling is die niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 (de Vw 2000).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1831
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202307934/1/A2

202401440/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2023 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei voor Klimaat en Energie het door Laka tegen vier subsidiebeschikkingen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In deze zaak is in geschil of Laka belanghebbende is bij een procedure tegen vier verleende begrotingssubsidies voor de versterking van de innovatie-en kennisinfrastructuur op het gebied van nucleaire technologie. Ook is de vraag, als Laka belanghebbende zou zijn, of zij ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om een aanvraag in te dienen. De minister heeft in een brief aan de Tweede Kamer van 18 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32 645, nr. 101) toegelicht hoe hij invulling wil geven aan het aangenomen amendement. In de brief staat, in de kern weergegeven, het volgende. De minister heeft een ronde-tafelbijeenkomst gehouden met de nucleaire sector. Nucleair Nederland heeft tijdens deze bijeenkomst een voorstel gepresenteerd dat al op korte termijn zorgt voor extra versterking van de nucleaire kennisbasis en infrastructuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1809
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202401440/1/A2

202401756/1/A2

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede het voormalig postkantoor gelegen aan de Binnenweg 160 (het postkantoor) in Heemstede aangewezen als gemeentelijke monument. Op 29 juni 2010 en in heroverweging op 13 februari 2018 heeft het college verzoeken om het postkantoor als gemeentelijk monument aan te wijzen afgewezen. Sportveldweg Project BV is eigenaar van het postkantoor en wil dit slopen en op de locatie woningen bouwen. Hiervoor zijn de sloop- en woningbouwplannen voorgelegd. MOOI Noord-Holland heeft op verzoek van het college een advies uitgebracht over de aanwezigheid en herkenbaarheid van eventuele monumentale waarden in het postkantoor. Volgens dat advies heeft het postkantoor een hoge zeldzaamheidswaarde voor Heemstede. De erfgoedcoalitie heeft vervolgens het college gevraagd om het pand alsnog aan te wijzen als monument. In beroep was in geschil of er wel of geen aanwijzing kon volgen na de eerdere weigeringen om het postkantoor aan te wijzen als gemeentelijk monument. Daarbij is de centrale vraag of er een eerder inhoudelijk oordeel is gegeven over de cultuurhistorische en/of stedenbouwkundige en/of architectuurhistorische waarden van het postkantoor. Sportveldweg betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op de beroepsgrond dat het college in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (het Protocol) heeft gehandeld. De aanwijzing door het college legt volgens Sportveldweg een excessieve en buitensporige financiële last op haar schouders.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1813
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202401756/1/A2

202401957/1/A2

Bij besluit van 16 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van [appellante] om toekenning van kindgebonden budget over 2019 afgewezen. Op 28 juni 2018 is [appellante] door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (de IND) in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (tot 28 juni 2023) voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij haar partner’. Tot 29 november 2019 stond [appellante] in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres van haar toenmalige partner. Hierna is zij naar eigen zeggen met haar dochters gevlucht voor geweld in de relationele sfeer en heeft zij de woning op dit adres verlaten. Uiteindelijk is zij in december 2019 in de vrouwenopvang terechtgekomen. Tot 1 augustus 2020 had zij een brievenbusadres in een vrouwenopvang. Bij besluit van 5 augustus 2020 heeft de IND de verblijfsvergunning van [appellante] ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1834
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401957/1/A2

202402899/1/R2

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven een verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen. [appellant] woont in blok 1 van het appartementencomplex Abdijtuinen in Veldhoven. Het college heeft voor de bouw van het complex op 18 oktober 2007 een bouwvergunning verleend. [appellant] heeft verzocht om handhaving, omdat blok 1 van het appartementencomplex volgens hem niet aan de eisen uit het Bouwbesluit 2003 voldoet ten aanzien van brandwerendheid en de eis van het aanwezig zijn van twee vluchtroutes. Het college stelt zich op het standpunt dat met de brandoverslagberekeningen in het rapport van Peutz is aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen van brandwerendheid uit artikel 2.106, eerste lid, van het Bouwbesluit 2003. Verder heeft het college geen onderzoek gedaan naar de vluchtroutes, omdat dit geen onderdeel van het handhavingsverzoek was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1839
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402899/1/R2

202402910/1/R3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Teylingen besloten het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2], Voorhout" (het bestemmingsplan) niet vast te stellen. Op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Voorhout staan meerdere kassen die zijn bestemd voor de glastuinbouw, maar daarvoor niet meer worden gebruikt. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 1]. Zowel [appellant] als de eigenaar van het perceel [locatie 2] hebben een principeverzoek ingediend, om onder meer de bedrijfswoning op het perceel met [locatie 2] om te zetten in een burgerwoning en om op het perceel met [locatie 1] een nieuwe greenportwoning te realiseren. Daarnaast ziet het verzoek op het slopen van alle bestaande agrarische bedrijfsbebouwing op beide percelen. [appellant] betoogt dat de raad de vermeende strijd met de ISG ten onrechte aan het besluit ten grondslag heeft gelegd, omdat het plan volgens [appellant] niet met de ISG in strijd is. Daarover voert hij aan dat de raad niet heeft onderkend dat het bestemmingsplan bijdraagt aan de herstructureringsopgave die de ISG beschrijft, doordat met het plan incourante en ongewenste bebouwing wordt opgeruimd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1833
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202402910/1/R3

202404138/1/R2

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "WWC Sportstraat" vastgesteld. De raad maakt met het plan één nieuwe woonwagenstandplaats mogelijk. Deze standplaats wordt toegevoegd aan een blok van veertien bestaande standplaatsen aan de Sportstraat in Roosendaal. Door het plan moet de in- en uitrit van de achterliggende sportvereniging worden verplaatst. [appellant] woont naast het plangebied en is het niet eens met het plan, omdat het zijn woon- en leefklimaat aantast. [appellant] betoogt dat de komst van een nieuwe woonwagenstandplaats leidt tot een onevenredige aantasting van zijn woon- en leefklimaat en dat de raad dit niet voldoende heeft betrokken in de belangenafweging. Door de extra woonwagenstandplaats en de verplaatsing van de in- en uitrit van de achterliggende voetbalvereniging zal zijn uitzicht verslechteren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1823
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404138/1/R2

202404325/1/A3

Bij besluit van 15 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân de aanvraag van [appellant] om een ligplaatsvergunning afgewezen. [appellant] is beroepsvisser en eigenaar van de garnalenkotter […]. Op 21 juni 2021 heeft [appellant] een vergunning aangevraagd voor het innemen van een ligplaats met het schip aan de steiger voor vissersschepen in de haven van Makkum. Het college heeft deze aanvraag afgewezen en het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het schip ten tijde van de beoordeling van de aanvraag geen vissersschip was als bedoeld in de Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslân 2021 (de Verordening 2021). Volgens de rechtbank wordt niet voldaan aan het vereiste dat het schip hoofdzakelijk voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee wordt gebruikt. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de Verordening 2021 niet van toepassing is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1838
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404325/1/A3

202404392/1/A3

Bij besluit van 13 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft [appellant] met toepassing van de gemeentelijke Verordening havens en overige wateren Súdwest-Fryslân 2021 (de Verordening 2021) gelast om de garnalenkotter […] binnen zes weken uit de haven van Makkum te verwijderen en verwijderd te houden, bij gebreke waarvan een dwangsom van € 1.000,00 per week of gedeelte daarvan, met een maximum van € 5.000,00 wordt verbeurd. Met het besluit van 2 augustus 2023 is het college hierbij gebleven. Omdat [appellant] volgens het college niet aan de last heeft voldaan, heeft het college besloten in totaal € 5.000,00 aan verbeurde dwangsommen in te vorderen. [appellant] is het hier niet mee eens. De rechtbank heeft geoordeeld dat geen aanleiding bestaat om (onderdelen van) de Verordening 2021 buiten toepassing te laten. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het beroep van [appellant] dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden niet slaagt. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de Verordening 2021 niet van toepassing is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1837
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404392/1/A3

202404674/1/R2

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas aan [vergunninghoudster]. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van verblijven voor arbeidsmigranten aan de [locatie] in America. Deze zaak gaat over een omgevingsvergunning voor het bouwen van 24 wooneenheden voor 144 arbeidsmigranten in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas, nabij het dorp America. Aanvankelijk heeft het college de vergunning bij besluit van 6 december 2018 verleend, maar bij besluit van 19 augustus 2019 heeft het deze weer ingetrokken. Tegen deze intrekking is de maatschap in beroep en hoger beroep gegaan. Nadat de Afdeling het besluit in hoger beroep heeft vernietigd heeft het college de vergunning alsnog verleend. [appellante] verzet zich hiertegen, omdat zij vreest dat de toename van verkeer zal leiden tot onveilige situaties. Ook is zij bang dat de sociale veiligheid wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1822
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404674/1/R2

202405040/1/R2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck op zijn principeverzoek van 6 februari 2023. Op 14 april 2021 heeft het energiebedrijf Vrijopnaam B.V. namens [appellant] bij de zogenoemde regiekamer van de gemeente Cranendonk een principeverzoek ingediend voor het realiseren van een zonnepark aan de Randweg-Oost in Budel. Vrijopnaam is een bedrijf dat zonneparken ontwikkelt en exploiteert en dat een eigen leveringsvergunning heeft. Bij brief van 6 februari 2023 heeft [appellant] het college gevraagd om een formeel besluit op dit principeverzoek te nemen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de indiening van een principeverzoek een stap betreft, zoals genoemd in paragraaf 6 van de "Visie Zonneparken Cranendonck 2019-2024" (hierna: Visie zonneparken). In de Visie zonneparken worden bepaalde processtappen beschreven die moeten worden gevolgd bij een initiatief voor een zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1810
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405040/1/R2

202406537/1/R2

Bij besluit van 14 februari 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van zonneveld "Nyrstar II West" op de locatie tussen de Fabrieksstraat en de Hoofdstraat in Budel-Dorplein, in de gemeente Cranendonck. Nyrstar heeft op 23 februari 2023 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de aanleg van het zonneveld "Nyrstar II West" in het projectgebied. Het zonneveld is voorzien op een voormalige stortplaats op het industrieterrein van zinkfabriek Nyrstar en wordt direct naast en ten behoeve van de zinkfabriek gerealiseerd. Volgens de bij de aanvraag behorende ruimtelijke onderbouwing heeft het project een oppervlakte van ongeveer 10,43 ha, waarvan ongeveer 5,5 ha wordt aangewend voor zonnepanelen. De resterende ruimte is gereserveerd voor onderhoudspaden en een landschappelijke inpassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1812
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406537/1/R2

202407187/1/R2

Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Maashorst het bestemmingsplan "CHW-bestemmingsplan Repelakker III Zeeland" (het bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid 200 woningen te realiseren in het noordwesten van het dorp Zeeland, grenzend aan het bestaande woongebied Repelakker en de weg Bergmaas. Het bestemmingsplan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Dit betekent dat de raad gebruik heeft kunnen maken van extra mogelijkheden voor de inrichting van dit bestemmingsplan op basis van artikel 2.4 van de Chw in samenhang met artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet (BuChw). [appellant] woont aan de [locatie] in Zeeland. De achtertuin van zijn woning, die een L-vorm heeft, grenst aan de zuidzijde van het plangebied. [appellant] kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan en is daartegen opgekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1843
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407187/1/R2

202407238/1/A2

Bij besluit van 8 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas aan [appellante] van 9 november 2020 tot 4 januari 2021 een tijdelijk verbod opgelegd tot het exploiteren van haar gastouderopvang. [appellante] exploiteert een gasthouderopvang. Een oud-stagiaire van de gastoudervang heeft op 22 oktober 2020 een melding gedaan van het vertonen van fysiek en verbaal agressief gedrag door [appellante] richting haar gastkinderen. Die melding heeft geleid tot verschillende overleggen tussen de burgemeester, de politie, het openbaar ministerie (OM), de GGD en Veilig Thuis (gezamenlijk: het scenarioteam). Op 4 november 2020 is het OM naar aanleiding van de melding een strafrechtelijk onderzoek gestart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1826
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407238/1/A2

202407242/1/A3

Bij uitspraak van 9 februari 2024, in zaak nr. 202305218/2/A3, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 juni 2023 in zaak nr. 19/1437 niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling stelt voorop dat de rechter een verzoek om herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak alleen kan toewijzen als is voldaan aan alle criteria als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Het is daarbij aan een verzoeker om hiervoor concrete feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1811
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Herziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407242/1/A3

202407543/1/R1

Bij besluit van 11 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas geweigerd om aan [bedrijf] een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een 24-uurszorgaccomodatie op het perceel [locatie] te Sevenum (het perceel). [bedrijf] exploiteert meer dan 10 jaren een zorgboerderij op het perceel. Op het perceel staat ook nog een bedrijfswoning en er worden dagbestedingsactiviteiten aangeboden. Het perceel ligt in de directe nabijheid van agrarisch gebruikte gronden. [bedrijf] wil op het perceel naast de bestaande activiteiten een 24-uurs zorgaccommodatie, bedoeld voor ouderen met een zorgvraag, realiseren. Daarom heeft zij een aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan. Het bouwplan betreft een nieuw gebouw met woonvoorzieningen voor 31 personen. Het gebouw heeft een oppervlakte van ongeveer 1.390 m2. Er zal ongeveer 800 m2 aan bestaande bebouwing worden gesloopt. Tot de aanvraag behoort het stuk "24-uurszorg [locatie] Sevenum gemeente Horst aan de Maas" van 31 januari 2022, dat een ruimtelijke onderbouwing van het project bevat (de Ruimtelijke onderbouwing).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1840
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407543/1/R1

202500331/1/A3

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant sub 1] een boete opgelegd van € 22.500,- voor het niet hebben van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden van haar werknemers. [appellant sub 1] exploiteert een tuindersbedrijf. Op 22 juni 2021 heeft de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een controle uitgevoerd bij [appellant sub 1] op de locatie aan de [locatie] in [plaats]. De controle was gericht op de naleving van de Arbeidstijdenwet (hierna: Atw) in de periode van 1 maart 2021 tot en met 20 juni 2021. De bevindingen van de controle zijn neergelegd in een boeterapport van 15 april 2022. De minister heeft naar aanleiding van het boeterapport besloten om aan [appellant sub 1] een boete van € 22.500,- op te leggen wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Atw. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant sub 1] geen deugdelijke registratie heeft bijgehouden van de arbeids- en rusttijden van haar werknemers, waardoor toezicht op de naleving van de Atw niet mogelijk was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1808
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500331/1/A3

202500415/1/R3

Bij besluit van 28 november 2024 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het kantoorpand en sportcomplex tussen de Folkert Elsingastraat, De Waghemakerestraat en de Koningslaan. Het bestemmingsplan maakt de realisering van vier appartementencomplexen met maximaal 275 woningen en een parkeergarage op de begane grond alsmede sportvoorzieningen mogelijk. De appartementencomplexen zullen in opdracht van HDFE B.V. worden gerealiseerd. Een deel van de gronden is in eigendom van de gemeente. HDFE B.V. heeft gronden in erfpacht. De bewonerscommissie vreest voor een aantasting van het woon- en leefklimaat van de bewoners. De bewonerscommissie betoogt dat het fair-playbeginsel is geschonden omdat de plannen om 275 woningen mogelijk te maken op 22 juni 2022 aan de bewoners zijn gepresenteerd als een voldongen feit en omdat niet alleen ruimtelijke ordeningsbelangen maar ook privaatrechtelijke belangen aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. In dit kader wijst de bewonerscommissie erop dat de gemeente de eigendom van gronden in het plangebied heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1830
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202500415/1/R3

202501320/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag over 2021 definitief vastgesteld op een bedrag van € 107,00. [appellante] is in 1944 geboren in Rwanda. Zij heeft de Rwandese nationaliteit. Sinds 1998 verblijft [appellante] in Nederland en in 2009 is aan haar het Nederlanderschap verleend. In 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellante] ingetrokken. Uit een individueel ambtsbericht bleek volgens de staatssecretaris dat er ernstige redenen zijn om te vermoeden dat [appellante] zich in Rwanda schuldig heeft gemaakt aan handelingen en/of misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. De Afdeling heeft in de procedure hierover het hoger beroep van [appellante] ongegrond verklaard (uitspraak van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:114). De intrekking van het Nederlanderschap van [appellante] is daardoor per 20 januari 2021 in rechte onaantastbaar geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1818
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501320/1/A2

202501934/1/A2

Bij besluit van 4 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul de aanvraag van [appellante A] en [appellante B] om nadeelcompensatie en om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. In hoger beroep ligt ter beoordeling voor of het college mocht tegenwerpen dat [appellante B] en [appellante A] het risico op het ontstaan van schade en planologisch nadeel als gevolg van de herinrichting van het centrumgebied van Valkenburg actief hebben aanvaard. [persoon A] is de enige bestuurder en aandeelhouder van [appellante B]. [appellante B] exploiteert een HEMA-vestiging in Valkenburg. Verder is [persoon A] de enige bestuurder en aandeelhouder van [appellante A] die de bedrijfsruimte waarin deze HEMA gevestigd is, in eigendom heeft en aan [appellante B] verhuurt. [appellante B] heeft op 9 december 2014 een verzoek om nadeelcompensatie en om een tegemoetkoming in planschade ingediend, omdat zij omzet heeft gemist. Daarbij heeft zij gewezen op verschillende besluiten die zijn genomen in het kader van de grondige herinrichting van het centrumgebied van Valkenburg en de feitelijke uitvoering van die besluiten. Verder heeft [appellante A] op 26 maart 2015 een verzoek om nadeelcompensatie en om een tegemoetkoming in planschade ingediend, omdat zij vanwege dezelfde herinrichting van het centrumgebied van Valkenburg huurinkomsten heeft gederfd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1844
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501934/1/A2

202502130/1/A2

Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 16 augustus 2022 een urgentieverklaring op grond van sociale omstandigheden aangevraagd. Na zijn scheiding is de echtelijke woning aan zijn ex-echtgenote toegewezen. Aan de aanvraag heeft hij onder meer ten grondslag gelegd dat hij wil dat de twee oudste kinderen, geboren [geboortedatum] 2005 en [geboortedatum] 2010, bij hem kunnen wonen. Volgens [appellant] is het verblijf bij hun moeder zeer problematisch en onhoudbaar. Het college heeft zich in de schriftelijke uiteenzetting op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang meer heeft en dat zijn hoger beroep daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. [appellant] woont sinds 13 oktober 2025 in een zelfstandige sociale huurwoning aan de [locatie] in Amsterdam en staat op dit adres ingeschreven in de Basisregistratie personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1803
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502130/1/A2

202502141/1/A2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor de door [appellante] verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.163,54. [appellante] heeft als advocaat rechtsbijstand verleend in een asielzaak op basis van een toevoeging met nummer 1JW5491. Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft de raad aan [appellante] een vergoeding toegekend voor de door haar verrichte werkzaamheden in de algemene asielprocedure. De raad heeft aan [appellante] geen toeslag verlengde asielprocedure (VA-toeslag) toegekend. De raad heeft zijn besluit om geen VA-toeslag toe te kennen, gebaseerd op artikel 5a, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr), zoals dat geldt vanaf 1 september 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1804
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502141/1/A2

202502232/1/A2

Bij besluiten van 8 september 2022 heeft de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een aanvraag van [appellante] ([appellante]) om een definitieve investeringsverklaring voor haar investering in 30 woningen in een (zorg)complex in Heemstede afgewezen. [appellante] is een toegelaten instelling, zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet. In het kader van haar takenpakket heeft zij opdracht gegeven tot realisatie van het project Slottuin. Binnen dit project zijn, onder meer, 30 woningen gerealiseerd die worden verhuurd aan Stichting Zorgbalans (Zorgbalans), die op haar beurt de woningen ter beschikking stelt aan haar cliënten die zijn geïndiceerd op grond van de Wet langdurige zorg (de Wlz). [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de zorgwoningen niet kunnen worden aangemerkt als voor verhuur bestemde woonruimten. De 30 woningen zijn zelfstandige wooneenheden. [appellante] verhuurt de woningen aan Zorgbalans, in de zin van artikel 7:201 van het BW. Alleen al deze omstandigheid maakt dat de woningen voor verhuur zijn bestemd. De rechtbank heeft over de huurovereenkomst tussen haar en Zorgbalans ten onrechte overwogen dat deze niet ziet op de huur van woningen, maar op de huur van een complex als bedrijfsruimte, aldus [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1807
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202502232/1/A2

202502931/1/A3

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] wil als taxichauffeur werken en heeft daarom op 1 mei 2024 een VOG voor een chauffeurskaart aangevraagd. De staatssecretaris heeft de afgifte van de VOG geweigerd en deze weigering in bezwaar gehandhaafd. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat [appellant] volgens registratie in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) onherroepelijk is veroordeeld voor onder meer het medeplegen van heling, het overtreden van de Wet wapens en munitie, diefstal in vereniging met braak, het aanwezig hebben van drugs, openlijke geweldpleging, belediging van een ambtenaar in functie en diverse verkeersovertredingen. Volgens de staatssecretaris is daarmee niet voldaan aan het objectieve criterium. Gelet op het plegen van strafbare feiten die bij uitstek niet te verenigen zijn met het doel van de aanvraag, weegt volgens de staatssecretaris het belang van de samenleving bij bescherming zwaarder dan het belang van [appellant] bij het verkrijgen van de VOG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1806
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202502931/1/A3

202502979/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont sinds 2011 met zijn echtgenote en twee minderjarige kinderen, in een tweekamerwoning van circa 44 m², gelegen aan het [locatie] te Amsterdam. Sinds 2018/2019 ondervindt het gezin structurele problemen met schimmelvorming in de woning. [appellant] heeft op grond van medische omstandigheden een aanvraag om urgentie ingediend. Het college heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen. Op grond van artikel 2.10.5, eerste lid, onder b, c en d van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (Hvv) weigert het college een urgentieverklaring te verlenen als het urgente huisvestingsprobleem niet aanwezig is, het huisvestingsprobleem kan worden voorkomen of op andere wijze kan worden opgelost door gebruik te maken van een ander voorziening. [appellant] keert zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het college terecht de urgentieverklaring heeft geweigerd en mocht afzien van toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1845
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502979/1/A2

202503192/1/A3

Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de burgemeester van Tilburg aan De Baron een alcoholwetvergunning en een exploitatievergunning verleend. De Baron exploiteert een brasserie en restaurant in Udenhout. Daarvoor heeft zij een alcoholwet- en exploitatievergunning aangevraagd, die de burgemeester allebei heeft verleend. Met deze vergunningen heeft de burgemeester De Baron toegestaan dat zij alcohol mag schenken. Ook mag zij een café/restaurant met twee terrassen exploiteren. [partij A] en anderen zijn het er niet mee eens. Volgens hen had de exploitatievergunning niet verleend mogen worden, omdat de woon- en leefsituatie in de omgeving op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1820
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202503192/1/A3

202503642/1/A2

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verkeersbesluit "nul-emissiezone Eindhoven 2025" vastgesteld. Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit van 28 mei 2024 waarbij het college heeft besloten tot het instellen van een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s per 1 januari 2025 binnen de stadsring van Eindhoven. Een nul-emissiezone betekent dat deze voertuigen uitstootvrij moeten zijn om in de zone te rijden. De uitspraak gaat in het bijzonder over de vraag of het bedrijventerrein aan de Hallenweg uitgezonderd zou moeten worden van de ingestelde nul-emissiezone. [appellant] en anderen hebben beroep ingesteld tegen het verkeersbesluit van 28 mei 2024. Zij zijn ondernemers die hun bedrijf uitoefenen binnen het bedrijventerrein aan de Hallenweg, gelegen binnen de stadsring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1835
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503642/1/A2

202504084/1/R3

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan Provast Groep Ontwikkeling B.V. (Provast) een omgevingsvergunning verleend voor de bouw en voor de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ ten behoeve van een woon/kantoortoren met commerciële plint aan het Delftseplein naast het centraal station in Rotterdam. De aanvragen van Provast hebben betrekking op de realisatie van een woon/kantoortoren met commerciële plint aan het Delftseplein (het Tree House). De voorziene toren ligt in het gebied Rotterdam Central District, dat op grond van artikel 2.18 van de Chw aangewezen is als ‘lokaal project van nationale betekenis’. De voorziene toren heeft 37 verdiepingen en een totale hoogte van ongeveer 133 meter. De voorziene toren bestaat uit een souterrain met een ondergrondse fietsparkeergarage, een commerciële plint op de begane grond en de 1e verdieping, acht kantoorverdiepingen op de 2e tot en met de 9e verdieping, een ruimte voor techniek en een kantoorruimte op de 10e verdieping en 299 woningen op de 11e tot en met de 37e verdieping. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen betogen dat er geen participatie heeft plaatsgevonden met hen, terwijl het Tree House grote milieueffecten zal hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1836
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504084/1/R3

202505740/1/R4

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk zijn beslissing om op 23 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Rijswijk 2021 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 159,05 voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een afvalzak met daarin een papierstuk, die op 23 september 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainers ter hoogte van de Prins Johan Friso Promenade 111 in Rijswijk. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de afvalzak met daarin een papierstuk, verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het papierstuk staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1829
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505740/1/R4

202505870/1/A2

Bij beslissing van 14 juli 2025 heeft de examencommissie van de opleiding International Business van de Hogeschool van Amsterdam aan [appellante] een negatief bindend studieadvies (hierna: NBSA) gegeven. [appellante] is in het studiejaar 2023/24 begonnen met de opleiding International Business aan de Hogeschool van Amsterdam. De examencommissie geeft aan iedere student aan het einde van diens eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase van de opleiding advies over de voortzetting van de opleiding. Ingevolge artikel 5.1, derde lid, van de Onderwijs- en Examenregeling van de HvA heeft dit advies een negatief bindend karakter als de student minder dan 50 studiepunten uit de propedeutische fase heeft behaald aan het einde van het eerste jaar. In het studiejaar 2023/24 heeft [appellante] problemen gehad met haar visum. In dat studiejaar, waarin zij de studievoortgangsnorm niet had gehaald, is de verplichting tot het geven van een advies opgeschort.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1817
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505870/1/A2

202505923/1/A2

Bij beslissing van 18 september 2025 heeft het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam het verzoek van [appellant] om inschrijving voor de masteropleiding Business Administration in studiejaar 2025-2026, afgewezen. [appellant] heeft een bacheloropleiding Bioinformatics gevolgd aan de University of Birmingham in Engeland. Hij heeft op 1 november 2024 verzocht om inschrijving voor de masteropleiding Business Administration aan de VU in studiejaar 2025-2026. [appellant] moest uiterlijk op 31 augustus 2025 onder meer een diploma van zijn bacheloropleiding indienen om te voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarden van de VU. [appellant] voert aan dat het CvB ten onrechte heeft geconcludeerd dat hij niet voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden. De toelatingscommissie heeft hem op 2 september 2025 een positief toelatingsbesluit gegeven. In het toelatingsbesluit staat ook dat hij onvoorwaardelijk is toegelaten. Daarbij komt dat het toelatingsbesluit na 1 september 2025 is genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1828
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505923/1/A2

202301769/1/V1

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1793
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301769/1/V1

202302538/1/V1

Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1792
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302538/1/V1

202504237/1/A3 en 202504237/2/A3

Bij besluit van 19 juni 2024 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [verzoeker] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [verzoeker] heeft op 8 mei 2024 bij de Nederlandse ambassade in Rabat een aanvraag ingediend voor een Nederlands paspoort. De minister heeft de aanvraag niet in behandeling genomen, omdat [verzoeker] niet (meer) in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Op 1 april 2013 heeft [verzoeker] van rechtswege het Nederlanderschap verloren op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). [verzoeker], die de Marokkaanse nationaliteit bezit, heeft als meerderjarige van 1 april 2003 tot en met 1 april 2013 onafgebroken zijn hoofdverblijf in Marokko gehad. De verjaringstermijn is niet gestuit. [verzoeker] stelt dat hij gedurende de tienjaarstermijn niet wist dat hij de Nederlandse nationaliteit bezat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1790
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202504237/1/A3 en 202504237/2/A3

202505411/2/R4

Bij besluit van 9 september 2025 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland het projectbesluit "Windpark Echteld-Lienden" vastgesteld. Een projectbesluit is een nieuw instrument dat is geregeld in afdeling 5.2 van de Ow. Het vastgestelde projectbesluit wijzigt omgevingsplannen van meerdere gemeenten en geldt als omgevingsvergunning voor verschillende activiteiten die nodig zijn voor de uitvoering van het project Windpark Echteld-Lienden. In paragraaf 5.1 van het projectbesluit staat dat het besluit geldt als omgevingsvergunning voor de realisatie van zeven windturbines langs de rijksweg A15 in de gemeenten Buren en Neder-Betuwe, ter vervanging van vier bestaande windturbines die zullen worden afgebroken. Het projectbesluit geldt ook als omgevingsvergunning voor de bouw van een onderstation voor een termijn van 35 jaar. Daarnaast wijzigt het projectbesluit de omgevingsplannen van de gemeenten Neder-Betuwe en Buren. Die wijzigingen gaan onder meer over een verbod op kwetsbare objecten in de buurt van de windturbines, een verbod op graafwerkzaamheden in de buurt van de kabels en het uitvoeren van werkzaamheden voor de realisatie van het windpark. NLVOW is het niet eens met het projectbesluit en daarom heeft zij hiertegen beroep ingesteld. NLVOW wil voorkomen dat initiatiefnemers beginnen met de realisatie van het windpark voordat uitspraak is gedaan in de bodemprocedure. Om die reden vraagt zij de voorzieningenrechter om het projectbesluit te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3269
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202505411/2/R4

202505616/2/A3

Bij besluit van 3 januari 2024 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de snackbar een boete opgelegd van € 67.500,00 opgelegd en besloten inspectiegegevens openbaar te maken wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). De minister heeft aan de snackbar een boete opgelegd omdat een inspecteur bij een controle heeft vastgesteld dat de snackbar artikel 18b, tweede lid, van de Wml heeft overtreden. [gemachtigde] exploiteerde de snackbar. Hij en zijn broer waren de twee vennoten van de snackbar. Het verzoek strekt ertoe om bij wijze van voorlopige voorziening de betalingsregeling te schorsen totdat in de bodemzaak is beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1780
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202505616/2/A3

202600547/2/R2

Bij besluit van 15 december 2025 heeft de raad van de gemeente Land van Cuijk het "TAM-Omgevingsplan hoofdstuk 22j Boxmeer, Zandkant 1 en 3, uitbreiding hoogspanningsstation" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Land van Cuijk vastgesteld (het wijzigingsbesluit). Het wijzigingsbesluit voorziet in een uitbreiding van het bestaande hoogspanningsstation op de locatie Zandkant 1 en 3 in Boxmeer. Het bestaande 150 kV station zal worden uitgebreid en het bestaande 380 kV station zal worden gesloopt en vervangen door een nieuw 380 kV station. Ook zal er nog een 20 kV station worden gebouwd. Het wijzigingsbesluit gaat gepaard met een landschappelijke inpassing. TenneT TSO B.V. is als netwerkbeheerder de initiatiefnemer van het project. [verzoeker] en anderen wonen in de nabije omgeving van de locatie waarop het wijzigingsbesluit ziet en vrezen voor nadelige gevolgen voor hun leefomgeving als gevolg van het wijzigingsbesluit. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om het wijzigingsbesluit te schorsen hangende het beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1782
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600547/2/R2

202600743/2/A3

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de burgemeester van Heerlen besloten de woning aan de [locatie] in Heerlen op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor zes maanden te sluiten. [verzoeker] woont in de woning aan de [locatie] in Heerlen, die hij huurt van Stichting Woonpunt. Naar aanleiding van een netmeting en buurtonderzoek is de woning op 17 juni 2025 doorzocht door de politie-eenheid Limburg. In de daarover op ambtsbelofte opgestelde bestuurlijke rapportage van 15 juli 2025 staat dat in de kelder een hennepkwekerij is aangetroffen, verdeeld over twee ruimtes. In totaal zijn er 228 planten aangetroffen. Er zijn aanwijzingen voor één of meerdere opbrengsten uit eerdere oogsten en de kweekruimtes waren voorzien van assimilatielampen, aan- en afzuiginstallatie, koolstoffilters en een toevoer van CO². Verder was de stroomaanvoer gemanipuleerd. In de woning is al eerder, namelijk op 10 april 2024, een hennepkwekerij aangetroffen. Verder heeft [verzoeker] op 31 oktober 2024 een waarschuwing gekregen in verband met de aanwezigheid van een hennepkwekerij op zijn vorige woonadres.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1789
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202600743/2/A3

202600902/2/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 24 februari 2026. [verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Ter zitting is gebleken dat voldaan is aan de vereisten voor het aannemen van wonen in de zin van artikel 1.1, aanhef en onder o, van de Wet basisregistratie personen. Het feit dat [verzoeker] niet de bedoeling heeft om permanent in de recreatiewoning te blijven wonen doet hier niet aan af. Omdat de aangevallen uitspraak naar verwachting stand zal houden bestaat geen aanleiding de gevraagde voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1876
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202600902/2/A3

BRS.25.000995

Bij besluit van 11 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1767
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000995

BRS.26.000723 en BRS.26.000724

Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1778
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000723 en BRS.26.000724

BRS.26.001118

Bij besluiten van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1783
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001118

BRS.26.001502

Bij besluit van 18 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1794
Datum uitspraak
31 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001502

BRS.26.001025 en BRS.26.001026

Bij besluit van 30 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1773
Datum uitspraak
30 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001025 en BRS.26.001026

BRS.26.001171

Bij besluit van 11 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1775
Datum uitspraak
30 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001171

BRS.26.001172

Bij besluit van 11 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1776
Datum uitspraak
30 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001172

BRS.26.001224

Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1766
Datum uitspraak
30 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001224

BRS.26.001264

Bij besluiten van 10 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1771
Datum uitspraak
30 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001264

BRS.26.001272

Bij besluit van 12 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1777
Datum uitspraak
30 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001272

202600688/3/A3, 202600689/3/A3, 202600690/3/A3, 202600691/3/A3, 202600692/3/A3 en 202600694/3/A3.

Bij afzonderlijke besluiten van 27 februari 2024, 25 april 2024, 19 september 2024, 23 september 2024, 11 februari 2025 en 4 november 2024 heeft de minister van Justitie en Veiligheid gereageerd op verzoeken van [wederpartij] op grond van de Wet open overheid (Woo). [wederpartij] heeft verschillende verzoeken op grond van de Woo bij de minister ingediend. De minister stelt zich in zijn besluitvorming op het standpunt dat sprake is van misbruik van recht, zoals bedoeld in artikel 4.6 van de Woo. Gelet op de hoeveelheid procedures, de onredelijke reikwijdte van de verzoeken, de korte periode waarbinnen de omvangrijke verzoeken worden ingediend, de onredelijke belasting voor de organisatie zonder dat dit een rechtmatig doel dient, het procedeergedrag van [wederpartij] en de hoeveelheid klachten en procedures met het oog op verkrijgen van dwangsommen, streeft [wederpartij] volgens de minister niet het verkrijgen van publieke informatie na.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1779
Datum uitspraak
27 maart 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202600688/3/A3, 202600689/3/A3, 202600690/3/A3, 202600691/3/A3, 202600692/3/A3 en 202600694/3/A3.

BRS.25.001658

Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1675
Datum uitspraak
27 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001658

BRS.26.001147

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1764
Datum uitspraak
27 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001147

202405996/1/V3

Bij besluit van 7 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1768
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405996/1/V3

202406876/1/V2

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat betrokkene wordt overgedragen aan Duitsland. De minister heeft de asielaanvraag van betrokkene bij besluit van 15 juni 2022 niet in behandeling genomen, omdat Bulgarije daarvoor verantwoordelijk was. Het aanmeldgehoor Dublin heeft op 12 december 2021 plaatsgevonden. Op 22 juni 2024 hebben de Bulgaarse autoriteiten de Nederlandse autoriteiten geïnformeerd dat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. De Duitse autoriteiten hebben het claimverzoek van Nederland op 2 juli 2024 geaccepteerd. Bij brief van 3 juli 2024 heeft de minister betrokkene in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te reageren op de verantwoordelijkheid van Duitsland voor de behandeling van het verzoek en daarvoor een termijn gesteld van twee weken. Betrokkene heeft daarop gereageerd. Vervolgens heeft de minister het bij de rechtbank bestreden overdrachtsbesluit genomen. Deze uitspraak gaat over de vraag of de minister betrokkene op grond van de Dublinverordening een aanvullend gehoor had moeten aanbieden over de overdracht aan Duitsland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1769
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406876/1/V2

202407969/1/V2

De minister van Asiel en Migratie moet opnieuw beslissen op de asielaanvraag van een Pakistaans gezin dat in Hongarije al een asielvergunning heeft. Een vreemdeling die hier asiel aanvraagt, kan in een andere lidstaat van de EU al een asielvergunning hebben. De minister mag zo'n zogenoemde statushouder vragen om terug te gaan naar de lidstaat die hem asiel heeft verleend. Het uitgangspunt is namelijk dat alle EU-lidstaten zich aan hun verplichting houden om de rechten van statushouders te waarborgen. Dit is alleen anders als de situatie voor statushouders in die lidstaat zo slecht is, dat zij niet meer beschikken over basisbehoeften als onderdak, voedsel en medische zorg. Of als een statushouder bijzondere behoeften heeft waar de lidstaat niet aan kan voldoen, zodat er een risico bestaat dat de statushouder in een onmenselijke situatie terechtkomt. In deze zaak heeft het Pakistaanse gezin enkele jaren als statushouder in Hongarije geleefd. Volgens hen was de algemene situatie in Hongarije zo slecht dat zij niet meer voor zichzelf konden zorgen. In de uitspraak van vandaag staat dat de omstandigheden voor statushouders in Hongarije slecht zijn, en dat het erg moeilijk is om toegang te krijgen tot voorzieningen. De Hongaarse autoriteiten helpen statushouders hier niet bij, en werken hen zelfs tegen. Alleen maatschappelijke organisaties en kerkelijke instellingen bieden hulp. Toch is er te weinig informatie om te concluderen dat statushouders in het algemeen daar niet aan hun basisbehoeften kunnen voldoen. De eisen om dit te concluderen zijn namelijk streng en er zijn geen concrete indicaties dat de maatschappelijke organisaties er niet in slagen om aan hen de nodige hulp te bieden. Dat betekent dat in het algemeen de minister nog steeds statushouders uit Hongarije mag vragen om naar dat land terug te gaan. Maar de algemene moeilijkheden voor statushouders wegen ook mee bij de vraag of een individuele statushouder risico loopt om in een onmenselijke situatie terecht te komen. De Afdeling bestuursrechtspraak komt in deze specifieke zaak tot het oordeel dat het gezin dit risico loopt, vanwege de bijzondere behoeften die zij hebben en de verschillende pogingen die zij hebben gedaan om in Hongarije aan hulp te komen, die steeds op niets uitdraaiden. Daarom moet de minister een nieuw besluit nemen op hun asielaanvraag. Als de minister niet kan uitleggen waarom hij toch vindt dat het gezin terug kan naar Hongarije, moet hij hun asielaanvraag alsnog in behandeling nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1781
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407969/1/V2

202501225/2/R3 en 202501264/2/R3

Bij besluit van 26 november 2024 heeft het college van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het wijzigingsplan "Natuurgebied Bodegraven Noord" gewijzigd vastgesteld. Met het wijzigingsplan heeft het college de bestemming van de gronden in het plangebied van het wijzigingsplan gewijzigd van "Agrarisch met waarden - Natuur en landschapswaarden" in de bestemming "Natuur". Daarbij heeft het college een wijzigingsbevoegdheid toegepast uit het daarvoor geldende bestemmingsplan "Buitengebied Noord". De maatschap en anderen zijn een groep agrariërs. Zij zijn eigenaar van gronden of pachten en/of huren gronden rondom de plangebieden van de voorliggende plannen. Daarnaast pachtte een deel van hen tot uiterlijk 1 januari 2026 gronden in de plangebieden. De maatschap en anderen vrezen voor de gevolgen van de ontwikkeling van het natuurgebied omdat de gronden in de plangebieden niet meer of minder geschikt zullen zijn voor agrarische doeleinden. Daarnaast vrezen zij dat de natuurontwikkeling nadelige effecten zal hebben op de agrarische bedrijfsvoering op gronden in de directe omgeving van de plangebieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1765
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202501225/2/R3 en 202501264/2/R3

BRS.24.000325

Bij besluit van 5 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1656
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000325

BRS.25.000428

Bij besluit van 7 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie geweigerd om appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1657
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000428

BRS.25.001250

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1667
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001250

BRS.26.000853

Bij besluit van 28 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1650
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000853

BRS.26.000984

Bij besluit van 18 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1664
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000984

BRS.26.001150

Bij besluit van 14 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1665
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001150

BRS.26.001169

Bij besluiten van 10 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1663
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001169

BRS.26.001195

Bij besluit van 15 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1666
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001195

BRS.26.001458

Bij besluit van 20 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1772
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001458

BRS.26.001470

Bij besluit van 26 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1774
Datum uitspraak
26 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001470

202405867/1/V3

Bij besluit van 5 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1674
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405867/1/V3

202502860/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1673
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502860/1/V1

BRS.25.000433

Bij besluit van 29 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1647
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000433

BRS.26.000829

Bij besluit van 11 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1671
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000829

BRS.26.001077

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1638
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001077

BRS.26.001135

Bij besluit van 31 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1762
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001135

BRS.26.001139

Bij besluit van 13 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1636
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001139

BRS.26.001343

Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1763
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001343

BRS.26.001375

Bij besluit van 28 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1670
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001375

BRS.26.001393

Bij besluit van 6 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1668
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001393

202002101/1/R2

Bij besluit van 21 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch de aanvraag van de maatschap om een omgevingsvergunning voor het vernieuwen en uitbreiden van een bouwmarkt afgewezen. De zaak gaat over een afgewezen aanvraag van de maatschap van 28 november 2017 om een omgevingsvergunning voor het vernieuwen en uitbreiden van een bouwmarkt aan de [locatie] in ’s-Hertogenbosch. De maatschap wil de bouwmarkt uitbreiden van 4.400 m² winkelvloer oppervlakte (wvo) naar ongeveer 8.000 m² wvo en vernieuwen met een ruimer aanbod, waaronder een tuincentrum, een drive-in en een ruimte voor doe-het-zelf masterclasses. Deze uitbreiding past zowel wat betreft de oppervlakte als het voorgenomen gebruik niet binnen het geldende bestemmingsplan "Orthenpoort", gezien de omvang van het bouwvlak, het vlak met de functieaanduiding "detailhandel volumineus" en het maximum bebouwingspercentage op de verbeelding. Volgens de maatschap is er marktruimte voor die uitbreiding en had het college de omgevingsvergunning redelijkerwijs moeten verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1745
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202002101/1/R2

202201957/1/R4

Bij besluit van 21 december 2021 heeft de raad van de gemeente West Betuwe het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" vastgesteld. De raad van de voormalige gemeente Geldermalsen heeft met het oog op de naderende inwerkingtreding van de Omgevingswet ervoor gekozen om het planologisch regime te vernieuwen voor het hele buitengebied, mede omdat een groot deel van het plangebied nog viel onder een bestemmingsplan uit 2006. Ook moet onder andere het provinciaal beleid zoals dat is opgenomen in de Omgevingsvisie Gelderland en de Omgevingsverordening Gelderland in het plan worden vertaald. In het plan is voornamelijk de bestaande situatie vastgelegd, maar het plan biedt ook de mogelijkheid voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen via afwijkingsbevoegdheden in de planregels. Ook zijn nieuwe initiatieven die kenbaar zijn gemaakt en reeds voldoende concreet waren en ruimtelijk aanvaardbaar, meegenomen bij de vaststelling van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1723
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201957/1/R4

202203114/1/A3, 202300412/1/A3, 202301224/1/A3, 202306765/1/A3, 202306766/1/A3 en 202405435/1/A3

Bij zes afzonderlijke besluiten van 6 november 2020, 15 januari 2021, 6 november 2020, 14 mei 2021, 15 januari 2021 en 26 februari 2021 heeft de minister aan onderscheidenlijk [bedrijf A], [appellante sub 2], [appellante sub 3], [appellante sub 4], [appellante sub 5] en [bedrijf B] (hierna tezamen: de online verkopers) bestuurlijke boetes opgelegd voor overtreding van artikel 40, tweede lid, en artikel 84, eerste lid, van de Geneesmiddelenwet. De online verkopers verkopen verschillende producten, die volgens hen moeten worden aangemerkt als voedingssupplementen. Inspecteurs van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit hebben geconstateerd dat de online verkopers de Gnw hebben overtreden, omdat zij de producten op hun websites hebben gepresenteerd als geneesmiddel zonder de daarvoor benodigde handelsvergunning. Ook zouden de online verkopers hebben gehandeld in strijd met het verbod in de Gnw om reclame te maken voor geneesmiddelen waarvoor geen handelsvergunning geldt. De minister heeft daarom aan de online verkopers boetes opgelegd voor overtreding van artikel 40, tweede lid, en artikel 84, eerste lid, van de Gnw. De totale boetes in de zes zaken varieerden van € 7.500 tot € 255.000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1651
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Verwijzingsuitspraak
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202203114/1/A3, 202300412/1/A3, 202301224/1/A3, 202306765/1/A3, 202306766/1/A3 en 202405435/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203114/1/A3, 202300412/1/A3, 202301224/1/A3, 202306765/1/A3, 202306766/1/A3 en 202405435/1/A3

202204708/2/A2

Bij veertien afzonderlijke besluiten van verschillende data heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan ieder van de exploitanten een vergunning verleend voor het exploiteren van een Bed & Breakfast. Bij dertien afzonderlijke besluiten van 22 april 2021 en bij besluit van 29 december 2021 heeft het college beslist op de daartegen gemaakte bezwaren van [verzoeker A], [verzoeker B], [verzoeker C], [verzoeker D], [verzoeker E], [verzoeker F], [verzoeker G], [verzoeker H], [verzoeker I, [verzoeker J, [verzoeker K], [verzoeker L] en [verzoeker M], respectievelijk van [verzoeker N]. Bij uitspraak van 17 juni 2022 heeft de rechtbank de daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen die uitspraak hebben de exploitanten gezamenlijk hoger beroep ingesteld (zaaknummer 202204708/1/A2). Daarbij hebben de exploitanten verzocht om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling heeft bij uitspraak van 11 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1389, het hoger beroep van de exploitanten ongegrond verklaard. In deze uitspraak beslist de Afdeling op het bovengenoemde verzoek om schadevergoeding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1752
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204708/2/A2

202205411/1/A3

Bij besluit van 5 oktober 2021, op schrift gesteld op 8 oktober 2021, heeft de burgemeester van Gorinchem de woning van [appellant sub 2] met toepassing van spoedeisende bestuursdwang voor twee weken gesloten. B[appellant sub 2] woonde samen met zijn inmiddels overleden vrouw en zijn zoon, [zoon], in de woning aan de [locatie] in Gorinchem. Op 5 oktober 2021 is de woning van [appellant sub 2] doorzocht op grond van de Wet wapens en munitie. Van de doorzoeking is op 11 oktober 2021 een bestuurlijke rapportage opgemaakt. In de slaapkamer van [appellant sub 2] zijn 0,9 gram cocaïne, verpakt in twee zogenoemde ‘ponypacks’, en tien lege wikkels, waarvan ambtshalve bekend is dat deze gebruikt worden voor het verpakken van verdovende middelen, aangetroffen. Op de zolderkamer, waar de zoon van [appellant sub 2] sliep, is 4,1 gram MDMA aangetroffen, verpakt in twee zakjes met elk vijf pillen. Ook zijn een alarmpistool met knalpatronen en € 4.400,00 aan contanten op de zolderkamer aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1690
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202205411/1/A3

202205473/1/R2

Bij besluiten van 28 februari 2005 en 10 maart 2005 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode (tegenwoordig: het college) aan [appellant sub 1] respectievelijk aan [appellant sub 2] aanlegvergunningen verleend voor het dempen en aanleggen van diverse sloten/watergangen en het egaliseren en draineren van diverse percelen gelegen nabij het Morgenstraatje en de Slophoosweg in Sint-Oedenrode. De rechtsvoorganger van het college heeft in 2005 aan [appellant sub 1] een aanlegvergunning verleend voor het dempen van diverse sloten en/of watergangen en het egaliseren en draineren van diverse percelen gelegen nabij het Morgenstraatje in Sint-Oedenrode. Verder heeft de rechtsvoorganger van het college in 2005 aan [appellant sub 2] een aanlegvergunning verleend voor het aanleggen en dempen van diverse sloten en/of watergangen ter plaatse van de percelen gelegen nabij de Slophoosweg in Sint-Oedenrode. Tegen deze vergunningen hebben BMF en Het Groene Hart diverse procedures gevoerd. Voor zover nu van belang, hebben deze procedures ertoe geleid dat de rechtbank de besluiten van 16 december 2021 heeft vernietigd en het college heeft opgedragen een nieuw besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1744
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205473/1/R2

202207121/1/V6

Bij besluit van 3 januari 2020 (het overschrijdingsbesluit) heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] een boete opgelegd van € 500,00 wegens het niet tijdig voldoen aan de inburgeringsplicht en bepaald dat hij de lening voor het volgen van een inburgeringscursus moet terugbetalen. Bij brief van 20 mei 2016 heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij inburgeringsplichtig is en dat zijn inburgeringstermijn start op 4 maart 2016. [appellant] had tot en met 15 september 2019 de tijd om te voldoen aan zijn inburgeringsplicht. In het overschrijdingsbesluit heeft de minister [appellant] meegedeeld dat hij niet op tijd is ingeburgerd en hij daarom een boete krijgt van € 500,00. De minister heeft daarnaast bepaald dat hij de lening die [appellant] bij de Dienst Uitvoering Onderwijs heeft afgesloten niet zal kwijtschelden en [appellant] het geleende geld dus zal moeten terugbetalen. In het terugbetalingsbesluit heeft de minister [appellant] vervolgens meegedeeld dat zijn schuld € 6.590,00 bedraagt en hij maandelijks € 54,92 moet betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1751
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202207121/1/V6

202207489/2/R2

Bij tussenuitspraak van 16 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3232, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Weert opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen, de daarin onder 15.3, 16.4 en 17.3 omschreven gebreken in het besluit van 16 november 2022, waarbij het bestemmingsplan "Zevensprong" is vastgesteld, te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 15.3 geoordeeld dat de raad het standpunt dat het bestemmingsplan niet zal leiden tot onevenredige verkeershinder onvoldoende heeft onderbouwd. Daarbij achtte de Afdeling van belang dat de raad onvoldoende heeft onderbouwd dat de omliggende wegen de toename van de verkeersbewegingen als gevolg van het plan aankunnen. [appellant sub 3], [appellant sub 2] en [appellant sub 1] en anderen hebben in hun zienswijzen te kennen gegeven dat zij zich niet met herstelbesluit kunnen verenigen. Het is onduidelijk hoe de raad de capaciteit van de omliggende wegen heeft ingeschat. Ook is de verkeersgeneratie van het plan mogelijk onderschat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1679
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202207489/2/R2

202300717/2/V1

Bij verwijzingsuitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4125, (verwijzingsuitspraak) heeft de Afdeling het Hof van Justitie verzocht om in een prejudiciële beslissing uitspraak te doen over de door haar gestelde vragen over het verlengen van de beslistermijn voor verzoeken om internationale bescherming in het licht van artikel 31, derde lid, derde volzin en onder b, van de Procedurerichtlijn. Dit artikelonderdeel is geïmplementeerd in artikel 42, vierde lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000. Laatstgenoemd artikelonderdeel geeft de minister de mogelijkheid om de beslistermijn van zes maanden uit artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000, met hoogstens negen maanden te verlengen. De minister mag de beslistermijn verlengen als een groot aantal onderdanen van derde landen of staatlozen tegelijk om internationale bescherming verzoekt (asielverzoek), waardoor het in de praktijk zeer moeilijk is om de procedure binnen de termijn van zes maanden af te ronden. De minister heeft de beslistermijn met het Wijzigingsbesluit Vc 2000 van 21 september 2022, geldend vanaf 27 september 2022 (WBV 2022/22), met negen maanden verlengd. Dit besluit geldt voor alle asielverzoeken waarvan de wettelijke beslistermijn nog niet was verstreken op 27 september 2022 en die zijn ingediend tot 1 januari 2023. In deze einduitspraak beantwoordt de Afdeling met inachtneming van het arrest Zimir de vraag of de minister met WBV 2022/22 de beslistermijn voor asielzaken van zes maanden met negen maanden mocht verlengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1749
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202300717/2/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300717/2/V1

202301323/1/R1

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de raad van de gemeente Purmerend het bestemmingsplan "Vredenburghweg" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van drie recreatiewoningen en een beheerderswoning op een perceel dat aan de zuidzijde van het perceel [locatie 1] te Zuidoostbeemster grenst. Op het perceel staat nu nog een druivenkas, met een oppervlakte van ongeveer 360 m2. Het perceel wordt gebruikt als volkstuin. Parallel aan de oostkant van het perceel lopen een watergang en de Vredenburghweg. Ten oosten van de weg ligt het bedrijf van [appellant sub 2] met ten oosten daarvan de A7. Aan de westzijde van het perceel met de kas en de volkstuinen liggen akkers en staan diverse bosschages. Ten zuiden van het perceel liggen meer volkstuintjes, waarop enkele gebouwtjes staan en boomgaarden aanwezig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1738
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202301323/1/R1

202302333/1/A2

Bij besluit van 22 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van € 20.000,00, wegens omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Het college heeft op basis van een inspectie op 14 oktober 2019 geconcludeerd dat de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning) is omgezet van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen, zonder dat daarvoor een vergunning is verleend. Dat is in strijd met het artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (de Hv), in samenhang gelezen met artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 (de Hw) en artikel 5:1, eerste lid, van de Hv (het omzettingsverbod). Het college heeft bij besluit van 19 december 2019 [appellante], eigenaar van de woning, gelast om die overtreding voor 21 januari 2020 te beëindigen en beëindigd te houden. Het college heeft daarbij bepaald dat als [appellante] niet aan de last voldoet, zij een dwangsom ter hoogte van € 5.000,00 moet betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1734
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202302333/1/A2

202302704/1/R1

Bij besluit van 24 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren aan [partij A] een omgevingsvergunning verleend voor een periode van tien jaar voor het gebruik van een woonboot en de aanleg van een daarbij behorende drijvende steiger, golfbreker en twee parkeerplaatsen, ter hoogte van de [locatie] in Loosdrecht. [partij A] is eigenaar van een woonboot. Die woonboot lag voorheen aan de Spinaker in Loosdrecht, maar moest daar weg vanwege ontwikkeling van dat gebied. In overleg met het college heeft [partij A] een aanvraag om omgevingsvergunning gedaan om de woonboot te mogen afmeren aan de Boegspriet in Loosdrecht, ter hoogte van [locatie], in afwijking van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Dorpscentrum Oud-Loosdrecht". Het gaat bij die aanvraag mede om het realiseren van een bijbehorende steiger, golfbreker en twee parkeerplaatsen. [appellant] en andere wonen alle in de omgeving, of zijn daar gevestigd. Zij zijn tegen de komst van de woonboot, met name omdat die in hun uitzicht komt te liggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1707
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202302704/1/R1

202302931/1/A2

Bij besluit van 27 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellante] een last onder dwangsom ter hoogte van € 10.000,00 opgelegd, wegens omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Het college heeft op basis van een inspectie op 18 februari 2020 geconcludeerd dat de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning) als onzelfstandige woonruimte wordt bewoond door meer dan drie personen, zonder dat daarvoor een vergunning is verleend. Dat is in strijd met het artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (de Hv), in samenhang gelezen met artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014 (de Hw) en artikel 5:1, eerste lid, van de Hv (het omzettingsverbod). Het college heeft bij besluit van 9 april 2020 [appellante], eigenaar van de woning, gelast om die overtreding voor 2 juni 2020 te beëindigen en beëindigd te houden. Het college heeft daarbij bepaald dat als [appellante] daaraan niet voldoet, zij een dwangsom ter hoogte van € 5.000,00 moet betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1729
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202302931/1/A2

202303047/1/R3 en 202404821/1/R3

Bij besluit van 1 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan Stichting Querido Groningen een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een appartementencomplex voor minder mobiele senioren, voorzien van een parkeerkelder, een (wijk)restaurant en (zorg)voorzieningen op het perceel Van Ketwich Verschuurlaan 92 in Groningen. Er kunnen 145 woningen worden gebouwd. Omwonenden kwamen eerder tegen de vergunning in beroep bij de rechtbank. Die vernietigde de vergunning en droeg het college van B&W opnieuw te beslissingen op de vergunningaanvraag. Tegen deze uitspraak is het college in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Ter uitvoering van de uitspraak heeft het college in juli 2024 wederom de vergunning verleend voor het appartementencomplex. Omwonenden zijn het hier nog steeds niet mee eens. Ze vrezen parkeeroverlast. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de zaak op 27 november 2025 op zitting behandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1750
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303047/1/R3 en 202404821/1/R3

202303293/1/R4

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Beuningen besloten het bestemmingsplan "Kennedysingel - Notaris Stephanus Roesstraat Winssen" niet vast te stellen. [appellant] is eigenaar van het perceel op de hoek van de Kennedysingel en de Notaris Stephanus Roesstraat in Winssen. Hij heeft de wens het op het perceel gelegen bedrijfspand te slopen en daarvoor in de plaats drie rijwoningen en zes appartementen te realiseren, bedoeld voor de verhuur in het middenhuur segment. [appellant] wil aan de zijde van de Kennedysingel een hoofdgebouw in de vorm van een T-boerderij bouwen en aan de zijde van de Notaris Stephanus Roesstraat een notariswoning. Verder is op het perceel een bijgebouw met garageboxen voorzien. [appellant] betoogt dat de raad ten onrechte aan het besluit om het bestemmingsplan niet vast te stellen onder meer ten grondslag heeft gelegd dat het bestemmingsplan niet voldoet aan het 10 punten plan, voor zover het de daarin opgenomen groennorm en de vereisten voor natuurinclusief bouwen betreft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1692
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202303293/1/R4

202304077/1/A3

Bij besluit van 19 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oisterwijk, op grond van artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), op de percelen van woningbouwlocatie Pannenschuur VI een voorlopig voorkeursrecht gevestigd. [wederpartij] exploiteert een landbouwbedrijf aan [locatie 1] en [locatie 2] in Heukelom. De gemeente wil woningbouw realiseren op de gronden ten zuidoosten van het bedrijf, direct aan de andere kant van de straat Hoog Heukelom. In verband met geurhinder op kadastraal perceel H358 moet een agrarisch bedrijfsgebouw van [wederpartij] worden verplaatst. Daarover hebben [wederpartij] en de gemeente in 2018 een overeenkomst gesloten. Het gebied wordt in de overeenkomst aangeduid als ‘Pannenschuur Buiten’. De gemeente heeft ook plannen om woningbouw te realiseren op de locatie Pannenschuur VI. Dit gebied omvat de kadastrale percelen van [wederpartij] met nrs. H834, H988, waarop het agrarische bouwvlak rust, en H989, en de percelen ten noordoosten daarvan. Om Pannenschuur VI te kunnen realiseren, heeft de raad bij besluit van 2 juli 2020 op die percelen een voorkeursrecht als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Wvg gevestigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1733
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304077/1/A3

202305276/1/A3

Bij besluit van 30 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Financiënhet verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) afgewezen. Op 14 juni 2021 heeft [appellant] de staatssecretaris verzocht om openbaarmaking van alle informatie die direct of indirect betrekking heeft op wederzijdse rechtshulp tussen Nederland en Australië betreffende Nederlandse (rechts)personen in strafzaken betreffende fraude, witwassen en alle belasting- en douanedelicten gedurende de periode van 1 januari 2014 tot aan de datum van het verzoek. Het gaat hierbij onder meer om wederzijdse rechtshulpverzoeken (inkomend en uitgaand), correspondentie tussen de Nederlandse en de Australische autoriteiten, notities en andere documenten en informatie-uitwisseling zonder voorafgaand rechtshulpverzoek. Ook heeft [appellant] verzocht om openbaarmaking van de informatie die in het kader van het samenwerkingsverband "Joint Chiefs of Global Tax Enforcement" (het J5-samenwerkingsverband) tussen de Nederlandse en Australische autoriteiten is uitgewisseld, waaronder correspondentie, notities en andere documenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1736
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202305276/1/A3

202306320/1/R2

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het wijzigingsplan "Buitengebied Zuid 2013, Sprundelsebaan 181" vastgesteld. Het wijzigingsplan maakt de aanleg van een paardenbak met lichtmasten mogelijk. [partij] heeft namelijk enkele paarden en wil de paardenbak hobbymatig gebruiken. De paardenbak met lichtmasten is er al en dit plan legaliseert dat. [appellant] woont daar vlakbij en ervaart overlast van de lichtmasten bij deze paardenbak. Hij wil dat de lichtmasten worden verwijderd. [appellant] betoogt dat het wijzigingsplan in strijd met het gelijkheidsbeginsel is vastgesteld. Hij voert hierover aan dat de situatie in de uitspraak van de Afdeling van 18 april 2012, ECLI:NL:RVS:2012:BW3015, vergelijkbaar is met het voorliggende geval. Daar wilde het college dat de lichtmasten werden verwijderd om lichthinder in het buitengebied tegen te gaan. Daarnaast moesten de lichtmasten op het bedrijventerrein van [partij] aan de [locatie] zo worden afgesteld dat omwonenden geen overlast zouden ervaren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1737
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306320/1/R2

202306355/1/A3

Bij besluit van 3 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montfoort op grond van artikel 6 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) verschillende percelen en perceelsgedeelten gelegen binnen de locatie "Doeldijk" in Montfoort, waaronder op een deel van de percelen van [appellant], een voorlopig voorkeursrecht gevestigd. [appellant] is eigenaar van [locatie 1] en [locatie 2] in Montfoort. Hier staan twee woningen onder één kap en verschillende bijgebouwen. Verder bestaan de percelen voor een groot deel uit grasland, dat hobbymatig wordt gebruikt voor het beweiden van schapen, koeien en geiten. Het voorkeursrecht is onder meer gevestigd op een deel van [appellant] perceel A 2910. De reden voor vestiging van het voorkeursrecht is dat het gebied volgens de raad kansrijk is voor de bouw van ongeveer 200-250 woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1730
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wet voorkeursrecht gemeenten
  • uitspraakin de zaak202306355/1/A3

202306522/1/R2

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Spinder 2017, partiële herziening" (het bestemmingsplan) vastgesteld. De Spinder, in het noorden van Tilburg, nabij de Midden-Brabantweg. Op De Spinder vindt gespecialiseerde afvalverwerking plaats. Het bestemmingsplan voorziet in het uitsluiten van nieuwe mestbewerkingsbedrijven op De Spinder en in het uitsluiten van uitbreiding van het daar gevestigde, bestaande mestbewerkingsbedrijf. Dit is, volgens de bij het bestemmingsplan behorende toelichting, gebeurd door het opnemen van een verbod in de bestemmingsbeschrijving en een expliciet verbod bij de gebruiksregels. VBT en Deponie Zuid betogen dat het bestemmingsplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening omdat het ten onrechte de bouw- en gebruiksmogelijkheden van het perceel waarop de mestvergistingsinstallatie in aanbouw is, beperkt. Volgens hen wordt deze beslissing van de raad niet gedragen door een deugdelijke motivering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1735
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306522/1/R2

202306688/1/R2

Bij besluit van 17 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen een overtreding van de omgevingsvergunning voor een dakopbouw aan de [locatie] in Breda, afgewezen. [appellante] heeft bij het college een verzoek tot handhaving gedaan omdat de dakopbouw van haar buren [partij A] en [partij B] niet in overeenstemming met de omgevingsvergunning is gebouwd. [partij A] en [partij B] hebben deze dakopbouw in 2022 op het dak van hun woning geplaatst. De dakopbouw is groter dan de vergunning toestaat en steekt een aantal centimeters uit over de erfgrens, waardoor er een overtreding is. Het college vindt handhaven onevenredig, omdat de aard en de omvang van de overtreding gering is. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of de rechtbank terecht geoordeeld heeft dat handhaven in dit geval onevenredig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1731
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306688/1/R2
vorige pagina1...141516...1.252volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon