Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.011
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202505841/1/R4

Bij besluit van 22 oktober 2025 heeft het college zijn beslissing om op 13 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 10 van de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 en artikel 6 Uitvoeringsbesluit Afvalstoffen Rotterdam 2018 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 192,00 voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 13 oktober 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse papiercontainer (ORAC) ter hoogte van [plaats] in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is en door haar is aangeboden, maar stelt dat het niet mogelijk was om haar afval op de gebruikelijke juiste wijze te deponeren in de ORAC omdat deze vol zat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3044
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505841/1/R4

202506129/1/R4

Bij besluit van 6 november 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 28 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Rotterdam aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 192,00, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platgemaakte kartonnen doos die op 28 oktober 2025 door een toezichthouder van de gemeente is aangetroffen. De toezichthouder heeft de doos aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar hij stelt dat hij niet diegene is geweest die de doos naast de ORAC heeft gelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3030
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202506129/1/R4

202506149/1/R4

Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op 19 augustus 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2020 van de gemeente Zaanstad aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 210,00, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 19 augustus 2025 door een toezichthouder is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) op de locatie Vurehout in Zaandam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzak verkeerd heeft aangeboden, omdat op het afval in de huisvuilzak de adresgegevens van [appellante] zijn gevonden. [appellante] betwist niet dat de huisvuilzak van haar afkomstig is. Zij stelt echter wel dat het voor haar niet mogelijk was om de huisvuilzak in de gebruikelijke ORAC te deponeren, omdat die vol was. [appellante] stelt ook dat zij niet wist dat ze haar afvalpas ook bij andere ORAC’s kon gebruiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3029
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202506149/1/R4

202600781/1/A2

Bij beslissing van 12 november 2025 heeft de examinator een door [appellante] gemaakte praktische toets, behorend tot de Lijn Tandheelkundige Vaardigheden 2B, opnieuw met een onvoldoende beoordeeld. In het studiejaar 2024-2025 heeft [appellante] op 26 augustus 2025 deelgenomen aan de vijfde herkansing voor een praktische toets van het vak Lijn Tandheelkundige Vaardigheden 2B. Bij beslissing van diezelfde dag heeft de examinator de toets met toepassing van het zogenoemde knock-outcriterium op het onderdeel outline met een onvoldoende beoordeeld. Het knock-outcriterium houdt in dat, als aan dat criterium is voldaan, meteen een onvoldoende wordt gegeven. Het wordt toegepast omdat het gaat om een vaardigheid die studenten in het derdejaars-kliniek op patiënten moeten toepassen, waarbij de patiëntveiligheid voorop staat. [appellante] heeft volgens de docent op meerdere plekken onnodig te veel gezond weefsel weggeboord.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3014
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600781/1/A2

202203982/3/R4

Ten aanzien van zaak nr. 202203982/1/R4, die op 29 mei 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft staatsraad mr. H.J.M. Besselink, die als voorzitter van de meervoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 26 mei 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat hij in zijn vorige functie als advocaat één van de partijen in het geschil heeft geadviseerd over een rechtsvraag die in het bovengenoemde zaak nr. aan de orde kan komen. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3006
Datum uitspraak
27 mei 2026
  • Verschoning
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202203982/3/R4

202403654/1/V1

Verzoekers hebben het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hen opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2972
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403654/1/V1

202406821/1/V2

Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2962
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406821/1/V2

202407079/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister van Asiel en Migratie te veroordelen in de bij hem opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2974
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407079/1/V1

202505251/1/V2

Bij besluit van 26 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2960
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202505251/1/V2

202601058/1/A3 en 202601058/2/A3

Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Assen de standplaatsvergunningen van Brabantfruit van 27 oktober 2014 en van 7 maart 2018 ingetrokken. Aan [verzoeker] zijn in 2014 en 2018 vergunningen verleend voor het innemen van een standplaats met een groente- en fruitkraam op de weekmarkt in Assen. De vergunningen golden voor de woensdagen en zaterdagen. In 2018 zijn de werkzaamheden voortgezet door Brabantfruit, waarvan [verzoeker] de bestuurder is en de feitelijke leidinggevende. Het college heeft op grond van het LBB-advies de verleende standplaatsvergunningen ingetrokken op grond van artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a en b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Brabantfruit en [verzoeker], als feitelijke leidinggever, zijn veroordeeld voor handelen in strijd met de AWR in verband met de aangiften loonbelasting in de jaren 2018-2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2957
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202601058/1/A3 en 202601058/2/A3

BRS.26.000577

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2951
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000577

BRS.26.001923 en BRS.26.001924

Bij brief van 17 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant meegedeeld dat hij de termijn voor de overdracht aan Litouwen heeft verlengd tot achttien maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2969
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001923 en BRS.26.001924

BRS.26.002010 en BRS.26.002011

Bij besluit van 1 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2950
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002010 en BRS.26.002011

BRS.26.002031

Bij besluiten van 18 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2946
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002031

BRS.26.002035

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2958
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002035

BRS.26.002160

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2954
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002160

BRS.26.002252

Bij besluit van 27 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2966
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002252

BRS.26.002260

Bij besluit van 27 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2967
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002260

BRS.26.002283

Bij besluiten van 15 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2942
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002283

BRS.26.002549

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2970
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002549

BRS.26.002570

Bij besluit van 13 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2991
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002570

202304799/1/R3

De termijn voor het indienen van een hogerberoepschrift bedraagt op grond van artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 6:24 van de Awb zes weken. De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop de uitspraak is bekendgemaakt. Dat betekent dat de termijn afliep op 7 juli 2023. De Afdeling stelt vast dat het hogerberoepschrift is ingediend via het Digitaal loket op 10 juli 2023. Dat is buiten de termijn en dus te laat. De Afdeling heeft [appellant] de mogelijkheid gegeven toe te lichten waarom de termijnoverschrijding volgens hem verschoonbaar is. Wat [appellant] heeft aangevoerd, bevat geen redenen voor het oordeel dat de termijnoverschrijding verschoonbaar is, waarbij van belang is dat de door [appellant] genoemde feiten en omstandigheden dateren van na het instellen van het hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3079
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304799/1/R3

202505467/4/A2

Tijdens de zitting op 13 mei 2026 heeft [verzoeker] verzocht om wraking van staatsraad mr. J.M. Willems als voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak belast met de behandeling van de zaak nr. 202505467/2/A2. Het verzoek om wraking is naar zijn strekking gericht tegen alle leden van de Raad van State en daarmee tegen de Afdeling bestuursrechtspraak als zodanig. [verzoeker] heeft dit ook op de zitting bevestigd. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 12 juni 2012, ECLI:NL:RVS:2012:1059) is de ratio van artikel 8:15 van de Awb blijkens de wetsgeschiedenis gelegen in het waken tegen inbreuken op de rechterlijke onpartijdigheid en tegen de schijn van rechterlijke partijdigheid. Een wrakingsgrond dient dan ook gelegen te zijn in feiten of omstandigheden die betrekking hebben op de persoon van de staatsraad die de zaak behandelt. Het verzoek kan dan ook niet het rechterlijk college als zodanig betreffen. Nu het verzoek van [verzoeker] is gericht tegen de Raad van State als geheel en daarmee tegen de Afdeling als zodanig, wordt het niet aangemerkt als een verzoek om wraking in de zin van de wet en kan het om die reden niet in behandeling worden genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3092
Datum uitspraak
26 mei 2026
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202505467/4/A2

BRS.25.000864

Bij besluit van 7 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2928
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000864

BRS.25.000974

Bij brief van 26 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2878
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000974

BRS.25.001045

Bij besluit van 25 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2859
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001045

BRS.25.002396

Bij besluit van 20 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2873
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002396

BRS.26.000311

Bij besluiten van 3 en 10 december 2024 en 4 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd of een EU-verblijfsvergunning voor langdurig ingezetenen te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2934
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000311

BRS.26.000625

Bij besluit van 21 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2879
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000625

BRS.26.001094

Bij besluit van 15 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 maart 2024 het recht op bescherming is geëindigd dat appellant genoot op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de EU/EER binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2866
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001094

BRS.26.001218

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2858
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001218

BRS.26.001653 en BRS.26.001654

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2926
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001653 en BRS.26.001654

BRS.26.001846

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2929
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001846

BRS.26.002047

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2935
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002047

BRS.26.002065

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2931
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002065

BRS.26.002271

Bij besluit van 10 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2933
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002271

BRS.26.002344

Bij besluit van 3 juli 2024, aangevuld bij besluit van 22 augustus 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2932
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002344

BRS.26.002480

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2949
Datum uitspraak
22 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002480

202305282/4/R2

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Tilburg het bestemmingsplan "Buitengebied De Zandleij 2012, 16e herziening (Recreatiepark Duinhoeve)" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt een uitbreiding en herindeling van Recreatiepark Duinhoeve (het recreatiepark) aan de Oude Bosschebaan 4 in Udenhout met een kwaliteitsverbetering van het landschap mogelijk. [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het bestemmingsplan wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist. Zij hebben hun verzoek toegespitst op de werkzaamheden die op dit moment op het recreatiepark plaatsvinden. Het gaat dan om de bouw van semipermanente recreatieverblijven aan de noordkant van het recreatiepark, op de inrichtingstekening bij het bestemmingsplan aangeduid als "in de duinen", en de aanleg van verharding. Verder hebben zij op de zitting toegelicht dat hun verzoek ook gaat over het plaatsen van speelvoorzieningen ten zuidwesten van de ingang van het recreatiepark. Volgens [verzoekers] veroorzaken deze werkzaamheden veel overlast en zal de ingebruikname van de recreatieverblijven en speelvoorzieningen leiden tot een toename van geluids- en verkeersoverlast bij hun woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2941
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305282/4/R2

202404930/2/R4

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein aan Sport Catering B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van gebouwdelen D en E van het NBC-congrescentrum aan de Blokhoeve 1 in Nieuwegein. Sport Catering B.V. heeft de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen gedaan naar aanleiding van een brand die op 7 september 2022 heeft plaatsgevonden in het NBC-congrescentrum aan de Blokhoeve 1 in Nieuwegein. Door die brand zijn onder meer gebouwdelen D en E onbruikbaar geworden. De aanvraag gaat over de (her)bouw van gebouwdelen D en E van het NBC-congrescentrum, waarbij het bruto-vloeroppervlak van gebouwdeel E gelijk blijft aan de situatie van voor de brand, maar het bruto-vloeroppervlak van gebouwdeel D met 1.735 m2 toeneemt. De Eerste Symfonie en De Woonindustrie zijn eigenaar en exploitant van de bedrijfspanden aan de Symfonielaan 1 en 5 in Nieuwegein, naast het perceel waarover deze zaak gaat. Zij kunnen zich met de vergunningverlening niet verenigen omdat zij vrezen voor parkeerproblemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2923
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404930/2/R4

202407594/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2944
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407594/1/V1

202600224/1/R1 en 202600224/2/R1

Bij besluit van 22 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad een verzoek van [partij B] om handhavend op te treden tegen een aantal bouwwerken op het perceel [locatie 1] in Westknollendam gedeeltelijk toegewezen en [verzoeker A] en [verzoeker B] onder oplegging van een dwangsom gelast om, voor zover hier van belang, de aan hun woning gebouwde overkapping te verwijderen en verwijderd te houden. Bij uitspraak van 12 december 2025, voor zover hier van belang, heeft de rechtbank de beroepen van [verzoeker A] en [verzoeker B] tegen de besluiten van 30 mei 2023 en 27 februari 2025 ongegrond verklaard. De beroepen van [verzoeker A] en [verzoeker B] tegen de besluiten van 15 april 2025 en 16 juni 2025 heeft de rechtbank gegrond verklaard. De rechtbank heeft het besluit van 15 april 2025 voor zover het de verlengde begunstigingstermijn ten aanzien van de schuur betreft en het besluit van 16 juni 2025 vernietigd en alsnog het einde van de begunstigingstermijn ten aanzien van de schuur bepaald op zes weken na verzending van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2869
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600224/1/R1 en 202600224/2/R1

BRS.24.000100

Bij besluit van 15 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2846
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000100

BRS.26.001273

Bij besluit van 13 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2850
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001273

BRS.26.001475

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2843
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001475

BRS.26.001487

Bij besluit van 4 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie de termijn van de aan appellant opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2851
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001487

BRS.26.001560

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat verzoeker met ingang van 5 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn Tijdelijke Bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382. De staatssecretaris heeft verzoeker ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 5 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2856
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001560

BRS.26.001763

Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2864
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001763

BRS.26.001992

Bij besluit van 7 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2847
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001992

BRS.26.002096

Bij besluit van 21 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat verzoeker met ingang van 5 maart 2024 geen recht meer heeft op tijdelijke bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU 2022/382). De staatssecretaris heeft verzoeker ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 5 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2852
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002096

BRS.26.002101

Bij besluit van 19 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2838
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002101

BRS.26.002156

Bij besluit van 4 maart 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2832
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002156

BRS.26.002346 en BRS.26.002347

Bij besluit van 24 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2938
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002346 en BRS.26.002347

BRS.26.002429

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2927
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002429

BRS.26.002448

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2860
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002448

BRS.26.002510

Bij besluit van 12 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2930
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002510

BRS.26.002534

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2952
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002534

202406064/6/A2, 202501491/2/A2, 202501494/2/A2, 202503357/2/A2 en 202504330/2/A2

Bij e-mail, ingekomen op 20 april 2026, heeft [verzoeker] verzocht om wraking (eerste verzoek) van de staatsraden mr. J.M. Willems, mr. G.O. van Veldhuizen en mr. A.B. Blomberg, als voorzitter en leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaken met nummers 202406064/5/A2, 202501491/1/A2, 202501494/1/A2, 202503357/1/A2 en 202504330/1/A2. Bij e-mail, ingekomen op 20 april 2026, heeft [verzoeker] verzocht om wraking (tweede verzoek) van de staatsraden mr. P.H.A. Knol, mr. J.H. van Breda en mr. J.A.W. Huijben, als voorzitter en leden van de meervoudige kamer (wrakingskamer) belast met de behandeling van de zaken met nummers 202406064/6/A2, 202501491/2/A2, 202501494/2/A2, 202503357/2/A2 en 202504330/2/A2. [verzoeker] heeft aan het eerste verzoek ten grondslag gelegd dat de staatsraden partijdig en vooringenomen zijn, omdat zij zijn verzoek om uitstel ten onrechte hebben afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3081
Datum uitspraak
21 mei 2026
  • Wraking
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202406064/6/A2, 202501491/2/A2, 202501494/2/A2, 202503357/2/A2 en 202504330/2/A2

202401508/1/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2871
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401508/1/V3

202402293/1/V2

Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2876
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402293/1/V2

202402573/1/V2

Bij besluit van 3 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2872
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402573/1/V2

202404980/1/V3

Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten (terugkeerbesluit) en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2875
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404980/1/V3

202405999/1/V1

Verzoeker, vertegenwoordigd door mr. T.M. van der Wal, advocaat in Heerenveen, heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats ‘s Hertogenbosch, van 13 september 2024 in zaak nr. NL23.20136.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2874
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405999/1/V1

202407009/2/R4

Bij besluit van 19 september 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland aan Wagro een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van haar inrichting aan de Tweede Bloksweg 54b in Waddinxveen. Dit besluit is met toepassing van de gemeentelijke coördinatieregeling als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening, gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met het besluit van de raad van de gemeente Waddinxveen van 18 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Tweede Bloksweg 54b-58, Waddinxveen". Wagro exploiteert aan de Tweede Bloksweg 54B in Waddinxveen een groenrecyclingbedrijf. In de inrichting wordt compost geproduceerd uit groenafval en organisch en composteerbaar bedrijfsafval. In de huidige situatie is sprake van buitencompostering. Onder meer vanwege de daarbij behorende geurbelasting voor de omgeving, is onderzoek gedaan naar de mogelijkheden om de composteeractiviteiten in een gesloten bedrijfshal te laten plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2870
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202407009/2/R4

202505778/1/R1 en 202505778/3/R1

Bij besluit van 9 september 2025 heeft de raad van de gemeente Horst aan de Maas het bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 9 september 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Beerendonckerweg te Broekhuizenvorst" gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in het realiseren van een nieuwe wijk net buiten de bestaande kern Broekhuizenvorst met 81 woningen, waaronder vrijstaande, twee-onder-een-kap en aaneengebouwde en levensloopbestendige woningen. Op twee locaties zijn ook appartementen mogelijk. Het is de bedoeling dat de woningen voor 30% vallen onder sociale huur, voor 10% in de vrije sector huur en voor 60% in de sector koop. [appellante] en anderen betogen dat het plan in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Daartoe voeren zij aan dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van het palletbedrijf zoals dat feitelijk aanwezig is en zoals dat tot voor kort werd gedoogd. Zo heeft de raad volgens hen onvoldoende rekening gehouden met de brandveiligheid en geluidhinder veroorzaakt door de bedrijfsactiviteiten. Volgens [appellante] en anderen wordt niet voldaan aan de richtafstanden van de brochure "Bedrijven en milieuzonering" van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (de VNG-brochure), ook niet wanneer wordt uitgegaan van een transportbedrijf in plaats van een palletbedrijf. Daarmee is een goed woon- en leefklimaat voor de toekomstige bewoners van de planlocatie niet gewaarborgd, aldus [appellante] en anderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2802
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202505778/1/R1 en 202505778/3/R1

202600974/2/A2

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] in het kader van de hersteloperatie toeslagen afgewezen. [wederpartij] heeft op 23 april 2024 een zogenoemde herbeoordeling van kinderopvangtoeslag aangevraagd, na afloop van de daarvoor geldende wettelijke termijn op 2 januari 2024 (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)). De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag vanwege de termijnoverschrijding niet inhoudelijk beoordeeld. [wederpartij] heeft aangevoerd dat zij eerder niet op de hoogte was van de mogelijkheid van deze herbeoordeling en heeft een toelichting gegeven op haar persoonlijke situatie in de afgelopen jaren. Volgens de Dienst Toeslagen vormen die omstandigheden geen grond om de te laat ingediende aanvraag van [wederpartij], in afwijking van de wettelijke termijn, inhoudelijk te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2868
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600974/2/A2

202601038/2/A2

Bij besluit van 24 maart 2025 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] in het kader van de hersteloperatie toeslagen afgewezen. [wederpartij] heeft op 6 februari 2025 een zogenoemde herbeoordeling van kinderopvangtoeslag aangevraagd, na afloop van de daarvoor geldende wettelijke termijn op 2 januari 2024 (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)). De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag vanwege de termijnoverschrijding niet inhoudelijk beoordeeld. [wederpartij] heeft aangevoerd dat hij eerder niet op de hoogte was van het bestaan van een termijn voor het indienen van de aanvraag en heeft een toelichting gegeven op zijn persoonlijke situatie in de afgelopen jaren. Volgens de Dienst Toeslagen vormen die omstandigheden geen grond om de te laat ingediende aanvraag van [wederpartij], in afwijking van de wettelijke termijn, inhoudelijk te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2867
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601038/2/A2

BRS.25.000643

Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2826
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000643

BRS.25.001555

Bij besluit van 12 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2822
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001555

BRS.25.002211

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2820
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002211

BRS.25.002716 en BRS.26.002388

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2855
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002716 en BRS.26.002388

BRS.26.000976

Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd, ingetrokken en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2823
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000976

BRS.26.001994

Bij besluit van 15 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2816
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001994

BRS.26.002075

Bij besluit van 21 april 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2814
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002075

BRS.26.002231 en BRS.26.002232

Bij besluit van 26 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2834
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002231 en BRS.26.002232

BRS.26.002297 en BRS.26.002298

Bij besluit van 13 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2831
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002297 en BRS.26.002298

BRS.26.002492

Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2924
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002492

202107431/3/R4

Bij tussenuitspraak van 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4278, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de gebreken in het besluit van 9 november 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Correctieve herziening Recreatieterreinen Utrechtse Heuvelrug" (het herzieningsplan) te herstellen. Bij besluit van 30 september 2021 heeft de raad het bestemmingsplan "Recreatieterreinen Utrechtse Heuvelrug" vastgesteld. Terwijl daartegen beroep was ingesteld bij de Afdeling, heeft de raad op 9 november 2023 het herzieningsplan vastgesteld. Onder 14.2, 18.2, 19.3 en 21.4 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling gebreken geconstateerd in het besluit tot vaststelling van het herzieningsplan. Dat besluit is niet zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd. [appellanten sub 6] betogen dat de raad niet goed heeft gemotiveerd waarom hun perceel [locatie 1] als recreatieterrein is opgenomen in het correctieplan. Zij wijzen erop dat in bijlage 12 bij de toelichting van het correctieplan alleen wordt ingegaan op het terrein van de voormalige camping De Heuvelslag, terwijl hun perceel, perceel 908, al meer dan 30 jaar niet meer recreatief wordt gebruikt en zij ook niet voornemens zijn om dit gebruik te hervatten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2896
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202107431/3/R4

202203920/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellante] staat in de brp ingeschreven als [naam A], geboren op [geboortedatum 1] 1999 in Yazman Köyü, Turkije. Deze gegevens zijn ontleend aan een door haar ouders afgelegde verklaring onder ede. [appellante] heeft het college op 17 mei 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp, haar persoonsgegevens te wijzigen naar [naam B], geboren op [geboortedatum 2] 1999 in Como, Italië, met als ouders [ouder A], geboren op [geboortedatum] 1972 in Idil, Turkije en [ouder B], geboren op [geboortedatum] 1978 in Idil, Turkije. [appellante] stelt zich op het standpunt dat haar ouders een valse identiteit hebben aangenomen en dat zij ook valse gegevens over haar identiteit hebben verstrekt toen zij in Nederland aankwamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2914
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202203920/1/A3

202203921/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellante] staat in de brp ingeschreven als [naam], geboren op [geboortedatum] 2000 in Arnhem. Deze gegevens zijn ontleend aan haar geboorteakte. Volgens de geboorteakte is haar vader [persoon A] en haar moeder [persoon B]. [appellante] heeft het college op 17 mei 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp, haar persoonsgegevens te wijzigen naar [naam B], met als ouders [ouder A], geboren op [geboortedatum] 1972 in Idil, Turkije en [ouder B], geboren op [geboortedatum] 1978 in Idil, Turkije. [appellante] stelt zich op het standpunt dat haar ouders een valse identiteit hebben aangenomen toen zij in Nederland aankwamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2915
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202203921/1/A3

202203924/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellant] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [naam] [appellant], geboren op [geboortedatum] 1967 in Yazman Köyü, Turkije. Deze gegevens zijn ontleend aan een door haar op 22 augustus 2001 afgelegde verklaring onder ede na aankomst in Nederland. [appellant] heeft het college op 17 mei 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp, haar persoonsgegevens te wijzigen naar [persoon A], geboren op [geboortedatum] 1978 in Idil, Turkije. Zij stelt zich op het standpunt dat zij en haar gezin een valse identiteit hebben aangenomen toen zij in Nederland aankwamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2795
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202203924/1/A3

202203931/1/A3

Bij besluit van 14 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellant] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] staat in de brp ingeschreven als [naam A], geboren op [geboortedatum A] 1974 in Yazman Köyü, Turkije. Deze gegevens zijn ontleend aan een door hem afgelegde verklaring onder ede na aankomst in Nederland in 2000. [appellant] heeft het college op 17 mei 2019 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp, zijn persoonsgegevens te wijzigen naar [naam B], geboren op [geboortedatum B] 1972 in Idil, Turkije. Hij stelt dat hij en zijn gezin een valse identiteit hebben aangenomen toen zij in Nederland aankwamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2794
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202203931/1/A3

202203935/1/A3

Bij besluit van 9 april 2020 heeft de streekarchivaris van het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg het verzoek van [wederpartij] om inzage in de documenten van de gemeentelijke raadsenquêtecommissie afgewezen. De raad heeft in 2016 besloten om een enquêtecommissie in te stellen om onderzoek te doen naar het P&O-beleid van de gemeente Zevenaar in de periode 1 juni 2002 tot 31 december 2015. Na het uitbrengen van het eindrapport van 12 juni 2017 heeft de enquêtecommissie op 25 oktober 2017 besloten tot het opleggen van beperkingen aan de openbaarheid over alles wat aan haar digitaal of analoog ter beschikking is gesteld (de raadsenquêtedocumenten) en tot het overbrengen van de desbetreffende documenten naar het Streekarchivariaat De Liemers en Doesburg (het streekarchief) voor de duur van 75 jaar. [wederpartij] heeft de streekarchivaris vervolgens verzocht om inzage in alle niet vernietigde raadsenquêtedocumenten en de bijbehorende inventarislijsten. De streekarchivaris heeft het inzageverzoek van [wederpartij] met het besluit van 9 april 2020 afgewezen. De streekarchivaris heeft aan [wederpartij] laten weten dat er bij overbrenging van de raadsenquêtedocumenten naar het streekarchief beperkingen zijn gesteld aan de openbaarheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2690
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202203935/1/A3

202206251/1/A3 en 202206300/1/A3

Bij besluit van 15 december 2016 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken aan de Nederlandse Vissersbond, VisNed, CPO Wieringen U.A. en CPO Rousant U.A. (de Nederlandse Vissersbond en anderen) een vergunning op grond van artikel 19d van de Natuurbeschermingswet 1998 verleend voor het uitoefenen van garnalenvisserij in Natura 2000-gebieden. Bij besluit van 16 februari 2017 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken aan het Vergunningenhuis een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming verleend voor het uitoefenen van garnalenvisserij in Natura 2000-gebieden. Op 15 december 2016 hebben de Nederlandse Vissersbond en anderen een vergunning gekregen voor het uitoefenen van garnalenvisserij in Natura 2000-gebieden voor de periode van 1 januari 2017 tot en met 31 december 2022. Op 16 februari 2017 heeft het Vergunningenhuis namens zes garnalenvissers een vergunning gekregen voor het uitoefenen van garnalenvisserij in Natura 2000-gebieden voor de periode 1 januari 2017 tot en met 31 december 2022. Natuurmonumenten heeft tegen de verleende vergunningen bezwaar gemaakt. Bij afzonderlijke besluiten van 8 juni 2018 heeft de minister de door Natuurmonumenten daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2880
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202206251/1/A3 en 202206300/1/A3

202206670/2/R4

Bij tussenuitspraak van 25 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2853 heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van de tussenuitspraak met inachtneming van wat onder 23.3 van de uitspraak is overwogen het gebrek in het besluit van 15 juni 2023 te herstellen. Op 24 november 2020 heeft Heijmans een omgevingsvergunning aangevraagd voor het realiseren van zeven appartementen en twaalf herenhuizen, waarvan een deel gecombineerd met commerciële ruimten op de begane grondlaag aan de Spinaker 1 tot en met 37 (oneven nummers) in Loosdrecht. Bij besluit van 13 april 2021 heeft het college deze omgevingsvergunning verleend. Bij besluit van 29 juli 2025 heeft het college het besluit van 15 juni 2023 gewijzigd. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 23.3 geoordeeld dat het college in het besluit van 15 juni 2023 onvoldoende heeft onderbouwd dat het bouwplan in voldoende parkeerplaatsen voorziet. [appellant sub 1], Belangengroep Horeca Oud Loosdrecht, De Havenclub en anderen en Ondernemersvereniging Ondernemend Wijdemeren kunnen zich niet verenigen met het wijzigingsbesluit. Zij voeren daartoe aan dat het bouwplan in onvoldoende parkeerplaatsen voorziet en klagen over de bestaande parkeerdruk in Oud-Loosdrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2916
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206670/2/R4

202206697/1/R3

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente Losser het bestemmingsplan "Buitengebied partiele herziening Oldenzaalsestraat 135 Losser" vastgesteld. Het plangebied, Landgoed ’t Borghuis, had onder het voorheen geldende bestemmingsplan voornamelijk verschillende agrarische bestemmingen en voor een deel een recreatieve bestemming. Op de gronden met een recreatieve bestemming staan twee groepsaccommodaties, een bedrijfswoning en vijf vakantiewoningen. Daarnaast zijn drie groepsaccommodaties vergund, die nog niet zijn gerealiseerd. Op het agrarisch bedrijfsperceel ten zuiden van de gronden met de recreatieve bestemming bevinden zich daarnaast twee bedrijfswoningen. Eén van deze bedrijfswoningen heeft een bijgebouw, dat momenteel feitelijk als mantelzorgwoning wordt gebruikt, en een schuur. Daarnaast staat er nog een schuur, die eerder was afgebrand maar nu is herbouwd. V.O.F. ’t Borghuis is de eigenaar en exploitant van het landgoed, en is het niet eens met het bestemmingsplan. Zij vindt dat de raad ten onrechte de mogelijkheden ter plaatse van de schaapskooi heeft beperkt ten opzichte van het ontwerpplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2918
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202206697/1/R3

202206845/2/R3

Bij tussenuitspraak van 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:320 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 10 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Julianalaan 68-70, Kaag" te herstellen. Bij beschikking van 2 mei 2025 heeft de Afdeling de bij tussenuitspraak bepaalde termijn verlengd tot en met 12 juni 2025. Bij besluit van 2 juni 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak verschillende gebreken geconstateerd. Zo heeft de Afdeling onder meer in overweging 19.6 van de tussenuitspraak overwogen dat de raad zich er onvoldoende van heeft vergewist dat een aanvaardbare verkeerssituatie en -afwikkeling in en om het plangebied bestaat of kan worden gerealiseerd. Dit had wel op de weg van de raad gelegen, temeer omdat de bewoners van Kaageiland voor al hun levensbehoeften en voorzieningen afhankelijk zijn van de pont en belang hebben bij een goede afwikkeling van het verkeer rondom de pont en op de Julianalaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2885
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202206845/2/R3

202207180/2/R3

Bij tussenuitspraak van 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4315 (de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Rotterdam opgedragen om binnen zesentwintig weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 20 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hoek van Holland Voorduin" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 5.3, geoordeeld dat het besluit van 20 oktober 2022 in strijd met artikel 3:46 van de Awb is genomen, omdat de raad niet voldoende heeft gemotiveerd waarom hij het vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk acht om op het perceel [locatie] uitsluitend horeca, en meer specifiek, uitsluitend een restaurant toe te laten. De Afdeling heeft daarover overwogen dat het op zichzelf aanvaardbaar is dat de raad met het oog op de monumentale en landschappelijke waarden van het plangebied heeft beoogd om de ruimtelijke impact van de planologische mogelijkheden op het perceel [locatie] te beperken tot de ruimtelijke impact in de bestaande situatie, maar dat de raad onvoldoende heeft gemotiveerd waarom een andere vorm van gebruik met eenzelfde of zelfs minder ruimtelijke impact vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet aanvaardbaar zou zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2886
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202207180/2/R3

202300318/1/A3

Bij besluit van 17 november 2020, op 2 december 2020 bekendgemaakt in het Gemeenteblad 2020, nr. 315882, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar op grond van artikel 15, eerste lid, van de Archiefwet 1995 een beperking aan de openbaarheid gesteld van de archiefbescheiden van de gemeente Zevenaar betreffende de correspondentie met de enquêtecommissie uit de periode 2008-2019. Bij besluit van 22 juni 2021 heeft het college het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [wederpartij] was 35 jaar werkzaam als ambtenaar van de gemeente Zevenaar op de afdeling Handhaving. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. De rechtbank heeft overwogen dat het besluit van het college van 17 november 2020 externe werking en dus rechtsgevolg heeft. Volgens het college heeft [wederpartij] bezwaar gemaakt tegen een niet-appellabel besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2691
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300318/1/A3

202300320/1/A3

Bij besluit van 25 oktober 2017, op 12 augustus 2020 bekendgemaakt in het Gemeenteblad 2020, nr. 206781, heeft de enquêtecommissie van de gemeente Zevenaar met toepassing van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Archiefwet 1995 beperkingen aan de openbaarheid van de documenten van de gemeentelijke raadsenquêtecommissie P&O Zevenaar gesteld. Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de raad van de gemeente Zevenaar het door [wederpartij] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [wederpartij] was 35 jaar werkzaam als ambtenaar van de gemeente Zevenaar op de afdeling Handhaving. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. De rechtbank heeft - onder verwijzing naar haar uitspraak van 29 juni 2022 - overwogen dat de enquêtecommissie niet bevoegd was om het besluit tot beperking van de openbaarheid te nemen. De raad betoogt dat de enquêtecommissie wel degelijk bevoegd was het besluit van 25 oktober 2017 te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2692
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202300320/1/A3

202300375/1/R3

Bij besluit van 4 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een berging met overkapping aan de [locatie] in Wassenaar. Het college heeft aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een nieuwe berging met overkapping op zijn perceel. Het bouwplan ligt in het beschermde dorpsgezicht van Wassenaar. Daar geldt op grond van het bestemmingsplan "Villawijken" de dubbelbestemming "Waarde-cultuurhistorie". [partij] woont naast [appellant] en kan zich niet met de verleende omgevingsvergunning verenigen. Volgens [partij] zijn de berging en overkapping in strijd met het gemeentelijke welstandbeleid in het Handboek Welstand en Beeldkwaliteit Wassenaar en had het college daarom de omgevingsvergunning moeten weigeren. Het geschil gaat over de vraag of het bouwplan moet worden getoetst aan de gebiedscriteria van het welstandsbeleid en of het bouwplan aan de objectcriteria over voorbeeldwerking en detaillering & materialisatie van het welstandsbeleid voldoet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2889
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300375/1/R3

202300847/1/A3

Bij besluit van 20 mei 2021 heeft de burgemeester van Den Haag het bedrijfspand aan de [locatie] in Den Haag gesloten voor de duur van zes maanden. [appellant], h.o.d.n. [bedrijfsnaam], is huurder van een bedrijfspand aan de [locatie] in Den Haag, waar hij een tuincentrum exploiteert. In het Handelsregister van de Kamer van Koophandel staat dat de onderneming ook ingeschreven is als groothandel in bloemen en planten. Naar aanleiding van signalen over mogelijke misstanden in dit bedrijfspand is op 7 april 2021 een integrale controle verricht door het Haags Economisch Interventie Team. Bij deze controle werd een grote hoeveelheid goederen aangetroffen die in samenhang bezien bestemd zijn voor het op grootschalige, professionele wijze vervaardigen van hennep, zoals bedoeld in artikel 11a van de Opiumwet. Naar aanleiding van de bevindingen uit deze rapportage en onder verwijzing naar de bevindingen uit het proces-verbaal van de politie inzake strafbare voorbereidingshandelingen van 15 april 2021 heeft de burgemeester gelast het bedrijfspand te sluiten en gesloten te houden met ingang van 27 mei 2021 voor een periode van zes maanden. De rechtbank overweegt dat een sluitingsbevel kan worden genomen in het geval de bevoegdheid daartoe aanwezig is op grond van artikel 13b van de Opiumwet en deze maatregel noodzakelijk en evenwichtig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2920
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202300847/1/A3

202300921/1/R3

Bij besluit van 28 september 2022 heeft de raad de gemeente Terschelling het bestemmingsplan "Badhotel Midsland aan Zee" gewijzigd vastgesteld. Bij besluit van 28 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Terschelling aan Strandhotel Midsland aan Zee B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een badhotel bestaande uit een restaurant met 23 appartementen en een bijgebouw, het plaatsen van drie vlaggenmasten, het bouwen van betonnen keerwanden, het verbreden van een bestaande uitweg en het aanbrengen van terreinverharding op het perceel Midsland aan Zee 459a in Midsland. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] zijn eigenaren van een woning aan [locatie] in Formerum. SOS is een stichting met als doel het behouden en verbeteren van de karakteristieke natuurlijke, landschappelijke en cultuurhistorische waarden van Terschelling, de kwaliteit van het milieu, de gezondheid en veiligheid van bewoners en toeristen, een goed waterbeheer en een goede ruimtelijke ordening. De "anderen" die samen met SOS in beroep zijn gegaan, zijn eigenaren en huurders van recreatiewoningen in Midsland aan Zee, ten zuiden van het plangebied. Zij zijn het niet eens met de besluiten van de raad en het college en hebben daarom beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2892
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202300921/1/R3

202301910/1/R1

Bij besluit van 29 mei 2020 heeft het college maatwerkvoorschriften voor geluid gesteld aan [bedrijf]. Bij besluit van 12 februari 2021 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard, onder aanvulling van de motivering. Ten tijde van het nemen van de besluiten had [bedrijf] een internationale fruithandel aan de [locatie 1] in Deil (het perceel). Inmiddels is het bedrijf overgenomen. [appellant] heeft een pluimveehouderij met een bedrijfswoning aan de [locatie 2], grenzend aan het perceel met de fruithandel. [appellant] woont in de bedrijfswoning. Omdat [appellant] heeft aangegeven overlast te ervaren van met name het geluid van transportactiviteiten door het fruitbedrijf, zijn in opdracht van het college en [appellant] verschillende geluidsonderzoeken gedaan. Het college heeft op 29 mei 2020 ambtshalve besloten om voor het bedrijf van [bedrijf] verschillende maatwerkvoorschriften voor geluid te stellen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college de maatwerkvoorschriften heeft mogen stellen. [appellant] voert aan dat hij van de transportbewegingen langs zijn woning geluidoverlast ondervindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2894
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202301910/1/R1

202303892/1/R4

Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 5 augustus 2021. In dat besluit heeft het college besloten op het bezwaar van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om handhaving van de inzamelplicht van groenafval in zijn wijk in Amsterdam-Noord en dat bezwaar niet ontvankelijk verklaard. Volgens [appellant] moest het college handhavend optreden tegen de gemeente Amsterdam, omdat zij het groenafval consequent niet tijdig inzamelde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2961
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202303892/1/R4

202304274/1/R2 en 202401998/3/R2

Bij besluit van 1 december 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van Milieuvereniging Land van Cuijk om handhavend op te treden tegen het houden van dieren zonder een vereiste natuurvergunning door [appellante sub 1] aan de [locatie] in Velp afgewezen. In deze procedure gaat het om een verzoek om handhavend op te treden tegen het houden van melkkoeien en jongvee door [appellante sub 1], omdat hij volgens de milieuvereniging de vergunningplicht in de Wnb overtreedt (artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb). [appellante sub 1] is namelijk van plan om op een plek waar een veehouderij heeft gezeten, opnieuw een veehouderij te beginnen en melkkoeien en jongvee te houden. [appellante sub 1] noemt dit een ‘herstart’. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college ten onrechte geen overtreding heeft geconstateerd, omdat voor het houden van melkkoeien en jongvee een natuurvergunning is vereist waarover [appellante sub 1] niet beschikt. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat de rechtsvoorganger van [appellante sub 1] de bedrijfssituatie heeft gewijzigd en dat [appellante sub 1] daarom het bedrijf niet terug kan wijzigen zonder een melding op grond van het Activiteitenbesluit milieubeheer en er dus ook een natuurvergunning nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2901
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304274/1/R2 en 202401998/3/R2

202400970/1/A3

Bij besluit van 25 juli 2023, op 3 augustus 2023 bekendgemaakt in het Gemeenteblad 2023, nr. 341681, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar opnieuw beslist over de oplegging van beperkingen aan de openbaarheid op de archiefbescheiden van de gemeente Zevenaar betreffende de correspondentie met de enquêtecommissie uit de periode 2008-2019. [appellante] werkte op de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. [appellante] betoogt dat in het procesdossier tal van stukken ontbreken. Zij heeft daarbij gewezen op specifiek acht documenten. Haar personeelsdossier hoort daarnaast niet thuis in het streekarchief. Dat dossier dient dus, voor zover onverhoopt ook nog elders aanwezig, te worden vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2842
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400970/1/A3

202400981/1/A3

Bij besluit van 13 juni 2023, op 29 juni 2023 bekendgemaakt in het Gemeenteblad 2023, nr. 287978, heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar opnieuw beslist over de oplegging van beperkingen aan de openbaarheid van de documenten van de gemeentelijke raadsenquêtecommissie P&O Zevenaar. [appellante] werkte op de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar. In augustus 2005 is een bureau verzocht om het functioneren van de afdeling Handhaving van de gemeente Zevenaar in kaart te brengen met het doel de samenwerking te ‘ontstroeven’ en te professionaliseren. Op 18 oktober 2005 zijn de bevindingen en voorstellen uit het zogenoemde rapport Bunt aan de hand van sheets gepresenteerd. Dat heeft ertoe geleid dat [appellante] sinds januari 2008 niet meer in dienst is. [appellante] betoogt dat het besluit vaag is geformuleerd, innerlijk tegenstrijdig is en op tal van punten in strijd met de geldende wet- en regelgeving en de gemeentelijke besluitvorming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2693
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400981/1/A3

202401089/1/A3

In deze uitspraak oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het college van burgemeester en wethouders van Gooise Meren een nieuw besluit moet nemen over de vergunning voor de restauratie van het familiegraf van de aanvrager. Het graf bestaat uit een natuurstenen grafmonument met een gemetselde bakstenen rand er omheen. De aanvrager wil de gemetselde rand vervangen door natuurstenen banden in dezelfde maat. Het college had de vergunning geweigerd omdat door de wijziging van het materiaal van het grafmonument de monumentale waarden van de begraafplaats verminderen. Maar volgens de rechtbank, die zich eerder over de zaak boog, is weliswaar de begraafplaats aangewezen als beschermd monument, maar valt daaruit niet af te leiden dat de afzonderlijke graven zelf ook monumentale waarde hebben. Daarom droeg de rechtbank het college op een nieuw besluit te nemen. Het college kwam in hoger beroep. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt in lijn met wat de rechtbank eerder oordeelde. Het uiterlijk van de grafbedekkingen is geen onderdeel van de monumentale waarde van de begraafplaats. Het zogenoemde 'aanwijzingsbesluit' waarin de begraafplaats als beschermd monument is aangewezen geeft alleen een omschrijving van de indeling van de begraafplaats, de ligging van de graven en de aanleg van groenvoorzieningen. Het uiterlijk van de grafbedekkingen is daarin helemaal niet genoemd. Een beperkt aantal graven is in het 'aanwijzingsbesluit' wel aangewezen als beschermd monument, maar het familiegraf van de aanvrager is dat niet. Daaruit leidt de Afdeling bestuursrechtspraak af dat het familiegraf van de aanvrager niet bijdraagt aan de monumentale waarde van de begraafplaats. Het besluit van het college om de vergunning af te wijzen is onvoldoende gemotiveerd. In het nieuwe besluit dat het college nam ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank heeft het college de vergunning opnieuw geweigerd. Maar ook die weigering heeft het college volgens de Afdeling bestuursrechtspraak niet goed gemotiveerd. Zij draagt het college nu op om binnen zes weken een nieuw besluit te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2888
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401089/1/A3

202401644/1/R1 en 202401645/1/R1

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas aan Pure Energie een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een zonnepark op percelen aan de Schorfweg en Koelenweg in Beringe. Pure Energie heeft het voornemen om een zonnepark te realiseren op enkele aaneengesloten percelen aan de Schorfweg en Koelenweg in Beringe. [wederpartijen] wonen op ongeveer 600 m afstand van de percelen. [appellant sub 3] en andere zijn eigenaar van agrarische percelen in de (directe) nabijheid daarvan. Pure Energie wil op de percelen een zonnepark van ongeveer 28 ha bouwen. Rondom de zonnepanelen, die een hoogte hebben van maximaal 1,5 m, komt een strook van 15 m breed met struweel en ruigte om het zicht op de zonnepanelen te beperken. [appellant sub 3] en andere betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college mocht beslissen op de aanvraag zonder dat voor het zonnepark een verklaring van geen bedenkingen is afgegeven van de gemeenteraad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2919
Datum uitspraak
20 mei 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401644/1/R1 en 202401645/1/R1
vorige pagina1...141516...1.261volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon