Uitspraak 202303892/1/R4
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:2961
- Datum uitspraak
- 20 mei 2026
- Inhoudsindicatie
- Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam van 5 augustus 2021. In dat besluit heeft het college besloten op het bezwaar van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om handhaving van de inzamelplicht van groenafval in zijn wijk in Amsterdam-Noord en dat bezwaar niet ontvankelijk verklaard. Volgens [appellant] moest het college handhavend optreden tegen de gemeente Amsterdam, omdat zij het groenafval consequent niet tijdig inzamelde.
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Mondelinge uitspraak
- Afval
Toon inhoud
202303892/1/R4.
Datum uitspraak: 20 mei 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellant], wonend in Amsterdam,
appellant,
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 20 mei 2026 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.A. Minderhoud, voorzitter
griffier: mr. J. van den Brink
Verschenen:
[appellant];
Het college, vertegenwoordigd door de heer mr. D.R. van Ee.
Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van 5 augustus 2021. In dat besluit heeft het college besloten op het bezwaar van [appellant] tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn verzoek om handhaving van de inzamelplicht van groenafval in zijn wijk in Amsterdam-Noord en dat bezwaar niet ontvankelijk verklaard. Volgens [appellant] moest het college handhavend optreden tegen de gemeente Amsterdam, omdat zij het groenafval consequent niet tijdig inzamelde.
De Afdeling verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Gronden:
De Afdeling acht geen procesbelang meer aanwezig, omdat het afvalinzamelingsysteem ter plaatse al sinds enige tijd is gewijzigd. Het groenafval wordt nu in groenkorven ingezameld op verschillende plekken in de wijk. Volgens [appellant] functioneert dat systeem goed. Daarom is er geen procesbelang meer bij een uitspraak op het beroep.
Overigens heeft het college op zitting toegezegd een brief met excuses te zullen sturen, waarbij de gang van zaken en het tijdsverloop door het college worden betreurd. Verder heeft de gemachtigde van het college toegezegd bereikbaar te zijn in geval onverhoopt nieuwe klachten over de nieuwe wijze van inzameling van groenafval ontstaan.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Minderhoud
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van den Brink
griffier
776-1069