Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.139
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.001387

Bij besluit van 12 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2020
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001387

BRS.26.001409

Bij besluiten van 28 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2015
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001409

BRS.26.001418 en BRS.26.001435

Bij besluiten van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1996
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001418 en BRS.26.001435

BRS.26.001493

Bij besluit van 1 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2022
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001493

BRS.26.001707

Bij besluit van 19 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2018
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001707

BRS.26.001838

Bij besluit van 3 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2110
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001838

202202190/1/A3

Het college van gedeputeerde staten van Utrecht mocht een ontheffing verlenen aan de Faunabeheereenheid Utrecht om gedurende het hele jaar wilde zwijnen in de provincie Utrecht te doden. Het provinciebestuur heeft "aannemelijk gemaakt dat de ontheffing nodig is om ernstige schade te voorkomen, in het belang van de verkeersveiligheid en om ervoor te zorgen dat zieke of gebrekkige dieren niet onnodig lijden." Stichting Animal Rights en Stichting Fauna4Life zijn het niet eens met de ontheffing en kwamen hiertegen eerder in beroep bij de rechtbank Midden-Nederland. De rechtbank gaf hen gelijk. De faunabeheereenheid vroeg de ontheffing aan om het zogeheten nulstandbeleid uit te voeren. Dit beleid wil voorkomen dat in de provincie vrij levende groepen wilde zwijnen zullen komen. Volgens de rechtbank vult het college van gedeputeerde staten de noodzaak voor de ontheffing in door te wijzen op het belang van handhaving van zijn nulstandbeleid. Dat vond de rechtbank onvoldoende. Naar het oordeel van de rechtbank kan het provinciebestuur met de verwijzing naar schadegegevens uit andere provincies niet onderbouwen dat een nulstandbeleid in de provincie Utrecht nodig is om schade, verkeersongevallen en risico’s voor de volksgezondheid te voorkomen. De provincie is het hier niet mee eens en is tegen de uitspraak in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. En die oordeelt nu in hoger beroep anders dan de rechtbank. Voor het college van gedeputeerde staten is het mogelijk om een concrete dreiging van ernstige schade aannemelijk te maken met verwijzing naar opgetreden schade in situaties die vergelijkbaar zijn. Er kan worden verwezen naar situaties in Gelderland en Limburg, omdat daar aangewezen leefgebieden voor wilde zwijnen zijn, en de situatie in Noord-Brabant, waar ook wilde zwijnen voorkomen. Bovendien wordt de ontheffing op voorhand verleend om ernstige schade te voorkomen, die in dit geval nog niet is opgetreden. Deze ontheffing is juist gericht op het voorkomen dat die ernstige schade in de provincie Utrecht ontstaat. Van het provinciebestuur kan niet worden gevergd dat het eerst het ontstaan van die schade afwacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2097
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202202190/1/A3

202202911/1/R4

Het college van burgemeester en wethouders van Ermelo heeft terecht dwangsommen opgelegd aan een eendenslachterij. De bezwaren van de eendenslachterij tegen de dwangsommen zijn ongegrond. Uit de uitspraak volgt ook dat het college van B&W gedurende de procedure terecht in totaal € 45.000 aan dwangsommen heeft ingevorderd. Het college van B&W heeft de dwangsommen opgelegd nadat een omwonende om maatregelen tegen de eendenslachterij had gevraagd. Het college heeft de eendenslachterij in 2022 en 2023 opgedragen om aan zes overtredingen een einde te maken. Drie daarvan houden verband met overtredingen van het bestemmingsplan, de drie andere gaan over overtredingen van de milieuvergunning van het bedrijf. Het bedrijf was in hoger beroep gekomen tegen de dwangsommen, maar zijn bezwaren zijn ongegrond verklaard. Dat betekent dat de eendenslachterij aan de door het college geconstateerde overtredingen een einde moet maken. De omwonende was ook in hoger beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij had bezwaren tegen het besluit van het college om de zogenoemde begunstigingstermijn te verlengen. Met dat besluit kreeg het bedrijf langer de tijd om aan de drie overtredingen van het bestemmingsplan een einde te maken. Die overtredingen houden verband met het onterechte gebruik van twee percelen aan de Fokko Kortlanglaan en de verplichting om een houtsingel aan te leggen. De Afdeling bestuursrechtspraak komt in de uitspraak tot de conclusie dat het college van B&W die termijn onterecht met zes maanden heeft verlengd tot eind december 2024. Dat besluit wordt daarom vernietigd. Dat zou echter betekenen dat de eendenslachterij meteen na de uitspraak van 15 april 2026 dwangsommen zou moeten betalen, omdat de oorspronkelijke termijn al ruim verlopen is. Om dat te voorkomen bepaalt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het bedrijf nu nog acht weken de tijd krijgt om aan de drie overtredingen van het bestemmingsplan een einde te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2081
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202911/1/R4

202205528/1/R4

Bij besluit van 1 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug geweigerd om aan Aldi een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een supermarkt aan de Appelgaard in Driebergen-Rijsenburg. Aldi is met een supermarkt gevestigd aan De Traaij 99-103 in Driebergen-Rijsenburg. Zij wil deze supermarkt verplaatsen naar een nieuw te bouwen grotere vestiging aan de Appelgaard. Een supermarkt op deze locatie is in strijd met de hier geldende bestemmingen. Ook is het beoogde supermarktgebouw gedeeltelijk buiten de in de bestemmingsplannen aangegeven bouwvlakken geprojecteerd. Het college heeft geweigerd om aan Aldi omgevingsvergunning te verlenen om de aanwezige bomen op de beoogde locatie te kappen en om een supermarkt in afwijking van de bestemmingsplannen te realiseren. Ten eerste omdat de raad van de gemeente Utrechtse Heuvelrug bij besluit van 25 maart 2021 heeft geweigerd om een verklaring van geen bedenkingen af te geven, die nodig is om de gevraagde omgevingsvergunning voor het afwijken van de bestemmingsplannen te kunnen verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2054
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205528/1/R4

202205817/1/A3

Bij besluit van 11 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Simpelveld het verzoek van [appellant] om zijn persoonsgegevens in de basrisregistratie persoonsgegevens te wijzigen afgewezen. [appellant] is in de brp opgenomen onder de naam [naam appellant], geboren op [geboortedatum] 1985 te [plaats], China. Dit is gebeurd op basis van een door hem op 18 oktober 2001 in de gemeente Ooststellingwerf onder belofte afgelegde verklaring over zijn persoonsgegevens als bedoeld in artikel 36 van de Wet Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens, thans artikel 2.8, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wet basisregistratie personen (Wet brp). Op 30 januari 2020 heeft [appellant] het college verzocht deze persoonsgegevens te wijzigen naar [andere naam], geboren op [geboortedatum] 1978 te [woonplaats], China. Ter onderbouwing van dit verzoek heeft hij een Chinees paspoort overgelegd, afgegeven door de Chinese ambassade te Den Haag op [datum] 2014 op naam van [andere naam], geboren op [geboortedatum] 1978, te [plaats]. Verder heeft [appellant] nog andere documenten overgelegd, zoals een notariële verklaring, een kopie van een verklaring uit het register Permanent verblijf, een kopie van een paspoort uit 1999 en een kopie van een notariële verklaring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2059
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202205817/1/A3

202206095/1/R2

Bij besluit van 29 september 2022 heeft de raad van de gemeente Drimmelen het bestemmingsplan "Verlengde Elsakker" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 88 woningen in het oosten van de kern van Wagenberg mogelijk. Het plangebied wordt omringd door woningen aan de Elsakker, Van Schendelstraat, Wagenstraat, Akkerstraat en door de sportvelden van een voetbalvereniging. De bestaande woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] maken ook deel uit van het plangebied. [appellant sub 6], [appellant sub 4], [appellant sub 5], [appellant sub 2], [appellant sub 3] en [appellanten sub 1] wonen in de directe omgeving van het plangebied. Zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat onevenredig wordt aangetast door de woningbouw. Zij betwisten onder andere de behoefte aan de nieuwbouw en betogen dat de nieuwbouw in strijd is met provinciale regelgeving en (gemeentelijk) beleid. Verder ziet het geschil op de buiten het plangebied gelegen Akkerstraat. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 3]. De Akkerstraat loopt over zijn gronden naar de Wagenstraat. [appellant sub 2] wil dat dat deel van de Akkerstraat afgesloten kan worden, zodat dat niet meer gebruikt kan worden door de bewoners van zes woningen aan de Akkerstraat. [appellant sub 2] is het niet eens met het bestemmingsplan, omdat daarin niet de mogelijkheid is opgenomen om een ontsluitingsweg via de nieuwe openbare wegen binnen het plangebied te realiseren ten behoeve van die zes woningen. Hierdoor kan hij zijn percelen niet afsluiten en moet hij dat verkeer blijven dulden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2088
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202206095/1/R2

202206897/1/R3

Bij besluit van 29 september 2022 heeft de raad van de gemeente Neder-Betuwe het bestemmingsplan "Willemspolder, fase 1" vastgesteld. Bij besluit van 14 oktober 2022 heeft het college van van gedeputeerde staten van Gelderland aan [partij] ([partij]) een ontgrondingenvergunning verleend voor het ontgronden en herinrichten van een deel van de Willemspolder, fase 1. Bij besluit van 10 oktober 2022 heeft het college van van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten en in werking hebben van een inrichting, bestaand uit de tijdelijke ontgrondings- en herinrichtingsactiviteiten van de Willemspolder, fase 1. Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft de minister aan [partij] een watervergunning verleend voor de herinrichting van de Willemspolder, fase 1. [partij] is initiatiefnemer en wil het zand- en kleiwinningsproject Willemspolder, fase 1, uitvoeren. Dit is een onderdeel van het project Midden-Waal, dat bestaat uit de herinrichting van de uiterwaarden aan de noordkant van de Waal, globaal tussen Dodewaard en het Amsterdam-Rijnkanaal. In het project Willemspolder, fase 1 gaat het om het ontgronden en herinrichten van een gebied in de uiterwaarden ten zuiden van IJzendoorn. [partij] wil hier ongeveer 7 miljoen ton oppervlaktedelfstoffen winnen die kunnen worden gebruikt als bouwgrondstoffen. Met het project wordt ook beoogd om de hoogwaterveiligheid te verbeteren en natuur en landschap te ontwikkelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2061
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Ontgrondingen
  • RO - Gelderland
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202206897/1/R3

202300535/1/R4

Bij besluit van 24 november 2022 heeft de raad van de gemeente Doetinchem het bestemmingsplan "Hertelerweg 3 - 2022" vastgesteld. Op het perceel Hertelerweg 3 in Gaanderen is een loonwerk- en grondverzetbedrijf gevestigd van Hofstad met bijbehorende loods. Met het plan wordt dit bedrijf positief bestemd. Daarnaast maakt het plan een uitbreiding van het bedrijf mogelijk op het buitenterrein rondom de loods. De uitbreiding gaat volgens de toelichting om manoeuvreerruimte, opslag van onder meer grond in verzamelvakken van maximaal 2 m hoog en een wasruimte voor de machines van het bedrijf. Het grootste deel van het perceel behoudt de bestemming "Agrarisch met waarden". [appellant A] en [appellant B] wonen op het naastgelegen perceel, [locatie], en houden hobbymatig paarden. [appellant A] en [appellant B] ervaren overlast van het bedrijf en vrezen verdere uitbreiding van de bedrijfsvoering. Daarnaast schrikken hun paarden van de activiteiten van het bedrijf. Ook om deze reden hebben zij beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2077
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202300535/1/R4

202301528/1/R3

Bij besluit van 29 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het dichtmaken van een opening in het dak en het plaatsen van ramen in de bestaande kozijnen van een bijgebouw in de tuin van zijn woning op het perceel [locatie 1] in Delft. Tot in de jaren '90 van de vorige eeuw stond er een schoolgebouw achter de percelen [locatie 2] en [locatie 1]. In 1998 is een groot deel van het schoolgebouw gesloopt. Van het deel dat is blijven staan, is het dak deels verwijderd. Dat deel van het schoolgebouw is gaan behoren tot het perceel [locatie 1]. Dit overgebleven deel wordt hierna aangeduid als het bijgebouw. Bij besluit van 19 oktober 1999 is bouwvergunning verleend voor het verkleinen en intern verbouwen van het bijgebouw. [partij] is sinds april 2018 eigenaar van het perceel. Hij is halverwege 2019 begonnen met het verbouwen van het bijgebouw. Na een handhavingsverzoek van omwonenden, omdat volgens hen zonder de benodigde omgevingsvergunning werkzaamheden werden verricht, heeft [partij] een omgevingsvergunning aangevraagd. Het college heeft vervolgens bij het in het procesverloop genoemde besluit een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo verleend. Omwonenden zijn het niet eens met de verlening van de vergunning. Zij vrezen voor een aantasting van hun woongenot.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2069
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301528/1/R3

202302453/1/A3

Bij besluit van 26 mei 2021 heeft het college van bestuur van de Universiteit Leiden beslist op een verzoek van [appellante] om openbaarmaking van informatie. De Nederlandse faciliteit voor elektronenmicroscopie (hierna: de NeCEN) is een onderzoeksinstituut dat ressorteert onder de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden. De NeCEN heeft in opdracht en ten behoeve van farmaceutisch bedrijf Janssen tegen betaling onderzoeks-werkzaamheden verricht in het kader van de ontwikkeling van een coronavaccin. De rechtbank heeft overwogen dat het overgrote deel van de geïnventariseerde documenten e-mailberichten betreft waarin wordt gecorrespondeerd over de wijze waarop de overeenkomst wordt uitgevoerd, bijvoorbeeld over wanneer monsters worden aangeleverd en onderzocht. Het college heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat deze berichten niet onder de reikwijdte van het verzoek vallen omdat ze geen informatie bevatten over financiële transacties met vaccinfabrikanten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2093
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202302453/1/A3

202302457/1/A3

Bij besluit van 6 april 2022 heeft het College van Bestuur van de Universiteit Leiden beslist op een verzoek van [appellante] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. [appellante] heeft het college verzocht om openbaarmaking van de volgende op de website van de Universiteit Leiden vermelde documenten: ‘publiek-private activiteiten’, ‘projectbeheer’ en ‘facturering’. Het gaat om de versies van de documenten die op 23 september 2021 op de website waren geplaatst. Ook heeft [appellante] het college verzocht om openbaarmaking van alle documenten met betrekking tot de afhandeling van haar bezwaarschrift door het college in een eerdere Wob-procedure. Het gaat daarbij om interne correspondentie van het college, de correspondentie van het college met de commissie, met zijn advocaat, met Janssen Vaccines & Prevention B.V. en met eventuele andere derden. [appellante] betoogt dat de uitzonderingsgrond met betrekking tot de financiële belangen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wob niet van toepassing kan zijn op de bedragen in de tarieflijst en op de Regeling Werken voor Derden

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2094
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202302457/1/A3

202304291/1/A3

Bij besluiten van 15 april 2021 en 12 mei 2021 heeft de minister van Financiën de verzoeken van [appellant A] en [appellante B] op grond van artikel 28 van de Wet politiegegevens (Wpg) om verwijdering van gegevens afgewezen. In het kader van een strafrechtelijk onderzoek naar belastingadviseur [belastingadviseur] heeft de Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst (FIOD) verschillende gegevens over hem gevorderd bij clouddienstaanbieder BaseNet Internet Project B.V. (BaseNet), waaronder het klantdossier van [appellant A] en [appellante B]. BaseNet heeft deze gegevens vervolgens uitgeleverd. In de strafrechtelijke procedure hebben [appellant A] en [appellante B] zich op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) beklaagd over de vorderingen aan BaseNet. De strafrechter heeft die vorderingen rechtmatig bevonden, maar wel bepaald dat het klantdossier moest worden vernietigd. Dit omdat er, kort gezegd, geen (strafvorderlijke) noodzaak meer bestond om in de betreffende fase het klantdossier voor de waarheidsvinding in de betrokken onderzoeken te gebruiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2066
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202304291/1/A3

202305277/1/A3

Bij besluit van 21 december 2021 heeft het Raad van Bestuur van het Universitair Medisch Centrum Utrecht een verzoek van [appellant sub 2] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk ingewilligd. [appellant sub 2] heeft het UMCU verzocht om openbaarmaking van "alle documenten die betrekking hebben op afspraken, overeenkomsten, contracten, consultancycontracten, dienstverleningsovereenkomsten, sprekersovereenkomsten, sponsorovereenkomsten en contracten zoals benoemd in de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) die zijn gesloten tussen 1 januari 2019 en heden tussen uw ziekenhuis en/of in uw ziekenhuis werkzame zorgprofessionals enerzijds en (rechts)personen die een medisch hulpmiddel produceren, in de handel brengen, invoeren, in voorraad hebben, wederverkopen, afleveren dan wel aan een hulpmiddel gerelateerde activiteiten verlenen anderzijds." Het UMCU heeft 155 documenten gevonden die vallen onder de reikwijdte van het Wob-verzoek en heeft besloten om deze documenten gedeeltelijk openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2095
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202305277/1/A3

202305278/1/A3

Bij besluit van 30 november 2021 heeft het Raad van Bestuur van het Leids Universitair Medisch Centrum een verzoek van [appellant sub 2] om informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk ingewilligd. [appellant sub 2] heeft het LUMC verzocht om openbaarmaking van "alle documenten die betrekking hebben op afspraken, overeenkomsten, contracten, consultancycontracten, dienstverleningsovereenkomsten, sprekersovereenkomsten, sponsorovereenkomsten en contracten zoals benoemd in de Gedragscode Medische Hulpmiddelen (GMH) die zijn gesloten tussen 1 januari 2019 en heden tussen uw ziekenhuis en/of in uw ziekenhuis werkzame zorgprofessionals enerzijds en (rechts)personen die een medisch hulpmiddel produceren, in de handel brengen, invoeren, in voorraad hebben, wederverkopen, afleveren dan wel aan een hulpmiddel gerelateerde activiteiten verlenen anderzijds." Het LUMC heeft 20 documenten gevonden die vallen onder de reikwijdte van het Wob-verzoek en heeft besloten om deze documenten gedeeltelijk openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2096
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202305278/1/A3

202306546/1/R4

In het besluit van 22 maart 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland goedkeuring verleend aan het hernieuwde acceptatieprotocol van 9 maart 2021 voor baggerdepot De Slufter. De Slufter is een baggerdepot voor het verwijderen en storten van niet-toepasbare baggerspecie op de Maasvlakte bij Rotterdam. Bij besluit van 22 maart 2021 heeft het college goedkeuring verleend aan het hernieuwde acceptatieprotocol voor baggerdepot De Slufter. Met het acceptatieprotocol wordt de acceptatie van PFAS houdende baggerspecie boven het herverontreinigingsniveau in De Slufter mogelijk gemaakt. BMN is gespecialiseerd in de acceptatie en verwerking van toepasbare baggerspecie, waaronder toepasbare met PFAS houdende baggerspecie, op het adres Tweede Bloksweg 54B-56 in Waddinxveen. BMN heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 22 maart 2021, omdat zij vreest voor inkomstenderving. Het college heeft het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat het bezwaarschrift na afloop van de bezwaartermijn is ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2068
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202306546/1/R4

202306592/1/R1

Bij besluit van 7 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden tegen de (ver)bouwwerkzaamheden aan de buitenzijde en het dak van de panden op de [locatie 1] en [locatie 2] in Domburg afgewezen. [appellant sub 2] is eigenaar van een voormalige smederij aan de [locatie 2] (de voormalige smederij) in Domburg. [appellant sub 1] is eigenaar van de aangrenzende woning aan de [locatie 1] (het woonhuis). Deze twee panden vormden oorspronkelijk één pand, maar op enig moment zijn deze kadastraal gesplitst in twee panden. [appellant sub 2] heeft in 2019 besloten de voormalige smederij aan de binnenzijde te verbouwen tot twee recreatiewoningen en heeft hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Deze is bij besluit op bezwaar van 15 oktober 2020 verleend. Daarna is [appellant sub 2] in 2021 gestart met de (ver)bouwwerkzaamheden. Hierbij heeft hij onder meer het dak aan de buitenzijde laten isoleren, waardoor het dak hoger is komen te liggen. Verder heeft hij onder meer aan de noordwestelijke gevel aan de achterkant van de voormalige smederij een nieuwe dakgoot geplaatst. Deze dakgoot hangt boven het perceel van [appellant sub 1].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2070
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306592/1/R1

202306777/1/R4

Het bestemmingsplan ‘Nijkerkerveen deelplan 3 2023’ van de gemeente Nijkerk is definitief. Dat betekent dat de gemeente door mag met de plannen voor zo'n 350 nieuwe woningen voor starters, senioren en gezinnen in Nijkerkerveen. Een horecagroothandel, een vleeshandelsbedrijf en enkele inwoners van Nijkerkerveen zijn het niet eens met het bestemmingsplan. Zij voerden in beroep tal van bezwaren aan zoals over geluidsoverlast, verkeersproblemen en wateroverlast. De Afdeling bestuursrechtspraak gaf twee bezwaarmakers gedeeltelijk gelijk. De Afdeling bestuursrechtspraak constateerde twee gebreken in het plan; een daarvan ging over de aantasting van het uitzicht door de geplande geluidsschermen. In de planregels was een groene uitvoering van de geluidsschermen niet verzekerd, terwijl dit volgens de gemeenteraad wel noodzakelijk is voor een goede landschappelijke inpassing. De Afdeling bestuursrechtspraak zag in dit geval de mogelijkheid om 'zelf in de zaak te voorzien', zoals dat heet. Zij heeft aan de regels in het bestemmingsplan toegevoegd dat de geluidsschermen 'groen' moeten worden uitgevoerd. Door zelf in de zaak te voorzien heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de geconstateerde gebreken in het bestemmingsplan zelf hersteld. Hiermee is ook het derde deelplan van het grotere woningbouwproject van de gemeente voor zo'n 350 woningen in Nijkerkerveen definitief.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2057
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202306777/1/R4

202307182/2/R3

Bij tussenuitspraak van 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3095, heeft de Afdeling het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze opgedragen om binnen 12 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 17 augustus 2022, waarbij een verleende omgevingsvergunning voor het realiseren van een dakopbouw in stand is gelaten, te herstellen. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor het legaliseren van een dakopbouw op en aan de woning op het adres Kruisakkers 9 in Annen. Bij besluit van 17 augustus 2022 heeft het college die omgevingsvergunning in stand gelaten en daaraan twee adviezen van de Adviescommissie voor omgevingskwaliteit (welstandscommissie) ten grondslag gelegd. De rechtbank heeft het beroep van [appellant A] en [appellant B] tegen dat besluit ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2084
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307182/2/R3

202307260/1/R2

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de raad van de gemeente Land van Cuijk het bestemmingsplan "Torenstraat 41 Sambeek" vastgesteld. Het plan voorziet in een verbouwing en modernisering van het voormalige kloostergebouw van de Dominicanessen van de heilige Catharina van Siena tot twaalf wooneenheden, alsmede ten zuiden van het kloostergebouw in nieuwbouw van een gebouw met zestien appartementen, op het perceel Torenstraat 41 in Sambeek. De woningen zijn alle vooral bedoeld voor senioren. [appellant A] en anderen wonen aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3], aan de overzijde van de planlocatie, en vrezen voor nadelige gevolgen voor hun woon- en leefklimaat door de verbouw en de nieuwbouw. [partij A] en [partij B] zijn de initiatiefnemers van de woningbouwontwikkeling. [appellant A] en anderen betogen dat het bestemmingsplan in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgesteld. Er is niet aangetoond dat er een behoefte is aan seniorenwoningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2056
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307260/1/R2

202401012/1/R4

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de raad van de gemeente Amersfoort het bestemmingsplan "Hogeweg 170-176" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op de percelen Hogeweg 170, 172, 174 en 176 en een braakliggende bedrijfskavel ten westen van de Hogeweg 170 in Amersfoort. De gemeente Amersfoort heeft de wens om op meerdere plekken gemengde stedelijke milieus te creëren, waar wonen, werken en voorzieningen samengaan. Aan de drie (burger)woningen aan de Hogeweg 170, 174 en 176 wordt de bestemming "Bedrijfswoning" toegekend om daar woon-werklocaties te faciliteren. Daarnaast voorziet het bestemmingsplan in de oprichting van een autowasserij op het braakliggende terrein. Happy Duck B.V. is de beoogde exploitant. Ten behoeve van de autowasserij worden 24 doe-het-zelf autowasplaatsen en 12 doe-het-zelf autostofzuigplaatsen gerealiseerd. [appellant] woont aan de [locatie A], schuin tegenover de voorziene autowasserij. Schuin achter deze woning ligt de woning aan de [locatie B]. [appellant] is eigenaar en verhuurder van deze woning. [appellant] vreest met name voor aantasting van het woongenot vanwege licht- en geluidhinder door de realisatie van de autowasserij.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2091
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202401012/1/R4

202402868/1/A3

Bij besluit van 4 augustus 2022 heeft de burgemeester van Heerlen de woning van [appellant] voor een periode van twaalf maanden gesloten. [appellant] woonde in de woning aan de [locatie 1] in Hoensbroek. Naar aanleiding van een onderzoek in de woning aan de [locatie 2] in Heerlen, waar een hoeveelheid drugs in beslag is genomen, is de politie op 16 juni 2022 de woning van [appellant] binnengetreden. Op de tafel in de woonkamer lagen 46 sealtjes, bedrukt met een Pablo Escobar logo, gevuld met 17,3 gram cocaïne, 89 gripzakjes met 233 gram hennep en een weegschaal met residu, verschillende maten gripzakjes en lege ongebruikte coke-sealtjes. In de slaapkamer lag nog één gripzakje met 2,46 gram MDMA. De politie heeft van de doorzoeking een bestuurlijke rapportage opgesteld. De burgemeester heeft bij het besluit van 4 augustus 2022 de woning van [appellant] voor een periode van twaalf maanden gesloten. De burgemeester heeft de sluiting bij het besluit van 16 januari 2023 gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2067
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202402868/1/A3

202403256/1/R2

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de raad van de gemeente Maashorst het bestemmingsplan "Sport en Spel Reek 2024" vastgesteld. De raad wil met het bestemmingsplan de realisatie van een multifunctionele sportaccommodatie aan de Monseigneur Suijsstraat 35-37 in Reek juridisch-planologisch mogelijk maken. Op de locatie is nu een voetbalvereniging gevestigd met drie voetbalvelden. Het bestaande sportcomplex wordt ten oosten van de bestaande voetbalvelden uitgebreid met een nieuw gedeelte, waar onder meer vier tennisvelden en twee padelbanen worden gerealiseerd. De twee padelbanen zijn ten zuiden van de vier tennisvelden voorzien. [appellant] woont op het perceel aan de [woonplaats] in Reek, dat aan de noordzijde van het plangebied grenst. Hij is het niet eens met het plan, onder meer omdat hij vreest voor nadelige effecten van met name het geluid van de twee padelbanen op zijn woon- en leefomgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2083
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403256/1/R2

202403757/1/R2

Bij besluit van 22 april 2024 heeft de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo het bestemmingsplan "Mierloseweg 40 Geldrop" vastgesteld. Het bestemmingsplan Mierloseweg 40 maakt de bouw van een complex met 40 appartementen en een parkeergarage mogelijk aan de Mierloseweg 40 in Geldrop. Het college heeft de bijbehorende omgevingsvergunning verleend. Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt met toepassing van artikel 3.30 van de Wro. Het bestaande bedrijfspand zal worden gesloopt. Houta Groep B.V. wil deze ontwikkeling realiseren. [appellante] is eigenaar van het perceel aan [locatie] op zo’n 35 m van het plangebied. Zij verhuurt het perceel en hierop wordt een Gamma-bouwmarkt geëxploiteerd. Aan het perceel is in het bestemmingsplan "Woongebieden Zuid Oost Geldrop" de bestemming "Detailhandelsdoeleinden" toegekend. [appellante] vreest dat door de woningbouwplannen op omliggende gronden haar gebruiksmogelijkheden worden beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2082
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403757/1/R2

202404654/1/R1

Op 9 november 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Fastned B.V. een vergunning verleend voor het realiseren van een shop/wachtvoorziening als aanvullende voorziening bij haar energielaadpunt op verzorgingsplaats De Brink, langs de rijksweg A50 ter hoogte van km 202,0 HRL in de gemeente Apeldoorn. Fastned heeft op 25 juli 2022, aangevuld op 16 juni 2023, een vergunning op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) aangevraagd voor het realiseren van een shop/wachtvoorziening met vijf parkeerplaatsen als aanvullende voorziening bij haar energielaadpunt als basisvoorziening op verzorgingsplaats De Brink. De aangevraagde voorziening voorziet volgens de bij de aanvraag behorende tekening onder andere in een tweelaags gebouw met toiletgroepen, een ruimte met zitplaatsen, een ruimte waar eten/drinken wordt aangeboden en een bediende counter met daarachter een koelruimte/opslag. Bij besluit van 9 november 2023 heeft de minister de gevraagde vergunning verleend. Op de verzorgingsplaats De Brink zijn drie basisvoorzieningen aanwezig. EG Retail exploiteert een basisvoorziening voor een benzinestation. La Place Food Vastgoed B.V. exploiteert een basisvoorziening voor een wegrestaurant. Op het parkeerterrein van het wegrestaurant zijn elektrische laadpunten voor twee laadplekken als aanvullende voorziening aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2080
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404654/1/R1

202404807/1/R2

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo het bestemmingsplan "Bleekvelden 1-26 Geldrop" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt onder meer de bouw van een complex met 51 appartementen en een parkeergarage mogelijk aan De Bleekvelden 24-26 in Geldrop. Het bestaande pand, met daarin een sportschool en dienstwoning, zal daarvoor worden gesloopt. De initiatiefnemer van deze ontwikkeling aan De Bleekvelden 26 is Manche Onroerend Goed. Daarnaast worden de reeds krachtens een omgevingsvergunning gerealiseerde woningen aan De Bleekvelden 1-20 en de maatschappelijke functie aan De Bleekvelden 21 in dit plan als zodanig bestemd. [appellante] is eigenaar van het perceel aan De Bleekvelden 30. Dit perceel grenst aan het plangebied. Zij verhuurt het perceel en hierop wordt een Gamma-bouwmarkt geëxploiteerd. Aan het perceel is in het bestemmingsplan "Woongebieden Zuid Oost Geldrop" de bestemming "Detailhandelsdoeleinden" toegekend. [appellante] vreest dat door de woningbouwplannen op omliggende gronden haar gebruiksmogelijkheden worden beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2079
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404807/1/R2

202404891/1/R2

Bij besluit van 10 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Geldrop-Mierlo het bestemmingsplan "Mierloseweg 28-38 Geldrop" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een complex met 81 appartementen en een parkeergarage mogelijk aan Mierloseweg 28-38 in Geldrop. De bestaande bebouwing zal daarvoor worden gesloopt. De initiatiefnemer van deze ontwikkeling is Emway B.V. [appellante] is eigenaar van het perceel aan De Bleekvelden 30. Zij verhuurt het perceel en hierop wordt een Gamma-bouwmarkt geëxploiteerd. [appellante] vreest dat door de woningbouwplannen op omliggende gronden haar gebruiksmogelijkheden worden beperkt. De gemeente heeft de ambitie om locatie De Bleekvelden te transformeren naar een woongebied. Daarvoor zijn vier ontwerpbestemmingsplannen ter inzage gelegd, waarvan er drie door de raad zijn vastgesteld. Tegen al deze drie bestemmingsplannen heeft [appellante] beroep ingesteld. Het betreft dit bestemmingsplan "Mierloseweg 28-38" en de bestemmingsplannen "Mierloseweg 40" en "Bleekvelden 1-26". Het vierde ontwerpbestemmingsplan ziet onder meer op het perceel van [appellante]. De raad heeft toegelicht dat op langere termijn de verplaatsing van de Gamma naar bedrijventerrein De Barrier of een andere locatie wordt beoogd. Het perceel van [appellante] zal dan vervolgens ook worden bestemd voor woningbouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2078
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404891/1/R2

202404934/1/R2

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Boekel het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Lage Raam" vastgesteld. De raad wil met het bestemmingsplan de realisatie van het bedrijventerrein Lage Raam juridisch-planologisch mogelijk maken. Met de realisatie van het bedrijventerrein wil de raad voorzien in de behoefte aan bedrijfskavels in de gemeente Boekel. In het plangebied wonen [appellanten sub 1] aan de [locatie 1]. Zij zijn het niet eens met het plan, onder meer omdat in het plan geen rekening wordt gehouden met hun woning. Ook [appellanten sub 2] wonen in het plangebied en exploiteren een melkveebedrijf aan de [locatie 2]. Zij zijn het niet eens met het plan, omdat geen rekening wordt gehouden met hun woning en melkveebedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2087
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404934/1/R2

202405005/2/A3

[appellant sub 1] en de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 5 juli 2024 in zaak nr. 23/123. De minister heeft twee documenten overgelegd en de Afdeling verzocht om toepassing van artikel 8:29 van de Awb. De geheimhoudingskamer van de Afdeling heeft kennisgenomen van deze twee documenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2046
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405005/2/A3

202405180/1/R4

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Oost Gelre het bestemmingsplan "Flierbeek fase 3 ’t Flierbos Lichtenvoorde" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op fase 3 van de in ontwikkeling zijnde woonwijk Flierbeek. Fase 3 betreft het deelgebied ’t Flierbos waar ongeveer 70 woningen zijn voorzien. Ten noordwesten van het plangebied aan de [locatie] ligt het bedrijfsterrein waarop [appellante B] is gevestigd en dat in eigendom is van [appellante A]. Zij vrezen voor een belemmering in de bedrijfsvoering en daardoor een waardedaling van het perceel. [appellante A] en [appellante B] voeren aan dat op een afstand van ongeveer 20 m van hun bedrijfsterrein een ontmoetingsplaats in een voedselbos is voorzien. Dit betreft een geluidgevoelig object. Uit het "Akoestisch onderzoek bedrijf tbv woningbouw fase 3 Flierbeek Lichtenvoorde" van Adviesburo Van der Boom van 19 mei 2021 (akoestisch onderzoek uit 2021) volgt dat ter plaatse moet worden gevreesd voor geluidhinder van hun bedrijfsterrein. Dit betekent volgens [appellante A] en [appellante B] dat op de ontmoetingsplaats geen goed woon- en leefklimaat kan worden gegarandeerd en dat zij zullen worden belemmerd in hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2055
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202405180/1/R4

202405862/1/A3

Bij besluit van 13 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een ligplaatsvergunning verleend voor het woonschip van [partij] op de locatie [locatie]. Het college heeft aan [partij] een ligplaatsvergunning verleend voor het woonschip [naam] op het adres [locatie], dat hij heeft gekocht van de vorige houder van de ligplaatsvergunning voor dat woonschip op dat adres en wiens ligplaatsvergunning met afgifte van deze ligplaatsvergunning is vervallen. [appellant] heeft hiertegen bezwaar gemaakt, omdat hij ook de wens had om een ligplaatsvergunning te krijgen op deze locatie. Het college heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard, omdat hij volgens het college niet kan worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht. [appellant] is het niet eens met de besluitvorming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2073
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405862/1/A3

202406707/1/R2

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe de aanvraag van [appellante] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) afgewezen. [appellante] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie] in Tiendeveen. Op 18 mei 1982 is een Hinderwetvergunning voor de oprichting van de rundveehouderij verleend. Op 28 oktober 1996 is een milieuvergunning verleend voor het houden van 2 schapen, 80 stuks vrouwelijk jongvee, 26 vleesstieren en 110 melk- en kalfkoeien, met een totale emissie van 1.974,2 kg NH3 per jaar. Vervolgens is op 27 maart 2008 een milieuvergunning verleend, voor het houden van 302 melk- en kalfkoeien en 188 stuks vrouwelijk jongvee tot 2 jaar, met een totale emissie van 4.556,90 kg NH3 per jaar. [appellante] heeft op 21 december 2021 de oorspronkelijke aanvraag voor een natuurvergunning aangepast en aangevuld. De aangepaste aanvraag heeft betrekking op het houden van 440 melk- en kalfkoeien en 189 stuks jongvee, met een totale emissie van 4.432,05 kg NH3 per jaar. Deze aanvraag leidt volgens [appellante] niet tot een toename van stikstofdepositie ten opzichte van de milieuvergunning van 27 maart 2008. De referentiesituatie kan volgens [appellante] aan die milieuvergunning worden ontleend, omdat die milieuvergunning is getoetst aan artikel 6, derde lid, van de Habitatrichtlijn. De milieuvergunning is daarom een besluit als bedoeld in artikel 9.4, achtste lid, van de Wnb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2076
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202406707/1/R2

202407408/1/A3

Bij besluit van 26 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Beverwijk een aanvraag van [appellante] om toekenning van een briefadres in de gemeente Beverwijk buiten behandeling gesteld. Bij besluit van 31 maart 2023 heeft het college de gegevens van [appellante] op laten nemen in het register van niet-ingezetenen. Vervolgens heeft [appellante] het college verzocht een briefadres toe te kennen. Het college heeft dit afgewezen omdat [appellante], ondanks een verzoek tot aanvulling van de aanvraag, geen informatie wilde verschaffen over haar woonadres en haar aanvraag om die reden incompleet was. Verder heeft [appellante] het college verzocht om hervestiging op het adres [locatie] in Beverwijk. Het college heeft dit verzoek afgewezen omdat onduidelijk is waar [appellante] verblijft en zij daar ook geen duidelijkheid over wil verschaffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2064
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407408/1/A3

202500032/1/A3

Op 1 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere de minderjarige dochter van [appellante] ingeschreven op het adres van de vader van de dochter. De vader van de minderjarige dochter van [appellante] heeft het college verzocht de minderjarige dochter in te schrijven op het adres van de vader. Het college is hiertoe overgegaan op 1 maart 2023. Volgens het college blijkt uit een adresonderzoek dat [appellante] niet meer op de [locatie] in Almere woont en is vertrokken naar een onbekend adres in Duitsland. De vader van de minderjarige dochter van [appellante] heeft het college verzocht de minderjarige dochter in te schrijven op het adres van de vader. Het college is hiertoe overgegaan op 1 maart 2023. Volgens het college blijkt uit een adresonderzoek dat [appellante] niet meer op de [locatie] in Almere woont en is vertrokken naar een onbekend adres in Duitsland. [appellante] heeft bezwaar gemaakt. Volgens haar is de inschrijving op het adres van de vader zonder haar toestemming gedaan, het voornemen niet met haar gedeeld en het besluit niet per brief toegezonden. Het college heeft dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard, omdat volgens het college geen sprake is van een besluit waartegen bezwaar kan worden gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2065
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202500032/1/A3

202500536/1/A3

Bij besluiten van 30 juni 2022 en 23 maart 2023 heeft de Nationale ombudsman beslist op verzoeken van [appellant] om verstrekking van informatie op grond van de Wet open overheid (Woo). [appellant] betoogt dat de rechtbank de Nationale ombudsman ten onrechte is gevolgd in zijn standpunt dat een bepaalde medewerker van de Nationale ombudsman onder de bescherming valt van artikel 5.1, tweede lid, onder e, van de Woo. Volgens hem heeft de rechtbank niet onderkend dat deze medewerker vanuit zijn functie naar buiten treedt, bijvoorbeeld in contacten met gemeenten, bij het verzorgen van presentaties en in publicaties. Verder heeft de rechtbank volgens hem niet onderkend dat de te maken belangenafweging in het kader van een verzoek om verstrekking van informatie op grond van artikel 5.5 van de Woo, zoals hier aan de orde, een andere is dan de te maken belangenafweging in het kader van een verzoek om openbaarmaking van informatie op grond van artikel 4.1 van de Woo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2063
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500536/1/A3

202500964/1/R2

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de raad van de gemeente Best het "TAM-omgevingsplan Oostzijde stationsomgeving Best" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Best vastgesteld. Spoorzone wil als initiatiefnemer het gebied aan de oostzijde van het stationsgebied in Best herontwikkelen. Het gebied heeft momenteel een rommelige en versteende opzet, waarbij de ligging tussen het treinstation en het centrum niet optimaal gebruikt wordt. Het doel is om de stationsomgeving te transformeren naar een levendig en aantrekkelijk verblijfsgebied, als entree voor Best met een groene verbinding naar het centrum en een inpassing van het busstation te realiseren. In totaal biedt het gebied ruimte voor 2.500 m² aan commerciële voorzieningen en voor maximaal 600 woningen (voornamelijk appartementen). Omdat de gewenste ontwikkeling niet past binnen het bestemmingsplan "Centrum, stationsgebied e.o.", dat deel uitmaakt van het tijdelijk deel van het omgevingsplan, is besloten om een TAM-omgevingsplan vast te stellen. Stichting Molenhuis is een stichting die is opgericht om de belangen te behartigen van de bewoners die in het Molenhuis wonen. Het Molenhuis staat aan de Molenstraat en is een woon-/zorgcentrum waarin mensen met een verstandelijke beperking begeleid wonen. Stichting Molenhuis is bang dat de voorgenomen ontwikkeling leidt tot een aantasting van het woon- en leefklimaat van de bewoners van het Molenhuis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2092
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202500964/1/R2

202501229/1/A2

Bij besluit van 28 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven de aanvraag van [appellante] om bekostiging van leerlingenvervoer voor haar zoon [kind] voor het schooljaar 2023-2024 afgewezen. [kind] is geboren op [geboortedatum] 2016. Toen [kind] naar school moest, ging hij naar basisschool De Taalbrug/Blixembosch in Eindhoven. Omdat [kind] bepaalde problemen heeft, is hij overgestapt naar de Petraschool in Eindhoven. Dit is een school voor speciaal basisonderwijs (SBO). Op deze school kwam hij door verschillende redenen niet goed mee. Aan het eind van schooljaar 2022-2023 is hij daarom met toestemming van de leerplichtambtenaar thuisgebleven. Sinds augustus 2023 gaat [kind] naar school op De Reis van Brandaan in Eindhoven. Ook deze school is een SBO. [appellante] heeft aan het college een vergoeding gevraagd voor de kosten die zij moet maken om haar zoon [kind] met de auto naar de De Reis van Brandaan te brengen en daar weer op te halen. De school is 9,9 kilometer rijden vanaf de woning van [appellante] en [kind]. Het college heeft de aanvraag van [appellante] bij besluit van 28 november 2023 afgewezen, omdat De Reis van Brandaan niet de dichtstbijzijnde toegankelijk school is voor [kind].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2062
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202501229/1/A2

202501266/1/A2

Bij besluit van 4 januari 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellant] om overneming van een private schuld afgewezen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een schuld van € 1.600,00 bij een bank. De minister heeft de schuld niet overgenomen. Volgens de minister is de schuld niet opeisbaar geworden voor 1 juni 2021, zodat niet is voldaan aan de vereisten uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht) voor het overnemen van private schulden. Ook betreft de schuld een kredietlimiet (roodstand), die op grond van de Wht wordt aangemerkt als een financieel product. De bank heeft het krediet echter nooit opgeëist en er was geen sprake van een blijvende betalingsachterstand. Bovendien bevond de schuld zich op het moment van aflossing op 17 februari 2021 binnen de overeengekomen kredietlimiet, waardoor niet was voldaan aan het vereiste van opeisbaarheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2098
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501266/1/A2

202501338/1/A2

Bij besluit van 11 december 2023 heeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs afgegeven voor [kind], de zoon van [appellant]. In geschil is of het samenwerkingsverband voor [kind] een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs voor de periode 11 december 2023 tot en met 31 juli 2026 mocht afgeven. [kind] is geboren op [geboortedatum] 2008. In de periode 2012-2020 heeft hij regulier onderwijs gevolgd op basisschool de Koningin Julianaschool in Nieuwegein. In het schooljaar 2020-2021 heeft [kind] regulier voortgezet onderwijs gevolgd op het Oosterlicht College in Nieuwegein. Hij zat in een structuurklas met tien leerlingen. In dat schooljaar kreeg [kind] een verwijzing naar Rebound Zuid Utrecht. Het traject bij Rebound was gericht op terugkeer naar het Oosterlicht College, maar dit traject is vroegtijdig beëindigd vanwege veel schoolverzuim. Het samenwerkingsverband heeft, na een aanvraag van het Oosterlicht College, een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs afgegeven voor de periode 15 november 2021 tot en met 31 juli 2023. In het schooljaar 2022-2023 is [kind] gestart op De Baanbreker in IJsselstein. Dat is een school voor regulier praktijkonderwijs. Op 14 november 2023 heeft De Baanbreker een aanvraag voor een toelaatbaarheidsverklaring voor het voortgezet speciaal onderwijs voor [kind] ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2060
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202501338/1/A2

202501369/1/A2

Bij besluit van 25 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer een door [wederpartij] verbeurde dwangsom van € 3.000,00 ingevorderd. Bij besluit van 25 mei 2021 heeft het college aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd om de onzelfstandige bewoning in het pand aan de [locatie] in Deventer (de woning) binnen drie maanden te staken en gestaakt te houden. Het college heeft hierbij vermeld dat [wederpartij] de last kan uitvoeren door de bewoning terug te brengen tot maximaal twee personen of door de woning weer om te zetten naar zelfstandige woonruimte. Aan het niet of niet geheel voldoen aan de last heeft het college een dwangsom verbonden van € 3.000,00 per maand of een gedeelte daarvan, met een maximum van € 15.000,00. De woning is op 7 augustus 2023 gecontroleerd door toezichthouders van de gemeente Deventer. Zij hebben in de woning mevrouw [bewoner A] aangetroffen. Zij heeft verklaard dat in de woning vier personen wonen: [bewoner B] en [bewoner C], hun kind van één jaar oud [kind], en zijzelf. [bewoner A] heeft gesteld het nichtje van [bewoner B] te zijn en samen met het kind in het kinderbed te slapen. Tijdens de controle is [bewoner B] aangekomen in de woning. Hij heeft verklaard samen met zijn vrouw en kind in de woning te wonen. [bewoner A] is volgens hem de oppas van het kind en woont in Apeldoorn. Hij haalt haar elke keer op.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2089
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501369/1/A2

202501447/3/R2

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Alphen-Chaam het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan Alphen-Chaam 2023" vastgesteld. De termijn voor het indienen van beroep is ingegaan op 26 februari 2025 en geëindigd op 8 april 2025. [appellant] heeft bij brief van 4 april 2025 beroep ingesteld, maar de gronden van zijn beroep niet vermeld. In de brief van de Afdeling van 8 april 2025, waarin de ontvangst van het beroepschrift is bevestigd, is [appellant] erop gewezen dat hij geen gronden heeft aangevoerd en dat hij tot en met 20 mei 2025 de tijd krijgt om dat alsnog te doen. [appellant] heeft vervolgens bij een bij de Afdeling op 19 mei 2025 binnengekomen brief verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden, in verband met een lopend mediationtraject met de gemeente. Bij brief van 22 juli 2025 heeft de Afdeling [appellant] een nadere termijn tot 1 december 2025 gegeven om de gronden in te dienen. Bij brief van 25 november 2025 heeft [appellant] wederom verzocht om uitstel voor het indienen van de gronden in verband met het lopende mediationtraject.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1899
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202501447/3/R2

202501993/1/A2

Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen een aanvraag van [appellant] om een vergunning voor het in gebruik geven van de woning aan de [locatie] in Amstelveen voor toeristische verhuur, afgewezen. [appellant] heeft een aanvraag ingediend om een vergunning voor het in gebruik geven van de destijds door hem gehuurde woning aan de [locatie] in Amstelveen voor toeristische verhuur. Het college heeft deze aanvraag bij het besluit van 19 april 2023, zoals gehandhaafd bij het besluit van 24 juli 2023, afgewezen. Het college heeft zich in het besluit van 24 juli 2023, onder verwijzing naar het advies van de commissie voor de bezwaarschriften, op het standpunt gesteld dat op grond van artikel 3.8.1, tweede lid, aanhef en onder d, van de Huisvestingsverordening gemeente Amstelveen 2022 een vergunning kan worden geweigerd als niet is voldaan aan de voorwaarde dat op eigen gelegen terrein wordt voorzien in minimaal één parkeerplaats per gastenkamer. Het college voert bij de uitvoering van dit artikel beleid, dat is neergelegd in artikel 5.1 van de Uitvoeringsregels Wonen Amstelveen 2023 (Uitvoeringsregels).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2058
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202501993/1/A2

202503036/1/A3

De burgemeester van Utrecht heeft bij besluit van 8 november 2023 op grond van artikel 2:3 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 en het daarop gebaseerde Aanwijzingsbesluit artikel 2:3 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2023, verblijfsontzegging Lucasbolwerk, Hieronymusplantsoen en omgeving (hierna: Aanwijzingsbesluit) aan [appellant] een verblijfsontzegging opgelegd voor de duur van een maand, omdat hij die dag de openbare orde heeft verstoord en er al eerder aan hem een verblijfsontzegging voor dit gebied voor de duur van 24 uur is opgelegd. De burgemeester heeft zich voor dit besluit gebaseerd op een proces-verbaal van de politie. Daaruit volgt dat [appellant] een bekeuring heeft gekregen wegens overtreding van artikel 2:29, aanhef en onder a, van de APV, omdat hij zich zonder redelijk doel ophield in een portiek. De verblijfsontzegging gold van 8 november 2023 om 19.45 uur tot en met 8 december 2023 om 19.44 uur voor het gebied van het Lucasbolwerk, het Hieronymusplantsoen en omgeving in Utrecht. De burgemeester heeft de verblijfsontzegging in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2075
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503036/1/A3

202503037/1/A3

De burgemeester heeft bij besluit van 13 november 2023 op grond van artikel 2:3 van de Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2010 en het daarop gebaseerde Aanwijzingsbesluit artikel 2:3 Algemene plaatselijke verordening Utrecht 2023, verblijfsontzegging Lucasbolwerk, Hieronymusplantsoen en omgeving aan [appellant] een verblijfsontzegging opgelegd voor de duur van twee maanden, omdat hij die dag de openbare orde heeft verstoord wegens het bezit, de handel, of het gebruik van de in de Opiumwet bedoelde middelen. Eerder had de burgemeester aan hem voor dit gebied al verblijfsontzettingen opgelegd voor de duur van 24 uur en de duur van een maand. De burgemeester heeft zich voor dit besluit gebaseerd op een proces-verbaal van de politie. De verblijfsontzegging gold van 13 november om 09.31 uur tot en met 13 januari 2024 om 09:30 uur voor het gebied van het Lucasbolwerk, het Hieronymusplantsoen en omgeving in Utrecht. De burgemeester heeft de verblijfsontzegging in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2074
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503037/1/A3

202503413/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen op een aanvraag van [appellante] om brede ondersteuning bij herstel kinderopvangtoeslagenaffaire een bedrag van € 1.328,00 toegekend. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft bij het college een aanvraag ingediend in het kader van de Beleidsregels ondersteuning gedupeerden Kinderopvangtoeslagaffaire 2024 van de gemeente Amstelveen. Deze beleidsregels geven uitvoering aan artikel 2.21, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht). Op grond van die bepaling kan het college gedupeerden van de kinderopvangtoeslagenaffaire brede ondersteuning bieden op de leefgebieden financiën, gezin, werk, wonen en zorg. Op grond van artikel 4, eerste en tweede lid, van de beleidsregels wordt de ondersteuning ingezet op basis van de behoefte en noodzaak van die ondersteuning. De noodzaak en vorm worden vastgesteld door het college op basis van een gezamenlijk opgesteld plan van aanpak, gericht op het maken van een nieuwe start.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2099
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503413/1/A2

202504016/1/A3

Bij brief van 19 september 2023 heeft het Zorg- en Veiligheidshuis Zuid-Holland-Zuid een beslissing genomen over het verzoek van [appellant] tot vernietiging van zijn persoonsgegevens. Op 2 januari 2023 heeft het ZVH per brief aan [appellant] medegedeeld dat zijn gegevens overeenkomstig het privacyreglement vijf jaar worden bewaard. [appellant] heeft op 16 januari 2023 het ZVH verzocht tot vernietiging van zijn persoonsgegevens. Met de brief van 3 februari 2023 heeft het ZVH dit verzoek afgewezen. Hiertegen heeft [appellant] bij brief van 8 maart 2023 bezwaar gemaakt. Dit bezwaar is op 13 juli 2023 ongegrond verklaard door het ZVH. Met de brief van 19 september 2023 heeft het ZVH opnieuw een beslissing genomen over het verzoek van [appellant] waarbij zij een nieuw privacy-protocol heeft gehanteerd. De rechtbank is tot het oordeel gekomen dat het ZVH geen bestuursorgaan is in de zin van artikel 1:1, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Het ZVH is niet krachtens publiekrecht ingesteld en oefent geen openbaar gezag uit. Om die reden kan de brief van 19 september 2023 niet worden aangemerkt als een besluit in de zin van de Awb. Tegen de brief stond geen beroep open bij de bestuursrechter. Daarom heeft de rechtbank zich onbevoegd verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2086
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202504016/1/A3

202504960/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 30 augustus 2024 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aanvragen van [appellante] om overname van private schulden afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor het overnemen en betalen van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht). In hoofdstuk 4 van de Wht is geregeld onder welke voorwaarden een gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire in aanmerking komt voor het overnemen en betalen van private schulden. Uit artikel 4.1, tweede lid, volgt dat schulden slechts worden overgenomen, indien zij zijn ontstaan na 31 december 2005, vóór 1 juni 2021 opeisbaar waren en niet zijn voldaan op het tijdstip waarop de aanvraag wordt gedaan. [appellante] is erkend als gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft aanvragen ingediend om overname van een schuld bij DEFAM van € 16.585,45 (de eerste schuld) en een schuld bij ESWS van € 12.768,00 (de tweede schuld).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2072
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504960/1/A2

202504971/1/A2

Bij verkeersbesluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de [locatie 1]-[locatie 2] (oneven) in Amsterdam, gelegen tussen de Brouwersgracht en de Blauwburgwal, aangewezen als erf door het plaatsen van de verkeersborden G5 (erf) en G6 (einde erf). De achtergrond van het verkeersbesluit om de Herengracht 1-103 aan te wijzen als woonerf ligt in de vervanging van de kademuur en de daarmee gepaard gaande herinrichting van dit deel van de Herengracht: een parkeervrije inrichting zonder scheiding tussen de strook langs het water, de rijbaan en het trottoir. Een aanwijzing als erf heeft tot gevolg dat voetgangers wegen gelegen binnen dat erf over de volle breedte mogen gebruiken, de maximumsnelheid 15 km/u is en alleen geparkeerd mag worden op parkeerplaatsen die als zodanig zijn aangeduid. In dit geval heeft het college geen parkeerplaatsen aangewezen, zodat parkeren op de Herengracht 1-103 niet langer mogelijk is. [appellant A] en anderen wonen aan dit deel van de Herengracht of ondervinden directe gevolgen van het verdwijnen van de parkeermogelijkheid daar, en zijn het om een aantal redenen niet eens met de aanwijzing als erf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2071
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504971/1/A2

202600211/1/A2

Bij beslissing van 10 oktober 2025 heeft de examencommissie Recht en Veiligheid het door [appellante] ingeleverde Plan van Aanpak -PvA 1419LB411A- ongeldig verklaard, haar uitgesloten van deelname aan toetsen gedurende twee periodes en aan het college van bestuur een voordracht tot uitschrijving gedaan wegens fraude. Bij beslissing van 24 november 2025 heeft het college van beroep voor de examens van Hogeschool Inholland het door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] studeert HBO-rechten aan de Hogeschool Inholland. In mei 2025 moest zij als onderdeel van haar afstudeerprogramma een Plan van Aanpak inleveren. Bij de beoordeling constateerde de examinator onduidelijkheden in de bronvermelding. Hij heeft [appellante] om een toelichting gevraagd. Na ontvangst daarvan, zag de examinator aanleiding om een vermoeden van fraude te melden bij de examencommissie. Die heeft geconcludeerd dat er voldoende grond is om vast te stellen dat er sprake is van fraude. [appellante] heeft in haar Plan van Aanpak namelijk gebruik gemaakt van bronnen die niet bestaan of wel bestaan, maar een andere inhoud hebben dan in de tekst opgenomen. Het ging hierbij om 11 fouten in de bronvermeldingen. Als sanctie heeft de examencommissie het Plan van Aanpak ongeldig verklaard. Omdat dit de derde keer was dat [appellante] een sanctie wegens fraude werd opgelegd, heeft de examencommissie haar als aanvullende sanctie uitgesloten van toetsen gedurende twee periodes in studiejaar 2025-2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2090
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600211/1/A2

202600416/1/A2

Bij beslissing van 8 oktober 2025 heeft de directeur van het Instituut voor Ecologische Pedagogiek namens het college van bestuur van de Hogeschool Utrecht [appellante] een maatregel opgelegd, inhoudend dat zij met ingang van 9 oktober 2025 tot maandag 31 augustus 2026 wordt uitgeschreven. [appellante] volgt sinds collegejaar 2021-2022 de bacheloropleiding Ecologische Pedagogiek aan de Hogeschool Utrecht. In het studiejaar 2024-2025 was zij tijdelijk uitgeschreven bij wijze van maatregel wegens ongewenst gedrag. Nadat zij opnieuw was ingeschreven per 1 juni 2025 stuurde zij veelvuldig berichten en begon zij ook weer met het indienen van klachten tegen onderwijspersoneel. De directeur heeft [appellante] verzocht om een gesprek te voeren over het volgen van onderwijs en haar gedragingen. Na diverse klachten van onderwijspersoneel heeft de directeur besloten [appellante] nogmaals tijdelijk uit te schrijven, dit maal voor de duur van de rest van het collegejaar, dus tot 31 augustus 2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2085
Datum uitspraak
15 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600416/1/A2

202404142/1/V3

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2009
Datum uitspraak
14 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404142/1/V3

BRS.26.000892en BRS.26.000893

Bij besluit van 2 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2029
Datum uitspraak
14 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000892en BRS.26.000893

BRS.26.001361 en BRS.26.001362

Bij besluit van 14 maart 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1999
Datum uitspraak
14 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001361 en BRS.26.001362

BRS.26.001539

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2041
Datum uitspraak
14 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001539

BRS.26.001836

Bij besluit van 23 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2043
Datum uitspraak
14 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001836

202403402/1/R2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 1 mei 2024 van de rechtbank Oost­Brabant. Deze uitspraak gaat over de omgevingsvergunning van [partij] voor een aanbouw aan zijn woning. [appellant] heeft beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar van het college van 19 december 2022 waarin deze vergunning in stand is gelaten, omdat het college in de vergunning volgens hem voor het bepalen van het peil ten onrechte is aangesloten bij de bovenkant van de afgewerkte vloer van het hoofdgebouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2156
Datum uitspraak
14 april 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403402/1/R2

202407496/1/R2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 31 oktober 2024 van de rechtbank Oost­Brabant. Deze uitspraak gaat over het invorderingsbesluit van het college van 7 november 2023, waarin het college overgaat tot invordering van €10.000,00 aan verbeurde dwangsommen wegens het niet nakomen van twee opgelegde lasten onder dwangsom. Deze lasten hadden als doel om het gebruik van het perceel met een groenbestemming als inrit te staken en dit zo te houden en om de daar aangebrachte verharding te verwijderen. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] tegen het invorderingsbesluit ongegrond verklaard. [appellant] beroept zich op gerechtvaardigd vertrouwen dat hij ontleent aan uitlatingen van het college tussen 17 mei en 22 mei 2023. En hij meent dat daarom niet zou worden overgegaan tot handhavend optreden. Volgens hem is het oordeel van de rechtbank hierover onjuist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2157
Datum uitspraak
14 april 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407496/1/R2

202504010/2/A3

Tijdens de zitting op 8 april 2026 heeft verzoeker verzocht om wraking in de zaak nr. 202504010/1/A3. Daarbij heeft hij verwezen naar zijn (ongedateerde) schriftelijke wrakingsverzoek, dat bij de Afdeling is ingekomen op de ochtend van 8 april 2026, maar de behandelend staatsraad ten tijde van de zitting nog niet had bereikt. Met de behandeling van die zaak is staatsraad mr. M. Soffers belast. Verzoeker heeft aan zijn verzoek om wraking, samengevat weergegeven, ten grondslag gelegd dat hij in andere zaken bij de Afdeling geen gelijk heeft gekregen, dat de staatsraden van de Raad van State geen kennis hebben van het recht van de Europese Unie, dat het recht van de Europese Unie niet wordt nageleefd en dat van de voorzitter en staatsraden van de Raad van State niet kan worden verwacht dat zij elkaar tegenspreken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2028
Datum uitspraak
14 april 2026
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504010/2/A3

202403710/1/V1

Verzoekers hebben het hoger beroep ingetrokken en de Afdeling verzocht om de minister te veroordelen in de bij hen opgekomen proceskosten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2010
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403710/1/V1

202407298/1/V3

Bij besluit van 5 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2008
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407298/1/V3

BRS.25.001963

Bij besluiten van 4 december 2023 en 5 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1984
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001963

BRS.25.002504

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1988
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002504

BRS.26.000941

Bij besluit van 7 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1985
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000941

BRS.26.001303

Bij besluit van 24 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1979
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001303

BRS.26.001336

Bij besluit van 28 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1978
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001336

BRS.26.001372 en BRS.26.001570

Bij besluit van 18 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1983
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001372 en BRS.26.001570

BRS.26.001380 en BRS.26.001381

Bij besluit van 9 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1989
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001380 en BRS.26.001381

BRS.26.001498 en BRS.26.001499

Bij besluit van 12 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2003
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001498 en BRS.26.001499

BRS.26.001538

Bij besluit van 27 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1987
Datum uitspraak
13 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001538

202402170/2/A3

De rechtbank heeft per ongeluk de op de zaak betrekking hebbende stukken, die de korpschef met een beroep op artikel 8:29 van de Awb heeft overgelegd, aan [wederpartij] doorgezonden. [wederpartij] heeft deze stukken vervolgens op zijn website gepubliceerd. De korpschef heeft de voorzieningenrechter verzocht om bij wijze van voorlopige voorziening een ordemaatregel te treffen, die ertoe strekt [wederpartij] te verplichten om de publicatie van geheime stukken op zijn website te doen laten verwijderen en verwijderd te houden tot het moment waarop de Afdeling in einduitspraak heeft gedaan en als de Afdeling beslist tot gegrondverklaring van het hoger beroep en niet zelf in de zaak voorziet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2129
Datum uitspraak
10 april 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202402170/2/A3

BRS.25.000887

Bij besluit van 15 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1908
Datum uitspraak
10 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000887

BRS.25.001260

Bij besluit van 7 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1971
Datum uitspraak
10 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001260

BRS.25.002705

Bij besluit van 19 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1848
Datum uitspraak
10 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002705

BRS.26.001286

Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1969
Datum uitspraak
10 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001286

BRS.26.001353 en BRS.26.001354

Bij besluit van 24 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1970
Datum uitspraak
10 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001353 en BRS.26.001354

BRS.26.001461 en BRS.26.001464

Bij besluit van 4 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1968
Datum uitspraak
10 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001461 en BRS.26.001464

BRS.26.001735

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1986
Datum uitspraak
10 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001735

202403658/1/V2

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1992
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403658/1/V2

202500688/1/V2

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1977
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500688/1/V2

202501332/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet-tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1976
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501332/1/V1

202503724/1/V2

Bij besluit van 23 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1975
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503724/1/V2

202600953/2/A2

Bij beslissing van 31 maart 2026 heeft het CBE zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door [verzoekster] ingestelde administratief beroep. Dit administratief beroep was ingesteld tegen beslissingen van 25 november 2025 en 19 januari 2026 van het faculteitsbestuur van de Faculteit der Bètawetenschappen, waarbij het verzoek van [verzoekster] om toelating tot een bachelorproject is afgewezen. [verzoekster] heeft de voorzieningenrechter gevraagd om het CBE te verplichten haar hangende het beroep toe te laten tot het bachelorproject.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2026
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600953/2/A2

BRS.24.000182

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1902
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000182

BRS.25.001712

Bij besluit van 2 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1896
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001712

BRS.26.000948

Bij besluit van 31 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1894
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000948

BRS.26.001175 en BRS.26.001177

Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1897
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001175 en BRS.26.001177

BRS.26.001208

Bij besluit van 30 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1906
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001208

BRS.26.001237

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1890
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001237

BRS.26.001321

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1898
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001321

BRS.26.001360

Bij besluiten van 18 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker A om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een aanvraag van verzoeker B om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1893
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001360

BRS.26.001419 en BRS.26.001421

Bij besluit van 12 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1889
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001419 en BRS.26.001421

202505791/1/A2

Het beroep richt zich tegen de beslissing van het college van beroep voor de examens van de Universiteit Utrecht van 6 oktober 2025, waarbij de beslissing van 13 mei 2025 in stand is gelaten. In die beslissing is aan [appellante] medegedeeld dat zij niet in aanmerking komt voor een inhaaltoets voor het vak Diagnostiek in de klinische psychologie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2048
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505791/1/A2

202600437/1/A2

Het beroep richt zich tegen een beslissing van het college van 14 januari 2026, waarbij het bezwaar van [appellant] tegen de beslissing van 17 november 2025 ongegrond is verklaard. Bij die beslissing heeft de centrale studentenadministratie, namens het instellingsbestuur, de inschrijving van [appellant] beëindigd wegens het niet voldoen aan de betalingsverplichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2047
Datum uitspraak
9 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600437/1/A2

202406964/3/R4 en 202406964/4/R4

Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1995, heeft de voorzieningenrechter de raad van de gemeente Rheden opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van de raad van 24 september 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Landelijk gebied, herbestemming Lentsesteeg 13-15" (het plan) te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de voorzieningenrechter het besluit van 24 september 2024 getoetst aan het in de Omgevingsvisie buitengebied Rheden opgenomen functieveranderingsbeleid. De voorzieningenrechter heeft in de tussenuitspraak geoordeeld dat het besluit van 24 september 2024, voor zover daarbij een verandering van een niet-agrarische bedrijfsfunctie naar een woonfunctie mogelijk wordt gemaakt, niet voldoet aan het functieveranderingsbeleid en dat de raad ondeugdelijk heeft gemotiveerd dat sprake is van bijzondere omstandigheden op grond waarvan het handelen in overeenstemming met dat beleid voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die onevenredig zijn in verhouding tot de met dat beleid te dienen doelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1864
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202406964/3/R4 en 202406964/4/R4

BRS.25.002414

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1888
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002414

BRS.26.000415

Bij besluit van 29 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1880
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000415
vorige pagina1...121314...1.252volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon