Uitspraak 202600511/1/A2
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:865
- Datum uitspraak
- 16 februari 2026
- Inhoudsindicatie
- Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Den Haag van 6 februari 2026, waarbij lijst H met daarboven de aanduiding ‘Haagse Stadspartij’ geldig is verklaard. [appellante] stelt dat de lijst in strijd met de besluitvorming op de algemene ledenvergadering (ALV) van de Haagse Stadspartij is ingeleverd.
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kieswet
Toon inhoud
202600511/1/A2.
Datum uitspraak: 16 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,
en
het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Den Haag,
verweerder.
Openbare zitting gehouden op 16 februari 2026 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. E.J. Daalder, voorzitter
Staatsraad mr. C.J. Borman, lid
Staatsraad mr. V.V. Essenburg, lid
griffier: mr. M. Rijsdijk
Verschenen:
[appellante];
het centraal stembureau, vertegenwoordigd door E.D. Schermers, vergezeld van S.S.M. Voorham en mr. W.G.C. Wijsman;
de Kiesraad, vertegenwoordigd door mr. drs. A.J. Trouborst.
Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau van 6 februari 2026, waarbij lijst H met daarboven de aanduiding ‘Haagse Stadspartij’ geldig is verklaard.
De Afdeling:
verklaart het beroep ongegrond.
Gronden:
- [appellante] stelt dat de lijst in strijd met de besluitvorming op de algemene ledenvergadering (ALV) van de Haagse Stadspartij is ingeleverd.
- Een kandidatenlijst kan slechts ongeldig worden verklaard als een van de in artikel I 5 van de Kieswet limitatief opgesomde gronden zich voordoet. Andere gronden - zoals de gestelde schending van de interne procedures en statuten van een politieke groepering - mogen in de beoordeling van de geldigheid van een kandidatenlijst geen rol spelen (zie uitspraak van 16 februari 2018; ECLI:NL:RVS:2018:553).
- De door [appellante] aangevoerde omstandigheid dat een andere lijst is ingediend dan door de ALV van de Haagse Stadspartij is vastgesteld, vormt geen grond voor ongeldigverklaring genoemd in artikel I 5 van de Kieswet. Vaststaat dat de lijst door de gemachtigde inleveraar van de Haagse Stadspartij is ingediend.
- Het centraal stembureau heeft dan ook terecht geen grond aanwezig geacht om de lijst ongeldig te verklaren en ook de Afdeling ziet daarvoor geen aanleiding.
w.g. Daalder
voorzitter
w.g. Rijsdijk
griffier
705