Uitspraak 202600022/2/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:874
- Datum uitspraak
- 17 februari 2026
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 14 februari 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam het Besluit uitstootvrije zone pleziervaart centrumgebied Amsterdam 2025 vastgesteld. Het college heeft op grond van de Verordening op het binnenwater het Besluit uitstootvrije pleziervaart centrumgebied Amsterdam 2025 vastgesteld. In dit besluit is een verbod opgenomen om met niet-emissievrije pleziervaartuigen in het Amsterdamse centrumgebied te varen. De invoering van de uitstootvrije zone voor de pleziervaart draagt volgens het besluit bij aan het behalen van doelstellingen op het gebied van luchtkwaliteit, klimaat, en andere vormen van overlast.
- Voorlopige voorziening
- Verordeningen
Toon inhoud
202600022/2/A3.
Datum uitspraak: 17 februari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), hangende het hoger beroep van:
HISWA RECRON, gevestigd in Leusden, en anderen,
verzoekers,
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Amsterdam van 21 november 2025 in zaak nr. 25/5852 en 25/5853 in het geding tussen:
HISWA RECRON en anderen
en
het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam.
Procesverloop
Bij besluit van 14 februari 2025 heeft het college het Besluit uitstootvrije zone pleziervaart centrumgebied Amsterdam 2025 vastgesteld.
Bij besluit van 18 september 2025 heeft het college het door HISWA RECRON en anderen daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank het door HISWA RECRON en anderen daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben HISWA RECRON en anderen hoger beroep ingesteld.
Tevens hebben HISWA RECRON en anderen de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 5 februari 2026, waar HISWA RECRON en anderen, vertegenwoordigd door [gemachtigden], allen bijgestaan door mr. E.T. de Jong, advocaat in Arnhem, en het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, vertegenwoordigd door H. Heinen, B.L. Leusink, I. Santucci en mr. E.G. Blees, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2. Het college heeft op grond van de Verordening op het binnenwater het Besluit uitstootvrije pleziervaart centrumgebied Amsterdam 2025 vastgesteld. In dit besluit is een verbod opgenomen om met niet-emissievrije pleziervaartuigen in het Amsterdamse centrumgebied te varen. De invoering van de uitstootvrije zone voor de pleziervaart draagt volgens het besluit bij aan het behalen van doelstellingen op het gebied van luchtkwaliteit, klimaat, en andere vormen van overlast.
3. HISWA RECRON en anderen kunnen zich niet met het besluit verenigen. Zij vrezen dat Amsterdamse watersportondernemingen, zoals jachthavens, en watersportverenigingen fors zullen worden benadeeld. Op de zitting hebben HISWA RECRON en anderen gesteld dat jachthavens financiële gevolgen ondervinden, omdat ligplaatsen worden opgezegd. Daarnaast zullen jachthavens moeten investeren in de realisatie van (meer) laadvoorzieningen om in de toekomst emissievrije vaartuigen ligplaats te kunnen blijven bieden. Of dat gaat lukken is nog maar de vraag, gelet op het volle stroomnet. Individuele watersporters worden geconfronteerd met de verplichting hun schip van elektrische aandrijving te voorzien, zij moeten om nog tijdelijk voor ontheffing in aanmerking te komen een doorvaartvignet of, tegen hogere kosten, een binnenhavengeldvignet aanschaffen. Het verzoek van HISWA RECRON en anderen strekt er daarom toe het besluit te schorsen totdat de Afdeling uitspraak heeft gedaan in de bodemprocedure.
4. Het college stelt dat HISWA RECRON en anderen geen spoedeisend belang hebben dat het treffen van een voorlopige voorziening rechtvaardigt.
4.1. De voorzieningenrechter volgt dit standpunt. Sinds 1 april 2025 is het verboden om in het centrumgebied van Amsterdam te varen met pleziervaartuigen met een verbrandingsmotor. De voorzieningenrechter acht niet onaannemelijk dat jachthavens ten gevolge van dit verbod omzetverlies kunnen lijden. HISWA RECRON en anderen hebben echter onvoldoende onderbouwd dat jachthavens zich als gevolg daarvan in een financiële noodsituatie bevinden of op korte termijn daarin terechtkomen. Zij hebben geen financiële gegevens overgelegd. De enkele stelling dat er in de toekomst mogelijk faillissementen door het besluit plaatsvinden, is onvoldoende om een spoedeisend belang aan te nemen.
Onder de verzoekers zijn enkele natuurlijke personen die in Amsterdam wonen en watersporter zijn en/of ligplaats houden in Amsterdam. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter zijn zij op grond van de in het besluit opgenomen overgangsregeling tot in ieder geval 1 januari 2028 en mogelijk zelfs tot 1 januari 2030 uitgezonderd van het verbod. Dat zij niet over het daarvoor benodigde doorvaartvignet of binnenhavengeldvignet zouden beschikken, is niet gesteld en ook niet gebleken. Bovendien levert het besluit in zoverre geen onomkeerbare gevolgen op. Overigens blijven er ook twee doorvaartroutes beschikbaar waar niet-uitstootvrij gevaren kan worden.
5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
6. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. L.E.E. Konings, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Konings
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 17 februari 2026
612