Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202503600/1/A2

Uitspraak 202503600/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1107
Datum uitspraak
20 februari 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 juli 2024 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van [appellant] om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag afgewezen. Het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 7 november 2024 ongegrond verklaard. [appellant] heeft de Dienst Toeslagen op 11 april 2024 verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag op grond van artikel 6.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen niet in behandeling genomen, omdat de aanvraag te laat, namelijk na 1 januari 2024, is ingediend.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202503600/1/A2.
Datum uitspraak: 20 februari 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 1 mei 2025 in zaak nr. 24/8189 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Dienst Toeslagen.

Openbare zitting gehouden op 20 februari 2026 om 13:45 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer;

mr. M.M. Engele, griffier.

Verschenen:

[appellant], bijgestaan door mr. S.N. Ali, advocaat te Almere, en de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door mr. M.M. Odijk.

Bij besluit van 3 juli 2024 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van [appellant] om herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag afgewezen. Het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar heeft het college bij besluit van 7 november 2024 ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant], tegen het besluit van 7 november 2024, ongegrond is verklaard.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden

1.       [appellant] heeft de Dienst Toeslagen op 11 april 2024 verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag.

2.       De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag op grond van artikel 6.1, eerste lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen niet in behandeling genomen, omdat de aanvraag te laat, namelijk na 1 januari 2024, is ingediend.

3.       De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat de bijzondere omstandigheden waar [appellant] zich op beroept, voldoende zijn verdisconteerd in de afwegingen van de wetgever. De Afdeling kan zich vinden in dat oordeel en in de onder 3 tot en met 5.2 van de uitspraak opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daaraan het volgende toe. De Afdeling volgt [appellant] niet in haar betoog dat zij niet is uitgenodigd voor de behandeling van haar zaak op de zitting van 1 mei 2025 bij de rechtbank. De Afdeling stelt vast dat het rechtbankdossier een uitnodigingsbrief voor de zitting bevat geadresseerd aan het kantooradres van de gemachtigde van [appellant]. Uit de  zittingsaantekeningen van de rechtbank blijkt verder dat de rechtbank heeft opgemerkt dat [appellant] en haar gemachtigde niet zijn verschenen op de zitting, dat de rechtbank de uitnodigingen heeft gecheckt, heeft vastgesteld dat deze aangetekend zijn verstuurd en niet retour zijn gekomen. De enkele stelling van [appellant] dat zij de uitnodiging niet heeft ontvangen, is in dit geval onvoldoende om tot het oordeel te komen dat de rechtbank haar niet heeft uitgenodigd voor de zitting.

4.       Het hoger beroep is ongegrond.

5.       De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Engele
griffier

1033


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon