Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 406
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202408075/1/A3

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de burgemeester van Den Haag de woning aan de [locatie] in Den Haag voor drie maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant] huurde een woning aan de [locatie] in Den Haag. De burgemeester heeft [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor drie maanden ingaande 11 juli 2023 om 11:00 uur en eindigend op 11 oktober 2023 om 11:00 uur, op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De sluiting van de woning berust op een op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage van de politie van 30 mei 2023. In de bestuurlijke rapportage van 30 mei 2023 staat dat in de periode van 15 december 2022 tot en met 24 mei 2023 diverse incidenten hebben plaatsgevonden, waaronder aan drugs gerelateerde overlast. Het onderzoek van de politie doet de burgemeester ernstig vermoeden dat in de woning structureel wordt gehandeld in verdovende middelen en/of verdovende middelen worden verstrekt. De burgemeester baseert zich daarbij op de verklaringen van buurtbewoners die bij de politie meldingen hebben gemaakt van aan drugshandel gerelateerde overlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:477
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202408075/1/A3

202500326/1/A3

Bij brief van 26 augustus 2022 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers een klacht van [appellante] over de reconstructie van de grenzen van het perceel aan [locatie] in Barneveld afgewezen. [appellante] is op 12 juni 2020 eigenaar geworden van het perceel aan [locatie] in Barneveld, dat sinds 1926 in eigendom is van haar familie. [appellante] heeft op 11 januari 2022 om een grensreconstructie verzocht, omdat zij een schutting wil plaatsen op het perceel en het haar niet duidelijk is waar de perceelgrenzen precies lopen. Op 15 februari 2022 heeft de gevraagde grensreconstructie plaatsgevonden. Tijdens deze grensreconstructie is vastgesteld dat de noord- en westgrens van het perceel niet correct zijn weergegeven op de kadastrale kaart en dat deze daarom moet worden herzien. Bij brief van 26 augustus 2022 heeft de bewaarder [appellante] te kennen gegeven dat de grenscorrectie goed is uitgevoerd en heeft hij de klacht van [appellante] over de grenscorrectie afgewezen. [appellante] heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:497
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500326/1/A3

202500616/1/A2

Bij besluit van 5 augustus 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen aan [appellant] een Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer opgelegd. Het CBR heeft [appellant] een EMA opgelegd, omdat hij volgens een mededeling van de politie op 19 juli 2024 is aangehouden wegens rijden onder invloed. Er is bij hem een ademalcoholgehalte gemeten van 675 µg/l. Een EMA is een verplichte cursus waarbij de cursist bewust wordt gemaakt van de risico’s van alcohol in het verkeer. De kosten van een EMA moet de cursist zelf betalen. Omdat [appellant] de kosten van de EMA niet heeft betaald, heeft het CBR bij besluit van 8 januari 2025 zijn rijbewijs ongeldig verklaard. Dat besluit ligt in deze procedure niet voor. Daartegen loopt een afzonderlijke procedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:456
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202500616/1/A2

202502474/1/A2

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. appellant] is dakloos geworden nadat hij in 2023 is gescheiden van zijn ex-partner. Hij heeft tijdelijke opvang gekregen in de noodopvang, maar deze plek is volgens hem niet passend gelet op zijn medische problematiek. Hij heeft daarom een urgentieverklaring aangevraagd om met voorrang in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:466
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502474/1/A2

202502764/1/A2

Bij besluit van 1 januari 2024 heeft de raad de aan [appellante] verleende toevoeging ingetrokken. Op 4 februari 2021 heeft [partij] namens [appellante] bij de raad een aanvraag ingediend om toevoeging voor rechtsbijstand voor de echtscheidingsprocedure van [appellante]. Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de raad deze aanvraag ingewilligd. Bij aanvraag van 25 september 2023 heeft [partij] de raad verzocht om vergoeding van de door haar verleende rechtsbijstand aan [appellante] en daarbij een financieel resultaat vermeld van € 30.000,00. Bij brief van 21 november 2023 heeft de raad [appellante] geïnformeerd over het voornemen om de toevoeging in te trekken. Hierop heeft [appellante] een zienswijze naar voren gebracht. Bij besluit van 1 januari 2024 heeft de raad de toevoeging ingetrokken. De raad heeft het daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Bij de beslissing om de toevoeging in te trekken is volgens de raad leidend dat [appellante] een vordering met betrekking tot een geldsom heeft die boven het drempelbedrag ligt. In de door [appellante] naar voren gebrachte omstandigheden heeft de raad geen zwaarwegende omstandigheden gezien die zich verzetten tegen de vordering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:476
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502764/1/A2

202502811/1/A3

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de burgemeester van Hillegom de woning aan de [locatie] in Hillegom voor zes maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellante] huurde een woning aan de [locatie] in Hillegom. De burgemeester heeft [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet overeenkomstig de door hem vastgestelde Beleidsregel Damoclesbeleid gemeente Hillegom - 2023. De sluiting is ingegaan op 27 juni 2024 om 10:00 uur. Met het besluit van 24 september 2024 heeft de burgemeester de sluitingsduur teruggebracht naar drie maanden, waardoor de sluiting is geëindigd op 27 september 2024 om 11:00 uur en [appellante] weer terug kon naar haar woning. Niet in geschil is dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. In hoger beroep staat alleen de evenredigheid van de woningsluiting ter discussie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:475
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502811/1/A3

202503035/1/A2

Bij besluit van 13 april 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [partij] verleende toevoeging ingetrokken. Op 26 augustus 2019 heeft [appellant] namens [partij] bij de raad een aanvraag ingediend om een toevoeging voor rechtsbijstand voor een arbeidsgeschil van [partij]. Bij besluit van 30 augustus 2019 heeft de raad deze aanvraag ingewilligd. Bij vonnis van 12 januari 2022 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant [partij] in het gelijk gesteld en, voor zover hier van belang, de voormalige werkgever van [partij] veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon en de proceskosten van [partij]. De raad heeft bij het besluit van 4 oktober 2022 het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 13 april 2022 herroepen en de aan [partij] verstrekte toevoeging in stand gelaten. De raad heeft vastgesteld dat [partij] naar aanleiding van de gevoerde procedure een geldbedrag van € 16.370,27 heeft gekregen. Dit bedrag ligt boven het drempelbedrag van € 15.873,50 en dit zou in beginsel betekenen dat op grond van artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wrb, de toevoeging wordt ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:472
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202503035/1/A2

202503326/1/A2

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphorst de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] is eigenares van de vrijstaande woning aan de [locatie] te Staphorst. Op 31 mei 2023 heeft [appellante] een tegemoetkoming in planschade aangevraagd. Volgens haar is de woning door een op 3 oktober 2019 verleende en op 27 november 2019 in werking getreden omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan in waarde verminderd. De vergunning is verleend voor het windpark Staphorst en maakt de realisatie van drie windturbines mogelijk. De rechtbank heeft geoordeeld dat de planologische ontwikkeling voor [appellante] voorzienbaar was. Volgens haar volgt uit de conceptnotitie, opgesteld door WDS, dat er een plan is om 3 tot 4 windturbines in een nog te bepalen opstelling te realiseren in het aangewezen gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:457
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202503326/1/A2

202504991/1/A2

Bij beslissing van 12 juni 2025 heeft de examencommissie van het Talland College aan [appellante] het cijfer voor het Centraal Examen vmbo wiskunde, eerste tijdvak, vastgesteld en bekend gemaakt. [appellante] heeft in het schooljaar 2024-2025 een vmbo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan het Talland College Alkmaar gevolgd. Zij heeft in 2025 het centraal examen wiskunde, eerste tijdvak, afgelegd. Op 12 juni 2025 heeft de examencommissie haar bericht dat zij het vak niet heeft gehaald. [appellante] is tegen de vaststelling van het cijfer opgekomen. De examencommissie heeft op 3 juli 2025 besloten dat er geen herbeoordeling plaatsvindt. Bij e-mail van 7 juli 2025 heeft de examencommissie laten weten dat zij de mogelijkheden voor een herbeoordeling heeft verkend. De conclusie is dat er geen aanleiding is voor een herbeoordeling door een andere corrector. De Handreiking hoe te handelen inzake een geschil bij of na vaststelling van de score voor het Centraal Examen biedt daarvoor geen ruimte. Wel heeft de eerste examinator opnieuw naar de antwoorden gekeken en geen aanleiding gezien over te gaan tot aanpassing van de puntenscore.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:485
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504991/1/A2

202505552/1/A2

Bij beslissing van 2 juni 2025 heeft de examencommissie van de Faculteit der Bètawetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam het cijfer 0,0 toegekend aan een door [appellante] gemaakte opdracht en een waarschuwing gegeven wegens fraude. [appellante] volgt de bachelor Artificial Intelligence aan de VU. Voor het vak Computational Intelligence heeft zij vijf opdrachten moeten maken. Bij de examinator van het vak is het vermoeden gerezen dat zij bij opdracht 3 gebruik heeft gemaakt van kunstmatige intelligentie, terwijl dit niet was toegestaan. Aan dit vermoeden heeft de examinator ten grondslag gelegd dat in de door [appellante] gegeven antwoorden de termen "Thought for 4 seconds", "Thought for 5 seconds" en "Thought for 7 seconds" staan, terwijl dit, gelet op de vraagstelling, niet passend is en deze termen mogelijk duiden op de tijd, waarbinnen de antwoorden door kunstmatige intelligentie zijn gegenereerd. De examinator heeft daarom op 29 april 2024 melding van een vermoeden van fraude bij de examencommissie gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:459
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505552/1/A2
vorige pagina1...151617...41volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon