Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.970
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202405046/2/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3611
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405046/2/V1

202405067/1/V3

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3612
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202405067/1/V3

202405349/2/V3

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie. een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3567
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405349/2/V3

202405377/2/V3

Bij besluit van 9 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3618
Datum uitspraak
5 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405377/2/V3

202300420/1/V1

Bij besluit van 12 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3563
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202300420/1/V1

202402907/1/V3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de termijn van de aan de vreemdeling opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3566
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402907/1/V3

202405337/1/V3 en 202405337/2/V3

Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3613
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405337/1/V3 en 202405337/2/V3

202105233/1/A3

Bij besluit van 31 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland het verzoek van Didam Have van 7 augustus 2018 om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur afgewezen. Didam Have exploiteert een Albert Heijn en een Gall & Gall aan de Leliestraat 45 en 47 in Didam. Zij is op de hoogte geraakt van het door de gemeenteraad vastgestelde Masterplan Didam "De samenleving verandert". Dit plan beoogt onder meer dat supermarkten die buiten het centrum zijn gelegen, zoals de Albert Heijn van Didam Have, naar het centrum verhuizen. Een van de beoogde locaties in het centrum is het oude gemeentehuis dat nog in eigendom is van de gemeente. Didam Have heeft vernomen dat de gemeente onderhands in gesprek is met Groenstaete Vastgoed B.V. over de herontwikkeling van deze locatie en dat het de bedoeling is dat de in het centrum gevestigde Coöp wordt verplaatst naar het oude gemeentehuis. Didam Have is niet bij dit masterplan betrokken geweest en heeft daarom op 7 augustus 2018 een verzoek om openbaarmaking van documenten bij het college en de burgemeester ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3571
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202105233/1/A3

202108159/1/R3

Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Pijnacker-Nootdorp het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op treden tegen verschillende gestelde overtredingen op de percelen van [appellant sub 2] aan de [locatie 1] in Delfgauw gedeeltelijk afgewezen. [appellant sub 2] is de eigenaar en gebruiker van de locatie. De locatie beslaat vier kadastrale percelen aan de [locatie 1] in Delfgauw. Hierop staan de woning van [appellant sub 2] en een praktijkruimte van [appellant sub 2] voor therapeutische behandelingen. Daarnaast heeft [appellant sub 2] op de locatie een paardenstal gerealiseerd. Deze wordt ook gebruikt voor paarden van derden. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2] op een afstand van 20 tot 25 m van de paardenstal. Zij heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen verschillende gestelde overtredingen door [appellant sub 2]. Voor zover hier van belang gaat het om het realiseren van de paardenstal en het houden van paarden, het gebruiken van gemeentegrond naast de locatie voor privédoeleinden, waaronder het laten grazen van paarden, en het daarvoor realiseren van een toegangshek tussen de locatie en deze gemeentegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3576
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202108159/1/R3

202200645/1/R4

Bij besluit van 19 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ommen aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning eerste fase verleend voor het veranderen van de varkenshouderij aan de [locatie] in [plaats]. De omgevingsvergunning van 19 mei 2020 is verleend voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan en het oprichten van een inrichting, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c en e, van de Wabo. Het ontwerp van het besluit heeft vanaf 17 januari 2018 ter inzage gelegen. Het ter inzage gelegde ontwerpbesluit betrof een weigering van de gevraagde omgevingsvergunning, omdat de raad van Twenterand de vereiste verklaring van geen bedenkingen niet had afgegeven. Naar aanleiding van de zienswijzen heeft de raad van Twenterand op 17 juli 2018 alsnog de vvgb verleend. Vervolgens heeft het college de gevraagde omgevingsvergunning verleend bij het besluit van 19 mei 2020. Stichting Omgevingsrecht is een stichting met het statutair doel om bestuursrechtelijke besluitvorming door middel van juridische procedures te corrigeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3583
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202200645/1/R4

202200922/1/R4

Bij besluit van 23 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Berg en Dal aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend om woonappartementen te realiseren in het voormalige gemeentehuis van Ubbergen op het perceel aan de [locatie] in Beek, gemeente Berg en Dal. [vergunninghoudster] is eigenaar van het pand. Zij heeft het pand van de gemeente Berg en Dal gekocht. Het pand bestaat uit een monumentale villa met later gerealiseerde aanbouwen. De verleende omgevingsvergunning heeft betrekking op het inpandig verbouwen van de aanbouwen tot 21 woonappartementen, het realiseren van enkele dakterrassen en het inkorten van de met de monumentale villa verbonden entree van het pand. [appellanten] betogen dat de door de gemeente en [vergunninghoudster] gesloten koopovereenkomst, die ten grondslag ligt aan de eigendomsoverdracht van het pand door de gemeente aan [vergunninghoudster] nietig moet worden verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3596
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200922/1/R4

202202692/1/R4

Bij besluit van 1 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Stichtse Vecht het bestemmingsplan "Garsten Noord" vastgesteld. Garsten Noord is een gemengd gebied in Nigtevecht waar enerzijds bedrijven zijn gevestigd en anderzijds woningen staan. Het plan voorziet in een actualisering van het voorheen geldende bestemmingsplan voor Garsten Noord. In het oosten van het plangebied wordt de ontwikkeling van vrijstaande woningen en een appartementengebouw mogelijk gemaakt. [appellant sub 2] en anderen wonen in en nabij het plangebied. Zij hebben beroep ingesteld tegen het plan, onder andere omdat zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat. Sonnevanck is eigenaar van de gronden gelegen aan de Vreelandseweg 11, 13, 17 en 19, en is de ontwikkelaar van de in het plan voorziene woningbouw. Sonnevanck is het grotendeels eens met het plan, maar is het niet eens met een aantal planregels voor de in het plan beoogde woningbouw. [appellant sub 1A] woont aan de [locatie 1] in Nigtevecht. Zij heeft een demontage en recycling bedrijf aan [locatie 2] in Nigtevecht. [appellant sub 1D] is eigenaar en exploitant van een metaalhandel aan de [locatie 3] in Nigtevecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3597
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202202692/1/R4

202203156/1/R2

Bij besluit van 17 november 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [maatschap] een natuurvergunning verleend voor het uitbreiden en wijzigen van een varkenshouderij aan de [locatie] in Reusel. Deze zaak gaat over de uitstoot van ammoniak(emissie) uit emissiearme stalsystemen die onder meer voor de varkenshouderij zijn ontwikkeld. Het gaat om stalsystemen met een biologische combiluchtwasser die de ammoniakemissie met 85% zou reduceren. In deze zaak staat de vraag centraal of met het treffen van maatregelen, die worden opgenomen in de voorschriften van de natuurvergunning, vaststaat dat de beoogde ammoniakreductie van deze combiluchtwassers wordt gehaald. Voor de berekening van de emissie uit stalsystemen waren in de Regeling ammoniak en veehouderij emissiefactoren opgenomen (Rav-emissiefactor). Vanaf 1 januari 2024 zijn die emissiefactoren opgenomen in de bijlagen V en VI bij de Omgevingsregeling. In de Rav- en OW-emissiefactoren is rekening gehouden met de emissiebeperkende werking van de combiluchtwassers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3356
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203156/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203156/1/R2

202203199/1/R2

Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [vergunninghouder] een natuurvergunning verleend voor het uitbreiden en wijzigen van de veehouderij aan de [locatie] in Luyksgestel. De maatschap exploiteert aan de [locatie] in Luyksgestel een melkveehouderij. Voor de exploitatie van de melkveehouderij is op 17 maart 2015 een natuurvergunning verleend. Op grond van die vergunning mogen 200 melkkoeien, 152 stuks jongvee en 1 paard worden gehouden, in verschillende stalsystemen. De maatschap heeft op 28 februari 2019 een wijziging van de natuurvergunning aangevraagd. De wijziging houdt in dat in stal 6 een ander emissiearm stalsysteem wordt toegepast, namelijk A1.13 in plaats van A1.14. In die stal zullen 121 melkkoeien en 71 stuks vrouwelijk jongvee worden gehouden. Het college heeft de vergunning verleend, omdat de aangevraagde situatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Stichting Groen Kempenland meent dat de natuurvergunning ten onrechte is verleend, omdat de vergunde situatie wel tot een toename van stikstofdepositie leidt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3570
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203199/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203199/1/R2

202203853/1/R1

Bij besluit van 30 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam geweigerd een vergunning te verlenen voor het veranderen en vernieuwen van de luchtbehandelingsinstallatie op het dak van het gebouw [locatie] te Amsterdam. [appellante] is eigenaar van het pand [locatie], een rijksmonument met de specifieke bouwaanduiding "orde 1". Zij heeft op 18 september 2019 een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor onder meer het veranderen van de LBI op het dak van het pand. Volgens het college is de aanvraag in strijd met de ingevolge artikel 6.2.5, onder b, van de regels van het bestemmingsplan "Postcodegebied 1012" voor het perceel geldende maximaal toegestane bouwhoogte. Volgens dat onderdeel bedraagt de maximale bouwhoogte van het gebouw ten hoogste de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande bouwhoogte. Door de plaatsing van de installatie wordt volgens het college de bouwhoogte van het gebouw hoger dan de ten tijde van de terinzagelegging van het ontwerp van het plan bestaande bouwhoogte aan de achterzijde van het gebouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3599
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202203853/1/R1

202204171/1/A3

Bij besluit van 22 augustus 2020 heeft de voorzitter van de Veiligheidsregio Kennemerland de Beverwijkse Bazaar op grond van artikel 2.2 van de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Kennemerland 21 augustus 2020 gelast dat enige hallen van de Bazaar aan de Montageweg 35 in Beverwijk worden gesloten voor de duur van twee weken, met ingang van 23 augustus 2020. De markt van de Beverwijkse Bazaar is tussen 13 maart 2020 en 16 mei 2020 vanwege de COVID-19 crisis gesloten geweest voor publiek. Voorafgaand aan de heropening van de Bazaar heeft de Bazaar overleg gevoerd met de gemeente Beverwijk en de Veiligheidsregio Kennemerland en een protocol opgesteld met de te nemen maatregelen om het besmettingsrisico van het COVID-19 virus op de Bazaar te beperken. Een toezichthouder van de gemeente heeft in het weekend van 30 en 31 mei 2020 geconstateerd dat in de hallen van en de ruimte rondom de Bazaar maatregelen ter voorkoming van besmetting met het COVID-19 virus niet of onvoldoende werden nageleefd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3577
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204171/1/A3

202204677/1/R3

Bij besluit van 29 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten aan [vergunninghouder] omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een bijbehorend bouwwerk, zijnde garage, overkapt terras en berging, achter [locatie] in Voorschoten. [vergunninghouder] heeft in 2014 zonder omgevingsvergunning een gebouw gerealiseerd achter in de tuin bij zijn woning aan de [locatie] in Voorschoten. Dit is een bijbehorend bouwwerk bij zijn woning, dat bestaat uit drie met elkaar verbonden onderdelen: een garage, een overkapt terras en een berging. Het geheel heeft een gezamenlijke achterwand van zo'n 10,8 m en een gezamenlijke overkapping die bij de garage ongeveer 5,95 m, en bij het terras en de berging ongeveer 4,6 m diep is. Het gebouw heeft een goothoogte van zo'n 2,20 m, een nokhoogte van zo'n 4,57 m en een totale oppervlakte van ongeveer 54 m2. In 2018 heeft [wederpartij] het college verzocht om handhavend op te treden tegen het gebouw. Het college heeft een handhavingstraject ingezet. Dat heeft ertoe geleid dat [vergunninghouder] op 8 februari 2019 alsnog omgevingsvergunning heeft gevraagd om het gebouw te legaliseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3584
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204677/1/R3

202205185/1/R2

Bij besluit van 16 november 2020 heeft het college aan [vergunninghouder] (hierna: de maatschap) een natuurvergunning verleend voor het uitbreiden en wijzigen van de veehouderij aan [locatie] in Etten-Leur en geweigerd voor het weiden van het vee. De maatschap exploiteert aan [locatie] in Etten-Leur een melkveehouderij. Zij heeft in 2019 een natuurvergunning aangevraagd voor het wijzigen van de rundveehouderij. De aanvraag ziet op het houden van 60 melkkoeien, 43 vleesstieren, 70 stuks vrouwelijk jongvee, 40 zoogkoeien en 15 schapen. In één van de stallen wordt het emissiearme stalsysteem A1.28 toegepast. Het college heeft de vergunning verleend voor het houden van het aangevraagde veebestand in de aangevraagde stalsystemen. De aangevraagde situatie leidt volgens het college weliswaar tot een toename van emissie ten opzichte van de referentiesituatie, maar de toename van emissie leidt niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Het college heeft de vergunning geweigerd voor het weiden van het vee, omdat daarvoor geen vergunning nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3569
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202205185/1/R2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205185/1/R2

202205549/1/R4

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oisterwijk het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden, afgewezen. [appellant] heeft het college op 26 oktober 2020 verzocht handhavend op te treden tegen een bouwwerk op het perceel aan de [locatie 1] in Oisterwijk dat zonder omgevingsvergunning is gebouwd. Het bouwwerk is een overkapping met een grondoppervlak van ongeveer 5 m² en een hoogte van 2,4 m. Ten tijde van het handhavingsverzoek woonde [appellant] op het aangrenzende perceel aan de [locatie 2] in Oisterwijk. Hangende de procedure in hoger beroep heeft [appellant] de woning verkocht en is hij verhuisd naar [plaats]. Uit een door het college overgelegd uittreksel uit het kadaster blijkt dat [appellant] de eigendom van de woning op 31 mei 2024 heeft overgedragen aan de nieuwe eigenaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3585
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205549/1/R4

202206289/1/A2

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam kosten van spoedeisende bestuursdwang ter hoogte van € 1.344,35 in verband met het ontmantelen van een hennepkwekerij op [appellant sub 1] verhaald. Op 2 maart 2021 heeft een inspecteur van de gemeente Rotterdam een hennepkwekerij aangetroffen in de kruipruimte van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. Het college heeft vanwege de gevaren voor de omgeving van de aangetroffen hennepkwekerij spoedeisende bestuursdwang toegepast en heeft opdracht gegeven om deze direct te ontmantelen. De bevindingen bij de ontmanteling zijn neergelegd in een rapport. Daarin is onder meer opgenomen dat de kruipruimte toegankelijk was via een deur in de woning, dat de kruipruimte zodanig was uitgegraven dat men daar bijna rechtop kon staan en dat de gehele kruipruimte werd gebruikt voor hennepteelt. Voorts is in het rapport vermeld: "de assimilatielampen die extreem heet worden waren veel te dicht tegen de houten ondervloer geplaatst. In verband met de hitte van deze lampen die boven de 100 graden Celsius uitkomt is de kans op brand in deze ruimte extreem hoog".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3586
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206289/1/A2

202207038/1/A2

Bij besluit van 3 februari 2022 heeft de Dienst Wegverkeer naar aanleiding van een ‘Wachten Op Keuren’ (WOK)-melding bepaald dat het voertuig met het kenteken [...] niet voldoet aan de wettelijke eisen en met ingang van 3 februari 2022 niet met het voertuig op de weg mag worden gereden. In geschil is of een WOK-melding een technische beoordeling is waartegen geen beroep kan worden ingesteld, zoals bedoeld in artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder c, van de Awb. Op 3 februari 2022 hebben een brigadier en hoofdagent van de politie-eenheid Noord-Holland een meting uitgevoerd aan de brommer van [appellant sub 2]. Uit deze meting volgt volgens de agent dat de constructiesnelheid van de brommer 58 km/u bedroeg. Dat is een overschrijding van de maximale constructiesnelheid van 56 km/u. Na deze meting heeft de politieagent een melding aan de RDW gedaan om in het kentekenregister een zogenoemde WOK-status aan de brommer toe te kennen, omdat de brommer door de overschrijding van de maximale constructiesnelheid niet voldoet aan de eisen gesteld bij of krachtens de Wegenverkeerswet 1994.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3587
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202207038/1/A2

202207297/1/R2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de raad van de gemeente 's-Hertogenbosch het bestemmingsplan "Coudewater (landgoed en boszone)" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van Landgoed Coudewater. In bestaande panden, waar voorheen de GGZ Oost-Brabant was gevestigd, worden woningen, kantoren en horeca mogelijk gemaakt. Ook wordt de bouw van nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Het maximum aantal wooneenheden binnen alle bestemmingsvlakken "Woongebied" en "Gemengd" met de aanduiding "specifieke vorm van wonen - maximum aantal wooneenheden" samen bedraagt 408. Het Groene Hart kan zich niet met het plan verenigen voor zover het gaat om het zuidoostelijke gedeelte van het plangebied, waar een aantal woningen mogelijk gemaakt wordt. Het betreft het gedeelte tussen Landgoed Coudewater en de rivier de Groote Wetering. Het plan staat hier drie natuurwoningen en een kleinschalig appartementencomplex toe. Het Groene Hart meent dat ecologische en natuurbelangen door het plan worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3572
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207297/1/R2

202300775/1/A2

Bij besluit van 31 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een bestuurlijke boete van € 6.000,00 opgelegd aan [appellant] wegens omzetting van de woning aan de [locatie] in Amsterdam in onzelfstandige woonruimte zonder de daarvoor benodigde vergunning. Deze zaak gaat over omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, in de zin van artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingwet 2014. Toezichthouders van de gemeente Amsterdam hebben de woning ter controle op 8 oktober 2019 bezocht. Op dat moment stonden er drie personen ingeschreven op het adres van de woning in de basisregistratie personen, te weten [persoon A], [persoon B] en [persoon C]. [persoon A] en [persoon B] hebben verklaard dat zij en [persoon C] in de woning wonen, dat [persoon B] hoofdhuurder is en dat hij als enige een huurovereenkomst heeft. Volgens [persoon B] en [persoon A] weet [appellant] dat er drie personen in de woning wonen. [persoon B] heeft toegelicht dat er vier slaapkamers in de woning zijn die allemaal op slot kunnen. Daarvan wordt één kamer gebruikt als gemeenschappelijke logeerkamer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3588
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300775/1/A2

202300969/1/R2

Bij besluit van 20 december 2022 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan “Buitengebied (Museumpark VONK)” vastgesteld. Het plan maakt een uitbreiding en transformatie van het preHistorisch Dorp naar “Museumpark Vonk” mogelijk. Beoogd is een cultuurhistorisch museumpark over de geschiedenis van de stad en regio Eindhoven te realiseren, met een gebouw voor de tentoonstelling van de collectie van de initiatiefnemer en voor een horecagelegenheid. Verder maakt het plan een openluchttheater, een wandelgebied en een maakschuur mogelijk, waar voor het museumpark zogenoemde “vonken”, historische verhalen in de vorm van interactieve toestellen, kunnen worden gebouwd. Het plangebied ligt aan de noordzijde van het gebied “Genneper Parken” in Eindhoven en wordt begrensd door de Boutenslaan, de Genneperweg, de waterloop van de Tongelreep en zandvang De Vleut. Voor het plan wordt een groot deel van het terrein van de ter plaatse gevestigde verkeersschool en van een voormalig baggerdepot gebruikt. Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit tot vaststelling van het plan, omdat zij vrezen dat de natuur en cultuurhistorie van het gebied Genneper Parken door het plan worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3603
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300969/1/R2

202301849/1/R1

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad van de gemeente Peel en Maas het bestemmingsplan "Keup 11 en Keup ongenummerd Egchel en Baarloseweg ongenummerd Helden" vastgesteld. Het plan voorziet in de sanering van de varkenshouderij van [bedrijf] op het perceel [locatie] in Egchel. De bestemming van het perceel is daarom omgezet van "Agrarisch" naar "Wonen". Als tegenprestatie voor het saneren is het voor [bedrijf] toegestaan om twee nieuwe burgerwoningen te realiseren op twee andere percelen. Het gaat om het perceel Keup ongenummerd (tegenover de woning Keup 10) en Baarloseweg ongenummerd (tussen de woningen Baarloseweg 8 en 9). [appellant] woont op de [locatie] in [woonplaats], wat op ruim 4 km afstand van het perceel [locatie] en de hiervoor bedoelde percelen Keup ongenummerd en Baarloseweg ongenummerd ligt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3578
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202301849/1/R1

202301928/1/R1

Bij besluit van 1 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het bestemmingsplan "Amstelveen Stadshart 2022" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het centrum van de bebouwde kom van Amstelveen. Het bestemmingsplan maakt een uitbreiding van de zogeheten cultuurstrip mogelijk en is verder overwegend conserverend van aard. Stroombaan en anderen zijn eigenaar van het perceel Stroombaan 4 in Amstelveen (hierna: het perceel), dat binnen het plangebied ligt. Zij hebben op 27 juli 2022, voorafgaand aan de terinzagelegging van het ontwerpplan, een principeverzoek ingediend voor een bouwplan op hun perceel (hierna ‘(ruimtelijk) initiatief’). Dat initiatief voorziet in de uitbreiding van het kantoorgebouw op het perceel met twee bouwlagen tot een maximale bouwhoogte van 25 meter en de verduurzaming van de ventilatie-/afzuiginstallatie. Het bestemmingsplan staat het initiatief niet toe. Hoewel de raad niet op voorhand negatief tegenover het initiatief staat, heeft hij het niet meegenomen bij de vaststelling van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3600
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202301928/1/R1

202302008/1/R1

Bij besluit van 7 januari 2019 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta het verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft een agrarisch bedrijf dat is gevestigd aan de Schenkeldijk in Klaaswaal. Hij maakt daarbij gebruik van grote landbouwvoertuigen op de Bommelkoussedijk, de Schenkeldijk en de Boomdijk in Klaaswaal. [appellant] heeft op 29 juli 2018 een verzoek gedaan om handhaving wegens negen overtredingen van artikel 4.3 van de Keur voor Waterschap Hollandse Delta 2014. Het college heeft het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Op verzoek van de rechtbank heeft de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening op 17 mei 2021 een advies uitgebracht. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] tegen het besluit van 26 juni 2019 in haar uitspraak van 26 januari 2019 niet-ontvankelijk verklaard voor zover dit betrekking had op de overtredingen 6 en 8, omdat de betreffende beplanting en plantenbakken verwijderd zijn. Voor zover het beroep betrekking had op de overtredingen 1 tot en met 5, 7 en 9 heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3573
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202302008/1/R1

202302397/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2022 heeft de Dienst Wegverkeer een voertuig met kenteken [...] ingeschreven in het kentekenregister en tenaamgesteld. Ook heeft de RDW de bij de importkeuring op 15 april 2022 aangezegde Wachten Op Keuren-status (WOK-status) geregistreerd. In geschil is of de RDW het voertuig van [appellant sub 1] mocht aanmerken als schadevoertuig. [appellant sub 1] heeft in België een auto gekocht. Tijdens de importkeuring op 15 april 2022 heeft de RDW vastgesteld dat het voertuig waterschade heeft. Daarom heeft het voertuig een Wachten Op Keuren-status (hierna: WOK-status) gekregen. In het keuringsrapport van 15 april 2022 heeft de RDW vermeld dat het verbod voor het rijden op de weg geldt vanaf het moment dat het voertuig is ingeschreven en tenaamgesteld. Ook staat vermeld dat [appellant sub 1] om de WOK-status op te heffen na ontvangst van het bewijs van inschrijving en het herstel van de waterschade het voertuig voor een schadekeuring moet aanbieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3589
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202302397/1/A2

202302442/1/R2

Bij besluit van 16 maart 2023 heeft de raad van de gemeente Breda het bestemmingsplan "Binnenstad, Marksingel 1" vastgesteld. Het plan voorziet in de herontwikkeling van een bestaand kantoorgebouw tot een appartementengebouw in de binnenstad van Breda. Beoogd is om op de verdiepingen in totaal maximaal 33 woonappartementen te realiseren en om op de begane grond te voorzien in plintfuncties, zoals bijvoorbeeld detailhandel en dienstverlening. Het plan staat de toevoeging van een extra bouwlaag toe. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie]. Dit perceel grenst aan de noordzijde van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan, omdat hij vreest voor aantasting van het woon- en leefklimaat op zijn perceel. [appellant] betoogt dat de bouwmogelijkheden die het plan biedt in strijd zijn met een goede ruimtelijke ordening, omdat de bouwmogelijkheden het woon- en leefklimaat aantasten, in het bijzonder door de toegestane hoogte en woonfunctie. Hierbij wijst [appellant] op een verlies aan bezonning en privacy en een toename van hinder. In de nabije omgeving mag minder hoog worden gebouwd dan wat het voorliggende plan toestaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3590
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202302442/1/R2

202302673/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] (hierna: de maatschap) voor het realiseren van een parkeervoorziening bij het woongebouw op het perceel [locatie] in Amsterdam. [persoon] was ten tijde van de besluiten eigenaar van het woongebouwl. Het bouwplan waarop de aanvraag van de maatschap betrekking heeft, voorziet naast het woongebouw op het perceel in een parkeervoorziening, die onder andere bestaat uit een parkeerkelder met een oppervlakte van ongeveer 20 m bij 4 m. De parkeerkelder komt deels ondergronds en deels bovengronds te liggen. Het feitelijk maaiveld rondom de parkeervoorziening, loopt vanaf de straat af richting de achterkant van de parkeervoorziening. In het midden van de parkeerkelder bevindt zich volgens de bouwtekening een autolift. Aan de ten opzichte van de straat gelegen achterkant van de autolift, komt in de parkeerkelder een werkplaats/hobbyruimte en aan de andere kant een bergruimte. Deze ruimtes worden van de autolift gescheiden door zogenoemde overheaddeuren. Aan de achterkant van de parkeerkelder bevindt zich een trap die naar buiten leidt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3591
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202302673/1/R1

202303139/1/V6

Bij besluit van 14 september 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de namens [persoon] ingediende verklaring om het Nederlanderschap te verkrijgen door optie, te bevestigen. [appellant] heeft op 16 juli 2021 voor [persoon] bij de Nederlandse ambassade in Kopenhagen een optieverklaring ingediend op grond van artikel II, eerste lid, aanhef en onder a, van de Rijkswet tot wijziging van de Rijkswet op het Nederlanderschap. De minister heeft de optieverklaring niet bevestigd, omdat [appellant] als vader van [persoon] niet de Nederlandse nationaliteit bezat op het moment van de geboorte van [persoon] op [geboortedatum] 2007 en de erkenning op [datum] 2007. [appellant] heeft de Nederlandse nationaliteit verkregen op 9 augustus 2011. De minister heeft zich in het besluit van 18 maart 2022 op het standpunt gesteld dat er geen ruimte bestaat om het Nederlanderschap op een andere grond aan [persoon] te verlenen. De minister heeft aanleiding gezien om de leges terug te betalen, omdat bij het indienen van de optieverklaring over het hoofd is gezien dat [appellant] ten tijde van de geboorte en erkenning van [persoon] niet de Nederlandse nationaliteit bezat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3579
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202303139/1/V6

202303631/1/A2

Bij besluit van 23 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 19 november 1996, 22 december 2002 en 10 oktober 2003 eigenaar van de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [locatie] te Nieuwer Ter Aa. Op 1 november 2010 is het voorontwerp van het bestemmingsplan Landelijk Gebied West ter vervanging van het bestemmingsplan Landelijk Gebied West 1993 ter inzage gelegd. Onder het bestemmingsplan van 1993 had [appellant] een bouwperceel van 7.489 m2. Daarvan mocht maximaal 30% bebouwd worden, hetgeen neerkomt op 2.246,7 m2. In het voorontwerp is het bouwperceel kleiner en mag daarvan nog maar 20% worden bebouwd. Het ontwerpbestemmingsplan is op 25 januari 2013 ter inzage gelegd. Het bestemmingsplan Landelijk Gebied West is vervolgens op 25 juni 2013 vastgesteld en op 27 september 2013 in werking getreden voor de percelen van [appellant]. Onder dit bestemmingsplan heeft [appellant] een bouwperceel van 7.005 m2, waarvan uiteindelijk maximaal 30% bebouwd mag worden. Dat komt neer op 2.101,5 m2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3598
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303631/1/A2

202303686/1/V6

Bij brief van 2 maart 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [appellant] laten weten dat hij moet inburgeren. [appellant] heeft de Turkse nationaliteit. Op 5 november 2021 heeft de toenmalige staatssecretaris van Justitie en Veiligheid besloten hem een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen voor verblijf bij zijn echtgenote. Op 2 december 2021 heeft [appellant] de mvv afgehaald bij de Nederlandse vertegenwoordiging in Istanbul. Hij heeft vervolgens op 17 januari 2022 zijn verblijfsvergunning in Nederland opgehaald. Volgens de staatssecretaris is [appellant] inburgeringsplichtig, omdat hij zijn verblijfsvergunning na 31 december 2021 heeft opgehaald. De staatssecretaris heeft [appellant] daarom de brief van 2 maart 2022 gestuurd om hem te laten weten dat hij moet inburgeren. In de brief van 4 juli 2022 staat dat zijn inburgeringstermijn op 10 mei 2022 is gestart en dat hij tot en met 9 mei 2025 de tijd heeft om in te burgeren. [appellant] is het er niet mee eens dat hij inburgeringsplichtig is, omdat Turkse staatsburgers die vóór 31 december 2021 rechtmatig verblijf in Nederland hebben gekregen, niet inburgeringsplichtig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3580
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303686/1/V6

202304057/1/R1

Bij besluit van 20 december 2021 heeft het college geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanleggen van een dakterras op het perceel [locatie 1] te Amsterdam. [appellant] heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een dakterras op een dakdeel van zijn woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. [appellant] heeft een aanvraag gedaan voor een omgevingsvergunning voor het aanleggen van een dakterras op een dakdeel van zijn woning. Op grond van het bestemmingsplan "Westelijke Binnenstad" geldt voor de woning de bestemming "Gemengd-1" met specifieke bouwaanduiding "orde 2". De aanvraag is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan omdat de maximale bouwhoogte wordt overschreden en dakterrassen niet zijn toegestaan. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college bevoegd was om met toepassing van artikel 6.4 van de planregels omgevingsvergunning te verlenen voor het afwijken van het bestemmingsplan. Volgens [appellant] wordt anders dan de rechtbank heeft overwogen wel voldaan aan de maximale bouwhoogte van 1,20 m ten opzichte van het dak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3595
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304057/1/R1

202305255/1/A2

Bij besluit van 10 januari 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor de door [appellant] verleende rechtsbijstand voor de toevoeging met het kenmerk 4NV0142 vastgesteld op € 832,89. De raad verleent toevoegingen voor rechtsbijstand. De regels met betrekking tot de vergoedingen zijn neergelegd in het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000. Daarnaast heeft de raad beleid vastgesteld, neergelegd in zogenoemde werkinstructies. [appellant] heeft op 21 oktober 2019 een toevoeging aangevraagd voor de door hem verleende rechtsbijstand aan zijn cliënt in een civiele procedure tegen zijn verhuurder. De verhuurder beschikte niet over een omzettingsvergunning waardoor de cliënt van [appellant] genoodzaakt was zijn woning te verlaten. De verleende rechtsbijstand zag op het laten beëindigen van de huurovereenkomst en het vorderen van schadevergoeding. [appellant] heeft de toevoeging aangevraagd onder zaakcode en zaakaanduiding "H020 onderhoud door verhuurder".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3574
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202305255/1/A2

202305259/1/R1

Bij besluit van 27 mei 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghoudster] (hierna: de maatschap) voor het veranderen en vergroten van het woongebouw aan de [locatie 1], thans [locatie 2] en [locatie 3], in Amsterdam. [eigenaar] is eigenaar van het woongebouw op het perceel. De maatschap heeft op 8 februari 2019 een aanvraag ingediend om het pand op het perceel te mogen verbouwen. Het bouwplan bevat onder andere het vervangen van de ramen en kozijnen en de realisatie van een opbouw op het dak die is bedoeld voor technische installaties. Daarnaast bevat het bouwplan constructieve aanpassingen aan diverse vloeren en wanden, een aanpassing van de indeling van het gebouw en de realisatie van een lift. Op de bouwtekeningen staat een uitbouw van het souterrain. Het college heeft zich bij het besluit op bezwaar alsnog op het standpunt gesteld dat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Willemspark / Van Eeghenstraat 2002". Daarin is het perceel onder andere bestemd voor "Woningen". Volgens het college wordt de toegestane maximale bouwhoogte met 55 cm overschreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3594
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305259/1/R1

202306309/1/A2

Bij uitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4148, heeft de Afdeling het hoger beroep van [verzoekster] gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van het college van 21 april 2022 vernietigd en het besluit van het college van 12 januari 2022 herroepen. De Afdeling heeft daarbij met toepassing van artikel 8:88 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 8:91 van deze wet het onderzoek heropend ter voorbereiding van een uitspraak inzake schadevergoeding. [verzoekster] heeft in 2019 op een gedeelte van het perceel [locatie] te Giethoorn een chalet geplaatst zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning is verleend. Een toezichthouder heeft geconstateerd dat het chalet buiten het bouwvlak is gesitueerd. Bij besluit van 31 december 2020 heeft het college aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3593
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202306309/1/A2

202401793/1/A2

Bij beslissing van 15 november 2023 heeft het CvB aan [appellant] meegedeeld dat hij per 15 november 2023 definitief van Noorderpoort is verwijderd en dat hij per 1 december 2023 zal worden uitgeschreven. [appellant] heeft zich voor studiejaar 2022-2023 ingeschreven voor de mbo-opleiding Biologisch-medisch analist bij Noorderpoort. In het eerste studiejaar is hij voor vijf dagen geschorst vanwege zijn gedrag. Noorderpoort heeft deze schorsing vervolgens verlengd met vijf dagen. Reden hiervoor was dat [appellant] de zorgen omtrent zijn gedrag tijdens het gesprek naar aanleiding van de eerste vijf dagen schorsing niet heeft weggenomen en er in de tussentijd nieuwe incidenten hebben plaatsgevonden. Omdat duidelijk werd dat [appellant] erbij gebaat zou zijn is daarna begeleiding op gang gebracht, wat ook gezorgd heeft voor verbetering in zijn gedrag. In september en oktober 2023 hebben zich wederom incidenten voorgedaan. [appellant] en zijn ouders zijn in het licht daarvan uitgenodigd voor een gesprek op 20 oktober 2023.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3592
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401793/1/A2

202401820/1/A2

Bij beslissing van 23 november 2023 heeft de examencommissie van de faculteit rechtsgeleerdheid het door [appellante] afgelegde tentamen Law and Legal Skills: The Dutch Example ongeldig verklaard vanwege fraude. [appellante] heeft op 30 oktober 2023 het tentamen gemaakt. Tijdens de eerste drie kwartier had zij twee readers met beschreven tabbladen beschikbaar. Deze readers zijn door een surveillant ingenomen. [appellante] heeft vervolgens het tentamen met behulp van digitale readers afgemaakt. De examencommissie heeft [appellante] gehoord. Zij heeft verklaard dat zij niet de intentie had om te frauderen en dacht dat de markeringen toegestaan waren. De examencommissie heeft geconcludeerd dat sprake was van fraude. Als sanctie wordt haar tentamen ongeldig verklaard. [appellante] heeft inmiddels op 29 januari 2024 de herkansing van het vak Law and Legal Skills gemaakt en daarvoor het cijfer 9 behaald. Het college heeft de beslissing van de examencommissie in stand gelaten. Hieraan heeft het ten grondslag gelegd dat het bij [appellante] bekend had moeten zijn dat het niet was toegestaan om in de readers te schrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3601
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401820/1/A2

202402084/1/V3

Bij besluit van 20 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De vreemdeling heeft de Syrische nationaliteit. Hij heeft verklaard dat hij vanuit Belarus drie keer heeft geprobeerd Polen in te reizen, maar dat hij telkens is teruggestuurd naar Belarus. Bij zijn vierde poging om Polen in te reizen heeft hij verzocht om internationale bescherming. De minister heeft zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling genomen, omdat volgens hem op grond van de Dublinverordening Polen verantwoordelijk is voor de behandeling daarvan. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel is hierbij het uitgangspunt. Dat beginsel is gebaseerd op wederzijds vertrouwen. Dat houdt het vermoeden in dat de behandeling van een vreemdeling in de aangezochte lidstaat - in dit geval Polen - in overeenstemming is met de bepalingen van het EU Handvest, het Vluchtelingenverdrag en het EVRM. De vreemdeling wil niet terug naar Polen, omdat hij vreest dat hij na overdracht aan dat land het slachtoffer wordt van een zogeheten "pushback".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3455
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402084/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402084/1/V3

202402637/1/A2

Bij beslissing van 4 september 2023 heeft de Examencommissie Tandheelkunde van de Vrije Universiteit Amsterdam het verzoek van [appellant] om de geldigheidsduur van tentamenresultaten van drie theoretische vakken en twee praktische vakken te verlengen, afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding Tandheelkunde aan de VU. Bij e-mail van 13 juni 2023 heeft de examencommissie [appellant] te kennen gegeven dat behaalde tentamenresultaten komen te vervallen per 1 september 2023. [appellant] heeft vervolgens verzocht om de geldigheidsduur van die tentamenresultaten te verlengen. Het CBE heeft vermeld dat een nieuw curriculum is ingevoerd voor de bacheloropleiding Tandheelkunde. In het geval dat studenten in het collegejaar 2022-2023 de Boorlicentietoets hebben behaald, heeft de examencommissie behaalde tentamenresultaten onder het oude curriculum verlengd. [appellant] heeft de Boorlicentietoets na meerdere pogingen niet behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3582
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402637/1/A2

202402763/1/V3

Bij besluit van 16 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. De tweede grief van de vreemdeling is onder andere gericht tegen het oordeel van de rechtbank dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt dat het voor Dublinclaimanten niet mogelijk en/of niet effectief is om rechtsmiddelen aan te wenden in Polen vanwege verontrustende berichtgeving over de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht in dat land. Nationale rechterlijke instanties hebben de taak om te waarborgen dat het recht van de Unie in alle lidstaten ten volle wordt toegepast en dat daadwerkelijke rechtsbescherming wordt geboden (artikelen 2 en 19 van het Verdrag betreffende de Europese Unie). Het beginsel van daadwerkelijke rechtsbescherming is een algemeen beginsel van Unierecht. Om te waarborgen dat rechterlijke instanties daadwerkelijke rechtsbescherming kunnen bieden is de instandhouding van de onafhankelijkheid van die instantie essentieel (artikel 47, tweede lid, van het EU Handvest).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3456
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402763/1/V3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202402763/1/V3

202402934/1/A2

Bij besluit van 9 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer spoedeisende bestuursdwang toegepast door het voertuig van [appellante] met kenteken [...] weg te slepen en in bewaring te stellen. Bij besluit van 9 december 2022 heeft het college spoedeisende bestuursdwang toegepast door het voertuig van [appellante] weg te slepen. Het bezwaar van [appellante] tegen dit besluit is door het college niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden. [appellante] is het hier niet mee eens. De rechtbank deelt het oordeel van het college dat het bezwaarschrift geen gronden bevat. Zij oordeelt dat het bezwaarschrift slechts een blote ontkenning van feiten bevat, zonder nadere toelichting.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3575
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202402934/1/A2

202403023/1/A2

Bij beslissing van 18 september 2023 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat [appellante voor inschrijving voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2023-2024 het instellingstarief collegegeld van € 8.600,00 verschuldigd is. [appellante] heeft in augustus 2010 een graad Nederlands recht behaald. In februari 2011 is [appellante] begonnen met de bacheloropleiding Geschiedenis. Tot en met het studiejaar 2016-2017 heeft zij gebruik kunnen maken van de overgangsregeling voor studenten die geen aanspraak kunnen maken op het wettelijk tarief collegegeld. Vervolgens heeft het college in het studiejaar 2017-2018 aanleiding gezien om [appellante] op basis van de hardheidsclausule nog een extra jaar te laten studeren tegen het wettelijk tarief collegegeld. Vanaf het studiejaar 2018-2019 is bepaald dat zij het instellingstarief collegegeld verschuldigd is. Sindsdien heeft [appellante] diverse procedures gevoerd bij het College van Beroep voor het Hoger Onderwijs en de Afdeling over de mogelijkheden tot inschrijving en de hoogte van het in rekening gebrachte collegegeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3602
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202403023/1/A2

202404526/1/A2

Bij beslissing van 29 april 2024 heeft de examencommissie van de Radboud Universiteit de masterscriptie van [appellante] ongeldig verklaard en bepaald dat zij een nieuwe masterscriptie moet schrijven over een ander onderwerp. Naar aanleiding van het door [appellante] ingediende beroep bij het college heeft de examencommissie op 13 juni 2024 een gesprek met haar gevoerd. Dit gesprek heeft geleid tot een schikking zoals beschreven in een e-mail van de examencommissie van 17 juni 2024. Daarin staat dat de examencommissie de ongeldingverklaring en de daaraan verbonden verplichting tot het schrijven van een nieuwe masterscriptie over een ander onderwerp ongedaan maakt als [appellante] voldoet aan de voorwaarde dat zij hoofdstuk 2 van de masterscriptie geheel herschrijft en de door de plagiaatscanner gemarkeerde gedeelten in de hoofdstukken 1 en 3 herschrijft, zodanig dat de scriptie een origineel eigen werk is dat voldoet aan alle aan de masterscriptie gestelde academische vereisten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3581
Datum uitspraak
4 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404526/1/A2

202404442/1/V3

Bij besluit van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3558
Datum uitspraak
3 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404442/1/V3

202303011/1/R1

Bij besluit van 17 maart 2021 heeft het college besloten tot invordering van de door Janima verbeurde dwangsom van € 13.000,00. Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college het door Janima daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard en dat besluit in stand gelaten. Bij uitspraak van 28 maart 2023 heeft de rechtbank het door Janima daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak. Dit oordeel gaat alleen over de invordering van de verbeurde dwangsom. Aan het belang van invordering wordt in de rechtspraak een zwaarwegend gewicht toegekend. Anders zou er weinig gezag uitgaan van een opgelegde last onder dwangsom. Alleen in bijzondere omstandigheden kan geheel of gedeeltelijk van invordering worden afgezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3623
Datum uitspraak
3 september 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303011/1/R1

202401939/1/V3

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3545
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401939/1/V3

202403541/1/V3

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3556
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403541/1/V3

202403842/1/V3

Bij besluit van 1 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3557
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403842/1/V3

202403942/2/R1

Bij besluit van 1 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bronckhorst aan TenneT een last onder dwangsom opgelegd die, kort gezegd, inhoudt het saneren van de grond en het grondwater op twee percelen van TenneT in Hummelo. Op 17 december 2019 is er brand geweest in het hoogspanningsstation Doetinchem in eigendom en beheer van TenneT aan de Rouwenoordseweg 12 in Hummelo. Bij die brand is er transformatorolie vrijgekomen en de brandweer heeft bij het bestrijden van de brand gebruik gemaakt van PFAS-houdend blusschuim. Het college heeft TenneT aangemerkt als overtreder van artikel 13 van de Wet bodembescherming, omdat TenneT volgens het college niet alle maatregelen zou hebben genomen om de verontreiniging van de grond met mineraalolie en de verontreiniging van de grond en het grondwater met per- en polyfluoralkylstoffen (PFAS) ongedaan te maken. TenneT heeft de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat de last onder dwangsom wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3551
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403942/2/R1

202404662/1/V3 en 202404662/2/V3

Bij brief van 6 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling meegedeeld dat hij de termijn voor de overdracht aan Bulgarije heeft verlengd tot achttien maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3559
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404662/1/V3 en 202404662/2/V3

202405076/2/V3.

Bij besluit van 10 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3560
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405076/2/V3.

202405157/2/V1

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3561
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405157/2/V1

202405177/2/V1

Bij besluit van 27 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3562
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405177/2/V1

BRS.24.000311

Bij besluit van 24 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3540
Datum uitspraak
2 september 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000311

202402624/3/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2023 heeft de voorzitter van de Klachtencommissie Ongewenst Gedrag van de TU Delft een wrakingsverzoek tegen de secretaris van de KOG afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3550
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202402624/3/A2

202402632/1/V2

Bij besluiten van 19 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3544
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402632/1/V2

202403093/1/V2

Bij besluit van 13 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3543
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403093/1/V2

202404251/2/A2

Bij beslissing van 17 januari 2024 heeft het College van Bestuur van de Technische Universiteit Delft een eerder aan [verzoeker] opgelegd gebouwverbod verlengd. [verzoeker] is in 2004 als student gestart met de bachelorstudie Technische Bestuurskunde aan de faculteit Techniek, Bestuur en Management van de Technische Universiteit Delft. Nadat hij zich in 2017 heeft laten uitschrijven, heeft hij zijn studie in het studiejaar 2022-2023 weer voortgezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3549
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404251/2/A2

202404406/1/V3

Bij besluiten van 27 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3538
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404406/1/V3

202404909/2/V3

Bij besluit van 3 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3542
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404909/2/V3

202405023/2/A2

Bij beslissing van 21 mei 2024 heeft het College van Bestuur aan [verzoeker] gemeld dat klachten die vanaf 24 april 2024 worden ontvangen niet langer in behandeling worden genomen. [verzoeker] heeft vanaf 2022 vele klachten en wrakingsverzoeken ingediend tegen medewerkers van de TU Delft op de grond dat deze ongewenste gedragingen en aanhoudende ernstige integriteitsschendingen zouden hebben begaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3548
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202405023/2/A2

202405251/1/V2 en 202405251/2/V2.

Bij besluit van 19 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3552
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405251/1/V2 en 202405251/2/V2.

202405343/1/V2 en 202405343/2/V2

Bij besluiten van 24 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3553
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405343/1/V2 en 202405343/2/V2

202405523/2/V2.

Bij besluit van 24 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3554
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405523/2/V2.

BRS.24.000291

Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3468
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000291

BRS.24.000292

Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3467
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000292

BRS.24.000293

Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3469
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000293

BRS.24.000294

Bij besluit van 23 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3470
Datum uitspraak
30 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000294

202402497/1/V3

Bij besluiten van 13 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdelingen in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3525
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402497/1/V3

202402718/2/A3

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft de korpschef van politie toestemming als bedoeld in artikel 7, tweede lid, van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus [verzoeker] beveiligingswerkzaamheden te laten verrichten, onthouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3472
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202402718/2/A3

202402764/1/V3

Bij besluit van 6 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3526
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402764/1/V3

202402875/1/V3

Bij besluit van 25 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3527
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402875/1/V3

202404321/1/V3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3529
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404321/1/V3

202404408/1/V3

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3530
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404408/1/V3

202404447/1/V3

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3531
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202404447/1/V3

202404914/2/V1

Bij besluiten van 20 april 2023 en 31 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3532
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404914/2/V1

202405009/2/V1

Bij besluit van 19 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3533
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405009/2/V1

202405109/1/V3

Bij besluit van 24 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdelingen verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3534
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405109/1/V3

202405217/2/V1

Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3535
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405217/2/V1

BRS.24.000092

Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3466
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000092

BRS.24.000259

Bij besluiten van 17 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3465
Datum uitspraak
29 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000259

202304640/1/V3

Bij besluit van 18 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3475
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304640/1/V3

202306477/1/V1

De vreemdeling en referent hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3476
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306477/1/V1

202400764/1/V2

Bij besluit van 21 februari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3511
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400764/1/V2

202400835/1/V3

Bij besluit van 11 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3512
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202400835/1/V3

202400847/1/V3

Bij besluit van 19 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3513
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202400847/1/V3

202400984/3/V3

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 9 februari 2024 in zaken nrs. NL22.187 en NL22.186.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3458
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400984/3/V3

202401064/1/V3

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3514
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202401064/1/V3

202402087/1/V3

Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3515
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402087/1/V3

202402324/1/V3

Bij besluit van 25 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3516
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202402324/1/V3

202403101/1/V3

Bij besluit van 6 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3517
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403101/1/V3

202403322/1/V3 en 202403322/2/V3

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3518
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403322/1/V3 en 202403322/2/V3

202403490/1/V2

Bij besluit van 12 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3519
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403490/1/V2

202403965/1/V3

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3520
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403965/1/V3

202403966/1/V3

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3521
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202403966/1/V3

202404188/2/A2

Bij beslissing van 28 mei 2024 heeft de Manager Onderwijs Pedagogisch Werk (hierna: manager OPW) namens het CvB een negatief bindend studieadvies aan [verzoeker] uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3459
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404188/2/A2

202404269/1/R3 en 202404269/2/R3

Bij besluit van 13 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Weststellingwerf het bestemmingsplan "Dwarsvaartweg - Mooi Noordwolde" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van 35 woningen op het terrein van een voormalige manege in het zuiden van Noordwolde, tussen de Dwarsvaartweg en het woongebied aan De Stelling. De tuin van [appellant] grenst aan het plangebied. [appellant] maakt zich zorgen om de volgens hem in het plangebied voorkomende wilde boomkikker als bedreigde en beschermde diersoort. [appellant] betoogt dat de raad bij de vaststelling van het plan voorbij is gegaan aan de aanwezigheid van de populatie wilde boomkikkers in het plangebied. [appellant] betoogt dat het gebied niet aangetast mag worden en de wilde boomkikker niet mag worden gevangen, verplaatst of gedood voordat zorgvuldig onderzoek is verricht naar de aanwezigheid van de boomkikker. Tot nu toe heeft volgens [appellant] geen zorgvuldig onderzoek plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3473
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202404269/1/R3 en 202404269/2/R3

202404644/1/R4 en 202404644/2/R4

Bij besluit van 10 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stichtse Vecht [verzoeker] onder oplegging van een dwangsom gelast om de bootlift aan het [locatie] in Breukelen te verwijderen en verwijderd te houden. [verzoeker] woont met zijn echtgenote aan de [locatie] in Breukelen. Hun achtertuin grenst aan de Vecht en zij hebben daar een boot aangemeerd. In 2009 heeft [verzoeker] een bootlift laten plaatsen. De echtgenote van [verzoeker] heeft sinds een aantal jaar een medische aandoening waardoor zij beperkt is in haar mobiliteit en zonder hulpmiddelen een verhoogd valrisico heeft. Zij gebruikt de bootlift sindsdien als hulpmiddel bij het instappen in de boot, omdat de boot daarmee wordt verhoogd en gestabiliseerd. Volgens het college is de bootlift in strijd met het bestemmingsplan en is voor het plaatsen daarvan een omgevingsvergunning voor bouwen nodig. Het college heeft [verzoeker] daarom onder oplegging van een dwangsom gelast om de bootlift te verwijderen en verwijderd te houden. De rechtbank heeft, voor zover in hoger beroep van belang, geoordeeld dat handhavend optreden niet onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen doelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3461
Datum uitspraak
28 augustus 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404644/1/R4 en 202404644/2/R4
vorige pagina1...120121122...1.270volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon