Uitspraak 202405217/2/V1
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2024:3535
- Datum uitspraak
- 29 augustus 2024
- Inhoudsindicatie
- Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
- Voorlopige voorziening
- Asiel
Toon inhoud
202405217/2/V1.
Datum uitspraak: 29 augustus 2024
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
verzoeker,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 23 juli 2024 in zaak nr. NL23.10591 in het geding tussen:
[de vreemdeling]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Bij uitspraak van 23 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen gerichte beroep van de vreemdeling gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, voor zover de staatssecretaris daarbij de ingangsdatum heeft bepaald op 6 oktober 2022, bepaald dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van dat besluit en bepaald dat de verblijfsvergunning wordt verleend met ingang van 7 augustus 2022.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
De vreemdeling heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De minister verzoekt de voorzieningenrechter om de voorlopige voorziening te treffen dat hij de uitspraak van de rechtbank niet hoeft uit te voeren totdat de Afdeling op zijn hoger beroep heeft beslist.
2. Gelet op de belangen die naar voren zijn gebracht, treft de voorzieningenrechter een voorlopige voorziening.
3. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Asiel en Migratie geen uitvoering hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank voordat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.
Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. Q. Boon, griffier.
w.g. Drop
voorzieningenrechter
w.g. Boon
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 29 augustus 2024
977