Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.518
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202403618/1/A2

Bij besluit van 16 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere aan [partij] een tegemoetkoming in planschade van € 29.000,00 toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente. [appellant] heeft op 14 juli 2015 een omgevingsvergunning gekregen voor het herbouwen van hotel De Tien Torens aan de Duinweg 36 in Zoutelande. [partij] heeft het college verzocht om tegemoetkoming in planschade als gevolg van het verlenen van de omgevingsvergunning. Volgens [partij] is haar recht van erfpacht op [locatie] als gevolg van de omgevingsvergunning in waarde verminderd. Het college heeft, na advies te hebben ingewonnen bij Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken, besloten tot het toekennen van een tegemoetkoming in planschade van € 26.800,00 aan [partij]. [appellant] heeft zich op het standpunt gesteld dat [partij] geen erfpachter was, maar een gebruiker dan wel dat zij slechts een gebruiksrecht had. De waardevermindering van de onroerende zaak aan de [locatie] raakt haar volgens [appellant] dan ook niet. Het college en de rechtbank zijn ervan uitgegaan dat [partij] een erfpachtrecht had op [locatie] en op het moment van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning kon worden aangemerkt als zakelijk gerechtigde ten aanzien van de onroerende zaak aan de [locatie].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:350
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403618/1/A2

202404433/1/A3

Bij besluit van 21 december 2022 heeft de raad van de gemeente Nijmegen aan een deel van de openbare ruimte van het type ‘weg’ in Nijmegen de naam St. Titussingel toegekend. De raad heeft op 21 december 2022 aan een deel van de openbare ruimte van Nijmegen de naam St. Titussingel toegekend. Het idee voor deze nieuwe naam is van [appellant] afkomstig en hij heeft deze straatnaamsuggestie doorgegeven via het gemeentelijk webformulier. Het besluit is op 27 december 2022 in het Gemeenteblad bekendgemaakt. [appellant] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. De raad heeft het bezwaar van [appellant] vervolgens kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] volgens de raad geen belanghebbende is. De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat [appellant] geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Daartoe heeft de rechtbank allereerst overwogen dat [appellant] weliswaar een suggestie voor de straatnaamwijziging heeft gedaan, maar dat het besluit van 21 december 2022 hiermee geen beschikking op een aanvraag is. Het feit dat [appellant] het initiatief voor de straatnaamwijziging heeft genomen, maakt volgens de rechtbank dus nog niet dat hij om die reden belanghebbende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:354
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404433/1/A3

202404573/1/R1

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Roerdalen het bestemmingsplan "Huysbongerdweg 4 in Montfort"(hierna: het plan) vastgesteld. Het plangebied ligt ter hoogte van de Huysbongerdweg 4. Het plan voorziet in de bouw van in totaal vier woningen met elk een tuin en twee parkeerplaatsen op eigen terrein. [appellant] woont aan de [locatie] direct tegenover het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan omdat het plan volgens hem in te weinig parkeerplaatsen voorziet. Daardoor vreest hij voor aantasting van de verkeersveiligheid en geluidshinder. [appellant] betoogt dat het plan in te weinig parkeerplaatsen voorziet. Volgens [appellant] is ten onrechte met een parkeernorm van 2,0 gerekend terwijl dit 2,7 zou moeten zijn. In ieder geval had volgens hem moeten worden uitgegaan van een parkeernorm van 2,3, wat de mediaan is van de bandbreedte van 1,9-2,7 parkeerplaatsen per woning die het CROW aanbeveelt voor het type woningen dat het plan mogelijk maakt. Ook in een ander geval is namelijk de mediaan gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:355
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202404573/1/R1

202404583/1/R4

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente De Ronde Venen het bestemmingsplan [locatie 1], Waverveen' vastgesteld. Het plan maakt een nieuw aaneengeschakeld moerasgebied mogelijk door het noordelijke deel van camping [camping] (hierna: de camping), gelegen op de [locatie 1] in Waverveen, te verplaatsen naar de aangrenzende oostelijke en westelijke percelen. Dit plan is een uitvoering van het ‘Pact van Poldertrots’, ondertekend door de provincie Utrecht, de gemeente De Ronde Venen, het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Vereniging Natuurmonumenten en de bewonersdelegatie van de polder Groot Mijdrecht Noord. In dit Pact zijn afspraken gemaakt over de herinrichting van de polder Groot Mijdrecht ten behoeve van natuurontwikkeling. [appellant A] en [appellant B] wonen op de [locatie 2] in Waverveen, onmiddellijk ten oosten van de camping. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan voor zover dit het mogelijk maakt dat de camping dichter bij hun woning komt. [appellant A] en [appellant B] hebben eerder de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:344
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404583/1/R4

202404880/1/R4

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan "Strosteeg 18-36, Binnenstad" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch mogelijk maken van 38 appartementen aan de Strosteeg 18-36 en een binnentuin. Het plangebied ligt in de binnenstad van Utrecht, op de plek waar vroeger drukkerij Abels zat. De locatie ligt naast de parkeergarage Springweg. De omgevingsvergunningen maken de bouw van de woningen en de kap van een boom in het plangebied mogelijk. [appellant] en anderen wonen aan de Haverstraat en Strosteeg en komen vanwege de gevolgen voor hun woon- en leefklimaat op tegen het plan en de vergunningen. Ered is de initiatiefnemer van het project. [appellant] en anderen betogen dat de raad het bestemmingsplan in strijd met het participatiebeleid heeft vastgesteld. Er heeft onjuiste voorlichting aan de raad plaatsgevonden en het bestemmingsplan sluit niet aan bij de visie voor de Strosteeg. Met het amendement Licht en lucht in de Strosteeg van 16 juni 2022 is geen rekening gehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:345
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404880/1/R4

202405049/3/V6

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Guinee en geboren te zijn op [geboortedatum] 1967. Hij verblijft meer dan twintig jaar rechtmatig in Nederland. Op 23 september 2021 heeft [appellant] de staatssecretaris verzocht om hem het Nederlanderschap te verlenen. Bij het verzoek heeft hij een Guinees paspoort overgelegd met nummer O05001788, afgegeven op 13 januari 2021 en geldig tot en met 13 januari 2031. In een vvo van 9 september 2022 heeft BD geconcludeerd dat dit paspoort echt is. In deze vvo staat verder dat [appellant] eerder een Guinees uittreksel register burgerlijke stand heeft overgelegd met nummer 104, afgegeven op 15 januari 2020 en gelegaliseerd op 21 januari 2020, met bijbehorende Guinese rechterlijke uitspraak met nummer 3187, afgegeven op 19 juli 2018 en gelegaliseerd op 21 januari 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:371
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202405049/3/V6

202405304/1/A2

Bij brief van 10 mei 2022 heeft de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan [appellant] medegedeeld dat hij geen aanleiding ziet om een eerder verleende voorlopige investeringsverklaring in te trekken [appellant] is huurder van een woning in de woonwijk Jerusalem in Nijmegen. De stichting Talis is eigenaar van deze woning. Bij brief van 21 maart 2022 heeft [appellant] de minister verzocht om het besluit van 22 juni 2020 in te trekken. Bij brief van 10 mei 2022 heeft de minister dat verzoek afgewezen. Volgens deze brief is [appellant] geen belanghebbende bij het besluit van 22 juni 2020. Aan de niet-ontvankelijkverklaring van het tegen de brief van 10 mei 2022 gemaakte bezwaar heeft de minister eveneens ten grondslag gelegd dat [appellant] geen belanghebbende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:340
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405304/1/A2

202405321/1/R4

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren tegen het bestemmingsplan ‘Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)’ ongegrond. Dat betekent dat het plan voor het vernieuwen van winkelcentrum De Molenpoortpassage en de bouw van maximaal 435 appartementen in Nijmegen definitief is. Het winkelcentrum ligt in het ‘Vlaams Kwartier’ in de binnenstad van Nijmegen. Enkele bedrijven zijn het niet eens met het bestemmingsplan en kwamen daartegen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vrezen dat het bestemmingsplan leidt tot een tekort aan parkeergelegenheid in de omgeving. Naar aanleiding van die bezwaren heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan tijdens de procedure aangepast. Zo heeft de gemeenteraad meer onderzoek gedaan naar de parkeerdruk en een aantal regels in het plan over parkeren gewijzigd. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren tegen het zogenoemde 'herstelplan' nu ongegrond. Daarmee is het plan voor het winkelcentrum en maximaal 435 appartementen in de binnenstad van Nijmegen definitief en kan de gemeente door met deze ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:343
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202405321/1/R4

202405926/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 8 augustus 2024, waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 6 december 2023 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de minister voor Rechtsbescherming de bezwaren tegen het besluit van 2 augustus 2023, waarbij een aanvraag van [appellant] om een Verklaring Omtrent het Gedrag met politiegegevens is afgewezen, ongegrond verklaard. [appellant] heeft een VOG P aangevraagd voor de functie van inrichtingsbeveiliger bij de Dienst Justitiële Inrichtingen (hierna: DJI). De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] binnen de terugkijktermijn van dertig jaar twee keer is veroordeeld voor het medeplegen van hennepteelt, in 2012 en 2007. Ook is hij in 1994 veroordeeld voor verduistering en het overtreden van de Wegenverkeerswet. Buiten de terugkijktermijn zijn strafbare feiten gevonden voor vermogensdelicten in 1988 en 1989.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:428
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202405926/1/A3

202406452/1/R3

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard hogere waarden als bedoeld in de Wet geluidhinder vastgesteld voor de toekomstige woningen binnen het plangebied van het bestemmingsplan "Margrietstraat 2-Graaf Van Egmondstraat 46-48 Oud-Beijerland". Dit bestemmingsplan is bij besluit van 17 september 2024 door de raad van de gemeente Hoeksche Waard vastgesteld. Het plan maakt de bouw mogelijk van 50 appartementen in drie bouwlagen met een ontmoetingsplek op de locatie van een voormalige kerk en school aan de Margrietstraat en de Graaf van Egmondstraat in Oud-Beijerland. Aan de noord- en zuidkant van het plangebied zijn parkeerplaatsen voorzien. Initiatiefnemer van het plan is Assink Vastgoed Projectontwikkeling B.V. De woningen zullen worden geëxploiteerd door Stichting HW Wonen. [appellant sub 1] woont aan de Margrietstraat. Zij is het niet eens met de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. [appellant sub 2] en anderen zijn bewoners van de wijk. Ook zij kunnen zich niet vinden in het plan vanwege de bouwmogelijkheden en vrezen voornamelijk voor parkeeroverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:370
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406452/1/R3

202407263/1/R3

Bij besluit van 25 september 2024 heeft de raad van de gemeente Leeuwarden het bestemmingsplan "Stiens - Steenslân II" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet hoofdzakelijk in de ontwikkeling van 105 woningen. Het plangebied bevindt zich ten zuidoosten van het centrum van Stiens, waarbij het plangebied grotendeels wordt omsloten door het fietspad het Mierepad, de Brêgeleane en de Trijehoeksdyk. Op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan "Butengebied en doarpen" hadden de gronden binnen het plangebied de bestemming "Agrarisch". [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen aan de Eysingastrjitte en de Brêgeleane, nabij het plangebied, en kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:356
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202407263/1/R3

202407569/1/V6

Bij besluit van 30 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] heeft de Surinaamse nationaliteit. Hij heeft vanaf 4 januari 2019 een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij zijn Nederlandse partner. Vanaf 4 maart 2019 staan [appellant] en zijn partner in de Basisregistratie Personen ingeschreven op hetzelfde adres. [appellant] heeft door familieomstandigheden van 2 juli 2022 tot en met 9 maart 2023 in Suriname verbleven. Zijn partner is met hem naar Suriname gereisd en na een paar weken weer terug naar Nederland gegaan. [appellant] heeft op 13 juli 2023 het naturalisatieverzoek ingediend. De staatssecretaris heeft het naturalisatieverzoek afgewezen, omdat [appellant] in de vijf jaar onmiddellijk voorafgaand aan het naturalisatieverzoek niet onafgebroken zijn hoofdverblijf in Nederland heeft gehad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:332
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202407569/1/V6

202500464/1/A2

Bij besluit van 7 december 2022 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst/Toeslagen geweigerd om een al betaalde private schuld van [appellante] te betalen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om compensatie van de door haar inmiddels afgeloste schuld in de vorm van een doorlopend krediet van € 19.990,14 aan Defam. De minister heeft geweigerd de schuld te compenseren. Volgens de minister is de afgeloste schuld een financieel product waarvan de hoofdsom alleen wordt terugbetaald als deze vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021, zoals volgt uit artikel 4.1, tweede lid, van de Wet hersteloperatie toeslagen. Daarvan is volgens de minister in dit geval geen sprake. De rechtbank heeft overwogen dat de minister de schuld terecht niet heeft gecompenseerd, omdat vaststaat dat de Defam-lening volledig is afgelost en het dus niet ging om een vóór 1 juni 2021 opeisbare geldschuld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:338
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500464/1/A2

202501289/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 19 februari 2025. In die uitspraak heeft de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 9 oktober 2024 ongegrond verklaard. In dat besluit heeft de raad van de gemeente Nijmegen het bezwaar van [appellant] tegen het besluit van 24 april 2024, waarbij de raad aan een deel van de openbare ruimte in Nijmegen de naam Mária Telkeshof heeft toegekend, niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] voert aan dat hij zich onderscheidt van een willekeurige belanghebbende, omdat hij sinds 1988 alle straatnamen binnen de gemeente Nijmegen bijhoudt in de Stratenlijst gemeente Nijmegen. Het is voor hem belangrijk dat de documenten die ten grondslag liggen aan de straatnamen kloppen, zodat de lijst klopt. Bovendien worden statistische gegevens op wijkniveau gebruikt door onder andere het Centraal Bureau voor de Statistiek. Daarvoor is van belang dat duidelijk is waar de wijkgrenzen lopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:429
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501289/1/A3

202501459/1/A3

Bij besluit van 29 november 2022 heet de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan de vennootschap een boete opgelegd van € 4.500,00 wegens overtreding van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbeidsomstandighedenbesluit. De minister heeft aan de vennootschap een boete van € 4.500,00 opgelegd op grond van artikel 7.17c, zesde lid, van het Arbobesluit en artikel 9, eerste lid, van de Arbowet. Hieraan heeft de minister een boeterapport van 31 maart 2022 ten grondslag gelegd. Uit het boeterapport volgt dat er op 1 december 2021 bij de vennootschap een arbeidsongeval heeft plaatsgevonden tijdens het laden van leibomen op een vrachtwagentrailer. Dit werd gedaan door een werknemer, een vrachtwagenchauffeur en een snuffelstagiair (het slachtoffer). De bomen werden door de werknemer met een loader opgehesen en richting de trailer bewogen waar de chauffeur de bomen in ontvangst nam. De loader reed met een gehesen boom naar de zijkant van de trailer en de stagiair liep met de boom mee. Toen de boom werd overgedragen aan de op de trailer staande chauffeur reed de werknemer naar voren met de loader en reed daarbij tegen de linkervoet van de stagiair.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:347
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501459/1/A3

202501634/1/A3

Bij besluit van 29 december 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant] huurde een woning aan [locatie] in Rotterdam. De burgemeester heeft [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende een tijdelijke sluiting van de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet. In de bestuurlijke rapportage van 13 november 2023 staat dat de politie op 6 november 2023 om 04.35 uur een melding heeft ontvangen vanwege verdachte personen op het dak van de woning van [appellant]. De melder zag dat er twee mannen uit de woning kwamen rennen en dat [appellant] kort daarna zijn woning verliet. Nadat de verbalisanten de woning hadden betreden, zagen zij overal in de woning bloedspetters en een plastic tas waarin bruin poeder zat. Vervolgens is de woning met toestemming van de rechter-commissaris op grond van de Opiumwet doorzocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:331
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202501634/1/A3

202502534/1/A2

Bij besluit van 26 februari 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen bepaald dat het rijbewijs van [appellante] ongeldig blijft. Op 28 november 2022 is [appellante] aangehouden door de Marechaussee vanwege gevaarlijk rijgedrag. De Marechaussee heeft aan het CBR het vermoeden medegedeeld dat zij niet langer beschikt over de geschiktheid voor het besturen van een auto. Het CBR heeft [appellante] een onderzoek naar de geschiktheid opgelegd. Het CBR heeft bij besluit van 15 juni 2023 het rijbewijs van [appellante] ongeldig verklaard omdat zij niet (volledig) heeft meegewerkt aan dit onderzoek. Het CBR heeft het bezwaar van [appellante] daartegen ongegrond verklaard bij besluit van 14 augustus 2023. Op verzoek van [appellante] heeft het CBR haar in de gelegenheid gesteld om opnieuw onderzoek naar haar geschiktheid te laten doen. Dat onderzoek heeft geleid tot het besluit van 26 februari 2024. [appellante] voert aan dat het CBR haar van het kastje naar de muur stuurt en wisselende standpunten inneemt. Het CBR en de psychiater hebben aanvankelijk gezegd dat ze haar rijbewijs zou terugkrijgen. Verder rijdt zij altijd veilig en heeft zij nog nooit ongelukken veroorzaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:346
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202502534/1/A2

202402367/1/V3

Bij besluit van 7 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:312
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202402367/1/V3

202505030/2/R4

Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Bronckhorst het "Wijzigingsbesluit Omgevingsplan gemeente Bronckhorst: Veegplan 2025-1" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Bronckhorst vastgesteld. Het besluit tot wijziging heeft betrekking op verschillende locaties binnen het grondgebied van de gemeente Bronckhorst. In dit geval is van belang dat het besluit tot wijziging door middel van de functie "Bedrijf" onder andere voorziet in de realisatie van twee bedrijfsverzamelgebouwen met een oppervlakte van ongeveer 2.500 m² op het perceel Zutphen-Emmerikseweg 101 in Baak. Het perceel is een braakliggend terrein dat aan de noordzijde begrensd wordt door de weg Dambroek en het bedrijventerrein Dambroek en aan de oostzijde door de Zutphen-Emmerikseweg. Onder het vorige planologische regime was het perceel bestemd voor een aannemersbedrijf met een maximale oppervlakte van 2.350 m². [verzoekers] wonen aan de [locatie] in Baak tegenover het perceel. Zij kunnen zich niet vinden in het besluit tot wijziging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:311
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202505030/2/R4

202505958/2/R1

Bij koninklijk besluit van 27 oktober 2025 is een luchthavenbesluit voor de luchthaven Eelde vastgesteld. Het besluit maakt een verruiming van de openingstijden van de luchthaven Eelde mogelijk. Het gaat om een verruiming van de openingstijden met een half uur in de vroege ochtend (van 6.30 uur naar 6.00 uur) en een uur in de late avond (van 23.00 uur naar 00.00 uur). Voor de verruiming van de openingstijden in de ochtend dient op grond van artikel 20 van het besluit eerst een nader koninklijk besluit te worden genomen. [verzoeker] woont nabij de luchthaven en heeft tegen het besluit beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht de voorlopige voorziening te treffen dat het besluit wordt geschorst totdat de Afdeling op het beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:310
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Luchtvaart
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202505958/2/R1

BRS.24.000283

Bij besluit van 13 juli 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 22 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, de opheffing van de maatregel met ingang van die dag bevolen en schadevergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:262
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000283

BRS.25.001827

Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:268
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001827

BRS.25.002334

Bij besluit van 18 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:274
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002334

BRS.25.002384

Bij e-mail van 22 april 2025 heeft het het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de opvang van betrokkene beëindigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:273
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002384

BRS.26.000019

Bij besluit van 16 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:301
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000019

BRS.26.000030 en BRS.26.000031

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:271
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000030 en BRS.26.000031

BRS.26.000363

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat appellant met ingang van 5 maart 2024 geen recht meer heeft op bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:325
Datum uitspraak
20 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000363

202502222/1/V3

Bij besluit van 13 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 16 april 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. E. Ceylan, advocaat in Utrecht, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:282
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502222/1/V3

202502535/1/V2

Bij besluiten van 1 augustus 2023 heeft de minister aanvragen om appellanten een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluiten van 30 augustus 2024 heeft de minister de daartegen door appellanten gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraken van 3 april 2025 heeft de rechtbank de daartegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraken hebben appellanten, vertegenwoordigd door mr. R.C. van den Berg, advocaat in Tilburg, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:284
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202502535/1/V2

202504258/1/V3

Bij besluit van 3 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:285
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504258/1/V3

202504261/1/V3

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 15 november 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:286
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504261/1/V3

202504267/1/V3

Bij besluit van 10 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 25 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:300
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504267/1/V3

202504285/1/V3

Bij besluit van 23 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 31 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:298
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504285/1/V3

202504292/1/V3

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 24 januari 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S.N. Arikan, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:296
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504292/1/V3

202504299/1/V3

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 22 april 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 26 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B. Aydin, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:297
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504299/1/V3

202504754/1/V1

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd. Bij uitspraak van 28 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd, voor zover daarin de ingangsdatum van die vergunning is vastgesteld op 21 juli 2023, deze ingangsdatum vastgesteld op 17 juli 2023, bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van dat besluit en de minister veroordeeld in de proceskosten. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. A. Khalaf, advocaat in Zwolle, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:299
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504754/1/V1

BRS.25.002027

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:259
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002027

BRS.25.002672

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:260
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002672

BRS.25.002710 en BRS.25.002711

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:258
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002710 en BRS.25.002711

BRS.25.002720

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:255
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002720

BRS.26.000310

Bij besluit van 17 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:307
Datum uitspraak
19 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000310

202506032/2/R1

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Uitgeest het verzoek van 1 november 2022 van [partij sub 1] en anderen om handhavend op te treden tegen geluidhinder veroorzaakt door TCU afgewezen. Bij samengesteld besluit van 4 juli 2023 en 26 juli 2023 heeft het college het door [partij sub 1] en anderen daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en TCU onder oplegging van een dwangsom gelast om geluidhinder te beëindigen door niet langer dan tot 19.30 uur het spelen van tennis en padel toe te staan. TCU verzoekt de voorzieningenrechter de voorlopige voorziening van de rechtbank te schorsen, voor zover daardoor niet na 19.30 uur mag worden getennist. TCU betoogt dat de rechtbank ten onrechte tennis bij de last heeft betrokken, aangezien het college gemotiveerd niet heeft willen handhaven op tennis en de oorspronkelijke klachten hier volgens TCU ook niet op zagen. TCU betoogt dat haar continuïteit onder druk staat, omdat de vaste lessen en competities niet door kunnen gaan en meer leden mogelijk hun lidmaatschap zullen opzeggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:264
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202506032/2/R1

202506076/2/R4, 202506125/2/R4 en 202506132/2/R4

Bij besluit van 28 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau aan [partij A] en [partij B] een last onder dwangsom opgelegd om herhaling van verweten overtredingen te voorkomen. Het college heeft aan de lasten onder dwangsom ten grondslag gelegd dat [partij A], [partij C] en [partij D] als plegers of functioneel plegers kunnen worden aangemerkt van verschillende bepalingen in de Omgevingswet, de Wet milieubeheer en het Besluit activiteiten leefomgeving, omdat met drugsafval vervuilde mest op hun akkers in Baarle-Nassau is aangetroffen. Bij de bestreden besluiten heeft het college die lasten herroepen, omdat het college niet aannemelijk acht dat [partij A], [partij C] en [partij D] als overtreders kunnen worden aangemerkt. [verzoeker] is in zijn hoedanigheid als jurist bij de Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant betrokken geweest bij de totstandkoming van de in het procesverloop vermelde besluiten. [verzoeker] woont in Amsterdam. Het college, [partij A], [partij D] en [partij C] stellen zich op het standpunt dat [verzoeker] geen belanghebbende is bij de door hem bestreden besluiten, omdat een rechtstreeks belang ontbreekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:263
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202506076/2/R4, 202506125/2/R4 en 202506132/2/R4

202506128/2/V1

Bij besluit van 11 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkene opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. Bij uitspraak van 11 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld. Ook heeft zij de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Betrokkene heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:295
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202506128/2/V1

BRS.25.000802

Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie. appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:246
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000802

BRS.25.002265

Bij besluit van 10 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:247
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002265

BRS.25.002599

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:253
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002599

BRS.25.002616 en BRS.25.002618

Bij besluit van 3 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:180
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002616 en BRS.25.002618

BRS.25.002641

Bij besluit van 1 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:182
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002641

BRS.25.002735

Bij besluit van 25 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:184
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002735

BRS.26.000161

Bij besluit van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:267
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000161

202506103/1/A2

De Vereniging Burgerbelangen Almelo wil meedoen aan de verkiezingen voor de leden van de raad van de gemeente Almelo op 18 maart 2026. Daartoe heeft zij bij het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Almelo een verzoek ingediend om de aanduiding ‘Burgerbelangen Almelo (BBA)’ te registreren. Het centraal stembureau heeft dit verzoek afgewezen. Aan dit besluit heeft het centraal stembureau ten grondslag gelegd dat de verzochte aanduiding een exacte kopie is van de voorheen bestaande politieke groepering en aanduiding Burgerbelangen Almelo. Volgens het centraal stembureau is het aannemelijk dat de aanduiding zal leiden tot misleiding en verwarring onder de kiezers.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:261
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202506103/1/A2

202600090/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam van 29 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke organisatie De Groenen buiten behandeling is gesteld. De vereniging heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘De Groenen' in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wil de vereniging worden vermeld op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Amsterdam op 18 maart 2026. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart het beroep niet-ontvankelijk. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben in het beroepschrift aangegeven dat zij de partijvoorzitter en penningmeester van de vereniging zijn. In het beroepschrift hebben zij echter nadrukkelijk te kennen gegeven dat zij voor zichzelf beroep hebben ingesteld en niet namens de vereniging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:275
Datum uitspraak
16 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600090/1/A2

202405447/1/V1

Bij besluiten van 2 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 21 augustus 2024 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister nieuwe besluiten op de aanvragen neemt met inachtneming van de uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:265
Datum uitspraak
15 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405447/1/V1

202407155/1/V1

Verzoekers hebben het hoger beroep op 7 januari 2026 ingetrokken en gelijktijdig het verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister van Asiel en Migratie aan hen is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen, zie ook de uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:252
Datum uitspraak
15 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407155/1/V1

202504592/1/V3

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:250
Datum uitspraak
15 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504592/1/V3

BRS.25.002287

Bij besluit van 7 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:158
Datum uitspraak
15 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002287

BRS.25.002640

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:257
Datum uitspraak
15 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002640

BRS.25.002745 en BRS.25.002746

Bij besluit van 1 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvullend terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:166
Datum uitspraak
15 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002745 en BRS.25.002746

202400046/1/V1

Bij besluit van 25 april 2023 heeft de staatssecretaris een aanvraag van betrokkene om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:251
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400046/1/V1

202405640/1/V3

Bij besluit van 18 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:179
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405640/1/V3

202503781/1/R2 en 202503781/2/R2

Bij besluit van 10 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout aan Alticom B.V. een omgevingsvergunning verleend om in afwijking van het bestemmingsplan een communicatiemast voor het GSM-rail netwerk te plaatsen aan de Parallelweg 8 in Dorst. De omgevingsvergunning is verleend voor het plaatsen van een communicatiemast van 39,9 meter hoog ten behoeve van het GSM-rail netwerk op het perceel. De vergunning heeft betrekking op bouwen en op het afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo en artikel 4, aanhef en onderdeel 5 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Het doel van het plaatsen van de mast is het verbeteren van de GSM -R dekking en kwaliteit op het spoortracé Breda - Tilburg, ook als randvoorwaarde voor de invoering van de nieuwe treinbeveiliging ERTMS. Vergunninghoudster Alticom plaatst de communicatiemast in opdracht van ProRail. [verzoeker] en anderen wonen in de directe omgeving van het perceel en vrezen voor de aantasting van hun uitzicht. Volgens hen zijn er betere alternatieve locaties.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:72
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503781/1/R2 en 202503781/2/R2

202503990/2/R2

Bij het besluit van 19 juni 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [partij] een ontheffing verleend van het verbod als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet natuurbescherming voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das. De ontheffing is verleend ten behoeve van de realisatie van 15 villawoningen aan de Hunnenweg op landgoed Prinsenbosch in Voorthuizen. Het college heeft zich daarbij gebaseerd op het bij de aanvraag gevoegde rapport "Activiteitenplan ontwikkeling Landgoed Prinsenbosch" van 4 maart 2024 en de notitie "Aanvulling onderbouwing foerageerafstanden tot hoofdburchten das" van 3 april 2024, beide opgesteld door Ecogroen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:177
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202503990/2/R2

202504782/1/R2 en 202504782/2/R2

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant het verzoek van Elektoor om de hardheidsclausule in artikel 3.8 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant toe te passen voor het plaatsen van een bodemwarmtepomp voor de nieuwbouw in het grondwaterbeschermingsgebied op het perceel Rijksweg-Zuid 57 te Rucphen, afgewezen. Elektoor wil een bodemwarmtepomp plaatsen op het perceel om een nieuw gebouw te verwarmen. Het perceel ligt in een grondwaterbeschermingsgebied. Het plaatsen van een bodemwarmtepomp en het verrichten van activiteiten in de bodem op een diepte van 3 m of meer, is verboden in de Omgevingsverordening. Het college heeft geweigerd de hardheidsclausule in artikel 3.8 van de Omgevingsverordening toe te passen omdat volgens het college niet is voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van een bijzonder geval waarin toepassing van de algemene regels leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Elektoor betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van een bijzonder geval waarin toepassing van de algemene regels leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:70
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504782/1/R2 en 202504782/2/R2

202504939/2/R2

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Deurne het "TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Stationsstraat-Haspelweg, Deurne" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Deurne vastgesteld. Het besluit tot wijziging maakt de bouw van 319 woningen mogelijk op de locatie tussen de Haspelweg en de Stationsstraat in het westen van Deurne. Uit de met het besluit tot wijziging vastgestelde kaart volgt dat aan de locatie de functies "Woongebied", "Groen" en "Verkeer - Verblijfsgebied" zijn toegekend. Op gronden met de functie "Woongebied" zijn ook bouwvlakken opgenomen. [verzoekster A] exploiteert een metaalverwerkingsbedrijf aan de [locatie 1]. [verzoeker B] en anderen exploiteren een autobedrijf aan de [locatie 2]. Deze bedrijven zijn gevestigd op gronden die volgens de motivering in de laatste fasen van de gebiedsontwikkeling zullen worden ontwikkeld. De met het besluit tot wijziging voorziene woningen in onder meer fase 1 van de gebiedsontwikkeling zullen op korte afstand van deze bedrijven worden gerealiseerd. [verzoekster A] en [verzoeker B] en anderen zijn het hiermee oneens, omdat zij hierdoor vrezen te worden belemmerd in hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:178
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202504939/2/R2

202505741/1/R1 en 202505741/2/R1

Bij besluit van 30 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn onder meer de locatie BH58R ter hoogte van de [locatie 1] in Hoorn aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafval container en een zogenoemde "GFE-cocon". Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen, naast [appellant] bestaande uit [persoon A], [persoon B] en [persoon C], beroep ingesteld. De aangewezen locatie ligt tegenover de woning van [appellant] en [persoon A] aan de [locatie 2] en de woning van [persoon B] en [persoon C] aan de [locatie 1]. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met de aangewezen locatie en hebben daarom beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om het bestreden besluit te schorsen. [appellant] en anderen betogen dat er geen behoefte is aan afvalcontainers op de aangewezen locatie. Zij wijzen erop dat de afvalcontainers slechts zijn bedoeld voor negen huishoudens. Volgens hen vinden deze huishoudens het geen probleem om gebruik te maken van andere afvalcontainers in de buurt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:115
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505741/1/R1 en 202505741/2/R1

202505768/1/R1 en 202505768/2/R1

Bij besluit van 30 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn onder meer de locatie BH71R ter hoogte van de West 9 in Hoorn aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafval container en een zogenoemde "GFE-cocon". De aangewezen locatie ligt tegenover de woning van [appellant] aan de [locatie] in Hoorn. [appellant] kan zich niet verenigen met de aangewezen locatie en heeft daarom beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om het bestreden besluit voor de locatie BH71R te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:117
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505768/1/R1 en 202505768/2/R1

BRS.25.000840

Bij besluit van 23 december 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen niet in behandeling genomen. Bij brief van 24 december 2024 heeft de minister betrokkene in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:154
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000840

BRS.25.002537

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:147
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002537

BRS.25.002569

Bij besluit van 28 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:146
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002569

BRS.25.002576

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard, haar opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:143
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002576

BRS.25.002643

Bij besluit van 26 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft zij geweigerd verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:148
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002643

BRS.25.002647

Bij besluit van 26 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:149
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002647

BRS.25.002649 en BRS.25.002651

Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:162
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002649 en BRS.25.002651

BRS.25.002669

Bij besluit van 17 september 2024 heeft de minister een verzoek om heroverweging van een eerder tegen betrokkene uitgevaardigd inreisverbod afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:153
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002669

BRS.25.002736 en BRS.25.002737

Bij besluit van 12 maart 2025, aangevuld op 10 september 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:159
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002736 en BRS.25.002737

202105267/1/R4

Bij besluit van 5 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest geweigerd aan [wederpartij] een omgevingsvergunning te verlenen voor het in stand houden van vier recreatiewoningen op het recreatieterrein aan de [locatie] in Soesterberg. Het recreatieterrein bestaat uit een open grasveld omringd met bomen. Volgens het bestemmingsplan "Landelijk gebied" heeft het grasveld de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie - Jachthuis". Op deze gronden staan een receptiegebouw en een groot aantal recreatiewoningen. De omliggende gronden met bomen hebben de bestemming "Bos - Bostuin". Op die gronden mag volgens het bestemmingsplan niet worden gebouwd, maar vier recreatiewoningen stonden (deels) op gronden met deze bestemming. [wederpartij] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om die vier recreatiewoningen in afwijking van het bestemmingsplan in stand te houden. [wederpartij] was tot 1 maart 2022 eigenaar van het recreatieterrein. Hij stelt schade te hebben geleden door de beslissing van het college om de omgevingsvergunning te weigeren. Hij wijst daarbij op de kosten voor het moeten verwijderen van de recreatiewoningen. Verder stelt hij dat hij het recreatieterrein onder de marktwaarde heeft moeten verkopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:99
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202105267/1/R4

202107338/1/V1

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 878,00. Het COa biedt opvangvoorzieningen voor asielzoekers en verlangt een eigen bijdrage in de kosten daarvan als zij vermogen en/of inkomen hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld vermogen hebben als zij een dwangsom van de IND hebben ontvangen, omdat de asielprocedure te lang heeft geduurd. Deze uitspraak gaat over de vraag of het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 voor vreemdelingen een eigen bijdrage mag vaststellen in de kosten van opvang wegens het hebben van vermogen boven de vermogensgrens, als deze vreemdelingen alleen over dit vermogen beschikken, omdat de IND aan hen een dwangsom heeft betaald. Ook speelt de vraag of het COa daarbij gebruik mag maken van ontvangen informatie van de IND over aan vreemdelingen uitbetaalde dwangsommen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:139
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202107338/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202107338/1/V1

202200036/1/R4

Bij brief van 15 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden [appellant] bericht niet te zullen ingaan op zijn verzoek om een akoestisch onderzoek en om maatwerkvoorschriften op te leggen aan [partij]. [appellant] woont aan de [locatie] in Schelluinen. Zijn woning grenst aan de melkveehouderij van [partij]. [appellant] heeft bij het college meerdere malen aangegeven overlast, hinder en schade te ondervinden van [partij]. Naar aanleiding van de uitspraak van 19 november 2021 zijn twee procedures ontstaan. Enerzijds heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van 19 november 2021 waarin de rechtbank het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaart. Dit hoger beroep behandelt de Afdeling in deze procedure. Anderzijds heeft het college het bezwaarschrift van 8 december 2020 in behandeling genomen en op 13 juli 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Volgens het college verzocht [appellant] om het laten uitvoeren van een akoestisch onderzoek en dit is volgens het college geen verzoek om het nemen van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:227
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202200036/1/R4

202200516/3/R4

Bij tussenuitspraak van 27 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4871, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Utrecht opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 25 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Beurskwartier 1" te herstellen. Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Beurskwartier 1" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. Met het herstelbesluit van 27 maart 2025 heeft de raad het bestemmingsplan in zijn geheel opnieuw vastgesteld. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. Voor Rabobank, Jaarbeurs Holding en andere en SRLEV en GVR500 Building zijn hiermee beroepen van rechtswege tegen het herstelbesluit ontstaan. SRLEV en GVR500 Building hebben in een nadere reactie meegedeeld dat zij zich kunnen vinden in het herstelbesluit en zij hebben hun zienswijze over dat besluit ingetrokken. Dat betekent dat zij daarmee ook hun beroep van rechtswege hebben ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:207
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202200516/3/R4

202201419/2/R3

Bij tussenuitspraak van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:775, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zwolle opgedragen om binnen 20 weken na verzending van die uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 17 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)" te herstellen. Dit bestemmingsplan maakt in het plangebied een detailhandelsontwikkeling mogelijk binnen het hoofdthema "in en om huis" in de woonbranche alsmede in bruin- en witgoedzaken. Het plangebied grenst aan gronden van de bestaande Woonboulevard Zwolle waarvan Euro V eigenaar is. Zij vindt dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende rekening heeft gehouden met haar belangen en het bestemmingsplan niet zorgvuldig heeft voorbereid. Aan de gronden in het plangebied is een ruimere detailhandelsbestemming toegekend dan aan haar gronden. Ook grenst het plangebied aan de bevoorradingsroute van haar gronden. Volgens haar hadden de gronden van de bestaande woonboulevard ook onderdeel moeten van zijn van het plangebied van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:238
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202201419/2/R3

202202145/1/R3

Bij besluit van 23 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het bestemmingsplan "Bodegraven Centrum 2022" vastgesteld. Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de raad het plan "Bodegraven Centrum 2022" vastgesteld. Het plan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die het besluit Crisis- en herstelwet biedt en is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het plan is grotendeels een conserverend plan zonder nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied betreft het centrum van Bodegraven, de naastgelegen gronden van brouwerij De Molen en het terrein van Versluys. De belangrijkste aanleiding voor het plan is het verankeren van de centrumvisie in het plan. [appellant] en anderen betogen dat artikel 28.1.3, onder a, en artikel 28.1.3, onder b, van de planregels, onduidelijk zijn. Volgens hen leidt dit tot onduidelijkheid over de toegestane hoeveelheid evenementen op het Raadhuisplein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:228
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202145/1/R3

202203259/1/V1

Bij besluit van 6 augustus 2021 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de hoogte van de eigen bijdrage van betrokkenen in de kosten van de opvang vastgesteld op € 11.606,67. Het COa biedt opvangvoorzieningen voor asielzoekers en verlangt een eigen bijdrage in de kosten daarvan als zij vermogen en/of inkomen hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld vermogen hebben als zij een dwangsom van de IND hebben ontvangen, omdat de asielprocedure te lang heeft geduurd. Deze uitspraak gaat over de vraag of het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 voor vreemdelingen een eigen bijdrage mag vaststellen in de kosten van opvang wegens het hebben van vermogen boven de vermogensgrens, als deze vreemdelingen alleen over dit vermogen beschikken, omdat de IND aan hen een dwangsom heeft betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:140
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202203259/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203259/1/V1

202204395/1/R4

Bij uitspraak van 3 juni 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en de door het college van burgemeester en wethouders van Soest te betalen dwangsom vastgesteld op € 1.442,00. [appellant] heeft op 6 februari 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het in stand houden van vier recreatiewoningen op het recreatieterrein aan de [locatie] in Soesterberg. Omdat een besluit op de aanvraag uitbleef, heeft [appellant] beroep bij de rechtbank ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Bij de uitspraak van 3 juni 2022 heeft de rechtbank vastgesteld dat het college niet tijdig een besluit op [appellant]s aanvraag heeft genomen en heeft zij het beroep gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:232
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202204395/1/R4

202205246/2/R3

Bij tussenuitspraak van 11 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad van de gemeente Katwijk opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 18 april 2024 te herstellen. Bij besluit van 5 juni 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Tweede Herstelbesluit bestemmingsplan "Woongebied Valkenhorst"" vastgesteld. Deze zaak gaat over de plannen van de gemeente Katwijk om het voormalige Marinevliegkamp Valkenburg te transformeren naar een woon-, werk- en recreatiegebied. Om deze transformatie in planologische zin mogelijk te maken, heeft de raad bij besluit van 30 juni 2022 het bestemmingsplan "Woongebied Valkenhorst" vastgesteld. Onder andere Stichting Valkenburg Groen en Stichting Duinbehoud en anderen hebben tegen dat besluit beroep ingesteld. Naar aanleiding van deze beroepen heeft de raad op 18 april 2024 besloten het bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst" vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:225
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202205246/2/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205246/2/R3

202206226/1/R4

Bij twee besluiten van 24 juni 2021 heeft het college geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het tijdelijk in stand houden van vier extra recreatiewoningen op het recreatieterrein aan de [locatie] in Soesterberg en voor het tijdelijk in stand houden van vier recreatiewoningen op het recreatieterrein die in strijd met de bestemming "Bos-Bostuin" zijn opgericht. Het recreatieterrein bestaat uit een open grasveld omringd met bomen. Volgens het bestemmingsplan "Landelijk gebied" heeft het grasveld de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie - Jachthuis" en mogen daar maximaal 31 zomer- en recreatiewoningen staan. De omliggende gronden met bomen hebben de bestemming "Bos - Bostuin". Op die gronden mag volgens het bestemmingsplan niet worden gebouwd. [appellant] heeft gelijktijdig twee omgevingsvergunningen aangevraagd om gedurende één jaar af te wijken van het bestemmingsplan. De ene aanvraag gaat over het uitbreiden van het aantal recreatiewoningen met vier. De andere aanvraag gaat over het toestaan van vier recreatiewoningen op gronden met de bestemming "Bos - Bostuin".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:234
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202206226/1/R4

202206266/1/R4

Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest besloten tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 45.000,00. [appellant] was tot 1 maart 2022 eigenaar van het recreatieterrein aan de [locatie]. Bij besluit van 17 juni 2019 heeft het college hem gelast om het gebruik van de recreatieverblijven anders dan voor recreatieve doeleinden te staken en gestaakt te houden. Hieraan is een dwangsom verbonden van € 5.000,00 per maand of deel van de maand dat niet geheel wordt voldaan aan deze last, met een maximaal te verbeuren bedrag van € 50.000,00. De (verlengde) termijn om aan de last te voldoen verstreek op 6 februari 2020. Volgens het college is in de periode van 6 februari 2020 tot en met 6 november 2020 het strijdige gebruik van de recreatieverblijven niet gestaakt. Dat blijkt uit gegevens in de Basisregistratie Personen en uit controles op het recreatieterrein. Het college heeft daarom besloten tot invordering van een totaalbedrag van € 45.000,00. Dit is negen maal de verbeurde maandelijkse dwangsom, omdat de eerste verbeurde dwangsom was verjaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:236
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206266/1/R4

202207144/2/R3

Bij tussenuitspraak van 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1735, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad van de gemeente Groningen opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 28 september 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Brandenburgerstraat 7-11", te herstellen. In de tussenuitspraak, in overweging 5.3, heeft de Afdeling overwogen dat de raad het besluit van 28 september 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid heeft genomen, omdat de raad het belang van [appellant] bij het behoud van de bestemming "Wonen" niet heeft meegewogen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad een aanvullende motivering gegeven. [appellant] betoogt dat de belangenafweging die de raad in het besluit van 2 juli 2025 heeft gemaakt onbehoorlijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:204
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202207144/2/R3

202300124/1/V1

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.663,33. Het COa biedt opvangvoorzieningen voor asielzoekers en verlangt een eigen bijdrage in de kosten daarvan als zij vermogen en/of inkomen hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld vermogen hebben als zij een dwangsom van de IND hebben ontvangen, omdat de asielprocedure te lang heeft geduurd. Deze uitspraak gaat over de vraag of het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 voor vreemdelingen een eigen bijdrage mag vaststellen in de kosten van opvang wegens het hebben van vermogen boven de vermogensgrens, als deze vreemdelingen alleen over dit vermogen beschikken omdat de IND aan hen een dwangsom heeft betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:141
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202300124/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300124/1/V1

202300377/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de burgemeester van Gorinchem de woning aan de [locatie] in Gorinchem voor zes maanden gesloten. [appellant A] en [appellant B] wonen in de woning. Zij huren deze woning van de Stichting Poort 6. De burgemeester heeft op 28 juni 2021 een bestuurlijke rapportage, gedateerd op 27 juni 2021, van de politie ontvangen, waarin kort samengevat het volgende staat weergegeven. Op 23 juni 2021 heeft de politie een onderzoek ingesteld naar een zoon van [appellant A] en [appellant B], [zoon A], die op dat moment tijdelijk ook in de woning verbleef. De politie heeft in zijn auto, een Fiat Punto, een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen. Bij een doorzoeking van de woning heeft de politie een handelshoeveelheid harddrugs, twee boksbeugels, grote hoeveelheden contant geld en een pollepel met resten cocaïne aangetroffen. In een andere auto van [zoon A], een Fiat Seicento die tegenover de woning stond geparkeerd, heeft de politie ook een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen. In de auto van een andere zoon van [appellant A] en [appellant B], [zoon B], heeft de politie ook een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:210
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202300377/1/A3

202300567/1/A3

Bij besluit van 28 januari 2021 heeft de burgemeester van Gorinchem besloten om met toepassing van een last onder bestuursdwang de woning aan de [locatie] te Gorinchem voor drie maanden te sluiten. Op 13 november 2020 heeft de burgemeester van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen. Hieruit blijkt dat de politie op 9 oktober 2020 in de woning aan de [locatie] te Gorinchem en op de oprit van die woning voorwerpen en stoffen heeft aangetroffen die, vanwege de aard en hoeveelheid en gezien de onderlinge combinatie, volgens de politie bedoeld zijn voor grootschalige hennepteelt. De burgemeester betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de waarschuwing niet kwalificeert als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat de rechtbank daarom hierover niet inhoudelijk mocht oordelen. De burgemeester voert hiertoe aan dat de waarschuwing in dit geval niet is gebaseerd op een wettelijke regeling en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die ertoe nopen om de waarschuwing gelijk te stellen met een besluit. De waarschuwing heeft een beperkte geldigheidsduur van drie jaar, gerekend vanaf de datum van het oorspronkelijke primaire besluit van 28 januari 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:219
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300567/1/A3

202302590/2/R1

Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2052, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zaanstad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in de besluiten van 6 april 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hofwijk Noord fase 1" en 30 november 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Herstelbesluit bestemmingsplan Hofwijk Noord fase 1" te herstellen. Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan "Hofwijk Noord fase 1" opnieuw gewijzigd vastgesteld. Het herstelbesluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. Voor De Witte Olifant en anderen is hiermee een beroep van rechtswege tegen het herstelbesluit ontstaan. De ontwikkelaars van het plan, [partij A] en [partij B], hebben in hun zienswijze laten weten dat zij instemmen met het herstelbesluit. Voor hen is daarom geen beroep van rechtswege ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:218
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202302590/2/R1

202302591/1/A3

Bij besluit van 14 april 2020 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen de horeca-inrichting aan de [locatie 1] in Sittard voor twaalf maanden gesloten. [vennoot] huurde de horeca-inrichting aan de [locatie 1] in Sittard en exploiteerde daar [lunchroom]. Naar aanleiding van twee Meld Misdaad Anoniem meldingen (hierna: MMA-meldingen) en een proces-verbaal van Team Criminele Inlichtingen van de politie heeft de politie een strafrechtelijk onderzoek gedaan naar de horeca-inrichting. Van dit onderzoek is op 28 januari 2020 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Hierin is opgenomen dat in de horeca-inrichting 13,3 gram hennep en 7,4 gram hasj in de keuken zijn aangetroffen. In het systeemplafond is 0,77 gram hennep aangetroffen en in een jas van de zoon van [vennoot] zijn 5 gram hasj, 6 XTC-pillen en ongeveer 0,5 gram vermoedelijk cocaïne gevonden. Verder zijn in de horeca-inrichting drie digitale weegschalen, een stroomstootwapen en € 12.825,54 aan contant geld aangetroffen. Ook zijn 750 Kamagra pillen en 259 Kamagra gels gevonden. De V.O.F. en [vennoot] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om de horeca-inrichting te sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:81
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202302591/1/A3

202302594/1/A3

Bij besluit van 23 april 2020 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen de horeca-exploitatievergunning van [appellanten] ingetrokken. Bij besluit van 30 september 2020 heeft de burgemeester het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 11 december 2018 heeft de burgemeester aan [appellanten] een vergunning verleend voor het exploiteren van het horecabedrijf [lunchroom] aan de [locatie] in Sittard. Naar aanleiding van twee Meld Misdaad Anoniem meldingen en een proces-verbaal van Team Criminele Inlichtingen van de politie heeft de politie een strafrechtelijk onderzoek gedaan in de horeca-inrichting. Van dit onderzoek is op 28 januari 2020 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Hierin is opgenomen dat 13,3 gram hennep en 7,4 gram hasj in de keuken zijn aangetroffen. In het systeemplafond is 0,77 gram hennep aangetroffen en in de jas van de zoon van [appellanten] zijn 5 gram hasj, 6 XTC-pillen en ongeveer 0,5 gram vermoedelijk cocaïne gevonden. Verder zijn in de horeca-inrichting drie digitale weegschalen, een stroomstootwapen en € 12.825,54 aan contant geld aangetroffen. Ook zijn 750 Kamagra pillen en 259 Kamagra gels gevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:82
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202302594/1/A3

202302657/1/R1

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de woning op het perceel [locatie] in Santpoort-Zuid geweigerd. [wederpartij] is eigenaar van het perceel [locatie]. Het college heeft op 21 december 2018 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een nieuwe woning en een vrijstaand bijgebouw op het perceel. [wederpartij] heeft de vergunde woning tijdens de bouw uitgebreid met een garage en bijkeuken die in architectonisch opzicht één geheel vormen met de woning De gevelbekleding van de woning is doorgezet in de gevel van de garage en bijkeuken. Daardoor ontstaat optisch één geheel. Tussen de glazen wand van de woonkamer en de daartegenover gelegen muur van de nieuwe bebouwing bevindt zich een open doorgang. Deze doorgang is overdekt; door partijen wordt dat een overkapping genoemd. De aanvraag om een omgevingsvergunning die [wederpartij] op 12 april 2021 heeft ingediend dient ter legalisering van de uitbreiding van de woning. Het college is niet bereid om medewerking te verlenen aan afwijking van het bestemmingsplan, omdat het bouwplan volgens hem in strijd is met het gemeentelijke beleid en er geen reden is om daarvan af te wijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:48
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302657/1/R1

202302658/1/R1

Bij besluit van 21 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen aan [appellanten sub 2] een last onder dwangsom opgelegd vanwege het zonder omgevingsvergunning bouwen en in stand laten van een uitbreiding van de woning op het perceel [locatie] in Santpoort-Zuid. Op 21 december 2018 heeft het college aan [appellant sub 2A] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel. Deze vergunning is onherroepelijk. Bij een controle hebben toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat de woning groter is uitgevoerd dan is vergund. De woning is uitgebreid met een garage en bijkeuken die in architectonisch opzicht één geheel vormen met de woning. De gevelbekleding van de woning is doorgezet tot en met de garage en bijkeuken. Daardoor is optisch één geheel ontstaan. Tussen de glazen wand van de woonkamer en de verticale muur van de nieuwe bebouwing bevindt zich een open doorgang. Deze doorgang is overdekt; door partijen wordt dat een corridor of overkapping genoemd. De rechtbank heeft geoordeeld dat artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.3a van de Wabo niet is overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:49
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302658/1/R1

202302771/1/A3

Bij besluit van 25 november 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [appellant] om een monsterboekje afgewezen. [appellant] heeft bij het Kiwa Register een aanvraag gedaan voor een Nederlands monsterboekje. In een monsterboekje staan gegevens over de werkervaring en opleidingen van een zeevarende en het is een verplicht document voor registratie en identificatie van een zeevarende. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] niet voldoet aan de eisen voor het afgeven van een monsterboekje. De rechtbank heeft overwogen dat de minister beoordelingsruimte heeft bij het afgeven van een monsterboekje en dat de minister zijn bevoegdheid niet heeft overschreden. Volgens de rechtbank heeft [appellant] niet onderbouwd dat hij een monsterboekje nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep, omdat hij geen bewijsstukken heeft overgelegd die aantonen dat hij werkzaam is of zal zijn op zee. Een vaarbevoegdheidsbewijs is naar het oordeel van de rechtbank geen bewijsstuk. Het beoordelingskader voor een vaarbevoegdheidsbewijs is anders dan die voor een monsterboekje.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:223
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202302771/1/A3

202302916/1/V1

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang voor de periode van 1 tot en met 31 maart 2022 vastgesteld op € 475,95. Het COa biedt opvangvoorzieningen voor asielzoekers en verlangt een eigen bijdrage in de kosten daarvan als zij vermogen en/of inkomen hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld vermogen hebben als zij een dwangsom van de IND hebben ontvangen, omdat de asielprocedure te lang heeft geduurd. Deze uitspraak gaat over de vraag of het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 voor vreemdelingen een eigen bijdrage mag vaststellen in de kosten van opvang wegens het hebben van vermogen boven de vermogensgrens, als deze vreemdelingen alleen over dit vermogen beschikken, omdat de IND aan hen een dwangsom heeft betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:142
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302916/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202302916/1/V1

202304429/1/R3

Bij besluit van 19 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphorst besloten de opgelegde last onder dwangsom van 17 maart 2020, om verschillende overtredingen op het op het perceel [locatie] in Staphorst ongedaan te maken, op te heffen op grond van artikel 5:34, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. [appellanten] wonen op het perceel [locatie 2] in Staphorst. Dat is gelegen naast het perceel van [partijen] waar het in deze procedure om gaat. Op 21 januari 2020 hebben [appellanten] verzocht om handhavend op te treden tegen het strijdig gebruik van het weiland achter de woning. Het handhavingsverzoek is in eerste instantie bij besluit van 19 maart 2020 deels toegewezen en bij besluit van 17 maart 2020 is er een last onder dwangsom opgelegd aan [partijen] voor het ongedaan maken van het strijdig gebruik van gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschap en Natuur" als tuin en dit niet te herhalen. In het besluit op bezwaar van 28 september 2020 is het college hier echter op teruggekomen en heeft het college het verzoek om handhavend op te treden alsnog afgewezen, omdat het gebruik als tuin volgens het college niet in strijd is met de bestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:217
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202304429/1/R3

202304433/1/R4

Bij afzonderlijke besluiten van 29 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest zowel aan [appellant] als aan Jachthuis Resort twee lasten onder dwangsom opgelegd. De eerste last onder dwangsom is opgelegd om het gebruik van de recreatieverblijven en het receptiegebouw op het recreatieterrein aan de [locatie 1] in Soesterberg anders dan voor recreatieve doeleinden te staken en gestaakt te houden. De tweede last onder dwangsom is opgelegd om de kantoorvilla aan de [locatie 2] niet meer te (laten) gebruiken als logiesfunctie of voor andere woondoeleinden (bijvoorbeeld kamergewijze verhuur). [appellant] was eigenaar van de kantoorvilla en van de recreatieverblijven en het receptiegebouw op het recreatieterrein. In 2017 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd omdat de kantoorvilla, in strijd met het bestemmingsplan "Landelijk gebied", werd gebruikt voor kamergewijze bewoning. In 2019 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd omdat de recreatieverblijven in strijd met het bestemmingsplan niet-recreatief werden gebruikt voor huisvesting van arbeidsmigranten. Deze besluiten zijn onherroepelijk geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:235
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304433/1/R4
vorige pagina1...91011...1.236volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon