Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.258
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202403068/1/A3

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Marmaris een last onder dwangsom opgelegd. Marmaris had een restaurant aan het Teunisbloemplein 18 in Den Haag. Bij besluit van 26 mei 2020 is aan Marmaris een vergunning verleend voor het plaatsen van een zomer- en winterterras aan de gevel met een totale oppervlakte van 20 m2. Het terras moet volgens voorschrift 1 aan de gevel worden geplaatst zoals aangegeven op de tekening. Bij e-mail van 26 mei 2020 is aan Marmaris toestemming verleend om een tijdelijk terras te plaatsen op grond van de Tijdelijke spelregels voor gebruik openbare ruimte wegens Coronavoorwaarden. Deze spelregels golden tot 1 november 2020 waarna de commissiebrief ‘Terrassen in de winter’ het voor vergunninghouders van zomerterrassen mogelijk heeft gemaakt een vergunning aan te vragen voor een tijdelijk winterterras. Tijdens een controle van 8 juli 2022 naar aanleiding van een handhavingsverzoek is geconstateerd dat het terras van Marmaris een totale oppervlakte heeft van 88 m2 en dat het terras een gedeelte van de openbare weg en drie parkeervakken in beslag neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1407
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403068/1/A3

202403395/1/R1

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stein het wijzigingsplan "Wijzigingsplan Steinderweg" vastgesteld. Het wijzigingsplan is vastgesteld op basis van artikel 4.7.1 van het bestemmingsplan "Business Park Stein 2018". Het college heeft met het wijzigingsplan de enkelbestemming "Bedrijventerrein" gewijzigd in de enkelbestemming "Groen". Het college acht het ongewenst om de oorspronkelijke bestemming te handhaven, omdat die hoge bedrijfsgebouwen en bedrijfsmatige activiteiten op korte afstand van woonbebouwing mogelijk maakte. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van percelen die binnen het plangebied van het wijzigingsplan liggen. Zij zijn het niet eens met de gewijzigde bestemming. [appellant A] komt op tegen het wijzigingsplan, omdat het plan volgens hem ten onrechte geen taxibedrijf meer mogelijk maakt op zijn percelen. [appellant B] kan zich niet vinden in het wijzigingsplan, omdat het volgens hem leidt tot een waardedaling van zijn perceel. Dat perceel had hij bovendien willen gebruiken voor de uitbreiding van het bedrijf van zijn zoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1368
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202403395/1/R1

202403494/1/R3

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan Esprit Real Estate II B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor maximaal 120 personen in 70 wooneenheden op het perceel Tuindersweg 21A in IJsselmuiden, voor een periode van 15 jaar. Nadat de raad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Esprit voor het huisvesten van maximaal 120 arbeidsmigranten in 70 wooneenheden, voor een periode van 15 jaar, aan de Tuindersweg 21A in IJsselmuiden. De vergunning is verleend voor de activiteiten: het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk met het oog op brandveiligheid en het maken, aanleggen of veranderen van een uitweg (in-/uitrit). Het gaat om een pilotproject als bedoeld in de gemeentelijke ‘Bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten’. Met die bouwsteen heeft de gemeenteraad van Kampen op 30 januari 2020 ingestemd. Ook maakt de bouwsteen als bijlage onderdeel uit van de in oktober 2021 door de raad vastgestelde woonvisie ‘Bouwsteen Wonen 2021-2025’. De locatie voor de huisvestiging ligt in een glastuinbouwgebied in de Koekoekspolder. [appellant] en anderen zijn omwonenden. Zij zijn het niet eens met de verleende vergunning en met het oordeel van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1410
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403494/1/R3

202403495/1/R3

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan Esprit Real Estate II B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor maximaal 120 personen in 70 wooneenheden op het perceel Tuindersweg 21A in IJsselmuiden, voor een periode van 15 jaar. Nadat de raad een verklaring van geen bedenkingen had afgegeven, heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Esprit voor het huisvesten van maximaal 120 arbeidsmigranten in 70 wooneenheden, voor een periode van 15 jaar, aan de Tuindersweg 21A in IJsselmuiden. Het gaat om een pilotproject als bedoeld in de gemeentelijke ‘Bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten’. Met die bouwsteen heeft de gemeenteraad van Kampen op 30 januari 2020 ingestemd. Ook maakt de bouwsteen als bijlage onderdeel uit van de in oktober 2021 door de raad vastgestelde woonvisie ‘Bouwsteen Wonen 2021-2025’. De locatie voor de huisvestiging ligt in een glastuinbouwgebied in de Koekoekspolder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1408
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403495/1/R3

202403496/1/R3

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan Esprit een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor maximaal 120 personen in 70 wooneenheden op het perceel Tuindersweg 21A in IJsselmuiden, voor een periode van 15 jaar. Nadat de raad een verklaring van geen bedenkingen had afgegeven heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Esprit voor het huisvesten van maximaal 120 arbeidsmigranten in 70 wooneenheden, voor een periode van 15 jaar, aan de Tuindersweg 21A in IJsselmuiden. Het gaat om een pilotproject als bedoeld in de gemeentelijke ‘Bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten’. Met die bouwsteen heeft de gemeenteraad van Kampen op 30 januari 2020 ingestemd. Ook maakt die bouwsteen als bijlage onderdeel uit van de in oktober 2021 door de raad vastgestelde woonvisie ‘Bouwsteen Wonen 2021-2025’. De locatie voor de huisvestiging ligt in een glastuinbouwgebied in de Koekoekspolder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1406
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403496/1/R3

202403599/1/R4

Bij besluit van 19 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet een omgevingsvergunning verleend aan Landgoed De Grote Bunte B.V. voor het realiseren van een woonzorgvoorziening met algemene ruimten op het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Landgoed De Grote Bunte B.V. is eigenaar van het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Het gaat om een landgoed met daarop een landhuis en andere gebouwen, dat op het moment van de aanvraag tijdelijk in gebruik was voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Landgoed De Grote Bunte B.V. heeft op 29 november 2021 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een woonzorgvoorziening voor ouderen in het landhuis dat daarvoor zal worden gerestaureerd, verbouwd en uitgebreid. Ook het koetshuis zal worden gerestaureerd en daarin zullen een beheerderswoning en een aantal kantoren worden gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1373
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403599/1/R4

202403875/1/R4

Bij besluit van 24 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet een tijdelijke omgevingsvergunning voor de duur van drie jaar verleend aan Landgoed De Grote Bunte B.V. voor het huisvesten van vijftig arbeidsmigranten in de bestaande gebouwen op het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Landgoed De Grote Bunte B.V. is eigenaar van het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Het gaat om een landgoed met daarop een landhuis en andere gebouwen. Landgoed De Grote Bunte B.V. wil op het landgoed een woonzorgvoorziening en woonhuizen realiseren. In afwachting van de daarvoor benodigde vergunningen gebruikt zij de bestaande gebouwen op het landgoed voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Op 17 november 2021 heeft zij daarvoor een tijdelijke omgevingsvergunning aangevraagd. [appellant A] woont naast het perceel, aan de [locatie] in Nunspeet. Hij verwacht, mede door zijn ervaring met de arbeidsmigranten die eerder illegaal op het perceel gehuisvest werden, dat de huisvesting van arbeidsmigranten zijn woon- en leefklimaat onevenredig zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1374
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202403875/1/R4

202404335/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 29 maart 2021 en 1 april 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellant] een compensatie toe te kennen. [appellant] heeft in de jaren 2011 tot en met 2019 voor zijn zoon gebruik gemaakt van opvang via verschillende kinderopvanginstellingen en daarvoor kinderopvangtoeslag ontvangen. In de periode van 21 december 2011 tot en met 31 juli 2012 heeft hij gebruik gemaakt van gastouderopvang door tussenkomst van [gastouderbureau]. Naar dit gastouderbureau is door de Belastingdienst een fraudeonderzoek gedaan dat bekendstaat als CAF Lanai. Bij brief van 28 mei 2020 heeft de Dienst Toeslagen [appellant] medegedeeld dat er fouten zijn gemaakt in het CAF-onderzoek Lanai en dat hij mogelijk recht heeft op compensatie. [appellant] heeft in reactie daarop aan de Dienst Toeslagen toestemming gegeven om te onderzoeken of hij door de manier van werken van de Belastingdienst in het CAF-onderzoek Lanai toeslagen is misgelopen of ten onrechte toeslagen moest terugbetalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1397
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404335/1/A2

202404416/1/R3

Bij besluit van 3 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland een handhavingsverzoek van [appellanten] afgewezen (het afwijzingsbesluit). In 2011 is de woning aan de [locatie 1] in Maasland (de woning) intern verbouwd. De verbouwing is onder meer uitgevoerd in een ruimte die zich bevindt aan de zuidkant van de woning. Deze ruimte grenst aan de woning van [appellanten] aan de [locatie 2]. In deze ruimte is een dragende wand vervangen door balken. Eén balk loopt evenwijdig aan de zijmuur tussen de woningen op [locatie 2] en [locatie 1]. Deze balk bevindt zich op ongeveer een meter van deze zijmuur. Een andere balk loopt evenwijdig aan de achtergevel van [locatie 1] en was verankerd in de stenen zijmuur tussen [locatie 2] en [locatie 1]. Voor deze bouwwerkzaamheden was op dat moment geen omgevingsvergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1382
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404416/1/R3

202404809/1/R1

Op 23 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem besloten om het aanwijzingsbesluit voor de containerlocatie aan de Torontostraat in te trekken (lees: het college heeft besloten om deze locatie niet aan te wijzen als containerlocatie). [appellant] heeft in de nieuwe woonwijk De Kwekerij in Doetinchem bouwkavel A20 gekocht, waarop hij zijn woonhuis wenst te bouwen. Nabij deze kavel is bij besluit van 12 september 2023 een locatie voor een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) aangewezen, zijnde de locatie zuidzijde. Het college is dus niet overgegaan tot aanwijzing van een locatie voor een ORAC aan de Torontostraat, in de wijk De Hoop, aan de noordzijde van de woonwijk De Kwekerij op geruime afstand van de kavel van [appellant]. [appellant] kan zich niet verenigen met de beslissing van 23 april 2024, omdat de ORAC-locatie nabij zijn kavel (de locatie zuidzijde) nu de enige ORAC-locatie in de woonwijk is. [appellant] vreest hierdoor veelvuldig gebruik van de ORAC-locatie nabij zijn kavel en daarmee voor zijn toekomstig woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1414
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202404809/1/R1

202406461/1/A3

Bij besluit van 10 mei 2022 heeft de korpschef van de Nationale Politie de jachtakte van [appellant] ingetrokken. De korpschef heeft aan [appellant] een jachtakte verleend. De jachtakte is op 10 mei 2022 op grond van artikel 5.4, vierde lid, onder c, van de Wet natuurbescherming (Wnb) ingetrokken, omdat [appellant] volgens de korpschef niet langer kan worden toevertrouwd wapens of munitie voorhanden te hebben. De minister van Justitie en Veiligheid is in administratief beroep bij dit besluit gebleven. De minister baseert dit standpunt op een incident dat op 27 januari 2022 tussen [appellant] en zijn echtgenote en hun overburen heeft plaatsgevonden waarbij meerdere personen, onder anderen [appellant] en zijn echtgenote, gewond zijn geraakt. De politie is ter plaatse gekomen en heeft een mutatierapport en een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. De betrokkenen en een getuige zijn gehoord, waarvan ook proces-verbaal is opgemaakt. [appellant] heeft aangifte gedaan en tegen [appellant] is ook aangifte gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1388
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202406461/1/A3

202407203/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen gelast de woning aan de [locatie] in Sittard te sluiten voor drie maanden. [appellant A] en [appellant B] huren de woning aan de [locatie] in Sittard. Zij wonen in de woning met de moeder van [appellant B], [appellant C], die ten tijde van de besluitvorming van de burgemeester in de achtertuin in een mantelzorgwoning woonde. Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding heeft de politie op 16 december 2023 een onderzoek verricht in de woning. In de woning is een hennepkwekerij aangetroffen met 196 hennepplanten en een zak met 1,17 kilo henneptoppen. Ook is geconstateerd dat elektriciteit illegaal is afgetapt. Deze bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 3 januari 2024. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester bij besluit van 6 februari 2024 op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast de woning en de mantelzorgwoning te sluiten. [appellant] en anderen hebben daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de burgemeester de sluiting voor wat betreft de mantelzorgwoning herroepen en voor het overige in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1405
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407203/1/A3

202407364/1/A2

Bij uitspraak van 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1968, heeft de Afdeling het door de stichting ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 15 april 2022 in zaak nr. 20/3102 vernietigd, het beroep van de stichting gegrond verklaard en het besluit van 28 juli 2020 vernietigd, en de minister opgedragen om opnieuw een besluit te nemen op het bezwaar van de stichting. Verder heeft de Afdeling met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat tegen het door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap nieuw te nemen besluit op bezwaar slechts bij haar beroep kan worden ingesteld. Op 29 juni 2016 heeft de stichting een verzoek gedaan om op grond van de Monumentenwet 1988 (thans: Erfgoedwet) wijzigingen aan te brengen in het register van beschermde monumenten en aan een aantal objecten die behoren tot de historische buitenplaats Heeze een zelfstandig monumentnummer toe te kennen. Historische buitenplaats Heeze omvat thans vijftien beschermde momenten die door de minister als zelfstandig beschermd monument zijn aangewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1395
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202407364/1/A2

202407586/1/A2

Bij besluit van 26 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant sub 2] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal zeven personen op het adres [locatie] (de woning). [appellant sub 2] is sinds 2015 eigenaar van de woning en heeft op 16 mei 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal zeven personen. Het ging hierbij om legalisatie van een bestaande situatie. Het college heeft deze vergunning verleend. [partij A] en anderen wonen in de directe omgeving van de woning en hebben in bezwaar aangevoerd dat zij en andere buren veel overlast hebben van de studentenwoning. Het college heeft bij besluit van 16 februari 2021 de vergunningverlening gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat onvoldoende vast staat dat de kamerbewoning een positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt als bedoeld in artikel 3.2.5, aanhef en onder b, van de verordening. De enkele verwijzing van het college naar de in de huurovereenkomst opgenomen verplichting om vrijwilligerswerk te verrichten is onvoldoende om een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid aan te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1364
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407586/1/A2

202407713/1/A2

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont in een huurwoning van Futuris Zorg en Werk Eindhoven B.V. (Futuris) op basis van een woonbegeleidingsovereenkomst met Futuris. Aan haar is eerder een Wmo-voorziening voor beschermd wonen met huisvestingscomponent toegekend. [appellante] heeft psychische problemen waarvoor zij onder behandeling staat bij GGZ-praktijk TCP.e. Zij heeft bij het college een aanvraag voor een medische urgentieverklaring ingediend omdat zij geluidsoverlast ervaart en haar medische problemen daardoor verergeren. De overlast wordt veroorzaakt door haar onderburen, die volgens [appellante] regelmatig feestjes geven en zowel in het weekend als doordeweeks tot in de nacht meerdere mensen in hun woning ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1372
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407713/1/A2

202407835/1/A2

Bij brief van 12 september 2023 heeft de minister van Financiën aan [appellant] medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een financiële vergoeding wegens een onrechtmatige registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De persoonsgegevens van [appellant] stonden in de FSV. Bij brief van 12 september 2023 heeft de minister laten weten dat [appellant] niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming. Volgens de minister stond de FSV-registratie los van de vraag, afwijzing of wijziging door de Belastingdienst, zijn de persoonsgegevens niet gedeeld met andere organisaties en staan er geen bijzondere persoonsgegevens van [appellant] in de FSV. Het daartegen gemaakte bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de minister is de afsluitende brief enkel informatief van aard en dus geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1394
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202407835/1/A2

202500190/1/R3

Op 17 oktober 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een ontwerp vastgesteld voor een wachtplaats voor de scheepvaart bij de Broekvelderbrug in Bodegraven. Met de vaststelling is een ontwerp vastgesteld voor een aan te leggen wachtplaats voor de scheepvaart bij de Broekvelderbrug in Bodegraven. Bij brief van 7 november 2022 is [appellant] geïnformeerd over deze vaststelling. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 1] te Bodegraven. Hij komt op tegen de vaststelling van het ontwerp omdat door de nieuwe wachtplaats de vrije in- en uitvaart wordt belemmerd van een watergang die ligt op zijn perceel en het perceel [locatie 2]. Het college heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard omdat de vaststelling van het ontwerp van de wachtplaats geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de brief met bijlage van 7 november 2022 geen appellabel besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is, omdat de brief niet op rechtsgevolg is gericht. De brief is een mededeling van een voorgenomen feitelijke handeling en brengt geen verandering in rechten of verplichtingen van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1380
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500190/1/R3

202501410/1/A3

Bij besluit van 7 juni 2023 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank naar aanleiding van een verzoek van [appellanten] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. [appellanten] hebben op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van documenten. Het gaat om documenten waaruit blijkt welke afspraken er zijn gemaakt tussen SVB en advocatenkantoren in Turkije, documenten waarbij te zien is welke zoektermen er zijn gebruikt over advocatenkantoren in Turkije, documenten over het aanbestedingstraject voor het voeren van incassowerkzaamheden voor SVB door advocatenkantoren in Turkije en documenten over het openbaar aanbesteden van de opdracht door SVB aan advocatenkantoren in Turkije. [appellanten] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de namen van advocaten en notarissen niet mogen worden weggelakt op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Door het starten van juridische procedures, het sturen van brieven of e-mails naar cliënten over incasso’s en beslagleggingen treden advocaten volgens [appellanten] in de openbaarheid. In dat geval weegt het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zwaarder dan het belang van openbaarmaking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1404
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202501410/1/A3

202501627/1/A2

Bij besluit van 2 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een aanvraag van [verzoeker] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [verzoeker] is sinds 21 januari 2002 eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Maastricht. Op 5 december 2017 heeft [verzoeker] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade. Aan deze aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat de planologische situatie op het perceel door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Maastricht-West van 18 september 2012 is verslechterd. [verzoeker] heeft daartoe gesteld dat het onder het nieuwe planologische regime, anders dan onder het daaraan voorafgaande regime van het bij raadsbesluit van 5 juli 1994 vastgestelde en bij raadsbesluit van 9 juli 1996 gewijzigde bestemmingsplan Maastricht-West, niet meer is toegestaan om het gebouw op het perceel voor zelfstandige kantoordoeleinden te gebruiken. Volgens [verzoeker] heeft dit geleid tot schade in de vorm van een waardevermindering van zijn onroerende zaak van € 370.136,00 en een inkomstenderving van € 1.912.908,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1362
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Herziening
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501627/1/A2

202501772/1/A3

Bij besluit van 7 december 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [wederpartij] om afgifte van een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [wederpartij] is op [geboortedatum] 2007 in Nederland geboren en heeft tegelijkertijd met zijn ouders in 2012 de Nederlandse nationaliteit verkregen. Op 29 maart 2013 is [wederpartij] met zijn ouders naar het Verenigd Koninkrijk verhuisd, waar hij nu woont. Op 23 juni 2022 heeft [wederpartij] de Britse nationaliteit verkregen. Omdat zijn oude paspoort is verlopen, heeft [wederpartij] een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat volgens hem [wederpartij] niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de minister ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1392
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202501772/1/A3

202501897/1/A3

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de burgemeester van Utrecht naar aanleiding van een verzoek van [appellante] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten verstrekt. [appellante] heeft op grond van de Woo verzocht om inzage in haar persoonsgegevens die zijn verwerkt in contacten tussen de gemeente en onder andere woningcorporatie Bo-ex over onder meer woningoverlast. [appellante] wenst inzage in wat met haar persoonsgegevens is gebeurd en wil weten of geen sprake is geweest van persoonsverwisseling. De burgemeester heeft het verzoek op grond van artikel 5.5 van de Woo behandeld. Met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo heeft de burgemeester bij het besluit van 4 juli 2023 de gevraagde documenten gedeeltelijk verstrekt. Bij het besluit van 11 maart 2024 heeft de burgemeester, naar aanleiding van het bezwaar van [appellante], besloten meer documenten te verstrekken. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester voldoende inzicht heeft geboden in de aangetroffen documenten en dat het niet ongeloofwaardig voorkomt dat er niet meer documenten zijn. [appellante] is er niet in geslaagd het tegendeel aannemelijk te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1403
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202501897/1/A3

202501924/1/A2

Bij besluit van 5 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] is eigenares van de onroerende zaak met woning aan de [locatie] in Noordwijk (het perceel). Zij heeft op 4 april 2022 een tegemoetkoming in planschade aangevraagd, omdat het perceel in waarde is verminderd door het op 13 april 2017 vastgestelde en op 23 juli 2017 in werking getreden bestemmingsplan Landelijk gebied (het nieuwe bestemmingsplan). Daarbij heeft [appellante] erop gewezen dat het bestemmingsplan heeft geleid tot een verkleind agrarisch bouwvlak, het verdwijnen van een uitbreidingsmogelijkheid en het vervallen van een wijzigingsbevoegdheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht heeft aangenomen dat de planologische wijziging vanaf 2 juni 2014 voorzienbaar was. Vanaf die datum heeft het voorontwerp waarin de nadelige bestemmingsplanwijzigingen waren opgenomen ter inzage gelegen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1393
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501924/1/A2

202502813/1/R1

Bij koninklijk besluit van 6 mei 2025 heeft de Kroon, op voordracht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat, besloten tot wijziging van artikel 4.2.3a van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol in verband met de invoering van een maximumaantal vliegtuigbewegingen voor het etmaal en wijziging van het maximumaantal vliegtuigbewegingen voor de nacht. Luchthaven Schiphol wordt gereguleerd door in het bijzonder titel 8.2 van de Wet luchtvaart. Uit deze titel volgt dat in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) het luchthavengebied en het beperkingengebied worden vastgesteld en in het luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) luchtverkeerwegen worden beschreven en regels omtrent het luchthavenluchtverkeer worden opgenomen voor zover die regels nodig zijn met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting. Het besluit van 6 mei 2025 is in werking getreden met ingang van 1 november 2025. Dat betekent dat RSG in de capaciteitsdeclaratie van slots voor het winterseizoen 2025/2026 op grond van het Besluit Slotallocatie rekening dient te houden met het maximumaantal vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar dat in het besluit van 6 mei 2025 is vastgelegd. Appellanten kunnen zich om uiteenlopende redenen niet met het besluit verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1400
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202502813/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202502813/1/R1

202504023/1/A2

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2022 definitief berekend, op € 0,00 vastgesteld en het betaalde voorschot van € 2.026,00 teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 28 december 2021 aan [appellant] een voorschot huurtoeslag voor 2022 verleend van € 2.005,00. De Dienst is daarbij uitgegaan van een geschat jaarinkomen van [appellant] van € 16.559,00. Op 24 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen een melding gekregen uit de Basisregistratie Inkomen dat het inkomensgegeven van [appellant] over het jaar 2022 € 25.251,00 is. Dit heeft geleid tot het besluit van 6 oktober 2023 met de definitieve berekening van de huurtoeslag over 2022. Het terug te betalen bedrag bestaat uit het voorschot van € 2.005,00 met € 21,00 rente. [appellant] heeft een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1360
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504023/1/A2

202504087/3/A3

Bij e-mail, ingekomen op 26 februari 2026, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. J.F. de Groot (de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202504087/2/A3. Ingevolge artikel 3, vierde lid, aanhef en onder g, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 (de Wrakingsregeling) kan de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het evident blijk geeft van misbruik van het wrakingsmiddel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1353
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Verzet
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504087/3/A3

202505504/1/A2

Bij beslissing van 17 juli 2025 heeft de examencommissie van het Instituut voor Ecologische Pedagogiek (de examencommissie) het verzoek van [appellante] om een vervangende opdracht voor het onderwijsonderdeel Pedagogische Praktijk 4 (het onderwijsonderdeel) afgewezen. [appellante] volgt de voltijds bacheloropleiding Pedagogiek aan de Hogeschool Utrecht (de bacheloropleiding). In studiejaar 2024-2025 heeft zij deelgenomen aan het onderwijsonderdeel. Daarvoor moet de student onder meer een stage lopen. Voor de eerste kans van het onderwijsonderdeel is een Niet Voldaan (NVD) geregistreerd. [appellante] is vervolgens door de examinator in de gelegenheid gesteld om alsnog te voldoen aan de vereisten van de eerste kans, onder meer door een praktijkverlenging van vier tot zes weken bij een ander stagebedrijf, op basis waarvan een nieuw verslag moet worden geschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1375
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505504/1/A2

202505715/1/R4

Bij besluit van 22 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 12 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 192,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 12 juli 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse container (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij de doos niet naast de container heeft neergezet en zij haar huisvuil elders aanbiedt. Zij stelt dat er sprake moet zijn van een administratief misverstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1378
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505715/1/R4

202505746/1/R4

Bij besluit van 15 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 maart 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platgemaakte kartonnen doos die op 10 maart 2023 door een toezichthouder is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar hij stelt dat hij niet diegene is geweest die de doos naast de ORAC heeft gelegd, nu hij de doos wel correct heeft aangeboden maar deze niet helemaal de papiercontainer in kreeg en er vermoedelijk door een derde weer uit is gehaald. [appellant] betoogt dat het college dan ook onvoldoende bewijs heeft geleverd om hem als overtreder als bedoeld in artikel 5:25 van de Awb te kunnen aanmerken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1385
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505746/1/R4

202505802/1/A2

Bij beslissing van 12 maart 2025 heeft de examinator de herkansing van [appellante] voor de stage WGVPBP4_22 (de stage) beoordeeld met het cijfer 5,3. [appellante] volgt in studiejaar 2024-2025 de opleiding Verpleegkunde aan de Academie voor Welzijn en Gezondheid van Avans Hogeschool. Het eerste semester van het vierde studiejaar bevat een stage. Halverwege die stage wordt een formatief Criterium Gericht Interview (CGI), een tussenevaluatie, gehouden. Aan het eind van de stage wordt een summatieve CGI gehouden. Dit laatste is de definitieve beoordeling. [appellante] heeft de stage gelopen bij het Jeroen Bosch ziekenhuis in Den Bosch. Zij heeft op 15 januari 2025 voor de eerste keer deelgenomen aan de summatieve CGI. Die is beoordeeld met een onvoldoende. Vervolgens heeft [appellante] op 11 maart 2025 deelgenomen aan de herkansing. Ook de herkansing is door de examinator beoordeeld met een onvoldoende (een 5,3).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1376
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505802/1/A2

202505994/1/A2

Bij beslissing van 30 juni 2025 hebben de examinatoren het tentamen voor de module Signaleren, profileren en projectmatig werken (de module) beoordeeld met een ‘Niet voldaan’ (NVD). [appellante] volgt in studiejaar 2024-2025 de bacheloropleiding Social Work Deeltijd aan de Avans Hogeschool in Breda. Dat studiejaar heeft zij deelgenomen aan de module. De module bestaat uit het organiseren van een sociaal evenement. Van dat evenement maakt de student een digitale presentatie van maximaal 15 minuten, ondersteund met bijlagen. De digitale presentatie en bijlagen vormen samen het beroepsproduct. Daarnaast is er een online eindgesprek, waarin de student onder meer wordt gevraagd te reflecteren op het door de student georganiseerde sociaal evenement. Het beroepsproduct en het eindgesprek kunnen bij een onvoldoende beoordeling afzonderlijk worden herkanst. [appellante] betoogt dat het CBE ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat de toets voor het vak één toets is, bestaande uit twee toetsonderdelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1370
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505994/1/A2

202506074/1/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2025 heeft de decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen (de decaan) het verzoek van [appellante] tot uitstel van het Bindend Studieadvies afgewezen. [appellante] is in studiejaar 2023-2024 gestart met de bacheloropleiding Global Arts, Culture and Politics aan de Universiteit van Amsterdam (de bacheloropleiding). Dat studiejaar heeft zij totaal 12 ECTS gehaald, waardoor zij niet voldeed aan de studievoortgangsnorm van 48 ECTS. De decaan heeft haar toen vanwege persoonlijke omstandigheden - ADHD - uitstel verleend van de studievoortgangsnorm. Dit betekent dat zij in studiejaar 2024-2025 nog 36 ECTS moest halen om aan de (uitgestelde) studievoortgangsnorm te voldoen. [appellante] heeft in studiejaar 2024-2025 6 ECTS gehaald, waardoor zij in totaal 18 ECTS heeft gehaald voor de bacheloropleiding. Daarmee voldoet zij ook in studiejaar 2024-2025 niet aan de studievoortgangsnorm.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1369
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506074/1/A2

202503034/1/V1

Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1338
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503034/1/V1

202504395/2/R2

Bij besluit van 1 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan de Stichting WonenBreburg onder voorschriften omgevingsvergunning verleend voor het kappen van tien bomen aan de Bijsterveldenlaan te Tilburg. Verzoekers wonen vlakbij de beoogde bouwlocatie. Zij hebben hoger beroep ingesteld omdat zij niet willen dat de bomen worden gekapt en de groene uitstraling van hun woonomgeving wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1336
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202504395/2/R2

202600255/2/R3

Het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoeker] richt zich tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Drenthe van 16 december 2025. Met dat besluit heeft het college aan de raad een aanwijzing gegeven als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (de reactieve aanwijzing). De reactieve aanwijzing heeft betrekking op het bestemmingsplan "Middenweg Donderen", dat door de raad bij besluit van 10 november 2025 is vastgesteld. De aanwijzing bepaalt dat het onderdeel van het bestemmingsplan als neergelegd in artikel 3 "Woongebied" geen deel uit blijft maken van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1435
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202600255/2/R3

BRS.25.001607

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1290
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001607

BRS.25.002023

Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1312
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002023

BRS.26.000450

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1309
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000450

BRS.26.000604

Bij besluit van 14 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1282
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000604

BRS.26.000850

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1301
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000850

BRS.26.000905

Bij besluit van 6 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1313
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000905

BRS.26.000945

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1307
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000945

202503134/1/A2

Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling mag het CBR uitgaan van de juistheid van op ambtseed opgemaakte processen-verbaal. Als de bevindingen in het proces-verbaal worden betwist, zal moeten worden onderzocht of er, gelet op de aard en inhoud van die betwisting, grond bestaat voor zodanige twijfel aan die bevindingen dat deze niet of niet volledig aan het vermoeden als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994 ten grondslag kunnen worden gelegd. De rechtbank heeft terecht overwogen dat het CBR mocht uitgaan van de bevindingen in het proces-verbaal. De enkele betwisting door [appellant] van de waarnemingen van de verbalisant, zoals opgenomen in het proces-verbaal, is onvoldoende om aan de bevindingen te twijfelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1468
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503134/1/A2

202400295/1/V1

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een mvv te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1318
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400295/1/V1

202404822/1/V1

1. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1317
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202404822/1/V1

202503480/1/V3

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1295
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503480/1/V3

BRS.25.001149

Bij besluit van 3 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1291
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001149

BRS.25.002210

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1273
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002210

BRS.26.000111

Bij besluit van 20 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1274
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000111

BRS.26.000842

Bij besluit van 13 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1272
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000842

BRS.26.000859

Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1281
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000859

BRS.26.001047

Bij besluit van 14 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1335
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001047

202405170/1/R3 en 202405170/18/R3

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Voorschoten het bestemmingsplan "Segaar-Arsenaal" vastgesteld. Het plan maakt maximaal 100 woningen met de bijbehorende infrastructuur en voorzieningen mogelijk in het noordelijke deel van de gemeente Voorschoten op het Segaar-Arsenaal terrein aan de Leidseweg. Voorheen was hier een tuincentrum gevestigd. [verzoeker] en anderen wonen ten westen van het plangebied aan de Leidseweg. Zij maken zich zorgen dat de bestaande wateroverlast aan de Leidseweg zal toenemen als gevolg van het plan. [verzoeker] en anderen wijzen erop dat de grondwaterstand bij hun woningen aan de Leidseweg nu al erg hoog is en voor wateroverlast zorgt in de kruipruimten van de woningen. Volgens [verzoeker] en anderen is iedere toename, hoe klein ook, problematisch. Het gemeentebestuur heeft de bestaande wateroverlastproblemen in het verleden erkend, er zijn maatregelen aangekondigd, maar deze maatregelen zijn volgens [verzoeker] en anderen tot op heden niet genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1294
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405170/1/R3 en 202405170/18/R3

202406172/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1279
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406172/1/V1

BRS.25.001303

Bij brief van 14 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1256
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001303

BRS.25.001546

Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1264
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001546

BRS.25.001723

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor bescherming op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1266
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001723

BRS.26.000199

Bij besluit van 7 november 2024, aangevuld bij besluit van 3 maart 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1184
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000199

BRS.26.000520

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1259
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000520

BRS.26.000767

Bij besluiten van 7 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1260
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000767

BRS.26.000805 en BRS.26.000807

Bij besluit van 4 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1263
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000805 en BRS.26.000807

BRS.26.000826

Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1262
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000826

BRS.26.000861

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1258
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000861

BRS.26.000939

Bij besluit van 2 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1275
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000939

BRS.26.001063

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1297
Datum uitspraak
6 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001063

202302677/1/V2

Bij besluit van 1 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij ambtshalve geweigerd appellant een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1276
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302677/1/V2

202404005/1/V3

Bij besluit van 22 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellanten verleende verblijfsvergunningen regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1280
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404005/1/V3

202407521/1/V3

Bij besluit van 22 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1277
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407521/1/V3

BRS.25.001154

Bij besluit van 2 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1170
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001154

BRS.25.002683

Bij besluit van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1175
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002683

BRS.25.002685

Bij besluit van 17 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1173
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002685

BRS.26.000112 en BRS.26.000115

Bij besluit van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1172
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000112 en BRS.26.000115

BRS.26.000624 en BRS.26.000633

Bij besluit van 8 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1166
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000624 en BRS.26.000633

BRS.26.000719 en BRS.26.000720

Bij besluit van 16 augustus 2023, vervangen door het besluit van 31 juli 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1164
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000719 en BRS.26.000720

BRS.26.000727

Bij besluit van 30 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1171
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000727

BRS.26.001023

Bij besluit van 29 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1265
Datum uitspraak
5 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001023

202307735/1/V1

Bij besluit van 24 juli 2023 heeft het COa een verzoek van betrokkene om hem over te plaatsen naar een opvangvoorziening voor minderjarigen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1182
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307735/1/V1

202502871/1/A3, 202502871/2/A3, 202502881/1/A3 en 202502881/2/A3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland twee aansluitingen van de Tonisseweg in de gemeente Goeree-Overflakkee, ter hoogte van huisnummers [...], aan de N215 onttrokken aan de openbaarheid. DG Infra en [verzoekster sub 2] hebben bedrijven aan de Tonisseweg in Oude-Tonge. Parallel aan de Tonisseweg ligt de autoweg N215. Ter hoogte van de bedrijven van DG Infra en [verzoekster sub 2], is de Tonisseweg door twee aansluitingen verbonden met de N215. Vrachtwagencombinaties en ander zwaar vrachtverkeer die bij de bedrijven van DG Infra en [verzoekster sub 2] moeten zijn, maken gebruik van die aansluitingen om op of van de percelen te komen. Volgens het college levert dit onveilige verkeerssituaties op. Daarom heeft het besloten de aansluitingen tussen de Tonisseweg en de N215 te onttrekken aan de openbaarheid en onder meer een vangrail te plaatsen tussen deze twee wegen. Het college wil in de eerste helft van 2026 beginnen met het uitvoeren van de werkzaamheden. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college dit besluit mocht nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1142
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202502871/1/A3, 202502871/2/A3, 202502881/1/A3 en 202502881/2/A3

202503486/1/A3 en 202503486/2/A3

Bij besluit van 15 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar het verzoek van [verzoeker] om te worden ingeschreven in de basisregistratie personen afgewezen. [verzoeker] wil graag ingeschreven worden op een adres in Alkmaar. Het college zegt dat dat volgens de Wet basisregistratie personen (Wet brp) niet kan omdat [verzoeker] geen rechtmatig verblijf heeft. [verzoeker] vindt dat het college voor zijn situatie een uitzondering moet maken. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter of dat zo is. De rechtbank had volgens [verzoeker] het besluit moeten toetsen aan artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) omdat zijn recht op privéleven wordt geschonden. Hij kan niet de medische behandeling krijgen die hij nodig heeft, geen bankrekening openen en andere voorzieningen verkrijgen. [verzoeker] betoogt verder dat de Wet brp ten onrechte geen rekening houdt met de situatie waarin hij verkeert doordat hij geen verblijfsvergunning heeft maar ook niet terug kan naar zijn land van herkomst, Syrië. Het college had daarom een belangenafweging moeten maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1180
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202503486/1/A3 en 202503486/2/A3

202503880/1/V2

Bij besluit van 12 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1181
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503880/1/V2

BRS.25.001106

Bij besluit van 4 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1155
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001106

BRS.25.002665 en BRS.26.001013

Bij besluit van 7 februari 2024, vervangen door het besluit van 22 juli 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1269
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002665 en BRS.26.001013

BRS.26.000494

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1123
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000494

BRS.26.000743

Bij besluit van 28 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1136
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000743

BRS.26.000758 en BRS.26.000762

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1147
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000758 en BRS.26.000762

BRS.26.000795

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1157
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000795

BRS.26.000849

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1152
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000849

BRS.26.000863 en BRS.26.000864

Bij besluit van 16 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1149
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000863 en BRS.26.000864

BRS.26.000869

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1151
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000869

202203193/1/R4

Bij besluit van 21 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan Metabel een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen en in werking hebben van een inrichting voor het inzamelen, opslaan, overslaan, bewerken, verwerken, mengen en verhandelen van metaalhoudende afvalstoffen in haar inrichting aan de Ampèrestraat 3 in Deurne. Metabel is een afvalrecyclingbedrijf dat metaalhoudende afvalstoffen inzamelt, opslaat, verwerkt, vermengt en verhandelt. De inrichting bestaat uit verschillende onderdelen waaronder de overdekte hallen 31 en 46 en de niet overdekte buitenopslagplaatsen Z1 en Z2. Z1 en Z2 liggen op ruim 10 m ten westen van hal 31. Zij worden met een brandwerende muur gescheiden van hal 46 en andere bebouwing aan de westzijde van het perceel. Het college heeft onder meer voorschrift 6.4.1 aan de revisievergunning verbonden (het voorschrift). Op grond van het voorschrift moet een doelmatig branddetectiesysteem conform NEN 2535, dat is voorzien van een automatische doormelding naar een particuliere meldkamer (het branddetectiesysteem), aanwezig zijn in hal 31, hal 46, Z1 en Z2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1246
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202203193/1/R4

202205717/2/A3

Bij uitspraak van 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4944, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het hoger beroep van [verzoeker]. In die zaak heeft [verzoeker] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Bij besluit van 22 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag [verzoeker] meegedeeld dat het geen persoonsgegevens over hem heeft verwerkt. Bij besluit van 12 mei 2021 heeft het college het door [verzoeker] daartegen gemaakte bezwaar kennelijk ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 17 augustus 2022 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. De Afdeling heeft op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1220
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202205717/2/A3

202300609/2/A3

Bij uitspraak van 15 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4945, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het hoger beroep van [verzoeker]. In die zaak heeft [verzoeker] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. Bij besluit van 22 juli 2021 heeft de minister een verzoek van [verzoeker] om inzage in over hem verwerkte persoonsgegeven deels ingewilligd. Bij uitspraak van 29 november 2022 heeft de rechtbank het door [verzoeker] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 22 juli 2021 vernietigd en de minister opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van haar uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft [verzoeker] hoger beroep ingesteld. De Afdeling heeft op 15 oktober 2025 uitspraak gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1221
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300609/2/A3

202300778/1/A3

Bij besluit van 1 februari 2019 heeft de burgemeester van Amsterdam op grond van de Wet openbare manifestaties het recht van [appellant] op betoging beperkt door voorschriften te verbinden aan zijn periodieke demonstraties op de Dam. Vanaf 2015 vinden demonstraties op de Dam plaats door verschillende partijen in het kader van de situatie in Israël en Palestina. Deze demonstraties gingen volgens de burgemeester gepaard met wanordelijkheden omdat sympathisanten van beide kanten elkaar opzoeken. In juli 2016 heeft de burgemeester, met toepassing van de Wom, bepaald dat er tussen enerzijds de pro-Israëldemonstranten en anderzijds de pro-Palestinademonstranten op de Dam een afstand van ten minste 25 meter in acht wordt genomen. Dit afstandscriterium werd redelijk goed nageleefd, maar individuele sympathisanten van beide kanten hielden zich met enige regelmaat niet aan de opgelegde afstand. Omdat de demonstraties in toenemende mate gepaard gingen met geweldsincidenten, heeft de burgemeester in april 2017 besloten verdergaande beperkingen aan de demonstraties op te leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1222
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300778/1/A3

202301099/1/A3

Bij besluit van 26 januari 2022 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 16 juni 2022 heeft de staatssecretaris het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft van Ocean Network Express de opdracht gekregen om een lading te vervoeren. Op 24 september 2021 heeft een toezichthouder van de Inspectie Leefomgeving en Transport een controle uitgevoerd op het binnenschip [binnenschip] in de haven van Rotterdam. Aan boord van het schip stonden diverse containers, geladen met gevaarlijke stoffen. De schipper heeft bij de controle aan de toezichthouder een vervoersdocument overhandigd. De toezichthouder heeft vervolgens vastgesteld dat diverse gegevens op het vervoersdocument ontbraken. De staatssecretaris heeft dit in zijn besluiten overgenomen. Het gaat om de naam van de afzender, de (bijkomende) gevaren, de technische benaming tussen haakjes en in geval van een lege doch niet gereinigde tankcontainer de tekst "lege tankcontainer, laatste lading UN… ."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1223
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301099/1/A3

202301146/1/A2

Bij besluit van 6 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, wegens omzetting van een zelfstandige in onzelfstandige woonruimte, zonder vergunning. Het college heeft op basis van een controle op 20 oktober 2021 geconcludeerd dat de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning) van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte voor drie personen is omgezet, zonder dat daarvoor een vergunning is verleend. Dat is in strijd met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (de Hv). Het college heeft bij het besluit van 6 december 2021 [appellant], eigenaar van de woning, gelast om die overtreding voor 20 januari 2022 te beëindigen en beëindigd te houden. Het college heeft die termijn later verlengd tot 1 februari 2023. Het college heeft daarbij bepaald dat als [appellant] niet aan de last voldoet, hij een dwangsom van € 5.000,00 moet betalen. [appellant] betoogt dat de woning op 20 oktober 2021 niet was omgezet in onzelfstandige woonruimte, dan wel dat voor de omzetting geen vergunning vereist was in verband met het overgangsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1225
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301146/1/A2

202302351/2/R3

Bij tussenuitspraak van 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2723, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van deze tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 30 januari 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Vlieland - Partiële herziening Buitengebied Vlieland" te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak van 18 juni 2025 verschillende gebreken geconstateerd. Zo heeft de Afdeling in overweging 5.4 overwogen dat de toevoeging van het verbod op het jaarrond aanwezig hebben van bouwwerken ter plaatse van de aanduidingen "specifieke vorm van natuur - onderhoud en beheer" en "specifieke vorm van natuur - strandbewaking" onvoldoende zorgvuldig voorbereid en niet deugdelijk gemotiveerd is. Daarnaast is niet gebleken hoe de betrokken belangen, waaronder de belangen van Paal 50 B.V. en Vliehors Expres B.V., door de raad zijn afgewogen. Ook is niet gebleken of, en zo ja in hoeverre, de conclusie van de voortoets dat de realisatie van jaarrond aanwezige bouwwerken vanwege het eenmalige karakter qua verstoringseffecten en stikstofdepositie gunstiger is dan de jaarlijkse realisatie van tijdelijke bouwwerken, door de raad in de belangenafweging is betrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1229
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202302351/2/R3

202302862/1/A3

Bij besluit van 20 augustus 2020 heeft de voorzitter Café/Bar Reality gesloten op grond van de Noodverordening COVID-19 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland. De voorzitter heeft aan Café/Bar Reality bij besluit van 5 augustus 2020 een last onder bestuursdwang opgelegd omdat Café/Bar Reality verschillende bepalingen van de Noodverordening COVID-19 veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (de Noodverordening) heeft overtreden. Hieraan ligt ten grondslag dat op 1 augustus 2020 is geconstateerd dat er teveel mensen in het café waren en er geen 1,5 meter afstand werd gehouden. Daarnaast was de dansvoorziening van het café voor publiek geopend. Eerder is op 13 juni 2020 een mondelinge waarschuwing gegeven en op 20 juli 2020 een schriftelijke waarschuwing vanwege overtreding van de Noodverordening een dag eerder. Café/Bar Reality betoogt dat de voorzitter op grond van de Noodverordening geen last onder bestuursdwang kon opleggen en vervolgens het café kon sluiten ter uitvoering van die last omdat de Noodverordening geen werking mocht hebben. Volgens Café/Bar Reality was er sprake van buitengewone omstandigheden en had de minister-president daarom op grond van de Coördinatiewet uitzonderingstoestanden en artikel 52 van de Wet Veiligheidsregio’s de volledige noodtoestand moeten uitroepen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1226
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202302862/1/A3

202304316/3/R3

Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Ridderkerk het bestemmingsplan "Woongebied Ridderkerk" gewijzigd vastgesteld. Deze zaak gaat over de besluiten tot vaststelling van het bestemmingsplan "Woongebied Ridderkerk". Tot het plangebied van het bestemmingsplan behoort het perceel aan de [locatie]. [appellant] is eigenaar van dit perceel. Op het perceel staan een voormalige bedrijfswoning en een schuur met carport. [appellant] is het niet eens met de planregeling die voor zijn perceel is vastgesteld in het bestemmingsplan. Hij wil graag zijn perceel splitsen in twee kavels en de bestaande schuur verbouwen tot een woning, maar dit is in het bestemmingsplan niet mogelijk gemaakt. [appellant] is het niet eens met de redenen waarom de raad hieraan niet wil meewerken. Ook is hij het er niet mee eens dat het bouwvlak ter plaatse van zijn bestaande schuur is komen te vervallen. In het bij besluit van 20 november 2025 vastgestelde bestemmingsplan "Woongebied Ridderkerk" is volgens [appellant] zijn initiatief ook ten onrechte niet mogelijk gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1239
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202304316/3/R3

202305135/1/A3

Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellant] heeft een vaartuig afgemeerd bij de Rieteilanden in IJburg in Amsterdam. Bij besluit van 20 april 2021 heeft het college een last onder bestuursdwang opgelegd aan [appellant] voor dat vaartuig, omdat daarmee in strijd met artikel 2.3.4 (lees: artikel 2.1.4) van de Verordening op het binnenwater 2010 (Vob) ligplaats is ingenomen zonder dat daarop een juist en geldig binnenhavengeldvignet was aangebracht. [appellant] werd gelast om de overtreding binnen veertien dagen te beëindigen. Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant] vignetplichtig is voor de locatie Rieteilanden bij IJburg, omdat die locatie is aan te merken als binnenwater als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Vob. De locatie ligt namelijk binnen de gemeentegrenzen van Amsterdam.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1227
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305135/1/A3

202305426/1/R3

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Alphen aan den Rijn het bestemmingsplan "[locatie A], Boskoop" vastgesteld. Aan de [locatie A] in Boskoop is een nevenvestiging van het [bedrijf] gevestigd. Op die locatie wil [bedrijf] het bedrijf uitbreiden met een nieuwe opslagschuur van ongeveer 5.500 m2 en nieuwe verharding voor de uitbreiding van de grondopslag. Het gaat om een uitbreiding van ongeveer 6,3 ha, waarvan ongeveer 4,05 ha wordt verhard. De raad heeft het bestemmingsplan vastgesteld om deze bedrijfsuitbreiding mogelijk te maken. [appellante] woont aan de [locatie B] in Boskoop. Dit is in de directe omgeving van het plangebied. Zij vreest dat haar woon- en leefklimaat als gevolg van de bedrijfsuitbreiding wordt aangetast. [appellante] betoogt dat het plan mogelijk waterverontreiniging tot gevolg heeft. Zij gebruikt water voor het kweken van (biologische) groente en fruit. En [appellante] betoogt dat als gevolg van hetgeen het plan mogelijk maakt een grote hoeveelheid CO2 zal worden uitgestoten en dat dit in strijd is met de doelstellingen uit de Klimaatverdragen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1248
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305426/1/R3

202305777/1/R1

Bij brief van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Medemblik aan [partij] bekendgemaakt dat de door haar op 17 februari 2021 aangevraagde omgevingsvergunning voor het realiseren van vier appartementen in het bestaande pand aan de [locatie A] in Benningbroek van rechtswege is verleend. Het pand aan de [locatie A] in Benningbroek bestaat uit drie appartementen. Twee appartementen bevinden zich op de begane grond (huisnummers [locatie A] en [locatie B]). Het derde appartement bestaat uit de eerste en tweede verdieping en de zolderverdieping van het pand (huisnummer [locatie C]). [partij] en anderen zijn houders van de appartementsrechten voor dit derde appartement. Zij hebben aan het college omgevingsvergunning gevraagd om dit appartement te verbouwen tot vier afzonderlijke appartementen. Dit is niet in overeenstemming met het bestemmingsplan "Dorpskernen I", omdat binnen de hier geldende bestemming "Wonen" maar één woning in het pand is toegestaan. Voor het bouwplan is dan ook een omgevingsvergunning voor de activiteiten ‘bouwen van een bouwwerk’ en ‘het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan’ nodig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1186
Datum uitspraak
4 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305777/1/R1
vorige pagina1...91011...1.243volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon