Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.946
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.003064

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3598
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003064

202502489/1/V2.

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister an Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3584
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502489/1/V2.

BRS.26.001358

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3543
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001358

BRS.26.001463

Bij besluit van 5 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3552
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001463

BRS.26.001715

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3548
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001715

BRS.26.001727

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3546
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001727

BRS.26.001895

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3544
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001895

BRS.26.001932

Bij besluit van 25 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3555
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001932

BRS.26.002447

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3542
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002447

BRS.26.002507

Bij besluit van 16 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3535
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002507

BRS.26.002641

Bij besluit van 17 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3553
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002641

BRS.26.002772

Bij uitspraak van 26 januari 2026 in zaak nr. NL24.20594 heeft de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, de minister van Asiel en Migratie opgedragen om binnen twaalf weken na de dag van verzending van de uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit te nemen op het door appellanten gemaakte bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3569
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002772

BRS.26.002793 en BRS.26.002794

Bij besluit van 8 april 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3589
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002793 en BRS.26.002794

BRS.26.002921

Bij besluit van 1 juni 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3557
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002921

BRS.26.002954

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3547
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002954

BRS.26.001698

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3545
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001698

BRS.26.002028

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3556
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002028

202302511/1/V3

De minister heeft betrokkene op donderdag 16 maart 2023 op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw 2000 in bewaring gesteld. De minister heeft op vrijdag 17 maart 2023 om 15.30 uur informatie van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) ontvangen op het Detentiecentrum Rotterdam, waaruit bleek dat betrokkene nog een strafrechtelijke detentie van tien dagen moest uitzitten. Op maandag 20 maart 2023 is die informatie geüpload in het zaaksysteem en op dinsdag 21 maart 2023 om 09.45 uur heeft de minister de bewaring opgeheven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3578
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302511/1/V3

202305620/1/V1

Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij tussenuitspraak van 4 mei 2023 (tussenuitspraak) heeft de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om de gebreken in dat besluit te herstellen. Bij uitspraak van 3 augustus 2023 heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het besluit van 22 juni 2022 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen om een nieuw besluit op de aanvraag te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3586
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305620/1/V1

BRS.26.000143

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op een aanvraag om zijn vrouw en zes kinderen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3519
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000143

BRS.26.000536

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3518
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000536

BRS.26.000539

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3509
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000539

BRS.26.001530

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3540
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001530

BRS.26.001581

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3524
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001581

BRS.26.001612

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3521
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001612

BRS.26.001693

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3522
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001693

BRS.26.001739

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3523
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001739

BRS.26.002089

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3541
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002089

BRS.26.002466 en BRS.26.002467

Bij besluit van 21 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3520
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002466 en BRS.26.002467

BRS.26.002586

Bij besluit van 3 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3525
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002586

BRS.26.002657

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3536
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002657

BRS.26.002714

Bij besluiten van 4 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3529
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002714

BRS.26.002780

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3550
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002780

BRS.26.002785

Bij besluit van 14 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3472
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002785

BRS.26.002811

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, verzoeker opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3473
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002811

BRS.26.002834

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3554
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002834

BRS.26.003025

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3559
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003025

202601514/2/A3

Bij twee onderscheiden besluiten van 9 december 2024 heeft de burgemeester van Tilburg aan Cookaholics zowel de door haar aangevraagde exploitatievergunning als de door haar aangevraagde alcoholwetvergunning verleend. Bij besluit van 22 juli 2025 heeft de burgemeester het door [partij A], [partij B], [partij C] en [partij D] tegen de besluiten van 9 december 2024 gemaakte bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard en de besluiten van 9 december 2024 herroepen voor zover die zien op de tuin. Cookaholics huurt een gedeelte van het pand en de tuin gelegen aan de Noordstraat 36 in Tilburg. De burgemeester heeft Cookaholics op 9 december 2024 een exploitatievergunning en een alcoholwetvergunning verleend. Sindsdien organiseert Cookaholics zowel in het pand als in de tuin diverse horeca-activiteiten. Omwonenden hebben bezwaar gemaakt tegen de besluitvorming van de burgemeester. De burgemeester heeft deze bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard en de aan Cookaholics verleende vergunningen voor zover die zien op de tuin herroepen. Hieraan heeft de burgemeester, samengevat, ten grondslag gelegd dat op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Binnenstad 2010" alleen horeca is toegestaan in het pand en niet in de tuin. De rechtbank heeft de besluitvorming van de burgemeester in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3538
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202601514/2/A3

202601844/2/A3

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de burgemeester van Venlo op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten om de woning van [verzoekster] aan de [locatie] in Venlo voor de duur van drie maanden te sluiten.[verzoekster] betoogt dat zij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat de burgemeester heeft aangekondigd dat haar woning op 19 juni 2026 wordt gesloten. De vraag of de voorlopige voorziening moet worden getroffen, kan op dit moment zonder zitting niet direct inhoudelijk worden beoordeeld. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om een ordemaatregel te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3566
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202601844/2/A3

BRS.25.002581

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3427
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002581

BRS.26.001355

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3444
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001355

BRS.26.001941

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3451
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001941

BRS.26.002284

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3460
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002284

BRS.26.002286

Bij besluit van 23 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3449
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002286

BRS.26.002302

Bij besluit van 15 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3454
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002302

BRS.26.002400

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3455
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002400

BRS.26.002648

Bij besluit van 8 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft de minister geweigerd om verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek om medische redenen te verlenen, en een terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3464
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002648

BRS.26.002767

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3456
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002767

BRS.26.002849 en BRS.26.002935

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3530
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002849 en BRS.26.002935

BRS.26.003030

Bij besluit van 17 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3563
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003030

202503173/1/A2

[appellante] woont aan de Wilgenoord, een doodlopende zijstraat van de Straatweg in Rotterdam-Hillegersberg. Met het in bezwaar gehandhaafde besluit van 22 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam besloten dat parkeren op de Wilgenoord half op het trottoir wordt toegestaan. De termijn om beroep in te stellen tegen het besluit van 19 januari 2024 eindigde op 1 maart 2024. [appellante] heeft het beroepschrift niet per post verzonden maar in de brievenbus van de rechtbank gedeponeerd. Dan is voor het antwoord op de vraag of het beroepschrift tijdig is ingediend het tijdstip bepalend waarop het beroepschrift door de rechtbank is ontvangen. De rechtbank heeft als datum van ontvangst van het beroepschrift de stempeldatum van 4 maart 2024 gehanteerd. De rechtbank heeft terecht vastgesteld dat het beroepschrift buiten de termijn voor het instellen van beroep is ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3776
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503173/1/A2

202503482/1/A2

[appellante] heeft op 25 april 2024 een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op grond van de urgentiegrond ‘Doorstroming vanuit opvanginstellingen’ (artikel 5.7 van bijlage 1 bij de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3646
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503482/1/A2

202503466/2/R3

Bij besluit van 24 maart 2025 heeft de raad van de gemeente Opsterland het bestemmingsplan "Luxwoude - Grondwaterwinning- en drinkwaterproductielocatie" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie en het gebruik van een nieuwe grondwaterwinningslocatie en drinkwaterproductiebedrijf mogelijk aan de Hegedyk in Luxwoude in de gemeente Opsterland. De ontsluiting van de percelen zal plaatsvinden via de Hegedyk. Het plan voorziet onder meer in de bouw van productiegebouwen, de aanleg van spoelwatervijvers en winputten en de omlegging van een watergang die de waterwinlocatie in de huidige situatie doorsnijdt. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan [locatie] in Langezwaag ten oosten van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat zij onder andere vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat, schadelijke gevolgen voor flora- en fauna in het plangebied en schade aan hun woning als gevolg van de beoogde grondwaterwinning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3466
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202503466/2/R3

202600033/2/R4

Bij besluit van 3 november 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van de productiecapaciteit van diervoeders van 275.000 ton per jaar naar 390.000 ton per jaar (geperste- en meelproducten). Op 14 juli 2017 heeft [appellante] een aanvraag gedaan voor een revisievergunning als bedoeld in artikel 2.6 van de Wabo, voor de inrichting aan de [locatie] in De Rips. De uitbreiding wordt gerealiseerd door een uitbreiding van het aantal werkbare uren met de bestaande maal-/menglijn en perslijnen die geoptimaliseerd worden. Bij besluit van 3 november 2021 heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning verleend. Aan de vergunning zijn voorschriften verbonden. Bij uitspraak van 24 november 2025 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, de door [wederpartijen] daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard, het besluit van 3 november 2021 vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten onder wijziging van en aanvulling met een aantal voorschriften. [appellante] heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3467
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600033/2/R4

202601574/2/V1

Bij brief van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 1 januari 2025 beëindigt. Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft de minister het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 24 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3468
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202601574/2/V1

202601581/2/V1

Bij brieven van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkenen geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 1 januari 2025 beëindigt. Bij besluiten van 21 augustus 2025 en 11 september 2025 heeft de minister de daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 april 2026 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak nieuwe besluiten op de gemaakte bezwaren neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3470
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202601581/2/V1

BRS.25.002204

Bij besluit van 31 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3408
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002204

BRS.26.000990

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de ministervan Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3430
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000990

BRS.26.002547

Bij brieven van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoekers geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3439
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002547

BRS.26.002681 en BRS.26.002700

Bij besluit van 23 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3440
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002681 en BRS.26.002700

BRS.26.002725

Bij besluiten van 30 september 2025, aangevuld bij besluiten van 22 januari 2026, heeft de minister aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3431
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002725

BRS.26.002961 en BRS.26.002965

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3528
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002961 en BRS.26.002965

BRS.26.002988

Bij besluit van 19 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3527
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002988

202205177/1/A3

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk het verzoek van [wederpartij] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [wederpartij] staat in de brp ingeschreven als [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1982 in [plaats], China. Deze gegevens zijn ontleend aan een door haar op 19 maart 1999 afgelegde verklaring onder ede. [wederpartij] heeft het college op 22 januari 2020 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp haar persoonsgegevens te wijzigen naar [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1974 in [plaats], China. Ook heeft zij verzocht om opneming in de brp van haar tot dan toe onbekende oudergegevens. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat niet onomstotelijk vaststaat dat de overgelegde documenten, voor zover zij al beoordeeld kunnen worden, op [wederpartij] betrekking hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3476
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202205177/1/A3

202300080/1/R1

Bij besluit van 12 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân Ippel Dredging gelast om uiterlijk op 31 maart 2021 de opslag van niet toepasbare baggerspecie binnen de inrichting op het perceel Bovenburen 4 te Koudum te staken en gestaakt te houden onder oplegging van een dwangsom van € 300.000,00 ineens. Op 29 november 2019 heeft Ippel Dredging een melding op grond van het Besluit bodemkwaliteit gedaan betreffende de tijdelijke opslag van 7.200 m3 baggerspecie van het project Hallumer Feart van 1 april 2020 tot 30 september 2020 op het terrein Bovenburen 4 te Koudum. Het college heeft de ontvangst van de melding op 17 december 2019 bevestigd. Vermeld is dat de melding voldoet aan de indieningsvereisten van het Bbk. Verder is vermeld dat de toepasser zich dient te houden aan de zorgplicht. Op 10 en 11 maart 2020 heeft een toezichthouder een controle uitgevoerd op het perceel. Hij heeft geconstateerd dat Ippel Dredging reeds is begonnen met de in de melding genoemde werkzaamheden. Bij mail van 12 maart 2020 heeft het college Ippel Dredging bericht dat de bagger uit de Hallumervaart van vakken 1 tot en met 6 niet naar het bedrijfsterrein Bovenburen 4 te Koudum mag. De bagger is ingedeeld als niet toepasbaar en mag volgens de melding Activiteitenbesluit waaronder het bedrijf in werking is, niet aangevoerd worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3487
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300080/1/R1

202304128/1/R2

Bij besluit van 1 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucpheneen omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning en het aanleggen van een uitrit op de [locatie 1] in St. Willebrord. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning en het aanleggen van een uitrit op de [locatie 1] (het perceel), voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk, gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan en maken van een uitrit. Naar aanleiding van het advies van de commissie bezwaarschriften heeft het college aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat de ramen aan de achterzijde op de eerste verdieping moeten zijn voorzien van ondoorzichtige folie. [appellant A] en [appellante B] wonen aan de [locatie 2], direct achter de nieuwe woning en vrezen voor een onaanvaardbare aantasting van hun privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3479
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304128/1/R2

202304574/2/R2

Bij tussenuitspraak van 24 december 2025, (ECLI:NL:RVS:2025:6326), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Eindhoven opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 30 mei 2023, waarbij het bestemmingsplan "Land Forum (politielocatie)" is vastgesteld, te herstellen. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van de locatie "Land Forum" in Eindhoven tot een multifunctionele politielocatie met een maximum bruto vloeroppervlakte van 5.000 m2 waar diverse centrale functies van - met name - de regionale eenheid Oost-Brabant van de politie zullen worden gehuisvest. De Afdeling heeft onder 17 van de tussenuitspraak, naar aanleiding van een beroepsgrond van Bewonersvereniging Meerhoven en anderen, overwogen dat het besluit van 30 mei 2023 in strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht is vastgesteld. Beoogd is de Siffertestraat te verleggen en daarbij wordt een historisch pad doorkruist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3502
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202304574/2/R2

202304655/2/A3

In deze tussenuitspraak gaat de Afdeling bestuursrechtspraak in op de vraag hoe de bestuursrechter een besluit beoordeelt waarbij een bestuursorgaan weigert om een eerder besluit te herzien. De uitspraak gaat over een besluit van de burgemeester van Roermond uit 2019 om een huurwoning voor een maand te sluiten. In de woning waren voorwerpen aangetroffen die duiden op de voorbereiding van een hennepkwekerij. De huurder van de woning diende geen bezwaar of beroep in tegen dat besluit, waardoor het besluit onherroepelijk werd. Later vroeg de man aan de burgemeester om het besluit alsnog te herzien, maar de burgemeester wees dat verzoek af. Tegen dat besluit kwam de man wel in beroep en vervolgens in hoger beroep. En zo kwam deze zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak terecht. Die oordeelde in een tussenuitspraak van januari 2025 dat de burgemeester in haar besluit om het herzieningsverzoek af te wijzen, niet is ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van de man. De Afdeling bestuursrechtspraak droeg de burgemeester op om dat alsnog te doen. De burgemeester bleef bij haar besluit, maar wel met een aanvullende motivering. In deze oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat er geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden (overweging 4.6), maar dat de burgemeester wel de omstandigheid of het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is, had moeten betrekken in de beoordeling van de vraag of de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is (overweging 4.7 t/m 4.10). De Afdeling bestuursrechtspraak wijst daarbij op een eerdere uitspraak van februari 2026 waaruit volgt dat de bestuursrechter de omstandigheid dat het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is, kan betrekken bij zo'n beoordeling. Omdat in deze zaak een motivering van de burgemeester ontbreekt over de vraag of het oorspronkelijke besluit tot sluiting van de woning in 2019 onmiskenbaar onjuist is, is sprake van een motiveringsgebrek. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft de burgemeester daarom de opdracht om binnen zes weken alsnog met een aanvullende motivering te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3492
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202304655/2/A3

202305533/1/R1

Bij besluit van 19 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen geweigerd om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aan URL een omgevingsvergunning te verlenen voor de realisatie van een zonnepark. URL heeft bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor de realisatie van een zonnepark op het perceel Helmweg op de hoek met de Duinweg in Callantsoog. Het bouwplan heeft een omvang van ongeveer 60 hectare, waarvan 50 hectare ingericht zal worden als zonnepark en 10 hectare als natuur. De omgevingsvergunning is aangevraagd voor de activiteiten bouwen, aanleggen, en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, b, en c, van de Wabo. Omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Zijpe" en geen omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1o of 2o, van de Wabo, heeft het college onderzocht of een omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van onderdeel 3o van dat artikellid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3488
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305533/1/R1

202305848/1/R4

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Nunspeet een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet (Chw) genomen voor de realisatie van een appartementengebouw met acht appartementen op het perceel [locatie 1], en voor vier vrijstaande woningen op het perceel [locatie 2] in Nunspeet (het projectuitvoeringsbesluit van 29 juni 2023). De aanleiding voor de besluiten is het aangevraagde project voor de herontwikkeling van de percelen [locatie 1]-[locatie 2]. Op de gronden van de [locatie 1]-[locatie 2] staan momenteel de voormalige huishoudschool van Nunspeet en een bedrijfsgebouw voor een opslagbedrijf. De bedoeling is op deze locatie de bouw van een appartementengebouw voor acht appartementen in het hogere segment en de bouw van vier vrijstaande woningen mogelijk te maken (het project). Voor het project heeft het college bij besluit van 27 juli 2023 omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan verleend. Voorafgaand daaraan heeft de raad het projectuitvoeringsbesluit van 29 juni 2023 genomen, dat onder meer bestaat uit een verklaring van geen bedenkingen. [appellant A] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied en vrezen voor ernstige aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3493
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305848/1/R4

202306243/1/A3

Bij besluit van 20 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten afgewezen. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van ‘alle conceptuele dan wel definitieve rapporten betreft bouwkundige onderzoeken omtrent het adres [locatie 1] en [locatie 2], met inbegrip maar niet beperkt tot constructies aan de kelder(s) (keldergewelf, keldermuren, etc.) die in opdracht van de gemeente Utrecht door derde onderzoeksbureaus zijn opgesteld’. Het college heeft documenten aangetroffen, maar heeft openbaarmaking daarvan in zijn geheel geweigerd en het verzoek daarom afgewezen. De rechtbank heeft die afwijzing in stand gelaten. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3266
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306243/1/A3

202306720/3/R1

Bij uitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3988, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zaanstad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek te herstellen. De raad heeft bij besluit van 12 oktober 2023 het bestemmingsplan "Noorderveen" vastgesteld. In dat plan is aan het perceel [locatie] te Assendelft de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 11.3, overwogen dat de raad er ten onrechte van is uitgegaan dat het gebruik voor wonen in die bebouwing niet was toegestaan onder de werking van het bestemmingsplan "Saendelft" en daarmee onder het algemene overgangsrecht van dat plan viel. Evenmin heeft de raad inzichtelijk gemaakt waarom artikel 12, tweede lid, aanhef en onder h, van de planvoorschriften, dat betrekking heeft op een uit te werken bestemming, van toepassing was op het perceel van [appellant]. Ook heeft de raad niet gemotiveerd hoe wordt bepaald of het totale aantal woningen en agrarische bedrijfswoningen meer bedraagt dan 41. De Afdeling heeft daarom de raad opgedragen alsnog te beoordelen of een woonbestemming kan worden toegestaan op het perceel [locatie] en de geluidbelasting ter plaatse mee te nemen in de beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3484
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202306720/3/R1

202306913/1/A3

Bij brief van 4 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] laten weten dat hij - of een ander namens hem - alleen met de gemeente Utrecht mag communiceren via een specifiek aan hem bekendgemaakt e-mailadres. Het college heeft bij brief van 4 oktober 2022 aan [appellant] laten weten dat hij - of een ander namens hem - alleen met de gemeente Utrecht mag communiceren via een specifiek aan hem bekendgemaakt e-mailadres. Voor de voorgeschiedenis en wat partijen verdeeld houdt, verwijst de Afdeling naar de uitspraak van de rechtbank, onder 1 tot en met 3. In hoger beroep gaat het om de vraag of de brief van 4 oktober 2022 een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de brief van 4 oktober 2022 niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb aangemerkt kan worden. [appellant] is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3287
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306913/1/A3

202307019/1/R1

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van de garagebox aan de [locatie] in Putten als hobby- en klusruimte voor een periode van vijf jaar. [vergunninghouder] wil zijn garagebox tijdelijk gebruiken als hobby- en klusruimte voor zijn zoon. Dit gebruik past niet in het bestemmingsplan, omdat in de garage alleen is toegestaan motorvoertuigen en andere vervoermiddelen te stallen. Daarom heeft [vergunninghouder] een omgevingsvergunning aangevraagd om tijdelijk af te wijken van dit bestemmingsplan. Het college heeft deze vergunning verleend voor een duur van vijf jaar, omdat het de tijdelijke afwijking aanvaardbaar acht. [appellant] is het daar niet mee eens. Hij vindt dat klussen in de garagebox te veel geluidsoverlast veroorzaakt en ook zorgt voor parkeerproblemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3483
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202307019/1/R1

202400298/1/R2

Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden de omgevingsvergunning van 17 februari 2014 voor de veehouderij aan de [locatie] in Reusel ingetrokken voor wat betreft de activiteiten bouwen, milieu en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden voor stal C. [appellant] is eigenaar van de varkenshouderij aan de [locatie]. Het college heeft op 17 februari 2014 aan haar een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, milieu en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Deze omgevingsvergunning ziet onder andere op een nieuwbouwstal (stal C) voor het huisvesten van 1.920 vleesvarkens, 1.040 gespeende biggen en 84 fokzeugen. Stichting Milieuwerkgroep Kempenland en Stichting Groen Kempenland hebben bij het college een verzoek ingediend tot intrekking van deze omgevingsvergunning voor zover deze ziet op stal C, omdat volgens hen gedurende drie jaren geen gebruik is gemaakt van deze omgevingsvergunning. Na meerdere controles heeft het college geconstateerd dat stal C niet gebouwd is en heeft het de omgevingsvergunning in zoverre gedeeltelijk ingetrokken. [appellant] is het daar niet mee eens, onder meer omdat dit negatieve gevolgen heeft voor haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3495
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400298/1/R2

202400299/1/R2

Bij besluit van 13 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de bouw van varkensstallen aan [locatie] in Reusel buiten behandeling gelaten. [appellanten] is eigenaar van de varkenshouderij aan [locatie] in Reusel. Zij wil daar onder andere nieuwe stallen bouwen voor 27.000 biggen. [appellanten] heeft hiervoor een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. Omdat geen m.e.r.-beoordelingsbesluit was genomen, heeft het college de aanvraag buiten behandeling gelaten. [appellanten] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3496
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202400299/1/R2

202401509/1/R3

In Schiedam verleende het college van burgemeester en wethouders een vergunning voor de bouw van bijna 150 woningen in twee woontorens met daaronder een parkeergarage in het Toernooiveld aan de A. Daalmeijerstraat. Een bedrijf dat zich bezighoudt met het ontwerpen en monteren van hijs- en hefwerktuigen, boorinstallaties en andere installaties voor de offshore industrie en pretparkattracties is het hier niet mee eens. Het bedrijf is gevestigd op het industrieterrein Schiedam-Zuid in de buurt van de woningbouwlocatie. Het bedrijf vreest dat de komst van de nieuwe woningen hem zullen belemmeren in zijn bedrijfsvoering. De rechtbank Rotterdam verklaarde eerder al de bezwaren van het bedrijf ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt vandaag de uitspraak van de rechtbank. Daarmee is de omgevingsvergunning definitief en kan de gemeente verder met het woningbouwproject.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3507
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401509/1/R3

202401953/1/A2

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant sub 1] een vergunning verleend om zijn woonboot te gebruiken voor vakantieverhuur voor de periode van 9 februari 2022 tot 31 maart 2023. [appellant sub 2] is eigenaar van een woonboot aan de [locatie 1] in Amsterdam. [appellant sub 1] is eigenaar van de woonboot naast die van [appellant sub 2], gelegen aan de [locatie 2]. [appellant sub 1] moet, om zijn woonboot te bereiken, over het dek van de woonboot van [appellant sub 2] lopen. Ook (vakantie)gasten van [appellant sub 1] moeten gebruik maken van de route die over de woonboot van [appellant sub 2] loopt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3478
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202401953/1/A2

202402241/1/R2

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Halderberge het bestemmingsplan "Roosendaalsebaan 4, Bosschenhoofd" vastgesteld. Naar aanleiding van een verzoek van Maple Farm Adventures B.V. heeft de raad het bestemmingsplan vastgesteld. Hierin wordt op het bestaande landgoed Maple Farm, waar een beeldentuin en galerie waren gevestigd, en twee aangrenzende agrarische percelen een dagrecreatiepark mogelijk gemaakt. Daartoe heeft dat deel van het plangebied in het bestreden besluit de bestemming "Recreatie - Dagrecreatie" gekregen. Volgens de plantoelichting komt er een combinatie van ‘family entertainment’ en natuureducatie, gericht op 45.000 tot maximaal 80.000 bezoekers per jaar. Het bestaande bos, onderdeel van Natuur Netwerk Brabant, is eveneens in eigendom bij Maple Farm Adventures B.V. en behoudt de bestemming "Natuur". [appellant] en anderen wonen in de buurt van het plangebied. Zij vrezen voor de aantasting van hun woonplezier door een toename aan verkeer- en parkeeroverlast als gevolg van het beoogde dagrecreatiepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3504
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202402241/1/R2

202402301/1/R3

Bij besluit van 23 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de door [appellant] aangevraagde omgevingsvergunning voor een bootoverkapping in strijd met het bestemmingsplan op een eiland dichtbij het perceel Ringdijk 80 (kavel 430) in Rotterdam geweigerd. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo ter legalisatie van een al gebouwde bootoverkapping. Omdat de bootoverkapping volgens het college in strijd is met het bestemmingsplan, heeft het college de aanvraag op grond van artikel 2.10, tweede lid, van de Wabo mede aangemerkt als een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Het college wil geen medewerking verlenen aan het afwijken van het bestemmingsplan "Kern en Plassen" uit 2011, omdat er stedenbouwkundige bezwaren tegen bestaan. [appellant] betwist onder meer de strijdigheid van de aangevraagde activiteit met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3491
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202402301/1/R3

202402384/1/A3

Bij afzonderlijke besluiten van 19 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland de verzoeken van [appellanten] om correctie van hun gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. Bij besluit van 21 maart 2023 heeft het college het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 1 maart 2024 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 1 maart 2024. [appellant A] heeft op 13 april 2022 een verzoek om correctie van zijn huwelijksgegevens in de brp ingediend bij het college. Daarbij heeft hij gevraagd om de naamsgegevens van zijn echtgenote, haar geboortedatum en de huwelijksdatum te wijzigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3775
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202402384/1/A3

202402647/1/A3

Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda aan [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende dat hij zijn fiets ergens anders moest (laten) stallen. Op 25 augustus 2022 heeft het college de last ten uitvoer gelegd en de fiets verwijderd. Bij besluit van 30 augustus 2022 heeft het college de kosten van de toegepaste bestuursdwang vastgesteld. De fiets van [appellant] stond gestald tegen de buitenmuur van een appartementencomplex aan de Middellaan in Breda. Het college heeft op 22 augustus 2022 een last onder bestuursdwang opgelegd, door een label aan de fiets te bevestigen. Uit de tekst op het label volgt dat de fiets langer dan 28 dagen zonder wezenlijke tijdsonderbreking geparkeerd stond binnen de daarvoor bestemde voorziening. Dat is verboden op grond van artikel 5:11 van de APV en het aanwijsbesluit. Op 25 augustus 2022 heeft het college de fiets verwijderd en opgeslagen in het depot van de gemeente Breda. [appellant] heeft op 30 augustus 2022 zijn fiets opgehaald bij het depot, na betaling van € 25,00. Daarbij is hem ook de bij de last onder bestuursdwang behorende kostenbeschikking overhandigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3474
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402647/1/A3

202402773/1/R4

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Leusden het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2] te Achterveld" vastgesteld. [appellant] exploiteert een autoschade- en restauratiebedrijf op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Achterveld. Het bedrijf richt zich met name op het restaureren van oldtimers. Met het plan is beoogd om aan voornoemde percelen een bij dit bedrijf passende functieaanduiding met bijbehorende milieucategorie toe te kennen. [appellant] betoogt dat het op de verbeelding aan [locatie 2] toegekende maximale bebouwingspercentage van 70% onjuist is. In overeenstemming met de aan hem op 27 augustus 2002 verleende vergunning heeft [appellant] op dit perceel een bedrijfsgebouw en -woning gebouwd van 1.487 m2. Daardoor is ongeveer 82% van het bouwvlak bebouwd. Volgens [appellant] is het toegekende bebouwingspercentage in strijd met de rechtszekerheid en hij voelt zich geschaad in zijn belangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3506
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202402773/1/R4

202403404/1/R1

Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden vastgesteld dat op de locatie [locatie 1] in Leiden sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging, waarvan spoedige sanering noodzakelijk is. Ook heeft het college bij dit besluit ingestemd met het door Vlasveld B.V. ingediende saneringsplan. De locatie [locatie 1] in Leiden is in gebruik als garagebedrijf en openbare weg. [bedrijf] is eigenaar van de gronden op de locatie. Uit uitgevoerd bodemonderzoek is gebleken dat op de locatie bodemverontreiniging met minerale olie aanwezig is, bestaande uit twee verontreinigingskernen: de kern noord en de kern zuid. In het besluit staat dat de verontreiniging bij de kern noord afkomstig is van de olie-waterscheider van de garage en dat de verontreiniging bij de kern zuid afkomstig is van twee voormalige ondergrondse brandstoftanks. Bij het besluit heeft het college vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging waarvan spoedige sanering noodzakelijk is. Ook heeft het college ingestemd met het door [bedrijf] ingediende saneringsplan. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Leiden. Dat perceel grenst aan de westzijde aan het garagebedrijf op de locatie [locatie 3] in Leiden. Hij is het niet eens met het besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3489
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202403404/1/R1

202404002/1/R1

Bij besluit van 14 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede aan De Blekerij B.V. een omgevingsvergunning verleend voor een gebouw met op de begane grond detailhandel en daarboven zes appartementen aan de [locatie] in Heemstede. Het bouwplan aan de [locatie] bestaat uit een gebouw met op de begane grond detailhandel met een oppervlakte van 303 m² met daarboven 6 appartementen. Op het voorerf zijn vijf parkeerplaatsen voorzien. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] wonen naast het bouwplan. Zij zijn het niet eens met de verleende omgevingsvergunning, omdat volgens hen niet wordt voorzien in de parkeerbehoefte. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning heeft mogen verlenen. [appellant sub 1A] en [appellant sub 1B] en [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het bouwplan niet in voldoende parkeerplaatsen voorziet. Volgens hen is het bouwplan in strijd met de parkeerregels omdat er onvoldoende parkeerplaatsen zijn voorzien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3490
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404002/1/R1

202404263/1/R3

Bij besluit van 30 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weststellingwerf geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het verbouwen van zijn woning aan de [locatie] in Wolvega. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Wolvega en wil zijn woning verbouwen. Hij heeft daarvoor een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo aangevraagd. De aanvraag had betrekking op een bouwplan waarin de woning werd voorzien van een zogenoemd lessenaarsdak. Deze aanvraag is afgewezen op grond van een negatief welstandsadvies van Hûs en Hiem van 15 april 2020. [appellant] is opgekomen tegen de afwijzing van de aanvraag om de omgevingsvergunning en vervolgens tegen de instandhouding van die afwijzing in bezwaar. De rechtbank heeft overwogen dat de eisen uit de welstandsnota over dat de bebouwing overwegend één bouwlaag moet zijn en over de hoogte van de noklijn buiten toepassing dienen te blijven omdat die de welstandstoets te buiten gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3501
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404263/1/R3

202404863/1/R3

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Staphorst het bestemmingsplan "Bedrijventerrein De Esch 0 Staphorst" vastgesteld. Voor de gronden in het plangebied, ook bekend als De Esch 0 in Staphorst, gold voorheen de bestemming "Agrarisch". Met het bestemmingsplan is de bestemming met name gewijzigd in "Bedrijventerrein" om een bedrijventerrein met de nadruk op kleinschalige ontwikkeling met meer lichte bedrijven mogelijk te maken. De Esch 0 ligt aan de Rijksweg A28, ten zuidwesten van de kern van Staphorst en ten noorden van het al bestaande industrieterrein De Esch. [appellant] woont aan [locatie] in Staphorst en betoogt dat het plangebied waarop het bedrijventerrein wordt voorzien beschikbaar moet blijven voor eventuele nieuwe op- en afritten, zodat het centrum van Staphorst een goede aansluiting houdt op de A28 en goed toegankelijk blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3480
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202404863/1/R3

202405883/1/R1

Uitspraak over het bestemmingsplan ‘Olympiaweg tussen 1 en 17’ van de gemeente Alkmaar. Dit bestemmingsplan is met deze uitspraak definitief geworden. Dat betekent dat de gemeente door mag gaan met het plan dat een zogenoemd ‘snelweghotel’ van Van der Valk mogelijk maakt met maximaal 150 hotelkamers met bijbehorende voorzieningen, zoals een restaurant, vergader- en congresruimten en diverse wellness faciliteiten. Twee omwonenden kwamen tegen het plan in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vrezen voor hun privacy, omdat er vanuit het hotel zicht zal zijn op en in hun woning. Ook zijn ze bang voor nog meer wateroverlast op hun perceel met de bouw van het hotel. Die bezwaren verklaart de Afdeling bestuursrechtspraak ongegrond in de uitspraak van vandaag. Wel hebben de omwonenden een punt dat niet schriftelijk was vastgelegd dat het plan overeenstemt met afspraken die daarover binnen de regio zijn gemaakt. In de Omgevingsverordening van de provincie staat dat een ruimtelijk plan uitsluitend kan voorzien in een nieuwe stedelijke ontwikkeling, zoals in dit geval ‘in de vorm van een hotel’, als deze ontwikkeling in overeenstemming is met de binnen de regio gemaakte schriftelijke afspraken. Daaraan was naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak in eerste instantie niet voldaan. Maar de gemeenteraad van Alkmaar heeft dit alsnog hersteld nadat het bestemmingsplan was vastgesteld. En daarmee is het beroep van de omwonenden op dit punt weliswaar gegrond, maar ziet de Afdeling bestuursrechtspraak aanleiding om de ‘rechtsgevolgen van het vaststellen van het bestemmingsplan in stand te laten’. Daardoor is het bestemmingsplan definitief en deze rechtszaak ‘finaal beslecht’.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3503
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202405883/1/R1

202406610/1/A3

Bij besluit van 14 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn naar aanleiding van het verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. [appellant] heeft het college op 16 februari 2021 op grond van de Wob verzocht om documenten openbaar te maken over - kort gezegd - de Multifunctionele Accommodatie (MFA) aan de Spoorlaan in Zwammerdam in in de periode van 27 februari 2020 tot 16 februari 2021. Het college heeft bij het besluit van 14 april 2021 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt met toepassing van de uitzonderingsgronden in artikel 10, tweede lid, aanhef en onder b en onder e, van de Wob. Het college heeft dit bij het besluit van 30 september 2021, onder aanvulling van de motivering, gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3498
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202406610/1/A3

202406839/1/R3

In De Lier wil de gemeente Westland 323 woningen mogelijk maken in Molensloot-Oost. De gemeenteraad stelde daarvoor het bestemmingsplan ‘Havenbuurt te De Lier’ vast, maar Vereniging Groepswonen Initiatief De Lier is het hier niet mee eens. De vereniging zet zich in voor het ontwikkelen van gebouwen die geschikt zijn voor gezamenlijke bewoning door ouderen in De Lier. Zij vindt dat het bestemmingsplan ook geclusterde woningen voor ouderen mogelijk had moeten maken. Ook voert de vereniging aan dat de gronden waarop de woningen komen ten onrechte aan BPD Ontwikkeling B.V. zijn verkocht, waarvoor de vereniging zich ook had gemeld om te kopen. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bezwaren van de vereniging ongegrond verklaard. Dat betekent dat de gemeente door kan gaan met het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3497
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406839/1/R3

202407989/1/A2

Bij besluit van 9 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Arnhem [appellant] met ingang van 23 oktober 2020 ambtshalve uitgeschreven uit de Basisregistratie personen (Brp) en ingeschreven in de Registratie Niet-Ingezetenen (RNI). [appellant] heeft op 15 juni 2020 aangifte van adreswijziging gedaan. Daarbij heeft hij met ingang van 9 juni 2020 het briefadres van de doorstroomvoorziening van IrisZorg aan de [locatie] in Arnhem opgegeven. Voorwaarde voor het gebruik van dat briefadres is dat [appellant] ingeschreven blijft als bezoeker van de doorstroomvoorziening. Vervolgens heeft het college na onderzoek vastgesteld dat [appellant] niet langer op de doorstroomvoorziening van IrisZorg verbleef. Het college heeft hem daarom op 9 december 2020 met ingang van 23 oktober 2020 ambtshalve uitgeschreven uit de Brp en ingeschreven in de RNI. Het bezwaar hiertegen heeft het college onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 22 juni 2021 vanwege het ontbreken van proces-belang niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3486
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202407989/1/A2

202500079/1/A3

Bij besluit van 11 april 2023 heeft de staatssecretaris voor Rechtsbescherming een verzoek van [appellante] om rectificatie van twee rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming over haar zoon gedeeltelijk toegewezen. [appellante] wenst het gezag over haar oudste zoon terug te krijgen en het contact met hem te herstellen. Zij voert daartoe verschillende procedures, onder andere bij de familierechter over het hervatten van de omgangsregeling met hem. Volgens [appellante] wordt steeds teruggegrepen op de in haar ogen grotendeels onjuiste informatie in de rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) van 3 mei 2018 en 15 oktober 2018 over haar oudste zoon. [appellante] heeft daarom op 26 januari 2023 de staatssecretaris verzocht om rectificatie, als bedoeld in artikel 16, eerste lid, van de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG), van deze rapporten. Bij besluit van 11 april 2023 heeft de staatssecretaris het rectificatieverzoek van [appellante] voor een deel gehonoreerd en de bedoelde rapporten aangepast, omdat verschillende onjuistheden zijn geconstateerd. Over de klachten over het handelen of nalaten van de RvdK zelf heeft de staatssecretaris aangegeven dat de AVG-procedure daar niet voor is bedoeld. Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris het besluit van 11 april 2023 herzien door nog enkele documenten bij te voegen. Bij besluit van 14 augustus 2023 heeft de staatssecretaris het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3763
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202500079/1/A3

202500234/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn naar aanleiding van een verzoek van [appellant] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. [appellant] heeft het college op 24 januari 2022 op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) verzocht om documenten openbaar te maken over - kort gezegd - de Multifunctionele Accommodatie aan de Spoorlaan in Zwammerdam in de periode vanaf 16 februari 2021. Het college heeft bij het besluit van 31 augustus 2022 documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Op dat moment was de Woo in werking getreden, wat betekent dat de Woo van toepassing is op het verzoek van [appellant]. Het college heeft toepassing gegeven aan de uitzonderingsgronden in artikel 5.1, eerste lid, onder c en artikel 5.1, tweede lid, onder b, e en f, van de Woo. Het college heeft bij het besluit van 20 oktober 2023 meer documenten openbaar gemaakt. De rechtbank heeft, voor zover van belang, geoordeeld dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd hoe de zoekslag is uitgevoerd. Het is volgens de rechtbank niet duidelijk in welke systemen en op basis van welke zoektermen het college heeft gezocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3494
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500234/1/A3

202500453/1/A3

Bij besluit van 20 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van informatie buiten behandeling gelaten. [appellant] heeft het college - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van documenten over de werking en organisatie van het Programma- en Projectteam Werven van de gemeente Utrecht. Voor de voorgeschiedenis en wat partijen verdeeld houdt, verwijst de Afdeling naar de uitspraak van de rechtbank, onder 2 tot en met 5. De rechtbank heeft geoordeeld dat de hoorplicht in de bezwaarfase niet is geschonden en dat [appellant] recht heeft op een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3289
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500453/1/A3

202500469/1/A3

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] laten weten dat het geen besluit hoeft te nemen op zijn verzoek om openbaarmaking van documenten omdat de gewenste documenten al openbaar zijn en niet bij de gemeente Utrecht berusten. [appellant] heeft - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van historische informatie over kelders in de binnenstad van Utrecht over de periode tot 1990 (UTR 23/85) en alle schetsen/tekeningen/plattegronden die in de jaren negentig zijn gemaakt van kelders aan de Oudegracht in Utrecht (UTR 23/88). Het college heeft de informatie gedeeltelijk openbaar gemaakt. De rechtbank heeft die besluiten in stand gelaten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de hoorplicht in de bezwaarfase niet is geschonden en dat [appellant] recht heeft op een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3279
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500469/1/A3

202500470/1/A3

Bij (deel)besluit van 10 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd om informatie betreffende onderdeel 1 en 2 van het openbaarmakingsverzoek van [appellant] openbaar te maken. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard omdat het te laat is ingediend. Het besluit op bezwaar is van 16 november 2022. Gelet op het feit dat binnen zes weken beroep ingesteld moet worden, had het beroep uiterlijk op 28 december 2022 bij de rechtbank binnen moeten zijn. De rechtbank heeft het pro forma beroepschrift van de gemachtigde van [appellant] echter op 29 december 2022 per e-mailbericht ontvangen. Het beroep is dus te laat ingediend, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3280
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500470/1/A3

202500473/1/A3

Bij (deel)besluiten van 12 juli 2021 en 14 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten. [appellant] heeft - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van documenten over de diepte van funderingen van Utrechtse werfkelders inclusief alle onderzoeksrapportages. Het college heeft één riooltekening uit de jaren ’80 aangetroffen en openbaar gemaakt. De zoekslag heeft verder geen documenten opgeleverd. De rechtbank heeft de besluitvorming van het college in stand gelaten. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3283
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500473/1/A3

202500482/1/A3

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten en heeft het college besloten om de gevraagde documenten gedeeltelijk openbaar te maken. [appellant] heeft het college - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van documenten die door Crux aan de gemeente zijn overgelegd in het kader van werkzaamheden aan het wervengebied in Utrecht, documenten over de nieuw te bouwen (damwand)constructie en documenten over [locatie] (hoogte-, deformatie- en trillingsdata) in grafieken. Voor de voorgeschiedenis en wat partijen verdeeld houdt, verwijst de Afdeling naar de uitspraak van de rechtbank, onder 1.1 tot en met 1.4. De rechtbank heeft geoordeeld dat de hoorplicht in de bezwaarfase niet is geschonden, dat het niet ongeloofwaardig is dat er niet meer documenten onder het college berusten en dat [appellant] recht heeft op een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3282
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500482/1/A3

202500507/1/A3

Bij besluit van 16 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten. [appellant] heeft - kort samengevat - verzocht om openbaarmaking van informatie over schades aan werfkelders in het centrum van Utrecht. De drie zaken gaan over rapportages van het bedrijf Crux en schademeldingen sinds 2010 (UTR 22/5930), inspectierapporten over gebreken en lekkages (UTR 23/49) en schetsen, tekeningen en plattegronden van werfkelders vanaf het jaar 2000 (UTR 23/89). Het college heeft de informatie gedeeltelijk openbaar gemaakt. De rechtbank heeft die besluiten in stand gelaten. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3267
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202500507/1/A3

202501930/1/A3

Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen auto’s aan de Jos van Aalderenlaan afgewezen. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Hoogeveen. Bij brief van 16 maart 2023 heeft [appellant] het college verzocht om handhavend op te treden tegen auto’s die geparkeerd staan op het verharde deel van de groenstrook voor de oprit aan de [locatie 2] in Hoogeveen. Daarnaast heeft hij het college verzocht om handhavend op te treden tegen het door zijn buren met hoge snelheid rijden over het trottoir en het fietspad voor de oprit. Bij besluit van 19 april 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] afgewezen. Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft het college het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. Volgens het college bestaat er in dit geval geen bestuursrechtelijke bevoegdheid om tegen de gestelde overtredingen op te treden. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3485
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501930/1/A3
vorige pagina1...91011...1.260volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon