Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.946
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.002218

Bij besluit van 23 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3618
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002218

BRS.26.002378

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat zij de Europese Unie binnen vier weken moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3616
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002378

BRS.26.002622 en BRS.26.002623

Bij besluit van 16 april 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3637
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002622 en BRS.26.002623

BRS.26.002674 en BRS.26.002675

Bij besluit van 9 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3705
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002674 en BRS.26.002675

BRS.26.002689

Bij besluit van 6 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3619
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002689

BRS.26.002722

Bij besluit van 28 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3635
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002722

BRS.26.002764

Bij besluit van 11 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3617
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002764

BRS.26.002776

Bij besluit van 7 februari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3612
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002776

BRS.26.002796

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3640
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002796

BRS.26.002799

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3641
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002799

BRS.26.002840

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3624
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002840

BRS.26.002881

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3621
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002881

BRS.26.002907 en BRS.26.002910

Bij besluiten van 20 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3633
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002907 en BRS.26.002910

BRS.26.003080

Bij besluit van 20 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3710
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003080

202402587/1/V3

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3699
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402587/1/V3

202406181/1/V3

Bij brief van 7 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid appellant in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3562
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406181/1/V3

202503581/1/V1

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3698
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202503581/1/V1

202503751/1/V3

Bij besluit van 17 oktober 2024 heeft de minister een verzoek om opheffing van het tegen appellant uitgevaardigde inreisverbod, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3697
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202503751/1/V3

202601383/2/A2

Bij besluit van 19 februari 2025 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag afgewezen. [wederpartij] heeft op 31 december 2024 een aanvraag om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag gedaan. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag afgewezen, omdat deze na afloop van de termijn van artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht) is ingediend. [wederpartij] heeft aangevoerd dat zij tijdens de aanmeldtermijn kampte met ernstige fysieke en psychische klachten en dat zij te maken had met verlies van dierbaren, waardoor zij niet tijdig een aanvraag kon doen. Volgens de Dienst Toeslagen zijn dit geen bijzondere omstandigheden die maken dat de te laat ingediende aanvraag toch inhoudelijk moet worden beoordeeld. De rechtbank heeft geoordeeld dat de Dienst Toeslagen de aanvraag met toepassing van de hardheidsclausule van artikel 9.1 van de Wht wel inhoudelijk had moeten beoordelen. De Dienst Toeslagen heeft de voorzieningenrechter verzocht om de uitspraak van de rechtbank te schorsen totdat op zijn hoger beroep is beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3582
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202601383/2/A2

BRS.24.000218

Bij besluiten van 17 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid betrokkenen in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3592
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000218

BRS.25.001300

Bij besluiten van 29 april 2025 heeft de minister aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3596
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001300

BRS.25.002528

Bij besluit van 30 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3593
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002528

BRS.26.000975

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3573
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000975

BRS.26.001268

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd appellant ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3585
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001268

BRS.26.001657

Bij besluit van 2 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om afgifte van een verblijfsdocument EU/EER als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3588
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Verwijzingsuitspraak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001657

BRS.26.001663

Bij besluit van 21 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3581
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001663

BRS.26.001688

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3605
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001688

BRS.26.001827

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3613
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001827

BRS.26.002069

Bij besluit van 11 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3608
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002069

BRS.26.002178

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3591
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002178

BRS.26.002320

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3607
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002320

BRS.26.002375

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig opnieuw nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3606
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002375

BRS.26.002508

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3604
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002508

BRS.26.002530

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3580
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002530

BRS.26.002712

Bij besluit van 23 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3611
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002712

BRS.26.002720

Op 26 augustus 2025 heeft het COA mondeling aan verzoeker meegedeeld dat het COA hem uit het COA-systeem heeft verwijderd en zijn opvang heeft beëindigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3610
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002720

BRS.26.002773 en BRS.26.002774

Bij besluit van 27 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3599
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002773 en BRS.26.002774

BRS.26.002829

Bij besluit van 28 oktober 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3601
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002829

BRS.26.002863

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3603
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002863

BRS.26.002894

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3602
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002894

BRS.26.001181

Bij besluit van 10 september 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3600
Datum uitspraak
25 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001181

202203100/1/A3

Bij besluit van 5 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn een verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] heeft op 28 januari 2019 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp. Het gaat om de wijziging van zijn voornamen en geslachtnaam van [naam 1] naar [naam 2], zijn geboortedatum van [geboortedatum] 1984 naar [geboortedatum] 1981 en zijn nationaliteit van onbekend naar Iraakse. Ook heeft [appellant] verzocht om opneming van gegevens van zijn vader en moeder. [appellant] heeft bij zijn verzoek verschillende documenten overgelegd, waaronder een Iraaks paspoort, een verblijfsvergunning, een geboorteakte en een DNA-rapport van Verilabs. Bij een eerder ingediend verzoek tot identiteitswijziging zijn enkele documenten al onderzocht door Bureau Documenten en op echtheid beoordeeld. Het college heeft het verzoek tot wijziging bij het besluit van 5 juni 2019 afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de huidige geregistreerde gegevens onjuist zijn en de nieuwe gegevens juist zijn. Ook ontbreken bij de aanvraag een aantal documenten, waaronder een origineel brondocument van voor de datum van registratie in het brp, een gezichtsvergelijkend onderzoek en de originele Irakese geboorteakte. Het college heeft de afwijzing bij het besluit van 15 oktober 2020 gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de overgelegde stukken niet aannemelijk maken dat de geregistreerde gegevens in de brp onjuist zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3663
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202203100/1/A3

202205116/1/A3

Bij besluit van 10 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch het verzoek van [persoon] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen afgewezen. Het college heeft het verzoek toegewezen voor zover het gaat om wijziging van de nationaliteit van "onbekend" in "Nigeriaanse". Voor het overige heeft het college het verzoek afgewezen, omdat [persoon] niet onomstotelijk heeft aangetoond dat hij niet is geboren op [geboortedatum] 1985, maar op [andere geboortedatum] 1978, en dat de volgorde van zijn namen niet juist zou zijn. De rechtbank heeft overwogen dat een paspoort een brondocument is, en dat wanneer het college stelt dat er voorafgaand aan de afgifte daarvan geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden, het op de weg van het college ligt om dit concreet te onderbouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3657
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202205116/1/A3

202205431/1/A3

Bij besluit van 16 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maashorst het verzoek van [appellant sub 2] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant sub 2] staat ingeschreven in de brp met de persoonsgegevens die zij heeft opgegeven toen zij in Nederland aankwam in 1999 en die zij heeft herhaald in haar verklaring onder ede in 2001. Volgens [appellant sub 2] zijn dat niet haar echte persoonsgegevens. Daarom heeft zij het college gevraagd om haar gegevens in de brp te veranderen. Zij heeft daarvoor een aantal documenten overgelegd. Het college vindt dat die documenten niet aantonen dat de gegevens van [appellant sub 2] in de brp onjuist zijn. De rechtbank heeft in haar oordeel het college gedeeltelijk gevolgd en heeft [appellant sub 2] voor het overige gelijk gegeven. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling of de documenten laten zien dat de gegevens van [appellant sub 2] in de brp moeten worden gewijzigd zoals zij dat wil.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3667
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202205431/1/A3

202300106/1/R1

Bij besluit van 25 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heiloo het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden tegen het bouwproject en het gebruik van een tweede uitweg op het perceel van [appellant sub 2] aan de [locatie 1] in Heiloo, afgewezen. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2] in Heiloo. Aan de [locatie 1] woont [appellant sub 2]. Het perceel van [appellant sub 2] bestaat uit twee kadastrale percelen, A8240 en A8241 die in een U-vorm om het perceel van [appellant sub 1] liggen. De woning van [appellant sub 2] bevindt zich, vanaf de Zanderslootweg gezien, rechts van de woning van [appellant sub 1] op perceel A8240. Dit perceel heeft een L-vorm en spreidt zich uit achter het perceel van [appellant sub 1], waar het aansluit op perceel A8241. Op dat laatste perceel is de tweede uitweg gerealiseerd die aan de linkerkant van de woning van [appellant sub 1] weer aansluit op de Zanderslootweg. Volgens het college is de zijuitbouw vergunningsvrij gebouwd en niet in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand. [appellant sub 1] is het niet eens met dit besluit

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3673
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300106/1/R1

202300133/1/A3

Bij besluit van 18 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe een verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen afgewezen. [appellante] staat in de brp ingeschreven als [naam appellante], geboren op [geboortedatum] 1978 in [plaats], China en met een onbekende nationaliteit. Deze gegevens zijn ontleend aan een door [appellante] afgelegde verklaring onder ede. [appellante] heeft het college op 18 juni 2021 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp haar persoonsgegevens te wijzigen in [andere naam], geboren op [geboortedatum] 1978 in [plaats], China en met de Chinese nationaliteit. Ook vraagt zij om aanvulling van de gegevens over haar ouders. Het college heeft het verzoek van [appellante] afgewezen, omdat volgens het college niet onomstotelijk vaststaat dat de huidige in de brp geregistreerde persoonsgegevens onjuist zijn. Ook staat in het besluit dat [appellante] niet heeft aangetoond dat de door haar overgelegde stukken op haar zien. Het college heeft het besluit in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3686
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202300133/1/A3

202300534/1/R1

Voor een energielaadpunt op een verzorgingsplaats langs een snelweg is een vergunning nodig. Zo’n vergunning kan slechts worden geweigerd ‘ter verzekering van het doelmatig en veilig gebruik van waterstaatswerken’, zo staat in de wet. Om dit te kunnen beoordelen is beleid vastgesteld en opgenomen in de ‘Kennisgeving Voorzieningenbeleid op verzorgingsplaatsen langs rijkswegen’ van 2004. Deze Kennisgeving is daarna diverse keren gewijzigd, in 2011, 2013, 2017 en 2021. Vóór 2017 was op grond van de Kennisgeving meer dan één basisvoorziening laden per verzorgingsplaats toegestaan. In maart 2017 is dat gewijzigd in die zin dat slechts één basisvoorziening van een elektrisch laadpunt per verzorgingsplaats is toegestaan. Maar er geldt wel overgangsrecht: lopende aanvragen worden beoordeeld naar de oude situatie. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak is in dit geval sprake van een ‘lopende aanvraag’. De minister van I&W verleende een vergunning aan Fastned voor een oplaadstation voor elektrische motorvoertuigen en een wachtzone op verzorgingsplaats Bisde langs de A2 bij Beesd. The Fast Charging Network heeft al een laadpunt op deze verzorgingsplaats. EG Retail is het niet eens met de vergunning voor Fastned, omdat dit een tweede basisvoorziening zou zijn. EG Retail komt dan ook in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak, nadat de rechtbank zijn bezwaren ongegrond verklaarde. Vergunningen voor energielaadpunten op verzorgingsplaatsen worden alleen verleend wanneer dat gelet op de doelmatigheid en veiligheid passend wordt geacht. Het opnemen van overgangsrecht betekent niet dat vergunningen voor een tweede basisvoorziening worden verleend zonder nadere toetsing op grond van dat overgangsrecht. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft de minister de aanvraag die Fastned vóór 2017 heeft gedaan, terecht aangemerkt als een ‘lopende aanvraag’. De basisvoorziening van Fastned valt dus onder het overgangsrecht. De minister heeft terecht op het standpunt gesteld dat een doelmatig en veilig gebruik van de verzorgingsplaats niet aan het verlenen van de vergunning aan Fastned in de weg staat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3446
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300534/1/R1

202301278/1/R1

Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heiloo aan [appellant A] een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van een uitweg voor de ontsluiting van het ongenummerde perceel aan de Zanderslootweg in Heiloo, ten zuidwesten van het perceel aan de [locatie]. Op 16 februari 2021 heeft [appellant] een aanvraag om omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitweg ingediend. Bij besluit van 9 april 2021 heeft het college geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Naar aanleiding van het door [appellant] gemaakte bezwaar, heeft het college de weigering ingetrokken en de omgevingsvergunning alsnog verleend bij besluit van 9 juni 2021. Tegen dit besluit hebben, voor zover van belang, [partij A] en de bewonersvereniging bezwaar gemaakt. Het college heeft deze bezwaren bij besluit van 9 november 2021 gegrond verklaard, het besluit van 9 juni 2021 herroepen en de gevraagde omgevingsvergunning alsnog geweigerd. [appellant] is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3670
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301278/1/R1

202303986/1/R1

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Fastned B.V. een vergunning verleend voor een oplaadstation met acht laadplekken voor elektrisch snelladen op de verzorgingsplaats De Forten langs de A12 in de gemeente Bunnik. MisterGreen Fast Charging Network B.V. beschikt over een Wbr-vergunning van 7 januari 2014 voor een basisvoorziening energielaadpunt op de verzorgingsplaats De Forten. EG Retail exploiteert op verzorgingsplaats De Forten een Esso benzinestation. MisterGreen Fast Charging Network B.V. beschikt over een Wbr-vergunning van 7 januari 2014 voor een basisvoorziening energielaadpunt op de verzorgingsplaats De Forten. EG Retail exploiteert op verzorgingsplaats De Forten een Esso benzinestation.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:447
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303986/1/R1

202305429/1/R3

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Legalisering Oude Strijdigheden (LOS)" vastgesteld. Op 1 januari 2004 is de gemeente Westland ontstaan door een gemeentelijke herindeling, waarbij verschillende gemeenten met glastuinbouw in het buitengebied zijn samengevoegd. Omdat alle voormalige gemeenten hun eigen bestemmingsplannen hadden, golden in de nieuwe gemeente op verschillende plekken verschillende regels, zodat bij handhaving gelijke situaties tot verschillende uitkomsten konden leiden. Op 4 december 2008 is daarom een ontwerpbestemmingsplan met uniforme planregels voor alle agrarische gronden en burgerwoningen ter inzage gelegd, zodat voor iedereen in de gemeente Westland dezelfde regels zouden gelden. Appellanten zijn het om verschillende redenen niet met dit plan eens. Zij zijn onder te verdelen in twee groepen. De eerste groep appellanten is het niet eens met het plan, omdat de situatie op hun perceel niet (of niet geheel) gelegaliseerd wordt. De tweede groep appellanten is het niet eens met het plan, omdat in de buurt van de percelen van hun bedrijven of de bedrijven die zij vertegenwoordigen, gebruik wordt gelegaliseerd waarvan zij vrezen dat dit negatieve gevolgen kan hebben voor hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3659
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305429/1/R3

202306452/1/R2

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught aan Boschvast B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing van twee zorgwoningen tot vier woningen aan de Kleine Weidehoeve 15 en 17 in Vught. Boschvast B.V. is eigenaar van de twee voormalige zorgwoningen. Zij wil de twee woningen verbouwen tot vier woningen met de adressen Kleine Weidehoeve 15, 15A, 17 en 17A. [appellant] woont aan de [locatie] en is het niet eens met de splitsing van de woningen. Hij vreest dat het plan zal leiden tot een verslechtering van zijn woon- en leefklimaat, in het bijzonder wat betreft de verkeersveiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3674
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306452/1/R2

202307486/1/R2

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau een omgevingsvergunning aan [appellant] verleend voor het plaatsen van een hekwerk van circa 1,5 m hoog aan [locatie] in Baarle-Nassau. [appellant] is eigenaar van de woning aan [locatie] in Baarle-Nassau en van de gronden achter zijn woning. [appellant] heeft de gronden achter zijn woning afgesloten met een hekwerk. De hoogte van het hekwerk heeft [appellant] aangepast naar aanleiding van de last onder dwangsom die het college heeft opgelegd. Dat hekwerk is op dit moment 1 m hoog. Heemkundekring Amalia van Solms en Stichting Wandelnet zijn het er niet mee eens dat [appellant] het pad dat over zijn percelen loopt heeft afgesloten, omdat het pad daardoor niet langer meer toegankelijk is voor wandelaars. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of het afgesloten pad een openbare weg is en om die reden niet afgesloten had mogen worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3671
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307486/1/R2

202400038/1/R1

Bij besluit van 29 maart 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan The Fast Charging Network B.V. een vergunning verleend om twee elektrische laadplekken op de verzorgingsplaats Bisde langs de A2 in de gemeente West Betuwe (nabij Beesd) te verplaatsen. Op de verzorgingsplaats Bisde exploiteert EG Retail een Esso-tankstation. De minister heeft op 7 januari 2014 voor de verzorgingsplaats Bisde aan The Fast Charging Network (voorheen Mister Green) een vergunning op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) verleend voor een energielaadpunt voor elektrische motorvoertuigen. Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft de minister aan Fastned B.V. een Wbr-vergunning verleend voor een oplaadstation met acht opstelplaatsen en een wachtzone op de verzorgingsplaats Bisde. Het oplaadstation van Fastned is aangevraagd op de plek waar The Fast Charging Network B.V. een laadpunt voor elektrische motorvoertuigen heeft. Na de aan Fastned verleende vergunning van 19 oktober 2021 heeft The Fast Charging Network op 25 juli 2022 een aanvraag bij de minister ingediend om de aan haar op 7 januari 2014 verleende vergunning in die zin te wijzigen dat zij haar twee elektrische laadplekken op de verzorgingsplaats mag verplaatsen. De twee laadplekken van The Fast Charging Network komen na het oplaadstation van Fastned te liggen. Bij besluit van 29 maart 2023 heeft de minister aan The Fast Charging Network de gevraagde vergunning verleend. Deze vergunning is in deze zaak in het geding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3445
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400038/1/R1

202400123/1/A3

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de burgemeester van Waadhoeke aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Tzummarum. Naar aanleiding van een anonieme melding en een netmeting door Liander heeft de politie de woning op 24 maart 2021 doorzocht. Bij het onderzoek zijn in de aanbouw van de woning 2.200 gram henneptoppen en een koolstoffilter, met daaraan gekoppeld een luchtslang, aangetroffen. De politie heeft een bestuurlijke rapportage opgemaakt. De burgemeester heeft bij het besluit van 15 juli 2021 op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd van € 25.000,00 met een duur van drie jaar. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om een last onder dwangsom op te leggen voor de overtreding van artikel 3 van de Opiumwet. Volgens de rechtbank is de last wel te verstrekkend omdat ongeclausuleerd is gelast ook de artikelen 2, 10a en 11a van de Opiumwet niet te overtreden. Er is in de woning alleen een overschrijding van de toegestane hoeveelheid hennep gevonden en er zijn voorwerpen aangetroffen die nodig zijn om hennep te laten groeien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3677
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202400123/1/A3

202401073/1/R2

Het 'leasen van stikstofruimte' met een natuurvergunning is mogelijk voor projecten die tijdelijk stikstof uitstoten. Maar omdat dit een vorm van extern salderen is, moet worden voldaan aan de voorwaarden die daarvoor gelden. De vraag blijft wel of de saldogever, na afloop van de leaseperiode, een nieuwe natuurvergunning nodig heeft voor het hele project. De uitspraak gaat over de natuurvergunning die het college van gedeputeerde staten van Gelderland heeft verleend voor het uitbreiden van een geitenhouderij in Hurwenen. Het bedrijf heeft een natuurvergunning, maar wil de bestaande stallen verlengen. Ook schakelt de geitenhouderij over van natuurlijke ventilatie naar mechanische ventilatie. Hoewel het aantal geiten niet toeneemt, leidt de mechanische ventilatie wel tot een toename van stikstofuitstoot. Dat is een tijdelijke toename, omdat het bedrijf de stallen op termijn wil voorzien van luchtwassers, waardoor stikstofuitstoot later weer zal dalen. Het bedrijf heeft aangegeven dat de tijdelijke toename van de stikstofneerslag wordt gemitigeerd door ‘stikstofruimte te leasen’ van een geitenhouderij in Rossum. De rechtbank Gelderland vernietigde de natuurvergunning. De geitenhouderij kwam tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Net als de rechtbank oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak in de uitspraak van vandaag dat niet aan de voorwaarden voor extern salderen wordt voldaan. Zo is het leasen van de benodigde stikstofruimte in een civiele overeenkomst vastgelegd en ontbreekt een bestuursrechtelijke borging dat de stikstofruimte niet dubbel wordt ingezet. Ook ontbreekt een beoordeling in het kader van het zogeheten additionaliteitsvereiste. Het college van gedeputeerde staten moet nu opnieuw beslissen op de aanvraag van de geitenhouderij. Voor de rechtspraktijk gaat de Afdeling bestuursrechtspraak in hoe aan de voorwaarden voor extern salderen kan worden voldaan bij het leasen van stikstofruimte met een natuurvergunning van een saldogever. Dat staat in de overwegingen 9.4 tot en met 9.6 van de uitspraak. In overweging 9.7 wordt overwogen dat daarbij de vraag kan opkomen of de saldogever, na afloop van de leaseperiode, een nieuwe natuurvergunning nodig heeft voor het hele project. De Afdeling bestuursrechtspraak kan die vraag in deze zaak niet beantwoorden, omdat dat om een beoordeling vraagt van de natuurvergunning van de saldogever die in deze zaak niet voorlag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3685
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202401073/1/R2

202401297/4/R3

Bij tussenuitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3990 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Den Haag opgedragen binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van de raad van 14 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" te herstellen. Bij besluit van 29 januari 2026 heeft de raad het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 18.9 geoordeeld dat de raad onvoldoende in kaart heeft gebracht wat de gevolgen zijn van de voorziene ontwikkeling voor de parkeerdruk in de directe omgeving van het plangebied, met name de wijk Voorburg Noord. Dat de wijk Voorburg Noord in de gemeente Leidschendam-Voorburg ligt, ontslaat de raad niet van zijn verplichting eventuele negatieve gevolgen voor die wijk in kaart te brengen en, desgewenst in samenspraak met de gemeente Leidschendam-Voorburg, zorg te dragen voor een aanvaardbare uitkomst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3672
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401297/4/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202401297/4/R3

202401993/1/R2

Bij besluit van 7 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het verzoek van MOB en Leefmilieu om de natuurvergunning van 7 mei 2019 van de [appellante sub 1] voor het in werking hebben en exploiteren van een geitenhouderij aan de [locatie] in Borger in te trekken, afgewezen. Aan [appellante sub 1] is op 7 mei 2019 een natuurvergunning verleend voor het uitbreiden van de veestapel van 620 volwassen en 250 opfokgeiten met een ammoniakemissie van 1378 kg/jaar naar 1235 volwassen geiten met een ammoniakemissie van 2346,50 kg/jr. MOB en Leefmilieu hebben verzocht om intrekking van deze natuurvergunning op grond van artikel 5.4, eerste lid, onder c, en het tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens MOB en Leefmilieu ligt aan de vergunning geen toereikende passende beoordeling ten grondslag. Ook worden volgens MOB en Leefmilieu onvoldoende passende maatregelen genomen om verslechtering of verstoring te voorkomen van de natuurwaarden in onder meer het Natura 2000-gebied Drouwenerzand. Het college heeft bij het besluit van 2 juni 2022 de afwijzing van het verzoek om intrekking van de natuurvergunning gehandhaafd. Volgens het college is de intrekking van de natuurvergunning niet nodig en ook onevenredig, omdat de verwachting is dat op termijn de instandhoudingsdoelen in de betrokken Natura 2000-gebieden zullen worden gehaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3651
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202401993/1/R2

202402902/1/R2

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda [wederpartij] opgedragen om de bewoning van het pand aan de [locatie] in Breda in strijd met het geldende bestemmingsplan te beëindigen en beëindigd te houden en de badkamer te verwijderen en verwijderd te houden. [wederpartij] is sinds 2013 eigenaar van het pand en staat sinds 2015 ingeschreven als bewoner van het pand. Hij gebruikt het pand voor zijn bedrijfsactiviteiten en woont daar. Het college heeft [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, omdat het bestemmingsplan wonen op de begane grond niet toestaat. [wederpartij] is het daar niet mee eens. Volgens hem woont hij niet op de begane grond, maar op de entresol wat volgens hem een verdieping is. In hoger beroep gaat het alleen over de vraag of het oordeel van de rechtbank over de uitleg van de planregels juist is en meer in het bijzonder de uitleg van het begrip "verdieping".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3675
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402902/1/R2

202403022/1/R3

Bij besluit van 12 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee aan VAVO B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van twee woningen en de aanleg van een uitweg ten behoeve van vier parkeerplaatsen aan [locatie 1] en [locatie 2] in Stellendam. Het college heeft de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo verleend. Met het besluit van 14 oktober 2021 heeft het college het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen op enkele punten aangepast. Zo heeft het, na een wijziging van de aanvraag, een tweede uitweg aan de omgevingsvergunning toegevoegd. Ook heeft het college een tweede nader welstandsadvies aan het besluit ten grondslag gelegd. De woningen worden gerealiseerd op percelen die tot december 2020 samen met de aangrenzende percelen één aangesloten kadastraal perceel vormde. Op de plek waar de woningen worden gerealiseerd stond eerst een bijgebouw van de woning aan [locatie 3]. [appellant A] en [appellant B] wonen op [locatie 4] in Stellendam, in de directe omgeving van de percelen waarop de woningen en de uitwegen worden gerealiseerd. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat en een negatieve invloed van de uitwegen op de verkeersveiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3658
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403022/1/R3

202403405/1/R1

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Heemskerk geweigerd het ontwerpwijzigingsplan voor het perceel [adres 1] in Heemskerk vast te stellen. 2. [appellant] woont op het perceel [adres 1] in Heemskerk. Dit perceel is kadastraal bekend als [perceelnummer 1] Heemskerk en heeft een oppervlakte van ongeveer 970 m². [appellant] heeft op 26 september 2023 het college verzocht toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid zoals neergelegd in artikel 3.6.2 van het geldende bestemmingsplan "Partiële herziening Heemskerk Buitengebied - 2017" (het bestemmingsplan) door te voorzien in een wijziging van de huidige bestemming "Agrarisch - Tuindersgebied" naar de bestemming "Tuinderswoningen". Daartoe heeft het college een ontwerpwijzigingsplan ter inzage gelegd. Vervolgens heeft het college op 14 mei 2024 geweigerd om het wijzigingsplan vast te stellen. Volgens het college voldoet het ontwerpwijzigingsplan niet aan de wijzigingsvoorwaarden als bedoeld in artikel 3.6.2, onder b en f, van de regels van het bestemmingsplan. Daartoe stelt het college dat de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse niet volledig zijn beëindigd. Verder stelt het college zich in het bestreden besluit op het standpunt dat [appellant] niet voornemens is om de aanwezige bebouwing te slopen, waardoor niet het gehele agrarische bouwvlak kan worden verwijderd en er een te groot oppervlak aan bijgebouwen op het perceel achterblijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3681
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403405/1/R1

202404214/1/A2

De Afdeling heeft bij uitspraak van 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:954, het hoger beroep van SSWT gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 11 mei 2021 vernietigd, de bij de rechtbank ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten van de minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 4 juni 2019 vernietigd en de minister opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen nieuwe besluiten te nemen en deze op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De minister is in de nieuwe besluiten voor alle drie de projecten teruggekomen van zijn standpunt dat door SSWT meermaals dezelfde praktijkopleiding is gedeclareerd. De minister handhaaft in die besluiten wel zijn standpunt dat niet op basis van facturen maar op basis van de werkelijke interne kosten gedeclareerd had moeten worden en dat SSWT in haar administratie onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt van welke organisatie de gedeclareerde facturen afkomstig zijn, door wie deze facturen zijn betaald en wat de onderlinge verhouding tussen die organisaties is. SSWT heeft daarom niet voldaan aan het vereiste van artikel 16, eerste lid, van de Subsidieregeling ESF 2007-2013 (Subsidieregeling), aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3653
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202404214/1/A2

202405077/1/R4

Bij besluit van 12 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug aan Wildeland B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een stallencomplex op het perceel Buurtweg 12 in Doorn (het perceel) voor een paardenhouderij en voor het kappen van 26 eiken. Op het perceel was voorheen een melkrundveehouderij en paardenhouderij gevestigd, waarvoor het college op 8 juni 2016 aan Wildeland een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft verleend. In 2017 is de melkrundveehouderij beëindigd. Wildeland heeft bij het college een aanvraag ingediend om de paardenhouderij uit te breiden. Voor de omschakeling zal gebruik worden gemaakt van een bestaande stal en daarnaast zal een nieuw stallencomplex worden opgericht. De nieuwe bebouwing bestaat onder meer uit twee stallen, vier paddocks, een rijbak, en op de verdieping acht toiletten, een kantine, een zadelkamer en opslagruimte. [appellante] woont op het perceel [locatie] in Leersum. Haar perceel grenst aan de achterzijde aan het weiland achter het nieuwe stallencomplex. Voor de bouw van het stallencomplex moeten 26 eiken worden gekapt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3683
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405077/1/R4

202405113/1/A3

Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo) ingewilligd. Bij brief van 5 oktober 2022 heeft [appellant] de minister op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van documenten over geuite bezwaren van derde-belanghebbenden tegen de openbaarmaking van documenten bij deelbesluiten over een eerder Woo-verzoek van [appellant]. Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de minister een lijst van deelbesluiten en de daartegen gemaakte bezwaren van derde-belanghebbenden openbaar gemaakt. De minister heeft het daartegen gemaakte bezwaar van [appellant] bij besluit van 22 juni 2023 ongegrond verklaard. De minister heeft daarbij een deel van het bezwaar van [appellant] opgevat als een aanvullend Woo-verzoek, en bij een afzonderlijk besluit op dezelfde dag documenten openbaar gemaakt. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard, omdat naar het oordeel van de rechtbank de minister alle ten tijde van het verzoek aanwezige documenten heeft verstrekt, en het bezwaar terecht heeft opgevat als een nader Woo-verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3664
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405113/1/A3

202405374/1/R4

Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor een bijbehorend bouwwerk op het perceel [locatie] in Wilnis (het perceel). [appellante] heeft op 13 september 2023 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een bouwwerk bij een paardenkraamhotel op het perceel. De omgevingsvergunning wordt alleen aangevraagd voor het handelen in strijd met de regels van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Uit de bijlage bij de aanvraag volgt dat het bouwwerk zal worden gebruikt voor het verblijf van een medewerker gedurende de periode tussen maart en augustus, wanneer in het kraamhotel hoogdrachtige merries aanwezig zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3655
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405374/1/R4

202405693/1/A2

Bij besluit van 14 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe een aanvraag van de Stichting voor een huisvestingsvoorziening voor herstel van een constructiefout, afgewezen. De Stichting is het bevoegd gezag van het Van Lodenstein College in Kesteren. Zij heeft op 13 januari 2021 een aanvraag ingediend voor een huisvestingsvoorziening vanwege een gestelde constructiefout. Door een ontwerpfout is de klimaatinstallatie sinds de bouw van het VLC niet toereikend. De Stichting heeft de klimaatinstallatie op eigen kosten uitgebreid. Daarmee was een investering van € 2,4 miljoen gemoeid, waarvan € 800.000,00 is gesubsidieerd door het Rijk. Ter onderbouwing van de aanvraag heeft de Stichting onder andere een rapport bijgevoegd van DWA/ingenieurs en adviseurs. Uit dit rapport volgt dat de klimaatinstallatie bij oplevering van het gebouw al niet voldeed aan het Bouwbesluit 2003.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3666
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202405693/1/A2

202406038/1/A3

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen de ‘Waardevolle bomenkaart Drimmelen 2022’ vastgesteld. De raad van de gemeente Drimmelen werkt sinds 2017 met een openbare waardevolle bomenkaart. Op grond van artikel 4:11, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Drimmelen 2021 (Apv) geldt voor op de waardevolle bomenkaart geplaatste bomen een kapverbod, waarvan alleen bij uitzondering kan worden afgeweken. Op de bomenkaart kunnen zowel bomen worden geplaatst die in gemeentelijke eigendom zijn, als die in particuliere eigendom zijn. De waarde van de bomen wordt bepaald met een boomwaarderingssysteem op basis waarvan bomen een bepaald aantal punten kunnen scoren. Hiervoor zijn verschillende beoordelingscriteria vastgesteld met elk een eigen wegingsfactor. Bomen met een puntscore van 35 of meer worden op de waardevolle bomenkaart geplaatst. Drie bomen op het perceel van [appellanten] staan op deze kaart. In de aanvullende motivering van 27 maart 2024 heeft het college per boom een toelichting op het rekenblad gegeven en de drie bomen opnieuw op de kaart geplaatst. [appellanten] zijn het niet eens met dit besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3669
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202406038/1/A3

202406489/1/R3

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Uitbreidingsplan Eastermar" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van 25 woningen, waarvan drie vrijstaande woningen, 10 twee-onder-een-kapwoningen, en 12 rijwoningen, en de aanleg van een voedselbos. Het plangebied ligt aan de noordzijde van het dorp Eastermar, aan de Boskkamp. Onder het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 2013" hadden de gronden de bestemming "Agrarisch - Cultuurgrond" met de dubbelbestemming "Waarde - Landschap (Woudenlandschap)". [appellant] woont aan [locatie] in Eastermar, ten noorden van het plangebied. Volgens [appellant] is de behoefte aan de woningen onvoldoende onderbouwd en daarnaast vreest hij voor wateroverlast op zijn perceel als gevolg van het plan. [appellant] betoogt dat het plan in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgesteld. Hij voert aan dat de raad de kwantitatieve behoefte aan 25 woningen en de kwalitatieve behoefte aan 12 rijwoningen onvoldoende onderbouwd heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3662
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202406489/1/R3

202406633/1/A3

Bij besluit van 13 juli 2022 heeft de burgemeester van Veendam de woning aan de [locatie] in Veendam voor drie maanden gesloten. [appellant A] woonde samen met haar zoon [appellant B] in de woning aan de [locatie] in Veendam. Deze huurde zij van woningcorporatie Acantus. Op 19 januari 2021 heeft de politie in de woning netto 996,78 gram cocaïne en € 11.000,00 aan contant geld aangetroffen. De cocaïne en het geld zouden door de broer van [appellant A] op de zolder van de woning zijn verstopt. De burgemeester heeft toen besloten niet over te gaan tot de tijdelijke sluiting van de woning, onder de voorwaarde dat er drie jaar geen sprake is van herhaling van overtreding van artikel 13b van de Opiumwet. Hij heeft wel een officiële waarschuwing gegeven, inhoudende dat bij een volgende constatering van overtredingen die verband houden met teelt, gebruik, verstrekking en/of handel in soft- en/of harddrugs op een adres in de gemeente Veendam, hij van zijn bevoegdheid gebruik zal maken handhavend op te treden. Daarnaast is de verhuurder van de woning, woningcorporatie Acantus, met [appellant A] een gedragsaanwijzing overeengekomen, onder meer inhoudende dat haar broer haar woning niet mag betreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3679
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202406633/1/A3

202408039/2/R1

Bij tussenuitspraak van 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6167, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 24 oktober 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" te herstellen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad een nadere motivering voor het bestreden besluit gegeven. Het plan biedt een planologische regeling voor het oprichten van een appartementencomplex met 53 sociale huurwoningen en een maatschappelijke voorziening in de plint aan het Koggenland en een appartementencomplex met 11 middeldure huurwoningen aan de Luitje Broekemastraat 35-55. Op het terrein van het plangebied Koggenland ligt ook een parkeerplaats, die voorziet in de parkeerbehoefte van een sportschool die direct naast dit plangebied staat. Bij besluit van 19 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een appartementencomplex en een maatschappelijke voorziening aan het Koggeland 88A - 88P, 90A - 90V en 92A - 92V en voor een appartementencomplex en het aanleggen van een inrit aan de Luitje Broekmastraat 35 - 55.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3665
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202408039/2/R1

202500249/1/R2

Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [appellant sub 2] op grond van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming (Wnb) een ontheffing verleend voor het opzettelijk verstoren en beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor de gewone dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis, voor de realisering van een bouwplan op de locatie [locatie A] in Rijsbergen. [appellant sub 2] wil een woning met bijgebouw, een dierenverblijf en dierenwei realiseren aan [locatie A] in Rijsbergen. Voor dat plan moet een paardenstal worden gesloopt en moeten naaldbomen worden gekapt. Door de uitvoering van het plan zullen een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en een kraamverblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis worden vernield en worden vleermuizen verstoord. Voor deze overtredingen van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb heeft [appellant sub 2] een ontheffing gevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3682
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202500249/1/R2

202500785/1/R3

Bij besluit van 14 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan de Haagsche Investeringsmaatschap een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen en vergroten van de woning aan [locatie 1] in Den Haag naar drie woningen. De Haagsche Investeringsmaatschap heeft op 16 december 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen en vergroten van de woning aan [locatie 1] in drie woningen, door het maken van een extra bouwlaag (kapverdieping), het wijzigen van de indeling en het plaatsen en veranderen van kozijnen. Volgens het college is het bouwplan in overeenstemming met het bestemmingsplan "Stationsbuurt", het bestemmingsplan "Parapluherziening (fiets)parkeren", de Bouwverordening, het Bouwbesluit 2012 en de Welstandsnota. Bij besluit van 14 maart 2022 heeft het college de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo verleend. In hoger beroep ligt uitsluitend de vraag voor of het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan "Parapluherziening (fiets)parkeren".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3656
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202500785/1/R3

202502160/2/A3

[appellante] wil alle gegevens die de korpschef van politie over haar heeft kunnen inzien. De korpschef heeft haar een deel laten zien, maar de gegevens die inzicht geven over welke informatie de politie beschikt en gegevens over derden heeft de korpschef geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3644
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502160/2/A3

202502685/1/A2

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam een aanvraag van De Zeebries om een exploitatievergunning en een alcoholwetvergunning (tezamen: de exploitatievergunning) voor een horeca-inrichting op het strandperceel Zeekant 111 in Hoek van Holland, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3661
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202502685/1/A2

202503346/1/A2

Bij aparte besluiten van 14 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen een aanvraag van [appellante] om compensatie over de jaren 2011 tot en met 2014 afgewezen. Aan de besluiten van 14 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen ten grondslag gelegd dat uit de herbeoordeling is gebleken dat bij de beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2011 tot en met 2014 geen fouten zijn gemaakt. Volgens de Dienst Toeslagen is bij de besluitvorming over de kinderopvangtoeslag over die jaren in dit geval geen sprake geweest van institutionele vooringenomenheid en ook niet van hardheid bij de toepassing van het toenmalige wettelijke systeem. In het besluit van 9 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen daaraan toegevoegd dat de omstandigheid dat het toetsingsinkomen van [appellante] na haar telefoongesprek van 28 juli 2011 met de Dienst Toeslagen per abuis is vastgesteld op € 2.357,00 geen blijk geeft van institutioneel vooringenomen handelen en/of hardheid in de toepassing van het stelsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3654
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202503346/1/A2

202503409/1/R4

Eerste uitspraak over BOPA en strijd met instructieregel. De zaak gaat over over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen om een omgevingsvergunning te verlenen voor het vergroten van een paardenkraamhotel in Wilnis. Het bouwplan is in strijd is met instructieregels uit de Omgevingsverordening van de provincie Utrecht. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het college de vergunningaanvraag voor deze buitenplanse omgevingsactiviteit terecht heeft geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3406
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503409/1/R4

202503768/1/A3

Bij besluit van 12 maart 2024 heeft de burgemeester van Raalte een machtiging afgegeven voor het binnentreden van het pand van [appellanten] aan de [locatie] in Raalte (de machtiging). Bij besluit van 29 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte [appellanten] meegedeeld dat op 12 maart 2024 spoedeisende bestuursdwang is toegepast zonder eerst een last op te leggen (het bestuursdwangbesluit). [appellanten] is eigenaar van de bedrijfshal aan de [locatie] in Raalte (het pand), waarin schoonmaakbedrijf [appellanten] is gevestigd. De gemeente Raalte heeft drie meldingen ontvangen, waaruit volgt dat in het pand illegaal arbeidsmigranten worden gehuisvest en dat zich daar ook brandgevaarlijke situaties voordoen. De toezichthouder van de gemeente heeft zijn bevindingen op 28 maart 2024 vastgelegd in een controlerapport. In het controlerapport staat dat er ruimtes in het pand zijn ingericht om in te slapen en dat daarvan gebruik wordt gemaakt. Volgens de toezichthouder is dat in strijd met het geldende omgevingsplan. Ook staat in het controlerapport dat er een direct gevaar was voor de gezondheid en veiligheid van degenen die gebruik maakten van de slaapruimtes in het pand. Er is namelijk geen ventilatie met de buitenlucht, er zijn geen rookmelders en veel elektrische verwarmingen zijn werkend aangetroffen waarvan een aantal erg brandgevaarlijk stonden opgesteld, terwijl er een schoonmaakbedrijf is gevestigd. De toezichthouder heeft op 12 maart 2024 vijf kamers in het pand afgesloten en verzegeld. Met het besluit van 29 maart 2024 heeft het college dit onmiddellijk toepassen van bestuursdwang aan [appellanten] meegedeeld. Met het besluit van 3 juli 2024 hebben de burgemeester en het college het hiertegen gemaakte bezwaar van [appellanten] niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellanten] volgens hen geen procesbelang heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3680
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503768/1/A3

202504161/1/R3

Eerste uitspraak over de BOPA. De zaak gaat over de weigering van het college van burgemeester en wethouders van Dordrecht om een omgevingsvergunning te verlenen voor een B&B. Het bouwplan is in strijd met het omgevingsplan van de gemeente. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt dat het college de vergunning voor deze buitenplanse omgevingsactiviteit terecht heeft geweigerd. In overweging 7 van de uitspraak staat dat het college over de bevoegdheid beschikt (...) "om op grondslag van een aanvraag een omgevingsvergunning te verlenen voor een activiteit die in strijd is met het omgevingsplan en die niet met toepassing van de beoordelingsregels van het omgevingsplan kan worden verleend. Het college kan de omgevingsvergunning, gelet op artikel 8.0a, tweede lid, van het Bkl, alleen verlenen met het oog op een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Bij de beoordeling van de aanvraag weegt het college de betrokken belangen af. De Afdeling oordeelt niet zelf of met het besluit over de omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of dat besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan, binnen het kader van de evenwichtige toedeling van functies aan locaties, aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met het besluit te dienen doelen."

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3652
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202504161/1/R3

202504211/1/A2

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellante] om private schulden over te nemen afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Het geschil beperkt zich tot haar verzoek aan de minister om overname van een schuld van 51.000,00 Antilliaanse gulden (ANG) aan [guesthouse] (de schuld). De schuld bestaat uit achterstallige huur over de periode van januari 2017 tot en met juli 2019 van in totaal 42.729,47 ANG en een contractuele boete van in totaal 8.270,53 ANG. De minister heeft geweigerd de schuld over te nemen, onder meer omdat op basis van de door [appellante] ingediende stukken niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een rechtsgeldige schuld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3660
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504211/1/A2

202504365/1/A2

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming aan [appellante] een boete van in totaal € 10.500,00 opgelegd wegens drie overtredingen van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheidhet door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 19 december 2023 herroepen en aan [appellante] een boete opgelegd van € 2.000,00 vanwege het viermaal overtreden van artikel 9, eerste lid, van de Wpbr. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister terecht aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 2.000,00 heeft opgelegd, omdat vier beveiligers op de kermis in Laren tijdens het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden geen goedgekeurd uniform hebben gedragen. Op 7 juli 2023 heeft het Team Korpscheftaken Midden-Nederland een controle uitgevoerd op de kermis en daar geconstateerd dat de vier beveiligers van [beveiligingsorganisatie] die beveiligingswerkzaamheden uitvoerden, geen goedgekeurd uniform droegen. De aanwezige beveiligers droegen een zwarte broek en een zwart T-shirt met aan de voorkant een V-teken en op de achterkant stond "Security". De naam van de beveiligingsorganisatie ontbrak op het uniform.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3678
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202504365/1/A2

202504432/1/A2

Bij besluit van 3 december 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] voor mijnbouwschade aan zijn woning een vergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. [appellant] is sinds 2009 eigenaar van de vrijstaande woning aan de [locatie] in Winschoten. Op 14 mei 2020 heeft [appellant] een vergoeding voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning aangevraagd. Na het in opdracht van het Instituut uitgebrachte (herziene) advies van 3 november 2021, opgesteld door deskundige K. Borger van NIVRE Calamiteiten & Projecten (NIVRE), heeft het Instituut bij besluit van 3 december 2021 een schadevergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. Het Instituut heeft op 4 januari 2023 het bezwaar onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 28 september 2022 ongegrond verklaard. [appellant] betoogt onder verwijzing naar het tegenadvies van Vergnes Expertise BV van 11 februari 2025 dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het Instituut het bewijsvermoeden voor de schades 18 tot en met 30 en 32 tot en met 36 heeft weerlegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3684
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504432/1/A2

202504743/1/R4

Bij besluit van 9 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem zijn beslissing om op 22 januari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Kaag en Braassem aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee huisvuilzakken met PMD-afval die op woensdag 22 januari 2025, een dag na de inzameldag, zijn aangetroffen bij een lantaarnpaal ter hoogte van de [locatie 1] in Roelofarendsveen. Een van de huisvuilzakken hing aan de kroonring van de lantaarnpaal. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzakken verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin twee plastic verpakkingen met daarop een adreslabel met haar naam en adres zijn aangetroffen. [appellante] betoogt dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid. Zij voert aan dat in het besluit van 27 mei 2025 staat dat de huisvuilzakken zijn aangetroffen bij de [locatie 2] in Nieuw Wetering op 23 januari 2025, terwijl uit het rapport van de toezichthouder blijkt dat het afval is aangetroffen op de [locatie 1] in Roelofarendsveen op 22 januari 2025. Hierdoor is het volgens [appellante] onduidelijk over welk feitelijk voorval door het college wordt geoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3676
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504743/1/R4

202504779/1/A2

De Nederlandsche Bank (DNB) mocht een verzoek afwijzen om beschadigde eurobankbiljetten te vergoeden. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak had DNB voldoende redenen om te vermoeden dat de bankbiljetten moedwillig zijn beschadigd. De man heeft er bewust voor gekozen om deze bankbiljetten aan te schaffen, terwijl hij wist dat deze zwaar beschadigd waren, en dat hij deze biljetten heeft gekocht voor 70% van de nominale waarde, omdat hij dacht daar geld mee te kunnen verdienen. Hierin heeft DNB volgens de Afdeling bestuursrechtspraak terecht aanleiding gezien om aan te nemen dat de man niet te goeder trouw is. DNB heeft daarom de waarde van de beschadigde bankbiljetten niet hoeven te vergoeden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3650
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504779/1/A2

202600660/1/R4

Bij besluit van 5 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 1 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 1 oktober 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn adresgegevens. [appellant] kan zich niet verenigen met het besluit op bezwaar van 12 februari 2026. Hij betoogt dat de doos geen afval was, maar zijn privé-eigendom. Volgens hem is de doos door hem niet onbeheerd achtergelaten, omdat hij op ongeveer 10 meter afstand in de voortuin bij zijn woning op zijn buurman stond te wachten, die zou helpen de doos naar de kringloopwinkel te brengen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3649
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600660/1/R4

202600806/1/R4

Bij besluit van 6 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met Artikel 9 lid 1 van de Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 2 september 2025 is aangetroffen naast de papiercontainer ter hoogte van [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn naam- en adresgegevens. [appellant] betoogt dat hij de kartonnen doos niet naast de papiercontainer heeft geplaatst. Volgens [appellant] was de container ten tijde van het aanbieden vrijwel vol. Hij stelt de doos in de container te hebben gedeponeerd, waarbij door de beperkte ruimte een deel van de doos uit de opening van de papiercontainer stak. [appellant] geeft aan dat het zijn bedoeling was de doos op correcte wijze aan te bieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3648
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202600806/1/R4

202600946/1/A2

Bij beslissing van 29 augustus 2025 heeft de examencommissie, namens het instellingsbestuur, een negatief bindend studieadvies (NBSA) aan [appellante] gegeven. Bij beslissing van 13 februari 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Eindhoven (het CBE) het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2022/23 gestart met de bacheloropleiding Data Science aan de Technische Universiteit Eindhoven en Tilburg University. Om een positief bindend studieadvies (BSA) te krijgen, moest zij 45 studiepunten voor de propedeutische fase behalen. In februari 2023 is zij met de opleiding gestopt. Zij heeft daarom geen BSA gekregen. In studiejaar 2023/24 is zij opnieuw begonnen met deze opleiding. Omdat zich persoonlijke omstandigheden bij [appellante] voordeden, heeft de examencommissie aanleiding gezien om aan het einde van het studiejaar 2023/24 het geven van een bindend studieadvies met een jaar op te schorten. Aan deze opschorting heeft de examencommissie de voorwaarde verbonden dat [appellante] aan het eind van het studiejaar 2024/25 minimaal 55 studiepunten uit de propedeutische fase moest behalen om alsnog een positief studieadvies te krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3668
Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600946/1/A2

202304051/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan hem is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3629
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202304051/1/V1

202405702/1/V1

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aan appellant verleende erkenning als referent ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3628
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405702/1/V1

202601701/1/A2

Bij beslissing van 13 april 2026 heeft de examencommissie van de Faculteit der Geesteswetenschappen het verzoek van [verzoeker] voor een alternatieve datum voor de herkansing van een deeltentamen van het vak ‘Kunst in Nederland’ afgewezen. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] administratief beroep ingesteld bij het college van beroep voor de examens van de Universiteit van Amsterdam (CBE). Tijdens het studiejaar 2025/2026 heeft [verzoeker] het vak ‘Kunst in Nederland’ gevolgd. De eerste tentamenkans van deeltoets 1 is beoordeeld met een 1. Op 19 december 2025 vond de herkansing van deze deeltoets plaats. [verzoeker] heeft de examencommissie voorafgaand aan de herkansing verzocht om een alternatieve datum voor deze herkansing, omdat hij geen inzage had gehad in de beoordeling van zijn eerste kans. Dit verzoek heeft de examencommissie afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3583
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202601701/1/A2

BRS.26.000524

Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3567
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000524

BRS.26.001699

Bij besluit van 31 juli 2025 heeft het COA voor de duur van een week € 14,87 ingehouden van het aan appellant op de voet van de Regeling verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005 toegekende leefgeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3574
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001699

BRS.26.001733

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3558
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001733

BRS.26.001982

Bij besluit van 13 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3551
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001982

BRS.26.002678 en BRS.26.002679

Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en tegen haar een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3576
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002678 en BRS.26.002679

BRS.26.002728 en BRS.26.002729.

Bij besluit van 21 februari 2024, vervangen door het besluit van 22 juli 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3572
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002728 en BRS.26.002729.

BRS.26.002747

Bij besluiten van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoeker om hem en zijn minderjarige kinderen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3634
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002747

BRS.26.002751

Bij besluit van 13 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3579
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002751

BRS.26.002801

Bij besluit van 18 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3568
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002801

BRS.26.002823 en BRS.26.002824

Bij besluit van 13 maart 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3590
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002823 en BRS.26.002824

BRS.26.002845

Bij besluit van 31 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3570
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002845

BRS.26.002869 en BRS.26.002872

Bij besluit van 15 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3615
Datum uitspraak
23 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002869 en BRS.26.002872
vorige pagina1...8910...1.260volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon