Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.563
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202300292/1/R2

Bij besluit van 23 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, omdat hij in strijd met het geldende bestemmingsplan een recreatiewoning op het adres [locatie 1] in Baarle-Nassau permanent zou bewonen. Volgens het college overtreedt [appellant] artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo, omdat het gebruik van de recreatiewoning op Parc De Kievit aan de [locatie 1] voor permanente bewoning in strijd is met het geldende bestemmingsplan "Buitengebied 2008". Het college heeft hem daarom gelast om de permanente bewoning van zijn recreatiewoning op te heffen en ergens anders zijn hoofdverblijf te kiezen. Doet hij dat niet, dan verbeurt hij een dwangsom van € 20.000,00 ineens. Het college heeft aan dit besluit ten grondslag gelegd dat [appellant] zich met ingang van 10 maart 2020 respectievelijk 14 september 2020 ingeschreven heeft op het adres [locatie 1]in de Basisregistratie Personen (BRP). Met de inschrijving geeft hij volgens het college aan dat de [locatie 1] zijn hoofdverblijf is. Daarnaast heeft de toezichthouder van de gemeente diverse controles uitgevoerd waarbij is geconstateerd dat er sprake is van bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5624
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300292/1/R2

202301378/1/R4

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem opnieuw het bezwaar van [appellant] ongegrond verklaard. [partij] exploiteert aan de [locatie] in Doetinchem een veehouderij. [appellant] woont in de omgeving van de veehouderij. Bij het besluit van 8 juni 2020 heeft het college het verzoek om handhaving van [appellant] met betrekking tot het houden van dieren en het opslaan, gescheiden houden of verwerken van mest in strijd met het bestemmingsplan op de veehouderij afgewezen. Bij het besluit van 29 oktober 2020 heeft het college de afwijzing van het verzoek om handhaving in stand gelaten. Bij de uitspraak van 27 januari 2022 in zaak nr. 20/6374, heeft de rechtbank Gelderland het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij de uitspraak van 7 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3623, heeft de Afdeling het door [appellant] daartegen ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 27 januari 2022 vernietigd en het besluit van 29 oktober 2020 vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5620
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202301378/1/R4

202303844/1/A3

Bij besluit van 28 januari 2021 heeft de raad de wegen op de percelen aan en nabij de [locatie] in Ouddorp lokaal bekend gemeente Ouddorp, sectie H nummers 1539, 1547,1549,1561,1563 en 1590 aan het openbaar verkeer onttrokken. Het Klarenbeeksepad is een voetpad dat voor een deel loopt over het erf van een woning aan de [locatie] in Ouddorp. Het betreft een zogenaamd voormalig kerkepad dat vroeger gebruikt werd door de bewoners van boerderijen om naar de kerk te lopen. Met het besluit van 28 januari 2021 heeft de raad de wegen op de percelen aan en nabij de [locatie] in Ouddorp lokaal bekend gemeente Ouddorp, sectie H nummers 1539, 1547,1549,1561,1563 en 1590 aan het openbaar verkeer onttrokken. Hier zijn de belangenorganisaties het niet mee eens. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep gegrond is. De rechtbank is van oordeel dat het besluit van 28 januari 2021 onvoldoende is gemotiveerd en ook onzorgvuldig tot stand is gekomen. Uit de besluitvormingsprocedure maakt de rechtbank niet op dat de raad alle belangen goed en kenbaar heeft geïnventariseerd en afgewogen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5616
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202303844/1/A3

202304224/3/A2

Bij tussenuitspraak van 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3946 heeft de Afdeling de staatssecretaris Herstel Groningen opgedragen om binnen twaalf weken na verzending daarvan met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen de gebreken in het besluit op bezwaar van 7 augustus 2023 te herstellen. De staatssecretaris heeft bij besluiten van 25 januari 2022 onder verwijzing naar expert opinions van Smeets Bouwmanagement en Advies B.V. van 22 en 23 februari 2021 besloten dat de woningen van [appellant A] en (wijlen) [appellant B] voldoen aan de veiligheidsnorm en niet voor beoordeling binnen het versterkingsprogramma van de Nationaal Coördinator Groningen in aanmerking komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5608
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304224/3/A2

202305893/1/R1

Bij besluit van 20 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Zaanstad het bestemmingsplan "[locatie] Wormerveer" vastgesteld. [appellant] is eigenaar van perceel [locatie] in Wormerveer. Het perceel is gelegen op bedrijventerrein "Molletjesveer". Het pand dat op dit perceel staat, heeft [appellant] in gebruik als burgerwoning. Aan de zuidzijde en de westzijde van het pand is op minder dan twee meter van de gevel een steigerverhuurbedrijf gevestigd. Aan de oostzijde van het pand ligt op ongeveer 32 meter afstand de Provinciale weg N246. De raad heeft aan het perceel de bestemming "Bedrijventerrein" toegekend met de gebiedsaanduiding "overige zone - wonen onder persoonsgebonden overgangsrecht". De raad heeft met het voorliggende plan beoogd het door de Afdeling gesignaleerde gebrek te herstellen. [appellant] is het niet eens met dit plan. Volgens hem heeft de raad ten onrechte gekozen voor persoonsgebonden overgangsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5614
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305893/1/R1

202306179/1/R3

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Noordenveld het bestemmingsplan "Herontwikkeling Oude Velddijk 26, Peize" vastgesteld. Het plan maakt de bouw mogelijk van maximaal 20 grondgebonden woningen aan de Oude Velddijk 26 in Peize. Appellanten zijn eigenaren van woningen in de omgeving van het plangebied. [appellant sub 4] betoogt dat de voorbereidingsprocedure in strijd met het rapport "Noordenveld 2.0" is verlopen. [appellant sub 2] betoogt dat er onvoldoende terugkoppeling is geweest op de input van de omgeving. Ook hebben er geen inloopbijeenkomsten plaatsgevonden. [appellant sub 3] voert aan dat omwonenden meerdere voorstellen hebben aangereikt, waarmee niets is gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5615
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202306179/1/R3

202307634/1/R2

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Nuenen, Gerwen en Nederwetten het bestemmingsplan "Nuenen-Noordwest, herziening Johan Frisostraat ongenummerd" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een extra woning op een perceel aan de Johan Frisostraat mogelijk. Daartoe is aan de gronden een bouwvlak toegekend. In het bouwvlak op het perceel is een bouwwerk met een maximum bouwhoogte van 10 m en een maximum goothoogte van 6,5 m toegestaan. [belanghebbende] is eigenaar van het perceel en woonde op het moment van de vaststelling van het plan op het perceel aan de [locatie 1]. Dat perceel ligt ten zuiden van het perceel. [appellant A] en [appellante B] wonen naast en ten noorden van het perceel en naast de mogelijk gemaakte nieuwe woning, op het adres aan de [locatie 2]. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant A] en [appellante B] betogen dat het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Zij voeren aan dat het plan hun woon- en leefklimaat aantast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5625
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307634/1/R2

202307756/1/R2

Bij besluit van 12 september 2023 heeft de raad van de gemeente Boxtel het bestemmingsplan "Koevoortseweg" gewijzigd vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid om twee bedrijfswoningen om te zetten naar twee reguliere woningen, inclusief de bouw van twee bijgebouwen. Ook maakt het bestemmingsplan twee ruimte-voor-ruimte woningen mogelijk, door aan een deel van de gronden in het plangebied de bestemming "Wonen" toe te kennen. Een deel van die gronden krijgt ook de functieaanduiding "specifieke vorm van wonen - ruimte voor ruimte". Voor de sanering van het agrarische bedrijf dat gevestigd is in het plangebied aan de [locatie 1] is gebruik gemaakt van de "Subsidieregeling sanering varkenshouderijen". [appellant] woont naast het plangebied aan de [locatie 2] en is het niet eens met de vaststelling van het plan. Hij is van mening dat sprake is van een onevenredige tegemoetkoming aan [partij] en vreest dat zijn uitzicht door het plan wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5613
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202307756/1/R2

202400070/1/A3

Bij besluit van 6 december 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken beslist op een verzoek van, voor zover hier van belang, de Stichting Fred Foundation om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. Bij brief van 24 november 2020 heeft, voor zover hier van belang, de stichting aan de minister verzocht om openbaarmaking van informatie over de betrokkenheid van Nederland bij de totstandkoming en uitvoering van de op 18 maart 2016 tussen Turkije en lidstaten van de Europese Unie gemaakte afspraken over migranten die via Turkije Griekenland binnenkomen en over de situatie vanaf die dag in de kampen op de Griekse eilanden. In februari 2021 heeft de stichting het verzoek gepreciseerd. De stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het, ondanks fouten en onduidelijkheden in de bij de besluiten gevoegde inventarislijsten, voldoende duidelijk is geworden welke documenten de minister openbaar heeft gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5627
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400070/1/A3

202400209/1/R1

Bij besluit van 30 november 2023 heeft de raad van de gemeente Zaanstad het bestemmingsplan "Lint Krommenie" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op het oude dorpslint van Krommenie. Dit bestaat uit het Vlietsend, de Zuiderhoofdstraat, Noorderhoofdstraat en een deel van de Vlusch. Met het plan is beoogd om het beeld van de kleinschalige, gevarieerde en cultuurhistorisch waardevolle lintbebouwing van het oude dorpslint van Krommenie beter te beschermen. De raad wil de oude, ruime bouwmogelijkheden uit het bestemmingsplan "Krommenie" vervangen door regels die uitgaan van de bestaande bebouwing. De hoofdbebouwing is met een bouwvlak op de verbeelding weergegeven. Ook de bestaande bouw- en goothoogtes zijn vastgelegd op de verbeelding. Met dit bestemmingsplan is niet beoogd om nieuwe ontwikkelingen mogelijk te maken. Er blijft wel ruimte om hoofdgebouwen naar achteren toe uit te breiden tot maximaal 12 meter ten opzichte van de voorgevel. Verder blijft het mogelijk om in het achtererfgebied, onder voorwaarden, bijgebouwen te bouwen. [appellant sub 1] en anderen wonen in de nabijheid van het perceel [locatie 1]. Zij zijn het niet eens met het bestemmingsplan, omdat de bouwmogelijkheden op het perceel volgens hen niet getuigen van een goede ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5604
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202400209/1/R1

202400309/1/A2

Bij besluit van 1 april 2022 heeft de Dienst Toeslagen de hoogte van de aanvullende werkelijke schadevergoeding van [appellante] vastgesteld op € 49.674,00. [appellante] heeft zich op 12 december 2019 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De kinderopvangtoeslag over het toeslagjaar 2006 is neerwaarts bijgesteld en de kinderopvangtoeslag over de toeslagjaren 2007, 2008, 2009, 2011, 2014 en 2018 is op nihil gesteld. Dit heeft geresulteerd in een terugvordering van € 32.279,00. Op basis van de lichte toets heeft de Dienst Toeslagen [appellante] als gedupeerde aangemerkt en aan haar het forfaitaire bedrag van € 30.000,00 uit de Catshuisregeling uitbetaald. Op basis van de integrale beoordeling heeft de Dienst Toeslagen vastgesteld dat in de kinderopvangtoeslag over 2006, 2007, 2008, 2009, 2011, 2014 en 2018 fouten zijn gemaakt en het definitieve compensatiebedrag op € 70.327,00 vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5597
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202400309/1/A2

202400697/1/A2

Bij besluit van 24 maart 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellante sub 1] een compensatie toe te kennen. [appellante sub 1] heeft op 25 februari 2020 verzocht om een herbeoordeling van haar recht op kinderopvangtoeslag. Bij het besluit van 24 maart 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellante sub 1] een compensatie toe te kennen. De Dienst Toeslagen heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat niet is gebleken dat de kinderopvangtoeslag van [appellante sub 1] over de jaren 2007 tot en met 2011 te laag is vastgesteld. Dit betekent dat geen sprake is van institutionele vooringenomenheid. Ook is niet gebleken dat de regels van de kinderopvangtoeslag te streng zijn toegepast. Bij het besluit van 29 december 2022 is de Dienst Toeslagen bij deze weigering gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5610
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400697/1/A2

202400736/1/R3

Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deventer aan [maatschap] een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor de bouw van drie stallen en sleufsilo’s op het perceel [locatie 1] in Schalkhaar. [maatschap] wil een intensieve veehouderij op het perceel [locatie 1] in Schalkhaar. Daarvoor wordt het aantal vleeskalveren uitgebreid van 528 naar 1.080. Op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Deventer, 1e herziening" is dit niet toegestaan, omdat aan het perceel niet de aanduiding "intensieve veehouderij" is toegekend en de sleufsilo’s buiten het bouwvlak zullen worden geplaatst. Om die reden heeft zij een omgevingsvergunning gevraagd voor het in afwijking van het plan verplaatsen van sleufsilo’s en uitbreiden van het aantal vleeskalveren. Het college heeft deze vergunning verleend. Stichting Animal Rights betoogt dat er sprake is van toename van de kans op bodemvervuiling en luchtvervuiling en lawaai. De drinkwatervoorziening wordt volgens haar te veel aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5626
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400736/1/R3

202400804/1/A2

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een compensatiebedrag toegekend van € 47.839,00 voor de toeslagjaren 2009 en 2010. Bij besluit van 30 december 2022 heeft de Dienst Toeslagen het bezwaar van [appellante] gegrond verklaard voor zover het een bedrag van € 4.000,00 dat aan [appellante] was uitbetaald wegens acute geldnood in mindering heeft gebracht van het compensatiebedrag voor het toeslagjaar 2011. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Over de toeslagjaren 2009, 2010 en 2011 heeft zij een compensatiebedrag van € 59.045,00 ontvangen. Dit compensatiebedrag heeft de Dienst Toeslagen in bezwaar herzien en vastgesteld op € 63.045,00. Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld. De rechtbank heeft het beroep van [appellante], voor zover dit was gericht tegen de hoogte van het compensatiebedrag, gegrond verklaard, het besluit van 30 december 2022 vernietigd en de Dienst Toeslagen opgedragen om een nieuw besluit te nemen. [appellante] heeft tegen dit deel van de uitspraak en het nieuwe besluit van de Dienst Toeslagen geen gronden aangevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5619
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400804/1/A2

202400989/1/A3

Bij besluit van 30 september 2021 heeft de Kamer voor de Binnenvisserij een verzoek van [appellant] om verlenging van een overeenkomst van huur en verhuur van visrecht afgewezen. [appellant], geboren op [geboortedatum] 1950, is beroepsvisser. Het Hoogheemraadschap en [appellant] hebben een overeenkomst gesloten voor de huur en verhuur van het volledige visrecht dan wel van het aalvisrecht in onderscheiden wateren die eigendom zijn van het Hoogheemraadschap die gold van 1 januari 2016 tot en met 31 december 2021. Deze overeenkomst is aangegaan nadat partijen over een eerdere opzegging van de huurovereenkomst en afwijzing van een verlengingsverzoek hebben geprocedeerd. Het Hoogheemraadschap heeft per brief van 30 maart 2021 aan [appellant] medegedeeld de overeenkomst na 31 december 2021 niet te willen voortzetten als bedoeld in artikel 33, eerste lid, sub a, van de Visserijwet 1963, vanwege de omstandigheid dat hij voor het einde van de lopende overeenkomst de pensioengerechtigde leeftijd heeft bereikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5609
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202400989/1/A3

202402017/1/A2

Bij besluiten van 16 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellant] meegedeeld dat hij geen recht heeft op compensatie over de toeslagjaren 2014 en 2017. [appellant] heeft zich op 7 april 2020 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De Dienst Toeslagen heeft dit verzoek voorgelegd aan de Commissie van Wijzen. De CvW is in haar advies van 8 september 2021 tot de conclusie gekomen geen sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen. De Dienst Toeslagen heeft onder verwijzing naar dit advies het verzoek om compensatie van [appellant] afgewezen. [appellant] heeft hiertegen bezwaar gemaakt omdat hij meent dat in de jaren 2014 en 2017 wel sprake is geweest van vooringenomen handelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5599
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202402017/1/A2

202402196/1/R4

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Heumen het bestemmingsplan "Droogsestraat 13a en 13b Malden" vastgesteld. Het plan maakt nieuwbouw mogelijk van één vrijstaande woning of twee woningen onder één kap. Het plangebied ligt in de kom van Malden aan de zuidzijde van de Droogsestraat tussen de percelen [locatie] en 15. Het plangebied is ongeveer 1.700 m² groot. Voor de inwerkingtreding van het plan had het plangebied al de bestemming "Wonen", maar nog geen bouwvlak. Het plan voorziet in een bouwvlak (hierna: het bouwvlak) en een groter grondoppervlak heeft de bouwaanduiding "bijgebouwen" gekregen. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie]. Op het noordelijke gedeelte van dat perceel, dat aan de oostzijde van het plangebied is gesitueerd, heeft [appellant] een bedrijfswoning en bloemisterij. Op grond van het bestemmingsplan "Kern Malden" geldt daar de bestemming "Detailhandel" met de functieaanduiding "specifieke vorm van detailhandel - bloemisterij".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5628
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202402196/1/R4

202402895/1/R1

Bij besluit van 13 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Weert het bestemmingsplan "Stienestraat 65" vastgesteld. Het plan maakt op het perceel Stienestraat 63-65 een zorginstelling met 34 zorgeenheden mogelijk. Het voornemen is daar een woon- en zorghuis te realiseren, waarin aan zorgbehoevende ouderen 24-uurs zorg wordt geboden. Ook maakt het plan een kiosk met terras mogelijk voor bewoners en bezoekers van de zorginstelling. Bospop en [appellant sub 2] zijn het niet eens met het plan. Bospop heeft een tijdelijke vergunning die het mogelijk maakt om tot en met 2026 jaarlijks gedurende een weekend per jaar het festival Bospop te houden op gronden nabij het plangebied. Zij vreest voor beperkingen aan het festival door het plan. [appellant sub 2] exploiteerde ten tijde van de vaststelling van het plan een agrarisch bedrijf aan de [locatie]. Hij heeft beroep ingesteld, omdat hij vindt dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de mogelijke gevolgen van het plan voor de agrarische bedrijfsvoering op en rond de [locatie].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5617
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202402895/1/R1

202403273/1/A2

Bij besluit van 19 april 2023 heeft de Dienst Toeslagen aan [kind] een tegemoetkoming toegekend van € 6.000,00. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. In de Wet hersteloperatie toeslagen is een regeling opgenomen voor kinderen van gedupeerde ouders. Op grond van de kindregeling komen kinderen van gedupeerde ouders onder meer in aanmerking voor een tegemoetkoming. De hoogte van de tegemoetkoming is afhankelijk van de leeftijd van het kind op 1 juli 2023. [kind] was toen veertien jaar. De Dienst Toeslagen heeft haar daarom een tegemoetkoming toegekend. De rechtbank heeft het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellante] stelt zich op het standpunt dat de forfaitaire tegemoetkoming van de kindregeling in dit geval geen recht doet aan de situatie van [kind]. Als gevolg van de toeslagenaffaire heeft [kind] veertien jaar in armoede en stress geleefd. Daarnaast heeft zij een laag zelfbeeld, een loopbeperking en een oogaandoening. Deze omstandigheden zijn volgens [appellante] het gevolg van de toeslagenaffaire. De Dienst Toeslagen had daarom moeten afwijken van het forfaitaire bedrag uit de Wht en aan haar dochter een tegemoetkoming van € 60.000,00 moeten toekennen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5538
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403273/1/A2

202403438/1/A2

[appellant sub 2] heeft de rechtbank op 28 juni 2023 verzocht om de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, op grond van artikel 8:88, eerste lid, van de Awb, te veroordelen tot vergoeding van schade. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank de minister terecht heeft veroordeeld tot het betalen van een vergoeding aan [appellant sub 2] ter hoogte van € 7.500,- voor immateriële schade en het verzoek om vergoeding van inkomensschade terecht heeft afgewezen. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank de minister terecht heeft veroordeeld tot het betalen van een vergoeding aan [appellant sub 2] ter hoogte van € 7.500,- voor immateriële schade en het verzoek om vergoeding van inkomensschade terecht heeft afgewezen. [appellant sub 2] stelt in totaal € 25.000,- immateriële en inkomensschade te hebben geleden, omdat de minister ten onrechte zijn verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd heeft ingetrokken en een inreisverbod heeft opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5603
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403438/1/A2

202403933/1/R2

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "Wonen op de Donk Den Dungen" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 43 woningen mogelijk op de locatie Donksestraat 19 in Den Dungen. Op die locatie zijn een agrarisch bedrijf en een graafmachineverhuurbedrijf gevestigd die worden gesaneerd ten behoeve van de beoogde woningbouw. Het plangebied ligt in het westen van de kern Den Dungen en op ongeveer 60 m van de kerk, het dorpshart van Den Dungen. [appellant sub 1] is eigenaresse van het pand op het perceel [locatie] (‘het Raadhuis’) ten zuidoosten van het plangebied. In het pand zijn een pensioenfondskantoor en een praktijk voor specialistische kinder- en jeugdpsychologie gevestigd. [appellant sub 1] kan zich vooral niet vinden in de keuze van de locatie voor de ontsluitingsweg tussen het Raadhuis en het schoolgebouw De Blauwe Scholk. Het Groene Hart komt op voor het behoud van de historische kern van Den Dungen en de landschappelijke waarde van het plangebied. Blauwe Scholk zet zich in voor het behoud van het schoolgebouw en het buitenterrein bij dit gebouw.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5600
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202403933/1/R2

202404340/1/A3

Bij besluit van 26 juli 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] boetes opgelegd van in totaal € 22.800,00 wegens zes overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante] heeft een hoveniersbedrijf dat ook soms sloopwerkzaamheden uitvoerde. Op 22 maart 2021 hebben medewerkers van [appellante] in een pand aan de [locatie] in Beverwijk sloopwerkzaamheden verricht. Een van de medewerkers was minderjarig. De sloopwerkzaamheden bestonden uit het slopen van enkele muren en een plafondconstructie. Tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden aan het plafond is ook materiaal verwijderd dat, zoals achteraf bleek, asbesthoudend was. Op 1 april 2021 is een asbestinventarisatie in het pand uitgevoerd. Uit de inventarisatie bleek dat sprake was van asbesthoudend materiaal, waarvan de sanering in risicoklasse 2A valt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5606
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202404340/1/A3

202404432/1/R3

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Krimpenerwaard het bestemmingsplan "Molenpark, Bergambacht" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de ontwikkeling mogelijk van in totaal 125 woningen op de locatie Molenpark, gelegen ten noorden van Bergambacht. De ontwikkeling bestaat uit 43 grondgebonden woningen, waaronder rijwoningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen, en 82 appartementen. Het besluit hogere waarden voorziet voor een deel van de nieuwe woningen in een hogere geluidgrenswaarde als gevolg van het wegverkeer op de provinciale weg N207. [appellant] woont aan de [locatie] in Bergambacht, direct grenzend aan het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met de besluiten, onder andere omdat hij vreest voor een vergaande aantasting van zijn leefomgeving. [partij]Ontwikkeling is de initiatiefnemer van de ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5621
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202404432/1/R3

202404844/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 9 juli 2024 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Hengelo van 28 juni 2023 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft het college de bezwaren tegen de besluiten van 9 maart 2022, 22 maart 2022, en 30 maart 2022, waarbij een verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming is toegewezen, ongegrond verklaard. [appellant] heeft het college verzocht om inzage van zijn persoonsgegevens die worden verwerkt door de afdeling Werk en Inkomen. Het college heeft dit verzoek toegewezen en aan [appellant] meegedeeld dat hij een uitgeprint dossier kan ontvangen. [appellant] is het hier niet mee eens, omdat het college ten onrechte de afhandeling van zijn inzageverzoek heeft beperkt tot inzage in zijn dossier en persoonsgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5721
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202404844/1/A3

202405336/1/R1

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de locatie ter hoogte van de [locatie 1] aangewezen voor het plaatsen van een ondergrondse perscontainer voor restafval. Het college heeft met het besluit van 28 maart 2023 de locatie ter hoogte van de [locatie 1] aangewezen (hierna: de aangewezen locatie) voor het plaatsen van een ondergrondse container. Het betreft een ondergrondse perscontainer voor restafval. In het besluit op bezwaar van 16 juli 2024 heeft het college de aanwijzing in stand gelaten. [appellant] woont op de [locatie 1] naast de aangewezen locatie. De afstand van de gevel van zijn woning tot aan de aangewezen locatie is ongeveer twaalf meter. [appellant] is het niet eens met het besluit en heeft daarom beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5612
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202405336/1/R1

202405379/1/A2

Bij besluit van 9 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schiermonnikoog aan [appellant] een vergunning verleend voor het onttrekken van woonruimte aan de bestemming tot bewoning op het perceel [locatie A] in Schiermonnikoog. [appellant] is eigenaar van het perceel met woning aan [locatie A] in Schiermonnikoog. [belanghebbende] is eigenaar van het naastgelegen perceel met woning aan [locatie B]. Bij besluit van 16 juli 2024 heeft het college het bezwaar van [belanghebbende] tegen het besluit van 9 maart 2018 gegrond verklaard, dit besluit herroepen en de onttrekkingsvergunning alsnog geweigerd met toepassing van artikel 18, eerste lid, aanhef en onder c van de Huisvestingsverordening Schiermonnikoog 2015. Het college is bij nader inzien tot de conclusie gekomen dat het verlenen van de aangevraagde onttrekkingsvergunning zal leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van [locatie A]. [appellant] heeft tegen het nieuwe besluit op bezwaar van 16 juli 2024 beroep ingesteld, omdat hij het niet eens is met het alsnog weigeren van de door hem aangevraagde onttrekkingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5629
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202405379/1/A2

202405622/1/R3

Bij besluit van 12 juni 2018 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [appellant] voor onder meer het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een deel van de woning op het perceel [locatie 1] in Schiermonnikoog voor recreatieve doeleinden. [appellant] is eigenaar van de woning [locatie 1] in Schiermonnikoog. [partij] is eigenaar van het naastgelegen perceel met woning aan [locatie 2]. Aan [appellant] is een omgevingsvergunning verleend om zijn woning uit te breiden. Zoals de Afdeling in de in het procesverloop genoemde uitspraak van 15 november 2023 onder 1 heeft overwogen, is de omgevingsvergunning voor de bouw van de uitbreiding van de woning onherroepelijk. [appellant] wenst de uitbreiding te gebruiken voor recreatieve doeleinden. Dat gebruik was in strijd met het ten tijde van de vergunningverlening en het besluit op bezwaar in 2018 geldende bestemmingsplan "Schiermonnikoog - Dorp" uit 2009.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5539
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202405622/1/R3

202406176/1/V6

Bij besluit van 5 april 2023 heeft de minister [appellant] een boete opgelegd van € 42.750,00 wegens zes overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen en zes overtredingen van artikel 15, eerste lid, van de Wav. Op 16 november 2021 hebben inspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie onderzoek gedaan op een werklocatie in Bleiswijk. De inspecteurs hebben op 24 oktober 2022 op ambtsbelofte een boeterapport opgemaakt. Daarin constateerden zij na administratief onderzoek dat [appellant] artikel 2, eerste lid, van de Wav heeft overtreden door zes vreemdelingen (hierna: de betrokkenen) te laten werken zonder dat [appellant] over tewerkstellingsvergunningen beschikte of de betrokkenen in het bezit waren van een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid. Het werk bestond uit afbouwwerkzaamheden bij nieuwbouw en/of renovatie van gebouwen. Ook constateerden de inspecteurs na administratief onderzoek dat [appellant] artikel 15, eerste lid, van de Wav heeft overtreden. [appellant] heeft de betrokkenen namelijk arbeid laten verrichten bij andere werkgevers zonder deze werkgevers een kopie van de geldige identiteitsdocumenten van de betrokkenen te verstrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5618
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202406176/1/V6

202407754/1/A3

Bij besluit van 29 oktober 2021 heeft Dienst Toeslagen een door [appellant A], naar gesteld handelend namens [appellant B], ingediend inzageverzoek op grond van de Algemene Verordening Gegevensbescherming afgewezen wegens het ontbreken van een geldige machtiging. De rechtbank heeft het beroep van [appellant A] niet-ontvankelijk verklaard omdat er een termijnoverschrijding is die niet verschoonbaar is. Zij heeft onbesproken gelaten of er andere redenen zijn om te twijfelen aan de ontvankelijkheid van het beroep. In dat licht is onder meer de vraag aan de orde of [appellant A] wel een geldige machtiging heeft om te procederen voor [appellant B]. Nu de Afdeling het oordeel van de rechtbank volgt over de termijnoverschrijding, zal ook zij zich hiertoe beperken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5611
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407754/1/A3

202500619/1/A2

Bij beslissing van 24 september 2024 heeft het college van bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen aan [appellante] meegedeeld dat aan de IND wordt gemeld dat zij gedurende het studiejaar 2023-2024 niet heeft voldaan aan de studievoortgangseis en niet gebleken is van een hiervoor bestaande verschoonbare reden. [appellante] is een internationale studente die sinds het studiejaar 2020-2021 de bacheloropleiding geneeskunde volgt aan de Rijksuniversiteit Groningen. Omdat zij een verblijfsvergunning heeft met als verblijfsdoel "studie" moet zij elk studiejaar voldoen aan de norm die voortvloeit uit de Wet Modern Migratiebeleid. Deze norm bedraagt 50% van de nominale last per studiejaar. Voor [appellante] geldt een norm van 30 ECTS per studiejaar. In studiejaar 2023-2024 heeft [appellante] 10 ECTS behaald. Aan de beslissing van 24 september 2024 heeft het CvB ten grondslag gelegd dat [appellante] onvoldoende studiepunten heeft gehaald om aan de MoMi-norm te voldoen. Omdat de MoMi-commissie heeft geconcludeerd dat [appellante] hiervoor geen verschoonbare reden heeft gegeven, heeft CvB aan haar medegedeeld dat de IND op de hoogte zou worden gesteld van het niet behalen van de MoMi-norm.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5601
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202500619/1/A2

202501342/1/A3

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank van 14 januari 2025 waarbij de rechtbank het beroep van [appellant] tegen het besluit van 29 februari 2024 ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft de Autoriteit Persoonsgegevens het bezwaar tegen het besluit van 23 juni 2023 ongegrond verklaard. In het besluit van 23 juni 2023 heeft de AP geweigerd handhavend op te treden tegen het Regionaal Tuchtcollege Gezondheidszorg te Zwolle (hierna: Tuchtcollege) naar aanleiding van een door [appellant] ingediende klacht op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming .

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5722
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202501342/1/A3

202501408/1/A2

Bij besluiten van 10 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal een tegemoetkoming in planschade aan [appellant sub 1] van € 10.000,- en aan [appellant sub 2] van € 7.000,- toegekend. [appellant sub 1] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] in Yerseke en [appellant sub 2] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] in Yerseke. Zij hebben op 18 januari 2022 het college verzocht om een tegemoetkoming in planschade. Zij hebben daaraan ten grondslag gelegd dat de woningen in waarde zijn verminderd door het op 11 juli 2017 vastgestelde en op 24 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan Nieuwbouw kerk Gereformeerde Gemeente Yerseke. Het bestemmingsplan maakt aan de Steeweg de bouw mogelijk van een nieuw kerkgebouw met een maximale hoogte van 25 m met een kerktoren van 45 m. De rechtbank is van oordeel dat het college onder verwijzing naar de adviezen van Langhout voldoende inzicht heeft gegeven in de planologische vergelijking en de omvang van de nadelige gevolgen die [appellant sub 1] en [appellant sub 2] door het bestemmingsplan ondervinden. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben niet met objectieve en verifieerbare bewijsstukken onderbouwd dat de bebouwingsmogelijkheden die bestonden op grond van het bestemmingsplan Buitengebied 2016 met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid feitelijk niet realiseerbaar waren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5602
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501408/1/A2

202503777/1/A2

Bij e-mail van 8 april 2025 heeft het hoofd Onderwijs en Studentenzaken Rechtsgeleerdheid van de faculteit Recht, Economie, Bestuur en Organisatie van de Universiteit Utrecht medegedeeld dat [appellante] voor het contact met de studieadviseurs slechts gebruik mag maken van één specifiek e-mailadres. De vraag die in deze procedure voorligt, is of de e-mail van 8 april 2025 een beslissing op grond van de Whw is waartegen [appellante] bezwaar kon maken bij het college. In de e-mail van 8 april 2025 heeft het hoofd Onderwijs en Studentenzaken Rechtsgeleerdheid medegedeeld dat [appellante] voor het contact met de studieadviseurs slechts gebruik mag maken van één specifiek e-mailadres. [appellante] betoogt dat de e-mail van 8 april 2025 het karakter heeft van een ordemaatregel in de zin van artikel 7.57h, eerste lid, van de Whw. De opgelegde communicatiebeperking is blijkens de bewoordingen van die e-mail gericht op het handhaven van orde en veiligheid binnen de faculteit. Die ordemaatregel heeft volgens [appellante] het rechtsgevolg dat haar recht op reguliere studiebegeleiding wordt ingeperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5596
Datum uitspraak
19 november 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503777/1/A2

202400877/1/V3

Bij besluit van 31 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5552
Datum uitspraak
18 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400877/1/V3

202401052/1/V3.

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5551
Datum uitspraak
18 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202401052/1/V3.

202504275/1/V1

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5565
Datum uitspraak
18 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202504275/1/V1

202504339/2/R4

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de raad van de gemeente Nijkerk het bestemmingsplan "5e Herziening Bestemmingsplan Buitengebied Nijkerk 2017, Veegplan 2" vastgesteld. Het plangebied van het bestemmingsplan, voor zover van belang, maakt onderdeel uit van het Natura 2000-gebied "Arkemheen". Het relevante plangebied heeft de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurwaarden" die afwisselend overlapt met een of meerdere van de volgende gebiedsaanduidingen: "milieuzone - hydrologische beschermingszone", "overige zone - polderlandschap", "overige zone - natura 2000-gebied", "overige zone - gelders natuurnetwerk" en "overige zone - weidevogelgebied". In het voorgaande bestemmingsplan "Buitengebied Nijkerk 2017, Veegplan 2" gold ter plaatse van deze gebiedsaanduidingen een verbod op scheuren en frezen voor graslandvernieuwing of gold een vergunningplicht voor deze activiteit. Het bestemmingsplan past deze regels aan door het scheur- en freesverbod en de vergunningplicht af te schaffen en ter plaatse van de gebiedsaanduiding "overige zone-weidevogelgebied" een meldingsplicht met voorwaarden in te voeren. Verder maakt het plan mogelijk dat overal binnen de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschappelijke en natuurwaarden" kan worden doorgezaaid in de bodem tot maximaal 15 cm onder het bestaande maaiveld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5566
Datum uitspraak
18 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202504339/2/R4

BRS.25.000364

Bij besluit van 18 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5525
Datum uitspraak
18 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000364

BRS.25.001500

Bij besluit van 14 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5534
Datum uitspraak
18 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001500

202307314/2/A2

Ten aanzien van zaak nr. 202307314/1/A2, die op 24 november 2025 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. J. Hoekstra, als lid van de meervoudige kamer belast met de behandeling van deze zaak, op 17 november 2025 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat de minister van Defensie een van de partijen is. De staatsraad is voorzitter van de klachtencommissie politietaken Koninklijke Marechaussee/krijgsmacht. De Koninklijke Marechaussee is een onderdeel van het Ministerie van Defensie. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5564
Datum uitspraak
18 november 2025
  • Verschoning
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202307314/2/A2

202500026/1/A2

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van 9 december 2024 van de rechtbank Amsterdam waarbij de rechtbank het beroep van [appellante] tegen het besluit van 28 september 2023 van het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam ongegrond heeft verklaard. In dat besluit heeft het college het bezwaar tegen het besluit van 25 februari 2023, waarbij het college [appellante] een bestuurlijke boete van € 12.570,00 heeft opgelegd wegens overtreding van artikel 21, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet 2014, ongegrond verklaard. Hangende het hoger beroep heeft het college bij besluit van 24 september 2025 het besluit van 28 september 2023 herzien en het bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, de boete gematigd naar € 2.500,00, het besluit van 25 februari 2023 herroepen, voor zover het de hoogte van de boete betreft, en bepaald dat de proceskosten in bezwaar worden vergoed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6259
Datum uitspraak
18 november 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500026/1/A2

202404598/1/V1

Bij besluit van 21 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5550
Datum uitspraak
17 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404598/1/V1

202405076/1/V3

Bij besluit van 10 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5549
Datum uitspraak
17 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405076/1/V3

202500669/1/V2.

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5546
Datum uitspraak
17 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500669/1/V2.

202501164/1/V2

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Deze uitspraak gaat over de uitleg en toepassing van artikel 42, eerste lid, van de Vw 2000. Daarin staat dat de minister binnen zes maanden na de ontvangst van een asielaanvraag een besluit moet nemen. Partijen verschillen van mening over het moment waarop de asielaanvraag volgens die bepaling is ontvangen en wanneer de beslistermijn dus aanvangt. Betrokkene stelt dat moet worden uitgegaan van het moment waarop hij zich in persoon heeft gemeld bij de autoriteiten. Daarom moet volgens betrokkene worden uitgegaan van de datum van de zogenoemde loopbrief. Dit is een brief die een vreemdeling van de minister ontvangt op het moment dat die vreemdeling zich voor het eerst heeft gemeld bij een aanmeldcentrum van de IND. De minister stelt daarentegen dat moet worden uitgegaan van het moment waarop een vreemdeling zijn asielaanvraag formeel heeft ingediend met het formulier model M35-H. Deze uitspraak gaat dus over de vraag wanneer de beslistermijn aanvangt. Het antwoord op die vraag is relevant voor het oordeel of, en op welk moment, de minister die termijn heeft overschreden. In zaken zoals deze, waarin het gaat om een beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit, moet de bestuursrechter dit toetsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5543
Datum uitspraak
17 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501164/1/V2

202504977/3/V3.

Bij besluit van 30 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard, haar opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5541
Datum uitspraak
17 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504977/3/V3.

BRS.25.000680

Bij brief van 11 maart 2025 heeft de minister betrokkene in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5515
Datum uitspraak
17 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000680

BRS.25.001541

Bij besluiten van 26 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5523
Datum uitspraak
17 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001541

BRS.25.001760 en BRS.25.001761

Bij besluit van 17 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5518
Datum uitspraak
17 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001760 en BRS.25.001761

BRS.25.001779 en BRS.25.001950

Bij besluit van 16 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5536
Datum uitspraak
17 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001779 en BRS.25.001950

BRS.25.001958

Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5560
Datum uitspraak
17 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001958

202205992/1/V1

Bij besluit van 14 mei 2022, waarvan hij de motivering heeft aangevuld op 18 en 24 mei 2022, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5526
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205992/1/V1

202407632/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5528
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407632/1/V1

202407897/1/V3

Bij besluit van 16 november 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5529
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407897/1/V3

202500081/1/V1

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5530
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202500081/1/V1

202500842/1/V3

Bij besluit van 28 januari 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5531
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500842/1/V3

202501048/1/V3

Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5532
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501048/1/V3

202501060/1/V3

Bij besluit van 3 februari 2025 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5533
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501060/1/V3

202503695/2/R4

Het verzoek richt zich tegen het besluit van de minister van Klimaat en Groene Groei van 23 juni 2025, waarbij is ingestemd met het door de NAM ingediende geactualiseerde winningsplan ZO-Drenthe Zuur. De stichting heeft de voorzieningenrechter verzocht dat besluit te schorsen. Zij vreest dat de gaswinning schade zal veroorzaken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5658
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202503695/2/R4

202505441/1/R4 en 202505441/2/R4

[appellanten] bezitten ieder samen met een partner een recreatiewoning op het recreatieterrein "De Konijnenberg" aan de Korhoenlaan 2 in Harderwijk. Zij verblijven daar ongeveer de helft van het jaar. De andere helft van het jaar brengen ze, al dan niet in een aaneengesloten periode, in het buitenland door. Volgens het college gebruiken [appellanten] hun recreatiewoningen voor permanente bewoning, omdat uit gegevens uit de Basisregistratie Personen en controles van toezichthouders blijkt dat zij daar hun hoofdverblijf hebben. Volgens het college is sprake van een overtreding van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet, omdat permanente bewoning van een recreatiewoning niet is toegestaan op grond van artikel 11.4.1 van het bestemmingsplan "Veegplan Buitengebied" dat onderdeel uitmaakt van het tijdelijke deel van het omgevingsplan van de gemeente Harderwijk. Het college heeft [appellanten] daarom onder oplegging van een dwangsom gelast om het niet-recreatieve gebruik van hun recreatiewoning te beëindigen en beëindigd te houden. In de besluiten op bezwaar heeft het college de lasten onder dwangsom in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5527
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505441/1/R4 en 202505441/2/R4

202505721/1/A2

Bij beslissing van 25 augustus 2025 heeft de examencommissie Geneeskunde van de Universiteit van Amsterdam het verzoek van [verzoeker] om een extra herkansing voor het vak Ontwikkeling, voortplanting en veroudering 3 afgewezen. [verzoeker] wil het tentamen voor het vak OVV uiterlijk herkansen op zaterdag 15 november 2025 om 12:00 uur, zodat zij - bij het behalen van dat vak - op zaterdagmiddag 15 november 2025 kan deelnemen aan de ceremoniële uitreiking van het bachelordiploma Geneeskunde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5567
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505721/1/A2

BRS.25.000025

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5507
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000025

BRS.25.000896

Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5514
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000896

BRS.25.001709 en BRS.25.001710

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant niet voldoet aan de vereisten voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5418
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001709 en BRS.25.001710

BRS.25.001924

Bij besluit van 24 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5535
Datum uitspraak
14 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001924

202406041/1/V3

Bij besluiten van 24 juli 2023, 14 augustus 2023 en 14 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de verzoeken van de Cypriotische autoriteiten om appellant op grond van de Dublinverordening over te nemen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5519
Datum uitspraak
13 november 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406041/1/V3

202503421/2/R4

Bij besluit van 14 mei 2025 heeft de raad van de gemeente Ermelo het "TAM omgevingsplan De Beek 77" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Ermelo vastgesteld. Het besluit tot wijziging maakt de bouw van 3 nieuwe woningen mogelijk aan De Beek 77 in Ermelo. Op die locatie was voorheen een veehouderij gevestigd en die is nu wegbestemd. De bestaande boerderij blijft behouden als woning en op de plek van de stallen komt een vrijstaand huis en een twee-onder-een-kap woning. [verzoeker] woont op het aangrenzende perceel en heeft een aantal bezwaren tegen het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5516
Datum uitspraak
13 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503421/2/R4

202503862/2/A3

Bij besluiten van 27 maart 2023, gehandhaafd bij besluiten van 3 november 2023, heeft de deken van de Orde van Advocaten Gelderland aan [verzoekers] lasten onder dwangsom opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5590
Datum uitspraak
13 november 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503862/2/A3

202504537/1/V3

Bij besluit van 28 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5520
Datum uitspraak
13 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504537/1/V3

202504650/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5521
Datum uitspraak
13 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504650/1/V1

BRS.25.001347

Bij besluit van 1 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5512
Datum uitspraak
13 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001347

BRS.25.001472

Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5412
Datum uitspraak
13 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001472

BRS.25.001616

Bij besluit van 24 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5409
Datum uitspraak
13 november 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001616

BRS.25.001703

Bij besluit van 12 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5413
Datum uitspraak
13 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001703

202307233/1/V3

Bij besluit van 18 augustus 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5508
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307233/1/V3

202407049/2/R2

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad van de gemeente Maashorst het bestemmingsplan "[locatie 1]-[locatie 2] en [locatie 3] Schaijk" vastgesteld. Met het bestemmingsplan wordt het mogelijk gemaakt om het landbouwbedrijf van [partij] te verplaatsen van de huidige locatie aan de [locatie 3] te Schaijk naar de [locatie 1]-[locatie 2] te Schaijk. Het bedrijf bevindt zich nu nabij de bebouwde kom en wordt verplaatst naar het buitengebied van Schaijk. Op 1 september 2025 heeft [partij] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een bedrijfsgebouw, het realiseren van huisvesting en het aanleggen van een uitweg aan de [locatie 1] in Schaijk. Verzoekers wonen aan de Pastoor van Winkelstraat en vrezen voor een onveilige verkeerssituatie op onder meer de Pastoor van Winkelstraat en de Broksteeg vanwege onder meer het landbouw- en vrachtverkeer dat van en naar het bedrijf rijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5417
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407049/2/R2

202502928/1/V3

Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5509
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502928/1/V3

BRS.25.000975

Bij besluit van 2 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5396
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000975

BRS.25.001663

Bij besluit van 2 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5401
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001663

BRS.25.001748

Bij ‘kennisgeving gewijzigde identiteitsgegevens’ van 1 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aan de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel laten weten de geboortedatum van betrokkene te hebben gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5415
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001748

202005977/1/R2 en 202206970/1/R2

Bij besluit van 24 september 2020 heeft de raad van de gemeente Haaren het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2020" vastgesteld. Het plan van Haaren voorziet in een partiële herziening van de plannen "Buitengebied Haaren", "Buitengebied Haaren, correctieve herziening" en "Buitengebied herziening 2014". Deze partiële herziening is bedoeld om bestaand provinciaal en gemeentelijk beleid te verwerken. De gebiedsaanduidingen en daarbij behorende regels zijn aangepast aan de provinciale "Interim omgevingsverordening Noord-Brabant". Daarnaast is het gemeentelijke "Beleid Vrijkomende Agrarische Bebouwing" in het plan van Haaren opgenomen, waardoor het college van burgemeester en wethouders van Haaren het bevoegd gezag is geworden om met toepassing van wijzigingsbevoegdheden te beslissen over initiatieven voor de herbestemming van vrijkomende agrarische bebouwing. Het plan van Haaren beoogt ook de bouwmogelijkheden voor recreatiewoningen in het buitengebied te harmoniseren. De raad van Vught heeft bij het "Herstelbesluit Buitengebied, herziening 2020" van 22 juli 2021 het plan van Haaren op een aantal punten gewijzigd voor het buitengebied dat aan de gemeente Vught is toegevoegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5486
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202005977/1/R2 en 202206970/1/R2

202200620/1/A3

Bij besluit van 14 maart 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van Blue Boat Company om een exploitatievergunning voor het passagiersvaartuig Vossius geweigerd. Bij besluit van 12 oktober 2018 heeft het college, onder wijziging van de motivering, het door Blue Boat Company daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat Blue Boat Company geen procesbelang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van de aanvraag. Met de procedure kan Blue Boat Company immers niet in een betere positie raken. Blue Boat Company beschikt al over een vergunning om met de Vossius in heel Amsterdam te kunnen varen. Blue Boat Company betoogt dat de rechtbank ten onrechte de gewijzigde motivering als rechtmatig heeft beoordeeld. Volgens Blue Boat Company is dit geen weigeringsgrond waarmee op grond van de Vob een vergunning kan worden geweigerd. Verder betoogt Blue Boat Company dat de rechtbank niet heeft onderkend dat er een belang is bij een rechtsoordeel over de beoordeling van de welstand van de Vossius.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5472
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202200620/1/A3

202203919/1/R2

Bij besluit van 9 september 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht het verzoek van Loonbrouwerij en anderen van 12 mei 2021 om de vergunning van 25 januari 2017 van de rechtsvoorganger van Kanadevia Inova Biogas Cothen B.V., verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c, van diezelfde wet, afgewezen. Loonbrouwerij en anderen hebben verzocht om de natuurvergunning van 25 januari 2017, verleend aan de rechtsvoorganger van Inova, in te trekken. De vergunning is verleend voor het oprichten en in werking hebben van een co-vergistingsinstallatie met be- en verwerking van digestaat aan de Graaf van Lynden van Sandenburgweg nabij 6-8 in Cothen. De vergunning is verleend op basis van het Programma Aanpak Stikstof (PAS-vergunning). Loonbrouwerij en anderen hebben verzocht om intrekking op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c, van de Wnb, omdat de PAS-vergunning volgens hen is verleend in strijd met wettelijke voorschriften.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5426
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202203919/1/R2

202204793/1/R2

Bij besluit van 12 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Gemert-Bakel het bestemmingsplan "Gemert-Bakel Buitengebied, herziening december 2021" (hierna: het bestemmingsplan) vastgesteld. Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld. Met het bestemmingsplan wil de raad onder meer de ontwikkeling en instandhouding van natuur en landschap in het kader van de ecologische verbindingszone Esperloop Geneneind-Neerstraat in Bakel mogelijk maken. Het bestemmingsplan voorziet onder meer in een wijziging van de bestemming "Natuur", zodat een bestaande houtwal kan worden verwijderd en verplaatst kan worden en het traject van de waterloop de Esperloop deels kan worden verlegd. [appellant] woont aan [locatie] in Bakel, nabij de gronden waarop het bestemmingsplan betrekking heeft. Hij exploiteert op zijn gronden een intensieve veehouderij en teelt gewassen. Hij is het niet eens met de vaststelling van het bestemmingsplan, onder meer omdat hij vreest voor vernatting die de bedrijfsvoering op zijn gronden aantast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5473
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202204793/1/R2

202301182/1/A3

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken de aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen. [appellant] verkreeg de Turkse nationaliteit bij geboorte op [geboortedatum] 1968. Hij verkreeg ook de Nederlandse nationaliteit door naturalisatie op [datum] 1991. Op 9 februari 1997 is aan [appellant] voor het laatst een Nederlands paspoort verstrekt, geldig tot 9 februari 2002. [appellant] heeft op 10 juni 2021 bij het Nederlands Consulaat in Turkije een Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft de aanvraag voor een Nederlands paspoort niet in behandeling genomen, omdat hij op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (hierna: RWN) het Nederlanderschap van rechtswege op 1 april 2013 zou hebben verloren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5419
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202301182/1/A3

202302145/1/A2

Bij besluit van 28 augustus 2019 heeft de burgemeester van Utrecht de exploitatievergunning van The Palace ingetrokken. Op 30 september 2015 heeft The Palace een aanvraag voor een exploitatievergunning ingediend voor een horecabedrijf inzake zaalverhuur aan de Vlampijpstaat 63 in Utrecht. In het kader van de aanvraag heeft de burgemeester advies gevraagd aan het Landelijk Bureau Bibob. Op 7 april 2016 heeft het LBB geadviseerd dat een ernstig gevaar bestaat dat de verleende vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen. De burgemeester heeft bij besluit van 8 september 2016 alsnog de vergunning onder voorschriften verleend. De burgemeester heeft de vergunning ingetrokken, omdat The Palace zich niet aan de daaraan verbonden voorschriften heeft gehouden. Volgens de burgemeester heeft [persoon B] loon ontvangen van [bedrijf A] en heeft hij daarnaast ook namens [bedrijf A] aangifte gedaan bij de politie van oplichting. De rechtbank heeft overwogen dat de burgemeester terecht heeft vastgesteld dat het dienstverband tussen [persoon B] en [bedrijf A] een schending oplevert van voorschrift 1 van de exploitatievergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5488
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202302145/1/A2

202302698/1/R1

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wijdemeren een omgevingsvergunning voor het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan aan de [locatie 1] in Nederhorst den Berg geweigerd. [appellante] wil twee woningen bouwen op een perceel met de bestemming ‘Agrarisch’. Voor het plan is daarom een omgevingsvergunning voor gebruik in strijd met het bestemmingsplan nodig, maar volgens het college is het plan in strijd met de Provinciale Ruimtelijke Verordening en daarmee in strijd met een goede ruimtelijke ordening. [appellante] vindt dat de PRV wel ruimte biedt voor haar plan en is het niet eens met de weigering. Het college betoogt dat het beroep van [appellante] niet-ontvankelijk is, omdat belang bij een behandeling van het hoger beroep ontbreekt. Volgens het college moet het overgangsrecht van de omgevingsverordening NH2020 zo worden uitgelegd dat de PRV - die via het overgangsrecht van de NH2020 toepassing is op het besluit van 22 juli 2022 - na vernietiging van het besluit van 22 juli 2022 niet meer van toepassing is op een eventueel nieuw te nemen besluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5421
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202302698/1/R1

202303065/1/A3

Bij besluit van 21 december 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub 2] boetes opgelegd van in totaal € 54.000,00 wegens vijf overtredingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante sub 2] exploiteert een vastgoedonderhoudsbedrijf. Op 12 november 2019 voerde [appellante sub 2] werkzaamheden uit bij een appartementencomplex in Nijmegen. De werkzaamheden bestonden onder meer uit het saneren van asbesthoudende beglazingskit. Op 12 november 2019 hebben twee arbeidsinspecteurs een inspectie gehouden. Uit het boeterapport van 13 mei 2020 volgt dat op 12 november 2019 twee ingeleende werknemers van [appellante sub 2] asbesthoudende beglazingskit aan het verwijderen waren. Dit zijn werkzaamheden als bedoeld in artikel 4.54a, eerste lid, van het Arbobesluit. Uit de rapportage asbestinventarisatie blijkt dat de beglazingskit 0,1-2 procent chrysotiel bevat en dat de sanering van dergelijke kit standaard wordt uitgevoerd in risicoklasse 2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5456
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303065/1/A3

202303651/1/A2

Bij besluit van 3 december 2020 heeft het college het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.[partij] is eigenaar van het appartement [locatie] in het appartementengebouw de Hoge Erasmus te Rotterdam. [partij] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Hij heeft gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij zijn appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van zijn appartement gedaald, waardoor hij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5428
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303651/1/A2

202303654/1/A2

Bij besluit van 22 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het verzoek van [partij] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [partij] is eigenaar van het appartement [locatie] in het appartementengebouw de Hoge Erasmus te Rotterdam. [partij] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven" (hierna ook: het nieuwe bestemmingsplan). Hij heeft gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij zijn appartementengebouw (hierna ook: het bouwgebied) nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van zijn appartement gedaald, waardoor hij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5422
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303654/1/A2

202303655/1/A2

Bij besluit van 3 december 2020 heeft het college het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [partij] is eigenaar van het appartement [locatie] in het appartementengebouw de Hoge Erasmus te Rotterdam. [partij] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Hij heeft gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij zijn appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van zijn appartement gedaald, waardoor hij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5440
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303655/1/A2

202303657/1/A2

Bij besluit van 15 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [partij] een tegemoetkoming in planschade van € 15.250,00 toegekend, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 4 februari 2018. [partij] was eigenaar van het appartement [locatie] in het appartementengebouw de Hoge Erasmus te Rotterdam. [partij] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Zij heeft gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij haar appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van haar appartement gedaald, waardoor zij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5441
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303657/1/A2

202303659/1/A2

Bij besluit van 28 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [partij A] en [partij B] een tegemoetkoming in planschade van € 12.500,00 toegekend, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 januari 2019. 2.[partij A] en [partij B] zijn eigenaar van het appartement [locatie] in het appartementengebouw de Hoge Erasmus te Rotterdam. [partij A] en [partij B] hebben verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Zij hebben gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij hun appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van hun appartement gedaald, waardoor zij schade lijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5442
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303659/1/A2

202303660/1/A2

Bij besluit van 23 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [partij] een tegemoetkoming in planschade van € 9.000,00 toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 29 mei 2019.2.[partij] was eigenaar van het appartement [locatie] in een appartementengebouw aan de noordzijde van de Gedempte Zalmhaven, ten westen van het appartementengebouw de Hoge Heren. [partij] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Hij heeft gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij zijn appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van zijn appartement gedaald, waardoor hij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5443
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303660/1/A2

202303661/1/A2

Bij besluit van 23 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aanvraag van [partij] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [partij] is eigenaar van het appartement [locatie] in een appartementengebouw ten westen van appartementengebouw De Hoge Erasmus in Rotterdam. [partij] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Zij heeft gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij haar appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van haar appartement gedaald, waardoor zij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5423
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303661/1/A2

202303662/1/A2

Bij besluit van 22 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [partij] een tegemoetkoming in planschade van € 11.250,00 toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 2 december 2019. [partij] is eigenaar van het appartement [locatie] in een appartementengebouw aan de noordzijde van de Gedempte Zalmhaven, ten westen van het appartementengebouw de Hoge Heren. [partij] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Zij heeft gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij haar appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van haar appartement gedaald, waardoor zij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5444
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303662/1/A2

202303663/1/A2

Bij besluit van 15 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [partij] een tegemoetkoming in planschade van € 13.000,00 toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 8 mei 2019. [partij] is eigenaar van het appartement [locatie] in een appartementengebouw aan de noordzijde van de Gedempte Zalmhaven, ten westen van het appartementengebouw de Hoge Heren. [partij] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Zij heeft gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij haar appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van haar appartement gedaald, waardoor zij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5424
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303663/1/A2

202303664/1/A2

Bij besluit van 15 september 2020 heeft het college aan [partij] een tegemoetkoming in planschade van € 14.500,00 toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 19 augustus 2019. [partij] is eigenaar van het appartement [locatie] in een appartementengebouw aan de noordzijde van de Gedempte Zalmhaven, ten westen van het appartementengebouw de Hoge Heren. [partij] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Hij heeft gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij zijn appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van zijn appartement gedaald, waardoor hij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5447
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303664/1/A2

202303665/1/A2

Bij besluit van 28 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant sub 1] een tegemoetkoming in planschade van € 10.750,00 toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 3 december 2018. [appellant sub 1] is eigenaar van het appartement [locatie 1] in een appartementengebouw aan de noordzijde van de Gedempte Zalmhaven, ten westen van het appartementengebouw de Hoge Heren. [appellant sub 1] heeft verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Hij heeft gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij zijn appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van zijn appartement gedaald, waardoor hij schade lijdt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5450
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303665/1/A2

202303668/1/A2

Bij besluit van 28 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [partijen] een tegemoetkoming in planschade van € 12.500,00 toegekend, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 19 december 2018. [partijen] zijn eigenaar van het appartement [locatie] in het appartementengebouw de Hoge Erasmus te Rotterdam. [partijen] hebben verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 9 augustus 2017 in werking getreden bestemmingsplan "Gedempte Zalmhaven". Zij hebben gesteld dat het nieuwe bestemmingsplan in een gebied vlakbij hun appartementengebouw nieuwe bebouwing toestaat. Hierdoor is de waarde van hun appartement gedaald, waardoor zij schade lijden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5438
Datum uitspraak
12 november 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202303668/1/A2
vorige pagina1...8910...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon