Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.258
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202502848/1/A2

Bij besluit van 29 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 8.000,00 voor het zonder een onttrekkingsvergunning onttrekken van een woning aan de bestemming tot bewoning. Op 18 mei 2022 heeft de Districtsrecherche Rotterdam-Stad van de Politie Eenheid Rotterdam geconstateerd dat een appartement aan de [locatie] in Rotterdam (de woning) werd gebruikt voor illegale gokactiviteiten. Een inspecteur van de politie heeft de bevindingen van de politie opgenomen in een bestuurlijke rapportage van 30 juni 2022. Het college heeft op basis hiervan geconcludeerd dat een deel van de woning niet meer geschikt was voor bewoning en zonder een onttrekkingsvergunning aan de bestemming tot bewoning is onttrokken. Het college heeft [appellant] aangemerkt als gebruiker van de woning en als overtreder van artikel 21, aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 (Hw) en artikel 3.1.1 van de Verordening toegang woningmarkt en samenstelling woningvoorraad 2021 (Verordening). Bij besluit van 29 september 2022 heeft het college [appellant] daarom een bestuurlijke boete van € 8.000,00 opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1545
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502848/1/A2

202504086/1/R1

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Delft onder meer de locatie ter hoogte van [locatie] in Delft aangewezen voor het plaatsen van één ondergrondse afvalcontainer voor restafval, één voor papier, één voor groente-, fruit- en tuinafval (gft) en één voor glas. Bij het besluit is de locatie ter hoogte van [locatie] in Delft aangewezen voor de plaatsing van de verzamelcontainers. De beoogde locatie ligt tegenover de woningen van [appellant] en anderen aan de overkant van de straat. Het gaat hierbij om een nieuwe locatie ter vervanging van de oude locatie aan de Annageer. De oude locatie is opgeheven vanwege herinrichting van de straat Annageer, waarbij een fietspad wordt aangelegd. De nieuwe locatie ligt ongeveer 10 m ten zuiden van de oude locatie. [appellant] en anderen zijn het niet eens met het besluit. Zij vrezen voor bijplaatsingen, geluidoverlast, verkeersonveiligheid en aantasting van het groen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1521
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202504086/1/R1

202504370/1/A2

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de Dienst Wegverkeer een verzoek van [appellant] om de in het kentekenregister geregistreerde CO2-uitstoot van het voertuig met kenteken [kenteken] te wijzigen, afgewezen. Fabrikanten van voertuigen bestemd voor de Europese markt moeten volgens het Unierecht beschikken over een voor toelating op die markt vereiste Europese typegoedkeuring. Voor de Europese typegoedkeuring moeten zij onder meer de CO2-uitstoot van hun voertuigen vaststellen. Dit gebeurde vóór 1 september 2017 met de zogenoemde NEDC-test (New European Driving Cycle). Vanaf 1 september 2017 geldt voor alle nieuwe voertuigmodellen de WLTP-test (Worldwide harmonised Light-duty vehicle Test Procedure). Voor bestaande modellen geldt deze verplichting vanaf 1 september 2018. De WLTP-test is nauwkeuriger dan de NEDC-test en resulteert in een hogere CO2-uitstoot. Tot 1 januari 2021 is een overgangsmaatregel ingevoerd: de correlatiemethode NEDC2. Dit is een formule om de WLTP-waarde om te zetten naar een lagere waarde die de NEDC-waarde moet benaderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1322
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504370/1/A2

202504549/1/A2 en 202504571/1/A2

Bij besluit van 5 augustus 2024 heeft de Dienst Wegverkeer de keuringsbevoegdheid van [appellant] voor de categorie voertuigen tot en met 3500 kg ingetrokken voor een duur van zes weken. [appellant] is een bevoegd keurmeester voor algemene periodieke keuringen (APK’s) van voertuigen in de categorie tot en met 3.500 kg. Hij is eigenaar van de eenmanszaak [autogarage] met een APK-erkenning. Naar aanleiding van een steekproefcontrole op 17 juli 2024 van een APK heeft de RDW een overtreding door [appellant] geconstateerd als bedoeld in paragraaf 4.5 en Stroomschema kwaliteitstoepassing keuringseisen van de Bijlage APK Keurmeester 2021 van de Toezichtbeleidsbrief Erkenninghouders RDW 2021. Uit het steekproefcontrolerapport blijkt dat bij een herkeuring van een voertuig er een roestige dorpel was, de CO2-waarde hoger was dan toegestaan, een onderdeel van de stuurinrichting niet geborgd was en de remslang langs enig deel schuurde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1526
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504549/1/A2 en 202504571/1/A2

202504709/1/R1

Bij besluit van 3 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Hulst het bestemmingsplan "Groote Kreek II" vastgesteld. Het plan maakt de uitbreiding van de bestaande woonwijk Groote Kreek met maximaal 133 woningen mogelijk. Het plan voorziet daarnaast in een nieuwe ontsluitingsweg ter beperking van een toename van gemotoriseerde verkeersbewegingen op de bestaande wegen. Deze ontsluitingsweg zal ter plaatse van de huidige Waterstraat komen. De Waterstraat zal worden verbreed en door middel van een rotonde op de Molenstraat worden aangesloten. [appellant] woont op de [locatie] in Hulst. Hij heeft beroep ingesteld tegen het plan omdat hij zich niet kan verenigen met het voorziene tracé van de ontsluitingsweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1574
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202504709/1/R1

202505526/1/A2

Bij beslissing van 16 juli 2025 heeft de teammanager, namens de domeindirecteur van Hogeschool Inholland, aan [appellante] een bindend negatief studieadvies (BNSA) gegeven voor de bacheloropleiding Tourism Management. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 begonnen met de bacheloropleiding Tourism Management aan de Hogeschool Inholland. Bij brief van 4 maart 2025 heeft de domeindirecteur [appellante] erop gewezen dat zij tot op dat moment minder studiepunten had behaald dan zij kon behalen en dat zij aan het einde van het academisch jaar 45 van de 60 studiepunten moest hebben om een positief studieadvies te krijgen. Tot slot is in de brief toegelicht dat zij zo spoedig mogelijk contact moest opnemen met de studentendecaan als er persoonlijke omstandigheden waren die tot studievertraging leiden, om te bespreken hoe verdere vertraging kon worden voorkomen. Niet in geschil is dat [appellante] in het studiejaar 2024-2025 geen studiepunten heeft gehaald. De domeindirecteur heeft aan de beslissing ten grondslag gelegd dat [appellante] tot en met de vierde periode van het studiejaar onvoldoende studiepunten heeft gehaald voor een positief studieadvies en dat zij geen melding heeft gemaakt van persoonlijke omstandigheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1520
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505526/1/A2

202505814/1/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2025 heeft de BSA-commissie, namens de decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen, een negatief bindend studieadvies (NBSA) uitgebracht aan [appellante]. [appellante] is een Marokkaans staatsburger en zij is in het studiejaar 2023-2024 begonnen aan de bacheloropleiding Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam (UvA). Zij heeft in dat studiejaar 36 ECTS gehaald en heeft daarmee niet voldaan aan de BSA-norm van 48 ECTS. De BSA-commissie heeft haar toen uitstel van het BSA gegeven omdat zij is gediagnosticeerd met ADHD. De BSA-commissie heeft daarbij medegedeeld dat [appellante] in het daaropvolgende studiejaar 2024-2025 de resterende 24 ECTS van het eerste jaar moet halen voor haar BSA. [appellante] heeft in dat studiejaar vervolgens 0 ECTS aan eerstejaarsvakken gehaald. Zij heeft wel 30 ECTS aan tweedejaarsvakken gehaald. De BSA-commissie heeft bij beslissing van 21 augustus 2025 een NBSA uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1539
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505814/1/A2

202505932/1/A2

Bij besluit van 4 september 2025 heeft het College van Bestuur van de Universiteit Leiden het verzoek van [appellante] tot herstel van de aanmelding voor een bacheloropleiding Biologie met Verplichte Matching afgewezen. [appellante] volgde in het studiejaar 2024-2025 de opleiding Biofarmaceutische Wetenschappen. Zij heeft op 12 augustus 2025 voor deze studie een negatief bindend studieadvies (BSA) gekregen. Vervolgens heeft [appellante] zich op 30 augustus 2025 aangemeld voor de bacheloropleiding Biologie. Dit is een opleiding met een verplichte studiekeuzeactiviteit (matching). Het college heeft de inschrijving op 1 september 2025 geannuleerd, omdat zij zich niet op tijd heeft aangemeld. Op 3 september 2025 heeft [appellante] een verzoek tot herstel aanmelding Verplichte Matching ingediend. Op 4 september 2025 heeft het college het verzoek afgewezen, omdat het verzoek om inschrijving voor studenten met een negatief BSA voor een opleiding met verplichte matching voor het studiejaar 2025-2026 uiterlijk op 17 augustus 2025 moest zijn ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1580
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505932/1/A2

202505964/1/A2

Bij beslissing van 27 maart 2025 heeft het college van bestuur van de Radboud Universiteit aan [appellante] de toegang tot het onderwijs en de onderwijsgebouwen van de Radboud Universiteit ontzegd van 27 maart 2025 tot 27 juni 2025. [appellante] volgde de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Radboud Universiteit. Haar bacheloropleiding liep van studiejaar 2022-2023 tot en met studiejaar 2024-2025. Het CvB heeft op 15 februari 2024 een eerste schriftelijke waarschuwing aan [appellante] gegeven, omdat zij op een intimiderende, dwingende en niet-respectvolle wijze heeft gecommuniceerd met medewerkers van de universiteit. Deze communicatie ging onder meer over het toekennen van voorzieningen in het kader van flexibel studeren. Om deze voorzieningen af te dwingen heeft [appellante] gedreigd dat zijzelf of een familielid van haar naar de campus zou komen. Op 9 februari 2024 zijn [appellante] en haar moeder ook naar de campus gekomen. Uiteindelijk heeft de politie de moeder van [appellante] het pand uit begeleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1537
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505964/1/A2

202505993/1/A2

Bij beslissing van 26 augustus 2025 heeft het bestuur van het Amsterdam University College (AUC), namens het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, het verzoek van [appellante] om inschrijving voor de opleiding Liberal Arts and Sciences, afgewezen. [appellante] is een Ierse staatsburger en zij heeft in Ierland het voortgezet onderwijs afgerond. Zij wil de universitaire opleiding Liberal Arts and Sciences, met de major Humanities, volgen aan het AUC in Amsterdam. Het AUC stelt, naast de eis van een diploma vergelijkbaar met het Nederlandse vwo, aanvullende vooropleidingseisen. Voor het studiejaar 2025-2026 stelt zij voor deze opleiding, met major Humanities, onder meer de eis dat de kandidaat wiskunde C heeft behaald met minimaal een 7, of een vergelijkbaar cijfer.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1536
Datum uitspraak
18 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505993/1/A2

202304945/1/V1

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen om Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1494
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304945/1/V1

202405151/1/V2

Bij besluit van 7 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 22 april 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 19 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkenen ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1470
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202405151/1/V2

202505900/2/R1

Bij besluit van 20 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond ingestemd met het door Brickrock ingediende deelsaneringsplan voor de locatie aan de Meester Strikstraat 8 in Helmond. Het college heeft aan dat besluit het voorschrift verbonden dat Brickrock financiële zekerheid moet stellen. Brickrock is eigenaar van het perceel aan de Meester Strikstraat 8. Op dat perceel was in het verleden een wasserij gevestigd waarbij verontreiniging met vluchtige gechloreerde koolwaterstoffen in de grond en het grondwater is ontstaan. De verontreiniging bestaat uit de primaire bron op de plaats waar de wasserij gevestigd was, een secundaire bron bij de afwateringssloot die ten westen ligt van dat perceel, en een pluim die is ontstaan als gevolg van deze twee bronnen. Bij besluit van 10 december 2013 heeft het college vastgesteld dat sprake is van een geval van ernstige verontreiniging waarvan spoedige sanering noodzakelijk is. Bij besluit van 22 november 2022 is aan Brickrock een last onder dwangsom opgelegd om binnen 1 jaar na dagtekening van dat besluit te starten met de sanering volgens een saneringsplan waarmee het college overeenkomstig artikel 39 van de Wbb heeft ingestemd. De begunstigingstermijn in dat besluit is vervolgens meerdere keren verlengd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1491
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bodembescherming
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505900/2/R1

BRS.25.001632

Bij besluit van 19 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1445
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001632

BRS.26.000800

Bij besluit van 8 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen haar uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1459
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000800

BRS.26.000806

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1479
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000806

BRS.26.001008

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1476
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001008

BRS.26.001037

Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1461
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001037

202501015/1/R4

Bij besluit van 24 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldambt het verzoek van [appellant] om te handhaven op het verwijderen van maaiafval bij het plantsoen van het monument ‘Ongebroken’ op de Hoofdweg in Nieuw Beerta, niet in behandeling genomen. [appellant] woont aan de [locatie] in Nieuw Beerta. Aan de overkant van zijn woning staat het monument ‘Ongebroken’. Op 27 juni 2022 heeft [appellant] zowel een melding gemaakt als een e-mail gestuurd naar de gemeente Oldambt met daarin het verzoek om te handhaven op het verwijderen van maaiafval bij het plantsoen voor het monument, omdat de particuliere vereniging die het plantsoen onderhoudt dit niet opruimt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1547
Datum uitspraak
17 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202501015/1/R4

202501495/1/V3

Bij besluit van 29 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1438
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501495/1/V3

202600520/2/A3

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd. Op 5 oktober 2017 heeft een toezichthouder van de Omgevingsdienst Brabant Noord geconstateerd dat op het perceel van [verzoeker] een houtopstand is gekapt zonder dat daarvoor een melding is gedaan. De Omgevingsdienst heeft vervolgens [verzoeker] per brief erop gewezen dat hij voor 1 november 2020 moet voldoen aan zijn verplichting tot herbeplanting, als bedoeld in artikel 4.3, eerste lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Tijdens een inspectie van de toezichthouder op 13 januari 2023 is geconstateerd dat [verzoeker] de houtopstand niet heeft herplant. Daarom heeft het college [verzoeker] de last opgelegd binnen zes maanden op een bosbouwkundig verantwoorde wijze zijn perceel voor 20,8 are te herplanten. Als [verzoeker] niet voldoet aan de last, verbeurt hij € 2.500,00 per maand per geconstateerde overtreding, tot een maximum bedrag van € 15.000,00. De rechtbank heeft geoordeeld dat aannemelijk is dat een houtwal van meer dan 10 are aanwezig was voor 2016, zodat [verzoeker] een herbeplantplicht heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1466
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202600520/2/A3

202600559/2/A3

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de politiechef van de landelijke eenheid namens de korpschef het verzoek van [wederpartij] om inzage in en informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens, afgewezen. Bij besluit van 24 april 2023 heeft de korpschef het verzoek alsnog gedeeltelijk toegewezen en het besluit van 26 januari 2023 ingetrokken. [wederpartij] heeft op 12 januari 2023 op grond van artikel 25 van de Wet politiegegevens (Wpg) de korpschef verzocht om inzage in en informatie over de verwerking van zijn persoonsgegevens. Hij stelt hinder en beperkingen te ondervinden bij het reizen naar het buitenland: hij wordt regelmatig ondervraagd bij de douane en de toegang tot Dubai en Singapore is hem geweigerd. Hij wil daarom weten welke gegevens over hem zijn verwerkt. De korpschef heeft voor een deel van de gegevens waarover hij beschikt inzage geweigerd. De rechtbank heeft, voor zover relevant voor deze procedure bij de voorzieningenrechter, het volgende geoordeeld. De korpschef heeft onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe hij de belangen van [wederpartij] heeft afgewogen tegen de belangen van de korpschef bij toepassing van de weigeringsgronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1467
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202600559/2/A3

BRS.25.000251

Bij besluit van 17 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1431
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000251

BRS.26.000374 en BRS.26.000376

Bij besluit van 5 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1441
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000374 en BRS.26.000376

BRS.26.000656

Bij besluiten van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1427
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000656

BRS.26.000844

Bij besluit van 24 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1444
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000844

BRS.26.000924

Bij besluit van 14 februari 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1440
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000924

BRS.26.000978 en BRS.26.000980

Bij besluit van 3 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1457
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000978 en BRS.26.000980

BRS.26.000991 en BRS.26.000992

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1490
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000991 en BRS.26.000992

BRS.26.001151

Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1465
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001151

BRS.26.001222

Bij besluit van 5 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1483
Datum uitspraak
16 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001222

202204883/1/V1

Bij besluit van 12 april 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 3.536,67.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1456
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202204883/1/V1

202302751/1/V1

Bij besluit van 23 maart 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1455
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302751/1/V1

202303214/1/V1

Bij besluit van 25 november 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1454
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202303214/1/V1

202407435/1/V2

Bij besluit van 31 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1453
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202407435/1/V2

202502502/1/V1

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft het COa bepaald dat het betrokkene overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1451
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202502502/1/V1

202506041/2/R2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van de Stichting en [verzoeker A] om handhavend op te treden tegen de door Elfstedenhart Recreatie BV op het kampeerterrein Olde Kottink aan de Kampbrugweg 3 te Beuningen voorgenomen activiteiten, afgewezen. Aan de Kampbrugweg 3 in Beuningen was het kampeerterrein Olde Kottink gevestigd. Dit terrein grenst aan en ligt deels in Natura 2000-gebied Dinkelland. Op 9 februari 2004 is een vergunning op grond van de Wet op de openluchtrecreatie (hierna: de Wor) verleend voor 150 standplaatsen op het kampeerterrein. In 2021 heeft Elfstedenhart Recreatie dit kampeerterrein gekocht om te herontwikkelen. Elfstedenhart Recreatie wil in twee fasen 65 gasloze chalets realiseren en de locatie ombouwen tot het park Landal Olde Kottink. Met deze realisatie is gestart in 2022. Van de chalets zijn er inmiddels 39 opgeleverd en in gebruik.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1449
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202506041/2/R2

202600608/2/A3

Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het inzageverzoek van [wederpartij A] en [wederpartij B] afgewezen. [wederpartij A] en [wederpartij B] hebben de minister op 3 mei 2022 op grond van artikel 67 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 verzocht om informatie te verstrekken uit het register van een professioneel gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft dit verzoek afgewezen, omdat de verzochte informatie volgens de minister niet bij hem berust en daar ook niet behoort te berusten. Hij vraagt informatie uit de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen slechts op voor zover dat voor onderzoek van toegevoegde waarde is en voor zover dat voor de uitoefening van zijn wettelijke taak redelijkerwijs nodig is. De Verordening verplicht hem niet om informatie uit de register van een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen op te vragen als om verstrekking van die informatie wordt verzocht, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1436
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202600608/2/A3

202600609/2/A3

Bij besluit van 27 september 2023 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de aanvraag van de vereniging buiten behandeling gelaten. De vereniging heeft de minister op 27 augustus 2021 op grond van artikel 67 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 verzocht om informatie te verstrekken uit het register van twee professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft dit verzoek buiten behandeling gelaten, omdat de vereniging niet wenst dat het verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) wordt behandeld. De vereniging heeft hiertegen rechtstreeks beroep ingesteld bij de rechtbank. Op de zitting bij de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat hij ten onrechte het verzoek buiten behandeling heeft gelaten, maar dat het verzoek evenwel op grond van de Woo moet worden afgewezen. Volgens de minister berust de informatie die de vereniging wil hebben niet bij de minister en behoort deze informatie daar ook niet te berusten. De Verordening verplicht hem niet om informatie uit de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen op te vragen als om verstrekking van die informatie wordt verzocht, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1434
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202600609/2/A3

BRS.25.001495

Bij besluit van 4 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1311
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001495

BRS.25.002655

Bij uitspraak van 21 november 2025 heeft de rechtbank het door appellant tegen het besluit van de minister van Buitenlandse Zaken van 28 juni 2025 ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1430
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002655

BRS.26.000154

Bij besluiten van 22 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, en om afgifte van een document als bedoeld artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1310
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000154

BRS.26.000615

Bij besluit van 22 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1429
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000615

BRS.26.000816

Bij besluit van 29 augustus 2025, aangevuld bij besluit van 29 september 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1357
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000816

BRS.26.000819

Bij besluit van 29 augustus 2025, aangevuld bij besluit van 29 september 2025, heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1358
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000819

BRS.26.000875

Bij besluit van 26 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1428
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000875

BRS.26.001089 en BRS.26.001090

Bij besluit van 30 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1443
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001089 en BRS.26.001090

202401779/3/A3

Het college van gedeputeerde staten van Flevoland alsook Creil Exploitatie B.V., Creil Vastgoed B.V. en [appellant sub 4] (Creil Exploitatie en andere) hebben hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank. Deze zaak gaat over de weigering van een omgevingsvergunning voor het bouwen en veranderen van een inrichting. Het college heeft de aanvraag voor de omgevingsvergunning afgewezen op grond van artikel 2:20 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gelezen in samenhang met artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob). Het college heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1450
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401779/3/A3

202405928/1/A3

Verzoekster heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Buitenlandse Zaken krachtens artikel 8:75a van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan haar is tegemoetgekomen. Van tegemoetkomen is sprake indien het bestuursorgaan het door de indiener van het beroepschrift gewenste besluit geheel of gedeeltelijk neemt, tenzij dit besluit kennelijk is genomen op andere gronden dan de indiener van het beroepschrift heeft aangevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1761
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405928/1/A3

202600570/1/A2

Bij besluit van 10 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland de aanvraag van [appellante] als bedoeld in artikel D 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Kieswet om haar registratie te wijzigen en haar alsnog als kiezer te registreren als bedoeld in artikel D 1 van de Kieswet, afgewezen. [appellante] huurde vanaf 2016 een woning op het adres [locatie] in Poeldijk, gemeente Westland, op welk adres zij ook stond ingeschreven in de basisregistratie personen. Toezichthouders van de gemeente hebben geconstateerd dat zij niet op dit adres woonde, waarna het college haar per 25 juli 2025 uit de basisregistratie personen heeft uitgeschreven met ‘bestemming onbekend’ (Gemeenteblad 2025, 407380). Omdat zij haar woning aan derden had onderverhuurd en haar hoofdverblijf niet in de woning had, heeft de verhuurder de huurovereenkomst opgezegd en in kort geding ontruiming geëist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1452
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600570/1/A2

202404322/1/V2

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Iraanse nationaliteit. Aan zijn asielaanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij afvallige is, omdat hij zich heeft afgewend van zijn geloof in de islam en atheïst is geworden. Ook heeft hij in Iran deelgenomen aan demonstraties in 2022. Nadat hij naar Nederland is gegaan, zijn er in Iran twee mannen aan zijn deur geweest die naar hem hebben gevraagd. Appellant vreest daarom in het vizier van de Iraanse autoriteiten te zijn gekomen. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen. Hij acht het geloofwaardig dat appellant afvallige is, dat hij atheïst is en dat hij heeft deelgenomen aan demonstraties. De minister acht het ongeloofwaardig dat de Iraanse autoriteiten het huis van appellant hebben bezocht. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat van appellant terughoudendheid verwacht mag worden bij het uiten van zijn afvalligheid en atheïsme en dat hij daarom bij terugkeer niet heeft te vrezen voor vervolging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1326
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404322/1/V2

202500442/1/V2

Bij besluit van 2 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkene heeft de Iraanse nationaliteit. Aan zijn opvolgende asielaanvraag heeft hij zijn afvalligheid van de islam ten grondslag gelegd en zijn verdere groei in het christelijke geloof. Verder heeft hij aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat hij lid is geworden van een politieke actiegroep en dat hij deelneemt aan demonstraties die gericht zijn tegen de Iraanse autoriteiten. De minister heeft de asielaanvraag van betrokkene afgewezen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat betrokkene de geloofsgroei niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister acht de afvalligheid van de islam en de politieke overtuiging wel geloofwaardig. Ook acht de minister het geloofwaardig dat betrokkene op sociale media wordt bedreigd. De minister volgt betrokkene echter niet in zijn stelling dat hij hiermee in de negatieve aandacht van de Iraanse autoriteiten is komen te staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1439
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500442/1/V2

202505023/2/R2

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel de omgevingsvergunning verleend. Volgens het college is het bouwplan in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie". Dit bestemmingsplan maakt deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel. [verzoeker] woont aan de [locatie 2]. De nieuwe woning wordt gerealiseerd op het perceel dat grenst aan zijn tuin. Het verzoek om een voorlopige voorziening is erop gericht om te voorkomen dat de nieuwe woning wordt gebouwd voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op zijn hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1437
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202505023/2/R2

BRS.25.000745

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1349
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000745

BRS.25.001578

Bij besluit van 11 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1339
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001578

BRS.26.000911 en BRS.26.000912

Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1341
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000911 en BRS.26.000912

BRS.26.000946 en BRS.26.000947

Bij besluit van 5 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1304
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000946 en BRS.26.000947

BRS.26.000965

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1344
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000965

202302938/1/V1

Bij besluit van 12 september 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 2.195,60.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1352
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302938/1/V1

202405555/1/V1

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft het COa bepaald dat het appellant overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1354
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202405555/1/V1

202407015/2/V2

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1355
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407015/2/V2

202407015/3/V2

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1356
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407015/3/V2

202506022/2/R2

Bij besluit van 8 november 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een verzoek van BMF en anderen om een op 4 april 2018 verleende omgevingsvergunning met aangehaakte natuurtoestemming, voor zover betrekking hebbend op een mestvergistingsinstallatie (het project) op het terrein van VIDA Bioenergy Tilburg B.V. (VBT), en een op 10 mei 2016 verleende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het project in te trekken, afgewezen. VBT exploiteert aan de Vloeiveldweg 5-8 in Tilburg (onder andere) een mestvergistingsinstallatie. BMF en anderen hebben op 1 november 2021 verzocht om intrekking van de omgevingsvergunning van 4 april 2018 met aangehaakte natuurtoestemming en een op 10 mei 2016 verleende Wnb-vergunning, voor zover deze ziet op de - toentertijd - niet gerealiseerde mestvergistingsinstallatie. Het college heeft dit verzoek, voor zover in deze procedure van belang, voor de natuurvergunningen bij besluit van 8 november 2022 afgewezen, omdat volgens het college de intrekking van de natuurvergunningen niet nodig is als passende maatregel om verslechtering van de nabijgelegen Natura-2000 gebieden Loonse- en Drunense Duinen & Leemkuilen en Kampina & Oisterwijkse Vennen tegen te gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1351
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202506022/2/R2

BRS.25.002264

Bij besluit van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1324
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002264

BRS.26.000523

Bij brief van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1315
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000523

BRS.26.000628

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1331
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000628

BRS.26.000798

Bij besluit van 4 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1325
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000798

BRS.26.000838

Bij besluit van 1 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1316
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000838

BRS.26.000846

Bij besluit van 11 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1288
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000846

BRS.26.000901

Bij besluit van 15 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1332
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000901

BRS.26.000937

Bij besluit van 29 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1319
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000937

BRS.26.000996

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1327
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000996

BRS.26.000998

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1328
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000998

BRS.26.001011 en BRS.26.001012

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1426
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001011 en BRS.26.001012

202006510/13/R3

Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 30 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1971, heeft de Afdeling de minister van Infrastructuur en Waterstaat opgedragen om binnen 26 weken na verzending van die uitspraak de daarin genoemde gebreken in het op 17 november 2020 vastgestelde tracébesluit "A27/A12 Ring Utrecht 2020" (TB2020) en het op 13 juli 2022 vastgestelde tracébesluit "A27/A12 Ring Utrecht 2022" (TB2022) te herstellen. Deze einduitspraak is een vervolg op de tussenuitspraak van 30 april 2025 over de tracébesluiten TB2020 en TB2022 voor het project A27/A12 Ring Utrecht. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak verschillende gebreken geconstateerd in deze tracébesluiten. De minister heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak het TB2020 en het TB2022 op onderdelen gewijzigd met het TB2025. Ook heeft de minister een nadere motivering en nadere onderzoeksrapporten opgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1379
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Tracé en wegverbreding
  • uitspraakin de zaak202006510/13/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006510/13/R3

202103815/1/R2

Bij het besluit van 30 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Venray besloten het bestemmingsplan en het exploitatieplan "De Spurkt" niet vast te stellen. Greenport Venlo is het niet eens met dit besluit, onder meer omdat de raad volgens haar niet heeft gemotiveerd waarom het ruimtelijk ongewenst is om grootschalige bedrijvigheid in het plangebied mogelijk te maken. Het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpexploitatieplan "De Spurkt" voorzien in de realisatie van een nieuw bedrijventerrein van ongeveer 30 ha op de locatie ten noorden van Venray, direct ten noorden van het bestaande bedrijventerrein "Smakterheide". Volgens de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan kent het plangebied een overwegend agrarisch karakter en wordt het gekenmerkt door een grote mate van openheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1411
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202103815/1/R2

202200764/3/R3

Bij tussenuitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4762 (de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Leeuwarden opgedragen om binnen 26 weken de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in het besluit van 1 december 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak het volgende overwogen. Onder 17.4 is gewezen op de Quickscan flora en fauna en toets EHS van Staro van december 2016 (de Quickscan). De Quickscan gaat er voor de beoordeling dat geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur (EHS) plaatsvindt vanuit dat steigers en loopplanken over de oeverzone heen zullen lopen en dat geen, of alleen speciale, buitenverlichting toegepast zal worden. Het bestemmingsplan staat echter toe dat steigers en loopplanken niet over de oeverzone heenlopen, en dat er andere buitenverlichting aangebracht wordt dan waar de Quickscan vanuit gaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1361
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202200764/3/R3

202201905/4/R4

Bij tussenuitspraak van 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2185, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Voorst opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 7 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. Deze beroepsprocedure gaat over het bestemmingsplan "Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello". Het plan maakt mogelijk dat op de gelijknamige gronden in het noorden van Twello maximaal 289 woningen kunnen worden gebouwd. Onder 16.20 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het plan voldoet aan artikel 2.56 van de Omgevingsverordening Gelderland. De raad heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak bij besluit van 22 september 2025 het plan gewijzigd vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1399
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201905/4/R4

202204228/1/A2

Bij besluit, verzonden op 6 april 2021, heeft de raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] toegekende toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand met het kenmerk 3KT1508 ingetrokken. De raad verleent toevoegingen voor rechtsbijstand. De regels voor het al dan niet in aanmerking komen voor een toevoeging zijn neergelegd in de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr). Daarnaast heeft de raad beleid vastgesteld, neergelegd in zogenoemde werkinstructies. [appellant] is advocaat en neemt als rechtsbijstandverlener deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat een rechtsbijstandverlener op basis van vertrouwen een toevoegingsaanvraag indient en de raad deze toevoeging zonder voorafgaande inhoudelijke beoordeling verstrekt. Achteraf worden toevoegingen en vastgestelde vergoedingen steekproefsgewijs door de raad gecontroleerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1383
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202204228/1/A2

202204580/1/R4

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Nunspeet het bestemmingsplan "Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoenarbeiders e.a." vastgesteld. Het parapluplan voorziet in regels over twee verschillende onderwerpen. Ten eerste heeft de raad regels gesteld voor onzelfstandige bewoning binnen woonbestemmingen. Ten tweede heeft de raad regels gesteld voor logies voor arbeidsmigranten en seizoenarbeiders. Tegen dat laatste komt [appellant] op. [appellant] woont aan de [locatie] in Nunspeet, naast Landgoed De Grote Bunte. Op het landgoed worden arbeidsmigranten gehuisvest en [appellant] ondervindt daar overlast van. Hij komt op tegen het parapluplan, omdat het plan volgens hem mogelijk maakt dat zonder meer grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten wordt toegestaan op het landgoed. Volgens [appellant] past de huisvesting niet en kan dat ook niet worden ingepast vanwege de ligging in de bebouwde kom, ingeklemd tussen twee woonwijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1371
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204580/1/R4

202204708/1/A2

Bij veertien afzonderlijke besluiten van verschillende data heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan ieder van de exploitanten een vergunning verleend voor het exploiteren van een Bed & Breakfast (B&B). Tot 1 januari 2020 was het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om zonder een vergunning een B&B te exploiteren in een woonruimte in Amsterdam (B&B-exploitatie). Met de inwerkingtreding van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (de Hv) is het vanaf 1 januari 2020 in beginsel verplicht om hiervoor een vergunning te hebben (de vergunningplicht). De exploitanten betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat sinds de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (de Wtv) op 1 januari 2021, artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 (de Hw) niet langer als wettelijke grondslag voor de verlening van B&B-exploitatievergunningen kan gelden, omdat hiervoor artikel 23c van de Hw is aangewezen. De exploitanten wijzen daarbij onder andere op de totstandkomingsgeschiedenis van de Wtv en het daarbij bepaalde overgangsrecht. Ook voeren zij aan dat B&B-exploitatie geen woningonttrekking in de zin van artikel 21 van de Hw oplevert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1389
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204708/1/A2

202206749/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant sub 1] een last onder bestuursdwang opgelegd inhoudende dat [appellant sub 1] het woonschip "Vooranker" moet (laten) verwijderen uit Zijkanaal B. [appellant sub 1] had een ligplaatsontheffing voor het woonschip "Vooranker" op [locatie 2] in Zijkanaal B. Hij heeft dat woonschip vervangen voor het woonschip "Humpie Dumpie". Op 25 november 2019 heeft de minister aan [appellant sub 1] een ligplaatsontheffing verleend voor het woonschip "Humpie Dumpie" en de ontheffing voor "Vooranker" ingetrokken. Tot 25 maart 2020 mocht [appellant sub 1] met beide schepen op [locatie 2] liggen, zodat een verhuizing kon plaatsvinden. [appellant sub 2] had tot 2015 een ligplaatsontheffing voor het woonschip "Claes van Kyten" op [locatie 1] in Zijkanaal B. Dat woonschip is gezonken door een gebrek aan onderhoud. Op 26 mei 2015 heeft [appellant sub 2] afstand gedaan van zijn woonschip en is de eigendom van het woonschip overgedragen aan de minister. Het woonschip "Claes van Kyten" is op 17 juni 2015 overgedragen aan een sloopbedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1363
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206749/1/A3

202206931/1/A3

Bij besluit van 26 februari 2020 heeft de minister van Defensie het verzoek van [appellant] om inzage in het Handboek Inlichtingen voor de analist (DIS2009021353); het Handboek) van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) gedeeltelijk afgewezen en gedeeltelijk verstrekt. [appellant] wil weten wat in het Handboek staat voor een artikel dat hij schrijft over inlichtingenverzameling en analyse. De minister heeft delen van het Handboek aan [appellant] gegeven. [appellant] vindt dat de minister hem nog meer delen van het Handboek had moeten geven. [appellant] is het er ook niet mee eens dat de commissie die advies heeft gegeven over zijn bezwaar met de minister heeft gesproken zonder dat hij erbij was. [appellant] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat het horen in bezwaar van de minister zonder dat [appellant] of zijn gemachtigde daarbij aanwezig was, gerechtvaardigd is. Hij voert aan dat de Awb geen enkele mogelijkheid biedt voor een externe commissie om een bestuursorgaan te horen zonder dat de bezwaarmaker van het besprokene kennis kan nemen. Hij wijst daarvoor onder meer naar een uitspraak van de Afdeling van 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3547. Van het afzonderlijke horen is bovendien in strijd met artikel 7:7 van de Awb geen verslag gemaakt. [appellant] zegt dat hij daardoor in zijn procespositie is geschaad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1386
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206931/1/A3

202207030/1/A3

Bij besluit van 29 november 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een aanvraag van [appellant] om omzetting of verlening van een ontheffing van het ligplaatsverbod in Zijkanaal B te Velserbroek, afgewezen. [appellant] woonde sinds 1991 op het woonschip "Claes van Kyten" op [locatie] in Zijkanaal B. Zijkanaal B is een zijtak van het Noordzeekanaal. Op 13 juli 2010 is aan hem ambtshalve ontheffing verleend voor het innemen van een ligplaats met dat woonschip. Tot 2015 heeft [appellant] gebruik gemaakt van de ligplaats. Op 26 mei 2015 is door medewerkers van Rijkswaterstaat (hierna: RWS) geconstateerd dat het woonschip aan het zinken was door de slechte staat en een gebrek aan onderhoud. Aan [appellant] is spoedeisende bestuursdwang aangezegd en hem is meegedeeld dat op zijn kosten alle noodzakelijke maatregelen ter bescherming van het oppervlaktewater zouden worden genomen. Diezelfde dag heeft [appellant] een afstandsverklaring voor zijn woonschip ondertekend, waarmee de eigendom van het woonschip werd overgedragen aan de minister. Het woonschip is op 17 juni 2015 overgedragen aan een sloopbedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1366
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207030/1/A3

202207153/4/R1

In de tussenuitspraak van 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:316, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 20 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Woongebieden Kom Uden 2022" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken het onder 5.1 van die uitspraak geconstateerde gebrek te herstellen door akoestisch onderzoek uit te laten voeren naar de gevolgen voor de geluidbelasting bij de percelen van appellanten van het gebruik van padelbanen binnen het sportcomplex en in het licht van de uitkomsten van dit onderzoek te bezien of een gewijzigde planregeling moet worden vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1367
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207153/4/R1

202300988/1/R3

Bij besluit van 21 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland. een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing van de woning aan de [locatie 1] te Maasland. Het college heeft aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor een bouwplan dat, kort gezegd, voorziet in het toegankelijk maken van de bergzolder en het realiseren van een dakkapel (dakopbouw) op het achtergevel dakvlak van de woning aan de [locatie 2] in Maasland (hierna: de woning). [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 3] in Maasland. Zij kan zich niet vinden in de verlening van de omgevingsvergunning, omdat volgens haar impliciet meer vergund wordt dan waar het college vanuit is gegaan bij de verlening van de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1381
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300988/1/R3

202301250/1/A3

Bij besluit van 10 juli 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellante] is geboren op [geboortedatum] 1957 in Suriname en heeft door geboorte het Nederlanderschap verkregen. Op 28 mei 1971 is zij voor het eerst ingeschreven in Nederland. Op 27 juli 2006 is [appellante] uitgeschreven uit Nederland wegens emigratie naar Suriname. Op 8 februari 2007 heeft [appellante] door naturalisatie de Surinaamse nationaliteit verkregen. Op 18 mei 2018 heeft zij een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Suriname. De minister heeft geweigerd om de aanvraag in behandeling te nemen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat [appellante] het Nederlanderschap op 8 februari 2017 ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) heeft verloren omdat zij zowel de Nederlandse als de Surinaamse nationaliteit had, zij op dat moment gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Suriname en van stuiting van deze termijn op grond van artikel 15, vierde lid, van de RWN geen sprake is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1384
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202301250/1/A3

202301670/1/R2 en 202301673/1/R2

Bij besluiten van 20 december 2022 heeft de raad van de gemeente Boxtel het bestemmingsplan "De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7" en het bestemmingsplan "Nieuw Koolwijk" vastgesteld. In het buitengebied van de gemeente Boxtel vindt aan De Ruiting in de kern Esch gebiedsontwikkeling De Ruiting plaats. Hiermee is een transformatie beoogd van een voornamelijk agrarische omgeving naar een woonomgeving met onder meer natuur en recreatie. Het bestemmingsplan "De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7" voorziet in de herontwikkeling van de locaties De Ruiting 3 en 3A (De Roudonck), De Ruiting 4 en 4A (De Jofrahoeve), De Ruiting 5 (De Antoniushoeve) en De Ruiting 7 (Landgoed De Ruiting) in Esch in de gemeente Boxtel. Met het plan is beoogd om de veelal voormalige agrarische locaties te herontwikkelen tot bestemmingen voor (zorg)wonen met recreatieve of maatschappelijke nevenfuncties, recreatie en natuur. [appellant sub 1] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied van het bestemmingsplan "De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7" en het plangebied van bestemmingsplan "Nieuw Koolwijk". Zij kunnen zich niet met deze plannen verenigen, onder meer omdat volgens hen bij de voorbereiding daarvan hun belangen onvoldoende zijn betrokken en er sprake is van strijd met het gemeentelijke beleid en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1413
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301670/1/R2 en 202301673/1/R2

202302593/1/R3

Bij besluit van 24 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een eenlaagse aanbouw aan de zijkant van de woning op het perceel [locatie] in Noordwijk en het bouwen van een berging in de achtertuin van die woning. [appellante] is eigenaar van het perceel. Op het perceel stond een woning met aan de achterkant een vergunningvrij gebouwde veranda. Daarnaast was er aan de zijkant van de woning een aangebouwde, eenlaagse garage aanwezig. [appellante] heeft op 19 september 2018 een eerste aanvraag voor een omgevingsvergunning ten behoeve van een tweelaagse zijaanbouw en de plaatsing van een berging in de achtertuin ingediend. Het college heeft die aanvraag op 20 december 2018 afgewezen en die afwijzing bij besluit van 1 oktober 2019 in stand gelaten. Het hoger beroep van [appellante] richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtsbank, voor zover haar beroep tegen het besluit van 1 oktober 2019 in die uitspraak ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1412
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302593/1/R3

202303456/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van € 12.000,00, wegens omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. [appellante] houdt zich onder andere bezig met het detacheren van arbeidsmigranten in de hotelbranche, aan wie zij ook woonruimte verhuurt. Op 16 januari 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning aan de [locatie] in Amsterdam (de woning) bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport van 17 januari 2020. Op basis daarvan heeft het college geconcludeerd dat [appellante] de woning aan meer dan het aantal toegestane personen heeft verhuurd, die de aanwezige wezenlijke voorzieningen met elkaar moeten delen en die geen gezamenlijke huishouding voeren, waarbij geen sprake is van inwoning. Daarmee heeft [appellante] volgens het college de woning omgezet of omgezet gehouden in onzelfstandige woonruimte, terwijl daarvoor geen vergunning is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1391
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303456/1/A2

202304282/1/R2

Bij besluit van 9 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda aan [appellant B] een last onder bestuursdwang opgelegd. De last houdt in dat [appellant B] de bouwwerkzaamheden op het perceel [locatie] in Breda moet staken en gestaakt moet houden. In deze zaak moet de Afdeling beoordelen of het college het bezwaar van [appellant A] terecht niet ontvankelijk heeft verklaard in het besluit op bezwaar van 6 januari 2022. De last onder bestuursdwang was gericht aan [appellant B] en niet aan het bouwbedrijf. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bouwbedrijf niet een direct belang heeft, maar via [appellant B] alleen een afgeleid belang heeft. [appellant B] heeft trouwens zelf ook bezwaar gemaakt en daarop heeft het college beslist in een apart besluit op bezwaar. Daarnaast spelen in deze zaak nog twee dingen. Het eerste is of [appellant B] in deze procedure wel of geen beroep bij de rechtbank heeft ingesteld. Het tweede is dat het hoger beroep over het besluit op bezwaar van [appellant A] ook is ingesteld door [appellant B]. En de vraag is of dat wel mag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1390
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304282/1/R2

202305536/2/R2

Bij uitspraak van 24 december 2025, ECLI:NLRVS:2025:6334, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het beroep van onder meer [appellant A] en [appellant B]. In die zaak hebben [appellant A] en [appellant B] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit één rechterlijke instantie bestaat zonder voorafgaande bezwaarprocedure, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste twee jaar redelijk. De termijn begint op het moment van ontvangst van het beroepschrift door de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1415
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305536/2/R2

202305564/1/A3

Bij besluit van 28 december 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 1967 in Turkije en verkreeg door geboorte de Turkse nationaliteit. Op 20 januari 1995 verkreeg [appellant] tevens het Nederlanderschap. Op 20 oktober 2005 is [appellant] uitgeschreven uit Nederland wegens emigratie naar een onbekende bestemming. Uit het historisch residentieel overzicht van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken is gebleken dat [appellant] op 14 februari 2007 is ingeschreven in Turkije. Aan [appellant] is voor het laatst op 23 oktober 2006 een Nederlands paspoort verstrekt. Vervolgens heeft hij op 8 juli 2021 een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Turkije. De minister heeft geweigerd om de aanvraag in behandeling te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1387
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202305564/1/A3

202306469/1/A3, 202306471/1/A3, 202306472/1/A3, 202306473/1/A3, 202306474/1/A3 en 202306475/1/A3

Bij brief van 12 mei 2022 heeft de burgemeester van Tilburg aan [appellant sub 1] en anderen laten weten dat hij na een evaluatie geen redenen ziet om af te wijken van de regeling dat in het geval van het telen van maximaal vijf hennepplanten niet bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd. In september 2016 heeft de toenmalige burgemeester van Tilburg aan de stichting Patiënten Groep Medicinale Cannabis Gebruikers meegedeeld dat hij onder bepaalde voorwaarden het telen van medicinale cannabis toestaat. Deze voorwaarden zijn onder meer dat er niet meer dan vijf planten van maximaal drie meter hoog in een woning mogen worden geteeld, de cannabis voor eigen gebruik moet zijn en deze niet aan derden mag worden verkocht. [appellant sub 1] en anderen zijn patiënten die op doktersvoorschrift medicinale cannabis gebruiken. De vijf soorten cannabis die de apotheek levert werken niet voor hen. Daarom zijn [appellant sub 1] en anderen genoodzaakt hun eigen soorten thuis te kweken. Volgens [appellant sub 1] en anderen heeft de burgemeester met de brief van 12 mei 2022 de gedoogbeslissing van 12 september 2016 ingetrokken. [appellant sub 1] en anderen hebben daarom tegen de brief van 12 mei 2022 bezwaar gemaakt. De burgemeester heeft deze bezwaren niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief van 12 mei 2022 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1402
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202306469/1/A3, 202306471/1/A3, 202306472/1/A3, 202306473/1/A3, 202306474/1/A3 en 202306475/1/A3

202307083/1/R2

Bij het besluit van 21 juli 2020 heeft het college aan de gemeente Venray ten behoeve van de realisatie van een bedrijventerrein aan de Spurkt in Venray een ontheffing verleend van de verboden als bedoeld in artikelen 3.1, tweede lid, 3.5, tweede en vierde lid en 3.10, eerste lid van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor diverse handelingen, te weten: - het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van de huismus, boerenzwaluw en de steenuil; - het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en de watervleermuis; - het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis; - het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das. Bij het besluit van 29 juni 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat [wederpartij] geen belanghebbende is, omdat de handelingen waarvoor de ontheffing is verleend geen ruimtelijke uitstraling hebben op zijn directe woon- en leefomgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1409
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202307083/1/R2

202307275/1/A2

Bij besluiten van 23 juli 2020 en 6 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] twee bestuurlijke boetes opgelegd ter hoogte van ieder € 12.000,00, wegens omzetting van twee zelfstandige woonruimten in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Op 4 februari 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Amsterdam (de woningen) bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in op ambtsbelofte opgemaakte rapporten van 5 en 6 februari 2020. Op basis daarvan heeft het college geconcludeerd dat [appellante] de woningen aan meer dan het aantal toegestane personen heeft verhuurd, die de aanwezige wezenlijke voorzieningen met elkaar moeten delen en die geen gezamenlijke huishouding voeren, waarbij geen sprake is van inwoning. Daarmee heeft [appellante] volgens het college beide woningen omgezet of omgezet gehouden in onzelfstandige woonruimte, terwijl daarvoor geen vergunningen zijn verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1401
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202307275/1/A2

202307313/1/R3

Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop aan Liander N.V. een vergunning verleend voor het plaatsen van een transformatorstation nabij de [locatie] in Zevenhoven. Deze zaak gaat over een transformatorstation dat door Liander N.V. is aangelegd in Zevenhoven, in de gemeente Nieuwkoop. Liander N.V. heeft voor het plaatsen van het transformatorstation op 29 juni 2020 "onder protest" een aanvraag om een vergunning ingediend. Zij is namelijk van mening dat deze activiteit vergunningvrij is. Hoewel deze aanvraag bij besluit van 10 juli 2020 door het college werd ingewilligd, is Liander N.V. daarom toch tegen dit besluit in bezwaar gegaan. Nadat dit bezwaar bij besluit van 9 december 2020 ongegrond is verklaard, is Liander N.V. daartegen in beroep gegaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vergunningplicht die door artikel 5, eerste lid, van de Algemene Verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop 2020 in het leven is geroepen, geen onaanvaardbare doorkruising van het systeem van vergunningsvrij bouwen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht oplevert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1377
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307313/1/R3

202307585/1/A2

Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek om schadevergoeding voor gemiste subsidie en waardevermindering van grond afgewezen. Bij besluit van 4 december 2006 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op grond van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 (SN 2000) aan [appellant] subsidies verleend. De subsidie voor functieverandering, bedoeld voor het omzetten van landbouwgrond naar natuur, is verleend voor een looptijd van 30 jaar (vijf aaneensluitende tijdvakken van zes jaar). De inrichtingssubsidie, bedoeld voor het geschikt maken van landbouwgrond voor natuur, is verleend voor de periode vanaf 1 december 2006 tot en met 30 november 2012. [appellant] heeft voor het beheer van het perceel ook een beheersubsidie aangevraagd. Deze subsidie voor behoud en ontwikkeling van de natuur op het perceel wordt steeds voor een periode van zes jaar verleend. Deze termijn geldt zowel op basis van de op 1 januari 2007 vervallen SN 2000 als op basis van de opvolgers daarvan, de Subsidieregeling natuurbeheer Overijssel en de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Overijssel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1365
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307585/1/A2

202401681/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd voor het verhuren van een woning waar niet zelfstandig wordt gewoond zonder te beschikken over de daarvoor noodzakelijke vergunning. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning). Een inspecteur van de Haagse Pandbrigade heeft op 30 maart 2022 een inspectie in de woning uitgevoerd. Tijdens deze inspectie heeft de inspecteur geconcludeerd dat de woning was onttrokken aan de woningvoorraad doordat deze was omgezet van zelfstandige naar onzelfstandige bewoning. Omdat [appellant] meerdere woningen in zijn bezit heeft en die woningen bedrijfsmatig exploiteert, heeft het college hem op grond van artikel 7:2, gelezen in samenhang met bijlage II van de Huisvestingsverordening, een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1396
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202401681/1/A2

202402859/1/R4

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt aan BHM Solar B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van stellages ten behoeve van de opwek van duurzame energie en bijbehorende technische installaties en kabelwerk voor "Zonneweide Voordaan", op de locatie Maartensdijk, sectie N, nrs. 1434, 2368, 2373 en 2374 in Groenekan, gemeente De Bilt, voor een periode van dertig jaar. "Zonneweide Voordaan" is een initiatief van BHM Solar om een zonnepark te realiseren in Groenekan, gemeente De Bilt. Ter realisatie van het zonnepark heeft zij op 30 mei 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd om stellages ten behoeve van de opwek van duurzame energie en bijbehorende technische installaties en kabelwerk op te richten en om daarbij af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. [appellant sub 1] en anderen en [appellanten sub 2] wonen allen aan de Lindenlaan in Groenekan en vrezen dat hun woon- en leefklimaat zal worden aangetast als gevolg van het zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1398
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402859/1/R4
vorige pagina1...8910...1.243volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon