Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.510
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202404217/1/R1

Bij besluit van 23 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een omgevingsvergunning verleend aan Woningstichting Eigen Haard voor het realiseren van een gebouw met daarin zestien studio’s op het perceel Sint Willibrordusstraat 43A in Amsterdam en het transformeren van de bestaande voormalige brandweerkazerne naar tien woningen op het perceel Van Ostadestraat 341 in Amsterdam. De nieuwbouw bestaat uit een begane grond met een gemeenschappelijke woonkamer en keuken, een ruimte voor het personeel (kantoor/verblijf) en een inpandige fietsenstalling voor bewoners. Op de vier verdiepingen daarboven komen op elke verdieping vier studio’s met een eigen badkamer. De studio’s variëren van 32 m2 tot 34,6 m2 gebruiksoppervlakte. [appellant A], [appellant B] en anderen kunnen zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak. De Afdeling gaat ervanuit dat [appellant A] en anderen enerzijds en [appellant B] anderzijds zich niet kunnen verenigen met de uitspraak van de rechtbank voor zover die betrekking heeft op de door hen afzonderlijk aangevoerde gronden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:474
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404217/1/R1

202404369/1/R4

Bij besluit van 16 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Apeldoorn het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2]" vastgesteld. Het plan betreft de verplaatsing van het bosbouwbedrijf gevestigd op [locatie 1] in Hoog Soeren naar [locatie 2] in Wenum Wiesel. Op [locatie 1] komt ruimte voor in totaal vier geschakelde schuurwoningen en twee vrijstaande woningen. Daarnaast maakt het plan aan de overzijde van het perceel een twee-onder-één-kap woning mogelijk. [appellant] woont op het naast gelegen perceel, [locatie 3]. Hij kan zich niet verenigen met het plan voor zover het extra woningen mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:479
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404369/1/R4

202404429/1/A2

Bij besluit van 23 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de kosten van spoedeisende bestuursdwang van € 1.386,90 op [appellant] verhaald. Op 20 mei 2022 is in de kelder van het pand aan de [locatie] in Rotterdam een hennepkwekerij aangetroffen. Vanwege de gevaren voor de omgeving en omwonenden is spoedeisende bestuursdwang toegepast en is de hennepkwekerij direct ontmanteld. Volgens de rechtbank heeft het college [appellant] terecht aangemerkt als overtreder, als bedoeld in artikel 5:25 van de Algemene wet bestuursrecht, van het bepaalde in artikel 1a, tweede lid, van de Woningwet, zoals die bepaling ten tijde van de besluitvorming luidde. [appellant] had ten tijde van de overtreding een huurovereenkomst en een overeenkomst voor de levering van energie voor de woning afgesloten en was, ondanks dat hij destijds al geruime tijd in detentie zat, in de basisregistratie personen nog steeds op dat adres ingeschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:465
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404429/1/A2

202405116/1/R3

Bij besluit van 22 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam ten behoeve van het bestemmingsplan "Mallegat" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Mallegat" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van een woontoren (Mallegatplot) met een hoogte van 76 m en maximaal 193 appartementen aan de Persoonshaven in de wijk Feijenoord in Rotterdam. Ten noorden van het plangebied ligt verzorgingshuis De Steenplaat en ten zuiden ervan het Mallegatpark. Aan de oostzijde wordt het plangebied begrensd door de rivier de Nieuwe Maas, en aan de westzijde van het plangebied staan woningen aan de Persoonshaven. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 1] in Rotterdam, op een afstand van ongeveer 70 m tot het plangebied. [appellant sub 3] woont aan de [locatie 2] in Rotterdam op ongeveer 1,1 km tot het plangebied. [appellant sub 3] heeft een zienswijze over het ontwerpplan naar voren gebracht. [appellant sub 2] en [appellant sub 3] vrezen dat de voorziene ontwikkeling leidt tot een verslechtering van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:495
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202405116/1/R3

202405682/1/A3

Bij uitspraak van 4 juli 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep wegens het niet tijdig bekendmaken van een beschikking van rechtswege ongegrond verklaard. [appellant] heeft in augustus 2020 een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingediend. Omdat ingebrekestellingen niet hebben geresulteerd in een besluit, heeft hij de inspecteur op 29 januari 2021 verzocht om hem van rechtswege de maximale bestuurlijke dwangsom uit te betalen. De inspecteur heeft bij brief van 5 februari 2021 geweigerd een dwangsombeschikking als bedoeld in artikel 4:18 van de Algemene wet bestuursrecht te nemen. [appellant] heeft volgens de inspecteur namelijk een Wob-verzoek ingediend en in dat soort zaken is paragraaf 4.1.3.2 van de Awb niet van toepassing, zodat op grond van artikel 15 van de Wob geen dwangsom verschuldigd kan zijn in verband met het niet tijdig beslissen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:458
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405682/1/A3

202406392/1/A2

Bij brief van 10 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden geweigerd een besluit te nemen op een verzoek van [appellant] om de Veelschrijversrichtlijn gemeente Molenlanden 2019 in te trekken of aan te passen. [appellant] woont aan de Nolweg in Schelluinen naast een melkveehouderij. In 2015 heeft de melkveehouderij een nieuwe stal gebouwd. Volgens het college heeft [appellant] vanaf de voorbereidingen voor die nieuwe stal in 2013 veel klachten en (handhavings)verzoeken bij het college ingediend over de bedrijfsvoering van de melkveehouderij. [appellant] heeft het college primair verzocht om de Veelschrijversrichtlijn in te trekken. Subsidiair heeft hij het college verzocht de van toepassing verklaring van de Veelschrijversrichtlijn op het ‘kader handelswijze dossier Nolweg, Schelluinen’ in te trekken en dat dossier te vernietigen. Het college heeft het primaire verzoek alsnog afgewezen, omdat het belang van handhaving van de Veelschrijversrichtlijn zwaarder weegt dan het belang van [appellant] om die richtlijn in te trekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:478
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406392/1/A2

202407679/1/A2

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de minister voor Primair en Voortgezet Onderwijs de aanvraag van OMO om een cursus internationaal georiënteerd voortgezet onderwijs in aanmerking te brengen voor bekostiging, afgewezen. OMO voert primair aan dat de bij haar aanvraag overgelegde prognose van het aantal leerlingen voldoende behoefte aan haar aanbod, als bedoeld in de beleidsregel, van IGVO aantoont. Het maken van een onderscheid tussen IB CP en IB DP-leerlingen is op grond van de beleidsregel niet vereist. Daarnaast wordt IB CP sinds kort bekostigd aangeboden in Nederland, zodat de staatssecretaris niet uit kan gaan van een aandeel van 10 procent van IB CP-leerlingen, welk percentage de staatssecretaris uit de weinige beschikbare data heeft afgeleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:467
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Geld
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202407679/1/A2

202408075/1/A3

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de burgemeester van Den Haag de woning aan de [locatie] in Den Haag voor drie maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant] huurde een woning aan de [locatie] in Den Haag. De burgemeester heeft [appellant] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor drie maanden ingaande 11 juli 2023 om 11:00 uur en eindigend op 11 oktober 2023 om 11:00 uur, op grond van artikel 13b van de Opiumwet. De sluiting van de woning berust op een op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage van de politie van 30 mei 2023. In de bestuurlijke rapportage van 30 mei 2023 staat dat in de periode van 15 december 2022 tot en met 24 mei 2023 diverse incidenten hebben plaatsgevonden, waaronder aan drugs gerelateerde overlast. Het onderzoek van de politie doet de burgemeester ernstig vermoeden dat in de woning structureel wordt gehandeld in verdovende middelen en/of verdovende middelen worden verstrekt. De burgemeester baseert zich daarbij op de verklaringen van buurtbewoners die bij de politie meldingen hebben gemaakt van aan drugshandel gerelateerde overlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:477
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202408075/1/A3

202500326/1/A3

Bij brief van 26 augustus 2022 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers een klacht van [appellante] over de reconstructie van de grenzen van het perceel aan [locatie] in Barneveld afgewezen. [appellante] is op 12 juni 2020 eigenaar geworden van het perceel aan [locatie] in Barneveld, dat sinds 1926 in eigendom is van haar familie. [appellante] heeft op 11 januari 2022 om een grensreconstructie verzocht, omdat zij een schutting wil plaatsen op het perceel en het haar niet duidelijk is waar de perceelgrenzen precies lopen. Op 15 februari 2022 heeft de gevraagde grensreconstructie plaatsgevonden. Tijdens deze grensreconstructie is vastgesteld dat de noord- en westgrens van het perceel niet correct zijn weergegeven op de kadastrale kaart en dat deze daarom moet worden herzien. Bij brief van 26 augustus 2022 heeft de bewaarder [appellante] te kennen gegeven dat de grenscorrectie goed is uitgevoerd en heeft hij de klacht van [appellante] over de grenscorrectie afgewezen. [appellante] heeft hiertegen bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:497
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500326/1/A3

202502474/1/A2

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. appellant] is dakloos geworden nadat hij in 2023 is gescheiden van zijn ex-partner. Hij heeft tijdelijke opvang gekregen in de noodopvang, maar deze plek is volgens hem niet passend gelet op zijn medische problematiek. Hij heeft daarom een urgentieverklaring aangevraagd om met voorrang in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:466
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502474/1/A2

202502764/1/A2

Bij besluit van 1 januari 2024 heeft de raad de aan [appellante] verleende toevoeging ingetrokken. Op 4 februari 2021 heeft [partij] namens [appellante] bij de raad een aanvraag ingediend om toevoeging voor rechtsbijstand voor de echtscheidingsprocedure van [appellante]. Bij besluit van 9 februari 2021 heeft de raad deze aanvraag ingewilligd. Bij aanvraag van 25 september 2023 heeft [partij] de raad verzocht om vergoeding van de door haar verleende rechtsbijstand aan [appellante] en daarbij een financieel resultaat vermeld van € 30.000,00. Bij brief van 21 november 2023 heeft de raad [appellante] geïnformeerd over het voornemen om de toevoeging in te trekken. Hierop heeft [appellante] een zienswijze naar voren gebracht. Bij besluit van 1 januari 2024 heeft de raad de toevoeging ingetrokken. De raad heeft het daartegen ingestelde bezwaar ongegrond verklaard. Bij de beslissing om de toevoeging in te trekken is volgens de raad leidend dat [appellante] een vordering met betrekking tot een geldsom heeft die boven het drempelbedrag ligt. In de door [appellante] naar voren gebrachte omstandigheden heeft de raad geen zwaarwegende omstandigheden gezien die zich verzetten tegen de vordering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:476
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502764/1/A2

202502811/1/A3

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de burgemeester van Hillegom de woning aan de [locatie] in Hillegom voor zes maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellante] huurde een woning aan de [locatie] in Hillegom. De burgemeester heeft [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor zes maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet overeenkomstig de door hem vastgestelde Beleidsregel Damoclesbeleid gemeente Hillegom - 2023. De sluiting is ingegaan op 27 juni 2024 om 10:00 uur. Met het besluit van 24 september 2024 heeft de burgemeester de sluitingsduur teruggebracht naar drie maanden, waardoor de sluiting is geëindigd op 27 september 2024 om 11:00 uur en [appellante] weer terug kon naar haar woning. Niet in geschil is dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. In hoger beroep staat alleen de evenredigheid van de woningsluiting ter discussie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:475
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202502811/1/A3

202503035/1/A2

Bij besluit van 13 april 2022 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de aan [partij] verleende toevoeging ingetrokken. Op 26 augustus 2019 heeft [appellant] namens [partij] bij de raad een aanvraag ingediend om een toevoeging voor rechtsbijstand voor een arbeidsgeschil van [partij]. Bij besluit van 30 augustus 2019 heeft de raad deze aanvraag ingewilligd. Bij vonnis van 12 januari 2022 heeft de rechtbank Zeeland-West-Brabant [partij] in het gelijk gesteld en, voor zover hier van belang, de voormalige werkgever van [partij] veroordeeld tot betaling van het achterstallige loon en de proceskosten van [partij]. De raad heeft bij het besluit van 4 oktober 2022 het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 13 april 2022 herroepen en de aan [partij] verstrekte toevoeging in stand gelaten. De raad heeft vastgesteld dat [partij] naar aanleiding van de gevoerde procedure een geldbedrag van € 16.370,27 heeft gekregen. Dit bedrag ligt boven het drempelbedrag van € 15.873,50 en dit zou in beginsel betekenen dat op grond van artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wrb, de toevoeging wordt ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:472
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202503035/1/A2

202503326/1/A2

Bij besluit van 7 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphorst de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] is eigenares van de vrijstaande woning aan de [locatie] te Staphorst. Op 31 mei 2023 heeft [appellante] een tegemoetkoming in planschade aangevraagd. Volgens haar is de woning door een op 3 oktober 2019 verleende en op 27 november 2019 in werking getreden omgevingsvergunning om af te wijken van het bestemmingsplan in waarde verminderd. De vergunning is verleend voor het windpark Staphorst en maakt de realisatie van drie windturbines mogelijk. De rechtbank heeft geoordeeld dat de planologische ontwikkeling voor [appellante] voorzienbaar was. Volgens haar volgt uit de conceptnotitie, opgesteld door WDS, dat er een plan is om 3 tot 4 windturbines in een nog te bepalen opstelling te realiseren in het aangewezen gebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:457
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202503326/1/A2

202504991/1/A2

Bij beslissing van 12 juni 2025 heeft de examencommissie van het Talland College aan [appellante] het cijfer voor het Centraal Examen vmbo wiskunde, eerste tijdvak, vastgesteld en bekend gemaakt. [appellante] heeft in het schooljaar 2024-2025 een vmbo-opleiding voortgezet algemeen volwassenenonderwijs aan het Talland College Alkmaar gevolgd. Zij heeft in 2025 het centraal examen wiskunde, eerste tijdvak, afgelegd. Op 12 juni 2025 heeft de examencommissie haar bericht dat zij het vak niet heeft gehaald. [appellante] is tegen de vaststelling van het cijfer opgekomen. De examencommissie heeft op 3 juli 2025 besloten dat er geen herbeoordeling plaatsvindt. Bij e-mail van 7 juli 2025 heeft de examencommissie laten weten dat zij de mogelijkheden voor een herbeoordeling heeft verkend. De conclusie is dat er geen aanleiding is voor een herbeoordeling door een andere corrector. De Handreiking hoe te handelen inzake een geschil bij of na vaststelling van de score voor het Centraal Examen biedt daarvoor geen ruimte. Wel heeft de eerste examinator opnieuw naar de antwoorden gekeken en geen aanleiding gezien over te gaan tot aanpassing van de puntenscore.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:485
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504991/1/A2

202505552/1/A2

Bij beslissing van 2 juni 2025 heeft de examencommissie van de Faculteit der Bètawetenschappen van de Vrije Universiteit Amsterdam het cijfer 0,0 toegekend aan een door [appellante] gemaakte opdracht en een waarschuwing gegeven wegens fraude. [appellante] volgt de bachelor Artificial Intelligence aan de VU. Voor het vak Computational Intelligence heeft zij vijf opdrachten moeten maken. Bij de examinator van het vak is het vermoeden gerezen dat zij bij opdracht 3 gebruik heeft gemaakt van kunstmatige intelligentie, terwijl dit niet was toegestaan. Aan dit vermoeden heeft de examinator ten grondslag gelegd dat in de door [appellante] gegeven antwoorden de termen "Thought for 4 seconds", "Thought for 5 seconds" en "Thought for 7 seconds" staan, terwijl dit, gelet op de vraagstelling, niet passend is en deze termen mogelijk duiden op de tijd, waarbinnen de antwoorden door kunstmatige intelligentie zijn gegenereerd. De examinator heeft daarom op 29 april 2024 melding van een vermoeden van fraude bij de examencommissie gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:459
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505552/1/A2

202505839/1/A2

Bij beslissing van 2 juli 2025 hebben examinatoren van de bacheloropleiding Bedrijfskunde een door [appellant] afgelegd tentamen beoordeeld met ‘Onder Verwacht Niveau’. Het tentamen waarvoor bij beslissing van 2 juli 2025 een onvoldoende beoordeling is gegeven, betreft de presentatie van [appellant] als onderdeel van het vak Smart Solutions Semester. De examinatoren hebben aan deze beslissing onder meer ten grondslag gelegd dat de uitvoering en vorm van de presentatie niet aan de vereisten voldoen. Het CBE heeft zich op het standpunt gesteld dat de onderwijs- en examenregeling (OER) geen verplichting bevat voor het opnemen van de presentatie. Tijdens de presentatie waren twee door de examencommissie aangewezen examinatoren aanwezig. Daarmee acht het CBE dat de zorgvuldigheid en betrouwbaarheid van de beoordeling is gewaarborgd. Tot slot komt het door de examencommissie gedane schikkingsvoorstel overeen met wat [appellant] zelf heeft voorgesteld. Het CBE acht het onder deze omstandigheden moeilijk te begrijpen dat [appellant] niet met het voorstel van de examencommissie heeft ingestemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:405
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505839/1/A2

202505839/2/A2

Bij beslissing van 2 juli 2025 hebben examinatoren van de bacheloropleiding Bedrijfskunde een door [verzoeker] afgelegd tentamen beoordeeld met ‘Onder Verwacht Niveau’. Bij beslissing van 19 november 2025 heeft het college van beroep voor de examens van Saxion Hogeschool zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van het door [verzoeker] daartegen ingestelde administratief beroep, voor zover dat de inhoudelijke beoordeling van het tentamen betreft, en voor het overige dat beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [verzoeker] beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:406
Datum uitspraak
28 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505839/2/A2

202405132/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door haar toedoen is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:427
Datum uitspraak
27 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405132/1/V1

202501739/1/V2

Bij besluit van 2 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:426
Datum uitspraak
27 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501739/1/V2

202504810/1/V3

Bij besluiten van 11 april 2025 en 15 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:425
Datum uitspraak
27 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504810/1/V3

BRS.25.002074

Bij brief van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van haar besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (hierna: het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:414
Datum uitspraak
27 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002074

BRS.26.000133

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft zij geweigerd betrokkene ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem opgedragen om Nederland binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:440
Datum uitspraak
27 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000133

202501857/1/V3

Bij besluit van 24 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:413
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501857/1/V3

BRS.25.000701

Bij besluit van 16 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van betrokkene achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:390
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000701

BRS.25.000879

Bij besluit van 13 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:396
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000879

BRS.25.001850 en BRS.25.001854

Bij besluiten van 7 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:380
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001850 en BRS.25.001854

BRS.25.002484

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2025 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:404
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002484

BRS.25.002692

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:309
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002692

BRS.25.002704

Bij besluit van 16 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:392
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002704

BRS.26.000022 en BRS26000023

Bij besluit van 29 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:395
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000022 en BRS26000023

BRS.26.000150

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:397
Datum uitspraak
26 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000150

202401020/1/V2

Bij besluiten van 2 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat betrokkene geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en zijn aanvraag om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, tweede lid, van de Vw 2000, waaruit een duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:412
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202401020/1/V2

202504732/2/R4

Bij onderscheiden besluiten van 14 november 2022 heeft het college aan [verzoeker] en anderen een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van het pand aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] en [locatie 4] in Haalderen ten behoeve van kamerverhuur te staken en gestaakt te houden, het gebruik van (een gedeelte van) dit pand als tattoo shop te (laten) staken en gestaakt te houden en de overtreding van artikel 1a, tweede lid, 1b, tweede lid, en 1b, derde lid, van de Woningwet te beëindigen en beëindigd te houden. [verzoeker] en anderen zijn eigenaren van het pand aan de [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3] en [locatie 4] in Haalderen. Aan dit pand is ook het huisnummer [locatie 5] toegekend. Het college heeft onder meer handhavend opgetreden tegen het gebruik van dat pand ten behoeve van kamerverhuur vanwege strijd met het bestemmingsplan "Herstelplan komplannen Lingewaard" (het herstelplan). Volgens het college wordt kamerverhuur ook niet beschermd door het overgangsrecht van het herstelplan. Het college heeft aan de last, voor zover deze ziet op gebruik van het pand ten behoeve van kamerverhuur, een dwangsom verbonden van € 12.500,00 ineens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:407
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202504732/2/R4

202600099/1/A2

Bij besluit van 21 oktober 2025 heeft de Eexamencommissie van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit van Amsterdam de aanvraag van [verzoeker] om bij tentamens gebruik te mogen maken van een voorleeshulp (met koptelefoon) en een digitale wettenbundel afgewezen [verzoeker] volgt sinds 1 september 2025 de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Universiteit van Amsterdam. Hij heeft bij de examencommissie vanwege Non-Verbal Learning Disabilities (NLD) verschillende tentamenvoorzieningen aangevraagd. Het verzoek om gebruik te maken van een voorleeshulp (met koptelefoon) is afgewezen, omdat dit alleen wordt toegestaan bij een visuele beperking. Het verzoek om gebruik te maken van een digitale wettenbundel is afgewezen, omdat het leren werken met wettenbundels en de systematiek hiervan doorgronden een van de pijlers gedurende de hele rechtenstudie is. Daarnaast biedt gebruik van een digitale wettenbundel volgens de examencommissie een niet te rechtvaardigen voordeel tegenover andere studenten. [verzoeker] heeft op 9 februari 2026 en 23 februari 2026 tentamens, waarbij hij gebruik wenst te maken van de tentamenvoorzieningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:416
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600099/1/A2

BRS.25.002037

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister de aan betrokkene verleende verblijfsvergunningen asiel voor onbepaalde en bepaalde tijd ingetrokken. Daarnaast heeft de minister bepaald dat betrokkene Nederland onmiddellijk moet verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:383
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002037

BRS.25.002251

Bij besluit van 6 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:382
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002251

BRS.25.002533

Bij besluit van 27 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:386
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002533

BRS.25.002565

Bij besluit van 1 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:378
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002565

BRS.25.002628

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:384
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002628

BRS.26.000077

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:399
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000077

BRS.26.000434

Bij besluit van 28 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:417
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000434

202600196/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Utrecht van 13 januari 2026, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Utrecht op 18 maart 2026. ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:512
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600196/1/A2

202600197/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam van 29 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Amsterdam op 18 maart 2026. ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:514
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600197/1/A2

202600199/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Maastricht van 23 december 2025, waarbij het verzoek van de politieke groepering ORDA buiten behandeling is gesteld. ORDA heeft het centraal stembureau verzocht om de aanduiding ‘ORDA/Oranje Republikeinse Piraten’ in het daartoe door het centraal stembureau bijgehouden register in te schrijven. Met deze aanduiding wenst ORDA vermeld te worden op de kandidatenlijst tijdens de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van Maastricht op 18 maart 2026. ORDA is bij brief van 21 januari 2026 op de verschuldigdheid van het griffierecht gewezen. In die brief is vermeld dat het griffierecht uiterlijk op 22 januari 2026 om 10:00 uur moet zijn bijgeschreven op de rekening van de Raad van State. Het bedrag is niet binnen de gestelde termijn op de rekening van de Raad van State bijgeschreven. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat ORDA in verzuim is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:513
Datum uitspraak
23 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600199/1/A2

202303509/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:387
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303509/1/V1

202406705/1/V3

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:388
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406705/1/V3

202504974/1/V3

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:389
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202504974/1/V3

BRS.25.001042

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, geweigerd om hem ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en hem voorlopig uitstel van vertrek verleend in afwachting van de ambtshalve beoordeling of uitzetting krachtens artikel 64 van de Vw 2000 achterwege moet blijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:320
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001042

BRS.25.001630

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:322
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001630

BRS.25.002224

Bij besluit van 6 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:306
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002224

BRS.25.002718

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:321
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002718

BRS.25.002762

Bij besluit van 22 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:305
Datum uitspraak
22 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002762

202407015/1/V2

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:326
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407015/1/V2

202500137/1/V2

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:327
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500137/1/V2

BRS.25.001478

Bij besluiten van 10 september 2025 en 18 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:290
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001478

BRS.25.001635

Bij besluit van 17 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:291
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001635

BRS.25.002170

Bij besluit van 7 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:289
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002170

BRS.25.002360

Bij besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:277
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002360

BRS.25.002455

Bij besluit van 1 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:323
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002455

BRS.25.002690

Bij besluit van 28 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:276
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002690

BRS.26.000012 en BRS.26.000013

Bij besluit van 12 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:281
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000012 en BRS.26.000013

BRS.26.000070

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:314
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000070

BRS.26.000105 en BRS.26.000107

Bij besluit van 23 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:303
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000105 en BRS.26.000107

BRS.26.000140 en BRS.26.000141

Bij besluit van 12 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:302
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000140 en BRS.26.000141

BRS.26.000323

Bij besluit van 3 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:319
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000323

202200634/2/R3

Bij tussenuitspraak van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5433, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van die uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 28 september 2021 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Driezum" te herstellen. Deze beroepsprocedure gaat over de besluiten tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Driezum". In het bijzonder gaat het om de planregeling die in het bestemmingsplan is opgenomen voor het perceel [locatie 1] in Driezum. [partij] is eigenaar van dit perceel. Hij woont op het perceel en exploiteert er een houtbewerkingsbedrijf. [appellanten] woont aan de [locatie 2] in Driezum. Zij voert aan nadelige gevolgen voor haar woon- en leefklimaat te ondervinden van de activiteiten die worden verricht op het perceel [locatie 1] en die zijn toegestaan in het bestemmingsplan. De raad heeft volgens [appellanten] onvoldoende rekening gehouden met haar belangen en het bestemmingsplan niet zorgvuldig voorbereid. Ook de bij het herstelbesluit vastgestelde gewijzigde planregeling voor dit perceel is volgens haar niet toereikend. De raad heeft volgens [appellanten] met dit besluit de in de tussenuitspraak omschreven gebreken dan ook niet hersteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:360
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202200634/2/R3

202202980/1/R2

Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het verzoek van 17 juli 2019 van MOB en Leefmilieu om de vergunning verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming van 9 mei 2019 verleend aan [vergunninghouder] in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c en het tweede lid, van de Wnb, afgewezen. De veehouderij van [vergunninghouder] is gelegen aan [locatie] in Echt. De natuurvergunning van 9 mei 2019 is verleend voor het wijzigen van de exploitatie van de veehouderij. De vergunning maakt het houden van meer en andere soorten vee mogelijk. De natuurvergunning van 9 mei 2019 is verleend op basis van het Programma Aanpak Stikstof. De vergunde activiteiten leiden tot een toename van stikstofdepositie waarvoor ontwikkelingsruimte is toebedeeld op grond van het PAS. MOB en Leefmilieu hebben verzocht om intrekking op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c, van de Wnb, omdat de PAS-vergunning volgens hen is verleend in strijd met wettelijke voorschriften.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:363
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202202980/1/R2

202202983/1/R2

Bij besluit van 19 december 2019 heeft het college het verzoek van 17 juli 2019 van MOB en Leefmilieu om de vergunning van 16 mei 2019, verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming aan [maatschap] in te trekken op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c en het tweede lid, van de Wnb, afgewezen. [maatschap] exploiteert een rundveehouderij aan de [locatie] in Montfort. Op 19 mei 2016 heeft de veehouderij een vergunning op grond van artikel 19d, eerste lid, van de Natuurbeschermingswet 1998 verkregen voor de wijziging van de veehouderij. De natuurvergunning van 16 mei 2019 voorziet in een toename van het aantal vrouwelijk jongvee tot 2 jaar en andere wijzingen. Zij is verleend op grond van het Programma Aanpak Stikstof. De wijziging die is vergund, maakt een toename van stikstofdepositie mogelijk waarvoor ontwikkelingsruimte is toebedeeld uit het PAS. MOB en Leefmilieu hebben verzocht om intrekking op grond van artikel 5.4, eerste lid en onder c, van de Wnb, omdat de PAS-vergunning volgens hen is verleend in strijd met wettelijke voorschriften.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:362
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202202983/1/R2

202206004/1/R2

De aangepaste omgevingsvergunning die het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal verleende voor een arbeidsmigrantenhotel aan de Atoomweg in Roosendaal is definitief. Dat betekent dat er groen licht is voor de verblijfsunits voor de tijdelijke huisvesting van 300 arbeidsmigranten. Enkele bedrijven en een omwonende waren bij de Afdeling bestuursrechtspraak in hoger beroep gekomen tegen de vergunning. Volgens hen veroorzaken de bedrijven geluidsoverlast waardoor geen goed woonklimaat kan worden gegarandeerd voor de arbeidsmigranten. Tegelijkertijd vreesden ze dat huisvesting van arbeidsmigranten zou leiden tot belemmeringen in hun bedrijfsvoering. Tijdens de procedure werd een nieuw geluidsonderzoek uitgevoerd en paste het college van B&W de vergunning aan. Er werden voorschriften aan de vergunning toegevoegd over de maximale geluidsbelasting op en in de verblijfsunits. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft de bezwaren tegen die aanvullende voorschriften ongegrond verklaard. Naar haar oordeel kan met de aangepaste vergunning een aanvaardbaar woonklimaat voor de arbeidsmigranten worden gegarandeerd en hoeven de bedrijven niet te vrezen dat hun bedrijfsvoering wordt belemmerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:339
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206004/1/R2

202300467/1/R2

Bij besluit van 29 november 2022 heeft de raad van de gemeente Eindhoven het bestemmingsplan "II Tongelre buiten de Ring 2019 (Lorentz Casimir Lyceum)" vastgesteld. Het geschil gaat over het bestemmingsplan "II Tongelre buiten de Ring 2019 (Lorentz Casimir Lyceum)". Het plan maakt de nieuwbouw van de middelbare school Lorentz Casimir Lyceum mogelijk op het sportveld ten zuiden van de oude school, aan de Celebeslaan 10-20 in Eindhoven. De oude school is inmiddels gesloopt en de nieuwe school is in gebruik genomen. SBE, [appellant sub 1] en [appellant sub 3] zijn het om verschillende redenen niet met de voorziene nieuwe school eens en gaan daarom in beroep tegen het plan. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of de raad de nieuwe school in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening heeft mogen achten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:367
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202300467/1/R2

202300501/1/A3

Bij besluit van 8 januari 2020 heeft de burgemeester van Heerlen de horeca-exploitatievergunning van [appellant] ingetrokken. [appellant] exploiteerde een coffeeshop, genaamd [naam], aan de [locatie 1] in Heerlen. Tijdens een controle op 2 april 2019 heeft de politie in de bovenwoning van de coffeeshop en in de twee omliggende panden ([locatie 2] en [locatie 3]), die ook in eigendom zijn van [appellant], ongeveer 59 kilogram aan softdrugs, aangetroffen. Met het besluit van 8 januari 2020 heeft de burgemeester de exploitatievergunning voor de coffeeshop ingetrokken op grond van artikel 3:12, eerste lid, aanhef en onder c en d, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2012. De burgemeester heeft daarvoor onder meer als reden gegeven dat [appellant] niet meer voldoet aan eis dat hij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag mag zijn. De burgemeester heeft dat onder meer gebaseerd op de forse overschrijding van de voor de coffeeshop maximaal toegestane handelsvoorraad van 500 gram softdrugs. Met het besluit van 24 juni 2020 is de burgemeester bij de intrekking gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:334
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300501/1/A3

202300599/1/R1

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Holendrechterweg 53a/54/54a" vastgesteld. Het plan is deels conserverend van aard, maar maakt daarnaast nieuwe ontwikkelingen mogelijk. Het beroep van het college en van [appellant] heeft betrekking op het perceel Holendrechterweg 54a. Op het perceel is in de huidige situatie een autoschadeherstelbedrijf met bedrijfswoning gevestigd. De bestaande bedrijfswoning krijgt de bestemming "Wonen". De bedrijfsbebouwing op het perceel zal worden gesloopt en ter compensatie daarvan maakt het plan twee nieuwe woningen mogelijk. Daartoe voorziet het plan hier in de bestemming "Wonen" en "Tuin-1". In het vorige plan "Ouderkerkeplas e.o." waren aan de gronden de bestemmingen "Agrarische doeleinden II" en "Bedrijven" toegekend. Het plangebied ligt ten zuiden van de kern Ouderkerk aan de Amstel en de Rijksweg A9. Het gebied bestaat voornamelijk uit agrarische gronden en natuur en de bebouwing concentreert zich met name langs de Bullewijk. In het gebied is daarnaast het natuurgebied "het Landje van Geijsel" gelegen. [partij] is de initiatiefnemer van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:365
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202300599/1/R1

202303037/1/A3

Bij besluit van 30 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een aanvraag van Eco Boats Amsterdam voor een ligplaatsvergunning voor vijf verhuurboten afgewezen. Eco Boats Amsterdam heeft een exploitatievergunning voor vijf verhuurboten type 2. Op 2 december 2021 heeft Eco Boats Amsterdam voor die vijf verhuurboten een ligplaatsvergunning aangevraagd. Met het besluit van 30 december 2021 heeft het college deze aanvraag afgewezen, omdat het voor verhuurboten type 2 geen ligplaatsen heeft aangewezen. Met het besluit van 9 juni 2022 is het college bij de afwijzing gebleven. Het college heeft zich daartoe op het standpunt gesteld dat ligplaatsvergunningen voor dit type verhuurboten niet schaars zijn. Het college heeft voor verhuurboten type 2 namelijk helemaal geen ligplaatsen aangewezen, zodat voor deze categorie vaartuigen in het geheel geen ligplaatsvergunningen te vergeven zijn, aldus het college. De rechtbank heeft geoordeeld dat uit de systematiek van de Havenverordening Utrecht, de index van de Havenatlas en de ligplaatsverdeling op de kaart van de Havenatlas volgt dat het college bij het afgeven van ligplaatsvergunningen een onderscheid maakt tussen verschillende categorieën vaartuigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:335
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303037/1/A3

202303324/1/A3

Bij besluiten van 22 juli 2021 en 9 augustus 2021 hebben het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Soest verzoeken van [appellant] om openbaarmaking van informatie op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk toegewezen. [appellant] was vanaf 2015 tot maart 2022 eigenaar van een terrein met recreatiewoningen aan de [locatie 1]. Jachthuis Exploitatie B.V. exploiteerde het terrein en verhuurde recreatiewoningen onder andere aan arbeidsmigranten. Het college heeft in 2018 en in 2019 aan [appellant] lasten onder dwangsom opgelegd om het niet-recreatieve gebruik van de recreatiewoningen te beëindigen. Volgens [appellant] heeft het college zijn beleid en bestendige bestuurspraktijk ingrijpend gewijzigd, omdat voorheen gebruik van de recreatiewoningen anders dan voor recreatie onder voorwaarden wel was toegestaan, zolang maar geen sprake was van daadwerkelijke permanente bewoning. Dat blijkt volgens hem uit het feit dat de burgemeester zelf rond zijn aantreden enige tijd in één van de woningen heeft verbleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:348
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202303324/1/A3

202303855/1/R2

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hilvarenbeek aan [partij] een vergunning verleend om een monumentaal pand te splitsen. Met de verleende omgevingsvergunning mag [partij] de monumentale langgevelboerderij aan de [locatie] in Esbeek verbouwen en splitsen om een extra woning toe te voegen, naast een bestaande woning en een bedrijfsruimte. [appellanten] woont naast het pand en heeft meerdere bezwaren tegen de splitsing. [appellanten] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het ontbreken van de verwijzing in artikel 12.5.4 van de regels van het bestemmingsplan ‘Landgoed De Utrecht’, dat hier van toepassing is, in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:349
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202303855/1/R2

202304593/1/A3

Bij besluiten van 27 oktober 2021 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de vissers een vergunning met het zegenrecht, beperkt tot twee zegendagen, voor het visseizoen 2021/2022 verleend. De vissers oefenen op het IJsselmeer beroepsmatig de zegenvisserij op schubvis uit. De zegen is een net waarvan de onderkant is verzwaard en de bovenkant is voorzien van drijvers, met in het midden een verzamelzak. Bij deze vismethode wordt het net uitgevaren, waarna het wordt binnengetrokken en de in het water aanwezige vis wordt ingesloten. Met de zegenbeugel kan de vis uit het net worden verwijderd. Voor het visseizoen 2021/2022 heeft de minister het aantal dagen per zegenrecht gereduceerd van zeven naar twee, omdat het volgens de minister niet goed gaat met het brasembestand op het IJsselmeer. De reductie van het aantal zegendagen is nodig om het brasembestand te beschermen en herstellen met het oog op een duurzame toekomst voor de visserij, aldus de minister. De minister heeft zich voor de reductie gebaseerd op verschillende rapporten van Wageningen Marine Research (hierna: WMR). De vissers zijn het niet eens met de reductie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:366
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202304593/1/A3

202304611/1/A3

Bij besluiten van 27 oktober 2021 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aan de vissers voor het visseizoen 2021/2022 een vergunning met het zegenrecht, gereduceerd van zeven tot twee zegendagen, verleend. De vissers oefenen op het IJsselmeer beroepsmatig de zegenvisserij op schubvis uit. De zegen is een net waarvan de onderkant is verzwaard en de bovenkant is voorzien van drijvers, met in het midden een verzamelzak. Bij deze vismethode wordt het net uitgevaren, waarna het wordt binnengetrokken en de in het water aanwezige vis wordt ingesloten. Met de zegenbeugel kan de vis uit het net worden verwijderd. Voor de visseizoenen 2021/2022 en 2022/2023 heeft de minister het aantal dagen per zegenrecht teruggebracht van zeven naar twee, omdat het volgens de minister niet goed gaat met het brasembestand op het IJsselmeer. De reductie van het aantal zegendagen is nodig om het brasembestand te beschermen en herstellen met het oog op een duurzame toekomst voor de visserij, aldus de minister. De minister heeft zich voor de reductie gebaseerd op verschillende rapporten van Wageningen Marine Research (hierna: WMR). De vissers zijn het niet eens met de reductie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:364
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Visserij
  • uitspraakin de zaak202304611/1/A3

202304761/1/A3

Bij besluit van 23 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan Siteways en [partij] een last onder dwangsom opgelegd van € 50.000,00 wegens overtreding van artikel 3:40, eerste lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008. Siteways beheert en onderhoudt websites waarop escortdames hun diensten in onder meer Amsterdam online aanbieden. Bij besluit van 29 november 2017 heeft het college aan [gemachtigde] en [partij] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 3:40, eerste lid, van de APV. Deze last hield in dat zij alle activiteiten van hun escortbedrijf dan wel advertentieplatform per direct moeten staken en gestaakt moeten houden. Dit betekent dat zij alle websites die door hen gebruikt of beheerd worden om escortdames aan te bieden offline moeten halen en de telefoonnummers moeten blokkeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:351
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304761/1/A3

202305102/1/A3

Bij besluit van 2 februari 2023 heeft de burgemeester van Tiel aan [appellante] een last onder bestuursdwang opgelegd. [appellante] exploiteert een coffeeshop, genaamd [coffeeshop], aan de [locatie] in Tiel. Met het besluit van 2 februari 2023 heeft de burgemeester aan [appellante], gelet op artikel 125 van de Gemeentewet, artikel 13b van de Opiumwet en het Coffeeshopbeleid gemeente Tiel 2015, een last onder bestuursdwang opgelegd, die inhoudt dat [appellante] de coffeeshop gedurende anderhalve maand gesloten moet houden. Volgens de burgemeester heeft [appellante] het G-criterium van de zogenoemde AHOJGI-criteria uit het Coffeeshopbeleid overtreden. Dit criterium houdt onder meer in dat de handelsvoorraad niet meer mag zijn dan 500 gram. De burgemeester heeft zich voor de vaststelling van de overtreding gebaseerd op de bestuurlijke rapportage van 31 augustus 2022 die de burgemeester van de politie heeft ontvangen. Uit de bestuurlijke rapportage kan worden opgemaakt dat de politie op 29 juni 2022 een onderzoek is gestart naar het voertuig van de persoon die bij de politie ambtshalve bekend is als de eigenaar van de coffeeshop.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:336
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305102/1/A3

202305206/1/R1

Bij besluit van 31 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [partij] (thans: [partij A] en [partij B] in Amsterdam) een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakopbouw met een dakterras op de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam. Het besluit van 31 januari 2020 waarmee het college de omgevingsvergunning heeft verleend, ziet op een dakopbouw en een dakterras aan de [locatie 1]. De vergunning is verleend voor het bouwen van een bouwwerk en voor het gebruik van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan. Het gebouwencomplex waar de woning aan de [locatie 1] onderdeel van is, wordt omringd door de Maria Austriastraat, de Lumièrestraat en de Erich Salomonstraat. Aan de kant van de Maria Austriastraat en de Erich Salomonstraat heeft het gebouwencomplex een hoogte van vier bouwlagen. Het middengedeelte aan de Willy Mullenskade kent in de bestaande situatie drie bouwlagen. Dat geldt ook voor de woning op [locatie 1]. [appellant] woont aan de achterzijde van de Willy Mullenskade, aan de [locatie 2]. De afstand van de achtergevel van de woning aan de [locatie 1] tot aan de achtergevel van de woning aan de [locatie 2] bedraagt ongeveer 35 meter.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:368
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305206/1/R1

202306463/1/A3

Bij besluit van 6 september 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellante] voor een nationaal paspoort buiten behandeling gesteld. [appellante] heeft sinds 2 mei 2001 de Nederlandse nationaliteit. Sinds 13 maart 2006 woont zij in de Verenigde Staten, waar zij op 22 juli 2004 trouwde. Op 22 februari 2011 is [appellante] genaturaliseerd tot Amerikaans staatsburger. De minister heeft op 6 september 2021 een aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld, omdat [appellante] niet in het bezit is van de Nederlandse nationaliteit. Volgens de minister heeft zij haar Nederlanderschap op 22 februari 2021 verloren, omdat zij vanaf dat moment gedurende tien jaar ononderbroken hoofdverblijf had buiten Nederland, Aruba, Curaçao en Sint-Maarten of één van de EU-lidstaten, en ook de Amerikaanse nationaliteit had. Op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap gaat voor een meerderjarige in dat geval het Nederlanderschap verloren. De minister heeft op 24 november 2022 het bezwaar van [appellante] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:333
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202306463/1/A3

202306928/1/R1

Bij besluit van 29 november 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond onder meer de locatie "Weg op den Heuvel" (AB IV 00045 en AB IV 00046) in Helmond aangewezen voor het plaatsen van twee ondergrondse restafvalcontainers. [persoon] woonde aan [locatie] in Helmond in een appartementencomplex, genaamd "De Callenburght". Met het in bezwaar gehandhaafde besluit van 29 november 2022 heeft het college de locatie "Weg op den Heuvel" aangewezen voor de plaatsing van twee ORAC’s voor de inzameling van huishoudelijk restafval. De locatie bevindt zich tegenover de ingang van het appartementencomplex aan de overzijde van de weg op ongeveer 20 meter afstand van "De Callenburght". Het college is overgegaan tot het aanwijzen van de locatie onder meer in verband met de invoering van het systeem van gedifferentieerde tarieven (Diftar) bij inzameling van huishoudelijk restafval. Dit houdt in dat inwoners van de gemeente een bedrag moeten betalen per aanbieding van hun huishoudelijk restafval.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:352
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306928/1/R1

202400128/1/A2

Bij besluit van 14 april 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd om drie private schulden van [appellant] over te nemen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft de minister verzocht om overname van een drietal schulden van totaal omgerekend € 99.000,00 bij de bank Crédit Agricole du Maroc. [appellant] heeft bij het aangaan van deze leningen een appartement en een stuk land in Marokko als onderpand gegeven. De minister heeft de afwijzing van deze aanvraag in bezwaar gehandhaafd. Hij heeft daaraan ten grondslag gelegd dat blijkens de door [appellant] overgelegde leningsovereenkomsten het om hypothecaire leningen gaat. Volgens de minister doet hieraan niet af dat de hypothecaire leningen niet zijn gebruikt voor de financiering van een woning. Op grond van artikel 4.1, vierde lid, van de Wht komen de resterende hoofdsommen van hypothecaire leningen niet in aanmerking voor overname of betaling, ook niet als deze volledig opeisbaar zijn geworden. Voor hypothecaire leningen kunnen slechts betalingsachterstanden worden vergoed, als is voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:353
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400128/1/A2

202400498/1/R2

Bij besluit van 25 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergeijk aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd om de recreatiewoning, de overkapping en het houthok op het perceel [locatie] in Riethoven te verwijderen en verwijderd te houden en het hekwerk (inclusief poort) rond het perceel terug te brengen tot een hoogte van maximaal 1,0 meter. [appellante] gebruikt het perceel aan de [locatie] in Riethoven voor recreatieve doeleinden. Daarvoor staat op het perceel een recreatiewoning, een overkapping en een opslag voor hout. Ook is het perceel met een hekwerk, met poort omheind. Het bestemmingsplan staat het gebruik van het perceel voor recreatie echter niet toe en voor de betrokken bouwwerken is geen vergunning verleend. Het college heeft [appellante] daarom een last opgelegd om deze bouwwerken te verwijderen. [appellante] vindt dat het college dat niet mag ten aanzien van de recreatiewoning en het hekwerk. Over de recreatiewoning heeft het college namelijk het vertrouwen gewekt dat van handhaving zou worden afgezien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:341
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400498/1/R2

202400790/2/R3

Bij tussenuitspraak van 13 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3845, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen 12 weken het in de tussenuitspraak geconstateerde gebrek te herstellen in het besluit van 27 juli 2023. De Afdeling heeft het college opgedragen om alsnog te onderzoeken hoe een parkeervoorziening geregeld kan worden, dat toereikend te motiveren en eventueel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. Daarbij moest het college in ieder geval onderzoeken of de voor te schrijven aanleg van een parkeervoorziening voor de padelbanen te beperken is tot eentje die wel ondergeschikt is en de overige parkeerbehoefte op andere wijze te regelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:359
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400790/2/R3

202401224/1/A3

Bij besluit van 27 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaltbommel beslist op een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en een aantal documenten openbaar gemaakt. [appellant] heeft op 26 mei 2021 verzocht om openbaarmaking van informatie over ‘externe veiligheid van spoor, A2 en het BRZO-bedrijf op het Van Voordenpark Zaltbommel’. [appellant] heeft zijn verzoek onderverdeeld in vier categorieën: functioneren van de bedrijfsbrandweer, zuinig zijn met grondwater en respect voor de natuur, de genomen veiligheidsmaatregelen bij de bouw van sportcomplex Sportwaard en middelbare school De Brug, en incidenten bij de chemische fabriek Sachem in 2019 en 2020. Het college heeft bij het besluit van 27 juli 2021 besloten tot gedeeltelijke openbaarmaking van documenten, met toepassing van artikel 10, tweede lid, aanhef en onder e, van de Wob. Bij het besluit van 2 december 2021 heeft het college nog meer documenten openbaar gemaakt. Ook heeft het college een aanvullende toelichting gegeven op welke wijze naar informatie is gezocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:358
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401224/1/A3

202401248/1/A3

Bij besluit van 22 april 2021 heeft het college beslist op een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur en een aantal documenten openbaar gemaakt. [appellant] heeft op 18 december 2020 verzocht om openbaarmaking van informatie over ‘het inspectie- en handhavingstraject bedrijfsbrandweer 2019’ en andere incidenten en/of inspecties bij de chemische fabriek Sachem in 2019 en 2020. Het college heeft bij het besluit van 22 april 2021 besloten tot gedeeltelijke openbaarmaking van documenten. Bij de besluiten van 30 juni 2021 en 14 december 2021 heeft het college op verzoek van [appellant] aanvullende documenten openbaar gemaakt. Bij het besluit van 8 maart 2022 heeft het college beslist op de bezwaren van [appellant] en nogmaals aanvullende documenten openbaar gemaakt. Ook heeft het college de eerdere besluiten aangevuld met een nadere motivering. [appellant] heeft in beroep betoogd dat nog niet volledig aan het Wob-verzoek is voldaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:357
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202401248/1/A3

202402192/1/R2

Bij besluit van 18 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan [appellante sub 1] een tijdelijke vergunning verleend voor het bouwen van een opslagloods, hekwerk met een poort, het plaatsen van twee vlaggenmasten, het ophogen van het terrein, de afwijking van het bestemmingsplan en de aanleg van een uitweg op het perceel aan de [locatie 1] te Valkenswaard, kadastraal bekend gemeente Valkenswaard, sectie E, nummer 914. [appellante sub 1] is onder meer gevestigd aan de [locatie 2] te Valkenswaard. [appellante sub 1] wil haar activiteiten van die locatie verplaatsen naar de [locatie 1] en naar het perceel, dat direct daarnaast is gelegen. Daarvoor heeft [appellante sub 1] een aanvraag voor een tijdelijke omgevingsvergunning ingediend voor de bouw van een opslagloods, het uitvoeren van een werk, afwijking van het bestemmingsplan en de aanleg van een uitweg. Op 9 april 2024 heeft het college het bezwaar tegen verlening van de omgevingsvergunning gegrond verklaard en de omgevingsvergunning geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:337
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202402192/1/R2

202402203/1/R2

Bij besluit van 7 april 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het verzoek van MOB om handhavend optreden tegen [melkveebedrijf] aan de [locatie] in Eelde wegens het houden van meer koeien dan is vergund en het hebben van een stal met een ander stalsysteem dan is vergund op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, afgewezen. Bij besluit van 6 september 2022 heeft het college het door MOB daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. MOB heeft verzocht om handhavend optreden tegen [melkveebedrijf], omdat er meer koeien zouden worden gehouden dan is toegestaan op grond van de vergunning die is verleend op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wnb. Ook zou in een stal een ander stalsysteem zijn geplaatst dan het stalsysteem dat is toegestaan op grond van de natuurvergunning. Het college heeft dit verzoek afgewezen omdat er volgens hem sprake is van concreet zicht op legalisatie door de aanvraag voor een natuurvergunning van 26 maart 2019 en de ontwerp-natuurvergunning die is gepubliceerd op 30 maart 2022. Het bezwaar van MOB is vervolgens door het college niet-ontvankelijk verklaard omdat er volgens het college geen procesbelang meer bestaat doordat met de definitieve natuurvergunning die is verleend op 30 juni 2022 van het aantal gehouden koeien en het stalsysteem gelegaliseerd is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:369
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202402203/1/R2

202403110/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2022, gewijzigd bij besluit van 11 april 2022, heeft de burgemeester van Haarlemmermeer aan Monumental Productions B.V. een evenementenvergunning verleend voor het Awakenings Festival 2022 op 16 en 17 april 2022 op het evenemententerrein Houtrak in het Recreatieschap Spaarnwoude in Halfweg, gemeente Haarlemmermeer. Het Awakenings Festival is een jaarlijks terugkerend tweedaags elektronisch muziekfestival op het evenemententerrein Houtrak in Halfweg. In 2022 mocht het festival maximaal 40.000 bezoekers ontvangen. Het festival heeft een verplichte eindtijd van 23:00 uur en er geldt een geluidsnorm van 70 dB(A) op de gevel van gevoelige gebouwen. GEEN N1 en anderen stellen desondanks te veel overlast te ondervinden van het festival en hebben daarom bezwaar gemaakt tegen de verleende evenementenvergunning en geluidsontheffing. Zij wensen niet alleen deze vergunning en ontheffing aan te vechten, maar willen ook de rechtmatigheid van de gemeentelijke regelgeving voor het verlenen van dergelijke vergunningen en ontheffingen aan de orde stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:361
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403110/1/A2

202403267/1/R3

Bij besluit van 12 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Westerkwartier het bestemmingsplan "Lijsterbesstraat, Grootegast" vastgesteld. Aan de Lijsterbesstraat in Grootegast ligt ten zuiden van het perceel [locatie] een grasveld, waarop een houtsingel met bomen en struiken aanwezig is, in het midden van een woonwijk. Het bestemmingsplan maakt de realisatie van zes woningen op die locatie mogelijk. Op basis van het voorheen geldende bestemmingsplan "Grootegast" was op de locatie van het plangebied geen nieuwe woningbouw mogelijk. [appellanten] wonen nabij het plangebied en kunnen zich niet met het bestemmingsplan verenigen. Zij wijzen onder meer op het ontbreken van een motivering dat een directe noodzaak bestaat om op de gronden van het plangebied woningen te realiseren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:342
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202403267/1/R3

202403618/1/A2

Bij besluit van 16 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere aan [partij] een tegemoetkoming in planschade van € 29.000,00 toegekend, te vermeerderen met de wettelijke rente. [appellant] heeft op 14 juli 2015 een omgevingsvergunning gekregen voor het herbouwen van hotel De Tien Torens aan de Duinweg 36 in Zoutelande. [partij] heeft het college verzocht om tegemoetkoming in planschade als gevolg van het verlenen van de omgevingsvergunning. Volgens [partij] is haar recht van erfpacht op [locatie] als gevolg van de omgevingsvergunning in waarde verminderd. Het college heeft, na advies te hebben ingewonnen bij Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken, besloten tot het toekennen van een tegemoetkoming in planschade van € 26.800,00 aan [partij]. [appellant] heeft zich op het standpunt gesteld dat [partij] geen erfpachter was, maar een gebruiker dan wel dat zij slechts een gebruiksrecht had. De waardevermindering van de onroerende zaak aan de [locatie] raakt haar volgens [appellant] dan ook niet. Het college en de rechtbank zijn ervan uitgegaan dat [partij] een erfpachtrecht had op [locatie] en op het moment van de inwerkingtreding van de omgevingsvergunning kon worden aangemerkt als zakelijk gerechtigde ten aanzien van de onroerende zaak aan de [locatie].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:350
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403618/1/A2

202404433/1/A3

Bij besluit van 21 december 2022 heeft de raad van de gemeente Nijmegen aan een deel van de openbare ruimte van het type ‘weg’ in Nijmegen de naam St. Titussingel toegekend. De raad heeft op 21 december 2022 aan een deel van de openbare ruimte van Nijmegen de naam St. Titussingel toegekend. Het idee voor deze nieuwe naam is van [appellant] afkomstig en hij heeft deze straatnaamsuggestie doorgegeven via het gemeentelijk webformulier. Het besluit is op 27 december 2022 in het Gemeenteblad bekendgemaakt. [appellant] heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. De raad heeft het bezwaar van [appellant] vervolgens kennelijk niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellant] volgens de raad geen belanghebbende is. De rechtbank heeft geoordeeld dat de raad het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat [appellant] geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht. Daartoe heeft de rechtbank allereerst overwogen dat [appellant] weliswaar een suggestie voor de straatnaamwijziging heeft gedaan, maar dat het besluit van 21 december 2022 hiermee geen beschikking op een aanvraag is. Het feit dat [appellant] het initiatief voor de straatnaamwijziging heeft genomen, maakt volgens de rechtbank dus nog niet dat hij om die reden belanghebbende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:354
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202404433/1/A3

202404573/1/R1

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Roerdalen het bestemmingsplan "Huysbongerdweg 4 in Montfort"(hierna: het plan) vastgesteld. Het plangebied ligt ter hoogte van de Huysbongerdweg 4. Het plan voorziet in de bouw van in totaal vier woningen met elk een tuin en twee parkeerplaatsen op eigen terrein. [appellant] woont aan de [locatie] direct tegenover het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan omdat het plan volgens hem in te weinig parkeerplaatsen voorziet. Daardoor vreest hij voor aantasting van de verkeersveiligheid en geluidshinder. [appellant] betoogt dat het plan in te weinig parkeerplaatsen voorziet. Volgens [appellant] is ten onrechte met een parkeernorm van 2,0 gerekend terwijl dit 2,7 zou moeten zijn. In ieder geval had volgens hem moeten worden uitgegaan van een parkeernorm van 2,3, wat de mediaan is van de bandbreedte van 1,9-2,7 parkeerplaatsen per woning die het CROW aanbeveelt voor het type woningen dat het plan mogelijk maakt. Ook in een ander geval is namelijk de mediaan gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:355
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202404573/1/R1

202404583/1/R4

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft de raad van de gemeente De Ronde Venen het bestemmingsplan [locatie 1], Waverveen' vastgesteld. Het plan maakt een nieuw aaneengeschakeld moerasgebied mogelijk door het noordelijke deel van camping [camping] (hierna: de camping), gelegen op de [locatie 1] in Waverveen, te verplaatsen naar de aangrenzende oostelijke en westelijke percelen. Dit plan is een uitvoering van het ‘Pact van Poldertrots’, ondertekend door de provincie Utrecht, de gemeente De Ronde Venen, het Waterschap Amstel, Gooi en Vecht, Vereniging Natuurmonumenten en de bewonersdelegatie van de polder Groot Mijdrecht Noord. In dit Pact zijn afspraken gemaakt over de herinrichting van de polder Groot Mijdrecht ten behoeve van natuurontwikkeling. [appellant A] en [appellant B] wonen op de [locatie 2] in Waverveen, onmiddellijk ten oosten van de camping. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan voor zover dit het mogelijk maakt dat de camping dichter bij hun woning komt. [appellant A] en [appellant B] hebben eerder de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:344
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404583/1/R4

202404880/1/R4

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Utrecht het bestemmingsplan "Strosteeg 18-36, Binnenstad" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in het juridisch-planologisch mogelijk maken van 38 appartementen aan de Strosteeg 18-36 en een binnentuin. Het plangebied ligt in de binnenstad van Utrecht, op de plek waar vroeger drukkerij Abels zat. De locatie ligt naast de parkeergarage Springweg. De omgevingsvergunningen maken de bouw van de woningen en de kap van een boom in het plangebied mogelijk. [appellant] en anderen wonen aan de Haverstraat en Strosteeg en komen vanwege de gevolgen voor hun woon- en leefklimaat op tegen het plan en de vergunningen. Ered is de initiatiefnemer van het project. [appellant] en anderen betogen dat de raad het bestemmingsplan in strijd met het participatiebeleid heeft vastgesteld. Er heeft onjuiste voorlichting aan de raad plaatsgevonden en het bestemmingsplan sluit niet aan bij de visie voor de Strosteeg. Met het amendement Licht en lucht in de Strosteeg van 16 juni 2022 is geen rekening gehouden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:345
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404880/1/R4

202405049/3/V6

Bij besluit van 7 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellant] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellant] stelt afkomstig te zijn uit Guinee en geboren te zijn op [geboortedatum] 1967. Hij verblijft meer dan twintig jaar rechtmatig in Nederland. Op 23 september 2021 heeft [appellant] de staatssecretaris verzocht om hem het Nederlanderschap te verlenen. Bij het verzoek heeft hij een Guinees paspoort overgelegd met nummer O05001788, afgegeven op 13 januari 2021 en geldig tot en met 13 januari 2031. In een vvo van 9 september 2022 heeft BD geconcludeerd dat dit paspoort echt is. In deze vvo staat verder dat [appellant] eerder een Guinees uittreksel register burgerlijke stand heeft overgelegd met nummer 104, afgegeven op 15 januari 2020 en gelegaliseerd op 21 januari 2020, met bijbehorende Guinese rechterlijke uitspraak met nummer 3187, afgegeven op 19 juli 2018 en gelegaliseerd op 21 januari 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:371
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202405049/3/V6

202405304/1/A2

Bij brief van 10 mei 2022 heeft de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening aan [appellant] medegedeeld dat hij geen aanleiding ziet om een eerder verleende voorlopige investeringsverklaring in te trekken [appellant] is huurder van een woning in de woonwijk Jerusalem in Nijmegen. De stichting Talis is eigenaar van deze woning. Bij brief van 21 maart 2022 heeft [appellant] de minister verzocht om het besluit van 22 juni 2020 in te trekken. Bij brief van 10 mei 2022 heeft de minister dat verzoek afgewezen. Volgens deze brief is [appellant] geen belanghebbende bij het besluit van 22 juni 2020. Aan de niet-ontvankelijkverklaring van het tegen de brief van 10 mei 2022 gemaakte bezwaar heeft de minister eveneens ten grondslag gelegd dat [appellant] geen belanghebbende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:340
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405304/1/A2

202405321/1/R4

De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren tegen het bestemmingsplan ‘Nijmegen Centrum - Binnenstad - 16 (Molenpoortpassage)’ ongegrond. Dat betekent dat het plan voor het vernieuwen van winkelcentrum De Molenpoortpassage en de bouw van maximaal 435 appartementen in Nijmegen definitief is. Het winkelcentrum ligt in het ‘Vlaams Kwartier’ in de binnenstad van Nijmegen. Enkele bedrijven zijn het niet eens met het bestemmingsplan en kwamen daartegen in beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij vrezen dat het bestemmingsplan leidt tot een tekort aan parkeergelegenheid in de omgeving. Naar aanleiding van die bezwaren heeft de gemeenteraad het bestemmingsplan tijdens de procedure aangepast. Zo heeft de gemeenteraad meer onderzoek gedaan naar de parkeerdruk en een aantal regels in het plan over parkeren gewijzigd. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren tegen het zogenoemde 'herstelplan' nu ongegrond. Daarmee is het plan voor het winkelcentrum en maximaal 435 appartementen in de binnenstad van Nijmegen definitief en kan de gemeente door met deze ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:343
Datum uitspraak
21 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202405321/1/R4
vorige pagina1...8910...1.236volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon