Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.742
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202406598/1/V3

Bij besluit van 26 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5053
Datum uitspraak
10 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202406598/1/V3

202406768/1/V1

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5066
Datum uitspraak
10 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406768/1/V1

202407060/1/V3 en 202407060/2/V3

Bij besluit van 14 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5144
Datum uitspraak
10 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407060/1/V3 en 202407060/2/V3

202407318/1/V3 en 202407318/2/V3

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5076
Datum uitspraak
10 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407318/1/V3 en 202407318/2/V3

202201127/1/V3

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5043
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202201127/1/V3

202206895/1/V3

Bij besluit van 3 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5058
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202206895/1/V3

202304559/2/V2

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5061
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304559/2/V2

202305705/1/V3

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5062
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305705/1/V3

202306479/1/V2

Bij besluit van 8 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. Bij besluit van 23 september 2023 heeft hij een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5063
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306479/1/V2

202405788/2/A3

Bij besluit van 4 augustus 2023 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het verzoek van [verzoeker] om informatie openbaar te maken gedeeltelijk toegewezen. [verzoeker] heeft de minister op grond van de Wet open overheid verzocht om dossiers uit 2022 over gegronde bezwaren tegen lasten onder dwangsom of lasten onder bestuursdwang met betrekking tot de wettelijke regeling op het houden van dieren, openbaar te maken. De minister heeft appellante hierover geïnformeerd omdat de op haar betrekking hebbende gegevens vallen binnen de reikwijdte van het door [verzoeker] gedane verzoek. Vervolgens heeft de minister het verzoek in zoverre toegewezen dat de in het verzoek gevraagde informatie gedeeltelijk openbaar wordt gemaakt met toepassing van artikel 5.1 van de Woo. Daarna heeft de minister het bezwaar van appellante tegen dit besluit ongegrond verklaard. Appellante heeft hiertegen beroep ingesteld. Appellante betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de foto’s van haar hond openbaar mogen worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5048
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202405788/2/A3

202406322/1/V3.

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5060
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406322/1/V3.

202406407/1/V1

Bij besluiten van 4 april 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken aanvragen om de vreemdelingen een visum voor kort verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5059
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406407/1/V1

202406691/1/V3

Bij besluit van 13 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5057
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202406691/1/V3

202407007/1/V2 en 202407007/2/V2

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5056
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407007/1/V2 en 202407007/2/V2

202407036/1/V3

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5044
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407036/1/V3

202407068/1/V2 en 202407068/2/V2

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5055
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407068/1/V2 en 202407068/2/V2

202407146/1/V2

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5054
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407146/1/V2

202407166/1/V3 en 202407166/2/V3

Bij besluit van 2 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5074
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407166/1/V3 en 202407166/2/V3

202407225/1/V3 en 202407225/2/V3

Bij besluit van 2 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5078
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407225/1/V3 en 202407225/2/V3

202407278/2/A2

Bij beslissing van 22 augustus 2024 heeft de examencommissie een bindend negatief studieadvies gegeven voor de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan Tilburg University. [verzoeker] vraagt om een voorlopige voorziening zodat zij onderwijs kan blijven volgen en tentamens kan blijven maken. Zij heeft op 10 december 2024, 12 december 2024 en 17 december 2024 tentamens die van belang zijn voor haar studievoortgangsnorm. Zonder voorlopige voorziening zal zij de tentamens niet kunnen maken en loopt zij studievertraging op met onomkeerbare gevolgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5065
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202407278/2/A2

BRS.24.000180

Bij besluit van 1 mei 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5029
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000180

BRS.24.000184

Bij besluit van 20 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5027
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000184

BRS.24.000321

Bij besluit van 14 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5017
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000321

BRS.24.000377

Bij besluit van 3 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5033
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000377

202406918/1/A2

Het beroep richt zich tegen het besluit van het college van beroep voor de examens van de Universiteit Utrecht van 16 oktober 2024, waarbij het CBE het door [appellant] gemaakte administratief beroep tegen de beslissing van 21 augustus 2024 ongegrond heeft verklaard. [appellant] heeft in het studiejaar 2023-2024 bepaalde keuzes gemaakt die hebben geresulteerd in onvoldoende studieresultaten waardoor hij niet heeft voldaan aan de voorwaarden voor een positief studieadvies.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5167
Datum uitspraak
9 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202406918/1/A2

202407108/3/V2

Bij besluit van 2 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5148
Datum uitspraak
8 december 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407108/3/V2

202407186/3/V3

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5146
Datum uitspraak
8 december 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407186/3/V3

202305010/1/V2

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5040
Datum uitspraak
6 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305010/1/V2

202400551/5/R2

Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van de Stichting Brabantse Milieufederatie en andere om handhavend op te treden tegen [verzoekster] dat zonder de vereiste natuurvergunning een pluimveehouderij in werking heeft aan de [locatie] in [plaats], afgewezen. De voorgeschiedenis en wat partijen verdeeld houdt is beschreven in de uitspraak van 14 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3267. In die uitspraak heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling de voorlopige voorziening getroffen dat de toegestane maximale dierbezetting van de stallen 5, 6 en 7 zoals genoemd in het besluit 2 juli 2024 op bladzijde 4 wordt geschorst en is bepaald dat [verzoekster] geen ouderdieren van vleeskuikens in opfok mag houden aan de [locatie] in Someren, totdat de Afdeling op het hoger beroep en het beroep heeft beslist. Na deze uitspraak heeft het college vastgesteld dat [verzoekster] de overtreding niet heeft beëindigd en dat de dwangsom daarom is verbeurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5019
Datum uitspraak
6 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202400551/5/R2

202404915/1/R1 en 202404915/2/R1

Bij besluit van 19 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan het Montessori Lyceum Amsterdam (hierna: MLA) een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen/verbouwen van 2 schoolgebouwen inclusief 3 sportzalen op de locatie Pieter de Hoochstraat 59 in Amsterdam. MLA wil haar schoolcomplex aan de Pieter de Hoochstraat 59 in Amsterdam vernieuwen. De aanleiding daarvoor is volgens MLA dat de aangescherpte visie op onderwijs en de bijbehorende werkwijze op dit moment onvoldoende is in te passen in de huidige gebouwen. Daarnaast is een deel van de gebouwen in een zodanig matige technische staat, dat ingrijpen noodzakelijk is om het comfort en de veiligheid voor leerlingen en medewerkers te waarborgen. MLA wil in afwijking van het geldende planologische regime gedeeltelijk buiten de bouwvlakken bouwen, gedeeltelijk de maximale bouwhoogte overschrijden en een halfverdiepte fietsenkelder bouwen. Het binnenterrein wordt vergroend. Het college heeft voor het bouwplan een omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 2 van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5045
Datum uitspraak
6 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404915/1/R1 en 202404915/2/R1

202407121/1/V2

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5041
Datum uitspraak
6 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407121/1/V2

202407186/1/V3 en 202407186/2/V3

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5052
Datum uitspraak
6 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407186/1/V3 en 202407186/2/V3

202407304/2/V3

Bij besluiten van 3 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5051
Datum uitspraak
6 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407304/2/V3

202407321/2/V3

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5050
Datum uitspraak
6 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407321/2/V3

202205200/1/V1

De vreemdelingen hebben tegen het uitblijven van besluiten op aanvragen om hun een verblijfvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen beroepen ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5020
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202205200/1/V1

202404084/1/V2

Bij besluit van 29 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5021
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404084/1/V2

202404110/1/R1 en 202404110/2/R1

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een omgevingsvergunning verleend aan ADFN B.V. voor het realiseren van een zogeheten foodhal aan de Rechtstraat 79 en de Wycker Grachtstraat 30 en 32A in Maastricht. Het college heeft aan ADFN een afwijkingsomgevingsvergunning verleend voor de realisering van een foodhal aan de Rechtstraat 79 en de Wycker Grachtstraat 30 en 32A met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, sub 2 van de Wabo in samenhang met artikel 4, aanhef en onderdeel 9, van bijlage II bij het Besluit omgevingsrecht. [appellant] en anderen zijn het daar niet mee eens. Zij zijn omwonenden en vrezen voor een onaanvaardbare aantasting van hun woon- en leefklimaat als gevolg van de foodhal. Ook vrezen zij dat ADFN niet het foodhal-concept zal realiseren zoals dat in de omgevingsvergunning is voorgeschreven. De rechtbank was onder meer van oordeel dat niet hoeft te worden gevreesd voor een onaanvaardbare aantasting van het woon- en leefklimaat van [appellant] en anderen als gevolg van de foodhal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4972
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404110/1/R1 en 202404110/2/R1

202405357/3/V1

Bij uitspraak van 30 juli 2024 in zaak nr. NL22.22949 heeft de rechtbank bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak met inachtneming daarvan een nieuw besluit neemt op het door de vreemdeling gemaakte bezwaar tegen de afwijzing van een aanvraag om haar een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5022
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405357/3/V1

202406205/1/V3

Bij besluiten van 20 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5023
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406205/1/V3

202406668/2/V2

Bij besluit van 5 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5038
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406668/2/V2

202406669/2/V2

Bij besluit van 5 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en hem opgedragen de Europese Unie binnen vier weken te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5037
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406669/2/V2

202406723/2/V3

Bij besluit van 30 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5024
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406723/2/V3

202406911/1/V3

Bij besluit van 9 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5025
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406911/1/V3

202406913/1/V1 en 202406913/2/V1

Bij besluit van 23 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5026
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406913/1/V1 en 202406913/2/V1

202407108/1/V2 en 202407108/2/V2

Bij besluit van 2 oktober 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5039
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407108/1/V2 en 202407108/2/V2

BRS.24.000199

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4960
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000199

BRS.24.000209

Bij besluit van 28 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4961
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000209

BRS.24.000288

Bij besluit van 12 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4948
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000288

BRS.24.000421

Bij besluit van 23 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4962
Datum uitspraak
5 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000421

202107874/1/V1

Bij besluit van 15 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4911
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202107874/1/V1

202204212/1/V1

Bij besluit van 23 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4912
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202204212/1/V1

202205929/1/V1

Bij besluit van 5 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdelingen een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: een mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4965
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202205929/1/V1

202306753/1/V3

De vreemdelingen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4966
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306753/1/V3

202405083/2/R2 en 202405083/1/R2

Bij besluit van 23 mei 2024 heeft de raad de gemeente Bernheze het bestemmingsplan "Hofsteeg (tegenover [locatie]), Nistelrode" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt op een perceel, gelegen tegenover [locatie] te Nistelrode, een ruimte-voor-ruimtewoning mogelijk. De locatie is gelegen aan de Hofsteeg in de buurtschap Donzel. Het plan voorziet ook in de landschappelijke inpassing van de ruimte-voor-ruimtewoning. Het college van GS en [verzoeker sub 2] zijn het niet eens met het bestemmingsplan voor de ruimte-voor-ruimtewoning, omdat dit plan volgens hen in strijd is met de regels in de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Zij betogen verder dat de gekozen locatie in strijd is met het gemeentelijke beleid. [verzoeker sub 2] betoogt tot slot dat het gedane onderzoek naar dassen onvolledig is, verouderd is en niet bruikbaar is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4921
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202405083/2/R2 en 202405083/1/R2

202405542/2/R4

Bij besluit van 11 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Woerden het bestemmingsplan en exploitatieplan "Uitbreiding bedrijventerrein Putkop" vastgesteld. Het bestemmingsplan en exploitatieplan hebben betrekking op de uitbreiding van een bestaand bedrijventerrein in Harmelen, op onbebouwde gronden die in het voorheen geldende plan een agrarische bestemming hadden. [verzoeker] en anderen zijn gezamenlijk eigenaar van drie percelen in het plangebied, die het grootste deel van het plangebied beslaan. Volgens [verzoeker] en anderen kan de uitvoering van het bestemmingsplan op korte termijn starten. De raad heeft meegedeeld dat een onteigeningsprocedure zal worden opgestart om hun gronden in het plangebied te verwerven. Zij verzoeken het bestemmingsplan en exploitatieplan te schorsen om dit voorkomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4969
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202405542/2/R4

202406729/1/V2 en 202406729/2/V2

Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4967
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406729/1/V2 en 202406729/2/V2

202406988/2/V2

Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4968
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406988/2/V2

202407255/2/V1

Bij besluit van 17 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5042
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407255/2/V1

BRS.24.000214

Bij besluit van 22 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4936
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000214

BRS.24.000274

Bij besluit van 19 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4940
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000274

BRS.24.000424

Bij besluit van 23 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4922
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000424

202101642/1/R2

Bij besluit van 31 juli 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan GEM Bloemendalerpolder C.V. op grond van artikel 3.8, eerste lid, artikel 3.10, tweede lid, en artikel 3.34, derde lid, van de Wet natuurbescherming een ontheffing van de verboden in artikel 3.5, eerste, tweede, derde en vierde lid, van de Wnb, artikel 3.6, tweede lid, van de Wnb, artikel 3.10, eerste lid onder b, van de Wnb en artikel 3.34, eerste lid, van de Wnb verleend ten aanzien van werkzaamheden op vier locaties voor de soorten heikikker, rugstreeppad, platte schijfhoren, ringslang, wezel en hermelijn. De rechtbank is, na behandeling van de beroepsgronden van de stichting over de dwingende reden van groot openbaar belang, het ontbreken van alternatieve oplossingen en de gunstige staat van instandhouding, tot het oordeel gekomen dat geen van de betogen slagen en dat het besluit op bezwaar van 3 april 2020 in stand kan blijven. Volgens de rechtbank mocht het college, voor de onderbouwing dat sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en dat er geen alternatieve oplossingen zijn, verwijzen naar de onderbouwing in de totaalontheffing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4983
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202101642/1/R2

202200426/1/R3

Bij besluit van 24 november 2021 heeft de raad van de gemeente Hengelo het bestemmingsplan "Vooroorlogse Wijken omgeving Heemafterrein-Bornsestraat" vastgesteld. Het bestemmingsplan ziet op een deel van het voormalige Heemafterrein in Hengelo. Het plan maakt een woontoren mogelijk met maximaal 72 wooneenheden en een maximale bouwhoogte van 40 m ten zuiden en oosten van de Oude Algemene Begraafplaats met poortgebouw gelegen aan de Bornsestraat. Daarnaast maakt het plan 22 grondgebonden woningen mogelijk op de gronden gelegen tussen de Bornsestraat en de vijver met de contour van het voormalige "Huys Hengelo", een gemeentelijk monument. Stichting ’t Neutje, Erfgoedvereniging Heemschut en Stichting Erfgoed Hengelo en andere vrezen dat die ontwikkelingen de cultuurhistorische waarden rondom het plangebied zullen aantasten. Het plangebied wordt namelijk omringd door meerdere historische monumenten. zoals de rijksmonumenten het poortgebouw, de Oude Algemene Begraafplaats en de Locomotief, een voormalig kantoorgebouw van de Heemaffabriek, het gemeentelijke monument "Heim" en de restanten van het gemeentelijk monument "Huys Hengelo".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5005
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202200426/1/R3

202201402/1/R4

Bij besluit van 10 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest [appellant A] onder oplegging van een dwangsom gelast twee van de drie zelfstandige woningen op het perceel [locatie] te Soest op te heffen en opgeheven te houden. [appellant] is eigenaar van de woning op het perceel en woont op de begane grond van deze woning. Tijdens een controle van een toezichthouder op 11 februari 2019 is geconstateerd dat in deze woning drie zelfstandige woningen zijn gerealiseerd. Iedere woning beschikt over een zelfstandige toegang, toilet, badkamer en keuken. De twee woningen op de begane grond zijn geheel van elkaar gescheiden. Het college heeft hiertegen handhavend opgetreden omdat deze drie woningen zonder omgevingsvergunning zijn gerealiseerd en in stand worden gehouden. Volgens het college is dit in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij in strijd heeft gehandeld met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wabo.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5007
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201402/1/R4

202201463/1/R3

Bij besluit van 25 januari 2022 heeft de raad van de gemeente Zuidplas het bestemmingsplan "Reparatieplan Herziening Zuidplaspolder 1" vastgesteld. Bij uitspraak van 28 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2506, heeft de Afdeling het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Herziening Zuidplaspolder 1" deels vernietigd. Naar aanleiding van deze gedeeltelijke vernietiging heeft de raad voor vijf locaties een nieuw bestemmingsplan vastgesteld, "Reparatieplan Herziening Zuidplaspolder 1". Glastuinbouw Nederland, [appellant sub 2], [appellante sub 3] en [appellante sub 4] zijn het niet eens met dit bestemmingsplan en hebben, na het indienen van zienswijzen, beroep ingesteld. Glastuinbouw Nederland is een overkoepelende organisatie die opkomt voor de belangen van glastuinbedrijven en voor het behoud van glastuingebieden in Nederland. [appellant sub 2] is eigenaar van het perceel [locatie 1] in Zevenhuizen en exploiteert daar een tuinbouwbedrijf; het perceel heeft in het plan de bestemming "Agrarisch - Glastuinbouw".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4979
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202201463/1/R3

202201903/1/R1

Bij besluit van 1 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amersfoort aan [appellante sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor het vergroten van de eerste verdieping van haar woning aan de [locatie A] in Amersfoort. Het bouwplan voorziet in de vergroting van de tweede bouwlaag van de woning. De bestaande tweede bouwlaag beslaat slechts een deel van de oppervlakte van de eerste bouwlaag van de woning en bevindt zich aan de voorzijde van de woning. De bestaande tweede bouwlaag zal zodanig worden uitgebreid dat nagenoeg de gehele oppervlakte van de eerste bouwlaag wordt bebouwd; één gevel zal ten opzichte van de gevel op de begane grond terugliggend worden gerealiseerd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bouwplan in strijd is met artikel 24.1 van het bestemmingsplan en dat het college zich op het standpunt mocht stellen dat het bouwplan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, vanwege de vermindering van zonlicht, uitzicht en privacy op het naastgelegen perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5013
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202201903/1/R1

202202427/1/R3

Bij besluit van 15 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Watergat Monster" vastgesteld. Het plan maakt een woongebied met 130 woningen ten noorden van Monster mogelijk, tussen de Rijnweg en de Slaperdijk. Het plangebied grenst aan het Natura 2000-gebied "Solleveld & Kapittelduinen". De Vereniging heeft onder meer als doel het bijdragen aan de natuur- en landschapsbescherming in brede zin in onder meer de gemeente Westland. Zij kan zich onder meer niet met het plan verenigen vanwege de gevolgen daarvan voor het naastgelegen Natura 2000-gebied. Volgens haar had de raad aan de gronden in het plangebied een natuurbestemming moeten toekennen in plaats van een woonbestemming. OWBZ is eigenaar van de gronden en BPD wil het plan gaan ontwikkelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5003
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202427/1/R3

202203362/1/A2

Bij besluit van 30 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant sub 1] een vergunning verleend voor het omzetten van de zelfstandige woonruimte aan de [locatie] te Den Haag in onzelfstandige woonruimte voor vier personen. [appellant sub 1] is eigenaar van het pand aan de [locatie] te Den Haag. Hij heeft een vergunning aangevraagd om de woning om te zetten in onzelfstandige woonruimte voor vier personen. Op grond van de Huisvestingsverordening 2019, zoals deze gold van 2 april 2020 tot en met 23 december 2020 en van toepassing was ten tijde van het besluit van 29 oktober 2020, mogen zelfstandige woonruimten in alle wijken van Den Haag niet worden omgezet in onzelfstandige woonruimte voor vier of meer personen zonder vergunning van het college.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5004
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203362/1/A2

202203459/1/R3

Bij besluit van 19 april 2022 heeft de raad de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan "[locatie], Oud-Alblas" vastgesteld. Het perceel aan de [locatie] te Oud-Alblas is gelegen aan de rivier de Alblas. Op het perceel zijn een bedrijfswoning, een bijgebouw en een bedrijfspand aanwezig. Het bestemmingsplan voorziet in de wijziging van de bedrijfswoning naar een burgerwoning en de sanering van de overige bebouwing op het perceel om een bijgebouw bij deze burgerwoning én nog een woning met een bijgebouw te realiseren. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de over- en zuidkant van de Alblas, schuin tegenover het perceel. Zij zijn het niet eens met dit plan. Zij vinden dat het karakter van het gebied in het plan niet wordt gerespecteerd en dat het plan in strijd met beleid is vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de raad het vertrouwensbeginsel heeft geschonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5010
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202203459/1/R3

202203617/1/A3

Bij besluit van 9 april 2019 heeft de burgemeester van Den Haag het verzoek van de stichting om handhavend op te treden tegen de Stichting as-Soennah moskee, afgewezen. De stichting heeft de burgemeester verzocht om handhavend op te treden tegen de moskee, bijvoorbeeld door het sluiten van de moskee, het opleggen van een gebiedsverbod aan een nader genoemde gast imam dan wel het stilleggen van de website van de moskee. Volgens de stichting zouden predikers van de moskee geweld tegen en onderdrukking van vrouwen en ongelovigen aanmoedigen. De burgemeester geeft in zijn reactie op het verzoek te kennen dat hij onderschrijft dat dit zorgelijk is, maar dat geen beginselplicht tot handhaving bestaat, omdat de moskee geen concrete wettelijke norm heeft overtreden. Daarom kan de stichting het inzetten van de bevoegdheden die zijn neergelegd in de artikelen 172 en 174 van de Gemeentewet niet afdwingen. Ook kunnen deze wetsartikelen niet worden gebruikt om een gebedshuis te sluiten omdat dat in strijd is met artikel 6 van de Grondwet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4989
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203617/1/A3

202203922/1/A2

Bij besluit van 13 mei 2019 heeft de minister voor Langdurige Zorg en Sport de aanvraag van [appellant] om herregistratie in het BIG-register afgewezen. [appellant] is sinds 1998 ingeschreven in het BIG-register als fysiotherapeut. Hij heeft op 10 februari 2019 verzocht om zijn inschrijving, die afliep op 31 december 2018, te verlengen. Bij brieven van 14 februari 2019, 6 maart 2019 en 26 maart 2019 heeft de minister aan [appellant] gevraagd om met bewijsstukken aan te tonen dat hij voldoet aan de urennorm voor herregistratie. In zijn besluit van 13 mei 2019 heeft de minister geconcludeerd dat [appellant] niet heeft aangetoond dat hij, in de periode van 12 februari 2014 tot en met 31 december 2018, minimaal 2.080 uur werkzaamheden heeft verricht binnen het deskundigheidsgebied van een fysiotherapeut. Uit zijn bewijsstukken blijkt niet welke werkzaamheden hij heeft uitgevoerd en voor hoeveel uren. Dat betekent dat zijn aanvraag niet voldoet aan de wettelijke eisen voor verlenging van de inschrijving. De minister heeft er verder op gewezen dat [appellant] om aanvullende bewijsstukken is gevraagd en hij daar niet op heeft gereageerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5001
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202203922/1/A2

202204364/1/A2

Bij besluit van 29 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [appellant] om subsidie op grond van de Subsidieregeling elektrische personenauto's particulieren afgewezen. Op 4 juni 2020 is de SEPP in de Staatscourant gepubliceerd (Stcrt. 2020, 28162). Met ingang van 1 juli 2020 is deze subsidieregeling in werking getreden. De regeling heeft tot doel om de aanschaf en lease van volledig elektrische personenauto’s in de kleinere en compacte middenklasse door particulieren te stimuleren teneinde de uitstoot van CO2 te verminderen. [appellant] heeft op 9 juli 2021 een tweedehands elektrische auto aangeschaft. Op 30 augustus 2021 heeft zij hiervoor subsidie aangevraagd op grond van de SEPP. Bij besluit van 29 oktober 2021, zoals gehandhaafd bij besluit van 17 november 2021, heeft de staatssecretaris deze aanvraag afgewezen, omdat het subsidiebudget op 28 augustus 2021 was uitgeput. De rechtbank heeft het hiertegen gerichte beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4985
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202204364/1/A2

202206211/3/R2

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Deurne het bestemmingsplan "Herstelbestemmingsplan buitengebied Deurne 2021" vastgesteld. [appellant] woont aan de [locatie] in Liessel. Het plan voorziet in de verwerking van het geactualiseerde beleid op het gebied van ruimtelijke ordening en in herstel van een aantal omissies. [appellant] is het op meerdere punten niet eens met het plan. Zij wil bijvoorbeeld dat de ondergrond van de verbeelding wordt aangepast aan de feitelijke en legale situatie. Daarnaast is zij het niet eens met de verruiming van de gebruiksmogelijkheden van agrarische gronden naast haar perceel. [appellant] betoogt dat de gebruiksmogelijkheden van het agrarische perceel [locatie]a ten onrechte worden verruimd doordat nu op de agrarische gronden niet alleen bedrijfsmatig, maar ook hobbymatig dieren mogen worden gehouden. Daarnaast is niet gespecificeerd hoeveel dieren hobbymatig mogen worden gehouden, waardoor de effecten van het gebruik voor haar woon- en leefklimaat niet duidelijk zijn en dus ook niet duidelijk zijn afgewogen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5002
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202206211/3/R2

202206647/1/R3

Bij besluit van 23 september 2022 heeft het het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan het Waterschap Drents Overijsselse Delta een omgevingsvergunning verleend als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het afwijken van het bestemmingsplan ten behoeve van de bouw en het gebruik van een windturbine aan de Oslokade 2 in Kampen. Bij besluit van 19 september 2022 heeft het college van GS aan het Waterschap Drents Overijsselse Delta een ontheffing verleend voor het overtreden van verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming als gevolg van de realisatie en het gebruik van een windturbine aan de Oslokade 2 in Kampen. [appellant A] en anderen zijn gevestigd aan de [locatie] in Kampen en de natuurlijke personen onder hen wonen op dat perceel in een bedrijfswoning. Het perceel ligt ten oosten van de vergunde windturbine aan de Oslokade 2 in Kampen en op ongeveer 270 m vanaf de mast van die windturbine.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5000
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202206647/1/R3

202206825/1/R3

Bij besluit van 10 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Voorschoten de aanvraag van [appellant] voor een omgevingsvergunning voor het legaliseren van een geplaatst hekwerk afgewezen. De buitenplaats Ter Wadding is een rijksmonument bestaande uit diverse individuele rijksmonumenten, waaronder een landhuis en een historische tuin- en parkaanleg. In 2006 heeft de gemeente Voorschoten het landhuis inclusief één hectare grond verkocht en geleverd aan [appellant]. In 2016 heeft [appellant] een hekwerk geplaatst om zijn grond. Kort na het begin van de bouwwerkzaamheden heeft het college een handhavingstraject gestart, omdat [appellant] niet beschikte over een omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen, het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan en het wijzigen van een rijksmonument. In 2017 heeft het college het handhavingstraject gestaakt, omdat [appellant] alsnog een vergunning voor het hekwerk had aangevraagd. Die vergunning heeft het college bij besluit van 25 maart 2020 geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4977
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206825/1/R3

202206927/1/A3

Bij besluit van 24 december 2021 heeft de burgemeester van Ooststellingwerf [appellante] een last onder dwangsom van € 5.000,00 opgelegd. [appellante] heeft een winkel in Oldeberkoop. Daarin verkoopt zij kleding en decoratiematerialen. In verband met corona mocht zij in december 2021 geen klanten in haar winkel ontvangen. Dat heeft [appellante] toch meerdere keren gedaan. Daarom heeft de burgemeester twee keer gelast dat zij de winkel gesloten moet houden voor publiek en dat zij twee dwangsommen moet betalen omdat zij dat niet heeft gedaan. [appellante] vindt dat de lasten niet opgelegd hadden mogen worden en dat zij dus ook niet de dwangsommen hoeft te betalen. Zij is het er verder niet mee eens dat er geen publiek aanwezig mocht zijn bij de hoorzitting van de bezwaarcommissie. De rechtbank heeft haar geen gelijk gegeven. [appellante] voert aan dat de aangevallen uitspraak niet goed is gemotiveerd. Zij vindt dat de rechtbank ten onrechte niet al haar gronden heeft besproken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4999
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206927/1/A3

202300161/1/A2

Bij besluit van 8 september 2020 heeft de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de aanvraag van [appellante] om toestemming te verlenen voor het voeren van de titel ‘doctorandus’ afgewezen. [appellante] heeft in 2011 een diploma kunstgeschiedenis, Licenciada en Historia del Arte, aan de Universiteit van Oriente in Cuba behaald. Hiervoor heeft zij van de Nuffic, de Nederlandse organisatie voor internationalisering in onderwijs, op 10 juni 2020 een internationale diplomawaardering ontvangen, waarin is geconcludeerd dat het diploma overeenkomt met de graad van een WO-bachelor in de richting kunstgeschiedenis in Nederland. Zij heeft vervolgens een aanvraag gedaan om de titel ‘doctorandus’ te mogen voeren. In zijn besluit van 8 september 2020 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat [appellante] in Cuba een opleidingsniveau heeft bereikt dat in Nederland vergelijkbaar is met een WO-bachelor in de richting van kunstgeschiedenis. De titel ‘doctorandus’ is voorbehouden aan personen met een afgeronde WO-master.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4982
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202300161/1/A2

202301813/1/R4

Bij besluit van 24 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem, voor zover hier van belang, aan Kindercentrum Doetinchem B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het vestigen van een kinderopvangcentrum op het perceel Zephirlaan 7 te Doetinchem. De achtertuinen van [appellant A] en anderen grenzen aan het kinderopvangcentrum. Zij maken zich zorgen over de gevolgen voor hun woon- en leefklimaat als gevolg van het kinderopvangcentrum. Daar komt bij dat in de omgeving volgens [appellant A] en anderen al hinder is van opeenvolgende bedrijfsactiviteiten van voetbalwedstrijden en andere evenementen die plaatsvinden in stadion De Vijverberg. [appellant A] en anderen stellen dat de akoestische gevolgen van het kinderopvangcentrum voor hun woon- en leefklimaat onvoldoende zijn onderzocht. [appellant A] en anderen betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het memo van Buijvoets aan het besluit van 1 december 2020 ten grondslag mocht leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4998
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301813/1/R4

202302165/1/A3

Bij brief van 19 april 2022 heeft de raad van bestuur van het Erasmus MC Universitair Medisch Centrum Rotterdam gereageerd op het verzoek van de Stichting om op grond van de Wet openbaarheid van bestuur documenten openbaar te maken. De Stichting is een organisatie die zich inzet voor meer transparantie in biomedische data. Zij heeft op 15 maart 2022 een Wob-verzoek ingediend bij het Erasmus MC om een digitaal bestand van geanonimiseerde patiëntdata uit het elektronisch patiëntendossier van het Erasmus MC in de periode van 1 januari 2020 tot en met 14 maart 2022 te ontvangen. Hierop heeft het Erasmus MC per brief van 19 april 2022 gereageerd. In deze reactie stelt het Erasmus MC zich op het standpunt dat uit artikel 8.8 van de Wet open overheid volgt dat de Woo niet van toepassing is op informatie waarop artikel 7:457 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is. Dit laatste artikel regelt de geheimhoudingsplicht van de hulpverlener en bepaalt dat geen inlichtingen over de patiënt dan wel inzage in of afschrift van de gegevens uit het patiëntendossier worden verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4997
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202302165/1/A3

202303358/1/R4

Bij besluit van 29 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwkundig splitsen van een gedeelte van het pand aan de [locatie] in Utrecht tot twee appartementen. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] in Utrecht. In het gedeelte van het pand waar de aanvraag op ziet, is een appartement op de bovenverdieping en een appartement op de begane grond gerealiseerd. [appellant] wil graag een apart huisnummer voor het appartement op de benedenverdieping. Voor de bouwkundige splitsing heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd. Hij vraagt daarmee een vergunning aan voor werkzaamheden die hij al heeft uitgevoerd. Het college heeft de aanvraag ook aangemerkt als een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de bouwwerkzaamheden die feitelijk hebben geleid tot het splitsen van de woning, hebben plaatsgevonden op een moment dat daarvoor geen vergunningplicht voor de activiteit bouwen gold.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5015
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303358/1/R4

202303570/1/A2

Bij besluit van 8 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer het verzoek van [appellante] om wijziging van het zoekgebied van de aan haar verleende urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit 10 februari 2021 is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam aan [appellante] een urgentieverklaring verleend. Deze urgentieverklaring is vervolgens verlengd tot 4 april 2022. [appellante] heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer verzocht om wijziging van het zoekgebied, te weten: de gemeente Aalsmeer. Het college heeft dit verzoek afgewezen. Het college heeft geconcludeerd dat sprake is van ernstige schaarste op de woningmarkt en dat het toelaten van [appellante] als woningzoekende aan het zoekgebied van de gemeente Aalsmeer zal leiden tot een onevenwichtig en onrechtvaardig effect op de schaarste aan sociale huurwoningen in de gemeente Aalsmeer. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college de afwijzing van haar verzoek onvoldoende heeft gemotiveerd. Er is volgens haar geen sprake van een zodanige schaarste dat haar toelating als woningzoekende in de gemeente Aalsmeer leidt tot onevenwichtige en onrechtvaardige effecten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4975
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303570/1/A2

202304339/1/R1

Bij besluit van 30 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Borsele het bestemmingsplan "Buitengebied Borsele 2018, gedeelte [locatie], 2023" vastgesteld. Het plan voorziet in een in een planologisch-juridische regeling voor het omzetten van de functie Agrarisch grondgebonden bedrijf naar de functie Wonen op het adres [locatie] in Baarland, kadastraal bekend als S 693 (thans: S 700 en S 701). Daartoe wordt een woonbestemming toegekend aan het kadastrale perceel S 693 en wordt het bestaande bouwvlak op de kadastrale percelen S 693 én S 695 verwijderd. In het bestemmingsplan "Omgevingsplan Buitengebied Borsele 2018", dat grotendeels blijft gelden, had het kadastrale perceel S 693 de functie "Agrarisch - grondgebonden agrarisch bedrijf" met een suggestievlak (bouwvlak) voor bebouwing. Dit bouwvlak gold ook voor het kadastrale perceel S 695 dat in eigendom is bij [appellant]. De bestemming voor het kadastrale perceel S 695 is voor het overige ongewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5008
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202304339/1/R1

202304460/1/A3

Bij besluit van 1 april 2021 heeft de burgemeester van Almelo besloten om de woning van [appellant] aan [locatie] in Almelo voor een periode van vier maanden te sluiten. [appellant] en haar [echtgenoot] zijn eigenaar van de woning. Op 23 februari 2021 heeft de burgemeester van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen. Daarin staat dat de politie in 2020 een strafrechtelijk onderzoek is gestart naar [echtgenoot] in verband met de verdenking van de handel in verdovende middelen. Op 10 december 2020 is hij na een door de politie waargenomen drugsdeal aangehouden en op dezelfde dag heeft een huiszoeking plaatsgevonden. Bij die doorzoeking is het volgende aangetroffen en in beslag genomen: 55,97 gr cocaïne, meer dan duizend lege gripzakjes, contant briefgeld in verschillende coupures (€ 4.070,00), drie zakken met muntgeld (€ 380,66), voertuigen en (dure) horloges. De burgemeester heeft naar aanleiding hiervan besloten om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet en overeenkomstig het Damoclesbeleid 2019 voor vier maanden te sluiten. Het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar heeft hij ongegrond verklaard. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4986
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202304460/1/A3

202304942/1/R3

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Waadhoeke het bestemmingsplan "Boksum- Blessumerpaed 3" vastgesteld. Een initiatiefnemer heeft het voornemen om op de voormalige locatie van de Otto Clantschool acht woningen te realiseren met bijbehorend openbaar gebied. Het gaat om vier grondgebonden half vrijstaande woningen en vier geschakelde (Tiny4Cap) rijwoningen. De ontwikkeling van de nieuwe woningen is niet passend binnen de huidige bestemming. Om de ontwikkeling mogelijk te maken, is het bestemmingsplan "Boksum - Blessumerpaed 3" vastgesteld. [appellant A] en [appellant B] zijn omwonenden van het plangebied. [appellant A] en [appellant B] betogen dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 3.1.1 van de Verordening Romte Fryslân (hierna: de verordening). Er is voor deze ontwikkeling namelijk geen woonplan opgesteld en ook de schriftelijke instemming van het college van gedeputeerde staten van Fryslân ontbreekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4978
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202304942/1/R3

202305108/1/R2

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden vastgesteld. Het wijzigingsbesluit heeft betrekking op 101 gebieden die zijn aangewezen ter uitvoering van de Habitatrichtlijn. De staatssecretaris beoogt met het wijzigingsbesluit te corrigeren wat niet goed is gegaan bij de oorspronkelijke aanwijzing van de gebieden. De bedoeling van het wijzigingsbesluit is om habitattypen en soorten die op het moment van aanwijzen van het desbetreffende Natura 2000-gebied al in voldoende mate en duurzaam aanwezig bleken te zijn, alsnog te beschermen. Die habitattypen en soorten en de daarvoor gestelde instandhoudingsdoelstellingen zijn met het wijzigingsbesluit aan de betreffende aanwijzingsbesluiten toegevoegd. In een (beperkt) aantal gevallen bleken habitattypen en soorten op het moment van aanwijzen niet in voldoende mate en duurzaam aanwezig te zijn. Deze zijn met het wijzigingsbesluit verwijderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5009
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202305108/1/R2

202305133/1/R3

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Molenlanden het bestemmingsplan "Noordeloos, Park Rietveld" vastgesteld. Het plan is vastgesteld om het initiatief tot het realiseren van 45 grondgebonden woningen en een gemeenschappelijk park op een voormalige bedrijfslocatie aan de [locatie 1] aan de zuidkant van het dorp Noordeloos mogelijk te maken. In het plangebied worden zowel eengezinswoningen, sociale koopwoningen, levensloopbestendige woningen, twee-onder-een-kapwoningen en vrijstaande woningen in een groene setting voorzien. Daarnaast worden twee bestaande bedrijfswoningen omgezet naar burgerwoningen. De gronden in het plangebied hadden voorheen de bestemming "Bedrijf" en "Agrarisch". [appellant] woont aan de [locatie 2]. Zijn perceel grenst aan de westzijde van het plangebied. Hij kan zich niet met het plan verenigen, voor zover het plan een wandelpad parallel langs het perceel van [appellant] mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4976
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305133/1/R3

202305311/1/A3

Bij besluit van 23 februari 2022 heeft de burgemeester van Gorinchem een last onder dwangsom aan [appellant] opgelegd wegens overtreding van artikel 2:74 van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Gorinchem. "Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een openbare plaats op te houden, dan wel post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen." De last onder dwangsom houdt in dat als de burgemeester binnen twee jaar een nieuwe overtreding van dit artikel constateert, [appellant] een geldbedrag van € 5.000,00 dient te betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4988
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305311/1/A3

202305667/1/R1

Bij besluit van 7 mei 2021 heeft de minister de aan Shell op grond van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken verleende vergunning van 16 mei 2007 voor het behouden en exploiteren van een motorbrandstoffenverkooppunt op verzorgingsplaats Ellerbrug aan de rijksweg A2 in de gemeente Leudal gewijzigd. De gewijzigde vergunning maakt het onder meer mogelijk om vier laadpunten voor elektrische motorvoertuigen te realiseren, behouden en onderhouden als aanvullende voorziening bij het motorbrandstoffenverkooppunt. De verzorgingsplaats Ellerbrug ligt aan de westzijde van de A2 ter hoogte van km 207,900 in de gemeente Leudal. Shell exploiteert op grond van een op 16 mei 2007 op grond van artikel 2 van de Wbr verleende vergunning een motorbrandstoffenverkooppunt op deze verzorgingsplaats. Fastned exploiteert op de verzorgingsplaats Ellerbrug een energielaadstation. Shell heeft op 4 november 2019 een wijziging van haar vergunning aangevraagd. Deze aanvraag heeft zij gewijzigd door de indiening van nieuwe situatietekeningen, gedateerd op 16 november 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4990
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202305667/1/R1

202307096/1/R3

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de raad van de gemeente Krimpenerwaard het bestemmingsplan "De Nieuwe Wetering IV, Bergambacht" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op de uitbreiding van het bedrijventerrein De Nieuwe Wetering te Bergambacht. [appellant] meent dat de raad bij de vaststelling van het plan vooringenomen te werk is gegaan en anderen daarbij heeft achtergesteld. Daarnaast is volgens [appellant] geen behoefte aan (de uitbreiding van) het bedrijventerrein. [appellant] betoogt dat hij, wanneer hij staat op het platte dak van zijn dakkapel, zicht heeft op de in het plan voorziene bebouwing en daarom belanghebbende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5006
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202307096/1/R3

202307158/1/R4

Bij besluit van 1 juni 2023 heeft de staatssecretaris PVC Recycling gelast om zich met onmiddellijke ingang te onthouden van overtreding van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, onder 35, sub f, van de EVOA. PVC Recycling is een bedrijf dat zich bezighoudt met het recyclen van PVC-materialen. De diverse door PVC Recycling vervaardigde (grond)stoffen worden vervolgens, onder meer, verkocht en in containers overgebracht naar het buitenland. In april en mei 2022 wilde PVC Recycling vijf containers overbrengen naar respectievelijk India, Algerije en Guatemala. Omdat op deze landen het OESO-besluit niet van toepassing is, mogen daar op grond van artikel 10.60, tweede lid, van de Wm in samenhang met artikel 2, onder 35, sub f, van de EVOA geen PVC-afvalstoffen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van Richtlijn 2008/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 19 november 2008 betreffende afvalstoffen en tot intrekking van een aantal richtlijnen (PB 2008 L 312; hierna: de Kaderrichtlijn afvalstoffen) naartoe worden overgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4838
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307158/1/R4

202307782/1/A2

Bij besluit van 1 september 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Zeeland de aanvraag van [appellante] om tegemoetkoming in de schade door grauwe ganzen afgewezen. [appellante] heeft twee percelen met een totale oppervlakte van 23.805 ha aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Breskens. De percelen liggen aan de westkant tegen het natuurgebied Waterdunen aan, in een gebied met veel recreatie. Aan de oostkant ligt het dorp Breskens. Verder liggen er ook verschillende (grote) campings om de percelen heen. [appellante] teelt graszaad en Engelse raai op haar percelen. [appellante] heeft op 6 juli 2021 het college verzocht haar op grond van artikel 6.1 van de Wet natuurbescherming tegemoet te komen in de schade die grauwe ganzen hebben toegebracht aan het gras van de percelen. Het college heeft de schade laten taxeren door Wiberg Taxaties BV. In het taxatierapport van 20 juni 2022 is de schade getaxeerd op € 6.286,72 en is vermeld dat de schade voor 100% is veroorzaakt door grauwe ganzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4996
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307782/1/A2

202400472/1/A2

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 december 2023, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 juni 2023 ongegrond is verklaard en zijn verzoek om schadevergoeding is afgewezen. De uitspraak van de rechtbank van 27 juni 2023 is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb. Gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, kan daartegen geen hoger beroep worden ingesteld. Voor kennisneming van een hoger beroep in weerwil van deze bepaling kan grond bestaan, in geval van zodanige schending van beginselen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat geoordeeld moet worden dat er geen eerlijk proces is geweest. [appellant] betoogt dat zo'n situatie in dit geval aan de orde is. Volgens hem bestaat aanleiding om het appelverbod te doorbreken wegens schending van het motiveringsbeginsel, van het decisiebeginsel, van het verdedigingsbeginsel en van het beginsel van onpartijdige rechtspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4995
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400472/1/A2

202400474/1/A2

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 december 2023, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 juni 2023 ongegrond is verklaard en zijn verzoek om schadevergoeding is afgewezen. De uitspraak van de rechtbank van 27 juni 2023 is een uitspraak als bedoeld in artikel 8:55 van de Awb. Gelet op artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder c, van de Awb, kan daartegen geen hoger beroep worden ingesteld. Voor kennisneming van een hoger beroep in weerwil van deze bepaling kan grond bestaan, in geval van zodanige schending van beginselen van een goede procesorde, dan wel fundamentele rechtsbeginselen, dat geoordeeld moet worden dat er geen eerlijk proces is geweest. [appellant] betoogt dat zo'n situatie in dit geval aan de orde is. Volgens hem bestaat aanleiding om het appelverbod te doorbreken wegens schending van het motiveringsbeginsel, van het decisiebeginsel, van het verdedigingsbeginsel en van het beginsel van onpartijdige rechtspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4994
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400474/1/A2

202400476/1/A2

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 december 2023, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 juni 2023 ongegrond is verklaard en zijn verzoek om schadevergoeding is afgewezen. Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft het college een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de ondeugdelijke kelderconstructie in het pand op het adres [locatie] in Utrecht toegewezen. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft niet tijdig beslist op het bezwaar. [appellant] heeft het college in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het college heeft bij besluit van 9 augustus 2022 het bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 juni 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4993
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400476/1/A2

202400478/1/A2

[appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank van 12 december 2023, waarbij zijn verzet tegen de uitspraak van de rechtbank van 27 juni 2023 ongegrond is verklaard en zijn verzoek om schadevergoeding is afgewezen. Bij besluit van 23 juli 2019 heeft het college een verzoek van [appellant] afgewezen om handhavend op te treden tegen het illegaal uithakken van de keldermuur in het pand op het adres [locatie] in Utrecht. [appellant] heeft daartegen bezwaar gemaakt. Het college heeft niet tijdig beslist op het bezwaar. [appellant] heeft het college in gebreke gesteld en vervolgens beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het college heeft bij besluit van 9 augustus 2022 het bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 27 juni 2023 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang. [appellant] heeft tegen deze uitspraak verzet gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4991
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400478/1/A2

202400824/1/R4

Bij besluit van 28 november 2023 heeft de staatssecretaris PVC Recycling gelast om zich met onmiddellijke ingang te onthouden van overtreding van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, onder 35, sub f, van de EVOA. PVC Recycling is een bedrijf dat zich bezighoudt met het recyclen van PVC-materialen. De diverse door PVC Recycling vervaardigde (grond)stoffen worden vervolgens, onder meer, verkocht en in containers overgebracht naar het buitenland. PVC Recycling was voornemens om een container met plastisol naar Maleisië te verschepen. Zij had het plastisol aangemerkt als ‘niet-afval’. Omdat de staatssecretaris wilde onderzoeken of PVC Recycling terecht de lading niet als afvalstof had aangemerkt, vroeg hij het bedrijf om meer informatie. De staatssecretaris kwam uiteindelijk tot de conclusie dat PVC Recycling onvoldoende informatie had aangeleverd om daarover tot een oordeel te kunnen komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4839
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400824/1/R4

202401565/1/A2 en 202401572/1/A2

Bij uitspraak van 27 september 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:3620) heeft de Afdeling de hoger beroepen van [verzoekster] tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 4 oktober 2022 in zaak nr. 21/8396 en van 14 juni 2023 in zaak nr. 22/4483 ongegrond verklaard en de verzoeken om schadevergoeding afgewezen. Het bijzondere rechtsmiddel van herziening dient er niet toe om het geschil, waarover bij uitspraak is beslist, opnieuw aan de rechter voor te leggen. [verzoekster] heeft bij haar herzieningsverzoeken een grote hoeveelheid stukken ingediend, waaronder veel schermafbeeldingen van nieuwsberichten, LinkedIn-bijdragen en e-mailcorrespondentie. [verzoekster] heeft met nadruk erop gewezen dat er in de uitspraak te weinig aandacht is besteed aan haar medische situatie en dat haar gezondheid door haar longziekte sinds de uitspraakdatum is verslechterd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5011
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Herziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401565/1/A2 en 202401572/1/A2

202401705/1/V6

Bij besluit van 23 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen, afgewezen. [appellante] stelt afkomstig te zijn uit Sierra Leone en geboren te zijn op [geboortedatum] 1985. Zij verblijft meer dan twintig jaar in Nederland. Op 17 oktober 2012 is zij in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor verblijf bij haar kinderen. Haar vier kinderen hebben de Nederlandse nationaliteit. Ter onderbouwing van haar identiteit en nationaliteit heeft [appellante] de volgende stukken overgelegd: een verklaring uit 2021 van het ziekenhuis in Sierra Leone waar [appellante] stelt te zijn geboren, een geboorteakte uit Sierra Leone van 2021, beëdigde vertalingen van verklaringen van haar tante en nicht uit 2019 en een stempas van haar tante. Ook heeft zij tijdens haar asielprocedure van 2009 stukken overgelegd: een gelegaliseerde geboorteakte uit Sierra Leone uit 2007, verklaringen van de ambassade van Sierra Leone over het burgerschap van haar en haar dochter uit 2005, 2007 en 2009, een verklaring van het Sierra Leoonse "National Registration Secretariat" uit 2009 dat aan haar geen identiteitskaart kan worden verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:5014
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202401705/1/V6

202401796/1/A2

Bij beslissing van 26 juli 2023 heeft de decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde aan [appellant] laten weten dat hij is toegelaten tot het schakelprogramma Actuariële Wetenschappen voor het studiejaar 2023-2024. Op 18 september 2023 heeft hij besloten om te stoppen met het schakelprogramma. Naar aanleiding hiervan heeft hij de studentenadministratie van de UvA gevraagd of hij andere vakken zou mogen volgen, buiten het programma van het schakeltraject. Toen dit niet mogelijk bleek en hij van de Admissions Office bovendien bericht kreeg dat het collegegeld niet gerestitueerd kon worden, heeft hij op 15 november 2023 administratief beroep ingesteld tegen de toelatingsbeslissing. Omdat het voor de UvA niet duidelijk was tegen welke beslissing [appellant] opkwam, heeft de universiteit hem dit in de mail van 16 november 2023 gevraagd. [appellant] heeft per ommegaande te kennen gegeven dat zijn administratief beroep zich richtte tegen de beslissing van de decaan om hem toe te laten tot het schakelprogramma.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4987
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202401796/1/A2

202401958/1/A2

[appellant] heeft bij verzoek van 29 december 2021, door de Dienst Toeslagen ontvangen op 30 december 2021, verzocht om herziening van de definitieve berekening van zijn huurtoeslag 2008 en van de afwijzingen van zijn aanvragen huurtoeslag 2010 en 2011. [appellant] heeft de Dienst Toeslagen verzocht om de huurtoeslag over berekeningsjaren 2008, 2010 en 2011 te herzien. De Dienst Toeslagen heeft zijn verzoek bij besluit van 11 mei 2022, gehandhaafd bij besluit van 7 februari 2023, afgewezen omdat het is gedaan na de daarvoor geldende uiterste termijn van vijf jaar na afloop van de desbetreffende berekeningsjaren. Die termijn verstreek namelijk op 31 december 2013 voor berekeningsjaar 2008, op 31 december 2015 voor berekeningsjaar 2010 en op 31 december 2016 voor berekeningsjaar 2011. [appellant] heeft tegen het besluit van 7 februari 2023 beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4992
Datum uitspraak
4 december 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401958/1/A2
vorige pagina1...747576...1.238volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon