Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.716
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202103728/1/A3

Bij besluit van 8 juni 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem een verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet openbaarheid van bestuur gedeeltelijk ingewilligd. [appellant] heeft het college verzocht om openbaarmaking op grond van de Wob van alle bestuurlijke informatie die gaat over of betrekking heeft op 1) de ruimte gelegen op de eerste verdieping van het pand aan de Grote Markt 16 te Haarlem, alwaar een deel van het museum De Hallen Haarlem zich bevindt; en 2) de ruimte gelegen op de eerste verdieping van het pand aan de Grote Houtstraat 1A en 1B te Haarlem, alwaar een deel van het museum De Hallen Haarlem zich bevindt. Daaronder worden tevens begrepen de documenten die betrekking hebben op de verkoop van de begane grond van het pand aan de Grote Houtstraat 1A en 1B aan [appellant]. Het college heeft ruim 100 documenten, waarvan een deel geheel en een deel gedeeltelijk, openbaar gemaakt. Ook heeft het college geweigerd om een deel van de documenten openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3939
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202103728/1/A3

202106342/3/R4

Bij tussenuitspraak van 26 april 2023 heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zes maanden na de verzending van die uitspraak met in achtneming van hetgeen daarin is overwogen de gebreken in het besluit van 14 juli 2021 te herstellen. Bij besluit van 25 januari 2024 heeft de raad een herstelbesluit genomen. Het bestemmingsplan "Binnenstad (City) Nieuwegein" heeft betrekking op een deel van de binnenstad van Nieuwegein. Het plan voorziet enerzijds in een planologische verankering van de bestaande situatie, waaronder een deel van de binnenstad dat al gereed is. Zoals het theater De Kom, het stadhuis, het winkelplein rondom Raadstede en de Markt. Anderzijds maakt dit plan op vier locaties nieuwe ontwikkelingen mogelijk. De (her)ontwikkeling van de binnenstad van Nieuwegein wordt mede mogelijk gemaakt door vier andere recent vastgestelde bestemmingsplannen, deze gaan over niet-bestemde 'gaten' in het plangebied. Het gaat om bestemmingsplannen "Stationsgebied en Blok B1", "Doorslagzone", "HN-locatie" en "Binnenstad (City) Nieuwegein - Erfstede".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3943
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202106342/3/R4

202200230/1/A3

Bij besluit van 25 februari 2020 heeft de korpschef van politie de aanvraag van [appellant] om een wapen bij te schrijven op zijn wapenverlof, afgewezen. [appellant] heeft sinds 1993 een wapenverlof en is lid van de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie, de Nederlandse Parcours Schutters Associatie en schietsportvereniging H.S.V. De Helm. Op 20 november 2019 heeft hij een aanvraag ingediend voor een bijschrijving op zijn wapenverlof voor een door hem gekocht enkelloops hagelgeweer van het merk Remington, type 870, kaliber 12, ten behoeve van de schietsportdiscipline IPSC Shotgun. [appellant] heeft sinds 1993 een wapenverlof en is lid van de Koninklijke Nederlandse Schietsport Associatie, de Nederlandse Parcours Schutters Associatie en schietsportvereniging H.S.V. De Helm. Op 20 november 2019 heeft hij een aanvraag ingediend voor een bijschrijving op zijn wapenverlof voor een door hem gekocht enkelloops hagelgeweer van het merk Remington, type 870, kaliber 12, ten behoeve van de schietsportdiscipline IPSC Shotgun.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3947
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202200230/1/A3

202200463/1/A3

Bij besluit van 19 juni 2019 heeft het college burgemeester en wethouders van Utrecht op grond van de Wet openbaarheid van bestuur op verzoek van appellant een aantal documenten geheel of gedeeltelijk openbaar gemaakt. Op 24 maart 2019 heeft appellant het college verzocht om openbaarmaking van de complete asbestinventarisatierapportage van omgevingsvergunning WABO kenmerk 11-05726, inclusief onderliggende stukken die daarbij horen zoals analyserapporten. Het project met WABO kenmerk 11-05726 staat ook wel bekend als het saneringsproject Boerhaavelaan. Bij dat project heeft de woningcorporatie Mitros 350 woningen gerenoveerd. Omdat het bouwjaar van de woningen dateerde van vóór 1994 was het aannemelijk dat bij de bouw van de woningen asbest gebruikt was. Daarom moest voordat de woningen gerenoveerd konden worden een asbestinventarisatie uitgevoerd worden. Een asbestinventarisatie is een onderzoek van een gebouw naar de aanwezigheid van asbest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3959
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202200463/1/A3

202201344/1/R2

Bij besluit van 23 december 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland, verweerder. een vergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend aan Stichting Wooncompagnie voor de bouw en het gebruik van 17 woningen aan De Kooiker 1 tot en met 17 aan de Denneweg/Duinroosweg in Callantsoog. Volgens het college veroorzaken de bouw en het gebruik van de woningen stikstofdepositie. De stikstofdepositie tijdens de bouwfase blijft op grond van artikel 2.9a van de Wnb - de zogenoemde bouwvrijstelling - bij de beoordeling van de vergunning buiten beschouwing. De stikstofdepositie in de gebruiksfase wordt uitsluitend veroorzaakt door verkeer van en naar de woningen. Voor de stikstofdepositie in de gebruiksfase is voldoende depositieruimte beschikbaar in het SSRS. [appellant] en anderen zijn omwonenden van het woningbouwproject. Zij kunnen zich niet verenigen met de natuurvergunning, omdat zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat en van onder andere het Natura 2000-gebied Duinen Den Helder-Callantsoog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3949
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Natuurbescherming
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202201344/1/R2

202201614/1/A3

Bij vijf besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan [appellant] verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor vijf vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Het hoger beroep van [appellant] had in eerste instantie betrekking op deze vijf vaartuigen. [appellant] heeft echter het vaartuig Suzanne verkocht aan Holy Boat. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen voor de vaartuigen Sofia, Suzanne, Simon en Sarah verlengd met twee jaar. [appellant] en Holy Boat zijn twee van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling zijn hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard. De Afdeling heeft er daarom, net als de rechtbank, voor gekozen om deze zaken gelijktijdig op een zitting te behandelen en de algemene gronden in één uitspraak te beoordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3977
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201614/1/A3

202201779/1/A3

Bij zes besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Luxe Boten gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Luxe Boten had zes exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor zes vaartuigen. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd en deze lopen af op 1 maart 2030. Verder is gebleken dat de exploitatievergunningen nu op naam staan van Flagship Holding en Starboard Boats. Starboard Boats is onderdeel van hetzelfde concern als Luxe Boten. Bij besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3979
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202201779/1/A3

202202019/1/A3

Bij tien besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Boot2Go gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Boot2Go had tien exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Booking.com, Champagne Shower, Gangster, Gast, Jochie, Koning, Ouwe, Papi, Shiner en The Dude. Bij de besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. De exploitatievergunningen verliepen of verlopen op 1 maart 2024, 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college op verzoek van Boot2Go de rangschikking op grond waarvan is bepaald wanneer de exploitatievergunningen aflopen gewijzigd. Het hoger beroep van Boot2Go had in eerste instantie betrekking op de tien vaartuigen. Boot2Go heeft echter de exploitatievergunningen voor de vaartuigen Champagne Shower, Gast, Koning en Papi overgedragen aan Flagship Holding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3973
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202019/1/A3

202202031/1/A3

Bij 47 besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan de reders verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor 47 vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Stromma Nederland, Canal Bus, Canal Rondvaart en [appellante] zijn vier van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de einddatum van 34 exploitatievergunningen die zouden verlopen op 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030 verlengd tot 1 maart 2028, 1 maart 2030 of 1 maart 2032. Stromma Nederland, Canal Bus, Canal Rondvaart en [appellante] zijn vier van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3982
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202031/1/A3

202202050/1/A3

Bij 31 besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan de reders verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor 31 vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. [appellante B] en [appellante C] zijn twee van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de einddatum van 22 exploitatievergunningen die zouden verlopen op 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030 verlengd tot 1 maart 2028, 1 maart 2030 of 1 maart 2032. [appellante B] en [appellante C] zijn twee van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd. Bij de Afdeling waren hierover 51 zaken aanhangig. Deze zaken bevatten veel nagenoeg gelijkluidende gronden van algemene aard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3980
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202050/1/A3

202202053/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Eco Boats Amsterdam gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Eco Boats Amsterdam had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd. Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. De exploitatievergunning zou verlopen op 1 maart 2028. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar. Eco Boats Amsterdam behoort tot de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3983
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202053/1/A3

202202075/1/A3

Bij twee besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de eerder voor onbepaalde tijd aan Sloepdelen verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor 30 vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij de wijzigingsbesluiten gericht aan Sloepdelen heeft het college bepaald dat de exploitatievergunning voor 10 fluisterboten afloopt op 1 maart 2024, voor 10 fluisterboten op 1 maart 2026 en voor 10 fluisterboten op 1 maart 2028. Bij het wijzigingsbesluit gericht aan Adam’s Boats heeft het college bepaald dat de exploitatievergunning voor 10 tuindersvletten afloopt op 1 maart 2026. Bij het wijzigingsbesluit gericht aan Adam’s Boats heeft het college bepaald dat de exploitatievergunning voor 10 tuindersvletten afloopt op 1 maart 2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3974
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202075/1/A3

202202077/1/A3

Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam twee exploitatievergunningen voor passagiersvervoer van Tulpa Tours gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Tulpa Tours had twee exploitatievergunningen voor onbepaalde tijd voor de vaartuigen Andante en Buggy. Bij besluiten van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunningen gewijzigd in exploitatievergunningen voor bepaalde tijd. Bij besluiten van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunningen voor beide vaartuigen verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar. Tulpa Tours behoort tot de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3984
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202077/1/A3

202202078/1/A3

Bij besluit van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van Holy Boat gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd. Holy Boat had een exploitatievergunning voor onbepaalde tijd voor het gelijknamige vaartuig Holy Boat. Met het besluit van 4 juni 2020 heeft het college deze exploitatievergunning gewijzigd in een exploitatievergunning voor bepaalde tijd met als einddatum 1 maart 2030. Bij besluit van 22 april 2024 heeft het college de exploitatievergunning voor het vaartuig verlengd met twee jaar. Volgens het college is het niet mogelijk om binnen de resterende tijd een zorgvuldige uitgifteronde voor de tranche 2026 te organiseren. Het college heeft daarom besloten de geplande uitgifterondes voor nieuwe vergunningen per 1 maart 2026, 2028 en 2030 uit te stellen met twee jaar. Holy Boat behoort tot de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor de passagiersvaart van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3985
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202078/1/A3

202202079/1/A3

Bij 28 besluiten van 4 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam. de eerder voor onbepaalde tijd aan de reders verleende exploitatievergunningen voor passagiersvervoer voor 28 vaartuigen ambtshalve gewijzigd in vergunningen voor bepaalde tijd. Bij de besluiten van 22 april 2024 heeft het college de einddatum van de exploitatievergunningen die zouden verlopen op 1 maart 2026, 1 maart 2028 of 1 maart 2030 verlengd tot 1 maart 2028, 1 maart 2030 of 1 maart 2032. Algemene Amsterdamse Rederij Noord-Zuid, Blue Boat Company, Amsterdam Canal Cruises, Rederij Nassau, Amsterdam Boothuur, [appellante A] en Rederij De Jordaan zijn zeven van de reders die een bestuursrechtelijke procedure zijn begonnen tegen de wijziging van een exploitatievergunning voor passagiersvervoer van onbepaalde naar bepaalde tijd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3975
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202202079/1/A3

202202762/1/A3

Bij besluit van 29 juli 2019 heeft de minister voor Rechtsbescherming het verzoek van [appellant sub 1] om een afschrift te verstrekken van persoonsgegevens op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming, afgewezen. [appellant sub 1] heeft bij brief van 28 april 2019 aan het NIFP verzocht om hem op grond van artikel 15 van de AVG inzage te geven in de feedbackformulieren die betrekking hebben op de Pro Justitia rapportages van 15 april 2019 en 17 april 2019 en hem afschriften daarvan te verstrekken. De minister heeft geweigerd om inzage en afschriften te verstrekken. In het besluit van 13 maart 2020 stelt hij dat de AVG niet van toepassing is. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in het kader van een strafzaak tegen [appellant sub 1] een pro Justitia rapportage opgevraagd. In een Pro Justitia rapportage worden onderzoeken van een onafhankelijke psychiater of psycholoog naar een persoon die betrokken is in een rechtszaak, vastgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3948
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202202762/1/A3

202204543/1/A3

Bij besluit van 5 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht beslist op een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. [appellant] heeft het college verzocht om openbaarmaking van alle omgevingsvergunningen met bijbehorende asbestrapportages die in de periode 2008 tot 2020 door de gemeente Utrecht aan woningcorporatie Mitros zijn verleend. Bij besluit van 6 mei 2021 heeft het college 23 omgevingsdossiers gedeeltelijk openbaar gemaakt. Volgens [appellant] zijn dat niet alle stukken waar hij om heeft gevraagd. De rechtbank heeft vastgesteld dat het college over het adres Oude Wulvenlaan 51-1 geen stukken heeft overgelegd. Over de asbestconvenanten heeft de rechtbank overwogen dat het college onvoldoende zorgvuldig onderzoek heeft gedaan omdat het alleen in zijn digitale systemen heeft gezocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3978
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202204543/1/A3

202204564/1/A2

Bij besluit van 21 september 2020 heeft de minister minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties het verzoek van [appellant] om een integraal besluit te nemen over schadevergoeding, versterking en versterkingsmaatregelen, afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Groningen. [appellant] woont in een gebied waar aardbevingen als gevolg van gaswinning voorkomen. [appellant] heeft op 13 december 2019 een melding gedaan bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen van een acuut onveilige situatie (AOS). Op 14 december 2019 heeft een bouwkundig inspecteur van het bedrijf W2N Groningen B.V. in opdracht van het Instituut de woning bezocht. In het AOS-inspectieverslag is de situatie niet als acuut onveilig beoordeeld. Het Instituut heeft de AOS-melding ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3958
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202204564/1/A2

202204751/1/A2

Bij besluiten van 12 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel [partij A] en [partij B] tegemoetkomingen in planschade van € 10.600,00 en € 13.800,00 toegekend. Bij besluiten van 10 november 2021 heeft het college [partij C] (hierna: [partij C]) en [partij D] (hierna: [partij D]) tegemoetkomingen in planschade van € 8.400,00 en € 14.400,00 toegekend. In deze planschadezaak is in geschil of het college aan [partij A] en anderen terecht tegemoetkomingen in planschade heeft toegekend. Bij besluit van 25 juni 2018 heeft het college het wijzigingsplan Hoogstraat 162, Berlicum vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in het realiseren van een gebouw ten behoeve van een supermarkt op de begane grond en 43 woningen op de verdiepingen. [partij A] en anderen zijn eigenaren van woningen die in de buurt van het plangebied liggen. Zij hebben bij het college aanvragen om een tegemoetkoming in planschade ingediend. Aan deze aanvragen hebben zij ten grondslag gelegd dat de inwerkingtreding van het wijzigingsplan tot waardevermindering van de woningen heeft geleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3945
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204751/1/A2

202204752/1/A2

Bij besluiten van 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel [appellant sub 2] en [partij] tegemoetkomingen in planschade van € 22.000,00 en € 10.400,00 toegekend. Bij besluit van 25 juni 2018 heeft het college het wijzigingsplan Hoogstraat 162, Berlicum vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in het realiseren van een gebouw ten behoeve van een supermarkt op de begane grond en 43 woningen op de verdiepingen. In deze planschadezaak is in geschil of het college aan [appellant sub 2] en [partij] terecht tegemoetkomingen in planschade heeft toegekend. Bij besluit van 25 juni 2018 heeft het college het wijzigingsplan Hoogstraat 162, Berlicum vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in het realiseren van een gebouw ten behoeve van een supermarkt op de begane grond en 43 woningen op de verdiepingen. [appellant sub 2] en [partij] zijn eigenaren van woningen die in de buurt van het plangebied liggen. Zij hebben bij het college aanvragen om een tegemoetkoming in planschade ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3944
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202204752/1/A2

202205458/1/A3

Bij besluit van 29 april 2020 heeft de korpschef van de Nationale Politie de aan [appellant] verleende jachtakte ingetrokken. Bij besluit van 3 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het door [appellant] daartegen gemaakte administratief beroep ongegrond verklaard. Op 29 april 2020 heeft de korpschef de aan [appellant] verleende jachtakte ingetrokken, omdat sprake was van ‘vrees voor misbruik’/’het niet langer kunnen toevertrouwen’ van een wapenverlof aan [appellant]. Van zo'n vrees kan al sprake zijn als er geringe twijfel is of het onder zich hebben van wapens of munitie aan hem kan worden toevertrouwd, gelet op het maatschappelijk belang van bescherming van de veiligheid in de samenleving. De geringe twijfel of het nog verantwoord is dat [appellant] wapens en munitie voorhanden mag hebben, is bij de korpschef ontstaan naar aanleiding van een op 17 januari 2020 binnengekomen internationaal rechtshulpverzoek. In administratief beroep heeft de staatssecretaris geoordeeld dat de korpschef terecht de jachtakte heeft ingetrokken. Volgens de staatssecretaris staat vast dat [appellant] in Duitsland is veroordeeld wegens stroperij, waarvoor hij een strafbeschikking van € 1.000,- heeft betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3986
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202205458/1/A3

202207061/1/R2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie 1] te Boxtel" opnieuw vastgesteld. Het plan maakt het mogelijk om de bedrijfswoning aan de [locatie 1] om te zetten naar een plattelandswoning. Het plan omvat zowel de percelen aan de [locatie 1] als de percelen aan de [locatie 2]. [partij] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie1] in Boxtel. Hij heeft in 1997 zijn agrarische bedrijf verkocht. Hij heeft inmiddels geen binding meer met het bedrijf, maar wil wel in de bedrijfswoning blijven wonen. Door de bedrijfswoning om te zetten naar een plattelandswoning wordt dit mogelijk gemaakt. [appellant] woont aan de [locatie 2] in Boxtel, naast de plattelandswoning. Hij exploiteert daar een extensieve melkveehouderij. Op zijn percelen geldt op grond van het plan de functieaanduiding "intensieve veehouderij" en op een kleine strook aan de achterkant van de percelen de gebiedsaanduiding "reconstructiewetzone-extensiveringsgebied".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3963
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207061/1/R2

202207282/1/A2

Bij besluiten van 6 november 2019, 28 januari 2020 en 6 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoogeveen aan [partij A], [partij B] en [partij C] [partij D], [partij E] en [partij F] elk een tegemoetkoming in planschade toegekend. Bij besluiten van 12 november 2020 en 3 december 2020 heeft het college de door Hom Vastgoed daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.[partij A], [partij B en C], [partij D], [partij E], [appellant sub 1] en [partij F] (hierna: de aanvragers) hebben elk verzocht om een tegemoetkoming in planschade als gevolg van het op 3 mei 2018 in werking getreden bestemmingsplan Hollandscheveld, deelplan De Turfsteker 2017. Dit plan voorziet in woningbouw in een ten zuiden van de woningen van de aanvragers gelegen gebied (hierna: het plangebied). Volgens de aanvragers heeft dit geleid tot waardevermindering van hun woningen. Het college heeft de aanvraag van [appellant sub 1] afgewezen, omdat de nieuwe planologische ontwikkeling voorzienbaar was, toen hij op 4 mei 1992 de woning aan de [locatie 1] in Hollandscheveld kocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3952
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202207282/1/A2

202300273/1/R1

Bij besluit van 21 november 2022 heeft de raad van de gemeente Den Helder het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan supermarkten" vastgesteld. Met het parapluplan wordt de nieuwvestiging van supermarkten buiten de bestaande winkelgebieden met niet-perifere detailhandel in de gemeente Den Helder niet meer toegestaan. Aanleiding voor het parapluplan is de wens van de raad de bestaande detailhandelsstructuur te behouden en te optimaliseren door het tegengaan van perifere detailhandel vestigingen en zo leegstand in bestaande winkelgebieden te voorkomen. Met het parapluplan wordt de nieuwvestiging van supermarkten buiten de bestaande winkelgebieden met niet-perifere detailhandel in de gemeente Den Helder niet meer toegestaan. Aanleiding voor het parapluplan is de wens van de raad de bestaande detailhandelsstructuur te behouden en te optimaliseren door het tegengaan van perifere detailhandel vestigingen en zo leegstand in bestaande winkelgebieden te voorkomen. Aldi kan zich niet met het plan verenigen. Aldi wil een nieuw filiaal realiseren op het perceel aan het Ravelijncenter 1,5, 7 en 9. Die locatie is in het parapluplan uitgesloten voor het gebruik als supermarkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3970
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202300273/1/R1

202300517/1/A3

Bij brief van 7 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn aan [appellant] meegedeeld dat de door hem aan het college overgedragen vuurstenen niet aan hem worden teruggegeven. Op 27 augustus 2020 heeft [appellant] op de Uddelerheide ongeveer 700 vuurstenen meegenomen. Op 16 maart 2021 heeft hij de vuurstenen aan het college overhandigd voor onderzoek, naar hij stelt op basis van artikel 5.10, tweede lid, van de Erfgoedwet. Bij brief van 27 oktober 2021 heeft [appellant] het college verzocht de vuurstenen aan hem terug te geven. Hij stelt dat het gaat om een ‘toevalsvondst’, als bedoeld in artikel 5.10, eerste lid, van de Erfgoedwet, en dat het college is gehouden de vondsten aan de gerechtigde terug te geven. In de brief van 7 december 2021 heeft het college [appellant] laten weten niet bereid te zijn om de vuurstenen terug te geven. Het college schrijft in de brief dat de vuurstenen zijn aangetroffen tijdens een opgraving (een lopend archeologisch onderzoek), als bedoeld in artikel 5.7 van de Erfgoedwet, en op grond van die bepaling eigendom zijn van de provincie Gelderland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3950
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300517/1/A3

202300795/1/A2

Bij besluit van 29 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een boete opgelegd van € 20.500,- vanwege het onttrekken van de woning aan de [locatie] in Amsterdam aan de woningvoorraad zonder de daarvoor benodigde vergunning. [appellante] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam. De woning is gelegen op de derde en vierde verdieping van het pand, en bestaat uit een woonkamer, keuken, drie slaapkamers en twee badkamers. De woning was ten tijde van belang verhuurd aan [persoon]. Op 2 december 2019 hebben twee toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning bezocht. Uit het rapport van bevindingen dat van dat bezoek is opgemaakt, blijkt dat de toezichthouders in de woning geen toeristen hebben aangetroffen. De toezichthouders hebben de woning bekeken en hebben op de derde verdieping aan de achterzijde van het pand een afsluitbare toegangsdeur, een badkamer met inloopdouche en toilet, een tweepersoonsbed, een eenpersoonsbed, een matras, een keukenblok en een televisiemeubel met een televisie erop aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3938
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202300795/1/A2

202300996/1/R1

Bij besluit van 12 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad [appellant A] onder oplegging van een dwangsom onder meer gelast om twee opslagcontainers op het perceel achter [locatie]/Taandijk in Krommenie te verwijderen en verwijderd te houden. [appellanten] zijn eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Krommenie, waarop hun woning staat. Dit perceel heeft kadastraal nummer A2573. Zij zijn ook eigenaar van het perceel met kadastraal nummer A2552. Dat perceel ligt achter hun perceel aan de [locatie]. Naar aanleiding van een verzoek om handhaving heeft de toezichthouder van de gemeente op 12 januari 2021 een controle op perceel A2552 uitgevoerd. Daarbij is geconstateerd dat er zonder omgevingsvergunning bouwwerken zijn gebouwd. Naast een paardrijbak gaat het om twee zeecontainers die dienst doen als stallen voor een of twee paarden en opslag van veevoer, gereedschap en kleding. De containers zijn voorzien van elektra, water en verlichting. Bij het dwangsombesluit heeft het college [appellant A] gelast deze bouwwerken te verwijderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3971
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300996/1/R1

202301944/1/R1.

Bij besluit van 13 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend aan [appellante] twee lasten onder dwangsom opgelegd vanwege het in stand houden van een zogenoemde modelwoning die is gebouwd zonder omgevingsvergunning en het gebruiken van die modelwoning in strijd met het bestemmingsplan. [appellante] is sinds 2015 eigenaar van het perceel [locatie] in Purmerend. Op dit perceel was ten tijde van de besluitvorming een machineverhuurbedrijf gevestigd. In de hoek van het perceel stond een modelwoning. Op 7 juni 2018 heeft het college een controle uitgevoerd bij deze woning. Tijdens deze controle bleek dat in de woning arbeidsmigranten verbleven die werkzaam waren bij het bedrijf. Het college heeft [appellante] in de brieven van 12 juli 2018 en van 27 november 2020 gewaarschuwd dat de woning zonder omgevingsvergunning is gebouwd buiten het bouwvlak en dat het volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan om de woning te gebruiken voor bewoning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3972
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301944/1/R1.

202302265/1/A2

Bij besluit van 2 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer, voor zover hier van belang, [appellant] een tegemoetkoming in planschade toegekend van € 18.000,00, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de datum van ontvangst van de aanvraag tot aan de dag van betaling van de tegemoetkoming. [appellant] is samen met zijn echtgenote sinds 1 oktober 1990 eigenaar van het pand op het perceel aan de [locatie 1]/[locatie 2] in Zwanenburg. Het pand is gesplitst in een woning met het huisnummer [locatie 1] en een bedrijfsgedeelte met het huisnummer [locatie 2]. Bij brief van 27 februari 2018 heeft[appellant] bij het college een aanvraag om tegemoetkoming in planschade als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet ruimtelijke ordening ingediend. Ter toelichting van deze aanvraag heeft hij aangevoerd dat hij schade in de vorm van waardevermindering van een onroerende zaak heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het bij besluit van 13 juni 2013 vastgestelde bestemmingsplan Zwanenburg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3940
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202302265/1/A2

202302780/1/A2

Bij besluit van 21 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam het voormalig stoomgemaal aan de [locatie 1] en de [locatie 2] in Rotterdam aangewezen als gemeentelijk monument. Op de hoek van de [locatie 1] en de [locatie 2] ligt een voormalig stoomgemaal dat bestond uit een machinelokaal, een ketelhuis en twee dienstwoningen. De twee dienstwoningen, die zijn gelegen aan de [locatie 2], zijn samengetrokken tot een bedrijfspand. [appellanten] heeft dit pand in 2013 gekocht en hier een advocatenkantoor gevestigd. De welstandscommissie heeft op 7 juli 2021 op basis van de door het college overgelegde redengevende omschrijving positief geadviseerd over de aanwijzing van het stoomgemaal met inbegrip van het pand van [appellanten]. Volgens het college volgt uit rechtspraak van de Afdeling dat als de eigenaar van het monument bij de belangenafweging in het kader van de aanwijzing concreet heeft gesteld dat de monumentenstatus negatieve financiële gevolgen heeft en hij dit genoegzaam heeft gemotiveerd, deze aspecten reeds bij de aanwijzing van belang zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3961
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202302780/1/A2

202302923/1/R1

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) onder meer locatie EB006 aan het Luilaantje in Egmond-Binnen aangewezen als clusterplaats voor het plaatsen van rolcontainers ten behoeve van huishoudelijk afval. Het college heeft op 27 oktober 2022 het "Ontwerpbesluit aanwijzing locaties clusterplaatsen ten behoeve van afvalinzameling in Egmond Binnen en Egmond aan den Hoef, gemeente Bergen (Fase 2)" (hierna: het ontwerpbesluit) ter inzage gelegd. Volgens het ontwerpbesluit bevonden de clusterplaatsen waarop [appellant] en anderen waren aangewezen zich aan de Ruygekroft in Egmond-Binnen. Die clusterplaatsen bevonden zich op minder dan 20 m afstand van de percelen waar [appellant] en anderen wonen. Bij het bestreden besluit heeft het college in plaats van die locaties de locatie langs het Luilaantje aangewezen als clusterplaats voor [appellant] en anderen. Deze clusterplaats bevindt zich op ongeveer 130 m afstand van de percelen van [appellant] en anderen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3989
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302923/1/R1

202302927/1/R1

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college onder meer locatie AH137 (hierna: de aangewezen locatie) aan de Egmonderstraatweg ter hoogte van [locatie 1] en [locatie 2] aangewezen als clusterplaats voor het plaatsen van rolcontainers ten behoeve van huishoudelijk afval. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie 1]. De aangewezen locatie bevindt zich dus gedeeltelijk ter hoogte van hun perceel. Zij zijn het niet eens met het besluit van het college, omdat het opstellen van rolcontainers op de aangewezen locatie volgens hen het gebruik van hun inrit bemoeilijkt en een gevaarlijke verkeerssituatie veroorzaakt. Daarnaast bestaan er volgens [appellant A] en [appellant B] alternatieve locaties die geschikter zijn. De aangewezen locatie moet worden opgeheven of ten minste worden verkleind tot een locatie voor maximaal drie containers, zo betogen zij. Bij de keuze van een locatie voor een clusterplaats moet het college een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het aanwijzingsbesluit. Daarbij heeft het college beleidsruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3990
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302927/1/R1

202304070/1/R1

Bij besluit van 2 april 2020 heeft het college van dijkgraaf en heemraden van het waterschap Hollandse Delta onder oplegging van een dwangsom Comgoed gelast om de lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater vanaf haar perceel, dat ligt op het bedrijvenpark Oostflakkee in Oude-Tonge, te beëindigen en beëindigd te houden. Comgoed is eigenaar van het perceel en wil daarop een bioboardfabriek vestigen. Voor de fundering van de bedrijfshallen en aan te leggen wegen zijn op het perceel staalslakken toegepast. De staalslakken heeft Comgoed met folie afgedekt. Het perceel is onbebouwd, omdat Comgoed door vertraagde vergunningverlening nog niet heeft kunnen beginnen met de aanleg van de wegen en de bouw van de fabriek. Tussen Comgoed en het college is niet in geschil, en ook de Afdeling gaat daarvan uit, dat er op 6 maart 2020 vanaf het perceel een lozing van verontreinigd water op het oppervlaktewater heeft plaatsgevonden. Vast staat verder dat Comgoed daarvoor geen vergunning heeft en dat daarom artikel 6.2, eerste lid, van de Waterwet is overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3942
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202304070/1/R1

202304224/1/A2

Bij besluit van 20 april 2021 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties besloten dat de woning van [appellant A] niet voor beoordeling in aanmerking komt. Bij afzonderlijke besluiten van 25 januari 2022 heeft de minister van Economische Zaken en Klimaat de door [appellant A] en [appellant B] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. [appellant A] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] te Appingedam. De woning is gebouwd in 2006. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. De Nederlandse organisatie voor toegepast natuurwetenschappelijk onderzoek (TNO) heeft het risicoprofiel van de woning beoordeeld aan de hand van de Seismische Dreigings- en Risicoanalyse (SDRA). Aan de hand van de SDRA en een handmatige verrijking is vastgesteld dat de woning een normaal risicoprofiel heeft en niet wordt beoordeeld binnen het versterkingsprogramma van de Nationaal Coördinator Groningen (NCG).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3946
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202304224/1/A2

202304654/1/A2

Bij besluit van 9 november 2020 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap De Dommel de verzoeken van de maatschap om nadeelcompensatie afgewezen. De maatschap exploiteert een melkveebedrijf op het perceel [locatie A] te Bergeijk. Zij beschikt daarnaast over een veldkavel van 9,5 hectare tegenover het perceel en een kavel van 1 hectare ten zuiden van het perceel. Op de kavels worden gras en maïs geteeld. Op 22 januari 2019 en 13 maart 2020 heeft de maatschap een verzoek om nadeelcompensatie gedaan op grond van artikel 7.14 van de Waterwet voor de jaren 2018 en 2019. De maatschap heeft aan de verzoeken ten grondslag gelegd dat zij door de afsluiting van de Keunensloop droogteschade heeft geleden in de vorm van een verminderde opbrengst van gewassen op de kavels. De droogteschade heeft zij begroot op € 2.372,60 voor 2018 en € 10.287,20 voor 2019 (inclusief deskundigenkosten). Aan het besluit van 29 juni 2021 heeft het dagelijks bestuur ten grondslag gelegd dat er geen causaal verband is tussen de geleden schade en het tijdelijk afsluiten van de Keunensloop in 2018 en 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3987
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Geld
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202304654/1/A2

202305063/1/R1

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het bestemmingsplan "Haagbeuklaan 1-3" vastgesteld. Het plan en de omgevingsvergunning voorzien in de herontwikkeling van het perceel dat ten tijde van de besluitvorming werd aangeduid als Haagbeuklaan 1-3 in Amstelveen. De besluiten maken op de locatie van een dagkerk en pastorie de bouw van een appartementengebouw met 57 woningen mogelijk. Daarvoor zullen de dagkerk en de pastorie worden gesloopt. Op het perceel staat ook de Heilige Geestkerk, een gemeentelijk monument. De besluiten strekken er toe de Heilige Geestkerk te restaureren en geschikt te maken voor een kinderdagverblijf. CAD 3 B.V. is de initiatiefnemer van de ontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3968
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305063/1/R1

202305126/1/R1

Bij afzonderlijke besluiten van 10 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg de verzoeken van onder andere [partij A] en [partij B] om handhavend op te treden tegen het gebruik van de woning aan de [locatie] in Middelburg afgewezen. [appellant A] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Middelburg (hierna: de woning). [appellant A] woont niet in de woning; hij woont in Vlissingen. Hij heeft de woning gekocht om daar op termijn te gaan wonen. [appellant A] verhuurt de woning aan [appellant C]. [appellant C] heeft zijn hoofdverblijf in een woning in Aken in Duitsland. Hij maakt gebruik van de woning. De woning is gelegen in een appartementencomplex, waarin [partij A] en [partij B] elk ook een woning bewonen. Zij vinden dat de woning in strijd met de geldende woonbestemming recreatief wordt gebruikt en hebben daarom het college verzocht om handhavend op te treden tegen dat gebruik. Het college heeft de verzoeken om handhaving afgewezen, omdat het gebruik dat [appellant C] van de woning maakt volgens hem in overeenstemming met de woonbestemming is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3953
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305126/1/R1

202305592/1/R1

Bij besluit van 13 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bergen (NH) onder meer locatie BC022 aan de Doorntjes ter hoogte van huisnummer [locatie] aangewezen als clusterlocatie voor het plaatsen van rolcontainers ten behoeve van huishoudelijk afval. [appellant] is eigenaar van het perceel aan [locatie]. Hij is voornemens om op dit perceel een nieuwe woning te bouwen. De woning die voorheen op het perceel stond is daarom gesloopt. Met de bouw van de nieuwe woning wordt de ingang verplaatst van de westzijde van het perceel naar de oostzijde, zo stelt hij. Het pad naar de hoofdingang van de nieuwe woning komt dan uit op de clusterplaats. De clusterplaats zou daardoor volgens [appellant] voor een inrit komen te liggen. Bij de keuze van een locatie voor een clusterlocatie moet het college een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het aanwijzingsbesluit. Daarbij heeft het college beleidsruimte.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3991
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202305592/1/R1

202305728/1/R4

Bij onderscheiden besluiten van 20 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Krimpen aan den IJssel zijn beslissing om op 8 en 15 oktober 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Krimpen aan den IJssel aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van huisvuilzakken die op 8 en 15 oktober 2022 zijn aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de [locatie] te Krimpen aan den IJssel. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] deze huisvuilzakken verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin een of meerdere documenten waarop [appellant] is vermeld als geadresseerde zijn aangetroffen. [appellant] weerspreekt niet dat hij de vuilniszakken op onjuiste wijze heeft aangeboden. [appellant] betoogt dat de afvalcontainer buiten gebruik was toen hij de afvalzakken wilde wegbrengen. Volgens hem is dat veelvuldig het geval bij deze ondergrondse afvalcontainer en is er ook geen alternatieve container in de omgeving aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3967
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202305728/1/R4

202306308/1/A2

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft de staatssecretaris Herstel Groningen vastgesteld dat de woning van [appellant] voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. Door middel van de HRA is vastgesteld dat de woning van [appellant] een licht verhoogd risicoprofiel heeft en dat opname en beoordeling binnen het versterkingsprogramma van de NCG nodig was. Het adres is vervolgens toegevoegd aan het jaarlijks op te stellen plan van aanpak van de gemeente Oldambt. In het plan staat welke woningen dat jaar moeten worden onderzocht. Het is aan de gemeente om de planning en volgorde van het onderzoek te bepalen. [appellant] is eigenaar van een vrijstaande woning (een villaboerderij en rijksmonument uit 1870) met schuur aan de [locatie] te Midwolda. De woning staat in een gebied waar aardbevingen voorkomen. In het kader van het versterkingsproces is het risicoprofiel van de woning bepaald op basis van de Hazard and Risk Assessment. De HRA geeft een beoordeling van de seismische dreiging en het daaruit volgende seismische risico.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3951
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202306308/1/A2

202307269/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2023 heeft de staatssecretaris Herstel Groningen vastgesteld dat de woning voldoet aan de veiligheidsnorm en niet versterkt hoeft te worden. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Groningen. [appellant] woont in een gebied waar aardbevingen als gevolg van gaswinning voorkomen. [appellant] heeft op 13 december 2019 een melding gedaan bij het Instituut Mijnbouwschade Groningen van een acuut onveilige situatie. Op 14 december 2019 heeft een bouwkundig inspecteur van het bedrijf W2N Groningen B.V. in opdracht van het Instituut de woning bezocht. In het AOS-inspectieverslag is de situatie niet als acuut onveilig beoordeeld. Het Instituut heeft de AOS-melding ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3976
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202307269/1/A2

202307465/1/R1

Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Amstelveen het bestemmingsplan "De Scheg West" vastgesteld. Het bestemmingsplan "De Scheg West" voorziet in het juridisch-planologisch kader voor de ontwikkeling van de locatie De Scheg West in Amstelveen. Het maakt de realisatie van maximaal 800 nieuwe woningen, een school en kinderdagopvang mogelijk, in combinatie met verkeersfuncties, groenvoorzieningen en watergangen. Het plangebied bestaat in de huidige situatie voor het grootste deel uit agrarische percelen en onbebouwde glastuinbouwpercelen. BPD is initiatiefnemer en ontwikkelaar van het bestemmingsplan. Orchidiva exploiteert een orchideeënkwekerij en is gevestigd op het perceel Legmeerdijk 216, dat direct ten zuiden van het plangebied ligt. Zij vreest negatieve gevolgen van het bestemmingsplan en daarmee voor de toekomst van haar bedrijf ter plaatse. Hierbij gaat het onder meer om verminderde mogelijkheden voor uitbreiding en verduurzaming, wateroverlast en stofoverlast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3954
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202307465/1/R1

202400673/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], geboren op [geboortedatum] 1958, zijn echtgenote, geboren op [geboortedatum] 1967, en hun negen kinderen. Op 23 augustus 2021 heeft [appellant] de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van ongeveer 2012 tot 2016 als monteur heeft gewerkt voor de Nederlandse functionarissen van de European Union Police Mission in Afghanistan (EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3955
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400673/1/V6

202400675/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant A], geboren op [geboortedatum] 1981, zijn echtgenote, geboren op [geboortedatum] 1984, en hun zes kinderen. Op 25 augustus 2021 heeft [appellant A] de minister gevraagd om hen vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant A] stelt dat hij van ongeveer 2009 tot 2016 als schoonmaker heeft gewerkt voor de Nederlandse functionarissen van de European Union Police Mission in Afghanistan (EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant A] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3956
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400675/1/V6

202400678/1/V6

Bij besluit van 28 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Iran. Zij zijn [appellant], geboren op [geboortedatum] 1981, en haar drie kinderen. Op 17 maart 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om haar en haar gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat zij van juli 2007 tot en met december 2016 als schoonmaakster heeft gewerkt voor de European Union Police Mission in Afghanistan (EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3962
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400678/1/V6

202400679/1/V6

Bij besluit van 29 juni 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van appellanten om op enige wijze hun overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. Appellanten hebben de Afghaanse nationaliteit en verblijven in Afghanistan. Zij bestaan uit [appellant], zijn vrouw [appellant A] en hun vier kinderen. Op 17 maart 2022 heeft [appellant] de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van september 2007 tot en met december 2016 als elektricien heeft gewerkt voor de European Union Police Mission in Afghanistan (hierna: EUPOL). De minister heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; hierna: de Kamerbrief).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3957
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202400679/1/V6

202401444/1/R4

Bij besluit van 25 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 3 november 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een ingedeukte kartonnen doos die op 3 november 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij niet degene is geweest die hem naast de ORAC heeft gezet. Zij stelt dat in de doos kattenbaksteentjes zaten die zij op 9 maart 2022 had besteld bij ZooPlus en dat zij diezelfde maand nog de doos heeft weggegooid in de container onderaan haar flat aan de Zeesluisweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3964
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401444/1/R4

202401541/1/R4

Bij besluit van 18 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk zijn beslissing om op 10 december 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2021 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een huisvuilzak die op 10 december 2023 is aangetroffen naast een ondergrondse container ter hoogte van de [locatie] in Rijswijk. Het is niet in geschil dat [appellant] de huisvuilzak daar verkeerd heeft aangeboden door hem naast de container te zetten. [appellant] is het er niet mee eens dat zij een boete van € 159,05 heeft gekregen. Zij stelt dat de container voor de zoveelste keer vol was en was in de overtuiging dat het daarom was toegestaan om de zak netjes naast de container te zetten zodat hij gewoon opgehaald kon worden. Ze licht in haar beroepschrift toe dat ze nu weet dat dat niet mag en dat ze voortaan een andere container zal zoeken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3966
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401541/1/R4

202401577/1/R4

Bij besluit van 8 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 26 september 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos met oud papier die op 26 september 2023 is aangetroffen naast een papierbak ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het is niet in geschil dat [appellant] de doos daar verkeerd heeft aangeboden door hem naast de papierbak te zetten. [appellant] vindt het niet terecht dat € 199,57 van de kosten van de toepassing van bestuursdwang voor zijn rekening komt, vanwege zijn slechts beperkte aandeel in de ontstane situatie. Hij licht toe dat hij de doos met oud papier aanvankelijk om 24 september 2023 op straat had gezet om de volgende dag, de maandelijkse ophaaldag voor oud papier, te worden opgehaald. Daarbij wijst hij erop dat in het besluit van 31 januari 2024 ten onrechte staat dat de ophaaldag op 23 september was, terwijl dat volgens de afvalkalender 25 september was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3965
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202401577/1/R4

202402747/1/V6

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 12 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin vanuit Afghanistan naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij heeft gewerkt als tolk van de ‘Afghan Security Guard’ voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860; de Kamerbrief). De gronden die [appellant] aanvoert over de speciale voorziening, gaan over een rechtsvraag die de Afdeling eerder heeft beantwoord (zie de uitspraak van 14 augustus 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3298, onder 2.2, over het begrip data). Wat [appellant] aanvoert, biedt geen reden om hierover in dit geval anders te oordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3988
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202402747/1/V6

202404173/1/A2

Bij beslissing van 19 februari 2024 heeft de examencommissie namens de decaan van de Erasmus School of Economics het verzoek van [appellante] om toelating tot de master Economics and Business met de specialisatie Financial Economics afgewezen. Bij beslissing van 11 juni 2024 heeft het het college van beroep voor de examens van de Erasmus Universiteit Rotterdam het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] heeft de bachelor Business Administration afgerond aan de Erasmus Universiteit Rotterdam. Op 17 januari 2024 heeft zij een verzoek gedaan tot inschrijving bij de master Economics and Business met de specialisatie Financial Economics. Deze masteropleiding valt onder de faculteit Erasmus School of Economics. Bij beslissing van 19 februari 2024 heeft de examencommissie dit verzoek tot inschrijving afgewezen omdat het door [appellante] behaalde bachelor gemiddelde van 7,46 niet voldoet aan het in artikel 10, tweede lid, onder b, van de Onderwijs- en Examenregeling Masteropleidingen ESE Studiejaar 2023-2024 voorgeschreven cijfergemiddelde van een 7,5 of hoger.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3960
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404173/1/A2

202404614/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2024 heeft het college bepaald dat [appellante] voor de bacheloropleiding Geschiedenis voor het studiejaar 2023-2024, in haar situatie, bij een inschrijving per 1 februari 2024 een instellingscollegegeld van € 5.016,67 is verschuldigd. Bij afzonderlijke beslissing van 6 februari 2024 heeft het college het verzoek van [appellante] om per 1 februari 2024 als extraneus te worden ingeschreven voor de bacheloropleiding Geschiedenis afgewezen. [appellante] heeft op 30 augustus 2010 haar doctoraaldiploma Nederlands Recht aan de UvA behaald. Op 1 februari 2011 is zij aan die universiteit in deeltijd begonnen aan de bacheloropleiding Geschiedenis. Tot en met het studiejaar 2016-2017 heeft [appellante] gebruik kunnen maken van de overgangsregeling voor studenten die geen aanspraak kunnen maken op het wettelijk (lager) tarief collegegeld. Vervolgens heeft het college voor het studiejaar 2017-2018 aanleiding gezien om [appellante] op basis van de hardheidsclausule nog een extra jaar te laten studeren tegen het wettelijk tarief collegegeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3941
Datum uitspraak
2 oktober 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202404614/1/A2

202302733/1/V1

Bij besluit van 24 maart 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen en hem ongewenst verklaard. Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door de vreemdeling gemaakt bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 april 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3917
Datum uitspraak
1 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202302733/1/V1

202403381/2/R4

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Buitengebied 2023" (hierna: het plan) gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in een herziene en geactualiseerde planologisch-juridische regeling voor het buitengebied van de gemeente Nunspeet en vervangt het bestemmingsplan "Buitengebied 2019". Het plan 2023 heeft betrekking op het hele buitengebied van Nunspeet. [verzoeker] komt op tegen het plan, voor zover dat betrekking heeft op het naast zijn woonperceel gelegen perceel [locatie 2] te Elspeet. [partij] is eigenaar van het perceel. Op het perceel staan een woning en bijgebouwen. Op grond van het plan rust op het perceel, binnen de bestemming "Wonen", de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - caravanopslag met ondergeschikte verkoop" op een grondoppervlak van ongeveer 1.150 m². Op ongeveer 770 m² van dit grondoppervlak staan aaneengesloten bijgebouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3921
Datum uitspraak
1 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403381/2/R4

202405303/1/V1

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3923
Datum uitspraak
1 oktober 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405303/1/V1

202405990/1/V2 en 202405990/2/V2

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3995
Datum uitspraak
1 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405990/1/V2 en 202405990/2/V2

202406012/1/V2 en 202406012/2/V2

Bij besluit van 12 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3922
Datum uitspraak
1 oktober 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406012/1/V2 en 202406012/2/V2

202306031/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 31 augustus 2023 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. M.A. Krikke, advocaat in Bussum, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3913
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306031/1/V1

202404762/1/V2

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 26 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3914
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404762/1/V2

202405203/1/V3 en 202405203/2/V3

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3901
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405203/1/V3 en 202405203/2/V3

202405532/1/V3

Bij besluit van 8 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 23 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3915
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405532/1/V3

202405789/2/V3

Bij besluit van 22 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 6 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3916
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405789/2/V3

202405876/1/V3 en 202405876/2/V3

Bij besluit van 30 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 11 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. E.C. Kaptein, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3912
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405876/1/V3 en 202405876/2/V3

202405911/1/V3 en 202405911/2/V3

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 18 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3911
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405911/1/V3 en 202405911/2/V3

202000913/2/R2, 202101508/4/R2 en 202101642/5/R2

Ten aanzien van de samenhangende zaken nrs. 202000913/1/R2, 202101508/1/R2 en 202101642/1/R2, die op 4 oktober 2024 op zitting zullen worden behandeld, heeft staatsraad mr. H.J.M. Besselink, het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat hem bij de voorbereiding van bovenvermelde zaken is gebleken dat recent in één van die zaken een advocaat van een kantoor waar de staatsraad aan was verbonden voorafgaand aan zijn benoeming als staatsraad, heeft aangekondigd dat hij als gemachtigde van het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland ter zitting zal optreden. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3927
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Verschoning
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202000913/2/R2, 202101508/4/R2 en 202101642/5/R2

202305443/1/A2

Bij onderscheiden besluiten van 21 april 2022 heeft de raad van de gemeente Rotterdam de bezwaren van appellanten tegen het opnemen van de eis van een verklaring omtrent gedrag in artikel 23 van het Kiesreglement wijkraden 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 27 juli 2023 heeft de rechtbank de hiertegen door appellanten ingestelde beroepen ongegrond verklaard. In hoger beroep voeren appellanten aan dat de uitspraak van de rechtbank niet coherent is, omdat de rechtbank in een brief van 3 juli 2023 heeft vermeld dat eerst de bezwaarprocedure moet worden gevolgd. Ook betogen appellanten dat de hoorplicht is geschonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4050
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202305443/1/A2

202306086/1/A2

De achtergrond van het geschil is dat Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen volgens [appellant] ook na in gebreke te zijn gesteld niet-tijdig heeft beslist op zijn aanvraag om een vrijstelling van de module ‘Personeelsmanagement’. [appellant] stelt dat hij al op 14 oktober 2021 een ingebrekestelling heeft verzonden, zodat CBR hem een hogere dwangsom had moeten betalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4051
Datum uitspraak
30 september 2024
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202306086/1/A2

202202176/1/V2

Bij besluit van 2 april 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3894
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202202176/1/V2

202304629/1/V3

Bij besluit van 30 juni 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3895
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202304629/1/V3

202305740/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3896
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305740/1/V1

202305741/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3897
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305741/1/V1

202306581/1/V2

Bij besluit van 26 oktober 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3898
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306581/1/V2

202400489/1/V2

Bij besluit van 13 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3891
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400489/1/V2

202404131/2/R4

Bij besluit van 23 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Betuwe het wijzigingsplan "[locatie], Tricht" vastgesteld. Het perceel aan de [locatie] in Tricht had op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" de bestemming "Agrarisch" met de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - grondgebonden veehouderij". Het wijzigingsplan verandert de bestemming in "Bedrijf" met de functieaanduiding "opslag". Overeenkomstig de voorwaarden uit artikel 38.1, onder i, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" zal een deel van de bestaande bedrijfsbebouwing worden gesloopt. [verzoeker] en anderen zijn omwonenden en hebben bezwaar tegen de bestemmingswijziging, omdat zij van de opslag die tot nu toe op het perceel heeft plaatsgevonden veel hinder hebben ervaren. Zij vrezen dat de opstallen zullen worden gebruikt voor illegale praktijken en willen dat de agrarische bestemming behouden blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3815
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404131/2/R4

202405416/2/V3

Bij besluit van 30 april 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 20 augustus 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3909
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405416/2/V3

202405431/2/R1

Bij besluit van 14 april 2022 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Aa en Maas aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd ten aanzien van het zonder vereiste watervergunning oprichten van een muur in de beschermingszone van een zogeheten A-watergang. Het dagelijks bestuur heeft gesteld dat [verzoekster] geen spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening, omdat haar belang financieel van aard is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3902
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202405431/2/R1

202405970/1/V3 en 202405970/2/V3

Bij besluit van 24 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3910
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405970/1/V3 en 202405970/2/V3

202206796/3/R3

Bij tussenuitspraak van 29 mei 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad opgedragen om binnen 20 weken na de verzending daarvan het gebrek in het bestreden besluit te herstellen. De raad heeft gevraagd om verlenging van de hersteltermijn tot en met 13 november 2024, omdat de raad niet in staat is binnen de gestelde termijn het bestreden besluit te herstellen. Daarbij geeft de raad aan dat het onder meer in verband met de vakantieperiode niet mogelijk is om het gebrek, dat betrekking heeft op het niet verrichten van onderzoek naar de gevolgen van het plan voor het uitzicht vanuit het appartement van Kroeze, de lichtinval in dat appartement en de mogelijkheid tot onderhoud van de zijgevel van dat appartement, binnen de gestelde termijn te herstellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3904
Datum uitspraak
27 september 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202206796/3/R3

202302952/1/V1

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3890
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302952/1/V1

202304005/3/R4

Bij besluit van 19 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [verzoeker] onder meer een last onder bestuursdwang opgelegd om de achtergevel van het pand aan de [locatie 1] in Utrecht in de originele staat te (laten) herstellen en hersteld te houden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3903
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304005/3/R4

202305014/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3808
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305014/1/V1

202400645/1/V1

Bij besluit van 27 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een opvolgende aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd en een verzoek om bestuurlijke heroverweging van het eerste in rechte onaantastbare afwijzende besluit van 14 april 2017 afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3889
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400645/1/V1

202402750/1/V2

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3888
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402750/1/V2

202403223/1/V2

Bij besluit van 9 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3887
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403223/1/V2

202403796/1/V1

Bij besluiten van 11 en 30 maart 2024 heeft het COa de vreemdeling overgeplaatst naar de Handhavings- en Toezichtlocatie in Hoogeveen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3886
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403796/1/V1

202403858/3/R4

Bij besluit van 23 april 2024 heeft de raad van de gemeente Buren het bestemmingsplan "Ingen, Nieuwe Weg ongenummerd (ong.)" vastgesteld. Op 23 augustus 2024 is een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning met bijgebouw aan de Nieuwe Weg (LDN04 I 588) in Ingen ingediend. Met het verzoek om het bestemmingsplan te schorsen, beoogt [verzoeker] te voorkomen dat deze omgevingsvergunning wordt verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4179
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403858/3/R4

202403936/1/V3

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3885
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202403936/1/V3

202404512/1/V3

De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft de vreemdeling op 5 juni 2024 opgehouden op grond van artikel 50, tweede lid, van de Vw 2000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3884
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202404512/1/V3

202404795/2/V3

Bij besluit van 23 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3883
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404795/2/V3

202405634/2/V2

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat de vreemdeling niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in Richtlijn 2001/55/EG (de richtlijn tijdelijke bescherming).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3882
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202405634/2/V2

202405699/1/V2 en 202405699/2/V2

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3893
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405699/1/V2 en 202405699/2/V2

202405730/1/V1 en 202405730/2/V1

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3881
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405730/1/V1 en 202405730/2/V1

202405891/1/V2 en 202405891/2/V2

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 11 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3908
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405891/1/V2 en 202405891/2/V2

202405958/1/V3 en 202405958/2/V3

Bij besluit van 26 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 17 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3906
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405958/1/V3 en 202405958/2/V3

202406000/2/V3

Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 23 september 2024 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3907
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406000/2/V3

202300434/1/R2

Bij besluit van 30 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van het woonhuis op het perceel [locatie] in Maastricht. Het geschil spitst zich toe op de toepasselijkheid van het overgangsrecht met betrekking tot het gebruik van een dakterras op het perceel. Dit overgangsrecht is geregeld in artikel 34.2 van de planregels van het bestemmingsplan "Maastricht Zuidwest". De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant A] en [appellant B]n geen geslaagd beroep op het gebruiksovergangsrecht toekomt. Bovendien heeft zij geoordeeld dat ook als dat wel zo zou zijn, dit niet met zich meebrengt dat een omgevingsvergunning voor het bouwen van de van het dakterras deel uitmakende balustrade kon worden verleend. Het gebruiksovergangsrecht is daarvoor niet relevant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4022
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300434/1/R2

202300451/1/R2

Bij besluit van 10 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan De Klapbrug B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen en uitbreiden van het pand Peperstraat 1 t/m 5a in Valkenswaard naar negen appartementen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4001
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300451/1/R2

202300600/1/R2

Bij besluit van 12 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gilze en Rijen besloten de op 25 juli 1995 aan de toenmalig directeur van wegrestaurant "Gilze" verleende bouwvergunning met nummer B1995/146, voor het verbouwen en uitbreiden van het wegrestaurant met motel-accommodatie aan de Rijksweg A58 in Gilze, in te trekken. Niet in geschil is dat na het onherroepelijk worden van de op 25 juli 1995 aan de toenmalig directeur van wegrestaurant "Gilze" verleende omgevingsvergunning, aan die vergunning ten tijde van de intrekking ervan, al ruim 25 jaar geen uitvoering was gegeven. De rechtbank heeft reeds daarom terecht geoordeeld dat het college bevoegd was om de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.33, tweede lid, aanhef en onder a, van de Wabo, in te trekken. Het betoog van het wegrestaurant en [appellant] dat de rechtbank onvoldoende intensief aan het evenredigheidscriterium heeft getoetst en dat zij mede daardoor heeft miskend dat het besluit in strijd is met het recht, slaagt niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:4021
Datum uitspraak
26 september 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300600/1/R2

202304741/1/V1

De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3810
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202304741/1/V1

202306183/2/A3, 202306185/2/A3, 202306186/2/A3, 202306187/2/A3, 02306188/2/A3, 202306189/2/A3, 202306190/2/A3 en 202306191/2/A3

[verzoeker] heeft hoger beroepen ingesteld tegen de uitspraken van de rechtbank Amsterdam van 31 juli 2023. Tevens heeft [verzoeker] de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [verzoeker] heeft tegen deze uitspraken van 31 juli 2023 hoger beroepen ingesteld. Tegen tussenuitspraken staat geen zelfstandig beroep open. Daartegen kan wel tegelijkertijd met het hoger beroep tegen een einduitspraak van de rechtbank hoger beroep worden ingesteld (zie artikel 8:104, derde lid, van de Awb). De bodemrechter zal een oordeel geven over de ontvankelijkheid van de hoger beroepen tegen de tussenuitspraken van 31 juli 2023 in zaken nrs. 19/678 en 21/1537 en in dat verband bezien of er gevolgen zijn voor de hoger beroepen die [verzoeker] heeft beoogd in te stellen tegen de einduitspraken van 4 maart 2024 in die zaken. [verzoeker] verzoekt de voorzieningenrechter om maatregelen te nemen om de gegevens die onder de gerechtelijke procedures vallen veilig te stellen, om te voorkomen dat de gegevens definitief verdwijnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:3806
Datum uitspraak
25 september 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202306183/2/A3, 202306185/2/A3, 202306186/2/A3, 202306187/2/A3, 02306188/2/A3, 202306189/2/A3, 202306190/2/A3 en 202306191/2/A3
vorige pagina1...747576...1.228volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon