Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.922
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

BRS.26.003319

Bij besluit van 26 mei 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4096
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003319

BRS.26.003344

Bij besluit van 18 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4175
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003344

BRS.26.003371

Bij besluit van 17 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4213
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003371

202200923/6/R2

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Tilburg van 15 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Werklandschap Wijkevoort 2020" en het exploitatieplan "Werklandschap Wijkevoort, fase 1, 2021". De raad heeft de Afdeling vanwege het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Volgens de raad geven de zwartgelakte delen van de koopovereenkomsten inzicht in de onderhandelingsstrategie van de gemeente Tilburg bij de verwerving van stikstofemissieruimte, omdat hieruit kan worden afgeleid hoe de gemeente zich opstelt tijdens onderhandelingen en onder welke voorwaarden zij bereid is om stikstofemissieruimte aan te kopen. Ook bevatten de zwartgelakte delen van de koopovereenkomsten vertrouwelijke persoonsgegevens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4187
Datum uitspraak
17 juli 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202200923/6/R2

202306519/1/V1

Bij besluiten van 21 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om appellanten een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4191
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306519/1/V1

202400399/1/V1

Bij besluit van 14 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4190
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400399/1/V1

202601582/2/R1

Bij besluit van 18 november 2025 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [verzoeker A] en verzoeker B] een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en de instandhouding van een nieuwe laagspanningskabel op het perceel F1571 met adres [locatie] in Breukelen. De minister heeft aan [verzoeker A] en [verzoeker B] een plicht opgelegd tot het gedogen van de aanleg en instandhouding van een nieuwe laagspanningskabel. [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn eigenaar van het perceel, dat bestaat uit een legakker, en de daarop gelegen recreatiewoning. De omgeving van het perceel kenmerkt zich door verschillende legakkers met recreatiewoningen die omgeven worden door oppervlaktewater. Stedin wil vanaf het perceel een laagspanningskabel aanleggen om een andere legakker, De Plassen Noord 115, aan te sluiten op het stroomnet. Als gevolg van de beschikking moeten [verzoeker A] en [verzoeker B] de aanleg en instandhouding van de kabel gedogen en daar zijn zij het niet mee eens. Zij voeren daarbij onder meer aan dat er alternatieve tracés denkbaar zijn met minder impact.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4192
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202601582/2/R1

BRS.26.002132

Bij besluit van 12 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4074
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002132

BRS.26.002340

Bij besluit van 23 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4081
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002340

BRS.26.002818

Bij besluit van 17 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4076
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002818

BRS.26.002939

Bij besluit van 13 mei 2026 heeft de minister van Asiel en migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4092
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002939

BRS.26.002971

Bij besluiten van 19 maart 2026 en 20 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4062
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002971

BRS.26.003078

Bij besluit van 27 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen en om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4073
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003078

BRS.26.003112

Bij besluit van 20 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4083
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003112

BRS.26.003121

Bij besluit van 27 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4086
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003121

BRS.26.003177

Bij besluit van 16 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4095
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003177

BRS.26.003210

Bij besluit van 2 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4089
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003210

BRS.26.003248

Bij besluit van 21 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond, hem opgedragen om onmiddellijk te vertrekken en terug te keren naar Somalië en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4087
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003248

BRS.26.003363

Bij besluit van 23 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4082
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003363

BRS.26.003376

Bij besluit van 10 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4088
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003376

BRS.26.003500

Bij besluit van 4 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4085
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003500

202502215/1/R3

Bij besluit van 26 oktober 2022, aangevuld bij besluit van 23 november 2022, heeft het college van burgemeester en wethouders van Borger-Odoorn aan [partij A] en [partij B] een last onder dwangsom opgelegd, waarbij is bepaald dat als niet binnen de begunstigingstermijn aan de last is voldaan, zij een dwangsom verbeuren van € 1.500,- per week dat de overtreding niet is beëindigd met een maximum van € 15.000,- [partij A] en [partij B] wonen aan de [locatie] (het perceel). Het college heeft hen een last onder dwangsom opgelegd, omdat - onder meer - het oppervlak van de op het perceel staande bijbehorende bouwwerken meer bedraagt dan het voor het perceel geldende totale oppervlak van 150 m2. Naar aanleiding van een controle op 20 januari 2023 heeft het college [partij A] en [partij B] bij brief van 17 februari 2023 laten weten dat zij aan de last hebben voldaan en dat zij geen dwangsommen hebben verbeurd. [appellant A] en [appellant B] waren het niet eens met de conclusie dat aan de last was voldaan en hebben het college verzocht om tot invordering van de (volgens hen) verbeurde dwangsom over te gaan. Het college heeft dit verzoek bij besluit van 18 juli 2023 afgewezen. Volgens het college bedraagt het oppervlak van de op het perceel staande bijbehorende bouwwerken bij nader inzien toch meer dan het voor het perceel geldende totale oppervlak van 150 m2, waardoor een dwangsom is verbeurd, maar is het onevenredig om die dwangsom in te vorderen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college heeft kunnen afzien van invordering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4225
Datum uitspraak
16 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502215/1/R3

202407575/1/V1

Verzoeker heeft het hoger beroep op 9 juli 2026 ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister van Asiel en Migratie aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4107
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407575/1/V1

202408055/1/V3

Bij besluit van 1 november 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4099
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202408055/1/V3

202500758/1/V3

Bij besluiten van 10 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene de toegang tot Nederland geweigerd en hem een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4098
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202500758/1/V3

202601266/1/R1 en 202601266/3/R1

Bij besluiten van 5 juni 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen aan [verzoeker A] en [verzoeker B] lasten onder dwangsom opgelegd. De lasten houden in dat het gebruik van een aantal recreatiewoningen aan de Westerduinweg 34 in Sint Maartensvlotbrug voor bewoning door seizoenarbeiders moet worden beëindigd en beëindigd moet worden gehouden. [verzoeker A] en [verzoeker B] zijn eigenaren van recreatiewoningen op het Park Duinland aan de Westerduinweg 34 in Sint Maartensvlotbrug in de gemeente Schagen. Zij verhuren deze recreatiewoningen aan personen met een Oost-Europese nationaliteit die er wonen, onder wie 28 met de Oekraïense nationaliteit. De meeste van deze personen werken in de omgeving via onder meer uitzendbureaus. [verzoeker A] en [verzoeker B] hebben op de zitting erkend dat de permanente bewoning van hun recreatiewoningen niet is toegestaan, maar zij vrezen dat de Oekraïners dakloos worden als gevolg van de lasten onder dwangsommen. [verzoeker A] en [verzoeker B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat handhavend optreden niet in strijd is met het vertrouwensbeginsel. Volgens hen mochten zij er gerechtvaardigd op vertrouwen dat er niet handhavend zou worden opgetreden tegen de permanente bewoning van Oekraïners in hun recreatiewoningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4072
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202601266/1/R1 en 202601266/3/R1

BRS.25.000227

Bij besluiten van 1 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4067
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000227

BRS.25.000944

Bij besluit van 15 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de moeder om wijziging van de beperking van een aan haar verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4045
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000944

BRS.26.001112

Bij besluit van 29 februari 2024 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag om appellant een faciliterend visum te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4066
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001112

BRS.26.002464

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie geweigerd om appellant ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4051
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002464

BRS.26.003101

Bij besluit van 6 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4065
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003101

BRS.26.003133

Bij besluit van 19 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4068
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003133

BRS.26.003145

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4174
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003145

BRS.26.003373

Bij besluit van 2 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4080
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003373

BRS.26.003445 en en BRS.26.003475

Bij besluit van 8 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4097
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003445 en en BRS.26.003475

BRS.26.003491

Bij besluit van 11 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4063
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003491

202200049/1/R4

Bij besluit van 1 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Brunssum aan [partij] een omgevingsvergunning verleend op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) voor de uitbreiding van de inpandige opslag van kunststoffen op het perceel [locatie] 1] in Brunssum. Ten tijde van de besluitvorming exploiteerde tpD Recycling B.V. op het perceel [locatie 1] een afvalverwerkingsbedrijf voor de verwerking van kunststoffen. De locatie [locatie 1] vormde ten tijde van het nemen van het besluit van 1 augustus 2019 samen met de locaties [locatie 2] en [locatie] 3] - [locatie 4] in Brunssum één inrichting in de zin van de Wet milieubeheer (Wm) waartoe ook één of meer IPPC-installaties behoren. [partij] is eigenaar van die percelen. [partij] beschikte destijds over een omgevingsvergunning zoals bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo, voor een inrichting voor de op- en overslag en het bewerken van een groot scala aan afvalstoffen op die locaties. De Actiegroep bestaat uit omwonenden die al vele jaren overlast ervaren van de activiteiten die tpD Recycling B.V. ontplooide op het perceel [locatie 1]. Zij hadden onder meer overlast van vliegen, ander ongedierte, stank, lozingen en nachtelijk getril en geluid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4130
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202200049/1/R4

202201346/1/A3

Bij besluit van 17 december 2019 heeft de burgemeester van Utrecht aan Sam Companies twee lasten onder dwangsom opgelegd. Aan het besluit heeft de burgemeester ten grondslag gelegd dat de inspecteur van de gemeente Utrecht bij controles op 2 augustus 2019 en 19 oktober 2019 heeft geconstateerd dat het hostel op beide data was geopend voor publiek, terwijl er geen leidinggevende aanwezig was die op het aanhangsel bij de exploitatievergunning staat vermeld dan wel een persoon wiens bijschrijving als leidinggevende is gemeld en de gemeente die melding heeft bevestigd. Tevens heeft de burgemeester aan het besluit ten grondslag gelegd dat de inspecteur op beide data heeft geconstateerd dat er in het hostel zwak-alcoholische dranken aanwezig waren en werden verkocht vanuit een koelmachine, terwijl hiervoor geen Drank- en Horecavergunning is afgegeven. De inspecteur heeft zijn bevindingen van de controles van 2 augustus 2019 en 19 oktober 2019 neergelegd in twee processen-verbaal van 13 november 2019 en 11 december 2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3922
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201346/1/A3

202204378/1/R4

Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de constructief onveilige situatie vanwege het ontbreken van een stabiele fundering onder het pand [locatie 1] aan de zijde van [locatie 2] afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 2] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 1] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 2] en [locatie 1], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 2]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3938
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204378/1/R4

202204562/1/R3

Bij besluit van 23 februari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waadhoeke het verzoek om handhaving van [partij B] van 5 april 2016 met betrekking tot het herplanten van zeven iepen op de plaats van de gekapte zeven schietwilgen op het perceel [locatie 1] in Tzummarum (het perceel) afgewezen. De VOF exploiteert een loon- en kraanbedrijf en schapenhouderij op het perceel. [appellant sub 3B] woont op het perceel [locatie 2] in Tzummarum. [partij B] woont op het perceel [locatie 3]. Zij hebben verschillende verzoeken om handhaving ingediend, omdat zij overlast ondervinden van verschillende activiteiten op het perceel. Ook verzetten zij zich tegen het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen van sleufsilo's op het perceel, omdat zij vrezen voor een verdere aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4157
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204562/1/R3

202204823/1/A3

Bij besluit van 6 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda de aanvraag van Stichting Nahuys voor een omgevingsvergunning voor het pand aan de Visserstraat 1a afgewezen. [bestuurder] is enig bestuurder van Stichting Nahuys. Stichting Nahuys is eigenaar van het perceel aan de Visserstraat 1a in Breda. Toezichthouders van het college hebben op 13 juni 2019 in het pand bouwwerkzaamheden waargenomen. Voor deze werkzaamheden was geen omgevingsvergunning verleend en het college heeft de werkzaamheden daarom stilgelegd. Op 11 juli 2019 heeft Stichting Nahuys een omgevingsvergunning aangevraagd voor werkzaamheden aan het pand aan de Visserstraat 1a. Het college heeft de aanvraag aangehouden en een toets op grond van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) laten uitvoeren. Het Landelijk Bureau Bibob (LBB) heeft op 6 december 2019 een Bibob-advies aan het college toegestuurd. Aan het advies van 6 december 2019 is ook een eerder Bibob-advies van 25 oktober 2019 ten grondslag gelegd. In de adviezen concludeert het LBB dat het ernstige vermoeden bestaat dat ter verkrijging van de omgevingsvergunning valsheid in geschrift is gepleegd en ernstig gevaar bestaat dat de aangevraagde vergunning mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen, op geld waardeerbare, voordelen te benutten (artikel 3, eerste lid, onder a, van de Wet Bibob; de a-grond) en om strafbare feiten te plegen (artikel 3, eerste lid, onder b; de b-grond). Op basis van deze adviezen heeft het college de omgevingsvergunning geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4111
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202204823/1/A3

202205272/1/A3

Bij besluit van 6 november 2020 heeft de burgemeester van Utrecht de exploitatievergunning voor de exploitatie van een hostel aan de Biltstraat 31 in Utrecht ingetrokken. Bij het besluit van 6 november 2020 heeft de burgemeester de exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b en f, van de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018, omdat de [leidinggevende] volgens de burgemeester niet langer voldoet aan de eis dat een leidinggevende van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, en omdat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf op ontoelaatbare wijze wordt verstoord door de aanwezigheid van het bedrijf. Sam Companies exploiteert het Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 in Utrecht. Bij besluit van 18 juni 2019 heeft de burgemeester hiervoor aan Sam Companies een exploitatievergunning verleend. De burgemeester heeft de exploitatievergunning ingetrokken op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder b en f, van de Horecaverordening gemeente Utrecht 2018, omdat de [leidinggevende] volgens de burgemeester niet langer voldoet aan de eis dat een leidinggevende van een horecabedrijf niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, en omdat de woon- en leefsituatie in de omgeving van het horecabedrijf op ontoelaatbare wijze wordt verstoord door de aanwezigheid van het bedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3926
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202205272/1/A3

202205388/1/R2

Bij besluit van 31 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch het verzoek van wijkvereniging De Herven om handhavend op te treden tegen de geluidsoverlast die zij ondervindt van Central Harley Davidson (CHD) afgewezen. Mafraba Motors B.V., mede handelend onder de naam Central Harley Davidson, exploiteert een motorzaak aan de Hervensebaan 13c in ‘s-Hertogenbosch, waar motoren en accessoires worden verkocht en motoren van het merk Harley Davidson worden gerepareerd en onderhouden. Aan de overzijde van de Hervensebaan ligt woonwijk De Herven. Wijkvereniging De Herven komt op voor de belangen van omwonenden. De wijkvereniging heeft het college verzocht om handhavend op te treden omdat de omwonenden geluidsoverlast ervaren van het geluid van motoren en activiteiten die op het terrein van CHD worden georganiseerd. Het college heeft bij het besluit van 31 augustus 2020 geweigerd om handhavend op te treden. Dit besluit is bij het besluit op bezwaar van 3 december 2020 in stand gelaten. De wijkvereniging heeft tegen dat besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4131
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205388/1/R2

202205777/1/R1

Bij besluit van 12 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Epe het bestemmingsplan "Correctieve herziening Landgoed Tongeren 2021" vastgesteld. Het bestemmingsplan is een herziening van het bestemmingsplan "Landgoed Tongeren", dat door de raad was vastgesteld op 14 februari 2013. Gebleken is dat in dat bestemmingsplan uit 2013 onbedoeld bouwvlakken op de verbeelding ontbraken. Op grond van de planregels voor de verschillende bestemmingen mochten gebouwen alleen binnen het bouwvlak worden opgericht. De stichting vreest hierdoor negatieve effecten voor de omliggende Natura 2000-gebieden, het Gelders Natuurnetwerk (GNN) en de Groene Ontwikkelingszone (GO). Zij kan zich daarom niet verenigen met het bestemmingsplan en heeft daarom beroep ingesteld tegen de herziening. De gronden van het landgoed zijn in eigendom van Landgoed Tongeren. [partij A] is eigenaar en gebruiker van het perceel [locatie] in Epe, dat in het plangebied ligt. [partij B] en [partij C] zijn eigenaren van [partij A].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4160
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202205777/1/R1

202206323/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2020 heeft de korpschef van politie een verzoek van [appellant] om rectificatie van politiegegevens afgewezen. [appellant] heeft de korpschef verzocht om aanpassing van alle mutaties en rapporten waarin staat dat hij een aanslag op de kinderen van [persoon], de hoofdredacteur van GeenStijl, ‘collateral damage’ zou hebben genoemd. Ook heeft hij verzocht om een afschrift van de oude en nieuwe versie van de mutaties en documenten en kenbaar te maken op basis van welke bronnen deze zijn opgemaakt en wie binnen en buiten Nederland op de hoogte zijn van deze informatie en hen te informeren over de aanpassing. [appellant] heeft, naast zijn verzoek om rectificatie, ook verzocht om inzage in alle mutaties en documenten waarin staat dat hij een aanslag op de kinderen van [persoon] ‘collateral damage’ zou hebben genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4118
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202206323/1/A3

202206980/1/R4, 202300118/1/R4, 202301166/1/R4 en 202301167/1/R4

Bij besluit van 17 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Gentrochema met een dwangsom gelast om artikel 9.3.3, eerste lid, van de Wet milieubeheer (Wm), gelezen in samenhang met artikel 5 van de Verordening (EG) nr. 1907/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 18 december 2006 inzake de registratie en beoordeling van en de autorisatie en beperkingen ten aanzien van chemische stoffen (REACH-verordening) niet meer te overtreden. Gentrochema exploiteert een groothandel in chemische stoffen en producten. Op 15 juli 2021 heeft de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) de bedrijfslocatie van Gentrochema in Dongen bezocht en vastgesteld dat Gentrochema na 31 mei 2018 de stoffen kaliumnitriet (CAS-nummer 7758-09-0) en thio-ureum (CAS-nummer 62-56-6) in de handel is blijven brengen, terwijl Gentrochema die stoffen niet heeft geregistreerd als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van de REACH-verordening. Gentrochema koopt kaliumnitriet in India en thio-ureum in China en brengt deze stoffen vervolgens naar Nederland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4122
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206980/1/R4, 202300118/1/R4, 202301166/1/R4 en 202301167/1/R4

202207014/1/A3

Bij besluit van 18 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht zijn beslissing om op 16 februari 2021 spoedeisende bestuursdwang toe te passen, bestaande uit de ontruiming en sluiting van het pand aan de Biltstraat 29-31 te Utrecht, op schrift gesteld, en aan Sam Companies een last onder bestuursdwang opgelegd om het gebruik van het pand als logiesfunctie te (laten) staken en gestaakt te houden totdat bepaalde herstelmaatregelen zijn uitgevoerd. Sam Companies exploiteert Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 29-31 in Utrecht. Op 16 februari 2021 hebben een toezichthouder van het college en een inspecteur van de Veiligheidsregio Utrecht een controle uitgevoerd naar de brandveiligheid van het pand en verschillende overtredingen geconstateerd. Deze bevindingen zijn vastgelegd in een proces-verbaal van bevindingen van de toezichthouder van 16 februari 2021 en een inspectierapport van de VRU van 16 februari 2021. De toezichthouder heeft namens het college op dezelfde dag Sam Companies mondeling gelast om het gebruik van het hostel per 17 februari 2021 om 12.00 uur te staken, onder de voorwaarde dat tot die tijd op iedere verdieping een brandwacht zou staan. Omdat niet aan deze voorwaarde werd voldaan is de toezichthouder in de avond van 16 februari 2021 alsnog overgegaan tot directe ontruiming en sluiting van het pand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3924
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202207014/1/A3

202302463/1/R3

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het bestemmingsplan "Lemsteraak, Rijnhoek" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader voor de twee percelen Lemsteraak 1-5 en 2 op het bedrijvenpark Rijnhoek in Bodegraven. Op die percelen staan verschillende detailhandelsgebouwen, waarin niet alleen detailhandel in volumineuze goederen is gevestigd, maar onder meer ook detailhandel in huishoudelijke artikelen, speelgoed en bloemen. In de plantoelichting staat dat de assortimenten huishoudelijke artikelen en speelgoed voortkomen uit een historisch gegroeide situatie en dat deze assortimenten uitsluitend als onderdeel van een bouwmarkt zijn toegestaan. De raad streeft er met het voorliggende plan naar om de bestaande mogelijkheden voor bedrijfsactiviteiten en bestaande volumineuze detailhandel te bestendigen. [appellante] en anderen zijn eigenaren en exploitanten van verschillende winkelpanden en winkels in het centrum van Bodegraven. Zij vrezen in het bijzonder dat de detailhandelsmogelijkheden die het plan biedt, zullen leiden tot verlies van klanten en een verslechtering van de leegstandssituatie in het centrum van Bodegraven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4140
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202302463/1/R3

202303066/1/R1

Bij besluit van 22 december 2020, voor zover hier van belang, heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen aan [appellant sub 2] omgevingsvergunning verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken als brood- en ijssalon van het perceel aan de [locatie 1] in Nijmegen. [appellant sub 2] is eigenaar van het perceel waaraan de adressen [locatie 1] en [locatie 2] zijn toegekend. Zijn woning betreft [locatie 2]. Daarnaast staat een gebouw dat in gebruik is geweest als kapsalon, met het adres [locatie 1]. Om daarin een brood- en ijssalon te mogen exploiteren heeft [appellant sub 2] vergunningen aangevraagd. [appellant sub 1] woont op het perceel [locatie 3]. Dat perceel grenst aan het perceel van [appellant sub 2]. Hij is het niet eens met verlening van de omgevingsvergunning en de exploitatievergunning. Hij vreest door het vergunde gebruik voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat in de vorm van onder meer geluidsoverlast, parkeeroverlast en aantasting van zijn privacy. Daarom heeft hij tegen de verleende vergunningen bezwaar gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4161
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303066/1/R1

202303370/1/R2

Bij besluiten van 25 augustus 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de aanvragen voor vergunningen op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de bedrijfsactiviteiten van Falk aan de Neonstraat 23 en Neonstraat 33 in Ede afgewezen. Falk exploiteert op het bedrijventerrein Kievitsmeent in Ede een bedrijf dat geïsoleerde sandwichpanelen produceert voor toepassing op daken, wanden en gevels. De productie vindt plaats op de percelen Neonstraat 23 (lijn1) en Neonstraat 33 (lijn 2). De bedrijfslocaties liggen op ongeveer 3,7 en 3,3 kilometer van het Natura 2000-gebied Veluwe. Falk heeft op 26 september 2019 afzonderlijke aanvragen gedaan voor een natuurvergunning voor haar bedrijfslocaties. Bij de aanvragen heeft Falk stikstofberekeningen overgelegd waaruit volgens haar blijkt dat de stikstofdepositie van de bedrijfsactiviteiten niet toeneemt ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie ontleent Falk aan het agrarisch grondgebruik van de gronden - het bemesten - dat was toegestaan voordat de gronden een bedrijfsbestemming kregen. Het college stelt zich op het standpunt dat Falk geen referentiesituatie kan ontlenen aan het voormalige agrarische grondgebruik.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4112
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202303370/1/R2

202304005/1/R4

Bij besluit van 26 november 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht [appellant] onder oplegging van een dwangsom van € 30.000,00 gelast om uiterlijk drie maanden na de verzenddatum van het besluit de mandelige keldermuur, grenzend aan huisnummer [locatie 1], in het pand [locatie 2] te Utrecht permanent te (laten) herstellen en hersteld te (laten) houden. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 2] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 1] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 2] en [locatie 1], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 2]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3934
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304005/1/R4

202305234/1/A3

Bij besluit van 20 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtde aanvraag van Sam Companies om een omgevingsvergunning afgewezen. Sam Companies exploiteert het Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 in Utrecht. De begane grond van het pand heeft het adres Biltstraat 29. Sam Companies heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om het hostel uit te breiden naar de begane grond en om het restaurant te verkleinen. Het college heeft op grond van artikel 2.20, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht in samenhang gelezen met artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob), geweigerd de omgevingsvergunning te verlenen. Het college stelt zich op basis van een advies van het Landelijk Bureau Bibob van 7 december 2020 op het standpunt dat er een ernstig gevaar bestaat dat de vergunning mede zal worden gebruikt om strafbare feiten te plegen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet Bibob.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3925
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202305234/1/A3

202305454/1/R1

Bij besluit van 21 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe het verzoek om handhaving van de stichting afgewezen. De stichting heeft op 6 maart 2020 een verzoek om handhaving ingediend dat ziet op het gebruik van een bijgebouw op het perceel [locatie] in Epe (het perceel) voor recreatieve bewoning. Ook ziet het verzoek op het overschrijden van de maximaal toegestane oppervlakte aan bijgebouwen op het perceel. [partij] woont op en is eigenaar van het perceel. De rechtbank heeft vastgesteld dat het beroep alleen ziet op het niet-ontvankelijk verklaren van het bezwaar ten aanzien van het gebruik van het bijgebouw. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de rechtbank kan de stichting niet als belanghebbende worden aangemerkt omdat geen sprake is van feitelijke werkzaamheden die de stichting verricht met het oog op de behartiging van haar doelstelling in de periode voorafgaand aan de indiening van het bezwaarschrift.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4162
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305454/1/R1

202305455/1/R1

Bij besluit van 22 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een stal tot woonhuis op het perceel [locatie] in Epe. Op 27 januari 2021 is door [partij] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen van een stal tot woonhuis op het perceel [locatie] in Epe. Het college heeft in het besluit van 22 maart 2021 een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een stal tot woonhuis op het perceel. Landgoed Tongeren is grondeigenaar van het perceel. Op enig moment is de tenaamstelling van de omgevingsvergunning gewijzigd en op naam van Landgoed Tongeren komen te staan. Het college heeft het door de stichting tegen de verleende omgevingsvergunning gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbende is. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Dit omdat de stichting onvoldoende feitelijke werkzaamheden uitvoert om als belanghebbende te kunnen worden aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4163
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305455/1/R1

202305456/1/R1

Bij brief van 24 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Epe een verzoek om handhaving van de stichting tegen diverse overtredingen op het perceel [locatie] in Epe buiten behandeling gelaten. De stichting heeft verzocht om handhavend op te treden tegen diverse overtredingen op het perceel [locatie] in Epe. Op dit perceel is [partij A] gevestigd. [partij B] en [partij C] zijn eigenaar van [partij A]. Bij brief van 24 november 2021 heeft het college het verzoek om handhaving van de stichting tegen diverse overtredingen buiten behandeling gelaten. Het college heeft zich hierbij op het standpunt gesteld dat de stichting geen belanghebbende is. In het besluit van 20 juni 2022 heeft het college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het college het bezwaar van de stichting terecht niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4164
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305456/1/R1

202305606/3/R3

De gemeenteraad van Leiden heeft de tekortkomingen in het bestemmingsplan ‘Watergeuskade’ succesvol hersteld. Dat volgt uit deze uitspraak. Dat betekent dat het bestemmingsplan dat een woonwerkgebied met maximaal 350 woningen en 7000 m² aan bedrijvigheid mogelijk maakt langs de Trekvliet, nu definitief is. Enkele omwonenden waren tegen het bestemmingsplan in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. Zij zijn bang voor verlies van hun woongenot. In juni 2025 deed de Afdeling bestuursrechtspraak al een zogenoemde tussenuitspraak in deze zaak, waarin zij de omwonenden gedeeltelijk gelijk gaf. In die tussenuitspraak droeg zij de gemeenteraad op om binnen twintig weken de geconstateerde tekortkomingen in het bestemmingsplan te herstellen. Zo moest de gemeenteraad motiveren waarom voor de sportvoorzieningen in het gebied voldoende parkeerplekken zijn en in het plan borgen dat in het gebied geen onaanvaardbare windhinder ontstaat. In de einduitspraak van vandaag oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat de gemeenteraad erin is geslaagd om de tekortkomingen in het plan te herstellen. De Afdeling bestuursrechtspraak verklaart de bezwaren tegen het zogenoemde 'herstelbesluit' dan ook ongegrond. Dit betekent dat de gemeente Leiden door kan met de plannen voor dit gebied langs de Trekvliet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4159
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305606/3/R3

202305714/1/R4

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de begunstigingstermijn als bepaald in het besluit van 4 december 2019 verlengd tot 1 augustus 2020. Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college het verzoek van [appellant] om een invorderingsbeschikking afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 1] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 2] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 1] en [locatie 2], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 1]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4023
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305714/1/R4

202306123/1/R2

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Sint-Michielsgestel het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie" vastgesteld. In het bestemmingsplan "Buitengebied, tweede actualisatie" uit 2018 is de mogelijkheid opgenomen voor de oprichting van parapluhooibergen. In de tussenuitspraak van 30 januari 20202, ECLI:NL:RVS:2020:317, heeft de Afdeling met toepassing van de bestuurlijke lus de raad de opdracht gegeven om te motiveren waarom het aantal parapluhooibergen uit ruimtelijk oogpunt aanvaardbaar is en waarom geen gebruiksregels in het plan zijn opgenomen voor parapluhooibergen. Hierop heeft de raad met het besluit van 24 september 2020 ter uitvoering van de tussenuitspraak het plan gewijzigd vastgesteld. Het plan voorziet in een actualisatie voor het buitengebied van de gemeente Sint-Michielsgestel. Beoogd wordt om een aantal concrete, nieuwe ontwikkelingen planologisch in te passen en een aantal gebreken in de verbeelding van concrete bestemmingen te herstellen. De plantoelichting vermeldt dat er 30 concrete bouwinitiatieven in het buitengebied zijn opgenomen in dit plan. De raad heeft er bewust voor gekozen om deze los van elkaar staande, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen van verschillende initiatiefnemers te verzamelen in één nieuw bestemmingsplan. Hierdoor kan het bestemmingsplanproces efficiënter worden doorlopen en worden de kosten per initiatiefnemer beperkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4129
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306123/1/R2

202306418/1/R4

Bij besluiten van 30 april 2019 en 23 juli 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht de verzoeken van [appellant sub 1] om handhavend op te treden afgewezen. Bij besluit van 22 augustus 2019 heeft het college het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden toegewezen. [appellant sub 1] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie B] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie A] en [locatie B], en de door [appellant sub 1] gesloopte achtergevel van [locatie A]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant sub 1] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3935
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306418/1/R4

202306737/1/R4

[wederpartij] heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe op zijn verzoek om handhavend op te treden van 19 december 2022 tegen de aanwezigheid van een woonwagen op het adres [locatie] in IJzendoorn. [wederpartij] heeft beroep ingesteld bij de rechtbank tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college op zijn handhavingsverzoek van 19 december 2022. Volgens [wederpartij] heeft het college de brief van 9 februari 2023 (de verdagingsbrief), waarin het college [wederpartij] heeft laten weten dat hij de beslissing met twaalf weken uitstelt en uiterlijk 9 mei 2023 een besluit zal nemen, niet tijdig verzonden en de beslistermijn daarom niet verlengd. [wederpartij] heeft verklaard de verdagingsbrief op 17 februari 2023, na het verstrijken van de beslistermijn, te hebben ontvangen. Het college heeft met de brief van 9 mei 2023 gereageerd op het handhavingsverzoek. De rechtbank heeft overwogen dat het college de verzending van de verdagingsbrief niet aannemelijk heeft gemaakt en dat het ook niet aannemelijk heeft gemaakt naar welk adres het college de brief heeft verstuurd. Zij twijfelt niet aan de verklaring van [wederpartij] dat hij de verdagingsbrief op 17 februari 2023 heeft ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4115
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306737/1/R4

202306942/2/R1

Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2530, heeft de Afdeling het college van gedeputeerde staten van Utrecht opgedragen om binnen zes maanden na verzending van deze tussenuitspraak met inachtneming van overwegingen 5.3 en 5.4 de daar omschreven gebreken in het besluit van 19 september 2023 tot goedkeuring van het projectplan "Dijkversterking Wijk bij Duurstede - Amerongen" te herstellen, dan wel een gewijzigd of nieuw besluit te nemen. De Afdeling heeft geconcludeerd dat het hoogheemraadschap de gevolgen van het projectplan met betrekking tot perceel F587 onvoldoende heeft onderzocht en daarbij is uitgegaan van onjuiste uitgangspunten. Hierdoor heeft het onvoldoende zicht gekregen op de gevolgen voor de waterhuishouding op het perceel van [appellant]. [appellant] betoogt dat de door de Afdeling in de tussenuitspraak onder 5.3 geconstateerde gebreken niet zijn hersteld. Hij voert aan dat de hydrologische gevolgen nog steeds niet voldoende deugdelijk in kaart zijn gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4124
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202306942/2/R1

202307116/1/R3

Bij besluit van 23 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Capelle aan den IJssel het verzoek van [appellant sub 2] om handhavend op te treden tegen het zonder omgevingsvergunning bouwen van een aanbouw op het perceel [locatie 1] in Capelle aan den IJssel door [partij], afgewezen. [appellant sub 2] woont op [locatie 2] in Capelle aan den IJssel, naast [partij]. [appellant sub 2] heeft het college bij brief van 1 oktober 2020 verzocht om handhavend op te treden tegen de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo en artikel 21.2.2, aanhef en onder a, van de regels van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Middelwatering", omdat het maximaal toegestane oppervlak aan bijbehorende bouwwerken op het perceel van [partij] zou worden overschreden. Bij besluit van 23 november 2020 heeft het college het verzoek van [appellant sub 2] afgewezen. Het college heeft later geconstateerd dat de veranda, in strijd met het bestemmingsplan, deels buiten het bouwvlak is gebouwd. Bij besluit van 26 mei 2021 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van de veranda en het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4150
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307116/1/R3

202307854/1/R3

Het bestemmingsplan ‘Buitengebied partiele herziening Natuurbegraafplaats op Aust’ van de gemeente Losser is definitief. Dat volgt uit deze uitspraak. Dit betekent dat de aanleg van de natuurbegraafplaats in het Lutterzand in Losser door mag gaan. Het gaat om een natuurbegraafplaats van ruim elf hectare in een bosgebied van ongeveer achttien hectare in het Lutterzand. Natuurbegraven houdt in dat overledenen op een organische manier worden begraven, wat onder meer betekent dat de overledene wordt begraven met uitsluitend duurzame materialen, die zonder problemen worden opgenomen door de natuur, en dat het graf niet wordt geruimd. Camping Dennenlust ligt in de buurt van de beoogde natuurbegraafplaats. De camping is bang dat door de komst van een natuurbegraafplaats minder gasten de camping zullen boeken. Zij vindt het niet wenselijk dat bezoekers tijdens hun verblijf worden geconfronteerd met een rouwstoet of begrafenisceremonie. Maar de Afdeling bestuursrechtspraak geeft de camping geen gelijk. Naar haar oordeel heeft de gemeenteraad bij zijn besluit de belangen van de camping voldoende meegewogen. De ruimtelijke gevolgen die de bezoekers van de camping ondervinden door de natuurbegraafplaats zullen beperkt blijven, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. De bezwaren van de camping zijn dan ook ongegrond. Daarmee kan de aanleg van de natuurbegraafplaats doorgaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4125
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202307854/1/R3

202400173/1/A3

Bij besluit van 5 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht zijn beslissing om op 2 augustus 2022 mondeling een bouwstop op te leggen met betrekking tot de bouwwerkzaamheden in het pand aan de Biltstraat 29-31 te Utrecht, op schrift gesteld, en aan Sam Companies een last onder dwangsom opgelegd. Sam Companies exploiteert Stone Hostel Utrecht, dat is gelegen op de eerste en tweede verdieping van het pand aan de Biltstraat 31 in Utrecht. Op 2 augustus 2022 heeft een toezichthouder van het college naar aanleiding van een gesprek met de aannemer geconstateerd dat er in het hostel bouwwerkzaamheden plaatsvonden zonder omgevingsvergunning. Hierop heeft de toezichthouder namens het college mondeling een bouwstop opgelegd met ingang van 3 augustus 2022. Op 4 augustus 2022 hebben toezichthouders het pand van binnen geïnspecteerd. Aan het besluit van 5 augustus 2022 heeft het college ten grondslag gelegd dat de toezichthouder op 2 augustus 2022 met de aannemer heeft gesproken en dat die verklaarde dat hij al werkzaamheden had uitgevoerd en de komende periode werkzaamheden zou gaan uitvoeren, onder andere aan de wanden, plafonds en deuren, ten behoeve van de brandveiligheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3923
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400173/1/A3

202400249/1/R4

Bij besluit van 10 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen het ontbreken van een constructief veilige fundering onder de keldermuur van het pand aan de [locatie A] aan de zijde van [locatie B] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie C] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie A] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie C] en [locatie A], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie C]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4144
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400249/1/R4

202400930/3/R4

Bij tussenuitspraak van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2287, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Ermelo opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 13 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hamburgerweg 149-151" te herstellen. Uit wat de Afdeling onder 4.2, 6.2 en 10 in de tussenuitspraak heeft overwogen, volgt dat het besluit van 13 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan niet zorgvuldig is voorbereid en niet deugdelijk is gemotiveerd. De Afdeling heeft uiteenlopende gebreken vastgesteld. [appellant] en anderen willen geen ontsluiting voor de nieuwe woningen via de Wethouder Paulushof. Zij betogen dat het herstelbesluit uitgaat van een verouderde civieltechnische tekening voor de haakse bocht tussen de Wethouder Paulushof en de woningbouwlocatie. Daarbij is ook onduidelijk welk civieltechnisch ontwerp de Veiligheidsregio Noord- en Oost-Gelderland (VNOG) en Goudappel hebben getoetst. De voorziene bocht is volgens hen onveilig en verkeerskundig niet aanvaardbaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4151
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202400930/3/R4

202401101/1/R4

Bij besluit van 23 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden met betrekking tot de door de gemeente verrichte werkzaamheden aan de mandelige keldermuur in het pand [locatie A] in Utrecht afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie B] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie A] en [locatie B], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie A]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4145
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401101/1/R4

202402392/1/R1

Bij besluit van 15 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Venray geweigerd aan KS NL17 een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een zonnepark op het perceel Spurkt 21 in Smakt, gemeente Venray. KS NL17 heeft het voornemen om langs de Rijksweg A73 een zonnepark te realiseren op enkele aaneengesloten percelen aan de Spurkt 21 in Smakt. Daarom heeft zij op 9 mei 2018 een omgevingsvergunning aangevraagd. Bij de aanvraag behoort een stuk "Ruimtelijke onderbouwing Zonnepark Venray". Daarin staat dat het gaat om een zonnepark van ongeveer 20 ha. [partij A] en [partij B] wonen in de buurt van de beoogde locatie. Ook ligt camping De Oude Barrier in de directe omgeving daarvan. Zij hebben een zienswijze ingediend bij het college over het ontwerpbesluit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4135
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402392/1/R1

202402966/1/A3

Bij besluit van 15 februari 2023 heeft de korpschef een verzoek van [wederpartij] om inzage op grond van de Wet politiegegevens afgewezen. [wederpartij] heeft op 3 oktober 2022 verzocht om inzage in de verwerking van zijn persoonsgegevens op grond van artikel 25 van de Wpg. Volgens [wederpartij] heeft de politie zijn gegevens in de basisregistratie personen (brp) in de periode van 2018 tot en met 19 mei 2022 meer dan achthonderd keer geraadpleegd. [wederpartij] verzoekt om uitleg waarom op zijn naam en op de namen van zijn dochters, ouders en ex-partner is gezocht. Ook wil [wederpartij] weten wie binnen de politie de brp heeft geraadpleegd, wat de redenen daarvoor waren en waar die gegevens voor worden gebruikt en verwerkt. [wederpartij] gaat ervan uit dat van de verwerkingen ook schriftelijke documenten, bijvoorbeeld processen-verbaal, zijn opgemaakt en wenst inzage in die documenten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4141
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202402966/1/A3

202403329/1/R2

Bij besluit van 29 april 2022 heeft Bij besluit van 29 april 2022 heeft het college de aanvraag van [appellant] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor de melkveehouderij aan de [locatie] in Kolderwolde afgewezen. [appellant] exploiteert een melkveehouderij aan de [locatie] in Kolderwolde. [appellant] heeft een natuurvergunning aangevraagd voor het houden van 110 melkkoeien en 40 stuks jongvee. In de aanvraag is aangegeven dat de aangevraagde situatie na intern salderen met de referentiesituatie niet tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden leidt. De referentiesituatie is in de aanvraag ontleend aan de melding die [appellant] op 28 juli 2013 op basis van het Activiteitenbesluit milieubeheer (Activiteitenbesluit) heeft gedaan voor het houden van 100 melkkoeien en 50 stuks jongvee. Het college heeft de vergunning geweigerd. De referentiesituatie moet volgens het college ontleend worden aan de melding die in 1992 op grond van het Besluit melkrundveehouderijen Hinderwet is gedaan voor het houden van 69 melkkoeien en 36 stuks jongvee.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4116
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202403329/1/R2

202403334/1/A3

Bij twee afzonderlijke besluiten van 20 juli 2022 hebben de burgemeester en het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn de bedrijfswoning onderscheidenlijk de bedrijfshal aan de [locatie] in Apeldoorn aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Beide panden werden ten tijde van de besluitvorming verhuurd. Het college heeft beide panden aangewezen als vergunningplichtig in de zin van artikel 2:65b van de APV, omdat de leefbaarheid en/of openbare orde rondom de panden onder druk staat. Op grond van de aanwijzingsbesluiten is het verboden om in de panden zonder vergunning van de burgemeester goederen en diensten aan te bieden, te verkopen en te leveren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4153
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403334/1/A3

202403345/1/A3

Bij twee onderscheiden besluiten van 1 februari 2022 heeft de burgemeester van Apeldoorn zijn besluiten van 26 januari 2022, om met spoedeisende bestuursdwang de bedrijfshal en de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn te sluiten voor zes maanden, op schrift gesteld. Compromis is eigenaar van de bedrijfshal en [appellant] is eigenaar van de bedrijfswoning aan de [locatie] in Apeldoorn. Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding heeft de politie op 26 januari 2022 beide panden doorzocht. In de bedrijfshal zijn goederen en stoffen gevonden die volgens de politie worden gebruikt voor de productie van synthetische (hard)drugs. In de bedrijfswoning is een geladen vuurwapen aangetroffen. Deze bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 28 januari 2022. Deze bestuurlijke rapportage is aangevuld op 22 februari 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4166
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403345/1/A3

202403604/1/R3

Bij besluit van 10 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd om aan [appellanten] een omgevingsvergunning te verlenen als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht voor het veranderen en vergroten van de woning aan de [locatie] in Den Haag. Op 12 oktober 2020 hebben [appellanten] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen en vergroten van hun woning aan de [locatie] in Den Haag. Op 13 november 2020, 27 november 2020, 31 december 2020 en 17 februari 2021 hebben [appellanten] de aanvraag op onderdelen gewijzigd. Na de wijziging van 17 februari 2021 betreft de aanvraag, voor zover in hoger beroep van belang, het maken van een aanbouw aan de achterzijde van de woning en het maken van een kelder met lichtstraten aan de zijkant en de achterzijde. Bij besluit van 10 maart 2021 heeft het college geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Volgens het college is de aanvraag in strijd met het bestemmingsplan "Vogelwijk". Het college is niet bereid om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2°, van de Wabo af te wijken van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4154
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403604/1/R3

202403770/1/R3

Bij besluit van 5 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zwolle geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het plaatsen van een uitbouw aan de woning op het perceel [locatie] in Zwolle. [appellant] woont aan de [locatie] in Zwolle. Op zijn perceel staan een woning en een schuur. De woning bestaat uit twee delen, een monumentaal tolhuis aan de straatzijde met daarachter een aangebouwde schuurwoning. Op 11 april 2022 heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het plaatsen van een uitbouw aan de van de dijk af gezien rechterzijde van de schuurwoning. Het college heeft de vergunning bij besluit van 5 juli 2022 geweigerd. Aan die weigering heeft het college twee weigeringsgronden uit artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo, ten grondslag gelegd. Het bouwplan is volgens het college in strijd met redelijke eisen van welstand en met de regels van het bestemmingsplan "Stadshagen I". [appellant] is tegen het besluit van 5 juli 2022 in bezwaar gegaan. Het college heeft het bezwaar bij besluit van 23 november 2022 ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4137
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403770/1/R3

202404131/1/R4

In het besluit van 23 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe het wijzigingsplan "Broeksteeg 7 Tricht" vastgesteld. Veehouderij De Rottenburg is eigenaar van het perceel aan de Broeksteeg 7 in Tricht. Het perceel had op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied 2022" de bestemming "Agrarisch" met de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch - grondgebonden veehouderij". Het plan verandert de bestemming in "Bedrijf" met de functieaanduiding "opslag". [appellant] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied. Zij zijn het niet eens met de vaststelling van het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4136
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202404131/1/R4

202405078/1/R2

Bij besluit van 25 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Cranendonck het bestemmingsplan "Routje 1 te Budel-Dorplein" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van twee nieuwe twee-aaneengebouwde patiowoningen op het woonperceel aan Het Routje 1 in Budel-Dorplein. Op grond van het bestemmingsplan "Budel en Budel-Dorplein" was daar slechts één wooneenheid toegestaan en hadden de gronden deels de bestemming "Tuin". [appellant] woont aan [locatie 1], tegenover het plangebied. Hij is het niet eens met de beoogde ontwikkeling. [appellant] betoogt dat het soortenbeschermingsregime van de Wet natuurbescherming aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan in de weg staat. Volgens [appellant] zorgt de ontwikkeling niet voor behoud van het open en bosrijke karakter en is de conclusie dat geen verblijf- of broedmogelijkheden verdwijnen onjuist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4121
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202405078/1/R2

202405118/1/R2

Bij besluit van 1 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd wegens gebruik van grond in strijd met het bestemmingsplan en het realiseren van bouwwerken zonder vergunning. Het college heeft aan zowel [appellant] als [bedrijf] een last onder dwangsom opgelegd omdat het perceel aan de [locatie] deels in strijd met de bestemming "Natuur" werd gebruikt voor houtopslag en houthandel en er bouwwerken waren gerealiseerd zonder omgevingsvergunning. Daarnaast moest de aangebrachte verharding worden verwijderd. [appellant] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat het college handhavend mocht optreden. Volgens [appellant] heeft de rechtbank op drie punten ten onrechte geoordeeld dat het overgangsrecht niet van toepassing is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4139
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405118/1/R2

202405136/1/R1

Bij besluit van 4 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Gulpen-Wittem het bestemmingsplan "Fietsverbinding en reconstructie N595" vastgesteld. De raad heeft het plan vastgesteld om de reconstructie van de provinciale weg N595 tussen Kapolder en Wittem deels mogelijk te maken. Het plan maakt een nieuwe vrijliggende fietsverbinding mogelijk tussen Wittem en Kapolder ten noorden van de N595. Verder hebben enkele percelen ten noorden van In het Diepe Broek in Gulpen de bestemming "Natuur" gekregen. De Fietsersbond is het om verschillende redenen niet eens met de vaststelling van plan. Het beroep van de Fietsersbond is met name gericht tegen de inrichting van de N595 tussen Kapolder en Wittem en specifiek tegen de inrichtingstekeningen bij de voorkeursontwerpen in de plantoelichting. De Fietsersbond verzet zich bijvoorbeeld tegen het voorkeursontwerp voor de inrichting van de weg en parkeerplaats tussen Wittem en de N278.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4167
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202405136/1/R1

202405223/1/A3

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 12.750,00 opgelegd wegens overtredingen van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. [appellante] is een bedrijf dat onder meer aardbeien, asperges en frambozen verpakt en sorteert. Op 29 januari 2020 hebben arbeidsinspecteurs van de Nederlandse Arbeidsinspectie een inspectie uitgevoerd bij [appellante]. Ook is een nader administratief onderzoek gedaan over de periode 1 juli tot en met 31 december 2019. Hiervan is op 26 februari 2021 een boeterapport opgemaakt. Volgens de minister is sprake van bruto onderbetaling van het minimumloon van een aantal werknemers, waarmee [appellante] artikel 7, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 13a van de Wmm heeft overtreden. Ook is sprake van netto onderbetaling van het minimumloon van werknemers. Dit laatste is in strijd met artikel 13 van de Wmm. De minister heeft [appellante] daarom een boete opgelegd van € 9.750,00. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister aan [appellante] een boete mocht opleggen voor overtreding van artikel 13 van de Wmm.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4138
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202405223/1/A3

202405700/1/R3

Bij besluit van 27 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Emmen het bestemmingsplan "Schoonebeek, hoek Europaweg en Hankenhofweg (bouw woning)" vastgesteld. Het bestemmingsplan gaat over het perceel aan de [locatie 1] in Schoonebeek en de daarbij behorende grond op de hoek van de Europaweg en de Hankenhofweg. Het plan maakt de wijziging van de agrarische bestemming in een woonbestemming mogelijk van de bestaande bebouwing. Daarnaast voorziet het plan in de bouw van een woning op het gedeelte van het perceel dat ligt op de hoek tussen de Hankenhofweg en de Europaweg. Initiatiefnemers van het bestemmingsplan zijn [partij A] en [partij B]. [appellanten] wonen aan de [locatie 2]. Hun perceel grenst aan het plangebied. Zij zijn het niet eens met het plan, voor zover daarin de bouw van de woning op het hoekperceel mogelijk wordt gemaakt. Zij vinden dat de bouw van de woning hun privacy en uitzicht aantast. Daarnaast is het plan volgens hen in strijd met provinciaal en gemeentelijk beleid en tast het cultuurhistorische waarden aan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4117
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202405700/1/R3

202405945/1/R4

Bij brief van 17 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] te kennen gegeven dat het geen besluit neemt op zijn verzoek om omgevingsvergunning. Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft het college opnieuw op het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de brief van 17 september 2020 beslist en de aanvraag buiten behandeling gesteld. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie A] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie B] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie A] en [locatie B], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie A]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4146
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405945/1/R4

202406276/1/A3

Bij besluiten van 27 juni 2023 en 3 juli 2023 heeft de minister van Defensie het verzoek van [appellant] om inzage in op hem betrekking hebbende mutaties toegewezen. appellant] heeft de minister op 5 mei 2023 - kort samengevat - verzocht om hem te laten weten of er een mutatie is opgemaakt van zijn staandehoudingen die volgens hem op 28 februari 2020 en 22 januari 2023 hebben plaatsgevonden. Daarnaast wil hij graag weten of er nog andere mutaties zijn opgemaakt naast die over zijn staandehoudingen op 29 juli 2019 en 2 juni 2020. Verder wil hij graag geïnformeerd worden over alle andere mogelijke informatie die over hem wordt verwerkt. Ten slotte heeft hij verzocht om een afschrift van de mutatie van 2 juni 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4134
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202406276/1/A3

202406514/1/A2

Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Drechtsteden de schuldhulpverlening aan [appellant] beëindigd. Op 13 januari 2023 heeft [appellant] zich bij de Sociale Dienst Drechtsteden aangemeld om hulp te krijgen met zijn schulden. Hij is hierop toegelaten tot de schuldhulpverlening en er is een plan van aanpak opgesteld. Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het dagelijks bestuur de schuldhulpverlening beëindigd omdat [appellant] onvoldoende meewerkt, zo zou hij de gevraagde stukken niet aanleveren. Tegen dit besluit heeft [appellant] bezwaar gemaakt. Naar aanleiding van een gesprek tussen medewerkers van de Sociale Dienst Drechtsteden en [appellant], heeft het dagelijks bestuur op 21 juni 2023 geconcludeerd dat het belang van [appellant] bij een oplossing voor zijn schuldenproblematiek dermate zwaar weegt dat het besluit van 1 mei 2023 moet worden ingetrokken. Omdat met het besluit van 21 juni 2023 de schuldhulpverlening is hervat, heeft het dagelijks bestuur het bezwaar van [appellant] tegen het stopzetten niet-ontvankelijk verklaard omdat hij geen belang meer heeft bij de behandeling van dit bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4148
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406514/1/A2

202406744/1/R4

Bij brief van 22 augustus 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] te kennen gegeven dat het geen besluit neemt op zijn verzoek van 5 augustus 2019 om een omgevingsvergunning. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 1] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 2] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 1] en [locatie 2], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 1]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4142
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406744/1/R4

202407090/1/R4

Bij besluit van 1 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Woerden aan [partij] bekendgemaakt dat de door hem op 11 september 2020 aangevraagde omgevingsvergunning voor het wijzigen van de bestemming van het perceel aan de [locatie] in Woerden van ‘maatschappelijk’ naar ‘wonen’ van rechtswege is verleend. [partij] is eigenaar van de woning op het adres [locatie] in Woerden. De woning is eind jaren ’80 gelijk met het kerkgebouw van de Evangeliegemeente met het adres Minkemalaan 78 gebouwd. De woning en het kerkgebouw staan tegen elkaar aan en waren via twee tussendeuren met elkaar verbonden. De voorganger van de Evangeliegemeente was samen met zijn gezin na de bouw in de woning gaan wonen. De woning diende als pastorie. [partij] is de zoon van de voorganger. Hij is na het overlijden van zijn vader eigenaar van de woning geworden en bewoont de woning zonder dat hij een functie heeft bij de Evangeliegemeente.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4109
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202407090/1/R4

202407291/1/A3

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de burgemeester van Schiedam de woning aan de [locatie] in Schiedam voor negen maanden gesloten. [appellant] woonde in de woning aan de [locatie] in Schiedam. De woning huurde hij van Woonplus. Uit een op 27 september 2023 opgestelde politierapportage volgt dat bij het onderzoek van de woning verschillende soorten hard- en softdrugs zijn aangetroffen die de handelshoeveelheid ruim overschrijden. Daarnaast zijn er een stroomstootwapen en een bedrag van € 817,20 aan contant geld aangetroffen. Verder volgt uit de rapportage dat onderzoek naar de telefoon van [appellant] laat zien dat er in augustus 2023 veelvuldig contact is gezocht met [appellant] over het aankopen van verdovende middelen. Hierbij heeft [appellant] meerdere keren het adres van zijn woning opgegeven als ophaaladres. Ook is gebleken dat [appellant] onder meer antecedenten heeft op het gebied van rijden onder invloed van verdovende middelen/geneesmiddelen, al dan niet in combinatie met alcohol, en dat er 262 registraties over hem zijn opgenomen. In de registraties van 25 mei 2023, 1 juni 2023 en 17 augustus 2023 spreken de melders van verkoop van drugs aan jongeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4123
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407291/1/A3

202408066/1/A3

Het college van gedeputeerde staten van Overijssel heeft terecht niet handhavend opgetreden tegen het doden van een haas in een jachtveld door een drijver met een drijfstok. Dat oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak in deze uitspraak. Stichting Animal Rights had het college van GS hierom verzocht. Aanleiding voor het handhavingsverzoek was een door een getuige gemaakt filmpje van een drijver in het jachtveld. Op het filmpje is te zien hoe de drijver een aangeschoten haas met een drijfstok slaat. De haas was door een jager in het jachtveld aangeschoten. De jager was in de veronderstelling dat de haas dodelijk was getroffen. Op het moment dat de drijver bij een controle constateerde dat de haas nog leefde, heeft hij de haas met een drijfstok gedood. Volgens Animal Rights is het gebruik van een slagwapen in de jacht illegaal en is hiermee de zorgplicht van de Wet natuurbescherming geschonden, omdat de haas op deze manier onnodig zou hebben geleden. Volgens het college van GS is de wet niet overtreden. In de uitspraak van vandaag buigt de Afdeling bestuursrechtspraak zich eerst over de vraag of het doden van een aangeschoten haas onder het begrip ‘jacht’ valt. Ja, zegt Animal Rights. Nee, zegt de provincie. In de Wet natuurbescherming staat precies opgesomd met welke middelen je mag jagen. De drijfstok staat daar niet bij. Net als de rechtbank Overijssel eerder, oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak nu dat het doden van aangeschoten wild niet valt onder ‘uitoefening van de jacht’. Er was geen sprake meer van ‘jacht’ op de haas, wat betekent dat de lijst met verboden middelen in de wet niet van toepassing is en dat de wet dus niet is overtreden. De wet verplicht verder dat ‘een ieder die een in het wild levend dier doodt of vangt, voorkomt dat het dier onnodig lijdt’. Naar het oordeel van de Afdeling bestuursrechtspraak ziet deze verplichting ook op het handelen van een drijver als hij direct na de jacht een aangeschoten dier aantreft en dit afmaakt. De wet regelt niet met welke middelen dat moet gebeuren. Maar het gebruik van een drijfstok levert in dit geval geen overtreding op van de wettelijke zorgplicht, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak. Het alternatief waarbij de jager erbij moet komen met zijn geweer, zou de haas naar alle waarschijnlijk juist langer hebben doen lijden, gelet op de afstand die de jager moet afleggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4127
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202408066/1/A3

202500274/1/R4

Bij besluit van 7 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om een invorderingsbeschikking te nemen afgewezen. [appellant] is eigenaar van het pand [locatie 1] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 2] dat in eigendom is van [partij A] en [partij B]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 1] en [locatie 2], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 1]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3936
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500274/1/R4

202500556/1/A3

Bij besluit van 1 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoeksche Waard het verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen afgewezen. Op 16 en 21 juli 2020 heeft [appellant] zich onder de naam [naam] tegenover een ambtenaar van De Dienst Regionale Recherche, afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) geïdentificeerd met een Nigeriaans paspoort. De AVIM heeft met dactyloscopisch onderzoek aan de hand van gegevens in de landelijke dactyloscopische datatbank voor vreemdelingen vastgesteld dat de persoon die zich bij hen identificeerde als [naam] in de brp ingeschreven stond als [appellant]. De AVIM heeft het college daarop verzocht de naamswijziging in de administratie door te voeren. Het college heeft daar geen vervolg aan gegeven. [appellant] heeft op 18 juli 2022 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp. Het gaat om de wijziging van zijn voornamen en geslachtnaam van [appellant] naar [naam], zijn geboortedatum van 1985 naar [geboortedatum] 1982 en zijn geboorteplaats en -land van Ganta, Liberia naar Aba, Nigeria.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4165
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202500556/1/A3

202501509/1/A2

Bij besluit van 13 februari 2023 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellanten] om overname van een private schuld afgewezen. [appellanten] zijn erkende gedupeerden van de toeslagenaffaire. Zij hebben de minister verzocht om overname van een schuld van € 97.001,00 aan Pensioenfonds Vervoer. Dit bedrag is samengesteld uit premienota’s over de pensioenpremies die niet zijn afgedragen door de eenmanszaak van [appellant A] [bedrijf], een koeriersbedrijf. De minister heeft de aanvraag om overname van de schuld afgewezen op de grond dat de schuld niet opeisbaar is geworden vóór 1 juni 2021 en daardoor niet aan het in artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht genoemde vereiste voldoet. Een aantal premienota’s dateert weliswaar van 26 mei 2021, maar die hebben als vervaldatum 9 juni 2021. De schuld is volgens de minister pas opeisbaar na verloop van de vervaldatum. De andere premienota’s dateren van na 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4133
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501509/1/A2

202502058/1/A2

Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] een alcoholvergunning en exploitatievergunning verleend. [appellante] exploiteert [café] aan de [locatie 1] in Almelo. Met een besluit van 17 november 2006 heeft het college van burgemeester en wethouders aan haar een alcoholvergunning en exploitatievergunning verleend. Bij brief van 1 mei 2023 heeft de burgemeester aan [appellante] medegedeeld dat uit gegevens blijkt dat zij een terras exploiteert voor haar café, zonder dat zij beschikt over een vergunning voor een terras. De burgemeester heeft [appellante] daarbij in de gelegenheid gesteld om binnen acht weken een exploitatievergunning voor het terras aan te vragen. Op 17 mei 2023 heeft [appellante] een aanvraag ingediend om wijziging van de alcoholvergunning en exploitatievergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4132
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202502058/1/A2

202502477/1/A2

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een bestuurlijke boete opgelegd van € 10.000,00 wegens het overtreden van de Huisvestigingsverordening Den Haag 2023. Tijdens een controle op 3 oktober 2023 hebben inspecteurs geconstateerd dat [appellant] een woning aan de [locatie] in gebruik heeft gegeven zonder huisvestingsvergunning. Het college heeft hiervoor bij het besluit van 12 februari 2024 een bestuurlijke boete opgelegd. Dit besluit heeft het college aangetekend aan [appellant] verzonden. Na ontvangst van een aanmaning op 28 mei 2024 heeft [appellant] contact opgenomen met het college en vernam toen dat deze boete was opgelegd. Op 10 juni 2024 heeft [appellant] bezwaar gemaakt, dat het college niet-ontvankelijk heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4120
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202502477/1/A2

202502500/1/R4

Bij besluit van 16 november 2023 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Utrecht een verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen.[appellant] is eigenaar van het pand [locatie 1] in Utrecht, dat grenst aan het pand [locatie 2] dat in eigendom is van [partij] en [persoon E]. In de afgelopen jaren is een juridische strijd ontstaan tussen de eigenaren en de gemeente en de eigenaren onderling. De oorsprong van dit conflict ligt voornamelijk in de bouwkundige staat van de panden en het daaruit voorvloeiende handhavend optreden door het college door middel van het opleggen van diverse lasten met betrekking tot de keldermuur tussen [locatie 1] en [locatie 2], en de door [appellant] gesloopte achtergevel van [locatie 1]. Naast deze procedure loopt er een grote hoeveelheid andere, veelal door [appellant] gestarte, procedures tussen de bij deze zaak betrokken partijen. Veel van deze procedures hangen met elkaar samen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4155
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502500/1/R4

202502669/1/A2

Bij besluit van 20 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn de aanvraag van de stichting tot toekenning van privatiseringswachtgeld aan negen van haar voormalige werknemers niet-ontvankelijk verklaard. Bij besluit van 27 januari 2020 heeft college het door de stichting daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Op 25 mei 2000 heeft de gemeenteraad van Alphen aan den Rijn besloten om de taken van de afdeling sport en recreatie te privatiseren. Vanwege deze privatisering heeft het college de ambtenaren van deze afdeling met ingang van 1 juli 2001 eervol ontslag verleend en zijn zij aansluitend op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst getreden bij de stichting. In het kader van deze overgang is het Sociaal Plan Sport en Recreatie Alphen aan den Rijn opgesteld. Op 1 januari 2016 zijn deze medewerkers ontslagen bij de stichting vanwege het door de gemeente stopzetten van de subsidie na een nieuwe openbare aanbesteding. Het college heeft de aanvraag van de stichting om wachtgeld niet-ontvankelijk verklaard omdat de stichting geen belanghebbende is bij de vraag haar of voormalige werknemers aanspraak hebben op privatiseringswachtgeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4126
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502669/1/A2

202503018/1/A3

Bij besluit van 15 september 2023 heeft de minister het verzoek van [appellante] om het heerlijkheidswapen van Baarsdorp voor te dragen voor bevestiging bij koninklijk besluit afgewezen.Een heerlijkheid bestaat uit een aantal rechten die van kracht zijn binnen een specifiek omschreven gebied. [appellante] is eigenaar van de zakelijke rechten van heerlijkheid Baarsdorp. Zij heeft bij brief van 24 februari 2023 een verzoek bij de minister gedaan om het heerlijkheidswapen van Baarsdorp voor te dragen voor bevestiging bij koninklijk besluit. Zij heeft daarbij verwezen naar punt 1 van Soeverein Besluit van 24 december 1814. De minister heeft het verzoek voor advies voorgelegd aan de Hoge Raad van Adel. De Hoge Raad van Adel heeft een afwijzend advies gegeven, omdat heerlijkheden een privaatrechtelijk karakter hebben en wapenverlening op grond van de ‘Beleidsregels verlenen, bevestigen, en wijzigen van wapens’ van 12 september 2023 niet mogelijk is. De minister heeft het advies overgenomen en stelt zich op het standpunt dat wapenverlening alleen mogelijk is aan provincies, gemeenten en andere publiekrechtelijke lichamen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4158
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202503018/1/A3

202503372/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen de aanvraag van [appellant] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is sinds 14 april 2008 respectievelijk 1 september 2008 voor 50% eigenaar van de panden aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Groningen. [appellant] heeft op 7 maart 2016 een aanvraag omgevingsvergunning ingediend voor het vergroten en samenvoegen van de panden om twintig zelfstandige woningen te realiseren en voor het toevoegen van een extra bouwlaag. Het college heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld. Bij uitspraak van 7 november 2017 heeft de rechtbank Noord-Nederland het beroep daartegen gegrond verklaard en het college opdracht gegeven de aanvraag alsnog inhoudelijk te beoordelen. Bij besluit van 21 december 2018 heeft het college de omgevingsvergunning alsnog geweigerd. Volgens het college was het bouwplan in strijd met het op 28 juni 2017 in werking getreden bestemmingsplan Herziening Bestemmingsregels Wonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4114
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202503372/1/A2

202503463/1/A2

Bij brief van 11 juli 2024 heeft het college van bestuur van het ROC Da Vinci College aan [appellant] een schriftelijke waarschuwing gegeven. [appellant] is in augustus 2023 begonnen aan een opleiding Pedagogisch Werk aan het Da Vinci College. Het college heeft [appellant] op 11 april 2024 een schriftelijke waarschuwing gegeven wegens overtredingen van artikel 13 van het Studentenstatuut en artikel 8.2 van de Gedragscode ICT-faciliteiten. Aan de waarschuwing heeft het college ten grondslag gelegd dat het gedrag van [appellant] als grensoverschrijdend wordt ervaren en dat hij op het internet negatieve en onjuiste uitlatingen heeft gedaan over het bestuur, de medewerkers en studenten van het Da Vinci College. [appellant] heeft op 26 augustus 2024 bezwaar gemaakt tegen de schriftelijke waarschuwing van 11 juli 2024. Bij beslissing van 4 september 2024 heeft het college dit bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Aan deze beslissing heeft het college ten grondslag gelegd dat de waarschuwing geen beslissing is waartegen bezwaar openstaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4005
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503463/1/A2

202503587/1/A2

Bij uitspraak van 11 juni 2025, in zaak nr. ECLI:NL:RVS:2025:2510 heeft de Afdeling het beroep van [verzoeker] tegen de beslissing van het college van bestuur van het ROC Da Vinci College ongegrond verklaard. [verzoeker] heeft de Afdeling verzocht die uitspraak te herzien. Het college heeft zich op het standpunt gesteld dat [verzoeker] zich schuldig maakt aan misbruik van procesrecht en heeft daarom verzocht om hem te veroordelen in de proceskosten. Het college heeft er in dit kader op gewezen dat [verzoeker] meerdere procedures aanhangig heeft gemaakt tegen het Da Vinci college, zowel bij de Afdeling als bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4006
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Herziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503587/1/A2

202504303/1/A2

Bij besluit van 26 september 2022 heeft de CSG de aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven afgewezen. [appellante] heeft op 27 januari 2022 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het schadefonds. Zij stelt dat zij slachtoffer is geworden van mensenhandel en (seksuele) uitbuiting. Daar heeft zij op 12 juni 2020 ook aangifte van gedaan. [appellante] heeft verklaard dat zij op 10 juli 2019 vanuit Uganda is vertrokken naar Nairobi. In Nairobi heeft zij contact gekregen met een vrouw genaamd [persoon C]. De moeder van [appellante] heeft [persoon C] betaald om [appellante] naar Saudi-Arabië te brengen, zodat zij daar als werkster kon gaan werken. [appellante] is met [persoon C] en een andere vrouw in een vliegtuig gestapt. Na een tussenstop is zij geland op een locatie waar zij in een restaurant moest wachten. Zij is daar door twee mannen opgehaald. Na een lange autorit is zij naar een woning gebracht. Vanaf 3 oktober 2019 verbleef zij in die woning. In die woning is zij mishandeld en door ongeveer zes mannen seksueel misbruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4156
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504303/1/A2

202504853/1/V6

Bij besluit van 17 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [appellante] om haar en haar zoon het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [appellante] stelt afkomstig te zijn uit Zuid-Soedan en geboren te zijn op [geboortedatum] 1981. Zij heeft op 1 maart 1997 een asielaanvraag ingediend en zij heeft sinds 15 juni 2007 een verblijfsvergunning in het kader van de Regeling afwikkeling nalatenschap oude Vreemdelingenwet. [appellante] heeft de minister op 17 januari 2022 verzocht om haar het Nederlanderschap te verlenen. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat hij twijfelt aan haar identiteit en nationaliteit. Hij heeft deze twijfel gebaseerd op een rapport taalanalyse van 13 juli 2006 die het Bureau Land en Taal van de Immigratie-en Naturalisatiedienst (nu: Team Onderzoek en Expertise Land en Taal) heeft opgesteld in een eerdere door [appellante] gevoerde asielprocedure. Uit het rapport taalanalyse volgt dat [appellante] eenduidig te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Oeganda. Ook heeft de minister het ‘Age Assessment Certificate’, dat [appellante] bij de gemeente Schiedam heeft overgelegd, aan zijn twijfel ten grondslag gelegd. Uit de verklaring van onderzoek van Bureau Documenten van 6 januari 2022 volgt dat het document hoogstwaarschijnlijk niet in deze staat is opgemaakt en afgegeven. Verder heeft de minister gewezen op een verklaring van de Soedanese ambassade in Den Haag van 14 maart 2006 waaruit volgt dat de ambassade de Soedanese herkomst en/of nationaliteit van [appellante] niet kon bevestigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4149
Datum uitspraak
15 juli 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202504853/1/V6
vorige pagina1...456...1.260volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon