Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.563
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202307397/1/R3

Bij besluit van 10 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van een kantoorgebouw aan de Burgemeester Marijnenlaan 123 en 125 in Den Haag, naar twaalf short stay-appartementen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet toereikend heeft gemotiveerd dat de short stay-appartementen een hotelfunctie hebben. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het college geen toereikende motivering heeft gegeven over de fietsparkeerbehoefte van het bouwplan. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, waarna [partij] en anderen voorwaardelijk incidenteel hoger beroep hebben ingesteld. [partij] en anderen zijn omwonenden van de locatie waar het bouwplan zal worden gerealiseerd. Zij zijn het niet eens met het bouwplan, want zij vrezen een verslechtering van het woon- en leefklimaat, waaronder een toename van de parkeerdruk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6170
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307397/1/R3

202308000/1/A2

Bij besluit van 4 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2021 vastgesteld op nihil. Wijlen [appellant] ontving gezamenlijk met zijn echtgenote wijlen [echtgenote] zorgtoeslag. [echtgenote] is overleden op 15 september 2021. [appellant] is overleden op 15 oktober 2021. [appellant] heeft op 8 oktober 2021 de Dienst Toeslagen verzocht om de alleenstaande-ouderenkorting te handhaven. De Dienst Toeslagen heeft ten onrechte aangenomen dat [appellant] hiermee verzocht om het doorbreken van het toeslagpartnerschap met [echtgenote] vanaf 1 januari 2021. Als gevolg heeft de Dienst Toeslagen beoordeeld of [appellant] en Hogenkamp als alleenstaanden recht hebben op zorgtoeslag over heel 2021. [appellant] kreeg hierdoor geen zorgtoeslag en [echtgenote] had recht op zorgtoeslag van € 965,00. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat de gezamenlijke zorgtoeslag over 2021 terecht is berekend op een bedrag van € 1.346,00. De erven van [appellant] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de zorgtoeslag moet worden toegekend aan de aanvrager.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6160
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202308000/1/A2

202400036/1/A2

Bij besluit van 19 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de subsidieaanvraag van Haaglanden Beweegt in het kader van de Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport Den Haag 2021, categorie B, afgewezen. Haaglanden Beweegt is een organisatie die zich inzet voor een gezonde en actieve leefomgeving in verschillende gemeenten binnen de regio Haaglanden. Zij heeft in het kader van de Subsidieregeling een aanvraag ingediend voor subsidie Categorie B. Het doel van de subsidie is het bevorderen dat organisaties combinatiefunctionarissen aanstellen en begeleiden die sportverenigingen en -stichtingen versterken die in staat zijn sportaanbod te bieden dat aansluit op de sportbehoefte van inwoners van Den Haag. Het subsidieplafond daarvoor bedraagt € 1.440.000,00. Als het bedrag van het subsidieplafond zou worden overschreden als alle subsidiabele aanvragen zouden worden gehonoreerd, dan wordt de subsidie verdeeld volgens een zogenoemde tenderprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6136
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202400036/1/A2

202400037/1/A2

Bij besluit van 19 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de subsidieaanvraag van Haaglanden Beweegt in het kader van de Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport Den Haag 2021, categorie C, afgewezen. Haaglanden Beweegt is een organisatie die zich inzet voor een gezonde en actieve leefomgeving in verschillende gemeenten binnen de regio Haaglanden. Zij heeft in het kader van de Subsidieregeling een subsidieaanvraag ingediend voor de subsidie categorie C. Het doel van de subsidie is het bevorderen dat organisaties combinatiefunctionarissen aanstellen en begeleiden, die kinderen in de leeftijd 6 tot 18 jaar na schooltijd kennis laten maken met sporten en bewegen. Het subsidieplafond daarvoor bedraagt € 1.585.00,00. Als het bedrag van het subsidieplafond zou worden overschreden als alle subsidiabele aanvragen zouden worden gehonoreerd, dan wordt de subsidie verdeeld volgens een zogenoemde tenderprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6176
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202400037/1/A2

202400218/1/R3

Bij besluit van 26 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse een door [appellant] verbeurde dwangsom van € 50.000,- ingevorderd. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] in Lisse. In het pand is een hotel gevestigd. Bij besluit van 16 september 2020 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, omdat uit controles door toezichthouders van de gemeente is gebleken dat het pand niet als hotel wordt gebruikt, maar dat daarin arbeidsmigranten zijn gehuisvest. Dit is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan. [appellant] is gelast om de overtreding vóór 15 oktober 2020 te beëindigen en beëindigd te houden. Voldoet hij niet aan de last, dan verbeurt hij een dwangsom van € 150.000,- ineens. Op 7 december 2020 hebben toezichthouders van de gemeente het pand nogmaals bezocht. Uit hun bevindingen blijkt volgens het college dat het pand nog steeds voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt gebruikt en dat de overtreding dus op dat moment niet was beëindigd. Bij besluit van 26 juli 2021 heeft het college [appellant] laten weten dat de dwangsom van € 50.000,- is verbeurd en heeft het college deze dwangsom ingevorderd. Dit besluit heeft het college in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6163
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400218/1/R3

202400228/1/A3

Bij besluit van 18 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarn het verzoek van Fietsvrienden Pijnenburg om handhavend op te treden tegen de fysieke afsluiting van twee fietspaden op het Landgoed Pijnenburg in Baarn, afgewezen. [appellant sub 2] is eigenaar van Landgoed Pijnenburg, waarop zich een aantal paden bevindt. In 2019 heeft [appellant sub 2] twee paden afgesloten door middel van hekwerken. Het gaat om de Emilialaan/Buurtlaan en de Stulpselaan/Puinweg. Bij brief van 2 november 2020 heeft Fietsvrienden Pijnenburg het college verzocht om handhavend op te treden tegen de afsluiting van die paden. Het college heeft dat verzoek afgewezen omdat de paden geen openbare wegen zijn in de zin van de Wegenwet. Het hoger beroep van Fietsvrienden Pijnenburg richt zich op het oordeel van de rechtbank dat het pad Emilialaan geen openbare weg is in de zin van de Wegenwet. De rechtbank heeft overwogen dat het pad slechts openbaar kan zijn als het gedurende dertig jaar voor een ieder toegankelijk is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6137
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202400228/1/A3

202400729/1/R1

Bij besluit van 12 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest de locatie aan de Burgemeester Grothestraat (locatie: XT 32) in Soest aangewezen voor het plaatsen van drie ondergrondse containers. Bij het besluit heeft het college de locatie op de Burgemeester Grothestraat, ter hoogte van de huisnummers 56 en 58, aangewezen voor de plaatsing van drie ondergrondse containers. Het gaat om containers voor restafval, PMD en GFT. Deze containers zijn bestemd voor bewoners van de appartementen aan de Oranjehof en bewoners van de appartementen aan de Dokter Rupertlaan 2 tot en met 22. Ook een aantal andere bewoners van appartementen in de omgeving zal gebruik gaan maken van deze ondergrondse containers. [appellant A] en [appellant B] wonen op de Burgemeester [locatie]. De afstand tussen de aangewezen locatie en de gevel van de woning van [appellant A] en [appellant B] is ongeveer 18 meter. Tussen hun woning en de aangewezen locatie ligt, naast de tuin van de woning, een pad, een groenstrook, een stoep en een fietspad. De aangewezen locatie bevindt zich ten zuiden van het fietspad in een strook met parkeerplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6138
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202400729/1/R1

202400777/1/R3

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn aan [appellant A] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en onder c en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant A] en [appellante B] zijn eigenaar van het perceel gelegen aan de [locatie 1] in Aarlanderveen. Op het perceel staan verschillende opstallen, waaronder een woonboerderij. Direct naast het perceel, op de percelen gelegen aan de [locatie 2] respectievelijk [locatie 3], exploiteert [bedrijf C] een (glas)tuinbouwbedrijf. [bedrijf C] heeft het college op 19 juli 2022 verzocht om handhavend op te treden, omdat op het perceel vier illegale burgerwoningen zouden zijn gerealiseerd. Bij de inspectie die heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het handhavingsverzoek van [bedrijf C] is geconstateerd dat er in de woonboerderij op het perceel vier wooneenheden zijn gerealiseerd, terwijl slechts één burgerwoning is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6169
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400777/1/R3

202400979/1/R3

Bij besluit van 19 september 2022 heeft het college aan [partij], een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakopbouw op de woning aan de [locatie 1] in Zoetermeer. [partij] wil een dakopbouw plaatsen op haar woning aan de [locatie 1] in Zoetermeer. Zij heeft daarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Ter plaatse van haar woning en in de directe omgeving daarvan gelden de regels van het bestemmingsplan "Dorp IV". Het bouwplan van [partij] om een dakopbouw te plaatsen op haar woning is niet in overeenstemming met een aantal regels in dit bestemmingsplan. [appellant] woont naast [partij] aan de [locatie 2] in Zoetermeer. De woningen grenzen direct aan elkaar met een tussenmuur die mandelig is. [appellant] is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Hij vreest dat de constructieve veiligheid in het geding is, onder andere omdat de draagkracht van de vloer van de dakopbouw (hierna ook wel zoldervloer genoemd) volgens hem niet toereikend is. Ook voert hij aan dat het bouwplan nadelige gevolgen heeft voor zijn woon- en leefklimaat en dat hij in de gebruiksmogelijkheden van zijn woning wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6192
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400979/1/R3

202401207/1/A3

Bij besluit van 12 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal de verandering van de uitweg op het perceel Atoomweg 22 te Roosendaal toegestaan. Op 27 september 2022 is door Daiwa House Modular Europe B.V. een melding ingediend voor het veranderen van een bestaande uitweg op het perceel Atoomweg 22 te Roosendaal. Het college heeft bij het besluit van 12 oktober 2022 de verandering toegestaan. [appellante A] en anderen hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij het besluit van 11 april 2023 heeft het college het bezwaar voor zover ingediend door SMS Pompen Service B.V., SMS Metaal Service B.V., V.O.G. Beheer B.V. en [appellant D] niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft het bezwaar voor zover ingediend door [appellante A], [appellant B], Sucom Nederland B.V. en [appellante C] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat SMS Pompen Service B.V., SMS Metaal Service B.V., V.O.G. Beheer B.V. en [appellant D] door het college terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Hun percelen ontsluiten niet op de Atoomweg en de eigenaars van de panden ondervinden geen gevolgen van enige betekenis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6139
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401207/1/A3

202401371/1/A3

Bij besluit van 5 april 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Landal Sluftervallei een ontheffing verleend voor het vangen en doden van konijnen op vakantiepark Landal Sluftervallei op Texel. Landal exploiteert een vakantiepark op Texel. Landal heeft een ontheffing aangevraagd om de populatie wilde konijnen op het vakantiepark beheersbaar te houden. Het college heeft de aangevraagde ontheffing. In de bezwaarprocedure heeft de Hoor- en adviescommissie op 7 september 2023 het college geadviseerd om nader ecologisch onderzoek te laten uitvoeren. Naar aanleiding van dit advies heeft ecologisch adviesbureau EcoTex op verzoek van Landal ecologisch onderzoek verricht en een advies uitgebracht. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de nu ter beoordeling voorliggende ontheffing nodig is ter voorkoming van schade die zal ontstaan bij een snelle vermeerdering van de nu op het park aanwezige konijnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6161
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202401371/1/A3

202401854/1/A2

Bij besluit van 9 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [appellante] over 2020 vastgesteld op € 1.163,00 en € 87,00 teruggevorderd. Bij besluit van 27 december 2019 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een voorschot zorgtoeslag over 2020 verleend van € 1.250,00, uitgaande van een geschat inkomen van € 12.313,00. Op 26 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen een melding gekregen van de Basisregistratie Inkomensgegevens dat het inkomen van [appellante] in 2020 € 22.070,00 bedraagt. De Dienst Toeslagen heeft op basis hiervan de zorgtoeslag over 2020 definitief berekend en het teveel betaalde voorschot van € 87,00 teruggevorderd. Volgens de Dienst Toeslagen valt een kennelijke nabetaling die [appellante] heeft ontvangen in 2020 van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet onder het toetsingsinkomen voor haar recht op zorgtoeslag. In de Wet op de zorgtoeslag is geen bepaling opgenomen op grond waarvan een dergelijke nabetaling buiten beschouwing kan worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6164
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401854/1/A2

202402195/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Someren een aanvraag van [wederpartij] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [wederpartij] is sinds 17 oktober 1985 eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Lierop en exploitant van een opfok- en vermeerderingsbedrijf in pluimvee op dit perceel. De agrarische activiteiten op het pluimveebedrijf bestonden tot voor kort uit het grootbrengen van kuikens tot kippen. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het in de rede om in deze specifieke situatie een toerekening naar redelijkheid toe te passen, waarbij het antwoord op de vraag aan welke gebeurtenis of gebeurtenissen de schade wordt toegerekend, afhangt van diverse factoren en de omstandigheden van het geval. Het college is het niet eens met het oordeel van de rechtbank. Het college voert aan dat het alleszins aannemelijk is dat er een verband bestaat tussen de komst van het vogelasiel en de opzegging van contracten vanwege de vrees voor verspreiding van dierziektes, maar dat het daarbij slechts om een indirect of afgeleid gevolg gaat en niet om een rechtstreeks en ruimtelijk relevant gevolg van de planologische wijziging

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6179
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202402195/1/A2

202403062/1/A2

Bij besluit van 2 september 2022 heeft het college an burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. In april 2020 is [appellante] met haar dochter verhuisd van Amsterdam naar Almere om te gaan samenwonen met haar toenmalige partner. Tijdens deze relatie is er sprake geweest van verbaal en fysiek geweld. Na het beëindigen van de relatie is [appellante] in december 2020 met haar dochter terugverhuisd naar Amsterdam. Zij heeft op 4 juli 2022 een urgentieverklaring aangevraagd. Op dat moment had zij een briefadres en verbleef zij samen met haar toen tweejarige dochter afwisselend bij kennissen. [appellante] geeft aan dat zij met haar dochter op straat komt te staan en dat zij daarom met spoed een woning nodig heeft. Zij kan dan ook haar trauma’s verwerken en haar dochter de mogelijkheid geven om zich goed te ontwikkelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6162
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403062/1/A2

202403590/1/R4

Bij besluit van 17 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanbouwen van een bijbehorend bouwwerk met twee bouwlagen aan de zijgevel van een woning op het perceel [locatie] te Maartensdijk. [appellante] is eigenaar van de woning. In maart 2022 is zij begonnen met bouwwerkzaamheden aan de woning, bestaande uit het aanbouwen van een bijbehorend bouwwerk met twee bouwlagen aan de zijgevel van de woning. Een toezichthouder van de gemeente De Bilt heeft in maart 2022 geconstateerd dat de bouwwerkzaamheden niet vergunningvrij zijn. Daarop heeft [appellante] de aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend waarover het in deze zaak gaat. Het college heeft aan de weigering ten grondslag gelegd dat de aanbouw in strijd is met het op het perceel geldende bestemmingsplan "Maartensdijk 2009".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6153
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403590/1/R4

202403799/1/R3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Achtkarspelen het bestemmingsplan "De Singel 35 e.o. te Harkema" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een woning op het perceel De Singel 35 mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6109
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403799/1/R3

202404039/1/A2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond een bij besluit van 13 april 2023 aan [appellant] verleende urgentieverklaring ingetrokken. Het Centrum voor Dienstverlening in Rotterdam heeft namens [appellant] een aanvraag om een urgentieverklaring ingediend. Bij besluit van 13 april 2023 heeft de SUWR aan [appellant] directe bemiddeling verleend op basis van de urgentiegrond ‘Doorstroom vanuit een hulpverleningstraject’ als bedoeld in artikel 5.7 van Bijlage I van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 (hierna: de Verordening). De SUWR heeft bij besluit van 6 juni 2023 de urgentieverklaring ingetrokken, omdat [appellant] in strijd met het besluit van 13 april 2023 een aangeboden woning heeft afgewezen. [appellant] betoogt dat de rechtbank met haar opsomming van alle vindplaatsen waaruit hij had kunnen afleiden dat hij niet het recht had om een aangeboden woning éénmaal af te wijzen, voorbij is gegaan aan zijn verstandelijke beperking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6150
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404039/1/A2

202404086/1/R4

Bij besluit van 23 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Woerden het bestemmingsplan "Woningbouwlocatie Wittlaan 12" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt 29 grondgebonden woningen met bijbehorende infrastructurele voorzieningen op het perceel Wittlaan 12 in Woerden mogelijk. De bestaande bedrijfsactiviteiten op deze locatie zullen hiervoor plaatsmaken. Het bestemmingsplan maakt ook het doortrekken van een fietsroute over het Adriaan Duyckpad, ten westen van het plangebied, naar de ten oosten van het plangebied gelegen woonwijk, waarin de woning van [appellant] aan de [locatie] is gelegen, mogelijk. Aan die oostzijde van het plangebied zal hiervoor een fietsbrug worden gebouwd. De locatie waar de brug is beoogd, ligt buiten het plangebied. [appellant] vreest door de fietsroute voor een verkeersonveilige situatie in zijn wijk. Tegen de woningbouw op zich heeft hij geen bezwaren. The International Trade B.V. is de initiatiefnemer van de planontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6117
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404086/1/R4

202404196/1/A3

Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft de minister aan [bedrijf] onder meer een bestuurlijke boete opgelegd van € 57.000,00. De minister heeft bij het besluit van 8 augustus 2022 aan [bedrijf] de bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van bepalingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Uit een door de Inspectie Leefomgeving en Transport opgesteld boeterapport van 25 maart 2021 en een aanvullend boeterapport van 24 januari 2022 volgt, dat naar aanleiding van een melding is vastgesteld dat [bedrijf] op 2 november 2020 bij renovatiewerkzaamheden van een school niet-gecertificeerd en op onjuiste wijze asbestwerkzaamheden heeft verricht. Daarbij zijn twee werknemers blootgesteld aan asbestvezels en vielen brokstukken van een asbesthoudende dakdoorvoer in onder meer een lokaal waar les werd gegeven. [bedrijf] heeft van de asbestwerkzaamheden geen melding gemaakt. De minister verwijt [bedrijf] te hebben nagelaten het asbeststof zo laag mogelijk te houden, de asbestwerkzaamheden te melden, doeltreffende maatregelen te nemen en te voldoen aan de certificaatverplichtingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6149
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202404196/1/A3

202404973/1/A2

Bij besluit van 2 januari 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van private schulden afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. In hoofdstuk 4 van de Wht is geregeld onder welke voorwaarden gedupeerden in aanmerking komen voor het overnemen en betalen van private schulden. De voor dit geschil relevante bepalingen van die wet zijn opgenomen in de bijlage. [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om overname van een private schuld van € 252.033,37. De geldschuld bestaat uit drie delen. De minister heeft zich voor leningdeel I op het standpunt gesteld dat het gaat om een hypothecaire lening en dat er geen restschuld bestaat na verkoop van of verhaal op de verhypothekeerde zaak. Dit sluit overname van die schuld uit. Daarnaast staat niet vast dat de schuld vóór 1 juni 2021 opeisbaar was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6140
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404973/1/A2

202405084/1/R1

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Leudal het bestemmingsplan "Heide 24 te Heythuysen" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld. Het plan voorziet in de bouw van vijf ecolodges op het perceel Heide 24 te Heythuysen, waar in de bestaande situatie een burgerwoning met landbouwgrond is.[appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met de vaststelling van het plan, voor zover het gaat om het plandeel met de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie". Hiertoe stellen zij dat het plangebied grenst aan het stiltegebied Asbroekerheide dat al overbelast is met onder andere recreatieve activiteiten, zoals Agrohotel Berry Brothers en Will’s Ranch. Zij verwijten de raad geen beleid te hebben voor de toevoeging van recreatieve activiteiten in het gebied en stellen dat de voorziene ecolodges de rust in het gebied verstoren. Zij vrezen met name voor geluid- en verkeersoverlast, als gevolg waarvan dieren worden verdreven en verkeersonveilige situaties ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6133
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202405084/1/R1

202405250/1/R4

Met de brieven van 16 januari 2023 en 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen gereageerd op brieven van [appellant] over de renovatie van zijn woning aan de [woonplaats] in Nijmegen. [appellant] is de eigenaar van de bovenwoning aan de [woonplaats] in Nijmegen. Op 3 maart 2021 heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd om de woning te kunnen renoveren, waarbij onder andere vervanging van de voordeur en de raamkozijnen zou plaatsvinden. De Omgevingsdienst Regio Nijmegen liet namens het college weten dat de woning in een gebied met beschermd stadsgezicht ligt. Hierom verzocht de ODRN [appellant] om de activiteit ‘wijzigen van een gemeentelijk monument’ aan de vergunningsaanvraag toe te voegen en om aanvullende gegevens aan te leveren. Omdat [appellant] niet bereid was deze aanvullende gegevens in te dienen heeft het college de aanvraag buiten behandeling gesteld. [appellant] kan zich niet verenigen met de manier waarop zijn vergunningaanvraag is afgehandeld door de ODRN. Volgens [appellant] is er technisch gezien geen andere oplossing dan het vervangen van de kozijnen en is dit ook gebeurd bij alle andere identieke woningen in de straat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6125
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405250/1/R4

202405630/1/A3

Bij besluit van 4 mei 2023, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 6 oktober 2023, heeft de minister een verzoek van [appellant] op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming toegewezen. [appellant] heeft bij de Belastingdienst een verzoek om inzage ingediend in zijn persoonsgegevens die in de Fraude Signalering Voorziening stonden. De minister heeft dit verzoek toegewezen en een overzicht van de persoonsgegevens van [appellant] in de FSV verstrekt. Bij brief van 2 juni 2023, ontvangen op 8 juni 2023, heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen dit besluit. In het bezwaarschrift heeft [appellant] aangegeven dat Quacken zijn gemachtigde is, maar heeft [appellant] de ook minister verzocht hem over dit bezwaarschrift te bellen. Bij brief van 15 juni 2023 heeft de minister de ontvangst van het bezwaar van [appellant] bevestigd en de beslistermijn op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht met zes weken verlengd. Op 28 juli 2023 heeft [appellant] de minister in gebreke gesteld en vervolgens heeft hij beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6148
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202405630/1/A3

202405927/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. De politie heeft op 7 juli 2023 de woning onderzocht. Blijkens de bestuurlijke rapportage van 19 juli 2023 zijn bij dit onderzoek attributen voor het versnijden en verwerken van harddrugs en een luchtbuks gevonden. Mede naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester de woning gesloten. De rechtbank heeft de sluiting van de woning in stand gelaten. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het sluiten van de woning noodzakelijk is. Hij voert aan dat de burgemeester met een waarschuwing had kunnen volstaan, omdat in de woning geen drugs zijn gevonden. Verder stelt hij onder meer dat de attributen voor een ander werden bewaard en dat die niet bedoeld zijn voor de productie en/of distributie van drugs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6147
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202405927/1/A3

202406255/2/A2

van [appellante] over te nemen. Bij besluit van 28 november 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 augustus 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. In deze zaak is in geschil of de minister terecht geweigerd heeft om een private schuld van [appellante] over te nemen, of dat hij toepassing had behoren te geven aan de hardheidsclausule die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak van de Afdeling van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2309. [appellante] heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak de volgende stukken overgelegd: een budgetoverzicht en een toelichting daarbij van de ondersteuner van het buurtteam, een verklaring van haar fysiotherapeut, en een screenshot van onderzoeksuitslagen van haar behandelend orthopeed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6146
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406255/2/A2

202406341/1/A3

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. De woning wordt verhuurd via de Stichting (Z)Onderdak, die dak- en thuislozen onderdak en begeleiding biedt. Uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 29 april 2023 blijkt dat buren in een korte periode verschillende meldingen van overlast hebben gedaan. Verder heeft de politie bij bezoeken onder andere attributen voor het gebruik van drugs en messen aangetroffen. [appellant] heeft verklaard dat een ander in de woning drugs heeft bereid en van daaruit heeft verkocht, aldus de bestuurlijke rapportage. Naar aanleiding van deze rapportage heeft de burgemeester de woning voor drie maanden gesloten. De rechtbank heeft de sluiting in stand gelaten. [appellant] betoogt in de eerste plaats dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het sluiten van de woning noodzakelijk was. Hij stelt dat in de woning geen handelshoeveelheid drugs is gevonden en dat de daar aangetroffen attributen waren bestemd voor eigen gebruik. Er is geen sprake van drugshandel vanuit de woning. Verder was er geen "loop" naar de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6144
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202406341/1/A3

202406527/1/R3

Bij besluit van 12 september 2024 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "De Kaai" vastgesteld. Het plangebied omvat de gronden van het voormalige Unilever-terrein aan de Nassaukade in Rotterdam, in de wijk Feijenoord. Het plangebied wordt globaal omsloten door de Nieuwe Maas, de aanlegplaats Nieuwe Maas en verderop de Nassauhaven en de Nassaustraat. Het gebied wordt getransformeerd van een bedrijfslocatie naar een locatie voor wonen, kantoor en andere bedrijfsruimten, dienstverlening, horeca, cultuur en ontspanning, sportvoorzieningen, maatschappelijke voorzieningen en ondergeschikte detailhandel. Het plan staat de bouw van maximaal 1.100 woningen toe en 17.000 m2 aan voorzieningen, onder meer in de vorm van horeca aan de kade en kantoorruimte in bestaande bebouwing. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en anderen, Pathé Theatres B.V. en Bewonersvereniging Wijk Feijenoord en anderen kunnen zich om uiteenlopende redenen niet met het plan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6168
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406527/1/R3

202406984/1/A2

Bij besluit van 10 maart 2021 heeft de Dienst Toeslagen een verzoek van [appellante] om compensatie van de kinderopvangtoeslag over 2008 afgewezen. [appellante] heeft zich bij de Dienst Toeslagen gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over het toeslagjaar 2008. De Dienst Toeslagen heeft opnieuw naar dit jaar gekeken en advies gevraagd aan de Commissie van Wijzen. Deze commissie heeft in haar advies van 16 februari 2021 geconcludeerd dat geen sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen. De Dienst Toeslagen heeft onder verwijzing naar dit advies het verzoek om compensatie afgewezen. Het bezwaar van [appellante] tegen dit besluit heeft de Dienst Toeslagen ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het betoog van [appellante] dat het besluit van 18 december 2023 onjuist en ondeugdelijk is, niet slaagt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6127
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406984/1/A2

202407371/1/A2

Bij mondelinge uitspraak van 18 oktober 2024 heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] om het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te veroordelen tot vergoeding van schade afgewezen. Bij besluit van 7 mei 2018 heeft het CBR [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd. Op 26 juli 2018 heeft het Openbaar Ministerie [appellant] meegedeeld dat zijn rijbewijs op grond van artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw 1994) op 20 juli 2018 ongeldig is geworden wegens het onherroepelijk worden van een veroordeling voor rijden onder invloed van alcohol, drugs, medicijnen of een combinatie daarvan of wegens het weigeren om mee te werken aan een ademanalyse of bloedonderzoek. Bij besluit van 23 oktober 2018 heeft het CBR aan [appellant] meegedeeld dat uit het onderzoek is gebleken dat hij niet geschikt is om te rijden. Bij besluit van 15 november 2018 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard per 22 november 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6186
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407371/1/A2

202407373/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellante] om terugbetaling van een door haar afgeloste schuld afgewezen. [appellante] is een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire. Op 5 juli 2021 is op grond van de zogenoemde Catshuisregeling een compensatiebedrag van € 30.000,00 op haar rekening bij de ABN AMRO Bank (hierna: de bank) gestort. Daarmee is een schuld van € 4.906,59, die zij op dat moment op die rekening had, afgelost en is een positief saldo ontstaan. In hoofdstuk 4 van de Wet hersteloperatie toeslagen is vastgelegd onder welke voorwaarden een gedupeerde van de toeslagenaffaire in aanmerking kan komen voor het overnemen en betalen van private schulden. In artikel 4.3 van de Wht is een regeling opgenomen voor compensatie van al afgeloste private schulden. Deze bepaling houdt in dat, kort gezegd en voor zover hier van belang, een private schuld die is betaald na ontvangst van een bedrag op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van de Wht, bijvoorbeeld de toekenning van een geldbedrag als bedoeld in artikel 2.1 van de Wht, in aanmerking komt voor vergoeding, als de afgeloste schuld, wanneer deze niet was voldaan, op grond van de Wht zou zijn overgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6120
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407373/1/A2

202408039/1/R1

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Purmerend het bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" vastgesteld. Bij besluit van 19 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een appartementencomplex en een maatschappelijke voorziening aan het Koggeland 88A - 88P, 90A - 90V en 92A - 92V en een appartementencomplex en het aanleggen van een inrit aan de Luitje Broekmastraat 35 - 55. Het plan biedt een planologische regeling voor het oprichten van een appartementencomplex met 53 sociale huurwoningen en een maatschappelijke voorziening in de plint aan het Koggenland en een appartementencomplex met 11 middeldure huurwoningen aan de Luitje Broekemastraat 35-55. Woonstichting Rochdale zal deze woningen realiseren en verhuren. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] betogen dat de raad plannen zonder overleg met de omgeving heeft veranderd en dat er onvoldoende communicatie en samenwerking met de buurt heeft plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6167
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202408039/1/R1

202408046/4/R1 en 202500018/2/R1

Bij tussenuitspraak van 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2607, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 25 november 2024 te herstellen. In dat besluit heeft het college de locaties Sint-Jobskade ter hoogte van huisnummer 50 (locatienummer 23.170), Müllerkade ter hoogte van huisnummer 183 (locatienummer 23.171), Sint-Jobskade ter hoogte van huisnummer 800 (locatienummer 23.184) en Sint-Jobskade ter hoogte van huisnummer 500 (locatienummer 23.362) aangewezen voor het plaatsen van (ondergrondse) containers voor de inzameling van huishoudelijk afval. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling naar aanleiding van de beroepen van [appellant A] en anderen, [appellant B] en anderen en [appellant C] in overweging 3.1 geoordeeld dat het besluit van 25 november 2024 in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is. De reden hiervoor is dat uit het besluit van 25 november 2024 niet duidelijk valt af te leiden welke locaties het college voor het plaatsen van de ORAC’s uiteindelijk heeft willen aanwijzen en op grond van welke redenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6145
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202408046/4/R1 en 202500018/2/R1

202408083/1/A2

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om zijn schulden bij GGN Incasso ter hoogte van € 111.899,84 en € 3.319,22 en bij Bazuin & Partners ter hoogte van € 94.954,36 over te nemen afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. In hoofdstuk 4 van de Wht is geregeld onder welke voorwaarden gedupeerden in aanmerking komen voor het overnemen en betalen van private schulden. [wederpartij] heeft op 5 december 2011 bij zijn ouders een hypothecaire lening van € 100.000,00 afgesloten. Voor die lening heeft hij de woningen aan de Gangesdreef 26 en de Grifstraat 39-BS in Utrecht als onderpand gebruikt. Deze lening is later overgenomen door Bazuin & Partners. Omdat [wederpartij] niet meer kon voldoen aan zijn betalingsverplichtingen, heeft Bazuin & Partners [wederpartij] op 12 april 2018 aangemaand de geldschuld binnen twee dagen te voldoen. Vervolgens is op 24 april 2018 tot executie overgegaan. [wederpartij] is erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6132
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202408083/1/A2

202500183/1/R1

Bij besluit van 13 januari 2022 heeft het college [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om de niet-recreatieve bewoning van het recreatieverblijf op het perceel [locatie] in Opmeer te beëindigen en beëindigd te houden. [appellante] is eigenaar van een recreatiewoning op het recreatiepark "West-Friesland". Op grond van de ter plaatse geldende beheersverordening "Recreatieparken Opmeer" mag de recreatiewoning alleen recreatief worden gebruikt. Permanente bewoning is niet toegestaan. Volgens de Basisregistratie Personen staat [appellante] sinds 13 juni 2018 op dit adres ingeschreven. Op basis van controles door toezichthouders van de gemeente heeft het college geconstateerd dat de recreatiewoning permanent wordt bewoond. Bij besluit van 22 november 2022 is het college overgegaan tot invordering van de door [appellante] verbeurde dwangsommen van in totaal € 25.000,00, omdat [appellante] niet binnen de begunstigingstermijn aan de bij het besluit van 13 januari 2022 opgelegde last heeft voldaan. Het college heeft op 6 april 2023 een dwangbevel uitgevaardigd dat door een deurwaarder aan het adres van [appellante] is betekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6143
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500183/1/R1

202500245/1/A2

Bij besluiten van 5 juli en 2 augustus 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] om compensatie van een afgeloste geldschuld afgewezen. Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] is een erkend gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft op grond van artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00 ontvangen, ook bekend als de Catshuisregeling. [appellante] heeft een deel van dit geld gebruikt om een openstaande schuld bij een familielid af te lossen. Zij heeft daarom een aanvraag gedaan om compensatie voor afgeloste schulden, als bedoeld in artikel 4.3 van de Wht. Bij besluiten van 5 juli en 2 augustus 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] afgewezen. De minister heeft bij besluit van 5 maart 2024 het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Hiertoe heeft de minister overwogen dat hij het bezwaarschrift op 6 november 2023 heeft ontvangen. [appellante] heeft dus te laat bezwaar gemaakt. De minister heeft geen reden gezien om aan te nemen dat [appellante] wel tijdig bezwaar heeft gemaakt. Zij heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij op 7 juli 2023 het bezwaar heeft verzonden naar de Kredietbank Amsterdam. Ook heeft de minister de termijnoverschrijding niet verschoonbaar geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6119
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500245/1/A2

202500529/1/A2

Bij separate besluiten van 7 maart 2023 heeft de minister geweigerd om schulden van [appellant] over te nemen. Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een aantal schulden. De minister heeft bij separate besluiten van 7 maart 2023 gedeeltelijk geweigerd om schulden over te nemen. Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de minister, voor zover hier relevant, het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6128
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500529/1/A2

202500654/1/V2

Bij besluit van 7 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Ethiopische nationaliteit en komt uit Aksum, een stad in de regio Tigray in Ethiopië. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vanwege zijn Tigreese etniciteit is mishandeld tijdens zijn werk als taxichauffeur, omdat hij zowel Amhaarse als Tigreese mensen vervoerde. Daarnaast stelt hij dat hij werd gediscrimineerd toen de oorlog uitbrak in Tigray, en dat mensen massaal werden vermoord toen het leger zijn dorp binnenviel. De minister heeft de nationaliteit en herkomst van appellant geloofwaardig geacht, net als de ondervonden discriminatie wegens zijn Tigreese etniciteit. De minister stelt zich echter op het standpunt dat appellant bij terugkeer naar Ethiopië geen reëel risico loopt op ernstige schade. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op het beleid van de minister in paragraaf C7/14.4 van de Vc 2000 over de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Ethiopië en de betekenis daarvan voor de uit [plaats] afkomstige appellant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6187
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500654/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202500654/1/V2

202501346/1/A3

Bij besluit van 12 september 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 11.250,- voor het niet hebben van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden van haar werknemers. [appellante] is een aspergeboerderij aan de [locatie] in [plaats]. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft daar op 7 juni 2022 een controle uitgevoerd op de naleving van de Arbeidstijdenwet. De inspecteurs hebben een boeterapport opgesteld en zij hebben daarin geconstateerd dat [appellante] in de periode van maandag 9 mei 2022 tot en met zondag 5 juni 2022 de arbeids- en rusttijden van haar werknemers niet deugdelijk heeft geregistreerd waardoor toezicht op de naleving van de Atw niet mogelijk was. Volgens de inspecteurs heeft [appellante] daarmee artikel 4:3, eerste lid, van de Atw overtreden. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat uit de toelichting van Bijlage 2 van de Beleidsregel volgt dat de minister met het opleggen van een waarschuwing had mogen volstaan. Zij voert hiertoe aan dat zij een urenregistratie heeft bijgehouden. Volgens haar is er slechts sprake van een kleine tekortkoming ten aanzien van de gemaakte overuren en is deze tekortkoming te wijten aan een calamiteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6142
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501346/1/A3

202501837/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2025 heeft de examencommissie Curio Specials de inschrijving van [appellant] beëindigd. [appellant] heeft een MBO-diploma Medewerker beheer ICT, niveau 3 en wil bij stichting Curio onderwijsgroep West-Brabant het MBO-diploma Persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg, niveau 4 halen. Hiertoe heeft hij zich op 21 april 2024 aangemeld voor een traject op basis van eerder verworven leeruitkomsten dat een duur van een jaar kent. Met dat doel heeft hij vooraf bij EVC Nederland een ervaringscertificaat behaald, waarmee elders verworven competenties zijn erkend. Het EVL-traject van Curio is ondergebracht bij de organisatie-eenheid Curio Specials en ziet alleen op de examinering van de generieke vakken van de opleiding. [appellant] is het niet eens met de beslissing zijn inschrijving voor de opleiding te beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5947
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501837/1/A2

202502653/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2025 heeft de examencommissie Curio Specials de inschrijving van [appellant] beëindigd. [appellant] heeft op 14 december 2015 het MBO-diploma, Helpende Zorg &, Welzijn, niveau 2, gehaald en wil bij stichting Curio onderwijsgroep West-Brabant het MBO-diploma van de middenkaderopleiding Persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg halen. Hiertoe heeft hij zich aangemeld voor een traject op basis van eerder verworven leeruitkomsten, dat een duur van een jaar kent. Met dat doel heeft hij vooraf bij F&P Educatie een ervaringscertificaat behaald, waarmee elders verworven competenties zijn erkend. Het EVL-traject van Curio is ondergebracht bij de organisatie-eenheid Curio Specials en ziet alleen op de examinering van de generieke vakken van de opleiding. [appellant] is het niet eens met de beslissing zijn inschrijving voor de opleiding te beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6121
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502653/1/A2

202502847/1/A3

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert beslist op een verzoek van [partij] om openbaarmaking van documenten. [appellant] is voormalig burgemeester van de gemeente Weert. In De Limburger verscheen op 11 januari 2020 een artikel waarin was geschreven dat [appellant] mogelijk niet integer zou hebben gehandeld bij het verstrekken van subsidies. Voor de gemeenteraad van Weert is dit aanleiding geweest om een integriteitsonderzoek in te stellen. [appellant] heeft op 19 januari 2020 9.133 e-mails uit zijn functionele mailbox verwijderd. Daarna resteerden in die mailbox nog zeven e-mails. Op 29 januari 2020 heeft het college opdracht gegeven om de inhoud van de functionele mailbox van [appellant] met de verwijderde e-mails en zijn werkagenda veilig te stellen. Vervolgens is de kopie van de veilig gestelde e-mails, de andere informatie en de werkagenda (hierna: "de veiliggestelde e-mails") opgeslagen op een externe harde schijf en bewaard in een kluis. [partij] heeft op 7 juli 2020 als journalist bij De Limburger een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingediend waarin hij, samengevat, heeft verzocht om documenten of informatie over het handelen en/of functioneren van [appellant] in zijn hoedanigheid als burgemeester van de gemeente Weert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6191
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502847/1/A3

202503033/1/A2

Bij beslissing van 12 mei 2025 heeft de commissie van beroep voor de examens Scalda het administratief beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft een MBO-diploma Begeleider specifieke doelgroepen, niveau 3, en wil bij Scalda het MBO-diploma van de middenkaderopleiding Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen, niveau 4, halen. Hiertoe heeft hij zich aangemeld voor een traject op basis van eerder verworven leeruitkomsten dat een duur van een jaar kent. Met dat doel heeft hij vooraf bij F&P Educatie een ervaringscertificaat behaald, waarmee elders verworven competenties zijn erkend. Het EVL-traject van Scalda is ondergebracht bij Helix Learning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6118
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503033/1/A2

202503451/1/A2

Bij besluit van 6 maart 2024 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is sinds 2 november 2022 huurder van de woning aan [locatie] in Rotterdam. Zij heeft verzocht om verlening van een urgentieverklaring wegens de hoge woonlasten van de woning. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft de SUWR ten grondslag gelegd dat [appellante] bij het sluiten van de huurovereenkomst wist dat zij de huurprijs niet zou kunnen betalen. Daarmee is het huisvestingsprobleem volgens de SUWR ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van [appellante] en doet zich de algemene weigeringsgrond, in de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 voor. Op grond daarvan kan de SUWR een urgentieverklaring weigeren, als het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van de aanvrager of een lid van het huishouden, voor zover dit verwijtbare doen of nalaten niet langer dan twee jaar voor het indienen van de aanvraag plaatsvond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6141
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503451/1/A2

202504001/1/A2

Bij beslissing van 20 februari 2025 heeft het Hoofd Bestuurlijke en Juridische Zaken, namens het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen, de aanvraag van [appellant] om financiële ondersteuning uit het Profileringsfonds afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op 10 december 2024 heeft zij een aanvraag voor financiële ondersteuning uit het Profileringsfonds ingediend ter compensatie van de door haar opgelopen studievertraging in het studiejaar 2023-2024. Het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen heeft het bezwaar van [appellant] tegen de afwijzing van haar aanvraag ongegrond verklaard en daaraan het advies van de Geschillenadviescommissie van 22 april 2025 ten grondslag gelegd. In dat advies is onder meer het volgende vermeld. Op grond van artikel 5, tweede lid, van de Regeling Profileringsfonds RUG 2023-2024 moet bij de berekening van de studievertraging worden uitgegaan van een studielast van 60 ECTS. Omdat [appellant] in het studiejaar 2023-2024 60 ECTS heeft behaald, is er geen sprake van een studievertraging als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Regeling. Het CvB heeft daarom geen financiële ondersteuning aan [appellant] toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6116
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504001/1/A2

202504677/1/A2

Bij beslissing van 22 april 2025 heeft de examencommissie van de faculteit Economie en Bedrijfskunde het tentamencijfer van [appellant] voor het vak Research Methods for Finance (hierna: het vak) ongeldig verklaard. [appellant] heeft op 29 januari 2025 deelgenomen aan een tentamen voor het vak. Op 3 februari 2025 heeft de examencommissie een melding ontvangen van de examinator van het vak over een onregelmatigheid tijdens het tentamen. De melding houdt in dat [appellant] de instructie van een surveillant om te gaan staan niet heeft opgevolgd. De examencommissie heeft deze melding ten grondslag gelegd aan de beslissing van 22 april 2025. Zij heeft geconcludeerd dat sprake is geweest van een onregelmatigheid in de zin van artikel 9, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 11, eerste lid, van de Regels en Richtlijnen van de Examencommissie van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, academisch jaar 2024-2025 (hierna: de Regels en Richtlijnen) en heeft daarom het tentamen ongeldig verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6188
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504677/1/A2

202505015/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft de BSA-Commissie, namens de decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam, een negatief bindend studieadviesaan [appellant] uitgebracht. [appellant] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de bacheloropleiding Economics and Business Economics aan de UvA. Hij heeft in dit studiejaar 42 studiepunten behaald. Zijn studieresultaten voldoen daarmee niet aan de in artikel 6.3, tweede lid, van de Onderwijs- en Examenregeling 2024-2025 vereiste norm van 48 studiepunten. [appellant] heeft om uitstel van het bindend studieadvies gevraagd op grond van persoonlijke omstandigheden. Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft de commissie dit verzoek afgewezen en een NBSA uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6189
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505015/1/A2

202505408/1/A2

Bij beslissing van 12 augustus 2025 heeft de examencommissie Bio-Farmaceutische Wetenschappen, namens het bestuur van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden, een negatief bindend studieadvies aan [appellante] gegeven voor de bacheloropleiding Bio-Farmaceutische Wetenschappen. Bij beslissing van 24 september 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld. Het CBE heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] is in het studiejaar 2023-2024 begonnen met de bacheloropleiding Biofarmaceutische Wetenschappen. Vanwege haar persoonlijke omstandigheden heeft zij twee hinderverklaringen gekregen van de studentendecaan waaruit volgt dat zij van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2025 in verschillende gradaties gehinderd was bij het verrichten van studieprestaties. [appellante] heeft in haar eerste studiejaar negen studiepunten behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6126
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505408/1/A2

BRS.25.000585

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkene heeft de Ethiopische nationaliteit en komt uit Mek’ele, de hoofdstad van de regio Tigray, in Ethiopië. Zij is in december 2021 naar Nederland gevlucht voor het geweld in Tigray. Zij heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij etnisch Tigreese is en ernstige problemen heeft ondervonden wegens het conflict in Tigray. De Ethiopische autoriteiten zijn het ouderlijk huis binnengevallen en hebben alle waardevolle bezittingen meegenomen. Ook hebben zij de [winkel] van haar vader geplunderd en haar vader bij een huiszoeking meegenomen. Verder hebben de autoriteiten betrokkene, nadat zij was vertrokken naar Addis Abeba, daar opgepakt wegens haar etniciteit, in erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en bedreigd met verkrachting. De minister acht deze elementen van haar asielrelaas geloofwaardig, maar stelt zich op het standpunt dat haar vrees in de huidige omstandigheden ongegrond is. De minister heeft haar afwijzende besluit onder meer gebaseerd op paragraaf C7/14.4 van de Vc 2000, over de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Ethiopië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6058
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000585
  • persberichtbij de uitspraak in de zaakBRS.25.000585

202306787/2/R4

Bij besluit van 26 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten aan [bedrijf C] een omgevingsvergunning verleend voor bouwen en handelen in strijd met een bestemmingsplan op de [locatie] in Putten. Het plan maakt onder andere een kringloopwinkel mogelijk op de locatie en op de zitting heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat er al een kringloopwinkel op de locatie is gevestigd. Onder verwijzing naar de regels van het plan heeft het college zich in de motivering bij het besluit van 13 februari 2024 op het standpunt gesteld dat de parkeervraag van de kringloopwinkel niet hoeft te worden beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6217
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306787/2/R4

202404753/1/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen twaalf weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van die uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6063
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404753/1/V3

202502112/1/V1

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 24 september 2024 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 14 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.H.R. Bruggeman, advocaat in Leiderdorp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6083
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502112/1/V1

BRS.25.000985

Bij besluit van 28 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6050
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000985

BRS.25.002001

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6054
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002001

BRS.25.002228

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6056
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002228

BRS.25.002347

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A.W. IJland, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6102
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002347

BRS.25.002439

Bij besluiten van 24 september 2025 heeft de minister aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 1 december 2025 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6096
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002439

202500108/1/A2

De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellant] over 2017 bij besluit van 3 april 2021 definitief vastgesteld op € 0,-. Ook is vastgesteld dat [appellant] te veel voorschot huurtoeslag heeft ontvangen en daarom € 1.017,-. moet terugbetalen. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen bij besluit van 11 mei 2021 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens bij uitspraak van 28 november 2024 het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6301
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500108/1/A2

202500511/1/A2

[appellant] heeft een urgentieaanvraag op sociaal-medische gronden ingediend omdat zijn woning, een tweekamerwoning van 43 vierkante meter, te klein is voor zijn gezin dat in 2023 naar Nederland is gekomen. Verder heeft [appellant] aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat hij rugklachten heeft, waardoor hij moeite heeft met traplopen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft bij besluit van 7 oktober 2023 de urgentieaanvraag van [appellant] afgewezen. Volgens het college is sprake van meerdere algemene weigeringsgronden. Bij besluit van 16 februari 2024 heeft het college het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens bij uitspraak van 12 december 2024 het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6302
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500511/1/A2

202501503/1/A2

[appellante] heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij heeft daarbij gesteld dat zij in 1987/1988 tijdens haar zwangerschap in het ziekenhuis in Haarlem met medicijnen is vergiftigd door haar gynaecoloog. Daardoor heeft zij ernstige, chronische gezondheidsschade opgelopen aan onder andere haar gebit, haar huid en haar schildklier. Ook heeft zij psychisch letsel opgelopen. Deze aanvraag is door de CSG afgewezen bij besluit 29 augustus 2022. Bij besluit van 8 december 2022 heeft de CSG het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens het daartegen ingestelde beroep bij uitspraak van 16 januari 2025 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6303
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501503/1/A2

202408049/1/V1

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6062
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202408049/1/V1

BRS.25.001060

Bij besluit van 17 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft. Bij besluit van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 10 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door K. Agyapong-Ntra, rechtsbijstandsverlener in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6043
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001060

BRS.25.001762 en BRS.25.001763

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6034
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001762 en BRS.25.001763

BRS.25.001786

Bij besluit van 20 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 2 april 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6044
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001786

BRS.25.002049

Bij besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6042
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002049

BRS.25.002056

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2025 te verlaten. Bij uitspraak van 18 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6033
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002056

BRS.25.002130

Bij besluit van 4 december 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 30 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6040
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002130

BRS.25.002329

Bij besluit van 16 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6075
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002329

202402502/1/V2

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6037
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402502/1/V2

202505638/2/A3

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de burgemeester van Heerlen besloten het bedrijfspand van Archimede te sluiten op grond van artikel 13b de Opiumwet voor de duur van twaalf maanden. Archimede Holding, waarvan [gemachtigde A] directeur is, is bestuurder en enig aandeelhouder van Archimede Real Estate en Trinacria Trading. Trinacria Trading is gevestigd aan de Uterweg 123 in Heerlen. Daar exploiteert zij een bloemenwinkel en tuincentrum, via de fysieke winkel en online. Ook is er een DHL-pakketpunt bij de bloemenwinkel. Op 14 januari 2025 heeft een controle in het pand aan de Uterweg 123 in Heerlen plaatsgevonden. Toezichthouders van de gemeente hebben ter plaatse een controle uitgevoerd in het kader van de Omgevingswet. Bij deze controle zijn veel goederen aangetroffen die worden gebruikt bij hennepteelt. Daarop is de politie ter plaatse gekomen om onderzoek te verrichten. In het bedrijfspand en de bijbehorende loods zijn diverse aan de hennepteelt gerelateerde goederen aangetroffen. Archimede is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en heeft daarom hoger beroep ingesteld. Ook heeft Archimede de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die ertoe strekt dat de sluiting van het pand wordt geschorst totdat de Afdeling op het hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6048
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202505638/2/A3

BRS.25.001832

Bij besluit van 16 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6024
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001832

BRS.25.002068 en BRS.25.2069

Bij besluiten van 23 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6053
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002068 en BRS.25.2069

BRS.25.002162

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6021
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002162

BRS.25.002285

Bij besluit van 23 september 2025 heeft de minister van Asiek en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6051
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002285

202306716/1/V1

Bij besluit van 10 maart 2023, aangevuld op 14 juli 2023, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6036
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202306716/1/V1

202505077/2/R2

Bij besluit van 29 september 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een bouwstop opgelegd aan [verzoekster] waarin is gelast om alle bouwwerkzaamheden op het perceel te staken wegens strijd met artikel 2.7 van de Wnb. [verzoekster] exploiteert een varkenshouderij aan de [locatie 1] in Oisterwijk. [verzoekster] wil haar varkenshouderij wijzigen door het bouwen van drie nieuwe stallen, het verlengen van een bestaande stal en het slopen van drie bestaande stallen en bedrijfswoning. Ook wil [verzoekster] luchtwassystemen toepassen in bepaalde stallen en een wijziging van de veebezetting. Naar aanleiding van twee handhavingsverzoeken van MOB en Leefmilieu en van BMF, heeft het college aan [verzoekster] een bouwstop opgelegd, omdat is begonnen met bouwwerkzaamheden zonder vergunning. In datzelfde besluit heeft het college aan [verzoekster] een last onder dwangsom opgelegd waarin het de varkenshouderij gelast om de bouwwerkzaamheden aan de nieuwe stal op het perceel aan de [locatie 2] in Heukelom te staken en gestaakt te houden, omdat de bouwwerkzaamheden plaatsvinden zonder natuurvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6029
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202505077/2/R2

BRS.24.000374

Bij besluit van 8 oktober 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5946
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000374

BRS.24.000480

Bij besluit van 19 november 2024 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5945
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.24.000480

BRS.25.000690

Bij besluit van 21 mei 2025 heeft de minister betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5943
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000690

BRS.25.000982

Appellanten hebben beroepen ingesteld tegen het niet tijdig nemen van besluiten op aanvragen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij uitspraak van 16 juli 2025 heeft de rechtbank de beroepen gegrond verklaard, het met besluiten gelijk te stellen niet tijdig nemen van besluiten vernietigd, de minister opgedragen om binnen acht weken na de dag van verzending van de uitspraak met de algemene asielprocedure aan te vangen en binnen acht weken na deze aanvang besluiten op de aanvragen bekend te maken, en bepaald dat de minister aan appellanten gezamenlijk een dwangsom van € 100,00 moet betalen, voor elke dag dat zij die termijnen overschrijdt, tot een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6031
Datum uitspraak
11 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000982

202403296/1/V1

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6022
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202403296/1/V1

202504950/2/A2

[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffende hangende het beroep tegen het niet tijdig beslissen door het college van gedeputeerde staten van Gelderland op zijn verzoek om over te gaan tot indeplaatsstelling van de gemeente Hattem. Bij brief van 16 september 2025 heeft het college [verzoeker] laten weten op dit moment geen aanleiding te zien om maatregelen te treffen ten aanzien van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5921
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504950/2/A2

202505487/2/A2

Bij beslissing van 28 augustus 2025 heeft het college van bestuur van de Universiteit van Amsterdam bepaald dat het instellingscollegegeld voor [verzoeker] € 15.800,00 bedraagt voor het studiejaar 2025-2026.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5919
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505487/2/A2

BRS.25.001887

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft het COa een aanvraag van betrokkenen om vergoeding van buitengewone kosten gedeeltelijk afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5941
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001887

BRS.25.002169

Bij besluit van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen en bepaald dat hij binnen vier weken Nederland moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5925
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002169

202202837/1/A3

Bij besluit van 7 april 2021 heeft de burgemeester van Alkmaar de woning aan de [locatie] in Alkmaar voor één jaar gesloten. [appellant] huurde de woning aan de [locatie] in Alkmaar. Ten tijde van de besluitvorming stond ook zijn zoon ingeschreven op dit adres. Naar aanleiding van een melding van Melding Misdaad Anoniem heeft de politie in het kader van een strafrechtelijk onderzoek de woning doorzocht. In de woning zijn 6,5 gram cocaïne, een bus pepperspray, weegschalen en weed grinders aangetroffen. De politie heeft vervolgens op 19 februari 2021 een bestuurlijke rapportage opgesteld en deze op 27 maart 2021aangevuld. Naar aanleiding van de bevindingen van de politie heeft de burgemeester besloten om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor één jaar te sluiten overeenkomstig de door hem vastgestelde Beleidsregel handhaving Opiumwet bij drugs in woningen en lokalen, zoals deze toentertijd gold (hierna: de Beleidsregel).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5986
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202202837/1/A3

202203401/2/A3

Conclusie van staatsraad advocaat-generaal Widdershoven over de bestuurlijke boete die de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) heeft opgelegd aan een Litouwse transportonderneming. Uit onderzoek van FNV blijkt dat dit bedrijf de regels over de rusttijden niet altijd volgt. De resultaten van dit onderzoek heeft FNV aan de Inspectie Leefomgeving en Transport gegeven. De ILT heeft de resultaten vervolgens meegenomen in haar eigen onderzoek en geconcludeerd dat een Litouwse transportonderneming een boete moet krijgen. FNV wil betrokken zijn bij het tot stand komen van dat besluit en bezwaar kunnen maken tegen de opgelegde boete. Maar volgens de minister is FNV geen belanghebbende in deze procedure. De rechtbank Midden-Nederland is het met de minister eens, maar FNV is tegen de uitspraak van de rechtbank in hoger beroep gekomen. In deze rechtszaak heeft de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak in augustus 2025 een zogenoemde conclusie gevraagd aan staatsraad advocaat-generaal Widdershoven. Zij wil van de staatsraad A-G weten of, en zo ja, wanneer een derde belanghebbende kan zijn bij een besluit tot het opleggen of weigeren van een bestuurlijke boete. Verder wil zij weten of het daarbij verschil maakt of de boete is opgelegd of geweigerd naar aanleiding van een verzoek om handhaving door de derde of de boete uit eigen beweging door het bestuursorgaan is opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5985
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Conclusie
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202203401/2/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203401/2/A3

202204509/1/R2

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft de raad van de gemeente Maasgouw het bestemmingsplan "Parkeerterrein Fun Beach Panheel" vastgesteld. Fun Beach Event & Leisurepark, initiatiefneemster, exploiteert een recreatiepark genaamd Fun Beach, dat ligt in recreatiegebied "Leerke Ven", bij Panheel. Het plan voorziet in een nieuw parkeerterrein ten behoeve van Fun Beach, met 1.070 parkeerplaatsen. Verder voorziet het plan in een nieuwe ontsluitingsroute van en naar dit parkeerterrein en in de aanleg van nieuwe natuur. De nieuwe ontsluiting zal plaatsvinden via de Pater Jac. Schreursweg en vervolgens de Rietkamp, die wordt doorgetrokken tot aan het parkeerterrein. Het plan voorziet verder in een nieuwe rotonde bij de kruising Rietkamp en de Pater Jac. Schreursweg, bermversteviging langs de Rietkamp en een opstelstrook voor vrachtauto’s ten behoeve van agrarische activiteiten. De maatschap exploiteert een agrarisch bedrijf aan de [locatie] te Heel en is eigenaar van een perceel dat grenst aan de Rietkamp en de Pater Jac. Schreursweg. De maatschap vreest voor overlast en belemmering van haar bedrijfsvoering, door een verminderde bereikbaarheid van het perceel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6004
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202204509/1/R2

202205642/1/R3

Bij besluit van 3 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noardeast-Fryslân aan [maatschap] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een ligboxenstal, het plaatsen van een mestsilo en andere, op bijlagen aangegeven werkzaamheden op het perceel [locatie A] in Holwerd. De aanvraag ziet ook op het legaliseren van de bestaande drooginstallatie inclusief luchtwasser en het aanleggen van een tweede ontsluitingsweg. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er geen aanhaakplicht bestond, omdat op het moment van het verlenen van de omgevingsvergunning een aanvraag op grond van de Wet natuurbescherming, voorheen de Natuurbeschermingswet 1998 was ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6008
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202205642/1/R3

202206400/1/R4

Bij besluit van 9 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug [partij] met een dwangsom gelast om een overtreding op het perceel [locatie 1] in Driebergen-Rijsenburg te beëindigen en beëindigd te houden. [partij] is eigenaar van het perceel. In het achtererfgebied daarvan staan meerdere bijbehorende bouwwerken die al dan niet met een vergunning zijn gebouwd of uitgebreid, waaronder een tuinhuis dat zonder vergunning is uitgebreid en geschikt is gemaakt voor bewoning. Het college heeft aan [partij] op 2 december 2020 een omgevingsvergunning verleend om het tuinhuis te gebruiken als bed & breakfast. Een toezichthouder van de gemeente heeft op 18 juni 2021 een rapport opgesteld van een controle die hij op 16 juni 2021 op het perceel heeft uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5976
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206400/1/R4

202206998/1/R2

Bij besluit van 23 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een omgevingsvergunning verleend aan [partij] voor het verbouwen van de kantoren - spreek- en onderzoekskamers tot 24 zelfstandige woningen aan de [locatie] in Maastricht. Het college heeft hierbij een omgevingsvergunning verleend om 10 woningen te realiseren in het voorste pand en 14 woningen in de bebouwing op het achterterrein van het perceel. Het college heeft dat besluit na bezwaren van omwonenden gedeeltelijk herroepen en met instemming van [partij] alleen een omgevingsvergunning verleend voor 10 woningen in het voorste pand aan de [locatie]. Deze omgevingsvergunning is verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo voor het bouwen van een bouwwerk en handelen in strijd met de regels van het bestemmingsplan "Maastricht Zuidwest". [appellant] en anderen wonen in de nabijheid van de [locatie] en zijn het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5995
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206998/1/R2

202207062/1/R2

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een tijdelijke omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van 23 cabins ten behoeve van een maatschappelijke zorgvoorziening aan de Nieuwe Dijk 3 in ’s-Hertogenbosch voor de duur van 10 jaar. In deze maatschappelijke zorgvoorziening wordt 24 uur per dag zorg en begeleiding verleend aan 22 kwetsbare mensen uit de gemeenten Sint-Michielsgestel, Vught, Haaren, Meierijstad, Boxtel, Zaltbommel, Maasdriel en ’s-Hertogenbosch. De mensen die verblijven in de maatschappelijke zorgvoorziening, hebben problemen op het gebied van verslaving en/of psychiatrie en/of hebben een licht verstandelijke beperking. [appellant] en anderen zijn het niet eens met het plaatsen van de 23 cabins en vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5996
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202207062/1/R2

202302272/1/R4

Bij besluit van 21 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wunseradiel aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het wijzigen van de inrichting op het perceel [locatie 1] te Oosthem van een melkrundveehouderij naar een geitenhouderij. Voor de omschakeling wordt gebruikgemaakt van de bestaande stallen. De bezetting na de verandering bestaat uit 721 melkgeiten (vanaf 1 jaar oud), 220 opfokgeiten (61 dagen tot 1 jaar oud) en 11 opfokgeiten en afmestlammeren (tot en met 60 dagen oud). Er worden ook 7 schapen en 4 paarden gehouden. Voor het perceel is in het verleden in januari 1992 een melding gedaan in het kader van het Besluit melkrundveehouderijen Hinderwet. In de inrichting mogen 64 koeien en 44 stuks jongvee worden gehouden. [appellant A] woont op het perceel [Locatie 2] en [appellante B] op het perceel [Locatie 3]. [appellante B] exploiteert op dit perceel een kleinschalige kinderopvang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5955
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202302272/1/R4

202302826/1/R2

In het kader van het project Beter Benutten zijn voor het verhogen van de transportcapaciteit van de 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven naar 4,0 kiloampère, verschillende besluiten tot verlening van omgevingsvergunningen aan TenneT TSO B.V. genomen, waaronder: a. het verlenen van een ontheffing voor het roeren van de grond dieper dan drie meter beneden het maaiveld in grondwaterbeschermingsgebied Heel in de provincie Limburg; b. het verlenen van een omgevingsvergunning voor het constructief aanpassen van verschillende hoogspanningsmasten van de hoogspanningsverbinding binnen de gemeenten Nederweert, Helmond, Geldrop-Mierlo en het verlenen van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een tijdelijke kabelverbinding. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellante sub 3] en anderen zijn het oneens met de capaciteitsvergroting van de hoogspanningsverbinding. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] in Mierlo naast hoogspanningsmast nummer 121 en de hoogspanningsverbinding. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2] in Helmond op korte afstand tot hoogspanningsmast nummer 118 en de hoogspanningsverbinding. [appellante sub 3] exploiteert een pluimveehouderij aan de [locatie 3] in Ospel, gemeente Nederweert. Op het perceel bevinden zich een bedrijfswoning, een voormalige bedrijfswoning en meerdere bedrijfsgebouwen. Deze bebouwing is gelegen in de directe nabijheid van de hoogspanningsverbinding.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5960
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302826/1/R2

202303020/1/A3

Bij besluit van 23 maart 2021 heeft de minister voor Rechtsbescherming een aanvraag van [appellant] om erkenning van zijn beroepskwalificaties voor werkzaamheden als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger afgewezen. [appellant] heeft een bedrijf dat beveiligingstrainingen organiseert en ook bij trainingen bemiddelt. Hij is in het bezit van certificaten van diverse opleidingen voor beveiliging die hij heeft gevolgd in het Verenigd Koninkrijk, dat destijds een EU-lidstaat was, en in Polen. Omdat [appellant] in Nederland als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger wilde werken, heeft hij een aanvraag gedaan om erkenning van zijn beroepskwalificaties zoals bedoeld in artikel 5 van de Algemene wet erkenning EU-beroepskwalificaties. In bezwaar heeft de minister [appellant] opnieuw in de gelegenheid gesteld recent behaalde certificaten aan te leveren. [appellant] heeft van deze gelegenheid gebruikgemaakt en nieuwe certificaten aangeleverd. De SBB heeft hierover op 26 januari 2022 een aanvullend advies uitgebracht. Volgens de SBB konden ook deze gevolgde opleidingen vanwege hun korte duur niet worden vergeleken met een Nederlandse mbo-opleiding. De minister heeft in bezwaar de afwijzing van de erkenning van de beroepskwalificaties en de compenserende maatregel in stand gelaten. [appellant] heeft inmiddels de mbo-opleiding Beveiliger voor het mogen uitoefenen van de werkzaamheden als ongeüniformeerd persoonsbeveiliger in Nederland afgerond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6006
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202303020/1/A3

202303378/1/R1

Bij besluit van 25 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Betuwe geweigerd aan Geldermalsen Vastgoed B.V. een omgevingsvergunning te verlenen voor het uitbreiden van het bedrijfsgebouw en het verhogen van het dak van een bedrijfshal op het perceel Poppenbouwing 23 in Geldermalsen. De aangevraagde omgevingsvergunning heeft betrekking op een gedeelte van de bedrijfshal aan de voorzijde van een bedrijfsverzamelgebouw en ziet op het uitbreiden van de oppervlakte daarvan en het verhogen van het dak. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Bedrijventerreinen", omdat met het bouwplan het maximale bebouwingspercentage van 60% in artikel 4.2.3 van de planregels behorende bij de bestemming "Bedrijventerrein" wordt overschreden. Partijen zijn het daarover eens. In artikel 4.3.3 van de planregels is een mogelijkheid opgenomen om af te wijken van het bestemmingsplan. Het college wil van deze mogelijkheid geen gebruik maken, omdat het onder meer vindt dat de uitbreiding leidt tot een onevenredige beperking van de bereikbaarheid van andere bedrijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5957
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303378/1/R1

202303441/1/A2 en 202303442/1/A2

Bij besluit van 12 april 2021 heeft het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor het speciaal basisonderwijs afgegeven voor [zoon], de zoon van [appellant]. Bij besluit van 12 mei 2021 heeft de stichting besloten om [zoon] onmiddellijk te verwijderen van de Prof. Kohnstammschool in Utrecht en alle medewerking te verlenen om hem een plaats te bieden op de Luc Stevensschool in Utrecht. Het samenwerkingsverband is een samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18a van de Wet op het primair onderwijs (hierna: Wpo) en heeft onder meer tot taak om te beoordelen of leerlingen toelaatbaar zijn tot het speciaal basisonderwijs. De stichting is het bevoegd gezag van de Prof. Kohnstammschool in Utrecht (hierna: de school). De stichting is voor de school aangesloten bij het samenwerkingsverband. In geschil is of het samenwerkingsverband een toelaatbaarheidsverklaring voor speciaal basisonderwijs voor [zoon] mocht afgeven en of de stichting mocht besluiten tot het verwijderen van [zoon] van de school.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5984
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Onderwijs
  • uitspraakin de zaak202303441/1/A2 en 202303442/1/A2

202303483/1/A2

Bij besluit van 3 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen een aanvraag van [appellanten] om een vergunning voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige wooneenheden afgewezen. [appellant] is rechthebbende tot het appartementsrecht aan de [locatie] in Nijmegen. Hij heeft het appartement aangekocht voor de huisvesting van zijn dochter en drie vriendinnen van zijn dochter. Op 29 mei 2020 heeft [appellant] daarom een aanvraag ingediend om de zelfstandige woonruimte in het appartement om te zetten in vier onzelfstandige wooneenheden, te bewonen door (in totaal) maximaal vier personen. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat bij het appartement geen voorziening aanwezig is voor het parkeren van fietsen. Dit is een grond om de vergunning te weigeren, als bedoeld in artikel 15 van de Huisvestingsverordening. Het college heeft ook een leefbaarheidsonderzoek uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5973
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303483/1/A2

202303830/1/A2

Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de minister van Financiën een verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening toegewezen. Bij brief van 7 mei 2021 heeft de Belastingdienst [appellant] medegedeeld dat zijn persoonsgegevens in de FSV waren opgenomen. Vervolgens heeft [appellant] op 13 juni 2021 een verzoek ingediend om inzage in zijn in de FSV geregistreerde persoonsgegevens. Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft de minister dat verzoek ingewilligd en daarbij kenbaar gemaakt dat de persoonsgegevens zijn overgenomen uit het Dagboek Persoonsgericht Intensief Toezicht. In beroep heeft [appellant] de rechtbank verzocht om de minister te veroordelen tot schadevergoeding wegens de onrechtmatige verwerking van zijn persoonsgegevens in de FSV. [appellant] heeft aangevoerd dat hij daardoor is aangetast in zijn eer en goede naam. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat niet de bestuursrechter, maar de civiele rechter bevoegd is daarover te oordelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5890
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202303830/1/A2

202304293/1/R2

Bij besluit van 26 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch een omgevingsvergunning verleend voor het verwijderen van acht bomen en het herplanten van bomen aan de Koningsweg. Bij verkeersbesluit van 20 juli 2021 heeft het college ten behoeve van de herinrichting van de Koningsweg onder meer eenrichtingsverkeer op de Alfons Diepenbrockstraat ingesteld. Het college heeft besloten tot gedeeltelijke herinrichting van de Koningsweg (tussen het Julianaplein en de Lekkerbeetjesstraat). Daarvoor is een aantal verkeersmaatregelen genomen, waaronder het instellen van eenrichtingsverkeer op de Alfons Diepenbrockstraat door het plaatsen van de relevante verkeersborden ter hoogte van de Koningsweg en de Van der Does de Willeboissingel. De nieuwe rijrichting op de Alfons Diepenbrockstraat is van oost naar west, wat betekent dat verkeer alleen nog via de Alfons Diepenbrockstraat de Koningsweg op mag rijden en niet meer andersom. Ter uitvoering van de herinrichting van de Koningsweg heeft het college een omgevingsvergunning verleend voor het kappen van acht bomen en het herplanten van zeventien bomen. Appellanten wonen aan de Alfons Diepenbrockstraat of om de hoek aan de Koningsweg. Hun hoger beroep beperkt zich tot de verkeersmaatregel over het instellen van eenrichtingsverkeer op de Alfons Diepenbrockstraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6009
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202304293/1/R2

202304512/1/A3

Bij besluit van 2 september 2021 heeft de minister voor Rechtsbescherming de opsporingsbevoegdheid van de buitengewoon opsporingsambtenaar verlengd en de aanvraag van de Stichting (voor de boa) om een vuurwapen afgewezen. De Stichting is eigenaar van het landgoed De Boom. [persoon] werkt sinds 2006 bij de Stichting als boa. Aan de boa is op 22 januari 2016 opsporingsbevoegdheid verleend voor domein II (Milieu, welzijn en infrastructuur), inclusief de toekenning van de politiebevoegdheden en geweldsmiddelen, te weten handboeien, wapenstok, pepperspray en het vuurwapen. Op 17 februari 2021 heeft de Stichting een aanvraag ingediend voor de verlenging van de opsporingsbevoegdheid van de boa en voor de toekenning van geweldsmiddelen. In het besluit van 2 september 2021 heeft de minister de opsporingsbevoegdheid van de boa verlengd en daarbij alleen de geweldsmiddelen handboeien, korte wapenstok en pepperspray aan hem toegekend. De Stichting betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister op goede gronden tot de conclusie is gekomen dat het niet noodzakelijk is om de boa uit te rusten met een vuurwapen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5968
Datum uitspraak
10 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202304512/1/A3
vorige pagina1...456...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon