Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.199
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202407418/1/A3

[appellant] en [partij] hebben samen een dochter. [appellant] heeft zijn dochter erkend en zij draagt sinds geboorte de geslachtsnaam van haar vader. [appellant] en [partij] hebben geen relatie meer. Op 15 november 2022 heeft [partij] verzocht om wijziging van de geslachtsnaam van haar dochter. De staatssecretaris voor Rechtsbescherming heeft dit verzoek bij besluit van 18 augustus 2023 toegewezen. Bij besluit van 21 november 2023 heeft de staatssecretaris het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 oktober 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft eerst overwogen dat uit de basisregistratie personen (brp) volgt dat [appellant] nooit heeft samengewoond met de moeder en de dochter. [appellant] heeft ook niet aannemelijk gemaakt dat hij, ondanks dat hij niet op hetzelfde adres in de brp is geregistreerd, heeft samengewoond met de moeder en de dochter. Uit de documenten die hij heeft opgestuurd blijkt dit namelijk niet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2130
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407418/1/A3

202407767/1/V6

Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de minister een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 29 december 2021 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij als bewaker van Afghan Security Guard (hierna: ASG) voor de Nederlandse overheid heeft gewerkt op Tarin Kowt Air Field bij Kamp Holland in Uruzgan, Afghanistan, in de periode 2007 tot 2010. Volgens [appellant] loopt hij door deze werkzaamheden gevaar in Afghanistan. De minister heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Werkafspraken tolken (de Tolkenregeling). Zij heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] volgens haar niet voldoet aan de vereisten om naar Nederland te worden overgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1945
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407767/1/V6

202500535/1/R1

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad van de gemeente Sluis het bestemmingsplan "Contre Escarpe Retranchement en Kokersweg Zuidzande" vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1956
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202500535/1/R1

202500692/1/A3

Bij besluit van 8 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellant] om afgifte van een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] heeft op 14 maart 2023 een VOG aangevraagd voor de functie van planner op een opvanglocatie voor Alleenstaande Minderjarige Vreemdelingen (AMV) via TFP-Support in Arnhem. De planner is onder andere verantwoordelijk voor de uitvoering van de dienstverlening op een AMV-opvanglocatie waarbij hij verantwoordelijk is voor een veilige en prettige leefomgeving voor jongeren en begeleiders. De planner bewaakt de naleving van de normen en de huisregels en treft passende maatregelen bij afwijkingen. Daarnaast houdt hij zich bezig met de organisatorische cultuur, het optimaliseren van de kwaliteit en veiligheid en verdere professionalisering van de organisatie. Daarnaast moet hij administratief werk doen dat te maken heeft met de zorgverlening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1948
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202500692/1/A3

202501363/1/A2

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten tot invordering van de door [appellante] verbeurde dwangsom van € 45.125,00. Deze uitspraak gaat over het besluit van de minister tot invordering van verbeurde dwangsommen en opeising van onverschuldigde betalingen van [appellante] op grond van de Wet normering topinkomens (WNT). Aan zowel het invorderingbesluit als het opeisingsbesluit ligt een last onder dwangsom van 26 januari 2022 ten grondslag. In die last onder dwangsom is, kort gezegd, een overtreding van de WNT vastgesteld, welke overtreding binnen de gestelde begunstigingstermijn door [appellante] moest worden beëindigd. De rechtbank heeft overwogen dat een belanghebbende in de procedure tegen de invorderingsbeschikking in beginsel niet met succes gronden naar voren kan brengen die hij tegen de last onder dwangsom of bestuursdwang naar voren heeft gebracht of had kunnen brengen. Dit kan slechts in uitzonderlijke gevallen. De rechtbank heeft overwogen dat zij deze rechtspraak ook toepast ten aanzien van de twee beschikkingen tot opeisen van onverschuldigde betalingen, aangezien deze beschikkingen gelet op artikel 5.5, eerste lid, van de WNT direct samenhangen met de lasten onder dwangsom.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1941
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202501363/1/A2

202501603/1/A2

Bij besluit van 6 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [wederpartij] een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan [locatie] in Den Haag (de woning). Op 14 september 2022 heeft een inspecteur van de Haagse Pandbrigade de woning bezocht en een inspectie uitgevoerd. Hiervan is een rapport van bevindingen opgesteld waarin, onder andere, is vermeld dat in de woning dertien personen onzelfstandig wonen, terwijl in de basisregistratie personen niemand op dit adres is ingeschreven. Omdat [wederpartij] niet in het bezit is van een omzettingsvergunning en kamerbewoning door meer dan twee personen die geen duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormen niet is toegestaan zonder vergunning, heeft het college, bij besluit van 6 december 2022, een boete opgelegd van € 10.000,00 wegens overtreding van artikel 21, eerste lid, aanhef en onder c, van de Huisvestingswet, gelezen in verbinding met artikel 5:2, aanhef en onder b, van de Huisvestingsverordening Den Haag 2019 (Hvv). Daarbij is uitgegaan van een bedrijfsmatige exploitatie van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1942
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501603/1/A2

202501710/1/R4

Bij besluit van 23 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Almere aan VORM Ontwikkeling B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van twee appartementencomplexen met half-verdiepte parkeergarage op het perceel [perceel] aan de Vitus Beringstraat in Almere (het perceel). Het perceel is gesitueerd aan de oostzijde van de Vitus Beringstraat. VORM wil daar twee appartementencomplexen met een half-verdiepte parkeergarage bouwen. De appartementencomplexen zullen volgens de aanvraag om de omgevingsvergunning in totaal ruimte bieden aan 113 appartementen. [appellant sub 1A], [appellant sub 1B] en [appellant sub 1C] wonen aan westzijde van de Vitus Beringstraat en zij vrezen overlast van de tegenover hen voorziene gebouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1930
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202501710/1/R4

202501825/1/A2

Bij besluit van 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda, door het plaatsen en verwijderen van verkeersborden, vanaf het Zandbergplein richting de Zandbergweg éénrichtingsverkeer ingesteld en het éénrichtingsverkeer tussen de Maanstraat en de Komeetstraat opgeheven. [appellant] woont op de Zandbergweg in Breda. Naar aanleiding van de herinrichting van het Zandbergplein, dat ligt tussen de Zandbergweg, de Maanstraat, de Zonstraat en de Komeetstraat, heeft het college een verkeersbesluit genomen. [appellant] vreest aantasting van zijn leefomgeving en de (verkeers)veiligheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet de absolute noodzaak van de verkeersmaatregelen hoeft aan te tonen, zoals de aanwezigheid van sluipverkeer en de effectiviteit van het instellen van éénrichtingsverkeer daarop. Het college mocht dus, gelet op de beleidsruimte, besluiten éénrichtingsverkeer in te stellen. Hierbij mocht het college de belangen van de leefbaarheid en veiligheid van de wijk zwaarder laten wegen dan de individuele belangen van de omwonenden die verder moeten rijden om een parkeerplaats te vinden, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1938
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501825/1/A2

202501972/1/A2

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven de subsidieaanvraag van [appellant] voor de kosten van de bodemsanering op zijn perceel [locatie] (voorheen: De Presstraat) in Eindhoven (het perceel) afgewezen. [appellant] is sinds 2007 eigenaar van het perceel. Het college heeft naar aanleiding van een bodemonderzoek geconstateerd dat er op het perceel sprake is van ernstige bodemverontreiniging. De bodemverontreiniging is op meerdere plekken ingetreden, die grofweg zijn in te delen in twee gebieden: 1) de ontstaansbron van de verontreiniging, te weten het (bron)perceel, en 2) de uitloop van de bodemverontreiniging naar de omgeving buiten het bronperceel (de pluim). Het college heeft bij besluit van 27 juni 2022 op grond van artikel 55b van de Wet bodembescherming (thans vervallen) [appellant] als eigenaar van het perceel opgedragen de verontreinigde grond van zowel het bronperceel als de pluim zo spoedig mogelijk te saneren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1939
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bodembescherming
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202501972/1/A2

202502278/1/A3

Bij besluit van 4 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer twee kinderen van [appellant] met ingang van 2 maart 2022 ambtshalve uitgeschreven uit de basisregistratie personen (de brp) wegens vertrek naar Rusland. De kinderen van [appellant] stonden voorheen in de brp ingeschreven op het adres [locatie] in Badhoevedorp. Op 3 november 2021 heeft een leerplichtambtenaar gemeld dat de kinderen, anders dan voorgaande jaren, geen vrijstelling van de leerplicht wegens onderwijs in het buitenland hebben aangevraagd. Naar aanleiding daarvan is het college een adresonderzoek gestart en heeft zij op basis daarvan de kinderen ambtshalve uitgeschreven naar Rusland. De rechtbank heeft dat besluit in stand gelaten. De rechtbank heeft overwogen dat het college uit het uitgevoerde adresonderzoek het redelijke vermoeden heeft kunnen afleiden dat de kinderen van [appellant] meer dan 2/3 van het jaar buiten Nederland verblijven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1934
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202502278/1/A3

202502289/1/A2

Bij besluit van 11 augustus 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van wijlen [wederpartij] over 2022 definitief vastgesteld op € 0,00 en het betaalde voorschot van € 4.063,00 teruggevorderd. [wederpartij] was de weduwe van [persoon]. [persoon] heeft op 13 september 2013, kort voor zijn overlijden op [datum] 2013, een uitkering van € 18.907,00 ontvangen op grond van de Regeling tegemoetkoming niet-loondienstgerelateerde slachtoffers van mesothelioom en asbestose. Bij de vaststelling van het recht op huurtoeslag van [wederpartij] voor het jaar 2022 is de Dienst Toeslagen uitgegaan van een rendementsgrondslag van € 32.968,00. Voor het jaar 2022 was een bedrag van € 31.747,00 toegestaan. De Dienst Toeslagen heeft daarom het besluit van 11 augustus 2023 genomen. In het besluit van 19 januari 2024, waarbij de Dienst Toeslagen die beslissing in stand heeft gelaten, heeft de Dienst Toeslagen het standpunt ingenomen dat geen aanleiding bestaat om de TNS-uitkering als bijzonder vermogen buiten beschouwing te laten bij de berekening van de rendementsgrondslag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1937
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502289/1/A2

202502638/1/A2

Bij besluit van 27 februari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leidschendam-Voorburg aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. [appellant] is sinds 23 november 2017 mede-eigenaar van een perceel aan het Wilsveen te Leidschendam. De noordkant van zijn perceel bevat een geasfalteerde strook grond, die grenst aan de openbare weg. Bij een controle op 5 januari 2024 hebben toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat er op de parkeerstrook plantenbakken en boomstammen, en een bord met de tekst ‘Eigen terrein, art. 461 WvS’ waren geplaatst. Hiervan is een rapport van bevindingen opgesteld. Voor het plaatsen van de voorwerpen was geen vergunning verleend. Het college heeft aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, wegens overtreding van artikel 2:10 van de APV. De last houdt in dat de plantenbakken, boomstammen en de geplaatste borden ‘eigen terrein’ op de parkeerstrook ter hoogte van [locatie] in Leidschendam moeten worden verwijderd en dat er geen voorwerpen worden teruggeplaatst. [appellant] moet de overtreding binnen twee weken beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1933
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202502638/1/A2

202502705/1/V6

Bij besluit van 30 november 2021 heeft de minister van Defensie een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren (het verzoek), afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit en verblijft in Afghanistan. Op 17 september 2021 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij in 2008 gedurende vijf maanden in dienst van Afghan Security Guard op Kamp Holland in Uruzgan, Afghanistan, heeft gewerkt als tolk. Volgens [appellant] loopt hij door deze werkzaamheden gevaar in Afghanistan. De minister heeft het verzoek beoordeeld aan de hand van de Werkafspraken tolken (de Tolkenregeling). Zij heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] volgens haar niet voldoet aan de vereisten om naar Nederland te worden overgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1869
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202502705/1/V6

202502843/1/A2

Op 30 september 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aanvraag van het UMCU om het Regionaal Academisch Kankercentrum Utrecht (RAKU) te erkennen als een expertisecentrum voor zeldzame aandoeningen (ECZA) voor de aangevraagde clusters van aandoeningen, waaronder de aandoening ‘gastro-intestinale stromale tumor’ (GIST), ingewilligd. Expertisecentra met veel kennis van zeldzame aandoeningen delen hun kennis in Europa via Europese referentienetwerken (ERN). Ieder ERN heeft een specialisme. Artikel 12, eerste lid, van Richtlijn 2011/24/EU van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 betreffende de toepassing van de rechten van patiënten bij grensoverschrijdende gezondheidszorg (de patiëntenrichtlijn) bepaalt dat de Europese Commissie de lidstaten ondersteunt bij het opzetten van ERN’s. De rechtbank heeft geoordeeld dat de erkenning van een zorgaanbieder als ECZA een besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1932
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202502843/1/A2

202503638/1/A2

Bij besluit van 25 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aa en Hunze een handhavingsverzoek van de Stichting niet in behandeling genomen. De Stichting is een belangenbehartiger voor de ontwikkeling van beleid op het terrein van homo/lesbische emancipatie. De Stichting heeft volgens de statuten onder meer als doel te streven naar het open houden van openbare verzorgingsplaatsen, parkeerplaatsen en andere plaatsen zonder voorzieningen en behartigt de belangen van al de bezoekers daarvan. Ook heeft de Stichting tot doel het open houden van homo-ontmoetingsplaatsen (hop) en de behartiging van de belangen van de bezoekers van deze plaatsen. De Stichting heeft verschillende handhavingsverzoeken ingediend die betrekking hebben op activiteiten die worden uitgevoerd rondom de Grote Moere in Grolloo, waar volgens de Stichting ook een hop is gelegen. Onder meer is verzocht handhavend op te treden tegen het dempen van de plas ‘de Grote Moere’ en de aanleg van een permanente mountainbike-route. De activiteiten zouden volgens de Stichting plaatsvinden zonder dat de uitvoerder daarvan beschikt over de daarvoor noodzakelijke vergunning. In geschil is of de Stichting belanghebbende is bij de verzoeken tot handhaving in de zin van artikel 1:2 van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1946
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503638/1/A2

202503808/1/A3

Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de burgemeester van Utrecht aan de Vof een last onder dwangsom opgelegd. [vennoot A], [vennoot B] en [vennoot C] zijn de vennoten van de Vof en exploiteren twee horecagelegenheden, een afhaalzaak en een restaurant. [bedrijf] is een afhaalzaak aan de [locatie 1] in Utrecht en aan de overkant van de afhaalzaak, aan de [locatie 2], ligt [appellante]. Op 18 november 2023 en 20 januari 2024 is door een toezichthouder van de gemeente Utrecht geconstateerd dat het horecabedrijf aan de [locatie 1], de afhaalzaak, voor het publiek geopend was zonder dat er een leidinggevende aanwezig was. Bij besluit van 26 februari 2024 heeft de burgemeester aan de Vof daarom een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 14, eerste lid, van de Verordening horeca gemeente Utrecht (Verordening). In dit besluit wordt de Vof gelast de afhaalzaak niet voor het publiek geopend te hebben en te houden als er geen leidinggevende aanwezig is die op het aanhangsel bij de exploitatievergunning staat vermeld of een persoon wiens bijschrijving is gemeld en die melding is bevestigd. Op 20 juli en 19 december 2024 heeft een toezichthouder van de gemeente Utrecht geconstateerd dat weer geen leidinggevende aanwezig was in de afhaalzaak toen deze open was voor publiek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1947
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202503808/1/A3

202503859/1/A2

Bij besluit van 12 januari 2024 heeft de staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap de aan [appellant] verleende subsidie vastgesteld op nihil. [appellant] is eigenaar van [pand] in Loosdrecht, rijksmonumentnummer 506228 (het monument). Hij heeft in het kader van de Subsidieregeling instandhouding monumenten (Sim) een aanvraag ingediend voor een instandhoudingssubsidie. De staatssecretaris heeft de aanvraag bij besluit van 30 augustus 2016 toegewezen tot een bedrag van € 40.614,00. De staatssecretaris heeft na afloop van de subsidieperiode op grond van artikel 4:46, tweede lid, onder a en b, van de Algemene wet bestuursrecht de subsidie vastgesteld op nihil. [appellant] heeft volgens de staatssecretaris de subsidie niet verantwoord met het overleggen van een prestatieverklaring en inspectierapport van de gesubsidieerde werkzaamheden. Daarbij komt dat de door [appellant] gestelde verbouwingswerkzaamheden zijn uitgevoerd in 2015 en andere werkzaamheden zijn dan die in het instandhoudingsplan zijn opgenomen. Die kosten zijn daarom niet subsidiabel in het kader van de Sim.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1917
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202503859/1/A2

202504191/1/A3

[appellant] heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verzocht om openbaarmaking van onder meer de detailtekeningen uit het gemeentearchief van de dakconstructie en fundering van de aanbouw van de woning van zijn buren. Het hoger beroep ziet op de openbaarmaking van de detailtekeningen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de zoekslag volledig is geweest. Volgens [appellant] is de zoekslag niet overtuigend en niet concreet. De rechtbank is verder volgens [appellant] voorbijgegaan aan de verantwoordelijkheid van het college voor het verdwijnen van de detailtekeningen en de schadelijke gevolgen voor hem. De detailtekeningen zijn namelijk essentieel voor de veiligheid en waardering van zijn woning. Een civiele procedure zal het probleem volgens [appellant] niet verhelpen. [appellant] vindt dat het college een onafhankelijk bouwkundig onderzoek moet verrichten om nieuwe detailtekeningen te krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2155
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202504191/1/A3

202504437/1/A3

[appellant] had met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een overeenkomst gesloten waarbij hij als dokter COVID sneltesten zou uitvoeren. [appellant] kon eenmaal per maand een verzamelfactuur verzenden voor de uitgevoerde sneltesten aan het ministerie. De minister heeft onderzoek laten doen naar de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door [appellant] ingediende facturen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2127
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504437/1/A3

202504587/1/A2

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering van € 5.000,00 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (schadefonds) toegekend. Op 7 maart 2024 heeft [appellante] een aanvraag om een uitkering uit het schadefonds ingediend. Ter toelichting van deze aanvraag heeft zij aangevoerd dat zij tussen 1994 en 2014 het slachtoffer is geworden van stelselmatige ernstige mishandeling, waarbij zij is geschopt, geslagen, opgesloten, geen eten kreeg en buiten moest slapen. De CSG heeft [appellante] een uitkering in letselcategorie 3 toegekend. De CSG heeft daartoe In het besluit van 1 juli 2024, onder verwijzing naar de door [appellante] gestelde mishandelingen, uiteengezet dat dit misdrijf op zichzelf zo ernstig is, dat het bijna altijd grote gevolgen voor het slachtoffer heeft en dat er daarom van wordt uitgegaan dat [appellante] door dit geweld ernstig psychisch letsel heeft opgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1944
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202504587/1/A2

202506203/1/A2

Bij beslissing van 14 augustus 2025 heeft de examencommissie van de School of Business and Economics van de VU het verzoek van [appellant] om een extra herkansing van het tentamen van het vak ‘Investments’ van de pre-master Finance afgewezen. [appellant] volgde de pre-master Finance van februari 2025 tot juli 2025. Om toegelaten te worden tot de masteropleiding Finance moest hij alle vakken van de pre-master behalen. Voor ieder vak van de pre-master zijn er twee tentamengelegenheden. [appellant] heeft beide tentamens van één vak niet behaald, namelijk het vak ‘Investments’. Voor zijn hertentamen van 30 juni 2025 is het cijfer 5,37 toegekend. De overige vakken van de pre-master heeft hij wel behaald. [appellant] heeft op 14 juli 2025 verzocht om een extra herkansing van het tentamen van het vak wegens persoonlijke omstandigheden. Hij heeft in de voorafgaande weken het nieuws gehad dat zijn stiefvader ongeneeslijk ziek is. Bij beslissing van 14 augustus 2025 heeft de examencommissie het verzoek van [appellant] om een extra herkansing afgewezen. Zij heeft daarbij het standpunt ingenomen dat er in een pre-master geen uitzonderingen mogelijk zijn op de regel dat studenten alle vakken moeten behalen en er geen extra herkansingen worden aangeboden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1924
Datum uitspraak
8 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506203/1/A2

202600733/2/A2

Bij besluit van 29 augustus 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] afgewezen. [wederpartij] heeft op 1 augustus 2024 een zogenoemde herbeoordeling van kinderopvangtoeslag aangevraagd in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de aanvraag na afloop van de wettelijke termijn op 2 januari 2024 is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)) en er geen bijzondere omstandigheden zijn om een uitzondering te maken. [wederpartij] heeft met een beroep op de hardheidsclausule (artikel 9.1 van de Wht) aangevoerd dat haar aanvraag toch inhoudelijk moet worden beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1910
Datum uitspraak
7 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600733/2/A2

202600737/2/A2

Bij besluit van 1 oktober 2024 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] afgewezen. [wederpartij] heeft op 12 augustus 2024 een zogenoemde herbeoordeling van kinderopvangtoeslag aangevraagd in het kader van de hersteloperatie toeslagen. De Dienst Toeslagen heeft de aanvraag niet inhoudelijk beoordeeld, omdat de aanvraag na afloop van de wettelijke termijn op 2 januari 2024 is ingediend (artikel 6.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (de Wht)) en er geen bijzondere omstandigheden zijn om een uitzondering te maken. [wederpartij] heeft met een beroep op de hardheidsclausule (artikel 9.1 van de Wht) aangevoerd dat haar aanvraag toch inhoudelijk moet worden beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1911
Datum uitspraak
7 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202600737/2/A2

BRS.26.001242

Bij besluit van 20 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1871
Datum uitspraak
7 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001242

BRS.26.001515

Bij besluit van 28 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1907
Datum uitspraak
7 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001515

BRS.26.001589

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1904
Datum uitspraak
7 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001589

202501173/1/V3

Bij besluit van 22 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1878
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501173/1/V3

202501593/1/V1

Bij besluit van 12 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1877
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501593/1/V1

202600522/3/R1

Bij besluit van 15 december 2025 heeft de raad van de gemeente Beesel het "TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22c Integraal Kindcentrum Beesel" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Beesel vastgesteld. Het wijzigingsbesluit voorziet in een integraal kindcentrum (IKC) op de helft van het meest zuidwestelijk gelegen voetbalveld op het terrein van het sportpark "De Solberg" aan de Sint Antoniusstraat in Beesel. De andere helft van het voetbalveld wordt ingezet voor een sportfunctie. Het IKC biedt huisvestiging aan de basisschool ’t Spick, een gymzaal, een kinderopvang en een dagbesteding voor ouderen. Het terrein rondom het IKC wordt ingericht met onder andere speelplaatsen, natuur, hemelwaterberging en parkeervoorzieningen. Het wijzigingsbesluit voorziet niet in de wijziging van de overige voetbalvelden van het sportpark. [verzoeker] woont op ongeveer 150 meter afstand van de locatie waar het besluit tot wijziging op ziet. [verzoeker] is niet tegen de komst van het IKC, maar hij heeft wel bezwaren tegen de besluitvorming en hij heeft bezwaar tegen een deel van het bouwprogramma.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1863
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202600522/3/R1

BRS.26.001095

Bij besluit van 26 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1857
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001095

BRS.26.001190

Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1799
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001190

BRS.26.001233

Bij besluit van 13 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1861
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001233

BRS.26.001265

Bij besluit van 14 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1797
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001265

BRS.26.001283 en BRS.26.001284

Bij besluit van 2 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1868
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001283 en BRS.26.001284

BRS.26.001316 en BRS.26.001317

Bij besluit van 22 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1874
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001316 en BRS.26.001317

BRS.26.001327

Bij besluit van 19 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1875
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001327

BRS.26.001444

Bij besluit van 8 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1886
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001444

BRS.26.001449

Bij besluit van 9 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1798
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001449

BRS.26.001580

Bij besluit van 19 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1870
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001580

BRS.26.001604

Bij besluiten van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1873
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001604

BRS.26.001620

Bij besluiten van 16 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1885
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001620

202505791/2/A2

Ten aanzien van zaak nr. 202505791/1/A2, die op 9 april 2026 op zitting zal worden behandeld, heeft mr. G.T.J.M. Jurgens (de staatsraad), die als lid van de enkelvoudige kamer belast is met de behandeling van deze zaak, op 1 april 2026 het verzoek gedaan zich te mogen verschonen. De staatsraad heeft te kennen gegeven dat zij bij de voorbereiding van deze zaak heeft geconstateerd dat het College van Beroep voor de Examens van de Universiteit Utrecht een van de partijen is. De staatraad is als hoogleraar bestuursrecht aan de Universiteit Utrecht verbonden. Om iedere schijn van vooringenomenheid bij de behandeling van deze zaak te voorkomen, heeft de staatsraad verzocht zich te mogen verschonen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1865
Datum uitspraak
3 april 2026
  • Verschoning
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505791/2/A2

202505260/2/R3

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het projectbesluit "Optimalisatie waterberging De Onlanden" vastgesteld. Het projectbesluit heeft betrekking op het gebied "De Onlanden". De Onlanden is een gebied van ongeveer 1.750 hectare dat ten zuidwesten van de stad Groningen is gelegen, op de grens van Groningen en Drenthe. In de huidige situatie wordt het gebied al gebruikt om water op te vangen bij extreme neerslag. Het gebied heeft een waterbergingscapaciteit van ongeveer 7,5 miljoen m3 water. Het projectbesluit voorziet in de maatregelen die nodig zijn om het extra water in het gebied te kunnen bergen. Het gaat onder meer om het plaatsen van twee nieuwe stuurbare stuwen aan de Hooiweg, het aanpassen van de Doolhofstuw en het ophogen van kades. [verzoeker sub 1] en [verzoekster sub 2] hebben een verzoek om voorlopige voorziening ingediend, omdat er werkzaamheden plaatsvinden waarmee de maatregelen waar het projectbesluit in voorziet worden verricht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1862
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202505260/2/R3

202600645/2/A3

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 20 januari 2026 van de rechtbank Noord­-Nederland. De burgemeester van Emmen heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1916
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202600645/2/A3

BRS.26.001105

Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een gecombineerde vergunning voor verblijf en arbeid te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1849
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001105

BRS.26.001246

Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1853
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001246

BRS.26.001341

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1854
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001341

BRS.26.001367 en BRS.26.001369

Bij besluit van 6 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1872
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001367 en BRS.26.001369

BRS.26.001569

Bij besluit van 1 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1855
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001569

202305313/3/R4

[appellanten] hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Nunspeet van 29 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Functieverandering omgeving [locatie] gemeente Nunspeet". De raad heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de ongeschoonde versies van de interne memo en de overeenkomsten kennis zal nemen. Volgens de raad zou openbaarmaking van de namen die in de interne memo staan vermeld de persoonlijke levenssfeer van de betrokken personen onevenredig aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1866
Datum uitspraak
2 april 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202305313/3/R4

BRS.26.000422

Bij besluit van 14 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1785
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000422

BRS.26.001119 en BRS.26.001474

Bij besluiten van 16 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1801
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001119 en BRS.26.001474

BRS.26.001173

Bij besluit van 22 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1784
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001173

BRS.26.001226

Bij besluit van 17 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1786
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001226

BRS.26.001366

Bij besluit van 12 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1787
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001366

BRS.26.001532

Bij besluit van 30 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten, een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd en hem gesignaleerd in het Schengeninformatiesysteem (SIS).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1850
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001532

202201857/1/A3 en 202201863/1/A3

Bij besluiten van 15 mei 2020 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten de eindrapporten van de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd over [bedrijf A] en [bedrijf B] (de eindrapporten) openbaar te maken. [bedrijf A] en [bedrijf B] zijn bedrijven die melatonine-houdende producten verhandelen. In een brief van 31 oktober 2019, gericht aan bedrijven in deze branche, heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat producten met een dagdosering van 0,3 mg melatonine of meer op farmacologische wijze meerdere fysiologische functies van het menselijk lichaam beïnvloeden. Producten met een doseeradvies die leidt tot inname van 0,3 mg melatonine of meer worden daarom beschouwd als een geneesmiddel, mits voldaan is aan de criteria die voortvloeien uit de rechtspraak van het Hof van Justitie van de EU. Dat betekent dat zulke producten, voordat ze in de handel worden gebracht, geregistreerd moeten zijn als geneesmiddel en dat voor het in de handel brengen van het product een vergunning is vereist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1846
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202201857/1/A3 en 202201863/1/A3

202202196/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Utrecht aan de Faunabeheereenheid Utrecht ontheffing verleend het voor verjagen en doden van knobbelzwanen en het onklaar maken van eieren van knobbelzwanen. In de provincie Utrecht ontstaat regelmatig schade aan landbouwgewassen. Schade die wordt toegeschreven aan begrazing door knobbelzwanen. Faunabeheereenheid Utrecht heeft daarom ontheffing gevraagd aan het college van gedeputeerde staten van Utrecht om knobbelzwanen in de provincie Utrecht te mogen verjagen en doden. Het college heeft deze ontheffing verleend, omdat het doden van knobbelzwanen volgens het college nodig is om belangrijke schade aan gewassen te voorkomen. Stichting Animal Rights en Stichting Fauna4Life zijn het hier niet mee eens. In deze rechtszaak staat de vraag centraal wat ‘belangrijke schade’ is. Volgens de Afdeling bestuursrechtspraak moet het gaan om schade die meer is dan ongemak en het normale bedrijfsrisico overtreft. De schadecijfers per geval, per bedrijf of per wildbeheereenheid moeten dat aannemelijk maken, samen met de daarbij gegeven onderbouwing ten aanzien van de bedrijfstak of het gewas waarbij de schade optreedt. De Afdeling bestuursrechtspraak is van oordeel dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van belangrijke schade in de jaren voorafgaand aan het verlenen van de ontheffing. De schadecijfers voor 2018 en 2019 die specifiek betrekking hebben op het grasland ontbreken. Ook heeft het college de schadebedragen aan grasland per melding of per wildbeheereenheid onvoldoende onderbouwd. De opsomming van schadegevallen die het college heeft gegeven is niet te verifiëren aan de hand van ambtelijke rapportages of andere stukken. Bovendien verschillen het aantal schadegevallen en bedragen met de aantallen en bedragen die in het Faunabeheerplan zijn weergeven, zonder dat wordt toegelicht waarom dit zo is. Gevolg van de uitspraak is dat het college van gedeputeerde staten opnieuw moet beslissen op de bezwaren van Animal Rights en Fauna4Life tegen de ontheffing om de knobbelzwanen te mogen verjagen en te doden. Deze procedure is dus nog niet afgelopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1827
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Flora en fauna
  • uitspraakin de zaak202202196/1/A3

202300076/1/A3

Bij vier afzonderlijke besluiten van 16 april 2021 heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid de bezwaren van [appellante] tegen voornoemde bekendmakingen niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] is een onderneming mede gericht op advisering, opleiding, examinering en uitvoering op het gebied van opsporing en vernietiging van explosieven. Door de inwerkingtreding van de wijzigingen van de Regeling, het Registratieschema, het Certificatieschema en het Besluit aanwijzing kan [appellante] geen examens meer afnemen die bij een positief resultaat van de examenkandidaat kunnen leiden tot registratie van die persoon in het Register veilig werken met explosieve stoffen. [appellante] heeft bezwaar gemaakt tegen de bekendmakingen. De staatssecretaris heeft de bezwaren van [appellante] niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de staatssecretaris is de Regeling een algemeen verbindend voorschrift waartegen op grond van artikel 7:1 en artikel 8:3 van de Algemene wet bestuursrecht geen bezwaar en beroep kan worden ingesteld. De bekendmakingen van het Registratieschema en het Certificatieschema zijn volgens de staatssecretaris geen besluiten in de zin van artikel 1:3 van de Awb dan wel beleidsregels waartegen geen bezwaar of beroep kan worden ingesteld. Ten aanzien van het Besluit aanwijzing is [appellante] volgens de staatssecretaris geen belanghebbende in de zin van artikel 1:2 van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1841
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202300076/1/A3

202303220/1/R3

Bij besluit van 26 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Groningen aan [appellant sub 2] een omgevingsvergunning verleend voor het aanleggen van een vaarverbinding en pad naar de woonhuizen [locatie 1]-[locatie 2] te Haren (Gn) en voor het kappen van veertien bomen. De eigenaren van de recreatiewoningen aan de [locatie 1], [locatie 3], [locatie 4] en [locatie 2] in Haren willen een vaarverbinding realiseren tussen het Paterswoldsemeer en hun percelen. Om de percelen met het meer te verbinden, worden bestaande sloten verlengd en verbreed en wordt een nieuwe watergang gegraven. Ook wordt een onderhoudspaadje aangelegd. Om de bestaande toegang naar de ten noorden van de vaarverbinding gelegen zeven recreatiewoningen in stand te houden, wordt een ophaalbrug geplaatst. [appellant sub 2], eigenaar van het perceel [locatie 4], heeft hiervoor, mede namens de eigenaren van de drie andere recreatiewoningen aan de Meerweg, aanvragen om omgevingsvergunning ingediend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1805
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202303220/1/R3

202303575/1/R4

Bij besluit van 18 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel besloten tot invordering van een dwangsom van € 60.000,00 bij [appellante]. [appellante] exploiteert een aannemingsbedrijf op de percelen aan de [locatie] in Velddriel (de percelen). De percelen zijn kadastraal bekend onder gemeente Maasdriel, sectie M, nummers 1894, 1896, 1898, 2114 en 2115. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Buitengebied, herziening 2016". Op grond van het plan heeft een groot deel van de percelen de bestemming "Bedrijf" met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - loonbedrijf" en een kleiner deel heeft de bestemming "Agrarisch". Het college heeft bij besluit van 25 november 2021 aan [appellante] een last onder dwangsom opgelegd, vanwege de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De last strekt tot het staken en gestaakt houden van het exploiteren van een aannemingsbedrijf en het verwijderen en verwijderd houden van de opslag van goederen, materialen en stoffen in strijd met de bestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1816
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303575/1/R4

202304393/1/R3

Bij besluit van 18 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân de door Badpaviljoen Hindeloopen verbeurde dwangsom van € 110.000,- ingevorderd. Badpaviljoen Hindeloopen is eigenaar van het badpaviljoen dat is gelegen aan de Westerdijk 2 in Hindeloopen. Het badpaviljoen is een rijksmonument. Bij besluit van 21 februari 2019 heeft het college Badpaviljoen Hindeloopen gelast om de door haar uitgevoerde werkzaamheden binnen twee maanden na de verzenddatum van het besluit ongedaan te maken. Als dat niet is gebeurd, verbeurt Badpaviljoen Hindeloopen volgens dit besluit een dwangsom van in totaal € 60.000,- ineens. Badpaviljoen Hindeloopen betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college niet van invordering af hoefde te zien, omdat volgens de rechtbank het tijdig opstellen van het herstelplan niet onmogelijk zou zijn, noch qua tijd noch qua complexiteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1819
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304393/1/R3

202305047/1/R2

Bij besluit van 22 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne aan [vergunningshoudster] op grond van artikel 4.6.2 van het bestemmingsplan "Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied" en artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) een omgevingsvergunning verleend voor het huisvesten van arbeidsmigranten voor de duur van 5 jaar op het perceel [locatie] te Helenaveen. De omgevingsvergunning zoals verleend op 22 februari 2021 zag op het oprichten van een gebouw voor het huisvesten van 24 arbeidsmigranten voor de duur van 5 jaar op het perceel (een glastuinbouwlocatie) en (na deze periode) voor het permanent gebruik van dit gebouw als kantoor/kantine.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1802
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202305047/1/R2

202305143/1/R1

Bij besluit van 31 maart 2021, gewijzigd bij besluit van 8 april 2021, heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk aan [appellante sub 1A] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een bedrijfspand met kantoor ten behoeve van de vestiging van een waspeencentrum op de locatie [locatie 1] in Noordwijk. [appellante sub 1] exploiteert een onderneming voor het wassen, polijsten en verpakken van waspenen. Omdat de huidige locatie van de onderneming op een bedrijventerrein in Rijnsburg beperkingen in de bedrijfsvoering kent en onvoldoende uitbreidingsmogelijkheden heeft, heeft [appellante sub 1] op de locatie [locatie 1] grond gekocht. Het gaat om de kadastrale percelen 258 en 259. [appellante sub 1] is van plan om haar bedrijfsactiviteiten naar deze locatie te verplaatsen en uit te breiden. Het bouwplan voorziet in de bouw van een bedrijfspand met kantoor voor de vestiging van het waspeencentrum. De voorziene bebouwing heeft een oppervlakte van ongeveer 6.381 m², een goothoogte van 10,7 m en een bouwhoogte van 12,2 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1815
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305143/1/R1

202305187/1/R2

Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van het zonnepark "Nyrstar II" op de locatie tussen de Fabrieksstraat en de Hoofdstraat in Budel-Dorplein, in de gemeente Cranendonck. Kempen Airport exploiteert luchthaven Budel aan Luchthavenweg 20 in Budel. De luchthaven is gelegen direct ten noorden van het industrieterrein en zonneveld "Nyrstar II". Kempen Airport kan zich niet verenigen met de verleende omgevingsvergunning, omdat het zonneveld volgens haar zal leiden tot onaanvaardbare risico’s voor de veiligheid van inzittenden van kleine luchtvaartuigen van en naar de luchthaven. Kempen Airport is daarom in beroep gekomen tegen het besluit van 5 oktober 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1814
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305187/1/R2

202305243/1/R2

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven geweigerd een omgevingsvergunning te verlenen aan KPN voor het plaatsen van diverse reclame items aan de Hooge Zijde 28 in Eindhoven. KPN heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om aanpassingen aan te brengen aan het pand dat zij huurt en gebruikt aan de Hooge Zijde 28 in Eindhoven. KPN wil haar bedrijfsnaam en -logo aanbrengen en ook parkeer- en verwijsborden in eigen bedrijfsstijl plaatsen. KPN gebruikt het pand in strijd met het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Kapelbeemd Acht 2007". Het pand van KPN is namelijk bestemd voor bedrijven met de milieucategorie 3 en 4, terwijl de bedrijfsactiviteiten van KPN in een lagere milieucategorie vallen. Het college heeft de omgevingsvergunning geweigerd, omdat het geen aanpassingen aan het pand wil toestaan voor een gebruik dat het bestemmingsplan niet toestaat. KPN kan zich niet verenigen met de weigering van de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1821
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305243/1/R2

202307532/1/R2

Bij brief van 20 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Altena aan [appellante] meegedeeld dat haar verzoek om handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Veen en het op dat perceel bouwen zonder een omgevingsvergunning, niet inhoudelijk wordt behandeld. [appellante] heeft het college verzocht om handhavend op te treden tegen de permanente bewoning van de recreatiewoning op het perceel [locatie] in Veen (perceel) en het op dat perceel bouwen zonder een omgevingsvergunning. Het college heeft dat verzoek niet inhoudelijk behandeld, omdat [appellante] door het college niet wordt aangemerkt als een belanghebbende bij dat verzoek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1824
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307532/1/R2

202307542/1/R1

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem geweigerd aan [appellanten sub 2] een omgevingsvergunning eerste fase te verlenen om af te wijken van het bestemmingsplan voor de uitbreiding van hun woning op het perceel [locatie] te Haarlem. [appellanten sub 2] hebben een omgevingsvergunning eerste fase aangevraagd om met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo van het bestemmingsplan af te wijken om hun woning uit te breiden. Het bouwplan voorziet in een vergroting van de verdieping aan de achterzijde van de woning door de recht opgetrokken achtergevel op die verdieping 2,5 m naar achteren op te schuiven. Aan de achterzijde wordt verder de kap verhoogd en komt er een plat dak, zodat daar een tweede verdieping met stahoogte wordt gerealiseerd. Het bouwplan voorziet verder in een verlenging in hoogte van 1,36 m van het schuine dakvlak aan de voorzijde van de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1825
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307542/1/R1

202307728/1/R1

Bij besluit van 30 oktober 2023 heeft de raad van de gemeente Heiloo het bestemmingsplan "[locatie 1]" vastgesteld. [transportbedrijf] is gevestigd op het adres [locatie 2] in Heiloo. Het bedrijf wordt verplaatst om woningbouw mogelijk te maken in het gebied Zuiderloo in de kern Heiloo. Het plan maakt de hervestiging van het transportbedrijf op het perceel [locatie 1] in Heiloo mogelijk. Op dit perceel was een glastuinbouwbedrijf gevestigd. De kassen zijn inmiddels gesloopt. De schuur en de bedrijfswoning zullen blijven staan. Het perceel heeft grotendeels een enkelbestemming "Bedrijf" gekregen met de functieaanduiding "specifieke vorm van bedrijf - transportbedrijf". Het plan voorziet in verspreid liggende bouwvlakken die de oprichting van bedrijfsgebouwen en twee bedrijfswoningen mogelijk maken. Langs de randen van het perceel ligt een enkelbestemming "Groen". De gronden met deze bestemming zijn bedoeld voor de landschappelijke inpassing. De stichting richt zich op het behoud en de verbetering van onder meer de kwaliteit van natuur en milieu in de omgeving van Heiloo. Zij vreest dat het plan daarvoor nadelige gevolgen zal hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1842
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202307728/1/R1

202307934/1/A2

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag en de huurtoeslag voor [appellante] over het jaar 2022 herzien en vastgesteld op € 213,00 respectievelijk € 687,00. Op [datum] 2018 is [appellante] getrouwd met [persoon] (de toeslagpartner). Op 22 november 2021 heeft de toeslagpartner een aanvraag ingediend bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (de IND) voor een verblijfsvergunning. Vanaf 26 januari 2022 staan [appellante] en haar toeslagpartner, samen met haar meerderjarige kind, ingeschreven op haar adres. Op 16 februari 2022 heeft de IND de aanvraag van de toeslagpartner voor een verblijfsvergunning afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft aan het besluit van 22 april 2022 ten grondslag gelegd dat [appellante] vanaf 1 maart 2022 geen recht heeft op zorg- en huurtoeslag, omdat de toeslagpartner vanaf 16 februari 2022 niet rechtmatig in Nederland verblijft. Op grond van artikel 9, tweede lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (de Awir) heeft [appellante] geen aanspraak op deze toeslagen als de toeslagpartner een vreemdeling is die niet rechtmatig verblijf houdt in de zin van artikel 8 van de Vreemdelingenwet 2000 (de Vw 2000).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1831
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202307934/1/A2

202401440/1/A2

Bij besluit van 3 mei 2023 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei voor Klimaat en Energie het door Laka tegen vier subsidiebeschikkingen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. In deze zaak is in geschil of Laka belanghebbende is bij een procedure tegen vier verleende begrotingssubsidies voor de versterking van de innovatie-en kennisinfrastructuur op het gebied van nucleaire technologie. Ook is de vraag, als Laka belanghebbende zou zijn, of zij ten onrechte niet in de gelegenheid is gesteld om een aanvraag in te dienen. De minister heeft in een brief aan de Tweede Kamer van 18 november 2022 (Kamerstukken II 2022/23, 32 645, nr. 101) toegelicht hoe hij invulling wil geven aan het aangenomen amendement. In de brief staat, in de kern weergegeven, het volgende. De minister heeft een ronde-tafelbijeenkomst gehouden met de nucleaire sector. Nucleair Nederland heeft tijdens deze bijeenkomst een voorstel gepresenteerd dat al op korte termijn zorgt voor extra versterking van de nucleaire kennisbasis en infrastructuur.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1809
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202401440/1/A2

202401756/1/A2

Bij besluit van 18 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heemstede het voormalig postkantoor gelegen aan de Binnenweg 160 (het postkantoor) in Heemstede aangewezen als gemeentelijke monument. Op 29 juni 2010 en in heroverweging op 13 februari 2018 heeft het college verzoeken om het postkantoor als gemeentelijk monument aan te wijzen afgewezen. Sportveldweg Project BV is eigenaar van het postkantoor en wil dit slopen en op de locatie woningen bouwen. Hiervoor zijn de sloop- en woningbouwplannen voorgelegd. MOOI Noord-Holland heeft op verzoek van het college een advies uitgebracht over de aanwezigheid en herkenbaarheid van eventuele monumentale waarden in het postkantoor. Volgens dat advies heeft het postkantoor een hoge zeldzaamheidswaarde voor Heemstede. De erfgoedcoalitie heeft vervolgens het college gevraagd om het pand alsnog aan te wijzen als monument. In beroep was in geschil of er wel of geen aanwijzing kon volgen na de eerdere weigeringen om het postkantoor aan te wijzen als gemeentelijk monument. Daarbij is de centrale vraag of er een eerder inhoudelijk oordeel is gegeven over de cultuurhistorische en/of stedenbouwkundige en/of architectuurhistorische waarden van het postkantoor. Sportveldweg betoogt dat de rechtbank ten onrechte niet is ingegaan op de beroepsgrond dat het college in strijd met artikel 1 van het Eerste Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en fundamentele vrijheden (het Protocol) heeft gehandeld. De aanwijzing door het college legt volgens Sportveldweg een excessieve en buitensporige financiële last op haar schouders.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1813
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202401756/1/A2

202401957/1/A2

Bij besluit van 16 september 2021 heeft de Dienst Toeslagen de aanvraag van [appellante] om toekenning van kindgebonden budget over 2019 afgewezen. Op 28 juni 2018 is [appellante] door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (de IND) in het bezit gesteld van een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd (tot 28 juni 2023) voor het doel ‘verblijf als familie- of gezinslid bij haar partner’. Tot 29 november 2019 stond [appellante] in de basisregistratie personen ingeschreven op het adres van haar toenmalige partner. Hierna is zij naar eigen zeggen met haar dochters gevlucht voor geweld in de relationele sfeer en heeft zij de woning op dit adres verlaten. Uiteindelijk is zij in december 2019 in de vrouwenopvang terechtgekomen. Tot 1 augustus 2020 had zij een brievenbusadres in een vrouwenopvang. Bij besluit van 5 augustus 2020 heeft de IND de verblijfsvergunning van [appellante] ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1834
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401957/1/A2

202402899/1/R2

Bij besluit van 25 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veldhoven een verzoek om handhaving van [appellant] afgewezen. [appellant] woont in blok 1 van het appartementencomplex Abdijtuinen in Veldhoven. Het college heeft voor de bouw van het complex op 18 oktober 2007 een bouwvergunning verleend. [appellant] heeft verzocht om handhaving, omdat blok 1 van het appartementencomplex volgens hem niet aan de eisen uit het Bouwbesluit 2003 voldoet ten aanzien van brandwerendheid en de eis van het aanwezig zijn van twee vluchtroutes. Het college stelt zich op het standpunt dat met de brandoverslagberekeningen in het rapport van Peutz is aangetoond dat wordt voldaan aan de eisen van brandwerendheid uit artikel 2.106, eerste lid, van het Bouwbesluit 2003. Verder heeft het college geen onderzoek gedaan naar de vluchtroutes, omdat dit geen onderdeel van het handhavingsverzoek was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1839
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202402899/1/R2

202402910/1/R3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Teylingen besloten het bestemmingsplan "[locatie 1] en [locatie 2], Voorhout" (het bestemmingsplan) niet vast te stellen. Op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Voorhout staan meerdere kassen die zijn bestemd voor de glastuinbouw, maar daarvoor niet meer worden gebruikt. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 1]. Zowel [appellant] als de eigenaar van het perceel [locatie 2] hebben een principeverzoek ingediend, om onder meer de bedrijfswoning op het perceel met [locatie 2] om te zetten in een burgerwoning en om op het perceel met [locatie 1] een nieuwe greenportwoning te realiseren. Daarnaast ziet het verzoek op het slopen van alle bestaande agrarische bedrijfsbebouwing op beide percelen. [appellant] betoogt dat de raad de vermeende strijd met de ISG ten onrechte aan het besluit ten grondslag heeft gelegd, omdat het plan volgens [appellant] niet met de ISG in strijd is. Daarover voert hij aan dat de raad niet heeft onderkend dat het bestemmingsplan bijdraagt aan de herstructureringsopgave die de ISG beschrijft, doordat met het plan incourante en ongewenste bebouwing wordt opgeruimd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1833
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202402910/1/R3

202404138/1/R2

Bij besluit van 4 april 2024 heeft de raad van de gemeente Roosendaal het bestemmingsplan "WWC Sportstraat" vastgesteld. De raad maakt met het plan één nieuwe woonwagenstandplaats mogelijk. Deze standplaats wordt toegevoegd aan een blok van veertien bestaande standplaatsen aan de Sportstraat in Roosendaal. Door het plan moet de in- en uitrit van de achterliggende sportvereniging worden verplaatst. [appellant] woont naast het plangebied en is het niet eens met het plan, omdat het zijn woon- en leefklimaat aantast. [appellant] betoogt dat de komst van een nieuwe woonwagenstandplaats leidt tot een onevenredige aantasting van zijn woon- en leefklimaat en dat de raad dit niet voldoende heeft betrokken in de belangenafweging. Door de extra woonwagenstandplaats en de verplaatsing van de in- en uitrit van de achterliggende voetbalvereniging zal zijn uitzicht verslechteren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1823
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404138/1/R2

202404325/1/A3

Bij besluit van 15 september 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân de aanvraag van [appellant] om een ligplaatsvergunning afgewezen. [appellant] is beroepsvisser en eigenaar van de garnalenkotter […]. Op 21 juni 2021 heeft [appellant] een vergunning aangevraagd voor het innemen van een ligplaats met het schip aan de steiger voor vissersschepen in de haven van Makkum. Het college heeft deze aanvraag afgewezen en het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat het schip ten tijde van de beoordeling van de aanvraag geen vissersschip was als bedoeld in de Verordening havens en overige wateren gemeente Súdwest-Fryslân 2021 (de Verordening 2021). Volgens de rechtbank wordt niet voldaan aan het vereiste dat het schip hoofdzakelijk voor het vangen van vis of andere levende rijkdommen van de zee wordt gebruikt. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de Verordening 2021 niet van toepassing is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1838
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404325/1/A3

202404392/1/A3

Bij besluit van 13 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Het college heeft [appellant] met toepassing van de gemeentelijke Verordening havens en overige wateren Súdwest-Fryslân 2021 (de Verordening 2021) gelast om de garnalenkotter […] binnen zes weken uit de haven van Makkum te verwijderen en verwijderd te houden, bij gebreke waarvan een dwangsom van € 1.000,00 per week of gedeelte daarvan, met een maximum van € 5.000,00 wordt verbeurd. Met het besluit van 2 augustus 2023 is het college hierbij gebleven. Omdat [appellant] volgens het college niet aan de last heeft voldaan, heeft het college besloten in totaal € 5.000,00 aan verbeurde dwangsommen in te vorderen. [appellant] is het hier niet mee eens. De rechtbank heeft geoordeeld dat geen aanleiding bestaat om (onderdelen van) de Verordening 2021 buiten toepassing te laten. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het beroep van [appellant] dat het gelijkheidsbeginsel is geschonden niet slaagt. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de Verordening 2021 niet van toepassing is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1837
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404392/1/A3

202404674/1/R2

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas aan [vergunninghoudster]. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van verblijven voor arbeidsmigranten aan de [locatie] in America. Deze zaak gaat over een omgevingsvergunning voor het bouwen van 24 wooneenheden voor 144 arbeidsmigranten in het buitengebied van de gemeente Horst aan de Maas, nabij het dorp America. Aanvankelijk heeft het college de vergunning bij besluit van 6 december 2018 verleend, maar bij besluit van 19 augustus 2019 heeft het deze weer ingetrokken. Tegen deze intrekking is de maatschap in beroep en hoger beroep gegaan. Nadat de Afdeling het besluit in hoger beroep heeft vernietigd heeft het college de vergunning alsnog verleend. [appellante] verzet zich hiertegen, omdat zij vreest dat de toename van verkeer zal leiden tot onveilige situaties. Ook is zij bang dat de sociale veiligheid wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1822
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404674/1/R2

202405040/1/R2

[appellant] heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit van het college van burgemeester en wethouders van Cranendonck op zijn principeverzoek van 6 februari 2023. Op 14 april 2021 heeft het energiebedrijf Vrijopnaam B.V. namens [appellant] bij de zogenoemde regiekamer van de gemeente Cranendonk een principeverzoek ingediend voor het realiseren van een zonnepark aan de Randweg-Oost in Budel. Vrijopnaam is een bedrijf dat zonneparken ontwikkelt en exploiteert en dat een eigen leveringsvergunning heeft. Bij brief van 6 februari 2023 heeft [appellant] het college gevraagd om een formeel besluit op dit principeverzoek te nemen. De rechtbank heeft vastgesteld dat de indiening van een principeverzoek een stap betreft, zoals genoemd in paragraaf 6 van de "Visie Zonneparken Cranendonck 2019-2024" (hierna: Visie zonneparken). In de Visie zonneparken worden bepaalde processtappen beschreven die moeten worden gevolgd bij een initiatief voor een zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1810
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405040/1/R2

202406537/1/R2

Bij besluit van 14 februari 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van zonneveld "Nyrstar II West" op de locatie tussen de Fabrieksstraat en de Hoofdstraat in Budel-Dorplein, in de gemeente Cranendonck. Nyrstar heeft op 23 februari 2023 een aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend voor de aanleg van het zonneveld "Nyrstar II West" in het projectgebied. Het zonneveld is voorzien op een voormalige stortplaats op het industrieterrein van zinkfabriek Nyrstar en wordt direct naast en ten behoeve van de zinkfabriek gerealiseerd. Volgens de bij de aanvraag behorende ruimtelijke onderbouwing heeft het project een oppervlakte van ongeveer 10,43 ha, waarvan ongeveer 5,5 ha wordt aangewend voor zonnepanelen. De resterende ruimte is gereserveerd voor onderhoudspaden en een landschappelijke inpassing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1812
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202406537/1/R2

202407187/1/R2

Bij besluit van 10 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Maashorst het bestemmingsplan "CHW-bestemmingsplan Repelakker III Zeeland" (het bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de mogelijkheid 200 woningen te realiseren in het noordwesten van het dorp Zeeland, grenzend aan het bestaande woongebied Repelakker en de weg Bergmaas. Het bestemmingsplan is een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Dit betekent dat de raad gebruik heeft kunnen maken van extra mogelijkheden voor de inrichting van dit bestemmingsplan op basis van artikel 2.4 van de Chw in samenhang met artikel 7c van het Besluit uitvoering Crisis- en Herstelwet (BuChw). [appellant] woont aan de [locatie] in Zeeland. De achtertuin van zijn woning, die een L-vorm heeft, grenst aan de zuidzijde van het plangebied. [appellant] kan zich niet verenigen met het bestemmingsplan en is daartegen opgekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1843
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202407187/1/R2

202407238/1/A2

Bij besluit van 8 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas aan [appellante] van 9 november 2020 tot 4 januari 2021 een tijdelijk verbod opgelegd tot het exploiteren van haar gastouderopvang. [appellante] exploiteert een gasthouderopvang. Een oud-stagiaire van de gastoudervang heeft op 22 oktober 2020 een melding gedaan van het vertonen van fysiek en verbaal agressief gedrag door [appellante] richting haar gastkinderen. Die melding heeft geleid tot verschillende overleggen tussen de burgemeester, de politie, het openbaar ministerie (OM), de GGD en Veilig Thuis (gezamenlijk: het scenarioteam). Op 4 november 2020 is het OM naar aanleiding van de melding een strafrechtelijk onderzoek gestart.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1826
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407238/1/A2

202407242/1/A3

Bij uitspraak van 9 februari 2024, in zaak nr. 202305218/2/A3, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak het hoger beroep van [verzoekster] tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 22 juni 2023 in zaak nr. 19/1437 niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling stelt voorop dat de rechter een verzoek om herziening van een onherroepelijk geworden uitspraak alleen kan toewijzen als is voldaan aan alle criteria als bedoeld in artikel 8:119, eerste lid, van de Awb. Het is daarbij aan een verzoeker om hiervoor concrete feiten en omstandigheden te stellen en aannemelijk te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1811
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Herziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202407242/1/A3

202407543/1/R1

Bij besluit van 11 april 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Horst aan de Maas geweigerd om aan [bedrijf] een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een 24-uurszorgaccomodatie op het perceel [locatie] te Sevenum (het perceel). [bedrijf] exploiteert meer dan 10 jaren een zorgboerderij op het perceel. Op het perceel staat ook nog een bedrijfswoning en er worden dagbestedingsactiviteiten aangeboden. Het perceel ligt in de directe nabijheid van agrarisch gebruikte gronden. [bedrijf] wil op het perceel naast de bestaande activiteiten een 24-uurs zorgaccommodatie, bedoeld voor ouderen met een zorgvraag, realiseren. Daarom heeft zij een aanvraag om een omgevingsvergunning gedaan. Het bouwplan betreft een nieuw gebouw met woonvoorzieningen voor 31 personen. Het gebouw heeft een oppervlakte van ongeveer 1.390 m2. Er zal ongeveer 800 m2 aan bestaande bebouwing worden gesloopt. Tot de aanvraag behoort het stuk "24-uurszorg [locatie] Sevenum gemeente Horst aan de Maas" van 31 januari 2022, dat een ruimtelijke onderbouwing van het project bevat (de Ruimtelijke onderbouwing).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1840
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202407543/1/R1

202500331/1/A3

Bij besluit van 15 juni 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellant sub 1] een boete opgelegd van € 22.500,- voor het niet hebben van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden van haar werknemers. [appellant sub 1] exploiteert een tuindersbedrijf. Op 22 juni 2021 heeft de Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid een controle uitgevoerd bij [appellant sub 1] op de locatie aan de [locatie] in [plaats]. De controle was gericht op de naleving van de Arbeidstijdenwet (hierna: Atw) in de periode van 1 maart 2021 tot en met 20 juni 2021. De bevindingen van de controle zijn neergelegd in een boeterapport van 15 april 2022. De minister heeft naar aanleiding van het boeterapport besloten om aan [appellant sub 1] een boete van € 22.500,- op te leggen wegens overtreding van artikel 4:3, eerste lid, van de Atw. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat [appellant sub 1] geen deugdelijke registratie heeft bijgehouden van de arbeids- en rusttijden van haar werknemers, waardoor toezicht op de naleving van de Atw niet mogelijk was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1808
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202500331/1/A3

202500415/1/R3

Bij besluit van 28 november 2024 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "Folkert Elsingastraat" vastgesteld. Het plan heeft betrekking op het kantoorpand en sportcomplex tussen de Folkert Elsingastraat, De Waghemakerestraat en de Koningslaan. Het bestemmingsplan maakt de realisering van vier appartementencomplexen met maximaal 275 woningen en een parkeergarage op de begane grond alsmede sportvoorzieningen mogelijk. De appartementencomplexen zullen in opdracht van HDFE B.V. worden gerealiseerd. Een deel van de gronden is in eigendom van de gemeente. HDFE B.V. heeft gronden in erfpacht. De bewonerscommissie vreest voor een aantasting van het woon- en leefklimaat van de bewoners. De bewonerscommissie betoogt dat het fair-playbeginsel is geschonden omdat de plannen om 275 woningen mogelijk te maken op 22 juni 2022 aan de bewoners zijn gepresenteerd als een voldongen feit en omdat niet alleen ruimtelijke ordeningsbelangen maar ook privaatrechtelijke belangen aan het bestemmingsplan ten grondslag liggen. In dit kader wijst de bewonerscommissie erop dat de gemeente de eigendom van gronden in het plangebied heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1830
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202500415/1/R3

202501320/1/A2

Bij besluit van 6 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag over 2021 definitief vastgesteld op een bedrag van € 107,00. [appellante] is in 1944 geboren in Rwanda. Zij heeft de Rwandese nationaliteit. Sinds 1998 verblijft [appellante] in Nederland en in 2009 is aan haar het Nederlanderschap verleend. In 2017 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het Nederlanderschap van [appellante] ingetrokken. Uit een individueel ambtsbericht bleek volgens de staatssecretaris dat er ernstige redenen zijn om te vermoeden dat [appellante] zich in Rwanda schuldig heeft gemaakt aan handelingen en/of misdrijven als bedoeld in artikel 1(F) van het Vluchtelingenverdrag. De Afdeling heeft in de procedure hierover het hoger beroep van [appellante] ongegrond verklaard (uitspraak van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:114). De intrekking van het Nederlanderschap van [appellante] is daardoor per 20 januari 2021 in rechte onaantastbaar geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1818
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501320/1/A2

202501934/1/A2

Bij besluit van 4 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenburg aan de Geul de aanvraag van [appellante A] en [appellante B] om nadeelcompensatie en om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. In hoger beroep ligt ter beoordeling voor of het college mocht tegenwerpen dat [appellante B] en [appellante A] het risico op het ontstaan van schade en planologisch nadeel als gevolg van de herinrichting van het centrumgebied van Valkenburg actief hebben aanvaard. [persoon A] is de enige bestuurder en aandeelhouder van [appellante B]. [appellante B] exploiteert een HEMA-vestiging in Valkenburg. Verder is [persoon A] de enige bestuurder en aandeelhouder van [appellante A] die de bedrijfsruimte waarin deze HEMA gevestigd is, in eigendom heeft en aan [appellante B] verhuurt. [appellante B] heeft op 9 december 2014 een verzoek om nadeelcompensatie en om een tegemoetkoming in planschade ingediend, omdat zij omzet heeft gemist. Daarbij heeft zij gewezen op verschillende besluiten die zijn genomen in het kader van de grondige herinrichting van het centrumgebied van Valkenburg en de feitelijke uitvoering van die besluiten. Verder heeft [appellante A] op 26 maart 2015 een verzoek om nadeelcompensatie en om een tegemoetkoming in planschade ingediend, omdat zij vanwege dezelfde herinrichting van het centrumgebied van Valkenburg huurinkomsten heeft gederfd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1844
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501934/1/A2

202502130/1/A2

Bij besluit van 20 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] heeft op 16 augustus 2022 een urgentieverklaring op grond van sociale omstandigheden aangevraagd. Na zijn scheiding is de echtelijke woning aan zijn ex-echtgenote toegewezen. Aan de aanvraag heeft hij onder meer ten grondslag gelegd dat hij wil dat de twee oudste kinderen, geboren [geboortedatum] 2005 en [geboortedatum] 2010, bij hem kunnen wonen. Volgens [appellant] is het verblijf bij hun moeder zeer problematisch en onhoudbaar. Het college heeft zich in de schriftelijke uiteenzetting op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang meer heeft en dat zijn hoger beroep daarom niet-ontvankelijk moet worden verklaard. [appellant] woont sinds 13 oktober 2025 in een zelfstandige sociale huurwoning aan de [locatie] in Amsterdam en staat op dit adres ingeschreven in de Basisregistratie personen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1803
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502130/1/A2

202502141/1/A2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het bestuur van de raad voor rechtsbijstand de vergoeding voor de door [appellante] verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 1.163,54. [appellante] heeft als advocaat rechtsbijstand verleend in een asielzaak op basis van een toevoeging met nummer 1JW5491. Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft de raad aan [appellante] een vergoeding toegekend voor de door haar verrichte werkzaamheden in de algemene asielprocedure. De raad heeft aan [appellante] geen toeslag verlengde asielprocedure (VA-toeslag) toegekend. De raad heeft zijn besluit om geen VA-toeslag toe te kennen, gebaseerd op artikel 5a, tweede lid, van het Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000 (Bvr), zoals dat geldt vanaf 1 september 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1804
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202502141/1/A2

202502232/1/A2

Bij besluiten van 8 september 2022 heeft de minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening een aanvraag van [appellante] ([appellante]) om een definitieve investeringsverklaring voor haar investering in 30 woningen in een (zorg)complex in Heemstede afgewezen. [appellante] is een toegelaten instelling, zoals bedoeld in artikel 19 van de Woningwet. In het kader van haar takenpakket heeft zij opdracht gegeven tot realisatie van het project Slottuin. Binnen dit project zijn, onder meer, 30 woningen gerealiseerd die worden verhuurd aan Stichting Zorgbalans (Zorgbalans), die op haar beurt de woningen ter beschikking stelt aan haar cliënten die zijn geïndiceerd op grond van de Wet langdurige zorg (de Wlz). [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de zorgwoningen niet kunnen worden aangemerkt als voor verhuur bestemde woonruimten. De 30 woningen zijn zelfstandige wooneenheden. [appellante] verhuurt de woningen aan Zorgbalans, in de zin van artikel 7:201 van het BW. Alleen al deze omstandigheid maakt dat de woningen voor verhuur zijn bestemd. De rechtbank heeft over de huurovereenkomst tussen haar en Zorgbalans ten onrechte overwogen dat deze niet ziet op de huur van woningen, maar op de huur van een complex als bedrijfsruimte, aldus [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1807
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202502232/1/A2

202502931/1/A3

Bij besluit van 23 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvraag van [appellant] om afgifte van een verklaring omtrent het gedrag (VOG) afgewezen. [appellant] wil als taxichauffeur werken en heeft daarom op 1 mei 2024 een VOG voor een chauffeurskaart aangevraagd. De staatssecretaris heeft de afgifte van de VOG geweigerd en deze weigering in bezwaar gehandhaafd. Daaraan heeft hij ten grondslag gelegd dat [appellant] volgens registratie in het Justitieel Documentatie Systeem (JDS) onherroepelijk is veroordeeld voor onder meer het medeplegen van heling, het overtreden van de Wet wapens en munitie, diefstal in vereniging met braak, het aanwezig hebben van drugs, openlijke geweldpleging, belediging van een ambtenaar in functie en diverse verkeersovertredingen. Volgens de staatssecretaris is daarmee niet voldaan aan het objectieve criterium. Gelet op het plegen van strafbare feiten die bij uitstek niet te verenigen zijn met het doel van de aanvraag, weegt volgens de staatssecretaris het belang van de samenleving bij bescherming zwaarder dan het belang van [appellant] bij het verkrijgen van de VOG.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1806
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202502931/1/A3

202502979/1/A2

Bij besluit van 31 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont sinds 2011 met zijn echtgenote en twee minderjarige kinderen, in een tweekamerwoning van circa 44 m², gelegen aan het [locatie] te Amsterdam. Sinds 2018/2019 ondervindt het gezin structurele problemen met schimmelvorming in de woning. [appellant] heeft op grond van medische omstandigheden een aanvraag om urgentie ingediend. Het college heeft de aanvraag van [appellant] afgewezen. Op grond van artikel 2.10.5, eerste lid, onder b, c en d van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2024 (Hvv) weigert het college een urgentieverklaring te verlenen als het urgente huisvestingsprobleem niet aanwezig is, het huisvestingsprobleem kan worden voorkomen of op andere wijze kan worden opgelost door gebruik te maken van een ander voorziening. [appellant] keert zich tegen het oordeel van de rechtbank dat het college terecht de urgentieverklaring heeft geweigerd en mocht afzien van toepassing van de hardheidsclausule.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1845
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502979/1/A2

202503192/1/A3

Bij besluit van 24 augustus 2023 heeft de burgemeester van Tilburg aan De Baron een alcoholwetvergunning en een exploitatievergunning verleend. De Baron exploiteert een brasserie en restaurant in Udenhout. Daarvoor heeft zij een alcoholwet- en exploitatievergunning aangevraagd, die de burgemeester allebei heeft verleend. Met deze vergunningen heeft de burgemeester De Baron toegestaan dat zij alcohol mag schenken. Ook mag zij een café/restaurant met twee terrassen exploiteren. [partij A] en anderen zijn het er niet mee eens. Volgens hen had de exploitatievergunning niet verleend mogen worden, omdat de woon- en leefsituatie in de omgeving op ontoelaatbare wijze wordt beïnvloed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1820
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202503192/1/A3

202503642/1/A2

Bij besluit van 28 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verkeersbesluit "nul-emissiezone Eindhoven 2025" vastgesteld. Deze uitspraak gaat over het verkeersbesluit van 28 mei 2024 waarbij het college heeft besloten tot het instellen van een nul-emissiezone voor bedrijfs- en vrachtauto’s per 1 januari 2025 binnen de stadsring van Eindhoven. Een nul-emissiezone betekent dat deze voertuigen uitstootvrij moeten zijn om in de zone te rijden. De uitspraak gaat in het bijzonder over de vraag of het bedrijventerrein aan de Hallenweg uitgezonderd zou moeten worden van de ingestelde nul-emissiezone. [appellant] en anderen hebben beroep ingesteld tegen het verkeersbesluit van 28 mei 2024. Zij zijn ondernemers die hun bedrijf uitoefenen binnen het bedrijventerrein aan de Hallenweg, gelegen binnen de stadsring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1835
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202503642/1/A2

202504084/1/R3

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan Provast Groep Ontwikkeling B.V. (Provast) een omgevingsvergunning verleend voor de bouw en voor de activiteit ‘handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening’ ten behoeve van een woon/kantoortoren met commerciële plint aan het Delftseplein naast het centraal station in Rotterdam. De aanvragen van Provast hebben betrekking op de realisatie van een woon/kantoortoren met commerciële plint aan het Delftseplein (het Tree House). De voorziene toren ligt in het gebied Rotterdam Central District, dat op grond van artikel 2.18 van de Chw aangewezen is als ‘lokaal project van nationale betekenis’. De voorziene toren heeft 37 verdiepingen en een totale hoogte van ongeveer 133 meter. De voorziene toren bestaat uit een souterrain met een ondergrondse fietsparkeergarage, een commerciële plint op de begane grond en de 1e verdieping, acht kantoorverdiepingen op de 2e tot en met de 9e verdieping, een ruimte voor techniek en een kantoorruimte op de 10e verdieping en 299 woningen op de 11e tot en met de 37e verdieping. Bewonersvereniging Provenierswijk en anderen betogen dat er geen participatie heeft plaatsgevonden met hen, terwijl het Tree House grote milieueffecten zal hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1836
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504084/1/R3

202505740/1/R4

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk zijn beslissing om op 23 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening gemeente Rijswijk 2021 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 159,05 voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een afvalzak met daarin een papierstuk, die op 23 september 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainers ter hoogte van de Prins Johan Friso Promenade 111 in Rijswijk. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de afvalzak met daarin een papierstuk, verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het papierstuk staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1829
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505740/1/R4

202505870/1/A2

Bij beslissing van 14 juli 2025 heeft de examencommissie van de opleiding International Business van de Hogeschool van Amsterdam aan [appellante] een negatief bindend studieadvies (hierna: NBSA) gegeven. [appellante] is in het studiejaar 2023/24 begonnen met de opleiding International Business aan de Hogeschool van Amsterdam. De examencommissie geeft aan iedere student aan het einde van diens eerste jaar van inschrijving voor de propedeutische fase van de opleiding advies over de voortzetting van de opleiding. Ingevolge artikel 5.1, derde lid, van de Onderwijs- en Examenregeling van de HvA heeft dit advies een negatief bindend karakter als de student minder dan 50 studiepunten uit de propedeutische fase heeft behaald aan het einde van het eerste jaar. In het studiejaar 2023/24 heeft [appellante] problemen gehad met haar visum. In dat studiejaar, waarin zij de studievoortgangsnorm niet had gehaald, is de verplichting tot het geven van een advies opgeschort.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1817
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505870/1/A2

202505923/1/A2

Bij beslissing van 18 september 2025 heeft het college van bestuur van de Vrije Universiteit Amsterdam het verzoek van [appellant] om inschrijving voor de masteropleiding Business Administration in studiejaar 2025-2026, afgewezen. [appellant] heeft een bacheloropleiding Bioinformatics gevolgd aan de University of Birmingham in Engeland. Hij heeft op 1 november 2024 verzocht om inschrijving voor de masteropleiding Business Administration aan de VU in studiejaar 2025-2026. [appellant] moest uiterlijk op 31 augustus 2025 onder meer een diploma van zijn bacheloropleiding indienen om te voldoen aan de inschrijvingsvoorwaarden van de VU. [appellant] voert aan dat het CvB ten onrechte heeft geconcludeerd dat hij niet voldoet aan de inschrijvingsvoorwaarden. De toelatingscommissie heeft hem op 2 september 2025 een positief toelatingsbesluit gegeven. In het toelatingsbesluit staat ook dat hij onvoorwaardelijk is toegelaten. Daarbij komt dat het toelatingsbesluit na 1 september 2025 is genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1828
Datum uitspraak
1 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505923/1/A2
vorige pagina1...456...1.242volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon