Uitspraak 202504191/1/A3
- ECLI
- ECLI:NL:RVS:2026:2155
- Datum uitspraak
- 8 april 2026
- Inhoudsindicatie
- [appellant] heeft het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn verzocht om openbaarmaking van onder meer de detailtekeningen uit het gemeentearchief van de dakconstructie en fundering van de aanbouw van de woning van zijn buren. Het hoger beroep ziet op de openbaarmaking van de detailtekeningen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de zoekslag volledig is geweest. Volgens [appellant] is de zoekslag niet overtuigend en niet concreet. De rechtbank is verder volgens [appellant] voorbijgegaan aan de verantwoordelijkheid van het college voor het verdwijnen van de detailtekeningen en de schadelijke gevolgen voor hem. De detailtekeningen zijn namelijk essentieel voor de veiligheid en waardering van zijn woning. Een civiele procedure zal het probleem volgens [appellant] niet verhelpen. [appellant] vindt dat het college een onafhankelijk bouwkundig onderzoek moet verrichten om nieuwe detailtekeningen te krijgen.
- Hoger beroep
- Mondelinge uitspraak
- Openbaarheid
Toon inhoud
202504191/1/A3.
Datum uitspraak: 8 april 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Apeldoorn,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 16 juni 2025 in zaak nr. 24/6099 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn.
Openbare zitting gehouden op 8 april 2026 om 14:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. D. Singh
Verschenen:
[appellant], bijgestaan door [gemachtigde];
het college, vertegenwoordigd door mr. R.S. Boersma;
[appellant] heeft het college verzocht om openbaarmaking van onder meer de detailtekeningen uit het gemeentearchief van de dakconstructie en fundering van de aanbouw van de woning van zijn buren.
Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft het college dit verzoek deels toegewezen op grond van de Wet open overheid en aan [appellant] enkele documenten verstrekt. De specifieke detailtekeningen waar hij om verzoekt zijn niet bijgevoegd. Het college stelt deze documenten niet te hebben, daarom kan het college die ook niet overleggen.
Bij besluit van 31 juli 2024 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 16 juni 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Niet in geschil is dat de door [appellant] opgevraagde detailtekeningen niet bij het college berusten. De rechtbank heeft geoordeeld dat de zoekslag van het college naar de ontbrekende documenten volledig is geweest. Het college heeft onder meer een interne zoekslag verricht in de eigen digitale en papieren archieven en bij de buren van [appellant] nagevraagd of zij beschikken over de detailtekeningen. Ook heeft het college navraag gedaan bij de vorige bewoners en de bij de bouwvergunning betrokken architect. Uit het dossier en wat op de zitting is besproken volgen geen aanwijzingen dat de zoekslag van het college onvoldoende is geweest, aldus de rechtbank. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak van de rechtbank.
De Afdeling
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Overwegingen:
1. Het hoger beroep ziet op de openbaarmaking van de detailtekeningen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de zoekslag volledig is geweest. Volgens [appellant] is de zoekslag niet overtuigend en niet concreet. De rechtbank is verder volgens [appellant] voorbijgegaan aan de verantwoordelijkheid van het college voor het verdwijnen van de detailtekeningen en de schadelijke gevolgen voor hem. De detailtekeningen zijn namelijk essentieel voor de veiligheid en waardering van zijn woning. Een civiele procedure zal het probleem volgens [appellant] niet verhelpen. [appellant] vindt dat het college een onafhankelijk bouwkundig onderzoek moet verrichten om nieuwe detailtekeningen te krijgen.
2. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 4.3. opgenomen overweging, waarop dat oordeel is gebaseerd. Vast staat dat de detailtekeningen niet onder het college berusten. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat er geen aanwijzingen zijn dat de zoekslag van het college onvoldoende is geweest.
w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Singh
griffier
990