Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202504437/1/A3

Uitspraak 202504437/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2127
Datum uitspraak
8 april 2026
Inhoudsindicatie
[appellant] had met de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport een overeenkomst gesloten waarbij hij als dokter COVID sneltesten zou uitvoeren. [appellant] kon eenmaal per maand een verzamelfactuur verzenden voor de uitgevoerde sneltesten aan het ministerie. De minister heeft onderzoek laten doen naar de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door [appellant] ingediende facturen.
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Hoger Beroep - Overige

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202504437/1/A3.
Datum uitspraak: 8 april 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 4 juli 2025 in zaak nr. 24/304 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Openbare zitting gehouden op 8 april 2026 om 16:00 uur.

Tegenwoordig:
Staatsraad mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer
griffier: mr. D. Singh

Verschenen:
[appellant], vertegenwoordigd door mr. H.H.M. Meijroos, advocaat in Den Haag;
de minister, vertegenwoordigd door mr. E.S. Fakili;

[appellant] had met de minister een overeenkomst gesloten waarbij hij als dokter COVID sneltesten zou uitvoeren. [appellant] kon eenmaal per maand een verzamelfactuur verzenden voor de uitgevoerde sneltesten aan het ministerie. De minister heeft onderzoek laten doen naar de rechtmatigheid en doelmatigheid van de door [appellant] ingediende facturen.

Op 13 april 2022 heeft Ernst & Young Forensic & Integrity Services gerapporteerd over de (administratieve) onderbouwing en de daaraan ten grondslag liggende (administratieve) bescheiden van de door [appellant] gefactureerde sneltesten.

Op 19 mei 2022 heeft de minister aan [appellant] laten weten een deel van de facturen niet te betalen. Op 6 februari 2023 heeft de minister middels een e-mail aan [appellant] nogmaals laten weten een deel van de facturen niet te betalen. Tegen deze e-mail heeft [appellant] bezwaar ingediend. Bij besluit van 19 oktober 2023 heeft de minister het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard omdat de e-mail over het niet vergoeden van een aantal declaraties van [appellant] in het kader van de privaatrechtelijke rechtsverhouding, die tussen [appellant] en de Staat is ontstaan, geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.

Bij uitspraak van 4 juli 2025 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat geen sprake is van een publiekrechtelijke rechtshandeling omdat de e-mail van 6 februari 2026 niet is gebaseerd op een publiekrechtelijke grondslag. Uit de stukken en het e-mailbericht blijkt dat dit bericht verband houdt met een privaatrechtelijke aangelegenheid. Het betreft immers een reactie van de minister op het inzenden van declaraties door [appellant], op grond van een privaatrechtelijke overeenkomst. Hieruit volgt dat de e-mail van 6 februari 2023 geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is. Omdat de e-mail geen besluit is kan daar ingevolge de artikelen 8:1 en 7:1 van de Awb geen bezwaar tegen worden gemaakt of beroep tegen worden ingesteld. Daarom heeft de minister het bezwaar van [appellant] terecht niet-ontvankelijk verklaard, aldus de rechtbank. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak van de rechtbank.

De Afdeling

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Overwegingen:

1.       [appellant] betoogt dat de rechtbank het besluitbegrip verkeerd heeft toegepast. De rechtbank had meer gewicht moeten toekennen aan de materiële inhoud van de e-mail. Ook stelt [appellant] dat hij stukken nodig heeft die hij bij de minister heeft opgevraagd op grond van de Wet open overheid (Woo). Als blijkt dat de e-mail van 6 februari 2023 samenhangt met zijn Woo-verzoek, dan is die e-mail volgens [appellant] gebaseerd op een publiekrechtelijke grondslag. De rechtbank had daarom moeten onderzoeken of de e-mail samenhangt met de afwijzing van het Woo-verzoek. Verder betoogt [appellant] dat hij geen nadere gronden kan formuleren zolang die Woo-procedure niet is afgerond. Dat is waarom hij bij de rechtbank heeft verzocht om uitstel van de zitting. De rechtbank heeft het recht op hoor en wederhoor geschonden door zijn verzoek om uitstel af te wijzen, aldus [appellant].

2.       De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 5. opgenomen overweging, waarop dat oordeel is gebaseerd. De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat de e-mail geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Awb omdat geen sprake is van een publiekrechtelijke rechtshandeling. Daarom kan daartegen geen bezwaar worden gemaakt of beroep worden ingesteld. Verder is de Afdeling van oordeel dat het recht op hoor en wederhoor niet is geschonden. Uit de stukken blijkt dat de gemachtigde van [appellant] heeft verzocht om uitstel van de zitting bij de rechtbank vanwege vakantie. Omdat uitstel in uitzonderlijke gevallen wordt verleend en vakantie niet zo een geval is, heeft de rechtbank dit verzoek mogen afwijzen.

w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Singh
griffier

990


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon