Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.296
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202201298/2/R3

Bij tussenuitspraak van 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3399, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 22 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stepelerveld, fase 1, partiële herziening Uitbreiding Uzin Utz" te herstellen. Bij besluit van 20 december 2023 heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 5.4 overwogen dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke gevolgen van het plan met betrekking tot de aspecten geluid en externe veiligheid. Zonder nadere motivering is niet op voorhand aannemelijk dat een poedertoren met een maximale bouwhoogte van 42 m en een maximaal oppervlak van 1.000 m2, zoals in het op 22 december 2021 vastgestelde bestemmingsplan was mogelijk gemaakt, geen invloed heeft op de aspecten geluid en externe veiligheid ten opzichte van de voorheen bestemde situatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6190
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202201298/2/R3

202201944/1/R4

Bij besluit van 14 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Blaricum een verzoek van VVG om handhavend op te treden met betrekking tot het volleybalveld op het recreatiestrand in het natuurgebied Voorland aan de Stichtseweg 3a in Blaricum toegewezen en met betrekking tot de strandverbreding, de paden en de verharding afgewezen. Het Voorland bij de Stichtse Brug is een natuurgebied met recreatiestrand en is onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland. Begin 2019 is in opdracht van de gemeente Blaricum op de locatie het strand deels afgegraven en met zand opgehoogd. Ook zijn op de locatie een volleybalveld en een pad aangelegd. Op 7 juni 2019 heeft VVG het college verzocht om handhavend op te treden tegen de strandverbreding, het volleybalveld, de paden en de verharding. Het college heeft dit verzoek bij besluit van 14 november 2019 ten aanzien van het volleybalveld toegewezen en ten aanzien van de strandverbreding, de paden en de verharding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6182
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202201944/1/R4

202202384/1/R4

Bij besluit van 21 oktober 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasgouw besloten om door [wederpartij A] verbeurde dwangsommen van € 16.000,00 in te vorderen. Bij besluit van 22 oktober 2019 heeft het college besloten om door [wederpartij B] verbeurde dwangsommen van € 16.000,00 in te vorderen. [wederpartijen] zijn echtgenoten en waren samen eigenaar van een recreatiewoning, die zij samen bewoonden. Bij besluiten van 14 februari 2018 heeft het college [wederpartijen] allebei afzonderlijk een last onder dwangsom opgelegd, omdat zij de recreatiewoning in strijd met het ter plaatste geldende bestemmingsplan "Heel-Panheel" gebruikten voor permanente bewoning. Het college heeft [wederpartijen] gelast om binnen één jaar het hoofdverblijf in de recreatiewoning te beëindigen en beëindigd te houden. Als [wederpartijen] geen gehoor geven aan de last, verbeuren zij ieder een dwangsom van € 4.000,00 per maand, met een maximum van € 48.000,00. [wederpartijen] hebben geen bezwaar gemaakt tegen de besluiten van 14 februari 2018. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college bevoegd was om de dwangsommen in te vorderen. Maar volgens de rechtbank heeft het college onvoldoende gemotiveerd waarom het de verbeurde dwangsommen volledig en niet gedeeltelijk heeft ingevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6165
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202202384/1/R4

202204345/1/R4

Bij besluit van 21 februari 2022 heeft de minister het verzoek van de stichting om handhavend op te treden tegen de waterinjectie in Twente door de Nederlandse Aardolie Maatschappij B.V. afgewezen. In Twente wordt door de NAM productiewater, dat vrijkomt bij de oliewinning in Schoonebeek, geïnjecteerd in bestaande putten in het leeggeproduceerde gasreservoir Rossum-Weerselo (ROW). Op 4 maart 2010 zijn hiervoor drie vergunningen krachtens de Wet milieubeheer, thans omgevingsvergunningen, verleend voor de verschillende putten. Bij de oliewinning in Schoonebeek wordt stoom gebruikt om de taaie en stroperige olie warm en vloeibaar te maken, zodat de olie kan worden opgepompt. Bij dit proces condenseert de stoom en vermengt zich met water dat van nature in de diepe ondergrond aanwezig is. Nadat het mengsel van olie en water omhoog is geproduceerd, wordt het water van de olie gescheiden en via een ondergrondse pijpleiding naar een aantal lege gasreservoirs in Twente afgevoerd, waaronder het gasreservoir Rossum-Weerselo dat zich op ongeveer 1.200 tot 1.800 m diepte bevindt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6129
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202204345/1/R4

202204718/1/A3

Bij besluit van 26 maart 2021, gewijzigd bij besluit van 18 mei 2021, heeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan ESD met toepassing van artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet eisen gesteld aan de wijze waarop artikel 4.6, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit moet worden nageleefd. ESD heeft een bedrijf dat siliciumcarbide (SiC) produceert. SiC is een hard materiaal dat onder andere toegepast wordt in schuurpapier en dieselroetfilters. SiC wordt gemaakt door zand en petroleumcokes te mengen. Uit het mengsel wordt een grote hoop opgebouwd (de "oven"). De oven wordt verhit tot een temperatuur van ongeveer 2500 graden. Door een chemische reactie ontstaat SiC. De productielocatie in Farmsum heeft zeven productietransformatoren en 24 ovenplaatsen. Er kunnen zeven ovens gelijktijdig in productie zijn. De andere ovens zijn op dat moment in opbouw-, afkoel-, uitbouw- of reparatiefase. De totale reactietijd voor een oven is ongeveer 10 dagen. Het hoger beroep van de staatssecretaris is alleen gericht tegen de uitspraak van de rechtbank voor zover die ziet op eis 1 en 2 die bij besluit van 18 mei 2021 aan ESD zijn opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6181
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202204718/1/A3

202205901/1/R4

Bij besluit van 29 december 2020 heeft de minister de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat het gebied waarvoor de winningsvergunning Papekop geldt, verkleind. Vermilion is de houder van de winningsvergunning voor het gebied Papekop. Deze vergunning is verleend op 7 juni 2006 en biedt Vermilion het alleenrecht om in dat gebied koolwaterstoffen te winnen. Vermilion betaalt als houder van de winningsvergunning mijnbouwheffingen, waaronder oppervlakterecht. In het vergunningsgebied ligt het gasveld Papekop, waaruit nog geen gas wordt gewonnen. In de rest van het gebied is geen gas, terwijl Vermilion ook voor dat deel heffingen betaalt. Daarom heeft Vermilion een aanvraag ingediend om verkleining van het gebied waarvoor de vergunning geldt. Met het besluit van 29 december 2020 heeft de minister het vergunningsgebied verkleind van 68,83 km2 naar 35,28 km2. De minister heeft het bezwaar van de stichting tegen het besluit van 29 december 2020 niet-ontvankelijk verklaard, omdat de stichting geen belanghebbende zou zijn. Maar de rechtbank heeft het beroep van de stichting gegrond verklaard en geoordeeld dat de stichting wel belanghebbende is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6152
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202205901/1/R4

202206197/1/A3

Bij besluit van 4 december 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante sub 1] een bestuurlijke boete van in totaal € 4.800,00 opgelegd wegens overtreding van twee artikelen uit het Arbeidsomstandighedenbesluit. [appellante sub 1] is een asbestverwijderingsbedrijf. [appellante sub 1] heeft in april en mei 2020 asbestsaneringswerkzaamheden uitgevoerd aan de [locatie A] in [plaats]. Op 13 mei 2020 heeft op die locatie een inspectie plaatsgevonden door een arbeidsinspecteur van de Inspectie SZW. Tijdens die inspectie zijn twee overtredingen van het Arbobesluit geconstateerd. De minister heeft hiervoor aan [appellante sub 1] een bestuurlijke boete van in totaal € 4.800,00 opgelegd. De minister heeft zich op het standpunt gesteld dat niet met het protocol RIR gesaneerd mocht worden. [appellante sub 1] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van de twee overtredingen. Hiertoe voert zij aan dat Sanitas wel gebruik heeft gemaakt van een methode die een gelijkwaardig en zeker resultaat oplevert als protocol SCi-547, dan wel dat de minister onvoldoende heeft onderbouwd waarom de gehanteerde methode zou leiden tot een ongelijkwaardig en minder zeker resultaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6166
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202206197/1/A3

202206510/1/A3

Bij besluit van 24 augustus 2021 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers het verzoek van [appellant] tot herstel in de zin van artikel 7t van de Kadasterwet afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] in Rottum. [partij] woont op het adres [locatie 2]. Op verzoek van [partij] is in 2020 een grensreconstructie uitgevoerd van de ligging van de kadastrale grens tussen de percelen kadastraal bekend als gemeente Sint Johannesga, sectie F, nummers 1497 en 1682. Nadien blijkt dat [appellant] het niet eens is met de ligging van de kadastrale grens zoals die in de Basisregistratie Kadaster staat. Hij heeft daarom bij de bewaarder een verzoek tot herstel zoals bedoeld in artikel 7t van de Kadasterwet ingediend. Hij vraagt om correctie, zodat de grens wordt gevormd door water en walkant en in een rechte lijn loopt, zoals volgens hem blijkt uit veldwerk 21. Ook verwijst hij onder meer naar een koopovereenkomst en een situatietekening behorende bij een bouwvergunning. De bewaarder heeft het verzoek tot herstel afgewezen, omdat de grens op de kadastrale kaart overeenkomt met de grens op het brondocument veldwerk 12.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6130
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202206510/1/A3

202207454/1/A3

Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft de burgemeester van Haarlemmermeer besloten om de woning aan [locatie A] in Hoofddorp voor drie maanden te sluiten. [appellante] woont met haar minderjarige zoon in de woning aan [locatie A] in Hoofddorp. Na een anonieme melding over de aanwezigheid van twee pakketten cocaïne van 28 kg heeft op 7 juli 2020 een doorzoeking van de woning plaatsgevonden. De politie heeft daarbij in de woning 24,3 kg hasj en ruim € 160.000,00 contant geld aangetroffen. De bevindingen zijn vastgelegd in de ‘Bestuurlijke rapportage [locatie A] te Hoofddorp en [locatie B] te Nieuw-Vennep’ van 9 juli 2020. Naar aanleiding van de bevindingen van de politie heeft de burgemeester besloten om de woning op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet voor drie maanden te sluiten met ingang van uiterlijk 15 oktober 2020. De woning is feitelijk drie maanden gesloten geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6052
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202207454/1/A3

202207456/1/A3

Bij besluit van 2 oktober 2020 heeft de burgemeester van Haarlemmermeer besloten om de woning aan de [locatie 1] in Nieuw-Vennep voor drie maanden te sluiten. [appellant A] woont samen met zijn partner en hun twee minderjarige kinderen in de woning aan de [locatie 1] in Nieuw-Vennep. [appellante B] is zijn moeder en zij is eigenaar van de woning. Na een anonieme melding over de aanwezigheid van twee pakketten cocaïne van 28 kg heeft op 7 juli 2020 een doorzoeking van de woning plaatsgevonden. De politie heeft daarbij in de woning 1.060 gr henneptoppen en een voor het verwerken van softdrugs in kleinere hoeveelheden geschikte werkbank met daarop plastic zakken, een weegschaal en een sealmachine aangetroffen. Daarnaast trof de politie een man aan die op visite was en die € 4.000,00 aan contant geld bij zich had. De bevindingen zijn vastgelegd in de ‘Bestuurlijke rapportage [locatie 2] te Hoofddorp en [locatie 1] te Nieuw-Vennep’ van 9 juli 2020. Naar aanleiding van de bevindingen van de politie heeft de burgemeester besloten om de woning op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet voor drie maanden te sluiten met ingang van uiterlijk 15 oktober 2020.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6183
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202207456/1/A3

202300033/1/A3

Bij besluit van 3 juni 2021 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning van [appellant] voor zes maanden gesloten. [appellant] huurde een woning aan de [locatie A] in Rotterdam van Stichting Havensteder. Het Team Criminele Inlichtingen van de politie heeft op 8 maart 2021 informatie ontvangen dat op dezelfde dag op de Peppelweg, een paar honderd meter van de woning van [appellant], een groot geldbedrag zou worden overgedragen. De politieambtenaren zagen ook dat twee personen die bij de overdracht betrokken waren de woning van [appellant] binnentraden. Naar aanleiding hiervan heeft de politie op dezelfde dag de woning van [appellant] doorzocht. Tijdens de doorzoeking zijn meer dan 67 kilo cocaïne verdeeld over 67 blokken, een vuurwapen, een patroonhouder met 15 kogels, een geldtelmachine en € 1.477.270,00 contant geld aangetroffen. De geldtelmachine en een deel van het geld zijn in de woonkamer aangetroffen en de overige goederen in de slaapkamer. In de kelderbox van de woning is een ton met bruin poeder met het opschrift 'paracetamol' aangetroffen. Bij de doorzoeking zijn ook twee mobiele telefoons, een tablet en een iPad aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6159
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202300033/1/A3

202300602/1/A3

Bij besluit van 12 januari 2022 heeft de burgemeester de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. In een bestuurlijke rapportage van 9 november 2021 staat dat de politie naar aanleiding van een anonieme melding over drugshandel vanuit de woning twee observaties heeft gedaan. Bij deze observaties zijn mogelijke drugstransacties gezien. De politie heeft vervolgens de woning doorzocht en hard- en softdrugs en attributen voor het verwerken en verkopen van drugs gevonden. Verder zijn ook een boksbeugel, een stroomstootwapen en een alarmpistool gevonden. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester de woning voor drie maanden gesloten. De rechtbank heeft de sluiting van de woning in stand gelaten. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het sluiten van de woning noodzakelijk is. Hij stelt dat onvoldoende feiten en omstandigheden zijn aangedragen, op basis waarvan kan worden geconcludeerd dat in of vanuit de woning drugs werden verhandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6158
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202300602/1/A3

202301515/1/A3

Bij besluit van 29 april 2020 heeft de burgemeester van Oss het perceel aan de [locatie] in Oss voor zes maanden gesloten. [appellant A] en [appellante B] woonden met hun twee kinderen aan de [locatie] in Oss. Dit perceel is een woonwagenstandplaats waarop een woonwagen en schuur staan, die door hen werd gehuurd van de gemeente Oss. Achter dit perceel ligt een ander perceel met een stuk bos, dat eigendom van de gemeente is en niet werd verhuurd. Op 13 november 2019 heeft op en rond beide percelen een politieonderzoek plaatsgevonden. De bevindingen heeft de politie vastgelegd in de bestuurlijke rapportage van 9 december 2019. De rechtbank heeft - kort samengevat - geoordeeld dat er sprake is van een ruimtelijke en functionele samenhang tussen het bosperceel, de schuur en de woning en dat de burgemeester daarom bevoegd was om de woning te sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6184
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202301515/1/A3

202301695/1/R3

Bij besluit van 24 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Wolden aan maatschap [maatschap] een omgevingsvergunning verleend voor het uitbreiden van een vleeskalverenhouderij en het bouwen van een vleeskalverenstal. [maatschap] exploiteert een vleeskalverenhouderij aan de [locatie 1] in Drogteropslagen. Op 17 december 2020 heeft zij een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor een nieuwe stal en het uitbreiden van het aantal vleeskalveren tot 1.458 dieren. Het college heeft de omgevingsvergunning bij besluit van 24 maart 2022 verleend. De omgevingsvergunning heeft betrekking op het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van bouwwerken en gronden in strijd met de beheersverordening en het oprichten en in werking hebben van een inrichting. [appellant] woont en heeft zijn bedrijf naast het perceel waarvoor de omgevingsvergunning is verleend, op het perceel [locatie 2] en [locatie 3]. Hij vreest onder meer voor bodemverontreiniging en geluidsoverlast als gevolg van de activiteiten die de inrichting verricht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6131
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301695/1/R3

202301961/1/R2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad van de gemeente Zundert het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan horecabestemming buitengebied" gewijzigd vastgesteld. Met het paraplubestemmingsplan wil de raad de rechtstreekse mogelijkheid van permanente of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten op gronden met de bestemming "Horeca" in het buitengebied juridisch-planologisch uitsluiten. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert" is volgens de raad een omissie ontstaan, waardoor het gebruik van een tijdelijke opvang of huisvesting van arbeidsmigranten rechtstreeks is toegestaan binnen de bestemming "Horeca". Deze omissie wordt volgens de raad met het parapluplan hersteld door de huisvesting van arbeidsmigranten op die gronden uit te sluiten en slechts onder strikte voorwaarden, door toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, mogelijk te maken op horecalocaties. Wernhoutsburg is eigenaar van de locatie Wernhoutseweg 181-183 in Wernhout, waar het plan mede betrekking op heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6134
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301961/1/R2

202302122/1/R1

Bij besluit van 14 februari 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Vitaal Centrum IKC Remigius" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Vitaal Centrum, IKC Remigius" voorziet in nieuwbouw van het IKC Remigius. Het plangebied omvat de gronden direct rondom het gemeentehuis van Duiven. Het gebouw zal bestaan uit twee bouwlagen met daar bovenop geplaatst enkele installaties. Het gebouw zal huisvesting bieden voor verschillende onderwijs- en aanverwante functies voor kinderen van 0 tot 13 jaar. Het gaat dan om basisonderwijs, kinderopvang, buitenschoolse opvang en orthopedagogische behandeling dat gezamenlijk onder één dak wordt gehuisvest. De bestaande parkeer- en ontsluitingsvoorzieningen hebben de bestemming "Verkeer - Verblijfsgebied" gekregen. De resterende gronden rondom het gemeentehuis zijn voorzien van de bestemming "Woongebied -Uit te werken". [appellant] en anderen voeren aan dat de raad in strijd met artikel 3.8 van de Wro twee bestemmingsplannen heeft vastgesteld voor het plangebied van het ontwerpbestemmingsplan "Vitaal Centrum IKC Remigius".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6157
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202302122/1/R1

202302287/1/R3

Bij besluit van 19 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland aan de provincie Zuid-Holland een omgevingsvergunning verleend voor het reconstrueren van de provinciale weg N211 (Wippolderlaan) op het perceel Zwetkade Noord nabij 1 te Wateringen. De omgevingsvergunning is onder meer verleend voor de activiteit het gebruiken van gronden in strijd met het bestemmingsplan. Het projectgebied loopt vanaf de A4 tot voorbij de kruising N211 - N222/Wateringveldseweg. De aanpassingen omvatten het verbreden van de N211 van 2x2 naar 2x3 rijstroken en het realiseren van twee ongelijkvloerse kruisingen. Een ongelijkvloerse kruising betreft de kruising van de N211 - N222/Wateringveldseweg. Deze kruising wordt mede als gevolg van een participatietraject met omwonenden verdiept aangelegd. De andere ongelijkvloerse kruising betreft de kruising N211 - Laan van Wateringse Veld. Deze kruising wordt niet verdiept aangelegd, maar betreft een verhoogde kruising in de vorm van een fly-over. Het college heeft in de ruimtelijke onderbouwing bij de omgevingsvergunning toegelicht waarom de reconstructie volgens de gemeente en de provincie nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6185
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302287/1/R3

202302806/1/R1

Bij besluit van 28 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant sub 2] omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een dakopbouw op de woning op het perceel [locatie 1] in Vleuten. [appellant sub 2] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd voor een dakopbouw op zijn woning op het perceel. Volgens het college is het bouwplan in overeenstemming met het voor het perceel geldende uitwerkingsplan "Vleuterweide, Centrum, fase 2", zodat het college de omgevingsvergunning heeft verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Ook is het bouwplan volgens het college niet in strijd met de redelijke eisen van welstand. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2] in Utrecht en is het niet eens met de vergunningverlening. [appellant sub 2] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat [appellant sub 1] geen gevolgen van enige betekenis ondervindt van het bouwplan. Volgens [appellant sub 2] is [appellant sub 1] dan ook geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht bij de aan hem verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6156
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302806/1/R1

202302924/1/A3

Bij besluiten van 28 januari 2022 heeft de minister van Justitie en Veiligheid de verzoeken van [appellant] om als vertaler en tolk te worden ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers afgewezen. [appellant] stond lange tijd in het Rbtv als vertaler en tolk Nederlands - Arabisch (standaard) en Arabisch (standaard) - Nederlands ingeschreven. Deze inschrijvingen zijn verlopen en daarom doorgehaald. Op 17 augustus 2021 heeft [appellant] nieuwe verzoeken tot inschrijving gedaan als vertaler en tolk voor dezelfde talen. De minister heeft de verzoeken afgewezen, omdat [appellant] volgens hem daarbij niet heeft aangetoond te voldoen aan de volgende wettelijke voorwaarden voor inschrijving: taalvaardigheid van de brontaal op ten minste C1-niveau van het Europees Referentiekader voor de Talen, taalvaardigheid van de doeltaal op ten minste C1-niveau van het ERK, ten minste 420 uur scholing om vertaalvaardigheid en -attitude te ontwikkelen en ten minste vijf jaar werkervaring als beroepsvertaler in de betreffende vertaalrichting direct voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving in het Rbtv, waarvan ten minste één jaar na afronding van de scholing.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6174
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202302924/1/A3

202303108/1/R4

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van West Maas en Waal een verzoek van onder meer [appellant] om handhavend op te treden tegen overlast van de Bed & Breakfast op het perceel aan de [locatie A] in Dreumel, afgewezen. Het college heeft op 6 juni 2018 een omgevingsvergunning verleend aan [partij A] en [partij B] voor de realisatie van een Bed & Breakfast van drie kamers op het perceel. Deze omgevingsvergunning is onherroepelijk. [partij A] en [partij B] wonen zelf op dit perceel. [appellant] woont op [locatie B] in Dreumel. Zijn perceel grenst aan het perceel van de Bed & Breakfast. [appellant] heeft het college gevraagd om handhaving, omdat [partij A] en [partij B] zich volgens hem niet houden aan de voorwaarden waaronder het college de omgevingsvergunning heeft verleend. [appellant] zegt dat hij veel geluidshinder ervaart van de gasten en kinderen die gebruik maken van de tuin en de daarin aanwezige voorzieningen zoals een kippenren en een zwembad. Hij klaagt ook dat de verwarmingspomp van het zwembad veel geluid maakt. Hij meent dat de Bed & Breakfast niet in overeenstemming is met het woonkarakter en de rust in de wijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6180
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303108/1/R4

202303371/1/A3

Bij besluit van 17 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de bewonersvergunning parkeren van [appellante] per 1 mei 2023 ingetrokken. Op 24 april 2020 heeft [appellante] een aanvraag gedaan voor een bewonersvergunning parkeren. Zij heeft hierbij te kennen gegeven aangegeven dat zij beschikt over een eigen stallingsplaats, maar dat zij deze niet gebruikt omdat zij angst ervaart om alleen in garages te zijn. [appellante] heeft hiertoe een verklaring van haar huisarts overgelegd. Op 24 juni 2020 heeft het college aan [appellante] de parkeervergunning verleend. Deze vergunning werd door het college steeds stilzwijgend met zes maanden verlengd. Na een controle heeft het college op 17 mei 2022 besloten om de vergunning per 1 mei 2023 in te trekken. [appellante] betoogt dat dat de parkeervergunning ten onrechte is ingetrokken. Zij betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het vertrouwensbeginsel wel is geschonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6178
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202303371/1/A3

202303475/1/A3

Bij besluit van 12 november 2021 heeft de minister van Justitie en Veiligheid het verzoek van [appellante] om als tolk te worden ingeschreven in het Register beëdigde tolken en vertalers afgewezen. Op 20 juni 2021 heeft [appellante] een verzoek tot inschrijving in het Rbtv als tolk op B2-niveau van het Europees Referentiekader voor de Talen ingediend voor onder meer de talencombinaties Nederlands - Swahili en Nederlands - Kinyarwanda. De minister heeft het verzoek voor deze talencombinaties afgewezen, omdat [appellante] niet voldoet aan de wettelijke voorwaarden voor inschrijving. [appellante] heeft geen getuigschrift overgelegd waaruit blijkt dat zij in deze talen met succes een examen ter afsluiting van een opleiding tot tolk heeft afgelegd. Zij heeft ook niet op een andere manier aannemelijk gemaakt dat zij wel voldoet aan de wettelijke voorwaarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6175
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202303475/1/A3

202303593/1/R2

Bij besluit van 22 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Loon op Zand besloten over te gaan tot invordering van de door [appellant] verbeurde dwangsommen van € 150.000,00. Bij besluit van 28 september 2017 heeft het college [appellant] onder oplegging van dwangsommen gelast om binnen 12 weken na verzending van het besluit op het perceel aan de [locatie] in Loon op Zand, voor zover nog van belang, bouwwerken 1, 3 tot en met 11, 13 tot en met 15, 18, 20 en 22 te verwijderen en verwijderd te houden, bouwwerken 12 en 16 in overeenstemming met de verleende vergunning te brengen en te houden en het meerdere te verwijderen en verwijderd te houden en de hoogte van bouwwerk 24 naar 2 m terug te brengen en te houden, op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 2.500,00 per week per bouwwerk, met een maximum van € 25.000,00 per bouwwerk. Tijdens de controles op 9, 16, 23 en 30 juni en 15, 22 en 29 juli 2021 is geconstateerd dat bouwwerk 14 nog aanwezig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6177
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202303593/1/R2

202304720/1/A3

Bij vijf besluiten van 12 februari 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aanvragen van Amsterdam Canal Boats om exploitatievergunningen voor de passagiersvaart afgewezen. Amsterdam Canal Boats heeft het college op 7 november 2016 verzocht voor vijf vaartuigen een exploitatievergunning te verlenen voor het vervoeren van passagiers. De aanvragen waren ingeloot, wat betekende dat in beginsel tot vergunningverlening kon worden overgegaan. Het college heeft deze aanvragen echter afgewezen. Volgens het college kon geen vergunning worden verleend op basis van een vergunningstop. Bij uitspraak van 12 september 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2958, heeft de Afdeling geoordeeld dat een vergunningstop voor onbepaalde tijd niet is toegestaan. De rechtbank heeft naar aanleiding van die uitspraak op 13 december 2018 in zaaknummers 18/4757 en 18/4760 het beroep van Amsterdam Canal Boats gegrond verklaard, het besluit op bezwaar van 13 juni 2018 vernietigd en het college opgedragen om binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het bezwaar te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6135
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304720/1/A3

202304793/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2021 heeft de burgemeester aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Bij besluit van 31 januari 2022 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. In een bestuurlijke rapportage van de politie van 5 juli 2021 staat dat [appellant] op 30 juni 2021 als bijrijder in een auto op de Sportweg in Doetinchem iets aan een persoon heeft overhandigd. De politie heeft die persoon daarna gecontroleerd. Die verklaarde 3-MMC gekocht te hebben van [appellant] en dit al drie of vier keer eerder gedaan te hebben. De ondervraagde persoon overhandigde daarbij een sealbag met wit poeder aan de politie. [appellant] en de bestuurder van de auto zijn vervolgens aangehouden. Tijdens de insluiting werden bij de bestuurder dertig wikkels cocaïne aangetroffen en 26 sealbags met 3-MMC. De uiterlijke kenmerken van de sealbags kwamen overeen met die van de sealbag die de politie aantrof bij de ondervraagde persoon. Bij [appellant] zijn twee telefoons en € 385,00 aan contant geld aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6155
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304793/1/A3

202304809/1/R3

Bij besluit van 25 mei 2023 heeft de raad van de gemeente Rijssen-Holten geweigerd om het bestemmingsplan "Buitengebied Holten, rood voor rood, Oude Deventerweg ong. en [locatie 1]" vast te stellen. Aan de [locatie 1], in het buitengebied ten westen van de kern Holten, is een agrarisch bedrijf gevestigd bestaande uit een intensieve varkenshouderij en een extensieve zoogkoeientak. De eigenaar, [eigenaar], was voornemens om de intensieve varkenshouderij te beëindigen en alleen het houden van zoogkoeien voort te zetten. Daartoe zou hij opstallen slopen. Met toepassing van de rood-voor-roodregeling zou [appellant A] de sloopmeters van [eigenaar] inzetten voor de realisatie van een compensatiewoning op een perceel aan de Oude Deventerweg in Holten, ten westen van [huisnummer]. [appellant B] is de eigenaar van dat perceel en zou dat verkopen aan [appellant A]. Het plangebied zou dus bestaan uit twee deelgebieden; een slooplocatie en een compensatielocatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6172
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202304809/1/R3

202305419/2/R1

Bij tussenuitspraak van 22 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:200, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Veere opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omgeschreven gebreken in het besluit van 5 juli 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Duinpark Boulevard ong. Zoutelande" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling onder 5.6 geoordeeld dat het plan is vastgesteld in strijd met artikel 2.10, vijfde lid, van de Omgevingsverordening Zeeland 2018. Daaraan heeft de Afdeling ten grondslag gelegd dat het maximaal toegestane bebouwingspercentage van 13%, als bedoeld in uitgangspunt A, onder 1 van bijlage D, van de Omgevingsverordening, reeds in de bestaande situatie wordt overschreden én dat de voorziene recreatiewoning niet wordt ontwikkeld op basis van een businessplan als bedoeld in uitgangspunt B, onder 1 van bijlage D van de Omgevingsverordening, terwijl niet door de raad is onderbouwd dat sprake is van een maatwerkoplossing als bedoeld in de Omgevingsverordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6173
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202305419/2/R1

202305594/3/R1

Bij tussenuitspraak van 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2925, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 29 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Beemster 2012 — Reparatie partiële herziening 2021" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling twee gebreken geconstateerd naar aanleiding van het beroep van de Stichtingen. In de eerste plaats had de raad onvoldoende inzichtelijk gemaakt op welke wijze de instandhouding van situaties waarin wordt voldaan aan de zogeheten harde randvoorwaarden in het document "Beemster erven is WereldERFgoed, Ruimtelijk kwaliteitskader voor het Beemster erf" van 24 december 2010, is gewaarborgd in de planregels of hoe de planregels bevorderen dat aan die harde randvoorwaarden zal worden voldaan. In de tweede plaats waren artikelen 27.2 en 27.3, onder c, van de planregels voor de dubbelbestemming "Waarde - Cultuurhistorie" onvoldoende duidelijk en handhaafbaar, omdat in het plan niet was uitgewerkt wat onder aanwezige cultuurhistorische waarden wordt verstaan en onder welke omstandigheden in overeenstemming hiermee wordt gebouwd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6122
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202305594/3/R1

202305645/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk een aanvraag van [appellant sub 2] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. Bij brief van 31 december 2014 heeft [appellant sub 2] het college verzocht om een tegemoetkoming in de planschade die hij in de vorm van waardevermindering van het perceel heeft geleden als gevolg van de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 18 april 2013 vastgestelde bestemmingsplan Groot Sypel. Onder het bestemmingsplan 2013 zijn de planologische mogelijkheden van het perceel beperkt. Zo is de verkoop van LPG niet meer toegestaan en is een uitbreiding van het te bebouwen oppervlak niet meer mogelijk. [appellant sub 2] is eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Harderwijk. Sinds het overlijden van zijn vader op [datum] 2005 was hij voor twee vijftiende deel eigenaar van het perceel. Na verdeling van de nalatenschap is hij op 17 april 2007 voor nog eens een vijftiende deel eigenaar geworden. Sinds 2 januari 2012 is hij volledig eigenaar van het perceel, nadat hij zijn vier zussen had uitgekocht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6123
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305645/1/A2

202306458/1/R2

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de raad van de gemeente Boxtel het bestemmingsplan "Achter den Eijngel 2022" vastgesteld. Bij besluit van 5 september 2023 heeft het college een omgevingsvergunning voor de bouw van 65 woningen verleend. Het plan heeft betrekking op onbebouwd gebied aan de zuidzijde van de kern Lennisheuvel. In aansluiting op al bestaande bebouwing maakt het plan woningbouw mogelijk. Het gaat om de ontwikkeling van 87 grondgebonden woningen in de vorm van vrijstaande, twee-aaneen gebouwde, geschakelde en aaneengebouwde woningen, en eventueel boven-/benedenwoningen. De bedoeling is dat de zuidelijke bebouwingsrand van Lennisheuvel op een geleidelijke wijze wordt afgerond in aansluiting op het oevergebied van de Heerenbeekloop. Het gebied waar de nieuwe woningen zijn voorzien grenst aan de Heerenbeekloop. Een gedeelte van de Heerenbeekloop is onderdeel van het plangebied. Het Groene Hart betoogt dat de buitenstedelijke kernuitbreiding van woningen waarin het plan voorziet niet nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6171
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202306458/1/R2

202306705/1/R1

Bij besluit van 12 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Veere onder meer zijn beslissing om op 5 juli 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen door het strandpaviljoen [naam] in Koudekerke te sluiten en te verzegelen, op schrift gesteld. In dat besluit heeft het college tevens gelast om de geconstateerde overtreding ongedaan te (laten) maken. Na een melding van de exploitant van het strandpaviljoen over het doorzakken van een constructiebalk van het strandpaviljoen heeft een toezichthouder van de gemeente op donderdag 30 juni 2022 een controle uitgevoerd. De toezichthouder heeft geconstateerd dat de constructie van het strandpaviljoen in slechte staat verkeert. De exploitant van het strandpaviljoen heeft vanaf het voorval het strandpaviljoen vrijwillig dicht gehouden voor bezoekers. Hij heeft echter op 4 juli 2022 verklaard voornemens te zijn het strandpaviljoen weer te openen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6124
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306705/1/R1

202307055/1/A3

Bij besluit van 25 januari 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd de aanvraag van [vader] en [moeder] namens [appellant] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 2004 in Amsterdam. Hij is de zoon van [vader] en [moeder]. Op 8 september 2021 hebben de ouders van [appellant] bij de Nederlandse ambassade in Teheran een aanvraag gedaan voor een Nederlands paspoort voor [appellant] die destijds minderjarig was. De minister heeft de aanvraag niet in behandeling genomen omdat de ouders ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap het Nederlanderschap van rechtswege hebben verloren en daarom [appellant] op grond van artikel 16, eerste lid, aanhef en onder d, van de RWN ook. De vader van [appellant] heeft op 15 oktober 2019 het Nederlanderschap verloren omdat hij van 15 oktober 2009 tot en met 15 oktober 2019 onafgebroken hoofdverblijf heeft gehad in Iran. Gedurende deze periode was hij naast de Nederlandse nationaliteit tevens in het bezit van de Iraanse nationaliteit. De moeder heeft op 12 augustus 2020 het Nederlanderschap verloren omdat zij van 12 augustus 2010 tot en met 12 augustus 2020 onafgebroken hoofdverblijf heeft gehad in Iran. Gedurende deze periode was zij naast de Nederlandse nationaliteit ook in het bezit van de Iraanse nationaliteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6154
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202307055/1/A3

202307397/1/R3

Bij besluit van 10 september 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het transformeren van een kantoorgebouw aan de Burgemeester Marijnenlaan 123 en 125 in Den Haag, naar twaalf short stay-appartementen. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college niet toereikend heeft gemotiveerd dat de short stay-appartementen een hotelfunctie hebben. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het college geen toereikende motivering heeft gegeven over de fietsparkeerbehoefte van het bouwplan. [appellant] heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank, waarna [partij] en anderen voorwaardelijk incidenteel hoger beroep hebben ingesteld. [partij] en anderen zijn omwonenden van de locatie waar het bouwplan zal worden gerealiseerd. Zij zijn het niet eens met het bouwplan, want zij vrezen een verslechtering van het woon- en leefklimaat, waaronder een toename van de parkeerdruk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6170
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202307397/1/R3

202308000/1/A2

Bij besluit van 4 november 2022 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [appellant] over 2021 vastgesteld op nihil. Wijlen [appellant] ontving gezamenlijk met zijn echtgenote wijlen [echtgenote] zorgtoeslag. [echtgenote] is overleden op 15 september 2021. [appellant] is overleden op 15 oktober 2021. [appellant] heeft op 8 oktober 2021 de Dienst Toeslagen verzocht om de alleenstaande-ouderenkorting te handhaven. De Dienst Toeslagen heeft ten onrechte aangenomen dat [appellant] hiermee verzocht om het doorbreken van het toeslagpartnerschap met [echtgenote] vanaf 1 januari 2021. Als gevolg heeft de Dienst Toeslagen beoordeeld of [appellant] en Hogenkamp als alleenstaanden recht hebben op zorgtoeslag over heel 2021. [appellant] kreeg hierdoor geen zorgtoeslag en [echtgenote] had recht op zorgtoeslag van € 965,00. De rechtbank heeft onder meer overwogen dat de gezamenlijke zorgtoeslag over 2021 terecht is berekend op een bedrag van € 1.346,00. De erven van [appellant] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de zorgtoeslag moet worden toegekend aan de aanvrager.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6160
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202308000/1/A2

202400036/1/A2

Bij besluit van 19 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de subsidieaanvraag van Haaglanden Beweegt in het kader van de Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport Den Haag 2021, categorie B, afgewezen. Haaglanden Beweegt is een organisatie die zich inzet voor een gezonde en actieve leefomgeving in verschillende gemeenten binnen de regio Haaglanden. Zij heeft in het kader van de Subsidieregeling een aanvraag ingediend voor subsidie Categorie B. Het doel van de subsidie is het bevorderen dat organisaties combinatiefunctionarissen aanstellen en begeleiden die sportverenigingen en -stichtingen versterken die in staat zijn sportaanbod te bieden dat aansluit op de sportbehoefte van inwoners van Den Haag. Het subsidieplafond daarvoor bedraagt € 1.440.000,00. Als het bedrag van het subsidieplafond zou worden overschreden als alle subsidiabele aanvragen zouden worden gehonoreerd, dan wordt de subsidie verdeeld volgens een zogenoemde tenderprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6136
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202400036/1/A2

202400037/1/A2

Bij besluit van 19 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag de subsidieaanvraag van Haaglanden Beweegt in het kader van de Subsidieregeling combinatiefunctionarissen sport Den Haag 2021, categorie C, afgewezen. Haaglanden Beweegt is een organisatie die zich inzet voor een gezonde en actieve leefomgeving in verschillende gemeenten binnen de regio Haaglanden. Zij heeft in het kader van de Subsidieregeling een subsidieaanvraag ingediend voor de subsidie categorie C. Het doel van de subsidie is het bevorderen dat organisaties combinatiefunctionarissen aanstellen en begeleiden, die kinderen in de leeftijd 6 tot 18 jaar na schooltijd kennis laten maken met sporten en bewegen. Het subsidieplafond daarvoor bedraagt € 1.585.00,00. Als het bedrag van het subsidieplafond zou worden overschreden als alle subsidiabele aanvragen zouden worden gehonoreerd, dan wordt de subsidie verdeeld volgens een zogenoemde tenderprocedure.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6176
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Subsidie
  • uitspraakin de zaak202400037/1/A2

202400218/1/R3

Bij besluit van 26 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Lisse een door [appellant] verbeurde dwangsom van € 50.000,- ingevorderd. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] in Lisse. In het pand is een hotel gevestigd. Bij besluit van 16 september 2020 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd, omdat uit controles door toezichthouders van de gemeente is gebleken dat het pand niet als hotel wordt gebruikt, maar dat daarin arbeidsmigranten zijn gehuisvest. Dit is volgens het college in strijd met het bestemmingsplan. [appellant] is gelast om de overtreding vóór 15 oktober 2020 te beëindigen en beëindigd te houden. Voldoet hij niet aan de last, dan verbeurt hij een dwangsom van € 150.000,- ineens. Op 7 december 2020 hebben toezichthouders van de gemeente het pand nogmaals bezocht. Uit hun bevindingen blijkt volgens het college dat het pand nog steeds voor de huisvesting van arbeidsmigranten wordt gebruikt en dat de overtreding dus op dat moment niet was beëindigd. Bij besluit van 26 juli 2021 heeft het college [appellant] laten weten dat de dwangsom van € 50.000,- is verbeurd en heeft het college deze dwangsom ingevorderd. Dit besluit heeft het college in bezwaar gehandhaafd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6163
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400218/1/R3

202400228/1/A3

Bij besluit van 18 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarn het verzoek van Fietsvrienden Pijnenburg om handhavend op te treden tegen de fysieke afsluiting van twee fietspaden op het Landgoed Pijnenburg in Baarn, afgewezen. [appellant sub 2] is eigenaar van Landgoed Pijnenburg, waarop zich een aantal paden bevindt. In 2019 heeft [appellant sub 2] twee paden afgesloten door middel van hekwerken. Het gaat om de Emilialaan/Buurtlaan en de Stulpselaan/Puinweg. Bij brief van 2 november 2020 heeft Fietsvrienden Pijnenburg het college verzocht om handhavend op te treden tegen de afsluiting van die paden. Het college heeft dat verzoek afgewezen omdat de paden geen openbare wegen zijn in de zin van de Wegenwet. Het hoger beroep van Fietsvrienden Pijnenburg richt zich op het oordeel van de rechtbank dat het pad Emilialaan geen openbare weg is in de zin van de Wegenwet. De rechtbank heeft overwogen dat het pad slechts openbaar kan zijn als het gedurende dertig jaar voor een ieder toegankelijk is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6137
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202400228/1/A3

202400729/1/R1

Bij besluit van 12 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest de locatie aan de Burgemeester Grothestraat (locatie: XT 32) in Soest aangewezen voor het plaatsen van drie ondergrondse containers. Bij het besluit heeft het college de locatie op de Burgemeester Grothestraat, ter hoogte van de huisnummers 56 en 58, aangewezen voor de plaatsing van drie ondergrondse containers. Het gaat om containers voor restafval, PMD en GFT. Deze containers zijn bestemd voor bewoners van de appartementen aan de Oranjehof en bewoners van de appartementen aan de Dokter Rupertlaan 2 tot en met 22. Ook een aantal andere bewoners van appartementen in de omgeving zal gebruik gaan maken van deze ondergrondse containers. [appellant A] en [appellant B] wonen op de Burgemeester [locatie]. De afstand tussen de aangewezen locatie en de gevel van de woning van [appellant A] en [appellant B] is ongeveer 18 meter. Tussen hun woning en de aangewezen locatie ligt, naast de tuin van de woning, een pad, een groenstrook, een stoep en een fietspad. De aangewezen locatie bevindt zich ten zuiden van het fietspad in een strook met parkeerplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6138
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202400729/1/R1

202400777/1/R3

Bij besluit van 27 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn aan [appellant A] een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en onder c en artikel 2.3a, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant A] en [appellante B] zijn eigenaar van het perceel gelegen aan de [locatie 1] in Aarlanderveen. Op het perceel staan verschillende opstallen, waaronder een woonboerderij. Direct naast het perceel, op de percelen gelegen aan de [locatie 2] respectievelijk [locatie 3], exploiteert [bedrijf C] een (glas)tuinbouwbedrijf. [bedrijf C] heeft het college op 19 juli 2022 verzocht om handhavend op te treden, omdat op het perceel vier illegale burgerwoningen zouden zijn gerealiseerd. Bij de inspectie die heeft plaatsgevonden naar aanleiding van het handhavingsverzoek van [bedrijf C] is geconstateerd dat er in de woonboerderij op het perceel vier wooneenheden zijn gerealiseerd, terwijl slechts één burgerwoning is toegestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6169
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202400777/1/R3

202400979/1/R3

Bij besluit van 19 september 2022 heeft het college aan [partij], een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van een dakopbouw op de woning aan de [locatie 1] in Zoetermeer. [partij] wil een dakopbouw plaatsen op haar woning aan de [locatie 1] in Zoetermeer. Zij heeft daarvoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Ter plaatse van haar woning en in de directe omgeving daarvan gelden de regels van het bestemmingsplan "Dorp IV". Het bouwplan van [partij] om een dakopbouw te plaatsen op haar woning is niet in overeenstemming met een aantal regels in dit bestemmingsplan. [appellant] woont naast [partij] aan de [locatie 2] in Zoetermeer. De woningen grenzen direct aan elkaar met een tussenmuur die mandelig is. [appellant] is het niet eens met de verlening van de omgevingsvergunning. Hij vreest dat de constructieve veiligheid in het geding is, onder andere omdat de draagkracht van de vloer van de dakopbouw (hierna ook wel zoldervloer genoemd) volgens hem niet toereikend is. Ook voert hij aan dat het bouwplan nadelige gevolgen heeft voor zijn woon- en leefklimaat en dat hij in de gebruiksmogelijkheden van zijn woning wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6192
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400979/1/R3

202401207/1/A3

Bij besluit van 12 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal de verandering van de uitweg op het perceel Atoomweg 22 te Roosendaal toegestaan. Op 27 september 2022 is door Daiwa House Modular Europe B.V. een melding ingediend voor het veranderen van een bestaande uitweg op het perceel Atoomweg 22 te Roosendaal. Het college heeft bij het besluit van 12 oktober 2022 de verandering toegestaan. [appellante A] en anderen hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij het besluit van 11 april 2023 heeft het college het bezwaar voor zover ingediend door SMS Pompen Service B.V., SMS Metaal Service B.V., V.O.G. Beheer B.V. en [appellant D] niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft het bezwaar voor zover ingediend door [appellante A], [appellant B], Sucom Nederland B.V. en [appellante C] ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat SMS Pompen Service B.V., SMS Metaal Service B.V., V.O.G. Beheer B.V. en [appellant D] door het college terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. Hun percelen ontsluiten niet op de Atoomweg en de eigenaars van de panden ondervinden geen gevolgen van enige betekenis.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6139
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202401207/1/A3

202401371/1/A3

Bij besluit van 5 april 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan Landal Sluftervallei een ontheffing verleend voor het vangen en doden van konijnen op vakantiepark Landal Sluftervallei op Texel. Landal exploiteert een vakantiepark op Texel. Landal heeft een ontheffing aangevraagd om de populatie wilde konijnen op het vakantiepark beheersbaar te houden. Het college heeft de aangevraagde ontheffing. In de bezwaarprocedure heeft de Hoor- en adviescommissie op 7 september 2023 het college geadviseerd om nader ecologisch onderzoek te laten uitvoeren. Naar aanleiding van dit advies heeft ecologisch adviesbureau EcoTex op verzoek van Landal ecologisch onderzoek verricht en een advies uitgebracht. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat de nu ter beoordeling voorliggende ontheffing nodig is ter voorkoming van schade die zal ontstaan bij een snelle vermeerdering van de nu op het park aanwezige konijnen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6161
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202401371/1/A3

202401854/1/A2

Bij besluit van 9 oktober 2021 heeft de Dienst Toeslagen de zorgtoeslag van [appellante] over 2020 vastgesteld op € 1.163,00 en € 87,00 teruggevorderd. Bij besluit van 27 december 2019 heeft de Dienst Toeslagen aan [appellante] een voorschot zorgtoeslag over 2020 verleend van € 1.250,00, uitgaande van een geschat inkomen van € 12.313,00. Op 26 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen een melding gekregen van de Basisregistratie Inkomensgegevens dat het inkomen van [appellante] in 2020 € 22.070,00 bedraagt. De Dienst Toeslagen heeft op basis hiervan de zorgtoeslag over 2020 definitief berekend en het teveel betaalde voorschot van € 87,00 teruggevorderd. Volgens de Dienst Toeslagen valt een kennelijke nabetaling die [appellante] heeft ontvangen in 2020 van de Sociale Verzekeringsbank op grond van de Algemene nabestaandenwet onder het toetsingsinkomen voor haar recht op zorgtoeslag. In de Wet op de zorgtoeslag is geen bepaling opgenomen op grond waarvan een dergelijke nabetaling buiten beschouwing kan worden gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6164
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401854/1/A2

202402195/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Someren een aanvraag van [wederpartij] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [wederpartij] is sinds 17 oktober 1985 eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Lierop en exploitant van een opfok- en vermeerderingsbedrijf in pluimvee op dit perceel. De agrarische activiteiten op het pluimveebedrijf bestonden tot voor kort uit het grootbrengen van kuikens tot kippen. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het in de rede om in deze specifieke situatie een toerekening naar redelijkheid toe te passen, waarbij het antwoord op de vraag aan welke gebeurtenis of gebeurtenissen de schade wordt toegerekend, afhangt van diverse factoren en de omstandigheden van het geval. Het college is het niet eens met het oordeel van de rechtbank. Het college voert aan dat het alleszins aannemelijk is dat er een verband bestaat tussen de komst van het vogelasiel en de opzegging van contracten vanwege de vrees voor verspreiding van dierziektes, maar dat het daarbij slechts om een indirect of afgeleid gevolg gaat en niet om een rechtstreeks en ruimtelijk relevant gevolg van de planologische wijziging

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6179
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202402195/1/A2

202403062/1/A2

Bij besluit van 2 september 2022 heeft het college an burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. In april 2020 is [appellante] met haar dochter verhuisd van Amsterdam naar Almere om te gaan samenwonen met haar toenmalige partner. Tijdens deze relatie is er sprake geweest van verbaal en fysiek geweld. Na het beëindigen van de relatie is [appellante] in december 2020 met haar dochter terugverhuisd naar Amsterdam. Zij heeft op 4 juli 2022 een urgentieverklaring aangevraagd. Op dat moment had zij een briefadres en verbleef zij samen met haar toen tweejarige dochter afwisselend bij kennissen. [appellante] geeft aan dat zij met haar dochter op straat komt te staan en dat zij daarom met spoed een woning nodig heeft. Zij kan dan ook haar trauma’s verwerken en haar dochter de mogelijkheid geven om zich goed te ontwikkelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6162
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403062/1/A2

202403590/1/R4

Bij besluit van 17 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het aanbouwen van een bijbehorend bouwwerk met twee bouwlagen aan de zijgevel van een woning op het perceel [locatie] te Maartensdijk. [appellante] is eigenaar van de woning. In maart 2022 is zij begonnen met bouwwerkzaamheden aan de woning, bestaande uit het aanbouwen van een bijbehorend bouwwerk met twee bouwlagen aan de zijgevel van de woning. Een toezichthouder van de gemeente De Bilt heeft in maart 2022 geconstateerd dat de bouwwerkzaamheden niet vergunningvrij zijn. Daarop heeft [appellante] de aanvraag voor een omgevingsvergunning ingediend waarover het in deze zaak gaat. Het college heeft aan de weigering ten grondslag gelegd dat de aanbouw in strijd is met het op het perceel geldende bestemmingsplan "Maartensdijk 2009".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6153
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403590/1/R4

202403799/1/R3

Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad van de gemeente Achtkarspelen het bestemmingsplan "De Singel 35 e.o. te Harkema" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van een woning op het perceel De Singel 35 mogelijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6109
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Mondelinge uitspraak
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202403799/1/R3

202404039/1/A2

Bij besluit van 6 juni 2023 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond een bij besluit van 13 april 2023 aan [appellant] verleende urgentieverklaring ingetrokken. Het Centrum voor Dienstverlening in Rotterdam heeft namens [appellant] een aanvraag om een urgentieverklaring ingediend. Bij besluit van 13 april 2023 heeft de SUWR aan [appellant] directe bemiddeling verleend op basis van de urgentiegrond ‘Doorstroom vanuit een hulpverleningstraject’ als bedoeld in artikel 5.7 van Bijlage I van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 (hierna: de Verordening). De SUWR heeft bij besluit van 6 juni 2023 de urgentieverklaring ingetrokken, omdat [appellant] in strijd met het besluit van 13 april 2023 een aangeboden woning heeft afgewezen. [appellant] betoogt dat de rechtbank met haar opsomming van alle vindplaatsen waaruit hij had kunnen afleiden dat hij niet het recht had om een aangeboden woning éénmaal af te wijzen, voorbij is gegaan aan zijn verstandelijke beperking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6150
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202404039/1/A2

202404086/1/R4

Bij besluit van 23 mei 2024 heeft de raad van de gemeente Woerden het bestemmingsplan "Woningbouwlocatie Wittlaan 12" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt 29 grondgebonden woningen met bijbehorende infrastructurele voorzieningen op het perceel Wittlaan 12 in Woerden mogelijk. De bestaande bedrijfsactiviteiten op deze locatie zullen hiervoor plaatsmaken. Het bestemmingsplan maakt ook het doortrekken van een fietsroute over het Adriaan Duyckpad, ten westen van het plangebied, naar de ten oosten van het plangebied gelegen woonwijk, waarin de woning van [appellant] aan de [locatie] is gelegen, mogelijk. Aan die oostzijde van het plangebied zal hiervoor een fietsbrug worden gebouwd. De locatie waar de brug is beoogd, ligt buiten het plangebied. [appellant] vreest door de fietsroute voor een verkeersonveilige situatie in zijn wijk. Tegen de woningbouw op zich heeft hij geen bezwaren. The International Trade B.V. is de initiatiefnemer van de planontwikkeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6117
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202404086/1/R4

202404196/1/A3

Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft de minister aan [bedrijf] onder meer een bestuurlijke boete opgelegd van € 57.000,00. De minister heeft bij het besluit van 8 augustus 2022 aan [bedrijf] de bestuurlijke boete opgelegd wegens overtreding van bepalingen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Uit een door de Inspectie Leefomgeving en Transport opgesteld boeterapport van 25 maart 2021 en een aanvullend boeterapport van 24 januari 2022 volgt, dat naar aanleiding van een melding is vastgesteld dat [bedrijf] op 2 november 2020 bij renovatiewerkzaamheden van een school niet-gecertificeerd en op onjuiste wijze asbestwerkzaamheden heeft verricht. Daarbij zijn twee werknemers blootgesteld aan asbestvezels en vielen brokstukken van een asbesthoudende dakdoorvoer in onder meer een lokaal waar les werd gegeven. [bedrijf] heeft van de asbestwerkzaamheden geen melding gemaakt. De minister verwijt [bedrijf] te hebben nagelaten het asbeststof zo laag mogelijk te houden, de asbestwerkzaamheden te melden, doeltreffende maatregelen te nemen en te voldoen aan de certificaatverplichtingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6149
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202404196/1/A3

202404973/1/A2

Bij besluit van 2 januari 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellante] om overname van private schulden afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. In hoofdstuk 4 van de Wht is geregeld onder welke voorwaarden gedupeerden in aanmerking komen voor het overnemen en betalen van private schulden. De voor dit geschil relevante bepalingen van die wet zijn opgenomen in de bijlage. [appellante] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Zij heeft de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om overname van een private schuld van € 252.033,37. De geldschuld bestaat uit drie delen. De minister heeft zich voor leningdeel I op het standpunt gesteld dat het gaat om een hypothecaire lening en dat er geen restschuld bestaat na verkoop van of verhaal op de verhypothekeerde zaak. Dit sluit overname van die schuld uit. Daarnaast staat niet vast dat de schuld vóór 1 juni 2021 opeisbaar was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6140
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404973/1/A2

202405084/1/R1

Bij besluit van 2 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Leudal het bestemmingsplan "Heide 24 te Heythuysen" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld. Het plan voorziet in de bouw van vijf ecolodges op het perceel Heide 24 te Heythuysen, waar in de bestaande situatie een burgerwoning met landbouwgrond is.[appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met de vaststelling van het plan, voor zover het gaat om het plandeel met de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie". Hiertoe stellen zij dat het plangebied grenst aan het stiltegebied Asbroekerheide dat al overbelast is met onder andere recreatieve activiteiten, zoals Agrohotel Berry Brothers en Will’s Ranch. Zij verwijten de raad geen beleid te hebben voor de toevoeging van recreatieve activiteiten in het gebied en stellen dat de voorziene ecolodges de rust in het gebied verstoren. Zij vrezen met name voor geluid- en verkeersoverlast, als gevolg waarvan dieren worden verdreven en verkeersonveilige situaties ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6133
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202405084/1/R1

202405250/1/R4

Met de brieven van 16 januari 2023 en 12 juli 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen gereageerd op brieven van [appellant] over de renovatie van zijn woning aan de [woonplaats] in Nijmegen. [appellant] is de eigenaar van de bovenwoning aan de [woonplaats] in Nijmegen. Op 3 maart 2021 heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd om de woning te kunnen renoveren, waarbij onder andere vervanging van de voordeur en de raamkozijnen zou plaatsvinden. De Omgevingsdienst Regio Nijmegen liet namens het college weten dat de woning in een gebied met beschermd stadsgezicht ligt. Hierom verzocht de ODRN [appellant] om de activiteit ‘wijzigen van een gemeentelijk monument’ aan de vergunningsaanvraag toe te voegen en om aanvullende gegevens aan te leveren. Omdat [appellant] niet bereid was deze aanvullende gegevens in te dienen heeft het college de aanvraag buiten behandeling gesteld. [appellant] kan zich niet verenigen met de manier waarop zijn vergunningaanvraag is afgehandeld door de ODRN. Volgens [appellant] is er technisch gezien geen andere oplossing dan het vervangen van de kozijnen en is dit ook gebeurd bij alle andere identieke woningen in de straat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6125
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405250/1/R4

202405630/1/A3

Bij besluit van 4 mei 2023, na bezwaar gehandhaafd bij besluit van 6 oktober 2023, heeft de minister een verzoek van [appellant] op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming toegewezen. [appellant] heeft bij de Belastingdienst een verzoek om inzage ingediend in zijn persoonsgegevens die in de Fraude Signalering Voorziening stonden. De minister heeft dit verzoek toegewezen en een overzicht van de persoonsgegevens van [appellant] in de FSV verstrekt. Bij brief van 2 juni 2023, ontvangen op 8 juni 2023, heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen dit besluit. In het bezwaarschrift heeft [appellant] aangegeven dat Quacken zijn gemachtigde is, maar heeft [appellant] de ook minister verzocht hem over dit bezwaarschrift te bellen. Bij brief van 15 juni 2023 heeft de minister de ontvangst van het bezwaar van [appellant] bevestigd en de beslistermijn op grond van artikel 7:10, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht met zes weken verlengd. Op 28 juli 2023 heeft [appellant] de minister in gebreke gesteld en vervolgens heeft hij beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn bezwaar.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6148
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202405630/1/A3

202405927/1/A3

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. De politie heeft op 7 juli 2023 de woning onderzocht. Blijkens de bestuurlijke rapportage van 19 juli 2023 zijn bij dit onderzoek attributen voor het versnijden en verwerken van harddrugs en een luchtbuks gevonden. Mede naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester de woning gesloten. De rechtbank heeft de sluiting van de woning in stand gelaten. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het sluiten van de woning noodzakelijk is. Hij voert aan dat de burgemeester met een waarschuwing had kunnen volstaan, omdat in de woning geen drugs zijn gevonden. Verder stelt hij onder meer dat de attributen voor een ander werden bewaard en dat die niet bedoeld zijn voor de productie en/of distributie van drugs.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6147
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202405927/1/A3

202406255/2/A2

van [appellante] over te nemen. Bij besluit van 28 november 2023 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 28 augustus 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. In deze zaak is in geschil of de minister terecht geweigerd heeft om een private schuld van [appellante] over te nemen, of dat hij toepassing had behoren te geven aan de hardheidsclausule die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. Deze uitspraak bouwt voort op de tussenuitspraak van de Afdeling van 21 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2309. [appellante] heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak de volgende stukken overgelegd: een budgetoverzicht en een toelichting daarbij van de ondersteuner van het buurtteam, een verklaring van haar fysiotherapeut, en een screenshot van onderzoeksuitslagen van haar behandelend orthopeed.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6146
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406255/2/A2

202406341/1/A3

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam de woning aan de [locatie] in Rotterdam voor drie maanden gesloten. [appellant] is huurder van de woning aan de [locatie] in Rotterdam. De woning wordt verhuurd via de Stichting (Z)Onderdak, die dak- en thuislozen onderdak en begeleiding biedt. Uit een bestuurlijke rapportage van de politie van 29 april 2023 blijkt dat buren in een korte periode verschillende meldingen van overlast hebben gedaan. Verder heeft de politie bij bezoeken onder andere attributen voor het gebruik van drugs en messen aangetroffen. [appellant] heeft verklaard dat een ander in de woning drugs heeft bereid en van daaruit heeft verkocht, aldus de bestuurlijke rapportage. Naar aanleiding van deze rapportage heeft de burgemeester de woning voor drie maanden gesloten. De rechtbank heeft de sluiting in stand gelaten. [appellant] betoogt in de eerste plaats dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het sluiten van de woning noodzakelijk was. Hij stelt dat in de woning geen handelshoeveelheid drugs is gevonden en dat de daar aangetroffen attributen waren bestemd voor eigen gebruik. Er is geen sprake van drugshandel vanuit de woning. Verder was er geen "loop" naar de woning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6144
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202406341/1/A3

202406527/1/R3

Bij besluit van 12 september 2024 heeft de raad van de gemeente Rotterdam het bestemmingsplan "De Kaai" vastgesteld. Het plangebied omvat de gronden van het voormalige Unilever-terrein aan de Nassaukade in Rotterdam, in de wijk Feijenoord. Het plangebied wordt globaal omsloten door de Nieuwe Maas, de aanlegplaats Nieuwe Maas en verderop de Nassauhaven en de Nassaustraat. Het gebied wordt getransformeerd van een bedrijfslocatie naar een locatie voor wonen, kantoor en andere bedrijfsruimten, dienstverlening, horeca, cultuur en ontspanning, sportvoorzieningen, maatschappelijke voorzieningen en ondergeschikte detailhandel. Het plan staat de bouw van maximaal 1.100 woningen toe en 17.000 m2 aan voorzieningen, onder meer in de vorm van horeca aan de kade en kantoorruimte in bestaande bebouwing. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en anderen, Pathé Theatres B.V. en Bewonersvereniging Wijk Feijenoord en anderen kunnen zich om uiteenlopende redenen niet met het plan verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6168
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202406527/1/R3

202406984/1/A2

Bij besluit van 10 maart 2021 heeft de Dienst Toeslagen een verzoek van [appellante] om compensatie van de kinderopvangtoeslag over 2008 afgewezen. [appellante] heeft zich bij de Dienst Toeslagen gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om herbeoordeling van haar kinderopvangtoeslag over het toeslagjaar 2008. De Dienst Toeslagen heeft opnieuw naar dit jaar gekeken en advies gevraagd aan de Commissie van Wijzen. Deze commissie heeft in haar advies van 16 februari 2021 geconcludeerd dat geen sprake is geweest van institutioneel vooringenomen handelen. De Dienst Toeslagen heeft onder verwijzing naar dit advies het verzoek om compensatie afgewezen. Het bezwaar van [appellante] tegen dit besluit heeft de Dienst Toeslagen ongegrond verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het betoog van [appellante] dat het besluit van 18 december 2023 onjuist en ondeugdelijk is, niet slaagt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6127
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202406984/1/A2

202407371/1/A2

Bij mondelinge uitspraak van 18 oktober 2024 heeft de rechtbank het verzoek van [appellant] om het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen te veroordelen tot vergoeding van schade afgewezen. Bij besluit van 7 mei 2018 heeft het CBR [appellant] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd. Op 26 juli 2018 heeft het Openbaar Ministerie [appellant] meegedeeld dat zijn rijbewijs op grond van artikel 123b van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: Wvw 1994) op 20 juli 2018 ongeldig is geworden wegens het onherroepelijk worden van een veroordeling voor rijden onder invloed van alcohol, drugs, medicijnen of een combinatie daarvan of wegens het weigeren om mee te werken aan een ademanalyse of bloedonderzoek. Bij besluit van 23 oktober 2018 heeft het CBR aan [appellant] meegedeeld dat uit het onderzoek is gebleken dat hij niet geschikt is om te rijden. Bij besluit van 15 november 2018 heeft het CBR het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard per 22 november 2018.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6186
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407371/1/A2

202407373/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellante] om terugbetaling van een door haar afgeloste schuld afgewezen. [appellante] is een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire. Op 5 juli 2021 is op grond van de zogenoemde Catshuisregeling een compensatiebedrag van € 30.000,00 op haar rekening bij de ABN AMRO Bank (hierna: de bank) gestort. Daarmee is een schuld van € 4.906,59, die zij op dat moment op die rekening had, afgelost en is een positief saldo ontstaan. In hoofdstuk 4 van de Wet hersteloperatie toeslagen is vastgelegd onder welke voorwaarden een gedupeerde van de toeslagenaffaire in aanmerking kan komen voor het overnemen en betalen van private schulden. In artikel 4.3 van de Wht is een regeling opgenomen voor compensatie van al afgeloste private schulden. Deze bepaling houdt in dat, kort gezegd en voor zover hier van belang, een private schuld die is betaald na ontvangst van een bedrag op grond van een herstelmaatregel als bedoeld in artikel 2.7 van de Wht, bijvoorbeeld de toekenning van een geldbedrag als bedoeld in artikel 2.1 van de Wht, in aanmerking komt voor vergoeding, als de afgeloste schuld, wanneer deze niet was voldaan, op grond van de Wht zou zijn overgenomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6120
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407373/1/A2

202408039/1/R1

Bij besluit van 24 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Purmerend het bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" vastgesteld. Bij besluit van 19 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een appartementencomplex en een maatschappelijke voorziening aan het Koggeland 88A - 88P, 90A - 90V en 92A - 92V en een appartementencomplex en het aanleggen van een inrit aan de Luitje Broekmastraat 35 - 55. Het plan biedt een planologische regeling voor het oprichten van een appartementencomplex met 53 sociale huurwoningen en een maatschappelijke voorziening in de plint aan het Koggenland en een appartementencomplex met 11 middeldure huurwoningen aan de Luitje Broekemastraat 35-55. Woonstichting Rochdale zal deze woningen realiseren en verhuren. [appellant sub 1] en anderen en [appellant sub 2] betogen dat de raad plannen zonder overleg met de omgeving heeft veranderd en dat er onvoldoende communicatie en samenwerking met de buurt heeft plaatsgevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6167
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202408039/1/R1

202408046/4/R1 en 202500018/2/R1

Bij tussenuitspraak van 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2607, heeft de Afdeling het college opgedragen om binnen vier weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 25 november 2024 te herstellen. In dat besluit heeft het college de locaties Sint-Jobskade ter hoogte van huisnummer 50 (locatienummer 23.170), Müllerkade ter hoogte van huisnummer 183 (locatienummer 23.171), Sint-Jobskade ter hoogte van huisnummer 800 (locatienummer 23.184) en Sint-Jobskade ter hoogte van huisnummer 500 (locatienummer 23.362) aangewezen voor het plaatsen van (ondergrondse) containers voor de inzameling van huishoudelijk afval. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling naar aanleiding van de beroepen van [appellant A] en anderen, [appellant B] en anderen en [appellant C] in overweging 3.1 geoordeeld dat het besluit van 25 november 2024 in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel is. De reden hiervoor is dat uit het besluit van 25 november 2024 niet duidelijk valt af te leiden welke locaties het college voor het plaatsen van de ORAC’s uiteindelijk heeft willen aanwijzen en op grond van welke redenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6145
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202408046/4/R1 en 202500018/2/R1

202408083/1/A2

Bij besluit van 26 januari 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [wederpartij] om zijn schulden bij GGN Incasso ter hoogte van € 111.899,84 en € 3.319,22 en bij Bazuin & Partners ter hoogte van € 94.954,36 over te nemen afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. In hoofdstuk 4 van de Wht is geregeld onder welke voorwaarden gedupeerden in aanmerking komen voor het overnemen en betalen van private schulden. [wederpartij] heeft op 5 december 2011 bij zijn ouders een hypothecaire lening van € 100.000,00 afgesloten. Voor die lening heeft hij de woningen aan de Gangesdreef 26 en de Grifstraat 39-BS in Utrecht als onderpand gebruikt. Deze lening is later overgenomen door Bazuin & Partners. Omdat [wederpartij] niet meer kon voldoen aan zijn betalingsverplichtingen, heeft Bazuin & Partners [wederpartij] op 12 april 2018 aangemaand de geldschuld binnen twee dagen te voldoen. Vervolgens is op 24 april 2018 tot executie overgegaan. [wederpartij] is erkend gedupeerde van de toeslagenaffaire.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6132
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202408083/1/A2

202500183/1/R1

Bij besluit van 13 januari 2022 heeft het college [appellante] onder oplegging van een dwangsom gelast om de niet-recreatieve bewoning van het recreatieverblijf op het perceel [locatie] in Opmeer te beëindigen en beëindigd te houden. [appellante] is eigenaar van een recreatiewoning op het recreatiepark "West-Friesland". Op grond van de ter plaatse geldende beheersverordening "Recreatieparken Opmeer" mag de recreatiewoning alleen recreatief worden gebruikt. Permanente bewoning is niet toegestaan. Volgens de Basisregistratie Personen staat [appellante] sinds 13 juni 2018 op dit adres ingeschreven. Op basis van controles door toezichthouders van de gemeente heeft het college geconstateerd dat de recreatiewoning permanent wordt bewoond. Bij besluit van 22 november 2022 is het college overgegaan tot invordering van de door [appellante] verbeurde dwangsommen van in totaal € 25.000,00, omdat [appellante] niet binnen de begunstigingstermijn aan de bij het besluit van 13 januari 2022 opgelegde last heeft voldaan. Het college heeft op 6 april 2023 een dwangbevel uitgevaardigd dat door een deurwaarder aan het adres van [appellante] is betekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6143
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500183/1/R1

202500245/1/A2

Bij besluiten van 5 juli en 2 augustus 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] om compensatie van een afgeloste geldschuld afgewezen. Bij besluit van 5 maart 2024 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. [appellante] is een erkend gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. Zij heeft op grond van artikel 2.7 van de Wet hersteloperatie toeslagen een eenmalig forfaitair bedrag van € 30.000,00 ontvangen, ook bekend als de Catshuisregeling. [appellante] heeft een deel van dit geld gebruikt om een openstaande schuld bij een familielid af te lossen. Zij heeft daarom een aanvraag gedaan om compensatie voor afgeloste schulden, als bedoeld in artikel 4.3 van de Wht. Bij besluiten van 5 juli en 2 augustus 2023 heeft de minister de aanvraag van [appellante] afgewezen. De minister heeft bij besluit van 5 maart 2024 het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Hiertoe heeft de minister overwogen dat hij het bezwaarschrift op 6 november 2023 heeft ontvangen. [appellante] heeft dus te laat bezwaar gemaakt. De minister heeft geen reden gezien om aan te nemen dat [appellante] wel tijdig bezwaar heeft gemaakt. Zij heeft namelijk niet aannemelijk gemaakt dat zij op 7 juli 2023 het bezwaar heeft verzonden naar de Kredietbank Amsterdam. Ook heeft de minister de termijnoverschrijding niet verschoonbaar geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6119
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500245/1/A2

202500529/1/A2

Bij separate besluiten van 7 maart 2023 heeft de minister geweigerd om schulden van [appellant] over te nemen. Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een aantal schulden. De minister heeft bij separate besluiten van 7 maart 2023 gedeeltelijk geweigerd om schulden over te nemen. Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft de minister, voor zover hier relevant, het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6128
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500529/1/A2

202500654/1/V2

Bij besluit van 7 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Ethiopische nationaliteit en komt uit Aksum, een stad in de regio Tigray in Ethiopië. Hij heeft aan zijn asielaanvraag ten grondslag gelegd dat hij vanwege zijn Tigreese etniciteit is mishandeld tijdens zijn werk als taxichauffeur, omdat hij zowel Amhaarse als Tigreese mensen vervoerde. Daarnaast stelt hij dat hij werd gediscrimineerd toen de oorlog uitbrak in Tigray, en dat mensen massaal werden vermoord toen het leger zijn dorp binnenviel. De minister heeft de nationaliteit en herkomst van appellant geloofwaardig geacht, net als de ondervonden discriminatie wegens zijn Tigreese etniciteit. De minister stelt zich echter op het standpunt dat appellant bij terugkeer naar Ethiopië geen reëel risico loopt op ernstige schade. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op het beleid van de minister in paragraaf C7/14.4 van de Vc 2000 over de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Ethiopië en de betekenis daarvan voor de uit [plaats] afkomstige appellant.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6187
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500654/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202500654/1/V2

202501346/1/A3

Bij besluit van 12 september 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd van € 11.250,- voor het niet hebben van een deugdelijke registratie van arbeids- en rusttijden van haar werknemers. [appellante] is een aspergeboerderij aan de [locatie] in [plaats]. De Nederlandse Arbeidsinspectie heeft daar op 7 juni 2022 een controle uitgevoerd op de naleving van de Arbeidstijdenwet. De inspecteurs hebben een boeterapport opgesteld en zij hebben daarin geconstateerd dat [appellante] in de periode van maandag 9 mei 2022 tot en met zondag 5 juni 2022 de arbeids- en rusttijden van haar werknemers niet deugdelijk heeft geregistreerd waardoor toezicht op de naleving van de Atw niet mogelijk was. Volgens de inspecteurs heeft [appellante] daarmee artikel 4:3, eerste lid, van de Atw overtreden. [appellante] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat uit de toelichting van Bijlage 2 van de Beleidsregel volgt dat de minister met het opleggen van een waarschuwing had mogen volstaan. Zij voert hiertoe aan dat zij een urenregistratie heeft bijgehouden. Volgens haar is er slechts sprake van een kleine tekortkoming ten aanzien van de gemaakte overuren en is deze tekortkoming te wijten aan een calamiteit.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6142
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202501346/1/A3

202501837/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2025 heeft de examencommissie Curio Specials de inschrijving van [appellant] beëindigd. [appellant] heeft een MBO-diploma Medewerker beheer ICT, niveau 3 en wil bij stichting Curio onderwijsgroep West-Brabant het MBO-diploma Persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg, niveau 4 halen. Hiertoe heeft hij zich op 21 april 2024 aangemeld voor een traject op basis van eerder verworven leeruitkomsten dat een duur van een jaar kent. Met dat doel heeft hij vooraf bij EVC Nederland een ervaringscertificaat behaald, waarmee elders verworven competenties zijn erkend. Het EVL-traject van Curio is ondergebracht bij de organisatie-eenheid Curio Specials en ziet alleen op de examinering van de generieke vakken van de opleiding. [appellant] is het niet eens met de beslissing zijn inschrijving voor de opleiding te beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:5947
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202501837/1/A2

202502653/1/A2

Bij beslissing van 6 februari 2025 heeft de examencommissie Curio Specials de inschrijving van [appellant] beëindigd. [appellant] heeft op 14 december 2015 het MBO-diploma, Helpende Zorg &, Welzijn, niveau 2, gehaald en wil bij stichting Curio onderwijsgroep West-Brabant het MBO-diploma van de middenkaderopleiding Persoonlijk begeleider maatschappelijke zorg halen. Hiertoe heeft hij zich aangemeld voor een traject op basis van eerder verworven leeruitkomsten, dat een duur van een jaar kent. Met dat doel heeft hij vooraf bij F&P Educatie een ervaringscertificaat behaald, waarmee elders verworven competenties zijn erkend. Het EVL-traject van Curio is ondergebracht bij de organisatie-eenheid Curio Specials en ziet alleen op de examinering van de generieke vakken van de opleiding. [appellant] is het niet eens met de beslissing zijn inschrijving voor de opleiding te beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6121
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502653/1/A2

202502847/1/A3

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Weert beslist op een verzoek van [partij] om openbaarmaking van documenten. [appellant] is voormalig burgemeester van de gemeente Weert. In De Limburger verscheen op 11 januari 2020 een artikel waarin was geschreven dat [appellant] mogelijk niet integer zou hebben gehandeld bij het verstrekken van subsidies. Voor de gemeenteraad van Weert is dit aanleiding geweest om een integriteitsonderzoek in te stellen. [appellant] heeft op 19 januari 2020 9.133 e-mails uit zijn functionele mailbox verwijderd. Daarna resteerden in die mailbox nog zeven e-mails. Op 29 januari 2020 heeft het college opdracht gegeven om de inhoud van de functionele mailbox van [appellant] met de verwijderde e-mails en zijn werkagenda veilig te stellen. Vervolgens is de kopie van de veilig gestelde e-mails, de andere informatie en de werkagenda (hierna: "de veiliggestelde e-mails") opgeslagen op een externe harde schijf en bewaard in een kluis. [partij] heeft op 7 juli 2020 als journalist bij De Limburger een verzoek op grond van de Wet openbaarheid van bestuur ingediend waarin hij, samengevat, heeft verzocht om documenten of informatie over het handelen en/of functioneren van [appellant] in zijn hoedanigheid als burgemeester van de gemeente Weert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6191
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202502847/1/A3

202503033/1/A2

Bij beslissing van 12 mei 2025 heeft de commissie van beroep voor de examens Scalda het administratief beroep van [appellant] tegen het uitblijven van een beslissing niet-ontvankelijk verklaard. [appellant] heeft een MBO-diploma Begeleider specifieke doelgroepen, niveau 3, en wil bij Scalda het MBO-diploma van de middenkaderopleiding Persoonlijk begeleider specifieke doelgroepen, niveau 4, halen. Hiertoe heeft hij zich aangemeld voor een traject op basis van eerder verworven leeruitkomsten dat een duur van een jaar kent. Met dat doel heeft hij vooraf bij F&P Educatie een ervaringscertificaat behaald, waarmee elders verworven competenties zijn erkend. Het EVL-traject van Scalda is ondergebracht bij Helix Learning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6118
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202503033/1/A2

202503451/1/A2

Bij besluit van 6 maart 2024 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is sinds 2 november 2022 huurder van de woning aan [locatie] in Rotterdam. Zij heeft verzocht om verlening van een urgentieverklaring wegens de hoge woonlasten van de woning. Aan de afwijzing van de aanvraag heeft de SUWR ten grondslag gelegd dat [appellante] bij het sluiten van de huurovereenkomst wist dat zij de huurprijs niet zou kunnen betalen. Daarmee is het huisvestingsprobleem volgens de SUWR ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van [appellante] en doet zich de algemene weigeringsgrond, in de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020 voor. Op grond daarvan kan de SUWR een urgentieverklaring weigeren, als het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van de aanvrager of een lid van het huishouden, voor zover dit verwijtbare doen of nalaten niet langer dan twee jaar voor het indienen van de aanvraag plaatsvond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6141
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202503451/1/A2

202504001/1/A2

Bij beslissing van 20 februari 2025 heeft het Hoofd Bestuurlijke en Juridische Zaken, namens het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen, de aanvraag van [appellant] om financiële ondersteuning uit het Profileringsfonds afgewezen. [appellant] volgt de bacheloropleiding Rechtsgeleerdheid aan de Rijksuniversiteit Groningen. Op 10 december 2024 heeft zij een aanvraag voor financiële ondersteuning uit het Profileringsfonds ingediend ter compensatie van de door haar opgelopen studievertraging in het studiejaar 2023-2024. Het College van Bestuur van de Rijksuniversiteit Groningen heeft het bezwaar van [appellant] tegen de afwijzing van haar aanvraag ongegrond verklaard en daaraan het advies van de Geschillenadviescommissie van 22 april 2025 ten grondslag gelegd. In dat advies is onder meer het volgende vermeld. Op grond van artikel 5, tweede lid, van de Regeling Profileringsfonds RUG 2023-2024 moet bij de berekening van de studievertraging worden uitgegaan van een studielast van 60 ECTS. Omdat [appellant] in het studiejaar 2023-2024 60 ECTS heeft behaald, is er geen sprake van een studievertraging als bedoeld in artikel 5, tweede lid, van de Regeling. Het CvB heeft daarom geen financiële ondersteuning aan [appellant] toegekend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6116
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504001/1/A2

202504677/1/A2

Bij beslissing van 22 april 2025 heeft de examencommissie van de faculteit Economie en Bedrijfskunde het tentamencijfer van [appellant] voor het vak Research Methods for Finance (hierna: het vak) ongeldig verklaard. [appellant] heeft op 29 januari 2025 deelgenomen aan een tentamen voor het vak. Op 3 februari 2025 heeft de examencommissie een melding ontvangen van de examinator van het vak over een onregelmatigheid tijdens het tentamen. De melding houdt in dat [appellant] de instructie van een surveillant om te gaan staan niet heeft opgevolgd. De examencommissie heeft deze melding ten grondslag gelegd aan de beslissing van 22 april 2025. Zij heeft geconcludeerd dat sprake is geweest van een onregelmatigheid in de zin van artikel 9, vierde lid, gelezen in samenhang met artikel 11, eerste lid, van de Regels en Richtlijnen van de Examencommissie van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde, academisch jaar 2024-2025 (hierna: de Regels en Richtlijnen) en heeft daarom het tentamen ongeldig verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6188
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202504677/1/A2

202505015/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft de BSA-Commissie, namens de decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam, een negatief bindend studieadviesaan [appellant] uitgebracht. [appellant] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de bacheloropleiding Economics and Business Economics aan de UvA. Hij heeft in dit studiejaar 42 studiepunten behaald. Zijn studieresultaten voldoen daarmee niet aan de in artikel 6.3, tweede lid, van de Onderwijs- en Examenregeling 2024-2025 vereiste norm van 48 studiepunten. [appellant] heeft om uitstel van het bindend studieadvies gevraagd op grond van persoonlijke omstandigheden. Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft de commissie dit verzoek afgewezen en een NBSA uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6189
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505015/1/A2

202505408/1/A2

Bij beslissing van 12 augustus 2025 heeft de examencommissie Bio-Farmaceutische Wetenschappen, namens het bestuur van de Faculteit der Wiskunde en Natuurwetenschappen van de Universiteit Leiden, een negatief bindend studieadvies aan [appellante] gegeven voor de bacheloropleiding Bio-Farmaceutische Wetenschappen. Bij beslissing van 24 september 2025 heeft het college van beroep voor de examens van de Universiteit Leiden het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld. Het CBE heeft een verweerschrift ingediend. [appellante] is in het studiejaar 2023-2024 begonnen met de bacheloropleiding Biofarmaceutische Wetenschappen. Vanwege haar persoonlijke omstandigheden heeft zij twee hinderverklaringen gekregen van de studentendecaan waaruit volgt dat zij van 1 september 2023 tot en met 31 augustus 2025 in verschillende gradaties gehinderd was bij het verrichten van studieprestaties. [appellante] heeft in haar eerste studiejaar negen studiepunten behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6126
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505408/1/A2

BRS.25.000585

Bij besluit van 17 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkene heeft de Ethiopische nationaliteit en komt uit Mek’ele, de hoofdstad van de regio Tigray, in Ethiopië. Zij is in december 2021 naar Nederland gevlucht voor het geweld in Tigray. Zij heeft aan haar asielaanvraag ten grondslag gelegd dat zij etnisch Tigreese is en ernstige problemen heeft ondervonden wegens het conflict in Tigray. De Ethiopische autoriteiten zijn het ouderlijk huis binnengevallen en hebben alle waardevolle bezittingen meegenomen. Ook hebben zij de [winkel] van haar vader geplunderd en haar vader bij een huiszoeking meegenomen. Verder hebben de autoriteiten betrokkene, nadat zij was vertrokken naar Addis Abeba, daar opgepakt wegens haar etniciteit, in erbarmelijke omstandigheden vastgehouden en bedreigd met verkrachting. De minister acht deze elementen van haar asielrelaas geloofwaardig, maar stelt zich op het standpunt dat haar vrees in de huidige omstandigheden ongegrond is. De minister heeft haar afwijzende besluit onder meer gebaseerd op paragraaf C7/14.4 van de Vc 2000, over de veiligheids- en mensenrechtensituatie in Ethiopië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6058
Datum uitspraak
17 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000585
  • persberichtbij de uitspraak in de zaakBRS.25.000585

202306787/2/R4

Bij besluit van 26 september 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten aan [bedrijf C] een omgevingsvergunning verleend voor bouwen en handelen in strijd met een bestemmingsplan op de [locatie] in Putten. Het plan maakt onder andere een kringloopwinkel mogelijk op de locatie en op de zitting heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat er al een kringloopwinkel op de locatie is gevestigd. Onder verwijzing naar de regels van het plan heeft het college zich in de motivering bij het besluit van 13 februari 2024 op het standpunt gesteld dat de parkeervraag van de kringloopwinkel niet hoeft te worden beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6217
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306787/2/R4

202404753/1/V3

Bij besluit van 25 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 8 juni 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 11 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen twaalf weken na de verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van die uitspraak. Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6063
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404753/1/V3

202502112/1/V1

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 24 september 2024 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 14 maart 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. H.H.R. Bruggeman, advocaat in Leiderdorp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6083
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502112/1/V1

BRS.25.000985

Bij besluit van 28 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6050
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000985

BRS.25.002001

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6054
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002001

BRS.25.002228

Bij besluit van 8 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6056
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002228

BRS.25.002347 en BRS.25.002348

Bij besluit van 26 augustus 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 2 december 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker, vertegenwoordigd door mr. A.W. IJland, advocaat in Amsterdam, hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6102
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002347 en BRS.25.002348

BRS.25.002439

Bij besluiten van 24 september 2025 heeft de minister aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen. Bij uitspraak van 1 december 2025 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6096
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002439

202500108/1/A2

De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellant] over 2017 bij besluit van 3 april 2021 definitief vastgesteld op € 0,-. Ook is vastgesteld dat [appellant] te veel voorschot huurtoeslag heeft ontvangen en daarom € 1.017,-. moet terugbetalen. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen bij besluit van 11 mei 2021 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens bij uitspraak van 28 november 2024 het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6301
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500108/1/A2

202500511/1/A2

[appellant] heeft een urgentieaanvraag op sociaal-medische gronden ingediend omdat zijn woning, een tweekamerwoning van 43 vierkante meter, te klein is voor zijn gezin dat in 2023 naar Nederland is gekomen. Verder heeft [appellant] aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat hij rugklachten heeft, waardoor hij moeite heeft met traplopen. Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft bij besluit van 7 oktober 2023 de urgentieaanvraag van [appellant] afgewezen. Volgens het college is sprake van meerdere algemene weigeringsgronden. Bij besluit van 16 februari 2024 heeft het college het daartegen door [appellant] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens bij uitspraak van 12 december 2024 het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6302
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500511/1/A2

202501503/1/A2

[appellante] heeft een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Zij heeft daarbij gesteld dat zij in 1987/1988 tijdens haar zwangerschap in het ziekenhuis in Haarlem met medicijnen is vergiftigd door haar gynaecoloog. Daardoor heeft zij ernstige, chronische gezondheidsschade opgelopen aan onder andere haar gebit, haar huid en haar schildklier. Ook heeft zij psychisch letsel opgelopen. Deze aanvraag is door de CSG afgewezen bij besluit 29 augustus 2022. Bij besluit van 8 december 2022 heeft de CSG het daartegen door [appellante] gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens het daartegen ingestelde beroep bij uitspraak van 16 januari 2025 ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6303
Datum uitspraak
16 december 2025
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501503/1/A2

202408049/1/V1

Bij besluit van 15 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 5 december 2024 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6062
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202408049/1/V1

BRS.25.001060

Bij besluit van 17 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland heeft. Bij besluit van 8 december 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 10 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door K. Agyapong-Ntra, rechtsbijstandsverlener in Amsterdam, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6043
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001060

BRS.25.001762 en BRS.25.001763

Bij besluit van 3 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6034
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001762 en BRS.25.001763

BRS.25.001786

Bij besluit van 20 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij besluit van 2 april 2024 heeft de staatssecretaris het daartegen door verzoeker gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 6 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6044
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001786

BRS.25.002049

Bij besluit van 24 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6042
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002049

BRS.25.002056 en BRS.25.002057

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2025 te verlaten. Bij uitspraak van 18 november 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6033
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002056 en BRS.25.002057

BRS.25.002130

Bij besluit van 4 december 2024 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 30 oktober 2025 heeft de rechtbank het daartegen door verzoeker ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft verzoeker hoger beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6040
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002130

BRS.25.002329

Bij besluit van 16 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6075
Datum uitspraak
15 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002329

202402502/1/V2

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6037
Datum uitspraak
12 december 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202402502/1/V2
vorige pagina1...212223...1.243volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon