Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202404464/1/A2

Uitspraak 202404464/1/A2

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1049
Datum uitspraak
25 februari 2026
Inhoudsindicatie
Bij e-mail van 10 juli 2024 heeft [appellant] bij de Afdeling een verzoek ingediend om de Hogeschool te veroordelen tot vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden door het handelen van de Hogeschool. [appellant] volgt een opleiding aan de Hogeschool. Dit is een niet-bekostigde onderwijsinstelling voor hoger onderwijs, die naast geaccrediteerde opleidingen die leiden tot een graad op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ook cursussen aanbiedt waarvoor dat niet geldt. [appellant] stelt dat hij door het handelen van de Hogeschool studievertraging heeft opgelopen. De Hogeschool heeft hem namelijk niet (tijdig) ingeschreven voor cursussen. Hij had hierdoor geen toegang tot studiemateriaal. [appellant] heeft de Afdeling verzocht om de Hogeschool te veroordelen tot vergoeding van de door hem geleden schade.
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202404464/1/A2
Datum uitspraak: 25 februari 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

en

de NOVI Hogeschool B.V. (de Hogeschool),

verweerder.

Procesverloop

Bij e-mail van 10 juli 2024 heeft [appellant] bij de Afdeling een verzoek ingediend om de Hogeschool te veroordelen tot vergoeding van schade die hij stelt te hebben geleden door het handelen van de Hogeschool.

De Hogeschool heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 5 december 2025, waar [appellant] en de Hogeschool, vertegenwoordigd door P. Akkermans, beiden via een videoverbinding, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1.       [appellant] volgt een opleiding aan de Hogeschool. Dit is een niet-bekostigde onderwijsinstelling voor hoger onderwijs, die naast geaccrediteerde opleidingen die leiden tot een graad op grond van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek ook cursussen aanbiedt waarvoor dat niet geldt.

2.       [appellant] stelt dat hij door het handelen van de Hogeschool studievertraging heeft opgelopen. De Hogeschool heeft hem namelijk niet (tijdig) ingeschreven voor cursussen. Hij had hierdoor geen toegang tot studiemateriaal. [appellant] heeft de Afdeling verzocht om de Hogeschool te veroordelen tot vergoeding van de door hem geleden schade.

Beoordeling van het verzoek

3.       De Afdeling beantwoordt eerst de vraag of zij bevoegd is om kennis te nemen van het verzoek om schadevergoeding.

4.       Uit de stukken en wat ter zitting met partijen is besproken, volgt dat de door [appellant] gestelde schade samenhangt met de tussen hem en de onderwijsinstelling gesloten privaatrechtelijke onderwijsovereenkomst en niet voortvloeit uit een besluit of een daarmee gelijk te stellen handeling van een bestuursorgaan. De Afdeling is daarom, gelet op artikel 8:88, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, niet bevoegd om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen.

5.       De Hogeschool hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het verzoek om schadevergoeding kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, voorzitter, en mr. B.P. Vermeulen en mr. W. den Ouden, leden, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Daalder
voorzitter

w.g. Van Loon
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026

284-1062


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon