Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 105.484
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202505709/1/A2

Bij besluit van 1 maart 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] verplicht om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Bij besluit van 1 maart 2024 heeft het CBR [appellant] verplicht om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. De beoordeling door het CBR van die feiten en omstandigheden heeft tot de conclusie geleid dat een vermoeden van ongeschiktheid gerechtvaardigd is. Bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 1 maart 2024 heeft het CBR [appellant] verplicht om medewerking te verlenen aan een onderzoek naar zijn rijgeschiktheid. Dit besluit is opgelegd op grond van artikel 23, derde lid, sub b, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid (de Regeling). Ingevolge artikel 25, eerste lid, van de Regeling komen de kosten van het onderzoek voor rekening van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5785
Datum uitspraak
30 september 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202505709/1/A2

202505725/1/R1

Bij besluit van 21 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Medemblik een volgens het college door [appellant] verbeurde dwangsom van € 15.000,00 ingevorderd. Het college heeft bij besluit van 11 augustus 2022, verzonden op diezelfde datum, gelast het huisvesten van arbeidsmigranten op het perceel [locatie] in Wervershoof, te beëindigen en beëindigd te houden, onder aanzegging van een dwangsom van €1.500,00 per week met een maximum van €15.000,00. De begunstigingstermijn van de last is gesteld op acht weken na de verzenddatum. Naar aanleiding van de brief van [appellant] van 6 september 2022 heeft het college op 11 oktober 2022 de begunstigingstermijn verlengd tot en met 1 januari 2023. Het besluit tot oplegging van de dwangsom van 11 augustus 2022 is in rechte onaantastbaar geworden. Het college heeft meermaals geconstateerd dat niet aan de last is voldaan en heeft op 21 november 2023 een besluit tot invordering van de dwangsom genomen. Volgens het college is de volledige dwangsom verbeurd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5815
Datum uitspraak
30 september 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202505725/1/R1

202505942/1/A2

Bij besluit van 27 maart 2025 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Delft een aanvraag van [appellant] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant] woont met zijn partner en kind in een flatwoning op de tweede verdieping. Hij heeft een urgentieverklaring aangevraagd, omdat de huidige woning niet passend is gelet op zijn lichamelijke en psychische klachten. De woning is te klein, waardoor hij wordt beperkt in zijn bewegingsruimte en de woning is alleen bereikbaar door eerst twee trappen op te lopen. Door een zeldzame ziekte die de druk in de hersenen verhoogt, knieproblemen en meerdere medische complicaties bestaat er noodzaak tot verhuizing. In hoger beroep is alleen nog in geschil of het college, in het kader van het toepassen van de hardheidsclausule, nader medisch onderzoek door een onafhankelijke arts had moeten laten doen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5794
Datum uitspraak
30 september 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202505942/1/A2

202506063/1/A2

Bij brief van 4 augustus 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen aan [appellant] laten weten dat zijn persoonsgegevens in de Fraude Signalering Voorziening (FSV) stonden. De minister van Financiën heeft [appellant] bij brief van 4 augustus 2023 laten weten dat zijn persoonsgegevens in de FSV stonden. In die brief staat vermeld dat [appellant]’ gegevens daarin stonden, omdat het Landelijke Bureau Inning Onderhoudsbijdragen, een overheidsorganisatie, zijn belastinggegevens bij de Belastingdienst had opgevraagd. Verder staat daarin dat wordt onderzocht of de opname van de persoonsgegevens in de FSV gevolgen heeft gehad voor [appellant]. De minister heeft het door [appellant] tegen de brief van 4 augustus 2023 gemaakte bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De brief is geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De brief bevat slechts algemene informatie over de FSV en een feitelijke mededeling dat en waarom de persoonsgegevens daarin waren opgenomen. Deze informatie en mededeling is niet gericht op rechtsgevolg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5784
Datum uitspraak
30 september 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202506063/1/A2

202506150/1/R4

Dama dama heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden. Dama dama heeft op 13 december 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een veldschuur en schuilstal voor schapen op een perceel nabij de Zouwendijk 5 in Ameide, gemeente Vijfheerenlanden. Op 27 maart 2025 heeft Dama dama bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op deze aanvraag door het college. De rechtbank heeft zich onbevoegd verklaard om van het beroep kennis te nemen, omdat volgens de rechtbank geen sprake is van een met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit. De rechtbank heeft in dit verband overwogen dat Dama dama de aanvraag van 13 december 2022 met een e-mail van 2 februari 2023 heeft ingetrokken en dat Dama dama zich wat die intrekking betreft niet kan beroepen op dwaling. Dama dama is het hiermee niet eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5800
Datum uitspraak
30 september 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202506150/1/R4

202601412/1/R4

Bij besluit van 20 december 2025 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 12 december 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. [appellant] voert aan dat het bedrag van € 199,57 niet de kosten zijn die het college daadwerkelijk heeft moeten maken voor het opruimen van de kartonnen doos. Hij heeft daarom verzocht om een onderbouwing van de kosten die in zijn geval zijn gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5795
Datum uitspraak
30 september 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202601412/1/R4

202602117/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij], afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5751
Datum uitspraak
30 september 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202602117/1/R2

202602118/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij], afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5749
Datum uitspraak
30 september 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202602118/1/R2

202602121/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij] afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00. MOB en Leefmilieu betogen dat het college niet heeft voldaan aan de uitspraak van 13 maart 2026 en verzoeken de Afdeling hun beroep daarom gegrond te verklaren. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling ook het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit te vernietigen en een maatregel te treffen die bevordert dat het besluit alsnog zo spoedig mogelijk genomen wordt, zoals een voldoende stimulerend dwangsombedrag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5752
Datum uitspraak
30 september 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202602121/1/R2

202602122/1/R2

Bij besluit van 24 oktober 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant het verzoek van MOB en Leefmilieu tot intrekking van de natuurvergunning van, dan wel het opleggen van een verplichting aan, [partij], afgewezen. In de uitspraak van 13 maart 2026 heeft de Afdeling het beroep van MOB en Leefmilieu, gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit door het college, gegrond verklaard. Verder heeft zij het college opgedragen uiterlijk op 10 juli 2026 een nieuw besluit te nemen op het verzoek van MOB en Leefmilieu en dit besluit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat het college een dwangsom verbeurt voor iedere dag dat het de door de Afdeling gestelde termijn overschrijdt, waarbij de hoogte van de dwangsom is gesteld op € 100,00 per dag, met een maximum van € 15.000,00. MOB en Leefmilieu betogen dat het college niet heeft voldaan aan de uitspraak van 13 maart 2026 en verzoeken de Afdeling hun beroep daarom gegrond te verklaren. MOB en Leefmilieu verzoeken de Afdeling ook het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit te vernietigen en een maatregel te treffen die bevordert dat het besluit alsnog zo spoedig mogelijk genomen wordt, zoals een voldoende stimulerend dwangsombedrag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:5750
Datum uitspraak
30 september 2026
  • Vereenvoudigde behandeling
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202602122/1/R2
vorige pagina1...151617...10.549volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon