Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.835
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202202820/1/R3

Bij besluit van 17 oktober 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eemsdelta aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bijgebouw op het perceel [locatie 1] te Westeremden. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] te Westeremden en het perceel met het kadastrale nummer 1477. Het perceel is gelegen achter de woning van [appellant] en de woningen aan de [locatie 2] en [locatie 3]. Op 18 juli 2018 heeft [appellant] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een bijgebouw met een oppervlakte van 80 m2 op het perceel. Het college heeft bij besluit van 17 oktober 2018 de omgevingsvergunning verleend. De schuur is inmiddels gerealiseerd. [partij] woont aan de [locatie 2] te Westeremden. Hij is het onder meer niet eens met de ligging en de omvang van het bijgebouw, stelt dat verlening van de omgevingsvergunning in strijd is met artikel 7.1 van de planregels bij het bestemmingsplan "Cultureel Erfgoed gemeente Loppersum" ter bescherming van het beschermd dorpsgezicht van Westeremden en vindt in dat verband dat het college in ieder geval nadere eisen had moeten stellen op grond van artikel 7.3 van deze planregels.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:128
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202202820/1/R3

202203165/1/R4

Bij besluit van 19 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bernheze [appellant] verschillende lasten onder dwangsom opgelegd om, voor zover in hoger beroep van belang, het gebruik van een deel van zijn bedrijfsloods op het perceel [locatie] in Nistelrode als woning te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie] in Nistelrode. Hij exploiteerde hier tot ongeveer 2011 een konijnenhouderij. Op het perceel staat een loods, waarvan een deel is ingericht als woning. Ten tijde van het besluit van 19 november 2020 woonde [appellant] in deze woning. De rest van de loods is onderverdeeld in zes afzonderlijke bedrijfsruimten. [appellant] verhuurde deze aan derden. Verder is op het perceel [bedrijf], een containerreinigingsbedrijf, gevestigd. Op 11 juni 2020 en 22 juni 2020 hebben toezichthouders van de gemeente samen met de politie en de Omgevingsdienst Brabant-Noord controles gehouden op het perceel. Daarbij is onder andere geconstateerd dat in strijd met het bestemmingsplan "Buitengebied Bernheze" een deel van de loods als woning wordt gebruikt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:117
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202203165/1/R4

202203958/1/A2

Bij besluit van 27 november 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellant] een boete opgelegd van € 20.500,- voor, voor zover thans nog van belang, het onttrekken of onttrokken houden van de woning aan de [locatie 1] te Amsterdam aan de woningvoorraad. [appellant] was tot 1 november 2019 huurder van de woning aan de [locatie 1] in Amsterdam (hierna: de woning). De Stichting Pensioenfonds Rabobankorganisatie is eigenaar van de woning. De woning bestaat uit drie bouwlagen en heeft vier slaapkamers. In de basisregistratie personen (hierna: de brp) stond op het adres naast [appellant] ook [persoon A] ingeschreven. Op 30 april 2019 heeft de gemeente Amsterdam een melding ontvangen dat er vier mensen in de woning verblijven. Naar aanleiding van deze melding hebben toezichthouders de woning op 3 juni 2019 bezocht. Van dit bezoek is een rapport van bevindingen gemaakt. Uit dit rapport blijkt, zakelijk weergegeven, het volgende. De toezichthouders troffen in de woning [persoon A] aan, die heeft verklaard dat hij € 500,- per maand aan huur betaalt en dat in de woning ook [persoon B] woont, evenals een man van wie hij de naam niet kent.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:62
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202203958/1/A2

202205461/1/R1

Bij besluit van 12 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Aalsmeer [appellant] een last onder dwangsom opgelegd om de overtredingen met betrekking tot het bouwen en in stand houden en het gebruiken van het bouwwerk op het perceel [locatie] in Aalsmeer te beëindigen en beëindigd te houden. [appellant] is sinds 1995 eigenaar van het perceel. Ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Hornmeer", heeft het perceel de bestemming "Bedrijventerrein". Volgens het college handelt [appellant] in strijd met artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo in samenhang met artikel 5 van de planregels door het pand te gebruiken als (bedrijfs)woning. Het college wenst geen medewerking te verlenen aan het legaliseren van (het gebruiken van het pand als) een bedrijfswoning op het perceel, omdat volgens het ruimtelijk beleid van de gemeente de bestaande bedrijventerreinen optimaal moeten worden benut en een te hoge personendichtheid moet worden tegengegaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:113
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205461/1/R1

202205875/1/R4

Bij besluit van 21 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dronten een omgevingsvergunning aan [bedrijf] verleend voor het bouwen van een fustenopslag op het perceel [locatie 1] in Swifterbant. [bedrijf] is eigenaar van het perceel. Zij wil een fustenopslag op haar perceel bouwen en heeft een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo ingediend. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning verleend. [appellante] woont op het naastgelegen perceel aan de [locatie 2] in Swifterbant. Het perceel van [bedrijf] grenst grotendeels aan het perceel van [appellante]. [appellante] is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. Zij vreest dat haar woon- en leefklimaat zal worden aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:114
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205875/1/R4

202205997/1/R2

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft de raad van de gemeente Oss het bestemmingsplan "[locatie 1] Geffen - 2022" vastgesteld (hierna: het plan). Het plan maakt de sanering van een agrarisch bedrijf, de omzetting van een agrarische bedrijfswoning naar een burgerwoning en de bouw van een extra woning mogelijk op het perceel [locatie 1] in Geffen. De in het plangebied aanwezige pluimveestallen van 1.800 m2 zullen worden gesloopt. Het plan kent aan de gronden gedeeltelijk de bestemming "Wonen" toe en gedeeltelijk de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschap". Op grond van het voorgaande bestemmingsplan "Buitengebied Oss - 2020" (hierna: het voorgaande bestemmingsplan), vastgesteld door de raad op 16 april 2020, rustte op de gronden de enkelbestemming "Agrarisch met waarden - Landschap". [appellante] exploiteert direct naast het plangebied aan de [locatie 2] in Geffen een gemengd agrarisch bedrijf, bestaande uit een vleeskalverenhouderij en een akkerbouwtak. Zij vreest onder meer voor beperking van haar bedrijfsvoering en van uitbreidingsmogelijkheden door het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:141
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202205997/1/R2

202206022/1/R1

Bij besluit van 18 mei 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor onder andere het plaatsen van een dakopbouw op het pand aan de [locatie] in Haarlem. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] in Haarlem. Op 8 januari 2021 heeft [appellant] een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor het optrekken van de voorgevel en het plaatsen van een dakopbouw met een dakkapel in het voor- en achterdakvlak van het pand. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college bij een afweging van de betrokken belangen tot zijn besluit mocht komen. Volgens [appellant] had het college gebruik moeten maken van zijn binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, omdat het bouwplan past in het huidige straatbeeld dat divers en rommelig is. [appellant] wijst daarbij op andere, gelijke gevallen waarin een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:118
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206022/1/R1

202206424/1/R1

Bij besluit van 16 december 2020 heeft het college [appellant] onder oplegging van een dwangsom gelast om diverse, zonder omgevingsvergunning opgerichte bouwwerken op het perceel [locatie 1] in Bergen te verwijderen en verwijderd te houden. [appellant] is eigenaar van het perceel. Het is een hoekperceel dat aan de voorkant aan de Ruïnelaan en aan de zijkant aan de Studler van Surcklaan ligt. Naar aanleiding van een melding hebben toezichthouders geconstateerd dat op het perceel zonder omgevingsvergunning toegangspoorten, erf- en perceelafscheidingen hoger dan 1 meter en een dakkapel zijn opgericht. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de werkzaamheden van de gemachtigde niet kunnen worden aangemerkt als door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1 van het Besluit proceskosten bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:119
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206424/1/R1

202206710/1/R4

Bij besluit van 28 september 2022 heeft de raad het bestemmingsplan "Nijmegen West-13 (CPO Toekomstmuziek, Kerkstraat)" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de realisatie van een meer-generatie woongebouw voor 10 huishoudens, op een braakliggend perceel aan de Daniëlsweg in de Nijmeegse wijk Hees. [appellant sub 1] en anderen en [appellanten sub 2] kunnen zich niet met dit bestemmingsplan verenigen. Zij vrezen onder meer voor een aantasting van het dorpse en groene karakter van de wijk Hees. Ook voeren zij onder meer aan dat hun woon- en leefklimaat zal worden aangetast. [appellant sub 1] en anderen alsmede [appellanten sub 2] betogen dat er onvoldoende mogelijkheden tot participatie en daadwerkelijke inspraak waren bij de totstandkoming van het plan. Daartoe voeren zij aan dat bewoners alleen geïnformeerd zijn maar niet actief betrokken bij de voorbereiding van het plan. Ter zitting hebben [appellanten sub 2] daarbij erop gewezen dat er geen overleg is geweest met de buurt over wat een passende invulling zou zijn van het plangebied. Verder voeren zij aan dat de raad zich alleen de belangen van de initiatiefnemer heeft aangetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:130
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202206710/1/R4

202206774/1/R2

Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland de aanvraag van [appellante sub 1] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (hierna: natuurvergunning) voor de wijziging van de vleeskalverenhouderij aan de [locatie] in Putten geweigerd, omdat een vergunning niet nodig is. [appellante sub 1] heeft een natuurvergunning aangevraagd voor de wijziging van haar vleeskalverenhouderij. Het betreft een wijziging ten opzichte van de bedrijfssituatie waarvoor op 29 september 2016 een natuurvergunning is verleend. De wijziging heeft betrekking op de herbouw van een stal en de wijziging van de dieraantallen in de stallen. Het aantal vleeskalveren neemt af van 1.490 naar 1.476. Het college heeft vastgesteld dat de aangevraagde bedrijfssituatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op relevante Natura 2000-gebieden ten opzichte van de referentiesituatie (de geldende natuurvergunning). Daarom is uitgesloten dat de aangevraagde activiteit, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, significante gevolgen kan hebben voor Natura 2000-gebieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:131
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202206774/1/R2

202206827/1/R1

Bij besluit van 19 september 2022 heeft de raad van de gemeente Noordoostpolder het bestemmingsplan "Emmeloord, tussen Gracht en Vaarten, herziening Zuiderkade 1 t/m 7" vastgesteld. Het herzieningsplan heeft betrekking op de gebouwen aan de Zuiderkade 1 tot en met 7 te Emmeloord. Dit winkelgebied ligt net buiten het centrumgebied en wordt door de raad aangeduid als een wijkcentrum. In het wijkcentrum Zuiderkade zijn twee supermarkten gevestigd. De Lidl aan nr. 1A en de Aldi aan nr. 6A en 6B. [appellant] is eigenaar van een gebouw aan [locatie]. Daar was tot voor kort de Action gevestigd. Ook is een gedeelte van het gebouw van [appellant] in gebruik als magazijn voor de Aldi. Het wijkcentrum Zuiderkade ligt op ongeveer 300 m van het centrumgebied van Emmeloord. De Aldi gaat verhuizen van het wijkcentrum Zuiderkade naar een locatie in het centrumgebied. Om te voorkomen dat het aantal supermarkten na de verhuizing van de Aldi kan toenemen, verwijdert de raad met het herzieningsplan de mogelijkheid om in het wijkcentrum Zuiderkade een nieuwe supermarkt te vestigen. Het moederplan liet aan de Zuiderkade twee supermarkten toe. Het herzieningsplan brengt dat terug tot één supermarkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:145
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202206827/1/R1

202206839/1/R3

Bij besluit van 29 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag besloten tot invordering van een volgens hem door [appellant] verbeurde dwangsom van € 5.000,00. [appellant] woont op het [locatie] in Den Haag. Op 9 mei 2018 heeft een toezichthouder geconstateerd dat er aan de achterkant van deze woning houten balken van de aanbouw naar houten palen bij het water waren aangebracht. Daartussen waren dwarsbalken geplaatst met de intentie om daarboven transparante platen te leggen. Het college heeft dit aangeduid als overkapping. Het college heeft [appellant] op 17 mei 2018 een bouwstop opgelegd. Bij besluit van 2 mei 2019 heeft het college zich op het standpunt gesteld dat deze bouwwerkzaamheden zonder omgevingsvergunning illegaal zijn en in strijd met het bestemmingsplan "Escamplaan" zijn. Het college heeft [appellant] bij dit besluit gelast om deze overtreding vóór 3 juni 2019 te beëindigen door het bouwwerk te verwijderen of de verbouwing ongedaan te maken en het bouwwerk terug te brengen naar de laatste situatie waarvoor wel een vergunning is verleend. Aan deze last was een eenmalige dwangsom van € 5.000,00 verbonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:133
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206839/1/R3

202300009/1/A2

Bij besluit van 18 november 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] is in 2009 vanuit Somalië naar Nederland gevlucht. Zij is toen opgevangen in een asielzoekerscentrum in Katwijk. Van 2011 tot augustus 2016 heeft zij in een huurappartement in Gorinchem gewoond. Zij is vervolgens naar Engeland vertrokken. In februari 2018 is [appellante] weer teruggekeerd naar Nederland waar zij tot augustus 2019 ingeschreven heeft gestaan op verschillende adressen in Amsterdam. Sinds augustus 2019 verblijft [appellante] in verschillende locaties van de gemeentelijke daklozenopvang van Amsterdam. Op 7 september 2020 heeft [appellante] een aanvraag om een urgentieverklaring gedaan omdat zij wil uitstromen uit de gemeentelijke daklozenopvang, psychische klachten heeft en niet in staat is om op eigen kracht huisvesting te vinden. [appellante] heeft een baan in de schoonmaakbranche. Volgens het college is er geen sprake van een urgent huisvestingsprobleem omdat [appellante] kan verblijven in de gemeentelijke daklozenopvang.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:151
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202300009/1/A2

202300571/1/R1

Bij besluit van 18 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van 12 appartementen op het perceel aan de Noorderhoofdstraat 149 te Krommenie. [appellante] heeft op 11 maart 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van drie wooneenheden en daarin 12 appartementen op het perceel Noorderhoofdstraat 149 te Krommenie. Aan het perceel is op grond van het bestemmingsplan "Krommenie" de bestemming "Gemengd" toegekend. Volgens het college is het bouwplan in strijd met het bestemmingsplan, omdat een fietsenberging voor de voorgevelrooilijn is ingetekend. Het college heeft medewerking aan het bouwplan verleend door af te wijken van het bestemmingsplan. Omwonenden, onder wie [partij A], [partij B] en [partij C], hebben tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij het besluit op bezwaar van 15 september 2021 heeft het college het besluit van 18 december 2020 herroepen en de omgevingsvergunning alsnog geweigerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:132
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300571/1/R1

202300665/1/R2

Bij besluit van 12 juli 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant de aanvraag van [appellanten] voor een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming voor de exploitatie van de pluimveehouderij aan de [locatie] in Vinkel geweigerd, omdat een vergunning niet nodig is. [appellanten] heeft een natuurvergunning aangevraagd voor het exploiteren van een pluimveehouderij met 68.000 vleeskuikens. Het college heeft vastgesteld dat de aangevraagde bedrijfssituatie ten opzichte van de referentiesituatie niet leidt tot een toename van stikstofdepositie op de betrokken Natura 2000-gebieden. Daarom is uitgesloten dat de gevraagde activiteiten, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, significante gevolgen kunnen hebben voor Natura 2000-gebieden. Dat betekent dat, gelet op artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming, voor het aangevraagde project geen natuurvergunning nodig is. Het college heeft de aanvraag daarom geweigerd. Dit wordt een positieve weigering genoemd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:129
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202300665/1/R2

202300722/1/A2

Bij besluit van 22 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant] € 55.550,- aan nadeelcompensatie toegekend. [appellant] exploiteerde [bedrijf] (verder: de snackbar) aan de [locatie] op het bedrijventerrein Noord-West in Rotterdam. Vanaf juni 2017 tot april 2019 hebben op het bedrijventerrein in de directe nabijheid van de snackbar in opdracht van het college riool- en wegwerkzaamheden plaatsgevonden ten behoeve van het project Bedrijventerrein Noord-West en de werkzaamheden aan de Oost-Abtsbrug-Matlingeweg. Op 8 maart 2019 heeft [appellant] het college verzocht om vergoeding van inkomensschade als gevolg van de werkzaamheden. Het college heeft bij besluit van 12 april 2019 onder verwijzing naar een advies van de Stichting Adviesbureau Onroerende Zaken (SAOZ) van 11 maart 2021 aan [appellant] € 55.550,- aan nadeelcompensatie toegekend. In het advies is vermeld dat de schade die voortvloeit uit het berekende omzetverlies is gecorrigeerd met de niet gemaakte personeelskosten (€ 108.159,-).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:124
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202300722/1/A2

202302107/1/R4

Bij besluit van 3 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk zijn beslissing om op 1 maart 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de "Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2011" aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 159,05, voor rekening van [appellant] komen. [appellant] betwist niet dat hij de huisvuilzak naast de container heeft geplaatst. [appellant] heeft toegelicht dat hij op 27 februari 2023 de huisvuilzak in de container wilde deponeren. Omdat de container op dat moment vol was, heeft hij de huisvuilzak weer mee naar huis genomen en bij Avalex melding gemaakt van de niet werkende container. Op 1 maart 2023 heeft [appellant] Avalex zowel gemaild als gebeld met de mededeling dat het probleem nog niet was verholpen. De medewerker van Avalex heeft volgens [appellant] aangegeven dat het probleem die dag zou worden opgelost. [appellant] heeft vervolgens de huisvuilzak naast de container geplaatst. Hij stelt dat hij er alles aan heeft gedaan om zijn huisvuil op de juiste wijze aan te bieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:126
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302107/1/R4

202302370/1/R1

Bij uitspraak van 23 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3406, heeft de Afdeling het hoger beroep van de stichting gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Noord-Nederland van 1 oktober 2021 in zaak nr. 21/1214 vernietigd, het beroep van de stichting tegen het besluit van het dagelijks bestuur van het Waterschap Noorderzijlvest van 10 maart 2021 alsnog gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Verder heeft de Afdeling met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat tegen het door het dagelijks bestuur nieuw te nemen besluit op bezwaar slechts bij haar beroep kan worden ingesteld. De stichting is eigenaresse van Smederij 24 tot en met 34 te Appingedam, kadastraal bekend als gemeente Appingedam, sectie D, nummer 2875. Haar rechtsvoorgangster, Patrimonium, heeft het perceel, destijds onderdeel van het perceel kadastraal bekend gemeente Appingedam, sectie D, nummer 2782, bij akte van 9 juli 1986 geleverd gekregen van de rechtsvoorgangster van de gemeente Eemsdelta. Het perceel is onderdeel van het zogenoemde Borga-terrein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:153
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302370/1/R1

202302574/1/R4

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maasdriel het wijzigingsplan "Buitengebied wijziging 2022, [locatie 1]" vastgesteld. Tegen dit besluit hebben [appellant en anderen] beroep ingesteld. Het wijzigingsplan voorziet in een omzetting van een deel van de agrarische bestemming van het perceel [locatie 1] in Hurwenen in de woonbestemming om hiermee een burgerwoning met bijgebouwen mogelijk te maken. Het college heeft gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in het bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2016", zoals herzien met het op 13 oktober 2022 vastgestelde bestemmingsplan "Buitengebied herziening 2022, Reparatieplan" (hierna samen: het bestemmingsplan). [appellant en anderen] gaat het om het opnieuw aanbrengen van een drift afschermende haag tussen de agrarische gronden en hun woonpercelen aan de Marshallweg.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:120
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202302574/1/R4

202302959/1/R4

Bij besluit van 21 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad zijn beslissing om op 19 december 2022 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Zaanstad 2010 van de gemeente Zaanstad aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen een afvalzak die op 19 december 2022 is aangetroffen naast de container met containernummer 70558 aan de Leverkruidweg in Zaandam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de afvalzak verkeerd heeft aangeboden, omdat in de afvalzak een kassabon is aangetroffen met daarop haar naam en adresgegevens. [appellante] betwist dat zij degene is geweest die de afvalzak verkeerd heeft aangeboden. Volgens [appellante] heeft zij de afvalzak op 19 december 2022 meegenomen naar de kelderbox in haar appartementencomplex. Zij heeft zakken met plastic en papier uit haar kelderbox meegenomen en heeft de afvalzak achtergelaten op de algemeen toegankelijke gang voor haar kelderbox.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:125
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202302959/1/R4

202304151/1/R4

Bij besluit van 19 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 9 februari 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 9 februari 2023 is aangetroffen naast een aangewezen inzamelvoorziening ter hoogte van de Hertenrade 524 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat daarop een adreslabel is aangetroffen met haar naam en adres erop. [appellante] betoogt dat zij de aangetroffen doos niet verkeerd heeft aangeboden. Zij weet niet hoe de doos naast de inzamelvoorziening terecht is gekomen. Volgens [appellante] kan de doos er bij het legen van de containers naast zijn gevallen. [appellante] stelt dat zij haar afval altijd weer mee naar huis neemt als de containers geblokkeerd zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:123
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202304151/1/R4

202304589/1/A2

Bij beslissing van 24 november 2022 hebben de examinatoren van het vak EU Institutional Law and General Principles of EU Law van de masteropleiding rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden het deeltentamen Assignment 2 van [appellante] beoordeeld met het cijfer 1, het deeltentamen Assignment 3 met het cijfer 2,5 en het vak als geheel met het cijfer 3. [appellante] heeft in het studiejaar 2022-2023 onderwijs gevolgd voor de masteropleiding rechtsgeleerdheid, specialisatie ‘European Law’. Het vak EU Institutional Law and General Principles of EU Law kent drie opdrachten voor studenten, waarbij het eindcijfer het gemiddelde is van die drie opdrachten. [appellante] is het niet eens met de cijfers voor de deelopdrachten 2 en 3 en met haar eindcijfer. Het college heeft in de beslissing van 14 juni 2023 overwogen dat de uitwerking van Assignment 2 geen enkel juridisch hout sneed en dat hieraan nul punten kon worden toegekend. De uitwerking van [appellante] van Assignment 3 was volgens de examinatoren ook zeer ondermaats.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:139
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202304589/1/A2

202304723/1/R4

Bij besluit van 9 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rijswijk zijn beslissing om op 23 mei 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening voor de gemeente Rijswijk 2021 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van spoedeisende bestuursdwang, te weten € 159,05, voor rekening van [appellant] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 23 mei 2023 is aangetroffen in Rijswijk naast de ondergrondse containers op de Dr. Augustijnlaan, ter hoogte van de kruising met de Cromhoutlaan. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat hij de doos naast de papiercontainer heeft gezet. Volgens [appellant] was de container zo vol dat hij niet de mogelijkheid had om de doos daar in te doen. In het besluit op bezwaar staat volgens [appellant] ten onrechte dat de container niet vol zat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:122
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202304723/1/R4

202304904/1/A2

Bij beslissing van 2 februari 2023 heeft de examencommissie van de Tilburg Law School vastgesteld dat de studieresultaten van drie vakken waren verlopen en dat [appellant] voor het behalen van de graad ‘meester in de rechten’ aan aanvullende eisen moest voldoen. [appellant] is in 2014-2015 begonnen met de masteropleiding fiscaal recht. In dat studiejaar heeft hij bijna alle vakken behaald, met uitzondering van de masterscriptie met de bijbehorende verdediging. In het studiejaar 2022-2023 is hij tot afronding van die scriptie gekomen en heeft hij een mondelinge verdediging aangevraagd. Hij heeft zijn scriptie op 30 januari 2023 succesvol verdedigd. Op dat moment heeft hij echter niet zijn masterdiploma gekregen. Op 2 februari 2023 laat de examencommissie hem weten dat de, eerder aangekondigde, afweging over de geldigheid van zijn (verlopen) studieresultaten nadelig voor hem uitpakt. Daarom worden aanvullende eisen opgelegd waaraan hij moet voldoen voordat aan hem een graad wordt verleend. [appellant] stelt in beroep dat hij met het afleggen van de mondelinge verdediging van zijn masterscriptie ook tegelijk het masterexamen heeft afgelegd. Dat betekent dat hij deze op 30 januari 2023 succesvol heeft behaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:152
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202304904/1/A2

202305538/1/A2

Bij beslissing van 26 januari 2023 is het verzoek van [appellante] tot restitutie van al het betaalde collegegeld voor het studiejaar 2022-2023 afgewezen. [appellante] stond voor het studiejaar 2022-2023 ingeschreven voor de masteropleiding rechtsgeleerdheid, specialisatie ‘European Law’. Uit onvrede over de opleiding verzoekt zij op 23 januari 2023 om restitutie van het door haar betaalde collegegeld. Het verzoek wordt afgewezen. Op 6 februari 2023 beëindigt zij haar inschrijving. Het college restitueert het betaalde collegegeld voor de periode maart tot en met augustus 2023. [appellante] maakt hiertegen bezwaar. Zij meent dat het collegegeld van het volledige jaar gerestitueerd moet worden. Het college verklaart dat bezwaar ongegrond. [appellante] stelt vervolgens beroep in. [appellante] betoogt dat niet een gedeelte maar het gehele door haar betaalde bedrag aan collegegeld aan haar moet worden terugbetaald. Zij stelt dat zij als buitenlandse student door het onderwijzend kader onheus is bejegend en dat het onderwijs dat zij heeft gevolgd van onvoldoende niveau was.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:137
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202305538/1/A2

202305663/1/V2

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. Deze uitspraak gaat over de vraag of de staatssecretaris de tijdelijke bescherming die hij heeft verleend aan derdelanders met een tijdelijke verblijfsvergunning in Oekraïne die vanuit daar naar Nederland zijn gevlucht, mocht beëindigen. In deze uitspraak wordt verder met het begrip ‘derdelanders’ daarom alleen nog bedoeld de mensen die vóór het uitbreken van de oorlog in Oekraïne waren en daar een tijdelijke verblijfsvergunning hadden, bijvoorbeeld voor werk of studie. De uitspraak gaat dus niet over derdelanders met een permanente verblijfsvergunning of een asielstatus in Oekraïne, tenzij dat is geëxpliciteerd. Bestuursrechters in verschillende rechtbanken hebben hun oordeel gegeven over de vraag of de staatssecretaris bevoegd was om de tijdelijke bescherming van derdelanders te beëindigen. Zij zijn tot uiteenlopende uitkomsten gekomen, met verschillende juridische argumentaties.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:32
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305663/1/V2
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202305663/1/V2

202305668/1/V2

Bij besluit van 3 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. Bij uitspraak van 1 september 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:33
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305668/1/V2

202305793/1/V2

Bij besluit van 5 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. Bij uitspraak van 30 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd. Tegen deze uitspraak heeft de staatssecretaris hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:34
Datum uitspraak
17 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202305793/1/V2

202108188/1/V2

Bij besluit van 11 juli 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:103
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202108188/1/V2

202200601/1/V1

Bij besluit van 10 oktober 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:91
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202200601/1/V1

202203005/1/V1

Bij besluit van 6 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:93
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202203005/1/V1

202303207/1/V3

Bij besluiten van 26 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:85
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202303207/1/V3

202304824/1/V3

Bij besluit van 29 mei 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:94
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202304824/1/V3

202305165/1/V3

Bij besluit van 29 juli 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 14 augustus 2023 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:95
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202305165/1/V3

202306082/2/R1

Bij besluit van 5 september 2023 heeft het college wethouders van Den Haag het definitief plaatsingsplan "ondergrondse restafvalcontainers Bloemenbuurt-Oost (buurt 51), Segbroek, Den Haag" vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie 51-36C ter hoogte van de [locatie] aangewezen voor de plaatsing van drie ondergrondse restafvalcontainers. [verzoekster] woont aan de [locatie] in Den Haag, naast de aangewezen locatie 51-36C. Zij kan zich niet met de aanwijzing van de locatie verenigen, omdat deze niet geschikt is en er een alternatieve locatie beschikbaar is. [verzoekster] betoogt dat bij het bepalen van de locatie 51-36C ten onrechte geen rekening is gehouden met de omstandigheid dat het pand aan de Irisstraat aangewezen is als een rijksmonument.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:99
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202306082/2/R1

202306372/1/V1 en 202306372/2/V1

Bij besluit van 24 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:97
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202306372/1/V1 en 202306372/2/V1

202307158/2/R4

Bij besluit van 1 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Bess Trade B.V. gelast om zich met onmiddellijke ingang te onthouden van overtreding van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, onder 35, sub f, van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen. Bess Trade B.V. is een bedrijf dat zich bezighoudt met het recyclen van PVC-materialen. De diverse door Bess Trade B.V. vervaardigde (grond)stoffen worden vervolgens, onder meer, verkocht en in containers overgebracht naar het buitenland. In april en mei 2022 wilde Bess Trade B.V. vijf containers overbrengen naar respectievelijk India, Algerije en Guatemala. Omdat op deze landen het OESO-besluit niet van toepassing is, mogen daar op grond van artikel 10.60, tweede lid, van de Wm in samenhang met artikel 2, onder 35, sub f, van de EVOA geen PVC-afvalstoffen als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Kaderrichtlijn afvalstoffen naartoe worden overgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:96
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307158/2/R4

202307217/1/V2 en 202307217/2/V2

Bij besluit van 29 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:98
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307217/1/V2 en 202307217/2/V2

202307370/1/R4.

Bij besluit van 28 november 2023 heeft de staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat Bess Trade B.V. gelast om zich met onmiddellijke ingang te onthouden van overtreding van artikel 10.60, tweede lid, van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 2, onder 35, sub f, van de Verordening (EG) nr. 1013/2006 betreffende de overbrenging van afvalstoffen. Bess Trade B.V. is een bedrijf dat zich bezighoudt met het recyclen van PVC-materialen. De diverse door Bess Trade B.V. vervaardigde (grond)stoffen worden vervolgens, onder meer, verkocht en in containers overgebracht naar het buitenland. Bess Trade B.V. was voornemens om een container met plastisol naar Maleisië te verschepen. Zij had het plastisol aangemerkt als ‘niet-afval’. Omdat de staatssecretaris wilde onderzoeken of Bess Trade B.V. terecht de lading niet als afvalstof had aangemerkt, vroeg zij het bedrijf om meer informatie. De staatssecretaris kwam uiteindelijk tot de conclusie dat Bess Trade B.V. onvoldoende informatie had aangeleverd om daarover tot een oordeel te kunnen komen en om die reden werd de inhoud van de container als afvalstof aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:90
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307370/1/R4.

202307740/2/V2

Bij besluiten van 16 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:92
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307740/2/V2

202307825/1/V3 en 202307825/2/V3

Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:89
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307825/1/V3 en 202307825/2/V3

202307889/1/V2 en 202307889/2/V2

Bij besluit van 10 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:88
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307889/1/V2 en 202307889/2/V2

202400108/2/V3

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:104
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400108/2/V3

202400029/3/A3

De burgemeester van Heerenveen heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 20 december 2023 in zaak nrs. 22/1987 en 22/1989. In deze uitspraak heeft de rechtbank de beroepen van Munnik 3 B.V. en Munnik 6 B.V. gegrond verklaard, de besluiten op bezwaar van 14 april 2023 vernietigd en de burgemeester opgedragen om binnen zes weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Tegen deze uitspraak heeft de burgemeester hoger beroep ingesteld. Daarnaast heeft hij de voorzieningenrechter van de Afdeling verzocht een voorlopige voorziening te treffen. De burgemeester heeft een aantal gedingstukken overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen nemen van deze stukken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:100
Datum uitspraak
16 januari 2024
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202400029/3/A3

202307276/2/R4

Bij besluit van 15 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drechterland nieuwe maatwerkvoorschriften met betrekking tot geluid vastgesteld voor de inrichting van Pyxis aan de Veilingweg 1 in Oosterblokker.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:284
Datum uitspraak
15 januari 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Geluid
  • uitspraakin de zaak202307276/2/R4

202307320/2/V3

Bij besluit van 29 juli 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om wijziging van de beperking van een aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:82
Datum uitspraak
15 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307320/2/V3

202307337/1/V3

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:67
Datum uitspraak
15 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307337/1/V3

202307499/1/V3

Bij besluit van 27 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:87
Datum uitspraak
15 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307499/1/V3

202307500/1/V3

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:86
Datum uitspraak
15 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307500/1/V3

202307859/1/V3

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:77
Datum uitspraak
15 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307859/1/V3

202107783/1/V3

Bij besluit van 7 november 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:64
Datum uitspraak
12 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202107783/1/V3

202301151/1/V2

Bij besluit van 26 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:65
Datum uitspraak
12 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202301151/1/V2

202305624/2/R2

Bij besluit van 5 maart 2014 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland het verzoek om handhaving van MOB ingewilligd door de aan [belanghebbende] verleende natuurbeschermingsvergunning voor uitbreiding van het bedrijf met een nieuwe vleesvarkensstal in te trekken. Deze procedure draait om een verzoek om handhaving van MOB aan het college uit 2014 om op te treden tegen een vleesvarkensstal van veehouderij [naam belanghebbende]. MOB verwijt het college niet actief te handhaven en niet de stal te sluiten. Het college wil dat op dit moment niet, omdat [belanghebbende] een PAS-melder is. Hij zou op korte termijn in aanmerking komen voor legalisatie waardoor handhaven op dit moment onevenredig is. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college in het besluit van 4 april 2023 nog steeds niet goed heeft gemotiveerd waarom handhaving onevenredig is in verhouding tot de daarmee te dienen natuurdoelen. Hiertegen heeft het college hoger beroep ingesteld. Het college vraagt nu de voorzieningenrechter te bepalen dat het geen nieuw besluit op het bezwaar hoeft te nemen totdat de Afdeling op dit hoger beroep heeft beslist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:68
Datum uitspraak
12 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202305624/2/R2

202307584/1/V1

Bij besluit van 8 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:70
Datum uitspraak
12 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307584/1/V1

202307667/1/V3

Bij besluiten van 20 juni 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:72
Datum uitspraak
12 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307667/1/V3

202307691/1/V3 en 202307691/2/V3

Bij besluit van 2 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:74
Datum uitspraak
12 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307691/1/V3 en 202307691/2/V3

202307799/1/V3 en 202307799/2/V3

Bij besluit van 15 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:75
Datum uitspraak
12 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307799/1/V3 en 202307799/2/V3

202400022/1/V3

Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:84
Datum uitspraak
12 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400022/1/V3

202400022/2/V3

Bij besluit van 18 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van justitie en veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:83
Datum uitspraak
12 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400022/2/V3

202400195/1/V1

Bij brief van 5 januari 2024 heeft verzoeker verzocht om herziening van de hiervoor genoemde uitspraak van 4 januari 2024.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:76
Datum uitspraak
12 januari 2024
  • Herziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400195/1/V1

202101926/1/V1

Bij besluit van 9 januari 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingetrokken, het verblijfsrecht op grond van Besluit nr. 1/80 beëindigd, de vreemdeling opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en tegen hem een inreisverbod uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:53
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202101926/1/V1

202106398/1/V2

Bij besluit van 13 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:36
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202106398/1/V2

202302007/2/V1

Bij besluit van 16 september 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:55
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202302007/2/V1

202302550/1/V2

Bij besluit van 26 oktober 2022 heeft de staatssecretaris het verzoek van de vreemdeling om heroverweging van het besluit van 25 april 2019, waarbij de aan de vreemdeling verleende verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd is ingetrokken, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:54
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302550/1/V2

202304572/1/A3 en 202304572/2/A3

[verzoeker] heeft vaker aanvragen gedaan voor het innemen van een standplaats ten behoeve van een loempiakraam op het Zuidplein te Rotterdam. Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft deze aanvragen afgewezen. Op 2 oktober 2019 en 7 juni 2021 heeft [verzoeker] wederom aanvragen ingediend voor een standplaats op dezelfde locatie. Omdat [verzoeker] geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft vermeld als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb, heeft het college deze aanvragen afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:295
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304572/1/A3 en 202304572/2/A3

202304688/1/A3 en 202304688/2/A3

[verzoeker] heeft vaker aanvragen gedaan voor het innemen van een standplaats ten behoeve van een loempiakraam op het Binnenwegplein te Rotterdam. Op 9 september 2022 heeft [verzoeker] wederom een aanvraag ingediend voor een standplaats op dezelfde locatie. Omdat [verzoeker] geen nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden heeft vermeld als bedoeld in artikel 4:6 van de Awb, heeft het college deze aanvraag afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:296
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304688/1/A3 en 202304688/2/A3

202306127/1/V3

Bij besluit van 6 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:57
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306127/1/V3

202306416/2/R3

Bij besluit van 10 januari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland de termijn die aan [verzoeker] was gegund om de bewoning van de woning aan de [locatie] te Maasland te beëindigen verlengd tot 1 april 2023. De zaak gaat over het gebruik van de woning op het perceel [locatie] te Maasland door [verzoeker] en zijn gezin. Ter plaatse wordt door [partij] een glastuinbouwbedrijf geëxploiteerd, waar [verzoeker] voorheen heeft gewerkt. Omdat hij geen onderdeel meer uitmaakt van het bedrijf, en ter plaatse alleen een bedrijfswoning is toegestaan, heeft [partij] het college verzocht om handhavend op te treden wegens strijd met het bestemmingsplan. In de uitspraak van 24 augustus 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2457, heeft de Afdeling geoordeeld dat het college terecht de last onder dwangsom heeft opgelegd, en heeft de Afdeling bepaald dat met terugwerkende kracht het besluit tot oplegging van de dwangsom en het besluit op bezwaar worden geschorst tot zes maanden na de dag van de verzending van de uitspraak, zodat [verzoeker] alsnog in de gelegenheid is gesteld om de overtreding te beëindigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:50
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202306416/2/R3

202307144/1/V3

Bij besluiten van 6 september 2023 en 19 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:56
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307144/1/V3

202307717/1/V1 en 202307717/2/V1

Bij besluit van 16 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:58
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307717/1/V1 en 202307717/2/V1

202307758/1/V3

Bij besluit van 24 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:60
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202307758/1/V3

202307827/1/V3 en 202307827/2/V3

Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:59
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307827/1/V3 en 202307827/2/V3

202307866/2/V1

Bij besluit van 23 maart 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:61
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307866/2/V1

202307994/2/V2

Bij besluit van 1 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022 (hierna: het Uitvoeringsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:66
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202307994/2/V2

202400013/2/V2.

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling nu geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022 (hierna: het Uitvoeringsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:73
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400013/2/V2.

202400016/2/V2

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022 (hierna: het Uitvoeringsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:71
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400016/2/V2

202400082/2/V2

Bij besluit van 1 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling nu geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022 (hierna: het Uitvoeringsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:69
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400082/2/V2

202400092/2/V2

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:80
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400092/2/V2

202400102/2/V2

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling nu geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:81
Datum uitspraak
11 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400102/2/V2

202204459/1/V2

Bij besluit van 22 december 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:18
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202204459/1/V2

202300179/1/V2

Bij besluit van 14 januari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van de vreemdeling als gemeenschapsonderdaan beëindigd en hem ongewenst verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:35
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202300179/1/V2

202307719/1/V3 en 202307719/2/V3

Bij besluiten van 6 oktober 2023 en 10 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:51
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307719/1/V3 en 202307719/2/V3

202307736/1/V3 en 202307736/2/V3

Bij besluiten van 13 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen van de vreemdelingen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:37
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202307736/1/V3 en 202307736/2/V3

202307903/2/V1

Bij besluit van 12 juni 2019 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:52
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307903/2/V1

202400010/2/V2

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 september 2023 het recht op bescherming eindigt dat de vreemdeling geniet op grond van Richtlijn 2001/55/EG (hierna: de Richtlijn Tijdelijke Bescherming) en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022 (hierna: het Uitvoeringsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:39
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202400010/2/V2

202100831/1/R2

Bij besluit van 18 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Peel en Maas aan [appellante sub 1] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van een gedeelte van een pand tot een bed & breakfast en de verplaatsing van de boerengolfbaan aan de [locatie 1] in Kessel.[appellante sub 1] ligt aan de [locatie 1] in Kessel. Daar staat een boerderij met een woonhuis, een berging en een varkens- en rundveestal. In 2014 is [appellante sub 1] gestart met een boerderijterras en een boerengolfbaan. Met de door het college verleende omgevingsvergunning kan de boerderij worden verbouwd tot een bed & breakfast met vier kamers en kan de boerengolfbaan gedeeltelijk worden verplaatst. Door deze verplaatsing komt de boerengolfbaan te liggen op gronden waar het bestemmingsplan geen boerengolf toestaat. Met de verleende omgevingsvergunning wordt boerengolf op die gronden in afwijking van het bestemmingsplan toegestaan. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2] in Kessel, het aangrenzende perceel. Hij is tegen het besluit van het college om de omgevingsvergunning te verlenen in beroep gekomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:41
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202100831/1/R2

202105148/1/R1 en 202205845/1/R1

Bij besluit van 24 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Middelburg. een omgevingsvergunning verleend aan MorgenWonen B.V. voor het bouwen van 43 woningen in Middelburg. Dit project is ook bekend als Mortiere fase 9B. Bij besluit van 8 juli 2020 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Heijmans Vastgoed B.V. voor het bouwen van 32 woningen in Middelburg. Dit project is ook bekend als Mortiere fase 9D. [appellant] woont op het perceel [locatie] te Middelburg. De locatie van de woningen van Mortiere fase 9D ligt direct ten noordwesten van zijn perceel. De locatie van de woningen van Mortiere fase 9E ligt ten noorden van de locatie van Mortiere fase 9D. De locatie van de woningen van Mortiere fase 9B ligt direct ten noordoosten van het perceel van [appellant]. Hij kan zich niet verenigen met de drie bouwplannen, omdat hij als gevolg daarvan voor wateroverlast op zijn perceel vreest. Volgens hem voldoen de aanvragen voor de bouwplannen niet aan de voorwaardelijke verplichting in de regels van de geldende uitwerkingsplannen en had het college de omgevingsvergunningen daarom moeten weigeren.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:44
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202105148/1/R1 en 202205845/1/R1

202107398/1/R3

Bij besluit van 9 april 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stadskanaal aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel [locatie 1] in Stadskanaal. [partij] heeft hiervoor een omgevingsvergunning aangevraagd. Het perceel ligt onder andere binnen het besluitvlak ‘Stadskanaal Noord’ en ‘Stadskanaal Noord Waterland Exploitatie’. In artikel 2, aanhef en onder a, van de regels van de beheersverordening is bepaald dat voor het gebruik, het bouwen en het uitvoeren van werken en werkzaamheden, ter plaatse van het besluitvlak ‘Stadskanaal Noord’ de regeling van bijlage 1 ‘Bestemmingsplan Stadskanaal Noord - Voorschriften’ en de daarbij behorende plankaarten van bijlage 2 ‘Bestemmingsplan Stadskanaal Noord - Plankaarten’ gelden, met inachtneming van het bepaalde onder b, c, d en e. Op grond van artikel 2, aanhef en onder d, van de regels van de beheersverordening geldt in aanvulling op het genoemde bestemmingsplan het projectbesluit ‘Stadskanaal Noord-Waterland Exploitatie’ en mogen de gronden en bouwwerken worden gebruikt voor woningbouw. [appellant] woont op het naastgelegen perceel [locatie 2] in Stadskanaal.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:47
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202107398/1/R3

202107635/1/R3

Bij besluit van 29 september 2021 heeft de raad van de gemeente Haaksbergen het bestemmingsplan "Buitengebied Haaksbergen, partiële herziening Kalkovenweg ongenummerd en Goorsestraat 243-245" vastgesteld. Het plan maakt een zogenoemde rood-voor-roodwoning mogelijk op een weideperceel op de hoek van de Kalkovenweg en de Buursestraat in Haaksbergen. Hierbij is toepassing gegeven aan het "Rood voor Rood beleid 2015". Dit beleid biedt de mogelijkheid bij de sloop van minimaal 1.000 m² aan landschapsontsierende bebouwing een nieuwe woning te realiseren. De sloop van de landschapsontsierende bebouwing vindt in dit geval plaats aan de Goorsestraat 243-245 in Haaksbergen. Ter plaatse bevond zich een varkenshouderij, die is gestaakt. De landschapsontsierende bebouwing die is vrijgekomen, wordt ingezet om de rood-voor-roodwoning mogelijk te maken. De initiatiefnemers zijn [partij A en partij B]. [appellanten] zijn eigenaren van nabij het weideperceel gelegen woningen. Zij vrezen dat de realisatie van de nieuwe woning leidt tot een aantasting van de landschappelijke en cultuurhistorische waarden van het plangebied en de omgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:43
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202107635/1/R3

202200630/2/R3

Bij besluit van 22 december 2021 heeft de raad van de gemeente Haaksbergen het bestemmingsplan "Industrie-West" vastgesteld. Het plan "Industrie-West" voorziet in een actueel planologisch kader voor het bestaande gezoneerde industrieterrein Industrie-West ten zuidwesten van de kern Haaksbergen. [appellante A] en andere hebben een bedrijfsperceel aan de [locatie] te Haaksbergen. Zij hebben beroep ingesteld tegen het plan omdat zij vrezen voor een inperking van hun bedrijfsactiviteiten door de verruiming van de bestemming "Wonen" op het perceel Eibergsestraat 182-184, dicht bij hun bedrijfsperceel. [appellante A] en andere betogen dat de verplaatsing van het bouwvlak op het perceel Eibergsestraat 182-184 ten behoeve van nieuwbouw van woningen ten onrechte niet is gemotiveerd. Er lijkt geen sprake te zijn van een nadere afweging over de invloed van het verplaatsen van dat bouwvlak en het vergroten van de woonbestemming op de bedrijfsvoering van [appellante A] en andere. In het ontwerpplan was de planologische situatie nog niet gewijzigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:45
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202200630/2/R3

202202610/1/R3

Bij besluit van 7 maart 2022 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Tuinderij Leimuiden" vastgesteld. Bij besluit van 9 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders aan DLV B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een kleinschalige woonvorm voor mensen met dementie en het aanleggen van een uitweg. Het plangebied ligt in het zuiden van de kern Leimuiden en heeft momenteel een groene invulling. In het voorheen geldende bestemmingsplan "1e Herziening Buitengebied Oost" had het grootste deel van het plangebied een groenbestemming. Het bestemmingsplan "Tuinderij Leimuiden" voorziet onder meer in de mogelijkheid tot het realiseren van 20 wooneenheden in een woonzorgvoorziening, met daarbij een parkeerterrein. In de plantoelichting is vermeld dat deze wooneenheden zijn bedoeld voor mensen met geheugenproblemen, waaronder dementie. [appellant] en anderen is een groep bewoners uit de bij het plangebied gelegen wijk. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan en hebben beroep ingesteld. Zij kunnen zich niet vinden in de gekozen locatie voor de woonzorgvoorziening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:48
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202610/1/R3

202205451/1/R3

Bij besluit van 15 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het bestemmingsplan "1e partiële herziening bestemmingsplannen Buitengebied 2022" vastgesteld. Het plan is een gedeeltelijke herziening van de bestemmingsplannen "Buitengebied West" en "Buitengebied Noord", die is opgesteld voor twee locaties. Bij een eerdere herziening, "Partiële herziening Buitengebied 2021", waren deze twee locaties uitgesloten. Dit is gebeurd naar aanleiding van enkele ingediende zienswijzen, waaronder een zienswijze van [appellant] over het perceel Weijpoort 50 in Nieuwerbrug aan de Rijn. Dat perceel heeft in het plan de bestemming "Agrarisch met waarden" en de functieaanduiding "specifieke vorm van agrarisch met waarden - dagrecreatie" gekregen. In het plan is verder aan het perceel een bouwvlak toegekend, waarmee is beoogd de bestaande bebouwing als zodanig te bestemmen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:49
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202205451/1/R3

202206294/1/R1

Bij besluit van 12 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zaanstad geweigerd aan [appellant] een vergunning te verlenen voor het bouwen van een berging op het perceel naast de [locatie 2] te Assendelft. [appellant] is eigenaar van het perceel aan de [locatie 1] in Assendelft, kadastraal bekend als P 976. Op dit perceel staat zijn woning. Verder is hij eigenaar van de percelen kadastraal bekend als P 975 en P 1281. Het perceel P 1281 vormt een smalle verbindingsstrook tussen zijn woning en het perceel P 975. Aan de [locatie 2], tussen zijn woning en het perceel P 975, is een andere woning gelegen op het perceel P 1280. De vier percelen vormden tot 1955 één geheel, waarop zich een stolpboerderij bevond. Na afbraak van die boerderij zijn de percelen gesplitst en zijn ter plaatse twee woningen gebouwd. Toezichthouders van de gemeente Zaanstad hebben op 17 januari 2020 geconstateerd dat [appellant] aan het bouwen was op het perceel P 975, zonder de daarvoor benodigde vergunning. Het college heeft hem daarop een last onder dwangsom opgelegd strekkend tot het staken en gestaakt houden van de bouwwerkzaamheden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:46
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202206294/1/R1

202207287/1/A2

Bij besluit van 6 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam de aanvraag van [appellanten] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellant A] en zijn partner [appellant B] wonen samen met hun kind in een huurwoning in Wormer. [appellant A] heeft een urgentieverklaring aangevraagd voor een woning in Amsterdam omdat hij mantelzorger is voor zijn zus en ouders die in Amsterdam wonen. [appellanten] wonen op een afstand van ongeveer 19 km van de zus en 17 km van de ouders van [appellant A]. De afstand van de woning van de zus tot de woning van de ouders is ongeveer 3 km. [appellanten] hebben toegelicht dat [appellant A] dagelijks, en voor zijn zus vaak ook ’s nachts, naar Amsterdam moet om mantelzorg te verlenen. De zus van [appellant A] is gediagnostiseerd met onder meer schizofrenie en een posttraumatische stressstoornis. De mantelzorg is volgens hen nodig om ervoor te zorgen dat de zus en de ouders zelfstandig kunnen blijven wonen. Het heen en weer reizen en gebrek aan nachtrust is erg belastend voor [appellant A].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:42
Datum uitspraak
10 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202207287/1/A2

202307810/2/V3

Bij besluit van 2 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:38
Datum uitspraak
9 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202307810/2/V3

202400057/2/V3

Bij besluit van 27 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:31
Datum uitspraak
9 januari 2024
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202400057/2/V3

202302915/1/V3

Bij besluit van 16 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van de vreemdeling om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:25
Datum uitspraak
8 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302915/1/V3

202303916/1/V3

Bij besluit van 13 december 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:26
Datum uitspraak
8 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202303916/1/V3

202306117/1/V3

Bij besluit van 25 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de vreemdeling in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:19
Datum uitspraak
8 januari 2024
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202306117/1/V3

202306967/1/A2 en 202306967/2/A2

Bij besluit van 4 november 2022 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [verzoeker] een onderzoek naar de rijgeschiktheid opgelegd. Op 22 september 2022 stonden drie politieagenten te observeren bij het distributiecentrum waar [verzoeker] werkt, omdat zij [verzoeker] wilden aanhouden in verband met een openstaand vonnis. Uit een proces-verbaal van de drie politieagenten volgt dat de agenten zagen dat [verzoeker] als bestuurder en enige inzittende van een personenauto kwam aanrijden en op het parkeerterrein bij het distributiecentrum parkeerde. Nabij de personeelsingang sprak een van de agenten [verzoeker] aan en vroeg hem naar zijn identiteitsbewijs. Door [verzoeker]s trage spraak, lome bewegingen, waterige lichtrood doorlopen ogen en de vondst van (vermoedelijk) verdovende middelen ontstond het vermoeden dat [verzoeker] had gereden onder invloed van middelen die de rijvaardigheid kunnen beïnvloeden. Vervolgens heeft [verzoeker] geweigerd mee te werken aan een speekseltest en een bloedonderzoek. De politie heeft aan het CBR mededeling gedaan van deze bevindingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2024:22
Datum uitspraak
8 januari 2024
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202306967/1/A2 en 202306967/2/A2
vorige pagina1...122123124...1.239volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon