Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 123.412
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202204883/1/V1

Bij besluit van 12 april 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 3.536,67.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1456
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202204883/1/V1

202302751/1/V1

Bij besluit van 23 maart 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.803,33.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1455
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302751/1/V1

202506041/2/R2

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek van de Stichting en [verzoeker A] om handhavend op te treden tegen de door Elfstedenhart Recreatie BV op het kampeerterrein Olde Kottink aan de Kampbrugweg 3 te Beuningen voorgenomen activiteiten, afgewezen. Aan de Kampbrugweg 3 in Beuningen was het kampeerterrein Olde Kottink gevestigd. Dit terrein grenst aan en ligt deels in Natura 2000-gebied Dinkelland. Op 9 februari 2004 is een vergunning op grond van de Wet op de openluchtrecreatie (hierna: de Wor) verleend voor 150 standplaatsen op het kampeerterrein. In 2021 heeft Elfstedenhart Recreatie dit kampeerterrein gekocht om te herontwikkelen. Elfstedenhart Recreatie wil in twee fasen 65 gasloze chalets realiseren en de locatie ombouwen tot het park Landal Olde Kottink. Met deze realisatie is gestart in 2022. Van de chalets zijn er inmiddels 39 opgeleverd en in gebruik.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1449
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202506041/2/R2

202600608/2/A3

Bij besluit van 5 oktober 2022 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur het inzageverzoek van [wederpartij A] en [wederpartij B] afgewezen. [wederpartij A] en [wederpartij B] hebben de minister op 3 mei 2022 op grond van artikel 67 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 verzocht om informatie te verstrekken uit het register van een professioneel gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft dit verzoek afgewezen, omdat de verzochte informatie volgens de minister niet bij hem berust en daar ook niet behoort te berusten. Hij vraagt informatie uit de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen slechts op voor zover dat voor onderzoek van toegevoegde waarde is en voor zover dat voor de uitoefening van zijn wettelijke taak redelijkerwijs nodig is. De Verordening verplicht hem niet om informatie uit de register van een professionele gebruiker van gewasbeschermingsmiddelen op te vragen als om verstrekking van die informatie wordt verzocht, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1436
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202600608/2/A3

202600609/2/A3

Bij besluit van 27 september 2023 heeft de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur de aanvraag van de vereniging buiten behandeling gelaten. De vereniging heeft de minister op 27 augustus 2021 op grond van artikel 67 van de Verordening (EG) nr. 1107/2009 verzocht om informatie te verstrekken uit het register van twee professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen. De minister heeft dit verzoek buiten behandeling gelaten, omdat de vereniging niet wenst dat het verzoek op grond van de Wet open overheid (Woo) wordt behandeld. De vereniging heeft hiertegen rechtstreeks beroep ingesteld bij de rechtbank. Op de zitting bij de rechtbank heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat hij ten onrechte het verzoek buiten behandeling heeft gelaten, maar dat het verzoek evenwel op grond van de Woo moet worden afgewezen. Volgens de minister berust de informatie die de vereniging wil hebben niet bij de minister en behoort deze informatie daar ook niet te berusten. De Verordening verplicht hem niet om informatie uit de registers van professionele gebruikers van gewasbeschermingsmiddelen op te vragen als om verstrekking van die informatie wordt verzocht, aldus de minister.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1434
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Openbaarheid
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202600609/2/A3

202600570/1/A2

Bij besluit van 10 februari 2026 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland de aanvraag van [appellante] als bedoeld in artikel D 6, eerste lid, aanhef en onder a, van de Kieswet om haar registratie te wijzigen en haar alsnog als kiezer te registreren als bedoeld in artikel D 1 van de Kieswet, afgewezen. [appellante] huurde vanaf 2016 een woning op het adres [locatie] in Poeldijk, gemeente Westland, op welk adres zij ook stond ingeschreven in de basisregistratie personen. Toezichthouders van de gemeente hebben geconstateerd dat zij niet op dit adres woonde, waarna het college haar per 25 juli 2025 uit de basisregistratie personen heeft uitgeschreven met ‘bestemming onbekend’ (Gemeenteblad 2025, 407380). Omdat zij haar woning aan derden had onderverhuurd en haar hoofdverblijf niet in de woning had, heeft de verhuurder de huurovereenkomst opgezegd en in kort geding ontruiming geëist. Bij uitspraak van 8 januari 2026 heeft de kantonrechter in kort geding de vordering van de verhuurder toegewezen en [appellante] veroordeeld om binnen veertien dagen na betekening van de uitspraak de woning te ontruimen (de uitspraak van 8 januari 2026). De gerechtsdeurwaarder heeft het vonnis betekend en aangezegd dat de woning op uiterlijk 25 februari 2026 ontruimd zal worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1452
Datum uitspraak
13 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600570/1/A2

202404322/1/V2

Bij besluit van 4 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Appellant heeft de Iraanse nationaliteit. Aan zijn asielaanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat hij afvallige is, omdat hij zich heeft afgewend van zijn geloof in de islam en atheïst is geworden. Ook heeft hij in Iran deelgenomen aan demonstraties in 2022. Nadat hij naar Nederland is gegaan, zijn er in Iran twee mannen aan zijn deur geweest die naar hem hebben gevraagd. Appellant vreest daarom in het vizier van de Iraanse autoriteiten te zijn gekomen. De minister heeft de asielaanvraag van appellant afgewezen. Hij acht het geloofwaardig dat appellant afvallige is, dat hij atheïst is en dat hij heeft deelgenomen aan demonstraties. De minister acht het ongeloofwaardig dat de Iraanse autoriteiten het huis van appellant hebben bezocht. Verder stelt de minister zich op het standpunt dat van appellant terughoudendheid verwacht mag worden bij het uiten van zijn afvalligheid en atheïsme en dat hij daarom bij terugkeer niet heeft te vrezen voor vervolging.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1326
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404322/1/V2

202500442/1/V2

Bij besluit van 2 mei 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Betrokkene heeft de Iraanse nationaliteit. Aan zijn opvolgende asielaanvraag heeft hij zijn afvalligheid van de islam ten grondslag gelegd en zijn verdere groei in het christelijke geloof. Verder heeft hij aan zijn aanvraag ten grondslag gelegd dat hij lid is geworden van een politieke actiegroep en dat hij deelneemt aan demonstraties die gericht zijn tegen de Iraanse autoriteiten. De minister heeft de asielaanvraag van betrokkene afgewezen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat betrokkene de geloofsgroei niet aannemelijk heeft gemaakt. De minister acht de afvalligheid van de islam en de politieke overtuiging wel geloofwaardig. Ook acht de minister het geloofwaardig dat betrokkene op sociale media wordt bedreigd. De minister volgt betrokkene echter niet in zijn stelling dat hij hiermee in de negatieve aandacht van de Iraanse autoriteiten is komen te staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1439
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202500442/1/V2

202505023/2/R2

Bij besluit van 15 augustus 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Michielsgestel de omgevingsvergunning verleend. Volgens het college is het bouwplan in overeenstemming met de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied Sint-Michielsgestel, 3e actualisatie". Dit bestemmingsplan maakt deel uit van het tijdelijk deel van het omgevingsplan van de gemeente Sint-Michielsgestel. [verzoeker] woont aan de [locatie 2]. De nieuwe woning wordt gerealiseerd op het perceel dat grenst aan zijn tuin. Het verzoek om een voorlopige voorziening is erop gericht om te voorkomen dat de nieuwe woning wordt gebouwd voordat de Afdeling uitspraak heeft gedaan op zijn hoger beroep.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1437
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202505023/2/R2

BRS.25.000745

Bij besluit van 1 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1349
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000745

BRS.25.001578

Bij besluit van 11 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1339
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001578

BRS.26.000911 en BRS.26.000912

Bij besluit van 22 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft en hem opgedragen om Nederland binnen een maand te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1341
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000911 en BRS.26.000912

BRS.26.000946 en BRS.26.000947

Bij besluit van 5 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1304
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000946 en BRS.26.000947

BRS.26.000965

Bij besluit van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1344
Datum uitspraak
12 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000965

202302938/1/V1

Bij besluit van 12 september 2022 heeft het COa de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 2.195,60.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1352
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302938/1/V1

202405555/1/V1

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft het COa bepaald dat het appellant overplaatst naar een opvangvoorziening voor meerderjarigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1354
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202405555/1/V1

202407015/2/V2

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1355
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407015/2/V2

202407015/3/V2

Bij besluit van 31 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1356
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407015/3/V2

202506022/2/R2

Bij besluit van 8 november 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant een verzoek van BMF en anderen om een op 4 april 2018 verleende omgevingsvergunning met aangehaakte natuurtoestemming, voor zover betrekking hebbend op een mestvergistingsinstallatie (het project) op het terrein van VIDA Bioenergy Tilburg B.V. (VBT), en een op 10 mei 2016 verleende vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor het project in te trekken, afgewezen. VBT exploiteert aan de Vloeiveldweg 5-8 in Tilburg (onder andere) een mestvergistingsinstallatie. BMF en anderen hebben op 1 november 2021 verzocht om intrekking van de omgevingsvergunning van 4 april 2018 met aangehaakte natuurtoestemming en een op 10 mei 2016 verleende Wnb-vergunning, voor zover deze ziet op de - toentertijd - niet gerealiseerde mestvergistingsinstallatie. Het college heeft dit verzoek, voor zover in deze procedure van belang, voor de natuurvergunningen bij besluit van 8 november 2022 afgewezen, omdat volgens het college de intrekking van de natuurvergunningen niet nodig is als passende maatregel om verslechtering van de nabijgelegen Natura-2000 gebieden Loonse- en Drunense Duinen & Leemkuilen en Kampina & Oisterwijkse Vennen tegen te gaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1351
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202506022/2/R2

BRS.25.002264

Bij besluit van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1324
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002264

BRS.26.000523

Bij brief van 10 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1315
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000523

BRS.26.000628

Bij besluit van 21 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1331
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000628

BRS.26.000798

Bij besluit van 4 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1325
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000798

BRS.26.000838

Bij besluit van 1 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1316
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000838

BRS.26.000846

Bij besluit van 11 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1288
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000846

BRS.26.000901

Bij besluit van 15 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1332
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000901

BRS.26.000937

Bij besluit van 29 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1319
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000937

BRS.26.000996

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1327
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000996

BRS.26.000998

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1328
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000998

BRS.26.001011 en BRS.26.001012

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1426
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001011 en BRS.26.001012

202006510/13/R3

Bij uitspraak onderscheidenlijk tussenuitspraak van 30 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1971, heeft de Afdeling de minister van Infrastructuur en Waterstaat opgedragen om binnen 26 weken na verzending van die uitspraak de daarin genoemde gebreken in het op 17 november 2020 vastgestelde tracébesluit "A27/A12 Ring Utrecht 2020" (TB2020) en het op 13 juli 2022 vastgestelde tracébesluit "A27/A12 Ring Utrecht 2022" (TB2022) te herstellen. Deze einduitspraak is een vervolg op de tussenuitspraak van 30 april 2025 over de tracébesluiten TB2020 en TB2022 voor het project A27/A12 Ring Utrecht. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak verschillende gebreken geconstateerd in deze tracébesluiten. De minister heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak het TB2020 en het TB2022 op onderdelen gewijzigd met het TB2025. Ook heeft de minister een nadere motivering en nadere onderzoeksrapporten opgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1379
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Tracé en wegverbreding
  • uitspraakin de zaak202006510/13/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006510/13/R3

202103815/1/R2

Bij het besluit van 30 maart 2021 heeft de raad van de gemeente Venray besloten het bestemmingsplan en het exploitatieplan "De Spurkt" niet vast te stellen. Greenport Venlo is het niet eens met dit besluit, onder meer omdat de raad volgens haar niet heeft gemotiveerd waarom het ruimtelijk ongewenst is om grootschalige bedrijvigheid in het plangebied mogelijk te maken. Het ontwerpbestemmingsplan en het ontwerpexploitatieplan "De Spurkt" voorzien in de realisatie van een nieuw bedrijventerrein van ongeveer 30 ha op de locatie ten noorden van Venray, direct ten noorden van het bestaande bedrijventerrein "Smakterheide". Volgens de plantoelichting van het ontwerpbestemmingsplan kent het plangebied een overwegend agrarisch karakter en wordt het gekenmerkt door een grote mate van openheid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1411
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202103815/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202103815/1/R2

202200764/3/R3

Bij tussenuitspraak van 20 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4762 (de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Leeuwarden opgedragen om binnen 26 weken de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in het besluit van 1 december 2021 te herstellen. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak het volgende overwogen. Onder 17.4 is gewezen op de Quickscan flora en fauna en toets EHS van Staro van december 2016 (de Quickscan). De Quickscan gaat er voor de beoordeling dat geen significante aantasting van de wezenlijke kenmerken en waarden van de ecologische hoofdstructuur (EHS) plaatsvindt vanuit dat steigers en loopplanken over de oeverzone heen zullen lopen en dat geen, of alleen speciale, buitenverlichting toegepast zal worden. Het bestemmingsplan staat echter toe dat steigers en loopplanken niet over de oeverzone heenlopen, en dat er andere buitenverlichting aangebracht wordt dan waar de Quickscan vanuit gaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1361
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202200764/3/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202200764/3/R3

202201905/4/R4

Bij tussenuitspraak van 14 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2185, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Voorst opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 7 februari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. Deze beroepsprocedure gaat over het bestemmingsplan "Nieuw Basselt en Fliertlanden, Twello". Het plan maakt mogelijk dat op de gelijknamige gronden in het noorden van Twello maximaal 289 woningen kunnen worden gebouwd. Onder 16.20 van de tussenuitspraak heeft de Afdeling overwogen dat de raad niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat het plan voldoet aan artikel 2.56 van de Omgevingsverordening Gelderland. De raad heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak bij besluit van 22 september 2025 het plan gewijzigd vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1399
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202201905/4/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202201905/4/R4

202204228/1/A2

Bij besluit, verzonden op 6 april 2021, heeft de raad voor rechtsbijstand de aan [appellant] toegekende toevoeging voor het verlenen van rechtsbijstand met het kenmerk 3KT1508 ingetrokken. De raad verleent toevoegingen voor rechtsbijstand. De regels voor het al dan niet in aanmerking komen voor een toevoeging zijn neergelegd in de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) en het Besluit vergoedingen rechtsbijstand (Bvr). Daarnaast heeft de raad beleid vastgesteld, neergelegd in zogenoemde werkinstructies. [appellant] is advocaat en neemt als rechtsbijstandverlener deel aan het High Trust-programma van de raad. Uitgangspunt van dit programma is dat een rechtsbijstandverlener op basis van vertrouwen een toevoegingsaanvraag indient en de raad deze toevoeging zonder voorafgaande inhoudelijke beoordeling verstrekt. Achteraf worden toevoegingen en vastgestelde vergoedingen steekproefsgewijs door de raad gecontroleerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1383
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Rechtsbijstand
  • uitspraakin de zaak202204228/1/A2

202204580/1/R4

Bij besluit van 2 juni 2022 heeft de raad van de gemeente Nunspeet het bestemmingsplan "Parapluplan Onzelfstandige Bewoning en Logies Arbeidsmigranten / Seizoenarbeiders e.a." vastgesteld. Het parapluplan voorziet in regels over twee verschillende onderwerpen. Ten eerste heeft de raad regels gesteld voor onzelfstandige bewoning binnen woonbestemmingen. Ten tweede heeft de raad regels gesteld voor logies voor arbeidsmigranten en seizoenarbeiders. Tegen dat laatste komt [appellant] op. [appellant] woont aan de [locatie] in Nunspeet, naast Landgoed De Grote Bunte. Op het landgoed worden arbeidsmigranten gehuisvest en [appellant] ondervindt daar overlast van. Hij komt op tegen het parapluplan, omdat het plan volgens hem mogelijk maakt dat zonder meer grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten wordt toegestaan op het landgoed. Volgens [appellant] past de huisvesting niet en kan dat ook niet worden ingepast vanwege de ligging in de bebouwde kom, ingeklemd tussen twee woonwijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1371
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202204580/1/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202204580/1/R4

202204708/1/A2

Bij veertien afzonderlijke besluiten van verschillende data heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan ieder van de exploitanten een vergunning verleend voor het exploiteren van een Bed & Breakfast (B&B). Tot 1 januari 2020 was het onder bepaalde voorwaarden toegestaan om zonder een vergunning een B&B te exploiteren in een woonruimte in Amsterdam (B&B-exploitatie). Met de inwerkingtreding van de Huisvestingsverordening Amsterdam 2020 (de Hv) is het vanaf 1 januari 2020 in beginsel verplicht om hiervoor een vergunning te hebben (de vergunningplicht). De exploitanten betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat sinds de inwerkingtreding van de Wet toeristische verhuur van woonruimte (de Wtv) op 1 januari 2021, artikel 21 van de Huisvestingswet 2014 (de Hw) niet langer als wettelijke grondslag voor de verlening van B&B-exploitatievergunningen kan gelden, omdat hiervoor artikel 23c van de Hw is aangewezen. De exploitanten wijzen daarbij onder andere op de totstandkomingsgeschiedenis van de Wtv en het daarbij bepaalde overgangsrecht. Ook voeren zij aan dat B&B-exploitatie geen woningonttrekking in de zin van artikel 21 van de Hw oplevert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1389
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202204708/1/A2

202206749/1/A3

Bij besluit van 16 april 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant sub 1] een last onder bestuursdwang opgelegd inhoudende dat [appellant sub 1] het woonschip "Vooranker" moet (laten) verwijderen uit Zijkanaal B. [appellant sub 1] had een ligplaatsontheffing voor het woonschip "Vooranker" op [locatie 2] in Zijkanaal B. Hij heeft dat woonschip vervangen voor het woonschip "Humpie Dumpie". Op 25 november 2019 heeft de minister aan [appellant sub 1] een ligplaatsontheffing verleend voor het woonschip "Humpie Dumpie" en de ontheffing voor "Vooranker" ingetrokken. Tot 25 maart 2020 mocht [appellant sub 1] met beide schepen op [locatie 2] liggen, zodat een verhuizing kon plaatsvinden. [appellant sub 2] had tot 2015 een ligplaatsontheffing voor het woonschip "Claes van Kyten" op [locatie 1] in Zijkanaal B. Dat woonschip is gezonken door een gebrek aan onderhoud. Op 26 mei 2015 heeft [appellant sub 2] afstand gedaan van zijn woonschip en is de eigendom van het woonschip overgedragen aan de minister. Het woonschip "Claes van Kyten" is op 17 juni 2015 overgedragen aan een sloopbedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1363
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206749/1/A3

202206931/1/A3

Bij besluit van 26 februari 2020 heeft de minister van Defensie het verzoek van [appellant] om inzage in het Handboek Inlichtingen voor de analist (DIS2009021353); het Handboek) van de Militaire Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (MIVD) gedeeltelijk afgewezen en gedeeltelijk verstrekt. [appellant] wil weten wat in het Handboek staat voor een artikel dat hij schrijft over inlichtingenverzameling en analyse. De minister heeft delen van het Handboek aan [appellant] gegeven. [appellant] vindt dat de minister hem nog meer delen van het Handboek had moeten geven. [appellant] is het er ook niet mee eens dat de commissie die advies heeft gegeven over zijn bezwaar met de minister heeft gesproken zonder dat hij erbij was. [appellant] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat het horen in bezwaar van de minister zonder dat [appellant] of zijn gemachtigde daarbij aanwezig was, gerechtvaardigd is. Hij voert aan dat de Awb geen enkele mogelijkheid biedt voor een externe commissie om een bestuursorgaan te horen zonder dat de bezwaarmaker van het besprokene kennis kan nemen. Hij wijst daarvoor onder meer naar een uitspraak van de Afdeling van 1 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3547. Van het afzonderlijke horen is bovendien in strijd met artikel 7:7 van de Awb geen verslag gemaakt. [appellant] zegt dat hij daardoor in zijn procespositie is geschaad.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1386
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202206931/1/A3

202207030/1/A3

Bij besluit van 29 november 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat een aanvraag van [appellant] om omzetting of verlening van een ontheffing van het ligplaatsverbod in Zijkanaal B te Velserbroek, afgewezen. [appellant] woonde sinds 1991 op het woonschip "Claes van Kyten" op [locatie] in Zijkanaal B. Zijkanaal B is een zijtak van het Noordzeekanaal. Op 13 juli 2010 is aan hem ambtshalve ontheffing verleend voor het innemen van een ligplaats met dat woonschip. Tot 2015 heeft [appellant] gebruik gemaakt van de ligplaats. Op 26 mei 2015 is door medewerkers van Rijkswaterstaat (hierna: RWS) geconstateerd dat het woonschip aan het zinken was door de slechte staat en een gebrek aan onderhoud. Aan [appellant] is spoedeisende bestuursdwang aangezegd en hem is meegedeeld dat op zijn kosten alle noodzakelijke maatregelen ter bescherming van het oppervlaktewater zouden worden genomen. Diezelfde dag heeft [appellant] een afstandsverklaring voor zijn woonschip ondertekend, waarmee de eigendom van het woonschip werd overgedragen aan de minister. Het woonschip is op 17 juni 2015 overgedragen aan een sloopbedrijf.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1366
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202207030/1/A3

202207153/4/R1

In de tussenuitspraak van 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:316, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 20 oktober 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Woongebieden Kom Uden 2022" te herstellen. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken het onder 5.1 van die uitspraak geconstateerde gebrek te herstellen door akoestisch onderzoek uit te laten voeren naar de gevolgen voor de geluidbelasting bij de percelen van appellanten van het gebruik van padelbanen binnen het sportcomplex en in het licht van de uitkomsten van dit onderzoek te bezien of een gewijzigde planregeling moet worden vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1367
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202207153/4/R1

202300988/1/R3

Bij besluit van 21 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland. een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing van de woning aan de [locatie 1] te Maasland. Het college heeft aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor een bouwplan dat, kort gezegd, voorziet in het toegankelijk maken van de bergzolder en het realiseren van een dakkapel (dakopbouw) op het achtergevel dakvlak van de woning aan de [locatie 2] in Maasland (hierna: de woning). [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 3] in Maasland. Zij kan zich niet vinden in de verlening van de omgevingsvergunning, omdat volgens haar impliciet meer vergund wordt dan waar het college vanuit is gegaan bij de verlening van de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1381
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300988/1/R3

202301250/1/A3

Bij besluit van 10 juli 2018 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag van [appellante] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellante] is geboren op [geboortedatum] 1957 in Suriname en heeft door geboorte het Nederlanderschap verkregen. Op 28 mei 1971 is zij voor het eerst ingeschreven in Nederland. Op 27 juli 2006 is [appellante] uitgeschreven uit Nederland wegens emigratie naar Suriname. Op 8 februari 2007 heeft [appellante] door naturalisatie de Surinaamse nationaliteit verkregen. Op 18 mei 2018 heeft zij een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Suriname. De minister heeft geweigerd om de aanvraag in behandeling te nemen. Hij heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat [appellante] het Nederlanderschap op 8 februari 2017 ingevolge artikel 15, eerste lid, aanhef en onder c, van de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN) heeft verloren omdat zij zowel de Nederlandse als de Surinaamse nationaliteit had, zij op dat moment gedurende een onafgebroken periode van tien jaar hoofdverblijf heeft gehad in Suriname en van stuiting van deze termijn op grond van artikel 15, vierde lid, van de RWN geen sprake is geweest.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1384
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202301250/1/A3

202301670/1/R2 en 202301673/1/R2

Bij besluiten van 20 december 2022 heeft de raad van de gemeente Boxtel het bestemmingsplan "De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7" en het bestemmingsplan "Nieuw Koolwijk" vastgesteld. In het buitengebied van de gemeente Boxtel vindt aan De Ruiting in de kern Esch gebiedsontwikkeling De Ruiting plaats. Hiermee is een transformatie beoogd van een voornamelijk agrarische omgeving naar een woonomgeving met onder meer natuur en recreatie. Het bestemmingsplan "De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7" voorziet in de herontwikkeling van de locaties De Ruiting 3 en 3A (De Roudonck), De Ruiting 4 en 4A (De Jofrahoeve), De Ruiting 5 (De Antoniushoeve) en De Ruiting 7 (Landgoed De Ruiting) in Esch in de gemeente Boxtel. Met het plan is beoogd om de veelal voormalige agrarische locaties te herontwikkelen tot bestemmingen voor (zorg)wonen met recreatieve of maatschappelijke nevenfuncties, recreatie en natuur. [appellant sub 1] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied van het bestemmingsplan "De Ruiting 3, 3a, 4, 4a, 5 en 7" en het plangebied van bestemmingsplan "Nieuw Koolwijk". Zij kunnen zich niet met deze plannen verenigen, onder meer omdat volgens hen bij de voorbereiding daarvan hun belangen onvoldoende zijn betrokken en er sprake is van strijd met het gemeentelijke beleid en de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (IOV).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1413
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301670/1/R2 en 202301673/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202301670/1/R2 en 202301673/1/R2

202302593/1/R3

Bij besluit van 24 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk geweigerd om aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het bouwen van een eenlaagse aanbouw aan de zijkant van de woning op het perceel [locatie] in Noordwijk en het bouwen van een berging in de achtertuin van die woning. [appellante] is eigenaar van het perceel. Op het perceel stond een woning met aan de achterkant een vergunningvrij gebouwde veranda. Daarnaast was er aan de zijkant van de woning een aangebouwde, eenlaagse garage aanwezig. [appellante] heeft op 19 september 2018 een eerste aanvraag voor een omgevingsvergunning ten behoeve van een tweelaagse zijaanbouw en de plaatsing van een berging in de achtertuin ingediend. Het college heeft die aanvraag op 20 december 2018 afgewezen en die afwijzing bij besluit van 1 oktober 2019 in stand gelaten. Het hoger beroep van [appellante] richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtsbank, voor zover haar beroep tegen het besluit van 1 oktober 2019 in die uitspraak ongegrond is verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1412
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302593/1/R3

202303456/1/A2

Bij besluit van 18 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] een bestuurlijke boete opgelegd ter hoogte van € 12.000,00, wegens omzetting van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. [appellante] houdt zich onder andere bezig met het detacheren van arbeidsmigranten in de hotelbranche, aan wie zij ook woonruimte verhuurt. Op 16 januari 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woning aan de [locatie] in Amsterdam (de woning) bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in een op ambtsbelofte opgemaakt rapport van 17 januari 2020. Op basis daarvan heeft het college geconcludeerd dat [appellante] de woning aan meer dan het aantal toegestane personen heeft verhuurd, die de aanwezige wezenlijke voorzieningen met elkaar moeten delen en die geen gezamenlijke huishouding voeren, waarbij geen sprake is van inwoning. Daarmee heeft [appellante] volgens het college de woning omgezet of omgezet gehouden in onzelfstandige woonruimte, terwijl daarvoor geen vergunning is verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1391
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202303456/1/A2

202304282/1/R2

Bij besluit van 9 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda aan [appellant B] een last onder bestuursdwang opgelegd. De last houdt in dat [appellant B] de bouwwerkzaamheden op het perceel [locatie] in Breda moet staken en gestaakt moet houden. In deze zaak moet de Afdeling beoordelen of het college het bezwaar van [appellant A] terecht niet ontvankelijk heeft verklaard in het besluit op bezwaar van 6 januari 2022. De last onder bestuursdwang was gericht aan [appellant B] en niet aan het bouwbedrijf. De rechtbank heeft geoordeeld dat het bouwbedrijf niet een direct belang heeft, maar via [appellant B] alleen een afgeleid belang heeft. [appellant B] heeft trouwens zelf ook bezwaar gemaakt en daarop heeft het college beslist in een apart besluit op bezwaar. Daarnaast spelen in deze zaak nog twee dingen. Het eerste is of [appellant B] in deze procedure wel of geen beroep bij de rechtbank heeft ingesteld. Het tweede is dat het hoger beroep over het besluit op bezwaar van [appellant A] ook is ingesteld door [appellant B]. En de vraag is of dat wel mag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1390
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304282/1/R2

202305536/2/R2

Bij uitspraak van 24 december 2025, ECLI:NLRVS:2025:6334, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het beroep van onder meer [appellant A] en [appellant B]. In die zaak hebben [appellant A] en [appellant B] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit één rechterlijke instantie bestaat zonder voorafgaande bezwaarprocedure, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste twee jaar redelijk. De termijn begint op het moment van ontvangst van het beroepschrift door de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1415
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202305536/2/R2

202305564/1/A3

Bij besluit van 28 december 2021 heeft de minister van Buitenlandse Zaken geweigerd om de aanvraag van [appellant] voor een Nederlands paspoort in behandeling te nemen. [appellant] is geboren op [geboortedatum] 1967 in Turkije en verkreeg door geboorte de Turkse nationaliteit. Op 20 januari 1995 verkreeg [appellant] tevens het Nederlanderschap. Op 20 oktober 2005 is [appellant] uitgeschreven uit Nederland wegens emigratie naar een onbekende bestemming. Uit het historisch residentieel overzicht van het Turkse ministerie van Binnenlandse Zaken is gebleken dat [appellant] op 14 februari 2007 is ingeschreven in Turkije. Aan [appellant] is voor het laatst op 23 oktober 2006 een Nederlands paspoort verstrekt. Vervolgens heeft hij op 8 juli 2021 een Nederlands paspoort aangevraagd bij de Nederlandse ambassade in Turkije. De minister heeft geweigerd om de aanvraag in behandeling te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1387
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202305564/1/A3

202306469/1/A3, 202306471/1/A3, 202306472/1/A3, 202306473/1/A3, 202306474/1/A3 en 202306475/1/A3

Bij brief van 12 mei 2022 heeft de burgemeester van Tilburg aan [appellant sub 1] en anderen laten weten dat hij na een evaluatie geen redenen ziet om af te wijken van de regeling dat in het geval van het telen van maximaal vijf hennepplanten niet bestuursrechtelijk wordt gehandhaafd. In september 2016 heeft de toenmalige burgemeester van Tilburg aan de stichting Patiënten Groep Medicinale Cannabis Gebruikers meegedeeld dat hij onder bepaalde voorwaarden het telen van medicinale cannabis toestaat. Deze voorwaarden zijn onder meer dat er niet meer dan vijf planten van maximaal drie meter hoog in een woning mogen worden geteeld, de cannabis voor eigen gebruik moet zijn en deze niet aan derden mag worden verkocht. [appellant sub 1] en anderen zijn patiënten die op doktersvoorschrift medicinale cannabis gebruiken. De vijf soorten cannabis die de apotheek levert werken niet voor hen. Daarom zijn [appellant sub 1] en anderen genoodzaakt hun eigen soorten thuis te kweken. Volgens [appellant sub 1] en anderen heeft de burgemeester met de brief van 12 mei 2022 de gedoogbeslissing van 12 september 2016 ingetrokken. [appellant sub 1] en anderen hebben daarom tegen de brief van 12 mei 2022 bezwaar gemaakt. De burgemeester heeft deze bezwaren niet-ontvankelijk verklaard, omdat de brief van 12 mei 2022 geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1402
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202306469/1/A3, 202306471/1/A3, 202306472/1/A3, 202306473/1/A3, 202306474/1/A3 en 202306475/1/A3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202306469/1/A3, 202306471/1/A3, 202306472/1/A3, 202306473/1/A3, 202306474/1/A3 en 202306475/1/A3

202307083/1/R2

Bij het besluit van 21 juli 2020 heeft het college aan de gemeente Venray ten behoeve van de realisatie van een bedrijventerrein aan de Spurkt in Venray een ontheffing verleend van de verboden als bedoeld in artikelen 3.1, tweede lid, 3.5, tweede en vierde lid en 3.10, eerste lid van de Wet natuurbescherming (Wnb) voor diverse handelingen, te weten: - het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van de huismus, boerenzwaluw en de steenuil; - het opzettelijk verstoren van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, ruige dwergvleermuis, gewone grootoorvleermuis, rosse vleermuis en de watervleermuis; - het beschadigen of vernielen van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de gewone dwergvleermuis; - het opzettelijk beschadigen of vernielen van de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das. Bij het besluit van 29 juni 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het daartegen door [wederpartij] gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Het college heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat [wederpartij] geen belanghebbende is, omdat de handelingen waarvoor de ontheffing is verleend geen ruimtelijke uitstraling hebben op zijn directe woon- en leefomgeving.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1409
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202307083/1/R2

202307275/1/A2

Bij besluiten van 23 juli 2020 en 6 augustus 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam aan [appellante] twee bestuurlijke boetes opgelegd ter hoogte van ieder € 12.000,00, wegens omzetting van twee zelfstandige woonruimten in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Op 4 februari 2020 hebben toezichthouders van de gemeente Amsterdam de woningen aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Amsterdam (de woningen) bezocht. Hun bevindingen zijn neergelegd in op ambtsbelofte opgemaakte rapporten van 5 en 6 februari 2020. Op basis daarvan heeft het college geconcludeerd dat [appellante] de woningen aan meer dan het aantal toegestane personen heeft verhuurd, die de aanwezige wezenlijke voorzieningen met elkaar moeten delen en die geen gezamenlijke huishouding voeren, waarbij geen sprake is van inwoning. Daarmee heeft [appellante] volgens het college beide woningen omgezet of omgezet gehouden in onzelfstandige woonruimte, terwijl daarvoor geen vergunningen zijn verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1401
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202307275/1/A2

202307313/1/R3

Bij besluit van 10 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwkoop aan Liander N.V. een vergunning verleend voor het plaatsen van een transformatorstation nabij de [locatie] in Zevenhoven. Deze zaak gaat over een transformatorstation dat door Liander N.V. is aangelegd in Zevenhoven, in de gemeente Nieuwkoop. Liander N.V. heeft voor het plaatsen van het transformatorstation op 29 juni 2020 "onder protest" een aanvraag om een vergunning ingediend. Zij is namelijk van mening dat deze activiteit vergunningvrij is. Hoewel deze aanvraag bij besluit van 10 juli 2020 door het college werd ingewilligd, is Liander N.V. daarom toch tegen dit besluit in bezwaar gegaan. Nadat dit bezwaar bij besluit van 9 december 2020 ongegrond is verklaard, is Liander N.V. daartegen in beroep gegaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de vergunningplicht die door artikel 5, eerste lid, van de Algemene Verordening Kabels en Leidingen gemeente Nieuwkoop 2020 in het leven is geroepen, geen onaanvaardbare doorkruising van het systeem van vergunningsvrij bouwen van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en het Besluit omgevingsrecht oplevert.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1377
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307313/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202307313/1/R3

202307585/1/A2

Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Overijssel het verzoek om schadevergoeding voor gemiste subsidie en waardevermindering van grond afgewezen. Bij besluit van 4 december 2006 heeft de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit op grond van de Subsidieregeling Natuurbeheer 2000 (SN 2000) aan [appellant] subsidies verleend. De subsidie voor functieverandering, bedoeld voor het omzetten van landbouwgrond naar natuur, is verleend voor een looptijd van 30 jaar (vijf aaneensluitende tijdvakken van zes jaar). De inrichtingssubsidie, bedoeld voor het geschikt maken van landbouwgrond voor natuur, is verleend voor de periode vanaf 1 december 2006 tot en met 30 november 2012. [appellant] heeft voor het beheer van het perceel ook een beheersubsidie aangevraagd. Deze subsidie voor behoud en ontwikkeling van de natuur op het perceel wordt steeds voor een periode van zes jaar verleend. Deze termijn geldt zowel op basis van de op 1 januari 2007 vervallen SN 2000 als op basis van de opvolgers daarvan, de Subsidieregeling natuurbeheer Overijssel en de Subsidieregeling kwaliteitsimpuls natuur en landschap Overijssel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1365
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307585/1/A2

202401681/1/A2

Bij besluit van 14 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd voor het verhuren van een woning waar niet zelfstandig wordt gewoond zonder te beschikken over de daarvoor noodzakelijke vergunning. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Den Haag (de woning). Een inspecteur van de Haagse Pandbrigade heeft op 30 maart 2022 een inspectie in de woning uitgevoerd. Tijdens deze inspectie heeft de inspecteur geconcludeerd dat de woning was onttrokken aan de woningvoorraad doordat deze was omgezet van zelfstandige naar onzelfstandige bewoning. Omdat [appellant] meerdere woningen in zijn bezit heeft en die woningen bedrijfsmatig exploiteert, heeft het college hem op grond van artikel 7:2, gelezen in samenhang met bijlage II van de Huisvestingsverordening, een bestuurlijke boete van € 10.000,00 opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1396
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Boete
  • uitspraakin de zaak202401681/1/A2

202402859/1/R4

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Bilt aan BHM Solar B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het oprichten van stellages ten behoeve van de opwek van duurzame energie en bijbehorende technische installaties en kabelwerk voor "Zonneweide Voordaan", op de locatie Maartensdijk, sectie N, nrs. 1434, 2368, 2373 en 2374 in Groenekan, gemeente De Bilt, voor een periode van dertig jaar. "Zonneweide Voordaan" is een initiatief van BHM Solar om een zonnepark te realiseren in Groenekan, gemeente De Bilt. Ter realisatie van het zonnepark heeft zij op 30 mei 2022 een omgevingsvergunning aangevraagd om stellages ten behoeve van de opwek van duurzame energie en bijbehorende technische installaties en kabelwerk op te richten en om daarbij af te wijken van de regels van het bestemmingsplan. [appellant sub 1] en anderen en [appellanten sub 2] wonen allen aan de Lindenlaan in Groenekan en vrezen dat hun woon- en leefklimaat zal worden aangetast als gevolg van het zonnepark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1398
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402859/1/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202402859/1/R4

202403068/1/A3

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan Marmaris een last onder dwangsom opgelegd. Marmaris had een restaurant aan het Teunisbloemplein 18 in Den Haag. Bij besluit van 26 mei 2020 is aan Marmaris een vergunning verleend voor het plaatsen van een zomer- en winterterras aan de gevel met een totale oppervlakte van 20 m2. Het terras moet volgens voorschrift 1 aan de gevel worden geplaatst zoals aangegeven op de tekening. Bij e-mail van 26 mei 2020 is aan Marmaris toestemming verleend om een tijdelijk terras te plaatsen op grond van de Tijdelijke spelregels voor gebruik openbare ruimte wegens Coronavoorwaarden. Deze spelregels golden tot 1 november 2020 waarna de commissiebrief ‘Terrassen in de winter’ het voor vergunninghouders van zomerterrassen mogelijk heeft gemaakt een vergunning aan te vragen voor een tijdelijk winterterras. Tijdens een controle van 8 juli 2022 naar aanleiding van een handhavingsverzoek is geconstateerd dat het terras van Marmaris een totale oppervlakte heeft van 88 m2 en dat het terras een gedeelte van de openbare weg en drie parkeervakken in beslag neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1407
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202403068/1/A3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202403068/1/A3

202403395/1/R1

Bij besluit van 27 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Stein het wijzigingsplan "Wijzigingsplan Steinderweg" vastgesteld. Het wijzigingsplan is vastgesteld op basis van artikel 4.7.1 van het bestemmingsplan "Business Park Stein 2018". Het college heeft met het wijzigingsplan de enkelbestemming "Bedrijventerrein" gewijzigd in de enkelbestemming "Groen". Het college acht het ongewenst om de oorspronkelijke bestemming te handhaven, omdat die hoge bedrijfsgebouwen en bedrijfsmatige activiteiten op korte afstand van woonbebouwing mogelijk maakte. [appellant A] en [appellant B] zijn eigenaar van percelen die binnen het plangebied van het wijzigingsplan liggen. Zij zijn het niet eens met de gewijzigde bestemming. [appellant A] komt op tegen het wijzigingsplan, omdat het plan volgens hem ten onrechte geen taxibedrijf meer mogelijk maakt op zijn percelen. [appellant B] kan zich niet vinden in het wijzigingsplan, omdat het volgens hem leidt tot een waardedaling van zijn perceel. Dat perceel had hij bovendien willen gebruiken voor de uitbreiding van het bedrijf van zijn zoon.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1368
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202403395/1/R1

202403494/1/R3

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan Esprit Real Estate II B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor maximaal 120 personen in 70 wooneenheden op het perceel Tuindersweg 21A in IJsselmuiden, voor een periode van 15 jaar. Nadat de raad een verklaring van geen bedenkingen heeft afgegeven heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Esprit voor het huisvesten van maximaal 120 arbeidsmigranten in 70 wooneenheden, voor een periode van 15 jaar, aan de Tuindersweg 21A in IJsselmuiden. De vergunning is verleend voor de activiteiten: het bouwen van een bouwwerk, het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk met het oog op brandveiligheid en het maken, aanleggen of veranderen van een uitweg (in-/uitrit). Het gaat om een pilotproject als bedoeld in de gemeentelijke ‘Bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten’. Met die bouwsteen heeft de gemeenteraad van Kampen op 30 januari 2020 ingestemd. Ook maakt de bouwsteen als bijlage onderdeel uit van de in oktober 2021 door de raad vastgestelde woonvisie ‘Bouwsteen Wonen 2021-2025’. De locatie voor de huisvestiging ligt in een glastuinbouwgebied in de Koekoekspolder. [appellant] en anderen zijn omwonenden. Zij zijn het niet eens met de verleende vergunning en met het oordeel van de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1410
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403494/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202403494/1/R3

202403495/1/R3

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan Esprit Real Estate II B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor maximaal 120 personen in 70 wooneenheden op het perceel Tuindersweg 21A in IJsselmuiden, voor een periode van 15 jaar. Nadat de raad een verklaring van geen bedenkingen had afgegeven, heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Esprit voor het huisvesten van maximaal 120 arbeidsmigranten in 70 wooneenheden, voor een periode van 15 jaar, aan de Tuindersweg 21A in IJsselmuiden. Het gaat om een pilotproject als bedoeld in de gemeentelijke ‘Bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten’. Met die bouwsteen heeft de gemeenteraad van Kampen op 30 januari 2020 ingestemd. Ook maakt de bouwsteen als bijlage onderdeel uit van de in oktober 2021 door de raad vastgestelde woonvisie ‘Bouwsteen Wonen 2021-2025’. De locatie voor de huisvestiging ligt in een glastuinbouwgebied in de Koekoekspolder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1408
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403495/1/R3

202403496/1/R3

Bij besluit van 28 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kampen aan Esprit een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor de huisvesting van arbeidsmigranten voor maximaal 120 personen in 70 wooneenheden op het perceel Tuindersweg 21A in IJsselmuiden, voor een periode van 15 jaar. Nadat de raad een verklaring van geen bedenkingen had afgegeven heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Esprit voor het huisvesten van maximaal 120 arbeidsmigranten in 70 wooneenheden, voor een periode van 15 jaar, aan de Tuindersweg 21A in IJsselmuiden. Het gaat om een pilotproject als bedoeld in de gemeentelijke ‘Bouwsteen huisvesting arbeidsmigranten’. Met die bouwsteen heeft de gemeenteraad van Kampen op 30 januari 2020 ingestemd. Ook maakt die bouwsteen als bijlage onderdeel uit van de in oktober 2021 door de raad vastgestelde woonvisie ‘Bouwsteen Wonen 2021-2025’. De locatie voor de huisvestiging ligt in een glastuinbouwgebied in de Koekoekspolder.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1406
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403496/1/R3

202403599/1/R4

Bij besluit van 19 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet een omgevingsvergunning verleend aan Landgoed De Grote Bunte B.V. voor het realiseren van een woonzorgvoorziening met algemene ruimten op het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Landgoed De Grote Bunte B.V. is eigenaar van het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Het gaat om een landgoed met daarop een landhuis en andere gebouwen, dat op het moment van de aanvraag tijdelijk in gebruik was voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Landgoed De Grote Bunte B.V. heeft op 29 november 2021 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een woonzorgvoorziening voor ouderen in het landhuis dat daarvoor zal worden gerestaureerd, verbouwd en uitgebreid. Ook het koetshuis zal worden gerestaureerd en daarin zullen een beheerderswoning en een aantal kantoren worden gerealiseerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1373
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403599/1/R4

202403875/1/R4

Bij besluit van 24 januari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet een tijdelijke omgevingsvergunning voor de duur van drie jaar verleend aan Landgoed De Grote Bunte B.V. voor het huisvesten van vijftig arbeidsmigranten in de bestaande gebouwen op het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Landgoed De Grote Bunte B.V. is eigenaar van het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Het gaat om een landgoed met daarop een landhuis en andere gebouwen. Landgoed De Grote Bunte B.V. wil op het landgoed een woonzorgvoorziening en woonhuizen realiseren. In afwachting van de daarvoor benodigde vergunningen gebruikt zij de bestaande gebouwen op het landgoed voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Op 17 november 2021 heeft zij daarvoor een tijdelijke omgevingsvergunning aangevraagd. [appellant A] woont naast het perceel, aan de [locatie] in Nunspeet. Hij verwacht, mede door zijn ervaring met de arbeidsmigranten die eerder illegaal op het perceel gehuisvest werden, dat de huisvesting van arbeidsmigranten zijn woon- en leefklimaat onevenredig zal aantasten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1374
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202403875/1/R4

202404335/1/A2

Bij afzonderlijke besluiten van 29 maart 2021 en 1 april 2021 heeft de Dienst Toeslagen geweigerd aan [appellant] een compensatie toe te kennen. [appellant] heeft in de jaren 2011 tot en met 2019 voor zijn zoon gebruik gemaakt van opvang via verschillende kinderopvanginstellingen en daarvoor kinderopvangtoeslag ontvangen. In de periode van 21 december 2011 tot en met 31 juli 2012 heeft hij gebruik gemaakt van gastouderopvang door tussenkomst van [gastouderbureau]. Naar dit gastouderbureau is door de Belastingdienst een fraudeonderzoek gedaan dat bekendstaat als CAF Lanai. Bij brief van 28 mei 2020 heeft de Dienst Toeslagen [appellant] medegedeeld dat er fouten zijn gemaakt in het CAF-onderzoek Lanai en dat hij mogelijk recht heeft op compensatie. [appellant] heeft in reactie daarop aan de Dienst Toeslagen toestemming gegeven om te onderzoeken of hij door de manier van werken van de Belastingdienst in het CAF-onderzoek Lanai toeslagen is misgelopen of ten onrechte toeslagen moest terugbetalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1397
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404335/1/A2

202404416/1/R3

Bij besluit van 3 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland een handhavingsverzoek van [appellanten] afgewezen (het afwijzingsbesluit). In 2011 is de woning aan de [locatie 1] in Maasland (de woning) intern verbouwd. De verbouwing is onder meer uitgevoerd in een ruimte die zich bevindt aan de zuidkant van de woning. Deze ruimte grenst aan de woning van [appellanten] aan de [locatie 2]. In deze ruimte is een dragende wand vervangen door balken. Eén balk loopt evenwijdig aan de zijmuur tussen de woningen op [locatie 2] en [locatie 1]. Deze balk bevindt zich op ongeveer een meter van deze zijmuur. Een andere balk loopt evenwijdig aan de achtergevel van [locatie 1] en was verankerd in de stenen zijmuur tussen [locatie 2] en [locatie 1]. Voor deze bouwwerkzaamheden was op dat moment geen omgevingsvergunning verleend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1382
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202404416/1/R3

202404809/1/R1

Op 23 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem besloten om het aanwijzingsbesluit voor de containerlocatie aan de Torontostraat in te trekken (lees: het college heeft besloten om deze locatie niet aan te wijzen als containerlocatie). [appellant] heeft in de nieuwe woonwijk De Kwekerij in Doetinchem bouwkavel A20 gekocht, waarop hij zijn woonhuis wenst te bouwen. Nabij deze kavel is bij besluit van 12 september 2023 een locatie voor een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) aangewezen, zijnde de locatie zuidzijde. Het college is dus niet overgegaan tot aanwijzing van een locatie voor een ORAC aan de Torontostraat, in de wijk De Hoop, aan de noordzijde van de woonwijk De Kwekerij op geruime afstand van de kavel van [appellant]. [appellant] kan zich niet verenigen met de beslissing van 23 april 2024, omdat de ORAC-locatie nabij zijn kavel (de locatie zuidzijde) nu de enige ORAC-locatie in de woonwijk is. [appellant] vreest hierdoor veelvuldig gebruik van de ORAC-locatie nabij zijn kavel en daarmee voor zijn toekomstig woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1414
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202404809/1/R1

202406461/1/A3

Bij besluit van 10 mei 2022 heeft de korpschef van de Nationale Politie de jachtakte van [appellant] ingetrokken. De korpschef heeft aan [appellant] een jachtakte verleend. De jachtakte is op 10 mei 2022 op grond van artikel 5.4, vierde lid, onder c, van de Wet natuurbescherming (Wnb) ingetrokken, omdat [appellant] volgens de korpschef niet langer kan worden toevertrouwd wapens of munitie voorhanden te hebben. De minister van Justitie en Veiligheid is in administratief beroep bij dit besluit gebleven. De minister baseert dit standpunt op een incident dat op 27 januari 2022 tussen [appellant] en zijn echtgenote en hun overburen heeft plaatsgevonden waarbij meerdere personen, onder anderen [appellant] en zijn echtgenote, gewond zijn geraakt. De politie is ter plaatse gekomen en heeft een mutatierapport en een proces-verbaal van bevindingen opgemaakt. De betrokkenen en een getuige zijn gehoord, waarvan ook proces-verbaal is opgemaakt. [appellant] heeft aangifte gedaan en tegen [appellant] is ook aangifte gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1388
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202406461/1/A3

202407203/1/A3

Bij besluit van 6 februari 2024 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen gelast de woning aan de [locatie] in Sittard te sluiten voor drie maanden. [appellant A] en [appellant B] huren de woning aan de [locatie] in Sittard. Zij wonen in de woning met de moeder van [appellant B], [appellant C], die ten tijde van de besluitvorming van de burgemeester in de achtertuin in een mantelzorgwoning woonde. Naar aanleiding van een Meld Misdaad Anoniem-melding heeft de politie op 16 december 2023 een onderzoek verricht in de woning. In de woning is een hennepkwekerij aangetroffen met 196 hennepplanten en een zak met 1,17 kilo henneptoppen. Ook is geconstateerd dat elektriciteit illegaal is afgetapt. Deze bevindingen zijn neergelegd in een bestuurlijke rapportage van 3 januari 2024. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester bij besluit van 6 februari 2024 op grond van artikel 13b van de Opiumwet gelast de woning en de mantelzorgwoning te sluiten. [appellant] en anderen hebben daartegen bezwaar gemaakt. Bij besluit van 27 augustus 2024 heeft de burgemeester de sluiting voor wat betreft de mantelzorgwoning herroepen en voor het overige in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1405
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407203/1/A3

202407364/1/A2

Bij uitspraak van 8 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1968, heeft de Afdeling het door de stichting ingestelde hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 15 april 2022 in zaak nr. 20/3102 vernietigd, het beroep van de stichting gegrond verklaard en het besluit van 28 juli 2020 vernietigd, en de minister opgedragen om opnieuw een besluit te nemen op het bezwaar van de stichting. Verder heeft de Afdeling met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht bepaald dat tegen het door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap nieuw te nemen besluit op bezwaar slechts bij haar beroep kan worden ingesteld. Op 29 juni 2016 heeft de stichting een verzoek gedaan om op grond van de Monumentenwet 1988 (thans: Erfgoedwet) wijzigingen aan te brengen in het register van beschermde monumenten en aan een aantal objecten die behoren tot de historische buitenplaats Heeze een zelfstandig monumentnummer toe te kennen. Historische buitenplaats Heeze omvat thans vijftien beschermde momenten die door de minister als zelfstandig beschermd monument zijn aangewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1395
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Monumenten
  • uitspraakin de zaak202407364/1/A2

202407586/1/A2

Bij besluit van 26 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam aan [appellant sub 2] een vergunning verleend voor kamerbewoning voor maximaal zeven personen op het adres [locatie] (de woning). [appellant sub 2] is sinds 2015 eigenaar van de woning en heeft op 16 mei 2020 een vergunning aangevraagd voor kamerbewoning voor maximaal zeven personen. Het ging hierbij om legalisatie van een bestaande situatie. Het college heeft deze vergunning verleend. [partij A] en anderen wonen in de directe omgeving van de woning en hebben in bezwaar aangevoerd dat zij en andere buren veel overlast hebben van de studentenwoning. Het college heeft bij besluit van 16 februari 2021 de vergunningverlening gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat onvoldoende vast staat dat de kamerbewoning een positieve invloed heeft op het woonmilieu en de leefbaarheid in de buurt als bedoeld in artikel 3.2.5, aanhef en onder b, van de verordening. De enkele verwijzing van het college naar de in de huurovereenkomst opgenomen verplichting om vrijwilligerswerk te verrichten is onvoldoende om een positieve invloed op het woonmilieu en de leefbaarheid aan te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1364
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407586/1/A2

202407713/1/A2

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont in een huurwoning van Futuris Zorg en Werk Eindhoven B.V. (Futuris) op basis van een woonbegeleidingsovereenkomst met Futuris. Aan haar is eerder een Wmo-voorziening voor beschermd wonen met huisvestingscomponent toegekend. [appellante] heeft psychische problemen waarvoor zij onder behandeling staat bij GGZ-praktijk TCP.e. Zij heeft bij het college een aanvraag voor een medische urgentieverklaring ingediend omdat zij geluidsoverlast ervaart en haar medische problemen daardoor verergeren. De overlast wordt veroorzaakt door haar onderburen, die volgens [appellante] regelmatig feestjes geven en zowel in het weekend als doordeweeks tot in de nacht meerdere mensen in hun woning ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1372
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407713/1/A2

202407835/1/A2

Bij brief van 12 september 2023 heeft de minister van Financiën aan [appellant] medegedeeld dat hij niet in aanmerking komt voor een financiële vergoeding wegens een onrechtmatige registratie in de Fraude Signalering Voorziening (FSV). De persoonsgegevens van [appellant] stonden in de FSV. Bij brief van 12 september 2023 heeft de minister laten weten dat [appellant] niet in aanmerking komt voor een financiële tegemoetkoming. Volgens de minister stond de FSV-registratie los van de vraag, afwijzing of wijziging door de Belastingdienst, zijn de persoonsgegevens niet gedeeld met andere organisaties en staan er geen bijzondere persoonsgegevens van [appellant] in de FSV. Het daartegen gemaakte bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard. Volgens de minister is de afsluitende brief enkel informatief van aard en dus geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1394
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • uitspraakin de zaak202407835/1/A2

202500190/1/R3

Op 17 oktober 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Zuid-Holland een ontwerp vastgesteld voor een wachtplaats voor de scheepvaart bij de Broekvelderbrug in Bodegraven. Met de vaststelling is een ontwerp vastgesteld voor een aan te leggen wachtplaats voor de scheepvaart bij de Broekvelderbrug in Bodegraven. Bij brief van 7 november 2022 is [appellant] geïnformeerd over deze vaststelling. [appellant] is eigenaar van het perceel [locatie 1] te Bodegraven. Hij komt op tegen de vaststelling van het ontwerp omdat door de nieuwe wachtplaats de vrije in- en uitvaart wordt belemmerd van een watergang die ligt op zijn perceel en het perceel [locatie 2]. Het college heeft het bezwaar van [appellant] niet-ontvankelijk verklaard omdat de vaststelling van het ontwerp van de wachtplaats geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank is van oordeel dat de brief met bijlage van 7 november 2022 geen appellabel besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb is, omdat de brief niet op rechtsgevolg is gericht. De brief is een mededeling van een voorgenomen feitelijke handeling en brengt geen verandering in rechten of verplichtingen van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1380
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500190/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500190/1/R3

202501410/1/A3

Bij besluit van 7 juni 2023 heeft de raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank naar aanleiding van een verzoek van [appellanten] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. [appellanten] hebben op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van documenten. Het gaat om documenten waaruit blijkt welke afspraken er zijn gemaakt tussen SVB en advocatenkantoren in Turkije, documenten waarbij te zien is welke zoektermen er zijn gebruikt over advocatenkantoren in Turkije, documenten over het aanbestedingstraject voor het voeren van incassowerkzaamheden voor SVB door advocatenkantoren in Turkije en documenten over het openbaar aanbesteden van de opdracht door SVB aan advocatenkantoren in Turkije. [appellanten] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de namen van advocaten en notarissen niet mogen worden weggelakt op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo. Door het starten van juridische procedures, het sturen van brieven of e-mails naar cliënten over incasso’s en beslagleggingen treden advocaten volgens [appellanten] in de openbaarheid. In dat geval weegt het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer niet zwaarder dan het belang van openbaarmaking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1404
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202501410/1/A3

202501627/1/A2

Bij besluit van 2 april 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maastricht een aanvraag van [verzoeker] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. [verzoeker] is sinds 21 januari 2002 eigenaar van het perceel aan de [locatie] in Maastricht. Op 5 december 2017 heeft [verzoeker] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade. Aan deze aanvraag heeft hij ten grondslag gelegd dat de planologische situatie op het perceel door de inwerkingtreding van het bestemmingsplan Maastricht-West van 18 september 2012 is verslechterd. [verzoeker] heeft daartoe gesteld dat het onder het nieuwe planologische regime, anders dan onder het daaraan voorafgaande regime van het bij raadsbesluit van 5 juli 1994 vastgestelde en bij raadsbesluit van 9 juli 1996 gewijzigde bestemmingsplan Maastricht-West, niet meer is toegestaan om het gebouw op het perceel voor zelfstandige kantoordoeleinden te gebruiken. Volgens [verzoeker] heeft dit geleid tot schade in de vorm van een waardevermindering van zijn onroerende zaak van € 370.136,00 en een inkomstenderving van € 1.912.908,00.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1362
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Herziening
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501627/1/A2

202501772/1/A3

Bij besluit van 7 december 2022 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een aanvraag van [wederpartij] om afgifte van een Nederlands paspoort buiten behandeling gesteld. [wederpartij] is op [geboortedatum] 2007 in Nederland geboren en heeft tegelijkertijd met zijn ouders in 2012 de Nederlandse nationaliteit verkregen. Op 29 maart 2013 is [wederpartij] met zijn ouders naar het Verenigd Koninkrijk verhuisd, waar hij nu woont. Op 23 juni 2022 heeft [wederpartij] de Britse nationaliteit verkregen. Omdat zijn oude paspoort is verlopen, heeft [wederpartij] een nieuw Nederlands paspoort aangevraagd. De minister heeft de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat volgens hem [wederpartij] niet de Nederlandse nationaliteit heeft. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de minister ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1392
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Paspoort
  • uitspraakin de zaak202501772/1/A3

202501897/1/A3

Bij besluit van 4 juli 2023 heeft de burgemeester van Utrecht naar aanleiding van een verzoek van [appellante] op grond van de Wet open overheid (Woo) documenten verstrekt. [appellante] heeft op grond van de Woo verzocht om inzage in haar persoonsgegevens die zijn verwerkt in contacten tussen de gemeente en onder andere woningcorporatie Bo-ex over onder meer woningoverlast. [appellante] wenst inzage in wat met haar persoonsgegevens is gebeurd en wil weten of geen sprake is geweest van persoonsverwisseling. De burgemeester heeft het verzoek op grond van artikel 5.5 van de Woo behandeld. Met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder e, van de Woo heeft de burgemeester bij het besluit van 4 juli 2023 de gevraagde documenten gedeeltelijk verstrekt. Bij het besluit van 11 maart 2024 heeft de burgemeester, naar aanleiding van het bezwaar van [appellante], besloten meer documenten te verstrekken. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester voldoende inzicht heeft geboden in de aangetroffen documenten en dat het niet ongeloofwaardig voorkomt dat er niet meer documenten zijn. [appellante] is er niet in geslaagd het tegendeel aannemelijk te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1403
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202501897/1/A3

202501924/1/A2

Bij besluit van 5 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noordwijk de aanvraag van [appellante] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellante] is eigenares van de onroerende zaak met woning aan de [locatie] in Noordwijk (het perceel). Zij heeft op 4 april 2022 een tegemoetkoming in planschade aangevraagd, omdat het perceel in waarde is verminderd door het op 13 april 2017 vastgestelde en op 23 juli 2017 in werking getreden bestemmingsplan Landelijk gebied (het nieuwe bestemmingsplan). Daarbij heeft [appellante] erop gewezen dat het bestemmingsplan heeft geleid tot een verkleind agrarisch bouwvlak, het verdwijnen van een uitbreidingsmogelijkheid en het vervallen van een wijzigingsbevoegdheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht heeft aangenomen dat de planologische wijziging vanaf 2 juni 2014 voorzienbaar was. Vanaf die datum heeft het voorontwerp waarin de nadelige bestemmingsplanwijzigingen waren opgenomen ter inzage gelegen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1393
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202501924/1/A2

202502813/1/R1

Bij koninklijk besluit van 6 mei 2025 heeft de Kroon, op voordracht van de minister van Infrastructuur en Waterstaat, besloten tot wijziging van artikel 4.2.3a van het Luchthavenverkeerbesluit Schiphol in verband met de invoering van een maximumaantal vliegtuigbewegingen voor het etmaal en wijziging van het maximumaantal vliegtuigbewegingen voor de nacht. Luchthaven Schiphol wordt gereguleerd door in het bijzonder titel 8.2 van de Wet luchtvaart. Uit deze titel volgt dat in het Luchthavenindelingbesluit Schiphol (LIB) het luchthavengebied en het beperkingengebied worden vastgesteld en in het luchthavenverkeerbesluit Schiphol (LVB) luchtverkeerwegen worden beschreven en regels omtrent het luchthavenluchtverkeer worden opgenomen voor zover die regels nodig zijn met het oog op de veiligheid, de geluidbelasting, de lokale luchtverontreiniging en de geurbelasting. Het besluit van 6 mei 2025 is in werking getreden met ingang van 1 november 2025. Dat betekent dat RSG in de capaciteitsdeclaratie van slots voor het winterseizoen 2025/2026 op grond van het Besluit Slotallocatie rekening dient te houden met het maximumaantal vliegtuigbewegingen per gebruiksjaar dat in het besluit van 6 mei 2025 is vastgelegd. Appellanten kunnen zich om uiteenlopende redenen niet met het besluit verenigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1400
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Luchtvaart
  • uitspraakin de zaak202502813/1/R1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202502813/1/R1

202504023/1/A2

Bij besluit van 6 oktober 2023 heeft de Dienst Toeslagen de huurtoeslag van [appellant] over 2022 definitief berekend, op € 0,00 vastgesteld en het betaalde voorschot van € 2.026,00 teruggevorderd. De Dienst Toeslagen heeft bij besluit van 28 december 2021 aan [appellant] een voorschot huurtoeslag voor 2022 verleend van € 2.005,00. De Dienst is daarbij uitgegaan van een geschat jaarinkomen van [appellant] van € 16.559,00. Op 24 mei 2023 heeft de Dienst Toeslagen een melding gekregen uit de Basisregistratie Inkomen dat het inkomensgegeven van [appellant] over het jaar 2022 € 25.251,00 is. Dit heeft geleid tot het besluit van 6 oktober 2023 met de definitieve berekening van de huurtoeslag over 2022. Het terug te betalen bedrag bestaat uit het voorschot van € 2.005,00 met € 21,00 rente. [appellant] heeft een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1360
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202504023/1/A2

202504087/3/A3

Bij e-mail, ingekomen op 26 februari 2026, heeft [verzoeker] verzocht om wraking van mr. J.F. de Groot (de staatsraad) als lid van de enkelvoudige kamer belast met de behandeling van zaak nr. 202504087/2/A3. Ingevolge artikel 3, vierde lid, aanhef en onder g, van de Wrakingsregeling bestuursrechterlijke colleges 2022 (de Wrakingsregeling) kan de wrakingskamer zonder daartoe een zitting te houden, beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het evident blijk geeft van misbruik van het wrakingsmiddel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1353
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Verzet
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202504087/3/A3

202505504/1/A2

Bij beslissing van 17 juli 2025 heeft de examencommissie van het Instituut voor Ecologische Pedagogiek (de examencommissie) het verzoek van [appellante] om een vervangende opdracht voor het onderwijsonderdeel Pedagogische Praktijk 4 (het onderwijsonderdeel) afgewezen. [appellante] volgt de voltijds bacheloropleiding Pedagogiek aan de Hogeschool Utrecht (de bacheloropleiding). In studiejaar 2024-2025 heeft zij deelgenomen aan het onderwijsonderdeel. Daarvoor moet de student onder meer een stage lopen. Voor de eerste kans van het onderwijsonderdeel is een Niet Voldaan (NVD) geregistreerd. [appellante] is vervolgens door de examinator in de gelegenheid gesteld om alsnog te voldoen aan de vereisten van de eerste kans, onder meer door een praktijkverlenging van vier tot zes weken bij een ander stagebedrijf, op basis waarvan een nieuw verslag moet worden geschreven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1375
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505504/1/A2

202505715/1/R4

Bij besluit van 22 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam zijn beslissing om op 12 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 192,00, voor rekening van [appellante] komen. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos die op 12 juli 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse container (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Rotterdam. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat zij de doos niet naast de container heeft neergezet en zij haar huisvuil elders aanbiedt. Zij stelt dat er sprake moet zijn van een administratief misverstand.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1378
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505715/1/R4

202505746/1/R4

Bij besluit van 15 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 10 maart 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een platgemaakte kartonnen doos die op 10 maart 2023 door een toezichthouder is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellant] betwist niet dat de doos van hem afkomstig is, maar hij stelt dat hij niet diegene is geweest die de doos naast de ORAC heeft gelegd, nu hij de doos wel correct heeft aangeboden maar deze niet helemaal de papiercontainer in kreeg en er vermoedelijk door een derde weer uit is gehaald. [appellant] betoogt dat het college dan ook onvoldoende bewijs heeft geleverd om hem als overtreder als bedoeld in artikel 5:25 van de Awb te kunnen aanmerken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1385
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505746/1/R4

202505802/1/A2

Bij beslissing van 12 maart 2025 heeft de examinator de herkansing van [appellante] voor de stage WGVPBP4_22 (de stage) beoordeeld met het cijfer 5,3. [appellante] volgt in studiejaar 2024-2025 de opleiding Verpleegkunde aan de Academie voor Welzijn en Gezondheid van Avans Hogeschool. Het eerste semester van het vierde studiejaar bevat een stage. Halverwege die stage wordt een formatief Criterium Gericht Interview (CGI), een tussenevaluatie, gehouden. Aan het eind van de stage wordt een summatieve CGI gehouden. Dit laatste is de definitieve beoordeling. [appellante] heeft de stage gelopen bij het Jeroen Bosch ziekenhuis in Den Bosch. Zij heeft op 15 januari 2025 voor de eerste keer deelgenomen aan de summatieve CGI. Die is beoordeeld met een onvoldoende. Vervolgens heeft [appellante] op 11 maart 2025 deelgenomen aan de herkansing. Ook de herkansing is door de examinator beoordeeld met een onvoldoende (een 5,3).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1376
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505802/1/A2

202505994/1/A2

Bij beslissing van 30 juni 2025 hebben de examinatoren het tentamen voor de module Signaleren, profileren en projectmatig werken (de module) beoordeeld met een ‘Niet voldaan’ (NVD). [appellante] volgt in studiejaar 2024-2025 de bacheloropleiding Social Work Deeltijd aan de Avans Hogeschool in Breda. Dat studiejaar heeft zij deelgenomen aan de module. De module bestaat uit het organiseren van een sociaal evenement. Van dat evenement maakt de student een digitale presentatie van maximaal 15 minuten, ondersteund met bijlagen. De digitale presentatie en bijlagen vormen samen het beroepsproduct. Daarnaast is er een online eindgesprek, waarin de student onder meer wordt gevraagd te reflecteren op het door de student georganiseerde sociaal evenement. Het beroepsproduct en het eindgesprek kunnen bij een onvoldoende beoordeling afzonderlijk worden herkanst. [appellante] betoogt dat het CBE ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat de toets voor het vak één toets is, bestaande uit twee toetsonderdelen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1370
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505994/1/A2

202506074/1/A2

Bij beslissing van 21 augustus 2025 heeft de decaan van de Faculteit der Geesteswetenschappen (de decaan) het verzoek van [appellante] tot uitstel van het Bindend Studieadvies afgewezen. [appellante] is in studiejaar 2023-2024 gestart met de bacheloropleiding Global Arts, Culture and Politics aan de Universiteit van Amsterdam (de bacheloropleiding). Dat studiejaar heeft zij totaal 12 ECTS gehaald, waardoor zij niet voldeed aan de studievoortgangsnorm van 48 ECTS. De decaan heeft haar toen vanwege persoonlijke omstandigheden - ADHD - uitstel verleend van de studievoortgangsnorm. Dit betekent dat zij in studiejaar 2024-2025 nog 36 ECTS moest halen om aan de (uitgestelde) studievoortgangsnorm te voldoen. [appellante] heeft in studiejaar 2024-2025 6 ECTS gehaald, waardoor zij in totaal 18 ECTS heeft gehaald voor de bacheloropleiding. Daarmee voldoet zij ook in studiejaar 2024-2025 niet aan de studievoortgangsnorm.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1369
Datum uitspraak
11 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202506074/1/A2

202503034/1/V1

Bij besluit van 30 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1338
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503034/1/V1

202504395/2/R2

Bij besluit van 1 december 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan de Stichting WonenBreburg onder voorschriften omgevingsvergunning verleend voor het kappen van tien bomen aan de Bijsterveldenlaan te Tilburg. Verzoekers wonen vlakbij de beoogde bouwlocatie. Zij hebben hoger beroep ingesteld omdat zij niet willen dat de bomen worden gekapt en de groene uitstraling van hun woonomgeving wordt aangetast.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1336
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202504395/2/R2

202600255/2/R3

Het verzoek om een voorlopige voorziening van [verzoeker] richt zich tegen het besluit van het college van gedeputeerde staten van Drenthe van 16 december 2025. Met dat besluit heeft het college aan de raad een aanwijzing gegeven als bedoeld in artikel 3.8, zesde lid, van de Wet ruimtelijke ordening (de reactieve aanwijzing). De reactieve aanwijzing heeft betrekking op het bestemmingsplan "Middenweg Donderen", dat door de raad bij besluit van 10 november 2025 is vastgesteld. De aanwijzing bepaalt dat het onderdeel van het bestemmingsplan als neergelegd in artikel 3 "Woongebied" geen deel uit blijft maken van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1435
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202600255/2/R3

BRS.25.001607

Bij besluit van 6 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1290
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001607

BRS.25.002023

Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1312
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002023

BRS.26.000450

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1309
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000450

BRS.26.000604

Bij besluit van 14 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1282
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000604

BRS.26.000850

Bij besluit van 24 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1301
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000850

BRS.26.000905

Bij besluit van 6 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1313
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000905

BRS.26.000945

Bij besluit van 22 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1307
Datum uitspraak
10 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000945

202400295/1/V1

Bij besluit van 22 november 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkene een mvv te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1318
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202400295/1/V1

202404822/1/V1

1. Verzoeker heeft het hoger beroep ingetrokken en gelijktijdig een verzoek gedaan om de minister van Asiel en Migratie krachtens artikel 8:75 van de Awb in de proceskosten te veroordelen. Daarvoor kan aanleiding bestaan als de minister aan verzoeker is tegemoetgekomen of als het belang bij een uitspraak op het hoger beroep anderszins door toedoen van de minister is vervallen (uitspraak van de Afdeling van 5 augustus 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1855, onder 2.1).

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1317
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202404822/1/V1

202503480/1/V3

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1295
Datum uitspraak
9 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503480/1/V3
12...1.235volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon