Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.053
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202203100/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 5 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Alphen aan den Rijn een verzoek van [appellant] om wijziging van gegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant] heeft op 28 januari 2019 verzocht om wijziging van zijn gegevens in de brp. Het gaat om de wijziging van zijn voornamen en geslachtnaam van [naam 1] naar [naam 2], zijn geboortedatum van [geboortedatum] 1984 naar [geboortedatum] 1981 en zijn nationaliteit van onbekend naar Iraakse. Ook heeft [appellant] verzocht om opneming van gegevens van zijn vader en moeder. [appellant] heeft bij zijn verzoek verschillende documenten overgelegd, waaronder een Iraaks paspoort, een verblijfsvergunning, een geboorteakte en een DNA-rapport van Verilabs. Bij een eerder ingediend verzoek tot identiteitswijziging zijn enkele documenten al onderzocht door Bureau Documenten en op echtheid beoordeeld. Het college heeft het verzoek tot wijziging bij het besluit van 5 juni 2019 afgewezen omdat onvoldoende aannemelijk is gemaakt dat de huidige geregistreerde gegevens onjuist zijn en de nieuwe gegevens juist zijn. Ook ontbreken bij de aanvraag een aantal documenten, waaronder een origineel brondocument van voor de datum van registratie in het brp, een gezichtsvergelijkend onderzoek en de originele Irakese geboorteakte. Het college heeft de afwijzing bij het besluit van 15 oktober 2020 gehandhaafd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de overgelegde stukken niet aannemelijk maken dat de geregistreerde gegevens in de brp onjuist zijn.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie

202205116/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 10 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch het verzoek van [persoon] om wijziging van zijn persoonsgegevens in de basisregistratie personen afgewezen. Het college heeft het verzoek toegewezen voor zover het gaat om wijziging van de nationaliteit van "onbekend" in "Nigeriaanse". Voor het overige heeft het college het verzoek afgewezen, omdat [persoon] niet onomstotelijk heeft aangetoond dat hij niet is geboren op [geboortedatum] 1985, maar op [andere geboortedatum] 1978, en dat de volgorde van zijn namen niet juist zou zijn. De rechtbank heeft overwogen dat een paspoort een brondocument is, en dat wanneer het college stelt dat er voorafgaand aan de afgifte daarvan geen behoorlijk onderzoek heeft plaatsgevonden, het op de weg van het college ligt om dit concreet te onderbouwen.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie

202205431/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 16 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Maashorst het verzoek van [appellant sub 2] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [appellant sub 2] staat ingeschreven in de brp met de persoonsgegevens die zij heeft opgegeven toen zij in Nederland aankwam in 1999 en die zij heeft herhaald in haar verklaring onder ede in 2001. Volgens [appellant sub 2] zijn dat niet haar echte persoonsgegevens. Daarom heeft zij het college gevraagd om haar gegevens in de brp te veranderen. Zij heeft daarvoor een aantal documenten overgelegd. Het college vindt dat die documenten niet aantonen dat de gegevens van [appellant sub 2] in de brp onjuist zijn. De rechtbank heeft in haar oordeel het college gedeeltelijk gevolgd en heeft [appellant sub 2] voor het overige gelijk gegeven. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling of de documenten laten zien dat de gegevens van [appellant sub 2] in de brp moeten worden gewijzigd zoals zij dat wil.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens

202300106/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 25 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heiloo het verzoek van [appellant sub 1] om handhavend op te treden tegen het bouwproject en het gebruik van een tweede uitweg op het perceel van [appellant sub 2] aan de [locatie 1] in Heiloo, afgewezen. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 2] in Heiloo. Aan de [locatie 1] woont [appellant sub 2]. Het perceel van [appellant sub 2] bestaat uit twee kadastrale percelen, A8240 en A8241 die in een U-vorm om het perceel van [appellant sub 1] liggen. De woning van [appellant sub 2] bevindt zich, vanaf de Zanderslootweg gezien, rechts van de woning van [appellant sub 1] op perceel A8240. Dit perceel heeft een L-vorm en spreidt zich uit achter het perceel van [appellant sub 1], waar het aansluit op perceel A8241. Op dat laatste perceel is de tweede uitweg gerealiseerd die aan de linkerkant van de woning van [appellant sub 1] weer aansluit op de Zanderslootweg. Volgens het college is de zijuitbouw vergunningsvrij gebouwd en niet in ernstige mate in strijd met redelijke eisen van welstand. [appellant sub 1] is het niet eens met dit besluit

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202300133/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 18 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Drenthe een verzoek van [appellante] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen afgewezen. [appellante] staat in de brp ingeschreven als [naam appellante], geboren op [geboortedatum] 1978 in [plaats], China en met een onbekende nationaliteit. Deze gegevens zijn ontleend aan een door [appellante] afgelegde verklaring onder ede. [appellante] heeft het college op 18 juni 2021 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp haar persoonsgegevens te wijzigen in [andere naam], geboren op [geboortedatum] 1978 in [plaats], China en met de Chinese nationaliteit. Ook vraagt zij om aanvulling van de gegevens over haar ouders. Het college heeft het verzoek van [appellante] afgewezen, omdat volgens het college niet onomstotelijk vaststaat dat de huidige in de brp geregistreerde persoonsgegevens onjuist zijn. Ook staat in het besluit dat [appellante] niet heeft aangetoond dat de door haar overgelegde stukken op haar zien. Het college heeft het besluit in bezwaar gehandhaafd.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie

202300534/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Fastned B.V. een vergunning verleend voor een oplaadstation voor elektrische motorvoertuigen en een wachtzone op verzorgingsplaats Bisde langs de A2 in de gemeente West Betuwe (nabij Beesd). Het oplaadstation van Fastned wordt aangevraagd voor de plek waar The Fast Charging Network B.V. (voorheen Mister Green) een laadpunt voor elektrische motorvoertuigen heeft. Bij besluit van 29 maart 2023 heeft de minister aan The Fast Charging Network een vergunning verleend om haar laadpunt met twee laadplekken op de verzorgingsplaats 20 meter te verplaatsen. Dit besluit is in geding in de uitspraak van heden, ECLI:NL:RVS:2026:3445. De twee laadplekken van The Fast Charging Network komen na het oplaadstation van Fastned te liggen. EG Retail exploiteert op verzorgingsplaats Bisde een Esso tankstation. Ook is er een shop en een Burger King.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202300534/1/R1

202301278/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 9 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Heiloo aan [appellant A] een omgevingsvergunning verleend voor de aanleg van een uitweg voor de ontsluiting van het ongenummerde perceel aan de Zanderslootweg in Heiloo, ten zuidwesten van het perceel aan de [locatie]. Op 16 februari 2021 heeft [appellant] een aanvraag om omgevingsvergunning voor het aanleggen van een uitweg ingediend. Bij besluit van 9 april 2021 heeft het college geweigerd om de omgevingsvergunning te verlenen. Naar aanleiding van het door [appellant] gemaakte bezwaar, heeft het college de weigering ingetrokken en de omgevingsvergunning alsnog verleend bij besluit van 9 juni 2021. Tegen dit besluit hebben, voor zover van belang, [partij A] en de bewonersvereniging bezwaar gemaakt. Het college heeft deze bezwaren bij besluit van 9 november 2021 gegrond verklaard, het besluit van 9 juni 2021 herroepen en de gevraagde omgevingsvergunning alsnog geweigerd. [appellant] is het hier niet mee eens en heeft beroep ingesteld.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen

202303986/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan Fastned B.V. een vergunning verleend voor een oplaadstation met acht laadplekken voor elektrisch snelladen op de verzorgingsplaats De Forten langs de A12 in de gemeente Bunnik. MisterGreen Fast Charging Network B.V. beschikt over een Wbr-vergunning van 7 januari 2014 voor een basisvoorziening energielaadpunt op de verzorgingsplaats De Forten. EG Retail exploiteert op verzorgingsplaats De Forten een Esso benzinestation. MisterGreen Fast Charging Network B.V. beschikt over een Wbr-vergunning van 7 januari 2014 voor een basisvoorziening energielaadpunt op de verzorgingsplaats De Forten. EG Retail exploiteert op verzorgingsplaats De Forten een Esso benzinestation.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202303986/1/R1

202305429/1/R3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Westland het bestemmingsplan "Legalisering Oude Strijdigheden (LOS)" vastgesteld. Op 1 januari 2004 is de gemeente Westland ontstaan door een gemeentelijke herindeling, waarbij verschillende gemeenten met glastuinbouw in het buitengebied zijn samengevoegd. Omdat alle voormalige gemeenten hun eigen bestemmingsplannen hadden, golden in de nieuwe gemeente op verschillende plekken verschillende regels, zodat bij handhaving gelijke situaties tot verschillende uitkomsten konden leiden. Op 4 december 2008 is daarom een ontwerpbestemmingsplan met uniforme planregels voor alle agrarische gronden en burgerwoningen ter inzage gelegd, zodat voor iedereen in de gemeente Westland dezelfde regels zouden gelden. Appellanten zijn het om verschillende redenen niet met dit plan eens. Zij zijn onder te verdelen in twee groepen. De eerste groep appellanten is het niet eens met het plan, omdat de situatie op hun perceel niet (of niet geheel) gelegaliseerd wordt. De tweede groep appellanten is het niet eens met het plan, omdat in de buurt van de percelen van hun bedrijven of de bedrijven die zij vertegenwoordigen, gebruik wordt gelegaliseerd waarvan zij vrezen dat dit negatieve gevolgen kan hebben voor hun bedrijfsvoering.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202305429/1/R3

202306452/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vught aan Boschvast B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de verbouwing van twee zorgwoningen tot vier woningen aan de Kleine Weidehoeve 15 en 17 in Vught. Boschvast B.V. is eigenaar van de twee voormalige zorgwoningen. Zij wil de twee woningen verbouwen tot vier woningen met de adressen Kleine Weidehoeve 15, 15A, 17 en 17A. [appellant] woont aan de [locatie] en is het niet eens met de splitsing van de woningen. Hij vreest dat het plan zal leiden tot een verslechtering van zijn woon- en leefklimaat, in het bijzonder wat betreft de verkeersveiligheid.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen

202307486/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 25 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau een omgevingsvergunning aan [appellant] verleend voor het plaatsen van een hekwerk van circa 1,5 m hoog aan [locatie] in Baarle-Nassau. [appellant] is eigenaar van de woning aan [locatie] in Baarle-Nassau en van de gronden achter zijn woning. [appellant] heeft de gronden achter zijn woning afgesloten met een hekwerk. De hoogte van het hekwerk heeft [appellant] aangepast naar aanleiding van de last onder dwangsom die het college heeft opgelegd. Dat hekwerk is op dit moment 1 m hoog. Heemkundekring Amalia van Solms en Stichting Wandelnet zijn het er niet mee eens dat [appellant] het pad dat over zijn percelen loopt heeft afgesloten, omdat het pad daardoor niet langer meer toegankelijk is voor wandelaars. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of het afgesloten pad een openbare weg is en om die reden niet afgesloten had mogen worden.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202400038/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 29 maart 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan The Fast Charging Network B.V. een vergunning verleend om twee elektrische laadplekken op de verzorgingsplaats Bisde langs de A2 in de gemeente West Betuwe (nabij Beesd) te verplaatsen. Op de verzorgingsplaats Bisde exploiteert EG Retail een Esso-tankstation. De minister heeft op 7 januari 2014 voor de verzorgingsplaats Bisde aan The Fast Charging Network (voorheen Mister Green) een vergunning op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wet beheer rijkswaterstaatswerken (Wbr) verleend voor een energielaadpunt voor elektrische motorvoertuigen. Bij besluit van 19 oktober 2021 heeft de minister aan Fastned B.V. een Wbr-vergunning verleend voor een oplaadstation met acht opstelplaatsen en een wachtzone op de verzorgingsplaats Bisde. Het oplaadstation van Fastned is aangevraagd op de plek waar The Fast Charging Network B.V. een laadpunt voor elektrische motorvoertuigen heeft. Na de aan Fastned verleende vergunning van 19 oktober 2021 heeft The Fast Charging Network op 25 juli 2022 een aanvraag bij de minister ingediend om de aan haar op 7 januari 2014 verleende vergunning in die zin te wijzigen dat zij haar twee elektrische laadplekken op de verzorgingsplaats mag verplaatsen. De twee laadplekken van The Fast Charging Network komen na het oplaadstation van Fastned te liggen. Bij besluit van 29 maart 2023 heeft de minister aan The Fast Charging Network de gevraagde vergunning verleend. Deze vergunning is in deze zaak in het geding.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202400038/1/R1

202400123/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 15 juli 2021 heeft de burgemeester van Waadhoeke aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd. [wederpartij] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Tzummarum. Naar aanleiding van een anonieme melding en een netmeting door Liander heeft de politie de woning op 24 maart 2021 doorzocht. Bij het onderzoek zijn in de aanbouw van de woning 2.200 gram henneptoppen en een koolstoffilter, met daaraan gekoppeld een luchtslang, aangetroffen. De politie heeft een bestuurlijke rapportage opgemaakt. De burgemeester heeft bij het besluit van 15 juli 2021 op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet aan [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd van € 25.000,00 met een duur van drie jaar. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om een last onder dwangsom op te leggen voor de overtreding van artikel 3 van de Opiumwet. Volgens de rechtbank is de last wel te verstrekkend omdat ongeclausuleerd is gelast ook de artikelen 2, 10a en 11a van de Opiumwet niet te overtreden. Er is in de woning alleen een overschrijding van de toegestane hoeveelheid hennep gevonden en er zijn voorwerpen aangetroffen die nodig zijn om hennep te laten groeien.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs

202401073/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 18 januari 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [appellante] een vergunning op grond van artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb) verleend voor de uitbreiding en exploitatie van een geitenhouderij aan de [locatie A] in Hurwenen. [appellante] exploiteert een geitenhouderij aan de [locatie A] in Hurwenen. Hij heeft daarvoor een natuurvergunning die op 7 december 2015 door het college is verleend. Die vergunning heeft betrekking op het houden van 5.510 geiten in vier stallen. Deze 5.510 geiten zijn onderverdeeld in 2.510 geiten ouder dan 1 jaar (RAV-code C1.100), 2.700 opfokgeiten van 61 dagen tot en met 1 jaar (RAV-code C2.100) en 300 opfokgeiten tot en met 60 dagen (RAV-code C3.100). [appellante] heeft een aanvraag voor een natuurvergunning voor de uitbreiding van de geitenhouderij ingediend. De aanvraag heeft betrekking op het verlengen van de bestaande stallen om aan dierenwelzijnseisen te kunnen voldoen. Ook wordt de natuurlijke ventilatie in de stallen gewijzigd in mechanische ventilatie.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202401073/1/R2

202401297/4/R3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij tussenuitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3990 (hierna: de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Den Haag opgedragen binnen 26 weken na de verzending van de uitspraak het daar omschreven gebrek in het besluit van de raad van 14 december 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" te herstellen. Bij besluit van 29 januari 2026 heeft de raad het bestemmingsplan "Anna van Hannoverstraat 4" gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 18.9 geoordeeld dat de raad onvoldoende in kaart heeft gebracht wat de gevolgen zijn van de voorziene ontwikkeling voor de parkeerdruk in de directe omgeving van het plangebied, met name de wijk Voorburg Noord. Dat de wijk Voorburg Noord in de gemeente Leidschendam-Voorburg ligt, ontslaat de raad niet van zijn verplichting eventuele negatieve gevolgen voor die wijk in kaart te brengen en, desgewenst in samenspraak met de gemeente Leidschendam-Voorburg, zorg te dragen voor een aanvaardbare uitkomst.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202401297/4/R3

202401993/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 7 januari 2020 heeft het college van gedeputeerde staten van Drenthe het verzoek van MOB en Leefmilieu om de natuurvergunning van 7 mei 2019 van de [appellante sub 1] voor het in werking hebben en exploiteren van een geitenhouderij aan de [locatie] in Borger in te trekken, afgewezen. Aan [appellante sub 1] is op 7 mei 2019 een natuurvergunning verleend voor het uitbreiden van de veestapel van 620 volwassen en 250 opfokgeiten met een ammoniakemissie van 1378 kg/jaar naar 1235 volwassen geiten met een ammoniakemissie van 2346,50 kg/jr. MOB en Leefmilieu hebben verzocht om intrekking van deze natuurvergunning op grond van artikel 5.4, eerste lid, onder c, en het tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Volgens MOB en Leefmilieu ligt aan de vergunning geen toereikende passende beoordeling ten grondslag. Ook worden volgens MOB en Leefmilieu onvoldoende passende maatregelen genomen om verslechtering of verstoring te voorkomen van de natuurwaarden in onder meer het Natura 2000-gebied Drouwenerzand. Het college heeft bij het besluit van 2 juni 2022 de afwijzing van het verzoek om intrekking van de natuurvergunning gehandhaafd. Volgens het college is de intrekking van de natuurvergunning niet nodig en ook onevenredig, omdat de verwachting is dat op termijn de instandhoudingsdoelen in de betrokken Natura 2000-gebieden zullen worden gehaald.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • Vee e.a. dieren
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202401993/1/R2

202402902/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 12 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda [wederpartij] opgedragen om de bewoning van het pand aan de [locatie] in Breda in strijd met het geldende bestemmingsplan te beëindigen en beëindigd te houden en de badkamer te verwijderen en verwijderd te houden. [wederpartij] is sinds 2013 eigenaar van het pand en staat sinds 2015 ingeschreven als bewoner van het pand. Hij gebruikt het pand voor zijn bedrijfsactiviteiten en woont daar. Het college heeft [wederpartij] een last onder dwangsom opgelegd, omdat het bestemmingsplan wonen op de begane grond niet toestaat. [wederpartij] is het daar niet mee eens. Volgens hem woont hij niet op de begane grond, maar op de entresol wat volgens hem een verdieping is. In hoger beroep gaat het alleen over de vraag of het oordeel van de rechtbank over de uitleg van de planregels juist is en meer in het bijzonder de uitleg van het begrip "verdieping".

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202403022/1/R3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 12 april 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Goeree-Overflakkee aan VAVO B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van twee woningen en de aanleg van een uitweg ten behoeve van vier parkeerplaatsen aan [locatie 1] en [locatie 2] in Stellendam. Het college heeft de omgevingsvergunning met toepassing van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo verleend. Met het besluit van 14 oktober 2021 heeft het college het besluit om de omgevingsvergunning te verlenen op enkele punten aangepast. Zo heeft het, na een wijziging van de aanvraag, een tweede uitweg aan de omgevingsvergunning toegevoegd. Ook heeft het college een tweede nader welstandsadvies aan het besluit ten grondslag gelegd. De woningen worden gerealiseerd op percelen die tot december 2020 samen met de aangrenzende percelen één aangesloten kadastraal perceel vormde. Op de plek waar de woningen worden gerealiseerd stond eerst een bijgebouw van de woning aan [locatie 3]. [appellant A] en [appellant B] wonen op [locatie 4] in Stellendam, in de directe omgeving van de percelen waarop de woningen en de uitwegen worden gerealiseerd. Zij vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat en een negatieve invloed van de uitwegen op de verkeersveiligheid.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen

202403405/1/R1(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 14 mei 2024 heeft het college van burgemeesters en wethouders van Heemskerk geweigerd het ontwerpwijzigingsplan voor het perceel [adres 1] in Heemskerk vast te stellen. 2. [appellant] woont op het perceel [adres 1] in Heemskerk. Dit perceel is kadastraal bekend als [perceelnummer 1] Heemskerk en heeft een oppervlakte van ongeveer 970 m². [appellant] heeft op 26 september 2023 het college verzocht toepassing te geven aan de wijzigingsbevoegdheid zoals neergelegd in artikel 3.6.2 van het geldende bestemmingsplan "Partiële herziening Heemskerk Buitengebied - 2017" (het bestemmingsplan) door te voorzien in een wijziging van de huidige bestemming "Agrarisch - Tuindersgebied" naar de bestemming "Tuinderswoningen". Daartoe heeft het college een ontwerpwijzigingsplan ter inzage gelegd. Vervolgens heeft het college op 14 mei 2024 geweigerd om het wijzigingsplan vast te stellen. Volgens het college voldoet het ontwerpwijzigingsplan niet aan de wijzigingsvoorwaarden als bedoeld in artikel 3.6.2, onder b en f, van de regels van het bestemmingsplan. Daartoe stelt het college dat de agrarische bedrijfsactiviteiten ter plaatse niet volledig zijn beëindigd. Verder stelt het college zich in het bestreden besluit op het standpunt dat [appellant] niet voornemens is om de aanwezige bebouwing te slopen, waardoor niet het gehele agrarische bouwvlak kan worden verwijderd en er een te groot oppervlak aan bijgebouwen op het perceel achterblijft.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland

202404214/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

De Afdeling heeft bij uitspraak van 6 maart 2024, ECLI:NL:RVS:2024:954, het hoger beroep van SSWT gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland van 11 mei 2021 vernietigd, de bij de rechtbank ingestelde beroepen gegrond verklaard, de besluiten van de minister van Armoedebeleid, Participatie en Pensioenen van 4 juni 2019 vernietigd en de minister opgedragen om binnen twaalf weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van hetgeen daarin is overwogen nieuwe besluiten te nemen en deze op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken. De minister is in de nieuwe besluiten voor alle drie de projecten teruggekomen van zijn standpunt dat door SSWT meermaals dezelfde praktijkopleiding is gedeclareerd. De minister handhaaft in die besluiten wel zijn standpunt dat niet op basis van facturen maar op basis van de werkelijke interne kosten gedeclareerd had moeten worden en dat SSWT in haar administratie onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt van welke organisatie de gedeclareerde facturen afkomstig zijn, door wie deze facturen zijn betaald en wat de onderlinge verhouding tussen die organisaties is. SSWT heeft daarom niet voldaan aan het vereiste van artikel 16, eerste lid, van de Subsidieregeling ESF 2007-2013 (Subsidieregeling), aldus de minister.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Schadevergoeding

202405077/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 12 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrechtse Heuvelrug aan Wildeland B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een stallencomplex op het perceel Buurtweg 12 in Doorn (het perceel) voor een paardenhouderij en voor het kappen van 26 eiken. Op het perceel was voorheen een melkrundveehouderij en paardenhouderij gevestigd, waarvoor het college op 8 juni 2016 aan Wildeland een revisievergunning op grond van de Wet milieubeheer (Wm) heeft verleend. In 2017 is de melkrundveehouderij beëindigd. Wildeland heeft bij het college een aanvraag ingediend om de paardenhouderij uit te breiden. Voor de omschakeling zal gebruik worden gemaakt van een bestaande stal en daarnaast zal een nieuw stallencomplex worden opgericht. De nieuwe bebouwing bestaat onder meer uit twee stallen, vier paddocks, een rijbak, en op de verdieping acht toiletten, een kantine, een zadelkamer en opslagruimte. [appellante] woont op het perceel [locatie] in Leersum. Haar perceel grenst aan de achterzijde aan het weiland achter het nieuwe stallencomplex. Voor de bouw van het stallencomplex moeten 26 eiken worden gekapt.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen

202405113/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten op grond van de Wet open overheid (Woo) ingewilligd. Bij brief van 5 oktober 2022 heeft [appellant] de minister op grond van de Woo verzocht om openbaarmaking van documenten over geuite bezwaren van derde-belanghebbenden tegen de openbaarmaking van documenten bij deelbesluiten over een eerder Woo-verzoek van [appellant]. Bij besluit van 20 februari 2023 heeft de minister een lijst van deelbesluiten en de daartegen gemaakte bezwaren van derde-belanghebbenden openbaar gemaakt. De minister heeft het daartegen gemaakte bezwaar van [appellant] bij besluit van 22 juni 2023 ongegrond verklaard. De minister heeft daarbij een deel van het bezwaar van [appellant] opgevat als een aanvullend Woo-verzoek, en bij een afzonderlijk besluit op dezelfde dag documenten openbaar gemaakt. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard, omdat naar het oordeel van de rechtbank de minister alle ten tijde van het verzoek aanwezige documenten heeft verstrekt, en het bezwaar terecht heeft opgevat als een nader Woo-verzoek.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid

202405374/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 29 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor een bijbehorend bouwwerk op het perceel [locatie] in Wilnis (het perceel). [appellante] heeft op 13 september 2023 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het plaatsen van een bouwwerk bij een paardenkraamhotel op het perceel. De omgevingsvergunning wordt alleen aangevraagd voor het handelen in strijd met de regels van het bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo. Uit de bijlage bij de aanvraag volgt dat het bouwwerk zal worden gebruikt voor het verblijf van een medewerker gedurende de periode tussen maart en augustus, wanneer in het kraamhotel hoogdrachtige merries aanwezig zijn.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen

202405693/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 14 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Neder-Betuwe een aanvraag van de Stichting voor een huisvestingsvoorziening voor herstel van een constructiefout, afgewezen. De Stichting is het bevoegd gezag van het Van Lodenstein College in Kesteren. Zij heeft op 13 januari 2021 een aanvraag ingediend voor een huisvestingsvoorziening vanwege een gestelde constructiefout. Door een ontwerpfout is de klimaatinstallatie sinds de bouw van het VLC niet toereikend. De Stichting heeft de klimaatinstallatie op eigen kosten uitgebreid. Daarmee was een investering van € 2,4 miljoen gemoeid, waarvan € 800.000,00 is gesubsidieerd door het Rijk. Ter onderbouwing van de aanvraag heeft de Stichting onder andere een rapport bijgevoegd van DWA/ingenieurs en adviseurs. Uit dit rapport volgt dat de klimaatinstallatie bij oplevering van het gebouw al niet voldeed aan het Bouwbesluit 2003.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Onderwijs

202406038/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Drimmelen de ‘Waardevolle bomenkaart Drimmelen 2022’ vastgesteld. De raad van de gemeente Drimmelen werkt sinds 2017 met een openbare waardevolle bomenkaart. Op grond van artikel 4:11, tweede lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Drimmelen 2021 (Apv) geldt voor op de waardevolle bomenkaart geplaatste bomen een kapverbod, waarvan alleen bij uitzondering kan worden afgeweken. Op de bomenkaart kunnen zowel bomen worden geplaatst die in gemeentelijke eigendom zijn, als die in particuliere eigendom zijn. De waarde van de bomen wordt bepaald met een boomwaarderingssysteem op basis waarvan bomen een bepaald aantal punten kunnen scoren. Hiervoor zijn verschillende beoordelingscriteria vastgesteld met elk een eigen wegingsfactor. Bomen met een puntscore van 35 of meer worden op de waardevolle bomenkaart geplaatst. Drie bomen op het perceel van [appellanten] staan op deze kaart. In de aanvullende motivering van 27 maart 2024 heeft het college per boom een toelichting op het rekenblad gegeven en de drie bomen opnieuw op de kaart geplaatst. [appellanten] zijn het niet eens met dit besluit.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen

202406489/1/R3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 19 september 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Uitbreidingsplan Eastermar" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van 25 woningen, waarvan drie vrijstaande woningen, 10 twee-onder-een-kapwoningen, en 12 rijwoningen, en de aanleg van een voedselbos. Het plangebied ligt aan de noordzijde van het dorp Eastermar, aan de Boskkamp. Onder het vorige bestemmingsplan "Buitengebied 2013" hadden de gronden de bestemming "Agrarisch - Cultuurgrond" met de dubbelbestemming "Waarde - Landschap (Woudenlandschap)". [appellant] woont aan [locatie] in Eastermar, ten noorden van het plangebied. Volgens [appellant] is de behoefte aan de woningen onvoldoende onderbouwd en daarnaast vreest hij voor wateroverlast op zijn perceel als gevolg van het plan. [appellant] betoogt dat het plan in strijd met artikel 3.1.6, tweede lid, van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is vastgesteld. Hij voert aan dat de raad de kwantitatieve behoefte aan 25 woningen en de kwalitatieve behoefte aan 12 rijwoningen onvoldoende onderbouwd heeft.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202406489/1/R3

202406633/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 13 juli 2022 heeft de burgemeester van Veendam de woning aan de [locatie] in Veendam voor drie maanden gesloten. [appellant A] woonde samen met haar zoon [appellant B] in de woning aan de [locatie] in Veendam. Deze huurde zij van woningcorporatie Acantus. Op 19 januari 2021 heeft de politie in de woning netto 996,78 gram cocaïne en € 11.000,00 aan contant geld aangetroffen. De cocaïne en het geld zouden door de broer van [appellant A] op de zolder van de woning zijn verstopt. De burgemeester heeft toen besloten niet over te gaan tot de tijdelijke sluiting van de woning, onder de voorwaarde dat er drie jaar geen sprake is van herhaling van overtreding van artikel 13b van de Opiumwet. Hij heeft wel een officiële waarschuwing gegeven, inhoudende dat bij een volgende constatering van overtredingen die verband houden met teelt, gebruik, verstrekking en/of handel in soft- en/of harddrugs op een adres in de gemeente Veendam, hij van zijn bevoegdheid gebruik zal maken handhavend op te treden. Daarnaast is de verhuurder van de woning, woningcorporatie Acantus, met [appellant A] een gedragsaanwijzing overeengekomen, onder meer inhoudende dat haar broer haar woning niet mag betreden.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs

202408039/2/R1(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij tussenuitspraak van 12 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6167, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 24 oktober 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Koggenland - Luitje Broekemastraat 2024" te herstellen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad een nadere motivering voor het bestreden besluit gegeven. Het plan biedt een planologische regeling voor het oprichten van een appartementencomplex met 53 sociale huurwoningen en een maatschappelijke voorziening in de plint aan het Koggenland en een appartementencomplex met 11 middeldure huurwoningen aan de Luitje Broekemastraat 35-55. Op het terrein van het plangebied Koggenland ligt ook een parkeerplaats, die voorziet in de parkeerbehoefte van een sportschool die direct naast dit plangebied staat. Bij besluit van 19 november 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Purmerend een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een appartementencomplex en een maatschappelijke voorziening aan het Koggeland 88A - 88P, 90A - 90V en 92A - 92V en voor een appartementencomplex en het aanleggen van een inrit aan de Luitje Broekmastraat 35 - 55.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • RO - Noord-Holland
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202408039/2/R1

202500249/1/R2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 8 augustus 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [appellant sub 2] op grond van artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming (Wnb) een ontheffing verleend voor het opzettelijk verstoren en beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen voor de gewone dwergvleermuis en de gewone grootoorvleermuis, voor de realisering van een bouwplan op de locatie [locatie A] in Rijsbergen. [appellant sub 2] wil een woning met bijgebouw, een dierenverblijf en dierenwei realiseren aan [locatie A] in Rijsbergen. Voor dat plan moet een paardenstal worden gesloopt en moeten naaldbomen worden gekapt. Door de uitvoering van het plan zullen een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis en een kraamverblijfplaats van de gewone grootoorvleermuis worden vernield en worden vleermuizen verstoord. Voor deze overtredingen van artikel 3.5, tweede en vierde lid, van de Wnb heeft [appellant sub 2] een ontheffing gevraagd.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming

202500785/1/R3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 14 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan de Haagsche Investeringsmaatschap een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen en vergroten van de woning aan [locatie 1] in Den Haag naar drie woningen. De Haagsche Investeringsmaatschap heeft op 16 december 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen en vergroten van de woning aan [locatie 1] in drie woningen, door het maken van een extra bouwlaag (kapverdieping), het wijzigen van de indeling en het plaatsen en veranderen van kozijnen. Volgens het college is het bouwplan in overeenstemming met het bestemmingsplan "Stationsbuurt", het bestemmingsplan "Parapluherziening (fiets)parkeren", de Bouwverordening, het Bouwbesluit 2012 en de Welstandsnota. Bij besluit van 14 maart 2022 heeft het college de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo verleend. In hoger beroep ligt uitsluitend de vraag voor of het bouwplan in overeenstemming is met het bestemmingsplan "Parapluherziening (fiets)parkeren".

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen

202502685/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 26 juli 2023 heeft de burgemeester van Rotterdam een aanvraag van De Zeebries om een exploitatievergunning en een alcoholwetvergunning (tezamen: de exploitatievergunning) voor een horeca-inrichting op het strandperceel Zeekant 111 in Hoek van Holland, afgewezen.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca

202503346/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij aparte besluiten van 14 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen een aanvraag van [appellante] om compensatie over de jaren 2011 tot en met 2014 afgewezen. Aan de besluiten van 14 mei 2021 heeft de Dienst Toeslagen ten grondslag gelegd dat uit de herbeoordeling is gebleken dat bij de beoordeling van het recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2011 tot en met 2014 geen fouten zijn gemaakt. Volgens de Dienst Toeslagen is bij de besluitvorming over de kinderopvangtoeslag over die jaren in dit geval geen sprake geweest van institutionele vooringenomenheid en ook niet van hardheid bij de toepassing van het toenmalige wettelijke systeem. In het besluit van 9 januari 2024 heeft de Dienst Toeslagen daaraan toegevoegd dat de omstandigheid dat het toetsingsinkomen van [appellante] na haar telefoongesprek van 28 juli 2011 met de Dienst Toeslagen per abuis is vastgesteld op € 2.357,00 geen blijk geeft van institutioneel vooringenomen handelen en/of hardheid in de toepassing van het stelsel.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld

202503409/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 31 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van De Ronde Venen geweigerd aan [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het vergroten van een paardenkraamhotel op [het perceel] in Wilnis (het perceel). Bij besluit van 4 november 2022 heeft het college aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een nieuwe schuur op het perceel die in gebruik wordt genomen als paardenkraamhotel. Op 31 januari 2024 is namens het college een controle uitgevoerd op het perceel. Er is toen geconstateerd dat er niet werd gebouwd volgens de bij besluit van 4 november 2022 verleende omgevingsvergunning. De lengte van de schuur bedroeg 20 m in plaats van de vergunde 16 m. [appellante] heeft vervolgens op 26 februari 2024 een omgevingsvergunning aangevraagd die betrekking heeft op het legaliseren van de uitbreiding van de schuur voor gebruik als paardenkraamhotel. [appellante] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college in strijd met het rechtszekerheidsbeginsel heeft gehandeld, door in bezwaar nieuwe weigeringsgronden aan het besluit toe te voegen. Het gaat om de gronden dat sprake zou zijn van strijd met provinciale regels en dat het paardenkraamhotel geen volwaardig agrarisch bedrijf is.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202503409/1/R4

202503768/1/A3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 12 maart 2024 heeft de burgemeester van Raalte een machtiging afgegeven voor het binnentreden van het pand van [appellanten] aan de [locatie] in Raalte (de machtiging). Bij besluit van 29 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Raalte [appellanten] meegedeeld dat op 12 maart 2024 spoedeisende bestuursdwang is toegepast zonder eerst een last op te leggen (het bestuursdwangbesluit). [appellanten] is eigenaar van de bedrijfshal aan de [locatie] in Raalte (het pand), waarin schoonmaakbedrijf [appellanten] is gevestigd. De gemeente Raalte heeft drie meldingen ontvangen, waaruit volgt dat in het pand illegaal arbeidsmigranten worden gehuisvest en dat zich daar ook brandgevaarlijke situaties voordoen. De toezichthouder van de gemeente heeft zijn bevindingen op 28 maart 2024 vastgelegd in een controlerapport. In het controlerapport staat dat er ruimtes in het pand zijn ingericht om in te slapen en dat daarvan gebruik wordt gemaakt. Volgens de toezichthouder is dat in strijd met het geldende omgevingsplan. Ook staat in het controlerapport dat er een direct gevaar was voor de gezondheid en veiligheid van degenen die gebruik maakten van de slaapruimtes in het pand. Er is namelijk geen ventilatie met de buitenlucht, er zijn geen rookmelders en veel elektrische verwarmingen zijn werkend aangetroffen waarvan een aantal erg brandgevaarlijk stonden opgesteld, terwijl er een schoonmaakbedrijf is gevestigd. De toezichthouder heeft op 12 maart 2024 vijf kamers in het pand afgesloten en verzegeld. Met het besluit van 29 maart 2024 heeft het college dit onmiddellijk toepassen van bestuursdwang aan [appellanten] meegedeeld. Met het besluit van 3 juli 2024 hebben de burgemeester en het college het hiertegen gemaakte bezwaar van [appellanten] niet-ontvankelijk verklaard, omdat [appellanten] volgens hen geen procesbelang heeft.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom

202504161/1/R3(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 15 december 2024 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een Bed & Breakfast op de begane grond van de woning op het perceel [locatie] in Dordrecht. [appellant] is eigenaar van de woning op het perceel. De woning is de zesde woning van rechts (gezien vanaf de achterkant) in een rij van twaalf aaneengebouwde woningen. Elke woning heeft aan de achterzijde een terras met een diepte van 1,80 m. De ruimte achter de woningen moet vanwege architectonische eisen open blijven; de terrassen mogen dus niet, met bijvoorbeeld een schutting, van elkaar worden afgescheiden. Direct achter de terrassen loopt een gezamenlijk betegeld looppad, dat de bewoners kunnen gebruiken om bij de achterzijde van hun woningen te komen. Naast het pad ligt een grasveld, dat hoort bij een openbaar park. Een laag hekje scheidt het grasveld van het pad en de terrassen. [appellant] heeft op de begane grond van zijn woning een B&B gerealiseerd. De toegang van de B&B is aan de achterzijde. In het hekje achter de woningen wil [appellant] ter hoogte van zijn woning een poortje maken, zodat de bezoekers van de B&B via het grasveld, waarin een pad is gemaaid, de woning kunnen bereiken. Hij heeft hiervoor een aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning ingediend.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan

202504211/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 7 maart 2024 heeft de minister van Financiën een aanvraag van [appellante] om private schulden over te nemen afgewezen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Het geschil beperkt zich tot haar verzoek aan de minister om overname van een schuld van 51.000,00 Antilliaanse gulden (ANG) aan [guesthouse] (de schuld). De schuld bestaat uit achterstallige huur over de periode van januari 2017 tot en met juli 2019 van in totaal 42.729,47 ANG en een contractuele boete van in totaal 8.270,53 ANG. De minister heeft geweigerd de schuld over te nemen, onder meer omdat op basis van de door [appellante] ingediende stukken niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een rechtsgeldige schuld.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld

202504365/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 19 december 2023 heeft de minister voor Rechtsbescherming aan [appellante] een boete van in totaal € 10.500,00 opgelegd wegens drie overtredingen van de Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. Bij besluit van 30 oktober 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheidhet door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard, het besluit van 19 december 2023 herroepen en aan [appellante] een boete opgelegd van € 2.000,00 vanwege het viermaal overtreden van artikel 9, eerste lid, van de Wpbr. In geschil is of de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister terecht aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 2.000,00 heeft opgelegd, omdat vier beveiligers op de kermis in Laren tijdens het uitvoeren van beveiligingswerkzaamheden geen goedgekeurd uniform hebben gedragen. Op 7 juli 2023 heeft het Team Korpscheftaken Midden-Nederland een controle uitgevoerd op de kermis en daar geconstateerd dat de vier beveiligers van [beveiligingsorganisatie] die beveiligingswerkzaamheden uitvoerden, geen goedgekeurd uniform droegen. De aanwezige beveiligers droegen een zwarte broek en een zwart T-shirt met aan de voorkant een V-teken en op de achterkant stond "Security". De naam van de beveiligingsorganisatie ontbrak op het uniform.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden

202504432/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 3 december 2021 heeft het Instituut Mijnbouwschade Groningen aan [appellant] voor mijnbouwschade aan zijn woning een vergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. [appellant] is sinds 2009 eigenaar van de vrijstaande woning aan de [locatie] in Winschoten. Op 14 mei 2020 heeft [appellant] een vergoeding voor fysieke mijnbouwschade aan zijn woning aangevraagd. Na het in opdracht van het Instituut uitgebrachte (herziene) advies van 3 november 2021, opgesteld door deskundige K. Borger van NIVRE Calamiteiten & Projecten (NIVRE), heeft het Instituut bij besluit van 3 december 2021 een schadevergoeding van € 2.821,53, inclusief bijkomende kosten en wettelijke rente, toegekend. Het Instituut heeft op 4 januari 2023 het bezwaar onder verwijzing naar het advies van de bezwaaradviescommissie van 28 september 2022 ongegrond verklaard. [appellant] betoogt onder verwijzing naar het tegenadvies van Vergnes Expertise BV van 11 februari 2025 dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het Instituut het bewijsvermoeden voor de schades 18 tot en met 30 en 32 tot en met 36 heeft weerlegd.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding

202504743/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 9 april 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem zijn beslissing om op 22 januari 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2009 van de gemeente Kaag en Braassem aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van twee huisvuilzakken met PMD-afval die op woensdag 22 januari 2025, een dag na de inzameldag, zijn aangetroffen bij een lantaarnpaal ter hoogte van de [locatie 1] in Roelofarendsveen. Een van de huisvuilzakken hing aan de kroonring van de lantaarnpaal. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de huisvuilzakken verkeerd heeft aangeboden, omdat daarin twee plastic verpakkingen met daarop een adreslabel met haar naam en adres zijn aangetroffen. [appellante] betoogt dat het besluit onzorgvuldig is voorbereid. Zij voert aan dat in het besluit van 27 mei 2025 staat dat de huisvuilzakken zijn aangetroffen bij de [locatie 2] in Nieuw Wetering op 23 januari 2025, terwijl uit het rapport van de toezichthouder blijkt dat het afval is aangetroffen op de [locatie 1] in Roelofarendsveen op 22 januari 2025. Hierdoor is het volgens [appellante] onduidelijk over welk feitelijk voorval door het college wordt geoordeeld.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval

202504779/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 25 juli 2024 heeft De Nederlandsche Bank N.V. (DNB) een aanvraag van [appellant] om vergoeding van de waarde (€ 4.700) van beschadigde bankbiljetten afgewezen en de biljetten ingehouden. Op 7 september 2022 heeft [appellant] DNB verzocht om een vergoeding voor 43 beschadigde eurobankbiljetten met een waarde van € 100 en twee beschadigde eurobankbiljetten met een waarde van € 200 (in totaal € 4.700). DNB had deze bankbiljetten eind 2020 ontvangen van de politie. [appellant] heeft bij het verzoek vermeld dat de eurobankbiljetten uit een zakelijke transactie afkomstig zijn. Daarbij zou de verkoper niet hebben toegelicht hoe de bankbiljetten beschadigd zijn geraakt, maar hem wel hebben verzekerd dat de herkomst niet crimineel is. DNB heeft daarop verzocht om een factuur van de zakelijke transactie. [appellant] heeft geen factuur overgelegd. Wel heeft hij verklaard de bankbiljetten te hebben gekocht voor 70% van de nominale waarde van [persoon] met de gedachte om hier geld mee te verdienen. Het Nationaal Analyse Centrum (NAC) van DNB heeft onderzoek gedaan naar de beschadigde bankbiljetten. Uit het onderzoek is gebleken dat de biljetten afkomstig zijn uit een grote partij bankbiljetten die zijn ontvreemd uit een kluis van een vestiging van de Centrale Bank van Libië in Benghazi.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202504779/1/A2

202600660/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 5 oktober 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 1 oktober 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 1 oktober 2025 is aangetroffen naast de ondergrondse afvalcontainer ter hoogte van [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn adresgegevens. [appellant] kan zich niet verenigen met het besluit op bezwaar van 12 februari 2026. Hij betoogt dat de doos geen afval was, maar zijn privé-eigendom. Volgens hem is de doos door hem niet onbeheerd achtergelaten, omdat hij op ongeveer 10 meter afstand in de voortuin bij zijn woning op zijn buurman stond te wachten, die zou helpen de doos naar de kringloopwinkel te brengen.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval

202600806/1/R4(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij besluit van 6 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 2 september 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met Artikel 9 lid 1 van de Afvalstoffenverordening 2010 en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een kartonnen doos, die op 2 september 2025 is aangetroffen naast de papiercontainer ter hoogte van [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] de kartonnen doos verkeerd heeft aangeboden, omdat er op de doos een adreslabel staat met daarop zijn naam- en adresgegevens. [appellant] betoogt dat hij de kartonnen doos niet naast de papiercontainer heeft geplaatst. Volgens [appellant] was de container ten tijde van het aanbieden vrijwel vol. Hij stelt de doos in de container te hebben gedeponeerd, waarbij door de beperkte ruimte een deel van de doos uit de opening van de papiercontainer stak. [appellant] geeft aan dat het zijn bedoeling was de doos op correcte wijze aan te bieden.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval

202600946/1/A2(uitspraak wordt op woensdag 24 juni 10:15 uur gepubliceerd)

Bij beslissing van 29 augustus 2025 heeft de examencommissie, namens het instellingsbestuur, een negatief bindend studieadvies (NBSA) aan [appellante] gegeven. Bij beslissing van 13 februari 2026 heeft het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Eindhoven (het CBE) het daartegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2022/23 gestart met de bacheloropleiding Data Science aan de Technische Universiteit Eindhoven en Tilburg University. Om een positief bindend studieadvies (BSA) te krijgen, moest zij 45 studiepunten voor de propedeutische fase behalen. In februari 2023 is zij met de opleiding gestopt. Zij heeft daarom geen BSA gekregen. In studiejaar 2023/24 is zij opnieuw begonnen met deze opleiding. Omdat zich persoonlijke omstandigheden bij [appellante] voordeden, heeft de examencommissie aanleiding gezien om aan het einde van het studiejaar 2023/24 het geven van een bindend studieadvies met een jaar op te schorten. Aan deze opschorting heeft de examencommissie de voorwaarde verbonden dat [appellante] aan het eind van het studiejaar 2024/25 minimaal 55 studiepunten uit de propedeutische fase moest behalen om alsnog een positief studieadvies te krijgen.

Datum uitspraak
24 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken

BRS.26.001698

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3545
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001698

BRS.26.002028

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3556
Datum uitspraak
22 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002028

202302511/1/V3

De minister heeft betrokkene op donderdag 16 maart 2023 op grond van artikel 59b, eerste lid, van de Vw 2000 in bewaring gesteld. De minister heeft op vrijdag 17 maart 2023 om 15.30 uur informatie van het Centraal Justitieel Incasso Bureau (CJIB) ontvangen op het Detentiecentrum Rotterdam, waaruit bleek dat betrokkene nog een strafrechtelijke detentie van tien dagen moest uitzitten. Op maandag 20 maart 2023 is die informatie geüpload in het zaaksysteem en op dinsdag 21 maart 2023 om 09.45 uur heeft de minister de bewaring opgeheven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3578
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202302511/1/V3

202305620/1/V1

Bij besluit van 22 juni 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij tussenuitspraak van 4 mei 2023 (tussenuitspraak) heeft de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om de gebreken in dat besluit te herstellen. Bij uitspraak van 3 augustus 2023 heeft de rechtbank het beroep van betrokkene tegen het besluit van 22 juni 2022 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en de staatssecretaris opgedragen om een nieuw besluit op de aanvraag te nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3586
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202305620/1/V1

BRS.26.000143

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op een aanvraag om zijn vrouw en zes kinderen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3519
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000143

BRS.26.000536

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3518
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000536

BRS.26.000539

Appellanten hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hun een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3509
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000539

BRS.26.001530

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3540
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001530

BRS.26.001581

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3524
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001581

BRS.26.001612

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3521
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001612

BRS.26.001693

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3522
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001693

BRS.26.001739

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3523
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001739

BRS.26.002089

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3541
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002089

BRS.26.002466 en BRS.26.002467

Bij besluit van 21 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om betrokkenen een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3520
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002466 en BRS.26.002467

BRS.26.002586

Bij besluit van 3 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3525
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002586

BRS.26.002657

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3536
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002657

BRS.26.002714

Bij besluiten van 4 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3529
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002714

BRS.26.002780

Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3550
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002780

BRS.26.002785

Bij besluit van 14 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant niet in aanmerking komt voor tijdelijke bescherming als bedoeld in de Richtlijn tijdelijke bescherming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3472
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002785

BRS.26.002811

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen, verzoeker opgedragen om de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3473
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002811

BRS.26.002834

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3554
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002834

BRS.26.003025

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3559
Datum uitspraak
19 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003025

202601514/2/A3

Bij twee onderscheiden besluiten van 9 december 2024 heeft de burgemeester van Tilburg aan Cookaholics zowel de door haar aangevraagde exploitatievergunning als de door haar aangevraagde alcoholwetvergunning verleend. Bij besluit van 22 juli 2025 heeft de burgemeester het door [partij A], [partij B], [partij C] en [partij D] tegen de besluiten van 9 december 2024 gemaakte bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard en de besluiten van 9 december 2024 herroepen voor zover die zien op de tuin. Cookaholics huurt een gedeelte van het pand en de tuin gelegen aan de Noordstraat 36 in Tilburg. De burgemeester heeft Cookaholics op 9 december 2024 een exploitatievergunning en een alcoholwetvergunning verleend. Sindsdien organiseert Cookaholics zowel in het pand als in de tuin diverse horeca-activiteiten. Omwonenden hebben bezwaar gemaakt tegen de besluitvorming van de burgemeester. De burgemeester heeft deze bezwaren gedeeltelijk gegrond verklaard en de aan Cookaholics verleende vergunningen voor zover die zien op de tuin herroepen. Hieraan heeft de burgemeester, samengevat, ten grondslag gelegd dat op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Binnenstad 2010" alleen horeca is toegestaan in het pand en niet in de tuin. De rechtbank heeft de besluitvorming van de burgemeester in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3538
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202601514/2/A3

202601844/2/A3

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de burgemeester van Venlo op grond van artikel 13b van de Opiumwet besloten om de woning van [verzoekster] aan de [locatie] in Venlo voor de duur van drie maanden te sluiten.[verzoekster] betoogt dat zij spoedeisend belang heeft bij het treffen van een voorlopige voorziening omdat de burgemeester heeft aangekondigd dat haar woning op 19 juni 2026 wordt gesloten. De vraag of de voorlopige voorziening moet worden getroffen, kan op dit moment zonder zitting niet direct inhoudelijk worden beoordeeld. De voorzieningenrechter ziet daarom aanleiding om een ordemaatregel te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3566
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202601844/2/A3

BRS.25.002581

Bij besluit van 8 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3427
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002581

BRS.26.001355

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3444
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001355

BRS.26.001941

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3451
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001941

BRS.26.002284

Bij besluit van 9 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3460
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002284

BRS.26.002286

Bij besluit van 23 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3449
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002286

BRS.26.002302

Bij besluit van 15 april 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3454
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002302

BRS.26.002400

Bij besluit van 20 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3455
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002400

BRS.26.002648

Bij besluit van 8 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft de minister geweigerd om verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd of uitstel van vertrek om medische redenen te verlenen, en een terugkeerbesluit genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3464
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002648

BRS.26.002767

Bij besluit van 3 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3456
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002767

BRS.26.002849 en BRS.26.002935

Bij besluit van 23 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3530
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002849 en BRS.26.002935

BRS.26.003030

Bij besluit van 17 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3563
Datum uitspraak
18 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.003030

202503466/2/R3

Bij besluit van 24 maart 2025 heeft de raad van de gemeente Opsterland het bestemmingsplan "Luxwoude - Grondwaterwinning- en drinkwaterproductielocatie" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de realisatie en het gebruik van een nieuwe grondwaterwinningslocatie en drinkwaterproductiebedrijf mogelijk aan de Hegedyk in Luxwoude in de gemeente Opsterland. De ontsluiting van de percelen zal plaatsvinden via de Hegedyk. Het plan voorziet onder meer in de bouw van productiegebouwen, de aanleg van spoelwatervijvers en winputten en de omlegging van een watergang die de waterwinlocatie in de huidige situatie doorsnijdt. [verzoeker A] en [verzoeker B] wonen aan [locatie] in Langezwaag ten oosten van het plangebied. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan, omdat zij onder andere vrezen voor een aantasting van hun woon- en leefklimaat, schadelijke gevolgen voor flora- en fauna in het plangebied en schade aan hun woning als gevolg van de beoogde grondwaterwinning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3466
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202503466/2/R3

202600033/2/R4

Bij besluit van 3 november 2021 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van de productiecapaciteit van diervoeders van 275.000 ton per jaar naar 390.000 ton per jaar (geperste- en meelproducten). Op 14 juli 2017 heeft [appellante] een aanvraag gedaan voor een revisievergunning als bedoeld in artikel 2.6 van de Wabo, voor de inrichting aan de [locatie] in De Rips. De uitbreiding wordt gerealiseerd door een uitbreiding van het aantal werkbare uren met de bestaande maal-/menglijn en perslijnen die geoptimaliseerd worden. Bij besluit van 3 november 2021 heeft het college de aangevraagde omgevingsvergunning verleend. Aan de vergunning zijn voorschriften verbonden. Bij uitspraak van 24 november 2025 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, de door [wederpartijen] daartegen ingestelde beroepen gegrond verklaard, het besluit van 3 november 2021 vernietigd en de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand gelaten onder wijziging van en aanvulling met een aantal voorschriften. [appellante] heeft hiertegen hoger beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3467
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600033/2/R4

202601574/2/V1

Bij brief van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 1 januari 2025 beëindigt. Bij besluit van 21 augustus 2025 heeft de minister het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 24 april 2026 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3468
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202601574/2/V1

202601581/2/V1

Bij brieven van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkenen geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per 1 januari 2025 beëindigt. Bij besluiten van 21 augustus 2025 en 11 september 2025 heeft de minister de daartegen door betrokkenen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 24 april 2026 heeft de rechtbank de daartegen door betrokkenen ingestelde beroepen gegrond verklaard, die besluiten vernietigd en bepaald dat de minister binnen zes weken na de dag van verzending van de uitspraak nieuwe besluiten op de gemaakte bezwaren neemt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3470
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202601581/2/V1

BRS.25.002204

Bij besluit van 31 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3408
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002204

BRS.26.000990

Bij besluit van 5 februari 2026 heeft de ministervan Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3430
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000990

BRS.26.002547

Bij brieven van 8 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoekers geïnformeerd dat hij de opvang in de Landelijke Vreemdelingenvoorziening per

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3439
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002547

BRS.26.002681 en BRS.26.002700

Bij besluit van 23 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3440
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002681 en BRS.26.002700

BRS.26.002961 en BRS.26.002965

Bij besluit van 2 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3528
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002961 en BRS.26.002965

BRS.26.002988

Bij besluit van 19 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3527
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002988

202205177/1/A3

Bij besluit van 15 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk het verzoek van [wederpartij] om wijziging van haar persoonsgegevens in de basisregistratie personen (brp) afgewezen. [wederpartij] staat in de brp ingeschreven als [naam 1], geboren op [geboortedatum] 1982 in [plaats], China. Deze gegevens zijn ontleend aan een door haar op 19 maart 1999 afgelegde verklaring onder ede. [wederpartij] heeft het college op 22 januari 2020 verzocht om op grond van artikel 2.58 van de Wet brp haar persoonsgegevens te wijzigen naar [naam 2], geboren op [geboortedatum] 1974 in [plaats], China. Ook heeft zij verzocht om opneming in de brp van haar tot dan toe onbekende oudergegevens. Het college heeft het verzoek afgewezen omdat niet onomstotelijk vaststaat dat de overgelegde documenten, voor zover zij al beoordeeld kunnen worden, op [wederpartij] betrekking hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3476
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202205177/1/A3

202300080/1/R1

Bij besluit van 12 januari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Súdwest-Fryslân Ippel Dredging gelast om uiterlijk op 31 maart 2021 de opslag van niet toepasbare baggerspecie binnen de inrichting op het perceel Bovenburen 4 te Koudum te staken en gestaakt te houden onder oplegging van een dwangsom van € 300.000,00 ineens. Op 29 november 2019 heeft Ippel Dredging een melding op grond van het Besluit bodemkwaliteit gedaan betreffende de tijdelijke opslag van 7.200 m3 baggerspecie van het project Hallumer Feart van 1 april 2020 tot 30 september 2020 op het terrein Bovenburen 4 te Koudum. Het college heeft de ontvangst van de melding op 17 december 2019 bevestigd. Vermeld is dat de melding voldoet aan de indieningsvereisten van het Bbk. Verder is vermeld dat de toepasser zich dient te houden aan de zorgplicht. Op 10 en 11 maart 2020 heeft een toezichthouder een controle uitgevoerd op het perceel. Hij heeft geconstateerd dat Ippel Dredging reeds is begonnen met de in de melding genoemde werkzaamheden. Bij mail van 12 maart 2020 heeft het college Ippel Dredging bericht dat de bagger uit de Hallumervaart van vakken 1 tot en met 6 niet naar het bedrijfsterrein Bovenburen 4 te Koudum mag. De bagger is ingedeeld als niet toepasbaar en mag volgens de melding Activiteitenbesluit waaronder het bedrijf in werking is, niet aangevoerd worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3487
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300080/1/R1

202304128/1/R2

Bij besluit van 1 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rucpheneen omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning en het aanleggen van een uitrit op de [locatie 1] in St. Willebrord. Het college heeft een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning en het aanleggen van een uitrit op de [locatie 1] (het perceel), voor de activiteiten bouwen van een bouwwerk, gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met het bestemmingsplan en maken van een uitrit. Naar aanleiding van het advies van de commissie bezwaarschriften heeft het college aan de omgevingsvergunning het voorschrift verbonden dat de ramen aan de achterzijde op de eerste verdieping moeten zijn voorzien van ondoorzichtige folie. [appellant A] en [appellante B] wonen aan de [locatie 2], direct achter de nieuwe woning en vrezen voor een onaanvaardbare aantasting van hun privacy.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3479
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304128/1/R2

202304574/2/R2

Bij tussenuitspraak van 24 december 2025, (ECLI:NL:RVS:2025:6326), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Eindhoven opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 30 mei 2023, waarbij het bestemmingsplan "Land Forum (politielocatie)" is vastgesteld, te herstellen. Het bestemmingsplan voorziet in de ontwikkeling van de locatie "Land Forum" in Eindhoven tot een multifunctionele politielocatie met een maximum bruto vloeroppervlakte van 5.000 m2 waar diverse centrale functies van - met name - de regionale eenheid Oost-Brabant van de politie zullen worden gehuisvest. De Afdeling heeft onder 17 van de tussenuitspraak, naar aanleiding van een beroepsgrond van Bewonersvereniging Meerhoven en anderen, overwogen dat het besluit van 30 mei 2023 in strijd met artikel 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht is vastgesteld. Beoogd is de Siffertestraat te verleggen en daarbij wordt een historisch pad doorkruist.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3502
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202304574/2/R2

202304655/2/A3

In deze tussenuitspraak gaat de Afdeling bestuursrechtspraak in op de vraag hoe de bestuursrechter een besluit beoordeelt waarbij een bestuursorgaan weigert om een eerder besluit te herzien. De uitspraak gaat over een besluit van de burgemeester van Roermond uit 2019 om een huurwoning voor een maand te sluiten. In de woning waren voorwerpen aangetroffen die duiden op de voorbereiding van een hennepkwekerij. De huurder van de woning diende geen bezwaar of beroep in tegen dat besluit, waardoor het besluit onherroepelijk werd. Later vroeg de man aan de burgemeester om het besluit alsnog te herzien, maar de burgemeester wees dat verzoek af. Tegen dat besluit kwam de man wel in beroep en vervolgens in hoger beroep. En zo kwam deze zaak bij de Afdeling bestuursrechtspraak terecht. Die oordeelde in een tussenuitspraak van januari 2025 dat de burgemeester in haar besluit om het herzieningsverzoek af te wijzen, niet is ingegaan op de persoonlijke omstandigheden van de man. De Afdeling bestuursrechtspraak droeg de burgemeester op om dat alsnog te doen. De burgemeester bleef bij haar besluit, maar wel met een aanvullende motivering. In deze oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat er geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden (overweging 4.6), maar dat de burgemeester wel de omstandigheid of het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is, had moeten betrekken in de beoordeling van de vraag of de afwijzing van het herzieningsverzoek evident onredelijk is (overweging 4.7 t/m 4.10). De Afdeling bestuursrechtspraak wijst daarbij op een eerdere uitspraak van februari 2026 waaruit volgt dat de bestuursrechter de omstandigheid dat het oorspronkelijke besluit onmiskenbaar onjuist is, kan betrekken bij zo'n beoordeling. Omdat in deze zaak een motivering van de burgemeester ontbreekt over de vraag of het oorspronkelijke besluit tot sluiting van de woning in 2019 onmiskenbaar onjuist is, is sprake van een motiveringsgebrek. De Afdeling bestuursrechtspraak geeft de burgemeester daarom de opdracht om binnen zes weken alsnog met een aanvullende motivering te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3492
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202304655/2/A3

202305533/1/R1

Bij besluit van 19 juli 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Schagen geweigerd om met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) aan URL een omgevingsvergunning te verlenen voor de realisatie van een zonnepark. URL heeft bij het college een omgevingsvergunning aangevraagd voor de realisatie van een zonnepark op het perceel Helmweg op de hoek met de Duinweg in Callantsoog. Het bouwplan heeft een omvang van ongeveer 60 hectare, waarvan 50 hectare ingericht zal worden als zonnepark en 10 hectare als natuur. De omgevingsvergunning is aangevraagd voor de activiteiten bouwen, aanleggen, en handelen in strijd met regels ruimtelijke ordening als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, b, en c, van de Wabo. Omdat het bouwplan in strijd is met het bestemmingsplan "Buitengebied Zijpe" en geen omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1o of 2o, van de Wabo, heeft het college onderzocht of een omgevingsvergunning kan worden verleend met toepassing van onderdeel 3o van dat artikellid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3488
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305533/1/R1

202305848/1/R4

Bij besluit van 29 juni 2023 heeft de raad van de gemeente Nunspeet een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet (Chw) genomen voor de realisatie van een appartementengebouw met acht appartementen op het perceel [locatie 1], en voor vier vrijstaande woningen op het perceel [locatie 2] in Nunspeet (het projectuitvoeringsbesluit van 29 juni 2023). De aanleiding voor de besluiten is het aangevraagde project voor de herontwikkeling van de percelen [locatie 1]-[locatie 2]. Op de gronden van de [locatie 1]-[locatie 2] staan momenteel de voormalige huishoudschool van Nunspeet en een bedrijfsgebouw voor een opslagbedrijf. De bedoeling is op deze locatie de bouw van een appartementengebouw voor acht appartementen in het hogere segment en de bouw van vier vrijstaande woningen mogelijk te maken (het project). Voor het project heeft het college bij besluit van 27 juli 2023 omgevingsvergunning voor de activiteiten bouwen en afwijken van het bestemmingsplan verleend. Voorafgaand daaraan heeft de raad het projectuitvoeringsbesluit van 29 juni 2023 genomen, dat onder meer bestaat uit een verklaring van geen bedenkingen. [appellant A] en anderen wonen in de omgeving van het plangebied en vrezen voor ernstige aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3493
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305848/1/R4

202306243/1/A3

Bij besluit van 20 juni 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht het verzoek van [appellant] om openbaarmaking van documenten afgewezen. [appellant] heeft verzocht om openbaarmaking van ‘alle conceptuele dan wel definitieve rapporten betreft bouwkundige onderzoeken omtrent het adres [locatie 1] en [locatie 2], met inbegrip maar niet beperkt tot constructies aan de kelder(s) (keldergewelf, keldermuren, etc.) die in opdracht van de gemeente Utrecht door derde onderzoeksbureaus zijn opgesteld’. Het college heeft documenten aangetroffen, maar heeft openbaarmaking daarvan in zijn geheel geweigerd en het verzoek daarom afgewezen. De rechtbank heeft die afwijzing in stand gelaten. [appellant] is het daar niet mee eens en heeft daarom hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3266
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202306243/1/A3

202306720/3/R1

Bij uitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3988, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zaanstad opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek te herstellen. De raad heeft bij besluit van 12 oktober 2023 het bestemmingsplan "Noorderveen" vastgesteld. In dat plan is aan het perceel [locatie] te Assendelft de bestemming "Agrarisch met waarden" toegekend. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak, onder 11.3, overwogen dat de raad er ten onrechte van is uitgegaan dat het gebruik voor wonen in die bebouwing niet was toegestaan onder de werking van het bestemmingsplan "Saendelft" en daarmee onder het algemene overgangsrecht van dat plan viel. Evenmin heeft de raad inzichtelijk gemaakt waarom artikel 12, tweede lid, aanhef en onder h, van de planvoorschriften, dat betrekking heeft op een uit te werken bestemming, van toepassing was op het perceel van [appellant]. Ook heeft de raad niet gemotiveerd hoe wordt bepaald of het totale aantal woningen en agrarische bedrijfswoningen meer bedraagt dan 41. De Afdeling heeft daarom de raad opgedragen alsnog te beoordelen of een woonbestemming kan worden toegestaan op het perceel [locatie] en de geluidbelasting ter plaatse mee te nemen in de beoordeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3484
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202306720/3/R1

202306913/1/A3

Bij brief van 4 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Utrecht aan [appellant] laten weten dat hij - of een ander namens hem - alleen met de gemeente Utrecht mag communiceren via een specifiek aan hem bekendgemaakt e-mailadres. Het college heeft bij brief van 4 oktober 2022 aan [appellant] laten weten dat hij - of een ander namens hem - alleen met de gemeente Utrecht mag communiceren via een specifiek aan hem bekendgemaakt e-mailadres. Voor de voorgeschiedenis en wat partijen verdeeld houdt, verwijst de Afdeling naar de uitspraak van de rechtbank, onder 1 tot en met 3. In hoger beroep gaat het om de vraag of de brief van 4 oktober 2022 een besluit is in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het bezwaar terecht kennelijk niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat de brief van 4 oktober 2022 niet als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb aangemerkt kan worden. [appellant] is het daar niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3287
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202306913/1/A3

202307019/1/R1

Bij besluit van 6 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Putten aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het gebruik van de garagebox aan de [locatie] in Putten als hobby- en klusruimte voor een periode van vijf jaar. [vergunninghouder] wil zijn garagebox tijdelijk gebruiken als hobby- en klusruimte voor zijn zoon. Dit gebruik past niet in het bestemmingsplan, omdat in de garage alleen is toegestaan motorvoertuigen en andere vervoermiddelen te stallen. Daarom heeft [vergunninghouder] een omgevingsvergunning aangevraagd om tijdelijk af te wijken van dit bestemmingsplan. Het college heeft deze vergunning verleend voor een duur van vijf jaar, omdat het de tijdelijke afwijking aanvaardbaar acht. [appellant] is het daar niet mee eens. Hij vindt dat klussen in de garagebox te veel geluidsoverlast veroorzaakt en ook zorgt voor parkeerproblemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3483
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202307019/1/R1

202400298/1/R2

Bij besluit van 22 oktober 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Reusel-De Mierden de omgevingsvergunning van 17 februari 2014 voor de veehouderij aan de [locatie] in Reusel ingetrokken voor wat betreft de activiteiten bouwen, milieu en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden voor stal C. [appellant] is eigenaar van de varkenshouderij aan de [locatie]. Het college heeft op 17 februari 2014 aan haar een omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten bouwen, milieu en handelingen met gevolgen voor beschermde natuurgebieden. Deze omgevingsvergunning ziet onder andere op een nieuwbouwstal (stal C) voor het huisvesten van 1.920 vleesvarkens, 1.040 gespeende biggen en 84 fokzeugen. Stichting Milieuwerkgroep Kempenland en Stichting Groen Kempenland hebben bij het college een verzoek ingediend tot intrekking van deze omgevingsvergunning voor zover deze ziet op stal C, omdat volgens hen gedurende drie jaren geen gebruik is gemaakt van deze omgevingsvergunning. Na meerdere controles heeft het college geconstateerd dat stal C niet gebouwd is en heeft het de omgevingsvergunning in zoverre gedeeltelijk ingetrokken. [appellant] is het daar niet mee eens, onder meer omdat dit negatieve gevolgen heeft voor haar bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3495
Datum uitspraak
17 juni 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202400298/1/R2
12...1.251volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon