Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 124.186
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202304671/2/R2

Bij besluit van 2 december 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond aan Gezondheidscentrum Stiphout omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een gezondheidscentrum in combinatie met 19 levensloopbestendige appartementen. Gezondheidscentrum Stiphout is eigenaar van de percelen kadastraal bekend gemeente Stiphout, sectie B, perceelnummers 2280, 3998, 3999, 941 en 3854. Aan de Kloosterstraat op de percelen 3998 en 3999 lag een parkeerterrein. Van dit parkeerterrein werd gebruik gemaakt door de bezoekers van het multifunctioneel centrum en Fanfare de Vooruitgang. Het bouwplan is ten dele voorzien op het parkeerterrein. Ter voorbereiding op dit bouwplan heeft Gezondheidscentrum Stiphout het parkeerterrein afgesloten en de bestrating verwijderd. Onder andere Beheerstichting Multifunctioneel Centrum Stiphout en Fanfare de Vooruitgang zijn het niet eens met de vergunning en hebben daartegen beroep ingesteld bij de rechtbank. De rechtbank heeft de omgevingsvergunning vernietigd en het college opgedragen een nieuw besluit te nemen op de aanvraag. De rechtbank heeft onder meer gebreken geconstateerd op het punt van parkeren, het openbaar karakter van het parkeerterrein en geluid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2394
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304671/2/R2

202305022/2/R2

Gezondheidscentrum Stiphout is eigenaar van de percelen kadastraal bekend gemeente Stiphout, sectie B, perceelnummers 2280, 3998, 3999, 941 en 3854. Aan de Kloosterstraat op de percelen 3998 en 3999 lag een parkeerterrein. Van dit parkeerterrein werd gebruik gemaakt door de bezoekers van het multifunctioneel centrum en Fanfare de Vooruitgang. Gezondheidscentrum Stiphout heeft op 14 juli 2021 verzocht om een omgevingsvergunning voor de bouw van een gezondheidscentrum met 19 levensloopbestendige appartementen. Het bouwplan is ten dele voorzien op het parkeerterrein. Het college heeft op 2 december 2022 de gevraagde omgevingsvergunning verleend. Ter voorbereiding op dit bouwplan heeft Gezondheidscentrum Stiphout het parkeerterrein afgesloten en de bestrating verwijderd. Beheerstichting Multifunctioneel Centrum Stiphout en Fanfare de Vooruitgang hebben het college daarop verzocht om handhavend op te treden tegen het afgesloten parkeerterrein. Het college heeft bij de besluiten van 8 maart 2022, zoals gehandhaafd bij de besluiten op bezwaar van 29 november 2022 en 4 oktober 2023, geweigerd om handhavend op te treden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2396
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202305022/2/R2

202405428/1/V3

Bij besluit van 3 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2366
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405428/1/V3

202405684/1/V3

Bij besluit van 5 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2365
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405684/1/V3

202407541/1/V1

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om verlenging van de geldigheidsduur van de aan hem verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen, deze vergunning ingetrokken, geweigerd om ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, bepaald dat appellant de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2364
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202407541/1/V1

202502156/3/R3

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Smallingerland het bestemmingsplan "Drachten, De Weeme - Klokhuislaan" (het bestemmingsplan) vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2358
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202502156/3/R3

202504787/1/V1

Bij besluit van 17 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Overbetuwe geweigerd [appellant A] en [appellant B] opvang te verlenen in de opvangvoorziening voor ontheemden uit Oekraïne in Zetten, gemeente Overbetuwe.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2368
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202504787/1/V1

202600226/1/R4 en 202600226/2/R4

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de raad van de gemeente Beuningen het bestemmingsplan "Wilhelminalaan 41-45 Beuningen" vastgesteld. Supermarkt Aldi wil een vestiging openen aan de Wilhelminalaan in Beuningen. De bestaande bebouwing aan de Wilhelminalaan 41-45 zal worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuw winkelpand en 17 (starters)appartementen op de verdiepingen. De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op grond van de geldende "Beheersverordening Centrum Beuningen". Daarom moet voor het hele plangebied de beheersverordening worden herzien. Het bestemmingsplan voorziet hierin. Ten behoeve van de beoogde nieuwe functies worden onder meer ter plaatse van de te slopen bebouwing aan het Thorbeckeplein 3 en 5 nieuwe openbare parkeerplaatsen op maaiveld aangelegd. [verzoekster] exploiteert de Jumbo supermarkt aan het Thorbeckeplein 14 in Beuningen. Het plangebied ligt tegenover de Jumbo supermarkt, met ertussenin een parkeerterrein dat mede in gebruik is bij bezoekers van de Jumbo supermarkt. [verzoekster] vreest dat de parkeersituatie op het Thorbeckeplein verslechtert als gevolg van de vaststelling van het bestemmingsplan en heeft daarom beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2340
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202600226/1/R4 en 202600226/2/R4

202600804/2/A3

Bij besluit van 1 april 2026 heeft de minister aan [verzoekster] een boete opgelegd van € 5.400,00 en besloten tot openbaarmaking van [verzoekster] betreffende inspectiegegevens. Wat [verzoekster] heeft aangevoerd ter motivering van de door haar gestelde spoedeisendheid van haar verzoek betreft uitsluitend de openbaarmaking van de inspectiegegevens. Tot op heden zijn de inspectiegegevens niet openbaar gemaakt. Het verzoek om voorlopige voorziening van [verzoekster] strekt ertoe het besluit tot openbaarmaking te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2397
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Boete
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202600804/2/A3

202600964/2/A2

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft het centraal stembureau voor de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam de uitslag en de zetelverdeling van de verkiezing voor de raad van de gemeente Amsterdam van 18 maart 2026 vastgesteld. Tegen dit besluit heeft de vereniging beroep ingesteld. Ook heeft de vereniging de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2353
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600964/2/A2

BRS.25.001984

Bij besluit van 16 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Het Hogeland geweigerd [betrokkene A] en [betrokkene B] opvang te verlenen in een opvangvoorziening voor ontheemden uit Oekraïne binnen de gemeente Het Hogeland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2356
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001984

BRS.26.002019

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2457
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002019

BRS.26.002102

Bij besluit van 18 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2462
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002102

202206366/1/R3

Bij besluit van 17 december 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Limburg het plan van de eindtoestand voor de groeve in Heerlen en Landgraaf van Sibelco Benelux B.V. goedgekeurd. Deze zaak gaat over het eindplan voor de door Sibelco geëxploiteerde zandwinningsgroeve in Heerlen en Landgraaf. Dat is het plan voor de inrichting van het gebied na het afronden van de zandwinning. Voor de zandwinning zijn verschillende ontgrondingsvergunningen verleend, voor het eerst in 1968. De laatste ontgrondingsvergunning is bij besluit van 18 december 2018 door het college verleend. De Afdeling heeft in een eerdere tussenuitspraak van 21 oktober 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2475, en daarop volgende einduitspraak van 2 februari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:311, over dit besluit geoordeeld. Met die einduitspraak is de ontgrondingsvergunning, na aanpassing van een voorschrift door de Afdeling, onherroepelijk geworden. Uit artikel 5 van de voorschriften van de ontgrondingsvergunning volgt dat Sibelco ten behoeve van de inrichting dan wel afwerking van het te ontgronden terrein na afronding van de ontgrondingsactiviteiten een plan voor de eindtoestand moet indienen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2410
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Ontgrondingen
  • uitspraakin de zaak202206366/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202206366/1/R3

202207484/1/R3

Bij besluit van 27 september 2022 heeft het college het wijzigingsplan "Nieuwe Drostendiep" vastgesteld. Het wijzigingsplan wijzigt de bestemming van een aantal verspreid liggende agrarische percelen rond het Nieuwe Drostendiep naar natuur om de natuurontwikkeling en de herinrichting van het stroomgebied Nieuwe Drostendiep planologisch mogelijk te maken. Het college heeft het wijzigingsplan vastgesteld met toepassing van de wijzigingsbevoegdheid die is opgenomen in de artikelen 3.8.1, aanhef en onder i, en 4.7.1, aanhef en onder g, van de regels van het bestemmingsplan "Buitengebied". [appellanten] wonen aan de [locatie A] in Benneveld en exploiteren op die locatie een melkveebedrijf. Ook zijn zij eigenaren van een aantal nabij gelegen agrarische gronden die in gebruik zijn als grasland of worden gebruikt om onder meer mais en aardappelen te verbouwen. [appellanten] vrezen schade en nadelige gevolgen voor hun bedrijfsvoering onder andere door vernatting van hun gronden als gevolg van de uitvoering van het wijzigingsplan. Zij hebben daarom beroep ingesteld tegen het wijzigingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2438
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Drenthe
  • uitspraakin de zaak202207484/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202207484/1/R3

202301726/1/R2

Bij besluit van 22 december 2022 heeft de raad van de gemeente Breda het bestemmingsplan "Buitengebied Noordoost" vastgesteld. Het plan is een actualisatie van de geldende bestemmingsplannen van het buitengebied ten noordoosten van Breda. Het plan is grotendeels consoliderend, maar maakt ook een aantal individuele ontwikkelingen mogelijk. Zo voorziet het plan aan de [locatie 1] en [locatie 2] in Teteringen in de mogelijkheid om twee recreatiewoningen te realiseren. Ter plaatse van het [locatie 3] in Teteringen maakt het plan de realisatie van een kinderdagverblijf mogelijk. Aan de [locatie 4]-[locatie 5] in Teteringen voorziet het plan in een uitbreiding van het agrarische bedrijf, en aan de [locatie 6] in Teteringen maakt het plan shiitake-teelt mogelijk. De vereniging en anderen kunnen zich niet met het plan verenigen. Zij vrezen onder meer dat het plan negatieve effecten zal hebben op de nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2441
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202301726/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202301726/1/R2

202304230/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nieuwegein een aan [appellante sub 1] verleende omgevingsvergunning ingetrokken. Het college heeft op 11 juli 2018 een omgevingsvergunning verleend aan [appellante sub 1] ten behoeve van de transformatie van een kantoorgebouw aan de [locatie] in Nieuwegein naar 57 appartementen. Het college heeft deze vergunning in 2020 ingetrokken. Volgens het college bestaat een ernstig gevaar dat de vergunning mede wordt gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten (de a-grond) en om strafbare feiten te plegen (de b-grond), als bedoeld in artikel 3, eerste lid, van de Wet Bibob. Ook heeft het college zich op het standpunt gesteld dat ter verkrijging van de vergunning een strafbaar feit is gepleegd. Het college heeft daarom ook 5.19, eerste lid, van de Wabo, in samenhang gelezen met artikel 3, zesde lid, van de Wet Bibob, ten grondslag gelegd aan de intrekking van de omgevingsvergunning. Aan de intrekking heeft het college een advies van het Landelijk Bureau Bibob (LBB) van 1 november 2019 ten grondslag gelegd, dat is verkregen in een andere procedure. De rechtbank heeft de intrekking van de omgevingsvergunning rechtmatig geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2424
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wet Bibob
  • uitspraakin de zaak202304230/1/A3

202305405/1/R1

Bij besluit van 28 februari 2020 heeft het college van burgermeester en wethouders van Waterland aan [partij] omgevingsvergunning verleend voor het slopen van een bestaande woning en het realiseren van een nieuwe woning met een bijgebouw op het perceel [locatie] in Broek in Waterland. [partij] is eigenaar van het perceel. Hij wil zijn woning met bijbehorend bouwwerk vervangen door een nieuwe woning en heeft daarvoor op 13 januari 2020 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend. De nieuw te bouwen woning bestaat uit drie onderdelen: een middendeel met een bouwhoogte van 8,61 meter, een aangebouwd deel aan de noord- en oostzijde met een bouwhoogte van 7,71 meter en een aangebouwd deel aan de zuidzijde met een bouwhoogte van 5,61 meter. Het deel aan de zuidzijde is aan het middendeel verbonden door middel van een verbindingsgang met een plat dak en heeft een bouwhoogte van 2,61 meter. De achtergevel van de nieuwe woning loopt ten opzichte van de huidige woning verder naar achter door op het perceel en de achterzijde van de woning komt dichterbij de watergang Het Dee te liggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2411
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202305405/1/R1

202305424/5/R3

Bij tussenuitspraak van 29 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:338 (de tussenuitspraak), heeft de Afdeling de raad van de gemeente Rijswijk opgedragen om binnen 20 weken de in de tussenuitspraak geconstateerde gebreken in het besluit van 27 juni 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Godfried Bomansstraat" (het bestemmingsplan) te herstellen. Bij besluit van 20 mei 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het herstelbesluit bestemmingsplan "Godfried Bomansstraat" vastgesteld (het herstelbesluit). Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een appartementencomplex met maximaal 34 woningen aan de Godfried Bomansstraat in Rijswijk. Aan de noord- en zuidzijde van het plangebied voorziet het plan in stroken van ongeveer 7 m (noord) en 8 m (zuid) met de bestemming "Groen". In overweging 10.4 van de tussenuitspraak overweegt de Afdeling dat uit de stukken bij de vaststelling van het plan onvoldoende blijkt waarom in afwijking van de Nota Parkeernormen is gekozen voor de parkeernorm van 0,9 parkeerplaatsen per woning. Daarnaast heeft de raad erkend dat hij bij de vaststelling van het plan is uitgegaan van een verkeerde bepaling van de directe omgeving van het plangebied.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2412
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202305424/5/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202305424/5/R3

202306792/1/R1

Bij besluit van 28 juli 2021 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta onder oplegging van een dwangsom van € 25.000,00 per geconstateerde overtreding met een maximum van € 50.000,00 [appellante] gelast om de overtredingen van de Waterwet te stoppen en het herhalen van deze overtredingen te voorkomen. [appellante] heeft een agrarisch bedrijf dat verschillende gewassen teelt op het perceel aan de [locatie] in Smilde. De hoofdtak van deze teelt bevat gewassen die een spoelbehandeling nodig hebben. Daarvoor staat op het zuidoostelijke deel van het perceel een spoelbassin. Langs de zuidwestelijke perceelgrens ligt een perceelsloot en aan de westzijde van het perceel ligt de primaire watergang WM-02-08_A, die in beheer van het dagelijks bestuur is. [appellante] is het niet eens met de opgelegde last en de invordering van de dwangsom. Zij kan zich niet verenigen met de aangevallen uitspraak, waarin de rechtbank haar beroep tegen het besluit op bezwaar en het invorderingsbesluit ongegrond heeft verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2437
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Waterwet
  • uitspraakin de zaak202306792/1/R1

202306917/1/A2

Bij besluit van 19 augustus 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een verkeersbesluit genomen waarbij een ligplaatsverbod is ingesteld voor een steiger aan de Borneokade. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] wonen sinds 1999 op een woonboot aan de [locatie 1] in Amsterdam en exploiteren hierop ook een bed and breakfast. De woonboot ligt nabij een steiger, die onder meer gebruikt wordt om te recreëren en van daar af in het water te gaan. In 2012 is de woonboot verplaatst naar de [locatie 2]. Vanaf die locatie ligt de woonboot op 28 meter afstand van de steiger. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] stellen veel overlast te ervaren van de zwemmers. Om de veiligheid van de zwemmers te vergroten heeft het college een ligplaatsverbod ingesteld (het verkeersbesluit). [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] hebben daartegen bezwaar gemaakt. Dat bezwaar is door het college ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2430
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202306917/1/A2

202307604/1/A3

Bij besluit van 7 september 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo het verzoek van [appellanten] om een gedeelte van het Bogardeind, gelegen op de percelen van [appellanten], te onttrekken aan het openbaar verkeer in de zin van artikel 11 van de Wegenwet, afgewezen. [appellanten] wonen aan het [locatie 1] in Geldrop. Ze zijn eigenaar van de gronden gelegen aan het [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Een gedeelte van deze gronden, dat in eigendom is van [appellanten], is in gebruik als openbare weg, namelijk als fietspad, trottoir en een klein deel van de rijbaan. Dit gedeelte ligt voor hun woningen. Het Bogardeind is een weg in de bebouwde kom van Geldrop met een snelheidslimiet van 50 km/u. De weg vormt een verbinding tussen het centrum van Geldrop en de nabijgelegen A67. [appellanten] zijn van mening dat het college van B&W hun gronden onrechtvaardig en onrechtmatig gebruikt. Ze ervaren namelijk overlast van geluid, slechte luchtkwaliteit en trillingen. Ook wordt er inbreuk gemaakt op hun eigendomsrecht. Op 2 augustus 2020 hebben [appellanten] de raad daarom verzocht om een gedeelte van het Bogardeind, dat is gelegen op hun percelen, aan het openbaar verkeer te onttrekken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2408
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202307604/1/A3

202401786/1/R2

Bij besluit van 28 juli 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan [vergunninghouder] voor het legaliseren van een bijgebouw, in afwijking van het bestemmingsplan, met opstelplaatsen voor een warmtepomp, twee airco-units en een scherm op perceel [locatie] in Prinsenbeek. [partij B] en [partij A] hebben een bouwwerk gerealiseerd aan de [locatie]. Het college heeft dit bouwwerk aangemerkt als een bijbehorend bouwwerk en in verband met de overschrijding van de maximaal toegestane oppervlakte met 34 m² en het niet voldoen aan de minimale afstand tot de zijdelingse perceelsgrens een omgevingsvergunning in afwijking van het bestemmingsplan verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) en artikel 4, aanhef en onderdeel 1, van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht (Bor) en de "Beleidsregels voor het afwijken van een bestemmingsplan Breda 2015" (de beleidsregels). Omdat er volgens [appellant A] en [appellant B] met het bouwwerk een tweede zelfstandige woning is gerealiseerd, had volgens hen de omgevingsvergunning niet verleend mogen worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2402
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401786/1/R2

202401930/1/R3

Bij besluit van 29 januari 2024 heeft de raad van de gemeente Weststellingwerf het bestemmingsplan "[locatie]" vastgesteld. Op 29 januari 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "[locatie]" vastgesteld. Het plan voorziet in de uitbreiding van het akkerbouwbedrijf van [v.o.f.] dat is gevestigd aan de [locatie] in Steggerda. [v.o.f.] heeft het voornemen om een bewaarloods, een spoelplaats en een bietenstortplaats te realiseren. Hiervoor moet het bouwvlak worden vergroot. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] wonen aan de Steggerdaweg en vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat de raad geen deugdelijke belangenafweging heeft gemaakt. Zo heeft de raad in 2017 ook een bestemmingsplan voor dit perceel vastgesteld. In dit plan was het niet mogelijk voor [v.o.f.] om het bedrijf verder uit te breiden. Dit is toentertijd bevestigd door een medewerker van de gemeente. De omwonenden hadden er dan ook op mogen vertrouwen dat het agrarische bedrijf niet verder zou uitbreiden in de toekomst. Het nieuwe bestemmingsplan maakt een uitbreiding van het agrarische bedrijf nu toch wel mogelijk, terwijl dit haaks staat op het vorige bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2422
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202401930/1/R3

202402340/1/R3

Bij besluit van 29 augustus 2019 heeft het college de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning te verlenen buiten behandeling gesteld. [appellant] heeft op 26 juni 2019 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het opdelen van zijn woning aan de [locatie] in Den Haag in vier afzonderlijke studiowoningen. Ook heeft [appellant] zijn toenmalige architect van het bedrijf Nota bene architectuur als gemachtigde opgegeven in de aanvraagprocedure. Het college heeft [appellant] bij brief van 22 juli 2019 in de gelegenheid gesteld om ontbrekende gegevens per activiteit aan te vullen. [appellant] heeft aanvullende gegevens aangeleverd, maar deze waren volgens het college niet volledig. Het college heeft op 29 augustus 2019 de aanvraag buiten behandeling gesteld, omdat er geen aanvraagformulier voor de activiteit ‘handelingen met gevolgen voor beschermde monumenten’ en geen fotorapportage van het monument met overzichts- en detailfoto’s is ontvangen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2409
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202402340/1/R3

202402578/1/R1

Bij besluit van 6 juli 2023 heeft het dagelijks bestuur van het Waterschap Scheldestromen het projectplan "Herinrichting Kruispolder" vastgesteld. In het projectplan staan maatregelen beschreven om het watersysteem in de Kruispolder te verbeteren. De maatregelen bestaan uit het verwijderen en opnieuw aanbrengen van waterlopen en waterkeringen in het projectgebied. De rechtbank heeft beoordeeld of het dagelijks bestuur het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Zij heeft overwogen dat dat het geval is, omdat [appellant] geen belanghebbende is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In hoger beroep ligt de vraag voor of de rechtbank [appellant] terecht niet als belanghebbende heeft aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2415
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Waterschapszaken
  • uitspraakin de zaak202402578/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202402578/1/R1

202402639/2/R4

Bij tussenuitspraak van 8 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4811, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Wijchen opgedragen om binnen 20 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 29 februari 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bergharen, Kerkenweide" te herstellen. Uit wat de Afdeling onder 5.4, 7.3 en 8.2 in de tussenuitspraak heeft overwogen, volgt dat het besluit van 29 februari 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan, voor zover het betreft de artikelen 5.3.4, 4.3.1, onder a, en 5.3.5 van de planregels, niet zorgvuldig is voorbereid en in strijd is met het rechtszekerheidsbeginsel. De Afdeling heeft in de bepalingen uiteenlopende gebreken vastgesteld. Het beroep van [appellant sub 1] en anderen is gegrond, zodat dit besluit, voor zover het betreft de genoemde bepalingen, wordt vernietigd. [appellant sub 1] en anderen betogen dat de raad artikel 5.3.4 van de planregels ten onrechte heeft geschrapt. Zij voeren aan dat het plangebied groter is dan het gebied dat is bezien in de Cultuurhistorische Effectrapportage (CHER) van onderzoeks- en adviesbureau BAAC en dat er flexibel kan worden omgegaan met de plaatsing van de 23 grondgebonden woningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2421
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202402639/2/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202402639/2/R4

202403429/1/A3

Bij besluit van 19 mei 2023 heeft de bewaarder van het kadaster en de openbare registers het door [appellant] tegen de grensconstructie gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij ditzelfde besluit heeft de bewaarder [appellant] te kennen gegeven dat hij ambtshalve gegevens in het kadaster heeft gewijzigd. [appellant] is sinds mei 2005 eigenaar van een perceel gelegen aan de Bredeweg te Geffen, sectie B nummer 1756 (nu 2537). Op 22 maart 2023 is er op verzoek van [appellant] een grensreconstructie uitgevoerd. Tijdens de grensreconstructie is vastgesteld dat de perceelgrenzen zoals weergegeven op de kadastrale kaart niet in overeenstemming zijn met het brondocument. De grootte van het perceel van [appellant] is niet 2315 m2 maar 2130 m2. [appellant] heeft tegen de grensreconstructie bezwaar gemaakt. De grensreconstructie is volgens hem niet goed uitgevoerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2440
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202403429/1/A3

202403530/1/R3

Bij besluit van 28 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ooststellingwerf aan [appellante] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfswoning met jongveestal op het perceel [locatie 1] in Oosterwolde. Op 14 mei 2020 heeft [appellante] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het bouwen van een bedrijfswoning met jongveestal op het perceel [locatie 1] in Oosterwolde. Het college heeft de gevraagde omgevingsvergunning bij besluit van 30 juni 2022 verleend. [partij] heeft hiertegen bezwaar gemaakt. Zijn bezwaar ten aanzien van de omgevingsvergunning voor het bouwen van de bedrijfswoning is gegrond verklaard en de vergunning daarvoor is alsnog geweigerd, omdat het bouwplan volgens het college in strijd is met de regels van het ten tijde van het bestreden besluit ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied, Veegplan 2018". De rechtbank heeft overwogen dat het college de vergunning heeft kunnen weigeren, omdat het beoogde plan onderdeel zou uitmaken van het bestaande agrarische bedrijf op de locatie [locatie 2] en [locatie 3] in Oosterwolde en daarmee zou leiden tot de realisatie van een derde bedrijfswoning van het agrarisch bedrijf. [appellante] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2406
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202403530/1/R3

202403981/1/A3

Bij besluit van 30 mei 2022 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid Tank Cleaning Europoort een eis tot naleving gesteld. Toezichthouders hebben op 28 februari 2022 in opdracht van de minister bij Tank Cleaning Europoort gecontroleerd op blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Tijdens deze controle hebben de toezichthouders geconstateerd dat werknemers bij het schoonmaken van tankcontainers en tankopleggers handschoenen gebruikten die van PVC zijn gemaakt. Volgens de minister moet echter gebruik worden gemaakt van handschoenen die zijn gemaakt van polyvinyl alcohol of nitrile rubber. Dat staat in een veiligheidsinformatieblad (vib). Deze handschoenen zijn beter bestand tegen de stof Hydradd M62, waarmee de schoonmaakwerkzaamheden worden uitgevoerd. Van de controle hebben de toezichthouders bij brief van 31 maart 2022 verslag gedaan. Omdat Tank Cleaning Europoort handschoenen van PVC gebruikt, is volgens de minister sprake van een overtreding van artikel 4.1c, eerste lid, aanhef en onder b, van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Daarom heeft hij op grond van artikel 27 van de Arbeidsomstandighedenwet een eis tot naleving van de voorschriften gesteld. De rechtbank heeft de besluitvorming van de minister rechtmatig geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2403
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • uitspraakin de zaak202403981/1/A3

202404267/1/R2

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Bladel het bestemmingsplan "Buitengebied Bladel 2014, derde herziening 2022" vastgesteld. De raad heeft de herziening van het bestemmingsplan "Buitengebied Bladel 2014" vastgesteld om een aantal omissies uit het oorspronkelijke plan te herstellen, vergunningen te borgen en een aantal nieuwe bestemmingen in het plangebied mogelijk te maken. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben allebei beroep ingesteld tegen het plan. [appellant sub 1] betoogt dat het besluit tot vaststelling van het plan in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat de raad geen bouwvlak voor zijn stal op [locatie] in het plan heeft opgenomen. Hij voert hierover aan dat de vergunning voor de stal weliswaar niet meer te vinden is, maar aangezien de stal er al 93 jaar staat had de raad beter moeten onderbouwen waarom het opnemen van de stal in het bestemmingsplan in strijd met een goede ruimtelijke ordening is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2419
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202404267/1/R2

202405028/1/R1

Bij besluit van 3 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor een schutting op het perceel aan [locatie 1] in Vlissingen (het perceel). Het college heeft bij het in bezwaar gehandhaafde besluit van 3 december 2020 geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo te verlenen voor een schutting bij zijn woning op het perceel. Vast staat dat de schutting in strijd is met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Paauwenburg - Groot Lammerenburg" (bestemmingsplan). Het perceel is daarin bestemd tot "Wonen". Op grond van artikel 19.2.4, aanhef en onder b, van de planregels mag de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen voor de voorgevel van het hoofdgebouw ten hoogste één meter zijn. De schutting op het perceel ligt voor de voorgevel en is meer dan één meter hoog.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2427
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202405028/1/R1

202405342/1/A3

Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden [appellante] per 10 oktober 2023 uitgeschreven uit de basisregistratie personen. Het college heeft [appellante] uitgeschreven uit de brp en opgenomen dat zij is vertrokken uit Nederland, omdat uit adresonderzoek bleek dat zij al twee jaar niet meer op [adres] in Leiden zou wonen. Zij zou hebben verklaard in Breda te verblijven. Volgens [appellante] is het uitgevoerde onderzoek en de reden voor uitschrijving onzorgvuldig. De rechtbank heeft de besluitvorming van het college rechtmatig geacht. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat zij niet bereikbaar zou zijn of dat er een ander adres kenbaar zou zijn waarop zij bereikbaar was. Volgens haar is er regelmatig contact geweest tussen haar en medewerkers van de gemeente Leiden. Daarom is niet voldaan aan de eisen van artikel 2.22 van de Wet brp. Het onderzoek is volgens haar onzorgvuldig geweest. Inmiddels staat zij weer ingeschreven op het adres in Leiden. Gezien haar zeer uitzonderlijke situatie had het college op basis van hardheid een ander besluit moeten nemen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2428
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202405342/1/A3

202405664/1/A3

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft de burgemeester de woning aan de [locatie 1] in Rotterdam (de woning) voor de duur van een maand gesloten op grond van artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet. [appellanten] zijn eigenaar van de woning en wonen daar met hun gezin. De burgemeester heeft besloten om de woning op 24 februari 2023 voor de duur van een maand te sluiten op grond van artikel 175, eerste lid, van de Gemeentewet. Met het besluit van 28 augustus 2023 is de burgemeester hierbij gebleven. De sluiting van de woning berust op een op ambtseed/ambtsbelofte opgemaakte bestuurlijke rapportage van de politie van 24 februari 2023. In deze bestuurlijke rapportage staat dat op 24 februari 2023 brand is gesticht/een (mislukte) aanslag is gepleegd voor de woning. Daarbij is volgens de brandweer gebruikgemaakt van een fles benzine in combinatie met vuurwerk. Vermoedelijk betrof het vuurwerk een cobra 6 die niet op de juiste wijze is ontploft. Ter plaatse was een brandplek voor de deur van de woning zichtbaar. Ook was er een grijze waas op de gevel van de woning zichtbaar, wat vermoedelijk door de rook is veroorzaakt. De politie vermoedt dat de brandstichting te maken heeft met een familieruzie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2420
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202405664/1/A3

202405762/1/R1

Bij besluit van 10 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem geweigerd om aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het vervangen van drie ramen en kozijnen van zijn woning aan het [locatie 1] in Haarlem. [appellant] heeft op 20 augustus 2021, nadat hij de ramen en kozijnen heeft laten vervangen, een aanvraag ingediend voor een omgevingsvergunning voor de drie nieuwe ramen en kozijnen op de eerste verdieping aan de voorzijde van zijn woning aan het [locatie 1] in Haarlem. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan in strijd is met artikel 18.2, aanhef en onder e, van de regels van het bestemmingsplan. Volgens hem verandert er niets aan de gevelindeling, omdat de aanvraag slechts ziet op het vervangen van de bestaande ramen en kozijnen. De gevelopeningen waarin de oude ramen en kozijnen aanwezig waren zijn namelijk intact gebleven.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2432
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202405762/1/R1

202406180/1/A3

Bij besluit van 22 april 2022 heeft de korpschef van politie een toestemming aan [beveiligingsbedrijf] om [appellant sub 1] te laten werken als beveiliger ingetrokken. De korpschef heeft [beveiligingsbedrijf] op 29 oktober 2019 toestemming verleend om [appellant sub 1] te mogen laten werken als beveiliger. Deze toestemming heeft de korpschef ingetrokken, omdat hij twijfels heeft over de betrouwbaarheid van [appellant sub 1]. Over die twijfels heeft de korpschef gesteld dat [appellant sub 1] wordt verdacht van mishandeling en openlijke geweldpleging op 2 november 2018. Deze gebeurtenissen zijn opgenomen in een proces-verbaal van 13 november 2018. Ook heeft de korpschef gesteld dat [appellant sub 1] onder invloed van alcohol heeft gereden en daarbij een ongeval heeft veroorzaakt op 6 februari 2022. Verder heeft [appellant sub 1] volgens de korpschef op 13 maart 2021 niet zijn rijbewijs kunnen tonen nadat hij in een onverzekerde auto reed en heeft hij op 17 augustus 2021 een verkeersboete gehad voor het niet op juiste wijze koppelen van een aanhanger aan een voertuig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2429
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202406180/1/A3

202406914/1/A3

Bij besluit van 24 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam de aanvraag van [appellanten] om een uittreksel historische adressen afgewezen. [appellanten] hebben op 8 december 2023 verzocht om een uittreksel uit de basisregistratie personen van hun historische adressen. Bij besluit van 24 januari 2024 heeft het college geweigerd deze uittreksels te verstrekken. Bij brief van 8 februari 2024 hebben [appellanten] het college in gebreke gesteld. Bij brief van 27 mei 2024 heeft het college de gemachtigde verzocht te onderbouwen dat het verlenen van rechtsbijstand zijn duurzame, op het vergaren van inkomsten gerichte, taakuitoefening is. De uittreksels waar om is verzocht, zijn alsnog aan [appellanten] verstrekt. Bij besluit van 28 mei 2024 heeft het college de bezwaarschriften van [appellanten] niet-ontvankelijk verklaard, omdat zij geen belang daarbij meer zouden hebben. Voor zover verzocht is om vergoeding van de gemaakte proceskosten, zal het college een apart besluit nemen, omdat meer informatie nodig is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2418
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202406914/1/A3

202407341/1/A3

Bij besluit van 7 december 2021 heeft de burgemeester aan [partij] een exploitatievergunning alcoholverstrekkend horecabedrijf met terras met een looptijd van 3 jaar verleend. Bij besluit van 8 september 2022 (besluit 1) heeft de burgemeester van Amsterdam het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard voor zover het de toestemming voor het exploiteren van het terras betreft, de overige bezwaren ongegrond verklaard, het besluit van 7 december 2021 ingetrokken voor wat betreft het terras en dit besluit voor het overige in stand gelaten. Bij besluit van 6 april 2023 heeft het college het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden afgewezen. Op 7 december 2021 is aan [partij] een exploitatievergunning verleend op het adres [locatie] in Amsterdam. Hierna heeft [partij] de horecagelegenheid [bedrijf] geëxploiteerd op deze locatie. Partijen zijn verdeeld over het karakter van deze horecagelegenheid. Met besluit 1 heeft de burgemeester de exploitatievergunning in stand gelaten met uitzondering van de toestemming voor het exploiteren van het terras. Met besluit 2 heeft college het besluit tot weigering om handhavend op te treden in stand gelaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2417
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drank en horeca
  • uitspraakin de zaak202407341/1/A3

202407493/1/A3

Bij besluiten van 15 november 2023 en 7 maart 2024 heeft de korpschef van politie gereageerd op verzoeken van [appellant] om inzage in zijn politiegegevens en wijziging en gedeeltelijke verwijdering daarvan. [appellant] heeft de korpschef verzocht hem inzage te verlenen in zijn politiedossier. De korpschef heeft deze inzage gedeeltelijk verleend. Voor het gedeelte waar [appellant] geen inzage mag krijgen, heeft de korpschef zich op het standpunt gesteld dat dat in het belang van de opsporing, het onderzoek en vervolging van strafbare feiten of tenuitvoerlegging van straffen noodzakelijk is. [appellant] heeft naar aanleiding van de inzage de korpschef verzocht bepaalde registraties te verwijderen en te wijzigen. Volgens hem zijn de indrukken die de politie van hem heeft onjuist. Hij stelt daarbij dat de politie ten onrechte in de systemen heeft opgenomen dat hij schizofreen en psychisch niet in orde zou zijn, in een fantasiewereld zou leven en ook een complotdenker zou zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2435
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • Politiegegevens
  • uitspraakin de zaak202407493/1/A3

202407981/1/A3

Bij besluit van 11 januari 2022 heeft de raad van bestuur van de Kansspelautoriteit (Ksa) een aanvraag van ARB voor een exploitatievergunning afgewezen. ARB heeft de Ksa verzocht een vergunning te verlenen om speelautomaten te mogen exploiteren. De Ksa heeft deze aanvraag afgewezen, omdat zij van mening is dat ARB en haar leidinggevende, [persoon A], niet voldoen aan de eis dat zij niet in enig opzicht van slecht levensgedrag zijn, zoals staat beschreven in artikel 4 van het Speelautomatenbesluit 2000. Daarvoor wijst de Ksa enerzijds op twee dagvaardingen die hebben geleid tot veroordelingen door de strafrechter op 2 maart 2023 (ECLI:NL:RBROT:2023:1800 en ECLI:NL:RBROT:2023:1804) en anderzijds op het faciliteren van overtredingen van artikel 1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet op de kansspelen (Wok). De Ksa acht het wat betreft het laatste aannemelijk dat ARB illegaal online kansspelaanbod heeft gefaciliteerd. De rechtbank heeft de besluiten van de Ksa rechtmatig geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2434
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202407981/1/A3

202500222/1/A3

Bij besluit van 16 februari 2023 heeft de burgemeester van Rheden [appellant] een last onder dwangsom opgelegd. Op 17 oktober 2022 om 13:50 uur zag de politie [appellant] op de kruising van de Harderwijkerweg en de Nieboerstraat op een scooter zitten. Het was de politie bekend dat hij eerder was aangehouden voor het bezit dan wel handelen in drugs. Ook was er een anonieme melding binnengekomen dat hij in drugs zou handelen. De politie heeft [appellant] gedurende vijf minuten geobserveerd. In die vijf minuten zou hij zich onrustig hebben gedragen, om zich heen hebben gekeken en veelvuldig op zijn telefoon hebben gekeken. Ondertussen liep er een persoon naar [appellant], waarover volgens de politie een melding was binnengekomen dat die ook in drugs zou handelen. Vervolgens heeft de politie hem staande gehouden en zijn scooter gecontroleerd. Daarin heeft de politie een zakje gevonden met 48 vermoedelijk XTC-pillen. Deze pillen bleken na een test MDMA te bevatten. Dat is de werkzame stof in XTC. [appellant] is eerder staande gehouden, waarbij hasj werd gevonden. Van deze gebeurtenissen heeft de politie op 1 december 2022 een bestuurlijke rapportage opgemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2407
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202500222/1/A3

202500681/1/R3

Bij besluit van 3 december 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Verbrede reikwijdte Boulevard Noord en Passage" vastgesteld. Dit bestemmingsplan maakt de herontwikkeling van Boulevard Noord en de Passage in de wijk Noord in Zwijndrecht mogelijk, door de toegelaten functies te wijzigen en de bouwmogelijkheden aan de te passen. Het plangebied bestaat uit twee afzonderlijke delen, namelijk deelgebied Boulevard Noord en deelgebied de Passage. Deelgebied Boulevard Noord omvat het gebied rondom het winkelcentrum Boulevard Noord met woningen aan de noordzijde van de Burgemeester Jansenlaan en de winkelstrip aan de zuidzijde van de Burgemeester Jansenlaan. Deelgebied de Passage omvat het winkelcentrum de Passage, inclusief de openbare ruimte die rond het winkelcentrum ligt. Ook dit gebied grenst aan de Burgemeester Jansenlaan. Het gebied tussen de beide winkelcentra is geen onderdeel van het plangebied. [partij] is eigenaar van een groot deel van de Passage en wil op de hoeken van de Passage drie woongebouwen met appartementen bouwen. [partij] heeft ook een samenwerkingsovereenkomst gesloten met de gemeente.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2439
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202500681/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202500681/1/R3

202501513/1/A2

Bij besluit van 16 juni 2022 heeft de Dienst Toeslagen een aanvraag van [appellant A] om compensatie in het kader van de kinderopvangtoeslag over de jaren 2009 tot en met 2013 afgewezen. [appellant A] heeft zich op 2 april 2020 gemeld als gedupeerde van de toeslagenaffaire en verzocht om een herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Voor de jaren 2009 tot en met 2013 is de Dienst Toeslagen tot de conclusie gekomen dat geen sprake is geweest van vooringenomen handelen of van hardheid van het stelsel en er daarom geen recht op compensatie bestaat. In het besluit op bezwaar heeft de Dienst Toeslagen dit standpunt gehandhaafd. De rechtbank heeft overwogen dat [appellant B] geen belanghebbende is bij het besluit van 30 oktober 2023. Het is [appellant A] die de kinderopvangtoeslag heeft ontvangen en om een herbeoordeling heeft verzocht. Het besluit van 30 oktober 2023, waarin de afwijzing van haar aanvraag om compensatie is gehandhaafd, raakt alleen haar belang rechtstreeks.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2425
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202501513/1/A2

202502094/1/A3

Op 16 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Leiden geweigerd in de basisregistratie personen (brp) op te nemen dat [appellante] woont op het adres [locatie] in Leiden. [appellante] heeft op 8 maart 2024 aangifte gedaan en verzocht om per 2 maart 2024 te worden ingeschreven op het adres [locatie] in Leiden. Het college heeft op 4 april 2024 het voornemen geuit de inschrijving te weigeren. Na een zienswijze heeft het college op 25 april 2024 opnieuw het voornemen geuit om de inschrijving te weigeren. Naar aanleiding van de nieuwe zienswijze heeft het college besloten [appellante] niet in te schrijven. Tijdens het gemaakte bezwaar, heeft [appellante] de rechtbank verzocht een voorlopige voorziening te treffen. Omdat afspraken waren gemaakt, heeft [appellante] het verzoek om een voorlopige voorziening ingetrokken en heeft het college haar ingeschreven per 8 maart 2024. Deze besluitvorming heeft de rechtbank rechtmatig geacht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2426
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202502094/1/A3

202502156/1/R3

Bij besluit van 11 februari 2025 heeft de raad van de gemeente Smallingerland het bestemmingsplan "Drachten, De Weeme - Klokhuislaan" (het bestemmingsplan) vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt de bouw van 46 woningen mogelijk op de percelen [locatie 1] en [locatie 2] in Drachten. Het bestemmingsplan maakt in het noorden van het plangebied twee complexen mogelijk met elk 12 appartementen. De maximale bouwhoogte van deze complexen is 11 m. In de rest van het plangebied kunnen 22 grondgebonden woningen worden gerealiseerd. WoonFriesland wil deze grondgebonden woningen realiseren. [appellant] woont ten noorden van het plangebied op de [locatie 3] in Drachten. Hij kan zich met name niet vinden in het bestemmingsplan omdat daardoor het parkeerterrein in het noorden van het plangebied verdwijnt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2354
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Friesland
  • uitspraakin de zaak202502156/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202502156/1/R3

202502201/1/A2

Bij brief van 25 oktober 2022 heeft de raad van bestuur van het Universitair Medisch Centrum Rotterdam aan [partij] medegedeeld dat haar lidmaatschap van de cliëntenraad van het Erasmus MC per direct is beëindigd door haar benoeming in te trekken. Een cliëntenraad is een op grond van de Wet medezeggenschap cliënten zorginstellingen 2018 (Wmcz) ingesteld orgaan van de instelling dat de belangen van de patiënten in die instelling behartigt. Ook het Erasmus MC heeft een cliëntenraad. [partij] was lid van deze cliëntenraad. De raad van bestuur heeft op 5 oktober 2022 een brief ontvangen van de cliëntenraad waarin is aangegeven dat een meerderheid van de leden het vertrouwen in [partij] heeft opgezegd, omdat zij zich niet houdt aan afspraken zoals die binnen de cliëntenraad zijn gemaakt en gelden. Bovendien heeft de cliëntenraad berichten ontvangen met kritiek op het optreden van [partij] als vertegenwoordiger van de cliëntenraad. De cliëntenraad heeft de raad van bestuur verzocht om de benoeming van [partij] met onmiddellijke ingang in te trekken op grond van artikel 5, eerste lid, van het huishoudelijk reglement.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2416
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202502201/1/A2

202502326/1/A3

Bij besluit van 1 november 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem de aanvraag van [appellant] voor een parkeervergunning afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan [locatie] in Haarlem (de woning). [appellant] heeft op 1 november 2023 een aanvraag voor een parkeervergunning ingediend. Het college heeft deze aanvraag op 1 november 2023 afgewezen en is hier met het besluit van 18 juni 2024 bij gebleven. Het geschil gaat over de vraag of het college de aanvraag van [appellant] voor een parkeervergunning mocht afwijzen omdat hij over een eigen parkeerplaats beschikt in de zin van de Parkeerverordening 2018 Gemeente Haarlem (de Parkeerverordening) en de Haarlemse Bouwverordening (de Bouwverordening). [appellant] stelt zich op het standpunt dat de ruimte die volgens het college geschikt is als parkeerplaats hiervoor te klein is. Daarbij heeft het college er volgens [appellant] ten onrechte geen rekening mee gehouden dat de garagedeuren naar binnen toe opengaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2423
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502326/1/A3

202502541/1/A2

Bij besluit van 10 juni 2021 heeft de Dienst Toeslagen in het kader van de hersteloperatie toeslagen het verzoek van [appellante] om compensatie over de toeslagjaren 2008 tot en met 2011 afgewezen. Aan de afwijzing in het besluit van 10 juni 2021 heeft de Dienst Toeslagen ten grondslag gelegd dat na herbeoordeling is gebleken dat geen fouten zijn gemaakt bij het vaststellen van het recht op kinderopvangtoeslag over de jaren 2008 tot en met 2011. Ook is [appellante] niet beticht van opzet of grove schuld, zodat geen sprake is geweest van institutionele vooringenomenheid. In het besluit van 22 maart 2023 heeft de Dienst Toeslagen daaraan toegevoegd dat geen sprake is van institutioneel vooringenomen handelen, omdat de wijzigingen in kinderopvangtoeslag over de genoemde jaren zijn doorgevoerd op basis van door [appellante] doorgegeven wijzigingen. Evenmin is sprake van onterecht weigeren van een persoonlijke betalingsregeling. Verder heeft [appellante] niet op de Fraude Signalering Voorziening-lijst gestaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2405
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202502541/1/A2

202502908/1/A2

Bij besluit van 30 mei 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Barendrecht een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont samen met haar beide minderjarige kinderen in een huurwoning in Dordrecht. Zij heeft bij het college een aanvraag om een urgentieverklaring om medische redenen ingediend. Zij stelt dat haar woning ongeschikt is, omdat haar oudste zoon, aan wie zij mantelzorg geeft, afhankelijk is van zorg uit Barendrecht en daar ook naar school gaat. Gezien haar gezondheidsproblemen heeft zij moeite met het halen en brengen van haar zoon. In het besluit van 7 augustus 2024 heeft het college de afwijzing van de aanvraag gehandhaafd onder verwijzing naar artikel 2.3, tweede lid, aanhef en onder h, van Bijlage 1 bij de Verordening Woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2024 (de Verordening). Volgens die bepaling kan het college de urgentieverklaring weigeren, indien de aanvrager niet economisch of maatschappelijk is gebonden aan de woningmarktregio, de gemeente of een deel van de gemeente als bedoeld in artikel 14, vierde lid, van de Huisvestingswet 2014.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2404
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202502908/1/A2

202504193/1/A2

[verzoekster] heeft bij de rechtbank beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag tot het verkrijgen van een verklaring van rijgeschiktheid. De Afdeling is in haar uitspraak van 25 juni 2025 de rechtbank gevolgd in het oordeel dat het CBR tijdig op de aanvraag heeft beslist en dat het beroepschrift moet worden doorgezonden naar het CBR om als bezwaarschrift te behandelen. De Afdeling heeft eveneens geoordeeld dat het besluit van 11 juni 2024, waarin het CBR op het bezwaar van [verzoekster] heeft beslist, geen besluit is als bedoeld in artikel 6:20, tweede lid, van de Awb, waartegen gelet op artikel 6:20, derde lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van die wet een beroep van rechtswege is ontstaan. Aan het verzoek om herziening heeft [verzoekster] ten grondslag gelegd dat de Afdeling haar hoger beroep ten onrechte ongegrond heeft verklaard. Tijdens de zitting bij de Afdeling had zij het idee dat zij het voordeel van de twijfel genoot. Zij voert verder aan dat de ziekte van Sjögren haar ogen en haar rijgeschiktheid niet aantast, waardoor zij een verklaring van rijgeschiktheid had moeten krijgen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2436
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Herziening
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202504193/1/A2

202504384/1/R1

Bij besluit van 5 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Tholen het bestemmingsplan "Zandpad Poortvliet" vastgesteld. Het bestemmingsplan heeft betrekking op een perceel in Poortvliet dat ligt op de hoek van het Zandpad en de Lageweg. Het plangebied, de locatie van [fruitteler], ligt direct ten zuiden van de kom Poortvliet. Dit perceel van ongeveer 20.000 m² is in gebruik als fruitboomgaard. Aan het perceel zijn in het plan de enkelbestemming "Agrarisch" en de dubbelbestemming "Waarde - Archeologie 2" toegekend. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een agrarische schuur met koelcel en legt het huidige agrarisch gebruik van het perceel planologisch vast. Appellanten [appellant] en [appellant A] wonen aan de [locatie 1], op ongeveer 110 m van het plangebied en ongeveer 220 m van het bouwvlak van de schuur. Appellanten [appellant B] en [appellant C] wonen aan het [locatie 2], op ongeveer 60 m van het plangebied en ongeveer 120 meter van het bouwvlak van de schuur. Zij kunnen zich niet verenigen met het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2433
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202504384/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202504384/1/R1

202504722/1/A2

Bij besluit van 7 december 2023 heeft de Specialisten Registratie Commissie, kamer Ziekenhuisfarmacie het verzoek van [appellante] tot herregistratie in het register van ziekenhuisapothekers afgewezen en haar per 1 juli 2023 uit dit register laten verwijderen. [appellante] was sinds 2003 ingeschreven als ziekenhuisapotheker in het specialistenregister. Een ziekenhuisapotheker moet zich elke vijf jaar laten herregistreren om als ziekenhuisapotheker te mogen blijven werken. De laatste inschrijvingstermijn van [appellante] in het specialistenregister dateerde van 1 januari 2018 en eindigde op 1 januari 2023. Deze termijn is in verband met de coronacrisis verlengd tot 1 juli 2023. Een ziekenhuisapotheker moet in de periode waarin zij staat ingeschreven nascholingsactiviteiten volgen en voldoende relevante werkervaring opdoen om aan de eisen voor de volgende herregistratieperiode te kunnen voldoen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2431
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202504722/1/A2

202504951/1/A3

Bij besluit van 2 mei 2024 heeft de burgemeester van Breda de woning aan de [locatie] in Breda voor 3 maanden gesloten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. [appellant sub 2] huurt een woning aan de [locatie] in Breda (de woning). De burgemeester heeft [appellant sub 2] een last onder bestuursdwang opgelegd, inhoudende de tijdelijke sluiting van de woning voor drie maanden op grond van artikel 13b van de Opiumwet overeenkomstig de door hem vastgestelde Beleidsregel bestuurlijke handhaving artikel 13b Opiumwet gemeente Breda 2022. De sluiting is ingegaan op 16 juli 2024 en op 16 oktober 2024 geëindigd. Niet in geschil is dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten. In hoger beroep staat alleen de evenredigheid van de sluiting van de woning ter discussie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2414
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202504951/1/A3

202600349/1/A2

Bij beslissing van 4 februari 2025 hebben de examinatoren de door [appellant] gevolgde derdejaars stage beoordeeld met een onvoldoende. [appellant] is student bij het Instituut voor de Gebouwde Omgeving. In het kader van zijn studie heeft hij een stage gevolgd. Tijdens de stageperiode is [appellant] begeleid door een docentbegeleider en een bedrijfsbegeleider. De docentbegeleider is ook een van de twee examinatoren. In het beoordelingsformulier heeft de bedrijfsbegeleider de stage beoordeeld met het cijfer 6,5. De docentbegeleider heeft nadien overleg gehad met de bedrijfsbegeleider. Dat heeft ertoe geleid dat de stage alsnog met een onvoldoende is beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2413
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600349/1/A2

202600964/1/A2

Bij besluit van 27 maart 2026 heeft het centraal stembureau de uitslag en de zetelverdeling van de verkiezing van de leden van de raad van de gemeente Amsterdam van 18 maart 2026 vastgesteld. Op 18 maart 2026 heeft de verkiezing van de leden van de raad van Amsterdam plaatsgevonden. De vereniging heeft met de aanduiding ‘LCA (Liberaal Collectief Amsterdam)’ aan deze verkiezing deelgenomen. Het centraal stembureau heeft op grond van artikel P 20 van de Kieswet op 27 maart 2026 tijdens een openbare zitting de uitslag van de verkiezing vastgesteld. Op 31 maart 2026 heeft de raad ingestemd met het proces-verbaal van het centraal stembureau. Het beroep van de vereniging komt er in de kern op neer dat volgens haar de kiezers tijdens de gemeenteraadsverkiezing geen reële, effectieve en gelijkwaardige keuze hebben gehad tussen de deelnemende politieke groeperingen. De vereniging heeft hierbij te kennen gegeven dat de uitslag of zetelverdeling niet ter discussie wordt gesteld, maar dat het haar gaat om het ongelijke speelveld voor de kleinere en/of nieuwe politieke groeperingen. Zij vindt dat de bestuursrechter hierover een oordeel moet kunnen geven en wijst op artikel 3 van het Eerste Protocol bij het EVRM.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2336
Datum uitspraak
29 april 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Kieswet
  • uitspraakin de zaak202600964/1/A2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202600964/1/A2

BRS.25.001629

Bij besluit van 25 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2357
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001629

BRS.26.001597

Bij besluit van 10 maart 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2341
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001597

BRS.26.001673

Bij besluit van 19 december 2025 heeft de minister Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2361
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001673

BRS.26.001682

Bij besluit van 16 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2379
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001682

BRS.26.001687

Bij besluit van 19 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2362
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001687

BRS.26.001878

Bij besluit van 29 maart 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2348
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001878

BRS.26.001888

Bij besluit van 7 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2384
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001888

BRS.26.002074

Bij besluit van 8 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2393
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002074

BRS.26.002081

Bij besluit van 23 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2385
Datum uitspraak
28 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002081

202600968/2/R2

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss zowel [verzoekster A] als [verzoeker B] onder oplegging van dwangsommen gelast om gestelde overtredingen op de percelen aan de [locatie] in Lith te beëindigen en beëindigd te houden door, onder meer, de bedrijfswoning met aangebouwd bijgebouw in overeenstemming te brengen met de vergunde situatie (last 1), te stoppen met het (laten) huisvesten van meer dan twee arbeidsmigranten in de bedrijfswoning met aangebouwd bijgebouw (last 5) en het aantal slaapplaatsen in de bedrijfswoning met aangebouwd bijgebouw terug te brengen naar het aantal in de vergunde situatie of, indien sprake is van meerdere woningen, naar het aantal gezinsleden plus twee personen (last 6). Met dit verzoek willen zij voorkomen dat volgens het college verbeurde dwangsommen worden ingevorderd. Ook willen zij voorkomen dat nieuwe dwangsommen worden verbeurd en door het college worden ingevorderd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2352
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202600968/2/R2

BRS.25.000799

Bij besluiten van 13 november 2024 heeft de minister aanvragen van betrokkenen om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2245
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000799

BRS.25.002468

Bij besluit van 15 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2241
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002468

BRS.25.002627

Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2331
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002627

BRS.26.000739

Bij besluit van 29 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2325
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000739

BRS.26.001281 en BRS.26.001282

Bij besluit van 6 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2249
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001281 en BRS.26.001282

BRS.26.001329 en BRS.26.001332

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister appellant opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten (terugkeerbesluit). Bij besluit van diezelfde datum heeft de minister hem in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2233
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001329 en BRS.26.001332

BRS.26.001438 en BRS.26.001440

Bij besluit van 13 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen vier weken na 4 september 2025 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2321
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001438 en BRS.26.001440

BRS.26.001573 en BRS.26.001574

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2322
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001573 en BRS.26.001574

BRS.26.001584

Bij besluit van 16 maart 2026 heeft de minister appellant in bewaring gesteld

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2248
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001584

BRS.26.001665 en BRS.26.001666

Bij besluit van 30 juli 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2320
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001665 en BRS.26.001666

BRS.26.001703

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2328
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001703

BRS.26.001729 en BRS.26.001730

Bij besluit van 10 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2190
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001729 en BRS.26.001730

BRS.26.001770

Bij besluit van 4 december 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2323
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001770

BRS.26.001835

Bij besluit van 5 december 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Ook heeft hij geweigerd om verzoeker ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2307
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001835

BRS.26.001928

Bij besluit van 14 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2359
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001928

BRS.26.001963

Bij besluit van 13 februari 2026 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2344
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001963

BRS.26.002036

Bij besluit van 8 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2360
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.002036

202503400/2/A3

Bij uitspraak van 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1319 heeft de Afdeling, voor zover relevant, de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen over het verzoek van [appellant] om inzage in persoonsgegevens van hem zijn en zoon. Daarbij heeft de Afdeling bepaald dat tegen het te nemen nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. De minister heeft de Afdeling wegens het bestaan van gewichtige redenen verzocht te bepalen dat alleen de Afdeling van de stukken kennis zal nemen. Het gaat om de (ongeschoonde) e-mailwisselingen van 2 juni 2025, 12 mei 2025, 10 juni 2025 en 6 november 2025, die zijn opgenomen onder B15 tot en met B18 van de ‘Inventarislijst B-stukken’ van de minister. In de e-mails is door behandelende ambtenaren verzocht om, naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling van 26 maart 2025, een nieuwe zoekslag naar persoonsgegevens uit te voeren en is daarop gereageerd door de betrokken ambtenaren. De persoonsgegevens van meerdere ambtenaren in (de geschoonde versie van) deze e-mails zijn gelakt, waaronder namen, contactgegevens en handtekeningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2236
Datum uitspraak
24 april 2026
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202503400/2/A3

202405138/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2343
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405138/1/V1

BRS.25.000698

Bij besluit van 16 juli 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2228
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000698

BRS.25.000863

Bij besluit van 3 januari 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2227
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000863

BRS.25.001054

Bij besluit van 22 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2220
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001054

BRS.26.000123

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2223
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000123

BRS.26.000124

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2224
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000124

BRS.26.000125

Bij besluit van 24 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2225
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000125

BRS.26.000174

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2214
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000174

BRS.26.000677 en BRS.26.000678

Bij besluit van 11 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid bepaald dat op 4 maart 2024 het recht op bescherming eindigt dat appellant geniet op grond van de Richtlijn tijdelijke bescherming en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. De staatssecretaris heeft appellant ook opgedragen om de Europese Unie binnen vier weken na 4 maart 2024 te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2222
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000677 en BRS.26.000678

BRS.26.000963

Bij besluit van 11 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2201
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000963

BRS.26.000970 en BRS.26.000971

Bij besluit van 10 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2218
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000970 en BRS.26.000971

BRS.26.001040

Bij besluit van 16 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2226
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001040

BRS.26.001066 en BRS.26.001067

Bij besluit van 3 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2221
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001066 en BRS.26.001067

BRS.26.001337

Bij besluit van 25 februari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2204
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001337

BRS.26.001456

Bij besluit van 7 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2212
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001456

BRS.26.001476

Bij besluit van 17 oktober 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om hem krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2240
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001476

BRS.26.001511

Bij besluit van 8 maart 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:2232
Datum uitspraak
23 april 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001511
12...1.242volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon