Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 122.543
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202503781/1/R2 en 202503781/2/R2

Bij besluit van 10 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oosterhout aan Alticom B.V. een omgevingsvergunning verleend om in afwijking van het bestemmingsplan een communicatiemast voor het GSM-rail netwerk te plaatsen aan de Parallelweg 8 in Dorst. De omgevingsvergunning is verleend voor het plaatsen van een communicatiemast van 39,9 meter hoog ten behoeve van het GSM-rail netwerk op het perceel. De vergunning heeft betrekking op bouwen en op het afwijken van het bestemmingsplan op grond van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c in samenhang met artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2, van de Wabo en artikel 4, aanhef en onderdeel 5 van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Het doel van het plaatsen van de mast is het verbeteren van de GSM -R dekking en kwaliteit op het spoortracé Breda - Tilburg, ook als randvoorwaarde voor de invoering van de nieuwe treinbeveiliging ERTMS. Vergunninghoudster Alticom plaatst de communicatiemast in opdracht van ProRail. [verzoeker] en anderen wonen in de directe omgeving van het perceel en vrezen voor de aantasting van hun uitzicht. Volgens hen zijn er betere alternatieve locaties.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:72
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202503781/1/R2 en 202503781/2/R2

202503990/2/R2

Bij het besluit van 19 juni 2024 heeft het college van gedeputeerde staten van Gelderland aan [partij] een ontheffing verleend van het verbod als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet natuurbescherming voor het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das. De ontheffing is verleend ten behoeve van de realisatie van 15 villawoningen aan de Hunnenweg op landgoed Prinsenbosch in Voorthuizen. Het college heeft zich daarbij gebaseerd op het bij de aanvraag gevoegde rapport "Activiteitenplan ontwikkeling Landgoed Prinsenbosch" van 4 maart 2024 en de notitie "Aanvulling onderbouwing foerageerafstanden tot hoofdburchten das" van 3 april 2024, beide opgesteld door Ecogroen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:177
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202503990/2/R2

202504782/1/R2 en 202504782/2/R2

Bij besluit van 29 oktober 2024 heeft het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant het verzoek van Elektoor om de hardheidsclausule in artikel 3.8 van de Omgevingsverordening Noord-Brabant toe te passen voor het plaatsen van een bodemwarmtepomp voor de nieuwbouw in het grondwaterbeschermingsgebied op het perceel Rijksweg-Zuid 57 te Rucphen, afgewezen. Elektoor wil een bodemwarmtepomp plaatsen op het perceel om een nieuw gebouw te verwarmen. Het perceel ligt in een grondwaterbeschermingsgebied. Het plaatsen van een bodemwarmtepomp en het verrichten van activiteiten in de bodem op een diepte van 3 m of meer, is verboden in de Omgevingsverordening. Het college heeft geweigerd de hardheidsclausule in artikel 3.8 van de Omgevingsverordening toe te passen omdat volgens het college niet is voldaan aan de voorwaarde dat sprake is van een bijzonder geval waarin toepassing van de algemene regels leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Elektoor betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake is van een bijzonder geval waarin toepassing van de algemene regels leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:70
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202504782/1/R2 en 202504782/2/R2

202504939/2/R2

Bij besluit van 1 juli 2025 heeft de raad van de gemeente Deurne het "TAM-Omgevingsplan Hoofdstuk 22a Stationsstraat-Haspelweg, Deurne" als wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Deurne vastgesteld. Het besluit tot wijziging maakt de bouw van 319 woningen mogelijk op de locatie tussen de Haspelweg en de Stationsstraat in het westen van Deurne. Uit de met het besluit tot wijziging vastgestelde kaart volgt dat aan de locatie de functies "Woongebied", "Groen" en "Verkeer - Verblijfsgebied" zijn toegekend. Op gronden met de functie "Woongebied" zijn ook bouwvlakken opgenomen. [verzoekster A] exploiteert een metaalverwerkingsbedrijf aan de [locatie 1]. [verzoeker B] en anderen exploiteren een autobedrijf aan de [locatie 2]. Deze bedrijven zijn gevestigd op gronden die volgens de motivering in de laatste fasen van de gebiedsontwikkeling zullen worden ontwikkeld. De met het besluit tot wijziging voorziene woningen in onder meer fase 1 van de gebiedsontwikkeling zullen op korte afstand van deze bedrijven worden gerealiseerd. [verzoekster A] en [verzoeker B] en anderen zijn het hiermee oneens, omdat zij hierdoor vrezen te worden belemmerd in hun bedrijfsvoering.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:178
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202504939/2/R2

202505741/1/R1 en 202505741/2/R1

Bij besluit van 30 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn onder meer de locatie BH58R ter hoogte van de [locatie 1] in Hoorn aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafval container en een zogenoemde "GFE-cocon". Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen, naast [appellant] bestaande uit [persoon A], [persoon B] en [persoon C], beroep ingesteld. De aangewezen locatie ligt tegenover de woning van [appellant] en [persoon A] aan de [locatie 2] en de woning van [persoon B] en [persoon C] aan de [locatie 1]. [appellant] en anderen kunnen zich niet verenigen met de aangewezen locatie en hebben daarom beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht om het bestreden besluit te schorsen. [appellant] en anderen betogen dat er geen behoefte is aan afvalcontainers op de aangewezen locatie. Zij wijzen erop dat de afvalcontainers slechts zijn bedoeld voor negen huishoudens. Volgens hen vinden deze huishoudens het geen probleem om gebruik te maken van andere afvalcontainers in de buurt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:115
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505741/1/R1 en 202505741/2/R1

202505768/1/R1 en 202505768/2/R1

Bij besluit van 30 september 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hoorn onder meer de locatie BH71R ter hoogte van de West 9 in Hoorn aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafval container en een zogenoemde "GFE-cocon". De aangewezen locatie ligt tegenover de woning van [appellant] aan de [locatie] in Hoorn. [appellant] kan zich niet verenigen met de aangewezen locatie en heeft daarom beroep ingesteld. Ook heeft hij de voorzieningenrechter verzocht om het bestreden besluit voor de locatie BH71R te schorsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:117
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505768/1/R1 en 202505768/2/R1

202105267/1/R4

Bij besluit van 5 juni 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest geweigerd aan [wederpartij] een omgevingsvergunning te verlenen voor het in stand houden van vier recreatiewoningen op het recreatieterrein aan de [locatie] in Soesterberg. Het recreatieterrein bestaat uit een open grasveld omringd met bomen. Volgens het bestemmingsplan "Landelijk gebied" heeft het grasveld de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie - Jachthuis". Op deze gronden staan een receptiegebouw en een groot aantal recreatiewoningen. De omliggende gronden met bomen hebben de bestemming "Bos - Bostuin". Op die gronden mag volgens het bestemmingsplan niet worden gebouwd, maar vier recreatiewoningen stonden (deels) op gronden met deze bestemming. [wederpartij] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om die vier recreatiewoningen in afwijking van het bestemmingsplan in stand te houden. [wederpartij] was tot 1 maart 2022 eigenaar van het recreatieterrein. Hij stelt schade te hebben geleden door de beslissing van het college om de omgevingsvergunning te weigeren. Hij wijst daarbij op de kosten voor het moeten verwijderen van de recreatiewoningen. Verder stelt hij dat hij het recreatieterrein onder de marktwaarde heeft moeten verkopen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:99
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202105267/1/R4

202107338/1/V1

Bij besluit van 4 maart 2021 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 878,00. Het COa biedt opvangvoorzieningen voor asielzoekers en verlangt een eigen bijdrage in de kosten daarvan als zij vermogen en/of inkomen hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld vermogen hebben als zij een dwangsom van de IND hebben ontvangen, omdat de asielprocedure te lang heeft geduurd. Deze uitspraak gaat over de vraag of het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 voor vreemdelingen een eigen bijdrage mag vaststellen in de kosten van opvang wegens het hebben van vermogen boven de vermogensgrens, als deze vreemdelingen alleen over dit vermogen beschikken, omdat de IND aan hen een dwangsom heeft betaald. Ook speelt de vraag of het COa daarbij gebruik mag maken van ontvangen informatie van de IND over aan vreemdelingen uitbetaalde dwangsommen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:139
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202107338/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202107338/1/V1

202200036/1/R4

Bij brief van 15 juli 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden [appellant] bericht niet te zullen ingaan op zijn verzoek om een akoestisch onderzoek en om maatwerkvoorschriften op te leggen aan [partij]. [appellant] woont aan de [locatie] in Schelluinen. Zijn woning grenst aan de melkveehouderij van [partij]. [appellant] heeft bij het college meerdere malen aangegeven overlast, hinder en schade te ondervinden van [partij]. Naar aanleiding van de uitspraak van 19 november 2021 zijn twee procedures ontstaan. Enerzijds heeft [appellant] hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van 19 november 2021 waarin de rechtbank het beroep van [appellant] niet-ontvankelijk verklaart. Dit hoger beroep behandelt de Afdeling in deze procedure. Anderzijds heeft het college het bezwaarschrift van 8 december 2020 in behandeling genomen en op 13 juli 2022 niet-ontvankelijk verklaard. Volgens het college verzocht [appellant] om het laten uitvoeren van een akoestisch onderzoek en dit is volgens het college geen verzoek om het nemen van een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:227
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Milieu - Overige
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202200036/1/R4

202200516/3/R4

Bij tussenuitspraak van 27 november 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4871, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Utrecht opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in het besluit van 25 november 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Beurskwartier 1" te herstellen. Bij besluit van 27 maart 2025 heeft de raad ter uitvoering van de tussenuitspraak het bestemmingsplan "Beurskwartier 1" opnieuw en gewijzigd vastgesteld. Met het herstelbesluit van 27 maart 2025 heeft de raad het bestemmingsplan in zijn geheel opnieuw vastgesteld. Dit besluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. Voor Rabobank, Jaarbeurs Holding en andere en SRLEV en GVR500 Building zijn hiermee beroepen van rechtswege tegen het herstelbesluit ontstaan. SRLEV en GVR500 Building hebben in een nadere reactie meegedeeld dat zij zich kunnen vinden in het herstelbesluit en zij hebben hun zienswijze over dat besluit ingetrokken. Dat betekent dat zij daarmee ook hun beroep van rechtswege hebben ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:207
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202200516/3/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202200516/3/R4

202201419/2/R3

Bij tussenuitspraak van 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:775, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zwolle opgedragen om binnen 20 weken na verzending van die uitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 17 januari 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Voorsterpoort, Russenweg - Grote Voort (Retail)" te herstellen. Dit bestemmingsplan maakt in het plangebied een detailhandelsontwikkeling mogelijk binnen het hoofdthema "in en om huis" in de woonbranche alsmede in bruin- en witgoedzaken. Het plangebied grenst aan gronden van de bestaande Woonboulevard Zwolle waarvan Euro V eigenaar is. Zij vindt dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan onvoldoende rekening heeft gehouden met haar belangen en het bestemmingsplan niet zorgvuldig heeft voorbereid. Aan de gronden in het plangebied is een ruimere detailhandelsbestemming toegekend dan aan haar gronden. Ook grenst het plangebied aan de bevoorradingsroute van haar gronden. Volgens haar hadden de gronden van de bestaande woonboulevard ook onderdeel moeten van zijn van het plangebied van het bestemmingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:238
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Overijssel
  • uitspraakin de zaak202201419/2/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202201419/2/R3

202202145/1/R3

Bij besluit van 23 februari 2022 heeft de raad van de gemeente Bodegraven-Reeuwijk het bestemmingsplan "Bodegraven Centrum 2022" vastgesteld. Bij besluit van 22 februari 2023 heeft de raad het plan "Bodegraven Centrum 2022" vastgesteld. Het plan is opgesteld op basis van de mogelijkheden die het besluit Crisis- en herstelwet biedt en is een zogenoemd bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Het plan is grotendeels een conserverend plan zonder nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het plangebied betreft het centrum van Bodegraven, de naastgelegen gronden van brouwerij De Molen en het terrein van Versluys. De belangrijkste aanleiding voor het plan is het verankeren van de centrumvisie in het plan. [appellant] en anderen betogen dat artikel 28.1.3, onder a, en artikel 28.1.3, onder b, van de planregels, onduidelijk zijn. Volgens hen leidt dit tot onduidelijkheid over de toegestane hoeveelheid evenementen op het Raadhuisplein.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:228
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202202145/1/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202202145/1/R3

202203259/1/V1

Bij besluit van 6 augustus 2021 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de hoogte van de eigen bijdrage van betrokkenen in de kosten van de opvang vastgesteld op € 11.606,67. Het COa biedt opvangvoorzieningen voor asielzoekers en verlangt een eigen bijdrage in de kosten daarvan als zij vermogen en/of inkomen hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld vermogen hebben als zij een dwangsom van de IND hebben ontvangen, omdat de asielprocedure te lang heeft geduurd. Deze uitspraak gaat over de vraag of het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 voor vreemdelingen een eigen bijdrage mag vaststellen in de kosten van opvang wegens het hebben van vermogen boven de vermogensgrens, als deze vreemdelingen alleen over dit vermogen beschikken, omdat de IND aan hen een dwangsom heeft betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:140
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202203259/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202203259/1/V1

202204395/1/R4

Bij uitspraak van 3 juni 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd en de door het college van burgemeester en wethouders van Soest te betalen dwangsom vastgesteld op € 1.442,00. [appellant] heeft op 6 februari 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het in stand houden van vier recreatiewoningen op het recreatieterrein aan de [locatie] in Soesterberg. Omdat een besluit op de aanvraag uitbleef, heeft [appellant] beroep bij de rechtbank ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Bij de uitspraak van 3 juni 2022 heeft de rechtbank vastgesteld dat het college niet tijdig een besluit op [appellant]s aanvraag heeft genomen en heeft zij het beroep gegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:232
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202204395/1/R4

202205246/2/R3

Bij tussenuitspraak van 11 december 2024 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad van de gemeente Katwijk opgedragen om binnen 26 weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 18 april 2024 te herstellen. Bij besluit van 5 juni 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Tweede Herstelbesluit bestemmingsplan "Woongebied Valkenhorst"" vastgesteld. Deze zaak gaat over de plannen van de gemeente Katwijk om het voormalige Marinevliegkamp Valkenburg te transformeren naar een woon-, werk- en recreatiegebied. Om deze transformatie in planologische zin mogelijk te maken, heeft de raad bij besluit van 30 juni 2022 het bestemmingsplan "Woongebied Valkenhorst" vastgesteld. Onder andere Stichting Valkenburg Groen en Stichting Duinbehoud en anderen hebben tegen dat besluit beroep ingesteld. Naar aanleiding van deze beroepen heeft de raad op 18 april 2024 besloten het bestemmingsplan "Herstelbesluit Woongebied Valkenhorst" vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:225
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202205246/2/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202205246/2/R3

202206226/1/R4

Bij twee besluiten van 24 juni 2021 heeft het college geweigerd aan [appellant] een omgevingsvergunning te verlenen voor het tijdelijk in stand houden van vier extra recreatiewoningen op het recreatieterrein aan de [locatie] in Soesterberg en voor het tijdelijk in stand houden van vier recreatiewoningen op het recreatieterrein die in strijd met de bestemming "Bos-Bostuin" zijn opgericht. Het recreatieterrein bestaat uit een open grasveld omringd met bomen. Volgens het bestemmingsplan "Landelijk gebied" heeft het grasveld de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie - Jachthuis" en mogen daar maximaal 31 zomer- en recreatiewoningen staan. De omliggende gronden met bomen hebben de bestemming "Bos - Bostuin". Op die gronden mag volgens het bestemmingsplan niet worden gebouwd. [appellant] heeft gelijktijdig twee omgevingsvergunningen aangevraagd om gedurende één jaar af te wijken van het bestemmingsplan. De ene aanvraag gaat over het uitbreiden van het aantal recreatiewoningen met vier. De andere aanvraag gaat over het toestaan van vier recreatiewoningen op gronden met de bestemming "Bos - Bostuin".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:234
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202206226/1/R4

202206266/1/R4

Bij besluit van 3 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest besloten tot invordering van door [appellant] verbeurde dwangsommen van in totaal € 45.000,00. [appellant] was tot 1 maart 2022 eigenaar van het recreatieterrein aan de [locatie]. Bij besluit van 17 juni 2019 heeft het college hem gelast om het gebruik van de recreatieverblijven anders dan voor recreatieve doeleinden te staken en gestaakt te houden. Hieraan is een dwangsom verbonden van € 5.000,00 per maand of deel van de maand dat niet geheel wordt voldaan aan deze last, met een maximaal te verbeuren bedrag van € 50.000,00. De (verlengde) termijn om aan de last te voldoen verstreek op 6 februari 2020. Volgens het college is in de periode van 6 februari 2020 tot en met 6 november 2020 het strijdige gebruik van de recreatieverblijven niet gestaakt. Dat blijkt uit gegevens in de Basisregistratie Personen en uit controles op het recreatieterrein. Het college heeft daarom besloten tot invordering van een totaalbedrag van € 45.000,00. Dit is negen maal de verbeurde maandelijkse dwangsom, omdat de eerste verbeurde dwangsom was verjaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:236
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202206266/1/R4

202207144/2/R3

Bij tussenuitspraak van 16 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1735, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak de raad van de gemeente Groningen opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 28 september 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Brandenburgerstraat 7-11", te herstellen. In de tussenuitspraak, in overweging 5.3, heeft de Afdeling overwogen dat de raad het besluit van 28 september 2022 tot vaststelling van het bestemmingsplan in strijd met de bij het voorbereiden van een besluit te betrachten zorgvuldigheid heeft genomen, omdat de raad het belang van [appellant] bij het behoud van de bestemming "Wonen" niet heeft meegewogen. Ter uitvoering van de tussenuitspraak heeft de raad een aanvullende motivering gegeven. [appellant] betoogt dat de belangenafweging die de raad in het besluit van 2 juli 2025 heeft gemaakt onbehoorlijk is.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:204
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Groningen
  • uitspraakin de zaak202207144/2/R3
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202207144/2/R3

202300124/1/V1

Bij besluit van 31 mei 2022 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang vastgesteld op € 5.663,33. Het COa biedt opvangvoorzieningen voor asielzoekers en verlangt een eigen bijdrage in de kosten daarvan als zij vermogen en/of inkomen hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld vermogen hebben als zij een dwangsom van de IND hebben ontvangen, omdat de asielprocedure te lang heeft geduurd. Deze uitspraak gaat over de vraag of het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 voor vreemdelingen een eigen bijdrage mag vaststellen in de kosten van opvang wegens het hebben van vermogen boven de vermogensgrens, als deze vreemdelingen alleen over dit vermogen beschikken omdat de IND aan hen een dwangsom heeft betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:141
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202300124/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202300124/1/V1

202300377/1/A3

Bij besluit van 8 juli 2021 heeft de burgemeester van Gorinchem de woning aan de [locatie] in Gorinchem voor zes maanden gesloten. [appellant A] en [appellant B] wonen in de woning. Zij huren deze woning van de Stichting Poort 6. De burgemeester heeft op 28 juni 2021 een bestuurlijke rapportage, gedateerd op 27 juni 2021, van de politie ontvangen, waarin kort samengevat het volgende staat weergegeven. Op 23 juni 2021 heeft de politie een onderzoek ingesteld naar een zoon van [appellant A] en [appellant B], [zoon A], die op dat moment tijdelijk ook in de woning verbleef. De politie heeft in zijn auto, een Fiat Punto, een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen. Bij een doorzoeking van de woning heeft de politie een handelshoeveelheid harddrugs, twee boksbeugels, grote hoeveelheden contant geld en een pollepel met resten cocaïne aangetroffen. In een andere auto van [zoon A], een Fiat Seicento die tegenover de woning stond geparkeerd, heeft de politie ook een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen. In de auto van een andere zoon van [appellant A] en [appellant B], [zoon B], heeft de politie ook een handelshoeveelheid harddrugs aangetroffen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:210
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202300377/1/A3

202300567/1/A3

Bij besluit van 28 januari 2021 heeft de burgemeester van Gorinchem besloten om met toepassing van een last onder bestuursdwang de woning aan de [locatie] te Gorinchem voor drie maanden te sluiten. Op 13 november 2020 heeft de burgemeester van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen. Hieruit blijkt dat de politie op 9 oktober 2020 in de woning aan de [locatie] te Gorinchem en op de oprit van die woning voorwerpen en stoffen heeft aangetroffen die, vanwege de aard en hoeveelheid en gezien de onderlinge combinatie, volgens de politie bedoeld zijn voor grootschalige hennepteelt. De burgemeester betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de waarschuwing niet kwalificeert als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht en dat de rechtbank daarom hierover niet inhoudelijk mocht oordelen. De burgemeester voert hiertoe aan dat de waarschuwing in dit geval niet is gebaseerd op een wettelijke regeling en dat er geen bijzondere omstandigheden zijn die ertoe nopen om de waarschuwing gelijk te stellen met een besluit. De waarschuwing heeft een beperkte geldigheidsduur van drie jaar, gerekend vanaf de datum van het oorspronkelijke primaire besluit van 28 januari 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:219
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202300567/1/A3

202302590/2/R1

Bij tussenuitspraak van 7 mei 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2052, heeft de Afdeling de raad van de gemeente Zaanstad opgedragen om binnen 26 weken na de verzending van de tussenuitspraak de daarin geconstateerde gebreken in de besluiten van 6 april 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Hofwijk Noord fase 1" en 30 november 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Herstelbesluit bestemmingsplan Hofwijk Noord fase 1" te herstellen. Met het herstelbesluit heeft de raad het bestemmingsplan "Hofwijk Noord fase 1" opnieuw gewijzigd vastgesteld. Het herstelbesluit wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding. Voor De Witte Olifant en anderen is hiermee een beroep van rechtswege tegen het herstelbesluit ontstaan. De ontwikkelaars van het plan, [partij A] en [partij B], hebben in hun zienswijze laten weten dat zij instemmen met het herstelbesluit. Voor hen is daarom geen beroep van rechtswege ontstaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:218
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202302590/2/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202302590/2/R1

202302591/1/A3

Bij besluit van 14 april 2020 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen de horeca-inrichting aan de [locatie 1] in Sittard voor twaalf maanden gesloten. [vennoot] huurde de horeca-inrichting aan de [locatie 1] in Sittard en exploiteerde daar [lunchroom]. Naar aanleiding van twee Meld Misdaad Anoniem meldingen (hierna: MMA-meldingen) en een proces-verbaal van Team Criminele Inlichtingen van de politie heeft de politie een strafrechtelijk onderzoek gedaan naar de horeca-inrichting. Van dit onderzoek is op 28 januari 2020 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Hierin is opgenomen dat in de horeca-inrichting 13,3 gram hennep en 7,4 gram hasj in de keuken zijn aangetroffen. In het systeemplafond is 0,77 gram hennep aangetroffen en in een jas van de zoon van [vennoot] zijn 5 gram hasj, 6 XTC-pillen en ongeveer 0,5 gram vermoedelijk cocaïne gevonden. Verder zijn in de horeca-inrichting drie digitale weegschalen, een stroomstootwapen en € 12.825,54 aan contant geld aangetroffen. Ook zijn 750 Kamagra pillen en 259 Kamagra gels gevonden. De V.O.F. en [vennoot] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om de horeca-inrichting te sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:81
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202302591/1/A3

202302594/1/A3

Bij besluit van 23 april 2020 heeft de burgemeester van Sittard-Geleen de horeca-exploitatievergunning van [appellanten] ingetrokken. Bij besluit van 30 september 2020 heeft de burgemeester het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij besluit van 11 december 2018 heeft de burgemeester aan [appellanten] een vergunning verleend voor het exploiteren van het horecabedrijf [lunchroom] aan de [locatie] in Sittard. Naar aanleiding van twee Meld Misdaad Anoniem meldingen en een proces-verbaal van Team Criminele Inlichtingen van de politie heeft de politie een strafrechtelijk onderzoek gedaan in de horeca-inrichting. Van dit onderzoek is op 28 januari 2020 een bestuurlijke rapportage opgesteld. Hierin is opgenomen dat 13,3 gram hennep en 7,4 gram hasj in de keuken zijn aangetroffen. In het systeemplafond is 0,77 gram hennep aangetroffen en in de jas van de zoon van [appellanten] zijn 5 gram hasj, 6 XTC-pillen en ongeveer 0,5 gram vermoedelijk cocaïne gevonden. Verder zijn in de horeca-inrichting drie digitale weegschalen, een stroomstootwapen en € 12.825,54 aan contant geld aangetroffen. Ook zijn 750 Kamagra pillen en 259 Kamagra gels gevonden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:82
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202302594/1/A3

202302657/1/R1

Bij besluit van 13 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen een omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de woning op het perceel [locatie] in Santpoort-Zuid geweigerd. [wederpartij] is eigenaar van het perceel [locatie]. Het college heeft op 21 december 2018 een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een nieuwe woning en een vrijstaand bijgebouw op het perceel. [wederpartij] heeft de vergunde woning tijdens de bouw uitgebreid met een garage en bijkeuken die in architectonisch opzicht één geheel vormen met de woning De gevelbekleding van de woning is doorgezet in de gevel van de garage en bijkeuken. Daardoor ontstaat optisch één geheel. Tussen de glazen wand van de woonkamer en de daartegenover gelegen muur van de nieuwe bebouwing bevindt zich een open doorgang. Deze doorgang is overdekt; door partijen wordt dat een overkapping genoemd. De aanvraag om een omgevingsvergunning die [wederpartij] op 12 april 2021 heeft ingediend dient ter legalisering van de uitbreiding van de woning. Het college is niet bereid om medewerking te verlenen aan afwijking van het bestemmingsplan, omdat het bouwplan volgens hem in strijd is met het gemeentelijke beleid en er geen reden is om daarvan af te wijken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:48
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202302657/1/R1

202302658/1/R1

Bij besluit van 21 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Velsen aan [appellanten sub 2] een last onder dwangsom opgelegd vanwege het zonder omgevingsvergunning bouwen en in stand laten van een uitbreiding van de woning op het perceel [locatie] in Santpoort-Zuid. Op 21 december 2018 heeft het college aan [appellant sub 2A] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een woning op het perceel. Deze vergunning is onherroepelijk. Bij een controle hebben toezichthouders van de gemeente geconstateerd dat de woning groter is uitgevoerd dan is vergund. De woning is uitgebreid met een garage en bijkeuken die in architectonisch opzicht één geheel vormen met de woning. De gevelbekleding van de woning is doorgezet tot en met de garage en bijkeuken. Daardoor is optisch één geheel ontstaan. Tussen de glazen wand van de woonkamer en de verticale muur van de nieuwe bebouwing bevindt zich een open doorgang. Deze doorgang is overdekt; door partijen wordt dat een corridor of overkapping genoemd. De rechtbank heeft geoordeeld dat artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, en artikel 2.3a van de Wabo niet is overtreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:49
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302658/1/R1

202302771/1/A3

Bij besluit van 25 november 2021 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat de aanvraag van [appellant] om een monsterboekje afgewezen. [appellant] heeft bij het Kiwa Register een aanvraag gedaan voor een Nederlands monsterboekje. In een monsterboekje staan gegevens over de werkervaring en opleidingen van een zeevarende en het is een verplicht document voor registratie en identificatie van een zeevarende. De minister heeft de aanvraag afgewezen omdat [appellant] niet voldoet aan de eisen voor het afgeven van een monsterboekje. De rechtbank heeft overwogen dat de minister beoordelingsruimte heeft bij het afgeven van een monsterboekje en dat de minister zijn bevoegdheid niet heeft overschreden. Volgens de rechtbank heeft [appellant] niet onderbouwd dat hij een monsterboekje nodig heeft voor de uitoefening van zijn beroep, omdat hij geen bewijsstukken heeft overgelegd die aantonen dat hij werkzaam is of zal zijn op zee. Een vaarbevoegdheidsbewijs is naar het oordeel van de rechtbank geen bewijsstuk. Het beoordelingskader voor een vaarbevoegdheidsbewijs is anders dan die voor een monsterboekje.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:223
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202302771/1/A3

202302916/1/V1

Bij besluit van 7 juli 2022 heeft het Centraal Orgaan opvang asielzoekers de hoogte van de eigen bijdrage van appellant in de kosten van de opvang voor de periode van 1 tot en met 31 maart 2022 vastgesteld op € 475,95. Het COa biedt opvangvoorzieningen voor asielzoekers en verlangt een eigen bijdrage in de kosten daarvan als zij vermogen en/of inkomen hebben. Zij kunnen bijvoorbeeld vermogen hebben als zij een dwangsom van de IND hebben ontvangen, omdat de asielprocedure te lang heeft geduurd. Deze uitspraak gaat over de vraag of het COa op grond van de Rva 2005 en de Reba 2008 voor vreemdelingen een eigen bijdrage mag vaststellen in de kosten van opvang wegens het hebben van vermogen boven de vermogensgrens, als deze vreemdelingen alleen over dit vermogen beschikken, omdat de IND aan hen een dwangsom heeft betaald.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:142
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Opvang asielzoekers
  • uitspraakin de zaak202302916/1/V1
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202302916/1/V1

202304429/1/R3

Bij besluit van 19 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Staphorst besloten de opgelegde last onder dwangsom van 17 maart 2020, om verschillende overtredingen op het op het perceel [locatie] in Staphorst ongedaan te maken, op te heffen op grond van artikel 5:34, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht. [appellanten] wonen op het perceel [locatie 2] in Staphorst. Dat is gelegen naast het perceel van [partijen] waar het in deze procedure om gaat. Op 21 januari 2020 hebben [appellanten] verzocht om handhavend op te treden tegen het strijdig gebruik van het weiland achter de woning. Het handhavingsverzoek is in eerste instantie bij besluit van 19 maart 2020 deels toegewezen en bij besluit van 17 maart 2020 is er een last onder dwangsom opgelegd aan [partijen] voor het ongedaan maken van het strijdig gebruik van gronden met de bestemming "Agrarisch met waarden - Landschap en Natuur" als tuin en dit niet te herhalen. In het besluit op bezwaar van 28 september 2020 is het college hier echter op teruggekomen en heeft het college het verzoek om handhavend op te treden alsnog afgewezen, omdat het gebruik als tuin volgens het college niet in strijd is met de bestemming.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:217
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Project strijd bestemmingsplan
  • uitspraakin de zaak202304429/1/R3

202304433/1/R4

Bij afzonderlijke besluiten van 29 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest zowel aan [appellant] als aan Jachthuis Resort twee lasten onder dwangsom opgelegd. De eerste last onder dwangsom is opgelegd om het gebruik van de recreatieverblijven en het receptiegebouw op het recreatieterrein aan de [locatie 1] in Soesterberg anders dan voor recreatieve doeleinden te staken en gestaakt te houden. De tweede last onder dwangsom is opgelegd om de kantoorvilla aan de [locatie 2] niet meer te (laten) gebruiken als logiesfunctie of voor andere woondoeleinden (bijvoorbeeld kamergewijze verhuur). [appellant] was eigenaar van de kantoorvilla en van de recreatieverblijven en het receptiegebouw op het recreatieterrein. In 2017 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd omdat de kantoorvilla, in strijd met het bestemmingsplan "Landelijk gebied", werd gebruikt voor kamergewijze bewoning. In 2019 heeft het college aan [appellant] een last onder dwangsom opgelegd omdat de recreatieverblijven in strijd met het bestemmingsplan niet-recreatief werden gebruikt voor huisvesting van arbeidsmigranten. Deze besluiten zijn onherroepelijk geworden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:235
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202304433/1/R4

202304493/1/R2

Bij besluit van 1 oktober 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg een omgevingsvergunning verleend aan Timber and Building Supplies Holland N.V. voor de nieuwbouw en verbouw van een bestaand distributiecentrum (zonder houtzagerij) inclusief stellingen, benodigde geluidschermen en perceelafscheidingen op de percelen Lovensekanaaldijk 60-80 in Tilburg. TABS heeft op 28 mei 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor de nieuwbouw en verbouw van een bestaand distributiecentrum aan de Lovensekanaaldijk 60-80 in Tilburg. Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Loven 2016". Op het perceel rusten ingevolge dat plan de enkelbestemmingen "Bedrijventerrein" en "Verkeer - Verblijf", de dubbelbestemming "Waarde-Archeologie" en de functieaanduiding "bedrijf tot en met categorie 3.1". Het bouwplan is op een aantal onderdelen in strijd met dit plan, namelijk voor zover het betreft de afstand van het bouwplan tot een potentieel waardevolle boom, de verplichting een rapport over te leggen waarin de archeologische waarden van het terrein zijn onderzocht, en de beoogde terreinafscheiding van 2,5 m hoog die, voor zover gelegen binnen de bestemming "Verkeer-Verblijf", hoger is dan de binnen die bestemming toegestane 2 m.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:229
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304493/1/R2

202304657/5/R2

Bij tussenuitspraak van 4 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2558, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 11 juli 2023 te herstellen. Bij besluit van 16 september 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Bakertand" gewijzigd vastgesteld. Naar aanleiding van het beroep van [appellante] heeft de Afdeling in de tussenuitspraak een gebrek in het besluit van 11 juli 2023 geconstateerd. De raad heeft het besluit van 16 september 2025 genomen om dit gebrek te herstellen. Het beroep van [appellante] tegen het besluit van 11 juli 2023 heeft van rechtswege ook betrekking op het besluit van 16 september 2025, tenzij zij daarbij onvoldoende belang heeft. Dat volgt uit in artikel 6:19, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:233
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202304657/5/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202304657/5/R2

202304792/1/A3

Bij besluit van 22 juli 2021 heeft de minister van Financiën het verzoek van [appellant sub 2] op grond van artikel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming om inzage van zijn persoonsgegevens in de Fraudesignaleringsvoorziening ingewilligd en de verzoeken op grond van de artikelen 16 en 17 van de AVG om rectificatie en wissing van die gegevens afgewezen. Bij brief van 20 mei 2021 heeft de minister [appellant sub 2] ervan op de hoogte gesteld dat zijn gegevens waren opgenomen in de FSV. Bij brief van 25 juni 2021 heeft [appellant sub 2], voor zover in hoger beroep aan de orde, de minister verzocht om inzage in alle persoonsgegevens in zijn FSV-dossier en om rectificatie en wissing daarvan. Aan de Tweede Kamer is toegezegd dat tot nader order geen gegevensverwerkingen in de FSV worden gewist. De minister is in het besluit op het daartegen door [appellant sub 2] gemaakte bezwaar bij de afwijzing van de verzoeken om rectificatie en wissing gebleven. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister bij het besluit van 28 oktober 2021 ten onrechte niet de informatie over de bron van de gegevens in de FSV heeft verstrekt, maar dat de minister die gegevens in de beroepsfase alsnog heeft verstrekt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:226
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Persoonsgegevens
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202304792/1/A3

202305656/1/R2

Bij besluit van 15 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Deurne aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het opstarten van agrarisch technische nevenactiviteiten en voor de realisatie van een installatie voor het fokken, mesten of houden van 60 vleesrunderen op 60 dierplaatsen aan de [locatie 1] in Liessel. [vergunninghoudster] heeft een gemengd bedrijf met varkens en runderen op de [locatie 2] te Liessel. [vergunninghoudster] wil overstappen naar een bedrijf met alleen rundvee. Daarbij wil [vergunninghoudster] machines en materialen opslaan ten behoeve van loonwerk en grondverzet. [vergunninghoudster] heeft onder meer voor het opstarten van agrarisch technische nevenactiviteiten op de [locatie 1] een omgevingsvergunning aangevraagd. Op de [locatie 1] geldt het bestemmingsplan "Derde herziening bestemmingsplan Buitengebied". Het perceel heeft de bestemming "Agrarisch" met de functieaanduidingen "intensieve veehouderij" en "specifieke vorm van agrarisch - overige veehouderij".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:200
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Vee e.a. dieren
  • uitspraakin de zaak202305656/1/R2

202306968/1/R3

Bij besluit van 21 september 2023 heeft de raad van de gemeente Rijswijk het bestemmingsplan "Pasgeld-West" vastgesteld. Het plan voorziet in maximaal 1000 woningen, een integraal kindcentrum bestaande uit een school, een kinderopvang en een gymzaal, een sporthal, enkele bedrijven en groen en water in het zuiden van Rijswijk. Pasgeld is een van de drie delen van de woningbouwlocatie "RijswijkBuiten". De andere twee delen zijn Sion en Parkrijk (voorheen ’t Haantje) en deze delen zijn al in ontwikkeling. De delen Sion en Parkrijk hebben een planologische grondslag in het bestemmingsplan "Sion- ’t Haantje", zoals tweemaal herzien. Partijen zijn verdeeld over de vraag of de rechtspraakwijziging over intern salderen bij projecten in de uitspraak van de Afdeling van 18 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4923 (de 18 december-uitspraak) ook van toepassing is op bestemmingsplannen. Als deze rechtspraakwijziging ook van toepassing is op bestemmingsplannen, zijn partijen verdeeld over de vraag op welke wijze dat leidt tot een wijziging van het toetsingskader bij bestemmingsplannen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:193
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202306968/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202306968/1/R3

202307200/1/R2

Bij besluit van 9 december 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Valkenswaard aan Oostappen een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van de gronden en gebouwen aan de Maastrichterweg 183 in Valkenswaard te staken en gestaakt te houden. Oostappen is eigenaar en exploitant van het Vakantiepark Brugse Heide aan de Maastrichterweg 183 in Valkenswaard. Oostappen Groep B.V. is enig aandeelhouder en bestuurder van Oostappen. Op het perceel rust op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Buitengebied" de bestemming "Recreatie - Verblijfsrecreatie". Het college heeft Oostappen in het primaire besluit een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van gronden en bouwwerken die een recreatieve bestemming hebben voor de huisvesting van arbeidsmigranten te staken. Oostappen betoogt dat het besluit op bezwaar van 6 december 2022 niet aan haar was gericht en bekendgemaakt, waardoor er geen last onder dwangsom aan haar is opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:201
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202307200/1/R2
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202307200/1/R2

202307784/1/R1

Bij besluit van 21 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haarlem de aanvraag van [appellant] om een omgevingsvergunning voor het veranderen van de bovenwoning aan de [locatie A] in Haarlem in twee woningen, buiten behandeling gesteld. [appellant] is eigenaar van het pand aan voorheen de [locatie B] in Haarlem. In 1999 heeft hij dit pand bouwkundig en kadastraal laten splitsen in twee woningen. Aan elk van de woningen is daarna een apart huisnummer toegekend ([nummer A] en [nummer B]). Voor de bewoners van elk van deze woningen is destijds een parkeervergunning verleend (in de vorm van een parkeervignet). In 2021 is het [appellant] gebleken dat voor de splitsing in twee woningen, en het in stand houden daarvan, een omgevingsvergunning is vereist. Deze heeft hij op 24 december 2021 alsnog aangevraagd. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat het college de aanvraag om omgevingsvergunning niet buiten behandeling mocht stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:203
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307784/1/R1

202307800/1/R3

Bij besluit van 16 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag geweigerd om aan [appellant] omgevingsvergunning te verlenen voor het kappen van een watercipres aan de Van Trigtstraat 1 in Den Haag. [appellant] woont aan de [locatie] in Den Haag. Aan de zijkant van de woning is een smalle strook die behoort tot de tuin. Hier staat een watercipres vlak bij de woning. [appellant] wil deze boom kappen, omdat deze schade veroorzaakt aan het wandelpad op deze strook en volgens hem ook schade zal kunnen veroorzaken aan de fundering van zijn woning. Het college heeft de door [appellant] gevraagde kapvergunning geweigerd, omdat het aan de hand van het ingevulde BAF tot de conclusie is gekomen dat het belang bij het behoud van de boom zwaarder weegt dan de belangen van [appellant] bij het kappen van deze boom. De rechtbank heeft het hiertegen gerichte beroep van [appellant] ongegrond verklaard. [appellant] is het hier niet mee eens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:198
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Kapvergunningen
  • uitspraakin de zaak202307800/1/R3

202307956/1/A3

Bij besluit van 17 februari 2022 heeft de burgemeester van Almelo de woning aan de [locatie] te Almelo met ingang van 24 februari 2022 voor zes maanden gesloten. [appellant] woonde in de woning aan de [locatie] te Almelo. Op 22 december 2021 heeft de burgemeester van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen. Hieruit blijkt dat er op 29 november 2021 in het kader van een strafrechtelijk onderzoek een doorzoeking heeft plaatsgevonden in de woning. Tijdens die doorzoeking is in de woning het volgende aangetroffen: een vuurwapen, een zak met netto 126,52 gram cannabis, drie zakken met in totaal 149,81 gram amfetamine, meer dan 20 gripzakjes, cannabisresten en een weegschaaltje. [appellant] betoogt dat de rechtbank heeft miskend dat de sluiting van de woning voor de duur van zes maanden onevenredig lang is, en dat een sluiting voor de duur van drie maanden voldoende was om de met het besluit te dienen doelen te bereiken. Verder voert [appellant] aan dat hij niet beschikte over vervangende woonruimte. Voorafgaand aan de sluiting van de woning dan wel tijdens die woningsluiting stond nog niet vast dat [appellant] zich gedurende de gehele periode van sluiting in detentie zou bevinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:213
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202307956/1/A3

202400146/1/A3

Bij besluit van 2 januari 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten [appellanten] op 8 november 2018 uitgeschreven uit de basisregistratie personen. [appellant] stond ingeschreven op het adres [locatie] in Cadier en Keer. Bij e-mail van 7 oktober 2018 heeft [appellant] aan het college meegedeeld dat hij per 28 september 2018 niet meer op dit adres woont. Met het besluit van 2 januari 2019 heeft het college [appellant] op grond van de Wet basisregistratie personen uit de brp uitgeschreven. Met het besluit van 9 juni 2021 is het hier bij gebleven. De rechtbank heeft geoordeeld dat vaststaat dat het college [appellant] naar zijn nieuwe woon- of verblijfplaats heeft gevraagd. Omdat [appellant] hier geen gehoor aan heeft gegeven, heeft het college zich terecht op het standpunt gesteld dat [appellant], desgevraagd, geen verblijfplaats als bedoeld in de Wet brp kenbaar heeft willen maken. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat geen sprake is geweest van aangifte van adreswijziging en/of vertrek.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:221
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Basisregistratie
  • uitspraakin de zaak202400146/1/A3

202400451/1/R1

Bij besluit van 30 november 2023 heeft de raad van de gemeente Medemblik het bestemmingsplan "Veegplan gemeente Medemblik" vastgesteld. Het veegplan is een partiële herziening die de regels van meerdere bestaande bestemmingsplannen wijzigt. Deze zaak gaat over de wijziging voor bollenbroeierijen binnen de bestemming "Agrarisch". Het beroep van [appellanten] is daartegen gericht. Volgens hen zijn bollenbroeierijen niet passend binnen die bestemming in een gebied dat bedoeld is voor grondgebonden agrarische bedrijven. Zij vrezen voor overlast in de vorm van geluidhinder, verkeer door vrachtwagens en landschapsvervuiling door een groot aantal hoge schuurkassen met bijbehorende voorzieningen zoals bassins van zwart plastic. Volgens [appellanten] horen bollenbroeierijen thuis in een kassengebied en niet in een gebied dat bedoeld is voor grondgebonden agrarische bedrijven. [appellanten] vrezen dat er op grond van dit plan steeds meer bollenbroeierijen in het buitengebied zullen verrijzen of zullen uitbreiden, waarbij de bouwvlakken in de toekomst sterk zullen toenemen omdat bollenbroeierijen vaak in schaal willen groeien.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:237
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202400451/1/R1

202400601/1/R1

Bij besluit van 20 september 2023 heeft de raad van de gemeente Texel het bestemmingsplan "Woonzorglocatie Gasthuisstraat II" vastgesteld. Het plan maakt op het perceel Gasthuisstraat 55 een woon-zorgcomplex met maximaal 53 eenheden mogelijk. Op het perceel waren een basisschool en gymzaal aanwezig. In het vorige plan hadden de gronden in het plangebied de bestemmingen "Maatschappelijk", "Sport" en "Groen". Het plangebied krijgt met het plan de enkelbestemming "Maatschappelijk-Woonzorgcomplex". De gymzaal is al eerder gesloopt en de gronden daarvan waren ten tijde van de vaststelling van het plan in gebruik als parkeerterrein. Het schoolgebouw moet voor de realisering van het plan worden gesloopt. [appellant sub 1] woont aan de [locatie] op het perceel dat aan de zuidzijde grenst aan het plangebied. [appellant sub 2] en anderen wonen aan de Beatrixlaan tegenover het plangebied. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] en anderen zijn het niet eens met de vaststelling van het plan. Zij vinden dat onvoldoende rekening is gehouden met hun belangen als omwonenden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:216
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202400601/1/R1
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202400601/1/R1

202401156/1/R2

Bij besluit van 14 december 2023 heeft de raad van de gemeente Someren het bestemmingsplan "Waterlaat en Opper oneven Someren" vastgesteld. Het plan voorziet in de realisatie van maximaal veertien woningen in de vorm van vrijstaande woningen, twee-onder-een-kapwoningen en aaneengebouwde en geschakelde woningen. Het plangebied, in het zuiden van de kern Someren, is op dit moment grotendeels in gebruik als achtertuinen bij verschillende woningen aan de Kommerstraat. [appellant] woont aan de [locatie] in Someren, grenzend aan het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan, onder andere omdat op korte afstand tegenover zijn woning woningen gebouwd mogen worden. [partij] is eigenaar van een deel van de gronden in het plangebied, kadastraal bekend gemeente Someren, sectie B, nr. 5183, en sectie S, nr. 2166, tegenover het perceel van [appellant].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:215
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202401156/1/R2

202401290/1/R2

Bij besluit van 11 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tilburg aan [vergunninghoudster] een omgevingsvergunning verleend voor het verbouwen van haar woning aan de [locatie 1] in Tilburg. [vergunninghoudster] is de eigenaresse van de woning op [locatie 1] in Tilburg. Zij is begonnen met de verbouwing van het pand zonder de daarvoor benodigde omgevingsvergunning. Op 1 december 2020 heeft zij een omgevingsvergunning aangevraagd om de verbouwing te legaliseren. Deze heeft het college verleend op 11 maart 2021. [appellant] woont op [locatie 2] en komt op tegen deze omgevingsvergunning. Volgens haar heeft het college fouten gemaakt bij de verlening van de omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning mocht verlenen. Volgens haar is onduidelijk hoeveel bebouwing er wordt toegestaan in de omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:214
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401290/1/R2

202401310/1/R2

Bij besluit van 8 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gemert-Bakel een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfsgebouw ter vervanging van stallen op de locatie Handelsesteeg 30 in Gemert. De locatie heeft ingevolge het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Gemert-Bakel Buitengebied 2017" de enkelbestemming "Agrarisch-Agrarisch bedrijf". Het bouwplan is niet passend binnen het bestemmingsplan, omdat de toegestane maximale goothoogte van 4,5 m wordt overschreden met 0,45 m en de toegestane maximale afstand tussen gebouwen van 15 m wordt overschreden met 16 m. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 1o, van de Wabo, in samenhang met artikel 4.3.6 en artikel 32.13 van de planregels, met als voorwaarde dat het erfinrichtingsplan uiterlijk op 1 maart 2023 moet zijn uitgevoerd en vervolgens in stand wordt gehouden. Het bedrijfsgebouw is inmiddels gebouwd. [appellant] woont aan de [locatie]. Hij is het niet eens met de verleende omgevingsvergunning. De rechtbank heeft zijn beroep ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:224
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202401310/1/R2

202401432/1/A3

Bij besluit van 11 augustus 2022 heeft de burgemeester van Amersfoort besloten om met toepassing van een last onder bestuursdwang de woning aan de [locatie] in Amersfoort te sluiten voor een periode van drie maanden. [appellant] woonde in de woning aan de [locatie] te Amersfoort. Hij huurde de woning van Stichting De Alliantie. Op 12 juni 2022 heeft de burgemeester van de politie een bestuurlijke rapportage ontvangen. Hieruit blijkt dat de politie op 3 april 2022 in de woning een handelshoeveelheid harddrugs heeft aangetroffen, namelijk in totaal 15,5 gram cocaïne en 4.09 gram heroïne. Verder heeft de politie een groot contant geldbedrag in verschillende coupures aangetroffen, alsmede drie mobiele telefoons, meerdere lege gripzakjes en een weegschaaltje. Naar aanleiding hiervan heeft de burgemeester besloten om met toepassing van een last onder bestuursdwang de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet en overeenkomstig de Beleidsregel Sluiting lokalen en woning op grond van artikel 13b Opiumwet (Damoclesbeleid gemeente Amersfoort) met ingang van 17 augustus 2022 voor drie maanden tot en met 16 november 2022 te sluiten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:212
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202401432/1/A3

202402716/1/R4

Bij besluit van 27 maart 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist geweigerd om [appellante] een omgevingsvergunning te verlenen voor het realiseren van een uitweg bij de [locatie] in Zeist. [appellante] is eigenaresse van het perceel. Op het perceel staat een hoekwoning. Deze woning staat aan de buitenzijde van een rij met aaneengesloten rijtjeswoningen. Het college heeft de aanvraag van [appellante] om een omgevingsvergunning voor de uitweg geweigerd in het belang van ‘de bescherming van het uiterlijk aanzien van de omgeving’. Die weigeringsgrond staat in artikel 2:12, tweede lid, aanhef en onder c, van Algemene plaatselijke verordening Zeist 2017. In het ‘Beleid uitwegen gemeente Zeist’ (hierna: het uitwegenbeleid) heeft het college een nadere invulling gegeven aan die weigeringsgrond. Volgens het college is die weigeringsgrond van toepassing, omdat op het perceel geen auto naast of achter de hoekwoning kan worden geparkeerd. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college de omgevingsvergunning heeft mogen weigeren op grond van artikel 2:12, tweede lid, aanhef en onder c, van de Apv, gelezen in samenhang met artikel 4, derde lid, aanhef en onder a, van het uitwegenbeleid.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:199
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202402716/1/R4

202402888/1/A3

Bij besluit van 29 december 2021 heeft de burgemeester van Amsterdam besloten om de woning aan de [locatie] in Amsterdam voor drie maanden te sluiten. [appellant] woont met zijn vrouw en hun twee zonen [zoon 1] en [zoon 2] [appellant] in de woning aan de [locatie] in Amsterdam. Op 12 november 2021 heeft de politie een tip ontvangen dat [zoon 2] [appellant] in het bezit zou zijn van een vuurwapen. Hij is dezelfde dag aangehouden wegens vuurwapenbezit. Naar aanleiding van deze aanhouding heeft de politie de woning doorzocht. Tijdens deze doorzoeking werd 1,5 kg softdrugs, ruim 100 gr cocaïne, een steekwapen en een drugspers aangetroffen. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester bevoegd was om de woning te sluiten en dat de sluiting in dit geval noodzakelijk en niet onevenwichtig was. De burgemeester mocht dus overgaan tot sluiting van de woning. [appellant] betoogt dat de burgemeester gelet op de voorliggende feiten en omstandigheden niet direct tot sluiting van de woning had mogen overgaan, maar eerst een waarschuwing had moeten geven. De rechtbank heeft dat volgens hem niet onderkend.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:190
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202402888/1/A3

202403073/1/R4

Bij besluit van 21 maart 2024 heeft de raad van de gemeente Brummen het bestemmingsplan "[locatie 1], Empe" vastgesteld. Op het perceel [locatie 2]/[locatie 1] zijn al lange tijd feitelijk twee wooneenheden aanwezig, die door twee afzonderlijke huishoudens worden bewoond. Met het bestemmingsplan "[locatie 1], Empe" wordt deze feitelijke situatie geformaliseerd. Om op dit perceel te komen rust er een recht van overpad op het pad naast het perceel [locatie 3] van [appellante]. [appellante] vreest voor overlast als gevolg van het plan. [appellante] voert aan dat het bestemmingsplan niet voorziet in voldoende gelegenheid om op het perceel te parkeren en keren. Omdat op het perceel niet voldoende parkeer- en keermogelijkheden zijn, wordt er voortdurend op grond van [appellante] geparkeerd en gekeerd, aldus [appellante]. Ter zitting is verduidelijkt dat dit vooral ziet op pakketbezorgers die ten behoeve van [locatie 2] en [locatie 1] de oprit oprijden en vervolgens korte tijd parkeren op het terrein van [appellante].

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:192
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403073/1/R4

202403248/1/R4

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "[locatie], Alverna" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van een seniorenwoning op een perceel aan de Akkerweg, dat thans nog bestaat uit een weide met enkele bomen. [appellant] woont aan de Panhuisweg, direct ten oosten van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan. [appellant] voert in de eerste plaats aan dat het bouwinitiatief, waarvoor het bestemmingsplan is bedoeld, niet voldoet aan de gemeentelijke toetsingscriteria voor kleinschalige particuliere woningbouwinitiatieven (hierna: de KPI). Naar zijn mening komt het bouwinitiatief niet in aanmerking voor het op grond van dat beleid vereiste puntenaantal, omdat het niet in een bebouwingscluster ligt en er geen sloop van agrarische bebouwing plaatsvindt. [appellant] stelt verder dat de raad bij de beoordeling van de vraag of de ontwikkeling past binnen de structuurvisie ten onrechte slechts het voorliggende plan in beschouwing heeft genomen. Naar zijn mening is de raad er daarbij aan voorbijgegaan dat er aan de Akkerweg sinds 2012 al elf andere woningen zijn gebouwd, en dat dit plan leidt tot onaanvaardbare verdere verstedelijking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:191
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403248/1/R4

202403580/1/A2

Bij uitspraak van 14 februari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:618) heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Limburg van 21 december 2021 in zaak nr. 20/303 vernietigd, het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen van 30 september 2020 vernietigd en bepaald dat tegen een nieuw te nemen besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. [appellante] heeft voor haar zoon [naam zoon] voor het schooljaar 2020-2021 een aanvraag ingediend voor de bekostiging van leerlingenvervoer naar en van de school Kindsheid Jesu in Hasselt (België). Dit is een school voor voortgezet onderwijs die beschikt over deskundigheid op het gebied van jongeren met een autismespectrumstoornis. [zoon] verblijft ook drie nachten per week op het bij de school behorende internaat. Bij besluit van 30 september 2020 heeft het college de aanvraag afgewezen. Het college heeft aan die afwijzing onder meer ten grondslag gelegd dat op grond van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Beekdaelen 2019, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra in beginsel geen aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school in het buitenland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:211
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403580/1/A2

202404832/1/V6

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen (hierna: het verzoek), afgewezen. [appellante] heeft de Marokkaanse nationaliteit. Zij had tot haar zoon op [datum] 2022 meerderjarig werd, een verblijfsdocument met de aantekening 'Familielid van een burger van de Unie', ontleend aan artikel 20 van het VWEU (een Chavez-Vilchezverblijfsrecht). Op 9 december 2021 heeft [appellante] een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM. Bij besluit van 22 april 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie deze aanvraag van [appellante] afgewezen. Bij besluit op bezwaar van 26 januari 2023 heeft de minister [appellante] alsnog een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij haar zoon verleend op grond van artikel 8 van het EVRM. De minister heeft de ingangsdatum van deze verblijfsvergunning vastgesteld op 19 mei 2022, omdat [appellante] vanaf die datum aan alle vereisten voldeed. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat in de naturalisatieprocedure geen inhoudelijk oordeel kan worden gegeven over een Unierechtelijk verblijfsrecht. Volgens [appellante] is dit in strijd met het Unierecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:197
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202404832/1/V6

202405030/1/R4

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Elburg het bestemmingsplan "Kruisweg 18 te Elburg" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouwmogelijkheid voor tien appartementen en vijf grondgebonden rijwoningen op een plek aan de Kruisweg waar een autoverkoopbedrijf was gevestigd. [appellant] woont aan de [locatie] naast het plangebied. Hij komt op tegen het bestemmingsplan vanwege de gevolgen van het appartementengebouw voor zijn woonsituatie. Dat gebouw komt aan de zijkant van zijn woning en naast de zijtuin. [partij] is de initiatiefnemer van de woningbouwontwikkeling. Het appartementengebouw leidt volgens [appellant] vooral door de hoogte tot onrechtmatige hinder. Er had voor ten minste twee appartementen minder gekozen moeten worden. Het zonneonderzoek is volgens hem niet goed uitgevoerd. De raad heeft ten onrechte niet gemotiveerd waarom is gekozen voor de lichte TNO-norm. Daarbij is het verlies aan bezonning van de tuin, dat op momenten in het voor- en najaar 70-90% zal bedragen, niet beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:209
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202405030/1/R4
  • persaankondiging bij de uitspraak in de zaak 202405030/1/R4

202405547/1/R4

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Winterswijk de aanvraag van [appellant] om een bestemmingsplan vast te stellen voor de verplaatsing van het bouwvlak voor de locatie Jonkersweg 13 in Winterswijk afgewezen. [appellant] beoogt met de aangevraagde vaststelling van het bestemmingsplan "Jonkersweg 13" de verplaatsing van een in het bestemmingsplan "Verblijfsrecreatieterrein Winterswijk" opgenomen bouwvlak voor een bedrijfswoning, gelegen in het recreatiepark Den Möllenhof, naar een andere locatie waar al een houten chalet, eigendom van [appellant], staat. Het oorspronkelijke bouwvlak zou ter plaatse worden verwijderd. Uit het door [appellant] bestreden besluit blijkt dat de raad in de door een aantal eigenaren van recreatiewoningen op het park en de beheerder/exploitant van Den Möllenhof naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan ingediende zienswijzen aanleiding heeft gezien om het bestemmingsplan niet vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:222
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202405547/1/R4

202405680/1/A3

Bij besluit van 4 maart 2022 heeft de minister van Justitie en Veiligheid de door [appellant] aangevraagde Verklaring Omtrent het Gedrag afgewezen. Op 28 december 2021 heeft [appellant] een VOG aangevraagd ten behoeve van een lidmaatschap van de airsoft sportbond Nederlandse Airsoft Belangen Vereniging te Geldermalsen. De minister heeft de afgifte van de VOG geweigerd en deze weigering in bezwaar gehandhaafd. Daaraan heeft hij, kort samengevat, ten grondslag gelegd dat [appellant] volgens registratie in het justitieel Documentatie Systeem (JDS) op 13 november 2019 met politie/justitie in aanraking is gekomen wegens overtreding van de Wet wapens en munitie. [appellant] is op 10 maart 2022 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren. De uitspraak van de strafrechter is op 25 maart 2022 onherroepelijk geworden. Het door [appellant] gepleegde strafbare feit is volgens de minister een belemmering voor de behoorlijke uitoefening van de functie waarvoor de VOG is aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:208
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202405680/1/A3

202405804/1/A3

Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de burgemeester van Zuidplas zijn besluit van 26 juli 2023, om een last onder spoedeisende bestuursdwang aan [wederpartij] op te leggen die ertoe strekt dat zijn woning vanaf die dag om 21.00 uur voor twaalf maanden wordt gesloten, op schrift gesteld. [wederpartij] is op 26 juli 2023 door de politie aangehouden in een gestolen voertuig. De bevindingen bij die aanhouding gaven aanleiding voor doorzoeking van zijn woning. De woning staat op het recreatiepark De Randstad in Moerkapelle. De politie heeft bij de doorzoeking 57 kg aan verschillende soorten harddrugs en apparaten voor de productie voor drugs aangetroffen. Verder zijn ruim 300 kg cellulose, een verboden ploertendoder, € 11.700,00 aan contant geld, een tweede gestolen voertuig en onbedrukte kentekenplaten aangetroffen. De burgemeester is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat hij de woning niet langer dan voor zes maanden mocht sluiten. Volgens de burgemeester is de aangetroffen situatie bij uitstek een geval waarin de woning voor een jaar gesloten moet worden om de met de sluiting beoogde doelen te kunnen bereiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:189
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405804/1/A3

202406179/1/A3

Bij besluiten van 6 december 2022 en 1 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tholen het verzoek van [appellant] om verstrekking van documenten die hem betreffen afgewezen. Bij brief van 23 november 2022 heeft [appellant] het college onder verwijzing naar artikel 5.5 van de Wet open overheid verzocht om verstrekking van alle documenten waar zijn naam of zijn burgerservicenummer in wordt vermeld. Bij het besluit van 6 december 2022 heeft het college het verzoek buiten behandeling gesteld omdat het verzoek niet zou zien op een bestuurlijke aangelegenheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het verzoek van [appellant] op goede gronden heeft afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat uit artikel 5.5 van de Woo blijkt dat de verzoeker de aangelegenheid moet noemen waar zijn verzoek betrekking op heeft. Volgens de rechtbank volgt daaruit dat het dus niet mogelijk is om op grond van dat artikel te verzoeken om alle documenten over hem te verstrekken. Dat blijkt volgens de rechtbank ook uit de totstandkomingsgeschiedenis van dat artikel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:206
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202406179/1/A3

202406981/1/R2

Bij besluit van 17 september 2024 heeft de raad van de gemeente Eersel het bestemmingsplan "Beekherstel de Run Stevert - Landgoed de Vloete" vastgesteld. Het plan voorziet in natuurontwikkeling en de realisatie van landgoed de Vloete. Ten behoeve van de natuurontwikkeling worden agrarische gronden als natuur bestemd. Op het landgoed wordt voorzien in drie woningen en de herontwikkeling van een veehouderij naar een (kleinschalig) paardenpension. Ook wordt voorzien in een uitkijktoren. [appellant] kan zich niet vinden in het plan, omdat hij onder andere vreest voor schending van zijn privacy door de uitkijktoren en zich niet kan vinden in het ontwikkelen van drie woningen. [appellant] betoogt dat het plan voorziet in teveel woningen gezien de oppervlakte van het landgoed en de verhouding tussen natuur en landgoedwoningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:220
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202406981/1/R2

202407127/1/A2

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] te Geffen. Hij heeft op 19 oktober 2022 een tegemoetkoming in planschade aangevraagd. Volgens hem is de woning als gevolg van het bestemmingsplan Kom Geffen en het bestemmingsplan Uitbreiding bedrijf [locatie 2] Geffen in waarde verminderd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht de gevolgen van het bestemmingsplan vanwege verjaring niet heeft betrokken bij de bepaling van de planschade. Omdat geen beroep is ingesteld tegen de vaststelling van het bestemmingsplan, is het bestemmingsplan op 10 augustus 2017 onherroepelijk geworden. De aanvraag van [appellant] is op 19 oktober 2022 ingediend. Dit is meer dan vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het college het advies van SAOZ aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:186
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202407127/1/A2

202407281/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant A] en [appellant B] om overname van hun schuld bij [persoon] van € 7.500,00 afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant A] en [appellant B] zijn erkend gedupeerden van de toeslagenaffaire. Zij hebben de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om overname van een schuld van € 7.500,00 bij [persoon]. De minister heeft aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat de schuld bij [persoon] niet opeisbaar is geworden voor 1 juni 2021, als bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht. Daarnaast is de notariële akte, waarin die schuld is vastgelegd, niet verleden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021. De schuld aan [persoon] voldoet dus ook niet aan het vereiste, gesteld in artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat, hoewel de schuld volgens de notariële akte niet voor 1 juni 2021 opeisbaar was, de Wht niet uitsluit dat een eerder ontstane schuld, mits bewezen, onder die regeling kan vallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:231
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407281/1/A2

202407635/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit. Op 25 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2010 tot 2012 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet binnen het bereik van de speciale voorziening valt, omdat hij zich pas op 25 december 2022 met een verzoek tot overbrenging heeft gemeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:202
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407635/1/V6

202407637/1/V6

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit. Op 2 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2008 tot 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. Zij heeft daarbij overwogen dat [appellant] niet binnen het bereik van de speciale voorziening valt, omdat hij zich pas op 2 december 2022 met een verzoek tot overbrenging heeft gemeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:195
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407637/1/V6

202407738/1/A2

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om haar private geldschuld over te nemen afgewezen. [appellante] is een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire. De minister heeft geweigerd haar schuld bij de Rabobank over te nemen, omdat de schuld na 31 mei 2021 is ontstaan en opeisbaar is geworden. De schuld komt daarom volgens de minister op grond van artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen niet voor vergoeding in aanmerking. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank het beroep van [appellante] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep te laat is ingesteld. [appellante] betoogt de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verschoonbaar is. Volgens haar moet de bestuursrechter het burgerperspectief als uitgangspunt nemen en mag meer burgerresponsiviteit van de rechtbank verwacht worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:194
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407738/1/A2

202500564/1/V6

Bij besluit van 13 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aanvraag van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht afgewezen. [appellant] is een 63-jarige vrouw uit Marokko. Zij heeft wegens haar medische en psychische problematiek om ontheffing van de inburgeringsplicht gevraagd. [appellant] heeft psychische klachten, waardoor zij beperkt is in haar persoonlijk en sociaal functioneren. Ook heeft zij rug- en maagklachten. Verder is zij analfabeet. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij door haar medische problematiek blijvend niet in staat is om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Hierbij wijst zij erop dat uit de verklaring van haar psycholoog van 21 mei 2024 volgt dat zij al jarenlang klachten heeft en dat sprake is van cognitieve achteruitgang. Ook heeft de minister volgens [appellant] ten onrechte de verklaring van haar psycholoog van 22 oktober 2024 niet voorgelegd aan Argonaut. Verder heeft de medisch deskundige alleen dossieronderzoek verricht en [appellant] niet gezien of gesproken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:205
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500564/1/V6

202500886/1/A2

Bij besluit van 26 juni 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant] om overname van een schuld bij Tinka B.V. van € 2.004,21 afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hij heeft verzocht om overname van zijn private schuld bij Tinka B.V. van € 2.004,21. De overname van deze schuld is afgewezen, omdat niet is gebleken dat deze schuld opeisbaar was vóór 1 juni 2021. Ook is niet gebleken van opeisbare betalingsachterstanden. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht de aanvraag van [appellant] om overname van de schuld bij Tinka B.V. heeft afgewezen, omdat de schuld niet opeisbaar was vóór 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:230
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500886/1/A2

202500929/1/A2

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk aan [appellanten] een tegemoetkoming in planschade van € 3.300,- toegekend. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] te Cuijk. Op 23 december 2021 heeft [appellant] een tegemoetkoming in planschade aangevraagd. Volgens [appellant] heeft het op 11 juni 2018 vastgestelde en op 4 augustus 2018 in werking getreden bestemmingsplan Cuijk Centrum, Kop Molenstraat, tot waardevermindering van het pand geleid, omdat het bestemmingsplan op de gronden ten westen daarvan een appartementengebouw toestaat. Het meest nabijgelegen deel mag 13,5 m hoog worden en het deel verder westelijk gelegen 16,5 m. Onder het daaraan voorafgaande bestemmingsplan Cuijk Centrum hadden deze gronden de bestemming Detailhandel-1 en de verder westelijk gelegen gronden de bestemming Verkeer. Al deze gronden hadden daarnaast ook de bestemming Waarde-archeologie 3. De rechtbank is van oordeel dat het college voor de waardering van het pand mocht uitgaan van het taxatierapport. Het pand - in de staat waarin het toen verkeerde - ontleende zijn hoogste waarde aan bedrijfsmatig gebruik op de begane grond en een zelfstandige bovenwoning zonder dakterras.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:196
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500929/1/A2

202500938/1/A2

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de urgentieverklaring van [appellante], die verleend was op sociale gronden, stopgezet. Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de SUWR aan [appellante] een urgentieverklaring verleend op grond van artikel 5.4, eerste lid, van Bijlage 1 van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020. Dit betreft een urgentieverklaring die wordt verleend in het geval dat iemand als gevolg van bedreiging, ernstig psychisch of fysiek geweld niet meer in de huidige woonruimte kan blijven wonen. Aanleiding voor de aanvraag was een incident met haar buurman. Na het verkrijgen van een urgentieverklaring begint in de regio Rotterdam fase 1. Dit is de zogeheten ‘zelf-zoek-periode’ die drie maanden duurt. Op grond van artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder a, van Bijlage 1 van de huisvestingsverordening is het bestuursorgaan bevoegd om de urgentieverklaring in te trekken als de houder van de urgentieverklaring na afloop van de eerste fase niet ten minste twaalf keer heeft gereageerd op woningen die voldoen aan het zoekprofiel in de urgentieverklaring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:185
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500938/1/A2

202501774/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard per 15 maart 2023. [appellant] is op 22 september 2021 door de politie aangehouden in zijn voertuig. De bij [appellant] afgenomen speekseltest gaf een indicatie van invloed van onder meer GHB. De politie heeft dat medegedeeld aan het CBR. Het CBR heeft vervolgens een onderzoek naar de geschiktheid van [appellant] opgelegd. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Dat een tweede onderzoek heeft plaatsgevonden betekent volgens de rechtbank niet dat daarmee de resultaten en conclusies van het eerste onderzoek zijn komen te vervallen. [appellant] heeft verder geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht op grond waarvan moet worden getwijfeld aan de inhoud van het tweede rapport. Het CBR mocht de rapporten ten grondslag leggen aan zijn besluitvorming. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de rapporten niet waarheidsgetrouw zijn en hij niet langer dan vijf minuten met een psychiater heeft gepraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:188
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501774/1/A2

202505496/1/A2

Bij beslissing van 22 mei 2025 heeft de examencommissie van Erasmus School of Social and Bahavioural Sciences het verzoek van [appellante] om een vrijstelling of alternatief voor de statistiekvakken van de master Psychology, Specialisation Educational Psychology: Learning and Performance afgewezen. Bij beslissing van 2 september 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de master. In het programma van de master zijn twee statistiekvakken opgenomen: Applied Multivariate Data Analysis (5 ECTS) en Applied Multivariate Data Analysis using SPSS (2 ECTS). [appellante] heeft dyscalculie. Op 18 februari 2025 heeft zij daarom een verzoek ingediend bij de examencommissie om een vrijstelling of ander alternatief voor de statistiekvakken van de master. Het CBE heeft de beslissing van de examencommissie in stand gelaten. Volgens het CBE heeft de examencommissie het verzoek in redelijkheid mogen afwijzen. Het CBE heeft daarbij onder meer betrokken dat [appellante] voor beide statistiekvakken nog geen enkele tentamenkans heeft benut.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:187
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505496/1/A2

202407434/1/V1

Bij besluit van 12 september 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:161
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407434/1/V1

BRS.25.001115 en BRS.25.001215

Bij besluit van 7 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:124
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001115 en BRS.25.001215

BRS.25.002147

Bij besluit van 7 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:128
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002147

BRS.25.002584

Bij besluit van 28 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de termijn van de aan appellant opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:130
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002584

BRS.25.002652

Bij besluiten van 30 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen 2 tot en met 9 een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:135
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002652

BRS.26.000017

Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:155
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000017

BRS.26.000055

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:173
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000055

BRS.26.000138

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:176
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000138

BRS.25.001133

Bij besluit van 7 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:96
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001133

BRS.25.001855

Bij besluit van 30 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:100
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001855

BRS.25.001898

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:106
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001898

BRS.25.002383

Bij besluit van 4 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:98
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002383

BRS.25.002444 en BRS.25.002446

Bij besluit van 26 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:118
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002444 en BRS.25.002446

BRS.25.002448 en BRS.25.002449

Bij besluit van 11 juli 2024, aangevuld op 5 december 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:103
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002448 en BRS.25.002449

BRS.25.002505

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:101
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002505

BRS.25.002523

Bij besluit van 8 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van verzoeker achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:104
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002523

BRS.25.002553

Bij besluit van 28 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:108
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002553

BRS.26.000080

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:137
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000080

202405161/1/V1

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld en bepaald dat hij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:119
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405161/1/V1

202406347/1/V3

Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie bepaald dat zij appellant overdraagt aan Slovenië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:120
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406347/1/V3

202503722/1/V3

Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:121
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503722/1/V3

BRS.25.002428 en BRS.25.002429

Bij besluit van 23 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:92
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002428 en BRS.25.002429

BRS.25.002465

Bij besluit van 4 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij datzelfde besluit heeft de minister verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:91
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002465

BRS.25.002529

Bij besluit van 30 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:76
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002529

BRS.25.002637

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:122
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002637

BRS.25.002667

Bij besluit van 11 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:80
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002667

BRS.26.000005

Bij besluit van 3 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:69
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000005

202501649/1/V1

Bij besluit van 14 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:111
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501649/1/V1

202503797/1/V3

Bij besluit van 16 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:110
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503797/1/V3

BRS.25.000704

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:59
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000704

BRS.25.001191

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:37
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001191
12...1.226volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Digitaal procederen
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon