Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 493
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202505786/1/R4

Bij besluit van 27 juli 2025 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 18 juli 2025 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellant] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een stuk karton dat op 18 juli 2025 is aangetroffen naast een ondergrondse restafvalcontainer (ORAC) ter hoogte van de [locatie] in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellant] het stuk karton verkeerd heeft aangeboden, omdat zijn naam en adres op het adreslabel op het stuk karton staan. [appellant] betwist niet dat het stuk karton van hem afkomstig is, maar hij stelt dat niet hij, maar zijn minderjarige zoon het stuk karton naast de ORAC heeft gezet.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1714
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202505786/1/R4

202600017/1/A2

Bij beslissing van 15 november 2024 heeft de studentendecaan, namens het College van Bestuur (CvB) van de Universiteit van Amsterdam, de aanvraag van [appellant] om een bestuursbeurs afgewezen. [appellant] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de masteropleiding Information Studies aan de UvA. Hij heeft een bestuursbeurs aangevraagd vanwege zijn functie als algemeen lid van de Facultaire Studentenraad Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatie. De studentendecaan heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet als voltijdstudent, maar als deeltijdstudent voor de masteropleiding ingeschreven staat en daarmee niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning. Het CvB heeft, onder verwijzing van het advies van de Geschillenadviescommissie Studentenbezwaren van 29 augustus 2025, het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1680
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600017/1/A2

202600035/1/A2

Bij beslissing van 14 juli 2025 heeft de directeur van het domein Business, Finance & Law een negatief bindend studieadvies (NBSA) aan [appellante] gegeven. [appellante] is in het studiejaar 2022-2023 begonnen met de voltijds opleiding Bachelor Finance & Control aan Hogeschool Inholland. Omdat zij niet voldeed aan de norm voor het bindend studieadvies voor het eerste jaar van 50 studiepunten (EC’s) en persoonlijke omstandigheden hiervan de oorzaak waren, heeft [appellante] op 17 juli 2023 uitstel gekregen met de termijnstelling dat zij vóór 31 juli 2024 het volledige eerstejaarsprogramma van 60 EC’s moest hebben afgerond. Aan het einde van het studiejaar 2023-2024 had zij 37 EC’s behaald. Daarmee voldeed zij niet aan de termijnstelling. Vanwege haar persoonlijke omstandigheden heeft zij op 29 augustus 2024 opnieuw uitstel gekregen met de termijnstelling dat zij vóór 31 juli 2025 de 60 EC’s van het eerste jaar moest hebben behaald. In het studiejaar 2024-2025 heeft [appellante] 13 EC’s behaald. Daarmee heeft zij in totaal 50 EC’s van het eerstejaarsprogramma behaald en niet voldaan aan de tweede termijnstelling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1688
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600035/1/A2

202600153/1/A2

Bij beslissing van 15 augustus 2025 heeft de BSA-commissie, namens de decaan van de Faculteit Economie en Bedrijfskunde van de Universiteit van Amsterdam, het verzoek van [appellant] om uitstel van het bindend studieadvies (BSA) afgewezen en aan hem een negatief BSA gegeven. [appellant] is in het studiejaar 2023-2024 gestart met de bacheloropleiding Economics and Business Economics aan de UvA. Voor deze opleiding geldt in het eerste jaar een BSA-norm van 48 studiepunten. In het studiejaar 2023-2024 heeft [appellant] 42 studiepunten gehaald en daarmee niet aan deze norm voldaan. Aan hem is toen uitstel verleend onder de voorwaarde dat hij in het studiejaar 2024-2025 de drie nog openstaande eerstejaarsvakken (totaal 18 studiepunten) moet behalen. [appellant] heeft in dat studiejaar twee eerstejaarsvakken (totaal 12 studiepunten) behaald en daarmee niet aan deze voorwaarde voldaan. Hij heeft verzocht om uitstel op grond van persoonlijke omstandigheden bestaande uit het bestuurslidmaatschap van de Marketing Association Amsterdam (MAA). De BSA-commissie heeft dit verzoek afgewezen en een negatief BSA uitgebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1681
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600153/1/A2

202600157/1/A2

Bij beslissing van 25 augustus 2025 heeft de directeur van het departement Farmaceutische Wetenschappen, faculteit Bètawetenschappen, een definitief negatief bindend studieadvies (NBSA) aan [appellante] gegeven. [appellante] is in september 2024 gestart met de bacheloropleiding Farmacie. Zij heeft in het studiejaar 2024-2025 7,5 studiepunten (EC’s) behaald. Daarmee heeft zij niet voldaan aan de norm voor het bindend studieadvies (BSA) voor het eerste jaar van 45 EC’s. In het voorlopig studieadvies van 17 januari 2025 heeft de directeur [appellante] uitgenodigd om contact op te nemen met één van de studieadviseurs en daarbij opgemerkt dat als er bijzondere omstandigheden zijn die de studievoortgang negatief beïnvloeden, zoals langdurige ziekte, het belangrijk is om die zo snel mogelijk bij de studieadviseur te melden, zodat daar bij het BSA rekening mee kan worden gehouden. [appellante] heeft op 29 april 2025 en eind juli 2025 contact opgenomen met de studieadviseur over haar persoonlijke omstandigheden en op 20 augustus 2025 heeft zij daarover een toelichting gegeven bij de BSA-commissie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1678
Datum uitspraak
25 maart 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202600157/1/A2

202600451/1/R3 en 202600451/2/R3

Bij besluit van 21 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hendrik-Ido-Ambacht aan Stichting Rhiant (Rhiant) een omgevingsvergunning verleend voor het realiseren van een gebouw voor zorgappartementen (de zorgappartementen) op de Gerard Alewijnsstraat 19A-1 t/m 19A-11, 19B-1 t/m 19B-12 en 19C-1 t/m 19C-10 in Hendrik-Ido-Ambacht. De omgevingsvergunning maakt de bouw van een gebouw met zorgappartementen mogelijk. Op het terrein waar het gebouw is voorzien stond in het verleden een school. De school is ongeveer 10 jaar geleden gesloopt. Sindsdien is het terrein onbebouwd. Het vergunde gebouw wijkt op een aantal punten af van de bouwmogelijkheden van het bestemmingsplan "Centrum". Er wordt namelijk voor een deel gebouwd buiten het bouwvlak. Met de omgevingsvergunning worden deze afwijkingen van het bestemmingsplan vergund. [verzoeker] woont op de [locatie 1] in Hendrik-Ido-Ambacht. Het perceel van deze woning ligt op minder dan 10 m van het terrein waarop het gebouw mogelijk wordt gemaakt. [verzoeker] is daarnaast eigenaar van de garage op de [locatie 2]. Deze ligt op ongeveer 7 m van de parkeerplaatsen die bij het gebouw voor de zorgappartementen zijn voorzien. Zij kan zich niet vinden in de verleende omgevingsvergunning omdat zij onder meer vreest voor aantasting van haar woon- en leefklimaat. Daarnaast kan zij zich niet vinden in de manier waarop het college is omgegaan met een brief die door een buurtcomité aan het college is verzonden in reactie op de verleende omgevingsvergunning.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1652
Datum uitspraak
24 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202600451/1/R3 en 202600451/2/R3

BRS.26.000834

Bij besluit van 22 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld, hem opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1629
Datum uitspraak
24 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000834

BRS.26.001254

Bij besluit van 2 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1628
Datum uitspraak
24 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001254

BRS.26.001374

Bij besluit van 9 januari 2026 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1669
Datum uitspraak
24 maart 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.001374

202404909/1/V3

Bij besluit van 3 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij tussenuitspraak van 26 januari 2024 heeft de rechtbank de staatssecretaris in de gelegenheid gesteld om een aan dat besluit klevend gebrek te herstellen. Bij uitspraak van 9 juli 2024 heeft de rechtbank het door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op de aanvraag neemt met inachtneming van de uitspraak en de tussenuitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:1632
Datum uitspraak
23 maart 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404909/1/V3
vorige pagina1...101112...50volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon