Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202500987/1/R3, 202500992/1/R3, 202500994/1/R3 en 202500997/1/R3

Uitspraak 202500987/1/R3, 202500992/1/R3, 202500994/1/R3 en 202500997/1/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4587
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluiten van 10 juli 2024 heeft het college ten behoeve van de bestemmingsplannen "Spoorweglaan Best" en "Spoorweglaan - Vogelkers" hogere grenswaarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Het bestemmingsplan "Spoorweglaan Best" maakt de bouw van maximaal 25 appartementen mogelijk, verdeeld over twee aaneengesloten gebouwen. Het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" maakt de bouw van 24 appartementen, 9 geschakelde patiowoningen en 2 vrijstaande woningen mogelijk en een bestaande bedrijfswoning wordt herbestemd. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1]. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. [appellanten sub 3] wonen aan de [locatie 3]. Deze percelen liggen direct naast de gronden waarop het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" betrekking heeft. Zij zijn het niet eens met beide bestemmingsplannen, met name omdat zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202500987/1/R3, 202500992/1/R3, 202500994/1/R3 en 202500997/1/R3.
Datum uitspraak: 5 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1.       [appellant sub 1], wonend in Best,

2.       [appellant sub 2], wonend in Best,

3.       [appellant sub 3A] en [appellant sub 3B], wonend in Best,

appellanten,

en

1.       de raad van de gemeente Best,

2.       het college van burgemeester en wethouders van Best,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluiten van 10 juli 2024 heeft het college ten behoeve van de bestemmingsplannen "Spoorweglaan Best" en "Spoorweglaan - Vogelkers" hogere grenswaarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld.

Bij besluiten van 16 december 2024 heeft de raad de bestemmingsplannen "Spoorweglaan Best" en "Spoorweglaan - Vogelkers" gewijzigd vastgesteld.

De besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt.

[appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3] hebben tegen al deze besluiten beroep ingesteld.

Het college heeft verweerschriften ingediend.

[bouwbedrijf] heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3] hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 mei 2026, waar [appellant sub 1] en het college, vertegenwoordigd door mr. K.I.C. Mauser en ir. M.E. van Tienen, zijn verschenen. [appellant sub 3A] heeft digitaal aan de zitting deelgenomen. Verder is op de zitting van [bouwbedrijf], vertegenwoordigd door mr. E. Beele, advocaat in Tilburg, [gemachtigden] als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Op 1 januari 2024 is ook de Aanvullingswet geluid Omgevingswet in werking getreden. Zoals in de uitspraak van de Afdeling van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5198, is overwogen, blijft op een besluit tot het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting in zones langs wegen - behoudens provinciale wegen - het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit onherroepelijk is. Maar dan moet die hogere waarde wel zijn vastgesteld ten behoeve van een besluit waarvoor een aanvraag is ingediend of waarvan een ontwerp ter inzage is gelegd vóór het tijdstip van inwerkingtreding van die wet.

De hogere waarden voor de ten hoogste toelaatbare geluidsbelasting zijn vastgesteld ten behoeve van de bestemmingsplannen "Spoorweglaan Best" en "Spoorweglaan - Vogelkers" waarvan de ontwerpen op 20 december 2023 ter inzage zijn gelegd. Dat betekent dat zowel op de beroepsprocedure tegen het bestemmingsplan als op het besluit tot vaststelling van de hogere waarden het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (Wro), de Crisis- en herstelwet (Chw) en de Wet geluidhinder (Wgh), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2.       De bestemmingsplannen maken de uitbreiding van de bestaande wijk Salderes in het noordoosten van Best mogelijk. De plangebieden liggen naast elkaar en worden aan de westkant begrensd door de Spoorweglaan, aan de noordkant door een groengebied, en in het oosten door de Vogelkers en de Salderes.

Het bestemmingsplan "Spoorweglaan Best" maakt de bouw van maximaal 25 appartementen mogelijk, verdeeld over twee aaneengesloten gebouwen.

Het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" maakt de bouw van 24 appartementen, 9 geschakelde patiowoningen en 2 vrijstaande woningen mogelijk en een bestaande bedrijfswoning wordt herbestemd.

3.       Omdat uit akoestisch onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde voor de toekomstige woningen overschreden wordt vanwege spoor- en wegverkeerslawaai, heeft het college voor deze woningen hogere geluidswaarden vastgesteld.

4.       [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1]. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. [appellanten sub 3] wonen aan de [locatie 3]. Deze percelen liggen direct naast de gronden waarop het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" betrekking heeft. Zij zijn het niet eens met beide bestemmingsplannen, met name omdat zij vrezen dat hun woon- en leefklimaat wordt aangetast.

Opzet van de uitspraak

5.       De beroepen van appellanten zijn gericht tegen de bestemmingsplannen en de hogere waardenbesluiten. De Afdeling zal hierna eerst ingaan op de ontvankelijkheid van het beroep van [appellant sub 2] tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Spoorweglaan Best" en het daarmee samenhangende hogere waardenbesluit van het college (overweging 6). Daarna zal de Afdeling bij de bespreking van de beroepen tegen de hogere waardenbesluiten ingaan op het relativiteitsvereiste (overweging 7). Daarna komen de beroepsgronden die betrekking hebben op de bestemmingsplannen aan de orde (overweging 8-15). Aan het einde van de uitspraak staat de conclusie (overweging 16-17).

Ontvankelijkheid

6.       [appellant sub 2] moet voor het door hem ingestelde beroep tegen het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan "Spoorweglaan Best" en het daarmee samenhangende hogere waardenbesluit van het college, eenmaal griffierecht betalen. De Afdeling hanteert overeenkomstig de artikel 1.6 van de Chw en artikel 8:52, tweede lid, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), in onderlinge verbinding gelezen, een termijn van drie weken voor het betalen van het griffierecht. Hiervoor geldt, gezien het stelsel van de Chw, dat geen herinnering wordt gestuurd als aan het eerste betalingsverzoek niet wordt voldaan.

6.1.    [appellant sub 2] is bij aangetekend verzonden brief van 19 februari 2025 erop gewezen dat het griffierecht uiterlijk op 12 maart 2025 moet zijn betaald. Ook is vermeld dat, als het te betalen griffierecht niet op de vermelde datum is ontvangen, [appellant sub 2] ervan moet uitgaan dat alleen al daarom niet-ontvankelijkverklaring zal volgen en dat zijn zaak dan niet inhoudelijk wordt behandeld. Verder is vermeld dat in verband met de versnelde behandeling van de zaak, geen tweede termijn voor het betalen van het griffierecht wordt gegeven. Vanwege de toepassing van de Chw op de zaak is de brief van 19 februari 2025 ook per gewone post aan [appellant sub 2] toegestuurd. De aangetekend verzonden brief is door het desbetreffende postbedrijf teruggezonden en bij brief van 11 maart 2025 is de brief van 19 februari 2025 per gewone post nogmaals aan hem toegezonden. [appellant sub 2] is erop gewezen dat de gestelde termijn onveranderd is gebleven en dat voor zover de mogelijkheid van niet-ontvankelijkverklaring is genoemd, deze onverkort geldt.

6.2.    Het griffierecht is niet betaald. Niet is gebleken van feiten of omstandigheden, op grond waarvan redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat [appellant sub 2] in verzuim is geweest. Het beroep van [appellant sub 2] tegen het besluit van de raad van 16 december 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Spoorweglaan Best" en het daarmee samenhangende besluit van het college van 10 juli 2024, is daarom niet-ontvankelijk.

De hogere waardenbesluiten

7.       [appellant sub 1] en [appellanten sub 3] richten hun beroepen mede tegen de besluiten van het college van 10 juli 2024, waarbij hogere grenswaarden voor geluid op de gevels van de nieuwe woningen zijn vastgesteld. [appellant sub 2] is het niet eens met het besluit hogere waarden ten behoeve van het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers".

7.1.    Artikel 8:69a van de Awb luidt: "De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept."

7.2.    Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) blijkt dat de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband is tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van degene die in (hoger) beroep komt.

7.3.    Het besluit hogere waarden ten behoeve van het bestemmingsplan "Spoorweglaan Best" is vastgesteld voor geluid vanwege spoorweglawaai. Het besluit hogere waarden ten behoeve van het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" is vastgesteld voor geluid vanwege weg- en spoorweglawaai. De regeling in de Wgh strekt ertoe dat bij besluit wordt vastgesteld welke geluidbelasting - na het zo mogelijk treffen van maatregelen - bij de voorziene woningen vanwege een weg mag optreden. Het Besluit geluidhinder (Bgh) bevat een soortgelijke regeling ter zake van de geluidbelasting vanwege een spoorweg. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 11 november 2020, ECLI:NL:RVS:2020:2706, onder 10.93 - 10.94, strekken deze regelingen daarmee tot bescherming van de toekomstige bewoners van de te bouwen woningen.

7.4.    [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3] zijn geen eigenaren van een van de woningen waarvoor hogere waarden zijn vastgesteld en ook is niet gebleken van concrete interesse in de koop en/of bewoning van een van de woningen die in het plan zijn voorzien. Onder deze omstandigheden strekken de regelingen in de Wgh en het Bgh naar het oordeel van de Afdeling kennelijk niet tot bescherming van hun belangen, zodat wat zij aanvoeren tegen het besluit hogere waarden niet kan leiden tot vernietiging van dat besluit. Daarom ziet de Afdeling af van een inhoudelijke bespreking van de beroepen tegen de besluiten tot vaststelling van hogere waarden.

De bestemmingsplannen

Toetsingskader

8.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

9.       De relevante wet- en regelgeving is - voor zover deze niet in de overwegingen van de uitspraak zijn weergegeven - opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Participatie en draagvlak

10.     [appellant sub 1] en [appellanten sub 3] betogen dat er bij de voorbereiding van beide bestemmingsplannen onvoldoende participatie heeft plaatsgevonden. Zij betogen verder dat er voor de bestemmingsplannen onvoldoende draagvlak is bij omwonenden. Ook [appellant sub 2] betoogt dat er bij de voorbereiding van het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" onvoldoende participatie heeft plaatsgevonden en dat er voor dit bestemmingsplan onvoldoende draagvlak is bij omwonenden.

10.1.  De Afdeling stelt voorop dat de besluiten van 16 december 2024 zijn voorbereid met toepassing van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure van afdeling 3.4 van de Awb. Niet gebleken is dat de raad niet op de juiste wijze toepassing heeft gegeven aan het bepaalde in die afdeling. In overeenstemming met de procedure zijn omwonenden in de gelegenheid gesteld om een zienswijze over het ontwerpplan naar voren te brengen. Van die mogelijkheid hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3] gebruik gemaakt. De Afdeling begrijpt dat zij in een eerder stadium over de plannen op de percelen geïnformeerd hadden willen worden. Daartoe bestaat echter op grond van de Wro of het Besluit ruimtelijke ordening geen verplichting. De Afdeling ziet dan ook geen aanleiding voor het oordeel dat de raad de plannen onzorgvuldig heeft voorbereid. Overigens heeft er op 15 januari 2024 gedurende de ter inzagelegging van de ontwerpplannen een informatieavond plaatsgevonden.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

10.2.  Zoals de Afdeling heeft overwogen in onder meer de uitspraak van 23 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:4286, onder 9.2, is er geen wettelijke regel die bepaalt dat een ruimtelijk plan een ontwikkeling alleen mogelijk mag maken als daarvoor voldoende draagvlak in de omgeving bestaat. Dat er onvoldoende draagvlak is voor de bestemmingsplannen, los van de vraag of dat zo is, kan daarom op zichzelf niet leiden tot het oordeel dat de raad hieraan niet heeft kunnen meewerken.

Het betoog slaagt ook in zoverre niet.

Bouwhoogte vrijstaande woningen

11.     [appellant sub 1] en [appellant sub 2] zijn het niet eens met de in het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" voorziene bouwhoogte van 9 m van de twee vrijstaande woningen.

11.1.  [appellant sub 1] en [appellant sub 2] hebben niet onderbouwd waarom de raad de voorziene bouwhoogte van de twee vrijstaande woningen niet in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening heeft kunnen achten.

Het betoog slaagt niet.

Waterhuishouding

12.     [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3] betogen dat het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" leidt tot onaanvaardbare wateroverlast. Hierover voeren zij aan dat de gronden in het plangebied worden opgehoogd en op gelijke hoogte worden gebracht met de percelen aan de Salderes. Hierdoor zal het water op die gronden op hun percelen lopen omdat hun percelen 60 tot 80 cm lager liggen dan de percelen aan de Salderes.

12.1.  Aan een deel van de gronden van het plangebied van het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" is de bestemming "Groen" en de functieaanduiding "waterberging" toegekend.

Artikel 3.1 van de planregels luidt:

"De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:

[…]

f. water- en waterhuishoudkundige voorzieningen;

[…]"

Artikel 5.2.6 luidt:

"Het is verboden om gronden en bouwwerken te gebruiken ten behoeve van de bestemming 'Wonen' zonder aanleg en instandhouding van een waterbergingsvoorziening van ten minste 60 liter per m² aan verharding."

12.2.  Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat de in het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" voorziene ontwikkeling niet zal leiden tot onaanvaardbare wateroverlast ter plaatse van de percelen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3]. In paragraaf 4.11 van de plantoelichting is aan de hand van volgens het waterschap toepasselijke waterhuishoudkundige vereisten beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de gevolgen van de voorgenomen herinrichting van het plangebied op de waterhuishouding. Ter compensatie van de toegenomen verharding in het plangebied moet een waterberging met een minimale inhoud van 355,1 m3 in het plangebied worden aangelegd en in stand gehouden, zo staat in paragraaf 4.11 van de plantoelichting. De raad heeft naar aanleiding van onder meer de zienswijze van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3] het bestemmingsplan "Spoorweglaan - Vogelkers" gewijzigd door in artikel 5.2.6 van de planregels een voorwaardelijke verplichting op te nemen die ertoe strekt dat de gronden en bouwwerken ten behoeve van de bestemming "Wonen" niet in gebruik genomen mogen worden zonder aanleg en instandhouding van een waterbergingsvoorziening van ten minste 60 liter per vierkante meter aan verharding. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3] hebben niet onderbouwd dat deze voorziening onvoldoende is en dat zij ook na het nemen van die maatregelen hebben te vrezen voor wateroverlast.

Het betoog slaagt niet.

Groenstrook

13.     [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3] betogen dat het plan "Spoorweglaan - Vogelkers" in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, omdat tegen de erfgrens van hun percelen patiowoningen kunnen worden gebouwd. Zij voeren aan dat de raad, net zoals bij de percelen aan de Salderes, tussen hun percelen en de gronden in het plangebied waarop de patiowoningen zijn voorzien, een strook moest opnemen met de bestemming "Groen".

13.1.  De Afdeling stelt vast dat de voorzieningenrechter in de uitspraak van 24 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1798, onder 6.3 heeft geoordeeld dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat een groenstrook tussen de percelen van appellanten en de gronden in het plangebied waarop de patiowoningen zijn gesitueerd niet noodzakelijk is voor de waterhuishouding en de aanwezige zaksloot. De Afdeling ziet, mede gelet op wat hiervoor over de waterhuishouding is overwogen, geen aanleiding om tot een ander oordeel te komen dan de voorzieningenrechter.

Het betoog slaagt niet.

Erfafscheiding

14.     [appellanten sub 3] betogen dat in het plan "Spoorweglaan - Vogelkers" ten onrechte geen planregeling is opgenomen met betrekking tot de erfafscheiding.

14.1.  Net als de voorzieningenrechter van de Afdeling in de uitspraak van 24 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1798, onder 6.3, overweegt ook de Afdeling dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het plan ook zonder een dergelijke regeling een goede ruimtelijke ordening betreft en dat de exacte uitvoering van de erfafscheiding een kwestie van uitvoering betreft die in deze procedure niet aan de orde kan komen.

Het betoog slaagt niet.

Waardevermindering woningen

15.     Wat de eventueel nadelige invloed van de plannen op de waarde van de woningen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellanten sub 3] betreft, bestaat geen aanleiding voor de verwachting dat die waardevermindering zo groot zal zijn dat de raad bij de afweging van de belangen hieraan een groter gewicht had moeten toekennen dan hij heeft gedaan.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

16.     De beroepen zijn ongegrond.

17.     De raad en het college hoeven geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep van [appellant sub 2] tegen het besluit van de raad van de gemeente Best van 16 december 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Spoorweglaan Best" en het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Best van 10 juli 2024 ten behoeve van dit bestemmingsplan niet-ontvankelijk;

II.       verklaart de beroepen voor het overige ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.R. Mosterd, griffier.

w.g. Van Breda
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Mosterd
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2026

1091

BIJLAGE

Algemene wet bestuursrecht

Hoofdstuk 8. Bijzondere bepalingen over de wijze van procederen bij de bestuursrechter

Titel 8.2. Behandeling van het beroep in eerste aanleg

Afdeling 8.2.1. Griffierecht

Artikel 8:41

1. Van de indiener van het beroepschrift wordt door de griffier een griffierecht geheven.

[….]

4. De griffier deelt de indiener van het beroepschrift mede welk griffierecht is verschuldigd en wijst hem daarbij op het bepaalde in het vijfde en zesde lid.

5. Het griffierecht dient binnen vier weken na verzending van de mededeling van de griffier te zijn bijgeschreven op de rekening van het gerecht dan wel ter griffie te zijn gestort.

6. Indien het bedrag niet tijdig is bijgeschreven of gestort, is het beroep niet-ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.

[….]

Afdeling 8.2.3 Versnelde behandeling

Artikel 8:52

De bestuursrechter kan, indien de zaak spoedeisend is, bepalen dat deze versneld wordt behandeld.

2. In dat geval kan de bestuursrechter:

a. de in artikel 8:41, vijfde lid, bedoelde termijn verkorten.

[….]

Crisis- en herstelwet

Hoofdstuk 1. Bijzondere bepalingen voor projecten

Afdeling 2. Procedures

§ 2.4. Beroep en hoger beroep

Artikel 1.6

1. De bestuursrechter behandelt het beroep met toepassing van afdeling 8.2.3 van de Algemene wet bestuursrecht.

2. In afwijking van artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht is het beroep niet-ontvankelijk indien niet is voldaan aan artikel 6:5, eerste lid, onderdeel d, van die wet.

[….]


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon