Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202500375/1/A3

Uitspraak 202500375/1/A3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4583
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 13 november 2020 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 50.000,00 opgelegd wegens overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml). [appellante] organiseerde bootcamps en gezondheidskampen voor volwassenen en kinderen. Naar aanleiding van een anonieme melding is de Inspectie Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid (Arbeidsinspectie) op 13 maart 2019 een oriënterend onderzoek gestart naar [appellante]. Op 27 maart 2019 heeft de Arbeidsinspectie een administratieve werkplekcontrole ingesteld. Vervolgens heeft de Arbeidsinspectie nadere onderzoeken verricht. Op 12 februari 2020 heeft de Arbeidsinspectie een boeterapport opgesteld waarin staat dat [appellante] ten aanzien van tien werknemers niet of niet tijdig bescheiden heeft verstrekt van het aantal gewerkte uren, waardoor het niet mogelijk was om na te gaan of [appellante] de Wml heeft nageleefd. Op 17 augustus 2020 heeft de minister een voornemen tot oplegging van een boete aan [appellante] gestuurd.
  • Hoger beroep
  • Boete

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202500375/1/A3.
Datum uitspraak: 5 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd in [plaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 4 december 2024 in zaak nr. 21/3913E in het geding tussen:

[appellante]

en

de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid.

Procesverloop

Bij besluit van 13 november 2020 heeft de minister aan [appellante] een bestuurlijke boete van € 50.000,00 opgelegd wegens overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wml).

Bij besluit van 16 juni 2021 heeft de minister het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ten aanzien van de betalingsregeling gegrond verklaard. Voor het overige heeft de minister het bezwaar ongegrond verklaard.

Bij tussenuitspraak van 20 juni 2024 heeft de rechtbank de minister in de gelegenheid gesteld een in die uitspraak geconstateerd gebrek aan het besluit van 16 juni 2021 te herstellen.

Bij reactie van de minister van 9 juli 2024 heeft de minister de boete van € 50.000,00 met 12,5% gematigd.

Bij einduitspraak van 4 december 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 16 juni 2021 vernietigd en het besluit van 13 november 2020 herroepen voor zover het de hoogte van de opgelegde boete betreft, de boete vastgesteld op € 32.812,50 en bepaald dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het besluit van 16 juni 2021.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 juli 2026.

Overwegingen

Inleiding

1.       Het wettelijk kader is opgenomen als bijlage. Deze bijlage maakt deel uit van de uitspraak.

1.1.    [appellante] organiseerde bootcamps en gezondheidskampen voor volwassenen en kinderen. Naar aanleiding van een anonieme melding is de Inspectie Sociale Zekerheid en Werkgelegenheid (Arbeidsinspectie) op 13 maart 2019 een oriënterend onderzoek gestart naar [appellante]. Op 27 maart 2019 heeft de Arbeidsinspectie een administratieve werkplekcontrole ingesteld. Vervolgens heeft de Arbeidsinspectie nadere onderzoeken verricht. Op 12 februari 2020 heeft de Arbeidsinspectie een boeterapport opgesteld waarin staat dat [appellante] ten aanzien van tien werknemers niet of niet tijdig bescheiden heeft verstrekt van het aantal gewerkte uren, waardoor het niet mogelijk was om na te gaan of [appellante] de Wml heeft nageleefd. Op 17 augustus 2020 heeft de minister een voornemen tot oplegging van een boete aan [appellante] gestuurd.

Besluitvorming minister

2.       De minister heeft [appellante] bij het besluit van 13 november 2020 een bestuurlijke boete van € 50.000,00 opgelegd wegens overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wml. Het bedrag is berekend conform de Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2018 (Beleidsregel 2018). In bezwaar heeft de minister de opgelegde boete gehandhaafd.

Tussenuitspraak van de rechtbank

3.       In de tussenuitspraak heeft de rechtbank onder meer geoordeeld dat de mate van verwijtbaarheid via artikel 8, tweede lid, van de Beleidsregel 2018 reeds is verdisconteerd in de hoogte van de boete. In artikel 8, tweede lid, van de Beleidsregel 2018 is vastgelegd dat de hoogte van de boete wordt bepaald aan de hand van de duur van de tewerkstelling indien de werkgever kan aantonen dat sprake is geweest van een arbeidsduur korter dan zes maanden. In het geval van [appellante] was die duur per betrokkene korter dan een maand wat op grond van de Beleidsregel 2018 een boetebedrag van € 5.000,00 per overtreding oplevert.

Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het besluit van 16 juni 2021 een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek bevat. Volgens de rechtbank heeft de minister ten onrechte niet beoordeeld of [appellante], als gevolg van een nieuwe werkwijze van [appellante] na de geconstateerde overtredingen, bescheiden kon aanleveren waaruit blijkt hoeveel uren zijn gewerkt en of naar aanleiding daarvan matiging van de boete passend en geboden is. De rechtbank heeft de minister in de gelegenheid gesteld dit gebrek te herstellen.

Reactie minister van 9 juli 2024

4.       De minister heeft naar aanleiding van de tussenuitspraak van de rechtbank te kennen gegeven dat de boete met 12,5% gematigd kan worden, omdat [appellante] adequate maatregelen heeft getroffen om toekomstige overtredingen van de Wml te voorkomen.

Einduitspraak van de rechtbank

5.       In de einduitspraak heeft de rechtbank de boete eerst met 12,5% gematigd tot € 43.750,00. Vervolgens heeft de rechtbank de boete met 25% verminderd tot € 32.812,50, omdat de redelijke termijn is overschreden. De rechtbank heeft daarom het door [appellante] tegen het besluit van 16 juni 2021 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het besluit van 13 november 2020 herroepen voor zover het de hoogte van de opgelegde boete betreft. De rechtbank heeft de boete vastgesteld op € 32.812,50 en heeft bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 16 juni 2021.

Beoordeling van het hoger beroep

6.       [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de minister de boete niet verder had hoeven matigen. Hiertoe voert zij aan dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat de mate van verwijtbaarheid al via artikel 8, tweede lid, van de Beleidsregel 2018 is verdisconteerd in de hoogte van de boete. Uit de tekst van de beleidsregel en de toelichting op de beleidsregel volgt namelijk niet dat rekening wordt gehouden met de verwijtbaarheid. In artikel 8, tweede lid, van de Beleidsregel 2018 wordt slechts rekening gehouden met de duur van het werkverband, maar niet met de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder kan worden verweten. Dit is van belang, omdat sprake is van verminderde, dan wel normale verwijtbaarheid. Het gaat namelijk om een kleine, jonge organisatie zonder specialistische juridische kennis. Verder hebben de overtredingen slechts enkele weken geduurd, waardoor de ernst van de overtreding gering is. De boete moet daarom met 50% dan wel 75% worden gematigd.

6.1.    De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen 7.3 en 7.4 van de tussenuitspraak en de overweging 3.1 van de einduitspraak, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt hieraan toe dat zij in wat [appellante] heeft aangevoerd geen aanleiding ziet om de boete verder te matigen. Dat de overtredingen slechts enkele weken hebben geduurd heeft niet tot gevolg dat de boete moet worden gematigd, omdat in artikel 8, tweede lid, van de Beleidsregel 2018 al rekening wordt gehouden met de duur van het werkverband.

Het betoog slaagt niet.

Aanvullende schadevergoeding wegens overtreding redelijke termijn

7.       [appellante] heeft verzocht om aanvullende vergoeding van de immateriële schade vanwege overschrijding van de redelijke termijn als bedoeld in artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

7.1.    Als uitgangspunt geldt dat voor een zaak die uit een bezwaarschriftenprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, een totale lengte van de procedure van ten hoogste vier jaar redelijk is. De redelijke termijn is aangevangen op het moment van de boetekennisgeving van 17 augustus 2020. De Afdeling doet vandaag, 5 augustus 2026, uitspraak waardoor de redelijke termijn in de totale procedure met ruim één jaar en 11 maanden is overschreden.

De rechtbank heeft de boete al met 25% gematigd wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Afdeling ziet geen aanleiding om de boete verder te matigen. Het verzoek wordt afgewezen.

Conclusie

8.       Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt, voor zover aangevallen, bevestigd.

9.       Het verzoek om aanvullende schadevergoeding wordt afgewezen.

10.     De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen;

II.       wijst het verzoek om aanvullende schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn af.

Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzitter, en mr. C.C.W. Lange en mr. J. Luijendijk, leden, in tegenwoordigheid van R.E. de Bakker, griffier.

w.g. Van Ravels
voorzitter

w.g. De Bakker
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2026

Bijlage

Wettelijk kader

Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden

Artikel 6 Recht op een eerlijk proces

1. Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn zaak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de wet is ingesteld. De uitspraak moet in het openbaar worden gewezen maar de toegang tot de rechtszaal kan aan de pers en het publiek worden ontzegd, gedurende de gehele terechtzitting of een deel daarvan, in het belang van de goede zeden, van de openbare orde of nationale veiligheid in een democratische samenleving, wanneer de belangen van minderjarigen of de bescherming van het privé leven van procespartijen dit eisen of, in die mate als door de rechter onder bijzondere omstandigheden strikt noodzakelijk wordt geoordeeld, wanneer de openbaarheid de belangen van een behoorlijke rechtspleging zou schaden.

[…]

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag

Artikel 18b

[…]

2. Als overtreding wordt tevens aangemerkt het door de werkgever desgevraagd niet of niet tijdig aan de toezichthouder verstrekken van:

a.       een opgave als bedoeld in artikel 626 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel andere bescheiden waaruit de in dat artikel voorgeschreven gegevens blijken;

b.       bescheiden waaruit blijkt welk loon en welke vakantiebijslag aan de werknemer zijn voldaan;

c.       bescheiden waaruit blijkt hoeveel uren de werknemer heeft gewerkt;

d.       bescheiden waaruit de betalingsverplichtingen of voorschotten blijken welke met in achtneming van artikel 13 zijn ingehouden op of verrekend met het minimumloon;

e.       bescheiden waaruit voor de toepassing van artikel 12b de volgende gegevens blijken:

1.       de schriftelijke overeenkomst, bedoeld in dat artikel;

2.       de omvang van de productie van de werknemer, waar nodig uitgesplitst naar de verschillende onderdelen per stukloonnorm op grond van artikel 12a, derde lid, die hierop van toepassing is, in een uitbetalingstermijn;

f.        bescheiden waaruit voor de toepassing van artikel 13a de volgende gegevens blijken:

1.       de periode waarin de langere feitelijke arbeidsduur is ontstaan;

2.       de omvang van de langere feitelijke arbeidsduur;

3.       het tijdstip waarop de langere feitelijke arbeidsduur is gecompenseerd in betaalde vrije tijd of giraal is uitbetaald;

4.       de omvang van de langere feitelijke arbeidsduur in gecompenseerde tijd en de hoogte van de giraal uitbetaalde langere feitelijke arbeidsduur.

[…]

Beleidsregel bestuursrechtelijke handhaving Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag 2018

Artikel 8

[…]

2. De boete voor een overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de wet wordt gematigd, indien de werkgever kan aantonen dat sprake is geweest van een arbeidsduur die korter was dan zes maanden. In dat geval wordt de boetehoogte bepaald aan de hand van onderstaande tabel.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon