Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202501099/1/R3

Uitspraak 202501099/1/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4473
Datum uitspraak
5 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 29 november 2024 heeft de raad van de gemeente Den Haag het bestemmingsplan "Dreven 1" vastgesteld. Het bestemmingsplan gaat over de eerste fase van een grootschalige herontwikkeling van een deel van de Drevenbuurt, die tot stand is gekomen in de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog. Het plangebied ligt in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), binnen de wijk Bouwlust-Vrederust, waar de naoorlogse wederopbouwarchitectuur beeldbepalend en kenmerkend is. Het bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van het aantal woningen van 139 naar 266. 64 woningen worden gesloopt, 75 woningen worden gerenoveerd en 191 woningen worden nieuw gebouwd. Van het totaalaantal woningen wordt ongeveer 72% in de sociale sector uitgevoerd. Daarnaast bestaat 18% van de te realiseren woningen uit betaalbare koopappartementen. Vereniging Vrienden van Den Haag en andere kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan, vooral omdat dit volgens hen ten koste gaat van de cultuurhistorische waarden van het gebied.
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Zuid-Holland

Toon inhoud

  • Volledige tekst
  • Persaankondiging
Volledige tekst

202501099/1/R3.
Datum uitspraak: 5 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Vereniging Vrienden van Den Haag, gevestigd in Den Haag, en andere,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Den Haag,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 29 november 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Dreven 1" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Vereniging Vrienden van Den Haag en andere beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Stichting Staedion en Heijmans Vastgoed B.V. hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Vereniging Vrienden van Den Haag en andere hebben een nadere reactie en nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak, gelijktijdig met zaak nr. 202504018/1/A2, op een zitting behandeld op 10 juni 2026, waar Vereniging Vrienden van Den Haag en andere, vertegenwoordigd door [gemachtigden], en de raad, vertegenwoordigd door mr. D.S.P. Roelands-Fransen, advocaat in Den Haag, en P.M. Birnage, zijn verschenen. Verder zijn daar Staedion en Heijmans Vastgoed, beide vertegenwoordigd door mr. J.A. Mohuddy, advocaat in Breda, [gemachtigden], gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 29 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet (Chw), zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Het bestemmingsplan gaat over de eerste fase van een grootschalige herontwikkeling van een deel van de Drevenbuurt, die tot stand is gekomen in de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog. Het plangebied ligt in het stadsdeel Escamp (Den Haag Zuidwest), binnen de wijk Bouwlust-Vrederust, waar de naoorlogse wederopbouwarchitectuur beeldbepalend en kenmerkend is. Het plangebied wordt aan de noordwestzijde begrensd door de Melis Stokelaan en aan de noordoostzijde door de Dorpersdreef. De Pachtersdreef vormt samen met een openbaar wateroppervlak de grens aan de zuid(oost)zijde van het plangebied. De westzijde van het plangebied wordt begrensd door de Dreef.

Het bestemmingsplan voorziet in een uitbreiding van het aantal woningen van 139 naar 266. 64 woningen worden gesloopt, 75 woningen worden gerenoveerd en 191 woningen worden nieuw gebouwd. Van het totaalaantal woningen wordt ongeveer 72% in de sociale sector uitgevoerd. Daarnaast bestaat 18% van de te realiseren woningen uit betaalbare koopappartementen. De overige woningen zijn vrijesectorwoningen. Ook wordt voorzien in bedrijfsruimten en een parkeergarage.

Vereniging Vrienden van Den Haag en andere kunnen zich niet verenigen met het bestemmingsplan, vooral omdat dit volgens hen ten koste gaat van de cultuurhistorische waarden van het gebied.

Staedion en Heijmans Vastgoed zijn de ontwikkelaars van de vernieuwing en vergroting van de woningvoorraad in het plangebied. Staedion is een Haagse woningcorporatie met ongeveer 38.000 huurwoningen.

2.1.    Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2026:4474, heeft de Afdeling beslist op het hoger beroep in de zaak over de intrekking van de aanwijzing tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht van De Dreven. Met die uitspraak is de intrekking in rechte komen vast te staan.

Toetsingskader

3.       Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Goede procesorde

4.       De van Vereniging Vrienden van Den Haag en andere deel uitmakende Stichting Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust heeft op zaterdag 30 mei 2026 om 23.40 uur in de zaak van de intrekking van de aanwijzing van het beschermd stadsgezicht een 25 pagina’s tellende nadere reactie met onder meer nieuwe beroepsgronden, en ook een groot aantal nadere stukken ingediend. In die zaak is zij evenwel geen partij. De reactie en stukken zijn in het dossier van de bestemmingsplanzaak opgenomen.

De raad, Staedion en Heijmans Vastgoed hebben op de zitting meegedeeld geen bezwaar te hebben tegen het bij de beoordeling betrekken van de nadere stukken, maar wel tegen de omvangrijke nadere reactie.

Gelet op de reacties van de raad, Staedion en Heijmans Vastgoed, zal de Afdeling de bijlagen bij de nadere reactie bij haar beoordeling betrekken. Deze bijlagen sluiten aan bij al bekende stukken die zich in het dossier bevinden. De Afdeling laat echter de nadere reactie van 25 pagina’s wegens strijd met de goede procesorde buiten beschouwing, omdat de raad, Staedion en Heijmans Vastgoed en ook de Afdeling zelf zich daarop onvoldoende hebben kunnen voorbereiden. Daarbij laat de Afdeling verder onbesproken of de in deze nadere reactie opgenomen nieuwe beroepsgronden überhaupt aan de orde zouden kunnen komen omdat artikel 1.6a van de Chw aan het aanvoeren van nieuwe beroepsgronden buiten de beroepstermijn in de weg staat.

Prematuur besluit?

5.       Vereniging Vrienden van Den Haag en andere voeren aan dat de raad het bestemmingsplan niet mocht vaststellen zolang het besluit tot intrekking van de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht niet onherroepelijk is. Het is prematuur om ervan uit te gaan dat het bestemmingsplan geen conserverend karakter hoeft te hebben.

5.1.    Er bestaat geen rechtsregel die de raad beperkt in de mogelijkheid een bestemmingsplan vast te stellen voor een gebied waarvoor de intrekking van de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht nog niet onherroepelijk is. In de beroepsprocedure over het bestemmingsplan kan als beroepsgrond naar voren worden gebracht, zoals in dit geval ook is gedaan, dat het bestemmingsplan onvoldoende in de bescherming van de waarden van het beschermd stadsgezicht voorziet. Daarop zal de Afdeling hierna ingaan. De raad heeft op 10 februari 2022 de aanwijzing ingetrokken. Ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan was de aanwijzing nog in werking, maar was al wel, op 9 februari 2023, in bezwaar beslist over het besluit tot intrekking van de aanwijzing. Dat de intrekking pas betekenis zou krijgen op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan, staat er niet aan in de weg dat de raad bij de vaststelling van het bestemmingsplan de in bezwaar in stand gebleven intrekking van de aanwijzing betrekt. Zoals al vermeld onder 2.1, is de intrekking met de uitspraak van de Afdeling van vandaag, ECLI:NL:RVS:2026:4474, in rechte komen vast te staan.

Het betoog slaagt niet.

Planbegrenzing

6.       Vereniging Vrienden van Den Haag en andere wijzen erop dat de gehele Drevenbuurt is (was) aangewezen als beschermd stadsgezicht en in twee fasen wordt ontwikkeld. Het gaat nu om fase 1. Als fase 2 uiteindelijk niet uitvoerbaar blijkt en fase 1 al is ontwikkeld, blijft er een verminkt stadsgezicht over. De gehele ontwikkeling had volgens hen daarom in één bestemmingsplan moeten worden geregeld.

6.1.    De raad komt beleidsruimte toe bij het bepalen van de begrenzingen van een bestemmingsplan. Deze ruimte is echter niet zo groot dat de raad een begrenzing kan vaststellen die in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

6.2.    De Afdeling is van oordeel dat de raad zich op het standpunt heeft mogen stellen dat de vastgestelde planbegrenzing een goede ruimtelijke ordening dient. Zij betrekt daarbij dat de gehele ontwikkeling van de Drevenbuurt in twee fasen is opgedeeld. Fase 1 is gereed voor uitvoering. Fase 1 betreft gronden met op zichzelf staande woningen met een grote urgentie om te komen tot sloop/nieuwbouw en/of renovatie. De vastgestelde plangrens doorsnijdt geen bouwblokken. Fase 2 behoeft nog verdere uitwerking. De aanwijzing tot beschermd stadsgezicht is evenwel ook daar al vervallen. Van een onlosmakelijk verband, meer specifiek een zodanige ruimtelijke samenhang tussen de gebieden van fase 1 en 2 dat deze niet los van elkaar kunnen worden ontwikkeld, is niet gebleken. De gevolgen van de invulling van de gronden van fase 1 voor de cultuurhistorische waarden kunnen op zichzelf worden beoordeeld. De raad heeft de gekozen planbegrenzing deugdelijk gemotiveerd. Daarbij wijst de raad er in het verweerschrift nog terecht op dat ook als beide fasen in één bestemmingsplan zouden zijn opgenomen, het door Vereniging Vrienden van Den Haag en andere geschetste risico bestaat. Op de ontwikkelaars rust immers geen verplichting om het bestemmingsplan (geheel) uit te voeren.

Het betoog slaagt niet.

Cultuurhistorische waarden, verdichting en gemeentelijk beleid

7.       Vereniging Vrienden van Den Haag en andere betogen dat de raad onvoldoende rekening heeft gehouden met de aanwijzing van De Dreven tot gemeentelijk beschermd stadsgezicht en de in het plangebied aanwezige cultuurhistorische waarden. De raad heeft met de vaststelling van het plan beoogd te voorzien in behoud en bescherming van de meest essentiële kwaliteiten van het beschermd stadgezicht, maar die bescherming is volgens hen ontoereikend. De cultuurhistorische waarden worden aangetast door een grote toename van het aantal woningen. De open, groene verkaveling verandert naar gesloten bouwblokken. Het plan biedt slechts bescherming aan de karakteristieke voormalige winkelbebouwing en portiekwoningen langs de Dreef door het toekennen van de dubbelbestemming "Waarde-Cultuurhistorie-Karakteristiek", terwijl die dubbelbestemming aan andere elementen, zoals het orthogonale straten- en bebouwingspatroon met groene ruimte tussen de gebouwen, de diagonale zichtlijnen en de singel met bajonet in het hart van de wijk, ten onrechte niet is toegekend.

Vereniging Vrienden van Den Haag en andere voeren verder aan dat de raad ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar verschillende duurzame varianten van herontwikkeling, waarbij de bestaande bebouwing binnen het beschermd stadsgezicht behouden kan blijven. Volgens Vereniging Vrienden van Den Haag en andere geeft een negatief advies van de welstands- en monumentencommissie over de intrekking van de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht aanleiding tot zelfstandig onderzoek.

Vereniging Vrienden van Den Haag en andere betogen dat de raad niet heeft gemotiveerd waarom de beoogde verdichting juist moet plaatsvinden op de gronden van het plangebied. In Zuidwest is sprake van een grote mate van herontwikkeling en verdichting. De nu voorziene opgave kan in Zuidwest buiten het tot beschermd stadsgezicht aangewezen gebied worden ingevuld.

Verder verdraagt het plan zich volgens hen niet met gemeentelijk beleid. Zo is het plan niet in lijn met de gemeentelijke structuurvisie Den Haag Zuidwest 2040 (structuurvisie) waarin ambities zijn opgenomen over de mate en wijze van verdichting, parkeren, bouwhoogtes en groenvoorzieningen. Bij de mogelijk gemaakte woningtypen komen niet de passende hoogwaardige voorzieningen. Daarbij heeft de raad niet gemotiveerd dat het plan aan de Haagse referentienormen maatschappelijke voorzieningen voldoet. Het groen-blauwe karakter van Bouwlust-Vrederust wordt geschaad doordat open groene stroken worden bebouwd met gesloten bebouwing en zichtlijnen op watergangen vervallen. En er is niet voorzien in een oplossing voor het tekort aan kinderspeelplaatsen in Bouwlust-Vrederust.

7.1.    De Afdeling overweegt allereerst dat de aanwijzing van De Dreven tot beschermd stadszicht al was ingetrokken en het besluit tot intrekking in bezwaar in stand was gelaten ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan. Daarbij is wel het voorbehoud gemaakt dat de intrekking pas in werking treedt op het moment van inwerkingtreding van het bestemmingsplan.

Voor zover Vereniging Vrienden van Den Haag en andere beroepsgronden aanvoeren die gaan over de intrekking van de aanwijzing, zoals de advisering door de welstands- en monumentencommissie daarover en het gemaakte voorbehoud in bezwaar, bespreekt de Afdeling deze niet in deze procedure. Wel komt de cultuurhistorische waarde hierna ter sprake. Niet in geschil is immers dat het plangebied cultuurhistorische waarden vertegenwoordigt. Op wat Vereniging Vrienden van Den Haag en andere daarover hebben aangevoerd, gaat de Afdeling, in het licht van haar beoordeling of de raad het bestemmingsplan in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening heeft kunnen achten, hierna in. De Afdeling sluit daarvoor aan bij wat haar voorzieningenrechter heeft overwogen in zijn uitspraak van 4 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3636, over het verzoek van Vereniging Vrienden van Den Haag en andere om het treffen van een voorlopige voorziening. De Afdeling ziet geen aanleiding anders te oordelen dan de voorzieningenrechter.

7.2.    In de kern beschouwd zijn Vereniging Vrienden van Den Haag en andere van mening dat de raad onvoldoende gewicht heeft toegekend aan de cultuurhistorische belangen van de Drevenbuurt. Op de door de raad in aanmerking genomen belangen gaat de Afdeling hierna in. De Afdeling is van oordeel dat de raad zich op het standpunt mocht stellen dat het bestemmingsplan voldoende rekening houdt met de cultuurhistorische waarden in het plangebied en dat de belangenafweging zorgvuldig is geweest.

7.3.    De Afdeling overweegt dat de raad met de vaststelling van het plan wel degelijk enige bescherming heeft willen bieden aan kenmerkende cultuurhistorische waarden van het gebied, waarbij is beoogd om enkele essentiële kwaliteiten van het stadsgezicht te behouden. Het gaat dan concreet om de karakteristieke voormalige winkelbebouwing en portiekwoningen langs de Dreef, het orthogonale straten- en bebouwingspatroon met groene ruimte tussen de gebouwen en de diagonale zichtlijnen, en de singel met bajonet in het hart van de wijk. De raad heeft ervoor gekozen om aan de karakteristieke voormalige winkelbebouwing en portiekwoningen langs de Dreef de dubbelbestemming "Waarde-Cultuurhistorie-Karakteristiek" toe te kennen. Die dubbelbestemming is een bouwregeling en heeft de raad niet kunnen toepassen op de overige kenmerkende kwaliteiten van de Drevenbuurt die niet bouwkundig van aard zijn. Uit de ligging van de onderscheidene plandelen en bouwvlakken in de verbeelding volgt dat daarmee wel rekening is gehouden. Vereniging Vrienden van Den Haag en andere hebben ook niet duidelijk gemaakt welke zichtlijnen in het plangebied door nieuwe bebouwing komen te vervallen en in hoeverre dit zich niet verhoudt tot een goede ruimtelijke ordening. De raad heeft weersproken dat er gesloten bebouwing komt. De raad heeft in de plantoelichting verder gemotiveerd hoe het plan met de desbetreffende elementen rekening houdt. Zo is in paragraaf 5.2.3 van de plantoelichting uiteengezet dat de openbare ruimte en de onderliggende infrastructuur grotendeels zullen worden heringericht met zoveel mogelijk behoud en versterking van de bestaande karakteristieke en waardevolle groenstructuren. Door de voorgevelrooilijn van Dreven fase 1C aan de Gravendreef terug te leggen ten opzichte van de huidige situatie ontstaat ter plekke een breder profiel met meer ruimte voor groen, verblijfskwaliteit en het verbinden van recreatieve en langzaam-verkeersroutes. Het bouwblok van Dreven fase 1B zal, samen met de te renoveren portiekflat uit fase 1A, een alzijdige oriëntatie krijgen, wat de woonkwaliteit en belevingswaarde van de openbare ruimte vergroot. Ook wordt het blok compacter van opzet waardoor een beter leesbaar en groter aaneengesloten parkgebied ter plaatse van de huidige singel zal ontstaan. De weg Baljuwdreef zal rechtdoor getrokken worden, langs bouwblok 1C en parallel aan de Dreef, met een aansluiting op de Melis Stokelaan. De huidige achterkant van de portiekflat, behorend bij fase 1A, zal als voorkant gaan fungeren terwijl de huidige voorkant straks aan een groene binnentuin ligt, die wordt omsloten door vergelijkbare gebouwen, wat typerend is voor de wijk. Het betoog van de Vereniging Vrienden van Den Haag en andere biedt onvoldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat deze motivering van de raad ondeugdelijk is of tekortschiet.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

7.4.    Het betoog dat de raad ten onrechte geen eigen onderzoek heeft gedaan naar varianten, maar zich heeft laten leiden door eenzijdige rapporten en onderzoeken, volgt de Afdeling niet. Van belang is dat de raad het rapport ‘Onderzoek heroverweging status Beschermd Stadsgezicht De Dreven’ heeft laten opstellen. Daarin zijn verschillende uitvoeringen betrokken, waaronder een eerste stedenbouwkundige opzet, twee verkavelingsvarianten en de gekozen verdichte variant. Verder heeft stedenbouwkundig bureau Palmbout een cultuurhistorische analyse uitgevoerd in opdracht van de raad, waarin varianten voor de vernieuwing van de Drevenbuurt zijn onderzocht. De resultaten daarvan zijn neergelegd in het rapport ‘Dreven. Verdichten en vernieuwen in het Gemeentelijk Beschermd Stadsgezicht’. Vereniging Vrienden van Den Haag en andere hebben geen concrete redenen gegeven waarom moet worden getwijfeld aan de zorgvuldigheid van de onderzoeken en de conclusies in de rapporten. Zij wijzen weliswaar op een negatief advies van de welstands- en monumentencommissie dat de raad naast zich zou hebben neergelegd, maar zoals de raad heeft toegelicht, heeft hij daarover een afweging gemaakt in de procedure tot intrekking van de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht. Die afweging vormt juist het vertrekpunt voor het voorliggende bestemmingsplan. De raad weerspreekt niet dat het plangebied cultuurhistorisch waardevol is. De raad heeft echter een afweging te maken waarbij ook andere belangen worden betrokken. De raad heeft bij de vaststelling van het plan rekening gehouden met het financiële aspect en belang toegekend aan het maatschappelijk rendement en het belang van de volkshuisvesting. De raad heeft toegelicht dat verdichting noodzakelijk is en dat is niet mogelijk binnen de huidige structuur van het plangebied. Met het vasthouden aan de huidige structuur kunnen de beleidsdoelen niet worden behaald. Het is volgens de raad belangrijk om de sociale woningvoorraad uit te breiden en ook om differentiatie aan te brengen in de woningvoorraad, zodat terugkeer en doorstroming mogelijk zijn in de wijk. Dit vraagt volgens de raad om een nieuwe stedenbouwkundige opzet, ook omdat de duurzaamheidsresultaten van de bestaande woningen niet optimaal zijn en er problemen zijn in verband met geluid, de toegankelijkheid en de indeling van de woningen. De woningen in het plangebied hebben een zeer slechte kwaliteit, de energielasten zijn bovengemiddeld hoog, de voorzieningen zijn niet op het gewenste niveau en de wijk is nu niet geschikt voor de energie en mobiliteitstransitie. Ook ligt er in de Drevenbuurt een grote sociaal-maatschappelijke opgave op het gebied van werkgelegenheid, armoede, veiligheid, gezondheid en sociale cohesie. Door het eenzijdige woningaanbod is het draagvlak voor voorzieningen en onderwijs verschraald. Die problemen zijn volgens de raad niet op te lossen met alleen renovatie omdat dit duur is, bouwkundig moeilijk en de woningen te klein blijven. Optopping is, voor zover bouwkundig al haalbaar, ook geen reëel alternatief door het ontbreken van liften. Er is daarom gekozen voor verdichting om de huidige sociale voorraad uit te breiden en ook andere woningtypologieën toe te voegen. Daarmee kan ook worden voorzien in ruimte voor maatschappelijke en bedrijfsfuncties. De verdichting zal volgens de raad bijdragen aan de diversiteit van inkomensgroepen en het draagvlak voor voorzieningen. De raad heeft naar het oordeel van de Afdeling om deze redenen kunnen kiezen voor verdichting. De verdichting beperkt zich daarbij bovendien niet tot de Drevenbuurt, maar stedelijke vernieuwing en verdichting vinden, gelet op de met het Rijk gesloten woondeal Zuidelijke Randstad, in geheel Zuidwest plaats.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

7.5.    Voor de structuurvisie zijn de Haagse referentienormen als vertrekpunt gehanteerd. Evenals de Afdeling al in haar uitspraak van 20 december 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4777, onder 12.4, heeft overwogen, kunnen de Haagse referentienormen als richtinggevend instrument worden gebruikt om bij gebiedsontwikkelingen per gebied passende voorzieningenprogramma's op te stellen. De referentienormen zijn niet bedoeld als beleid waaraan de raad bij het vaststellen van een bestemmingplan waarbij een toets plaatsvindt aan een goede ruimtelijke ordening, in beginsel gebonden is.

Sinds 30 januari 2024 gaat het hier om de vergelijkbare Haagse richtinggevende normen voor maatschappelijke voorzieningen en groen 2024. Aan de hand van deze normen is, aldus de raad, voor de gebiedsontwikkeling Zuidwest een voorzieningenprogramma ontwikkeld om in kaart te brengen welke ruimtereserveringen benodigd zijn ten behoeve van de maatschappelijke en niet-maatschappelijke voorzieningen. In het bestemmingsplan is in totaal 3.253 m2 voor bedrijfsonroerend goed en maatschappelijk onroerend goed gereserveerd. In de plandelen 1A (de Dreef) en 1D (parkeervoorziening) zijn deze voorzieningen mogelijk gemaakt. Vereniging Vrienden van Den Haag en andere hebben niet aannemelijk gemaakt dat niet zal kunnen worden voldaan aan de Haagse richtinggevende normen.

Voor zover het gaat om groen in de wijk heeft de raad in het verweerschrift uiteengezet dat met circa 38 m2 groen per woning op basis van het bestemmingsplan ruimschoots aan het uitgangspunt uit de Haagse richtinggevende normen van 16 m2 groen per woning kan worden voldaan. Vereniging Vrienden van Den Haag en andere hebben niet aannemelijk gemaakt dat dit onjuist is. Verder maken de bestemmingen "Groen" en "Wonen" speelvoorzieningen mogelijk. De vraag of er voldoende speelvoorzieningen komen, is een kwestie van uitvoering die het bestemmingsplan niet raakt. In het verweerschrift heeft de raad overigens nog uiteengezet dat er ruimschoots zal worden voldaan aan de hoeveelheid speelvoorzieningen uit de Haagse richtinggevende normen en dat van een tekort geen sprake zal zijn.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

7.6.    Wel vraagt de raad de Afdeling om zelf voorziend artikel 4.1 van de planregels aan te passen omdat de ruimte voor bedrijfsonroerend goed en maatschappelijk onroerend goed volgens hem planologisch niet is geborgd. De raad heeft daarvoor een tekstvoorstel gedaan waar de andere partijen, desgevraagd op de zitting, geen opmerkingen over hebben. Omdat de raad zich in zoverre op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiervoor aanleiding hebben gegeven, is het bestreden besluit wat betreft dit onderdeel niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

Het betoog slaagt in zoverre.

Omwonenden van het plangebied

8.       Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust betoogt dat de raad in de aan het plan ten grondslag liggende belangenafweging onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de omwonenden van het plangebied. De omwonenden hechten aan de bestaande kwaliteiten van de wederopbouwwijk en de belangen van de sociale woningbouw.

8.1.    Het gaat Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust ook hier om de aantasting van de cultuurhistorische waarden van het plangebied. Daarop is de Afdeling hiervoor al ingegaan. Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust voert niet anderszins beroepsgronden aan over de gevolgen van de nieuwe bebouwing voor het woon- en leefklimaat van de omwonenden van het plangebied. Voor zover zij van mening is dat de raad door de verdichting van het plangebied lichtvaardig omgaat met het belang van de cultuurhistorische waarde van de bestaande sociale woningbouw, overweegt de Afdeling dat het bij die verdichting ook om sociale woningbouw gaat. De Afdeling ziet in het licht van wat zij hiervoor al heeft overwogen, niet in waarom de raad niet voor een uitbreiding van het aantal woningen heeft mogen kiezen.

Het betoog slaagt niet.

Financiële uitvoerbaarheid

9.       Vereniging Vrienden van Den Haag en andere betogen dat de raad onvoldoende heeft onderbouwd dat het plan financieel uitvoerbaar is. Zij wijzen daarbij op kanttekeningen in een rapportage van 27 oktober 2022 van de Gemeentelijke Accountantsdienst.

9.1.    Bij een beroep tegen een bestemmingsplan kan een betoog over de uitvoerbaarheid van dat plan, waaronder de financieel-economische uitvoerbaarheid, alleen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit als de raad redelijkerwijs had moeten inzien dat het plan om financieel-economische of andere redenen op voorhand niet uitvoerbaar is.

9.2.    In hoofdstuk 6 van de plantoelichting staat dat er geen economische belemmeringen zijn voor de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Uit het verweerschrift volgt dat het plan onderdeel vormt van de grondexploitatie Dreven-Gaarden-Zichten fase 1. Voor de gehele ontwikkeling is een anterieure overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemers gesloten waarmee kostenverhaal via de grondexploitatie geborgd is. In het verweerschrift staat verder dat het college van burgemeester en wethouders over de financiële stand van de grondexploitatie en de risico's aan de raad rapporteert via de meerjarenprognose grondexploitaties, de jaarrekening en de programmabegroting. In 2024 heeft een actualisatie van de grondexploitatie plaatsgevonden waarbij expliciet aandacht was voor de in 2022 door de Gemeentelijke Accountantsdienst gesignaleerde risico's. Die dienst beoordeelt de grondexploitatie jaarlijks. De grondexploitatie is volgens de raad gezond, zodat geen aanleiding bestaat om de kaders daarvan te herzien. Vereniging Vrienden van Den Haag en andere hebben geen aanwijzingen voor het tegendeel gegeven. Hiermee zijn er voldoende aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat het bestemmingsplan op voorhand uitvoerbaar is. De raad heeft ervan kunnen uitgaan dat de uitvoering niet in het gedrang zal komen.      Het betoog slaagt niet.

Conclusie

10.     In wat Vereniging Vrienden van Den Haag en andere hebben aangevoerd, ziet de Afdeling, gelet op wat zij onder 7.6 heeft overwogen, aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover het betreft onderdeel a en de daaropvolgende zinsnede van artikel 4.1 van de planregels, is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre moet worden vernietigd.

11.     Omdat partijen op de zitting hebben ingestemd met de door de raad voorgestelde aanpassing van onderdeel a en de daaropvolgende zinsnede van artikel 4.1 van de planregels en niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden daardoor in hun belangen zouden kunnen worden geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien, namelijk door de planregel aan te passen op de wijze zoals door de raad is voorgesteld, en door te bepalen dat deze uitspraak wat dit planonderdeel betreft in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dit is vernietigd.

12.     De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen de hierna in de beslissing nader aangeduide onderdelen van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.

13.     De raad moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        verklaart het beroep gegrond;

II.       vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Den Haag van 29 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dreven 1" voor zover het betreft onderdeel a met de daaropvolgende zinsnede van artikel 4.1 van de planregels:

‘a. Parkeren;

alsmede maar enkel op de begane grond:’;

III.      bepaalt dat onderdeel a met de daaropvolgende zinsnede van artikel 4.1 van de planregels als volgt komt te luiden:

‘a. parkeren, met dien verstande dat deze functie op de begane grond is gemaximeerd tot 35% van het bruto vloeroppervlak;

en enkel op de begane grond:’;

IV.      bepaalt dat deze uitspraak wat betreft onderdeel III in de plaats treedt van het besluit van de raad van de gemeente Den Haag van 29 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Dreven 1" voor zover dit onder II is vernietigd;

V.       draagt de raad van de gemeente Den Haag op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdelen II en III worden verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;

VI.      veroordeelt de raad van de gemeente Den Haag tot vergoeding van bij Vereniging Vrienden van Den Haag en andere in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij de betaling van genoemd bedrag aan één van hen de raad aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VII.     gelast dat de raad van de gemeente Den Haag aan Vereniging Vrienden van Den Haag en andere het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 385,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen de raad aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, griffier.

w.g. Knol
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bechinka
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 5 augustus 2026

371

Persaankondiging

Woningbouw in Den Haag

Uitspraak over het bestemmingsplan ‘Dreven 1’ dat de gemeenteraad van Den Haag heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan gaat over de eerste fase van een grootschalige herontwikkeling van een deel van de Drevenbuurt, die tot stand is gekomen in de wederopbouwperiode na de Tweede Wereldoorlog. Het gebied ligt in het stadsdeel Escamp, binnen de wijk Bouwlust-Vrederust. De gemeente wil er meer woningen bouwen. Uiteindelijk is het de bedoeling om zo’n 130 extra woningen te bouwen, maar er worden ook bestaande woningen gesloopt en gerenoveerd. Vereniging Vrienden van Den Haag, Erfgoedvereniging Bond Heemschut, Stichting SOS Den Haag, Stichting het Cuypersgenootschap en Stichting Bewonersorganisatie Bouwlust-Vrederust zijn het niet eens met het bestemmingsplan en zijn gezamenlijk in beroep gekomen bij de Afdeling bestuursrechtspraak. De erfgoedorganisaties en de bewonersorganisatie vrezen dat het bestemmingsplan cultureel erfgoed aantast. De bewonersorganisatie vindt daarnaast dat de gemeenteraad onvoldoende rekening heeft gehouden met de belangen van de omwonenden. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft deze zaak samen met zaak 202504018/1 over de aanwijzing van een gedeelte van de Drevenbuurt als beschermd stadsgezicht op 10 juni 2026 op zitting behandeld.


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon