Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 126.116
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202400089/1/A2

Bij besluit van 9 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland aan [appellant] een tegemoetkoming in planschade van € 5.500,00 toegekend. [appellant] is sinds 19 augustus 2016 mede-eigenaar van de woning aan de [locatie] in De Bult. Bij brief van 29 juli 2021 heeft [appellant] het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland verzocht om tegemoetkoming in planschade die hij, in de vorm van waardevermindering van de woning, heeft geleden door de inwerkingtreding op 21 april 2021 van het bij raadsbesluit van 19 januari 2021 vastgestelde bestemmingsplan De Bult - Onderduikersweg 2. Volgens [appellant] zijn met het nieuwe bestemmingsplan de bouw- en gebruiksmogelijkheden op het perceel aan de Onderduikersweg 2 in De Bult (hierna: het plangebied) verruimd, waardoor de scouting zich daar kan vestigen. In een advies van 10 november 2021 heeft de SAOZ geconstateerd dat vóór de inwerkingtreding van het nieuwe bestemmingsplan voor het plangebied de Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 gold.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2083
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400089/1/A2

202400528/1/A2

Bij besluit van 11 februari 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Zij heeft verzocht om overname van een aantal schulden. Eén van deze schulden was een schuld van € 35.669,18 aan haar zwager, [persoon]. Deze schuld komt voort uit twee overeenkomsten van geldlening. De eerste overeenkomst is van 26 oktober 2018, waarbij € 20.000,00 is geleend. Op 15 oktober 2020 is een nieuwe overeenkomst aangegaan, waarin een aanvullend bedrag is geleend. De minister heeft aan zijn besluit ten grondslag gelegd dat de schuld niet is vastgelegd in een notariële akte. Verder blijkt uit de schriftelijke overeenkomst wel dat afspraken zijn gemaakt over vervroegde opeising van de hoofdsom, maar er zijn geen stukken aangeleverd waaruit blijkt dat [appellante] in gebreke is gesteld door [persoon]. De minister acht de afwijzing van het verzoek niet onevenredig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2055
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202400528/1/A2

202400587/1/R3

Bij besluit van 20 mei 2016 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zeist aan McDonald's Nederland B.V. een omgevingsvergunning verleend voor, voor zover van belang, het herinrichten van het terrein, het vervangen van de terreinobjecten en het aanleggen van een fietspad op het perceel Amersfoortseweg 24 te Huis ter Heide). McDonald's exploiteert sinds 1987 het restaurant op het perceel. Zij wilde onder meer het parkeerterrein anders inrichten, een tweede McDrive-lane realiseren en het bestaande terras uitbreiden met 50 m². Het college heeft daarvoor op 20 mei 2016 een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, b en c, van de Wabo verleend. Het heeft daarbij toepassing gegeven aan artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3o, van de Wabo. [appellant sub 2] is tegen de verlening van de omgevingsvergunning opgekomen. Hij woont in de directe omgeving van het perceel en vreest voor een aantasting van zijn woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2059
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202400587/1/R3

202401047/1/V2

Bij besluit van 31 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld. Betrokkene komt uit Nigeria. Hij is vanuit Oekraïne naar Nederland gekomen en heeft hier tijdelijke bescherming verkregen op grond van de Richtlijn 2001/55/EG en het daarop gebaseerde Uitvoeringsbesluit (EU) 2022/382 van 4 maart 2022. Om deze tijdelijke bescherming te kunnen krijgen heeft hij een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ondertekend. Omdat de minister van Asiel en Migratie ervan uitging dat het recht op tijdelijke bescherming op 4 september 2023 zou eindigen, is zij in de loop van 2023 gestart met de behandeling van die asielaanvraag. In dat kader heeft zij aan betrokkene een vragenformulier gestuurd met daarin onder meer de vraag of hij zijn asielprocedure wil doorzetten. Nadat een antwoord, na herhaaldelijk vragen, uitbleef, heeft de minister van Asiel en Migratie de asielaanvraag buiten behandeling gesteld op grond van artikel 30c, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2072
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202401047/1/V2

202401383/1/A2

Bij besluit van 25 april 2022 heeft de minister van Financiën geweigerd een private schuld van [appellante] over te nemen. Deze uitspraak gaat over compensatie voor afgeloste private schulden in het kader van de hersteloperatie toeslagen. Deze regeling is onderdeel van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellante] is een gedupeerde ouder van de toeslagenaffaire. De Dienst Toeslagen heeft in de periode 2010-2015 kinderopvangtoeslag teruggevorderd van [appellante] en haar verzoek om een persoonlijke betalingsregeling geweigerd. De Dienst Toeslagen wilde ook niet meewerken aan een vrijwillig schuldhulpverleningstraject, en het verzoek om toelating tot de Wet schuldsanering natuurlijke personen is afgewezen. [appellante] heeft daardoor jarenlang financieel klem gezeten en zij heeft alles moeten doen om niet uit huis gezet te worden. [appellante] heeft daarom onder meer sieraden verpand bij het Pandhuis van de Gemeentelijke Kredietbank Den Haag.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2069
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202401383/1/A2

202401996/1/A2

Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, mag de minister voor Rechtsbescherming als beoordelingsmaatstaf hanteren dat de betrouwbaarheid en integriteit van beveiligingsmedewerkers boven iedere twijfel verheven moeten zijn.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2143
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Beveiligingswerkzaamheden
  • uitspraakin de zaak202401996/1/A2

202402560/1/R1

Bij besluit van 26 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van IJsselstein het locatieplan voor Eiteren (PV45) vastgesteld. Bij het besluit is de locatie tegenover [locatie 1] aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] wonen op onderscheidenlijk [locatie 1], [locatie 2] en [locatie 3]. Zij zijn het niet eens met het besluit. Volgens hen is een ORAC op de locatie niet nodig en zijn er geschiktere locaties. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellant sub 3] betogen dat de noodzaak voor een ORAC op de locatie ontbreekt. Zij verwijzen naar het beleid dat is neergelegd in de "Aanwijzingsprocedure ondergrondse restafvalcontainers". Daarin staat volgens hen dat alleen woningen met een perceel dat kleiner is dan 130 m² toegang moeten krijgen tot een ORAC. Volgens hen wijkt het college van dat beleid af, omdat de ORAC op de aangewezen locatie is bedoeld voor woningen met een perceel dat groter is dan 130 m².

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2084
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202402560/1/R1

202402688/1/A2

Bij besluit van 22 februari 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zundert een aanvraag van [appellante] om tegemoetkoming in planschade afgewezen. Bij brief van 18 augustus 2020 heeft [appellante] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij, in de vorm van waardevermindering van de onroerende zaken, heeft geleden door de inwerkingtreding van het bij raadsbesluit van 24 augustus 2015 vastgestelde Reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert en alle daaropvolgende planologische maatregelen, waaronder het bij raadsbesluit van 11 juli 2017 vastgestelde Aanpassingsplan reparatieplan bestemmingsplan Buitengebied Zundert. Volgens [appellante] heeft het reparatieplan geleid tot een beperking van de gebruiksmogelijkheden van de percelen en hebben zowel het reparatieplan als het aanpassingsplan geleid tot een verruiming van de gebruiksmogelijkheden van de percelen aan de Gelderdonksestraat 3, 5 en 7 in Rijsbergen (hierna: de buurpercelen), waardoor zij eveneens schade heeft geleden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2092
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202402688/1/A2

202402756/1/R4

Bij besluit van 13 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel zijn beslissing om op 29 september 2023 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening Ouder-Amstel 2021 aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Bij besluit van dezelfde datum heeft het college vermeld dat de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 120,00, voor rekening van [appellant] komen. Bij bezwaarschrift van 6 januari 2024 heeft [appellant] bezwaar gemaakt tegen de besluiten van het college van 13 oktober 2023. Het college van burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel heeft dit bezwaarschrift op 9 januari 2024 ontvangen. Bij besluit van 29 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Ouder-Amstel zich op het standpunt gesteld dat het bezwaar niet-ontvankelijk is, omdat het bezwaarschrift niet binnen de daarvoor geldende termijn is ingediend en er volgens het college geen aanleiding is om de overschrijding van de bezwaartermijn verschoonbaar te achten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2054
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202402756/1/R4

202402989/1/V6

Bij besluit van 2 april 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van [wederpartij] om hem het Nederlanderschap te verlenen afgewezen. [wederpartij] is geboren op [geboortedatum] 1971 en heeft de Somalische nationaliteit. Hij heeft een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. De staatssecretaris heeft het naturalisatieverzoek afgewezen. Volgens hem kan [wederpartij] niet als voldoende ingeburgerd worden beschouwd in de zin van artikel 8, eerste lid, aanhef en onder d, van de Rijkswet op het Nederlanderschap. Volgens de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wijst [wederpartij] de democratische rechtsorde af. De rechtbank heeft het beroep van [wederpartij] gegrond verklaard, omdat het besluit van 4 oktober 2021 volgens haar in strijd is met het motiverings- en het zorgvuldigheidsbeginsel. De rechtbank heeft overwogen dat het individueel ambtsbericht en het nadere onderzoek het standpunt van de staatssecretaris niet kunnen dragen. Volgens de rechtbank kan niet met zekerheid worden gesteld dat de eigenaren van de inbeslaggenomen apparaten een link hebben met IS.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2057
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202402989/1/V6

202403121/2/R4

[appellante] heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Epe van 27 maart 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Bedrijventerrein Eekterveld IV". De raad heeft een gedingstuk overgelegd en met verwijzing naar artikel 8:29 van de Awb medegedeeld dat uitsluitend de Afdeling kennis zal mogen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2044
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Geheimhoudingsbeslissing
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202403121/2/R4

202403157/1/R1

Bij besluit van 16 april 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Vlissingen het "spreidingsplan locaties afvalinzamelvoorzieningen Paauwenburg-omgekeerd inzamelen" vastgesteld. Daarbij is onder meer de locatie aan de Abraham Kuyperstraat ter hoogte van de Abraham Kuyperstraat 23 aangewezen voor de plaatsing van een ondergrondse restafvalcontainer. Bij het besluit zijn 33 locaties in de wijk Paauwenburg in Vlissingen aangewezen als locatie voor de plaatsing van een boven- of ondergrondse afvalcontainer. Onder meer de locatie aan Abraham Kuyperstraat ter hoogte van de Abraham Kuyperstraat 23 is aangewezen voor de plaatsing van een ORAC. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] en [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2]. Zij zijn het niet eens met de plaatsing van een container op de bestreden locatie. [appellant sub 1] en [appellant sub 2] betogen dat een ORAC op de bestreden locatie niet nodig is, omdat er al drie locaties in de nabijheid zijn. Als de bestreden locatie vervalt, wordt volgens [appellant sub 1] en [appellant sub 2] nog steeds voldaan aan de loopafstanden in de randvoorwaarden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2082
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202403157/1/R1

202403209/1/A2

Bij besluit van 23 september 2021 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (nu: de Dienst Toeslagen) het verzoek van [appellant] om herziening van het besluit van 2 juli 2021 tot afwijzing van zijn aanvragen om kindgebonden budget voor de jaren 2019 en 2021, afgewezen. [appellant] en zijn ex-partner hebben co-ouderschap over hun twee kinderen. De kinderen blijven om de week bij [appellant]. [appellant] krijgt van de Sociale Verzekeringsbank (hierna: de SVB) de helft van de kinderbijslag uitbetaald via de lopende aanvraag van zijn ex-partner. Niet in geschil is dat de ex-partner de rechthebbende voor de kinderbijslag is en kindgebonden budget ontvangt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2045
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202403209/1/A2

202403323/1/A2

Bij besluit van 20 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht één parkeervak in de Aelbert Cuyplaan in Hendrik-Ido-Ambacht aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen en een daarnaast gelegen tweede parkeervak aangewezen dat in de toekomst mogelijk kan worden ingericht als parkeervak voor het opladen van elektrische voertuigen. CityCharging - een zogenaamde Charge Point Operator - heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht verzocht om een verkeersbesluit te nemen, inhoudende dat twee parkeervakken worden aangewezen voor het opladen van elektrische voertuigen nabij Aelbert Cuyplaan 90 in Hendrik-Ido-Ambacht, zodat zij een oplaadpaal met twee oplaadpunten kan plaatsen. De rechtbank heeft overwogen dat het college in overeenstemming met de beleidsregels de behoefte aan de oplaadpaal heeft aangetoond en de locatie van het parkeervak heeft vastgesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2081
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403323/1/A2

202403526/1/A2

Bij besluit van 25 mei 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Rozendaal aan [appellante sub 1] een tegemoetkoming in planschade van € 2.000,00 toegekend. Op 21 december 2021 heeft [appellante sub 1] het college verzocht om tegemoetkoming in planschade die zij, in de vorm van waardevermindering van de woning, heeft geleden door de inwerkingtreding op 24 april 2017 van het op 31 januari 2017 vastgestelde bestemmingsplan Dorpsschool Rozendaal (hierna: het nieuwe bestemmingsplan). Volgens [appellante sub 1] is het op grond van het nieuwe bestemmingsplan toegestaan om in een gebied in de nabijheid van de woning een schoolcomplex te realiseren en verdwijnt hierdoor de landelijke sfeer van de stille groene omgeving. In een advies van 4 april 2022 heeft Langhout geconstateerd dat het plangebied op grond van het voorheen geldende bestemmingsplan Kom 2008 de bestemmingen ‘Agrarisch gebied met landschappelijke waarden’, ‘Groen’ en ‘Verblijfsgebied’ had.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2080
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202403526/1/A2

202403616/1/R4

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Harderwijk het bestemmingsplan "Stadsweiden - Randmeer" vastgesteld. Het bestemmingsplan maakt het mogelijk het woonzorgcentrum Randmeer en de appartementsgebouwen daaromheen in Harderwijk te herontwikkelen. Beoogd is de sloop van het hoofdgebouw Randmeer en het appartementsgebouw aan de oostzijde van het plangebied, met samen 101 wooneenheden. De te slopen gebouwen worden vervangen door twee appartementsgebouwen met in totaal 156 wooneenheden. Verder wordt het appartementsgebouw aan de zuidwestzijde van het plangebied met 40 wooneenheden gerenoveerd. [appellante] is eigenaar van een appartement in een gebouw naast het plangebied. Zij vreest met name dat het plan zal leiden tot forse parkeeroverlast bij onder meer haar appartement. Zij wijst er daarbij op dat niet is gegarandeerd dat de nieuwe appartementen zullen worden bewoond door de doelgroep die de raad en de ontwikkelaar, Stichting Habion, voor ogen hebben.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2068
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403616/1/R4

202404275/1/A2

Bij besluit van 4 oktober 2022 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (nu: de Dienst Toeslagen) het verzoek van [appellant] om herziening van de (definitieve) berekening van de zorgtoeslag tussen 2016 en 2021 afgewezen. De Dienst Toeslagen heeft in de besluiten uitgelegd dat bij de berekening van de zorgtoeslag moet worden betrokken dat [appellant], gelet op artikel 5a, eerste lid en onder a, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en artikel 3, eerste lid, van de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen, een toeslagpartner heeft. Daarbij heeft de Dienst Toeslagen erop gewezen dat het toeslagpartnerschap pas wordt beëindigd nadat [appellant] een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed heeft ingediend bij de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2047
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202404275/1/A2

202404842/1/R3

Bij besluit van 8 juli 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Westland naar aanleiding van de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12188 en ECLI:NL:RBDHA:2022:12192, opnieuw een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan verleend voor het oprichten van 25 appartementen op het perceel Kerklaan naast 63 te Wateringen. [partij] wil de voormalige bedrijfsbebouwing en woning op het perceel slopen en daar een appartementencomplex voor 25 woningen bouwen met een hoogte van ongeveer 15,5 m. Op 30 december 2019 heeft [partij] een aanvraag om een omgevingsvergunning voor afwijken van het bestemmingsplan ingediend voor het oprichten van 25 appartementen op het perceel. Op 13 april 2022 is de aangevraagde omgevingsvergunning verleend. Tegen dit besluit is door omwonenden van het perceel beroep bij de rechtbank Den Haag ingesteld. In de uitspraken van 17 november 2022, ECLI:NL:RBDHA:2022:12188 en ECLI:NL:RBDHA:2022:12192, zijn de afzonderlijke beroepen gegrond verklaard en is het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning vernietigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2053
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202404842/1/R3

202404852/1/V3

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2093
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404852/1/V3

202405041/1/A2

Bij besluit van 16 oktober 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het verzoek van [appellant] om herziening van het besluit tot oplegging van een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer afgewezen. Het CBR heeft op 4 april 2022, besloten dat [appellant] een cursus over verantwoord rijgedrag, een EMG, moet volgen. De reden hiervoor is dat geconstateerd is dat hij 110 kilometer per uur reed op een weg waar niet harder dan 50 kilometer per uur mag worden gereden. [appellant] heeft deze cursus in februari 2023 met goed gevolg afgerond. [appellant] heeft op 28 augustus 2023 verzocht om herziening van dit besluit omdat de strafzaak over de snelheidsovertreding op 31 mei 2023 geseponeerd is door het Openbaar Ministerie wegens te weinig bewijs. Per e-mail van 14 december 2023 heeft het OM toegelicht dat de strafbeschikking geseponeerd is omdat de meetafstand bij de snelheidsmeting ontbreekt. Volgens [appellant] zijn dit nieuwe feiten en veranderde omstandigheden die maken dat het besluit van 4 april 2022 moet worden herzien. Het CBR heeft dit verzoek om herziening afgewezen

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2079
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202405041/1/A2

202405335/1/R4

Bij besluit van 2 maart 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag zijn beslissing om op 12 februari 2024 spoedeisende bestuursdwang toe te passen wegens het in strijd met de Afvalstoffenverordening 2010 van de gemeente Den Haag aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen, op schrift gesteld. Daarbij heeft het college vermeld dat een gedeelte van de kosten van de toepassing van bestuursdwang, te weten € 199,57, voor rekening van [appellante] komt. De toepassing van spoedeisende bestuursdwang heeft bestaan uit het verwijderen van een doos met oud papier die op 12 februari 2024 is aangetroffen naast een papiercontainer ter hoogte van de Willem Silviusstraat 16 in Den Haag. Het college is ervan uitgegaan dat [appellante] de doos verkeerd heeft aangeboden, omdat haar naam en adres op het adreslabel op de doos staan. [appellante] betwist niet dat de doos van haar afkomstig is, maar stelt dat haar partner de doos samen met drie andere dozen op de juiste manier in de papiercontainer heeft gedaan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2051
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Afval
  • uitspraakin de zaak202405335/1/R4

202405389/1/A2

Bij besluit van 1 september 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen (nu: de Dienst Toeslagen) de huurtoeslag van [appellante] voor het jaar 2022 definitief vastgesteld op € 1.954,00. Daarnaast is het teveel betaalde voorschot van € 1.083,00 teruggevorderd. [appellante] heeft in 2022 een voorschot op de huurtoeslag ontvangen. Dit voorschot is berekend op basis van een rekenhuur van € 510,21. Na een procedure bij de huurcommissie is de huur met ingang van 1 juli 2022 verlaagd naar € 307,11. [appellante] heeft dit niet bij de Dienst Toeslagen gemeld. Dit heeft geleid tot het besluit van 1 september 2023, dat is gehandhaafd bij besluit van 3 november 2023. De Dienst Toeslagen heeft zich daarbij op het standpunt gesteld dat de door [appellante] aangevoerde bijzondere omstandigheden geen reden geven om de terugvordering geheel of gedeeltelijk te matigen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2046
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202405389/1/A2

202406129/1/A2

Niet in geschil is dat er een hennepkwekerij is aangetroffen in de woning die [appellant] huurde, dat hij daar stond ingeschreven en dat het energiecontract van de woning op zijn naam stond. Er is geen bewijs voor zijn stelling dat hij de woning onderverhuurde.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2145
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Drugs
  • uitspraakin de zaak202406129/1/A2

202406258/1/A2

De politie heeft ruim binnen de uiterlijke termijn, als bedoeld in artikel 3, derde lid, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 een mededeling als bedoeld in artikel 130 van de Wegenverkeerswet 1994 gedaan aan het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2144
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202406258/1/A2

202406482/1/R4

Bij besluit van 3 september 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest het wijzigingsplan "Kerkstraat 56-58" vastgesteld. Het wijzigingsplan voorziet in de mogelijkheid om maximaal twintig appartementen te realiseren op het perceel aan de Kerkstraat 56-58 in Soest waar nu nog een meubelzaak is gevestigd. [appellant A] woont aan de [locatie 1] in Soest op ongeveer 30 m afstand van het wijzigingsplangebied. [appellant B] woont aan de [locatie 2] op ongeveer 45 m afstand van het wijzigingsplangebied. De Bunte is de initiatiefnemer van het wijzigingsplan. Op grond van het bestemmingsplan "Soest Midden en Zuid" gelden in het wijzigingsplangebied de bestemming "Gemengd" en de gebiedsaanduiding "wro-zone - wijzigingsgebied 6". Met het wijzigingsplan wordt die bestemming omgezet naar de bestemmingen "Wonen" en "Tuin". Hiervoor heeft het college gebruik gemaakt van de wijzigingsbevoegdheid in artikel 34.9 van de regels van het bestemmingsplan. [appellanten] zijn het niet eens met het wijzigingsplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1980
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202406482/1/R4

202408013/1/R1

Bij besluit van 6 november 2024 heeft de raad van de gemeente Gooise Meren het bestemmingsplan "Het Nieuwe Raadhuis Bussum" vastgesteld. Het plan maakt de bouw van een gebouw met 14 appartementen mogelijk op het perceel aan de Landstraat 78 in Bussum. Dit gebouw komt in de plaats van Café 't Raedthuys. Het voornemen is daar 10 sociale huurwoningen en 4 duurdere koopwoningen te bouwen. FH Raedthuys B.V. is de initiatiefnemer van de ontwikkeling. [appellant] en anderen wonen in de directe omgeving van het plangebied. Zij vrezen voor aantasting van hun woon- en leefklimaat door de ontwikkeling die het plan mogelijk maakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2067
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Holland
  • uitspraakin de zaak202408013/1/R1

202408080/1/A2

De buitengewoon opsporingsambtenaar heeft in het op ambtseed opgemaakt proces-verbaal vermeld dat er op 20 september 2023 een parkeerverbod gold en dat de auto van [appellant] in de weg stond van de geplande werkzaamheden voor de bekabeling van laadpalen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2141
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Wegenwet
  • uitspraakin de zaak202408080/1/A2

202500588/1/R3

Bij besluit van 23 december 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Emmen aan Boxkoning B.V. een omgevingsvergunning verleend voor het plaatsen van 44 bedrijfsunits aan de Waanderweg 176 in Emmen. Boxkoning B.V. wil 44 bedrijfsunits realiseren aan de Waanderweg 176 in Emmen. Hiervoor heeft het college bij besluit van 23 december 2021 een omgevingsvergunning verleend. [appellant] woont aan de Waanderweg en is het niet eens met deze vergunning. Bij besluit van 20 december 2022 heeft het college zijn bezwaar ongegrond verklaard. Vervolgens is hij in beroep gegaan bij de rechtbank. De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak van 2 juli 2024 geoordeeld dat het college onvoldoende had gemotiveerd dat het bouwplan in voldoende parkeergelegenheid voorzag en er geen sprake was van strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Parapluplan parkeernormen gemeente Emmen". De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld om dit gebrek te herstellen. Bij besluit van 9 september 2024 heeft het college gebruik gemaakt van deze gelegenheid door het besluit van 20 december 2020 in te trekken en het bezwaar van [appellant] opnieuw, op basis van een nadere onderbouwing wat betreft de gekozen parkeernorm, af te wijzen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1997
Datum uitspraak
7 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202500588/1/R3

202301725/1/V3

Bij besluit van 2 november 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen duurzaam verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2014
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202301725/1/V3

202406193/1/V1

Bij besluit van 29 november 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellanten een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2015
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202406193/1/V1

202406649/1/V3

Bij besluit van 23 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2028
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406649/1/V3

202501085/1/V1

Bij besluit van 17 februari 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2016
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202501085/1/V1

202501746/1/V1

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2017
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501746/1/V1

202501749/1/V1

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2018
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501749/1/V1

202501750/1/V1

Bij besluit van 8 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2019
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501750/1/V1

202501925/2/V2

Bij besluiten van 7 oktober 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2007
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501925/2/V2

202502154/1/V1

Bij besluit van 31 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2022
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202502154/1/V1

202502166/1/V3 en 202502166/2/V3

Bij besluit van 9 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2005
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502166/1/V3 en 202502166/2/V3

202502430/2/V3

Bij besluit van 18 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2021
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502430/2/V3

BRS.25.000435 en BRS.25.000498

Bij besluit van 20 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2008
Datum uitspraak
6 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000435 en BRS.25.000498

202404295/1/V2

Bij besluit van 25 juli 2023, gewijzigd bij besluit van 29 mei 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2002
Datum uitspraak
2 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202404295/1/V2

202501827/1/V3

Bij besluit van 13 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2003
Datum uitspraak
2 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501827/1/V3

202502435/1/V3 en 202502435/2/V3

Bij besluit van 4 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2013
Datum uitspraak
2 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502435/1/V3 en 202502435/2/V3

202305937/3/A3

[verzoekster] heeft bij e-mail verzocht om wraking van staatsraden mr. N. Verheij, mr. G.O. Veldhuizen en mr. M. den Heyer als leden van de meervoudige kamer belast met de behandeling van de zaak nr. 202305937/1/A3. [verzoekster] heeft aan haar verzoek om wraking ten grondslag gelegd dat, als gevolg van de door de staatsraden genomen procedurele beslissingen en de gang van zaken op de zitting van 19 maart 2025, de staatsraden bij haar de indruk hebben gewekt vooringenomen te zijn. Zij betoogt dat zij niet al haar argumenten naar voren kon brengen en dat de staatsraden onvoldoende hebben gedaan om haar gebrek aan professionele rechtsbijstand te compenseren. Over het gedrag van de staatsraden op zitting betoogt zij dat zij suggestieve vragen stelden, dat zij werd onderbroken en dat de voorzitter geërgerd en ongeïnteresseerd reageerde op de bijdragen van haar en haar partner. Ook hebben de staatsraden volgens [verzoekster] de zaak onvolledig behandeld, hebben zij belangrijk bewijsmateriaal genegeerd en hebben zij gebruik gemaakt van bewijs dat al formeel was ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2001
Datum uitspraak
2 mei 2025
  • Wraking
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202305937/3/A3

202304184/2/R2

Bij besluit van 29 oktober 2018 heeft Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Altena een omgevingsvergunning verleend voor de uitbreiding van een bestaande fysiotherapiepraktijk aan de [locatie 1] in Dussen. [partij sub 2] exploiteert aan de [locatie 2] in Dussen een fysiotherapiepraktijk op de begane grond van een appartementengebouw. Hij heeft een aanvraag ingediend om de fysiotherapiepraktijk uit te breiden naar de naastgelegen ruimte aan de [locatie 1]. Bij het besluit van 29 oktober 2018, gehandhaafd bij het besluit van 30 december 2020, heeft het college omgevingsvergunning verleend voor het in afwijking van het bestemmingsplan gebruiken van deze ruimte als fysiotherapiepraktijk.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1992
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202304184/2/R2

202306171/1/V3

Bij besluit van 6 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf (hierna: mvv) te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1981
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202306171/1/V3

202406820/1/V3

Bij besluit van 26 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar krachtens artikel 64 van de Vw 2000 uitstel van vertrek te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1983
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202406820/1/V3

202406854/1/V1

Bij besluit van 12 september 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1984
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406854/1/V1

202407921/1/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de Minister van Asiel en Migratie betrokkene een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1985
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407921/1/V3

202407921/3/V3

Bij besluit van 24 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie verzoeker een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1986
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202407921/3/V3

202500560/2/R4

Bij besluit van 7 november 2024 heeft de raad van de gemeente Zaltbommel het bestemmingsplan "Kerkwijk, Walderhof" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van maximaal 85 woningen aan de zuidkant van het dorp Kerkwijk. De gronden in het plangebied zijn agrarisch in gebruik en in het vorige bestemmingsplan was het mogelijk om 5 hectare aan kassen te bouwen op deze locatie. [verzoekster sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] exploiteren allen een agrarisch bedrijf in de buurt van het plangebied, te weten respectievelijk een freesiakwekerij, een varkenshouderij en een champignonkwekerij. Zij vrezen - kort samengevat - dat het plan zal leiden tot beperking van hun bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden en verzoeken om schorsing van het gehele plan. De raad heeft meegedeeld dat een besluit als bedoeld in artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht in voorbereiding is, waarmee het plan op enkele onderdelen zal worden aangepast om tegemoet te komen aan een aantal bezwaren die door [verzoekster sub 1], [verzoeker sub 2] en [verzoeker sub 3] naar voren zijn gebracht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1897
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202500560/2/R4

202501170/1/V3

Bij besluit van 17 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen als kennelijk ongegrond.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1982
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501170/1/V3

202501280/1/V3

Bij besluit van 3 mei 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1987
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501280/1/V3

202501561/2/A3

Het verzoek richt zich tegen de uitspraak van 13 februari 2025 van de voorzieningenrechter van de rechtbank Noord-­Holland. De staatssecretaris heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen. [wederpartij] heeft van 1 mei 2024 tot 15 januari 2025 gewerkt bij de Rijks Justitiële Jeugdinrichting Den Hey-Acker in Breda als ‘begeleider speciale zorgdoelgroepen’ in de functie van inrichtingswerker. [wederpartij] heeft op 9 juni 2024 de vereiste Verklaring Omtrent het Gedrag politiegegevens (VOG P) aangevraagd voor deze functie. De staatssecretaris heeft de aanvraag van [wederpartij] afgewezen, omdat aan hem bij strafbeschikking van 14 augustus 2024 een taakstraf is opgelegd vanwege gebruik van een vals geschrift, gepleegd op 2 juli 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2011
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Mondelinge uitspraak
  • Voorlopige voorziening
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202501561/2/A3

202501788/2/V1

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1988
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501788/2/V1

202502024/1/V3 en 202502024/2/V3

Bij besluit van 18 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2012
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502024/1/V3 en 202502024/2/V3

202502173/2/V2

Bij besluit van 11 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1989
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502173/2/V2

202502365/1/V3 en 202502365/2/V3

Bij besluit van 10 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1990
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502365/1/V3 en 202502365/2/V3

BRS.25.000414

Bij besluiten van 15 november 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie de aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1899
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000414

202300825/4/R2

Bij brief, ingekomen op 22 april 2025, heeft [verzoekster] verzocht om wraking van staatsraden mr. J.J.W.P. van Gastel, mr. N. Verheij en mr. C.H. Bangma. Zij waren voorzitter onderscheidenlijk leden van de wrakingskamer belast met de behandeling van een eerder wrakingsverzoek van [verzoekster] met zaak nummer 202300825/2/R2. Bij beslissing van 2 april 2025 heeft de eerste wrakingskamer het verzoek van [verzoekster] om wraking van staatsraad D.A. Verburg belast met de behandeling van de zaak nr. 202300825/1/R2, afgewezen. De beslissing is op die dag openbaar gemaakt en aan [verzoekster] toegezonden. Bij brief van 20 april 2025 heeft [verzoekster] de voorzitter en de leden van de eerste wrakingskamer gewraakt. Dit verzoek om wraking is dus ingediend nadat die kamer heeft beslist op het eerste wrakingsverzoek en de beslissing openbaar is gemaakt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1993
Datum uitspraak
1 mei 2025
  • Wraking
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300825/4/R2

202102034/1/V2

Bij besluit van 10 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingetrokken, hem opgedragen Nederland onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1904
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202102034/1/V2

202404625/1/V1

Bij besluit van 2 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1905
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaak202404625/1/V1

202407879/2/R3

Bij besluit van 11 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oldambt aan [verzoeker] een last onder dwangsom opgelegd om het met het bestemmingsplan strijdige gebruik van het woonhuis aan de [locatie] te Winschoten te beëindigen en beëindigd te houden door het aantal zelfstandige wooneenheden in het pand terug te brengen naar één woning. Het college heeft meerdere keren een last onder dwangsom opgelegd aan [verzoeker], omdat hij zijn woning op het perceel heeft opgedeeld in zes zelfstandige wooneenheden en deze heeft laten bewonen door derden. Het meest recente besluit is genomen naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank van 1 november 2024 en dateert van 4 december 2024. [verzoeker] is het niet eens met de last die bij dit besluit aan hem is opgelegd. De bij het besluit van 4 december 2024 aan [verzoeker] opgelegde last luidt dat de overtreding van artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo gestaakt moet worden en gestaakt moet blijven. Hij moet het aantal woningen in het hoofdgebouw op het perceel terugbrengen naar één.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1906
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202407879/2/R3

202501412/1/V3

Bij besluit van 26 februari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1907
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501412/1/V3

202501781/1/V3

Bij besluit van 10 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1908
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202501781/1/V3

202501920/1/V2

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1912
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501920/1/V2

202501976/2/V3

Bij besluit van 21 april 2023 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1910
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501976/2/V3

202502008/1/V2

Bij besluit van 23 februari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een verzoek van appellant om opheffing van zijn ongewenstverklaring afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1911
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202502008/1/V2

202502099/1/V3

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 8 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Jankie, advocaat in Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1888
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502099/1/V3

202502102/1/V3

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister appellant in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 8 april 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. S. Jankie, advocaat in Hoofddorp, hoger beroep ingesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1889
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaak202502102/1/V3

202502142/2/V1

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1909
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502142/2/V1

202502390/2/A2

[verzoekster] heeft beroep ingesteld tegen een beslissing van het college van beroep voor de examens van de Hogeschool van Amsterdam van 24 april 2025, waarbij haar administratief beroep tegen de afwijzing door de examencommissie van het verzoek om ontheffing van de ingangseis van de stage ongegrond is verklaard. Tevens heeft zij verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. De voorzieningenrechter heeft bepaald dat het beroep en de voorlopige voorziening op 8 mei 2025 op een zitting worden behandeld. In wat is aangevoerd ziet de voorzieningenrechter geen aanleiding voor het oordeel dat in de periode tot aan de behandeling op de zitting sprake zal zijn van onomkeerbare gevolgen. Het verzoek wordt daarom afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1991
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202502390/2/A2

202502489/2/V2

Bij besluit van 15 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:2000
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202502489/2/V2

BRS.25.000161 en BRS.25.000162

Bij besluiten van 6 oktober 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aanvragen van appellanten om hen een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1894
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000161 en BRS.25.000162

202006510/1/R3

Bij besluit van 17 november 2020 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat het tracébesluit "A27/A12 Ring Utrecht 2020" vastgesteld. Het project A27/A12 Ring Utrecht maakt een verbreding mogelijk van de A27 tussen de aansluiting Houten en de aansluiting Bilthoven, een verbreding van de A28 tussen de aansluiting Waterlinieweg en de Vollenhoventunnel en een verbreding van de parallelrijbanen van de A12 tussen knooppunt Oudenrijn en knooppunt Lunetten. In deze uitspraak beoordeelt de Afdeling de beroepen gericht tegen de besluiten van de minister tot vaststelling van de tracébesluiten 2020 en 2022. Het tracébesluit 2022 wijzigt het tracébesluit 2020 op onderdelen. De reden daarvoor is dat aan het tracébesluit 2020 een passende beoordeling ten grondslag ligt die is gebaseerd op een 5 km-rekengrens in de stikstofberekeningen. Een dergelijke rekengrens geeft, gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling, geen volledig beeld van de gevolgen van het tracébesluit voor de betrokken Natura 2000-gebieden. Om die reden heeft de minister nieuwe stikstofberekeningen laten uitvoeren waarbij is uitgegaan van een 25 km-rekengrens.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1971
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Tussenuitspraak/bestuurlijke lus
  • Infrastructuur
  • uitspraakin de zaak202006510/1/R3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202006510/1/R3

202105857/1/A3

Bij besluit van 2 december 2019 heeft de burgemeester van Heerlen de aan [appellant] verleende ‘horeca-exploitatievergunning coffeeshop’ gewijzigd. [appellant] heeft sinds 22 september 2008 een ‘horeca-exploitatievergunning coffeeshop’ voor onbepaalde tijd voor een coffeeshop, [naam], aan de [locatie] te Heerlen. In deze vergunning is onder meer opgenomen dat [appellant] vanuit de coffeeshop eetwaren en alcoholvrije dranken mag verstrekken en dat er een handelsvoorraad softdrugs van 500 gram aanwezig mag zijn. Op grond van het Softdrugsbeleid gemeente Heerlen 2002 waren in de gemeente Heerlen maximaal drie (thans twee) coffeeshops toegestaan. Naar aanleiding van een vrijgekomen ‘horeca-exploitatievergunning coffeeshop’ en de uitspraak van de Afdeling van 2 november 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2927, over de verdeling van schaarse rechten, heeft de burgemeester besloten om de wijze van afgeven van de geïmpliceerde gedoogverklaringen te veranderen om andere gegadigden in de gelegenheid te stellen om mee te dingen naar een schaarse geïmpliceerde gedoogverklaring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1925
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Drugs
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202105857/1/A3

202107208/1/R2

Bij besluit van 23 september 2021 heeft de raad van de gemeente Noord-Beveland het verzoek van de vereniging en anderen om het op 24 augustus 2017 vastgestelde bestemmingsplan "Windturbinepark Noord-Beveland" en het op 24 oktober 2019 vastgestelde "Bestemmingsplan Windpark Jacobahaven" in te trekken of gewijzigd vast te stellen, afgewezen. Het windturbinepark Noord-Beveland is een windpark dat bestaat uit vier windturbines. Windpark Noord Beveland B.V. is de exploitant van het windpark. De windturbines staan aan de Krommeweg 4 in Kamperland, in de Jacoba Rippolder op Noord-Beveland. De windturbines hebben volgens het bestemmingsplan "Windturbinepark Noord-Beveland" een ashoogte van maximaal 94 m, een rotordiameter van ten hoogste 117 m, een tiphoogte van maximaal 150 m en een gezamenlijk opgesteld vermogen van minder dan 15 MW.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1953
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Zeeland
  • uitspraakin de zaak202107208/1/R2

202201104/1/A3

Bij besluit van 13 april 2018 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid het verzoek van DPA om dispensatie van de algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst Uitzendkrachten 2017-2019 afgewezen. Bij besluit van 13 april 2018 heeft de minister het verzoek van DPA om dispensatie van de algemeen verbindend verklaarde collectieve arbeidsovereenkomst Sociaal Fonds voor de Uitzendbranche 2018-2019 afgewezen. In hoger beroep liggen aan de Afdeling bestuursrechtspraak de besluiten ter beoordeling voor waarbij de minister heeft geweigerd om DPA dispensatie te verlenen van algemeenverbindendverklaringen van bepalingen uit de ABU-cao 2017-2019, de ABU-cao 2020-2021 en de SFU-cao 2018-2019. De rechtbank heeft het beroep van DPA en LBV tegen de weigering om dispensatie te verlenen van de ABU-cao 2017-2019 niet-ontvankelijk verklaard en de beroepen tegen de weigering om dispensatie te verlenen van de ABU-cao 2020-2021 en de SFU-cao gegrond verklaard. DPA en LBV betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij procesbelang hebben bij hun beroep over de ABU-cao 2017-2019.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1974
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202201104/1/A3

202201997/1/A3

Bij besluit van 26 maart 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport de aan Stamcelbank Nederland B.V. verleende erkenning als orgaanbank ingetrokken. Deze uitspraak gaat over de intrekking van de aan Stamcelbank Nederland B.V. verleende erkenning. Ouders van pasgeboren kinderen konden bij Stamcelbank terecht om stamcellen uit navelstrengbloed te bewaren. Navelstrengbloed is bloed dat bij de bevalling is vrijgekomen. Stamcelbank is een private navelstrengbloedbank die stamcellen uit navelstrengbloed bewaart voor autogene toepassing, dus voor toepassing op de donor zelf. Het bewaren gebeurt vanuit de gedachte dat de stamcellen in de toekomst kunnen worden gebruikt voor levensreddende toepassingen. Volgens het inspectierapport zijn bij Stamcelbank drie kritische tekortkomingen en vijftien belangrijke tekortkomingen geconstateerd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1969
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202201997/1/A3
  • persberichtbij de uitspraak in de zaak202201997/1/A3

202202668/1/A3

Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport besloten dat de publicatieversie van een toezichtrapport over Stamcelbank openbaar wordt gemaakt. De minister heeft aan Stamcelbank, voor het laatst op 7 november 2019, een erkenning als orgaanbank op grond van de Wet veiligheid en kwaliteit lichaamsmateriaal (Wvkl) verleend. Stamcelbank staat als orgaanbank onder toezicht van de minister, welk toezicht feitelijk wordt uitgevoerd door de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: de Inspectie). Op 22 september 2020 heeft de Inspectie een bezoek gebracht aan Stamcelbank. Op 30 november 2020 heeft de Inspectie een brief naar Stamcelbank gestuurd met als bijlage een conceptrapport over de geconstateerde bevindingen tijdens dat bezoek. In deze brief heeft de Inspectie aan Stamcelbank verzocht om te reageren op eventuele feitelijke onjuistheden in het conceptrapport. Bij brief van 15 januari 2021 heeft Stamcelbank dat gedaan. Daarbij heeft Stamcelbank ook een reactie gegeven op het inhoudelijk oordeel van de Inspectie in dat conceptrapport. Bij besluit van 11 februari 2021 heeft de minister besloten om de publicatieversie van het toezichtrapport (hierna: het toezichtrapport) op de website van de Inspectie openbaar te maken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1970
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Gezondheidszorg
  • uitspraakin de zaak202202668/1/A3

202203269/1/A3

Bij brief van 24 juli 2019 heeft de burgemeester van Doetinchem een reactie gegeven op een door [appellant] ingediend ‘Meldingsformulier selectie/gunning coffeeshop’. Bij besluit van 14 januari 2020 heeft de burgemeester het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van 5 april 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. [appellant] wil een exploitatievergunning en een gedoogverklaring voor de exploitatie van een coffeeshop. Volgens de ‘Uitvoeringsnota drugsbeleid gemeente Doetinchem 2016’ voert de burgemeester het beleid dat maximaal aan twee coffeeshops een exploitatievergunning en gedoogverklaring wordt afgegeven. Aanmelden daarvoor moet door middel van het indienen van een meldingsformulier. Alleen meldingsformulieren die tijdig zijn ontvangen en op de in de Uitvoeringsnota voorgeschreven wijze zijn ingediend, worden getoetst aan de voorwaarden voor deelname aan de loting. Als er meer dan één gegadigde aan deze voorwaarden voldoet zal er een loting plaatsvinden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1959
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202203269/1/A3

202204163/1/R4

Bij besluit van 13 mei 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Zevenaar aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een appartementencomplex met horecafunctie op het perceel [locatie] in Zevenaar. Het bouwplan maakt de oprichting mogelijk van een appartementencomplex met zeven appartementen en een horecafunctie op de begane grond op het perceel aan het [locatie] in Zevenaar. Het bouwplan is in strijd met het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Centrum Zevenaar", op grond waarvan op het perceel de bestemming "Maatschappelijk" rust. Om het bouwplan toch mogelijk te maken, heeft het college een omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 3˚, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. [appellant] en anderen wonen naast en in de buurt van het perceel. Zij verzetten zich tegen de verleende omgevingsvergunning, omdat zij vrezen voor een onevenredige aantasting van hun woon- en leefklimaat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1929
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202204163/1/R4

202205147/1/R3

Bij besluit van 18 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Molenlanden het verzoek van [appellant] om handhavend op te treden tegen de houtopstand op het perceel van [belanghebbende A] (nu: [belanghebbende B]) aan het [locatie] in Oud-Alblas afgewezen. [appellant] is eigenaar van korenmolen De Hoop aan het Oosteinde 7 in Oud-Alblas. Ten noorden van de molen ligt het perceel met de houtopstand. [appellant] heeft verzocht om handhaving tegen de houtopstand omdat deze in strijd met de regels over de molenbiotoop te hoog is en de werking van de molen daardoor wordt beperkt. In geschil is of het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van een overtreding omdat de houtopstand onder de bescherende werking van het gebruiksovergangsrecht valt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1967
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202205147/1/R3

202205432/1/R3

Bij besluit van 23 mei 2019 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een bedrijfsruimte met koelcellen op het perceel [locatie 1] in Hillegom. [vergunninghouder] exploiteert op het perceel aan de [locatie 1] in Hillegom (hierna: het perceel) een bollenkwekerij. Op grond van het bestemmingsplan "Landelijk gebied 1997, eerste herziening" had het perceel de bestemming "Agrarische doeleinden" met de subbestemming "Ab" met een bouwvlak. Op 23 mei 2019 heeft het college aan [vergunninghouder] een omgevingsvergunning verleend op grond van artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, van de Wabo voor het bouwen van een bedrijfsruimte met koelcellen op het perceel. Het college heeft daarbij gebruik gemaakt van de afwijkingsbevoegdheid uit artikel 7, eerste lid, aanhef en onder a, van de voorschriften van het bestemmingsplan "Landelijk gebied 1997, eerste herziening". Het bouwplan is in strijd met artikel 12, derde lid, aanhef en onder f, van de planvoorschriften, omdat het bouwplan leidt tot een overschrijding van de maximale toegestane oppervlakte aan bedrijfsgebouwen, geen kassen zijnde en overkappingen van 1160 m2 met 173 m2.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1946
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202205432/1/R3

202205458/2/A3

Bij tussenuitspraak van 2 oktober 2024, ECLI:NL:RVS:2024:3986 heeft de Afdeling de minister opgedragen binnen 12 weken na de verzending van de tussenuitspraak het daarin omschreven gebrek in het besluit van 3 december 2020 te herstellen. Het gaat in deze uitspraak over de intrekking van een aan [appellant] verleende jachtakte. In deze procedure stond de vraag centraal of een beslissing van het Ambtsgericht Limburg a.d. Lahn op basis waarvan [appellant] een bedrag van € 1.000,- heeft betaald aan de Dierenbescherming Limburg-Weilburg, gelijk kon worden gesteld aan een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1955
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Wapens en munitie
  • uitspraakin de zaak202205458/2/A3

202206781/1/R2

Bij besluit van 24 november 2022 hebben de minister voor Klimaat en Energie, nu de minister van Klimaat en Groene Groei, en de minister voor (nu: van) Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening het verzoek van de stichting om het op 22 september 2016 vastgestelde rijksinpassingsplan "Windpark De Drentse Monden - Oostermoer" en de vier op 22 september 2016 verleende omgevingsvergunningen in te trekken, afgewezen. Het windpark De Drentse Monden en Oostermoer is een windpark dat bestaat uit 45 windturbines. Raedthuys en anderen zijn exploitanten van het windpark. Het windpark ligt grotendeels op het grondgebied van de gemeenten Aa en Hunze en Borger-Odoorn. De windturbines hebben volgens het inpassingsplan "Windpark De Drentse Monden - Oostermoer" een ashoogte van minimaal 119 m en maximaal 145 m, een rotordiameter van minimaal 112 m en maximaal 131 m en per lijnopstelling een zelfde maatvoering en uiterlijke verschijningsvorm. De windturbines zijn geplaatst in zes lijnopstellingen en hebben samen een vermogen van ongeveer 150 MW.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1862
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Inpassingsplan
  • uitspraakin de zaak202206781/1/R2

202207329/1/R1

Bij besluit van 1 november 2022 heeft de raad van de gemeente Stichtse Vecht het "Parapluplan ‘Witte vlekken en reparaties’" vastgesteld. Het plangebied heeft betrekking op diverse locaties verspreid over het grondgebied van de gemeente Stichtse Vecht. In delen van het plangebied zijn zogenoemde witte vlekken ontstaan omdat bepaalde gronden (al dan niet bewust) niet zijn meegenomen in de actualisatie van eerdere bestemmingsplannen. Daarnaast heeft dit parapluplan betrekking op diverse reparaties van geldende bestemmingsplannen, waarbij voor diverse locaties een beoogde regeling niet is opgenomen of per abuis is overschreven. Ook gaat het om locaties die niet conform de feitelijke (legale) situatie zijn bestemd. Met het plan is dan ook beoogd om voor deze gebieden tot een actueel juridisch-planologische regeling te komen. [appellant] is voor één vijfde deel eigenaar van het perceel kadastraal bekend als Maarssen, sectie K, nummer 1117. [gemachtigde A] en [gemachtigde B] zijn mede-eigenaren van dit perceel. Op dit perceel is een recreatiewoning aanwezig.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1923
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Utrecht
  • uitspraakin de zaak202207329/1/R1

202300111/1/R3

Bij besluit van 31 maart 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem de bouwvergunning van 7 januari 1994 voor een nieuwbouwwoning aan de [locatie A] in Gorinchem ingetrokken. [appellant sub 2] woont in een tijdelijke woning aan de [locatie A] in Gorinchem. Aan hem is in 1994 een bouwvergunning verleend voor een permanente woning. Ook heeft hij toen het stuk grond waarop de tijdelijke woning staat en de permanente woning mocht worden gebouwd, in gebruik gekregen. [appellant sub 2] was van plan het stuk grond van de gemeente te kopen bij de bouw van de permanente woning. De permanente woning is alleen nog niet gebouwd en het college wil op die plek geen woningen meer hebben. Daarom heeft het besloten om de in 1994 verleende bouwvergunning in te trekken. [appellant sub 2] is het daar niet mee eens, omdat hij daar wil blijven wonen en de permanente woning alsnog wil bouwen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1956
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202300111/1/R3

202300293/1/R1

Bij besluit van 7 april 2022 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant ingestemd met het saneringsverslag voor de locatie Sint Bavostraat (voormalig Brabant Chemie) te Rijsbergen. Ter plaatse van het voormalige bedrijfsterrein van Brabant Chemie aan de Sint Bavostraat te Rijsbergen was in het verleden een bestrijdingsmiddelenfabriek gevestigd. Bodemonderzoek in de jaren '80 en de jaren '90 van de vorige eeuw wees uit dat de bodem en het grondwater ernstig verontreinigd waren. Het ging daarbij om arseen, chloorfenolen, fenolen en zwavelverbindingen. Ter plaatse heeft een grond- en grondwatersanering plaatsgevonden. Na afronding van die sanering is in de grond en het grondwater een restverontreiniging met arseen achtergebleven. In een besluit van het college van 7 februari 2019 is vastgesteld dat er sprake is van een geval van ernstige bodemverontreiniging in grond en grondwater, maar dat (verdere) sanering van die verontreiniging niet spoedeisend is. Verder is daarbij ingestemd met een saneringsplan, dat eruit bestond dat grondwatermonitoring zou plaatsvinden om vast te stellen dat er sprake is van een stabiele eindsituatie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1922
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Bodembescherming
  • uitspraakin de zaak202300293/1/R1

202300422/1/R2

Bij het besluit van 14 mei 2020 heeft het college aan Greenport Venlo een ontheffing verleend van het verbod als bedoeld in artikel 3.10, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet natuurbescherming voor, onder meer, het opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de das. De ontheffing is verleend ten behoeve van de verbouwing en restauratie van de Annahoeve aan de Heierkerkweg 5 in Venlo tot een clubhuis en restaurant. Ook bevat het besluit een zogenoemde positieve afwijzing van een ontheffing voor de werkzaamheden met betrekking tot de aanleg van nieuwe natuur en een golfbaan in het Parc Zaarderheiken. Het college heeft op 4 november 2019 een aanvraag, aangevuld op 24 april 2020, om ontheffing van de verbodsbepalingen als bedoeld in artikel 3.10 van de Wnb ontvangen van Greenport Venlo, voor de ontwikkeling van 100 ha nieuwe natuur en de aanleg van een golfbaan in het Parc Zaarderheiken. De werkzaamheden in het gebied bestaan onder meer uit de verbouwing en restauratie van de Annahoeve, de herinrichting van de Mierbeek, de aanleg van een golfbaan, de aanleg van een driving range, het graven van een waterpartij, het bouwen van een natuurpaviljoen, de aanplant van bos, houtwallen en boomgaarden, het aanleggen van stuifduinen en de aanleg van natuurakkers. In het gebied bevinden zich bewoonde dassenburchten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1948
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202300422/1/R2

202300817/1/R2

Bij besluit van 21 januari 2021 heeft de raad van de gemeente Oude IJsselstreek het verzoek van de stichting en anderen om het op 23 februari 2017 vastgestelde bestemmingsplan "Windpark Den Tol Netterden 2016" in te trekken, afgewezen. Het windpark Den Tol is een windpark dat bestaat uit negen windturbines. Windpark Den Tol Exploitatie B.V. is de exploitant van het windpark. De windturbines staan in het gebied tussen de Omsteg en de Jonkerstraat te Netterden. De windturbines hebben volgens het bestemmingsplan "Windpark Den Tol Netterden 2016" een ashoogte van minimaal 100 m tot maximaal 139 m, een rotordiameter van minimaal 112 m en maximaal 122 m, drie rotorbladen en dezelfde maatvoering. Stichting TegenWind(molens) Netterden en omstreken heeft tot doel om onder meer de leefbaarheid en een goed woon- en leefklimaat in de gemeente Oude IJsseltreek en de directe omgeving te verbeteren en te behouden. De anderen wonen in Netterden en in Gendringen en daarmee in de omgeving van het windpark.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1949
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202300817/1/R2

202301299/1/R3

Bij besluit van 12 juni 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van Waddinxveen [wederpartij] opgedragen het tuinhuis te verwijderen en verwijderd te houden. Als [wederpartij] dat niet doet, moet hij een dwangsom betalen van € 10.000,00. [wederpartij] heeft een tuinhuis in zijn voortuin gebouwd zonder dat hij daarvoor de benodigde vergunning heeft. Het college vindt dat niet wenselijk en heeft daarom [wederpartij] opgedragen dat tuinhuis te verwijderen. [wederpartij] is het daar niet mee eens, omdat het tuinhuis misschien niet op die plek vergunningvrij mag worden gebouwd, maar drie meter verderop wel. Het zou daarom onevenredig zijn om van hem te verlangen dat hij zijn tuinhuis verplaatst. In deze uitspraak gaat de Afdeling in op de vraag of de rechtbank terecht een bijzonder geval heeft gezien waarin het college had moeten afzien van handhavend optreden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1936
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202301299/1/R3

202301386/1/R3

Bij besluit van 29 juli 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wassenaar aan [belanghebbende] een omgevingsvergunning verleend voor het veranderen van een berging in een atelier en berging op het perceel [locatie A] in Wassenaar. [belanghebbende] heeft op 17 november 2020 een omgevingsvergunning aangevraagd voor het veranderen van een berging in een atelier en berging op het perceel. In afwijking van de beheersverordening "Prinsenwijk Wassenaar" wordt het bouwwerk buiten het bouwvlak en op minder dan 1 m afstand van de perceelgrens gerealiseerd. Het college heeft bij besluit van 11 oktober 2022 de omgevingsvergunning verleend voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. [appellant A] woont op het perceel [locatie A] in Wassenaar en [appellant B] en [appellante C] wonen op het perceel [locatie B] in Wassenaar. Zij hebben bezwaren tegen het bouwplan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1968
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301386/1/R3

202301477/1/R1

Bij besluit van 9 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Soest aan [bedrijf] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van tien appartementen, met detailhandel op de begane grond, op het perceel Soesterbergsestraat 49A in Soest. Op het perceel bevindt zich nu een winkel met daarboven één bouwlaag met een woning. Dit gebouw zal worden gesloopt. Het bouwplan is in strijd met de op grond van het ter plaatse geldende bestemmingsplan "Soest Midden en Zuid" maximaal toegestane bouwhoogte. Het college heeft daarom omgevingsvergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2º, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, gelezen in samenhang met artikel 4, vierde lid, van Bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Volgens het college voldoet het bouwplan aan de toepasselijke parkeernormen uit de "Nota Parkeernormen auto en fiets, 3e herziening".

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1931
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202301477/1/R1

202301554/1/A2

Bij besluit van 3 april 2020, zoals gewijzigd bij besluit van 7 december 2020, heeft het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam een vergunning verleend voor het omzetten van een zelfstandige woonruimte naar vier onzelfstandige woonruimten aan de [locatie] in Amsterdam. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie] in Amsterdam die uit de tweede en derde etage bestaat (hierna: de woning). Op 6 februari 2020 heeft hij een aanvraag bij het college ingediend voor het omzetten van deze zelfstandige woonruimte naar vier onzelfstandige woonruimten. Bij besluit van 3 april 2020 heeft het college de gevraagde vergunning verleend. Bij besluit van 7 december 2020 heeft het college de motivering van het besluit gewijzigd. Omdat het overgangsrecht voor per 1 april 2020 in werking getreden regels over onder meer wijk- en pandquota bij de omzetting van woonruimte abusievelijk niet correct in de Huisvestingsverordening 2020 was opgenomen, waren deze regels van toepassing op de aanvraag en was de aanvraag daarom ten onrechte niet daaraan getoetst.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1966
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202301554/1/A2

202301677/1/A3

Bij besluit van 17 december 2018 heeft het college van burgemeester en wethouders van Bodegraven-Reeuwijk naar aanleiding van een verzoek van [appellant] op grond van de Wet openbaarheid van bestuur een aantal documenten geheel en een aantal documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Op 5 oktober 2018 heeft [appellant] op grond van de Wob een verzoek gedaan om alle documenten openbaar te maken die zien op de beroepsfase over de inspraakprocedure voorafgaand aan het vaststellen van de Centrumvisie. [appellant] heeft dit verzoek geconcretiseerd door twaalf categorieën documenten te vermelden. Bij het besluit van 17 december 2018 heeft het college een aantal documenten geheel en een aantal documenten gedeeltelijk openbaar gemaakt. Het college heeft het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Op 5 maart 2021 heeft de rechtbank het beroep van [appellant] ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1913
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202301677/1/A3

202302132/1/R2

Bij brief van 29 maart 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven het verzoek van [appellante] om handhavend op te treden tegen twee erfafscheidingen en verschillende bouwwerken aan de Cluselaan 17, 19 en 31 in Eindhoven afgewezen. [appellante] woont aan de [locatie] in Eindhoven. Zij vindt dat de buurt wordt ontsierd door twee erfafscheidingen en verschillende bouwwerken aan de Cluselaan 17, 19 en 31 in Eindhoven. Zij heeft het college verzocht om daartegen handhavend op te treden. Volgens [appellante] zijn deze bouwwerken ten onrechte zonder omgevingsvergunning gebouwd. Het college heeft dit verzoek afgewezen. Volgens het college is [appellante] geen belanghebbende bij haar verzoek om handhaving, waardoor haar verzoek geen aanvraag is in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Daarom is de afwijzing van het verzoek geen besluit en heeft het college het bezwaar van [appellante] tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het beroep van [appellante] tegen dit besluit ongegrond verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1926
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202302132/1/R2

202302561/1/R1

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de raad van de gemeente Maasgouw het bestemmingsplan "Uitbreiding camping De Sangershoeve" vastgesteld. Het plangebied omvat het perceel aan de Prior Gielenstraat 4 in Ohé en Laak langs de Limburgse Oude Maas en heeft een oppervlakte van ongeveer 5.400 m2. In het midden van het plangebied ligt een dijk die het plangebied verdeelt in een binnen- en buitendijks gelegen gebied. Deze delen zijn met elkaar verbonden via een weg die over de dijk loopt. Binnen het plangebied bevindt zich camping De Sangershoeve, die wordt geëxploiteerd door De Sangershoeve V.O.F.. Deze onderneming is tevens initiatiefnemer van de ontwikkeling waar het bestemmingsplan in voorziet. Het bestaande campingterrein bevindt zich in het binnendijkse gedeelte van het plangebied en telt ongeveer 50 bestaande kampeerplaatsen inclusief 10 trekkershutten. Op het buitendijkse deel van het plangebied staat een hoogspanningsmast van TenneT en werd in de bestaande situatie geparkeerd door gasten van de camping. Het bestemmingsplan maakt de uitbreiding van de camping mogelijk in het buitendijkse deel van het plangebied met 26 kampeerplaatsen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1951
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Limburg
  • uitspraakin de zaak202302561/1/R1

202303711/1/R2

Bij besluit van 23 juni 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland het verzoek van de vereniging en anderen om intrekking van de bij besluit van 5 september 2017 aan Windpark Noord Beveland verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van vier windturbines met transformatorhuisjes en inkoopstation aan de Krommeweg 4 in Kamperland, afgewezen. Het windturbinepark Noord-Beveland is een windpark dat bestaat uit vier windturbines. Windpark Noord Beveland is de exploitant van het windpark. De windturbines staan aan de Krommeweg 4 in Kamperland, in de Jacoba Rippolder op Noord-Beveland. De windturbines hebben volgens het bestemmingsplan "Windturbinepark Noord-Beveland" een ashoogte van maximaal 94 m, een rotordiameter van ten hoogste 117 m en een tiphoogte van maximaal 150 m. Het gaat om een gezamenlijk opgesteld vermogen van minder dan 15 MW.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1950
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303711/1/R2

202303846/1/R1

Bij besluit van 12 november 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland het verzoek van de vereniging en anderen om intrekking van de bij besluit van 31 oktober 2019 aan Windpark Jacobahaven verleende omgevingsvergunning voor het bouwen en realiseren van drie windturbines aan de Jacobahaven 5, 6 en 7 in Kamperland, afgewezen. Het windpark Jacobahaven is een windpark dat bestaat uit drie windturbines. Windpark Jacobahaven is de exploitant van het windpark. De windturbines staan aan de Jacobahaven 5, 6 en 7 in Kamperland op Noord-Beveland. De windturbines hebben volgens het "Bestemmingsplan Windpark Jacobahaven" een ashoogte van ten minste 70 m en ten hoogste 115 m, en rotordiameter van ten hoogste 120 m, een tiphoogte van ten hoogste 150 m en een tiplaagte van ten minste 30 m. Het gaat om een gezamenlijk vermogen tussen 12-15 MW.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:1952
Datum uitspraak
30 april 2025
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202303846/1/R1
vorige pagina1...757677...1.262volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon