Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken

Uitspraken

De Afdeling bestuursrechtspraak toetst of de overheid het recht goed heeft toegepast bij het nemen van een besluit. In dit onderdeel vindt u alle uitspraken die de Raad van State op zijn website publiceert. Meer informatie over de taak van de Afdeling bestuursrechtspraak vindt u in de rubriek Bestuursrechtspraak.


aantal resultaten: 125.607
aantal resultaten per pagina

Toon overzicht van de actuele uitspraken:

  • Hoofdzaken
  • Voorlopige voorzieningen
  • Interessant voor de media

202403248/1/R4

Bij besluit van 25 april 2024 heeft de raad van de gemeente Wijchen het bestemmingsplan "[locatie], Alverna" vastgesteld. Het plan voorziet in de bouw van een seniorenwoning op een perceel aan de Akkerweg, dat thans nog bestaat uit een weide met enkele bomen. [appellant] woont aan de Panhuisweg, direct ten oosten van het plangebied. Hij kan zich niet verenigen met het plan. [appellant] voert in de eerste plaats aan dat het bouwinitiatief, waarvoor het bestemmingsplan is bedoeld, niet voldoet aan de gemeentelijke toetsingscriteria voor kleinschalige particuliere woningbouwinitiatieven (hierna: de KPI). Naar zijn mening komt het bouwinitiatief niet in aanmerking voor het op grond van dat beleid vereiste puntenaantal, omdat het niet in een bebouwingscluster ligt en er geen sloop van agrarische bebouwing plaatsvindt. [appellant] stelt verder dat de raad bij de beoordeling van de vraag of de ontwikkeling past binnen de structuurvisie ten onrechte slechts het voorliggende plan in beschouwing heeft genomen. Naar zijn mening is de raad er daarbij aan voorbijgegaan dat er aan de Akkerweg sinds 2012 al elf andere woningen zijn gebouwd, en dat dit plan leidt tot onaanvaardbare verdere verstedelijking.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:191
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202403248/1/R4

202403580/1/A2

Bij uitspraak van 14 februari 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:618) heeft de Afdeling de uitspraak van de rechtbank Limburg van 21 december 2021 in zaak nr. 20/303 vernietigd, het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Beekdaelen van 30 september 2020 vernietigd en bepaald dat tegen een nieuw te nemen besluit slechts bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. [appellante] heeft voor haar zoon [naam zoon] voor het schooljaar 2020-2021 een aanvraag ingediend voor de bekostiging van leerlingenvervoer naar en van de school Kindsheid Jesu in Hasselt (België). Dit is een school voor voortgezet onderwijs die beschikt over deskundigheid op het gebied van jongeren met een autismespectrumstoornis. [zoon] verblijft ook drie nachten per week op het bij de school behorende internaat. Bij besluit van 30 september 2020 heeft het college de aanvraag afgewezen. Het college heeft aan die afwijzing onder meer ten grondslag gelegd dat op grond van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Beekdaelen 2019, de Wet op het primair onderwijs, de Wet op het voortgezet onderwijs en de Wet op de expertisecentra in beginsel geen aanspraak bestaat op een vervoersvoorziening naar een school in het buitenland.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:211
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • Onderwijs
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202403580/1/A2

202404832/1/V6

Bij besluit van 19 september 2023 heeft de staatssecretaris een verzoek van [appellante] om haar het Nederlanderschap te verlenen (hierna: het verzoek), afgewezen. [appellante] heeft de Marokkaanse nationaliteit. Zij had tot haar zoon op [datum] 2022 meerderjarig werd, een verblijfsdocument met de aantekening 'Familielid van een burger van de Unie', ontleend aan artikel 20 van het VWEU (een Chavez-Vilchezverblijfsrecht). Op 9 december 2021 heeft [appellante] een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van artikel 8 van het EVRM. Bij besluit van 22 april 2022 heeft de minister van Asiel en Migratie deze aanvraag van [appellante] afgewezen. Bij besluit op bezwaar van 26 januari 2023 heeft de minister [appellante] alsnog een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd voor verblijf bij haar zoon verleend op grond van artikel 8 van het EVRM. De minister heeft de ingangsdatum van deze verblijfsvergunning vastgesteld op 19 mei 2022, omdat [appellante] vanaf die datum aan alle vereisten voldeed. [appellante] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat in de naturalisatieprocedure geen inhoudelijk oordeel kan worden gegeven over een Unierechtelijk verblijfsrecht. Volgens [appellante] is dit in strijd met het Unierecht.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:197
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Nederlanderschap
  • uitspraakin de zaak202404832/1/V6

202405030/1/R4

Bij besluit van 1 juli 2024 heeft de raad van de gemeente Elburg het bestemmingsplan "Kruisweg 18 te Elburg" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouwmogelijkheid voor tien appartementen en vijf grondgebonden rijwoningen op een plek aan de Kruisweg waar een autoverkoopbedrijf was gevestigd. [appellant] woont aan de [locatie] naast het plangebied. Hij komt op tegen het bestemmingsplan vanwege de gevolgen van het appartementengebouw voor zijn woonsituatie. Dat gebouw komt aan de zijkant van zijn woning en naast de zijtuin. [partij] is de initiatiefnemer van de woningbouwontwikkeling. Het appartementengebouw leidt volgens [appellant] vooral door de hoogte tot onrechtmatige hinder. Er had voor ten minste twee appartementen minder gekozen moeten worden. Het zonneonderzoek is volgens hem niet goed uitgevoerd. De raad heeft ten onrechte niet gemotiveerd waarom is gekozen voor de lichte TNO-norm. Daarbij is het verlies aan bezonning van de tuin, dat op momenten in het voor- en najaar 70-90% zal bedragen, niet beoordeeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:209
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202405030/1/R4

202405547/1/R4

Bij besluit van 20 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Winterswijk de aanvraag van [appellant] om een bestemmingsplan vast te stellen voor de verplaatsing van het bouwvlak voor de locatie Jonkersweg 13 in Winterswijk afgewezen. [appellant] beoogt met de aangevraagde vaststelling van het bestemmingsplan "Jonkersweg 13" de verplaatsing van een in het bestemmingsplan "Verblijfsrecreatieterrein Winterswijk" opgenomen bouwvlak voor een bedrijfswoning, gelegen in het recreatiepark Den Möllenhof, naar een andere locatie waar al een houten chalet, eigendom van [appellant], staat. Het oorspronkelijke bouwvlak zou ter plaatse worden verwijderd. Uit het door [appellant] bestreden besluit blijkt dat de raad in de door een aantal eigenaren van recreatiewoningen op het park en de beheerder/exploitant van Den Möllenhof naar aanleiding van het ontwerpbestemmingsplan ingediende zienswijzen aanleiding heeft gezien om het bestemmingsplan niet vast te stellen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:222
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202405547/1/R4

202405680/1/A3

Bij besluit van 4 maart 2022 heeft de minister van Justitie en Veiligheid de door [appellant] aangevraagde Verklaring Omtrent het Gedrag afgewezen. Op 28 december 2021 heeft [appellant] een VOG aangevraagd ten behoeve van een lidmaatschap van de airsoft sportbond Nederlandse Airsoft Belangen Vereniging te Geldermalsen. De minister heeft de afgifte van de VOG geweigerd en deze weigering in bezwaar gehandhaafd. Daaraan heeft hij, kort samengevat, ten grondslag gelegd dat [appellant] volgens registratie in het justitieel Documentatie Systeem (JDS) op 13 november 2019 met politie/justitie in aanraking is gekomen wegens overtreding van de Wet wapens en munitie. [appellant] is op 10 maart 2022 veroordeeld tot een voorwaardelijke taakstraf van 60 uur, subsidiair 30 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren. De uitspraak van de strafrechter is op 25 maart 2022 onherroepelijk geworden. Het door [appellant] gepleegde strafbare feit is volgens de minister een belemmering voor de behoorlijke uitoefening van de functie waarvoor de VOG is aangevraagd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:208
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verklaring omtrent gedrag
  • uitspraakin de zaak202405680/1/A3

202405804/1/A3

Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de burgemeester van Zuidplas zijn besluit van 26 juli 2023, om een last onder spoedeisende bestuursdwang aan [wederpartij] op te leggen die ertoe strekt dat zijn woning vanaf die dag om 21.00 uur voor twaalf maanden wordt gesloten, op schrift gesteld. [wederpartij] is op 26 juli 2023 door de politie aangehouden in een gestolen voertuig. De bevindingen bij die aanhouding gaven aanleiding voor doorzoeking van zijn woning. De woning staat op het recreatiepark De Randstad in Moerkapelle. De politie heeft bij de doorzoeking 57 kg aan verschillende soorten harddrugs en apparaten voor de productie voor drugs aangetroffen. Verder zijn ruim 300 kg cellulose, een verboden ploertendoder, € 11.700,00 aan contant geld, een tweede gestolen voertuig en onbedrukte kentekenplaten aangetroffen. De burgemeester is het niet eens met het oordeel van de rechtbank dat hij de woning niet langer dan voor zes maanden mocht sluiten. Volgens de burgemeester is de aangetroffen situatie bij uitstek een geval waarin de woning voor een jaar gesloten moet worden om de met de sluiting beoogde doelen te kunnen bereiken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:189
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Bestuursdwang / Dwangsom
  • uitspraakin de zaak202405804/1/A3

202406179/1/A3

Bij besluiten van 6 december 2022 en 1 februari 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Tholen het verzoek van [appellant] om verstrekking van documenten die hem betreffen afgewezen. Bij brief van 23 november 2022 heeft [appellant] het college onder verwijzing naar artikel 5.5 van de Wet open overheid verzocht om verstrekking van alle documenten waar zijn naam of zijn burgerservicenummer in wordt vermeld. Bij het besluit van 6 december 2022 heeft het college het verzoek buiten behandeling gesteld omdat het verzoek niet zou zien op een bestuurlijke aangelegenheid. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college het verzoek van [appellant] op goede gronden heeft afgewezen. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat uit artikel 5.5 van de Woo blijkt dat de verzoeker de aangelegenheid moet noemen waar zijn verzoek betrekking op heeft. Volgens de rechtbank volgt daaruit dat het dus niet mogelijk is om op grond van dat artikel te verzoeken om alle documenten over hem te verstrekken. Dat blijkt volgens de rechtbank ook uit de totstandkomingsgeschiedenis van dat artikel.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:206
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Openbaarheid
  • uitspraakin de zaak202406179/1/A3

202406981/1/R2

Bij besluit van 17 september 2024 heeft de raad van de gemeente Eersel het bestemmingsplan "Beekherstel de Run Stevert - Landgoed de Vloete" vastgesteld. Het plan voorziet in natuurontwikkeling en de realisatie van landgoed de Vloete. Ten behoeve van de natuurontwikkeling worden agrarische gronden als natuur bestemd. Op het landgoed wordt voorzien in drie woningen en de herontwikkeling van een veehouderij naar een (kleinschalig) paardenpension. Ook wordt voorzien in een uitkijktoren. [appellant] kan zich niet vinden in het plan, omdat hij onder andere vreest voor schending van zijn privacy door de uitkijktoren en zich niet kan vinden in het ontwikkelen van drie woningen. [appellant] betoogt dat het plan voorziet in teveel woningen gezien de oppervlakte van het landgoed en de verhouding tussen natuur en landgoedwoningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:220
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202406981/1/R2

202407127/1/A2

Bij besluit van 22 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Oss de aanvraag van [appellant] om een tegemoetkoming in planschade afgewezen. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 1] te Geffen. Hij heeft op 19 oktober 2022 een tegemoetkoming in planschade aangevraagd. Volgens hem is de woning als gevolg van het bestemmingsplan Kom Geffen en het bestemmingsplan Uitbreiding bedrijf [locatie 2] Geffen in waarde verminderd. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college terecht de gevolgen van het bestemmingsplan vanwege verjaring niet heeft betrokken bij de bepaling van de planschade. Omdat geen beroep is ingesteld tegen de vaststelling van het bestemmingsplan, is het bestemmingsplan op 10 augustus 2017 onherroepelijk geworden. De aanvraag van [appellant] is op 19 oktober 2022 ingediend. Dit is meer dan vijf jaar na het onherroepelijk worden van het bestemmingsplan. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat het college het advies van SAOZ aan zijn besluitvorming ten grondslag mocht leggen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:186
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202407127/1/A2

202407281/1/A2

Bij besluit van 7 juli 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant A] en [appellant B] om overname van hun schuld bij [persoon] van € 7.500,00 afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant A] en [appellant B] zijn erkend gedupeerden van de toeslagenaffaire. Zij hebben de Belastingdienst/Toeslagen verzocht om overname van een schuld van € 7.500,00 bij [persoon]. De minister heeft aan de afwijzing van de aanvraag ten grondslag gelegd dat de schuld bij [persoon] niet opeisbaar is geworden voor 1 juni 2021, als bedoeld in artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wht. Daarnaast is de notariële akte, waarin die schuld is vastgelegd, niet verleden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021. De schuld aan [persoon] voldoet dus ook niet aan het vereiste, gesteld in artikel 4.1, derde lid, aanhef en onder b, van de Wht. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat, hoewel de schuld volgens de notariële akte niet voor 1 juni 2021 opeisbaar was, de Wht niet uitsluit dat een eerder ontstane schuld, mits bewezen, onder die regeling kan vallen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:231
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407281/1/A2

202407635/1/V6

Bij besluit van 1 maart 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit. Op 25 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2010 tot 2012 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat hij niet binnen het bereik van de speciale voorziening valt, omdat hij zich pas op 25 december 2022 met een verzoek tot overbrenging heeft gemeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:202
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407635/1/V6

202407637/1/V6

Bij besluit van 24 april 2023 heeft de minister van Buitenlandse Zaken een verzoek van [appellant] om op enige wijze zijn overkomst naar Nederland te faciliteren, afgewezen. [appellant] heeft de Afghaanse nationaliteit. Op 2 december 2022 heeft hij de minister gevraagd om hem en zijn gezin naar Nederland over te brengen. [appellant] stelt dat hij van 2008 tot 2010 heeft gewerkt als bewaker van Afghan Security Guard voor de Nederlandse krijgsmacht in Uruzgan, Afghanistan. De minister heeft het verzoek afgewezen, omdat [appellant] niet valt onder de bij de brief van 11 oktober 2021 getroffen speciale voorziening (Kamerstukken II 2021/22, 27 925, nr. 860). De minister heeft hiervoor als reden gegeven dat [appellant] niet voorkomt in de database van het ministerie van Defensie met meldingen van Nederlandse veteranen en hulpverzoeken die uiterlijk 11 oktober 2021 zijn gedaan. De minister heeft niet beoordeeld of [appellant] daadwerkelijk als bewaker van ASG heeft gewerkt voor de Nederlandse krijgsmacht. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister het verzoek in redelijkheid heeft kunnen afwijzen. Zij heeft daarbij overwogen dat [appellant] niet binnen het bereik van de speciale voorziening valt, omdat hij zich pas op 2 december 2022 met een verzoek tot overbrenging heeft gemeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:195
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202407637/1/V6

202407738/1/A2

Bij besluit van 28 augustus 2023 heeft de minister van Financiën de aanvraag van [appellante] om haar private geldschuld over te nemen afgewezen. [appellante] is een erkende gedupeerde van de toeslagenaffaire. De minister heeft geweigerd haar schuld bij de Rabobank over te nemen, omdat de schuld na 31 mei 2021 is ontstaan en opeisbaar is geworden. De schuld komt daarom volgens de minister op grond van artikel 4.1, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen niet voor vergoeding in aanmerking. In hoger beroep is in geschil of de rechtbank het beroep van [appellante] terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. De rechtbank heeft geoordeeld dat het beroep te laat is ingesteld. [appellante] betoogt de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de overschrijding van de beroepstermijn niet verschoonbaar is. Volgens haar moet de bestuursrechter het burgerperspectief als uitgangspunt nemen en mag meer burgerresponsiviteit van de rechtbank verwacht worden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:194
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202407738/1/A2

202500564/1/V6

Bij besluit van 13 november 2023 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid een aanvraag van [appellant] om ontheffing van de inburgeringsplicht afgewezen. [appellant] is een 63-jarige vrouw uit Marokko. Zij heeft wegens haar medische en psychische problematiek om ontheffing van de inburgeringsplicht gevraagd. [appellant] heeft psychische klachten, waardoor zij beperkt is in haar persoonlijk en sociaal functioneren. Ook heeft zij rug- en maagklachten. Verder is zij analfabeet. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat zij door haar medische problematiek blijvend niet in staat is om aan de inburgeringsplicht te voldoen. Hierbij wijst zij erop dat uit de verklaring van haar psycholoog van 21 mei 2024 volgt dat zij al jarenlang klachten heeft en dat sprake is van cognitieve achteruitgang. Ook heeft de minister volgens [appellant] ten onrechte de verklaring van haar psycholoog van 22 oktober 2024 niet voorgelegd aan Argonaut. Verder heeft de medisch deskundige alleen dossieronderzoek verricht en [appellant] niet gezien of gesproken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:205
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Hoger Beroep - Overige
  • uitspraakin de zaak202500564/1/V6

202500886/1/A2

Bij besluit van 26 juni 2023 heeft de Belastingdienst/Toeslagen de aanvraag van [appellant] om overname van een schuld bij Tinka B.V. van € 2.004,21 afgewezen. Deze uitspraak gaat over een besluit op grond van de regeling voor overneming en betaling van private schulden die is opgenomen in de Wet hersteloperatie toeslagen. [appellant] is erkend gedupeerde van de kinderopvangtoeslagaffaire. Hij heeft verzocht om overname van zijn private schuld bij Tinka B.V. van € 2.004,21. De overname van deze schuld is afgewezen, omdat niet is gebleken dat deze schuld opeisbaar was vóór 1 juni 2021. Ook is niet gebleken van opeisbare betalingsachterstanden. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister terecht de aanvraag van [appellant] om overname van de schuld bij Tinka B.V. heeft afgewezen, omdat de schuld niet opeisbaar was vóór 1 juni 2021.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:230
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Geld
  • uitspraakin de zaak202500886/1/A2

202500929/1/A2

Bij besluit van 19 oktober 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Land van Cuijk aan [appellanten] een tegemoetkoming in planschade van € 3.300,- toegekend. [appellant] is eigenaar van het pand aan de [locatie] te Cuijk. Op 23 december 2021 heeft [appellant] een tegemoetkoming in planschade aangevraagd. Volgens [appellant] heeft het op 11 juni 2018 vastgestelde en op 4 augustus 2018 in werking getreden bestemmingsplan Cuijk Centrum, Kop Molenstraat, tot waardevermindering van het pand geleid, omdat het bestemmingsplan op de gronden ten westen daarvan een appartementengebouw toestaat. Het meest nabijgelegen deel mag 13,5 m hoog worden en het deel verder westelijk gelegen 16,5 m. Onder het daaraan voorafgaande bestemmingsplan Cuijk Centrum hadden deze gronden de bestemming Detailhandel-1 en de verder westelijk gelegen gronden de bestemming Verkeer. Al deze gronden hadden daarnaast ook de bestemming Waarde-archeologie 3. De rechtbank is van oordeel dat het college voor de waardering van het pand mocht uitgaan van het taxatierapport. Het pand - in de staat waarin het toen verkeerde - ontleende zijn hoogste waarde aan bedrijfsmatig gebruik op de begane grond en een zelfstandige bovenwoning zonder dakterras.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:196
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202500929/1/A2

202500938/1/A2

Bij besluit van 5 juni 2024 heeft de Stichting Urgentiebepaling Woningzoekenden Rijnmond de urgentieverklaring van [appellante], die verleend was op sociale gronden, stopgezet. Bij besluit van 18 januari 2024 heeft de SUWR aan [appellante] een urgentieverklaring verleend op grond van artikel 5.4, eerste lid, van Bijlage 1 van de Verordening woonruimtebemiddeling regio Rotterdam 2020. Dit betreft een urgentieverklaring die wordt verleend in het geval dat iemand als gevolg van bedreiging, ernstig psychisch of fysiek geweld niet meer in de huidige woonruimte kan blijven wonen. Aanleiding voor de aanvraag was een incident met haar buurman. Na het verkrijgen van een urgentieverklaring begint in de regio Rotterdam fase 1. Dit is de zogeheten ‘zelf-zoek-periode’ die drie maanden duurt. Op grond van artikel 2.4, eerste lid, aanhef en onder a, van Bijlage 1 van de huisvestingsverordening is het bestuursorgaan bevoegd om de urgentieverklaring in te trekken als de houder van de urgentieverklaring na afloop van de eerste fase niet ten minste twaalf keer heeft gereageerd op woningen die voldoen aan het zoekprofiel in de urgentieverklaring.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:185
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202500938/1/A2

202501774/1/A2

Bij besluit van 8 maart 2023 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen het rijbewijs van [appellant] ongeldig verklaard per 15 maart 2023. [appellant] is op 22 september 2021 door de politie aangehouden in zijn voertuig. De bij [appellant] afgenomen speekseltest gaf een indicatie van invloed van onder meer GHB. De politie heeft dat medegedeeld aan het CBR. Het CBR heeft vervolgens een onderzoek naar de geschiktheid van [appellant] opgelegd. De rechtbank heeft het beroep van [appellant] ongegrond verklaard. Dat een tweede onderzoek heeft plaatsgevonden betekent volgens de rechtbank niet dat daarmee de resultaten en conclusies van het eerste onderzoek zijn komen te vervallen. [appellant] heeft verder geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht op grond waarvan moet worden getwijfeld aan de inhoud van het tweede rapport. Het CBR mocht de rapporten ten grondslag leggen aan zijn besluitvorming. [appellant] voert aan dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de rapporten niet waarheidsgetrouw zijn en hij niet langer dan vijf minuten met een psychiater heeft gepraat.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:188
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202501774/1/A2

202505496/1/A2

Bij beslissing van 22 mei 2025 heeft de examencommissie van Erasmus School of Social and Bahavioural Sciences het verzoek van [appellante] om een vrijstelling of alternatief voor de statistiekvakken van de master Psychology, Specialisation Educational Psychology: Learning and Performance afgewezen. Bij beslissing van 2 september 2025 heeft het College van Beroep voor de Examens het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de master. In het programma van de master zijn twee statistiekvakken opgenomen: Applied Multivariate Data Analysis (5 ECTS) en Applied Multivariate Data Analysis using SPSS (2 ECTS). [appellante] heeft dyscalculie. Op 18 februari 2025 heeft zij daarom een verzoek ingediend bij de examencommissie om een vrijstelling of ander alternatief voor de statistiekvakken van de master. Het CBE heeft de beslissing van de examencommissie in stand gelaten. Volgens het CBE heeft de examencommissie het verzoek in redelijkheid mogen afwijzen. Het CBE heeft daarbij onder meer betrokken dat [appellante] voor beide statistiekvakken nog geen enkele tentamenkans heeft benut.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:187
Datum uitspraak
14 januari 2026
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
  • Studentenzaken
  • uitspraakin de zaak202505496/1/A2

202407434/1/V1

Bij besluit van 12 september 2024 heeft de minister een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:161
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202407434/1/V1

BRS.25.001115 en BRS.25.001215

Bij besluit van 7 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:124
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001115 en BRS.25.001215

BRS.25.002147

Bij besluit van 7 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:128
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002147

BRS.25.002584

Bij besluit van 28 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie de termijn van de aan appellant opgelegde bewaringsmaatregel verlengd met ten hoogste twaalf maanden.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:130
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002584

BRS.25.002652

Bij besluiten van 30 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid aanvragen om betrokkenen 2 tot en met 9 een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:135
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002652

BRS.26.000017

Bij besluit van 25 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:155
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000017

BRS.26.000055

Bij besluit van 14 juni 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:173
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000055

BRS.26.000138

Bij besluit van 20 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:176
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000138

202405705/1/A2

Bij besluit van 23 november 2023 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (schadefonds) afgewezen. Bij besluit van 12 februari 2024 heeft de CSG het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Een aanvrager van een uitkering uit het schadefonds moet met voldoende objectieve aanwijzingen aannemelijk maken dat hij slachtoffer is van een tegen hem opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Dit staat in het beleid van de CSG en volgt ook uit rechtspraak van de Afdeling.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:411
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202405705/1/A2

202407850/1/A2

Bij besluit van 16 juni 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Dordrech een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. Bij besluit van 26 oktober 2023 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. De rechtbank heeft uitvoerig gemotiveerd waarom het college geen urgentieverklaring aan [appellante] hoefde te verlenen. De Afdeling kan zich vinden in de motivering die de rechtbank in de rechtsoverwegingen 6.3 en 7.4 opgenomen overwegingen heeft gegeven. De Afdeling begrijpt dat [appellante] zich in een moeilijke situatie bevindt. Maar dit geldt helaas ook voor vele anderen. De Afdeling heeft in het bijzonder beoordeeld of het college de hardheidsclausule had moeten toepassen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:410
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202407850/1/A2

202408084/1/A2

Bij besluit van 17 januari 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven een aanvraag van [appellante] om een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven (schadefonds) afgewezen. Bij besluit van 31 mei 2024 heeft de CSG het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Een aanvrager van een uitkering uit het schadefonds moet met voldoende objectieve aanwijzingen aannemelijk maken dat hij slachtoffer is van een tegen hem opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf. Als geen aangifte is gedaan en er geen strafrechtelijk onderzoek heeft plaatsgevonden, moet de aanvrager met voldoende objectieve aanwijzingen komen om een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf aannemelijk te maken. De rechtbank heeft geoordeeld dat met de overgelegde stukken niet aannemelijk is gemaakt dat [appellante] slachtoffer is geworden van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf, omdat deze stukken onvoldoende objectieve aanwijzingen bevatten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:408
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202408084/1/A2

202502624/1/A2

Bij besluit van 11 april 2024 heeft de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven aan [appellante] een uitkering van € 2.500,00 uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven (schadefonds) toegekend. Bij besluit van 3 juni 2024 heeft de CSG het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. [appellante] heeft een aanvraag bij de CSG ingediend om een uitkering uit het schadefonds. In de aanvraag heeft zij vermeld dat zij tussen 2011 en 2018 slachtoffer is geworden van huiselijk geweld. De CSG heeft bij het besluit van 11 april 2024 aan [appellante] een uitkering uit het schadefonds toegekend van € 2.500,00, gebaseerd op letselcategorie 2 van de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven van 1 november 2022. De Afdeling is van oordeel dat de CSG terecht niet de aaneengesloten periode van 2011 tot en met 2018 bij de beoordeling in aanmerking heeft genomen, omdat die periode na 11 april 2014 is doorbroken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:409
Datum uitspraak
13 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Mondelinge uitspraak
  • Schadevergoeding
  • uitspraakin de zaak202502624/1/A2

BRS.25.001133

Bij besluit van 7 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:96
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001133

BRS.25.001855

Bij besluit van 30 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:100
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001855

BRS.25.001898

Bij besluit van 6 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:106
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001898

BRS.25.002383

Bij besluit van 4 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:98
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002383

BRS.25.002444 en BRS.25.002446

Bij besluit van 26 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:118
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002444 en BRS.25.002446

BRS.25.002448 en BRS.25.002449

Bij besluit van 11 juli 2024, aangevuld op 5 december 2024, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:103
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002448 en BRS.25.002449

BRS.25.002505

Bij besluit van 25 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:101
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002505

BRS.25.002523

Bij besluit van 8 september 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid geweigerd om ambtshalve krachtens artikel 64 van de Vw 2000 te bepalen dat uitzetting van verzoeker achterwege blijft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:104
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002523

BRS.25.002553 en BRS.25.002554

Bij besluit van 28 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:108
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002553 en BRS.25.002554

BRS.26.000080

Bij besluit van 23 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:137
Datum uitspraak
12 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000080

202405161/1/V1

Bij besluit van 21 juni 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, buiten behandeling gesteld en bepaald dat hij de Europese Unie onmiddellijk moet verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:119
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202405161/1/V1

202406347/1/V3

Bij besluit van 6 augustus 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie bepaald dat zij appellant overdraagt aan Slovenië.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:120
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202406347/1/V3

202503722/1/V3

Bij besluit van 15 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:121
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503722/1/V3

BRS.25.002428 en BRS.25.002429

Bij besluit van 23 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:92
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002428 en BRS.25.002429

BRS.25.002465

Bij besluit van 4 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij datzelfde besluit heeft de minister verzoeker opgedragen de Europese Unie binnen 28 dagen te verlaten.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:91
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002465

BRS.25.002529

Bij besluit van 30 april 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:76
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002529

BRS.25.002637

Bij besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:122
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002637

BRS.25.002667

Bij besluit van 11 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, opnieuw niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:80
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002667

BRS.26.000005

Bij besluit van 3 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:69
Datum uitspraak
9 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000005

202501649/1/V1

Bij besluit van 14 april 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid de aan appellant verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, ingetrokken.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:111
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202501649/1/V1

202503797/1/V3

Bij besluit van 16 september 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:110
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202503797/1/V3

BRS.25.000704

Bij besluit van 27 mei 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:59
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.000704

BRS.25.001191

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:37
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001191

BRS.25.002047

Bij besluit van 2 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:54
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002047

BRS.25.002299

Bij besluit van 26 september 2025 heeft de minister een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:61
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002299

BRS.25.002415 en BRS.26.000043

Bij besluit van 27 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:94
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002415 en BRS.26.000043

BRS.25.002475 en BRS.25.002477

Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:86
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002475 en BRS.25.002477

BRS.25.002646

Bij besluit van 30 juni 2023, aangevuld op 18 augustus 2025, heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:75
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002646

BRS.26.000053

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:87
Datum uitspraak
8 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000053

202402451/1/V1

Appellant heeft beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit op een aanvraag om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen. Bij besluit van 1 februari 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid die aanvraag ingewilligd. Bij uitspraak van 4 maart 2024 heeft de rechtbank het door appellant ingestelde beroep tegen het uitblijven van een besluit op die aanvraag niet-ontvankelijk verklaard. De rechtbank heeft het beroep van appellant tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag niet-ontvankelijk verklaard, omdat de minister bij het besluit van 1 februari 2024 alsnog een besluit op de aanvraag heeft genomen. De rechtbank heeft overwogen dat de minister met dit besluit geheel tegemoet is gekomen aan het beroep van appellant, omdat zij haar asielaanvraag heeft ingewilligd. Appellant heeft volgens de rechtbank niet gesteld dat de minister met dit besluit niet aan haar beroep is tegemoetgekomen. Het beroep heeft daarom geen betrekking op het alsnog genomen besluit, aldus de rechtbank.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:74
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202402451/1/V1

202500877/1/V2

Bij besluit van 15 september 2021 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid het verblijfsrecht van betrokkene als gemeenschapsonderdaan beëindigd en haar ongewenst verklaard. Bij besluit van 20 december 2022 heeft de staatssecretaris het daartegen door betrokkene gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard. Betrokkene heeft de Poolse nationaliteit. De minister heeft haar verblijfsrecht beëindigd en haar ongewenst verklaard, omdat het persoonlijk gedrag van betrokkene een actuele, werkelijke en ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving vormt. De rechtbank Den Haag heeft betrokkene op 18 december 2020 veroordeeld wegens doodslag tot een gevangenisstraf van negen jaar. Betrokkene heeft een minderjarige zoon die sinds haar detentie bij zijn vader, die de ex-partner van betrokkene is, verblijft. De ex-partner heeft de Poolse nationaliteit en woont en werkt in Nederland. De zoon van betrokkene heeft ook de Poolse nationaliteit. Betrokkene verblijft nog in detentie.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:73
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Vreemdelingenkamer - Overige
  • uitspraakin de zaak202500877/1/V2

202500933/2/R2

Bij besluit van 8 mei 2018 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan de gemeente Zaanstad een natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming verleend voor de realisatie van 3 hockeyvelden en een clubgebouw aan de Fortuinweg in Zaandijk. KMZ heeft het college bij brief van 25 juni 2022 verzocht de natuurvergunning in te trekken. KMZ heeft de voorzieningenrechter verzocht de werking van de natuurvergunning, te schorsen totdat uitspraak is gedaan in de bodemzaak. De voorzieningenrechter acht het te verstrekkend om een bestaand recht van de gemeente Zaanstad voor de realisatie en het in gebruik nemen van het sportcomplex aan de Fortuinweg in Zaandijk te beperken door het gebruik van de natuurvergunning in afwachting van de uitspraak in de bodemprocedure niet toe te staan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:116
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Mondelinge uitspraak
  • Natuurbescherming
  • uitspraakin de zaak202500933/2/R2

BRS.25.001014

Bij besluit van 7 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:15
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001014

BRS.25.001135

Bij besluit van 5 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:42
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001135

BRS.25.001614

Bij besluit van 24 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:23
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001614

BRS.25.001750

Bij besluit van 14 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:43
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001750

BRS.25.001791

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om zijn gezinsleden een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:34
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001791

BRS.25.002225

Bij besluit van 11 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:24
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002225

BRS.25.002386

Bij besluit van 29 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:62
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002386

BRS.25.002404

Bij besluit van 26 april 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:47
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002404

BRS.25.002405

Bij besluiten van 25 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:12
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002405

BRS.25.002530 en BRS.25.002532

Bij besluit van 10 december 2024 heeft de minister van Asiel en Migratie vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:21
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002530 en BRS.25.002532

BRS.25.002572 en BRS.25.002573

Bij besluit van 18 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:32
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002572 en BRS.25.002573

BRS.26.000065

Bij besluit van 10 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:90
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.26.000065

202306825/1/R1

Op 20 december 2021 heeft het college aan [appellant] een vergunning bekend gemaakt voor het plaatsen van een tijdelijke woning op de Vennewatersweg naast nr. […] in Egmond-Binnen. De rechtbank Noord-Holland heeft in haar uitspraak van 9 december 2021 in zaak nr. 21/2276 overwogen dat [appellant] op 3 december 2020, bij het college ingekomen op 7 december 2020, een aanvraag om een omgevingsvergunning heeft ingediend voor een tijdelijke seniorenwoning op het perceel. Volgens de rechtbank maakt onder meer de omstandigheid dat [appellant] in zijn aanvraag de mogelijkheid heeft opengelaten voor een tijdelijke vergunning voor vijf in plaats van tien jaar niet dat de brief van 3 december 2020 geen aanvraag is. Verder heeft de rechtbank overwogen dat het college op die aanvraag niet tijdig heeft beslist, zodat de gevraagde vergunning van rechtswege is gegeven. De rechtbank heeft in die uitspraak het college opgedragen de aan [appellant] van rechtswege gegeven vergunning bekend te maken. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte [partij A] en [partij B] als belanghebbenden bij de van rechtswege gegeven vergunning heeft aangemerkt.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:78
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bouwen
  • uitspraakin de zaak202306825/1/R1

202407601/1/A2

Bij besluit van 14 september 2023 heeft de Dienst Wegverkeer de tenaamstelling van twee kentekens van [appellante] vervallen verklaard. [appellante] woont op Bonaire. Op haar naam staan twee voertuigen geregistreerd in Nederland. Omdat zij niet staat ingeschreven op een Nederlands adres, heeft de RDW de tenaamstelling vervallen verklaard. [appellante] is het hier niet mee eens, omdat Bonaire onderdeel is van Nederland. De rechtbank heeft geoordeeld dat de RDW terecht de tenaamstelling van de twee voertuigen van [appellante] vervallen heeft verklaard, omdat zij niet in Nederland woont. De rechtbank heeft relevant geacht dat de wetgever als uitgangspunt nam dat het voertuig moet worden geregistreerd in het land waar de eigenaar of houder woont, omwille van de controle en handhaving en de opsporing en vervolging van op het kenteken geconstateerde overtredingen of strafbare feiten. Hieruit volgt dat het woonplaatsvereiste is bedoeld om de afstand tot het voertuig te beperken. De staatkundige positie van de woonplaats van de eigenaar is daarbij niet relevant, aldus de rechtbank. De rechtbank heeft verder geoordeeld dat de RDW hiermee niet in strijd met het gelijkheidsbeginsel heeft gehandeld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:77
Datum uitspraak
7 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Wegenverkeerswet
  • uitspraakin de zaak202407601/1/A2

202501319/3/R4

Bij uitspraak van 12 mei 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling het besluit van de raad van de gemeente Ede van 16 januari 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Ede, Elias Beeckmankazerne, nieuwbouw basisschool en gymzaal", geschorst. SME en anderen betogen dat de raad geen spoedeisend belang heeft dat de opheffing van de getroffen voorlopige voorziening tot schorsing van het bestemmingsplan rechtvaardigt. SME en anderen betogen dat de raad geen stukken heeft overgelegd waaruit blijkt dat de verleende Nbw-vergunning meer omvat dan alleen woningbouw. Zij benadrukken dat dat niet uit de tekst van de Nbw-vergunning en de aanvraag blijkt. SME en anderen stellen dat de Veluwse Poort, waarvoor de bijlagen 5 en 6A bij het verzoek om opheffing het programma bevatten, geen onderdeel uitmaakt van de aanvraag om de Nbw-vergunning. Verder is in de uitspraak van 12 mei 2025 al geoordeeld dat in de oplegnotitie niets uitdrukkelijks is vermeld over het rekening houden met een nieuwe basisschool in de stikstofberekeningen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:57
Datum uitspraak
6 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Gelderland
  • uitspraakin de zaak202501319/3/R4

202505266/2/R2

Bij besluit van 25 juni 2025 heeft de raad van de gemeente Heusden het bestemmingsplan "[locatie 1], Hedikhuizen en [locatie 2], Haarsteeg" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de uitbreiding van het bedrijf [partij]. [partij] is een aannemersbedrijf dat gespecialiseerd is in sloop- en grondwerken en recycling van grondstoffen. Het bedrijf is op dit moment op meerdere locaties gevestigd. Met het bestemmingsplan worden de bedrijfsactiviteiten geconcentreerd op de locatie [locatie 1] in Hedikhuizen. De locatie aan de [locatie 2] in Haarsteeg is daardoor niet langer nodig. Het bestemmingsplan voorziet voor die locatie in een woonbestemming. In het bestemmingsplan wordt het bestemmingsvlak voor het bedrijf aan de [locatie 1] vergroot en wordt voorzien in de mogelijkheid om op het uitbreidingsvlak een nieuwe loods te bouwen. [verzoeker sub 1] en anderen en [verzoeker sub 2] zijn omwonenden en hebben beroep ingesteld tegen het deel van het bestemmingsplan dat de uitbreiding van [partij] mogelijk maakt, omdat zij vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat. Volgens hen is de uitbreiding van het bedrijf in strijd met provinciaal en gemeentelijk beleid en met een goede ruimtelijke ordening.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:53
Datum uitspraak
6 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202505266/2/R2

BRS.25.001304

Bij besluit van 27 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:8
Datum uitspraak
6 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001304

BRS.25.001937

Bij besluit van 9 augustus 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:9
Datum uitspraak
6 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001937

202504814/1/V2

Bij besluiten van 31 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:58
Datum uitspraak
5 januari 2026
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaak202504814/1/V2

BRS.25.002149 en BRS.25.002150

Bij besluit van 14 januari 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4
Datum uitspraak
5 januari 2026
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002149 en BRS.25.002150

BRS.25.002389

Bij besluit van 16 september 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet-ontvankelijk verklaard.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:3
Datum uitspraak
5 januari 2026
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002389

202504693/1/R2 en 202504693/2/R2

Bij besluit van 26 juni 2025 heeft de raad het bestemmingsplan "Uitbreiding Postelhoef Luykgestel 2020" gewijzigd vastgesteld. Het plan is vastgesteld op verzoek van De Postelhoef B.V. en ziet op een groepsaccommodatie aan het Boscheind 73 in Luyksgestel. De gronden in het plangebied hebben onder meer de bestemming "Recreatie-Vakantieverblijf". De wens van De Postelhoef B.V. is om de 40 kamers van de bestaande groepsaccommodatie te vergroten en om 6 nieuwe studio’s te realiseren voor recreatief verblijf. Ook worden de bij de accommodatie behorende voorzieningen, waaronder de horeca, verruimd. De bedoeling van het plan is om de feitelijke situatie juridisch-planologisch te verankeren, waarbij de bestaande bouwvlakken voor de groepsaccommodatie en de paardenhouderij worden vergroot. Ter compensatie voor de uitbreiding wordt een deel van de bestaande recreatieve en agrarische bestemming gesaneerd tot een natuurbestemming. [verzoeker] en anderen zijn woonachtig in de directe omgeving van het plangebied dan wel eigenaren van gronden in de directe omgeving van het plangebied. Zij hebben geen bezwaar tegen de groepsaccommodatie zelf, maar wel tegen de in het plan voorziene uitbreidingen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6311
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • RO - Noord-Brabant
  • uitspraakin de zaak202504693/1/R2 en 202504693/2/R2

BRS.25.001136

Bij besluit van 12 januari 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6412
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001136

BRS.25.001669

Bij besluit van 22 augustus 2022 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om verlenging van de geldigheidsduur van een aan hem verleende verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6417
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001669

BRS.25.001885 en BRS.25.002503

Bij besluit van 28 september 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid vastgesteld dat appellant geen verblijfsrecht als gemeenschapsonderdaan in Nederland meer heeft.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6418
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Regulier
  • uitspraakin de zaakBRS.25.001885 en BRS.25.002503

BRS.25.002406 en BRS.25.002407

Bij besluiten van 16 mei 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6419
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002406 en BRS.25.002407

BRS.25.002434 en BRS.25.002435

Bij besluiten van 14 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie aanvragen van appellanten om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6421
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002434 en BRS.25.002435

BRS.25.002437

Bij besluit van 24 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6441
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002437

BRS.25.002442

Bij besluit van 6 september 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6443
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002442

BRS.25.002502

Bij besluit van 9 oktober 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om haar een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6420
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002502

BRS.25.002511 en BRS.25.002512

Bij besluit van 10 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6415
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002511 en BRS.25.002512

BRS.25.002612 en BRS.25.002613

Bij besluit van 29 juli 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6423
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening / hoofdzaak
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002612 en BRS.25.002613

BRS.25.002712

Bij besluit van 26 november 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie appellant in bewaring gesteld.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6424
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Bewaring
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002712

BRS.25.002752

Bij besluit van 18 maart 2024 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van verzoeker om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6444
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Voorlopige voorziening
  • Asiel
  • uitspraakin de zaakBRS.25.002752

202307314/1/A2

Bij besluit van 18 oktober 2021 heeft de minister van Defensie voor de periode van 29 november 2021 tot 18 december 2021 ontheffing van de minimum VFR-vlieghoogte verleend ten behoeve van de oefening Tech Bull. In geschil is of de door de minister verleende ontheffing voor de oefening Tech Bull ook betrekking heeft op zogenoemde beam-naderingen. [appellant] woont in Veldhoven, ten zuiden van Vliegbasis Eindhoven. Op deze vliegbasis heeft Defensie transportvliegtuigen gestationeerd, waaronder de C-130 Hercules. Ter toelichting van zijn bezwaren tegen de besluiten van 18 oktober 2021 en 31 januari 2023 heeft [appellant] gesteld dat tijdens de oefeningen Tech Bull en Orange Bull onder meer gevaarlijke manoeuvres met de C-130 Hercules worden uitgevoerd, doordat piloten met dit type vliegtuig Vliegbasis Eindhoven vanuit het westen benaderen, dwars over de landingsbaan vliegen en vervolgens een scherpe bocht naar rechts of links maken, alvorens bij de landingsbaan uit te komen.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6427
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Hoger beroep
  • Verordeningen
  • uitspraakin de zaak202307314/1/A2

202401697/1/R3 en 202401707/1/R3

Bij besluit van 31 oktober 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoeksche Waard ten behoeve van het bestemmingsplan "Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil" hogere waarden als bedoeld in artikel 110a van de Wet geluidhinder vastgesteld. Bij besluit van 12 december 2023 heeft de raad van de gemeente Hoeksche Waard het bestemmingsplan "Woningbouw Oud Piershilseweg Piershil" vastgesteld. Het plangebied ligt aan de Oud Piershilseweg aan de rand van het dorp Piershil in de gemeente Hoeksche Waard. Het plangebied is kadastraal bekend als gemeente Piershil, sectie C, perceelnummer 1407 en heeft een oppervlakte van 4.315 m2. Het perceel is in de huidige situatie een onbebouwd agrarisch perceel. Met het plan wordt beoogd een ontwikkeling naar woningen mogelijk te maken. Het plan staat maximaal dertien woningen toe. Het voornemen is om dertien woningen in één schuurvolume te realiseren. Het gaat om vier goedkope en negen middeldure koopwoningen. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de Oud Piershilseweg in de omgeving van het plangebied en kunnen zich niet verenigen met het plan.

ECLI
ECLI:NL:RVS:2025:6437
Datum uitspraak
31 december 2025
  • Eerste aanleg - meervoudig
  • RO - Geluid
  • RO - Zuid-Holland
  • uitspraakin de zaak202401697/1/R3 en 202401707/1/R3
vorige pagina1...313233...1.257volgende pagina

Facetten
Gepubliceerd
  • Uitspraken uit
Type uitspraak
Proceduresoort
Rechtsgebied
Bevat

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon