Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
    • Toespraken vice-president
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak BRS.25.001791

Uitspraak BRS.25.001791

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:34
Datum uitspraak
7 januari 2026
Inhoudsindicatie
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om zijn gezinsleden een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.
  • Hoger beroep
  • Regulier

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

BRS.25.001791
ECLI:NL:RVS:2026:34
Datum uitspraak: 7 januari 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,
appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 6 oktober 2025, gewijzigd bij hersteluitspraak van 8 oktober 2025, in zaak nr. NL25.23599 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om zijn gezinsleden een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen.

Bij uitspraak van 6 oktober 2025, gewijzigd bij hersteluitspraak van 8 oktober 2025, heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, bepaald dat de minister binnen vier weken alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt, binnen acht weken als zij gelegenheid tot herstel van verzuimen biedt en binnen zestien dan wel twintig weken als zij heeft besloten tot nader onderzoek, en dat de minister aan betrokkene een dwangsom verbeurt van € 100,00 voor elke dag dat zij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 7.500,00.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M.J.A. Bakker, advocaat in Den Haag, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1.        Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

1.1.        Het hoger beroep gaat namelijk over een rechtsvraag die eerder door de Afdeling is beantwoord (uitspraak van 28 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5787, over artikel 1.27 van het Vb 2000 en de verlenging van de beslistermijn ingevolge de wet van 12 maart 2025 (Stb. 2025, 79) voor mvv-aanvragen in het kader van nareis die al waren ingediend voordat deze wet op 28 maart 2025 in werking is getreden). Het hoger beroep biedt geen reden hierover in dit geval anders te oordelen.

2.        Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I.        bevestigt de aangevallen uitspraak;

II.        veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 934,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

III.        bepaalt dat van de minister van Asiel en Migratie een griffierecht van € 579,00 wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.

w.g. Soffers
lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Pronk
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2026

1028


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon