Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202205286/1/R3

Uitspraak 202205286/1/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4539
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 februari 2021 heeft de raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem een omgevingsvergunning verleend aan Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. Het college heeft een vergunning verleend voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Doetinchem op ongeveer 100 m van het te bouwen hotel en op ongeveer 60 m van de toegang. De vergunning ziet op de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een uitweg. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de gronden daarin een agrarische bestemming hebben waarop horeca niet was toegestaan. Om het bouwplan mogelijk te maken heeft het college een vergunning verleend met toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid en voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202205286/1/R3.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], wonend in Doetinchem,
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 27 juli 2022 in zaak nr. 21/1567 in het geding tussen:

appellanten

en

de raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem.

Procesverloop

Bij besluit van 3 februari 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg.

Bij uitspraak van 27 juli 2022 heeft de rechtbank het door [appellant A] en [appellant B] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 3 februari 2021 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant A] en [appellant B] hoger beroep ingesteld.

Het college en Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak, gelijktijdig met zaak nrs. ECLI:NL:RVS:2026:4537, ECLI:NL:RVS:2026:4538 en ECLI:NL:RVS:2026:4540 op een zitting behandeld op 11 juni 2026, waar [appellant A] en [appellant B], en het college, vertegenwoordigd door J.R. Loet-Loetoer, A.R. Francken, mr. L. Mekour, R. Smeet en J.C. Jansen Venneboer, zijn verschenen. Verder is op de zitting Hotel Doetinchem, vertegenwoordigd door mr. L.J. Gerritsen, advocaat in Nijmegen, [gemachtigde A], [gemachtigde B] en [gemachtigde C], als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wabo.

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 20 september 2017. De aanvraag voor het maken van een uitweg is ingediend op 15 oktober 2019 Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Het college heeft een vergunning verleend voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Doetinchem op ongeveer 100 m van het te bouwen hotel en op ongeveer 60 m van de toegang. De vergunning ziet op de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een uitweg. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de gronden daarin een agrarische bestemming hebben waarop horeca niet was toegestaan. Om het bouwplan mogelijk te maken heeft het college een vergunning verleend met toepassing van een buitenplanse afwijkingsbevoegdheid en voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. De raad heeft op 17 december 2020 voor het plan een verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Voor de leesbaarheid van deze uitspraak zal de Afdeling de raad en het college hierna tezamen als het college weergeven.

Intrekking

3.       [appellant A] en [appellant B] hebben hun hoger beroepsgrond over lichthinder op de zitting ingetrokken.

Beoordeling hoger beroep

Geluid

4.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat er voor de verlening van de omgevingsvergunning ten onrechte geen geluidmetingen zijn verricht bij hun woning.

4.1.    De Afdeling stelt vast dat in het "Akoestisch onderzoek industrielawaai Nieuwbouw Van der Valk hotel te Doetinchem" van 20 juni 2019 (het akoestische onderzoek) gebruik is gemaakt van een akoestisch rekenmodel voor de berekening van de geluidsimmissie op onder andere de gevel van de woning van [appellant A] en [appellant B]. De berekening is uitgevoerd overeenkomstig een rekenmethode van de "Handleiding meten en rekenen industrielawaai". In deze handleiding is het uitgangspunt dat de geluidsimmissie niet hoeft te worden gemeten, maar dat deze ook mag worden berekend. Dat in dit geval het geluid is berekend, heeft te maken met het feit dat het hotel nog niet is gerealiseerd, zodat er niet kan worden gemeten. Voor de vraag of de te verwachten geluidhinder aanvaardbaar is, moet het college de geluidimmissie als gevolg van het hotel op de woning in beeld brengen. Geluidmetingen kunnen hooguit inzicht geven in de geluidbelasting in de bestaande situatie. Het feit dat er niet is gemeten bij de woning van [appellant A] en [appellant B] brengt daarom niet mee dat  het akoestische onderzoek onzorgvuldig zou zijn uitgevoerd.

5.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat in het akoestisch onderzoek onjuiste uitgangspunten met betrekking tot touringcars en vrachtwagens zijn gehanteerd. Er is volgens hen uitgegaan van een te laag aantal verkeersbewegingen. Zij stellen verder dat laad- en losactiviteiten in de dagperiode ten onrechte buiten beschouwing zijn gelaten.

5.1.              Ecoconsultancy heeft ten behoeve van de verlening van de omgevingsvergunning het "Akoestisch onderzoek industrielawaai Nieuwbouw Van der Valk hotel te Doetinchem" van 20 juni 2019 opgesteld. Daaruit blijkt dat ter plaatse van de woning van [appellant A] en [appellant B] geen overschrijdingen van de grenswaarden plaatsvinden. In paragraaf 3.1 van het akoestisch onderzoek, waarin een beschrijving is gegeven van de representatieve bedrijfssituatie, is uiteengezet welke uitgangspunten met betrekking tot vrachtwagens en touringcars zijn gehanteerd. Daaruit volgt dat rekening is gehouden met drie vrachtwagens per dag voor de bevoorrading en zes touringcars. Dit aantal is volgens het college afgestemd op de bedrijfsvoering van het beoogde hotel.

Verder heeft het college gemotiveerd uiteen gezet dat in het akoestisch onderzoek wel rekening is gehouden met laad- en losactiviteiten in de dagperiode. Dat standpunt hebben [appellant A] en [appellant B] onvoldoende weerlegd.

De Afdeling overweegt dat [appellant A] en [appellant B] niet aannemelijk hebben gemaakt dat de in het akoestisch onderzoek gehanteerde uitgangspunten niet realistisch zijn.

Het betoog slaagt niet.

6.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat de geluidberekeningen in het rapport uit 2019 uitgaan van een andere, voor het hotel meer gunstige norm, dan  het rapport "Akoestisch onderzoek industrielawaai Van der Valk hotel te Doetinchem" van Ecoconsultancy van 28 november 2017. Voor het gebruik van een andere norm is volgens [appellant A] en [appellant B] geen reden gegeven.

6.1.    Aan de omgevingsvergunning ligt het akoestisch onderzoekn ten grondslag. In dit onderzoek zijn de berekende geluidwaarden getoetst aan de grenswaarden voor gemengd gebied in de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van 2009. De Afdeling is van oordeel dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan deze normen mocht worden getoetst. Het is juist dat in het onderzoek "Akoestisch onderzoek Industrielawaai Nieuwbouw Van der Valk hotel te Doetinchem" van Econsultancy van 28 november 2017, dat eerder op verzoek van Hotel Doetinchem is opgesteld in verband met de beoordeling van de te behalen zogenoemde BREEAM score, is uitgegaan van andere normen. Dit onderzoek is echter niet uitgevoerd ten behoeve van de toetsing aan een goede ruimtelijke ordening. Daarom behoorden deze normen in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet als uitgangspunt genomen te worden.

Het betoog slaagt niet.

Behoefte

7.       [appellant A] en [appellant B] voeren aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat er behoefte bestaat aan het hotel met alle faciliteiten, waaronder conferentiezalen. Miskend zou zijn dat sprake is van een veranderende wereld.

7.1.    De Afdeling overweegt dat de behoefte aan de totale hotelontwikkeling uitgebreid is onderbouwd met rapporten van adviesbureau BRO. De rechtbank heeft geoordeeld dat [appellant A] en [appellant B] te weinig naar voren hebben gebracht om te twijfelen aan de behoefte. De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht tot dit oordeel is gekomen. De enkele stelling dat we in een veranderende wereld leven is onvoldoende om te twijfelen aan de met deskundigenrapporten aangetoonde behoefte aan het hotel.

Het betoog slaagt niet.

Gebiedsuitwerking

7.2.    [appellant A] en [appellant B] voeren aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het bouwplan in overeenstemming is met de Gebiedsuitwerking Europaweg.

7.3.    De rechtbank is gemotiveerd op deze grond van [appellant A] en [appellant B] ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank dat het bouwplan in overeenstemming is met de Gebiedsuitwerking Europaweg en in de onder 8.2 van de uitspraak van de rechtbank opgenomen overweging, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling ziet dus geen aanleiding hier anders over te oordelen.

Het betoog slaagt niet.

Werkgelegenheid

8.       [appellant A] en [appellant B] voeren aan dat de werkgelegenheid die het hotel creëert beperkt is.

8.1.    De rechtbank heeft in deze beroepsgrond terecht geen aanleiding gezien om te oordelen dat de verlening van de omgevingsvergunning onrechtmatig is. Het is voor de rechtmatigheid van de omgevingsvergunning niet relevant wat de omvang is van de werkgelegenheid die het hotel creëert.

Het betoog slaagt niet.

Alternatieve locaties

9.       [appellant A] voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat geen sprake was van alternatieven.

9.1.    Het college moet beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project waarvoor vergunning is aangevraagd. Als dat project op zichzelf aanvaardbaar is, dan kan het college in beginsel niet vanwege alternatieven voor dat project weigeren daaraan mee te werken. Het college kan dat alleen weigeren als op voorhand duidelijk is dat met één of meer alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.

9.2.    Zoals de rechtbank heeft overwogen, heeft het college zich op het standpunt kunnen stellen dat van dergelijke alternatieven geen sprake was. Op het perceel op het bedrijvenpark A18 was onvoldoende fysieke ruimte voor de hotelontwikkeling inclusief de benodigde buitenruimte en de locatie Montferland ligt te ver van het centrum en daar is ook niet gebleken van een beschikbare kavel van voldoende omvang. De ontwikkeling van een hotel op die locaties was dus niet haalbaar, zo heeft de rechtbank naar het oordeel van de Afdeling kunnen oordelen.

Het betoog slaagt niet.

Overig

10.     [appellant A] en [appellant B] betogen dat in de inspraakfase onjuiste informatie is verstrekt. Zij hebben ook te weinig mogelijkheden ervaren om daadwerkelijk te kunnen participeren.

10.1.  .Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning, toetst de Afdeling alleen of de de wettelijk voorgeschreven procedures zijn doorlopen of dat er een plicht tot participatie bestond. De rechtbank heeft naar het oordeel van de Afdeling terecht overwogen dat geen plicht bestond voor het college om voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning verdere mogelijkheden tot participatie te bieden. De wijze waarop Van der Ham bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning is betrokken, staat in deze procedure, wat daarvan ook zij, niet ter discussie. Met de rechtbank ziet de Afdeling daarom in het standpunt van [appellant A] en [appellant B] dat zij zich ondanks het gevolgde proces niet gehoord voelen, geen aanleiding voor het oordeel dat het college de vergunning niet mocht verlenen.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

11.     Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank voor zover aangevallen.

Proceskosten

12.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. J.A.W. Huijben, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Priem, griffier.

w.g. Borman
voorzitter

w.g. Priem
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026

646


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon