Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202205285/1/R3

Uitspraak 202205285/1/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4538
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem een omgevingsvergunning verleend aan Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. Het college heeft een vergunning verleend voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Doetinchem op ongeveer 165 m van de grens van het projectgebied. De vergunning ziet op de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een uitweg. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de gronden daarin een agrarische bestemming hebben waarop horeca niet is toegestaan. Om het bouwplan mogelijk te maken, heeft het college een vergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a en onder 3, van de Wabo en voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat met de uitgevoerde akoestische onderzoeken voldoende is onderbouwd dat ter plaatse van zijn woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202205285/1/R3.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Doetinchem,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 27 juli 2022 in zaak nr. 21/1473 in het geding tussen:

appellant

en

de raad en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Doetinchem.

Procesverloop

Bij besluit van 3 februari 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg.

Bij uitspraak van 27 juli 2022 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard en de rechtsgevolgen in stand gelaten.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college en Hotel Doetinchem-Achterhoek hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellant] heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak, gelijktijdig met zaak nrs. ECLI:NL:RVS:2026:4537, ECLI:NL:RVS:2026:4539 en ECLI:NL:RVS:2026:4540  op een zitting behandeld op 11 juni 2026, waar [appellant], en het college, vertegenwoordigd door J.R. Loet-Loetoer, A.R. Francken, mr. L. Mekour, R. Smeet en J.C. Jansen Venneboer, zijn verschenen. Verder is op de zitting Hotel Doetinchem, vertegenwoordigd door mr. L.J. Gerritsen, advocaat in Nijmegen,[gemachtigde A], [gemachtigde B] en [gemachtigde C], als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hotel is ingediend op 20 september 2017. De aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg is ingediend op 15 oktober 2019 Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Het college heeft een vergunning verleend voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. [appellant] woont aan de [locatie 1] in Doetinchem op ongeveer 165 m van de grens van het projectgebied. De vergunning ziet op de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een uitweg. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de gronden daarin een agrarische bestemming hebben waarop horeca niet is toegestaan. Om het bouwplan mogelijk te maken, heeft het college een vergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a en onder 3, van de Wabo en voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. De raad heeft op 17 december 2022 voor het plan een verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Voor de leesbaarheid van deze uitspraak zullen de raad en het college hierna tezamen als het college worden weergegeven.

Inhoudelijk

Geluid

3.       [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat met de uitgevoerde akoestische onderzoeken voldoende is onderbouwd dat ter plaatse van zijn woning sprake is van een goed woon- en leefklimaat. [appellant] voert aan dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat sprake is van een gemengd gebied als bedoeld in de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van 2009.

3.1.    De Afdeling is van oordeel dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de omgeving van het hotel kan worden aangemerkt als gemengd gebied. Hierbij is relevant dat ten oosten van het hotel het bedrijventerrein "Wijnbergen" is gesitueerd en dat aan de zuid- en oostzijde van het plangebied zowel de A18 als de Europaweg (N317) zijn gesitueerd. Weliswaar vindt aan de westzijde van het plangebied voornamelijk agrarische bedrijvigheid plaats, maar gezien de nabije ligging van drukke verkeersgebied en het bedrijven terrein, is van een rustige woonwijk is daarmee geen sprake.

Het betoog slaagt niet.

4.       [appellant] betoogt verder dat in het akoestisch onderzoek onjuiste uitgangspunten met betrekking tot touringcars en vrachtwagens zijn gehanteerd. Er is volgens hem uitgegaan van een te laag aantal verkeersbewegingen. Hij stelt verder dat laad- en losactiviteiten in de dagperiode ten onrechte buiten beschouwing zijn gelaten. De rechtbank heeft dit volgens hem niet onderkend.

4.1.             Ecoconsultancy heeft ten behoeve van de verlening van de omgevingsvergunning het "Akoestisch onderzoek industrielawaai Nieuwbouw Van der Valk hotel te Doetinchem" van 20 juni 2019 opgesteld.

In paragraaf 3.1 van het akoestisch onderzoek, waarin een beschrijving is gegeven van de representatieve bedrijfssituatie, is uiteengezet welke uitgangspunten met betrekking tot vrachtwagens en touringcars zijn gehanteerd. Daaruit volgt dat rekening is gehouden met drie vrachtwagens per dag voor de bevoorrading en zes touringcars. Dit aantal is volgens het college afgestemd op de bedrijfsvoering van het beoogde hotel.

Verder stelt het college dat in het akoestisch onderzoek rekening is gehouden met laad- en losactiviteiten in de dagperiode.

De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat [appellant] niet aannemelijk heeft gemaakt dat deze in het akoestisch onderzoek gehanteerde uitgangspunten niet realistisch zijn.

Het betoog slaagt niet.

5.       [appellant] betoogt dat de geluidberekeningen in het rapport uit 2019 uitgaan van een andere, voor het hotel meer gunstige norm, dan het rapport "Akoestisch onderzoek industrielawaai Van der Valk hotel te Doetinchem" van Ecoconsultancy van 28 november 2017. Voor het gebruik van een andere norm is volgens [appellant] geen reden gegeven. De rechtbank heeft dit volgens [appellant] niet onderkend.

5.1.    Aan de omgevingsvergunning ligt het hiervoor onder 4.1 van deze uitspraak vermelde akoestische onderzoek van 20 juni 2019 ten grondslag. In dit onderzoek zijn de berekende geluidwaarden getoetst aan de grenswaarden voor gemengd gebied in de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van 2009. De Afdeling is van oordeel dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan deze normen mocht worden getoetst. Het is juist dat in het onderzoek "Akoestisch onderzoek Industrielawaai Nieuwbouw Van der Valk hotel te Doetinchem" van Econsultancy van 28 november 2017, dat eerder op verzoek van Hotel Doetinchem is opgesteld in verband met de beoordeling van de te behalen zogenoemde BREEAM score, is uitgegaan van andere normen. Dit onderzoek is echter niet uitgevoerd ten behoeve van de toetsing aan een goede ruimtelijke ordening. Daarom behoorden deze normen in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet als uitgangspunt genomen te worden.

Het betoog slaagt niet.

6.       [appellant] betoogt dat Ecoconsultancy de geluidbelasting als gevolg van het hotel ter plaatse van zijn woning ten onrechte niet inzichtelijk heeft gemaakt.

6.1.    De Afdeling stelt vast dat Ecoconsultancy de relevante woningen in de omgeving van het hotel in de beoordeling heeft betrokken, bijvoorbeeld de woning aan de [locatie 2]. Deze woning is op kortere afstand van het hotel gelegen dan de woning van [appellant]. Het college stelt zich terecht op het standpunt dat de uitkomsten van de berekeningen ter plaatse van de woning van [appellant] logischerwijs niet nadeliger kunnen zijn dan de uitkomsten ter plaatse van de woning aan de [locatie 2]. Omdat er bij de woning aan de [locatie 2] ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, bestond er daarom geen aanleiding de woning van [appellant] als beoordelingspunt in de akoestische onderzoeken op te nemen.

Het betoog slaagt niet.

7.       [appellant] betoogt verder dat de rechtbank in het kader van de het in stand laten van de rechtsgevolgen van de omgevingsvergunning niet tot de conclusie heeft kunnen komen dat sprake is van een goed woon- en leefklimaat bij de woning van [appellant] rekening houdend met cumulatie van het geluid van het hotel en het wegverkeerslawaai van de verdubbeling van de Europaweg.

7.1.    De rechtbank heeft overwogen dat de omgevingsvergunning op dit punt een gebrek heeft en moet worden vernietigd, omdat het college met het oog op de vraag of sprake is van een goed woon- en leefklimaat ten onrechte geen onderzoek heeft gedaan naar de cumulatieve geluidbelasting. De rechtbank heeft echter de rechtsgevolgen van de omgevingsvergunning in stand gelaten, omdat het college met de "Notitie beroepsgronden geluid" van Ecoconsultancy van 24 juni 2021 (de notitie) alsnog aannemelijk heeft gemaakt dat ook in geval van cumulatie van het geluid van het hotel en het wegverkeerslawaai van de verdubbeling van de Europaweg sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van [appellant].

7.2.    Voor de beoordeling van de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de geluidsbelasting is aansluiting gezocht bij het toetsingskader voor geluid in paragraaf B5.3 van bijlage 5 van de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzondering" (het stappenplan). De toetsingssystematiek van de VNG-brochure bestaat uit vier stappen, waarbij per stap een hogere geluidsbelasting aanvaardbaar wordt geacht en steeds hogere eisen worden gesteld aan het benodigde onderzoek en de motivering van het besluit waarmee planologische inpassing mogelijk wordt gemaakt. Als wordt voldaan aan de toepasselijke richtafstand uit de VNG-brochure, is volgens de toetsingssystematiek in beginsel sprake van een aanvaardbare geluidbelasting (stap 1). Als stap 1 niet toereikend is, moet de raad volgens de toetsingssystematiek met akoestisch onderzoek aantonen dat de geluidbelasting op de gevel van de woningen voldoet aan de richtwaarden voor geluid als opgenomen in paragraaf B5.3 van bijlage 5 van de VNG-brochure. Voor gemengd gebied geldt voor de maximale geluidbelasting op woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen bij stap 2 als richtwaarde 50 dB(A) voor het langtijdgemiddeld beoordelingsniveau, 70 dB(A) voor piekgeluid en 50 dB(A) voor het geluid ten gevolge van verkeersaantrekkende werking. Bij stap 3 bedragen deze waarden achtereenvolgens 55 dB(A), 70 dB(A) en 65 dB(A). Bij overschrijding van de richtwaarden in stap 2 is planologische inpassing nog steeds mogelijk. Het college moet dan motiveren waarom hij deze geluidbelasting in de concrete situatie acceptabel acht, waarbij ook de cumulatie met eventueel al aanwezige geluidbelasting moet worden betrokken. Als ook de richtwaarden uit stap 3 worden overschreden is planologische inpassing doorgaans niet mogelijk. Als het bevoegd gezag niettemin tot inpassing wil overgaan, moet het dit grondig onderzoeken, onderbouwen en motiveren (stap 4).

7.3.    Het college heeft met de notitie nader gemotiveerd waarom de concrete geluidsbelasting acceptabel is. Hierbij is ook de cumulatie van geluidbelasting betrokken, hoewel in de notitie staat dat dit pas noodzakelijk is als er overschrijdingen plaatsvinden van de richtwaarden in stap 2.

7.4.    In de notitie staat dat het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau ten gevolge van het hotel 35 dB(A) etmaalwaarde ter plaatse van de woning van [appellant] bedraagt. Op de zitting is toegelicht hoe dit is berekend. In de notitie wordt geconcludeerd dat het hotel hiermee geen significante bijdrage zal leveren aan het akoestisch woon- en leefklimaat.

Verder staat in de notitie dat de geluidsemissie van het verkeer over de Kilderseweg na de verdubbeling van de Europaweg afneemt met -0,43 dB in de toekomstige situatie. Na de verdubbeling van de Europaweg treedt in de toekomstige situatie vanwege de Europaweg een geluidbelasting van maximaal 40,58 en 43,56 dB op ter plaatse van de woningen aan respectievelijk de [locatie 3] en [locatie 2]. In de notitie staat dat dit betekent dat een beoordeling van de cumulatieve geluidbelasting voor deze woningen niet hoeft te worden uitgevoerd, omdat de berekende geluidbelasting voldoet aan de richtwaarden van stap 2. De Afdeling acht dit juist. Het college heeft zich verder op het standpunt kunnen stellen dat de uitkomsten van de berekeningen ter plaatse van de woning van [appellant] logischerwijs in beginsel niet nadeliger kunnen zijn dan de uitkomsten ter plaatse van de woning aan de [locatie 2], omdat de woning van [appellant] verder van het te realiseren hotel ligt. Daarom bestond naar het oordeel van de Afdeling geen aanleiding een afzonderlijke berekening van de cumulatie voor de woning van [appellant] uit te voeren.

De woning ligt verder op ruim 500 en 680 meter van respectievelijk de noordelijke aansluiting en de hoofdrijbaan van de A18. De geluidszone van de A18 is 400 meter breed. Het college heeft onder deze omstandigheden de geluidsbelasting als gevolg van de verdubbeling van de Europaweg als maatgevend mogen beschouwen en behoorde de geluidbelasting als gevolg van de A18 dan ook niet afzonderlijk in beeld te brengen.

7.5.    Uit de berekening van de cumulatieve geluidbelasting blijkt naar het oordeel van de Afdeling dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat, rekening houdend met cumulatie van het geluid van het hotel en het wegverkeerslawaai van de verdubbeling van de Europaweg, sprake is van een goed akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van [appellant]. In wat [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtbank in het kader van de het in stand laten van de rechtsgevolgen van de omgevingsvergunning niet tot deze conclusie heeft kunnen komen.

Het betoog slaagt niet.

Overig

8.       [appellant] betoogt dat in de inspraakfase onjuiste informatie is verstrekt. Zij hebben ook te weinig mogelijkheden ervaren om daadwerkelijk te kunnen participeren.

8.1.    Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning, toetst de Afdeling alleen of de de wettelijk voorgeschreven procedures zijn doorlopen of dat er een plicht tot participatie bestond. De rechtbank heeft naar het oordeel van de Afdeling terecht overwogen dat geen plicht bestond voor het college om voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning verdere mogelijkheden tot participatie te bieden. De wijze waarop [appellant] bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning is betrokken, staat in deze procedure, wat daar van zij, niet ter discussie. Met de rechtbank ziet de Afdeling daarom in het standpunt van [appellant] dat hij zich ondanks het gevolgde proces niet gehoord voelt, geen aanleiding voor het oordeel dat het college de vergunning niet mocht verlenen.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

9.       Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Proceskosten

10.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. J.A.W. Huijben, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Priem, griffier.

w.g. Borman
voorzitter

w.g. Priem
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026

646


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon