Ga naar de inhoud
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202205284/1/R3

Uitspraak 202205284/1/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4537
Datum uitspraak
12 augustus 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 3 februari 2021 heeft het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem een omgevingsvergunning verleend aan Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. Het college heeft een vergunning verleend voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Doetinchem op ongeveer 70 m van de grens van het projectgebied en op ongeveer 125 m van het te bouwen hotel. De vergunning ziet op de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een uitweg. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de gronden daarin een agrarische bestemming hebben waarop horeca niet is toegestaan. Om het bouwplan mogelijk te maken, heeft het college een vergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a en onder 3, van de Wabo en voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure.
  • Hoger beroep
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202205284/1/R3.
Datum uitspraak: 12 augustus 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], wonend in Doetinchem,
appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 27 juli 2022 in zaak nr. 21/1561 in het geding tussen:

appellanten

en

de raad en het college van burgemeester en wethouders van Doetinchem.

Procesverloop

Bij besluit van 3 februari 2021 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Hotel Doetinchem-Achterhoek Beheer B.V. voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg.

Bij uitspraak van 27 juli 2022 heeft de rechtbank het door [appellant A] en [appellant B] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellant A] en [appellant B] hoger beroep ingesteld.

Het college en Hotel Doetinchem  hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak, gelijktijdig met zaak nrs. ECLI:NL:RVS:2026:4538, ECLI:NL:RVS:2026:4539 en ECLI:NL:RVS:2026:4540 op een zitting behandeld op 11 juni 2026, waar [appellant A] en [appellant B], en het college, vertegenwoordigd door J.R. Loet-Loetoer, A.R. Francken, mr. L. Mekour, R. Smeet en J.C. Jansen Venneboer, zijn verschenen. Verder is op de zitting Hotel Doetinchem, vertegenwoordigd door mr. L.J. Gerritsen, advocaat in Nijmegen, [gemachtigde A], [gemachtigde B] en [gemachtigde C], als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht Omgevingswet

1.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen van een hotel is ingediend op 20 september 2017. De aanvraag om verlening van een omgevingsvergunning voor het maken van een uitweg is ingediend op 15 oktober 2019 Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2.       Het college heeft een vergunning verleend voor het bouwen van een hotel op de hoek van de Kilderseweg/Europaweg in Doetinchem en het maken van een uitweg. [appellant A] en [appellant B] wonen aan de [locatie] in Doetinchem op ongeveer 70 m van de grens van het projectgebied en op ongeveer 125 m van het te bouwen hotel. De vergunning ziet op de activiteiten bouwen, afwijken van het bestemmingsplan en het aanleggen van een uitweg. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan, omdat de gronden daarin een agrarische bestemming hebben waarop horeca niet is toegestaan. Om het bouwplan mogelijk te maken, heeft het college een vergunning verleend met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a en onder 3, van de Wabo en voorbereid met de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. De raad heeft voor het plan op 17 december 2020 een verklaring van geen bedenkingen afgegeven. Voor de leesbaarheid van deze uitspraak worden hierna de raad en het college tezamen verkort als het college weergegeven.

Beoordeling hoger beroep

Waarom een ongegrond beroep?

3.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat het merkwaardig is dat de rechtbank hun beroep ongegrond heeft verklaard, terwijl hun beroepsgronden in grote lijnen overeenkomen met die van [persoon A] en [persoon B] en [persoon C] en die beroepen gegrond zijn verklaard bij uitspraken van 27 juli 2022 in zaak nrs. 21/1567 en 21/1473.

3.1.    Bij uitspraken van 27 juli 2022 in zaak nrs 21/1473 en 21/1567 heeft de rechtbank het door [persoon A] en [persoon B] en [persoon C] ingestelde beroep tegen het besluit van 3 februari 2021 gegrond verklaard, omdat zij naar het oordeel van de rechtbank terecht hebben betoogd dat ten onrechte geen onderzoek is gedaan naar de cumulatie van geluid van het hotel en het wegverkeerslawaai in de omgeving. De Afdeling stelt vast dat deze beroepsgrond niet naar voren is gebracht in het beroepsschrift dat [appellant A] en [appellant B] bij de rechtbank hebben ingediend. Daarom heeft de rechtbank in het slagen van de door [persoon A] en [persoon C] naar voren gebrachte beroepsgrond over cumulatie van geluid geen aanleiding behoren te zien om ook het beroep van [appellant A] en [appellant B] gegrond te verklaren.

Dit betoog slaagt niet.

Verouderde rapporten?

4.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat overgelegde rapporten verouderd zijn. Met deze rapporten is ten onrechte rekening gehouden, terwijl de situatie nu wezenlijk anders is.

4.1.    De niet nader onderbouwde stelling dat rapporten die aan de omgevingsvergunning ten grondslag liggen verouderd zijn, omdat die dateren van voor 2019, biedt naar het oordeel van de Afdeling geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het college deze rapporten niet aan de omgevingsvergunning ten grondslag heeft kunnen leggen. Voor zover [appellant A] en [appellant B] de rapporten inhoudelijk bestrijden, bespreekt de Afdeling dit in de concrete beroepsgronden daarover.

Het betoog slaagt niet.

Geluid

5.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank niet heeft onderkend dat in het onderzoek naar de te verwachten geluidhinder ten onrechte van slechts drie vrachtwagens per dag is uitgegaan voor de bevoorrading van het hotel. Verder is volgens hen ten onrechte gerekend met zeven vrachtwagens/touringcars in plaats van negen. Het geluidsniveau ligt hoger indien van een meer realistische hoeveelheid vrachtverkeer wordt uitgegaan, zo betogen zij.

Verder betogen [appellant A] en [appellant B] dat ten onrechte geen rekening is gehouden met stemgeluid van mensen die aankomen en vertrekken en op het terras zitten.

5.1.    Ecoconsultancy heeft ten behoeve van de verlening van de omgevingsvergunning het "Akoestisch onderzoek industrielawaai Nieuwbouw Van der Valk hotel te Doetinchem" van 20 juni 2019 (het akoestische onderzoek) opgesteld. Daaruit blijkt dat ter plaatse van de woning van [appellant A] en [appellant B] geen overschrijdingen van de grenswaarden plaatsvinden. In paragraaf 3.1 van het akoestisch onderzoek, waarin een beschrijving is gegeven van de representatieve bedrijfssituatie, is uiteengezet welke uitgangspunten met betrekking tot vrachtwagens en touringcars zijn gehanteerd. Daaruit volgt dat rekening is gehouden met drie vrachtwagens per dag voor de bevoorrading en zes touringcars. Anders dan [appellant A] en [appellant B] betogen is dus gerekend met negen vrachtwagens/touringcars. Het betoog van [appellant A] en [appellant B] dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college ten onrechte heeft gerekend met zeven vrachtwagens/touringcars, mist feitelijke grondslag.

5.2.    De Afdeling stelt verder vast dat in het akoestisch onderzoek rekening is gehouden met een worstcasescenario waarin op het terras per tafel twee bezoekers continu praten met verheven stem. In de "Notitie geluid" van Ecoconsultancy van 24 juni 2021 is verder, ook als worstcasescenario, nog een aanvullend scenario doorgerekend waarbij is uitgegaan van een verheven stem gedurende vijf minuten voor de helft van de vertrekkende voertuigen op P1 en P2 en het schreeuwen van mensen op de meest nabijgelegen parkeerplaats. Het college en Hotel Doetinchem hebben toegelicht dat dit geen representatieve bedrijfssituatie is, maar uit het akoestisch onderzoek blijkt dat zelfs in dit scenario nog aan de geldende normen wordt voldaan.

De Afdeling overweegt dat [appellant A] en [appellant B] niet aannemelijk hebben gemaakt dat de in het akoestisch onderzoek gehanteerde uitgangspunten niet realistisch zijn. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat [appellant A] en [appellant B] niet aannemelijk hebben gemaakt dat geen goed akoestisch woon- en leefklimaat ter plaatse van hun woning kan worden gerealiseerd.

Het betoog slaagt niet.

6.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat de omgeving van het hotel ten onrechte is aangemerkt als gemengd gebied als bedoeld in de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van 2009.

6.1.    De Afdeling is van oordeel dat de omgeving van het hotel kan worden aangemerkt als gemengd gebied. Hierbij is relevant dat ten oosten van het hotel het bedrijventerrein "Wijnbergen" is gesitueerd en dat aan de zuid- en oostzijde van het plangebied zowel de A18 als de Europaweg (N317) zijn gesitueerd. Weliswaar vindt aan de westzijde van het plangebied voornamelijk agrarische bedrijvigheid plaats, maar gezien de nabije ligging van drukke verkeerswegen en een bedrijventerrein, is van een rustige woonwijk geen sprake. De rechtbank heeft geen aanleiding hoeven zien het akoestisch onderzoek onzorgvuldig te achten, omdat zou zijn uitgegaan van een onjuiste gebiedstypering.

Het betoog slaagt niet.

7.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat de geluidberekeningen in het rapport uit 2019 uitgaan van een andere, voor het hotel meer gunstige norm, dan het rapport "Akoestisch onderzoek industrielawaai Van der Valk hotel te Doetinchem" van Ecoconsultancy van 28 november 2017. Voor het gebruik van een andere norm is volgens [appellant A] en [appellant B] geen reden gegeven. De rechtbank heeft dit volgens hen niet onderkend.

7.1.    Aan de omgevingsvergunning ligt het hiervoor onder 5.1 vermelde akoestische onderzoek van 20 juni 2019 ten grondslag. In dit onderzoek zijn de berekende geluidwaarden getoetst aan de grenswaarden voor gemengd gebied in de VNG-publicatie "Bedrijven en milieuzonering" van 2009. De Afdeling is van oordeel dat in het kader van een goede ruimtelijke ordening aan deze normen mocht worden getoetst. Het is juist dat in het onderzoek "Akoestisch onderzoek Industrielawaai Nieuwbouw Van der Valk hotel te Doetinchem" van Econsultancy van 28 november 2017, dat eerder op verzoek van Hotel Doetinchem is opgesteld in verband met de beoordeling van de te behalen zogenoemde BREEAM score, is uitgegaan van andere normen. Dit onderzoek is echter niet uitgevoerd ten behoeve van de toetsing aan een goede ruimtelijke ordening. Daarom behoorden deze normen in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet als uitgangspunt genomen te worden.

Het betoog slaagt niet.

Privacy

8.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat vanuit het hotel, dat 25 m hoog wordt, geen sprake is van inkijk in de woning en tuin van [appellant A] en [appellant B]. De rechtbank heeft volgens hen ten onrechte niet gemotiveerd waarom hiervan geen sprake is. Ook heeft de rechtbank miskend dat sprake is van wandelpaden op korte afstand van de woning van [appellant A] en [appellant B].

8.1.    De Afdeling stelt vast dat de afstand tussen het hotel en de woning van [appellant A] en [appellant B] ongeveer 125 m zal bedragen. Voor zover sprake zal zijn van zicht op de woning en de tuin, leidt dit er naar het oordeel van de Afdeling vanwege de afstand niet toe dat sprake is van een onevenredige inbreuk op de privacy. Hotel Doetinchem heeft toegelicht dat het klopt dat rondom het hotel wandelpaden zijn ingetekend. Vanaf de wandelpaden zal, zo stelt het college, met uitzondering van de plaats waar bewust een doorkijkje naar het omliggende landschap is voorzien, geen zicht zijn op de woning van [appellant A] en [appellant B]. De Afdeling acht dit juist, gelet op een uitsnede van de landschappelijke inpassing van het hotel. Gelet op de afstand van ongeveer 70 m van het doorkijkje tot de woning van [appellant A] en [appellant B] is naar het oordeel van de Afdeling geen sprake van een onevenredige aantasting van de privacy. De Afdeling kan zich dan ook vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 7.2 van de uitspraak van de rechtbank opgenomen overweging.

Het betoog slaagt niet.

Overig

9.       [appellant A] en [appellant B] betogen dat in de inspraakfase   onjuiste informatie is verstrekt. Zij hebben ook te weinig mogelijkheden ervaren om daadwerkelijk te kunnen participeren.

9.1.    Bij de beoordeling van de omgevingsvergunning, toetst de Afdeling alleen of de wettelijk voorgeschreven procedures zijn doorlopen of dat er een plicht tot participatie bestond.  De rechtbank heeft naar het oordeel van de Afdeling terecht overwogen dat geen plicht bestond voor het college om voorafgaand aan de verlening van de omgevingsvergunning verdere mogelijkheden tot participatie te bieden. De wijze waarop [appellant A] en [appellant B] bij de voorbereiding van de omgevingsvergunning zijn betrokken, staat in deze procedure, wat daar van zij, niet ter discussie. Met  de rechtbank ziet de Afdeling daarom in het standpunt van [appellant A] en [appellant B] dat zij zich ondanks het gevolgde proces niet gehoord voelen, geen aanleiding voor het oordeel dat het college de vergunning niet mocht verlenen.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

10.     Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

Proceskosten

11.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, voorzitter, en mr. J. Hoekstra en mr. J.A.W. Huijben, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Priem, griffier.

w.g. Borman
voorzitter

w.g. Priem
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 12 augustus 2026

646


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon