Ga naar de inhoud
(naar homepage)
lees voor
Direct naar
  • en (Information in English)
  • de (Deutsche Informationen)
  • fr (Informations en français)
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
  • Actueel
    • Nieuws
    • Zittingsagenda
    • Persagenda
    • Evenementen
    • Piet Hein Donner Scriptieprijs
  • Adviezen
  • Uitspraken
  • Publicaties
    • Brochures
    • Studies en onderzoeken
    • Regelingen
    • Consultaties
    • Jaarverslagen
  • Over ons
    • Raad van State in het kort
    • Organisatie
    • Advisering
    • Bestuursrechtspraak
    • Begrotingstoezicht
    • Toetsing Klimaatwet
    • Geschiedenis
    • Raad van State in beeld
  • Zoeken
  • en
  • de
  • fr
  • contact
  • pers
  • werken bij
  • app
Zoeken

  1. Home ›
  2. Uitspraken ›
  3. Uitspraak 202503651/4/R3

Uitspraak 202503651/4/R3

ECLI
ECLI:NL:RVS:2026:4258
Datum uitspraak
23 juli 2026
Inhoudsindicatie
Bij besluit van 26 september 2023 heeft het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente aan Plegt Bouw B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 26 appartementen aan het Burgemeester de Beaufortplein 6, 10 en 11 in het centrum van Markelo. Op het perceel is het bestemmingsplan "Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11", vastgesteld op 13 april 2021, van toepassing. Plegt Bouw heeft op 2 augustus 2023 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de activiteit bouwen op het perceel. Het bouwplan bestaat uit 26 appartementen. Naast de vergunning voor de bouw van deze 26 appartementen, heeft het college bij besluit van 28 juni 2024 aan Plegt Bouw ook een omgevingsvergunning verleend voor 6 extra appartementen op het perceel in afwijking van het bestemmingsplan, zodat het appartementencomplex in totaal 32 appartementen krijgt.
  • Voorlopige voorziening
  • Bouwen

Toon inhoud

  • Volledige tekst
Volledige tekst

202503651/4/R3.
Datum uitspraak: 23 juli 2026

AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht (de Awb)) van:

[verzoeker A], [verzoeker B] en anderen, gevestigd en wonend in Markelo, gemeente Hof van Twente,

verzoekers,

hangende het hoger beroep van:

1.       VVE de Beaufort (de VVE), gevestigd te Markelo, gemeente Hof van Twente,

2.       [verzoeker B] en anderen, gevestigd en wonend in Markelo, gemeente Hof van Twente,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 23 mei 2025 in zaken nrs. 24/2782, 24/3031 en 24/2975 in het geding tussen:

1.       De VVE,

2.       [verzoeker B] en anderen,

3.       [verzoeker A],

en

het college van burgemeester en wethouders van Hof van Twente,

alsmede hangende het beroep van:

[verzoeker A] en anderen.

Procesverloop

Bij besluit van 26 september 2023 heeft het college aan Plegt Bouw B.V. een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van 26 appartementen aan het Burgemeester de Beaufortplein 6, 10 en 11 in het centrum van Markelo (het perceel).

Bij besluit van 25 april 2024 heeft het college de door de VVE, [verzoeker B] en anderen en [verzoeker A] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard en de vergunning met aanvullende motivering in stand gelaten.

Bij uitspraak van 23 mei 2025 heeft de rechtbank de door de VVE, [verzoeker B] en anderen en [verzoeker A] daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben de VVE en [verzoeker B] en anderen hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 3 maart 2026, kenmerk 1076982 (1), (het herstelbesluit) heeft het college de vergunning gewijzigd en aangevuld.

De VVE en [verzoeker B] en anderen hebben te kennen gegeven zich niet te kunnen verenigen met het herstelbesluit.

[verzoeker A] en anderen hebben beroep ingesteld tegen het herstelbesluit.

[verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek, tegelijk met het verzoek om voorlopige voorziening in zaak nr. 202503646/4/R3, op 14 juli 2026 op een zitting behandeld. Op de zitting zijn [verzoeker A], [verzoeker B] en anderen, vertegenwoordigd door [verzoeker A], vergezeld door [verzoeker B], en het college, vertegenwoordigd door B.J.M. Beernink-Rouweler, vergezeld door J.B.H. Meijer en A. van de Reijt, verschenen. Ook zijn woningstichting Viverion, vertegenwoordigd door [gemachtigde], en Plegt Bouw B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], op de zitting als partijen gehoord.

Overwegingen

1.       Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

2.       Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 2 augustus 2023. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

3.       Op het perceel is het bestemmingsplan "Markelo, herziening Burgemeester Beaufortplein 6, 10 en 11", vastgesteld op 13 april 2021, van toepassing. Plegt Bouw heeft op 2 augustus 2023 een aanvraag om een omgevingsvergunning ingediend voor de activiteit bouwen op het perceel. Het bouwplan bestaat uit 26 appartementen.

4.       Naast de vergunning voor de bouw van deze 26 appartementen, heeft het college bij besluit van 28 juni 2024 aan Plegt Bouw ook een omgevingsvergunning verleend voor 6 extra appartementen op het perceel in afwijking van het bestemmingsplan, zodat het appartementencomplex in totaal 32 appartementen krijgt. Over deze vergunning loopt ook een procedure bij de Afdeling, zaak nr. 202503646/1/R3.

De voorzieningenrechter doet vandaag ook uitspraak over het verzoek van [verzoekers] tot schorsing van de vergunning voor de 6 extra appartementen (zaak nr. 202503646/4/R3, ECLI:NL:RVS:2026:4257).

Voorgeschiedenis

5.       De voorzieningenrechter van de Afdeling heeft eerder in de uitspraak van 25 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4044, de besluiten van het college van 26 september 2023 en 25 april 2024 geschorst. De voorzieningenrechter heeft toen geoordeeld dat de besluiten van het college op twee punten gebreken bevatten. Allereerst heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat het college de vergunning in strijd met artikel 2.10 van de Wabo heeft verleend. Ten tweede heeft de voorzieningenrechter geoordeeld dat het college niet deugdelijk heeft gemotiveerd dat er met toepassing van artikel 9, onder d, onder 2, van de planregels kan worden afgeweken van de eis van parkeren op eigen terrein, zoals volgt uit artikel 9, onder a, van de planregels.

6.       Met het herstelbesluit heeft het college de vergunning gewijzigd en aangevuld.

De voorzieningenrechter merkt het herstelbesluit aan als een besluit in de zin van artikel 6:19, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb.

7.       Op verzoek van het college, en Viverion en Plegt Bouw, heeft de voorzieningenrechter in de uitspraak van 7 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2623, de eerder, bij uitspraak van 25 augustus 2025 getroffen voorlopige voorziening opgeheven. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft het college met het herstelbesluit de in de uitspraak van 25 augustus 2025 geconstateerde gebreken hersteld en bestond er in wat door de VVE, [verzoeker B] en anderen, en [verzoeker A] en anderen was aangevoerd ook geen aanleiding de schorsing in stand te laten.

De voorzieningenrechter heeft daartoe over het parkeeronderzoek van Goudappel B.V. van 18 februari 2026 onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende overwogen. In dit parkeeronderzoek is uitgegaan van de parkeerbehoefte van 32 appartementen, dus inclusief de 6 extra appartementen die afzonderlijk zijn vergund. De toename aan parkeerbehoefte van het appartementencomplex is daarmee zorgvuldig is berekend. De voorzieningenrechter zag daarnaast geen aanleiding voor het oordeel dat de gebruikte parkeertellingen niet representatief zouden zijn. De voorzieningenrechter stelde daarentegen wel vast dat de concrete parkeertellingen waarnaar wordt verwezen in bijlage 1 bij het parkeeronderzoek, op het moment van de zitting niet beschikbaar waren. Ook waren er, zo bleek op de zitting, enkele onduidelijkheden over het precieze aantal parkeerplaatsen binnen het vrij parkeren regime in het onderzoeksgebied. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter was dit mogelijke gebrek niet zodanig dat moest worden voorzien dat het herstelbesluit in de bodemprocedure geen stand zal houden.

Beoordeling van het verzoek

8.       [verzoekers] hebben de voorzieningenrechter verzocht om het herstelbesluit te schorsen. Zij voeren aan dat er ten onrechte voor de gevelrooilijn gebouwd wordt, dat er ten onrechte geen archeologisch onderzoek is uitgevoerd, en dat het parkeeronderzoek meerdere gebreken bevat.

In hun nader stuk voeren [verzoekers] nog aan dat bouwvlak verkleind zou worden en dat er problemen te verwachten zijn met de riolering.

Herhaald verzoek?

9.       In de uitspraak op het verzoek om opheffing van 7 mei 2026, heeft de voorzieningenrechter ook de gronden betrokken die de VVE, [verzoeker B] en anderen, en [verzoeker A] en anderen tegen de opheffing van de schorsing naar voren hebben gebracht. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter in een afzonderlijke uitspraak van 7 mei 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2622, het verzoek van de VVE, [verzoeker B] en anderen, en [verzoeker A] en anderen tot treffen van een voorlopige voorziening voor de vergunning voor de 6 extra appartementen, afgewezen.

Gelet hierop overweegt de voorzieningenrechter dat de bij uitspraak van 7 mei 2026 gedane opheffing van de schorsing van de op 25 augustus 2025 getroffen voorlopige voorziening is aan te merken als een afwijzing van het verzoek om voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter stelt daarom vast dat er sprake is van een herhaald verzoek om voorlopige voorziening.

10.     Zoals de voorzieningenrechter eerder heeft overwogen, bijvoorbeeld in de uitspraken van 20 oktober 2017, ECLI:NL:RVS:2017:2910, onder 4, en 2 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1569, onder 4, kan een herhaald verzoek om voorlopige voorziening slechts voor toewijzing in aanmerking komen als sprake is van een terecht beroep op nieuwe feiten of omstandigheden door verzoeker. Het moet gaan om feiten of omstandigheden die de verzoeker ten tijde van het vorige verzoek niet bekend waren en redelijkerwijs ook niet bekend konden zijn, of nieuwe feiten of omstandigheden van na de uitspraak op het vorige verzoek, die een herhaald verzoek rechtvaardigen.

Nieuwe feiten en omstandigheden?

Geen nieuwe feiten en omstandigheden

11.     De voorzieningenrechter overweegt dat wat [verzoekers] aanvoeren over de gevelrooilijn, archeologie, aanpassing van het bouwvlak, en de riolering, niet berust op nieuwe feiten of nieuwe omstandigheden die toewijzing van het herhaalde verzoek om voorlopige voorziening kunnen rechtvaardigen. [verzoekers] waren of hadden redelijkerwijs al bekend kunnen zijn met de feiten en omstandigheden die zij in dit kader aanvoeren, en zij hadden dit dan ook bij hun eerdere verzoek al naar voren kunnen brengen. De voorzieningenrechter zal daarom niet inhoudelijk ingaan op deze gronden.

De herziening van het parkeeronderzoek

12.     Het college heeft bij zijn schriftelijke uiteenzetting een herziening van het parkeeronderzoek van 2 juli 2026 overgelegd. Daarmee wil het college een aantal fouten in de parkeerkundige onderbouwing verbeteren en meer verduidelijking geven.

De voorzieningenrechter stelt vast dat in de herziening het volgende is gewijzigd ten opzichte van de eerdere versie van het parkeeronderzoek: de parkeertellingen van NDC uit 2025 zij als bijlage bijgevoegd, een aantal secties met openbare parkeerplaatsen binnen loopafstand zijn verwijderd of toegevoegd, er is een specificatie van de getelde capaciteit en bezetting per sectie toegevoegd, de restcapaciteit is opnieuw berekend, en er is opnieuw beoordeeld of op de maatgevende momenten de toename aan parkeerbehoefte kan worden opgevangen in de omgeving.

Niet gewijzigd zijn de berekeningen gemaakt voor de parkeerbehoefte van de vorige functies, de berekening van de parkeerbehoefte van het appartementencomplex, en de berekening van de toename aan parkeerbehoefte door middel van salderen met gebruik van aanwezigheidspercentages. Voor de secties met openbare parkeerplaatsen binnen 100 m die in het eerdere onderzoek al werden meegeteld, is het daar geldend parkeerregime niet aangepast.

13.     Op de zitting hebben [verzoekers] meerdere gronden en argumenten aangevoerd waarom ook met de herziening van het parkeeronderzoek niet alle gebreken zijn hersteld.

14.     De voorzieningenrechter overweegt dat er sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden voor zover de herziening van het parkeeronderzoek afwijkt van de eerdere versie die aan het herstelbesluit ten grondslag is gelegd.

Gelet hierop overweegt de voorzieningenrechter dat wat [verzoekers] aanvoeren over de parkeerbehoefte van de oude school, de tijdsindeling van de tellingen, de toekomstige blauwe zone bij de Plus, en de parkeerplaatsen bij ’t Stroaten, niet berust op nieuwe feiten of nieuwe omstandigheden die toewijzing van het herhaalde verzoek om voorlopige voorziening kunnen rechtvaardigen. Deze gronden gaan namelijk over onderdelen van het parkeeronderzoek die in de herziening niet zijn gewijzigd.

De voorzieningenrechter overweegt dat wat [verzoekers] aanvoeren over de wijziging van de meegetelde secties en over het ten onrechte meetellen van parkeerplaatsen binnen secties waar dat niet zou mogen, wel gaat over wijzigingen in de herziening van het parkeeronderzoek. Deze gronden gaan daarom over nieuwe feiten en omstandigheden en de voorzieningenrechter zal daar hierna dan ook inhoudelijk op ingaan.

Inhoudelijke beoordeling herziening parkeeronderzoek

Wijziging meegetelde secties

15.     [verzoekers] hebben op de zitting aangevoerd dat ten onrechte de sectie met parkeerplaatsen bij het Kerkplein niet meer wordt meegeteld maar een andere sectie wel.

15.1.  Op de zitting is door het college toegelicht dat in de eerste versie van het parkeeronderzoek van 18 februari 2026 per abuis secties waren meegeteld die slecht deels binnen 100 m loopafstand van de ontwikkeling liggen. Zo was ook de sectie bij het Kerkplein ten onrechte meegeteld. In de herziening van het parkeeronderzoek is deze sectie niet langer betrokken.

15.2.  Gelet op de toelichting van het college, overweegt de voorzieningenrechter dat met het verwijderen van de sectie bij het Kerkplein een onzorgvuldigheid ten aanzien van het aantal beschikbare parkeerplaatsen op 100m loopafstand is hersteld. [verzoekers] hebben ook niet aangevoerd waarom deze parkeerplaatsen desondanks wel meegeteld hadden moeten worden. Verder hebben zij niet verduidelijkt welke sectie(s) volgens hen in de herziening ten onrechte wel meegeteld is/zijn en waarom dat onjuist is.

Het betoog slaagt niet.

Secties waar te veel parkeerplaatsen geteld zijn

16.     [verzoekers] voeren aan dat er bij verschillende secties te veel parkeerplaatsen zijn meegeteld omdat deze plaatsen niet openbaar zouden zijn of omdat daar niet geparkeerd mag worden. Zij voeren aan dat er in sectie 46 parkeerplaatsen in eigendom zijn van de Plus en daarom niet openbaar zijn. Daarnaast voeren zij aan dat er binnen sectie 49 recent parkeerplaatsen met bordjes gereserveerd zijn voor bezoekers van het bedrijf Countus. Tot slot voeren [verzoekers] aan dat er binnen sectie 53 niet geparkeerd mag worden vanwege een parkeerverbod en dat er binnen sectie 54 niet geparkeerd mag worden omdat dit binnen vijf meter van een bocht in de weg zou zijn.

16.1.  De voorzieningenrechter overweegt over de parkeerplaatsen in sectie 46 het volgende. Binnen deze sectie is een capaciteit van 53 parkeerplaatsen geteld. De voorzieningenrechter overweegt dat de eigendomssituatie niet doorslaggevend is voor de vraag of parkeerplaatsen als openbare plekken meegeteld mogen worden of niet. Daarvoor is namelijk, zoals is toegelicht door het college op de zitting, van belang of een parkeerplaats openbaar toegankelijk is voor een ieder en of deze niet is gemarkeerd als gereserveerd voor een specifieke doelgroep. In tabel B.1.1. van bijlage 1 zijn de parkeerplaatsen door Goudappel als "vrij parkeren" aangemerkt. Niet gebleken is dat de parkeerplekken bij de Plus niet openbaar toegankelijk zijn of gemarkeerd zijn als gereserveerd.

16.2.  Over de parkeerplaatsen binnen sectie 49 overweegt de voorzieningenrechter het volgende. Binnen deze sectie is een capaciteit van 23 parkeerplekken geteld. De omstandigheid dat daar recentelijk bij een aantal parkeerplaatsen bordjes zijn geplaatst met de mededeling dat alleen bezoekers van het bedrijf Countus daar mogen parkeren, heeft plaatsgevonden na de vaststelling het herstelbesluit. Het college heeft daar ten tijde van de vaststelling van het herstelbesluit dan ook geen rekening mee kunnen houden. Nu het college toch een herziening van het parkeeronderzoek heeft laten opstellen, is wel de vraag of er in die herziening rekening mee gehouden had moeten worden.

Op de zitting is door het college desgevraagd toegelicht dat er met het reserveren van parkeerplekken voor bezoekers van Countus niet alleen parkeercapaciteit wordt weggenomen, maar dat dit ook leidt tot minder parkeerbehoefte. De bezoekers van Countus zullen namelijk niet langer op openbare plekken parkeren. Volgens het college zal het effect van de reservering op de hoeveelheid beschikbare openbare parkeerplaatsen daarom minimaal zijn.

De voorzieningenrechter kan de uitleg van het college op de zitting volgen en voorziet daarom niet dat dit mogelijke gebrek zodanig is dat het op voorhand aannemelijk is dat het herstelbesluit in de hoofdzaak niet in stand kan blijven.

16.3.  Over de parkeerplaatsen binnen sectie 53, overweegt de voorzieningenrechter dat daar geen capaciteit is geteld. Wel is er een bezetting van 4 auto’s geteld op donderdag om 19.00 uur. Anders dan [verzoekers] aanvoeren is daarmee niet ten onrechte mee parkeercapaciteit geteld. Dit betoog mist feitelijke grondslag.

Over de parkeerplaatsen binnen sectie 54, overweegt de voorzieningenrechter als volgt. Sectie 54 is een recht wegvak van ongeveer 32 m lang. Binnen deze sectie is een capaciteit van 4 parkeerplaatsen geteld. Anders dan [verzoekers] stellen, geldt er geen egel dat niet binnen vijf meter van een bocht van een doorgaande weg geparkeerd mag worden. De voorzieningenrechter overweegt dat het gelet op de lengte van de sectie zeer aannemelijk is dat er meer dan voldoende ruimte is voor een parkeercapaciteit voor 4 auto’s.

16.4.  Al met al voorziet de voorzieningenrechter niet dat de herziening van het parkeeronderzoek zodanige gebreken bevat dat de conclusie van het college, dat de toename aan parkeerbehoefte in de omgeving opgelost kan worden, in de bodemprocedure geen stand zal houden.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

17.     De voorzieningenrechter wijst het verzoek van [verzoekers] om het treffen van een voorlopige voorziening af.

18.     Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

wijst het verzoek af.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. F.R. Schadd, griffier.

w.g. Minderhoud
voorzieningenrechter

w.g. Schadd
griffier

Uitgesproken in het openbaar op 23 juli 2026

1076


  • Zoeken
  • Link kopiëren
  • Citeren
  • Opslaan als PDF-document

Raad van State

De Raad van State is onafhankelijk adviseur van regering en parlement over wetgeving en bestuur en hoogste algemene bestuursrechter van het land.

  • Meer over ons
  • Vacatures

Contact

De Raad van State bevindt zich in het centrum van Den Haag. Wilt u in contact komen met ons of wilt u ons bezoeken voor een zitting?

  • Telefoon
  • Locatie en route
  • Post en e-mail
  • Wet open overheid
  • Nieuwe zaak starten

Altijd op de hoogte

Ontvang ons nieuws via de abonnementenservice in uw mailbox. Op de hoogte gehouden worden over uitspraken die gedaan worden in bepaalde zaken? Meld u dan aan voor de e-mailservice. Of bekijk de voortgang van een bepaalde procedure bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

  • Abonnementenservice
  • E-mailservice uitspraken
  • Voortgang procedure
  • Aanvragen oude uitspraken

Toegankelijkheid | Privacy | Cookiebeleid

Volg ons

  • Bluesky
  • LinkedIn
  • Instagram
  • Mastodon